Alle berichten door Annelies

Ga toch fietsen

Dames, hebben jullie wel eens het gevoel dat je relatie een beetje kabbelt? Je bent al lang bij elkaar, het vonkt niet meer zo en de tijd dat je verliefd was lijkt lang geleden.
Misschien heb ik de oplossing gevonden. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat.
Koop een E-bike! Koop twee E-bikes! Want echt, dan word je super gelukkig samen.
Je man kan z’n ogen niet van je afhouden (eigenlijk best gevaarlijk in het verkeer, maar je moet er wat voor over hebben) en zelf ga je stralen.
Echt waar, ik zag het allemaal in het E-bike Lifestyle Magazine.
In mijn onwetendheid dacht ik dat Bert een foldertje bij de fietsenboer gehaald had, maar ik bleek het zwaar onderschat te hebben.

img_20191113_151613399334255371952402701.jpg

Ja, dat is toch even heel andere koek, nietwaar?

Als ik het doorblader moet ik toch echt even zuchten. Dit is het. Je fietst door bos en veld, door leuke stadjes, langs het water, het is altijd mooi weer en je doet niets anders dan lachen samen.

incollage_20191113_1633596805474904680859838718.jpg

 

Jongens wat is dit mooi. Er zijn onderweg ook steeds mensen die je op de foto willen zetten, zodat je maar 1x een selfie hoeft te maken. En zelfs daar willen mensen een foto van maken.

Serieus, Bert heeft dit foldertje, o nee dit Lifestyle Magazine, achteloos op tafel laten liggen, maar er gaat echt een wereld voor me open.
Als hij straks thuiskomt zal ik hem eens even vertellen dat we ons huwelijk een flinke boost gaan geven.

Dan kom ik aan het eind van het boekje en zie een foto van echte mensen die geïnteresseerd zijn om misschien een E-bike aan te schaffen.

img_20191113_1606460602833342949383002148.jpg

Hm, dat ziet er toch heel anders uit. Waar is de stralende lach? Waar is de verliefde blik?
Worden we voor de gek gehouden?

Ach, daar stort mijn luchtkasteel in elkaar.
Ik heb pas geleden een bakfiets gekocht. Zonder trapondersteuning. Misschien is dat toch het echte leven.
En vanavond ga ik met mijn man een borreltje drinken. Want kabbelen kan o zo gezellig zijn.

National Lampoons Dwingeloo

Ken je ze, de National Lampoons Vacation films? Wij voelden ons dit weekend een beetje Clark en Ellen Griswold. Ik denk dat we een heel eind komen met een Nederlandse versie, scenarioschrijvers kunnen me bellen!

Een weekendje naar RCN de Noordster, lekker even er tussenuit. We zijn er al vaker geweest, dus ik had niet de moeite genomen om de mailtjes met titels als ‘Het aftellen begint’ en ‘Zijn de koffers al gepakt?’ goed door te lezen.
Had ik dat nou wel gedaan, dan had ik geweten dat de receptie sloot om 17.00 u. En wij kwamen aan om 17.08 u. Alles donker…. lichte paniek…. Ik zag ons al huilend weer terug naar huis rijden.
Maar blijkbaar zijn ze bij de Noordster wel gewend aan eigenwijze vakantiegangers, er was een jongen buiten die nog weer naar binnen ging, een lijst ophaalde, ons vertelde dat ons huisje open was en helemaal klaar voor ons. Onze dank was groot. Mijn opluchting nog groter.
Het voelde als een welkom: lampen waren aan, de verwarming ook, ik was weer blij.
Maar nu hadden we geen hout voor de kachel kunnen kopen bij de receptie, dat was wel erg jammer! Daar ging mijn visioen van een knusse avond bij het houtvuur.
Dus ging Bert er weer op uit en kocht bij een benzinestation een zak haardhout en een zak frustratiehoutjes. De naam aanmaakhoutjes verdienden die namelijk niet.
Want toen Bert ging eten koken en ik enthousiast een vuurtje ging bouwen, bleek dat alleen het bouwen lukte, het vuurtje niet. In 5 minuten had ik de nieuwe gasaansteker leeg en was er nog steeds niks anders dan een zwartgeblakerd houtpuntje met een miniem kringeltje rook. Ik probeerde het smeulende houtpuntje aan te blazen.
“Lukt het niet?” vroeg Bert vanachter het fornuis. “Het lukt prima”, hoestte ik kribbig omdat ik juist het sliertje rook inademde.
We gingen eerst maar eten. Daarna ging Bert met het vuur aan de gang, het lukte me niet. Toch weer iets vanuit de prehistorie denk ik, de man zorgt voor het vuur en de vrouw gaat besjes zoeken. Maar het was te donker om besjes te zoeken dus ik bleef met belangstelling volgen of het hem wel lukte. En natuurlijk lukte het hem wel. Niet zonder moeite, maar op den duur brandde er een mooi vuurtje. Hij deed het deurtje van de houtkachel dicht. En zagen we geen vuur meer. De ruit van de kachel was zo zwartgeblakerd dat die ondoorzichtig geworden was. Ach, dat was nou jammer.
Bert deed het deurtje weer open en onmiddellijk stond de kamer vol rook. Oef. Deurtje weer dicht, lukte niet, er zat iets tussen. Knop van het deurtje werd te heet om vast te houden, Bert werd een beetje paniekerig, ik zag ineens een pook liggen, griste die weg en gaf hem aan Bert, die daarmee op tijd het deurtje èn kon sluiten èn kon loslaten, zodat verdere ongelukken achterwege bleven. Pfff. We openden de ramen om de rook te laten ontsnappen, en gaven het voor nu verder maar op met de kachel.

Ik ging, met mijn superhippe RCN-app, broodjes bestellen voor de volgende ochtend. Zo gezellig, ze komen dan versgebakken broodjes bij je huisje bezorgen.
Alleen nu niet. De app werkte wel hoor. Maar de app en de informatiemap gaven heel tegenstrijdige berichten over tot wanneer je kon bestellen. Er kwam ook geen betaalverzoek dus ik had er een hard hoofd in. Nou dat weer, geen broodjes morgenochtend. Maar toen kwam er toch een smsje:

screenshot_20191111-071837~21126307321466696936..png

Hoe dan, want ik had helemaal geen bereik in het bos, ik moest om het te beantwoorden een heel eind richting de ingang van het park lopen. Maar hey, we zouden morgen toch broodjes kunnen eten.

Lenny moest nog even uit. In het donkere bos zag hij iets bewegen, waarschijnlijk een konijn. Omdat Bert daar niet op verdacht was, werd de rolriem uit z’n handen gerukt en zagen we de lampjes van Lenny’s halsband zich in een grillig patroon snel van ons verwijderen. We riepen dingen als “LENNY WACHTEN” en “HIER” en “HEY” maar het jachtinstinct was sterker. Toch ging hij niet ver weg. Hij kon niet, want de 5 meter lange rolriem was om alle boompjes en struiken gewikkeld waar hij doorheen was gezigzagd. In het pikkedonker moesten we zien hoe we die boel weer gingen ontwarren, het was chaos. We zijn erg lang weggeweest voor een korte wandeling.

We moesten onze bedden nog opmaken. Och heden, het waren seniorenbedden of zoiets, zo hoog dat de prinses op de erwt er met gemak op had kunnen slapen. Nou ja, we lopen tenslotte al tegen de 60 dus vooruit dan maar.
Ik ging douchen. Omdat het zo’n eenvoudig huisje was, was het echt een douchecel, geen plankjes voor toiletspullen en ik kon ook mijn bril niet neerleggen. Shampoo en doucheschuim maar op het richeltje bij het raam,maar dat durfde ik met mijn bril niet aan. Die stopte ik dus  in mijn pantoffel. Ik vond mezelf erg slim, totdat ik het weer vergat en na het afdrogen mijn pantoffel aan wou doen. Help er zat iets in. Sjongejonge. Gelukkig niet doorgeduwd anders had ik de rest van het weekend nog brilloos moeten doorbrengen ook.
We beklommen onze bedden. Ze lagen wel erg lekker.
Toen ik ’s nachts naar de wc moest was ik weer vergeten dat het zo’n hoog bed was, dus nadat ik mijn voeten over de rand had gezwaaid maakte ik een hele afdaling met mijn rug langs de rand van de matras voordat ik de grond raakte. O ja, dat was ook zo, het bed was hoog. En daarna weer een hele klauterpartij in het donker om weer in bed te geraken. Bert knoerde door, dat is dan weer het voordeel van twee losse bedden.

De volgende ochtend ging Bert om 10 uur de bestelde broodjes halen. Ik kookte ondertussen eitjes en vond dat ik erg handig was om de juslepel te gebruiken om het eitje in het kokende water te laten glijden. Maar er gleed helemaal niks. De juslepel was zo diep dat het eitje onderin bleef liggen en met geen mogelijkheid uit die lepel wilde komen. Ik moest in een anatomisch haast onmogelijke houding de lepel onderstboven houden voordat het eitje eruit kwam. Pats op de bodem, barst in de schaal. Potverdorie.
Bert bleef wel lang weg trouwens. De broodjes moesten dus nog gebakken worden, het was helemaal niet de bedoeling geweest dat we konden bestellen. Morgen moesten we dus iets anders bedenken.

Toen kreeg ik een appje:

screenshot_20191111-071819~2594179450356032908..png

We gingen naar buiten. Na een lekkere boswandeling waren we net op tijd thuis, want het begon te gieten. Voor de gezelligheid maakten we een kruiswoordpuzzel. Je kon daarmee een weekend weg winnen.
Het was echter zo’n rare puzzel dat we ons hele weekendje-weg eraan konden besteden om een weekendje-weg te kunnen winnen. Bijna ieder woord moesten we opzoeken. Ik bedoel: olim, argot, silex, nol en stoa zijn nou niet de woorden die in mijn toch wel ruime vocabulaire voorkomen. Wil je weten wat het is, zoek het maar lekker zelf op. Ik werd er tureluurs van, maar het was tijd om op te tutten, want we hadden een feestje van onze schoonzus die 65 was geworden.
Lenny moest mee, anders zou hij het hele vakantiepark bij elkaar janken. Maar hij bleek ineens een dubbelgevouwen oor te hebben, er zat iets vies en stekeligs in. Zo kon hij niet op visite. En ik had natuurlijk geen hondenborstel meegenomen. Dus met de vingers dit allemaal uit z’n oor gepeuterd:
img_20191109_1123478438099581371668569261.jpg
terwijl hij hypernerveus stond te bibberen. Het is zo’n watje.
Op naar het feest.

We kwamen ter plaatse. Afgezien van dat ik in de eerste minuut al een ladder in mijn feestpanty had gemaakt en iemand op Lenny’s staart ging staan zodat het beest zo’n gil liet horen dat de hele party even stil viel en de dader een hoofd als een tomaat kreeg ook al zeiden we dat er echt niets aan de hand was, hebben we ons keurig gedragen en echt genoten van het feestje.

Om half 10 ’s avonds waren we weer terug in ons huisje en we wilden nog een nieuwe houtkachel-poging doen. Bert had het voor elkaar gekregen om een stukje van de ruit doorzichtig te krijgen .
Ach wat een lustig vuurtje brandde er nu!
img_20191109_2205575668816323440607795872.jpg
Toen het wat minderde wilde Bert de boel een beetje oppoken en opende het deurtje. Onmiddellijk kolkten zuilen dikke donkergrijze rook de kamer in. Ik kon nog net met een astmatische piep: “Lenny kom!” uitbrengen voordat ik met hem de slaapkamer invluchtte en daarna de deur stijf gesloten hield. Voor de zekerheid zette ik het raam open. Vanuit de huiskamer klonk gestommel en gebonk, Bert probeerde de ramen en deuren te vinden om die tegen elkaar open te zetten en toen ik vroeg: “Kan ik al weer komen?” hoorde ik een gesmoord antwoord waaruit ik een ‘nee’ opmaakte.
Na een poosje klonk het wat helderder: “Kom maar” en durfde ik de slaapkamer uit. Het was inmiddels een stuk lichter in de kamer want alles stond tegen elkaar open. Stervenskoud, maar de kachel hebben we verder maar gelaten voor wat ie was. Dan maar ongezellig de cv aan.
Alles walmde naar rook, ik ging lekker douchen. Maar de douche hing, nadat Bert er gebruik van had gemaakt, te hoog. En wel zo hoog dat ik er ook niet bij kon om hem te verstellen. Ik stond in m’n blootje te kleumen en moest alweer Bert erbij halen. Daar kwam mijn redder, die met een ferme ruk de douchekop naar beneden trok en daarmee direct  de hele douchestang van de muur. Oei. Ding er weer aangeschroefd en eindelijk onder de douche. Ik was zo koud geworden dat ik het water flink heet liet worden. Dat hielp. Ik droogde me af, had deze keer mijn bril en pantoffels niet in de douchecel dus liep direct de gang in. Een overdovend PIEEEEEP PIEEEEP PIEEEEP! Ik schrok me wezenloos en sloeg m’n handen voor mijn oren, het deed gewoon pijn. Door de stoom die uit de douchecel kwam bij het openen van de deur ging de rookmelder af.
We hadden een poosje eerder een complete rookvergiftiging op kunnen lopen en dood neer kunnen vallen zonder alarm, maar na het volkomen onschuldige douchen was er ineens hysterie.
Mijn held kwam natuurlijk weer aanrennen om me uit de brand, die er niet was, te redden.

We bestegen onze bedden en Bert boog zich naar me over voor een nachtzoen. Helaas plantte hij zijn elleboog in de kier tussen de 2 matrassen, die verschoven daardoor en als in slow-motion zag ik mijn man wegzakken in de diepte. Ik keek hem na.
Luctor et emergo. Hij worstelde en kwam boven. .
Poging twee voor een nachtzoen lukte wel en we deden het licht uit. Hé wat raar, gister was het veel donkerder. “Nou zeg” mopperde ik, “Moeten de buren nou echt zo’n schijnwerper aan hebben. Moet je kijken hoe fel door het gordijn, zo kunnen we toch niet slapen”.
Bert daalde weer af naar de slaapkamervloer en gluurde door het gordijn.
De schijnwerper kwam uit onze eigen douchecel, door de PIEEEEP commotie was ik vergeten het licht uit te doen. Nu Bert toch al uit bed was kon hij de lamp direct wel even gaan uitdoen. Hij zat toch al in zijn heldenrol.

De volgende ochtend ging Bert douchen en ik alvast even met Lenny uit. Die stond in zijn enthousiasme met z’n staart tegen de douchedeur te kwispelen. Bert dacht dat er geklopt werd en galmde: “Ja, wat is er?”
En liet vervolgens zijn doucheschuim van het raamricheltje op de tegelvloer vallen zodat de dop barstte en niet meer dicht kon.  Ik heb maar even nergens op gereageerd.

We ontbeten met een omelet want we hadden geen brood maar wel eieren en ham, en daarna gingen we wandelen. Het was prachtig weer en we hadden een route van ruim twee uur uitgezocht met halverwege het Bezoekerscentrum Dwingelderveld.
Ik genoot in het bos en ik zag van alles. Was helemaal enthousiast toen ik reeënsporen ontdekte.
img_20191110_1256413088540560189875718076.jpg
“Jij bent toch eigenlijk wel mijn eigen Klukkluk hè?” zei Bert.
Klukkluk. Waarom nou niet Pocahontas of voor mijn part Winnetou?
Nee, Klukkluk, daar kon ik het mee doen.

In het bezoekerscentrum dronken we een sapje en kon ik ook even toiletteren. Er waren 2 damestoiletten met de deuren in een hoek van 90 graden tegenover elkaar. Toen ik mijn deur weer open deed had iemand de andere deur wijd open laten staan zodat ik het toilet uitliep maar het toilet weer in liep en vice versa,  ik kwam er niet uit omdat ik niet kon zien hoe dat nou zat met die deuren! Het is me uiteindelijk gelukt voordat Bert me ging zoeken, maar het was bizar.

Aan het eind van de wandeling belandden we in de Bospub, voor een biertje en een borrelhapje. Het was er zo gezellig, we konden hier net zo goed eten in plaats van nog ergens in Dwingeloo. Ik had niet zo’n grote trek en koos een salade met zalm.
De bestelling kwam en ik kreeg een bord ter grootte van de radiotelescoop van Dwingeloo vol met salade en zalm. Goeie genade.
Ik heb nog niet de helft opgegeten en, omdat ik het zo zonde vond dat het weggegooid zou worden, gevraagd of ik de rest mee kon nemen. Dat kon, ik kreeg een flinke plastic bak mee, waar eerder 2,5 liter frambozen-ijs in had gezeten. Niet bepaald een tupperware bakje dus, maar de salade ging mee!

Toen we klaar waren was het inmiddels donker, maar we konden wel door het bos naar huis, zei Bert. Als we de rode paaltjes volgden kwamen we zo weer op het park.
Alleen zijn rode paaltjes  in het donker niet rood hebben we gemerkt. Op een gegeven moment liep het pad dood en konden Bert, Lenny, de bak met zalmsalade en ik niet verder.
Verdwaald in het donkere bos.
Ineens een felle krijs zodat we allemaal, behalve de bak sla, opschrokken, maar dat was vast een uil, zeiden we dapper tegen elkaar.
“Jij hebt toch een lampje op je telefoon?” vroeg ik aan Bert.
“Mijn telefoon! Die ligt nog in de Bospub!” riep hij.
Dus Bert, Lenny, de zalmsalade en ik keerden weer terug op onze schreden. Inmiddels kreeg ik het lumineuze (letterlijk!) idee dat ik toch ook wel ergens een lampje op mijn telefoon moest hebben. Struikelend over boomwortels, glijdend door de blubber en ondertussen naarstig bij “instellingen” zoekend met de bak sla onder de arm geklemd, slaagde ik erin om het lampje aan te doen.
Bert kreeg zijn telefoon weer terug en we vingen nogmaals de donkere boswandeling aan. Lenny snapte er allemaal geen bal van, dat heen en weer gestrompel van ons.
Het was echt pikdonker, geen maan, geen sterren en ook nog wat mistig. Ik voelde me alsof ik in een verhaaltje van W.G. Van der Hulst liep. “Het was bitterkoud en donker en de arme kindertjes waren verdwaald in het bos” ,declameerde ik. “Gelukkig hebben we eten mee”,  zei Bert droogjes.
Uiteindelijk zagen we de lichtjes van het park. We hadden het gehaald!

In het huisje gingen we inpakken, we zouden naar huis. Hebben we alles?
“Ik ben m’n t-shirt kwijt” zei Bert. Maar er lag nergens meer wat.
De lieverd had het bij het beddengoed in de sloop gestopt die als waszak diende en inmiddels in het halletje stond.
“Ik snap het wel, het lijkt ook zoveel op een laken”, zei ik.
“Nou het is toch ook wit” ,verdedigde Bert zich.

We gingen! En we reden in 1x goed, we waren niks vergeten en we hoefden niet in bedden te klimmen en ook niet in afgronden te verdwijnen want we waren weer thuis.

Vanmorgen trok ik mijn trui zowel binnenstebuiten als achterstevoren aan.
Ik weet niet of het nog goed komt met ons.

 

Onder de boom

Mijn writersblock is nog niet voorbij.  Maar ik heb nog wel wat in de archieven.
Dit is een inzending voor een schrijfwedstrijd geweest.  Niks mee gewonnen maar je kan tenslotte niet altijd winnen.
Het thema was “Onder de boom” , de invulling vrij.  Mijn verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen.

“Henk”

Het was dat Henk zulke priemende oogjes had, anders zou je niet eens kunnen zien wat zijn voor- of achterkant was. Een klein mannetje, met een enorme hoeveelheid lang grijs haar: een verdeling tussen hoofdhaar en baard was niet te zien. Hij droeg immer dezelfde versleten kleren en zo te ruiken deed hij niets aan persoonlijke hygiëne. Een schilderachtige figuur, bekend in het hele dorp.
We mochten Henk wel, al had hij vreemde ideeën over mijn en dijn. We konden hem zomaar aantreffen op onze oprit terwijl hij trossen druiven van de pergola afknipte.
Hij sloopte een stuk draad uit een omheining van een willekeurig weiland, omdat hij mij daarmee wilde helpen toen ik mezelf buitengesloten had.
Hij kwam met een hogedrukspuit aan, toen we het terras aan het schoonmaken waren. Die had hij ‘ergens’ gevonden. Want behulpzaam was Henk, gevraagd of ongevraagd. Je kon er donder op zeggen dat, als je met een of andere klus bezig was, Henk eraan kwam kuieren ,alsof hij van iets of iemand een seintje had gekregen dat hij weer nodig was. Je rook hem haast al voor je hem zag, slenterend met zijn handen in de kapotte broekzakken en een brandende sigaar ergens ter hoogte van zijn mond tussen het haar gestopt. Hij mompelde dan, zonder de sigaar uit z’n mond te nemen, wat in zijn onverstaanbare dialect en na een paar minuten was hij bezig je te helpen. En als je niet uitkeek nam hij het over. Want eigenwijs was hij ook, hij wist hoe het allemaal moest.
Het allermeest hield hij van zagen. Als hij ook maar dàcht dat we met iets van hout bezig waren kwam hij eraan met de kettingzaag.
“Hoeft niet Henk, we redden het zo wel”, zeiden we vaak haastig. Toen we een keer een omheining hadden gemaakt met paaltjes en gaas, en de paaltjes niet van gelijke hoogte bleken te zijn, verscheen uit het niets Henk met z’n kettingzaag. Hij startte het knetterende ding en met zijn nietige lijf racete hij langs de omheining om de palen een kopje kleiner te maken, met bewegingen die een gitarist in een hardrockband niet zouden misstaan.
Er was één ding waar Henk niet aan mocht komen, in geen geval. Dat was onze kastanjeboom. Die was groot, heel groot, en Henk popelde om de boom te snoeien. Ik heb hem regelmatig echt verboden om zich met die boom te bemoeien en ben altijd bang geweest dat we op een keer thuis zouden komen om te zien dat Henk de boom te lijf was gegaan. Want Henk wist immers veel meer van bomen dan wij, vond hij zelf. En wat Henk wou, gebeurde. Tenminste, ook dat vond hij zelf.
Toch is onze kastanjeboom gespaard gebleven. Henk mocht een esdoorn omzagen en een andere esdoorn snoeien, we konden hem dus tevreden houden.
Hij was voor het hele dorp actief met zijn kettingzaag. Henk was alomtegenwoordig. Al bleef het een eng gezicht: klein harig mannetje, grote gevaarlijke kettingzaag.
Wat hij het liefst deed, is uiteindelijk ook zijn dood geworden. Met de kettingzaag was hij in een grote boom geklommen, natuurlijk zonder zekering want daar deed hij niet aan. Het waaide nogal, maar daar maalde Henk niet om. Maar een grote windvlaag liet een tak  zwiepen en Henk werd daardoor uit de boom geslagen. Toen hij de grond raakte brak hij zijn nek.
Daar lag hij, dood onder de boom. Alsof de boom had teruggevochten. Deze dood paste zoveel beter bij hem dan welke andere dan ook. Wij denken dat hij zijn einde niet anders gewild zou hebben.
Het is stil in het dorp, want Henk is er niet meer.
tree-1396271_960_720

Sorry

Ik heb geen inspiratie
ik heb een writersblock
alleen maar irritatie
ik heb een writersblock

Zit doelloos wat te typen
ik heb een writersblock
geen mening uit te diepen
ik heb een writersblock

Geen leuke anekdote
ik heb een writersblock
ik voel me best wel klote
ik heb een writersblock

Mijn hoofd voelt raar en leeg
ik heb een writersblock
‘k wou dat ik een brainwave kreeg
ik heb een writersblock

Ik weet niks meer te schrijven
ik heb een writersblock
hoop niet dat dit zal blijven
ik heb een writersblock

Ik zoek iets wat verlicht
ik heb een writersblock
en maak dit dom gedicht
ik heb een writersblock

Sorry

img_20191105_0847491182928674131470521984.jpg

Onbegrijpelijk

Deze week begon ik ’s morgens extra vroeg. En daarom hoorde ik het radiojournaal van 6 uur.
Gisterochtend was de berichtgeving zo bizar dat ik me afvroeg of ik het wel goed gehoord had.
Het begon zo positief: Het leek erop dat er een doorbraak was in de behandeling van Alzheimer.
Jeetje, echt waar? Dat zou fantastisch zijn!
Maar daarna kwam de zin: Dit zou jaarlijks miljoenen kunnen schelen in de zorg.
Huh? Was ik wel goed wakker? Ik keek naar Bert. Ja hij had het ook gehoord. Zo werd het echt gezegd.
Ik ben nog steeds van mijn stuk.
Een remedie tegen Alzheimer betekent dat heel veel mensen zichzelf kunnen blijven,dat heel veel families verdriet bespaard wordt. Dat is het gene waar het om draait.
Het draait om MENSEN!
Maar blijkbaar is dat ondergeschikt. Blijkbaar draait het om geld, om uitsparing van zorgkosten.
Het is om te huilen. Het is inmiddels anderhalve dag nadat ik het bericht hoorde maar ik kan er nog steeds niet over uit.
Wie haalt het toch in zijn of haar hoofd om zoiets te bedenken? Het wil er bij mij niet in dat ik te naief ben, omdat ik totaal niet aan geld besparen dacht, maar aan leed besparen.
Het is helaas wel de werkelijkheid, dat gezondheid gekocht moet worden.
Juist als een mens op z’n kwetsbaarst is moet er geld op tafel komen.
Ik snap ook wel dat alleen de zon voor niets opgaat.
Maar om blij te zijn met een doorbraak in de gezondheidszorg omdat het geld bespaart, daar begrijp ik echt helemaal niets van.
En zo geeft een op zich positief bericht mij een heel verdrietig gevoel.

download (2)

Kleine cadeautjes

Al vaak heb ik over mijn werk als gastouder geschreven. Het is een zeer afwisselende baan. In de 14 jaar dat ik dit nu doe heb ik 35 kinderen verwelkomd bij Kind aan Huis. Momenteel heb ik er 13 in de opvang. De jongste is 4 maanden , de oudste 11 jaar.
Er zijn heerlijke dagen bij, er zijn lastige dagen bij, maar over het algemeen geniet ik echt van mijn werk.  En behalve blogjes heeft het ook al 8 afleveringen van Prietpraat opgeleverd.

Vanmorgen zei een jongetje zomaar iets liefs tegen me. En toen bedacht ik dat ik nog geen blogje heb geschreven over de complimentjes die ik krijg.
Want die krijg ik en dat doet me altijd zo goed. Een blijk vanuit de kinderen zelf dat ze het naar hun zin hebben hier en zich vertrouwd voelen bij mij.
Het zijn kleine cadeautjes en ik word er èrg blij van.

“Jouw haar luikt zo jekker ” (3 jarige)

“Je bent een oma, maar je lijkt op een mama” (4 jarige)

“Mag ik nog wat langer bij je blijven spelen?”(8 jarige)

“Ik vind dat je er heel mooi uitziet” ( Met kerst, 9 jarige)

“Mijn knie doet niet meer zeer, jij hebt toverkusjes ”( 5 jarige)

“Jij bakt de lekkerste eitjes van de hele wereld” ( 8 jarige)

“Jeetje wat kan jij mooi tekenen” ( 9 jarige)

“Jij bent mijn beste vriend” (3 jarige)

“Ik ga straks naar mijn vriendje maar ik kom eerst bij jou theedrinken
want dat vind ik zo gezellig” ( 11 jarige)

“Ik wou wel bij jou eten en slapen, mag ik een keer logeren?” (7 jarige)

(fluisterend:)
“Als de anderen weg zijn, mag ik dan even bij jou op schoot?”( 6 jarige)

En behalve mondelinge complimentjes krijg ik ze soms ook fysiek. Iets speciaal voor mij gemaakt.
Een jongetje is lang bezig met een vierkant van strijkkralen en zegt: “Die is voor jou om je koffiebeker op te zetten”.
Een jongen maakt op school appelmoes en maakt er een lief cadeautje van voor mij.
Een meisje maakt in een werkboek een opdracht en ze denkt aan mij. (voor de duidelijkheid: wat ze getekend heeft is een flesje parfum)
Een jongetje heeft zowel voor mij als voor Bert een hart gevouwen.
Een meisje maakt een lieve tekening voor mij op het krijtbord.

Van zulke dingen word ik zo blij en vaak ook een beetje ontroerd.
Het zijn de kleine dingen die het doen.

 

 

Even helemaal weg

Afgelopen maandag had ik nogal wat moeite om terug te keren in de normale wereld. Het hele weekend had ik, samen met Tim , in Midden Aarde vertoefd.
22 uur lang hebben we rondgekeken in de wereld van Tolkien. Zaterdag de 3 films van de Hobbit, zondag de 3 films van Lord of the Rings, van allemaal de extended version. Groots. Groot, groter, grootst. Dat dekt de lading wel.
Tim was nog een kleine jongen toen hij in de bioscoop The Fellowship of the Ring zag. En het heeft diepe indruk gemaakt. Hij zei dit weekend: “toen is mijn liefde en interesse voor fantasy ontstaan”.
Zelf denk ik dat zoiets er al inzit, maar dat het nog moet ‘ontwaken’. Je houdt van dit genre of het zegt je niet veel. Of misschien zelfs helemaal niets.
Het is fantasy, want er bestaan geen orcs, goblins, elven en hobbits. Maar eigenlijk weet ik dat niet eens helemaal zeker. De verhalen zijn ooit ergens begonnen, over de hele wereld is er een folklore met mythische wezens.
Als ik in een echt oud bos ben, dan kan ik me goed voorstellen dat er wel degelijk meer leeft dan dat we te zien krijgen.
De term fantasy is wat mij betreft sowieso betrekkelijk. Altijd zijn er parallellen met onze wereld.
Als je in dit geval naar de verhalen van Tolkien kijkt zie je duidelijk verwijzingen naar de wereldoorlogen van de vorige eeuw: boze machten uit het oosten, bedreiging van de wereld, overlopers en collaborateurs, verzetsstrijders en bondgenoten.
Sowieso gaat het in fantasy verhalen altijd over de strijd tussen goed en kwaad. En dat is sinds de geschiedenis die wij als mensen kennen ook altijd in ònze wereld aanwezig. Het is een eeuwig thema, zowel in het grote geheel, als bij het individu. Want ieder mens moet altijd weer keuzes maken in z’n eigen leven: ga je voor het goede of voor het kwade.
Wat dat betreft is er geen enkele fantasie in fantasy, het is de werkelijkheid.

Het was een heerlijk weekend, we waren echt weg samen. Natuurlijk, we zaten lekker op de bank, met op z’n tijd een drankje en een hapje.
Zo comfortabel als hobbits in the Shire, tenminste degenen die niet op reis waren gegaan om draken te verslaan en demonische ringen te vernietigen.
Wij vergaapten ons aan de prachtige landschappen, de steden, de kostuums en alle details die erbij hoorden. We waren toeschouwer van ongelooflijke gebeurtenissen en we leefden ons in, in bepaalde personages. Natuurlijk wisten we dat het niet echt was, maar het voelde heerlijk om er even helemaal in weg te kruipen. We aten stew en beenham, we dronken donker bier, we bleven in het thema.

Op zich ben ik helemaal niet avontuurlijk. Ik ben zeer gesteld op mijn comfort, en als ik langer dan twee weken van huis ben word ik ziek van heimwee. Maar in mijn hoofd wil ik nog wel eens op reis gaan, zoals nu naar Midden Aarde.
En het lijkt me fantastisch om in zo’n film mee te mogen doen, al is het als figurant. Even echt deel uitmaken van die wereld, van die sfeer.
Wat is het dan, is het doen alsof je iemand anders bent? Misschien. Ik hou van verkleden en dan op die manier een andere rol aannemen. “Hoe zou het zijn als…..”
En daarna weer veilig terug naar mijn eigen vertrouwde zelf, in mijn eigen vertrouwde wereld.
Maar daar had ik deze keer wat meer moeite mee dan anders.
Gewoon naar huis, gewoon werken, gewoon….. Nou ja, alles weer gewoon.
Als Frodo weer thuis is na zijn epische avontuur, kan hij niet wennen. Ik had dat in het heel klein.
Gewoon echt een beetje heimwee.

middle earth

 

 

Mooi werk

Een gewone donderdag, een gewone werkdag. Het is na schooltijd, de thee is op en de zes kinderen die hier vanmiddag zijn, gaan hun eigen ding doen. Eerder op de dag waren er nog twee kleintjes. Broertjes, de een is 3 jaar, de ander 8 maanden. Ze zijn inmiddels opgehaald, nu zijn er dus alleen schoolkinderen.
Als we met z’n allen rond de tafel zitten voor thee en een koekje ( lekker ouderwets, maar zo gezellig!) vraag ik wat ieders plannen zijn. Twee jongens, broers van 8 en 10, hebben afgesproken met vriendjes om buiten te spelen. De andere vier blijven hier. De oudste van 11 installeert zich op de bank met zijn spelcomputer en koptelefoon, hij heeft ook afgesproken met vrienden maar dan online. De jongste van 5 wil graag met de strijkkralen en de twee meiden van allebei 9 gaan zelf een filmpje opnemen op de telefoon die een van hen meegenomen heeft.

Er schallen voortdurend lachsalvo’s door de kamer, de dames komen niet meer bij om hun eigen grappen. Dat meidengegiechel doet me denken aan dat van mijn dochter en haar vriendinnen vroeger, en nog verder terug in de tijd aan mezelf met mijn vriendinnetje.
En ineens bedenk ik dat dit een van de redenen is waarom ik mijn werk zo leuk vind.
Al die heerlijke fases van de kindertijd, ik ben erbij. Telkens op nieuw. Ik werd zelf volwassen, mijn eigen kinderen werden volwassen, maar omdat ik gastouder ben,
beleef ik keer op keer die mooie dingen weer.
Mijn jongste hier in de opvang is nog geen 4 maanden oud. Ik zie de lachjes, het ontdekken van de handjes, luister naar de lieve brabbeltjes. Geniet van zijn zachte bolletje tegen mijn schouder als hij in slaap valt na het drinken.
De volgende is nu 7 maanden. Als ik hem uit bedje ga halen, is hij zelfstandig op zijn buikje gedraaid en kijkt me met een brede lach aan. Ik zet hem in de kinderstoel en ik geniet als ik hem z’n eerste stukjes brood geef en zijn neusje rimpelt van plezier, omdat hij het zo lekker vindt.
Dan is er een van 11 maanden, volgende maand viert hij zijn eerste verjaardag! Hij kan zelfstandig gaan zitten, speelt geconcentreerd met speelgoed en eet al warm eten mee aan tafel.
Mijn peuter van 3, die me de oren van het hoofd kletst, alle tractor-merken uit het hoofd weet, dol is op nieuwe liedjes leren en als enige hier eerst de korstjes van zijn broodje eet omdat hij die het lekkerst vindt. De kleuter die net 4 is en voor het eerst naar school is gegaan deze maand, die altijd wel een fantasievriendje of -huisdier heeft en daar hele verhalen over heeft te vertellen. En die zo zorgzaam is voor haar babybroertje.
De kleuter van 5, die alle kennis over letters en cijfers indrinkt, die de mooiste dingen maakt van de strijkkralen, maar die ook enorm hard kan rennen en superlenig is. De andere kleuter van bijna 5, die zo dol is op paarden, op boekjes lezen en helpen in huis. Ook zij is heel zorgzaam voor haar kleine broertje. Mijn jongetje die juist vandaag 6 is geworden en me zo aan mijn eigen zoontje van vroeger doet denken. Zijn hoofd zit vol sterren en planeten, dino’s en andere wetenswaardigheden. Zijn stralende ogen als hij weer iets nieuws ontdekt heeft, zijn onweerstaanbare grijns als ik een woordgrapje maak.
Mijn stoere jongen van 8, die zo goed is in voetballen, maar die ook zomaar de deur voor me openhoudt als ik er met de kinderwagen door moet. Die altijd goedgehumeurd en stabiel lijkt, met genoeg zelfvertrouwen om zich helemaal niks aan te trekken van wat een ander op school zegt.
Mijn twee meiden van 9, die zulke goede vriendinnen zijn. De éen is een kwebbelkont, de ander wat rustiger, maar allebei altijd gezellig. Ik zie dat ze belangstelling krijgen voor kleding, muziek, trends. Ze fluisteren over geheimpjes, krijgen de slappe lach over niks.
Mijn jongen van 10, die iedere week weer een stukje gegroeid lijkt te zijn, hij scheelt nog maar 5 cm met mij. En niet alleen fysiek, ik heb hem in de loop van de jaren zo zien groeien, van een onzekere, soms wat angstige jongen, tot eentje die stevig in zijn schoenen begint te staan en zijn eigen plan trekt.
En tenslotte mijn jongen van 11. Nog een paar maanden zal hij hier komen, daarna gaat hij naar de middelbare school. Altijd relaxed en op z’n gemakje hier, volkomen zichzelf. Druk met online game-afspraken, maar ook buiten met vrienden “Area 51”spelen. Ik vraag natuurlijk niet naar de geheime missies maar als hij dan weer met schitterende ogen thuis komt zie ik wel dat het spel mooi en spannend was.
Al die fases van het kinderleven, ik ben er bij. Ik heb zo van mijn eigen jeugd genoten, ik heb zo van de jeugd van mijn kinderen genoten. Ik kan enorm weemoedig worden als ik daaraan denk, omdat het allemaal voorbij ging. En met het werk wat ik nu doe blijf ik voortdurend betrokken bij die fases, de ontwikkeling van baby tot puber. Ik zie al die mooie dingen keer op keer en ik word daar gelukkig van. Daarom hoop ik dat ik dit werk nog lang kan blijven doen.
Het is soms heel druk, het is soms een heel gepuzzel, het kost soms een heleboel energie. Maar al die dingen wegen niet op tegen het plezier, de voldoening en soms zelfs het geluksgevoel.
Ik ben nu 58. Maar voor mij niet de vraag: Hoe lang moet ik nog werken? Nee, het is: Hoe lang kan ik nog werken?

 

Foto

Toos, JanWIllem en ik

Foto uit de oude doos
Ruim 50 jaar geleden
Drie kinderen uit één gezin
Langs ’t trapje naar beneden

Wij drieën hoorden bij elkaar
daar kwam niemand tussen
Jan Willem, jij was onze broer
en wij waren jouw zussen

Toos, jij was de grote zus
en ik, ik was de kleinste
En òns gezin, dat vond ik echt
het aller-allerfijnste

Niemand kon ons scheiden
We werden samen groot
We wilden samen oud worden
maar toen… toen kwam de dood

Nooit meer met z’n drieën
we werden niet samen oud
de waarheid is onverdraaglijk
als je zoveel van iemand houd

Het voelde onvoorstelbaar
Drie, dat was niet meer.
Het was twee geworden
en God, wat deed dat zeer

We gingen verder, Toos en ik
Maar altijd, tussen ons in,
houdt Jan Willem zijn eigen plaats:
Wij samen. Ons gezin.

Lieve oude foto,
Echo uit ’t verleden
Drie kinderen uit één gezin
Langs ’t trapje naar beneden.

In de berm

Zwerfafval. Soms doelbewust achtergelaten, soms per ongeluk, want verloren.
We kennen allemaal wel het ongemakkelijke gevoel wat je krijgt bij het zien van een schoen in de berm. Eén schoen. Van wie is die, en wat belangrijker is, wat is er gebeurd? Had iemand het raam van de auto open, de voeten op het dashboard en is toen de schoen verloren? Het lijkt zo onwaarschijnlijk. Je gedachten gaan veel meer uit naar een ongeluk, een ontvoering…. Misschien kijk ik teveel detectives. Zo’n schoen is een stille getuige ja, maar van wat?

Als je tijdens een wandeling lege blikjes van energy-drank in de berm ziet liggen, is er niets mysterieus aan. De energy-boost heeft in ieder geval niet geholpen, want er was geen puf om het blikje dan wel in een vuilnisbak te gooien, dan wel mee te nemen om thuis weg te gooien. Stom.
Ik word altijd een beetje verdrietig als ik langs het fietspad, wat veel gebruikt wordt door scholieren, zowel pakjes belegd brood als lege verpakkingen van donuts en chips zie liggen.
Ik denk dan aan de vaders en moeders die ’s ochtends vroeg boterhammen smeren voor hun kind, ze beleggen met dingen die Pietje of Marietje zo lekker vindt en dus hun zorg, tijd en geld daarin steken. Vervolgens gooit Pietje of Marietje het brood achteloos weg om zichzelf vol te stoppen met junkfood. Wat een verspilling op allerlei fronten. En dan heb ik het nog niet eens over de troep.

Maar soms kan ik echt niet verzinnen waarom iets juist dáár ligt.
Toen ik van de week een wandeling met Lenny maakte en we over een paadje tussen de weilanden liepen, zag ik een felgekleurde verpakking aan de kant liggen. Lenny’s hondenneus werd er onweerstaanbaar naar toe getrokken en toen ik hem er vandaan haalde, zag ik dat het een leeg doosje van paneermeel was. Paneermeel. Kan iemand mij uitleggen waarom in vredesnaam daar een leeg pakje van paneermeel was neergegooid? Het was niet uit een kliko gevallen, want in geen velden of wegen een boerderij te zien. Het kan toch niet zo zijn dat er iemand aan de wandel was of aan het fietsen en toen trek kreeg? “Hèhè, ik neem even pauze, ik ga nu  lekker mijn paneermeel opeten.”
Verloren uit de fietstas met boodschappen kan ook niet, anders was het pakje niet leeg.
De rest van de wandeling heb ik mijn fantasie de vrije loop gelaten, maar ik heb geen bevredigende verklaring gevonden voor deze rare vondst. Jullie nog leuke ideeën hierover?

Vanmiddag lag er langs het pad in het bos een keurig opgevouwen briefje. En natuurlijk was ik direct stik-nieuwsgierig, dus ik pakte het briefje op en vouwde het open.
Het bleek een boodschappenlijstje te zijn, zo te zien verloren, maar gelukkig voor de eigenaar wel nadat de boodschappen gedaan waren.

img_20190922_1545073664814948123794532962.jpg
Wat zegt zo’n briefje eigenlijk veel! Het was wat mij betreft van een aardige persoon, want hij/zij wilde hondenkoekjes kopen en ook kattenvoer. Het ‘+klein’ is trouwens raadselachtig en ook niet gekocht blijkbaar.
Er gaat Aziatisch gegeten worden, er zijn rijst, Atjar Tjampoer, nasi-groente, nasi-kruiden en ham gekocht. Ik mis de kroepoek, maar misschien hadden ze die nog in huis.
De mevrouw of meneer heeft ook al zin in de winter, gezien de pepernoten, speculaas en chocomel. Jammer dat het dan dit weekend juist weer rond de 24 graden was, dan komt de stemming er nog niet zo in. En er gaat vast iets lekkers gebakken worden, gezien de Bleu Band ( aandoenlijk vind ik dat, vroeger zeiden veel mensen inderdaad “Bleu Band” in plaats van “Blue Band”.  De Sherlock Holmes in mij concludeert dan ook dat dit lijstje geschreven is door een ouder persoon, het handschrift onderstreept dat) , de sultana’s, eieren, kaneel en stroop. Ik gok op appeltaart maar dan moeten ze de appels al in huis hebben, want die staan er niet op.
Er staan ook veel gezonde dingen op het lijstje: snoeptomaatjes, paprika, melk, vlees , groenten en druiven.
Maar wat me intrigeert is dat juist de allerlekkerste dingen niet doorgestreept zijn. Chips, chocola en ijs! Op mijn briefje zouden dat waarschijnlijk de eerste dingen zijn die ik door zou strepen, first things first!
Zou deze lieve mevrouw of meneer die dingen nou vergeten zijn? Of als laatste gepakt hebben, zodat wegstrepen niet meer de moeite was? Het zal altijd een mysterie blijven. Maar wel een leukere dan die van de eenzame schoen.
Ik ben liever een gezellige Sherlock dan een serieuze.