Maandelijks archief: april 2026

Koning te rijk

Toen ik 6 jaar was gingen schoolkinderen op Koninginnedag een Aubade brengen. Maar wel in hun eigen woonplaats. Nou hield (en houd) ik van zingen, maar ik vond dat wel een beetje raar. We zongen voor de koningin maar die was nergens te bekennen. Waarom moest dat dan? Ik vind dat kleine Anneliesje gelijk had, het was zeker raar. 

Nu mijn kleinzoon 6 jaar is, gaat het heel anders. De laatste vrijdag voor Koningsdag zijn de Koningsspelen op bijna alle scholen in Nederland. Dat vind ik echt een veel leuker initiatief!
Willem heeft daar een mooie nieuwe traditie mee gemaakt naar mijn mening.
Alle kinderen, klein en groot, zijn actief bezig en het is een feestelijke dag. Gister heb ik dat van zeer dichtbij meegemaakt. 

In vol ornaat gingen we naar school, Finn en ik. Oma mocht namelijk meehelpen, hoe leuk is dat! 
De onderbouw was in drie groepen verdeeld, leeftijden door elkaar, en op drie locaties konden ze heerlijk spelen en actief zijn. Wat was dit mooi, deze opzet, dat de kinderen konden kiezen wat ze leuk vonden. Wil je voetballen? Dan ga je dat doen. Hou je daar niet van? Dan ga  je lekker stoepkrijten, of een parcourtje lopen, klimmen, kloslopen of hinkelen of… Alles wat je maar kan bedenken om buiten te spelen, allebei de schoolpleinen plus het zijpad waren beschikbaar. Finn en alle andere kinderen uit de groep waar ik bij ingedeeld was, waren heerlijk bezig en heel blij. 


Na drie kwartier even fruitpauze, en daarna ging onze groep naar het bos. De school ligt aan de bosrand, dus we hoefden alleen maar het hek door.

In het bos konden ze klimmen en hutten bouwen. Ook hier weer geen enkele wanklank en geen kind dat zei: ‘ik weet niet wat ik moet doen.’ 

Na weer drie kwartier gingen we terug naar school en was het binnen onderdeel aan de beurt: kiezen tussen gezelschapsspellen, spelen in de huishoek of klimmen en klauteren in het gymzaaltje. Uiteraard koos Finn de gymzaal, het kind heeft de hele ochtend niets anders gedaan dan rennen, klimmen en springen. Hoe heerlijk is dat. 

Natuurlijk lette ik niet alleen op Finn. Het was zo leuk om naar de kinderen te kijken, hoe ze waren en hoe ze zich uiten. Ik heb in mijn leven honderden kinderen gezien en onder mijn hoede gehad, maar het blijft geweldig om te zien hoe uniek ieder kind is.
Dan heb je daar het verlegen meisje, wat een beetje om me heen draait, dan plotseling speelt dat ze een gevaarlijke slang is en me na een hoop sisgeluiden ineens keihard in mijn tenen bijt! Ik roep echt keihard ‘AU’ want het doet echt zeer. Zoiets zie je niet aankomen toch, dat je op de school van je kleinzoon in je tenen gebeten wordt door een klein stil meisje uit groep 2.
Het net iets te dikke jongetje wat me de hele tijd claimt met overdreven aandacht vragen zodat het me begint te irriteren, maar die niet reageert op mijn subtiele signalen, waardoor ik uiteindelijk ronduit zeg: ‘Zo, en nu wil ik je niet meer bij me zien.’ Vast niet pedagogisch maar wel effectief.
De mooie actie van een meisje uit groep 3 die een ukje uit groep 1 helpt om op de glijbaan te klimmen en daarbij de voordringers blokkeert.
En sowieso al die verschillende kindertjes uit verschillende culturen en milieus. Allemaal bij elkaar, en met elkaar, in het oranje. Ik heb al wel vaker gezegd dat ik niks heb met het koningshuis en dat ik ook niet patriottisch ben, maar dit is zo mooi om te zien hoe alle onbelangrijke verschillen, die soms door volwassen zo groot gemaakt worden, wegvallen.
Alleen maar blije kinderen die met de Koningsspelen bezig zijn.
Ik steek eens een duim op, geef eens een applausje, grijp eens in als het net niet helemaal goed gaat, en ben helemaal in mijn element.
Lieve Finn, wat fijn dat ik vandaag met je mee mag! 

Om kwart over 12 zit het erop, groep 1 gaat naar huis, en groep 2 en 3 gaan picknicken in een dichtbijgelegen park.
Netjes in de rij , iedere groep 3-er moet een kleiner kind bij de hand houden.
Uiteraard vallen er gaten in de rij omdat niet iedereen doorloopt.
‘Geef maar een hand’ zeg ik tegen een meisje, ‘Dan lopen we samen door.’ Ik krijg een zweterig knuistje en honderd verhalen over wat ze allemaal gedaan heeft vanochtend.
We komen bij het park, waar een klimtoestel en een paar schommels staan.
‘Oooh! roept ze, “EEN SPEELTUIN”  Alsof we nu voor het eerst gaan spelen vandaag. Ik moet zo lachen.
Maar eerst moet er gegeten  worden en wie kan tonen dat zowel broodtrommeltje als beker leeg zijn mag gaan spelen. Daar zwermen ze al weer uit, als een stel oranje mieren over het veld. 

‘Hoi oma!’ hoor ik en zie een stralende Finn voorbij rennen, samen met z’n vriendjes.
Het is prachtig weer en ik zoek een plekje in de zon waar ik alles goed kan overzien.
Hoe is het mogelijk dat die kinderen nog weer aan het rennen en vliegen zijn, ze hebben dat de hele ochtend al gedaan. Onvermoeibaar.
Dan is het toch tijd om terug te gaan, de school gaat uit. Onderweg krijg ik weer hetzelfde knuistje in mijn hand. 
‘Wat gaan we nu doen?’
‘Terug naar school.’
‘En dan, wat gaan we daar doen?’
‘Niks meer, het is tijd om naar huis te gaan.’
‘Echt waar? Maar het was zo leuk!’
Ik lach tegen haar. ‘Wat fijn dat je het zo leuk vond! Maar nu is het vakantie, dat is ook leuk.’

Volgens mij hebben alle kinderen een fantastische dag gehad. Heerlijk zonder stramien, maar wel heel goed georganiseerd. Ik vond het geweldig om erbij te zijn.
Ik fiets met Finn samen weer naar huis. Verwacht wel dat hij thuis wat wil uitrusten.
Nee, natuurlijk niet oma! Hij drinkt een groot glas water, schuift een oranje-met- rood/wit/blauwe-spikkels-donut naar binnen en is alweer vertrokken. Buiten spelen! 

Circus

Hooggeëerd publiek! Welkom in Circus Vurenlaan.
Met vandaag als speciale attractie: De katten, de muis en de halfnaakte vrouw.
In deze speciale ochtendvoorstelling mogen geen beelden gemaakt worden, alleen in uw hoofd. 

Momenteel ben ik in het huis van mijn zoon, om voor de katten te zorgen en een beetje vakantie te houden. Maar je voelt het na dit intro al aankomen: de ochtendrust was even ver te zoeken op deze normaal zo heerlijk stille plek.

Het was al wel licht maar nog veel te vroeg om wakker te worden, ik hoorde vogeltjes zingen en was helemaal tevreden. Er was een vogeltje wel heel dicht bij, ik vermoedde een pimpelmeesje of zoiets, want het was een hoog gekwetter. Zat wel weinig melodie in trouwens. Maar ach, elk vogeltje zingt zoals het gebekt is… ik sukkelde weer in slaap.
Werd af en toe half wakker omdat ik wat gerommel hoorde van de katten, die blijkbaar aan het spelen waren. Gezellig. Ik  dommelde heerlijk verder. 

Tot ik ineens echt wakker werd, want het was een heisa in de slaapkamer. Het pimpelmeesje klonk wel heel dichtbij nu en allebei de katten, ook de ene die vrij schuw is, waren naast mijn bed aan het rotzooien.
Wacht, dit klopte niet. Dit was natuurlijk helemaal geen pimpelmees, dit moest een muisje zijn.
Katten de kamer uitgebonjourd, tenminste eentje want de ander schoot onder het bed.
Lampje van mijn telefoon aan en in het hoekje gekeken waar die pimpelmuis dan waarschijnlijk zat.
Och ja, een klein grijs bolletje, hoofdje weggestopt om die vreselijke leeuwen maar niet te hoeven zien.
En daar was de poes ook weer, de aantrekkingskracht van de muis was sterker dan de schroom voor mij. Nu kon ik haar ook de slaapkamer uitwerken.
Hoe ging ik dit nou aanpakken. Of oppakken. Stel dat die muis uit angst ging bijten. En waar moest ik er mee heen, naar buiten?
Maar ik had bijna niks aan, want ik lag nog in bed toen de voorstelling begon. Als ik zo naar buiten zou lopen, dan kreeg de rest van Valthermond ook een voorstelling en was de goede naam van mijn zoon ernstig in het geding.
Ik trok snel een shirt aan, spiedde bij de slaapkamerdeur of ik veilig naar buiten kon zonder dat poes weer naar binnen schoot en haalde een doek uit de keukenla.
Weer de slaapkamer in, gauw gauw gauw de deur dicht.
Muis, alsjeblieft, ik ga je redden, dus flik het me nu niet om weg te schieten onder het bed of tussen de muur en de kast of naar andere onbereikbare plekjes. Poes is nog steeds op jacht, dus ik waarschuw je!
Ach, die arme kleine muis was volledig uitgeput en liet zich zonder gedoe oppakken met de doek. Ik voelde wel wat gewriemel, het beestje leefde gelukkig nog dus.
Met het muispakketje liep ik snel naar de voordeur, in polonaise met de katten. Dus eerst zorgen dat de kamerdeur dicht was voordat ik de buitendeur open deed.
Toegegeven: alleen een onderbroek en een shirt is ook niet echt goed gekleed om naar buiten te gaan, maar ik had nu echt geen tijd om eerst toilet te maken, hier stond een leven op het spel.
Naast het huis is een parkje, met een grasveld. Daar liet ik muisje los, die verdwaasd omviel en weer overeind krabbelde. Dag, kleine pimpelmuis. 

Zo, veldmuis weer in het veld, vrouw weer binnen, katten nog steeds op zoek. Ze doen maar. De voorstelling is afgelopen.
Koffie! 

Ei

Even wat halen bij Aldi en dan uiteraard met wat extra’s thuiskomen.
Nou ja, uiteraard, als het niks is, wat er in die bakken ligt waar ik zo graag in rondstruin, dan neem ik het niet mee.
Vandaag wel. Een extra brede spatel om een gebakken eitje heel uit de koekenpan te krijgen, zodat niet alsnog je zo zorgvuldig heelgehouden dooier over je brood of je nasi druipt. Ideaal en dat voor € 2,-
Eenmaal thuis pakte ik het ding uit en zag de blik van het eitje op de steel.
Och. Dit ziet er redelijk zielig uit, die verdrietige oogjes als je hiermee een mede-ei uit de pan haalt. En dat pruillipje! Het is notabene een snaveltje en toch pruilt ie. Ook wel weer knap als je als designer dat voor elkaar krijgt. 

Ik moest aan het liedje ‘Het ei’ van Jaap Fischer denken. Een liedje waar mijn zwager Joos me bijna 50 jaar geleden op attendeerde, hij kon het helemaal meezingen notabene. 

Jongens, wat een drama.  Die zin over de verkrampte handjes, en dat ie dan terug in de boter glijdt…. Je zou per direct nooit meer een ei eten. 

Ik kijk nog eens naar mijn spatel en roep mezelf tot de orde.  Het is een plastic ei! Echte eieren hebben geen oogjes en ook geen snavel, pruilend of niet. Dit is niet eens een ei, het is een platte ovale vorm. Het.Is.Nep.
Sjongejonge. Er is een grens hoor. Ik eet geen vlees, maar wel ei. En als dat eieren zijn van kippen die lekker door de wei rondkrabben en scharrelen, smaken ze me prima. 


Ik denk nog even aan de bak bij Aldi.  Er lagen ook mesjes om wortels mee te schillen. Ja, je voelt hem al aankomen, met een worteltje met een gezichtje erop. Ik had het niet nodig, dus heb niet echt opgelet of het een blij of verdrietig gezichtje was. Maar allebei is natuurlijk flauwekul.
Soms denk ik dat ik nooit helemaal uit de magische fase gekomen ben. Die fase in je vroege jeugd, waarin je alles wat je ziet een ziel toedicht. Nou ja, het zij zo.
Ik heb niet voor niets een heel fotoalbum ‘Accidental Facebook’  (openbaar, via mijn eigen fb pagina) waarin momenteel 361 (het wordt steeds aangevuld) foto’s staan van dingen met gezichtjes. Waaronder een aantal groenten en aardappelen. Een compilatie:  


Geweldig toch, die chagrijnige tomaat, de blije aardappel, de schaterende bosuitjes en de verschrikte paprika.
Daar kan geen designer van Aldi tegenop! 

Kneus

Ik weet niet of ik in een tweede puberteit beland ben, maar qua onhandigheid en stunteligheid zou je het wel zeggen. Werkelijk, ik weet niet wat me bezielt de laatste tijd.
Ik zit onder de blauwe plekken die ik geheel aan mijzelf te wijten heb. Ik struikel overal over, blijf hangen, loop tegen dingen aan en loop van alles omver.
Het lijkt wel slapstick. 

Op bezoek bij het gezin van mijn dochter dit weekend, was ik ook lekker bezig.
Ik schoof aan tafel om samen met kleinzoon een rebus op te lossen en knalde met mijn knie tegen de tafelpoot. En het is echt niet zo dat die tafel er pas net staat. Je knieschijf stoten is net zo heerlijk als je elleboog, dus oma hapte even naar adem voor ze met een verbeten glimlach ging zitten puzzelen. ‘Gaat het?’ vroeg schoonzoon bezorgd. Jawel, het ging.
Ik stond op en bleef met mijn voet in de hengsels van mijn tas hangen, zodat ik die al struikelend door de kamer sleepte.
Schopte een lego-autootje voor me uit zodat die tegen de muur knalde.
Bleef na het voorlezen voor het slapengaan in het snoer van de babyfoon hangen en trok daarmee de stekker eruit zodat de ouders beneden dachten dat hun ontvanger opgeladen moest worden.
Ging naar boven om ons koffertje naar zolder te brengen om straks de slapende jongetjes niet te storen en bonkte met mijn voet zo hard tegen het schot van de traptree aan dat men beneden dacht dat ik deze keer echt neergestort was. Goed dat ik nu alvast gegaan was, dacht ik maar. De kleine mannetjes hadden anders stijf rechtop in bed gezeten van de schrik.
Ik gooide wat in de groene container buiten en liet de voordeur openstaan. Ik draaide me om en wilde weer naar binnen stappen maar zag niet dat de voordeur inmiddels bijna dichtgedraaid was, zodat ik met een knal waarvan mijn tanden klapperden met mijn voorhoofd tegen de rand van de deur sloeg. Er zit inmiddels een plek die doet vermoeden dat ik Harry Potter wil evenaren. Sjongejonge.


Thuis lukt het ook goed, dat stuntelen. Vanmorgen trok ik mijn sokken aan en zag dat ik op mijn enkel een grote blauwe plek heb. Probeerde te bedenken waar die nou weer van was. O ja, ik struikelde op de trap toen ik mijn handen vol had en bonkte met mijn enkel tegen de rand. Au. Nog een geluk dat ik niet van de trap af lazerde. En maar tegen een ander zeggen dat je altijd één hand vrij moet hebben om de trapleuning vast te houden.
Ik heb een vinger verbrand omdat ik die in hete olie doopte tijdens het bakken. Vraag maar niet eens hoe dan, want ik heb er geen antwoord op.
Bij het wat lekkers brengen naar de konijnen keek ik ook weer niet uit en liep recht in de handvatten van de oeroude kruiwagen, die geen rubberen bescherming meer hebben.
Roestvlek op mijn broek, ronde blauwe plek op mijn dij en wederom een geblutst ego, want mijn man zag het.
Ik typ dit op mijn laptop en die moest aan het snoer want geen batterij meer. Bij het opstaan om nog wat drinken te pakken bleef ik ook weer in het snoer hangen en kon nog net mijn laptop behoeden voor een val van de tafel op de leistenen vloer. Gelukkig. 

Er is zo’n mooi ouderwets woord voor mij: ‘stoethaspel’. Het Nederlandsch Woordenboek zegt: (1914) Een stoethaspel, d.i. een onhandig mensch
Zo’n mensch ben ik momenteel.
Ik heb altijd een hekel gehad aan Stoetel, de zevende dwerg van Sneeuwwitje. Gewoon omdat ik het een irritant kereltje vind. Maar ik ga nu toch stiekem wat met hem meevoelen.
Het moet maar weer gauw over zijn, dit gesukkel. Ben er wel klaar mee eigenlijk.