Alle berichten door Annelies

Zes bestemmingen in vijf dagen (5)

Het sliep prima in dat boothotel en het ontbijt bleek eveneens prima. Het leuke van een buffet is dat je kan kiezen.
Ik zat heerlijk te genieten van een minicroissantje met jam, een cracker met fricandeau, een bakje yoghurt met honing en gepofte rijst en een appeltje.
En keek met verbazing naar wat er aan de overkant van de tafel allemaal naar binnen ging. Eerst ook een minicroissantje met jam. Toen een grote maanzaadbol met scrambled eggs en gebakken spek.

En dat was blijkbaar nog niet genoeg, want toen nòg een grote bol met ham en kaas. Waar laat die man het? Ik weet het niet hoor. Ik ben altijd degene die op moet letten dat ik niet teveel aankom en hij schuift allerlei caloriebommen naar binnen en blijft altijd hetzelfde! 
Het enige waarvan we ongeveer dezelfde hoeveelheid nemen is koffie. 

In ieder geval hadden we dus een goede bodem gelegd voor onze stadswandeling van vandaag.
Dat was geen van te voren uitgezette van de VVV of zoiets, maar een heel persoonlijke.
Afgezien van het huis in de Saftlevenstraat, waar ik in Memory Lane al over schreef, wilde ik straten bezoeken die ik alleen uit verhalen kende. Jeugdverhalen van mijn vader. Hij was de oudste van 8 kinderen en heeft voor de Saftlevenstraat nog op drie andere adressen gewoond: hij is geboren in de Blokmakerstraat, opgegroeid op de Mathenesserdijk en in de Dirk Danestraat. De adressen lagen dicht bij elkaar, dat was voor ons wel makkelijk natuurlijk. 

Het was vanaf het hotel best te lopen, eerst door de stad en daarna een groot stuk langs de Delfshavense Schie. Wat mij opviel? Dat er blijkbaar nog niet zoveel veranderd is ten opzichte van de gildekwartieren in de Middeleeuwen. Een hele straat met kappers en barbiers, een andere  met autogarages en bandenbedrijven, je vraagt je af hoe die allemaal naast elkaar kunnen bestaan, maar blijkbaar lukt het. Daar moet je dan denk ik toch voor in de grote stad zijn.

Het geboortehuis van mijn vader was er niet meer. In de oorlog is bij het bombardement de Blokmakerstraat vernield, daar staan nu na-oorlogse flats.
Op de Mathenesserdijk stond ik erg te twijfelen of dit misschien nog wèl het originele huis was, en tot mijn plezier las ik op internet dat dit gebouw uit 1925 stamt.

Dus daar heeft mijn vader ook echt gewoond, van zijn 2e jaar tot zijn 8e jaar. Ik was een beetje aangedaan, dat hij daar zijn peuterstapjes heeft gezet, een schoolkind werd. Een Rotterdams jongetje wat halsbrekende toeren uithaalde, door met zijn fiets over de uiterste rand van de havenkades te rijden. Dat hij nooit in het water gepleurd is (om het maar even op z’n Rotterdams te zeggen) mag een wonder heten.
Toen het gezin groter werd zijn ze dus naar de Dirk Danestraat verhuisd, die daar ook weer vlak bij was.

Ook dat huis heeft de oorlog niet doorstaan, mijn zus wist dat het gezin, omdat de woning zo beschadigd was dat hij op instorten stond, nogmaals is verhuisd. Toen  dus naar de Saftlevenstraat, mijn vader was toen 15. 


Ik vond het echt zó gaaf om daar in die buurt rond te lopen en te kijken, wetende dat hij daar gespeeld had, naar school gegaan was, kortom stadsjongetje geweest was.
Ikzelf heb mijn vader namelijk nooit als stadsmens gekend, hij wilde altijd ruimte en natuur om zich heen. Daarom had hij later ook nooit behoefte om terug te gaan en me die straten te laten zien.
Maar nu deed ik dat dus gewoon zelf! 

Uiteindelijk hadden we alles gezien wat ik wilde en gingen we op zoek naar koffie. Bij een buurtcafeetje aan de Schiedamseweg mengden we ons tussen een stel rasechte Rotterdammers, zo te zien mensen die daar dagelijks hun koffie (of ochtendbiertje) en babbeltje kwamen halen. Echt oergezellig en we werden ook gewoon in de gesprekjes betrokken. 
Ik genoot stiekem van het Rotterdamse accent, ik had zo mee kunnen doen. De Groningse tongval lukt me niet, maar het Westerse Rotterdams en Leids zijn me eigenlijk aangeboren. Niet dat we dat thuis spraken, ben je gek. Ook geen Hilversums, waar ik zelf geboren ben. Dat was plat, dat kon bij ons thuis echt niet. Algemeen beschaafd Nederlands, en anders kreeg je op je kop. Maar ik vond het nu heerlijk om dat zangerige toontje te horen en de ronde o’s.

(even een zijstapje: in de corona tijd was er een liedje van Jopie Parlevliet over mondkapjes en zong hij/zij: Tebbie nou op je muil? en ik lachte me daar echt tranen om https://www.youtube.com/watch?v=eslSLLeGoIM)

Na de koffie liepen we de Schiedamse weg helemaal af en was ik ontzettend verrast om zomaar een oeroud stukje Rotterdam aan te treffen. Ik bedoel: hoe bijzonder is dit?  

En wat ontzettend mooi dat dit gespaard is gebleven in het afschuwelijke oorlogsgeweld. 

Sowieso is het bijzonder vind ik, de mengelmoes van oud en nieuw in Rotterdam. In één straat kan je dat vaak al zien. We hebben ook het beeld van Zadkine gezien, ‘Verwoeste Stad.’ Het verbeeldt zo goed wat er gebeurd is, met het gat in de romp.


In de loop van de middag werd ik wel moe, mijn voet is nog niet 100 % zoals ze voor de breuk was. Ik wilde wel naar het hotel. Maar het was best nog een eindje lopen en ik moest zo nodig plassen. Toch had ik geen zin om daarom nog weer op een terrasje te gaan zitten, ik was ook bang dat ik na rust helemaal niet meer op gang zou komen. Maar ik kon het niet meer volhouden. Juist waren we bij de Kunsthal. Ik pakte mijn museumjaarkaart, kreeg een toegangsticket en ging snel naar de wc. Wat overigens een rare ervaring was, want aan de binnenkant van de deur hing een levensgrote spiegel. Dus zat ik naar mezelf op de plee te kijken! Ik weet niet of dat ook als kunstuiting bedoeld was, maar voor mij hoeft dat echt niet. Maar ik was natuurlijk wel opgelucht dat ik met een lege blaas weer verder kon, dat dan weer wel.

Toen we bij het hotel waren wilde ik even mijn benen laten rusten op bed. Maar juist dat moment was de schoonmaakmeneer bezig op onze kamer. Ik zei: ‘Sorry, ik moet ècht zitten’ en plofte op de gemakkelijke stoel die hij in de deuropening gezet had om te voorkomen dat de deur weer dichtklapte.
Bert ging een biertje drinken op het terras, ik kon werkelijk geen stap meer verzetten.
De kamermeneer maakte het bed netjes op en ging daarna nog in de badkamer aan de gang, ik had toen het hart niet om alvast op dat bed neer te ploffen, dus ik bleef keurig in mijn stoeltje zitten. Er kwam een andere kamermeneer helpen en die had mij eerst niet in de gaten. Werkelijk, de man schoot bijna uit zijn sokken van schrik. Vervolgens kreeg hij de slappe lach en piepte in het Engels dat hij mij niet gezien had omdat mijn jurk zo op de stoelbekleding leek.
En verdomd de man had nog gelijk ook en toen zat ik ook te gieren.
Uiteindelijk waren ze klaar en kon ik eindelijk de beentjes rust gunnen. 

Wordt vervolgd. 

Zes bestemmingen in vijf dagen ( 4 en 5)

Twee keer ontbijt in Oss betekende dat ik de halve pot vijgenjam van mijn zus heb leeggegeten. Ik wil hier ook vijgenjam. 

Op naar Leiden, naar Naturalis. Bestemming 4. 
We hadden een tijdslot moeten reserveren en met de routeplanning hadden we er geen rekening mee gehouden dat we ’s avonds hadden gekeken (wanneer je 130 km mag rijden) en ’s morgens daadwerkelijk gingen (wanneer je 100 km mag rijden)  Dat is ons al vaker gebeurd en het scheelt toch al gauw een kwartier à half uur, afhankelijk waar je heengaat natuurlijk.
Maar gelukkig konden we goed doorrijden en kwamen we net op tijd aan. Alleen was de parkeerplaats vol. Hoe dan, je reserveert toch? 
Miep Stress vloog natuurlijk de auto uit, om bij de kassa te melden dat we er wel waren maar nog niet konden komen. De man bij de kassa reageerde zeer laconiek en Miep Stress voelde zich lichtelijk belachelijk. Eigen schuld, had ze maar Miep Kalm moeten zijn. 

Het duurde gelukkig niet lang voordat de auto alsnog geparkeerd kon worden en we konden naar binnen. We zouden zèlfs nog tijd hebben, voordat de daadwerkelijke T-rexperience begon, om een kopje koffie te nemen. Of thee, want het was al 12 uur geweest en dan moet deze vrouw eigenlijk geen cafeïne meer hebben wil ze ’s nachts nog kunnen slapen. 
Maar man moest eerst nog naar de w.c.  Prima, moet ik ook wel eens.
Maar dat duurde! Ik heb ondertussen de hele inventaris van de museumwinkel bekeken, een praatje aangeknoopt met de ticketcontroleur, gekeken waar we straks even konden gaan zitten met onze koffie en thee. Als we tenminste überhaupt nog konden gaan zitten want de tijd schreed voort. 
Hèhè, daar kwam man eindelijk aan. Ik hoefde verder geen details te weten (en jullie denk ik ook niet) maar sleepte hem zo’n beetje het restaurantje in. 
We hadden onze drankjes op tijd op en konden naar de attractie. Want dat was het eigenlijk. Ik zal niet uitgebreid vertellen wat het precies was, want misschien wil een lezer er ook nog heen. Laat ik volstaan met te zeggen dat het kort, maar hevig was.
Enorm leuk gedaan , ik zat er helemaal in tenminste, ook al wist ik dat het ‘nep’ was.  Je gaat tenslotte niet iedere dag met een tijdcapsule meer dan 65 miljoen jaar terug naar een jurassisch woud. O nou heb ik toch al wat verklapt, sorry. 

Na deze ervaring gingen we nog eventjes wat rondkijken in Naturalis (dinoskeletten!)


en halverwege de middag weer weg, naar Rotterdam. Bestemming 5.

Ik was enorm in mijn nopjes geweest dat ik zo’n vreselijk leuk hotel had gevonden. We hebben namelijk wat verschillende maatstaven, man en ik. Man wil, als we naar een stad gaan, graag een hotelletje in het centrum, liefst authentiek en klein. Ik wil graag een beetje rust en comfort en als het kan zelfs wat luxe.
Dit had het allebei. Het was het H2Otel, dat in de Wijnhaven op pontons dreef en waarvan de kamers op luxe kajuiten leken. Midden in het centrum van Rotterdam, en toch zo rustig als ik me maar wensen kon. En op het water, man is namelijk ook een groot haventjesliefhebber. 
We konden er ook een parkeerplaats bij reserveren, wat in het centrum van Rotterdam natuurlijk ideaal is. 
Het stelde ons ook niet teleur, zo vriendelijk ontvangen, leuke kamer met uitzicht op de Wijnhaven, welkomstdrankje op het terrasje op het water, het was perfect.
Na dat drankje wilden we wel even alvast de stad in. Nog niet op zoek naar de adressen die ik wilde (laten) zien, maar gewoon wat rondkijken. 

Het was prachtig weer, we liepen langs de kades, er klonken allemaal verschillende talen om ons heen van alle andere toeristen, en de vakantiestemming was compleet. 
We kwamen bij de oever van de Maas en dat vond ik zo’n mooi plekje dat ik daar even wilde blijven. Ik ging in mijn eentje op de trap zitten genieten, want man wilde graag langs de kade verder lopen en boten en bruggen kijken.
Ik heb me niet verveeld, integendeel. Het was een plekje met uitzicht op de Erasmusbrug en daar werd gretig gebruik van gemaakt. Door influencers of meisjes die dat graag wilden zijn, vloggers of youtubers of noem het maar. 
Een meisje in een felroze wapperjurk, geflankeerd door twee mannen, nam allemaal gekunsteld spontane poses aan en werd tachtig keer op de foto gezet. Voetje vooruit, teenspitsen op de grond en de hiel geheven, been elegant gebogen door de split van de wijde rok, er werd nog een extra knoopje van het decolleté opengedaan…De ene man nam foto’s terwijl de andere tussendoor om haar heen bleef springen om nog wat te verschikken aan haar lange haar, om… ja weet ik veel wat hij allemaal deed, ik zat op veilige afstand te gieren op mijn traptrede. 
Eindelijk was er genoeg gefotografeerd en liepen ze verder. Ik denk dat Instagram wel wat gezien heeft van die plaatjes.
Ze waren amper weg of de volgende kwamen er aan. Twee meisjes, die zo’n beetje hetzelfde ritueel volgden. Alleen moest het gefotografeerde meisje nu steeds keuren hoe het geworden was, werd het resultaat blijkbaar afgekeurd en moest het hele circus weer opnieuw. Nog even sexy de mouw langs haar schouder naar beneden laten zakken… verdorie, zat haar lange haar daar weer voor, zag je dat nog niet. Vriendin had een eindeloos geduld, ik had zwaar bewondering voor haar. 

Uiteindelijk kwam mijn eigen man weer terug, die hoefde geen fotosessie dus we gingen de stad verder in.
Op een gegeven moment zei hij: ‘Volgens mij heb ik kauwgum onder mijn schoen ofzo.’ Ik zag inderdaad iets rubberachtigs onder zijn zool tevoorschijn komen. Alleen wàs dat zijn zool. Die liet los, grote drellen rubber hingen aan zijn voeten. Ik stikte van het lachen, dit was niet de eerste keer dat hij versleten schoenen bleek te hebben op vakantie. Een aantal jaar geleden waren we op wandelvakantie in de Harz en zei ik, toen ik achter hem liep: ‘Je hak laat los, weet je dat wel? ‘ Binnen een kilometer was de rest ook losgelaten en liep hij als Pipo de Clown op flapschoenen te worstelen om toch nog bij het hotel te komen. Dat werden dus de Harzer Flappen. Nu presteerde hij het om Rotterdamse Flappen te hebben. Alleen waren dit sandalen en gelukkig geen dure wandelschoenen.  
‘Nou zeg,’ zei hij verbolgen. ‘Dit waren echt niet zulke goedkope.’ Ik lachte nog harder en herinnerde hem eraan dat hij ze minstens 12 jaar geleden al gekocht had en er iedere zomer op had gelopen. Gauw maar op zoek naar nieuwe schoenen. We zagen een winkel van Van Haren en renden erheen. Het was 7 minuten voor 6 en we mochten nog naar binnen. We renden naar de herenafdeling, een medewerker rukte een schoenendoos met de juiste maat sandalen tevoorschijn, die pasten en waren vrijwel identiek aan het kapotte paar, dus man was tevreden en rekende om 1 minuut voor 6 af. De flapschoenen mochten ze houden en wij konden even bijkomen van het turbo-winkelen. 

We wilden wel een tentje opzoeken om wat te gaan drinken en daarna te eten. We liepen richting de Markthallen. Daar werd de weg versperd door een grote bergingsauto. Tja, in de stad kan je ook pech krijgen. Maar alweer schoot ik in de lach, want op die grote auto stond heel klein en zielig een scootmobieltje. Het was een beetje als een grote winkelwagen met 1 koetjesreepje er in.  

In de Markthallen was het gigantisch druk en bloedheet. Niks voor mij, eruit!
We vonden verderop een leuk Italiaans restaurant, het terras was flink bezet maar er was nog een tafeltje voor twee vrij.
De ober vertelde  wat de pizza van de maand was:  Een pizza bianco met geitenkaas en vijgen en..’Stop maar, ik weet genoeg,’ Uiteraard koos ik die en ik had echt niet lekkerder kunnen eten. Glaasje Pinot Grigio erbij, perfect! Mijn lieve echtgenoot met zijn nieuwe sandalen koos gegrillde zwaardvis en dat bleek ook heerlijk. 

Zeer tevreden gingen we terug naar onze boot. 

Wordt vervolgd.

Zes bestemmingen in vijf dagen. ( 1,2 en 3)

Je kent die verhalen wel van mensen die in een ander werelddeel wonen en dan in een week heel Europa bezoeken. 
Wij deden dat afgelopen week in het klein. In 5 dagen hebben we 2 dorpen en 4 steden bezocht. 

Niks voor mij eigenlijk, ik word altijd wat nerveus van strakke programma’s. Maar deze keer niet, want alles paste perfect in elkaar. Een belangrijke reden was ook dat we hier vanuit Noord Groningen lang moeten reizen om de plaatsen te bezoeken die we al een poosje op ons verlanglijstje hadden staan. En ik stelde dus alsmaar van alles uit.
Wel hadden we dan èindelijk met zus en zwager afgesproken dat we naar hen toe zouden komen, door corona en andere omstandigheden was dat al veel te lang geleden. Zij wonen in Oss. We konden dan mooi ook met z’n vieren gezellig een dag naar Den Bosch, zus had al heel vaak gezegd dat we een keer moesten gaan varen op de Binnendieze. Daar hadden wij uiteraard geen enkel probleem mee.
Ikzelf had al heel vaak gezegd dat ik graag een keer naar Rotterdam wilde, nog eens kijken naar het huis waar opa en oma woonden en ook eens de straten opzoeken waar mijn vader geboren en opgegroeid was. Bert kwam met het lumineuze idee om dat na het bezoek aan zus en zwager te doen, dan hoefden we niet eerst helemaal naar huis en daarna weer een keer 3 uur rijden naar Rotterdam.

Vervolgens kwam ik erachter dat er een speciale dinosaurustoestand in Naturalis in Leiden was, de T-rexperience. Eigenlijk wilde ik daar ook wel heel graag heen. Dus dat planden we er nog tussen, vanuit Oss eerst naar Leiden en van daaruit naar Rotterdam. Als laatste bedachten we (of eigenlijk weer Bert) dat we dan ook vlak bij Brielle waren, waar we een podwalk van Het Verhaal van Nederland konden gaan maken, als we in Rotterdam klaar waren.

Maar stiekem was dat niet het laatste, want we planden nog iets helemaal vooraan: voordat we naar Oss gingen, reden we eerst nog naar Huis ter Heide om kinders en kleinkind aan ons hart te drukken, we hadden ze nog niet gezien na hun vakantie. 
Nou, en zo geschiedde.  Zondag weg en donderdag weer thuis, alleen voelde het alsof we veel langer weg zouden gaan.  

Uiteraard was het heerlijk om de kinderen weer te zien, kleinzoon te horen kwebbelen, versgebakken Italiaanse taart te eten en even bij te kletsen. Bestemming 1 was bereikt. 
Op naar het volgende.

Bestemming 2 was Oss, waar we hartelijk ontvangen werden met taart, tosti’s, koffie, thee en tot mijn blije verrassing Kilkenny Irish Red. Op de een of andere manier is het Ierse bier in mijn eigen woonomgeving blijkbaar verbannen en het is juist zo lekker.
’s Avonds gingen we naar Ome Toon. Klinkt als een gezellig familielid die we ook hoognodig weer eens moesten bezoeken, maar het is een Burger- en Grill restaurant. Onze gastvrouw en -heer hadden namelijk (ook weer vanwege corona) nog een etentje van ons te goed.
Om de vakantiestemming helemaal compleet te maken begon ik met een Limoncello Spritz.

Het lijkt op de foto of mijn zus niets in haar glas heeft, maar zij had een Aperol Spritz, die dezelfde kleur had als haar jurk! 
Het was ontzettend gezellig samen, het eten was heerlijk, wat wil je nog meer?
Nou, wat we nog meer wilden was dus de volgende dag naar Den Bosch. Bestemming 3.

Ook op maandagmorgen zijn er Bossche bollen verkrijgbaar, maar omdat ik niet zo’n slagroomfan ben en Bert wel, is deze foto van hem. 

We zijn in de St.Jan geweest, prachtig natuurlijk.
Vanaf 12 uur waren de winkels open, ik had het best koud en moest dus echt even een leuk jasje kopen. Wat vervelend nou weer. Maar het was echt fris en het miezerde, dus tja wat doe je dan.
Daarna was het alweer tijd voor lunch, er is wat afgegeten en gedronken deze dagen! 

Om kwart over 2 gingen we varen, op de Binnendieze dus. Inmiddels was de zon volop doorgekomen en was het heerlijk. 

Die Binnendieze stond halverwege de jaren ’60 op de nominatie om gedempt te worden, hij had geen functie meer. Want geloof het of niet, tot dan toe werd hij als riool gebruikt.
Tot mijn starre verbazing hoorde ik dat dit geen uitzondering was. In Amsterdam, Utrecht en nog meer grote steden, was toen ook nog geen goed rioolstelsel en werd alles in de grachten geloosd. Ik wil dus ook nooit meer iets horen over het ‘achtergebleven’ gebied waar ik woon, waarschijnlijk was er hier eerder riolering dan in de beschaafde grote steden! 

Gelukkig waren er twee belangrijke Bosschenaren die de Binnendieze als monument wilden houden en hierin zeer vasthoudend waren, zodat ze uiteindelijk voor elkaar kregen dat de Binnendieze niet alleen behouden werd, maar ook gerestaureerd. Er waren/zijn namelijk veel tunneltjes en doorgangen die onderhoud nodig hadden om te kunnen blijven bestaan. 
Er is, behalve de rondvaarten, geen ander vaarverkeer en dat maakte de rondvaart heel speciaal. 
Op een gegeven moment werd de Binnendieze zelfs even de Buitendieze en voeren we om de stadsmuur heen. Dit is toch prachtig?

Overigens had ik de allerbeste plek. Dat was niet mijn opzet, toen ik in de boot stapte schoof ik zover mogelijk naar achter, zodat de andere passagiers er ook nog bij konden. Alleen bleek dat uiteindelijk juist de voorkant te zijn en zat ik dus pontificaal vooraan.
Soms moesten we even bukken of verder naar het midden buigen omdat de doorgangen zo laag en/of smal waren. De tunneltjes waren gelukkig niet lang genoeg om me echt claustrofobisch te laten worden, maar ik vond het wel spannend!
Het was echt een fantastische middag zo.

Uiteraard moest er daarna nog maar weer eens gegeten en gedronken worden, dit keer werden wij meegenomen, naar een Griek. En dat was ook weer heerlijk!
We hebben stiekem nog even enorm veel plezier gehad. Een man en een vrouw marcheerden achter elkaar aan en bleven op de hoek van de straat stilstaan. Vervolgens keken ze allebei met het hoofd in de nek naar de hoge toren van de St. Jan. Het zag er zo verschrikkelijk komisch uit. Hij was mager, in een korte broek, streepjesshirt en rugzak, zij wat steviger, in een soort safaripak met korte broek en bloes en eveneens een rugzak. Recht achter elkaar, exact dezelfde houding, allebei een wipneus die scherp afgetekend werd tegen de helblauwe lucht… het kon zo een schilderijtje van Marius van Dokkum zijn. Ik vond het niet netjes om een foto te maken maar het plaatje was echt geweldig. Dan maar een foto van de toren waar ze naar keken.

Om een uur of acht gingen we maar weer eens huiswaarts. Alleen bleek de bus naar het Transferium, waar de auto geparkeerd stond, niet meer te rijden. Dan is het lang wachten bij de bushalte.
Maar Google weet altijd raad. Zo hadden we nog een extra stadswandelingetje, naar een andere bushalte. De chauffeuse was zo vriendelijk om ons met het P+R buskaartje wel mee te nemen, ook al was het een lijnbus. Ze zullen wel eens vaker met toeristen te maken krijgen. 

We bleven nog een nachtje slapen in Oss, voordat we de volgende dag naar bestemming 4 en 5 zouden gaan. 

Wordt vervolgd!

Memory Lane

We zijn een paar dagen weggeweest. Ik ga nog schrijven over wat we allemaal gedaan en gezien hebben, maar eerst moet er iets anders. Omdat ik, nu ik thuis ben, overspoeld ben door herinneringen en emoties. Goede herinneringen en goede emoties. Maar wel heel intensief. Het voelt ook wel kwetsbaar, maar ik zit nou eenmaal zo in elkaar dat ik, als iets me raakt, er over wil schrijven. 

Memory Lane, oftewel de Saftlevenstraat in Rotterdam. Op nummer 9b woonden mijn oma, opa en tantes. Een herenhuis waarvan zij de begane grond en het souterrain bewoonden. 
Ikzelf was een heel klein meisje toen ik daar kwam, toen ik echt een schoolkind geworden was, waren mijn oma en opa overleden en de tantes naar de Alexanderpolder verhuisd. 
En toch heb ik er vrij veel en vooral intens goede herinneringen aan.

Toen we er afgelopen woensdag naar toe liepen zag ik eerst al een toren waar ik echt nooit meer aan gedacht had maar die ik direct herkende. Die van de Arminiuskerk, weet ik nu.

Ineens voelde ik kriebeltjes in mijn buik, ik wist dat ik hier vroeger gewandeld had en dat dat leuk was. 
Want voor mij als klein kindje was het altijd fijn om naar oma en opa in Rotterdam te gaan.

We liepen de Saftlevenstraat in en daar zag ik het huis. De gevel was nog precies zoals ik me die herinnerde, alleen was het lang zo groot niet meer.

De 3 granieten treden en de bovenste trede van marmer waren er dus ook nog. Een hele klim voor peuterbeentjes, voordat de voordeur openging en we een halletje instapten waar een prachtig geslepen glazen tochtdeur was. Daarachter een, in mijn herinnering, ontzettend lange gang met aan het einde de keuken. Daar kwam oma ons tegemoet, met haar witte schort voor, een brede glimlach en uitgespreide armen. Er hing een geur van verse koffie, sigarenrook en gezelligheid.

Het huis was smal maar lang , met verscheidene kamers achter elkaar. ‘Boven’ de kamer van opa en oma, een tussenkamer die als rookkamer gebruikt werd en een zitkamer, en aan het eind dus de keuken.
Er was zowel aan de voorkant als aan de achterkant een trap naar het souterrain, waar ook weer een aantal kamers achter elkaar lagen, die werden gebruikt door de tantes. 
Bij beide trappen was een w.c., wat een luxe, twee toiletten! Eentje had een gewone zwarte bril, maar de andere een houten, waar een dikke noest inzat waar ik heel bang voor was. Dus daar wilde ik echt niet op. 

Ik gluurde nu stiekem even door het raampje in de deur, zag wel de gang en de trap, maar de mooie tochtdeur was er niet meer. 

Naast het huis was een poortje, maar dat zat op slot. Jammer, ik had ook graag nog even in de tuin gekeken. Ik zag gelukkig nog wel een boom. De stadstuin was er dus nog wel. 
Ook die herinner ik me nog zo goed. Aan de voorkant was er alleen maar stoep, maar achter een echte tuin die je vanuit het souterrain kon bereiken. Door de kamer van tante Wil, die had tuindeuren. 
Er lag destijds een grindpad in de tuin van grote stenen, veel groter als die we thuis hadden. En er waren bloemen en struiken en bomen. In de deuropening hing oma dan een schommel voor me op. 

Lieve oma. Ik heb haar maar zo kort gehad, ik was een kleuter toen ze overleed. Maar het greep me nu aan hoeveel ze voor me heeft betekend en hoeveel ik nog weet van haar en mij samen. 
Ik was, als ik het goed geteld heb, haar vijfde kleinkind. Maar voor wat betreft haar liefde en aandacht was ik net als haar eerste. 

Oma duwde de schommel en zong daarbij een liedje. Nooit meer vergeten, afgelopen zomer zong ik het zelf nog, toen ik mijn eigen kleinkind op de schommel duwde:

Schommelen, schommelen, heen en weer
Hoger, hoger, telkens weer
Stevig hou ik de touwtjes vast,
Als een matroosje in de mast.

Binnen spelen was ook leuk. Ik kreeg een enorme benen kam en mocht daarmee de franjes van de vloerkleedjes netjes maken. En oma vond dat ik het prachtig deed, de kleedjes hadden er nog nooit zo netjes uitgezien. 

Opa was ook lief. Hij rook altijd naar scheerzeep en sigaren, en soms een beetje naar cognac. 
Hij reageerde weleens expres niet als ik, als peutertje, hem riep, omdat hij het zo grappig vond als ik ongeduldig werd. ‘Opa! Opa! Ooooopaaa!  OOOOOOHOOOOP! Vooral dat laatste vond hij geweldig, heb ik me later laten vertellen.
Hij was wel een beetje teleurgesteld toen hij mij als tweejarige meenam naar Diergaarde Blijdorp en me van alles wilde laten zien, en ik bleek alle dierennamen al te kennen. 
Toen al een betweter.

En de tantes. Tante Nel had haar kamer aan de voorkant in het souterrain. Er was een zwarte kachel en mooie blauwe stoelen, en bij tante Nel mocht je altijd spelen. Met haar sieradendoos, met haar sjaaltjes, op haar hakschoenen lopen. Maar ook haalde ze de viewmaster tevoorschijn met een hele doos schijfjes met mooie plaatjes. Ze had tekenspullen en plakkertjes en van alles wat leuk is voor een klein kind en was altijd heel lief.

Tante Wil had de kamer aan de tuinkant, daar kwamen we alleen als we naar buiten mochten. Eigenlijk was ik soms een klein beetje bang voor tante Wil, ze was ook heus lief maar had niet zoveel geduld als tante Nel en was ook veel strenger.
De kamers er tussen? Ik weet het niet meer, die waren vroeger in gebruik geweest door het grote gezin, maar de twee tantes waren de enige van de 8 kinderen die er nog woonden. 

Maar toen ik er afgelopen woensdag was, zag ik veel meer dan alleen die gevel. Ik zag mijn vroege jeugd en was eigenlijk verbijsterd hoeveel ik van die paar jaar nog weet. Hoeveel impact die bezoeken aan oma, opa en de tantes hebben gehad. 

Ik zag het interieur voor me, het uitzicht vanuit de keuken, de gordijnen aan de hoge ramen. Ik weet zelfs nog hoe de suikerpot eruit zag,  geribbeld rood glas. (of misschien zou het nu kunststof blijken te zijn) 
De gekrulde trapleuningen, de witte douchebak beneden, met een groene slang aan de kraan en een geel douchegordijn. 
Hinkelen op de tegels in het souterrain. Verstoppertje spelen en als de zoeker de ene trap afging zelf gauw de andere trap weer op. 
Taart eten bij oma in de keuken. 

Ik heb nu nog wel een paar recepten trouwens van haar, die ik regelmatig maak. 

Vanavond zou ik gaan koken, maar ik liep maar wat heen en weer, er kwam niets uit mijn handen. 
Er was iets wat me bezig hield, maar waar ik mijn vinger niet op kon leggen.
Tot ik het ineens wist. Zo helder als een filmbeeld kwam een herinnering boven. En niet zomaar een, maar de àllervroegste jeugdherinnering die ik heb. 
Ik was nog zo klein dat ik in een wandelwagentje zat. En oma was er. We waren bij een vijver en oma riep: ‘Eendjes! Kom maar bij Anneliesje, boterhammetjes eten!’ 

Het greep me zo aan! Alsof je zomaar ineens in een tijdmachine zit en bijna 60 jaar terug gaat en ziet waar je toen was en wat je deed en met wie. 
Het was fijn en goed om even terug te zijn, daar in Rotterdam. Het heeft een schatkist met herinneringen opengemaakt. Ik word er erg gelukkig van.

Mijn boek is af

In deze titel zijn allevier de woorden belangrijk.

Mijn. Het is helemaal van mij, ik heb het bedacht en geschreven.

Boek. Ruim 55.000 woorden, 31 hoofdstukken, 1 verhaal. 

Is. Het bestaat, staat zwart op wit, heeft gestalte.

Af. Klaar, gereed, finished!

En ik ben voldaan en trots. Ik schrijf over alles wat los en vast zit, maar ik heb nog nooit een heel boek voor volwassenen geschreven. Het klinkt cliché, maar het was een echte uitdaging. Hoe ga ik het verhaal opbouwen, wie komen er in voor, wat gaan ze doen, wat gaan ze laten? Wat is het plot, de clou? Allemaal dingen die me tot nu toe weerhielden om er überhaupt maar aan te willen beginnen. Ik wist het gewoon niet. Genoeg onderwerpen voor korte verhalen, voor blogs, maar voor een heel boek? Nope. 

Een schrijfwedstrijd gaf me net dat duwtje wat ik nodig had. Want wat heb ik al vaak voor die drempel staan dralen. Zonder dat ik er over stapte, want ik had geen idee hoe dat moest. 

Ik schrijf geen literatuur en lees het ook maar mondjesmaat. Ik hou van goedgeschreven boeken die prettig lezen en mijn aandacht vasthouden. Heel veel literatuur kan me niet echt boeien, sorry als ik voor sommige mensen vloek nu. Maar ach, wie bepaalt de grens tussen literatuur en lectuur? En is die eigenlijk belangrijk, lees gewoon waar je het meest plezier aan beleeft. Of het je nou laat lachen, intrigeert, misschien zelfs wel frustreert of emotioneert, alles is goed zolang je jezelf er goed bij voelt. 

Wat ik nu kon gaan schrijven voor deze manuscriptenwedstrijd, heeft alles wat mij boeit. Een gemakkelijke stijl, feelgood, beetje spanning, humor en een raadsel. De cozy detective dus, ik heb het in een vorige blog al eens genoemd. 

Al vrij snel had ik een onderwerp bedacht, de hoofdpersonages en wat er opgelost moest worden. Natuurlijk moet het niet in het eerste hoofdstuk al duidelijk zijn wie het gedaan heeft, er moeten een aantal personen opgevoerd worden die de lezer verschillende kanten uit sturen.
Mezelf kennende (ik ben administratief gezien niet de meest geordende) maakte ik een overzicht van de personages met wat relevante details en vulde daarmee een heel planbord. Zo kon ik niets over het hoofd zien en had ik alles keurig op een rijtje. Het beviel alleen niet, ik raakte alsnog in de war, het was een systeem van niks. Er bleken ook online programma’s voor te bestaan, maar die waren weer te uitgebreid en te ingewikkeld voor mij. Uiteindelijk heb ik een simpele multomap gekocht en blaadjes, om de boel bij te houden. En ik ben duidelijk zo ouderwets, dat dit systeem wel werkte voor mij. De personen, de plaatsen, de tijdlijn, wat achtergrondinformatie, het multomapje bewaarde alles keurig voor mij en ik kon toevoegen of weghalen wat ik wilde. Er zijn heel wat papiertjes verfrommeld in de afgelopen tijd, want lang niet alle ideeën zijn goed of uitvoerbaar. 

De afgelopen weken (eigenlijk maanden) stonden hier in het teken van Het Boek. Bert moet er wel gierend gek van geworden zijn op sommige momenten. Hij was mijn proeflezer, mijn vraagbaak, mijn aanhoorder, mijn criticus. En tussendoor moest hij ook nog dealen met dingen als: ‘we eten laat want ik ben de tijd vergeten, of: ‘wil je de tv wat zachter zetten want ik kan me niet concentreren’, of: ‘ik doe mijn lampje nog even aan want ik kan niet slapen’ en ‘wil jij even in je eentje met Lenny gaan lopen, want ik wil mijn hoofdstuk af hebben.’ 

Ikzelf werd er van tijd tot tijd volkomen door in beslag genomen, ik kon dan haast aan niets anders denken dat aan een  plotwending of hoe ik twee situaties logisch in elkaar kon laten overlopen. 

Ik liet mijn koffie koud worden, of ik vergat dat het lunchtijd was en dacht om 3 uur: eigenlijk heb ik best wel trek! 

Ik ging naar Tim en reed op de N34, kreeg een fantastisch nieuw idee en was dat zo enthousiast aan het overdenken, dat ik er pas veel later achter kwam dat ik een hele poos terug de afslag voorbij gereden was. 

Ik schreef zo intensief aan een belangrijk hoofdstuk dat zich op een zondag afspeelde, dat ik om half 5 ’s middags botergaar was en tegen Lenny zei: ‘Kom, ik moet nodig een luchtje scheppen’ en me vervolgens verbaasde dat het zo druk was op zondag in Leens. Het was donderdag. 

Ik droomde erover, ik kon soms aan niets anders denken en moest dan verplicht iets anders gaan doen van mezelf. Niet haken of wandelen, want dan had mijn hoofd genoeg tijd om ondertussen door te malen. Zoiets had ik nog echt niet eerder meegemaakt. 

Maar ik heb vooral enorm veel plezier gehad, veel nieuws geleerd (wat ik laat gebeuren moet tenslotte wel kloppen, dus informatie opzoeken was noodzakelijk) en ik heb me helemaal laten gaan. Sommige dingen had ik tevoren al gepland, andere dingen gebeurden gewoon tijdens het schrijven en ik ging maar door. De opdracht was minimaal 50.000 woorden, ik keek tussendoor regelmatig en hield er rekening mee dat ik hier en daar nog wat ‘vulling’ moest toevoegen om aan die limiet te komen. Maar hoe verder ik kwam, hoe meer vertrouwen ik erin kreeg, dat het me ging lukken met hetgeen ik erin wilde hebben.
En dat was ook zo. Gister overschreed ik die magische grens van 50.000 en ik heb daarna nog ruim 5000 woorden gebruikt om het boek op een goede manier te eindigen. Wat mij betreft staat er niks teveel en niks te weinig in en is het precies zoals het moet zijn. 

Nu laat ik het even rusten. Nadat ik uitgestuiterd ben over mijn prestatie om een heel boek te schrijven, laat ik het een paar dagen voor wat het is. Daarna ga ik het nog een keertje goed doorlezen en eventuele fouten eruit halen, misschien eens de woordvolgorde in een zin veranderen als dat lekkerder loopt. Ik zie het wel, nu gaat dat in ieder geval nog niet gebeuren. Eerst afstand nemen. Uitzoomen. En pas daarna stuur ik het op.

En dan? Wachten natuurlijk, en in spanning zitten. Wat vinden de mensen van de uitgeverij ervan, zijn ze net zo enthousiast als ik? Hoeveel inzendingen zullen er zijn, en van welk niveau? Maak ik een kans op uitgave? 

Werkelijk, ik heb geen idee. Maar hoe dan ook, ik ben mega trots op wat ik gemaakt heb. En het is een heerlijk gevoel dat ik eindelijk iets gedaan heb, waarvan ik wist dat het wel in me zat, maar waarvan ik nooit de manier kon vinden om het eruit te laten komen. 

Mijn boek is af!

Boommarter

Zodra ik je zie, weet ik dat het niet in orde is. Je bent van de schichtige soort, die zich niet aan mensen laat zien. Ik kan me dan ook niet herinneren dat ik ooit een soortgenoot van jou in het echt gezien heb. Ik loop naar je toe, ben je gewond of leef je niet meer? Het is duidelijk het laatste. Uitgestrekt ligt je prachtige koffiebruine lichaampje op het pad, je oogjes gesloten.
Mijn hond komt kijken. Ik wil hem tegenhouden, maar hij deinst zelf al terug. 

Ik kan niet zien waarom je gestorven bent, maar je aanblik maakt me stil. Inmiddels is het gaan regenen, de druppels veranderen je vacht in natte pieken. Bij leven was je vast gaan schuilen.
Het meest ontroeren me je voetjes, zo aandoenlijk met die kussentjes. Ze zijn volkomen gaaf maar je zal ze nooit meer gebruiken. Ik ken je niet, jij had niets met mensen, maar toch voel ik me verdrietig. Zo’n mooi en bijzonder diertje, ik had je graag in leven gezien. Was je een moeder, een vader, een jong? Laat je anderen achter? Ik moet niet zo overgevoelig reageren en knipper snel een traantje weg.

Het voelt niet goed om je zo onbeschermd, in de openheid te laten liggen. Maar ik wil je niet oppakken, daar spreekt toch mijn verstand boven mijn gevoel.
Ik heb stevige schoenen aan en heel voorzichtig duw ik je lijfje met mijn voet van het pad af, en verder weg, in de hoge begroeiing. Daar kan het rustig liggen en opgenomen worden in de aarde. Zo wil ik je het respect geven wat je verdient.
En dan vervolg ik weer mijn wandeling.

Oldtimerverjaardag

Ik wist al een hele poos tevoren wat ik op mijn verjaardag wilde doen. Naar Diever, of all places.  Wat had ik daar te zoeken? Nou eigenlijk niks, ik kwam juist wat brengen. Mijn oude Renault 6. Want het was Oldtimerdag. 

3 jaar terug waren we ook geweest en het was enorm gezellig. Als kersje op de taart waren we daar toen ook nog gescout voor figuratie bij een film. ( zie: Terug in de tijd )
De afgelopen 2 jaar ging het niet door natuurlijk, er mochten immers geen evenementen gehouden worden. Maar dit jaar wel weer, en precies op 9 juli.  Verjaardagscadeautje!
Ik had van mijn liefhebbende man ook al een fysiek verjaardagscadeautje gekregen: een flitsende jaren ’70 jurk om mijn auto in stijl te presenteren.

Ik hou van de details. Vandaar ook in de auto een gehaakte stoelhoes, leuke kussens en een knikkend hondje, plus wc-rol in een gehaakt hoedje op de hoedenplank. 

We kachelden via binnenwegen van Leens naar Diever en het autootje reed heerlijk. In Diever de auto ergens geparkeerd tussen heel veel andere oldtimers in de straten rond de Brink. 
We stonden achter een oude beige Volvo, achter ons parkeerde een zwarte MG, compleet met rieten mand op een rek op de achterkant. Een zeer chic autootje, met chique eigenaars, die erg sympathiek en gezellig waren.


We waren amper uitgestapt toen tegenover ons een rode BMW 1602 met een caravan erachter, met een rotvaart en een gevaarlijke slinger vlak voor een oude boerderij parkeerde, hij miste op een haar na de luiken en had ook niet echt aan de hoogte van zijn caravan gedacht toen hij onder het rieten dak doorschoof, het scheelde maar een haartje of hij had een cabrio-caravan.  ‘Ooeehh’ riepen de chique mensen en wij verschrikt in koor, maar de rode auto kwam tot stilstand en een zeer kwiek klein mannetje stapte uit. 
Wij hadden het enorm getroffen dat we tegenover hem stonden, het was voor ons nu een show op de eerste rang. De caravan ging open en er kwam een niet aflatende stroom spulletjes uit, die zeer zorgvuldig overal waar er plek was neergezet werden. Klapstoeltjes, een tafeltje, een parasol, een Groningse vlag, een houten droogrek, een petroleumstel met koffiekan, het hield niet op. Iedere keer kwam hij ons blij weer wat laten zien, met een heel verhaal erbij waar en voor hoeveel hij dat op de kop getikt had. Een suikerklontjes dispenser, een omaschort, je kon het zo gek niet bedenken of hij had het mee. De man had in zijn eentje gewoon een heel openluchtmuseum mee genomen, het was echt geweldig.


In de loop van de dag is er ook enorm veel publiek op af gekomen en men (vooral de vrouwen) gluurden gretig even naar binnen in de caravan. Iedereen had er wel een herinnering aan, van dat het vroeger bij hun ook zo was, of ‘O kijk, die hadden ome Piet en tante Hermien ook’, dat soort dingen werden voortdurend gezegd.

Zelf hadden we ook niet te klagen over belangstelling. Als ik een euro had gekregen voor iedere keer dat iemand zei: “O een Renault 6! Die hadden we vroeger ook!’ had ik er nog eentje bij kunnen kopen. Wat ik het allerleukste vond, was dat mensen er zo blij van werden. De herinneringen die de auto bij iedereen opriep waren duidelijk mooie, en dat was echt heerlijk om te zien. Ik heb trouwens nooit geweten dat er vroeger blijkbaar zoveel Renault 6-en in Nederland gereden hebben. Wij hadden er in ieder geval nìet eentje. Mijn vader wilde pertinent geen Franse auto want ‘die roesten al in de folder!’ Dat zal ook wel de reden zijn dat mijn auto nu een heel zeldzame verschijning is. 


Het was lekker weer, de gestreepte tuinstoeltjes waren mee en ik zat er prima. Bert wilde wel graag nog wat rondkijken naar al het andere moois en liep af en toe een rondje. En serieus, iedere keer als hij terugkwam trof hij weer een andere man naast me aan.
Die had dan iets gevraagd of wilde iets vertellen over Renaults of vroeger of beiden en hield me dan behoorlijk lang aan de praat. Ik werd er haast melig van, zoveel mannenbelangstelling heb ik normaal niet. En dat op mijn 61e verjaardag!

Met eentje heb ik me echt tranen zitten lachen omdat hij zo vreselijk leuk vertelde.
Hij had vroeger een eend gehad (ok, geen Renault dus maar wel een Franse auto).
Als hij er mee op vakantie ging in Frankrijk moest hij tol betalen en dat ging toen blijkbaar op gewicht. En iedere keer was hij verbaasd dat hij zoveel moest betalen! 
Tot hij een keer de mat kapot had en zag dat er kranten onder zaten. Die zijn ook niet zo zwaar zou je zeggen. Maar toen hij de kranten, die zwartgeverfd waren, ook weghaalde bleek dat de vorige eigenaar de roestgaten in de bodem, en dat waren er nog al wat, had volgegoten met beton!
Er kwam nog een andere man bij en Bert was er inmiddels ook weer en ze zeiden allebei dat zoiets inderdaad vroeger wel gedaan werd, geen haan die ernaar kraaide! Sowieso was het allemaal een stuk gemakkelijker toen, iedereen deed maar wat.  De extra spiegel voor een caravan werd gewoon met een touwtje of elastiek aan de bestaande spiegel gemaakt.
Bert maakte het helemaal bont door te vertellen dat er een klant in de garage kwam die zijn broekriem door het handvat aan de binnenkant van de deur had gehaald en toen de riem om zijn been gebonden, om te voorkomen dat de deur eruit viel. Dus de man stapte met deur en al uit!
Ik zag het gewoon voor me en rolde bijna van mijn klapstoeltje van het lachen. 

De dag werd afgesloten met een rondrit. Uiteraard deden wij ook mee en in een lange file reden we door Diever en omstreken. Wat waren de auto’s vroeger kleurig, wat een verschil met het eindeloze zwart en grijs van nu.

We reden  ook langs een verzorgingshuis voor bejaarden en de mensen die dat konden waren buiten gaan staan, anderen zaten of stonden voor hun raam en iedereen vond het geweldig.  Zwaaiende mensen, blije gezichten, zo mooi. 

Wat minder mooi was, was dat de Renault begon te haperen. En dat waren we niet van hem gewend, het is een trouw autootje. Misschien reden we te langzaam en werd de benzine te heet en ontstond er een vaporlock, dacht Bert. Bij moderne auto’s kan dat niet meer, maar bij zo’n oude nog wel.  Auto aan de kant gezet, even laten afkoelen en daarna deed hij  het wel weer dachten we. Helaas, en dat viel me wel een beetje tegen, stopte verder niemand van de deelnemers, dus we konden ook niet meer aanlsuiten. We wisten ook niet zeker of het benzinepeil te laag was gekomen, het metertje op het dashboard is een heel vrolijk metertje die altijd heen en weer danst. Met andere woorden, je hebt er geen reet aan. Terug naar Diever gehobbeld en daar bijgetankt, maar er ging maar 12 liter in dus dat kon het niet zijn. 

We moesten maar zien dat we thuis kwamen. Maar een km of 3 buiten Diever gaf de Renault het op. Hij deed helemaal niets meer. We konden nog uitrollen tot voor het hek van een huis aan het landweggetje en zouden de Wegenwacht bellen. Geen bereik. Allebei niet.
Gelukkig waren de mensen van het huis zo vriendelijk om de ANWB voor ons te bellen. Keuzemenu op keuzemenu, voorstellen voor app’s en internetsites… man ik verlangde haast terug naar de praatpaal.
Maar uiteindelijk kreeg ik een mevrouw aan de lijn die mijn gegevens wilde hebben, me vervolgens feliciteerde met mijn verjaardag en zei dat er een Wegenwacht binnen het uur zou komen. In dat uur stopten nog wel verscheidene mensen, zelfs fietsers, met de vraag of ze ons konden helpen en dat vonden we heel aardig allemaal.
We hadden vergeten een veiligheidsvestje in de auto te leggen maar ik dacht: ik ga wel gewoon achter de auto staan, mijn jurk is van zo ’n oogverblindende kleur dat het iedereen opvalt.
Het werkte prima. Multifunctionele retrojurk.
Toen kwam dan toch de Wegenwacht en de man was helemaal blij dat hij kon gaan sleutelen. Hij liet alleen het ene na het andere moertje wegschieten en moest Bert iedere keer onder de auto kruipen om moertjes te zoeken.


Om een lang verhaal kort te maken, het bleek de bobine. Ik vind dat een heel gezellig woord maar daar hadden we niks aan want het ding was stuk. En we hadden geen extra mee en de Wegenwacht had verbazend genoeg ook geen bobine uit 1976 bij zich.
Hij zorgde wel voor een bergingsauto maar die bracht de auto vanavond niet meer thuis, dus wij konden ook niet mee.
Maar wij hebben echt een heel lieve familie, mijn zwager en schoonzus hebben ons helemaal uit Diever opgehaald. De man zou net aan zijn biertje beginnen op de zaterdagavond maar voor ons liet hij het staan. 

Toen zij er waren, was de bergingsauto er nog net niet en moesten we dus nog weer wachten en daarna zou het nog zeker 5 kwartier terugrijden zijn. En niemand had nog gegeten dus we besloten ter plekke dat we onderweg gezellig samen wat zouden eten,  en zo geschiedde. Ging ik toch nog uit eten op mijn verjaardag! 

UIteindelijk waren we om kwart over 9 thuis. Moe maar voldaan zoals we dat dan zeggen.

De Renault wordt komende week thuisgebracht. Hij was ineens zo klein op die grote bergingsauto. Kereltje toch. Ik heb geen binding met moderne auto’s. Die zijn er voor het gemak. Deze is er voor het gevoel, de emotie, de herinnering, de nostalgie. Voor mij en voor heel veel andere mensen, dat blijkt wel op zo’n dag als vandaag. 

Man vs Vrouw

Ja, ik weet het,  gister al een blogje en nu weer. Maar soms komt dat zo uit.
Deze week is het (hier) weer eens de Grote-Verschillen-Show. Tussen man en vrouw wel te verstaan. En dan bedoel ik de manier van in het leven staan. 
Dit dus:

Echt, ik ben blij dat ik een vrouw ben. Maar toch zou ik soms best wat mannelijker willen zijn. Ik denk dat het mijn leven een stuk gemakkelijker maakt.

Voorbeeld: 
Ik had kaartjes gewonnen voor de TT voor afgelopen zondag. Man en zoon gingen er samen heen en ik was heel lief ook vroeg opgestaan om ze uitgeleide te doen. En om even te verzamelen wat ze mee zouden nemen. En toen appte ik dus dit aan mijn dochter:

Zo is het namelijk precies.


Morgen is man jarig en komt er visite. Klein groepje, gewoon gezellig. En dan sla ik gewoon heel stom aan het stressen over boodschappen en menu’s en huis netjes maken en het gordijn waar de hond iedere keer tegen aan ligt uitwassen en…. WAAROM?!
Echt, deze mensen komen niet keuren, ze komen voor de gezelligheid. En ze verwachten geen gekaramelliseerde eendenlevertjes op een bedje van zeekraal, gegarneerd met gekonfijte kolibrietongetjes in balsamico-vinaigrette, als borrelhapje.
Ik ben de afgelopen maanden echt wel heel goed tot rust gekomen in mijn hoofd, maar blijkbaar zijn oude gewoontes slecht uit te roeien. Knap irritant.

Maar vanaf nu is het afgelopen. Ik ga genieten van de voorpret en feestvreugde.
Hou ik van bakken? Ja! Hou ik van koken? Ja! Hou ik van gezellige mensen? Ja!
Nou, dan combineren we dat mooi voor Berts verjaardag, zo simpel is het.
En oké , met iets meer dan een krat bier en een leverworst. Want ik hou niet van leverworst. Ik griezel er zelfs van. Die witte knarsjes erin… brrrr.

Weet je wat, ik ga net als Heer Bommel doen! (ook een man dus). Een eenvoudige doch voedzame maaltijd, in aangenaam gezelschap. Hij heeft het begrepen.  
Ik misschien toch eindelijk ook wel. Anders zat ik nu geen blogje te schrijven maar rende ik als een kip zonder kop door het huis met poetsdoeken en pollepels. 
Misschien ga ik het dan toch leren. Zal ik dan ook alvast maar een glaasje Port nemen? 

Er zit een luchtje aan

Het was een stralende zondag, toen het meisje haar 6e verjaardag vierde. Ze had een cadeau gekregen, waarover ze tot dan toe niet eens had durven dromen.
Een poppenwagen, zo mooi dat het amper speelgoed leek. Het was een kleine uitvoering van een echte kinderwagen en ze was sprakeloos van bewondering. Vier hoge wielen met smalle witte banden en dunne spaken, aan een glanzend chromen onderstel. Leren riempjes zorgden voor de vering, de bak was van donkergroene skai met een brede witte band opzij. De kap kon omhoog en omlaag, aan de duwstang hing een boodschappennet. Ze kreeg er van haar zus en broer ook nog lakentjes en dekentjes bij en een wagenspanner met pastelkleurige eendjes. Het was allemaal bijna te mooi om te bevatten.
Ze was zielsgelukkig, toen ze in de tuin, met haar nieuwe wagen speelde.
De buurmeisjes kwamen op visite, van de een kreeg ze een feestjurkje voor haar pop, een witte met kant en roze bloempjes. Van de ander een setje met poppenspullen: flesjes en bekertjes en bordjes met lepels en dat maakte het spelen nòg mooier.
De zon scheen en de liguster bloeide, de onopvallende bloempjes gaven een zware, vreemd zoete geur af, die ik voor altijd zal associëren met dat moment.
Want natuurlijk was ik dat meisje. Het kind wat die intens gelukkige herinnering altijd heeft bewaard. Het complete plaatje, met alle details, staat me nog steeds voor ogen.
Als de liguster bloeit (het lijkt wel een boektitel voor een streekroman) en ik die geur ruik, dan voel ik me acuut gelukkig.

Geuren zijn enorm belangrijk voor mij. Ze bepalen sfeer, ze roepen herinneringen op, ze zorgen voor emoties. Ik heb er al eens eerder over geschreven (Cumarine

Maar zojuist liep ik langs een perkje wilde rozen en toen gebeurde het weer, dat ik terug ging in de tijd. Bij onze lagere school stonden ook wilde rozen. Ik was altijd in de zomervakantie jarig, dus trakteren moest een paar dagen eerder, soms zelfs op de laatste schooldag. Dan stonden de ramen van het klaslokaal open en dreef de weeïge geur van de bloeiende wilde rozen binnen. En nu is het nog steeds voor mij: ruik ik wilde rozen? Dan ben ik bijna jarig. 

Uiteraard heb ik in mijn leven nog veel meer geurherinneringen verzameld. Gelukkig zijn verreweg de meeste goede herinneringen. Ja, er zijn ook geuren die nare associaties geven, maar die koester ik natuurlijk niet, integendeel.
Maar een keertje douchen met de oranjebloesem-schuim die ik mee had naar Rome, of die met kokos waar Turkije-met-Irene herinneringen aan zitten… heerlijk. Ogen dicht, genieten!

De algemene dingen zoals de geur van zonnebrandcrème, die je herinnert aan lange hete zomerdagen, of de geur van versgebakken speculaas, die je aan Sinterklaas doet denken, hebben we volgens mij allemaal wel.
Maar heb jij ook van de specifieke geuren waarbij je een mooie herinnering hebt? Ik ben heel benieuwd! 

Wie schrijft, die blijft!

‘Ja, dat kan wel wezen, maar waar blijf je nou de laatste tijd?’ Het kan zomaar zijn dat je dat dacht. Ik heb een aantal zeer trouwe lezers van Daagse Dingen, waar ik echt heel blij mee ben, maar die kunnen wel het gevoel hebben dat ik ze een beetje in de steek laat momenteel. Sporadisch een blog, wat korte verhalen die al eerder geschreven zijn, hoe zit dat? Ik zal het uitleggen! 

Ik ben dus gestopt met de kinderopvang en heb momenteel geen andere baan ,dus je zou zeggen dat ik tijd zat heb om te schrijven. Nou, dat valt in de praktijk nogal tegen. Of eigenlijk mee, om het eens lekker verwarrend te maken. Juist omdat ik meer tijd heb, durf ik het aan om aan grotere schrijfwedstrijden mee te doen. Dus ik schrijf me bij tijd en wijle haast ongans,  zodat ik er zelfs over droom. Maar dat zijn geen blogs voor Daagse Dingen. 

Wat heb ik dan wel onder handen? 
In mei heb ik een heel jeugdboek opgestuurd naar een Vlaamse uitgeverij. Die schrijft sinds de helft van de vorige eeuw jaarlijks een wedstrijd uit. De winnende boeken worden uitgegeven voor basisscholen, om de leesvaardigheid en het leesplezier van kinderen te stimuleren. Dit doen zij dus al jarenlang, er zijn al veel titels verschenen, maar ik heb er nooit aan meegedaan. Waarom niet? Geen tijd, geen durf, geen ideeën, zo simpel was het.

Maar ineens had ik nu alledrie en waagde ik het erop. Het onderwerp en het plot mocht je helemaal zelf bedenken, als het maar boeiend zou zijn voor kinderen in de bovenbouw van de basisschool. Het was een hele klus, omdat ik wel iets van niveau wilde maken. Dus het kwam neer op schrijven, herschrijven, bijschrijven, afschrijven…. Maar het is gelukt! Ik heb een boekje afgeleverd, netjes voor de deadline, waar ik zelf trots op ben. Waar gaat het over? Zeg ik niet! Stel je nou eens voor dat mijn inzending wordt uitgekozen voor uitgave, dan zie je het vanzelf! (reken maar dat ik het dan van de daken schreeuw)
Helaas moet ik wel tot november op de uitslag wachten, maar dat is altijd zo met schrijfwedstrijden. Na de opwinding van de deadline en het inzenden, volgt een eindeloos lange periode waarin je helemaal niks meer hoort. Logisch, alle inzendingen moeten gelezen en beoordeeld worden. Maar als je zelf erg enthousiast en trots bent, dan wil je eigenlijk de week erna al horen: ‘Geweldig, je inzending sprong er helemaal uit, we gaan het uitgeven!’
Jammer dan, zo werkt het niet, dus geduld is een schone zaak.

En nu heb ik een nog veel groter project. Voor de wedstrijd waar ik nu voor aan het schrijven ben moet ik minstens 5 x zoveel woorden gebruiken als voor het kinderboek. Het minimum is 50.000 woorden. Als je bedenkt dat wat ik nu hier geschreven heb 484 woorden zijn, kan je je wel indenken dat het een aardige klus is.

Hiervoor is er wel een thema, namelijk een cozy dectective! En dat is zoooo in mijn straatje! Ik ben een fan van Miss Marple, van Rosemary & Thyme , van Agatha Raisin! Cozy wordt overigens hier met een z geschreven omdat de term ‘cozy detective ‘ uit Amerika komt.
In tegenstelling dus tot het Engelse ‘cosy ‘, wat ik ook gebruikt hebt in de naam van mijn website www.cosymodus.nl, waarop je allemaal huiselijk en gezellig haakwerk kan bestellen, ik maak namelijk alles volgens jouw wensen. Ok, dit is een uitstapje maar ik mag vast wel even reclame voor mezelf maken. Kijk gerust even op de site!

Wij vertalen ‘cosy ‘ meestal met ‘gezellig’. Maar wat is er nou gezellig aan misdaad?  Niks natuurlijk, behalve dat die misdaden gepleegd worden in een gezellige en vaak landelijke omgeving en er een of andere amateur- speurneus het raadsel oplost. Cozy kunnen we dus beter als ‘kneuterig’ vertalen. 

Zelf zo’n cozy detective schrijven vond en vind ik wel een enorme uitdaging. Wie is mijn amateur detective, wie is de side-kick, waar speelt het zich af, wat gebeurt er überhaupt!
Het hele plot zit inmiddels in mijn hoofd, losse eindjes waar ik niet uitkwam heb ik netjes af kunnen werken omdat Bert mij ideeën daarvoor aan de hand deed, en ik heb ondertussen ongeveer de helft geschreven.
Maar wat is dit spannend! Ja, ik hoop natuurlijk dat het verhaal wat leuke spanning geeft, maar het is eert nu spannender hoe ik het moet doen! Alles moet tenslotte kloppen, het moet boeiend zijn, er moet een klein beetje humor in. Ik moet personages bedenken, ik moet een misdaad bedenken, ik moet motieven bedenken, ik moet …. nou ja eigenlijk alles bedenken. En opletten dat ik niet clichématig ben, dat ik geen plagiaat pleeg, dat ik de lezer niet te snel laat weten wie ‘het’ gedaan heeft…

Kortom, ik ben er heel druk mee. Zowel in mijn hoofd als qua tijd. Want ook hier zit een deadline aan natuurlijk. Overigens mag je ook een onvoltooid script insturen, maar dat is niet iets voor mij. Ik moet het af hebben, dan is het goed.
En uiteraard vertel ik ook hier niet waarover het boek gaat! Top secret, cozy of niet.

Zo, met deze uitleg heb ik A:  een nieuwe blog geschreven, B: uitgelegd waarom het de laatste tijd was stil was hier en C: stiekem een beetje reclame gemaakt voor Cosymodus, Huiselijk Haakwerk op bestelling. Want daar heb ik ook nog tijd voor hoor, tijdens het haken kom ik vaak juist op de mooiste ideeën! 

(foto: pixabay)