Maandelijks archief: september 2022

Vlot

Vandaag begint volgens de kalender de herfst. Het weer is net als mensen die nu al pepernoten kopen: niet kunnen wachten tot het zover is en alvast maar beginnen. Dus afgelopen weekend en maandag was het een en al regen, storm en kou.
Maar vandaag is het heerlijk! Zon schijnt, prettige temperatuur, bijna geen wind.
Ik verkeer nog steeds in de gelukkige positie dat ik de tijd aan mezelf heb en ter plekke kan uitmaken waar ik zin in heb. En ik had zin in een lange wandeling, Lenny heeft altijd zin in een lange wandeling, dus we gingen gewoon.
De ochtendzon scheen door de nevels boven het land, dat er inmiddels weer anders uitziet als een paar weken geleden. Uien en aardappels zijn gerooid, dat land is zwart en leeg. De rode kool staat nog in grote rijen op het land, evenals de maisplanten, die hoog en vergeeld boven de grond uitsteken.  
De paarden en koeien staan nog in de weiden, er is nog genoeg gras.
Oké, tot zover het agrarisch bulletin van vandaag. 

Het stuk wat ik wilde lopen duurt ongeveer anderhalf uur en halverwege steek je een kanaaltje over. Ik heb hier al eens eerder over geschreven in Open,  maar vandaag was het niet zo spiritueel als toen. Integendeel.
De brug is vervangen, dat was ook wel nodig want ik verwachtte echt een keer door het dek heen in het kanaal te storten. En ik ben natuurlijk niet de enige die van die brug gebruik maakt. Het was een erg steile brug waarbij je zo ongeveer Alpineskills nodig had om die te beklimmen en weer af te dalen, maar de nieuwe brug is langer en daardoor minder steil. Prettig! 

Ik hoorde van een afstand al gebrom, er stond vandaag een apparaat op de brug. Netjes aan de kant, we zouden er makkelijk langs kunnen. Op het water, vlak naast de brug, waren twee mannen bezig met slangen en pompen om het kanaal te schonen of zoiets, en die slangen waren aangesloten op het apparaat. Dat ding maakte een flink kabaal, wat nog versterkt werd door de houten brug, die als een klankkast werkte. En ik voelde het al aankomen: daar gaat Lenny nooit langs.
Maar ik liep resoluut verder, ik dacht: als ik doe of er niks aan de hand is, loopt hij misschien wel mee.
Natuurlijk niet, hij ging vol in de ankers. Hij dook in elkaar en keek me met zielige oogjes aan, die zeiden: ‘Mens toch, je weet toch wel dat dit teveel gevraagd is?’
Ja dat wist ik ook wel. Al van pup af aan is hij bang voor van alles in de grote boze mensenwereld. En dan raakt hij de kluts kwijt en gaat zitten.
Een aantal dingen hebben we hem kunnen leren:  langs een container lopen (zie je wel, die doet niks!), langs wapperend afzetlint of verkeers-pionnen lopen (zie je wel, die doen ook niks) en dat soort dingen.  
Maar dit, een groot ronkend apparaat op de smalle brug met een nog smaller paadje om erlangs te kunnen, dat was toch echt teveel voor hem. Ik stond nog even te vleien met lieve woordjes, maar hij stond inmiddels te bibberen met zijn staart zover tussen de poten dat die er zowat aan de voorkant weer uitkwam. 
‘Kan u er niet langs?’ riep een van de mannen van beneden.
Ik keek over de reling.  ‘Jawel, maar mijn hond durft niet,’ schetterde ik boven het lawaai uit. 
‘Zullen we hem even afzetten?’ brulde de man. 
‘O dat zou heel fijn zijn!’ schreeuwde ik terug. Zo aardig hè, die kerels.
Ik dacht dat er eentje op de kant zou stappen, de brug op zou lopen en het apparaat uitschakelen. Maar dat ging zomaar niet!

De mannen stonden op vlotten. Ze overlegden even, en eentje koppelde de slangen waar hij mee bezig was af en ging met een paal aan het bomen. Zijn vlot kwam in beweging en dreef traag onder de brug door. Toen gleed hij langzaam naar de oever en probeerde hij aan te leggen aan de kant. Dat lukte niet, ik zag niet precies wat er was, maar volgens mij kreeg hij geen grip op de bodem met zijn boompaal. Dus hij ploeterde nog een stukje verder. Ondertussen voelde ik me hoe langer hoe meer bezwaard. Als ik geweten had hoe lastig het voor die man was om het apparaat uit te zetten, had ik wel geprobeerd Lenny op te tillen en langs het apparaat te sjouwen. Maar nu was hij al zolang bezig, dat ik niet meer durfde te zeggen: ‘Laat maar, ik draag hem wel.’
Ik aaide Lenny over zijn kop, het enige stukje hond wat niet bibberde en probeerde hem zo wat gerust te stellen.
Uiteindelijk vond de boom blijkbaar vaste grond en kon de man het vlot vastzetten. Hij stapte als meneer Wijdbeens op de kant, ik was blij dat hij niet tussen wal en schip terecht kwam. 

Hij kwam de brug op en drukte op een knop. Dat was alles, een weldadige stilte viel.
Lenny kwam overeind en wilde nu wel meelopen. Ik bedankte de man een keer of honderd dat hij al die moeite wilde doen voor ons, hij was bijna een kwartier aan het ploeteren geweest. En zometeen moest hij ook weer terug.
‘Och, zei hij, terwijl hij naar Lenny keek. ‘Het is ook allemaal nieuw en erg spannend voor zo’n jonge hond.’
Ik knikte glimlachend en had het hart niet om te zeggen dat Lenny al 8 jaar is.
We renden zo’n beetje de brug af terwijl ik nog een keer ‘Bedankt!’ riep, voordat het apparaat weer begon te ronken. 
De pauze bij het steigertje hebben we maar even overgeslagen nu, we hadden al pauze gehad op de brug. 

De moraal van dit verhaal: 
Deze mannen deden moeite om Lenny en mij te helpen, gewoon uit goedhartigheid.Ze bestaan nog, zulke mensen. En dat maakt mijn hele dag goed.


Daar gaan we weer!

‘Als we de metingen van nu vergelijken met die van 5 jaar geleden, kunnen we zien dat uw longfunctie flink verbeterd is. Weet u misschien hoe dat zou kunnen komen?’ 
‘Ik ben 4 jaar geleden begonnen met sporten. Fitness, conditietraining. 2x in de week, consequent. ‘
De doktoren keken elkaar even aan. ‘Het werkt dus ècht he, dit is het bewijs!’ zeiden ze tegen elkaar.
Ik knikte ijverig, ik had zelf ook gemerkt dat, na het moeizame begin (totale desinteresse in sport), mijn slechte conditie enorm verbeterde en ik mezelf daardoor een heel stuk fitter voelde. Dat hield me ook gemotiveerd om die 2x in de week vol te houden.  

Het was destijds namelijk het enige wat ik zelf kon proberen toen het alsmaar achteruit ging. Steeds vaker benauwd, om de haverklap longontsteking, steeds zwaardere medicatie, ik werd er bang van. Een hekel aan sport ja, maar nog veel meer hekel aan de gedachte dat ik over een paar jaar ernstig belemmerd zou zijn in mijn leven, als het zo doorging. Dus ik ging.
En het hielp, dat was overduidelijk. 

Maar nu had ik al een jaar ‘niets’ meer gedaan. Eerst een paar maanden niet kunnen lopen, en in de tussentijd ging de sportschool hier definitief dicht. En ik zat ook niet meer dagelijks op de bakfiets, die geen trapondersteuning heeft, dus die ook goed was voor mijn conditie.
Ik heb van de zomer wel gezwommen, maar daar vond ik echt niet veel aan. Omdat het moest, meer niet. Want anders zou ik weer terugvallen naar het punt waar ik niet meer wilde zijn.

Maar vanmorgen is er een nieuwe periode gestart, eentje van weer consequent twee keer in de week naar de sportschool. In Winsum is een prachtige nieuwe geopend, en ik ga daar met mijn schoonzusje heen. Samen is nog wel zo gezellig!
Alles nieuw daar, maar na mijn sportervaringen hier, toch ook wel vertrouwd. 

We zeiden: ‘We gaan rustig opbouwen.’ En we hadden best een hoge pet op van ons eigen kunnen. Viel dat even tegen! 
We starten op de loopband.  ’20 minuten’ zei C. enthousiast.
Dat konden wij tevoren ook met gemak.  Ik had destijds zelfs intervallen met lopen en hardlopen.
Ja, dat was destijds, haha. 5 km per uur nu, en na 10 minuten dacht ik: Poeh, ik ben wel even klaar geloof ik. Zij dacht hetzelfde. Dat schept een band. 

Daarna kregen we buikspieroefeningen van een begeleidster. Ze legde alles netjes uit, wij probeerden steunend haar na te doen en toen ze wegliep zei ze:  “Deze 4 oefeningen en dan 10x’.
Wij keken elkaar aan. ‘Weet jij ze allemaal nog?’ ‘Nee, jij?’ ‘Moest het nou zo?” ‘Nee, volgens mij moest je daarbij plat liggen.’ ‘Ik weet er nog maar drie, wat was die vierde?’ ‘Ik weet het ook niet meer.’ 
We rommelden wat aan en telden wat tot 10, we puften en steunden en toen vonden we dat we klaar waren. Tijd voor het volgende. 

Roeien! Dat konden we. Splinternieuwe roeibank, 10 standen, begeleidster zette hem op 2. 
Grote genade wat ging dat zwaar! Echt, mijn schouders trilden en ik had vele zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd. Ik zette het ding op 1 hoor, dit was niet te doen. 
Ik roeide voorheen met gemak 20 minuten, nu lag ik na 5 minuten haast naast het bankje, het ging echt niet verder.  

‘Willen jullie even buiten iets doen?’ vroeg het meisje. Ik wilde gelijk reageren met ‘ja graag!’ maar had ineens een visioen van bootcamp en zei aarzelend: ‘Eh…’ 
‘Kom maar,’  zei ze. “We hebben hierachter een grasmat. Dan gaan we met ballen gooien en smijten.’ 
Dat klonk leuk en eigenlijk was het dat ook. Sowieso al heerlijk om buiten in de koele wind te staan. Een bal van 3 kg moesten we optillen, omhooggooien en laten vallen, een bal van 6 kg optillen en neersmijten.  Beide 3 sessies van 10 x. 
We deden dit dus gewoon hè, allebei de oefeningen, dus 60 x in totaal. Daar waren we dus wel trots op!


Maar ik was inmiddels al flink moe en had stijve benen. Nog maar even rustig fietsen als afsluiting dan, 10 minuutjes. Maar ook nu dacht ik na 5 minuten:  het…gaat…niet…. meer. 

Klaar dan!

Dat was de eerste sessie en ondanks dat het niet vergelijkbaar was met wat ik vorig jaar nog kon, was ik heel tevreden en voelde het ook echt goed!
Morgen misschien iets minder, ik voel nu al dat ik enorme spierpijn ga krijgen. Maar dan weet ik tenminste dat ik weer wat gedaan heb. 

Donderdag gaan we weer. Dan gaan we Power Yoga doen. Ik ging even googlen wat dat inhoudt. En vond de foto’s die ik tegenkwam nogal intimiderend. 
Waarom zijn het op zulke foto’s altijd superslanke, strakke jonge vrouwen die alles al kunnen? Die de zwaartekracht en de anatomische wetten negeren om in de meest onwaarschijnlijke posities te gaan staan? 
Waarom nooit niet-zo-slanke vrouwen van in de zestig, die nog gaan beginnen?  Dat levert vast veel leukere foto’s op.