Maandelijks archief: mei 2017

Is er iets?

‘Plieng’ zegt m’n telefoon. Berichtje van Irene, 7 uur ’s morgens.
Ik heb inmiddels de eerste van de 5 kinderen van vandaag in de opvang,
sta brood te smeren voor Bert en probeer ondertussen haar vraag over hoe
een nieuw shirtje van kwetsbare stof te strijken, te beantwoorden.
Dit zet de toon van de dag.
Een dag vol kinderen en plieng-geluidjes. Irene is op dreef, ik krijg zowel via What’sapp,als via de vaste telefoon, als via Messenger de laatste nieuwtjes en ik heb zelf het idee dat ik daar op de juiste wijze op reageer.
Zo ben ik blij met een enthousiast verhaal, geef ik advies over hoe een bloedvlek in haar nieuwe gymp te verwijderen,  bedank ik haar voor een lekker recept dat ze gemaild heeft en zeg dat ik die later zal lezen, reageer op een grappige foto die ze stuurt en geef ik een ontkennend antwoord op de vraag of mijn Bonprixbestelling al binnen is.
‘Plieng’
“Is er wat? Je bent een beetje kort vanmiddag”
Er is ondertussen nog 1 kindje over die in de zandbak naast me zit te spelen dus ik kan wel even reageren.
“Nee hoor, er is niks. Maar als jij berichtjes stuurt moet ik ondertussen poepluiers verschonen, raadsels oplossen, ranja inschenken, weggewaaide tenten uit de heg plukken, eten bestellen in het zandbakrestaurant, kleertjes uitspoelen omdat er toch een ongelukje was gebeurd,  Lenny vermanen dat hij niet naar de buurman mag blaffen, kopje koffie maken, de juiste tassen met de juiste kinderen meegeven, noteren hoelaat ze opgehaald zijn, een berichtje in de groepsapp beantwoorden, zeggen dat zand in de zandbak moet blijven, op een trapje klimmen omdat de stroopwafels in het bovenste kastje liggen, Daan z’n pet redden van Lenny, zelf geen stroopwafel nemen, luisteren naar voorgelezen verhaaltjes, helpen met moeilijke woorden, Tim vertellen hoe je braadworstjes klaarmaakt, opletten dat de kleintjes gaan zitten op de glijbaan voordat ze naar beneden sjesen, met een schepje zand uit een emmer ‘eten’ en zeggen dat het de lekkerste lasagna ooit is, water bij de konijnen en kippen bijvullen, vertellen dat we nu echt niet gaan Wii-en met dit weer, gevonden blaadjes en ouwe kastanjes bewonderen, de betonnen parasolvoet verslepen….”
‘Plieng’
“O, gelukkig dat er niks is”
“Nee kind, niks”
Ik hou van mijn dochter.

multi-tasking-mom

 

Longen

Om wat meer bekendheid aan, maar ook uitleg te geven over de sponsoractie die ik gister gestart ben, wijd ik er een blogje aan.
Hierin vertel ik best persoonlijke dingen, maar dat wil ik wel doen als het nuttig is.
Mijn actie is voor het Longfonds.(voorheen Astmafonds)
Waarom ik daar juist nu iets voor wil doen, lees je hieronder.
Zolang ik me kan herinneren heb ik al astma. Mijn ouders vertelden me dat ik mijn eerste echte aanval had toen ik nog een kleuter was,
maar ik weet dat zelf niet meer, wanneer de eerste keer was.
In mijn herinnering is het er gewoon altijd geweest. De aanvallen (meestal ’s nachts) de dagen erna om weer te herstellen, het hoorde bij mijn kinderleven. De medicijnen die ik kreeg waren drankjes en pillen . Ik heb geen idee of die ooit wel iets geholpen hebben, ik moest gewoon die benauwde dagen door tot het weer beter ging. Als het heel erg was ging ik naar het astmacentrum. Dat was in Hilversum, de plaats waar ik ook woonde, dus het kon altijd poliklinisch gelukkig.
Dan werd ik daar ‘geklopt’, of kreeg verneveling ,of extra zuurstof.
Ook ging ik erheen voor ademhalingsoefeningen en ‘heilgymnastiek’ zoals dat genoemd werd.
Zo in de loop van de tijd werd er, in het algemeen, veel meer duidelijk over oorzaken, dus mijn wollen deken werd verruild voor een synthetische, mijn donzen kussen en mijn kapokgevulde matras idem dito.
Maar pufjes, zoals iedereen ze nu kent, die waren er nog niet.
Toen kwam het moment dat werkelijk in mijn geheugen gegrift staat: de ervaring van het allereerste pufje dat ik kreeg.
Ik was 14 jaar, het was zaterdag en ik had het heel erg benauwd. Zo erg dat mijn ouders een weekenddokter lieten komen. En dat was een jonge man met nieuwe ideeën. En nieuwe medicijnen. Hij legde me uit hoe ik het pufje moest nemen en toen….
ik kan het nog steeds niet echt beschrijven hoe dat voor mij was. Letterlijk als bij toverslag verdween mijn benauwdheid. Het was ongelooflijk,ik had echt nog nooit zoiets meegemaakt.
Kan je het je voorstellen, je voelt je heel erg ziek en een tel later ben je genezen? Het voelde euforisch, een ander woord heb ik er niet voor.
In de 40 jaar daarna heb ik pufjes en verwante medicijnen in alle soorten en maten gehad. En heb daardoor een heel normaal leven kunnen leiden omdat de astma onder controle was.
Ik hield wel een beetje de ontwikkelingen en inzichten over astma in de gaten, en paste op mezelf toe wat nuttig was.
Vorig jaar meldde ik me aan om mee te doen aan een wereldwijde wetenschappelijke studie naar het effect van astma-medicatie.
Dit onderzoek duurde een jaar, met 5 screenmomenten.
De eerste keer dat ik daarvoor naar het ziekenhuis zou gaan, mocht ik 48 uur tevoren geen medicijnen meer gebruiken.
En wat ben ik enorm geschrokken van het gevolg daarvan. Ik kreeg het zo vreselijk benauwd als ik het al 40 jaar niet meer gehad had. Altijd had ik, als ik voelde dat het niet zo goed dreigde te gaan, iets kunnen nemen. Nu niet.
Op de ochtend van het onderzoek ben ik met de auto naar het ziekenhuis gereden, met de lift naar de goede verdieping gegaan en heb me met zo’n golfkarretje naar de afdeling laten rijden. Ik kon gewoon niks, ik had het alleen maar verschrikkelijk benauwd.
De testen waren allemaal blaastesten, met verschillende technieken en weerstanden. Het was de bedoeling dat er eerst een provocatie-test gedaan zou worden, ik zou iets krijgen waar ik benauwd van werd. Die provocatie kon dus wel achterwege blijven,
benauwder als dit kon zowat niet. Gelukkig kreeg ik na een aantal testen medicijnen en eventjes voelde ik iets wat leek op wat ik 40 jaar geleden had gevoeld. En wat was ik opgelucht, letterlijk. De test die direct na 1 pufje afgenomen werd liet
al 30% verbetering zien.
Gelukkig hoefde ik voor de andere screenmomenten niet meer zolang zonder medicijnen te doen, anders was ik afgehaakt. 12 uur tevoren kon ik nog wel redden.
In het najaar heb ik 2x achter elkaar longontsteking gehad. Daardoor konden de pufjes niet op de plek van bestemming komen om hun werk te doen, dus weer benauwd.
Toen alles achter de rug was, liet mijn jaarlijkse longtest niet al te beste resultaten zien. De conditie van mijn longen was vergelijkbaar met die van iemand van 80 jaar.
Hier werd ik niet blij van natuurlijk. Voor mijn gevoel had ik alles wel weer goed onder controle met de juiste hoeveelheid pufjes, maar toch maakte ik me wel zorgen. Want ik wil niet dat mijn longen nog meer achteruit gaan.
Daarom nam ik een, voor mij, drastisch besluit.
Bert ging al 1 x in de week naar de sportschool omdat het schaatsseizoen afgelopen was, ik wilde met hem meegaan!
En ik hou echt niet van sport, ik heb er een hekel aan. Maar dit moest echt, en dat was genoeg motivatie om toch die stap te zetten. En om beter effect te hebben wilde ik 2x per week gaan.
Twee weken geleden ben ik gestart. Gelukkig is het hier in Leens, 3 minuten lopen van huis. De sfeer is gemoedelijk, de begeleiding deskundig.
Ik train op de loopband, de roeibank en de fiets. En ik merk nu al, ik ben nu 5 x geweest, verschil. Mijn normale wandeltempo lag op hooguit 4 km per uur, vaak nog lager. Nu kan ik het al volhouden om 20 minuten op het,voor de meesten gebruikelijke,
tempo van 5 km per uur te lopen.
En dit brengt me dan op de sponsoractie.
Het Longfonds heeft nu collecteweek. Maar er zijn ook andere initiatieven. Zoals mijn persoonlijke actie.
Net als ieder mens heb ik bevestiging en steun nodig.
En als je mij die wilt geven in de vorm van een donatie voor het Longfonds, zou ik dat enorm waarderen. Dan word ik er niet alleen zelf beter van, maar ook anderen.
Want er zijn zoveel mensen zoals ik. Die afhankelijk zijn van medicijnen, maar ook baat hebben bij nieuwe onderzoeken en nieuwe inzichten.
Wil je me een hart onder de riem steken voor het sporten, en me zo ook anderen laten helpen?
Er zijn al een paar lieve mensen die een bedrag gedoneerd hebben via mijn persoonlijke actie-site, heel erg bedankt daarvoor!
Wil je ook helpen? Kijk op:
http://www.gezondelongen.nl/acties/annelies_van-bloois/je-longen-zijn-van-levensbelang/donationdirect.aspx

Foto’s

Het gevaar van dit blogje is, dat ik ijdel overkom.
Toch is dat allerminst mijn bedoeling. Ik schrijf dit juist omdat ik me
zo gefrustreerd en soms ook echt verdrietig kan voelen over hoe er vandaag
de dag tegen uiterlijk aangekeken wordt. Het onhaalbare, onrealistische ideaal
wat we opgelegd krijgen via tv, bladen, modewinkels, noem het maar.
Alles wordt gephotoshopt tot een glad, symmetrisch geheel, zonder karakter.
En zonder realiteit.
Ik ben best tevreden met mezelf hoor. Er zijn een aantal uiterlijke
dingen die echt niet aan het heersende schoonheidsideaal voldoen, maar
dat maakt me niet uit. Mijn forse neus, flaporen, wat spitse kin
en inmiddels mijn rimpels maken mij tot wie ik ben.
Als ik wat zou laten veranderen voel ik me mezelf niet meer.
Wel ben ik ontzettend kritisch op foto’s van mezelf.
Als ik weet dat ik op de foto kom, kijk ik zoals ik vind dat het vereeuwigd mag worden. Maar de spontane foto’s…aargh.
Ik heb toch wel een flinke veeg meegekregen van het fotogeniek van mijn vader.
De arme man kwam nou werkelijk nooit eens normaal op de foto.
Als ik gefotografeerd word tijdens een gesprek, een feestje, een gewone
huishoudelijke bezigheid, om maar niet te spreken van tijdens eten en drinken…..
het is 9 van de 10 keer raar, soms zelfs belachelijk.
Ik trek mijn mond heel gek, het vetrolletje waarvan ik dacht dat het wel meeviel staat er prominent op, mijn haar zit pierig, mijn trui zit onflatteus, mijn neus is rood, mijn oren….. etc.
Man en zoon vinden dat ik overdrijf, dochter snapt het wel omdat ze
ook kritisch is op haar eigen foto’s, maar die wrijft vaak nog even zout in de
wonden door een enorme lachbui te krijgen als ze een foto onder ogen krijgt waar ik weer erg charmant op sta.
Ik heb mezelf ook wel eens op video opnames gezien, en dan heb ik dat
veel minder. Dan zie ik gewoon mezelf, zoals ik loop en praat en ben.
Maar de momentopnames, die foto’s zijn, zijn heel vaak gewoon stom!
Echte schoonheid zit van binnen. Toch?
Ja. Want er zijn een paar foto’s, echt op 1 hand te tellen, die niet speciaal
geposeerd genomen zijn en waarvan ik denk: wat sta ik daar mooi op….
Die foto’s zijn op momenten gemaakt wanneer ik echt zielsgelukkig ben.
En dat ook uitstraal. Dan zijn nog steeds die neus en die kin en die flaporen
daar, maar die doen niet ter zake. Het geluk doet ter zake en dat maakt het zo mooi.
De foto die genomen is, vlak na de moeizame en langdurige bevalling,
met baby Irene in mijn armen… ik vind hem prachtig. Ik zie er vermoeid uit, over haar en kleding zwijg ik helemaal, maar ik kijk ZO gelukkig…. ik koester die foto. geluk
De foto die mijn lieve broer Jan Willem maakte tijdens mijn bruiloft…ik was ook toen zo
gelukkig… je ziet het er aan af.

Annelies
En vanmorgen keek ik nog eens de hele bruidsreportage van Irene en Jan, en toen trof mij ook bij een foto van mezelf de gedachte: wat mooi! Ook toen was ik zo gelukkig!JAN-IRENE-PIXED-0217
Ja, op de 2 laatst genoemde foto’s had ik natuurlijk mooi haar en make-up en mooie kleren, maar toch vind ik ze vooral mooi vanwege de uitstraling.
En ik hoop dat meer mensen dat van zichzelf hebben, dat ze hun eigen foto’s zien en denken: o mooi!
Op de een of andere manier is het onzichtbare gefotografeerd en daar kan geen photoshop tegenop.
Dan mag je rimpels hebben en wallen onder je ogen. Een neus die te groot of te klein of te scheef is, een bril, noem het allemaal maar op.
Echte schoonheid zit van binnen. En als die naar buiten straalt, dan is iedereen mooi.
Op zijn of haar unieke eigen manier. Gewoon mooi? Nee. Speciaal mooi.
Zonder ijdelheid.