Maandelijks archief: november 2017

Naar Londen (deel 3)

De volgende ochtend wederom op tijd wakker. Ik had niet best geslapen, was de hele nacht aan het jakkeren geweest in mijn dromen om vliegtuigen en boten te halen, kinderen thuis te brengen en auto’s op te halen. En niks kwam tot een goed eind natuurlijk. Zeer vermoeiend. Gelukkig was daar nogmaals het Nespresso apparaat, voor de ‘smorgens zo noodzakelijke caffeïneshot.
Het ontbijtbuffet was net zo uitgebreid als de vorige dag, alleen stond de pancake- machine er niet. Maar er was zoveel keus dat ik een ander ontbijt dan zondag kon samenstellen, het bleef luxe.
Toch was het daarna tijd om uit te checken, in de middag zouden we weer op het vliegtuig naar huis stappen.
Op de factuur was te zien dat Bert een soort doktershandschrift heeft, hij heette anders en ons adres was ook gewijzigd.

factuur

Geeft niks, alles was toch al betaald, dus dik in orde.
We zouden weer met de metro, dit keer richting Westminster, maar eerst stapten we in de traditionele rode dubbeldekkerbus. Een weekend in Londen en niet in zo’n bus, dat kan natuurlijk niet.
Daarna dus met de metro naar station Westminster en de stad weer in.
We liepen over de Westminster Bridge en waren daar op de juiste tijd om de dubieuze schaduw van de balustrade te zien…. uiteraard moest dat even op de foto.

 
Ik ben dan wel 56, maar ik moest er best om giechelen. En natuurlijk was ik daarin niet de enige.
We zagen the London Eye, het enorme reuzenrad en overlegden even of we daar nog in zouden gaan. Ik zag het niet zo zitten, zo opgesloten in een glazen eitje en dan zo vreselijk langzaam en hoog boven Londen draaien.

London Eye

Bert hoefde ook niet zo nodig, dus we gingen niet. Wat we wel gingen was Westminster Abbey bekijken en we waren onder de indruk. Het is echt een kathedraal, prachtig!

Westminster Abbey.jpg
We liepen er om heen en kwamen in een schoolyard terecht. Die van The Royal College of St. Peter in Westminster.

school

Er was blijkbaar net een leswisseling, want verschillende deuren gingen open en groepen studenten kwamen naar buiten. Het was alsof we in een scene van Harry Potter terecht waren gekomen. Keurige jongens en meisjes in uniform, alleen de ‘robes’ ontbraken. Ik vond het niet netjes om foto’s te maken, dus dat heb ik ook niet gedaan, maar stilletjes verbaasde ik me en keek eigenlijk mijn ogen uit. Het bestond dus echt! De studenten keurden ons geen blik waardig, ze zijn natuurlijk helemaal gewend aan toeristen. Ik voelde me haast een beetje sjofel, naast al die keurig geknipte jongens en stijlvol gekapte meisjes, in zwart met witte uniforms met stropdas. Alle jongens in pak, alle meisjes in rok met blazer. Ik kan me dat hier in Nederland niet voorstellen.
We liepen de schoolyard door en kwamen in de buurt van the House of Parliament en de BigBen. Zoals we tevoren wisten staat die de komende vier jaar in de steigers voor onderhoud. Jammer, maar we gingen geen vier jaar wachten met naar Londen gaan. Kunnen we beter later nog een keer.


Het was mooi zonnig weer, dus we wandelden lekker. We liepen ook nog over the SouthBank, en hadden een prachtig uitzicht op the House of Parliament.
En daar kregen we trek van, tijd voor koffie met wat lekkers. We stapten binnen bij “Pret”.  Voor een Nederlander is dat natuurlijk een leuke naam.
Bert haalde cappuccino en een koffiebroodje.
Het was er best druk en een security-officer die nog aan zijn dienst moest beginnen vroeg of hij bij ons kon komen zitten. Uiteraard kon dat, maar Bert zag daar gelijk een mooie kans in om een verhaal te beginnen over dat het maar goed was dat ik enige begeleiding kreeg van een beveiliger. Prompt ging de man daar op in, het verhaal werd steeds gekker en uiteindelijk werd ik gierend op de foto gezet, met beveiliger en al.


Daarna kwam het gesprek op motoren. De man woonde oorspronkelijk in Spanje en miste, vanwege het weer in Londen, het motorrijden. Nou, daar hoef je met Bert geen twee keer over te beginnen, dus al gauw was ik helemaal vergeten en waren de heren druk in gesprek over motoren, welke merken en wat de beste plekken op de wereld zijn om te rijden. Kon ik toch nog zonder begeleiding mijn broodje opeten en koffie opdrinken.

pret.jpg
De man ging aan het werk, en wij gingen zo langzamerhand richting vliegveld. Eerst met de metro en daarna met de trein. We zagen weer heel andere delen van Londen op deze manier. We reden langs Poplar. Wij hebben met veel plezier de serie Call the Midwife gevolgd, die zicht afspeelt in de jaren 50 en 60 in Poplar. Zo te zien was er sinds die tijd heel veel veranderd, het zag er nu supermodern uit.

poplar
Er waren enorm hoge torenflats, ik werd er naar van. Niet alleen kantoren, ook woonflats waarbij het lijkt alsof iedereen in een laatje van een enorme kast woont.
We stapten uit op station City Airport, dus waren gelijk op de plaats van bestemming. Deze keer ging het een stuk vlotter, ook omdat dit een veel kleiner vliegveld is als Schiphol.
Alleen werd ik toch weer bij de douane eruit geplukt, met blote voeten en al. Mijn tas was opzij gezet, en ik zag dat bij Bert hetzelfde gebeurde.
Het bleek dat de scanner vloeistoffen in onze tassen had gedetecteerd. Maar het bleken de lege flesjes van de Gin en de Bowmore te zijn, die we als souveniertje hadden meegenomen. Niks aan de hand dus.
We hadden nu rustig de tijd om wat te winkelen en we maakten restje ponden op aan chocola en christmascookies.
Daarna gingen we nog even in het restaurantje een panini eten, Bert met een laatste pint Ale, en ik met een laatste small Cider. Alleen had ik zo’n dorst (hartige panini) dat ik nog wel een small Cider lustte. Had ik dus net zo goed in 1x een pint kunnen nemen. Bert twijfelde toen ik nog wou bestellen, hadden we nog wel genoeg tijd voordat we naar de Gate moesten? Hij leek mij wel. Maar ik wees op het bordje pal achter hem: Gate 1. Daar moesten we zijn, we zaten er zowat dus middenin.
Ook nu gingen we niet door een slurf, maar een trap op , het vliegtuig in . Tevoren had ik tegen Bert gezegd: op de terugreis wil ik wel bij het raampje zitten.
Dat is goed, zei Bert ruimhartig. Nou, daar was ik erg blij mee!

raampje
We hadden een voorspoedige vlucht, op Schiphol ging alles vlot, dus de terugreis had veel minder voeten in de aarde dan de heenreis.
Onderweg nog gegeten bij vd Valk, het was inmiddels 7 uur en we hadden alweer trek. Bovendien was het nog even een gezellige afsluiter.
We waren tegen half 10 thuis en daar was Tim nog gezellig, die had voor alle dieren gezorgd. Hij besloot nog een nachtje te blijven slapen dus we konden nog
samen even wat drinken, verhalen doen en hem alvast z’n cadeautje geven.
Ja Irene en Jan, als jullie dit lezen, voor jullie hebben we uiteraard ook wat meegenomen! Jullie drietjes hebben er tenslotte voor gezorgd dat wij een geweldig weekend in Londen gehad hebben!
Het is echt fantastisch geweest.

 

Naar Londen (deel 2)

We waren volgens de klok al vroeg wakker. Thuis nog maar net aan de wintertijd gewend, was het hier nogmaals een uur vroeger. Dus om kwart over 7 zaten wij alweer rechtop in bed. Ik had gezien dat er in een open kastje een Nespresso apparaat stond. Met een gebruiksaanwijzing in 7 stappen. Nou, dan zou ik maar eens uit bed komen om die 7 stappen te doorlopen . Mijn voeten protesteerden wel een beetje toen ze de grond raakten, ze waren nog moe van gister. Maar de zachte vloerbedekking voelde goed. Ik presteerde het, ondanks de 7 stappen, om het apparaat te vroeg in te schakelen, zonder capsule, het ding bromde en kreunde en ik had geen idee hoe het uit moest. Dat was vast stap 8. Dan de stekker er maar uit, dat helpt altijd. Poging 2 leverde een keurig kopje koffie op. Ik vond eigenlijk dat George Clooney het zelf wel even had kunnen brengen vanmorgen. Maar ook in het Holiday-Inn is er een grens aan luxe.
We dronken onze koffie, terwijl we een plan maakten voor de activiteiten van die dag en gingen daarna naar beneden voor het ontbijt. Op onze vouchers stond heel gezellig een gekookt eitje,
ontbijt

maar dat was nou net het enige wat niet op het buffet stond. Wel roerei, gebakken ei, champignons, tomaten, bacon, 2 soorten worstjes, witte bonen in tomatensaus, hashbrown (aardappelkoekjes) en blackpudding (bloedworst)
Afgezien van de eieren allemaal dingen die ik nooit bij het ontbijt eet. Bert vindt dat wel heerlijk, dus die maakte een bord wat bij het avondeten niet zou misstaan. Maar je kon ook toast maken, er waren tig soorten broodjes en koffiebroodjes, je kon pancakes maken, er was vers gesneden en ongesneden fruit, yoghurt, allerlei granen, muffins, verschillende sapjes, melk, koffie, thee, jammetjes, vleesbeleg, kaasjes……
Ik liet me helemaal gaan en heb een 3-gangen ontbijt gehad en  nog lang niet alles geproefd. Morgen weer een kans.
Vanaf het hotel was het een kort stuk lopen naar het metrostation en we hadden inmiddels via een folder uitgevonden dat je daar gewoon met je bankpas kon in- en uitchecken. Als je tenminste de functie ‘contactloos betalen’ erop had zitten, en dat hadden wij.
De metro is zowel underground als overground. Ik vond het een eng idee om in een tunnel onder de grond te zitten, maar ik moet niet overal zo over zeuren, dus ik ging gewoon mee. Mensen gaan al sinds 1863 door die tunnels, dus het zal allemaal wel meevallen.
En dat was ook zo. Het is wat gepuzzel of je de Districtline, Circleline of Cityline moet nemen, maar uiteindelijk kom je wel op de plaats van bestemming.
Het was erg gezellig, want er was een groepje Zuid-Amerikaanse mannen “La Bamba” aan het spelen en zingen:

….Para bailar La Bamba
Se necessita una poca de gracia
Una poca de gracia
Para mi, para ti, ay arriba, ay arriba…

De stemming zat er lekker in.
We stapten uit op South Kensington, dat was vlak bij het National History Museum. Het was goed dat we vroeg waren, want er stond al een rijtje voor de ingang.
Het gebouw was van buitenaf al adembenemend mooi. De bouw was gestart in 1873, en in 1881 werd het museum officieel geopend. Victoriaanser als dit gebouw kan bijna niet.

mooi

Ik kreeg werkelijk kriebeltjes in mijn buik, ik ging er nu echt heen! Zolang al was dat mijn wens en het leek erop dat ik niet teleurgesteld zou worden.
Londen was al aardig in kerstsfeer, er was een ijsbaan naast het museum, met een grote kerstboom en een ouderwetse caroussel. Maar wij sloten aan in het wachtrijtje, er werden iedere keer groepjes mensen doorgelaten. Twee mensen voor ons waren druk met foto’s maken en ze liepen niet door toen het kon. Uiteindelijk kon ik me niet bedwingen en liep langs hen heen en sloot weer aan bij de rij. Zij volgden ook weer en ik voelde me best lullig dat ik voorgekropen was. Bert zette me op de foto, met het museum op de achtergrond. Toen vroeg de man, die ik gepasseerd was, heel vriendelijk of hij een foto van ons samen zou maken? Tja, iets met vurige kolen op mijn hoofd stapelen enzo… Ik ga nooit meer voordringen.
We mochten naar binnen en het was MOOI!!! Alles, werkelijk alles van het gebouw was mooi. De muren, plafonds, vloeren, pilaren, ik keek mijn ogen uit.

Er waren oude vitrines van roodbruin hout met glas, nog uit de begintijd van het museum. Zo kon je ook goed zien hoe vroeger geëxposeerd werd. Dieren werden gedood om in een museum tentoongesteld te worden. Ook al werd ik wat triest van dat idee, ik vond toch het fantastisch om al dat ouds te zien . Ik beleefde een stukje geschiedenis. Er was een grote vitrine met een boom met honderden opgezette kolibries bijvoorbeeld. Een vitrine met vleugels van grote vogels, losse koppen, botjes, schedels. Een nota-bene Nederlandse uitgave van het wereldschokkende The Origin of Species van Darwin.

Er was…. ach het moet geen blog van 6 pagina’s worden, dus ik moet maar gewoon vertellen dat er heel veel was, ik lang niet alles gezien heb, dat ik het erg indrukwekkend en  fantastisch vond.
In het begin van de middag begon het erg druk te worden met rennende kinderen, dringende ouders en gestruikel over kinderwagentjes. En omdat ik al zoveel prachtigs gezien had en echt genoten had van het gevoel daar te zijn, besloten we weer naar buiten te gaan.
We zochten maar weer een pub op om te lunchen, deze keer met een sausage-ciabatta with onionchutney, Bert met een pint, ik met een cider.
Daarna zouden we naar Buckingham Palace lopen. Maar er was een evenement waar de Queen ook aan meedeed en het was erg druk die kant op. Het was een herdenking zoals bij ons op 4 mei, zagen we later. Daarom gingen we eerst naar Covent Garden. Een overdekte markt met kraampjes en winkeltjes. Ik had op internet gezien dat het leuk moest zijn, dus daar moesten we heen. Het was te lopen en dat deden we. We liepen langs een winkel met  1000 soorten whisky. Ja, daar moesten we natuurlijk wel even naar binnen, ook al konden we niks meenemen in verband met de vliegreis terug.

whiskey

Bert was als een kind in een snoepwinkel, maar ik was ook wel onder de indruk, al drink ik geen whisky. Er was zelfs een fles van 4.000 pond….. Uiteindelijk hebben we 2 miniflesjes gekocht voor ‘savonds op de kamer, Bert een Bowmore van 18 jaar oud, en ik een flesje Gin.
Toen door naar Covent Garden. Eigenlijk vond ik dat erg tegenvallen. Het was er loeidruk, maar ik vond de kraampjes en winkeltjes niet interessant. Dus daar waren we gauw klaar. De aangrenzende winkelstraat nog even doorgelopen en toen toch door naar Buckingham Palace. Het weer werd grauw, dus het paleis leek dat ook. Tot mijn teleurstelling stonden er geen mannetjes in rode pakjes met zwarte berenmutsen op wacht, maar mannetjes in een lange uniformjas en een pet op.
Maar het was mooi om het paleis te zien, het monument voor Victoria en ook om langs de lanen te wandelen.

De parade en herdenking waren voorbij, dus we hadden alle ruimte. Eigenlijk wilden we ook nog naar the House of Parliament en de Big Ben, al wisten we dat die laatste in de steigers staat momenteel.
Maar och die arme voetjes, na weer een hele dag op stap deden die zo’n zeer….. En we waren moe, dus toch maar met de metro weer terug naar het hotel.
Het idee was om even uit te rusten, op te tutten en dan een restaurant op te zoeken. Maar we zagen niks leuks meer in de buurt en we konden vandaag ook in het restaurant van het hotel eten, dus we besloten dat te doen.
Er bleek een bruiloft te zijn in het hotel, voor ons bijzonder op zondag. Er liepen wat prachtig aangeklede mensen langs,leuk om te zien. Ik probeerde uit te vissen wie de moeder van de bruid was en vroeg me af of ze net zo happy zou zijn als ik was op 23 februari.
We hebben steaks gegeten en ik had carrotcake met citroenroom na, dat was zo lekker!
In de lounge was een computer met printer vrij te gebruiken voor gasten, en we besloten alvast in te checken voor de vliegreis van morgen. Hoefden we daar ook niet in de rij te staan. Ik ging met de lift naar boven om de papieren te halen , en uiteraard ook weer naar beneden. Toen de liftdeur openging stapte ik naar buiten en stond ineens midden tussen de bruiloftsgasten en zag nu ook de bruid voor het eerst. De hele ruimte stond vol mensen met glazen drank in de hand. Waar waren die ineens nou zo snel vandaan gekomen? Ik keek achterom naar het bordje boven de lift: First Floor. Ah, vandaar, ik was te vroeg uitgestapt….. Ik voelde me erg opgelaten en stilletjes verwijderde ik me achterwaarts uit het feestgedruis en stapte weer in de lift. Ik moest nog een verdieping naar beneden. Ground Floor.  Dat was wel de goeie.
We moesten in de lounge  even wachten op een Noorse meneer die probeerde zijn email op te halen, maar de blauwe balk bleef steken op 89% (ja ik heb onbeschaamd meegekeken vanuit mijn stoel, maar ik kan toch geen Noors lezen) en na 5 minuten was hij het zat (ik al veel eerder)  en ging weg. Toen konden wij inchecken en dat ging vlot! Het kan heus wel hoor.
Toen weer naar onze kamer, de mini-flesjes moesten open! En leeg. Ook dat lukte vlot.
Nog 1 nachtje en een ochtend in Londen, en dan naar het vliegveld voor de terugreis.

…. wordt vervolgd

Naar Londen (deel 1)

Al jaren loop ik te roepen dat ik graag een keer naar Londen wil. De stad bekijken en zeker een bezoek brengen aan het Natural History Museum. Dat had ik alleen nog op tv en in een film gezien, maar was daar zelfs al van onder de indruk.
Alleen, het kwam er maar niet van om ook daadwerkelijk een weekend te gaan. Tot de kinderen het heft in handen namen en ons voor onze verjaardagen een aanzienlijke bijdrage gaven voor een trip naar Londen. Ja, toen “moesten” we wel…..
Alles netjes tevoren geregeld, vlucht van Schiphol naar London City Airport, 2 nachten in een hotel redelijk in het centrum, vrijdag thuis al online ingecheckt, off we go! Spannend, want wij zijn geen doorgewinterde vliegers.
Zaterdagochtend om half 7 reden we weg (deze keer vrijwillig mijn uitslaapochtend opgegeven) en om 9 uur waren we op de parkeerplaats van Schiphol.
Het viel, ondanks dat we gereserveerd hadden, nog niet mee om een plek te vinden, maar Bert wist toch nog ons kleine autootje tussen 2 nogal asociaal geparkeerde stationcars in te wringen. We waren zo slim om te noteren op welke rij we stonden, anders hadden we het maandagavond vast niet meer geweten.
Met de shuttlebus naar de vertrekhal. Wij zouden vliegen met British Airways, dat was halte 2, vertrekhal 3. We waren erg ingenomen met onszelf dat we alles zo goed begrepen. In vertrekhal 3 was het verschrikkelijk druk. Op de infoborden konden we lezen dat onze vlucht vertrok vanaf Gate D31. En er hingen gele bordjes met de gatenummers. Alleen, waarom stond er een rij tot aan Tokio? Nette mensen als wij zijn, sloten we achteraan aan. Tot mij een licht opging: dit was de incheckrij. En we hadden thuis al ingechekt! Ik stapte uit de rij om even na te gaan of dat ook inderdaad klopte en ja, er was een looppad om de rij heen, dat daadwerkelijk naar de Gates ging. Ik plukte Bert uit de rij en opgelucht liepen we de goede kant op. Volg de pijlen voor D 1- 57. Ho, we konden ineens niet verder, er werden ter plekke paaltjes met lint ertussen neergezet. Maar niet aangegeven waar we dan wel heen moesten. Ik ging het maar even vragen aan een geüniformeerde mevrouw en die zei: “Vertrekhal 2!”
O. Nou vooruit dan maar. Hadden we dus beter daar uit de bus kunnen stappen, maar ja, wij wisten het niet. Het was een enorm eind lopen, maar we kwamen er.
Eerst langs de douane. We werden 2 verschillende kanten uitgedirigeerd, Bert en ik, maar we deden gedwee wat de douane zei.
Ik legde mijn tas, zakje met toiletspullen en mijn jas in de plastic bak. “Wilt u uw laarsjes uitdoen” , vroeg de douanier. Laarsjes in de bak. “En uw sjaal afdoen?”  Sjaal in de bak. “En uw vest uittrekken?”  Ja zeg, hoever ging dit! Ik stond op blote voeten letterlijk in mijn hemd. “U mag slechts 1 laag kleding aanhebben”.  Ik wierp een blik op Bert, die stond daar in een soort tijdcapsule, gewoon met schoenen aan en een trui over zijn t-shirt. Ik ging maar niet de discussie aan, maar stapte in mijn eigen tijdcapsule om gescand te worden. De voetafdrukken waar ik op moest staan, stonden ver uit elkaar, dus ik stond als Mevrouw Wijdbeens in dat ding en moest ook nog mijn armen omhoog houden. Maar het resultaat was blijkbaar bevredigend want ik mocht er weer uit. Ik zag dat Bert ondertussen gefouilleerd werd, dat had ik dan weer niet. Kwam van al die lagen kleding natuurlijk.
Ik had het inmiddels koud, dus was blij dat ik mijn laarsjes, vest en sjaal weer aan mocht. Digitale paspoortcontrole! Het wordt ook steeds moderner allemaal.
Weer in een soort hokje. Paspoort in een scanner en op het scherm verscheen “Kijk hier”. Ja ik kijk. “Kijk hier” Ja, ik kijk toch! “Kijk hier” Ik keek inmiddels boos en dat matchte blijkbaar met mijn pasfoto want ineens werd het lichtje groen en mocht ik eruit.
Bert had nog langer werk om erdoor te komen, die zette zijn bril maar eens af en weer op , maar uiteindelijk mocht hij ook doorlopen.
We waren binnen!
Het had al met al erg lang geduurd, dus van de geplande shoppingtour op Schiphol kwam niks meer. Bert had nog tijd om een motorblaadje te kopen (wat vervolgens het hele weekend niet meer uit z’n tas is gekomen) en ik kon nog even plassen. Ook daar stond weer een rij, ik stapte wat naar achteren om iemand die uit het toilet kwam de ruimte te geven, maar stond toen tegen een wastafel aan en te dicht bij de sensor van de kraan, dus ik kreeg een gratis rugdouche.
We hadden ook nog wel zin in koffie, dat kon vast nog net. Bij zo’n kioskje bestelde ik een medium cappuccino en ik vond dat Bert er te lang over deed om een keus te maken dus koos ik voor hem een medium ristretto. Klonk wel als goede koffie vond ik, geen idee wat het was. Het bleek dus een eierdopje koffie te zijn, ik vraag me werkelijk af wat een small ristretto is. Bert was sip (terecht) maar kon het nog omwisselen voor een Americano. Dat was een normaal formaat. Maar veel te heet, dus we kregen het niet op , we moesten naar de gate. Die was nog ver! Koffie mee, tas en jas over de schouder en via de loopbanden (mind your step) naar D31, die was echt helemaal achteraan.
Onderweg de koffie nog opgedronken en bekertje weg kunnen gooien, en bij de gate konden we vrijwel direct “boarden”
“Ah mrs. Fenbloeis, welcome. We changed your seat, you have another number” O, nou prima hoor. Ik hoorde Bert, die door iemand anders geholpen werd, vragen: “But can I sit next to my wife?” Ik vond dat zo lief klinken. Maar gelukkig waren ze niet van plan om ons te verspreiden door het vliegtuig, dus we konden inderdaad gewoon naast elkaar zitten.
Het was vreselijk warm in het vliegtuig. En vanwege het gehaast tierden de opvliegers ook weer welig. Dus deze keer vrijwillig mijn vest uit en sjaal af en ik zat in mijn topje alsof we naar de Bahama’s zouden vliegen in plaats van naar het koude regenachtige Londen.
Er speelde zacht klassieke muziek, er zaten veel zakenmensen in het vliegtuig, het voelde allemaal erg stijlvol. Maar ik was ook wel zenuwachtig, ik vind vliegen nog steeds erg spannend.
De purser had een Indiaas accent. “Koetmonning Líddies int Tjintelmin ” Deed me direct denken aan de serie “O moeder wat is het heet” van vroeger. Misschien was het daarom zo warm in het vliegtuig.
Hij vertelde dat we eerst een kwartier zouden taxiën voor we op konden stijgen. Vooruit dan maar. Voor mijn gevoel kachelden we over de baan, maar het zal beste een aardige snelheid geweest zijn. Het duurde lang, dat kwartier, maar dat kwam door mijn zenuwen. Nu zaten we in het vliegtuig en gingen we nog niet vliegen.
Het was een raar gezicht, er moesten nog veel meer vliegtuigen van die startbaan opstijgen en we reden letterlijk in een file erheen.
Uiteindelijk maakten we met loeiend geluid vaart, ik kneep zowel mijn handen om de leuning, als mijn ogen dicht en ik voelde dat we van de grond kwamen, direct druk op mijn oren. Toen allerlei bochtjes en ik werd echt een beetje misselijk. Maar uiteindelijk vlogen we dan redelijk stabiel, al hobbelde het soms wel wat. Bert zat blij te vertellen wat hij allemaal zag uit het raam, ik vond het fijn voor hem dat hij wel kon genieten. Maar toen we boven de wolken kwamen, in het zonlicht, voelde ik me rustig worden. Zulk licht zie je normaal niet, het deed zowat hemels aan.
Er kwam een steward voorbij, we kregen drinken en een snackje aangeboden. Ik was verrast, had niet gerekend dat dit inbegrepen was. Ik voelde me een beetje kinderlijk dat ik om half 12 smorgens al aan de cola en chips zat, maar ik knapte er wel van op.
En het zakje chips was zo leuk!

crisps

Het zijn de kleine dingen die het doen, zeg maar.
Toen we bij Londen waren konden we niet landen, omdat we later vertrokken waren (in verband met de lange taxirit) dus moesten we nog een paar rondjes over zee maken. Daar werd ik niet zo blij van, maar uiteindelijk daalden we echt en landden we zonder problemen op London City Airport.
Er kwam een mannetje achter een verrijdbare trap aansjouwen, hier was geen slurf. Dus als celebrities daalden we de vliegtuigtrap af, alleen stond er op het vliegveld geen juichende menigte, laat staan een persfotograaf. Anticlimax.
Nogmaals door de douane, nu gebeurde er helemaal niks op het scherm bij de paspoortscan. Maar ik bleek het paspoort verkeerd om op de scanner gelegd te hebben. Had ik moeten weten, in Engeland is immers alles precies andersom.
We konden zo vanaf het vliegveld naar het treinstation lopen. Bert sloot netjes aan in een rijtje voor het loket “Service and Information”, om een Oystercard te kopen, de Engelse OVchipkaart. Er stond een mevrouw te zwaaien achter degene die het loket bediende, maar we hadden geen idee naar wie. Het rijtje werd korter en Bert stond uiteindelijk vooraan.
Hij haalde adem om zijn tevoren zo zorgvuldig ingestudeerde Engelse vraag te stellen maar “KLAP” het loketscherm ging dicht. Stomverbaasd stonden wij te kijken naar een dicht loket. De klok erboven wees 12.00 uur. Lunchpauze klaarblijkelijk.
Lichtelijk gegeneerd, want je voelt je enigzins voor aap staan, bij het loket weggestapt en naar een ticketautomaat gelopen, waar we voor ons beiden een dagkaart kochten.
Gelukkig was de conducteur van de trein wel behulpzaam en we zijn helemaal zonder gedoe in het centrum van Londen gekomen.
Het eerste waren we op London Bridge, en van daaraf zagen we de Tower Bridge. Het Londengevoel was er dus direct! Het weer was erg grauw ,maar ons humeur niet en als echte toeristen maakten we foto’s van elkaar op London Bridge, met op de achtergrond de Tower Bridge.

bridge

Maar Bert haalde steeds de namen van die 2 bruggen door elkaar, zodat de rest van onze dagbesteding nogal verwarrend verliep. Overigens zei ikzelf steeds de Big Ben in plaats van de Tower Bridge, dat maakte het er allemaal niet duidelijker op. We namen een lekkere lunch in een gezellige pub, dat maakte het vakantiegevoel nog groter. Daarna gingen we verder de stad in.
Ik was erg onder de indruk van alles, ik vond Londen overweldigend. Zo druk en vooral zo verschrikkelijk vol gebouwd met enorme hoogbouw. Het duizelde me op een gegeven moment en ik wilde eigenlijk wel naar het hotel, inchecken en even uitrusten.
Met de metro naar Whitechapel, waar ons hotel stond. We zagen alleen niet waar, ook al hadden we het adres bij de hand. Het bleek in een voormalige methodistenkerk te zitten. Het zag er niet uitnodigend uit, de deuren waren matglas en je moest aanbellen om naar binnen te kunnen. De receptie was een kale witte balie, erg sfeerloos allemaal. Daarachter zagen we de appartementjes, die zagen er gelukkig wel aantrekkelijk uit. We werden netjes ontvangen door de receptioniste, ik overhandigde de reseveringsbevestiging, zij streepte de naam af op een lijst en stopte Bert een groot papier onder de neus wat hij moest tekenen. De algemene voorwaarden. We trokken even onze wenkbrauwen op, maar toe maar. Toen vroeg ze om 200 pond borg. Jemig, ik vond het nogal een bedrag! Maar borg, dat kregen we toch wel weer terug, we waren niet van plan de kamer te verbouwen. Maar er was een groot probleem. De borg moest voldaan worden per creditcard. En wij hebben geen creditcard. Contant geld namen ze niet aan en we konden ook niet pinnen. Ik stond stomverbaasd. Netjes gereserveerd èn betaald, en nou konden we niet inchecken! Er stond in de kleine lettertjes wel iets over die 200 pond borg, maar niets over de verplichting van een creditcard. De supervisor kwam erbij. De man legde ons  hun ‘policy’ uit. Ze hadden blijkbaar slechte ervaringen met huurders. Ik voelde het prikken achter mijn ogen. Ik was moe, het was allemaal zo enerverend geweest vandaag en nu hadden we ineens geen hotel! Bert ging bellen met Booking.com, stond eerst eindeloos in de wacht maar kon uiteindelijk een Engelse medewerker spreken. Uitgelegd, supervisor aan de lijn gegeven, maar het resultaat bleef nee. De supervisor verontschuldigde zich dat hij zich aan die creditcard regel moest houden, wij waren ‘descent people’ (altijd fijn om te horen) maar hij kon er niks aan veranderen. Booking.com zou contact opnemen met het hoofdkantoor van het hotel (er waren 5 vestigingen in Londen) en wij zouden weer teruggebeld worden.
De supervisor adviseerde ons om even een gezellige pub op te zoeken, wat te drinken en even te ontspannen, er zou wel een oplossing komen.
We namen die raad aan, even verderop in de straat was inderdaad een leuk tentje en we dronken daar samen een biertje. Ik probeerde mijn zorg een beetje los te laten, we waren nu immers een weekend weg en ik wilde dat niet laten bederven.
Maar we werden niet teruggebeld. Weer terug naar het hotel, waar de supervisor ons vertelde dat het hoofdkantoor geen toestemming had gegeven. We konden daar dus niet verblijven. Uit ellende nogmaals Booking.com gebeld, (weer lang in de wacht) en weer een andere medewerker aan de lijn. Weer het hele verhaal gedaan, weer de supervisor laten uitleggen. De medewerker zou een alternatief voor ons zoeken en terugbellen. Maar al wie er belde, geen medewerker. (niemand anders ook trouwens)
Bert werd het spuugzat. Hij googlede op zijn telefoon en had in 3 klikken een hotel gevonden dat op loopafstand was en  kamers vrij had. Een Holiday-Inn maar liefst. Niet ons soort prijzen normaal, maar omdat het last minute was, was de prijs gehalveerd. “We gaan er zelf heen” zei Bert resoluut. “Als ik het in 2 tellen kan vinden snap ik niet dat Booking.com zoveel moeite heeft”. Ik was het er helemaal mee eens, de tranen zaten hoog en ik wou een plek hebben!
We liepen de straat af naar het Holiday-Inn en daar was gewoon een gastvrije ingang, zonder dat je hoefde aan te bellen.
Bij de receptie stonden 2 vriendelijke jonge mannen die ons verhaal aanhoorden en al onze zorgen wegnamen door te zeggen: “Yes, we have a room for you”. Ik kon ze wel omhelzen. Ook hier vroegen ze borg, maar nu slechts 50 pond en we mochten gewoon cash betalen, omdat hun pinapparaat geen Maestro accepteerde.
Er werd een kamer met twinbed voor ons gereserveerd en we liepen op wolkjes naar de lift. Maar ach, een twinbed blijken 2 losse bedden te zijn , flinke afstand van elkaar met een vaste kast ertussen. Dat was wel erg ongezellig…… Met lood in de schoenen weer naar beneden, 100 verontschuldigingen dat we nou nog niet tevreden waren, maar konden we alsjeblieft de kamer nog wijzigen in eentje met een double bed?
De mannen bleven echt heel vriendelijk, het was no problem, eentje zei nog dat hij kon zien dat ik erg gestressed was en dat ze zouden zorgen dat ik me totaal kon ontspannen zometeen. Het was even een gezoek, maar er bleek nog wel een kamer vrij, alleen was dat een luxere. Dan moesten we 20 pond bij betalen, was dat een probleem? Ik stemde al toe voordat hij goed en wel uitgesproken was, met geen 10 paarden kregen ze me nog uit dit hotel.
We kregen opnieuw een sleutel en gingen naar de kamer. Die lag helemaal aan het uiteinde in een aparte gang, en het was LUXE. Ik wist niet wat ik zag, het was super.

kamer

Ik voelde me enorm opgelucht en kon me inderdaad, zoals de receptionist gezegd had, nu helemaal ontspannen.
Ondertussen belde dan eindelijk de pief van Booking.com. Maar Bert zei direct dat we zelf wat gevonden hadden en regelde dat wij het aan hen betaalde geld terug zouden krijgen. (en inderdaad, dat regelden ze wel snel!)
We fristen ons even lekker op en zeiden wel zes keer tegen elkaar dat het zo goed uitgepakt was nu. We gingen weer naar beneden en vroegen nog even advies waar we lekker konden eten.  De receptionist noemde een Turks restaurant, heel dichtbij het hotel. Dat klonk goed, dus daar gingen we heen.
We wilden de deur opendoen, maar die zwaaide al voor ons open, we werden direct naar een tafeltje gebracht en terwijl wij nog met stoelen aan het schuiven waren kwamen er al 2 obers aanrennen met een bordje salade, een mandje turks brood en schaaltjes met knoflooksaus en een of andere pittige rode saus. Verbluffend hoe snel dat allemaal ging.
We hebben er heerlijk geroosterd lamsvlees gegeten, Bert met een Turks biertje en ik met een lekker wijntje en ik was helemaal gelukkig.

Turks bier

Daarna hebben we nog een coupe aardbeienijs gedeeld , allebei een glas raki gedronken en toen gingen weer terug naar het hotel. We hadden geen puf meer om nog verder uit te gaan.
Hoe heerlijk is het dan om in een brandschone luxe badkamer onder een regendouche te staan en daarna in een bed met schone lakens en een heleboel kussens te gaan liggen…. Ik vroeg me echt af of we het in het gereserveerde appartement wel zo goed zouden hebben  gehad. Vast minder luxe, dit was wel echt een upgrade.  Het hotel stond aan een drukke straat, maar we hoorden totaal niets van het verkeer, de kamer was supergoed geïsoleerd.
Ik lag nog even wakker omdat mijn hoofd nog vol was van alle indrukken, Bert was direct onder zeil.
Morgen zou ik naar het National History Museum gaan. Mijn wens van jaren, en de hoofdreden dat ik naar Londen wilde!

……Wordt vervolgd

Vijf jaar

Vijf jaar. Het lijkt nog maar zo kort, maar het is echt al vijf jaar.
Gister was het Halloween. Ik hou best van een beetje griezelen, het werk van Tim Burton is daarbij mijn favoriet.
Maar met Halloween in 2012 hadden we echte horror. De allerergste nacht die ik ooit heb meegemaakt, toen Jan Willem verongelukte en overleed.
Het is gewoon niet te beschrijven hoe dat was, toen de telefoon ging. En de periode daarna. Ik ga het ook maar niet proberen.
Vijf jaar, wat gebeurt er allemaal niet in vijf jaar? Veel. En toch blijft tegelijk de tijd stilstaan.
Vanwege het “nooit meer”.
Bij alle goede en blije dingen is er toch altijd een schaduw. Soms een grote, soms een kleine.
De ene keer een schaduw van weemoed. Een andere keer de schaduw van een glimlach. Maar ook soms een schaduw van knijpend verdriet.
Want ik mis hem verschrikkelijk.
Het is letterlijk zo dat een deel van mezelf is gestorven met hem. Ik ben niet meer compleet. We hadden met z’n drieën moeten blijven: Toos, Jan Willem en ik. Broer en zussen.
Hij is tussen ons weggerukt, terwijl we met elkaar verbonden waren. Het voelt voor Toos en mij als een amputatie, de bloedband is met geweld kapot getrokken.
Natuurlijk stopt het bloeden op een gegeven moment en komt er een vliesje op de wond. En na vijf jaar zit er wel een korstje op.
Maar het is maar een dun korstje, wat heel makkelijk weer kan openbarsten. Het heeft nog heel wat tijd nodig voor het een litteken is geworden.
We kunnen gelukkig wel samen over hem praten en herinneringen ophalen nu. In het begin kon ik het niet, ik zat op slot.
En we kunnen lachen. Gister nog vertelde Toos dat ze over hem gedroomd had en we hadden er lol over dat hij in haar droom heel gezond granen en noten at. Granen en noten! We zeiden tegen elkaar dat hij waarschijnlijk boven een van z’n onbedaarlijke lachbuien kreeg hierover, terwijl hij aan een hemels biertje zat.
Want hij was een echte bourgondiër.
Zijn favoriete Bijbeltekst staat in Prediker: Dus eet uw brood met vreugde, drink met een vrolijk hart uw wijn, God ziet alles wat u doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die u bemint.
Deze tekst heeft Tim voorgelezen op Jan Willems begrafenis.
En toen ik vorige week Tims jasje even repareerde, kwam ik in het borstzakje een opgevouwen papier tegen: het gedeelte uit de liturgie met deze tekst. Al die jaren zorgvuldig bewaard.
Ik heb het ontroerd weer terug gestopt. Het is ook echt iets speciaals om te bewaren, het is Jan Willem ten voeten uit.
Lieve Jan Willem, wij zullen ook ons best doen, om de tekst uit Prediker in de praktijk te brengen.
Je bent er niet meer, en toch ben je voor altijd bij ons.
Toen ik gister in de auto zat en moest huilen omdat ik er aan dacht dat het vijf jaar geleden je laatste dag was geweest, viel me ineens de tekst op van het liedje wat op de radio was. Een liedje wat ik al 1000 x eerder gehoord had. Een liedje wat ik eigenlijk nooit de moeite waard had gevonden.

Well sometimes you can’t change and you can’t choose
And sometimes it seems you gain less than you lose
Now we’ve got holes in our hearts, yeah we’ve got holes in our lives
Where we’ve got holes, we’ve got holes, but we carry on

Iets te toevallig dat dit nu juist voorbij kwam en het me nu ineens opviel wat de tekst zegt.
Een boodschap van boven.

hemelse glimlach