Categorie archief: Algemeen

In de berm

Zwerfafval. Soms doelbewust achtergelaten, soms per ongeluk, want verloren.
We kennen allemaal wel het ongemakkelijke gevoel wat je krijgt bij het zien van een schoen in de berm. Eén schoen. Van wie is die, en wat belangrijker is, wat is er gebeurd? Had iemand het raam van de auto open, de voeten op het dashboard en is toen de schoen verloren? Het lijkt zo onwaarschijnlijk. Je gedachten gaan veel meer uit naar een ongeluk, een ontvoering…. Misschien kijk ik teveel detectives. Zo’n schoen is een stille getuige ja, maar van wat?

Als je tijdens een wandeling lege blikjes van energy-drank in de berm ziet liggen, is er niets mysterieus aan. De energy-boost heeft in ieder geval niet geholpen, want er was geen puf om het blikje dan wel in een vuilnisbak te gooien, dan wel mee te nemen om thuis weg te gooien. Stom.
Ik word altijd een beetje verdrietig als ik langs het fietspad, wat veel gebruikt wordt door scholieren, zowel pakjes belegd brood als lege verpakkingen van donuts en chips zie liggen.
Ik denk dan aan de vaders en moeders die ’s ochtends vroeg boterhammen smeren voor hun kind, ze beleggen met dingen die Pietje of Marietje zo lekker vindt en dus hun zorg, tijd en geld daarin steken. Vervolgens gooit Pietje of Marietje het brood achteloos weg om zichzelf vol te stoppen met junkfood. Wat een verspilling op allerlei fronten. En dan heb ik het nog niet eens over de troep.

Maar soms kan ik echt niet verzinnen waarom iets juist dáár ligt.
Toen ik van de week een wandeling met Lenny maakte en we over een paadje tussen de weilanden liepen, zag ik een felgekleurde verpakking aan de kant liggen. Lenny’s hondenneus werd er onweerstaanbaar naar toe getrokken en toen ik hem er vandaan haalde, zag ik dat het een leeg doosje van paneermeel was. Paneermeel. Kan iemand mij uitleggen waarom in vredesnaam daar een leeg pakje van paneermeel was neergegooid? Het was niet uit een kliko gevallen, want in geen velden of wegen een boerderij te zien. Het kan toch niet zo zijn dat er iemand aan de wandel was of aan het fietsen en toen trek kreeg? “Hèhè, ik neem even pauze, ik ga nu  lekker mijn paneermeel opeten.”
Verloren uit de fietstas met boodschappen kan ook niet, anders was het pakje niet leeg.
De rest van de wandeling heb ik mijn fantasie de vrije loop gelaten, maar ik heb geen bevredigende verklaring gevonden voor deze rare vondst. Jullie nog leuke ideeën hierover?

Vanmiddag lag er langs het pad in het bos een keurig opgevouwen briefje. En natuurlijk was ik direct stik-nieuwsgierig, dus ik pakte het briefje op en vouwde het open.
Het bleek een boodschappenlijstje te zijn, zo te zien verloren, maar gelukkig voor de eigenaar wel nadat de boodschappen gedaan waren.

img_20190922_1545073664814948123794532962.jpg
Wat zegt zo’n briefje eigenlijk veel! Het was wat mij betreft van een aardige persoon, want hij/zij wilde hondenkoekjes kopen en ook kattenvoer. Het ‘+klein’ is trouwens raadselachtig en ook niet gekocht blijkbaar.
Er gaat Aziatisch gegeten worden, er zijn rijst, Atjar Tjampoer, nasi-groente, nasi-kruiden en ham gekocht. Ik mis de kroepoek, maar misschien hadden ze die nog in huis.
De mevrouw of meneer heeft ook al zin in de winter, gezien de pepernoten, speculaas en chocomel. Jammer dat het dan dit weekend juist weer rond de 24 graden was, dan komt de stemming er nog niet zo in. En er gaat vast iets lekkers gebakken worden, gezien de Bleu Band ( aandoenlijk vind ik dat, vroeger zeiden veel mensen inderdaad “Bleu Band” in plaats van “Blue Band”.  De Sherlock Holmes in mij concludeert dan ook dat dit lijstje geschreven is door een ouder persoon, het handschrift onderstreept dat) , de sultana’s, eieren, kaneel en stroop. Ik gok op appeltaart maar dan moeten ze de appels al in huis hebben, want die staan er niet op.
Er staan ook veel gezonde dingen op het lijstje: snoeptomaatjes, paprika, melk, vlees , groenten en druiven.
Maar wat me intrigeert is dat juist de allerlekkerste dingen niet doorgestreept zijn. Chips, chocola en ijs! Op mijn briefje zouden dat waarschijnlijk de eerste dingen zijn die ik door zou strepen, first things first!
Zou deze lieve mevrouw of meneer die dingen nou vergeten zijn? Of als laatste gepakt hebben, zodat wegstrepen niet meer de moeite was? Het zal altijd een mysterie blijven. Maar wel een leukere dan die van de eenzame schoen.
Ik ben liever een gezellige Sherlock dan een serieuze.

Commentaar

Deze morgen zit er een kindje op de bank wat een beetje ziekjes is, dus de tv mag even aan. Buiten is het een drukte van belang, er worden steigers opgebouwd want vandaag krijgen we zonnepanelen op het dak. Er staan drie bestelbusjes voor het huis, een aanhanger met materiaal, mannen lopen af en aan.
Het kindje heeft er geen aandacht voor. Als ze in goede doen was geweest had ze vast met haar neus voor het raam gestaan, maar nu is de bank een beter plekje.
Ik heb NickJr. opgezet, dat is voor haar leeftijd bedoeld en dat kan ik veilig aan laten staan zonder dat ze het gevaar loopt beelden te zien die niet voor haar bestemd zijn, of dat ze overspoeld wordt door vervelende reclames.
Ik kijk een poosje mee, naar Rusty Rivets. Gewoon een leuke serie, de twee kinderen Rusty en Ruby zijn uitvinders en ze maken van alles om, samen met hun robot-dinosaurus, anderen te helpen.
Rusty en Ruby hebben een tablet om hun ideeën uit te werken. Het is de moderne versie van een sprookje.
De spreuk ”Combineren en Creëren” speelt een belangrijke rol. Het is als een toverspreuk. Want door hardop uit te spreken wat ze maken, hebben ze het gemaakt!
Dat kan, in de magische kinderwereld. Dat moet zelfs, dat hoort bij de ontwikkelingsfase waar jonge kinderen in zitten. Fantastisch!  Als je roept: “Raket!” komt de raket los van de tablet waar je ‘m op getekend hebt en staat ie in het echt naast je! Wie wil dat nou niet?
Ik kijk even naar buiten, naar de werkende mannen. Hoe makkelijk zou het zijn als het echt zo kon. Dat ze roepen: “Steiger!” en floep er staat een steiger tegen het huis.
Ze roepen “Zonnepaneel!” en ineens ligt er een zonnepaneel op het dak.
Het lijkt me wel wat. Maar zoals ik al zei, het is een sprookje.
Ik ben dol op sprookjes.
En daarom begrijp ik helemaal niets van het commentaar wat NickJr. laat voorlezen voordat het programma begint. Ze doen dat trouwens met alle programma’s die ze uitzenden. Alles wordt overgoten met een educatief sausje, want gewoon tv kijken is natuurlijk not- done. Dat is passief en werkt obesitas in de hand (nee, niet gaan reageren mensen, ik bedoel dat natuurlijk ironisch) Het inleidende commentaar is dan ook voor de volwassenen bedoeld.

“Als jouw kinderen met Sneeuwwitje het bos in vluchten, raken ze bekend met de problemen van alleenstaande vrouwen en kleine mensen en leren ze omgaan met scheikundige elementen en de gevaren daarvan.”

Als dit zo gezegd zou worden, zou iedereen de commentator toch voor gek verklaren! Maar bij de NickJr. programma’s doen ze het wel:

“Als jouw kinderen spelen met Rusty Rivets leren ze omgaan met wetenschap en techniek, problemen oplossen en ontwikkelen ze sociale vaardigheden”

Nou nou, dat is nog al wat! Ik weet niet wat NickJr. met spelen bedoelt, volgens mij kijkt het kind een filmpje en kan het zich hooguit inleven. Er wordt niet gespeeld, want we zijn nog niet zo ver met interactieve tv dat het kind kan spelen met de filmfiguurtjes op het scherm. Maar het lijkt zoveel actiever hè, als je het zo stelt.
Het ”omgaan met techniek en wetenschap” vind ik ook nogal dubieus. Die woorden zijn toch veel te pompeus! Waarom moet er zo’n volwassen term gebruikt worden, ik krijg het gevoel dat NickJr. het idee heeft dat we allemaal hoogbegaafde kindertjes willen hebben. Wat is dat nou voor een inleiding!
Rusty en Ruby doen wat iedere kleuter doet : van drie vierkanten en een driehoek een raket bouwen. En of je dat nou met blokjes of op papier of op een tablet doet, het blijft briljant dat een kleuter dat kan. Iets omvormen in je fantasie tot iets anders.
‘Problemen oplossen’, kan ik daar wat mee? Eh, als je wilt leren hoe je de situatie van een dino-robot die op hol geslagen rolschaatsen blijkt te hebben kan oplossen, dan wel. Sociale vaardigheden? Hm ja, ze zijn vriendelijk en helpen waar dat nodig is. Dat kan dus. Maar de rest?
Mijn inleidende commentaar zou zijn:
“Als jouw kinderen naar Rusty Rivets kijken, worden hun fantasie en creativiteit gestimuleerd”. Punt.
Maar dat is blijkbaar niet belangrijk, en zeker niet educatief genoeg.
Nou, ik vind toevallig van wel! Dat filmpje gaat er nota bene over!
Kinderen die de kans krijgen hun fantasie te gebruiken en creativiteit te ontwikkelen, worden daar heel gelukkige mensen van, die de wereld rijk en divers maken.
Leve de sprookjes! Die zijn educatief genoeg!

“Als jouw kinderen op bezoek gaan bij het Mannetje in de Maan, leren ze omgaan met het probleem van eenzame ouderen, helpt het hen om hun hoogtevrees te overwinnen en worden ze bekend met elementen van de astronomie”
Ik denk dat ik bij NickJr. ga solliciteren. Ik vind het namelijk erg leuk om belachelijke teksten te verzinnen.

canvas-ladder-naar-de-maan-vector-illustratie

Niet voor kinderen

Wat was voor 1982 mijn lievelingsfilm? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Nooit heeft een film zo’n blijvende indruk op mij gemaakt en de behoefte geschapen om ‘m keer op keer weer te kijken, als The Dark Crystal.
Jim Henson heeft destijds een meesterstuk gemaakt.
Another time, another world….  Een andere natuur, een andere sterrenhemel, andere levensvormen, andere talen, alles perfect tot in de details uitgewerkt en tot leven gebracht. Alles anders en toch heel herkenbaar omdat het over het oudste thema aller tijden gaat: de strijd tussen goed en kwaad.
Een sprookje, een geschiedenis, zie het zoals je wilt. Maar alsjeblieft, geef het de waarde die het verdient, àls je er al wat over wilt zeggen.
Jim Henson is de bedenker en maker van Sesamstraat en van The Muppets.
Met The Dark Crystal heeft hij iets totaal anders gemaakt, maar helaas blijven de vergelijkingen met Kermit en Pino hardnekkig bestaan bij veel te veel mensen.
Je hoeft niet van fantasy-verhalen of – films te houden, ieder z’n ding. Maar alsjeblieft hou op met verwijtend te zeggen dat het een film is waarvan kinderen nachtmerries krijgen. Want het is geen kinderfilm. Ik krijg echt vaak de neiging omdat gewoon een keertje te schreeuwen. HET IS GEEN KINDERFILM!!!!
Dat de hoofdpersonen uitgebeeld worden door poppen, wil niet zeggen dat het geschikt  is voor (kleine) kinderen! Het verhaal is te groot, te veelomvattend, het is een volwassen verhaal met een volwassen uitwerking daarvan.
Een aantal jaren na het verschijnen raakte de film in de vergetelheid bij het grote publiek. Maar niet bij mij. Ik had hem op twee videobanden, eentje als reserve. Daarna op DVD , in verschillende uitvoeringen. De film heb ik zo vaak gezien dat ik de tekst kan meespreken en dat ik vrijwel alle details weet. En ik heb er nog steeds geen genoeg van.
Groot was mijn opwinding dan ook toen ik twee jaar geleden hoorde dat Netflix plannen maakte om een serie te maken, die zich afspeelde vóór het verhaal van de film.
Ik begon de voorbereidingen te volgen en zag al gauw op de facebookpagina dat er een handjevol Nederlanders is die net zo’n grote fan zijn als ik, en dat er in het buitenland veel meer bekendheid mee was. Maar ook hier kwam weer dat commentaar, over een griezelige kinderfilm…. Maar ach, die mensen haakten snel af en alleen de echte liefhebbers bleven over.
Toch was ik eigenlijk ook wel een beetje bang, voor dit vervolg. Want wat als de sfeer die zo belangrijk is in de film, veranderd werd door een andere aanpak? Wat als er geen poppen maar 3D animatie gebruikt zou worden? Dus eigenlijk was mijn angst: Wat als alles verpest wordt?

Ik heb dus een favoriete film, maar ook een favoriet boek. Dat is de Waterschapsheuvel, ik heb daarover deze blog geschreven een aantal jaar geleden.
Ook daarvan zou door Netflix een serie gemaakt worden en ook daar keek ik naar uit. Het was overigens sowieso wel vergelijkbaar, hierover werd ook geblaat over griezelig voor kinderen en trauma’s van de tekenfilm. Okay, voor iedereen die dat nog steeds denkt heb ik nieuws: HET IS GEEN KINDERVERHAAL. Omdat het over konijntjes gaat en er een tekenfilm over gemaakt is, nemen mensen dat automatisch aan, maar Richard Adams heeft het boek voor volwassenen geschreven. Prima als kinderen het lezen en kijken, maar piep niet over trauma’s en tere kinderzieltjes als ze er gewoon nog te klein voor blijken te zijn, jouw taak als volwassene is om eerst te kijken waar je kinderen aan bloot stelt.
Ja, ik ben daar gefrustreerd over en misschien denk je: mens waar maak je je druk om. Maar het is iets waar ik me druk over wìl maken.
Dus, de Netflix serie. Wat verheugde ik me daarop. En wat was ik onvoorstelbaar teleurgesteld en geërgerd. Er zat geen sfeer in, het was erg slecht gemaakt, de konijnen leken niet op konijnen, echt belangrijke stukken uit het verhaal waren onnodig veranderd of weggelaten…. Ik heb het uitgekeken maar zat me op het laatst alleen maar te verbijten.
Ja, ik weet dat een filmscript veranderingen aanbrengt t.o.v een boek omdat niet alles verfilmbaar is. Maar als ik dan de tekenfilm kijk (of bijvoorbeeld de verfilming van LOTR) kan ik daar helemaal vrede mee hebben, omdat de essentie bewaard blijft en eer aan gedaan wordt. Maar niet in deze, ik mag wel zeggen, slechte serie.

Dus nu de releasedatum van The Dark Crystal – the Age of Resistance dichterbij kwam vond ik het erg spannend worden.
Vannacht om 1 minuut over 12 ging de serie in première. Maar dat werd me toch te gek, ik heb dus gewoon lekker geslapen. Vanmorgen eerst de dingen gedaan die ik moest doen en daarna met een kop koffie geïnstalleerd voor de 1e aflevering.
En…. ik vond het prachtig! Het is zo duidelijk dat hier mensen aan gewerkt hebben die precies weten wat de wereld van The Dark Crystal inhoudt. Alles klopte. Tot in de details. Dit raakte me zo, dat ik werkelijk met tranen in mijn ogen zat, de eerste momenten. Dat iets wat je al bijna 40 jaar zo mooi en bijzonder vind dat je het niet kan uitleggen, nu een uitbreiding krijgt…. ik kan het eigenlijk niet omschrijven hoe dat voelt.
De film heeft een duidelijk einde, daar kon geen vervolg op komen. Maar dit verhaal laat zien wat er aan vooraf ging. En het werkt.
Er zijn nog 9 afleveringen te zien, maar als ik zo deze blog geplaatst heb moet ik aan het werk.
En ik wil ook niet alles achter elkaar zien, ik wil er stukje bij beetje van genieten en op me in laten werken.
Vind je het niks, dit onderwerp, prima! Ik kan niet verwachten dat iedereen er lyrisch over is. Maar ik had zo’n behoefte om er over te schrijven.
Ik kende Jim Henson helemaal niet persoonlijk natuurlijk. Heb er vroeger, toen hij nog leefde, wel eens over gedacht om hem te laten weten wat The Dark Crystal voor mij betekent. Nooit iets mee gedaan en dat geeft ook niet.
Nu heb ik het idee dat hij, als hij op de een of ander manier kan zien of weet wat er met zijn erfenis gedaan is,  heel tevreden en trots kan zijn. Voor mij heeft hij nu extra de erkenning gekregen die hij verdient.

jen

Terug in de tijd

“Molukkers! Allemaal even hier komen en luisteren! Alleen de Molukkers!”
Een kleine man in een hip jaren ’70 overhemd wenkt en roept. Wij houden ons even afzijdig,wij zijn Nederlanders.
“We gaan zo demonstreren, en denk erom,we zijn boos! Dat moeten we overbrengen, maar alleen met onze stem en lichaamstaal! We gaan nu even de borden en de spandoeken verdelen en een opstelling maken”
De groep die zich verzameld heeft is helemaal niet boos, het is een gemoedelijke en gezellige groep.

Het zijn acteurs en figuranten, en wij zijn al vanaf vanmorgen vroeg samen met hen, terwijl we allemaal in de kleren worden gestoken en gekapt en opgemaakt voor de film-opnames die zometeen gaan beginnen. Het is onderdeel van een theaterproject, ADAK , ‘Aan de andere kant”
Een drieluik over drie generaties Molukkers in Nederland. Het eerste deel, “Een tijdelijk verblijf” heeft de situatie verteld van de eerste generatie Molukkers die naar Nederland is gehaald, dit gaat om het tweede deel “Buitenspel” wat over de tweede generatie gaat. De moeilijke positie van tussen twee werelden inzitten, niet weten waar je precies bij hoort en bij wìlt horen.
Het is midden in de jaren ’70 en de frustratie komt tot een hoogte (of misschien wel diepte) punt.
Wat wist ik zelf in die tijd over de situatie en beweegredenen van de Molukkers? Niet zoveel eerlijk gezegd. De geschiedenislessen op school vertelden niet over de dubieuze rol van Nederland, op tv zag ik op het journaal de gijzelingsacties in Wijster en de Punt. Ik hield me toen meer bezig met hoe het moest zijn om zolang in een trein opgesloten te  zitten, zonder douche, goed eten en schone kleren, dan dat ik er over nadacht wat de gijzelnemers had bewogen om deze acties te doen.
En ik moet eerlijk zeggen dat ik er na die tijd ook niet meer echt over nagedacht heb, of informatie heb verzameld. Het lag gewoon buiten mijn gezichtskring.
Nu zit ik met bolgeföhnd haar en in  een jurk met een sjaaltje, met de bril op die in de jaren ’70 van mijn vader was, ineens als toeschouwer bij een demonstratie. Samen met Bert, die in een tweed kostuum met overhemd en brede stropdas gestoken is, zijn haar in een keurig scheiding opzij geplakt, op onze gestreepte klapstoeltjes bij de auto, lekker veilig aan de kant, als berm- dan wel ramptoeristen.

toerist

Hoe zijn we hierin verzeild geraakt?

Een aantal weken geleden gingen we met de Renault6 naar de Oldtimer-dag in Diever. Het was enorm gezellig, maar buiten dat leverde het ons ook nog iets bijzonders op. Er liep een man rond die in zijn functie als medewerker van ADAK op zoek was naar auto’s uit de juiste periode. Hij werd helemaal enthousiast van onze auto en vroeg of wij hem beschikbaar wilden stellen als decorstuk voor de filmopnames in Groningen die binnenkort zouden plaatsvinden. Wij vonden dat erg leuk en stemden dus ook toe.
Vorige week kreeg ik een telefoontje: er was bedacht dat het leuk was als een auto als een soort stoorzender door de demonstratie zou rijden, wilden wij dat doen? Wij zouden dan ook de juiste looks krijgen, dus echt gaan figureren.
Ik overlegde niet eens met Bert, maar zei direct enthousiast dat het me erg leuk leek en dat we dat graag wilden doen!
Zondagochtend werden we om 8 uur op de kleed-  locatie verwacht en gister tuften we dan ook netjes op tijd het terrein op met ons oude autootje. Er was een grote groep mensen, meest van Molukse afkomst en we zagen hen stuk voor stuk veranderen in mensen uit de jaren ’70. Kale mannen en jongens met kort haar hadden ineens lange zwarte krullen, iedereen droeg de juiste kleren: broeken met wijde pijpen, suède jasjes, rokken met stroken en banen, schoenen met blokneuzen en -hakken.
Naast ons waren er nog een paar andere Nederlanders als figuranten en wij werden een keurig stelletje, wat strakjes verbeten door de demonstratie zou heenrijden, omdat wij toch echt op tijd op onze bestemming moesten zijn.
De kleedsters en grimeurs hadden het hartstikke druk, het was vol in de ruimte maar niemand was gestrest  of kribbig, het was zo’n prettig sfeertje! Toen we klaar waren gingen we  in vol ornaat  op de foto

jaren 70

en daarna naar de locatie in de stad. Daar aangekomen mochten we de auto  op een stoep zetten en toen begon het wachten. Wij bedachten dat onze jaren ’70 tuinstoeltjes nog achterin de auto lagen, we klapten ze uit en gingen prinsheerlijk bij de auto zitten in de schaduw.

“Meedoen aan een film betekent het grootste deel van de tijd wachten!” zegt de regisseur. “We zijn zometeen anderhalf uur bezig voor ongeveer 3 minuten film! Hou je aan mijn aanwijzingen, dan komt het allemaal goed.” Wij knikken allemaal. De Molukse man doet zijn praatje over de demonstratie, en ondertussen valt het oog van de regisseur op ons.
“Wijziging in de plannen!” zegt hij. “Deze mensen zitten hier zo mooi, dat houden we erin! We laten een andere auto de demonstratie verstoren. Jullie zijn echt van die mensen die ervoor gaan zitten als er iets te beleven is, braaf en rechtschapen, maar ondertussen misschien stiekem hopend dat het matten wordt”
Wij vinden het geweldig, we zitten helemaal in onze rol. Eigenlijk ben ik een beetje opgelucht dat ik niet hoef te rijden, stel je voor dat ik echt iemand aanrij of dat er iets met de auto gebeurt wat ik niet wil.
We krijgen nog wat aanwijzingen over wat we moeten doen als de demonstratie langskomt en daarna begint de repetitie.
Ondertussen worden wij wel 100 x op de foto gezet, er komt zelfs een verslaggever van RTV-Noord die ons een microfoon onder de neus stopt en vragen stelt, wij voelen ons echte sterren.
Het is bloedheet inmiddels, maar wij hebben echt de allerbeste rol hier, op onze stoeltjes in de schaduw.
Om 12 uur moet het klaar zijn, tot zo lang loopt de vergunning van de gemeente. Vanmiddag gaat de ploeg nog naar Assen, om daar opnames te maken. Wij gaan niet mee, in Assen zijn weer andere auto’s beschikbaar.
We trekken onze eigen kleding aan en keren weer terug in 2019. We nemen afscheid, en krijgen heel veel bedankjes, wat niet had gehoeven want wij hebben het echt met zoveel plezier gedaan!

Omdat wij meegedaan hebben krijgen we binnenkort een uitnodiging voor de voorstelling. We zijn heel erg benieuwd.
Het is geen lichte materie, het onderwerp, maar de uitvoering zal mooi en indrukwekkend zijn.
En al zijn we misschien niet meer dan 10 seconden in beeld, we hebben er deel van uitgemaakt en dat voelt heel bijzonder.

Meer informatie over het project: https://www.adak-theater.nl/buitenspel

 

Taalfouten

Paw Patrol, we zijn al onderweg
Als er een probleem is in Avonturenbaai
Dan komen Ryder en zijn pups in een ommezwaai

Het is een leuk kinderprogramma, maar waarom erger ik me zo aan de tekst van dit liedje? Omdat er een verkeerde uitdrukking gebruikt wordt, puur om het te laten rijmen. Een ommezwaai is totaal iets anders dan een ommezien, wat hier eigenlijk bedoeld wordt.
Het is gewoon fout. Maar ik heb de indruk dat je niet meer over taalfouten mag vallen, want dan ben je een taalnazi. Ik vind dat raar. Als je een som verkeerd uitrekent zegt ook niemand: “Ach wat maakt dat nou uit, dat het niet helemaal klopt”. Als er een fout op een factuur staat, of het nou een rekenfout of een typfout is, nemen we er ook geen genoegen mee. Maar met taal hoeven we het blijkbaar niet meer zo nauw te nemen.

Ik mag ‘me irriteren aan me kids’ en ik moet me er niet zo druk over maken dat het eigenlijk ‘me ergeren aan mijn kinderen’ is, of dat ‘mijn kinderen mij irriteren’ . (Overigens is dit een voorbeeld hè, ik heb natuurlijk voorbeeldige kinderen.)
Maar eigenlijk doe ik dat wel, me druk maken. Op scholen is nog nooit zoveel en zo vroeg aandacht besteed aan taalvaardigheid. Dan zou het toch logisch zijn als taal ook op een correcte manier aangeleerd en gebruikt wordt.
Het zal ook wel komen door het internet, dat het me nu veel meer opvalt. Vroeger kon je immers niet van iedereen geschreven tekst lezen.
Het gebruik van t, d en dt in werkwoorden is lastig ja, maar er zijn regels voor. Net zoals er regels zijn voor vermenigvuldigen en optellen.
Natuurlijk zit er creativiteit in taal, dat wordt gewaardeerd, in tegenstelling tot creativiteit in rekenen. En de een heeft meer taalgevoel dan de ander, dat is allemaal prima. Maar het is vervelend dat mensen zich zo aangevallen voelen als er op een taalfout gewezen wordt. Dat maakt toch niet uit, je valt de persoon toch niet aan? Je bent gelijk een betweter als je iets over een taalfout durft te zeggen. Of, zoals al eerder gezegd, een taalnazi. Wat een vreselijke uitdrukking is dat! Nazi’s maken hun eigen regels en dringen die met harde hand op. Daar mag je toch niet mee vergeleken worden als je taal op een juiste manier wilt gebruiken.
Dan maar een betweter. Ik zit er niet zo mee, als iemand mij zo noemt. Een ander weet weer veel meer van rekenen en die mag mij gerust op mijn vele fouten wijzen. Graag zelfs.
Ik vind: als je graag schrijft of vertelt, moet je dat echt vooral doen! Creativiteit laat zich niet in regels vatten. Maar het is echt niet erg als iemand meeleest en de taalfouten eruit haalt.

paw patrol

Wachtkamer

sign-575511_960_720

We lopen de groenige gang in. Bert meldt zich bij de balie, hij krijgt een polsbandje en mijn 06-nummer wordt genoteerd. We mogen plaatsnemen in de wachtkamer.
Daar zit al een aantal mensen. De stilte is oorverdovend.
Wij zeggen: “Goedemorgen” en sommigen mompelen wat terug. We zoeken een plekje.
Koppeltjes mensen zitten als kleine eilandjes in de ruimte, er is niemand die pal naast een ander gaat zitten, we houden allemaal netjes afstand.
Het enige stemgeluid wat we horen is van de baliemedewerkster die aan iemand anders een polsbandje geeft en een ander 06-nummer noteert.
De situatie van “goedemorgen” en wat gemompel herhaalt zich .
Ik pak mijn boek uit mijn tas, Bert pakt een auto-tijdschrift van de tafel.
“Mevrouw Jansen?” Een verpleegkundige met een klembord kijkt vragend rond. Mevrouw Jansen schiet overeind en loopt zonder om te kijken de gang op. Ze heeft geen woord meer gewisseld met haar man, laat staan een kus.
“Meneer van Dijk?” klinkt de stem van een andere verpleegkundige. Meneer van Dijk pakt z’n plastic tasje, waar ongetwijfeld dezelfde spullen inzitten als in het tasje van Bert en loopt mee. Geen woord van zijn vrouw, geen woord aan zijn vrouw, geen kus. Ik ben verbijsterd. Het lijkt alsof de mensen zó gespannen zijn, dat ze vergeten hoe ze normaal doen.
“Meneer de Vries?” Bert is aan de beurt. Ik ga ook staan, we geven elkaar een kus en ik zeg: “Veel sterkte lieverd”. Dan is hij weg en ben ik alleen tussen de andere wachtenden. Ik pak mijn breiwerk, als afleiding.
Er komen nog twee stellen in de wachtkamer. Een vrouw praat van tijd tot tijd fluisterend tegen haar man en hij fluistert af en toe wat terug, met fluitende s-en in zijn woorden. Het andere stel zwijgt.
Ik vind het hier vreselijk. Alsof we in de aula van een uitvaartcentrum zitten en niemand hardop durft te praten omdat dat niet gepast is. Alsof iedereen hier al een doodvonnis heeft gekregen, puur omdat men opgeroepen is voor onderzoek. Je mag hier blijkbaar niet normaal praten, laat staan een grapje maken. En dat komt vanuit de mensen zelf, er hangen nergens bordjes met “Stilte”.
Zelfs geen Xenosbordje met : “In deze kamer zijn wij allen gepast ernstig, kijken wij elkaar niet aan, spreken wij niet, en als wij dan toch moeten spreken doen wij dat fluisterend. “
Als ik opkijk van mijn breiwerk, omdat ik wil weten hoe laat het is, zie ik de verstolen blikken van Meneer Jansen en Mevrouw van Dijk, ze draaien allebei gauw hun hoofd af. Zouden ze zich afvragen wat ik aan het breien ben? Niemand zegt wat en ik brei weer verder.
Er komt een oude mevrouw de gang op, ze is klaar met het onderzoek. Haar zus, of misschien vriendin, loopt met haar mee. “Alles is goed!” zegt de mevrouw blij. “Ik heb een parasiet!”
“Een wat?” Vraagt de zus/vriendin. Ze lopen richting de uitgang, maar omdat het zo stil is kan ik nog duidelijk horen wat ze zeggen. “Een parasiet!” herhaalt mevrouw, het woord galmt door de gang.
Ik zie dat mevrouw van Dijk naar me kijkt, maar voordat ik naar haar kan glimlachen heeft ze haar blik al weer afgewend. Ik heb geen zin meer in breien en haal mijn boek weer tevoorschijn. Het is boeiend geschreven en heeft humor, dus af en toe zit ik te grinniken. Totdat ik bij een gedeelte komt wat serieuzer is, een man heeft gezondheidsproblemen, het lijkt zorgelijk en hij moet een kijkoperatie. Ik doe resoluut het boek dicht, dit wil ik niet juist op dit moment lezen.
Ik maak dan maar een kruiswoordpuzzeltje op mijn mobiel. Meneer van Dijk komt terug, zijn vrouw staat op en zwijgend lopen ze weg.
Dan zie ik een wat levendiger stel mensen bij de balie arriveren. Een  oudere man gaat hardop staan voorlezen wat je moet doen als er niemand achter de balie zit.
“Nou je moet hier alles blijkbaar zelf doen!” buldert hij. “Zullen we het onderzoek dan ook maar zelf doen, hahahaha…” Hij is blijkbaar de enige die het leuk vindt, zijn gezelschap, een jonge vrouw en een jonge man, glimlachen plichtmatig. Ik heb een beetje medelijden met de man, hij doet in ieder geval zijn best om de sfeer wat luchtiger te maken.
Ik weet niet wat ik erger vind: een wachtkamer waarin mensen de vreselijkste verhalen vertellen over ziekte en dood, of deze akelige stille gedrukte sfeer.
En dan ineens staat Bert voor mijn neus. Ik ben verbaasd, ik was ervan uitgegaan dat ik hem op zou moeten halen. Meneer Jansen kijkt naar ons, zijn mevrouw Jansen is nog steeds niet terug.
Bert vertelt me wat de uitslag is en we zijn dankbaar dat we opgelucht kunnen ademhalen.  We gaan weg uit de wachtkamer, het voelt alsof we uit een andere dimensie weer terug komen in de normale wereld als we door de centrale hal naar de koffiehoek lopen.   Hier wordt hardop gepraat, er worden mensen omhelsd, er wordt gegeten en gedronken.
Als we koffie bestellen glimlachen we naar elkaar.

 

Onveranderd

Toen wij vandaag op de snelweg reden, zat ik ter verpozing de namen op vrachtwagens te lezen. Veel transportbedrijven hebben een bedrijfsnaam, maar er zijn er ook een heleboel die gewoon de naam van de oprichter en/of eigenaar dragen. Ineens kwam ik op de volgende gedachte: Alles verandert, alle oude dingen verdwijnen en er komen nieuwe dingen voor in de plaats. Behalve…..? Achternamen! Daar komen echt nooit nieuwe bij. Alle achternamen zijn al honderden jaren in gebruik en ze worden niet vervangen door modernere varianten.
De meeste zijn van de plaats waar de eerste drager vandaan kwam, van wat z’n beroep was, of van wie hij een kind was. En bij wijze van geintje ook wel zijn bijnaam, of die van z’n opa. Ik noem dit allemaal expres op in de mannelijke vorm, want dat was in eerste instantie de enige rechtsgeldige vorm. De naam van de man was bepalend. Dus als je als meisje geboren werd, kreeg je eerst de naam van je vader en later de naam van je echtgenoot.
Het was erg leuk om tijdens de lange autorit (ik zat zelf niet achter het stuur) daarover na te denken. De achternamen ‘van Soest, ‘van Haren’ en ‘van Tilburg’ zijn heel normaal. Maar er zal bijvoorbeeld geen familie ‘van Lelystad’ bestaan. Die naam is gewoon te nieuw.
Beroepen doen het ook goed. ‘Bakker’, ‘Brouwer’, ‘Visser’, ‘Smid’ en ‘Zeeman’ zijn prima namen.
Maar wat te denken van ‘Programmeur’, ‘Praktijkmanager’ of ‘Politicoloog’ (Fraaie alliteratie in deze zin maar dat is toevallig) Als iemand zich zo zou voorstellen zouden we reageren met; “Ja, dat bent u, maar hoe heet u?”
Het worden gewoon geen achternamen want iedereen heeft al een achternaam.
Het maakt niet uit of iets niet meer bestaat, de achternaam blijft bestaan.
‘Kuiper’ is bijvoorbeeld niet veranderd in ‘Inblikker’.
Och, maar dat is ook een leuk spelletje! Kijken of je namen hip en actueel kunt maken!
‘Brugman’ ? Ouderwets! We maken er ‘Ecoductman’ van , ‘Van der Molen’ wordt ‘Van het Zonnepaneel’ en ‘Schouten’ wordt ‘Wijkagenten’.
En als we willen moderniseren moeten we ook zeker een paar namen verengelsen.
‘Van den Broek’ wordt ‘In Jeans’ en ‘Tineke Bos’ kan ook echt niet meer, dat moet op z’n minst ‘Tiny Wood’ worden.
Dan nog een paar trendy spellingen erin gooien en we zijn weer helemaal klaar voor de nieuwe eeuw. ‘De Vries’ wordt ‘D’Vriezz’ en ‘Vink’ wordt ‘Finq’.
Zit ik alleen nog met mijn eigen naam. Van Bloois, wat moet je daar nou mee. Niks maar, ik heb het altijd al een aparte naam gevonden, dus we laten het lekker zo.
Als iemand nog leuke suggesties heeft naar aanleiding van bovenstaand verhaal, laat ze horen!
Ben heel benieuwd!

namen

foto: Unity.com

Koken met (o)pa

Mijn vader was erg gesteld op correct taalgebruik en hij hield ervan om mooie zinnen te maken. Vooral als hij iets opschreef, in zijn perfecte handschrift. Wat hij schreef, zelfs al was het een kladje voor zichzelf, zag er altijd uit alsof het een gedrukte tekst was.
Mijn vader was ook erg gesteld op lekker eten. Mijn moeder kookte meestal, maar mijn vader kwam altijd aandragen met recepten. In een restaurant probeerde hij te achterhalen welke kruiden er in zijn eten zaten en hoe het vlees of de vis gebakken dan wel gegrild was, als hij een recept tegenkwam in de krant wat hem wat leek moest het uitgeprobeerd worden en zelf verzon hij ook nog wel eens wat.
Als het een blijvertje was, zo’n recept, dan zette hij het op papier. En dan niet in zijn mooie handschrift. Nee, daar moest de typmachine voor tevoorschijn komen.
Met de tongpunt uit de mond van inspanning hamerde hij dan met zijn twee wijsvingers op de toetsen, alsof de letters door het papier heen moesten in plaats van er op. Ging er een letter fout, dan werd die minutieus weggepoetst met Tippex en werd de goede letter erin getimmerd.
Als het recept uitgetypt was, ging hij met voldoende kwartjes op zak naar een winkel waar een foto-kopieerapparaat stond, maakte een aantal kopieën en deelde die met gulle hand uit aan wie het recept maar wilde hebben.

Zoals de meeste lezers wel weten is mijn dochter Irene ook een groot liefhebber van recepten. Haar site Gezellige Gerechten staat boordevol heerlijkheden, haar opa zou zich in zijn handen gewreven hebben van plezier.
Af en toe vraagt ze wel eens: “Mam wat is het recept van dit of dat gerecht, wat jij thuis maakte?” En dan kan het zomaar zo zijn dat er een gefotokopieerd getypt vel van haar opa tevoorschijn komt.
De taal in deze recepten is ongeëvenaard

Bijvoorbeeld :
Stamp vervolgens de aardappels en de wortels/knolselderij goed door elkaar en breng met een verkruimeld stuk bouillonblok (of bij benarde financiën gewoon zout) de stamppot op smaak. Proef dan of de stamppot naar believen is qua smaak en pittigheid en reguleer deze zo nodig met ketjap (indien te zuur), met azijn (indien te zoet) en met zout of maggi (indien te flauw)
Is de knolselderij bij aankoop nog in het bezit van blad, dan verfraaien enige fijngesneden verse blaadjes het uiterlijk van het gerecht.
Tijdens het nuttigen van deze hutspot mag een regelmatig slokje van een beslist eenvoudige droge witte wijn als niet geheel onverdienstelijk aangemerkt worden

Mensen dit gaat over stamppot, niks ‘prak met kuiltje jus’ dus.
Een poosje terug kwam het recept voor linzenschotel tevoorschijn en Irene rolde zowat van haar stoel bij het volgende stukje:

Stort de geweekte linzen in een zeef en vervolgens in een braadpan (zonder zeef) . Dan op de linzen….etc…
Mijn vader,haar opa, wilde niet dat er ook maar enige onduidelijkheid kon ontstaan in zijn beschrijving.

Het waren over het algemeen stevige, eenvoudige gerechten waar mijn vader van hield, maar zijn formulering leek de recepten naar een hoger niveau te tillen.

Bij koolraapstamppot:
Regel daarna de zoutte van de koolraap, de zoutte van de boterhamworst speelt hierin een rol. Stamp de aardappelen erdoor met toevoeging van het karwijzaad. Doe alles in een ingevette open ovenschaal en leg dakpansgewijs de in dunne schijven gesneden goudreinet erop. Aanbevolen wordt de appelschijven in een koekenpan wat voor te braden

Bij groentestoofpot:
De prei wordt in niet te dunne ringen gesneden, de winterwortel grof geraspt, de spruitjes in vieren verdeeld en de paprika eveneens in stukjes of smalle ringen. Naast of in plaats van genoemde groenten kunnen uiteraard ook andere groenten gebruikt worden, echter sperciebonen en snijbonen zijn niet zo geschikt. (….) Is alles gaar, eerst dan wordt de inhoud van het potje witte bonen met aanhangend vocht toegevoegd, daarna het geheel op de vereiste smaak gebracht met maggi.

Maar hij kon ook heel best genieten van de wat meer culinaire gerechten. Als er maar flinke hoeveelheden knoflook en kruiden inzaten was het goed.
Vanavond eten we zo’n gerecht waar (o)pa’s recept onontbeerlijk bij is. Ik kwam gister namelijk in het winkeltje van de Hortus in Haren een salieplantje tegen. Op de een of andere manier kan ik nooit salie kopen, niet vers en niet gedroogd. Dus nu ik het zag moest het gelijk mee.
Want dan kunnen we weer eens “Salie-Braadstuk” eten!
Een stuk vlees waar je knoflook en salieblaadjes insteekt, wat een poos met olijfolie moet marineren en wat vanavond dan met toegevoegde witte wijn in de oven gebraden wordt.
Ook met de beschrijving van dit recept was mijn vader weer op z’n best:
Vanwege het gebruik van olie en wijn zal behoudens een mogelijk plaatselijk korstje het vlees een lichte kleur behouden. Afhankelijk van de gebruikte ingrediënten zal na het braden de “jus” meer of minder helder zijn, dit doet niets aan de smaak of kwaliteit af.
Wordt noodwendigerwijze in plaats van verse salie gedroogde salie gebruikt, dan moet rekening gehouden worden met de intensere geur en smaak van het gedroogde product.

Ik hoef niet noodwendigerwijze het gedroogde product te gebruiken, ik heb gisteravond heerlijk verse salieblaadjes in het vlees gestoken.
En pa, ik heb ook een lekkere chardonnay gekocht. Ik denk dat een glas daarvan bij het eten vanavond zeker als niet geheel onverdienstelijk aangemerkt zal worden.
Wie weet maak ik samen met Irene en met mijn zus Toos (die ook diverse recepten in haar bezit heeft) nog wel eens een kookboekje met een literair tintje:
“Koken met (o)pa” !

img_20190716_1128542371716656478698763272.jpg

Geen vooruitgang

Ben ik een autoliefhebber? Nee, niet speciaal. Een auto is handig, het is fijn als hij goed rijdt en prettig zit,  dat is het wel zo’n beetje. Ik heb geen voorkeur voor merken of types, en eerlijk gezegd begin ik me nogal te ergeren aan de eindeloze stroom nutteloze snufjes in nieuwe auto’s. Ik vind het bijvoorbeeld erg vervelend als een auto uit zichzelf op slot gaat als je wegrijdt, ik word er claustrofobisch van.
Wat ik nog veel vervelender vind, is dat alle functies nu via software geregeld worden. Ik ben echt niet zo behoudend dat ik bang ben voor nieuwe dingen, maar een heleboel vind ik zo totaal onnodig. Wat is er mis met een sleutel omdraaien bijvoorbeeld. Wat mankeert er aan met je voet het gaspedaal regelen. Alles moet blijkbaar nu computergestuurd. Als er iets aan je auto mankeert is het 10 tegen 1 een softwarestoring en geen mechanische. Alles is dan ontregeld, terwijl de auto zelf het eigenlijk nog prima doet. Automonteurs zijn meer aan het storingzoeken tegenwoordig dan aan het sleutelen.
Ik haat het idee van de zelfrijdende auto, het is een suffe, afstompende en betuttelende manier van reizen. Zo vreselijk passief, alles wordt voor je gedaan. Weer een stukje zelf  denken inleveren. Wie bepaalt eigenlijk dat alles wat kan, ook moet? Ik heb nog niemand gesproken die zegt: “Ja leuk, een zelfrijdende auto!”  Maar ze komen er wel.
Als tegenstelling is de autosport nog nog nooit zo populair geweest als tegenwoordig.
Het zo behendig mogelijk rijden, mogelijkheden zien, risico’s inschatten….. we vinden het allemaal prachtig wat Max en z’n rivalen doen. Maar zelf zitten we straks als een zoutzak in onze zelfrijdende auto’s terwijl we gelaten naar onze bestemming worden vervoerd. Vreselijk toch.

Ik heb een oude auto. Eentje zonder computer. En ik ben er erg zuinig op. Toen de auto gebouwd is, was ik zelfs nog te jong voor rijles, dus het is echt een oldtimer.

R6
Het is een auto met een choke, met 4 versnellingen, met metertjes in plaats van digitale cijfertjes. Een auto met een sleutelbos, zonder centrale deurvergrendeling, zonder elektrische ramen.
Dus als er iets mis is, kunnen de andere deuren en/of ramen nog gewoon open. De ventilatie is mechanisch en werkt supersnel. Ik zet gewoon een schuif in het dashboard open, het kost geen energie en het gaat niet stuk. De voorruit is binnen no-time ontwasemd, zonder computergestuurd systeem.
In deze auto kan ik echt autorijden. Want er wordt niks voor me geregeld. En dat is leuk.
Natuurlijk komt er ook een nostalgisch gevoel bij. Het geurtje, het geluid, het interieur… echo’s uit mijn jonge jaren. Ik heb wat accessoires toegevoegd, die het voor mij extra leuk maken. Een gehaakte stoelhoes, kussens in retro-motief op de achterbank, een wc-rol hoedje en een knikkend hondje op de hoedenplank. In de 70- er jaren maakte men  een auto nog een beetje gezellig en persoonlijk. Ik hou daar van.
Deze auto is nu 43 jaar oud. En met wat zorg en onderhoud kan hij nog heel lang mee.
Volgens mij zal een auto uit 2019 geen klassieker zijn in 2062. Want er zal niets meer werken van de systemen die er nu ingebouwd worden en bovendien is er  niets karakteristieks aan de auto’s van nu. Niets wat de moeite waard is om te bewaren.
Geen vooruitgang, maar verarming.

 

Controle

Het is natuurlijk al lang bekend dat alles wat je op internet doet, gevolgen heeft. Gelul over privacy en aangescherpte regels veranderen daar helemaal niets aan. Toch blijf ik me echt verbazen over hoe ver het gaat. Het cookie-geneuzel heeft daar denk ik wel veel mee te maken. Ja, je moet toestemming geven, maar als je een site bezoekt wil je die zien, dus je klikt op accepteren.
Het is me allang duidelijk dat ik , als ik een keer online naar iets gezocht heb,  daarna prompt advertenties over dat onderwerp krijg op facebook, op banners en pop-ups. Maar het gaat voor mijn gevoel steeds verder. Alsof een alziend oog en afluisterend oor hier in huis rondwaren.
Bijvoorbeeld: Bert kijkt op tv een documentaire over Shell en CO2 uitstoot. We praten daar even over samen. Vervolgens krijgt hij advertenties op zijn mobiel over Shell, en over CO2 uitstoot-vermindering.
We overleggen samen (zonder online activiteiten) over de zonnepanelen die we zouden willen hebben. En hoppa, daar komen de advertenties voor zonne-energie als Bert de telefoon weer opstart.
Het lukt me niet om echt te begrijpen hoe dat kan. IP-adressen, Google-accounts, tot zover heb je me nog. Maar daarna raak ik het spoor bijster. En ik word er niet vrolijk van. Want ik hou er niet van als ik dingen waar ik mee te maken heb niet begrijp.
Gisteravond ging ik op internet op zoek naar sandalen, omdat de mijne ineens waren veranderd in rare losse flappen. Last van de hitte denk ik. Ik was online op mijn laptop.
Vanmorgen doet Bert zijn telefoon aan en ziet advertenties van Sarenza en Van Haren.
Hoe dan?
Ondanks dat ik me bewust ben van de macht van Google en van het gebrek aan privacy op internet, verontrust en benauwt me dat.
Wij tweetjes zijn maar een minuscuul stipje in de ether. Een amoebe. Maar toch worden we in de gaten gehouden. Net als die andere 7,5 miljard mensen op de wereld. En in mijn idee door een relatief kleine groep mensen. Maar wie zijn “ze “ dan? Het komt me allemaal zo ongelooflijk en mysterieus voor, als een complottheorie. Toch lijkt het de werkelijkheid te zijn.
Zelfs als je echt zou willen, kan je niet eens meer afstand nemen. Je kan niet meer zonder internet, er is dan geen betalingsverkeer, er is geen informatie, er zijn geen alternatieven meer. Ik heb altijd geprobeerd om heel bewust gebruik te maken van het internet, maar inmiddels heb ik het idee dat het niet meer kan. Dat we er al zo diep inzitten dat er geen andere mogelijkheden meer zijn. En dat we onszelf daarmee uit handen hebben gegeven, ook al denken we dat we bewust bezig zijn en zelf de controle hebben.
Ik weet niet hoe het nog verder zal gaan. Jullie?
digitization-4136387__340