U.K.V.’s

Een U.K.V. oftewel Ultra Kort Verhaal telt maximaal 99 woorden (de titel niet meegerekend).
Net als mijn blogs gaan ze over alles wat me maar tot schrijven inspireert
.

Belangrijk om te onthouden: is een verhaal in de ik-vorm geschreven, dan gaat dat niet over mij persoonlijk, maar is het geschreven vanuit de hoofdpersoon.
Veel leesplezier!

Kamer van Koophandel

“Ik kom mijn nieuwe bedrijf inschrijven”
“Dat kan, wat verkoopt u? “
“Dooie mussen om iemand blij te maken”
“Kijk eens aan, daar zit handel in. Er is echt veel vraag naar, in sommige branches nog meer dan andere. Bijvoorbeeld voor de afhandeling van sollicitaties. De belastingdienst is ook een grote afnemer, evenals garantieverleners”.
“Ik weet het, ik heb inmiddels zo’n grote voorraad aangelegd dat ik ze graag wil terugverkopen”.
“Prima, wat is uw bedrijfsnaam?”
“Be Happy”
“Goed gekozen. Website?”
www.jekuntallesbereikenwatjemaarwilt.nl
“Ja, dat is wel de huidige trend hè?”
“Klopt, vandaar mijn voorraad dooie mussen”

—————————————————————–

In de dop

“Wat doe je?” vraagt de negenjarige.
“Ik schrijf een heel kort verhaaltje”, antwoord ik.
“O, wat leuk. Kan ik dat ook?”
“Vast wel, probeer maar.”Ik schuif papier en een pen naar haar toe en zeg:
“Straks wel voorlezen, hè?”
Ze knikt. Ze schrijft geconcentreerd, compleet met frons en tongpuntje.
“Klaar”, zegt ze, terwijl ze haar pen neerlegt.
“Er was eens een appel. Die viel van de boom.Toen kwam er een boer met een hamer.Doei appel. Hoi appelmoes”
“Zie je wel? Jij kan het ook”
Ze geeft me een stralende lach.

—————————————————————————-

Dorpsfeest

Aan de statafel, met een plastic bierbeker. Natuurlijk weer aan de verkeerde tafel. Hier wordt alleen maar over de handel en de kleinkinderen gepraat, terwijl aan de andere tafels de lachsalvo’s schallen. Ik pak mijn beker op en loop een rondje. Zie bekenden, groet enthousiast, maar niemand doet ook maar een stapje opzij om me er tussen te laten.
Story of my life. In dit dorp zal ik er nooit echt tussen komen.
Ik ga naar huis. Maandag zal iedereen me vast weer vriendelijk groeten. En daar blijft het bij.

———————————————————————————

Inzicht

Ik heb de zin van het leven ontdekt.
Zomaar, vlak voor het opstaan.
Ineens zag ik het, was alles zo helder als glas.Ik heb er mijn leven lang veel te moeilijk over gedacht, het blijkt namelijk helemaal niet ingewikkeld te zijn.
Al die tijd lag de oplossing voor het oprapen maar ik keek er overheen.
Een geluksgevoel doorstroomt me.
Dit zal alles veranderen. Maar eerst moet ik zometeen wakker worden.
Jammer dat ik altijd vergeet wat ik gedroomd heb.

—————————————————————————————–

Meeuw

Een reusachtige meeuw zit op een meerpaal in de haven, zijn spierwitte lijf steekt scherp af tegen de lucht. Een ultiem fotomoment, ik zie de geelgerande cover van National Geographic al voor me. ‘Camerafout, start uw toestel opnieuw op’. Ach nee! Zenuwachtig tik ik de verkeerde app aan en open de rekenmachine. De meeuw zit nog roerloos, als een volleerd fotomodel.
Eindelijk krijg ik de camera in werking. Kan ik dichterbij komen zonder dat de meeuw wegvliegt? Ik neem geen risico.
Als ik inzoom zie ik de barsten in zijn kunststof poten. Naast me hoor ik mijn man grinniken.

————————————————————————————

Er was eens

“Niemand gelooft meer in mij”, snufte het Sprookje. “Kom maar”, zei Facebook. “Ik help je wel. Je bent een beetje ouderwets, daar komt het van. We moderniseren je heksen en draken gewoon en dan moet jij eens opletten!”
Zodra het Sprookje op Facebook stond geloofde iemand het. Die deelde dat met anderen en voordat de dag om was geloofden duizenden mensen in het Sprookje.
“Hoe kan het?” vroeg het Sprookje. “Alleen maar omdat ik op Facebook sta?”
“Zo is het”, zei Facebook zonder valse bescheidenheid.
En het Sprookje leefde nog lang en gelukkig.

———————————————————————————-

Afscheid

Het rubber eendje staat roerloos op de badrand. Ik kan hem nog even niet opruimen. Morgen misschien.
Ik pak de zachte rose badhanddoek van de droogstang en doe die in de wasmand. Voor de laatste keer.
De plastic pot spoel ik om, droog hem af met wc papier en zet hem op de overloop. Straks breng ik hem naar zolder.
Met een doekje poets ik groezelige vingerafdrukjes van de deur. Weg. Ik droog mijn ogen.
Het is goed zo.

—————————————————————————————————

Voorzichtig

“Mag ik in het water?” vraag ik. “Tuurlijk”, zegt ze.
Voorzichtig stap ik erin. De grond voelt raar en zuigend. Ik kijk even om. “Toe maar!” gebaart ze. Voorzichtig loop ik verder. Kikkervisjes schieten voor me weg.
“Je kan toch zwemmen!”roept ze. Ze doet maar. Totdat mijn bruine buik het water raakt, verder ga ik niet.
“Kom je?” roept ze na een poosje. Ik stap het water uit. Op de beste plek die ik kan bedenken, zo’n 3 cm van haar af, schud ik me uit.
“Hé joh! Rare hond!”roept ze. Maar ze lacht. Ik hou van haar.

———————————————————————————————————–

Zelfbewust

Toen Henk die avond thuiskwam, was het niet zoals anders. Zijn twee pubers zaten gedwee aan tafel. De een vouwde schone was op, de ander schilde aardappels. Zijn vrouw Ria zat op de bank televisie te kijken. Henk was verbijsterd toen hij zag dat ze een uniform droeg. Een donkerblauwe, met glimmende geelkoperen knopen. Bovendien had ze een pet op, met boven de klep in strakke letters het woord ‘Douane” .
“Wat …is…dit…”, stamelde Henk. 
De kinderen zeiden niets, maar Ria ging trots voor hem staan. 
“Vanaf vandaag”, zei ze, “Bewaak ik mijn eigen grenzen”.

——————————————————————————————————–

Geheugensteuntje

Ze bleef maar woelen in bed. Haar hoofd zat veel te vol na alles wat ze gisteravond nog overhoop gehaald had. Ineens schoot haar nog iets te binnen wat ze morgen beslist niet mocht vergeten. Ze greep haar zakdoek en legde een knoop in de punt. Oud hulpmiddel, werkte altijd.
Uiteindelijk sukkelde ze toch in slaap. Drukke dromen waarin ze van hot naar her rende en mensen tegenkwam waar ze al jaren niet meer aan gedacht had. Uiteindelijk maakte de wekker daar een eind aan. Ze voelde de zakdoek in haar hand. Geen flauw idee waar die knoop voor was.

—————————————————————————————————————–

Techniek

“Hou je er nou al mee op?” vroeg de linkersportschoen toen Emma hem uittrok. “Van de week was je veel flinker, ” bemoeide de rechterschoen zich er mee.
“Ja, toen heb je een half uur gelopen, 20 minuten geroeid en óók nog krachttraining gedaan”, riep de linker nog, net voordat Emma hem geërgerd in haar tas gooide.
“En weet je nog dat…”. begon de rechter, maar Emma snoerde hem de mond door de rits van de tas dicht te trekken. “Irritant stelletje, ” mompelde ze. “Waardeloze uitvinding, memory-foam in de zool”

—————————————————————————————————————

Oma

“Kom maar”, zei oma toen haar kleindochtertje onrustig werd in het restaurant. “Dan gaan we even naar de visjes kijken”. Ze tilde de peuter uit de kinderstoel en liep met het kinderhandje in de hare naar het grote aquarium.
Het meisje keek met belangstelling naar de kleurige vissen.
Toen hief ze haar handje en terwijl ze zei: “Nu een ander plaatje” veegde ze van rechts naarlinks over het glas.
Oma schoot in de lach maar voelde tegelijkertijd een rilling langs haar ruggengraat gaan.
Was het echt al zo ver gekomen?

——————————————————————————————————–

Vreselijk

Er hangt een vreselijke geur buiten. Een echte lijklucht. De straat is vervuld van de misselijkmakende stank, ik doe kokhalzend mijn hand over mijn neus en mond terwijl ik naar de bakker loop. Verhalen over mensen die weken dood in huis liggen schieten door mijn hoofd. Het zal toch niet….. zo eenzaam kunnen mensen hier toch niet zijn? Wie wonen hier eigenlijk allemaal?
Dan zie ik wat er voor mij uit rijdt. Een kadaverwagen, op weg naar de boerderij net buiten het dorp.Opgelucht adem ik de geur van versgebakken brood in.

—————————————————————————————————-

Onzin

Terwijl ik spijkers op laag water zoek, valt de appel niet ver van de boom. Omdat ik inmiddels aan lager wal geraakt ben, kan ik wel een appeltje voor de dorst gebruiken. Juist komt er een schip met zure appelen binnenvaren, met twee kapiteins op één schip. Met de ene heb ik nog een appeltje te schillen, de ander valt helaas tussen wal en schip. Hij komt weer boven water en voegt zich bij de beste stuurlui die aan wal staan. Ik bijt intussen door de zure appel heen en ga het schip in. Dit raakt kant noch wal.

——————————————————————————————————



Hondenfluisteraar

“Cesar zegt dat hij zelf naar binnen moet lopen.”
“Dat zei je al drie keer,” zegt Mark. Hij opent het autoportier voor Saskia en de nieuwe pup.
“We moeten het toch direct goed doen,” verdedigt Saskia zich.
Ze zet het hondje op de oprit. “Kom maar, Millan ”
De pup blijft zitten.
“En wat zegt Cesar daarover?” vraagt Mark geamuseerd.
Saskia kijkt hem onzeker aan. “Eh, dat staat niet in het boek…,”
Ze kijkt naar het hondje. Dan voelt ze wat ze doen moet.
Ze tilt hem op, fluistert iets in zijn oortje en draagt hem naar binnen.

——————————————————————————————————-

Karma

Hij had de wijsheid in pacht. Alles wat niet aan zijn standaard voldeed kraakte hij af, zijn mening was de enige juiste. In zijn bubbel vol zelfverklaard intellect zweefde hij boven de massa en strooide van daaruit kwistig met sneren, sarcasme en scherpte naar iedereen die de pech had zijn attentie te krijgen.
Toen de bubbel uiteindelijk knapte omdat zijn eigenwaan hem te ver opgeblazen had, stortte hij roemloos naar beneden.
Er was niemand die hem met zachte woorden opving.

————————————————————————————————–

Vita Reali

Ze loopt doelloos door de kamer. Struikelt over een paar schoenen die ze zelf heeft laten slingeren. O ja, er stond nog koffie, die is nu koud natuurlijk. ‘Plieng” zegt haar telefoon en ze leest “Gefeliciteerd!!!”
“Dank je!” appt ze terug, met een blij poppetje achter de tekst.
Wanneer komt haar man nou eens thuis? Wat duurt het toch allemaal verschrikkelijk lang! Dit is toch geen moment om in je eentje te zijn.
Ze doet de voordeur open, loopt naar buiten en roept tegen een willekeurige voorbijganger:
“Ik ben oma geworden!” Hèhè, dat lucht op.

————————————————————————————————————