Alle berichten door Annelies

Plakken

Vandaag, jongens en meisjes, wil ik het eens hebben over klittenband. Ja, die zag je vast niet aankomen, na mijn serieuze bespiegelingen van de laatste tijd. Maar het leven is een aaneenschakeling van onverwachte gebeurtenissen, waar of niet?
Voor mijn idee is klittenband een redelijk recente uitvinding, ik kan mij uit mijn jeugd niks herinneren wat sloot met kittenband. Wij hadden ritsen, knopen, veters, gespen en houtje-touwtje.
Geen klittenband.
Toch is dat niet waar, want het is door een echte uitvinder ontwikkeld, door ene George de Mestral. Hij kwam in 1941 op het idee en 10 jaar later, in 1951 dus, patenteerde hij zijn “velcro’ zoals hij het noemde. Een samentrekking van de Franse woorden velours (fluweel) en crochet (haakje)
In 1951 dus. Waarom heb ik dan het idee dat ik het pas een jaar of 30 ken? Blijkbaar was het nog niet zo wijd verbreid in gebruik.


Nu vraag ik me ondertussen af waarom haken (dat handwerk wat ik zo graag doe) in het Engels crochet heet.  Want het is een Frans woord.  Waarom noemen de Engelsen het niet gewoon hooking dan? Maar dat is weer een ander onderwerp, wie weet ga ik dat nog eens uitzoeken als ik om blogmateriaal verlegen zit.  In het Engels spreken ze het ook zo lekker uit: “Croasjay”  Ik denk dat de Fransen het veel mooier zeggen.
Goed, terug naar het klittenband.  

Het is echt een uitvinding hoor! Heel handig en tegelijkertijd rete-irritant.
Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat je niet 80 x per dag de veters van je peuter z’n schoentjes hoeft te strikken. Maar ook dat als je die schoentjes uit de gang pakt, het klittenband zich direct aan je nieuwe panty hecht en je het niet los krijgt zonder een lelijke haal  of nog erger een ladder. Grrr.
Hetzelfde met schooltasjes, die met klittenband sluiten, maar een voorliefde hebben om zich overal aan te hechten wat binnen hun bereik is.  Je haar, omdat je voorover boog om het tasje te pakken, je mooie trui omdat je de tas per ongeluk tegen je aan hield en het klittenband een lelijke pluisplek maakt, dat soort dingen. 

Het zou mooi zijn als klittenband zich ertoe zou beperken om uitsluitend op de daartoe bestemde plek te klitten. Maar het lukt bijna nooit om het stuk met de haakjes exact op het zachte stukje te plakken.
Omdat je altijd wel een stukje over houdt of omdat het scheef dichtgeplakt werd. 

Ik heb een beschermende, harde, soort schoen om mijn gebroken voet, ter vervanging van gips. Fijn, nu kan ik gewoon lekker douchen zonder hoes en slapen zonder zware gipsvoet in bed.  De schoen wordt gesloten met verscheidene repen klittenband. Omdat zo’n schoen standaard is en mijn voet natuurlijk niet, hou ik nogal wat klittenband over als ik de boel strak gesloten heb.
Dus als Bert mij ‘s morgens de trap af loodst blijf ik aan vrijwel alle halve maantjes hangen en moet ik me losscheuren zonder de tapijtjes van de treden te slopen.


En ‘s avonds naar boven idem dito, mijn gang naar beneden en boven wordt begeleid door een oorverdovend “kggggggggg” op iedere tree.
De schoen ‘s avonds los maken is een heel karwei, de banden zijn breed en het klittenband enorm sterk.  Dus een hoop herrie met scheurgeluiden, het is een heisa iedere avond. 
Het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat klittenband zomaar los gaat, daar is het immers niet voor bedoeld.  Je moet er echt je best voor doen om het los te trekken. En dat hoor je dan ook.

Ik zal nooit vergeten dat ik met mijn kleine dochtertje op kennismakingskoffie was bij de overburen en dat ik me helemaal te pletter schrok omdat ze met een misselijkmakend scheurend geluid een kussen van de bank trok. Lekkere binnenkomer, mijn dochter sloopt het meubilair.  “O dat is het klittenband hoor”, lachte buurvrouw.  Ik had echt een hartverzakking. 

Onze motorpakken zijn ook rijk voorzien van klittenband. Handig natuurlijk, maar dan moet je wel ook alle klittenbandjes sluiten.  Anders blijf je gewoon aan elkaar hangen he, als je samen op de motor zit.
Hetzelfde op motorbeurzen . Op de motor er heen natuurlijk, evenals veel andere bezoekers. Dus als het een beetje druk is bij een kraampje zit je zomaar aan een wildvreemde vastgeplakt, scheur je je grinnikend los, draai je je om en zit je vast aan de volgende.
Zo hebben we elkaar ook ontmoet.
(ok, misschien is dat niet waar) 

Ik gebruik zelf ook klittenband als ik geen zin heb om ergens een rits in te zetten. Kussenovertrekken bijvoorbeeld. Want het is veel makkelijker om band op te naaien. Moet je wel opletten dat je allebei de kanten van het band gebruikt want 2 zachte kanten hechten niet op elkaar en gek genoeg 2 ruwe kanten ook niet!  En zo ben je er dus soms nog heel lang mee bezig en had je misschien toch beter de moeite kunnen nemen om een rits in te naaien. 

Ik begon dit verhaal met de peuterschoentjes. Hoe handig dat klittenband in het begin ook is, op den duur werkt het niet meer. Dan zitten er draadjes en prutjes en haartjes en ondefinieerbare dingetjes op het band. En gaat de schoen steeds open en stapt je kind er per ongeluk uit of struikelt. Sneu.


Dus. Ben ik nou wel of niet fan van klittenband.  Nja.  Het is nou niet echt een eerste levensbehoefte maar het is eigenlijk ook niet meer weg te denken.
Monsieur de Mestral heeft wel echt iets toegevoegd met zijn uitvinding.
Ik lees op internet:  

Toepassingen

  • sluitingen van kleding, schoenen, tassen, rugzakken, kampeeruitrusting, et cetera
  • auto-industrie: bevestiging van bekleding, carrosseriedelen, wieldoppen
  • achtbanen: als low-budget oplossing om zittingen vast te maken
  • in de bouw: het bevestigen van dak- en gevelbeplating
  • het ophangen van gereedschap, verbanddozen, brandwerende dekens, et cetera
  • het bundelen van tijdelijke kabelbomen, bijvoorbeeld voor elektra bij evenementen
  • in toneelkostuums, als zeer snel omkleden een vereiste is.

Er wordt onderzoek gedaan naar “stil klittenband” voor toepassing in militaire kleding.

Die laatste zin! Ik heb er gelijk beeld bij.
Supergeheime missie. De loop van de wereldgeschiedenis hangt er van af. Iedereen maandenlang getraind en niets aan het toeval overgelaten. Behalve dan dat soldaat Jansen te dicht bij soldaat Pietersen is gaan zitten en zich met een oorverdovend KGGGGGG -geluid losscheurt.
Vijand gealarmeerd, missie mislukt, wereldvrede verder dan ooit. .
Het leger moet zich nog maar even bij ritsen, knopen, veters, gespen en houtje-touwtje houden.

De Blokkade

Een kort verhaal, n.a.v. de opdracht:
Schrijf in maximaal 500 woorden over ‘de Blokkade’

De Blokkade

Hij beweegt zich moeizaam voort. Zijn benen zijn te zwak om hem te dragen, maar hij is vastbesloten om door te gaan. Steunend op zijn ellebogen verzet hij langzaam arm voor arm en sleept zo zijn lijf vooruit. Even vindt hij de kracht om zijn knieën onder zich te trekken en een stukje vooruit te kruipen. Maar daarna laat hij zich uitgeput weer op de grond zakken. Toch blijft hij bewegen, hij móet de afstand overbruggen. Hij wil hier weg, kostte wat het kost!
Hij richt zijn hoofd op en ziet in de verte een grote hond lopen. Die heeft nu nog geen aandacht voor hem. Hij zakt door zijn ellebogen en rust heel even uit. Dan haalt hij diep adem en sleept zich weer verder. Hij kijkt niet achterom. Zijn blik is naar voren gericht, daar is de toekomst.
Stukje bij beetje ziet hij zijn doel dichterbij komen.
Hij heeft nog niet bedacht hoe hij langs de hond moet komen, hij kan niet vooruit denken. Het enige wat hem nu bezighoudt, is in beweging blijven. Van vermoeidheid begint hij zijn doel wat wazig te zien. Hij kan niet inschatten hoe ver hij nog moet, maar hij gaat door.
Dan hoort hij een geluid, een metalige klik. De hond begint te blaffen. Hij voelt iets hards tegen zijn hoofd en schouder. Hij schrikt. Hij kent dit, heeft het eerder gezien. Het ijzer is wit en koud en blokkeert hem meedogenloos. Hij klemt zijn hand om een metalen spijl en geeft een kreet van frustratie. Hij kan niet verder meer. Zijn hoofd zakt op zijn armen, hij huilt met gierende uithalen.
Een stem roept zijn naam, maar hij reageert niet.
Dan voelt hij dat hij wordt opgetild.
Snikkend legt hij zijn hoofd tegen de veilige borst van zijn moeder.

Surfen

Soms lijkt het of je leven een beetje op pauze staat. Er gebeurt niks nieuws, alles is zoals het al een hele poos was. Dat kan rustgevend zijn, op zo’n moment heb je helemaal geen behoefte aan verandering. Het kan ook het tegenovergestelde effect hebben: onrust, het gevoel van ergens op te wachten. En dan ineens… gebeurt er van alles heel snel achter elkaar. Soms te snel.
Zelf ben ik iemand die probeert te anticiperen op wat er gebeurt, als ik al niet een doel zie in wat me overkomt, dan probeer ik er in ieder geval zo goed mogelijk mee te dealen.
Zie het als dobberen op een meer. Als er een wind opsteekt komen er flinke golven. En dan krijg je dit:

Ik voel dat momenteel heel sterk. Ik heb al geschreven over mijn gebroken voet en in het verlengde daarvan mijn beslissing om te stoppen met werken.
Dat was eigenlijk wel even genoeg om te verwerken vond ik zelf. Maar er werd niet gevraagd wat ik zelf vond.
Mijn voet geneest niet goed. De artsen willen graag dat het zonder operatie gaat lukken. Maar na drie weken is er nog geen enkele verandering te zien op de röntgenfoto. Nu heb ik een soort gipsschoen gekregen en moet ik mijn voet heel voorzichtig af en toe wat belasten. Dat zou botgroei stimuleren. Over twee weken moet een foto uitwijzen of dat inderdaad het geval is.
Nou wil ik het niet beter weten dan ervaren dokters, maar ik heb er niet zoveel vertrouwen in dat het gebeurt, het voelt gewoon niet zo goed.
Als mijn gevoel juist is ben ik straks vijf weken verder en moet er alsnog een operatie komen. Ik hoop dan ook van harte dat de wetenschap het beter weet dan mijn gevoel.
Ik kreupel af en toe wat door het huis, probeer Bert een beetje bij te staan met lichte huishoudelijke klusjes.
En dan ineens word ik weer helemaal teruggefloten.
Ik heb corona. Ik ben gevaccineerd en ik had niet gedacht dat het me nog te pakken zou krijgen. Ik kom ook bijna nergens momenteel maar één keertje bij een besmet iemand, die dat zelf nog helemaal niet weet en mij een verzetje gunt, is blijkbaar genoeg. Verraderlijk rotvirus.
Ik ben er ook echt wel beroerd van. Niet doodziek gelukkig! Maar wel genoeg om als een dweil op de bank te hangen, veel te huilen en te slapen en nergens fut voor te hebben. Totale isolatie is niet mogelijk want ik kan niet zonder hulp douchen etc. Maar quarantaine wel.
En geen bezoek te mogen ontvangen, de 30e verjaardag van mijn zoon niet te mogen vieren…. eigenlijk vind ik het gewoon klote. En dat schrijf ik op zonder censuur**tjes.
Want zo voelt het echt. We zouden samen twee dagen weggaan, maar dat ging niet door vanwege mijn voet. Plan B dan maar, hij zou hierheen komen voor lekker eten en een gezellige avond. Maar weer gooi ik roet in het eten omdat ik corona heb. Ik weet dat beiden niet mijn schuld zijn, niemands schuld, maar ik ben er best verdrietig over. Raar hoor, ik probeer eigenlijk altijd positief te zijn. Maar de enige keer dat ik negatief wil zijn, met de coronatest dus , blijk ik ook positief te zijn.
Heel even heb ik geen energie om te surfen, ik wil gewoon alleen maar balen. En er over schrijven want dat helpt bij mij altijd heel goed.
Misschien is dat wel mijn surfen. Want schrijven zet het weer wat in perspectief.
Die voet, daar komt uiteindelijk wel een oplossing voor. Die coronabesmetting, daar ga ik weer van genezen. En dan gaan we de gemiste dingen inhalen.
Wat blijft is mijn beslissing om het een beetje anders te gaan doen in de toekomst. En daar hoort ook bij om geen stress meer te hebben.
Laat ik daar nu dan alvast maar mee beginnen.




Op naar de toekomst

Inmiddels heb ik ruim 41 jaar gewerkt en ik heb best een gevarieerde loopbaan gehad.
Bijna 5 jaar voor de klas, 2 jaar op een kantoor van een bouwtoeleveringsbedrijf, 2 jaar bij een kinderdagverblijf, 8 jaar in de horeca, 8 jaar nogmaals voor de klas en ruim 16 jaar als (zelfstandig) gastouder.
Kinderen zijn dus wel de rode draad in het geheel. Dat was toch wel waar mijn hart lag.
De horeca vond ik ook leuk trouwens, maar de werktijden minder. Altijd ’s avonds en in het weekend, daar had ik op den duur echt geen zin meer in.
Het kantoorwerk was echt niks voor mij. Voortdurend op dezelfde plek zitten en met (toen nog) papieren bezig zijn, dat vond ik verschrikkelijk. Maar je moet het eerst proberen voordat je dat kan zeggen, toch.


Hoeveel kinderen zal ik onder mijn hoede gehad hebben? Op de scholen in totaal toch al gauw zo’n 325 heb ik uitgerekend. Ongelooflijk zeg. Al die kleine en grote jongens en meisjes, al die unieke kinderen met hun eigen hebbelijk- en onhebbelijkheden.
Sommigen hadden een heerlijk leven, anderen maakten al veel te vroeg ellende mee. Als juf sta je daar heel dicht bij en dat voelt heel bijzonder, daar ben ik dankbaar voor.
Ik bedacht laatst dat de kleuters uit mijn eerste klas dus nu ook al ergens halverwege de 40 zijn…. bizar idee.

Het kinderdagverblijf was heel kleinschalig en ik was er maar kort, dus laten we zeggen dat ik daar in totaal 12 kinderen verzorgd heb.
En mijn eigen bedrijf, mijn kinderopvang Kind aan Huis?
35 kindertjes en kinderen kwamen hier in huis. Sommigen waren nog maar een paar maandjes oud toen ze hier kwamen, anderen waren peuters of kleuters.
Ik zag ze opgroeien, maakte van dichtbij alles uit hun leven mee. De babietjes die ik in mijn armen had toen ze de eerste keer bij mij kwamen, groeiden me letterlijk boven het hoofd en namen afscheid als een tiener, klaar om naar de brugklas te gaan.
Er is daarbij nog wel eens een traantje gevloeid, zoveel jaar samen is immers niet niks!

Maar als ik zeg dat ‘mijn’ eerste kleuters nu veertigers zijn, dan betekent dat, dat ik zelf inmiddels 60 ben…. en ik merk het. Je kan wel zeggen: ‘je bent zo jong als je je voelt’, maar voor mij gaat dat niet op.
Eigenlijk denk ik: waarom moet ik jong blijven? Waarom moet ik geforceerd proberen hetzelfde te doen als toen ik 20, 30 of zelfs 40 was?
Het lijkt soms wel of je opgedrongen krijgt dat je jong en actief moet blijven, omdat dat hetgeen is wat je gelukkig maakt.
Maar mag ik dan niet ouder en rustiger worden, omdat dàt mij gelukkig maakt?
Ik wil niet meer jong en actief zijn. Ik wil leven en gelukkig zijn op een manier die past bij mijn nieuwe levensfase.

Dat heeft niets te maken met minder aandacht hebben voor je omgeving en alert zijn op wat er gebeurt in de wereld. Ik wil echt niet indutten en uiteindelijk vegeteren.
Maar ik wil wèl naar mijn lichaam en geest luisteren die zeggen: doe het voortaan maar wat kalmer aan, dat is beter voor je.

En wat is daar dan de uiteindelijke consequentie van? Dat ik toegeef dat ik het allemaal niet meer aankan zoals het gaat. Dat het afbouwen wat ik het laatste jaar gedaan heb niet voldoende oplevert.
Dat ik, nu ik letterlijk ben stil gezet met mijn gebroken voet, kan nadenken en tot beslissingen kan komen. Beslissingen die ik alsmaar voor me uitschoof. Maar die zo noodzakelijk zijn.

Ik ga stoppen met mijn werk, Kind aan Huis gaat sluiten. Een dubbel gevoel omdat ik met kinderen en hun ouders te maken heb en die ga ik missen. Ik sluit een periode af. Ik sluit af wat ik zelf opgebouwd heb.
Maar toch voelt het als de juiste beslissing.
Lieve lieve kinderen, jullie allemaal, van lang geleden tot aan nu toe, jullie hebben mij zoveel gegeven in het leven. Ik hoop dat dat ook wederszijds geweest is.

Ik sta open voor wat de toekomst brengt. En ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig!




Spinsels

Het is een beetje tegenstrijdig, maar ik ben geinteresseerd in spinnen, terwijl ik er bang voor ben.
Dat bang zijn is ook nog heel subjectief, eigenlijk zijn de enige spinnen waar ik bang voor ben de grote zwarte en bruine spinnen die in de schuur wonen of onverwacht door het huis rennen.
Zelfs de nog grotere vind ik niet eng. Een vogelspin kan ik zonder angst bekijken en als het voorkomt zelfs op mijn hand hebben.
Ik weet niet wat die ene soort dan zo griezelig maakt dat ik er echt panisch van kan worden.
Misschien omdat die het meest onverwacht verschijnen en het hardste rennen terwijl ik niet weet waarheen.


Ik kan me lang vermaken met naar een kruisspin kijken die een wielweb maakt, prachtig!
En als een webje op een lastige plek gemaakt wordt voel ik me enorm schuldig als ik het moet weghalen, ik probeer dan de schade altijd wat te beperken.
De stofspin vind ik minder prachtig, het is een wanstaltig en onhandig beest, maar ik ben er niet bang voor. De kleine spinnetjes die soms in huis zitten, op het plafond of op de muur, zijn best leuk. Om een onduidelijke reden heetten die vroeger bij ons thuis ‘ Jobje’ Het werd gewoon een soortnaam, dan hadden we weer een jobje in huis.
Hier in huis heten ze Ragnar. Uitleggen duurt een beetje lang, gebruik je fantasie maar.
Spinnen aan een draadje zijn niet eng, maar interessant. Minispinnetjes zoals de springspin zijn zelfs aandoenlijk. Als je ze uitvergroot zijn het harige monsters met 8 felle ogen en flinke kaken. Maar voor ons zo klein dat het niet eng is.
En al die superslimme technieken die de verschillende soorten hebben om aan eten te komen! Webben natuurlijk maar ook vangnetjes, valkuilen en boobytraps.

Nu ik aan de bank gekluisterd ben, heb ik de tv meer aan als anders. Vanmorgen was er op National Geographic een mooie documentaire over spinnen. Van over de hele wereld en dan moet ik toch wel zeggen dat ik het niet erg vind, dat niet alle soorten in Nederland voorkomen. Je hoeft hier niet bang te zijn voor een giftige spinnenbeet.
Wat me opviel is dat in de spinnenwereld over het algemeen de vrouw ontzag inboezemt bij de man. Bij veel soorten is de vrouw ook (vele malen) groter. De mannen zijn heel omzichtig in het benaderen als ze verliefd zijn, er zal nooit een Me Too discussie ontstaan in de spinnenmaatschappij. Maar sommige mannen zijn hun leven niet zeker, de Zwarte Weduwe heet bijvoorbeeld niet voor niets zo. Ik zou dan als man denken: ik ga mijn leven niet in de waagschaal leggen voor een avontuurtje. Blijkbaar werkt het zo niet bij hen, anders waren die soorten natuurlijk uitgestorven.

Heel bijzonder vond ik de pauwspin. Het beestje is kleiner dan je pinknagel, maar de mannetjes hebben een prachtig verleidingsmiddel. Net als de paradijsvogels gaan ze dansen voor hun uitverkorene en maken daarbij zomaar bizar mooie gekleurde patronen op hun achterlijfjes

Dit is toch prachtig! En dat allemaal op zo’n mini-oppervlakje. Ik vind het wonderbaarlijk.


Spinnen zijn in de natuur toch gewoon het mooist.
Als die engerds in huis en schuur dat nou ook eens zouden begrijpen!
Dan hoefde ik niet een telefoongesprek te onderbreken omdat ik iets op mijn schouder voel kriebelen en het volgende moment met een enorme spin in mijn hand sta. Dat gebeurde al een hele poos geleden maar ik ben de schok nog niet helemaal te boven.
Echt, ik wil ze alleen maar vanaf een afstandje buiten zien of op tv. Ik vrees alleen dat ze zich daar niets van aantrekken.
(Wie nu gaat zeggen: “zo’n beestje doet niks, hij is banger voor jou dan jij voor hem” die schrap ik hoogst persoonlijk van mijn lezers- dan wel vriendenlijst)
Misschien ga ik ooit nog leren om ze niet meer eng te vinden. Ooit.


Krak

Natuurlijk zou ik een spectaculair verhaal kunnen verzinnen over hoe ik mijn voet gebroken heb. Een heldhaftige redding ofzo.
Maar de werkelijkheid was toch een beetje anders, want eigenlijk gebeurde er niks. Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar zelfs dat hoekje was er niet.
Ik liep gewoon over de stoep met een kind naast me en de hond aan de lijn. Ik verzwikte me (dat doe ik wel vaker, zwakke enkel) maar deze keer zo venijnig dat mijn enkel in een hoek van 90 graden naar binnen klapte en ik ter aarde stortte. Ik probeerde weer op te staan, en viel vervolgens flauw van de pijn. De heg naast mij ving mij liefdevol op, anders was er misschien nog meer fout gegaan.
Ik kwam van school, vandaar het kind bij me, en er waren een aantal moeders die ook mijn kant op gingen. Die zagen wat er gebeurde.
Ik was heel snel weer bij gelukkig, maar ik was verschrikkelijk beroerd.
En die moeders, die deden dus wel een redding, wat een lieve kanjers.
Ze ontfermden zich over mij, belden de dokter, rekruteerden een opa en oma om alle kinderen (ze hadden zelf immers ook kinderen opgehaald) en mijn hond mee te nemen. Die opa en oma lieten dus ook alles uit hun handen vallen waar ze mee bezig waren om direct te komen helpen. Er werd een auto gehaald en al die tijd zat ik hondsberoerd op de grond en hield een van de vrouwen mijn hand vast en bleef met me praten. Mijn hond was ook hondsberoerd van het geheel, hij kroop in de heg, we zagen alleen z’n kont nog, hij kon het niet aanzien. Arme ziel, het was fijn dat hij mee mocht met de opa en de kinderen.
Bij de dokter werd ik op een bed gelegd, ik schijn erg grauw geweest te zijn en moest maar niet weer onderuit gaan.
Toen ging eindelijk mijn schoen uit en direct ontsproot er een soort struisvogel-ei op mijn enkel. Dokter vond het verstandig als ik een foto zou laten maken in het ziekenhuis, misschien was de enkelband gescheurd.


Ondertussen was Bert op de hoogte en die kwam vanuit z’n werk om met mij naar het ziekenhuis te gaan. Het duurde natuurlijk even voor dat hij er was en al die tijd bleven die vrouwen maar bij me, dat vond ik zo vreselijk lief en geruststellend.
Ze hielpen me met vereende krachten in de auto toen Bert er was, ik kon echt geen stap verzetten. Ik kreeg nog bakjes en zakjes toegestopt voor als ik te misselijk zou worden in de auto maar die heb ik gelukkig niet nodig gehad.
Bert haalde bij het ziekenhuis een rolstoel, en nadat ik mij er zeer oncharmant had ingehesen werd ik als opoe met de tas op schoot over de parkeerplaats gereden en ik kon er haast alweer een beetje om lachen.
Bij de Eerste hulp waren ze ook al weer zo lief voor me. Om een lang verhaal kort te maken ( je bent zo 3 uur verder voor je klaar bent): mijn enkel was gewoon verzwikt maar in mijn voorvoet was een bot finaal doormidden. Ik mocht de röntgenfoto zien, het zag er niet zo bemoedigend uit, maar het verklaarde wel dat ik letterlijk onderuit was gegaan van de pijn. Het was nogal een ongebruikelijke plek zei de arts, maar omdat het een ‘nette’ breuk was hoefde ik geen operatie. Nadat ik dat had gehoord kreeg ik direct weer meer praatjes, ik merkte het zelf.
Om half 9 waren we weer thuis, ik met een prachtig roze onderbeen, wat de komende 4 weken hoog moet liggen.

Met andere woorden: ik mag niks doen, behalve de noodzakelijke gang naar het toilet en ’s avonds naar bed.
Bert groef daarvoor mijn krukken op, op zolder, ik had ze al jaren niet nodig gehad gelukkig.


En hoe nu verder?
Ik word aan alle kanten in de watten gelegd en daar word ik gewoon een beetje emotioneel van.
Kaartjes, bloemen, cadeautjes, heel veel appjes en telefoontjes, superlieve bezoekjes.
Degenen die me opgeraapt en zo goed geholpen hebben blijven belangstellend, mijn kinderen en kleinkind kwamen als verrassing, ze moesten er lang voor rijden. En wat helpt er nou beter dan een kusje van je kleinzoon op je gipsbeen?
Er wordt aan alle kanten hulp aangeboden, mijn lieve man is het hele weekend voor me in de weer. Ik voel me, ook al weet ik dat het niet redelijk is, bezwaard dat ik alleen maar languit op de bank zit/lig.
De pijn is inmiddels een stuk minder en ik kan weer lachen als ik mezelf naar boven zie kreupelen ’s avonds en pogingen doe om tanden te poetsen, te douchen en in bed te komen op 1 been. Bert zwermt dan als een beschermengel om me heen, om te voorkomen dat ik alsnog mijn evenwicht verlies en wederom ter aarde zou storten.


Ineens heb ik tenminste 4 weken verplichte absolute rust, en dat is heel raar. Gelukkig doen mijn handen het goed, dus kan ik schrijven, haken, een boek vasthouden en de afstandsbediening van de tv gebruiken. Zo kom ik de tijd wel door.
En weet je, ik wil niet al te dierbaar worden, maar ik voel me toch blij en dankbaar. Omdat me nu door zoiets onnozels als me verzwikken ineens zo duidelijk is hoeveel lieve mensen er om me heen zijn, die alles voor me doen en regelen, gewoon omdat ze dat willen doen.
De controle uit handen geven is niet mijn sterkste punt. Maar omdat het nu verplicht moet leg ik me er bij neer. En merk ik dat er veel mensen zijn die om mij geven. Hoe mooi is dat!
Eigenlijk vind ik dat spectaculair genoeg.


Verspilling

We worden aan alle kanten gestimuleerd om afval te scheiden. En om minder afval te produceren. Helemaal goed natuurlijk. Maar in de praktijk valt het nog niet mee.
In de ene gemeente heb je 4 of 5 containers bij je huis staan, in de andere gemeente wordt apart en gratis plastic opgehaald en in weer een andere (de onze dus) moet je alles behalve gft bij elkaar gooien, want ze claimen dat ze het zelf sorteren. En betaal je niet alleen voor het afvalgewicht maar ook voor iedere containerleging nog apart. Discussies hierover leveren niks op, gemeente blijft sowieso bij haar standpunt dat dit beter en goedkoper is. Hm. Goedkoper voor wie?
En dan zijn er natuurlijk nog de glasbakken, de oudpapiercontainers en de textielbakken. Daar kan iedereen het gratis kwijt, je moet er alleen een beetje moeite voor doen omdat je het zelf weg moet brengen.
Maar hey, we hebben hart voor het milieu dus we doen dat zonder mopperen. Toch?
Nou….. vanmorgen niet hoor! Het is dat ik een peuter bij me had, anders had ik een paar zeer onwelgevoeglijke woorden in het rond geroepen.


We hadden nogal veel textiel wat weg moest. 16 jaar kinderopvang en 5 jaar crisispleegzorg hadden een flinke hoeveelheid kleertjes opgeleverd, allemaal van serieus goede gevers. Vooral als er een pleegkindje hier kwam met niets anders dan het aan had (wat soms ook bedroevend weinig was) waren we enorm blij dat we kleding kregen en er is ook dankbaar gebruik van gemaakt.
Ging het kind weer bij ons weg, dan kreeg het goede kleding mee en de wat meer gedragen en/of ouderwetse kleren bleven hier als reserve.
Ook voor de kinderopvang is het fijn als je wat extra onder- en bovenkleding hebt, kinderen hebben wel eens onverwacht een verschoning nodig.
Maar nu we geen pleegouders meer zijn en er ook geen nieuwe kleine kindjes meer komen in de opvang, kon de voorraad wel eens aan een grondige inspectie onderworpen worden.
Goede kleding op de ene stapel, afgekeurde op de andere. Marie Kondo is er niks bij.

Ik had al eens contact opgenomen met de pleegzorginstantie en de Kringloop. Maar tot mijn verbazing was er weinig tot geen interesse.
Vluchtelingenhulp was ook voldoende voorzien.
Het is natuurlijk geweldig dat er geen gebrek aan kleding is maar ik vind het ook wel bijzonder. We mogen niet verspillen. Maar niemand wil het gebruiken.
Dan moest het maar naar de textielcontainer, in de hoop dat er nog iets goeds mee gedaan wordt.
Drie grote zakken stonden klaar. Het sorteren had dus ook weinig zin gehad, want nu ging toch alles weg.

Ik ging met de peuter in de bakfiets naar de textielbak. Het kind moest natuurlijk ook nog kunnen zitten, dus twee zakken mee en de derde zou ik later vanmiddag meenemen als ik weer naar school moest.
Ik voelde me een beetje zoals de voddenboer die in mijn kindertijd met zijn bakfiets door de straat kwam en luidkeels riep: VODDUUUUUUH! Ik had enorm ontzag voor zijn stemvolume. Er kwam ook altijd een schillenboer trouwens, afval scheiden deden we vroeger dus ook al.

We worden gestimuleerd, zei ik toch in de eerste zin? Aangekomen bij de container werd ik alleen maar ontmoedigd.
De klep om de zak in te kunnen gooien zat heel hoog. En ik ben niet zo groot, het was dus nogal een klus om die klep open te trekken. Toen dat gelukt was moest ik de zware zak omhoog sjorren, boven mijn macht dus om hem in die klep te krijgen.
#$&%*(#)! het paste niet, de klep heeft een opvangbakje waar die zak met geen mogelijkheid helemaal in kon.
Ding er weer uit gesjord, alles boven mijn hoofd, ik was helemaal buiten adem. Je mag de spullen alleen in gesloten zak aanbieden dus los erin gooien was geen optie. Ik had die neiging trouwens wel maar ik ben een net mens, dus ik deed het niet.
Wat nu dan, weer naar huis met die zooi? Mooi niet. De winkel was dichtbij, ik ging kleinere zakken kopen (meer afval dus!) . En weer terug naar de textielbak, peuter snapte er niet veel meer van. Op de parkeerplaats de kleding overgedaan in kleinere zakken. Eerste zak dicht, in de klep, weg ermee. Volgende! Bleef steken. Ik klapte de klep nog een keer open en dicht in de hoop dat de zak erin zou vallen maar nee. De container was waarschijnlijk vol.
Aan de andere kant zat ook een klep. Toen ik die open had gewurmd bleek er ook al een zak in te liggen.
Conclusie: ik kon alsnog naar huis met mijn VODDUUUUUH.
En thuis stond dus ook nog een zak. Geen idee wanneer ik dat nou weer kwijt kan want ik heb niet de illusie dat die bak snel en regelmatig geleegd wordt.

Het valt niet mee om milieubewustheid in de praktijk te brengen.
Ik mag niet verspillen. Maar mijn energie en tijd mogen blijkbaar wel verspild worden en het wordt je zo lastig mogelijk gemaakt. Ontmoedigingsbeleid misschien?
Mopperdemopper.


L. de behanger

Als ik nog eens een carrièreswitch ga maken, dan word ik behanger. Serieus hoor, ik vind behangen heel erg leuk om te doen, in tegenstelling tot schilderen.
Behang is een poos uit de mode geweest maar maakt weer een opmars, met mooie kleuren en leuke patronen. Hou ik van!
Toen ik jaren geleden onze slaapkamer wilde behangen heb ik stad en land afgelopen voor zachtgeel behang, want dat ik had ik in mijn hoofd gezet. En als dat op dat moment niet trendy is, dan heb je dikke pech.
Uiteindelijk heb ik nog ergens 1 rol gevonden, eigenlijk kinderbehang, want er zaten een soort harten op, van glitter. Maar dat was zo vaag te zien dat ik het toch gekocht heb. Omdat het zo weinig was heb ik alleen de schuine wand onder het dak ermee kunnen beplakken, de rest moest toch maar weer geverfd worden dan.
Maar nog niet zo lang geleden kon ik helemaal los, we kregen (nou ja kochten) een nieuw bed en daar hoorde uiteraard een nieuwe aankleding bij. En behang was weer verkrijgbaar, hoera!
Het ging zelfs makkelijker dan vroeger, hierbij moest je de muur insmeren in plaats van die lange lappen papier.


Want dat was nog wel een dingetje vroeger, dat insmeren en in laten trekken. Het was ook mijn taak toen, want het was zo verdeeld dat ik ‘mocht’ meten en smeren en dat ik het plakwerk aan iemand anders moest overlaten. En gedwee als ik toen nog was deed ik dat, al vrat ik me op van binnen. Want (even een zijstapje) dat is wel een beetje de story of my life. Ik hou van klussen en ik kan het ook best, maar als er mannen in de buurt zijn mag ik ineens alleen maar de lieftallige assistente uithangen, zij knappen de echte klus wel op! Stamt vast nog uit de tijd dat de mannen op oerossen jaagden en de vrouwen besjes gingen zoeken.
Tegenwoordig claim ik de klus gewoon, desnoods met ruzie als het nodig is. Vroeger deed ik dat niet, toen was ik veel liever.
Dan stond ik dus braaf aan de speciale behangtafel te kledderen met een behangborstel in een emmer zelf aangemaakte plaksel, vouwde de uiteinden van de ingesmeerde banen naar binnen en gaf exact op het moment dat lijm genoeg was ingetrokken maar nog net niet teveel, de baan aan de L. de behanger van dat moment.
Bestaat die uitdrukking eigenlijk nog, lul de behanger? Ik kreeg er altijd een liedje van in mijn hoofd. Probeer het maar eens te zingen, het klopt precies op de wijs van Guantanamera.
Kon ik toch een beetje mijn frustratie kwijt denk ik.

Goed, tegenwoordig dus makkelijker, je knipt wel de banen op de goede maat maar je smeert de muur in, zodat je niet met de natte lappen zit die je niet kwijt kan, die scheuren als je ze te dik hebt ingesmeerd of die niet plakken omdat je per ongeluk en stukje hebt over geslagen.
Voor het insmeren gebruik je een roller en het gaat zo makkelijk! Ok, als je tenminste niet een schuine wand heb, zoals die in onze slaapkamer onder het dak.
Want de wet van de zwaartekracht laat druppels plaksel gewoon loodrecht naar beneden vallen. Zodat ik er uiteindelijk uitzag alsof ik naar een Romeinse orgie was geweest.

Vorige week mocht ik weer behangen, joepie! Zoals ik in een vorig blog al had gezegd, twee kamers boven in mijn zoons huis hadden nog een opknapbeurt nodig. En als dat gebeurd is, is het hele huis wel zo’n beetje klaar.
Het is een heel leuk huis maar de vorige bewoners hielden nogal veel van paars. Wat zeg ik, die hadden een obsessie met paars. De huiskamer, de keuken, het toilet en alle drie de kamers boven hadden paarse muren. Heel èrg paars ook nog.
En die mensen waren ook heel goed geweest in dingen beginnen en niet afmaken. Zodat er overal halve muurschilderingen waren. Mandala’s, letters, vlinders, bloemen, en niks was afgemaakt.
Toen zoon er ging wonen hebben we met vereende krachten in minder dan twee dagen de huiskamer, keuken en zijn slaapkamer ontpaarst, en later is de gang en de toiletruimte nog opgeknapt. Maar die twee kamers waren nog paars en paarser.
Daar mocht moeder zich nu op gaan uitleven, dus: behang!
Eerst de logeerkamer. Er was een keer lekkage bij het dak geweest, dus het paars had ook nog groenige vochtplekken gekregen. En overal zaten kartonnen en plastic vlinders op de muren geplakt, die moesten er eerst af natuurlijk en de boel moest even schoon.

Dus bij de voorbereiding voelde ik me net Pipo de Clown: ‘Dag vlinders, dag vlekken, dag spijkertjes in muur!’
En daarna fijn behangen, leuk leuk. De eerste baan is altijd spannend, die moet er waterpas opkomen, want geen een muur is recht. En dan de volgende baan er perfect aansluitend tegenaan. Als een volleerd behanger hield ik rekening met rapport en stotend plakken (idiote uitdrukking) en was erg in mijn nopjes. Ik mat af, ik knipte, ik smeerde, ik plakte, het ging zo goed. Lekker gevoel is dat.


Bij het raam en de verwarmingsbuizen is het natuurlijk moeilijker, maar ik ben niet voor niks kleuterjuf geweest, ik kan knippen en plakken als de beste.
2 muren waren nu klaar, een mooi oker/goud behangetje erop. De andere muur zou wit worden en daar had ik ook wat leuks voor gehaald, met een soort zigzagstructuurtje erop.


Maar wat een raar spul was dat! Het leek wel van dat damastpapier wat je op schragentafels legt bij feesten in een grote tent.
Ik keek voor de zekerheid nog even op het label: vliesbehang. Het stond er toch echt op, maar het was vreemd materiaal hoor. En het scheen ook ontzettend door, al dat paars door dat wit heen…. als dat maar goed kwam.
Ik plakte maar gewoon door en zette voor de laatste baan de trap in de deuropening. Klom vrolijk met mijn plakroller naar boven en stootte net zo vrolijk knijterhard mijn hoofd. Niet aan gedacht dat het deurkozijn natuurlijk een stuk lager was dan het plafond en ook niet naar Bert Visscher geluisterd en een helm opgezet.
Ik zag werkelijk sterretjes en was even iets minder voldaan over mezelf. Hoogmoed komt voor den val!

Maar het was klaar (de 4e muur is een kastenwand dus die hoefde niet) en het was eind van de middag, zoon was inmiddels klaar met zijn werk, dus de 2e kamer liet ik nog even paars.
Nu eerst tijd voor bier en pizza. Mannen onder elkaar.
O nee, iets met moeder en zoon. Maar niet minder gezellig!
Het is wel goed om een vrouw te zijn. Kan ik tenminste geen lul de behanger worden.

p.s. 1: De boel is goed opgedroogd hoor! Gelukkig.

p.s. 2: Vanwege de privacy geen foto’s van het resultaat. Het is tenslotte niet mijn huis. Maar neem maar gewoon aan dat het mooi geworden is!

p.s.3: ik verheug me al weer op het laatste kamertje.

Rust

Een avondwandelingetje. Helemaal in mijn eentje, zelfs de hond gaat niet mee. Soms heb ik dat nodig, dat ik nergens op hoef te letten, alleen hoe ik mijn ene voet voor mijn andere zet, in mijn eigen tempo. En aangezien dat bij mij nog steeds vrij automatisch gaat is het pure ontspanning.
Dan hoef ik helemaal nergens aan te denken, zelfs niet bewust nergens aan denken. Ik ruik de geuren van het land en zie de kleuren van de lucht en voel de koelte van de avond. Eigenlijk gebruik ik dus alleen maar mijn zintuigen.
En dan pak ik toch mijn mobiel. Om te laten zien hoe mooi het is en hoe metaforisch.
Het water is zo glad en stil als mijn gedachten. Het land is na de oogst zo leeg als mijn hoofd.

Het was nodig. Soms verbruik je meer energie dan je weer aanmaakt en zijn emoties groter dan je op dat moment aankan.
Zo’n wandeling als vanavond ontspant en laadt op.
Ik kan het je aanraden, als je ook voelt dat je het nodig hebt. Gewoon even gaan lopen. Meer niet.
Het zal je goed doen. Het is genoeg.

Zaterdagochtend

“Wil je koffie?” vraagt mijn man als ik met de hond binnenkom na een wandeling. “Ik ga nog even snel naar de handwerkwinkel mijn bestelling ophalen, ben met 5 minuten terug”, antwoord ik en ga de deur weer uit.
Een paar jaar geleden kwam er een stukje hemel in mijn leven: een handwerkwinkel op een loopafstand van 2 minuten van mijn huis! Een walhalla van kleuren en garens en een altijd vriendelijke en behulpzame eigenares.
Nou wil het geval dat sinds halverwege vorige maand ineens ons dorp ‘aangepakt’ wordt. Lees: een enorme chaos van opengebroken straten, onduidelijke gele wegwijzers en heeeeeel veel zwaar materieel.
De weg naar de handwerkwinkel is dan nu ook een paadje van een stoeptegel langs hekken en afgronden, graafmachines, buizen, dixies en schaftketen. Er wordt zo diep gegraven dat ik me afvraag of er nog een leuke archeologische vondst gaat komen.
In mannequinpas, dus een loopje met de ene voet recht voor de andere, loop ik naar de winkel over dat smalle pad, haal mijn bestelling en stap weer naar buiten. En bots op een wielrenner. Een wielrenner ja. Op die ene tegel langs de diepste krochten van Leens.
Er komen er nog meer zie ik. “Eigenlijk kan je hier niet langs”, probeer ik nog vriendelijk. “Je kan beter daar langs de speelgoedwinkel naar…”
“Daar komen we net vandaan”, laat de man me niet uitpraten. Ok, dan vertel ik ook niet over het tussendoorpad waarmee je weer op een normale weg komt en je met een kleine omweg als nog het dorp uit kan. Eigen schuld.
Ondertussen trossen de wielrenners op als een bijenvolk.
“Het ligt hier open!” roept er een. Dat is vast het brein van de groep. Ze nemen de fiets op de schouder en beginnen te lopen, hun fietsschoentjes slippend op het bouwzand. Ik denk even te wachten, maar het duurt zo lang, er komt geen eind aan de optocht van lycra mannen. Dus ik voeg me met mijn bollen wol er maar gewoon tussen. Ik voel me een beetje als een plaatje van “Waar is Wally?” met mijn pak garen onder de arm in plaats van een fiets op mijn schouder. Tussen een tuin en een schaftkeet verbreedt het pad zich tot 2 tegels en stappen mijn voorgangers weer op de fiets. Degenen achter mij halen hoorbaar adem in mijn nek maar ik denk: jullie bekijken het maar, ik wil naar m’n koffie, en blijf stug doorlopen.
Als we eindelijk weer een echte weg onder de voeten hebben zwermen de fietsers me links en rechts voorbij en ik grinnik tegen een buurvrouw, die net naar buiten komt en vraagt: “Hest die allemoal op de nek ‘had?”
“Zo’n beetje wel ja, iets teveel manvolk op de zaterdagmorgen”, zeg ik en zij grinnikt ook.
Ik open de voordeur en roep: “Ik ben thuis!” en verwacht het geluid van de koffiemachine.
In plaats daarvan klinkt het gedempt uit de garage: “Ik zoek mijn bril!”
Ik trek mijn wenkbrauwen op, want toen ik wegging had man gewoon de bril op zijn neus. “Ik kreeg een boodschappenkarretje op mijn hoofd”, gaat hij verder om het verhaal nog raarder te maken.
In de garage hangt zo’n boodschappentas op wieltjes, de tasmobiel zoals een van mijn kindertjes die noemt. Die had hij blijkbaar van de haak geschoven, zodat hij het ding op zijn knar kreeg en zijn bril afvloog. Die was ergens in de krat tussen het kippenvoer, de konijnenkorrels en het hooi terecht gekomen blijkbaar. Geen speld maar een bril in een hooiberg. Maar zonder bril is het lastig een bril te zoeken dus hij moet eerst zijn werkbril gaan halen om weer wat te kunnen zien en dan is de goede bril snel gevonden.
“Niet beschadigd?” vraag ik bezorgd. En denk er dan pas aan om naar zijn arme hoofd te informeren. Alles is nog intact gelukkig.
Rare toestanden op de zaterdagochtend. Tijd voor koffie.
En dan maar zien wat de rest van de dag brengt.


(foto: Google)