Alle berichten door Annelies

Zaterdagochtend

“Wil je koffie?” vraagt mijn man als ik met de hond binnenkom na een wandeling. “Ik ga nog even snel naar de handwerkwinkel mijn bestelling ophalen, ben met 5 minuten terug”, antwoord ik en ga de deur weer uit.
Een paar jaar geleden kwam er een stukje hemel in mijn leven: een handwerkwinkel op een loopafstand van 2 minuten van mijn huis! Een walhalla van kleuren en garens en een altijd vriendelijke en behulpzame eigenares.
Nou wil het geval dat sinds halverwege vorige maand ineens ons dorp ‘aangepakt’ wordt. Lees: een enorme chaos van opengebroken straten, onduidelijke gele wegwijzers en heeeeeel veel zwaar materieel.
De weg naar de handwerkwinkel is dan nu ook een paadje van een stoeptegel langs hekken en afgronden, graafmachines, buizen, dixies en schaftketen. Er wordt zo diep gegraven dat ik me afvraag of er nog een leuke archeologische vondst gaat komen.
In mannequinpas, dus een loopje met de ene voet recht voor de andere, loop ik naar de winkel over dat smalle pad, haal mijn bestelling en stap weer naar buiten. En bots op een wielrenner. Een wielrenner ja. Op die ene tegel langs de diepste krochten van Leens.
Er komen er nog meer zie ik. “Eigenlijk kan je hier niet langs”, probeer ik nog vriendelijk. “Je kan beter daar langs de speelgoedwinkel naar…”
“Daar komen we net vandaan”, laat de man me niet uitpraten. Ok, dan vertel ik ook niet over het tussendoorpad waarmee je weer op een normale weg komt en je met een kleine omweg als nog het dorp uit kan. Eigen schuld.
Ondertussen trossen de wielrenners op als een bijenvolk.
“Het ligt hier open!” roept er een. Dat is vast het brein van de groep. Ze nemen de fiets op de schouder en beginnen te lopen, hun fietsschoentjes slippend op het bouwzand. Ik denk even te wachten, maar het duurt zo lang, er komt geen eind aan de optocht van lycra mannen. Dus ik voeg me met mijn bollen wol er maar gewoon tussen. Ik voel me een beetje als een plaatje van “Waar is Wally?” met mijn pak garen onder de arm in plaats van een fiets op mijn schouder. Tussen een tuin en een schaftkeet verbreedt het pad zich tot 2 tegels en stappen mijn voorgangers weer op de fiets. Degenen achter mij halen hoorbaar adem in mijn nek maar ik denk: jullie bekijken het maar, ik wil naar m’n koffie, en blijf stug doorlopen.
Als we eindelijk weer een echte weg onder de voeten hebben zwermen de fietsers me links en rechts voorbij en ik grinnik tegen een buurvrouw, die net naar buiten komt en vraagt: “Hest die allemoal op de nek ‘had?”
“Zo’n beetje wel ja, iets teveel manvolk op de zaterdagmorgen”, zeg ik en zij grinnikt ook.
Ik open de voordeur en roep: “Ik ben thuis!” en verwacht het geluid van de koffiemachine.
In plaats daarvan klinkt het gedempt uit de garage: “Ik zoek mijn bril!”
Ik trek mijn wenkbrauwen op, want toen ik wegging had man gewoon de bril op zijn neus. “Ik kreeg een boodschappenkarretje op mijn hoofd”, gaat hij verder om het verhaal nog raarder te maken.
In de garage hangt zo’n boodschappentas op wieltjes, de tasmobiel zoals een van mijn kindertjes die noemt. Die had hij blijkbaar van de haak geschoven, zodat hij het ding op zijn knar kreeg en zijn bril afvloog. Die was ergens in de krat tussen het kippenvoer, de konijnenkorrels en het hooi terecht gekomen blijkbaar. Geen speld maar een bril in een hooiberg. Maar zonder bril is het lastig een bril te zoeken dus hij moet eerst zijn werkbril gaan halen om weer wat te kunnen zien en dan is de goede bril snel gevonden.
“Niet beschadigd?” vraag ik bezorgd. En denk er dan pas aan om naar zijn arme hoofd te informeren. Alles is nog intact gelukkig.
Rare toestanden op de zaterdagochtend. Tijd voor koffie.
En dan maar zien wat de rest van de dag brengt.


(foto: Google)

Sewing Bee

Ik kijk graag programma’s op BBC. Niet omdat ik interessant wil doen, maar omdat het vaak zulke fijne, heisa-loze programma’s zijn over onderwerpen die ik leuk vind.
Van de week keek ik The Great British Sewing Bee. Een soort Heel Holland Bakt (wat trouwens de Nederlandse versie is van The Great British Bake-off) maar dan geen bakwedstrijd maar een naaiwedstrijd.
Ik ben groot geworden met het geratel van de naaimachine. Mijn moeder maakte de mooiste en leukste dingen, tot aan het moment dat ze het geestelijk niet meer kon.
Ze heeft mij de beginselen van het naaien bijgebracht en ik heb ook veel geleerd door alleen maar te kijken. Zo gezellig vond ik dat altijd, bij haar aan tafel zitten als ze iets moois aan het maken was.
Ik was ook apetrots op mijn eerste eigen naaimachine, een onvervalste Vendo-matic die 175 gulden had gekost. Ik herinner me dat ik zo enthousiast was toen ik hem aangeschaft had en alles tegelijk aan haar wilde vertellen over stikken en zigzaggen, dat ik zei: “Hij kan stikstakken!” en mijn moeder een enorme lachbui kreeg. Mooie tijden.
Zij heeft ook nog op mijn machine gewerkt, om beddengoed te maken voor mijn eerste kindje.

Toch ben ik nooit een naaistèr geworden. Kinderkleding lukte wel, en verder mag ik graag dingen voor in huis maken en is de naaimachine handig voor reparaties en verstelwerk.
Maar zo’n programma als The Great British Sewing Bee vind ik heel erg leuk, en inspirerend ook al ben ik meer The Little Dutch Sewing Amoebe.


Er lag nog naaiwerk te wachten. Ik had beloofd gordijnen te maken voor in het huisje van mijn zoon. Een aantal jaren geleden heb ik nog geroepen dat gordijnenmakers een standbeeld verdienen, want toen was ik bezig de ‘in-betweens’ die hij had gekregen, te vermaken voor zijn logeerkamer en kleine -kamertje- wat -nog- geen -doel had. Die stof was dun en glad, glibberde over mijn naaimachine, gleed uit mijn handen, zomen en naden trokken scheef, het was een pure ellende. Ik heb zelden zo gemopperd en gescholden tijdens naaiwerk.
De enige keer dat ik nog meer te keer ging was toen ik de Groningse windvaan, (ik ben niet zo patriottisch maar mijn man wel) die erg geleden had onder het noordelijke klimaat, wilde repareren. Nog steeds op de oude Vendo-matic. Die haperde. Zodat de stof bleef steken. En toen ineens weer vooruitschoot, met mijn vinger er nog op. De naald ramde dwars door mijn nagel en vinger en brak toen af. ‘Au’ is een understatement, neem dat maar van mij aan.
Er stak een klein metalen puntje door mijn vinger naar buiten en de rest van de naald zat er in. Zo’n naald is konisch dus ik had ook geen idee hoe hij eruit moest. Naar de dokter dan maar.
Ik heb niet gekeken toen ze , na de boel ontsmet te hebben, de naald er met een tangetje uittrok. Ik voelde het zo ook wel. Ze bekeek hem en zei: “Ik weet niet of ik nou alles eruit heb” .
“Hm”, zei ik, “En als dat niet zo is?” “O, dan ettert dat er wel uit!” zei ze opgewekt en ze knikte bemoedigend. Ik geloof niet dat ik nog iets leuks teruggezegd heb. Gelukkig genas het allemaal goed.
Maar die naaimachine durfde ik eigenlijk niet meer te gebruiken, die was na ruim 30 jaar wel aan z’n eindje. Vroom en Dreesmann, waar Vendo-matic van was, bestond ook al niet meer. Einde van een tijdperk.
Ik kreeg voor mijn verjaardag een werkelijk prachtige naaimachine, werken erop is een feestje. Geen fancy toestanden hoor, dat is aan mij niet besteed, maar hij werkt zo soepel en handig!

Ok,die gordijnen waren nu dus aan de beurt. Effen groene voor het kleine kamertje wat tot hobbykamertje is gepromoveerd en mooie gedessineerde voor de logeerkamer die ook een opknapbeurtje krijgt.
De stof was al even in huis en is volgens mij in waarde gestegen. Misschien wel een collectors-item inmiddels. Want een paar uur nadat we deze stof hadden gekocht is het totale woonwinkelcentrum in vlammen opgegaan. Waar wij overigens niets mee te maken hebben gehad, laat dat duidelijk zijn.
Nadat we die stoffen hadden uitgekozen was ik druk aan het rekenen en dat is nou iets waar ik niet heel erg goed in ben. Ik hou er een heel eigen logica op na en als dat later niet blijkt te kloppen ben ik heel verbaasd. Maar de maten van de stof versus de maten van de ramen, dat vergt wel wat gereken. Mijn moeder had me geleerd dat je voor een gordijn minimaal anderhalf keer de breedte van het halve raam moet hebben en liefst wat meer. Klinkt nu al ingewikkeld toch.
Dus ik was druk in de weer met stofbreedtes en lengtes en kozijnen en plooien en had zoveel op mijn notitieblaadje en rekenmachine staan dat ik er zelf van in de war raakte. Maar uiteindelijk wist ik het: deze afmetingen moest ik hebben.
Rollen stof naar de toonbank, mevrouw zou ze afknippen op de gewenste lengte.
Groene stof: knipperdeknip, dat heerlijke geluid van de schaar door de stof op de houten tafel bracht me helemaal terug naar mijn jeugd.
Gedessineerde stof: “Heeft u rekening gehouden met het patroon?” Ik geloof niet dat ik erg intelligent gekeken heb. Hoezo patroon, een gordijn is een rechthoekige lap.
“Deze stof is bedrukt en als u de gordijnen sluit moet het patroon wel doorlopen”
Och natuurlijk,ik voelde me echt dom toen ik zei: “Nee ik weet niet hoeveel ik dan moet hebben”
Mevrouw was aardig en mat het keurig af.
De stoffen werden opgevouwen en er kwam een nota uit de printer, ik vroeg of ik ondertussen de rollen weer terug zou leggen.
“Nee hoor, ik moet nog even noteren wat er nu van de voorraad afgenomen is”
Later heb ik daar nog wel aan gedacht, ze was druk in de weer op de computer en met formulieren toen wij wegliepen. Alles voor niks want een paar uur later was de hele boel in de as gelegd.

Bizar idee wel.

Maar vandaag ging ik er dus mee aan de gang. Stoffen netjes uitgevouwen om te bekijken en 3x raden wat er dan gebeurt.



Dat dus ja.
Ik besloot met de effen stof te beginnen, dan had ik al even geoefend voordat ik de gedessineerde, moeilijkere ga maken.
Dus sorry hond, die stof gaat weer in de zak.
Ik moet zeggen dat ik trots op mezelf ben hoe geordend ik bezig geweest ben vandaag. Alles tevoren klaargezet en geen rare dingen met meten en knippen. Ik had (alweer van mijn moeder) geleerd dat je een lange reep stof beter kan scheuren dan afknippen, dan wordt het veel rechter. Het blijft een alarmerend geluid, dat scheuren, maar het effect is inderdaad prima.
Vanmorgen had ik mijn nagels laten doen en omdat ik mezelf ken had ik nu handschoentjes aangedaan. Ik heb geen zin in de eerste de beste dag al krasjes en putjes in mijn mooie nagellak omdat ik met spelden aan het hannesen ben. Die handschoentjes zorgden er voor dat ik het gevoel kreeg dat ik met chirurgische precisie te werk ging, zelfs nadat ik ze tot 2 x toe had vastgespeld aan de stof. Met naaien lette ik daarom extra goed op dat ik ze niet meenaaide en dat lukte!

Wel wilde de hond persé onder de tafel liggen en dat was niet handig. Want toen ik het pedaal van de naaimachine intrapte zat daar ook haar van zijn pluimstaart tussen en maakte hij er een heel theater van. Aansteller, het bestaat niet dat het pijn deed. Maar ik reikte hem bijna een Oscar uit voor beste acteur.


Ik had ook de strijkplank klaargezet om de vouwen eruit en de zomen erin te strijken.
En strijken, dat kan ik! Als er ooit een programma komt voor de Beste Strijker van Nederland, wat zeg ik, van het Westelijk Halfrond, dan is het een gelopen race voor mij. Die win ik, gegarandeerd.
Omroep Max, letten we even op?

De groene gordijnen zijn klaar. Ik hoefde geen plooien te berekenen en in te naaien, er is voor amateurs als ik plooiband uitgevonden. Briljant!
De gedessineerde bewaar ik voor de volgende keer. Mijn hoofd was moe van het passen en meten, de middag was al een eind op streek, geen goed uitgangspunt om nog iets moeilijks te beginnen.
Zou er ook een Nederlandse versie van the Great British Sewing Bee komen? Ik ga niet meedoen maar ik weet wel al een titel. We moesten het namelijk maar niet letterlijk vertalen denk ik.


Jaren geleden had ik eens een knoopje aan het rokje van een van mijn opvang-peuters gezet. Ze zei daarna tegen haar moeder: “Wat is die Annelies ook een naaidoos hè? “
Ik stel voor: ‘Hollands Grootste Naaidoos’
Volgens mij kan het een hit worden..

Stom

Soms kan ik zo balen van mezelf. Het is vast een ouderwetse uitdrukking, balen. Maar ik ben niet helemaal niet meer op de hoogte van welke uitdrukkingen in zijn. Dus ik hou het maar veilig bij de mij bekende, wil ik niet helemaal afgaan.
Ik dwaal af. Balen dus. Waarom? Omdat ik me nog zo had voorgenomen om iets te doen waar ik eigenlijk geen zin in had omdat het echt beter zou zijn dan uitstellen.
Van te voren weet ik al dat ik sommige klusjes gewoon direct moet doen, omdat ik er anders spijt van krijg. En dan toch niet doen hè.
Goede voornemens versus uitstelgedrag. Ik ben in beiden erg goed. Maar het combineert slecht hoor, die twee dingen.

Hebben jullie dat ook, dat je het jezelf onnodig moeilijk maakt en dat je je daar dan weer zo over opwindt dat het nog meer energie gaat kosten? Eigenlijk zijn het microscopisch kleine dingen maar ik kan er echt chagrijnig van worden. Omdat ik mijn voornemen maak op een moment dat ik energiek ben (en die energie liever voor andere dingen gebruik) en de uitvoering bewaar tot ik eigenlijk te moe ben. Sukkel.

’s Morgens mijn bed afhalen om te verschonen. Beddengoed wassen en drogen en vervolgens laten liggen want ‘het komt nu niet uit (of eerlijker: ik heb er nu geen zin in), ik doe het straks wel’.
’s Avonds moe naar boven, ik wil NU naar bed. F*** dat is waar ook, het bed moet nog opgemaakt. Het duurt voor mijn gevoel honderd jaar voor het laken goed ligt, het dekbedovertek zonder rare losse flappen is gevuld en de kussens netjes in de slopen zitten. En ik vreet me op dat ik veel te laat in bed kom zo. |
Had ik dat nou vanmiddag gedaan….. was het in hooguit 10 minuten klaar geweest en kon ik nu zo vanuit de douche tussen de schone lakens kruipen. Mopperdemopper. Volgende keer ga ik dat echt doen hoor, direct opmaken. Tuurlijk. (vul zelf maar in….)

Ik haak heel graag grote projecten, zoals dekens. Dan neem ik me voor na iedere kleurwissel, of na ieder patroon-blok, netjes de draadjes af te hechten. Dat doe ik ook, de eerste 10 cm. Daarna ga ik lekker door met haken want dat is veeeeel leuker. Die draadjes komen wel.
Ja inderdaad, die komen wel. Want als de deken klaar is moet ik dus honderdduizendmiljoentachtig draadjes afhechten. Grrrrrr. Had ik nou maar…. etc. De volgende keer ga ik dat echt doen hoor! Tuurlijk. Tegelijk met het bed opmaken zeker.

Als ik nou ’s morgens na het ontbijt direct de vaatwasser uitruim, heb ik daar de rest van de dag profijt van.
Hoeveel werk is het? Ook weer hooguit 10 minuten.
En toch niet doen hè. Ik ga helemaal in discussie met mezelf (lees: ik zoek uitvluchten) en ik had die tijd beter kunnen besteden aan het klusje. Want ik vergeet het steevast de rest van de dag totdat ik wil gaan koken en eerst het aanrecht leeg wil hebben na een dag vol bordjes en bekertjes etc.
Die moeten in de vaatwasser. Kan niet want die zit nog vol met schone vaat. Getverderrie, ik ben al moe na een werkdag en het is al zo’n rommel en dan moet dit ook nog en alweer: mopperdemopper.
Leer ik er van? Weinig. Hardleers type.

Peanuts dit, ik weet het. Niet te vergelijken met echte problemen. Toch een ergernis, omdat ik iets wat geen probleem is tot een probleem laat verworden en meer energie verbruik dan zou hoeven.
Aan zelfreflectie en zelfanalyse geen gebrek. Nu nog in de praktijk brengen.
Hebben jullie ook zulke voorbeelden? Ik hoor ze graag!

Bie de Lidl- Vervolg

Goede Tijden , Lidl Tijden – Seizoen 12 aflevering 351

In deze aflevering zien we dat de klant na een periode van radiostilte de telefoon nog maar weer eens ter hand neemt, het nummer van Lidl Klantenservice intoetst, het keuze menu niet afwacht want dat kent ze inmiddels uit haar hoofd en zonnig roept: “Hallo! Daar ben ik weer!”

Vervolgens ontspint zich een redelijk gesprek waarin de medewerkster Klantenservice spijkers met koppen slaat, spreekwoordelijk gezien dan, in bijzijn van de klant contact opneemt met een pief van een andere dan wel hogere afdeling en de klant per omgaande een oplossing belooft.
Na ongeveer 47 x excuses aangeboden te hebben gekregen laat de klant zich beloven dat ze per direct een reactie via de mail zal ontvangen.
Tot haar verbazing en niet geringe vreugde is dit inderdaad het geval.

Klant heeft geen zin en moed om nog na te vragen wat het probleem dan eigenlijk geweest is, en gaat akkoord met de regeling.
Eind goed , al goed.


O nee, natuurlijk niet! Zo gemakkelijk gaat dat niet! Dan zou de soap nu afgelopen zijn en dat willen we onze kijkers en lezers niet aandoen.

Klant kijkt vandaag op haar bankrekening. Er is geld gestort door de Lidl. €20,- om precies te zijn.
Dat is niet aankoopbedrag wat terug beloofd is.
Klant zucht zo hard dat de gordijnen wapperen en de op dat moment aanwezige peuter zich moet vastgrijpen aan de speelgoedkist om niet weg te waaien.
Klant stampt naar de telefoon en beukt eerst het telefoonnummer en vervolgens het keuzemenu in en brult : HALLO DAAR BEN IK WEER!
Meneer van de klantenservice verslikt zich van schrik in zijn microfoontje. Klant kalmeert en legt uit dat er nu wel geld is gestort maar dat het niet het goede bedrag is.
“Hm. Ja. Hm. Hm, even kijken. Hm. Ja.” Meneer humt en kucht en zucht en humt, en vraagt uiteindelijk het bestelnummer.
Klant zegt: “Meneer ik heb een werkelijk onuitputtelijke voorraad mails hierover, u moet het zo kunnen vinden. Ik heb hier alleen nu de mail van gister voor me met een referentienummer.
“Hm. Ja. Hm. Hm”. “Zal ik u dat geven?”dringt klant aan. “Hm. Ja. Doet u dat maar”

Klant ratelt het nummer door de telefoon en meneer vindt zowaar de mail. Hij leest hem voor. Klant vindt dat totaal onnodig maar als dat de goede man helpt om de zaken duidelijk te krijgen, toe dan maar.
Meneer zegt uiteindelijk: “Die € 20,- is de compensatie voor het ongemak dat u heeft ondervonden, het factuurbedrag volgt nog”
Klant antwoordt: ”Maar ik heb een kortingscode voor een volgende bestelling ter waarde van €20,- gekregen.
Meneer: ”Ja, dat is dus die compensatie”
Klant: “Maar nu heb ik €20,- cash gekregen!
Meneer: ”Ja, dat is dus die compensatie”
Klant: “Maar waar die kortingscode dan voor?”
Meneer: “Dat is dus die compensatie”
Klant trekt van vertwijfeling de haren uit haar hoofd, maar dat ziet de meneer natuurlijk niet.
Ze haalt diep adem en probeert nog een keer, bijna tandenknarsend van frustratie: “Ik heb uit de mail begrepen dat ik bij een volgende bestelling in de webshop die code kan invullen en dan €20,- euro korting krijg.
Meneer: “Ja dat is die € 20,- op uw rekening”
Klant: “MAAR WAAROM HEB IK DAN EEN KORT…. ach laat ook maar. Ik wacht nog een paar dagen af en als ik dan het factuurbedrag nog niet teruggestort heb gekregen bel ik weer”
Klant probeert dit zonder dreigende ondertoon te zeggen.
Meneer: “Fijne dag nog”
Klant mompelt iets onduidelijks en legt neer. Ze denkt nog even aan de mededeling aan het begin van het telefoontje: “Dit gesprek kan worden opgenomen voor trainingsdoeleinden”
Ze hoopt van harte dat dit deze keer ook gebeurd is. En vraagt zich af of de trainer zich gaat bescheuren of juist gaat zitten janken.
Ze zal het nooit weten.
Einde.
Voorlopig tenminste.


Hermien (Na Corona)

Onregelmatig doe ik mee aan schrijfwedstrijden. Het onderwerp moet me liggen, anders wordt het sowieso niets natuurlijk. Ook zijn sommige wedstrijden zo pretentieus dat ik ze aan me voorbij laat gaan.
Maar als ik mee doe, doe ik dat met enorm veel plezier. Soms val ik in de prijzen, dat is natuurlijk een geweldige bevestiging en erkenning! Vaak haalt mijn inzending de prijslijst niet, maar dan heb ik voor mezelf toch de voldoening dat ik fijn aan het schrijven geweest ben.
Vorig jaar, tijdens de lockdown, was er een wedstrijd met als opdracht: Na Corona. Het was in de tijd dat de Horeca dicht was, we maximaal 1 persoon thuis mochten ontvangen , de scholen en sportclubs dicht waren, iedereen een lege agenda had en een andere manier zocht om contact te hebben. Hoe zou het zijn, als de lockdown was opgeheven en Corona geen echte bedreiging meer vormde?
Het moest een kort verhaal zijn, maximaal 500 woorden.
Mijn inzending “Hermien” heeft de jury niet genoeg kunnen behagen. Misschien jullie wel?

Hermien (Na corona)

“Hebben jullie zin om zaterdag te komen eten? “
“O, was leuk geweest, maar Lex moet voetballen en daarna gaan we met z’n allen naar de Lantaarn!”

“Dat is gezellig kind. Zondag dan misschien?”
“Nou eerlijk gezegd liever niet, mam. We hebben het zo vreselijk druk, we zijn blij als we zondag een keer thuis kunnen blijven.”
“O ja, natuurlijk. Even beeldbellen dan, met de kinderen?”
“Haha ,mam, die willen echt niet dat je ze in hun onesies ziet hoor. We spreken binnenkort nog wel een keer af, ok? Ik moet nu hollen, doei!”
Hermien wil nog wat zeggen, maar de verbinding is al verbroken. Ze komt moeizaam overeind en zet de telefoon terug. Dan schuifelt ze naar de gang en trekt haar mantel aan. Ze pakt haar rollator en controleert of ze haar portemonnee heeft.
In de supermarkt zet ze een mandje voor de boodschappen op de rollator. Een potje wortelen, een zakje aardappels, een pakje met 2 tartaartjes, dan heeft ze er morgen ook nog 1. Ze zoekt haar boodschappenlijstje, maar vindt het niet. Ze probeert zich te herinneren wat ze had opgeschreven en loopt door alle paden.
Bij de kassa zet ze haar boodschappen op de band, terwijl de man achter haar ook al begint zijn kar leeg te halen. Ze kijkt om. Hij knalt een scheidingsbordje neer en gaat door met uitpakken.

“ € 28,50”, zegt de caissière. Hermien scant haar pas. Op de display verschijnt ‘pincode invoeren’. “Het gaat toch automatisch?” vraagt Hermien nerveus. “Ja, vroeger tot 50 euro maar nu weer gewoon 25.”
Hermien voelt paniek opkomen, ze weet haar pincode niet meer. De man achter haar zucht hoorbaar. “Doe dit er maar af”. Hermien schuift het tablet chocolade en het Dame-Blanche puddinkje naar de caissière.
“ € 24,98”, zegt die en Hermien houdt opgelucht haar pas bij de automaat.
De caissière begint de boodschappen van de man de scannen en Hermien probeert zo snel mogelijk haar eigen aankopen in het netje van de rollator te doen. Ze heeft ook nog recht op 2 pannenzegels maar durft er niet meer om te vragen.
Ze loopt naar buiten. “Mevrouw!” Ze draait zich om, de caissière houdt het potje wortelen omhoog. Hermien kijkt naar de man die achter haar stond, maar die blijft stug zijn boodschappen inpakken. Ze moet weer helemaal terug.“Dank u wel”, zegt ze nog.
Thuis zet ze theewater op. Ze wil de chocola pakken maar bedenkt dan dat ze die niet heeft kunnen kopen.

Ze zucht verdrietig als ze gaat zitten. Hoe laat is het? Bijna 4 uur. Nog lang geen tijd om te gaan koken. Ze zoekt de afstandsbediening en zet de tv aan. Het journaal begint net.
“Verontrustende berichten over het nieuwe Intrix-virus. Veel sneller dan verwacht grijpt de besmetting om zich heen. Vanavond een extra persconferentie, waarin verschillende maatregelen zullen worden aangekondigd.”
Hermien is geschrokken. Maar dan leunt ze achterover en er verschijnt een beetje glans in haar ogen.

Bie de Lidl

“Weet je wat handig zou zijn? Een kleine buggy! De peuters lopen goed maar sommige stukken zijn net te lang. Ik bestel zo’n paraplu-buggy. Ook makkelijk als kleinzoontje komt vrijdag!”
Zo gezegd, zo gedaan. Leuke blauwe buggy uitgezocht op de Lidl Webshop, levertijd 3 dagen, klaar.
Was het maar zo’n feest.
De buggy kwam. Het was alleen een roze. Praat me nu even niet van stereotypen en genderneutralen en seksistische denkbeelden, ik wil nu geen roze. Ik heb alleen kleine jongetjes en ik ga ze niet in een nieuwe roze buggy zetten. Ja, dat durf ik zomaar hardop te zeggen.
Dus Lidl klantenservice gebeld en uitgelegd wat er mis was. Ik kon deze buggy retour sturen en kreeg dan alsnog de blauwe toegezonden.
4 dagen, een afhaalafspraak en een bezorgafspraak en talloze mailtjes daarover later, kwam er weer een buggy. Deze keer was het een bl.. roze.
Het is toch niet te geloven! Weer gebeld, weer het hele traject doorlopen. Thuis gebleven voor de afhaalafspraak, thuisgebleven voor de bezorgafspraak, mailbox vol laten spammen… en daar was de nieuwe. Hèhè, daar was dan de blau.. ROZE!
Voor de derde keer! Ik zou er om kunnen lachen, maar mijn gevoel voor humor liet me toch echt even in de steek.
Nu was ik niet heel geduldig meer aan te telefoon en mijn ‘geval’ werd nu doorgezet naar de afdeling klachten. Ik moest deze roze buggy nog maar even niet retour sturen, ze zouden contact met mij opnemen.
Niet dus. Van 20 mailtjes per dag ineens naar 0. Dat was even afkicken.

Omdat er niks gebeurde heb ik alsnog schriftelijk een klacht ingestuurd.
Stilte. Na een paar dagen een mailtje dat ik een klachtenformulier had ingevuld (voor het geval dat ik dat was vergeten denk ik) en dat ze er zo snel mogelijk op terug zouden komen.
Het moet nog gebeuren. Zo snel mogelijk is bie de Lidl blijkbaar een rekbaar begrip.
Ik heb dus drie (ik herhaal: drie! ) roze buggy’s gekregen, de laatste staat hier nog vreselijk in de weg in de doos en ik heb dus alsnog geen buggy om de jongetjes in te zetten.

Het is nu inmiddels een principekwestie. Ik heb besteld en betaald en ik wil geleverd krijgen. Ik ben zelfs bereid concessies te doen , voor mijn part sturen ze alle kleuren van de regenboog, met uitzondering van roze. Maar dit gaat een gebed zonder eind worden, vrees ik. Mijn jongetjes zitten vast inmiddels op de middelbare school als het afgehandeld is, let maar op.


Ondertussen had ik, bij iemand anders, een pakketje breigaren besteld, gemeleerd met rood en blauw. Het werd de volgende dag geleverd. Ik deed blij de doos open en ik zag….roze! Je gelooft het niet maar het was echt zo. Knalroze.


Je mag me ouderwets noemen, maar ik ga geen roze truitje breien voor mijn kleinzoontje.
Dus ook hier weer contact opgenomen. De volgende dag al had ik de goede kleur in huis en de roze kosteloos terug kunnen sturen. Dus zo kan het ook, Lidl!


Het zal lang duren voor ik ooit weer wat ‘bie de Lidl” bestel. Ik denk zelfs nooit meer.
Daar zullen ze vast niet van wakker liggen. Hoeft ook niet, als ik mijn buggy of mijn geld maar krijg. EN GEEN ROZE!

Folklore

Dit bordje intrigeerde me. En daarom ging ik op onderzoek uit waar deze naam vandaan komt.

Augustus 1961

“Denk je er aan dat je om 12 uur thuis bent?”
“Jemig mam, ik ben 16!”
“Ja precies daarom. En je fietst over de hoofdweg en niet midden in de nacht door het bos omdat het je tijd scheelt”.
Erik antwoordt niet maar loopt chagrijnig weg. Kinderachtig gedoe altijd.
Hij stapt op zijn fiets en belt toch nog even als hij langs het keukenraam rijdt. Mam steekt haar hand op en roept: “Doe Franks ouders de groeten!”
Erik heeft het hart niet om te zeggen dat die vanavond niet thuis zijn. Want dan mag hij er natuurlijk niet heen.
Hij trapt hard door.
Heerlijk even geen gezeur over alles wat niet mag. Hij weet zeker dat er bij Frank bier in huis is en er zullen ook wel sigaretten zijn. Dat wordt een leuk avondje.

“Hello Mary Lou”’ brullen de jongens mee met de transistorradio. Op de grond staan lege bierflessen, in de asbak liggen diverse peuken. Erik zit met gestrekte benen op het tapijt en leunt met zijn rug tegen de bank waar Frank languit op ligt.
“Hoe laat komen je ouders eigenlijk thuis?” roept Erik dwars door de muziek heen.
“Morgen!” blèrt Frank, “Dus we moeten wel zorgen dat alles opgeruimd is”. Hij gaat rechtop zitten en buigt zich naar Erik over. “Blijf je slapen?”
“Nee, ik moet om 12 uur thuis zijn”. Erik trekt een gezicht.
“Nou dan mag je wel opschieten want het is bijna kwart voor 12!”
Erik schiet overeind, waarbij hij het snoer van de transistor per ongeluk uit het stopcontact trekt. Het is ineens doodstil en dat werkt ontnuchterend.
“Jemig ik moet weg, anders krijg ik op mijn sodemieter!”
Hij grijpt zijn jack en rent de deur uit. “Sorry dat ik niet help opruimen!”, roept hij nog voor hij op zijn fiets springt en wegspurt .
Wat Frank antwoordt hoort hij niet meer. Hij gaat het vast niet redden om op tijd thuis te zijn. Zijn moeder kan hij nog wel hebben, maar zijn vader…. als die boos is, is Erik echt bang van hem.
Hij remt af als hij het afbuigende pad ziet wat het bos in gaat.

“Niet door het bos”, hoort hij in gedachten de stem van zijn moeder. “Noodgeval!” zegt hij hardop en rijdt het bospad op. Het is aardedonker maar zijn fietslamp geeft nog wat licht, de dynamo zoemt aan het voorwiel.
Mam is bijgelovig, ze is altijd in de weer met oude verhalen. Over bosgeesten die je ’s nachts achterna zitten en weet ik wat niet allemaal voor onzin.
Erik fietst zo hard hij maar durft over het bochtige pad. Hij moet echt op tijd thuis zijn.
Dan hoort hij een geluid achter zich. Een tak kraakt en hij meent gehijg te horen. Hij schrikt, krijgt een onaangenaam prikkend gevoel onder zijn hoofdhuid.
Het pad is mul, daarom verliest hij wat snelheid. Het gehijg komt dichterbij, hij hoort het nu duidelijk. Erik wordt doodsbang, hij trapt alsof zijn leven ervan afhangt. En misschien is dat wel zo! “Sorry mam, dat ik je niet geloofde”, snikt hij in zichzelf. Hij is misselijk, het bier en de sigaretten spelen op. Hij voelt het zuur omhoog komen en krijgt een smerige smaak in zijn mond. Toch trapt hij maar door en door en èindelijk hoort hij dat het gehijg achter zich vervaagt. De rand van het bos is ook bereikt, die bosgeest waagt zich natuurlijk niet verder.
Hij racet naar huis, gooit zijn fiets tegen de keukenmuur en valt bijna letterlijk met de deur in huis.
“Mam”, huilt hij en vliegt zijn geschrokken moeder om de nek.
“Jongen wat is er?”
“Een boshijger”, snikt hij, “Hij zat me achterna!”
Zijn moeder blijft kalm, zet hem op een stoel en schenkt een glas water in. “Hier, drink wat en vertel dan wat er was.”
Dankbaar pakt Erik het glas. Hortend vertelt hij dat hij toch te laat weg gegaan was en het boslaantje genomen had. “Je hebt gelijk mam, er is daar iets! Ik heb het duidelijk gehoord! Het zat me achterna en ik…
De keukendeur gaat open. Daar stapt Eriks vader binnen. “Zo, je bent er dus al”, zegt hij.
“Jij fietst harder dan ik. Ik had al zo’n vermoeden dat je toch door het bos zou gaan. Ik ben naar je op zoek gegaan en zag je rijden. Ik reed achter je aan maar kon je niet inhalen. Wat kan jij fietsen jongen!”
Erik begrijpt maar half wat hij zegt. “Heb je hem gezien, pa, kwam hij ook achter jou aan? Die boshijger?”
Pa geeft mam een knipoog. “Lesje geleerd jongen?”
“Ja”, knikt Erik. Hij neemt nog een slok water en begint wat te kalmeren.
“Waarom ben je niet boos, pa?”
Zijn vader kijkt hem wat verbaasd aan. Heeft Erik het nou echt niet begrepen?
“Ehm, je hebt je straf zo wel gehad” zegt hij. Een plan vormt zich in zijn hoofd.
Morgen maar even langs het gemeentehuis.

“Een prima idee, Hendriks! Dat zal de jeugd uit het bos houden” De burgemeester knikt naar Eriks vader en zet zijn handtekening onder het formulier.
Volgende week is het naambordje klaar”

Augustus 2021

Oké dit onderzoek is geheel en al uit mijn fantasie ontsproten.
De werkelijke oorsprong van het Boshijgerslaantje:
Leden van loopgroep de Boshijgers namen dit pad altijd op hun traject.
Saai he? Ik vind mijn verklaring leuker.

Op Fietse

Waar ik woon, fiets ik niet vaak. Ik ben gewoon geen fietser.
Ik heb een mooie bakfiets, waar ik mee heen en weer naar school fiets en waarmee ik de boodschappen doe. En dat is het op fietsgebied wel zo’n beetje. Want het waait bij ons àltijd. En eigenlijk heb je nooit wind mee. Dan ben ik bij voorbaat al chagrijnig.
Maar we zijn nu op vakantie en dan doe je andere dingen. Zoals fietsen.

Wij vertoeven momenteel in Huis ter Heide, vlak bij Zeist en Soesterberg. Er staan hier 2 prima fietsen in de schuur, dus we besloten tot een fietstocht, want vandaag eindelijk mooi weer!
Broodjes en drinken mee, appeltje,hoe kneuterig wil je het hebben. Bert had deze keer zowaar een linker èn een rechtersandaal in zijn koffer gepakt, maar hij koos toch voor schoenen en sokken. En wat voor sokken.


De route van te voren op internet opgezocht en ik voerde die in, in mijn ultra geavanceerde navigatiesysteem.


Daar gingen we! Bij het eerste knooppunt was de weg afgesloten. Typisch. Bij ons gaat nooit iets van een leien dakje. Dus omfietsen, direct al.
Ok, niet klagen maar dragen. Of trappen in dit geval.
Ik hoopte op een ontspannen fietstocht in een rustige omgeving. Maar mens, je zit in het midden van Nederland, daar is het niet rustig. Nergens.
We fietsten keurig op de paadjes in het bos en langs buitenplaatsen. Samen met:

  • Groepen wielrenners die luid kakelend aan kwamen racen, en ondanks dat het toch nodig vonden om veelvuldig hun TING TING belletjes te gebruiken. Die zoveel mogelijk met 3 naast elkaar bleven rijden, over het stuur gebogen, neus naar de grond om vooral maar niks van de omgeving te zien
  • Bevriende stellen bejaarde e-bikers, mannen voorop, vrouwen daarachter, stug naast elkaar blijven rijdend, ook bij het passeren of wanneer ze ons inhaalden op hun zoemende fiets waar ze nauwelijks een trapbeweging op maakten
  • Families op fietsvakantie, ingebouwd in fietstassen, moeders met een kleuter op zo’n aanhangfiets en vaders met een fietskarretje met peuter die nauwelijks boven nog weer extra bagage kon uitkijken. Of hond
  • Een groep jonge mensen die e-cruisers (een soort moderne solexen) gehuurd hadden, ons met veel gedoe passeerden en vervolgens een heel kruispunt blokkeerden omdat ze moesten overleggen waar ze heen moesten
  • Het sportieve oudere stel wat waarschijnlijk met de camper op vakantie was en nu een tochtje maakte op de elektrische vouwfietsjes, natuurlijk ook weer op volle snelheid, langs ons. Gelukkig wel in stijl in dezelfde vrijetijdskleding.
  • De vader met 2 kinderen in een tweewier- bakfiets, die de zaterdag een beetje leuk wou besteden (die vader, niet de bakfiets) en voor de grap flink ging slingeren
  • Een man en een vrouw in strakke sportkleding op bizare stepdingen, kruising tussen segway, step en spacescooter, die ook moesten inhalen.
  • Een hele groep kampgangers met veiligheidshesjes, waarvan alle 30 deelnemers stuk voor stuk de waarschuwing van de groepsleider “TEGENLIGGERS” herhaalden, op flink volume om nog boven de muziek uit te komen die ook mee was
  • De mountainbikers die helemaal niet waarschuwden maar ineens zowel links als rechts me passeerden, mij in een walm van een zweetcocktail achterlatend
  • De meisjes met bontkraagjes, ondanks het zomerweer, op hun elektrische scootertjes die ook liever mij van het pad reden dan zelf even achter elkaar te gaan rijden
  • De mevrouw die langzaam fietste omdat haar vriendin achtergebleven was, met een rugzak aan het stuur waarvan een losse band gevaarlijk bij het wiel wapperde. Ik waarschuwde haar even omdat pas geleden een van mijn kinderen een rotklap had gemaakt doordat de band in het wiel verstrikt raakte. “O dank u”, zei ze en ze stopte. Een moment later passeerde ze me weer, rugzak met 1 band op 1 opgetrokken schouder, het zag er erg oncomfortabel uit. Ik dacht nog: het voordeel van een rugzak is dat je die op je rug kunt dragen….. Maar als zij scheef op de fiets wilde gaan zitten met opgetrokken schouder zodat die tas niet afgleed….. Ze mocht het uitzoeken van mij.
  • Het mannetje op de snorfiets met zijn vrouw achterop, ze leken zo zijn weggereden uit een komische film

En vrijwel iedereen wilde dus harder dan wij. Waarom? Echt waarom heeft iedereen zo’n haast?
Wij fietsten zo tussen de 13 en 15 km per uur. Dat is normaal dacht ik.
Nee, dat is ouderwets. Dat doen alleen mensen op mechanische fietsen die wat van het bos willen zien en daarbij ook nog een beetje gezond in beweging zijn.
Iedereen moet blijkbaar zo snel mogelijk van A naar B, zelfs als het een tochtje voor ontspanning is.
Ik heb een hekel aan de snelweg, al die drukte van het verkeer om me heen, teveel prikkels. Maar zo krijg ik ook een hekel aan een fietstochtje, zelfs in een mooie omgeving zonder tegenwind.
Teveel drukte van het verkeer, teveel prikkels. Alleen maar bezig om op het paadje te blijven, en geen ongelukken te krijgen. Samen fietsen was er nauwelijks bij, Bert heeft het grootste gedeelte van de ruim 30 km achter mij aan gefietst. Ik merkte op een gegeven moment dat ik verkrampt in het stuur zat te knijpen. Niet zo ontspannend dus.

‘Fietspad’ dekt allang de lading niet meer, behalve auto’s rijdt alles er op.

Ik voel me op deze manier een ouwe taart, die het gewone van vroeger wil behouden en daarvan genieten.
Maar dat klopt ook niet helemaal, want tegenwoordig zitten juist ouwe taarten op e-bikes met de accu op de hoogste stand.
Ik ben gewoon geen fietser, dat blijkt maar weer.

Jan Soldaat

We gaan op vakantie en we nemen mee….. van alles, maar geen jas want die zijn we vergeten. Allebei dus ook hè, toch een soort ANWB-stelletje.
Dat had wel invloed op de plannen van vandaag. We wilden gaan wandelen op Landgoed Boekensteyn, maar het miezerige weer zei: jongens jullie hebben geen jas, ga lekker iets binnen doen.
En dat deden we. Naar het Nationaal Militair Museum.
Ik had het idee dat we naar vliegtuigen en straaljagers en andere voertuigen gingen kijken, Bert zou z’n hart op kunnen halen.
Die dingen waren er inderdaad,maar nog zoveel meer! Ik had het echt zwaar onderschat en had ook niet gedacht dat ik het zelf zó boeiend zou vinden.


Vanaf de ochtendschemering der mensheid zijn volken al met elkaar in oorlog geraakt en helaas tot op de dag van vandaag.
Het museum registreert dat, zonder er een oordeel over uit te spreken.
En dat had ik nou eerlijk gezegd niet verwacht. Het was geen lofrede op het militaire aspect van de geschiedenis, puur een overzicht. En daarom raakte ik er veel meer in geïnteresseerd dan ik van te voren had gedacht.
Wat ik erg mooi vind daar, zijn de ‘kleine’ verhalen. Geen breed uitgemeten verslagen van grote veldslagen, maar individuen aan het woord. En in beeld.
Ik bekeek en beluisterde bijvoorbeeld het onderdeel: ‘Wat zou jij doen?’
Vier soldaten uit vier verschillende tijdperken vertelden iets over hun situatie en vroegen stuk voor stuk: wat moet ik doen, wat zou jij doen? Je kreeg als kijker/luisteraar twee keuzes. Tikte je jouw keuze aan, dan vertelde de soldaat de gevolgen daarvan.
En weet je? Je kon dus eigenlijk nooit de goede keuze maken. Ik werd er zo door aan het denken gezet, het is niet zo simpel als het mij soms lijkt. Ik kan wel roepen dat ik pacifist ben, maar wat doe ik als mijn geliefden bedreigd worden?
Het voert veel te ver om hier een hele verhandeling over te gaan schrijven, maar ik was echt onder de indruk.

Er waren ook foto’s, heel veel foto’s. Van mensen, meest mannen en jongens. Groepen mannen en jongens, die soldaat waren in hun tijd. Talloze gezichten keken in de camera en ik dacht: stel nou eens dat ik mijn vader herken op een foto. Of mijn oom. Of tussen die groep langharige dienstplichtigen mijn broer. Hoe gaaf zou dat zijn! Dit waren immers allemaal vaders en ooms en broers.
Jan Soldaat is die gewone man, die jongen. En dat maakte het meeste van alles indruk op mij.
Ook die Jan Soldaat waar geen foto’s van zijn omdat de camera nog niet bestond. Maar van wie zijn leren harnas is bewaard gebleven. Of zijn maliënkolder.

Er werden ook wat hiaten in mijn geschiedeniskennis opgevuld. Natuurlijk had ik geleerd over de Hollandse Waterlinie en het steeds terugkerende succes daarvan. Toch zijn de Nederlandse strijdkrachten daar op den duur mee opgehouden. Waarom? Omdat er een luchtmacht ontstond. Vliegtuigen laten zich niet tegehouden door water. Zo logisch, maar ik had er nooit echt over nagedacht.
Waarom was de Tweede Wereldoorlog een wereldoorlog als het er vooral om ging dat Duitsland zijn naziregime in Europa manifesteerde? Waarom waren er Jappenkampen, wat had Pearl Harbour ermee te maken? Nu pas heb ik begrepen dat Japan en Duitsland een pact hadden gesloten. Op de een of andere manier heb ik altijd die link gemist.

Het grote materieel staat en hangt inderdaad ook in het museum. Vliegtuigen, bommenwerpers, straaljagers. En allerlei rollend materieel. Als laatste gingen we dat ook bekijken.


“Kijk” zei Bert “Mijn vader had ook zo’n tank”.
Je verwacht het niet. “Jouw vader had ook zo’n tank”, herhaalde ik.
Maar Bert was bloedserieus. Hij legde uit dat er na de oorlog allerlei materieel van de Amerikanen en Canadezen was achtergebleven. Dat werd van wapens ontdaan en weer verhandeld.
Dus het is echt waar, mijn schoonvader had vroeger een tank. Gekocht bij de Fa. Van der Stoel in Usquert.
Er kwam een kraan met grijper op om suikerbieten te laden. En pa de Vries had een loonbedrijf, dus die crosste met zijn little tank over het Grunneger laand.
Bij aankoop waren de versnellingen geblokkeerd om de snelheid te beperken, maar pa haalde die blokkade er weer af en jakkerde op rupsbanden met 80 km per uur van akker naar akker.

Zoiets als dat verhandelen van achtergebleven materieel, daar had ik ook werkelijk nog nooit over nagedacht. We leren altijd de grote lijnen van de geschiedenis. Maar vaak is dat heel afstandelijk, terwijl we er zelf toch ook een onderdeel van zijn.
Wie weet bijvoorbeeld wat het vergeten van onze jas later nog blijkt te hebben betekend.
Meer hierover in een later blog. Dan vertel ik ook over de helikopter van mijn moeder.
O nee, dat is niet waar. Ik ben gewoon een beetje jaloers denk ik.


Commentaarrrrr

Jaren geleden schreef ik in een blog dat ik liever Olav Mol hoorde dan Allard Kalff (Racen )
Jongens, ik kom daar op terug.
Hij becommentarieert tegenwoordig iedere F1- wedstrijd en ik trek nogal eens mijn wenkbrauwen op.

Niet dat ik de wedstrijd helemaal aan het volgen ben, maar Bert kijkt natuurlijk en ik krijg er veel van mee. (Wat op zich ook wel weer leuk is want de jongetjes die hier komen die fan van F1 en vooral natuurlijk van Max Verstappen zijn, vinden het best leuk als ik met ze mee kan praten als ze ‘smaandags hier komen, maar dat terzijde)
Verder geloof ik het allemaal wel, ik zit dan heerlijk iets voor mezelf te doen ondertussen. Maar Olav wauwelt zo doordringend dat ik ofwel geïrriteerd ofwel geamuseerd raak, dat ligt aan mijn stemming. De man is werkelijk niet te stoppen. Hij lult maar door en dan vooral met heel veel langerekte keel-rrrrrrr’s. Het is een soort tic misschien maar ik vind dat echt superrrrrrrrr irritant.
Ok, het zij zo, ik moet het ermee doen. Ik heb er al eens over gedacht om een bingo-kaart samen stellen, de Olav Mol Bingo.
Wat er in ieder geval op moet is dan die rrrrr, maar ook de uitdrukking: “Met twee vingers in de neus”.
Wat bedoelt hij daar nou mee! Dat het gemakkelijk gaat ofzo? Mij lijkt het knap lastig om met een snelheid van ruim 300 km per uur in de F1- auto, met je integraalhelm op, twee vingers in je neus te steken. En ook nog eens volkomen overbodig. Riskant zelfs! Maar echt, iedere zondag komt het minstens 1x voorrrrrrrrbij.
Hij geeft ook zo veel informatie! “Dit is misschien wel een gevolg van de oorzaak”, zei hij zojuist. Ik was perplex. Dit verklaarde alles wat ik me had afgevraagd.
“Hij gaat uitaccelereren” moet ook op de bingokaart. Volgens mij moet je gewoon accelereren. Dit klinkt als kantoortaal, maar dan in de sport.
Ondertussen zat ik te haken, ik volg een telpatroon. En raakte in de war van Olav: “Het is 1.09, 1.09, 1.09, 1.09, 1.09!” Ja we snappen het Olav, het is 1.09. Ik was allang blij dat er geen rrrrrr in het woord zat.
“Tik ze maar af bovenaan jongens!” riep hij. Werkelijk geen flauw idee wat hij bedoelde dus ik heb niks getikt.
“Oooo, kijk! Wat u niet wilt dat u gebeurt, doe dat ook een ander niet!”
“Geschiedt” zei ik hardop. “Huh, wat?” vroeg Bert.
“Wat u niet wilt dat u geschiedt! Anders rijmt het niet”, legde ik uit. Alsof Olav dat kon horen.

Laatste ronde.
“En daar komt Max Verstap… BENG! KEDENG!” Ik keek verschrikt op. Was hij nou toch nog op de valreep gecrasht? O nee, hij had juist gewonnen. Het was een vreugde uiting. Ok, dat kan.
Tuurlijk vind ik het leuk als Max wint en voorrrrrrral ook voor het orrrrrrranje publiek daar op de tribune, wat speciaal naar Oostenrijk is gekomen. Er bestaat tenslotte nog meer dan voetbal.
Er kwam nog een interviewtje met Mex Versteppen, gelukkig even door iemand anders dan Olav.
Maar die was ondertussen onvermoeibaar aan het doorblaten en presteerde het om te zeggen dat het nu tijd was voor de “ceremoniatiële dingen op het podium die erbij horen” .
De spellingscontrole heeft het moeilijk hoor, nu ik dat woord typ.
Ik kreeg het bekende trieste gevoel toen ik de inhoud van 3 magnumflessen champagne zag verstuiven, na het geschud van de heren op het podium.
Nog steeds niet vervangen door spuitwater. Jammerrrrrrrrr

Foto: motorsport.com