Maandelijks archief: november 2011

Zus en zo

Mijn grote zus is een handwerkster. En dan met de klemtoon op de laatste lettergreep.
Als klein meisje kon ze al prachtig borduren. En op haar 12e breide ze al een trui voor zichzelf.
Ik had daar een enorm ontzag voor
en weet ook nog hoe die trui was :  rood met een streep van zwart en wit aan de boord.
Prachtig vond ik dat en ik wilde dat ook kunnen als ik 12 was.
Dat bleek een ijdele wens.  Ik was een ramp op handwerkgebied.
Ik was goed in met poppen spelen. En mijn zus maakte de mooiste poppenkleertjes, “gewoon” door patronen van babykleertjes te verkleinen tot poppenformaat.
Mijn vriendinnetjes waren dan ook stikjaloers op mijn poppengarderobe.
Ik moest wel handwerken leren op school. Wat een ellende.
De jongens kregen op donderdagmiddag handenarbeid, de meisjes handwerken.
Op die middagen wilde ik ook wel een jongen zijn, en fijn zagen en timmeren en verven. Maar nee, ik moest leren breien en haken en borduren.
Ik broddelde mijn handwerkuren door, mijn werk was altijd groezelig, ongelijk, er zaten gaten in waar het niet moest, of juist rare verdikkingen.
Jute borduren voor een tas,  een slang breien om de verschillende breisteken onder de knie te krijgen, het was om te huilen.  En soms deed ik dat ook.
De ultieme ellende was toen ik in de 6e klas  een beertje moest breien.
Het voorbeeld zag er schattig uit, een echte knuffelbeer. Bruine  kop, handjes en voetjes  en een geel truitje met een rode broek.
Mijn beer was niet schattig. De kop was een rare verzameling van  bedoelde en onbedoelde meerderingen en minderingen,   uiteindelijk heeft de juf er nog een soort bolletje van weten te creëren.
De broek en trui werden aan elkaar gebreid, hiervan moest ik een voorpand en een achterpand breien,  volgens hetzelfde patroon.  Hoe ik het voor elkaar gekregen heb weet ik niet, maar het achterpand had een heel ander formaat dan het voorpand.
Ik kan me ook niet herinneren dat ik mijn beertje terug gezien heb op de jaarlijkse schooltentoonstelling.
Waarschijnlijk zat hij diep weggestopt in de bossen van speelgoedland,  in een tehuis voor mismaakte gedrochtjes.
Ik werd ook wel eens gematst,  soms mocht ik mijn handwerk mee naar huis nemen van de juf, om er thuis wat aan te doen omdat het anders nooit afkwam.
En er werd thuis wat aan gedaan, alleen niet door mij.  Mijn moeder en mijn zus wilden me nog wel eens
uit de brand helpen. Juf heeft er nooit iets van gezegd, maar ze moet stekeblind geweest zijn als ze niet  doorhad dat ik het gemaakte werk niet zelf in handen had gehad.
Maar misschien liet ze het lekker zo omdat het met mij toch vechten tegen de
bierkaai was.
Inmiddels had mijn zus de middelbare school  doorlopen en was ze de absolute
alltime-favourite van de handwerklerares geweest.  Het moet ook werkelijk heerlijk zijn om  eindelijk eens een echt getalenteerde leerling te hebben tussen de normale middelmatigheid.
Iemand die echt geïnteresseerd is in allerlei technieken,  en ze ook nog perfect en snel aanleert en uitvoert.
En zo was mijn zus dus, een bron van niet aflatende vreugde voor juf Karsemeijer.
En die kon haar geluk dan ook niet op toen ze vernam dat het zusje op school
zou komen !
Och wat een drama. Ik was de teleurstelling van haar loopbaan.
Ze had zulke hoge verwachting van mij,  maar ik denk dat nog nooit iemand zo snel van een torenhoge roze wolk is gedonderd als juf Karsemeijer.
Want ik kon niks! En ik vond het niet leuk en was ongeïnteresseerd.
Ik moest een babyjurkje smocken,  mijn moeder heeft ‘t voor me gedaan.
Ik moest een patchwork- tas maken,  mijn tante heeft me een handje geholpen.
Het enige wat ik wel leuk vond was macramé.  Maar dan alleen het grove werk met touw,  niet dat gepiel met dunne katoenen draadjes , die uiteraard een veel mooier resultaat op zouden leveren.
Maar met gekleurd touw een plantenhanger maken, dat lukte nog wel,  en dat heb ik dan ook gedaan.
Hehe, eindelijk helemaal zelf een werkstuk gemaakt.  Ik kan me niet meer herinneren wat juf Karsemeijer ervan vond. Ik denk dat ze mij ook uit haar herinneringen verdrongen heeft eerlijk gezegd.
Toen ik naar de kleuterleidsters-opleiding ging, was het mode om in de klas, onder de
les te breien!
En dat moest ik dan ook maar doen.  Ik begon manmoedig (of vrouwmoedig in mijn geval) aan een trui voor mezelf.  Banaangele wol, naald 5, tricotsteek, dat moest toch lukken.
En ja, het is gelukt.
Beetje ongelijkmatig, de mouwen waren niet lang genoeg, de kleur stond me ook voor geen meter, maar ik had een trui gebreid!
Ik voelde me trots.  En eigenlijk vond ik breien toch wel een beetje leuk!
Dus ik begon nog wat anders. En uiteindelijk ben ik heel veel gaan breien. Niet alles werd even geslaagd, maar over het algemeen lukte het steeds beter.  Voor mezelf. Voor familie.
Voor mijn opvangkinderen . Ik heb in de loop der jaren wat afgebreid!
Gister heb ik een kabeltrui voor Bert afgemaakt.  Hij is erg mooi geworden en ik ben er trots op!
En helemáál trots  omdat mijn zus gezegd heeft dat hij prachtig is !
Juf Karsemeijer zou niet weten wat ze zag……


SANYO DIGITAL CAMERA

Wil je weten wat mijn zus allemaal voor prachtige dingen maakt, kijk dan op
defrottendenachtwacht.blogspot.nl

Voorproefje

Soms voel ik me een echte oma.
Dat komt ook wel omdat ik veel kleine kindertjes om me heen heb.
Ik hoor soms gewoon mijn moeder praten door mijn eigen stem:  zoals zij tegen mijn
kinderen praatte toen ze klein waren, zo praat ik tegen mijn kleine opvangkinderen.
Daar is op zich niks mis mee, maar soms zeg ik tegen mezelf:  “Hoor nou toch eens!
Nu word je oud! “ En dan lach ik om mezelf.
Afgelopen weekend zijn Bert en ik weg geweest.  We hadden  een piepklein huisje
in Drente gehuurd, van particulieren.
Het was verdeeld in een entree met aan de rechterkant een douche en aan de linkerkant
een toilet,  en verder een grote kamer als leefruimte.
In de hoek stonden twee comfortabele seniorenbedden,  in de hoek diagonaal daar
tegenover  een zitje:  twee gerieflijke stoelen , een salontafeltje en een tv-kast.
In een andere hoek stond nog een eettafeltje met rieten stoeltjes.
En aan het begin van de kamer over de hele breedte een keukenblok,
afgeschermd door een barretje.  Heel gezellig allemaal en comfortabel.
Ingericht op twee personen.
Maar toen we daar zaten ’s avonds,  in onze stoelen,  kijkend naar een natuurfilm op tv,
met waxinelichtjes,  glaasje wijn en glaasje bier op tafel,  toen  zag ik onszelf  ineens zitten!
“We lijken wel een stel bejaarden!”,zei ik.“Zo kunnen we alvast wennen voor als we oud zijnen een kamer hebben in het bejaardenhuis. Kijk ons nou,ieder in onze eigen stoel,
drankje bij de hand,  opa de beentjes op tafel,  oma met de slofjes op het vloerkleed,
David Attenbourrough op de buis…. en strakjes zo hup ons seniorenbed in .”
We lachten erom.
En toch.  Zou het zo fout zijn, als het zo zou gaan?  Zouden we juist geen gezegende mensen zijn als we op die manier oud mogen worden?  Gezellig samen,genieten van een drankje,een kaarsje op tafel,  mooie film op tv.
Het heerlijk-samen-gevoel,in goede gemoede zwijgen,omdat we ons toch wel op ons gemak voelen bij elkaar.
Geen gekibbel, geen gezondheidsproblemen,  en vooral: geen moeten.
Genieten van de dingen die we hebben,samen.
Ik hoef er  eigenlijk niet om te lachen. Ik teken ervoor !

SANYO DIGITAL CAMERA