Alle berichten door Annelies

Vieze woorden

Aan Engelse woorden ontkomen we niet meer. Ik betrap mezelf er op dat ik ze ook vaker gebruik dan vroeger. Zal ongetwijfeld door TV en Internet komen. En ‘taal is beweging’ zeggen ze. (Nee ik ga me er nu niet in verdiepen wie ‘ze’ zijn)

Toch hou ik heel erg van het Nederlands, volgens mij is onze taal nog steeds toereikend genoeg om duidelijk te maken wat je wilt, wat je voelt en om bijvoorbeeld sfeer te beschrijven. En ben ik voor sommigen een irritante taalpurist (al heb ik het opgegeven om me als zodanig te profileren want je kan er donder op zeggen dat je ruzie krijgt, omdat een puur technisch gegeven wordt gezien als persoonlijke aanval) Maar soms vraag ik me wel eens af of Nederlands wel bestaat. Ik bedoel: het is überhaupt al een mix van talen (deze zin dus) en voor bijvoorbeeld leestekens zijn er niet eens Nederlandse namen! Een punt ja. Maar accent-grave en accent-aigu en accent-circonflex? Vertel mij maar wat daar Nederlands aan is. En dat hebben we ook al honderden jaren geaccepteerd dus ik ga me er niet druk over maken.
Toch vind ik het vreemd om op de Facebookpagina van Noorderland te lezen: ‘Check online waar de stinzenplanten bloeien’. Oud Nederlands en nieuw Engels gecombineerd in één zin. (Nu ik dit typ, zie ik trouwens dat Facebookpagina ook al een gecombineerd woord is )


Waar ik echt om moet lachen, zijn reclame- en/of producttermen waarin Engels en Nederlands gecombineerd worden. Het moet trendy (Engels woord!) maar ook Nederlands en dan krijg je bijvoorbeeld dit: De Garden Gourmet Sensational Braadworst!
Ik bedenk het niet zelf, het bestaat!


Weet je wat ik ook erg grappig vind? Nederlandse mensen die Engelse productnamen of programma’s aankondigen. Nederlandse tekst en een paar Engelse woorden met een dik Nederlands accent.
Dus moet ik lachen als er op TV een reclame is voor Elvive No Kut Herkriem of de aankondiging ”Alleen te zien op Diskofferie Plas”
Kinderachtig hè? Stiekem nog om vieze woorden grinniken. Grow up!



Je bent een rund als je met sprookjes stunt

Marketingbureau, vrijdagmiddag 15.53 u. “O ja, Henk, had jij nog aan die opdracht van die supermarktketen gedacht? Om die te kleine appeltjes een beetje leuk te kunnen verkopen?”
Henk roept: “Ja ik ben er mee bezig” en denkt: sh** helemaal vergeten! Maar ik wil wel om 4 uur stoppen, het is vrijdag en ik heb zin in een biertje.
“Maandagochtend 10 uur willen ze het hebben ok?”
“Geen probleem!” Henk denkt koortsachtig na. Wie wil er nou vredesnaam te kleine appeltjes kopen? Ouders! Voor kinderen! Ja dat is het, twee vliegen in één klap, we geven het een gezond imago, dan kan de supermarkt er direct anderhalf keer zoveel geld voor vragen. Wij een succes, zij een succes, win-win situatie.
Bier!

Maandagochtend 9.45 u. . Henk neemt z’n vierde kop koffie en graaft in zijn geheugen naar zijn appeltjesidee. O ja, voor kinderen, dat was het.
Wat vinden kinderen leuk? Disney. Sprookjes. Zie je wel, het is helemaal niet zo moeilijk.
Bestond er niet een sprookje over appels? Even googlen. ‘Sprookje met appel’…Sneeuwwitje! Daar heb ik nog wel een leuk plaatje van, copy, paste, done! 9.59u. : Verstuurd.

Supermarktketenbaas: Och wat leuk en aantrekkelijk zo, goed gedaan!
We plaatsen gelijk een grote order bij de plastic zakken fabriek. Dit gaat verkopen.

Klant loopt door de winkel, ziet de kinderappeltjes. Klant kent haar klassiekers en trekt de wenkbrauwen op.
Heeft dan niemand in deze productielijn het besef gehad dat Sneeuwwitje heel wat ellende heeft beleefd door die appel? Dat ze er aan dood ging en niet zo’n beetje ook? Dat dit dus de grootste anti-reclame is voor appeltjes die je maar kan bedenken?

Deze supermarkt heeft al niet zo’n best imago (wat ik over het algemeen niet terecht vind) maar dit krikt het nou niet echt op, zeg. Wat een dom gedoe.

Hartverwarmend koud

Het weer is veranderd en ineens lijkt alles een beetje leuker.
De zon schijnt, het ziet er buiten mooi uit met sneeuw en ijs, je ziet veel meer mensen en iedereen is vrolijker. Inclusief ikzelf. Ik kan de humor weer van dingen inzien, onze geestdodende sleur is onderbroken.
Zo ga ik de konijnen voeren en grinnik omdat mijn handschoenen direct aan de deur van de ren vastvriezen bij iedere beweging en ik me letterlijk los moet scheuren.
Heb ik plezier omdat die beestjes gezellig buiten zitten te genieten in het zonnetje, in plaats van verscholen voor het slechte en grauwe weer.
Wil ik met brute kracht het steelpannetje waar de kippen uit drinken lostrekken van de grond maar val achterover met alleen het steeltje in mijn handen. Ik lach in mijn eentje om de stompzinnigheid, terwijl 8 zwarte kraaloogjes naar me kijken en ik zachtjes “pòòòk” hoor. Ik stel me zo voor dat de dames strakjes als ik weg ben het eens uitgebreid over me gaan hebben.
Ik breng de voerschepjes weer terug in de schuur, wat niet meevalt want de bijkeuken staat bomvol met kinderwagen, wasmand, en een veel te volle oud-papier doos en daar moet ik eerst langs. En als ik dan zie dat ik een wikkel van haakgaren om mijn voet mee naar binnen stap vind ik dat ook weer grappig. Ringsteken voor beginners.


Bert is gaan schaatsen, eindelijk op natuurijs! Helaas wel gevallen, op zijn ribben. Daarom durft hij, inmiddels weer thuis, niet te niezen en klinken er idiote geluiden naast me, waar ik harteloos om ga zitten lachen.


Lenny heeft een sneeuwklontje tussen zijn voetkussentjes en piept en jankt alsof zijn poot geamputeerd wordt. Tuurlijk doet dat zeer, maar hij is ook wel een dramaqueen. Hij weigert nog een stap te zetten, maar ik mag er ook niet aankomen. En we zijn nog lang niet thuis. Dus hijs ik hem in mijn armen, (het is ook echt zo’n heerlijk formaat hond om te dragen) en sjouw met hem door de straat. Normaal haat hij het om opgepakt te worden, nu word ik overladen met onfrisse hondenkusjes tot op mijn bril aan toe. Ik moet lachen om het idiote van de situatie. Hij kalmeert ervan, ik zet hem neer en mag dan uiteindelijk het boosdoenertje verwijderen. Hij leert er wel van, want in de volgende dagen gebeurt het vaker en dan staat hij stil, tilt de zere voet op en kijkt mij aan. Zo zie ik het liever dan dat hij in de paniek schiet natuurlijk.


Mijn kaboutertje bij de voordeur was ingesneeuwd, er kwam alleen nog een puntmutsje een tevoorschijn boven de sneeuw. Dramatisch, dus ook weer grappig.

Dat ik deze kleine dingetjes grappig vind, geeft me moed. Het hoort bij mij dat ik plezier kan hebben in onbenulligheden en ik ben blij dat ik het terug heb.
En ook weer zin om verder te kijken. Dingen te maken en te verzinnen.
Ik zit in mijn vensterbank te mijmeren. Met thee, in de nieuwe beker die ik als verrassing deze week van mijn kinderen kreeg, met zelfs nog een hoop extra’s erbij. Ook iets om dankbaar en blij voor te zijn.
Ik zit in de zon achter het raam en zie vreemde sporen in de sneeuw onder de tuintafel. Wie zal daar gelopen hebben?

In mijn hoofd vormt zich een verhaaltje over een ijskonijn.
En ik ben blij dat ik mezelf weer word.



.

10 Februari

Sommige datums blijven een leven lang speciaal klinken, zelfs al is het niet meer aan de orde.
Vandaag is het 10 Februari. De trouwdag van mijn ouders. In 1954 zijn ze getrouwd in Leiderdorp en ieder jaar vertelde mijn moeder weer dat het die dag gevaarlijk winterweer was, met ijzel.
Toch is blijkbaar iedereen van de beide families in staat geweest om te komen.

Er zijn niet veel foto’s van de bruiloft. Wel een prachtig zwart-wit staatsieportret, de bruid met witte japon en sluier en een boeket van lelietjes-van-dalen dat gearrangeerd was als een klein watervalletje, de bruidegom in jaquet, met een hoed in de hand. Ik denk dat lezers van mijn generatie ook wel zo’n foto van hun eigen ouders hebben.
Verder is er een handjevol kiekjes van het bruiloftsdiner, sommige gasten met een half hoofd, of zo geposteerd dat het onmogelijk is om te herkennen wie het is. Er was geen bruidsreportage zoals later gebruikelijk was, er was blijkbaar alleen een of andere oom of broer met een fototoestel.

Mijn ouders vierden ieder jaar hun trouwdag. Mijn vader gaf mijn moeder altijd bloemen en we aten iets feestelijks. Toen wij zelf oud genoeg waren zorgden wij als kinderen ieder jaar voor een mooi bloemstuk , wat op 10 Februari bezorgd werd.
Dat zijn we altijd blijven doen, de laatste keer op 10 Februari 2012. Mijn vader overleed 3 dagen later.
Toen was het mooie bloemstuk ineens een pijnlijke bevestiging dat mijn ouders geen echtpaar meer waren.

Toch is 10 Februari altijd nog een wat speciale datum voor mij, eentje die een goed gevoel geeft.
Wij zijn gewend om na het eten een klein stukje uit de Bijbel te lezen. In de loop van de jaren hebben we nieuwe vertalingen aangeschaft. Soms een verbetering omdat je het beter kan begrijpen, soms voelt het als een soort verarming omdat de oudere woorden en zinnen meer betekenis kunnen hebben.
Vandaag haalde ik de Bijbel tevoorschijn die mijn ouders tijdens hun trouwdienst hebben gekregen.
Dit is de Bijbel waar, ook na het eten, (meestal) mijn vader uit voorlas, zolang ik me kan herinneren.


Het is het boek aan te zien dat het vele jaren intensief is gelezen. Het is gehavend, geplakt, nog een keer geplakt. De bladzijden zijn vergeeld, sommigen met stukjes plakband die inmiddels verteerd zijn . Er zitten op sommige pagina’s kleine vlekjes , er werd immers aan de eettafel gelezen.
Deze Bijbel heeft een heel lang leven meegemaakt, van 2 mensen die hun huwelijk begonnen met inwoning bij een oude dame, omdat er geen huis beschikbaar was. De geboorte van 3 kinderen en later van 7 kleinkinderen. Ook voor hen las opa uit die Bijbel, en hij paste dan zijn woorden aan op kinderniveau. Verjaardagen, familiefeesten. Levensvragen, discussies. Verhuizingen, al of niet gewild. Die Bijbel maakte er deel van uit.

Zoals ze begonnen met z’n tweetjes, mijn ouders, eindigden ze ook met z’n tweetjes. En altijd is deze Bijbel erbij geweest en gebruikt, 58 jaar lang.
Toen overleed mijn vader en twee jaar later mijn moeder.


Hun Bijbel is waardevol voor mij, het was zo’n deel van hun en ook van mijn leven.
Voorin staan hun namen. Tot mijn vaders eeuwigdurende ergernis is die van mijn moeder niet goed gespeld, ze heette Janni. Nou ja ,ik zeg nou eeuwigdurend, ik mag toch hopen dat hij het nu, waar hij nu is, geen punt meer vindt. En anders zegt met mijn moeder vast : “ach Aad, laat toch…”

Vanavond hebben we hun trouwtekst gelezen: Spreuken 14 vers 26 :
“In de vreze des Heren ligt een sterke gerustheid, zelfs voor zijn zonen is er een schuilplaats”

Ik heb het net opgezocht in de Bijbel in Gewone Taal, die wij gebruiken:
“Als je eerbied heb voor de Heer ben je veilig, en ook je kinderen zullen veilig zijn”

10 februari blijft altijd de trouwdag van mijn ouders, ook al is het inmiddels 2021.

Tranenthee

In het prachtige en aandoenlijke boekje ‘Bij Uil thuis’ van Arnold Lobel staat een verhaaltje over tranenthee.
Soms gaat Uil zitten met een ketel op zijn schoot en vult die met tranen, door aan heel verdrietige dingen te denken.

Uil pakte de ketel uit de kast. ‘Vanavond ga ik tranenthee zetten,’ zei hij. Hij zette de ketel op zijn schoot. ‘Zo’, zei Uil, ‘ik ga beginnen.’ Uil bleef heel stil zitten. Hij begon aan heel verdrietige dingen te denken. ‘Stoelen met kapotte poten’, zei Uil. Zijn ogen werden al een beetje nat. ‘Liedjes die niemand kan zingen’, zei Uil, ‘omdat niemand de woorden meer weet.’ Uil huilde nu. Een dikke traan rolde naar beneden in de ketel. ‘Lepels die achter het fornuis zijn gevallen en die je nooit meer terugvindt’, zei Uil. Er drupten al heel wat tranen in de ketel. ‘Boeken die je niet meer kan lezen’, zei Uil, ‘omdat er bladzijden uitgescheurd zijn.’ ‘Klokken die stilstaan,’ zei Uil, ‘omdat niemand ze meer opwindt.’ Uil huilde nu heel erg. Veel dikke tranen vielen in de ketel. ‘Een prachtige zonsopgang. Die niemand ziet, omdat iedereen slaapt’, snikte Uil. ‘Heerlijke aardappel-puree op een bord, die niemand wilde opeten,’ jammerde hij. ‘En potloodjes die te klein zijn geworden om vast te houden.’ Uil dacht aan nog veel meer nare dingen. En hij huilde en huilde maar. Al gauw was de ketel vol tranenwater. ‘Ziezo’, zei Uil. ‘Dat is dat.’ Uil hield op met huilen. Hij zette de ketel op de kachel. Het tranenwater kookte al gauw. Uil schonk zijn kopje vol. Hij was heel tevreden. ‘Het smaakt wel een beetje zoutig,’ zei hij. ‘Maar tranenthee is toch altijd weer heerlijk’.




Dit verhaaltje is voor kinderen. Voor volwassenen kan het humoristisch of zelfs wat belachelijk zijn. Maar voor mij spreekt er zo’n pijnlijke weemoed uit, het zijn op zich zulke kleine dingen, maar ze kunnen je toch verdrietig maken.
Dit boekje heb ik al 40 jaar geleden gekregen, toen ik net kleuterleidster was. Later heb ik de verhaaltjes ook aan mijn kinderen voorgelezen.
Uil heeft altijd een plekje in mijn hart gehad. Omdat ik hem zo goed kan begrijpen.
Momenteel heb ik ook het gevoel dat ik een hele pot tranenthee kan zetten.
Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar ik heb het zwaar met de beperkingen. Dat ik zelfs mijn kleine gezin niet bij elkaar mag hebben, dat ik al een jaar lang mijn kinderen niet kon omarmen. Dat ik zelf ook geen enkel uitzicht zie nog, nee ook dat licht aan het eind van de tunnel niet.
En als er dan andere dingen gebeuren die niet leuk zijn grijpt me dat extra aan. Ik kan ze niet goed meer handelen en ik verlang naar tranenthee.

Zolang ik hier woon waren de ponies in de wei vlak bij ons huis een grote vreugde voor mij. Iedere dag zag ik de kudde kleine ruige paardjes. De groep wisselde van samenstelling, want ieder voorjaar werden er veulentjes geboren en niet iedereen bleef. Het was pas voorjaar als we de dikke merries zagen en iedere ochtend benieuwd waren of er weer een veulentje geboren was. Ik werd er erg gelukkig van, praatte met (of eigenlijk natuurlijk tegen) de paardjes en genoot van hun vrije leventje, zag de veulentjes opgroeien en herkende ze allemaal, ook uit de verte.
Nu is de weide leeg en dat blijft zo. De eigenaar van de ponies is overleden en de paardjes zijn weggehaald. Mijn verdriet is niet te vergelijken met het verdriet van de familie van die man. Dat weet ik maar al te goed. Maar ik vind het echt zo erg dat ik nu nooit meer zal kunnen genieten van de prille veulentjes in het voorjaarsgras, nooit meer tegen de ponies kan praten als we beiden buiten waren in een stortbui, nooit meer met de kindertjes naar “de paardjes” ga.

Ik deed de kast open en mijn beker viel er spontaan uit. Kapot. De beker die ik een paar jaar geleden met Moederdag had gekregen, mijn grote theebeker met “voor de allerliefste mama’ er op. Die beker was speciaal voor mij, er zat een grote emotionele waarde aan. En juist die valt kapot. Niet 1 van die betekenisloze kopjes die ik bij de kringloop had gekocht, maar deze. En ik heb al gezien dat ik hem niet kan vervangen want deze is ‘uit de collectie’
Materiaal voor tranenthee.

Ik schreef al jaren met iemand in het buitenland. Hij was ziek en eenzaam. Toen hoorde ik via een contactpersoon dat hij was overleden. Mijn troost was dat ik hem tenminste nog recent geschreven had en er die keer ook nog een persoonlijke kaart bij had gedaan. Dat hij dus wist dat ik aan hem had gedacht. Misschien was hij nog in staat geweest om me terug te schrijven, ik wachtte af.
Na een paar weken viel mijn eigen brief hier op de mat. Retour afzender, geadresseerde overleden. Hij had de brief dus nooit gekregen, ik was erg verdrietig.

Het lijkt alsof momenteel de emotionele rek er uit is bij mij. Dat dingen die gebeuren niet meer dingen zijn die nou eenmaal gebeuren, maar tegenslagen.
Ik denk dat het komt omdat er nu nauwelijks compensatie is. We krijgen niet de kans om goed op te laden, we hebben geen vrijheid daarin. Geen positieve energie door elkaar te ontmoeten of samen te eten, ergens heen te gaan.
Plannen maken heeft geen zin want niemand weet wanneer ze uitgevoerd kunnen worden.
En dat verlamt me.
Dan worden zelfs de meest onbenullige dingen als een auto die niet start als je snel even naar de winkel wilt in de stortregen, of als je, wanneer je je sneeuwlaarzen eindelijk weer eens tevoorschijn moet halen, ziet dat de zolen verpulverd zijn, een drama.

Misschien zet Uil die tranenthee omdat huilen oplucht. Maar zelfs dat gevoel heb ik niet meer.
Het wordt tijd voor lachtranenthee.

Digibeet

Gister stond dit stukje in het Dagblad van het Noorden. Ik ben niet zo’n krantenlezer maar Bert wees me er op. Hij is namelijk degene die mijn frustratie van dichtbij meemaakt over dit onderwerp.
In het artikel gaat het over de grote dingen, patientendossiers etc.
Maar thuis vind ik het ook een groot probleem dat je geacht wordt het wel te snappen als je iets nieuws en digitaals in huis haalt.

Ik heb een iPad, prachtig ding. Maar er zat geen gebruikershandleiding bij, omdat ze er bij Apple blijkbaar van uit gaan dat het voor iedereen gesneden koek is om met zo’n apparaat om te gaan. Dus mijn altijd behulpzame schoonzoon heeft heel wat vragen moeten beantwoorden voordat ik dingen kon instellen en de iPad kon gebruiken waar ik hem voor wilde hebben.
Ik kreeg een Pencil om digitaal te tekenen, nieuw in de doos. Nergens stond dat ik eerst de Pencil even aan de iPad moest koppelen. Dus leek het alsof hij niet werkte. Voor mij werd stap 1 dus overgeslagen en begon het gelijk bij 2. Maar dat heeft geen zin want je hebt stap 1 wel nodig! Misschien klinkt het voor een productontwikkelaar wel heel onbenullig. Zoiets als wanneer je wilt gaan fietsen, stap 1: Pak het stuur beet en zet je rechtervoet op het rechterpedaal. Maar voor mij is het niet onbenullig en zeker niet net zo vertrouwd als fietsen

.
Mijn smartphone ging langzaam ter ziele en ik kocht een (refurbished) iPhone. Zelfde verhaal. Prima apparaat maar ik kon er bijna niks mee omdat het allemaal net anders werkt dan een smartphone. Dan kom ik in een mentale staat dat ik hem net zo lief het raam uitflikker en dat alleen de aankoopprijs me dat belet.
Wij hebben geen smart tv en daarom kochten we een chrome-cast, zodat we Netflix en Disney+ kunnen kijken.
“Sluit de chrome-cast aan op uw tv en installeer deze”
Maar hoe en waar precies je hem moet aansluiten stond er niet bij. En hoe je überhaupt moet casten werd ook niet uitgelegd. Dat blijkbaar de rest van de wereld weet dat er een symbooltje bovenaan je telefoonscherm staat wat je moet aanklikken om te casten, maakte dat ik me nog dommer voelde.

We kregen een heel mooi digitaal fotolijstje cadeau. Er zat wel een handleiding bij maar ook hier werden de allereerste stappen weer overgeslagen en is het nog steeds moeilijk om uit te zoeken hoe je foto’s kan toevoegen of verwijderen.
De display van mijn crosstrainer (zie vorige blogje ) idem dito. “Zet de display aan en vul uw gegevens in, daarna kunt u de programma’s kiezen. Maar HOE je dit gegevens invult staat er niet bij. Dus ik kan niks.


Dat gemis van die allereerste stappen in een handleiding en soms zelfs het ontbreken van een handleiding is iets wat me zo kan frustreren, dat ik razend word.
Een gevoel van onmacht en falen, en uitgerangeerd zijn omdat je blijkbaar niet meer mee kan komen met de wereld. Ik weet het, ik maak het nu heel groot. Maar zo voelt dat echt op dat moment.
Ik probeer bij te blijven, maar ik ben hier niet mee opgegroeid, zoals met fietsen. Dus ik moet alles blijven leren. Alleen ontbreekt het lesmateriaal.
Toen de personal computer zijn intrede deed, wist ik ook HELEMAAL niets. En daarom ging ik op cursus. Gewoon fysiek op cursus, om met de computer om te leren gaan. Lessen in tekstverwerken en excel, later omgaan met internet. En op die manier heb ik het me eigen gemaakt.
Jongere generaties groeien er mee op en passen zich snel aan aan nieuwe ontwikkelingen.
Er was zo’n reclame waarin 2 mensen met de computer probeerde te werken “Ga met de muis naar de rechterbovenhoek”. Aandoenlijk maar ook een beetje belachelijk.
Zo voel ik me heel vaak nu. En ik word er helemaal niet blij van

Focus op Fitness

Als iemand mij vier jaar geleden had verteld dat ik sip zou zijn als de sportschool sloot zou ik hem of haar hartelijk hebben uitgelachen. Sport interesseerde mij geen bal en aan zelf sporten had ik een regelrechte hekel .
Toch ben ik uit noodzaak aan het sporten geslagen (lees ook https://daagsedingen.com/2018/08/16/zin-in-van-sporten-deel-1/) en dat heeft me een veel betere longconditie opgeleverd. Daar ben ik zowel trots als zuinig op.
Tijdens de eerste lock-down, toen de sportschool dicht moest, was het voorjaar en heb ik veel extra gewandeld, gefietst en stukjes hardgelopen, alles om die conditie op peil te houden.
Nu in de winter is dat veel moeilijker voor mij en ik hoopte dan ook dat de sportschool snel weer open zou mogen . Daar is nu nog geen zicht op, maar het gaat ook niet meer gebeuren hier. Niet vanwege de coronacrisis maar omdat het pand verkocht is en de nieuwe eigenaar er een andere bestemming voor heeft.
Er zijn hier in de directe omgeving geen andere sportscholen dus het is een definitief einde voor mij.
En ja, daar was ik dus heel sip over. Tijd om te beraden wat ik dan moest gaan doen, ik wil echt deze conditie behouden en niet weer verslechteren.
Dus na wat overleg met Bert en mijn bankrekening heb ik een crosstrainer aangeschaft. Dat was het apparaat waar ik het liefst op trainde en waarbij je volgens mij zowel de meeste spiergroepen als je longen aan het werk zet.
Het was nog even zoeken welke en waar ik hem dan zou kopen en ik kwam uit op…. Albert Heijn. Dat was nou inderdaad niet de eerste winkel waar ik aan had gedacht maar ze hadden een mooie online aanbieding, van een gerenommeerde sportwinkel. De Focus Fitness.
Uiteraard wel eerst reviews en alternatieven bekeken, maar het werd hem. Hij werd donderdag al bezorgd, maar het was zo’n enorm en zwaar pakket dat hij vandaag pas aan de beurt was om uitgepakt en in elkaar gezet te worden.
Het ding moest op zolder komen te staan, beneden uitpakken en losse onderdelen naar boven brengen leek het handigst.
Ik dacht: dat is het onderstuk met het vliegwiel en de pedalen, en dan nog de handvatten die erop moeten, klaar.
De moed zonk me dan ook in de sportschoenen toen het ietsje anders bleek te zijn.


Hullup! Ik hoorde in gedachten de schildpad uit Finding Nemo: “Dude, focus!”
Dus ik herpakte me wat, en gelukkig wilde Bert helpen met in elkaar zetten. Zoiets is natuurlijk gelijk een relatietest, 2 vliegen in 1 klap dus.

Alle onderdelen naar boven gesjouwd en op volgorde gelegd, en uiteindelijk bleek het nog enigszins mee te vallen. Het was wat onduidelijk omdat sommige schroeven al in het frame zaten er er weer uit gehaald moesten worden voordat je iets kon vastmaken, en andere in een plastic verpakking zaten en alles gewoon door elkaar op de bouwtekening stond.
We begonnen serieus met het allereerste onderdeel aan de verkeerde kant vast te maken. Het zal ook eens niet. Verder ging het redelijk goed, afgezien van de pedalen die we fout monteerden zodat het niet goed uitkwam zat het ding nog aardig snel in elkaar.


Toen moest de display er nog op. Hoop gepruts met snoertjes en stekkertjes die door de buis aan de voorkant heen liepen en de ministukjes snoer en stekkertjes aan de display, die op de een of andere manier met elkaar verbonden moesten worden. Die stekkertjes waren echt formaat poppenhuis maar uiteindelijk zat het. Het hele zaakje terug in de buis gefrommeld, anders konden we de display niet plaatsen en vastschroeven. Nog 4 schroefjes en dan hadden we het voor elkaar! Maar het vierde schroefje dacht er anders over. Pieng! Weggeschoten. Waarheen? Niemand die het wist. Niet zo’n felle zolderlamp, donkerblauwe vloerbedekking, klein zwart schroefje…. Dat werd dus een hele queeste. Zonder resultaat. Ik pakte de bureaulamp erbij om de grond te verlichten, maar tikte met de lamp per ongeluk die grond ook aan… poef, licht uit, lamp kapot.
Uiteindelijk ging Bert toch maar weer helemaal naar beneden naar de schuur om de looplamp te pakken. Nu hebben we tegenwoordig een hele hippe, zonder snoer maar met een knopje. “Waar zit dat knopje?” vroeg ik aan Bert, maar ik drukte er blijkbaar al op want de lamp scheen gelijk zo fel in mijn ogen dat ik nog een hele poos vlekjes zag.
Het kleine zwarte schroefje bleek tegen een zwarte poot van de crosstrainer aan te liggen. Poging 2. Pieng! Schroefje schoot weg. Nou zeg! Zoektocht nr 2. Schroefje lag onder oma’s stoeltje.
Poging 3. Plieng! Schroefje schoot weg! Lelijk woord. Schroefje lag onder het pedaal.
“Doe jij het nou maar hoor”, mopperde ik , ” dit schroefje en ik kunnen elkaar niet uitstaan.”
Bert schroefde zonder problemen het kreng er in.
Tijd om de display aan te sluiten op het lichtnet. Maar waar moest het plugje in? Ik stak hem in allerlei gaatjes die de display rijk was, maar geen van allen waren contactpuntjes.
Gebruiksaanwijzing erbij. “Steek de stekker in het stopcontact, te vinden bij de achterpoten van het apparaat”. O. De logica ontging mij totaal, en het stopcontact ook, ik kon het nog steeds niet vinden. Bert natuurlijk wel. Snoertje bleek veel te kort voor welk stopcontact dan ook.
Nu moest ik maar naar beneden, naar de schuur, verlengsnoer halen.
Met al dat trappengeloop hadden we onze sportsessie voor vandaag wel zo’n beetje gehad.
Stekker in het stopcontact. Er gebeurde niets.
Diepe zucht. Er was vast zo’n kabouterstekkertje los geschoten tijdens mijn gefrommel in de framebuis.
Display er weer afgeschroefd, inclusief het obstinate schroefje. Ja, 2 van de 3 stekkertjes zaten vast, 3e was onzichtbaar. Ik scheen met de looplamp in de buis. Diep onderin zat het stekkertje, dat ging zo niet lukken.
Dus, wederom helemaal naar beneden, hele lange haaknaald opzoeken, weer naar boven, stekkertje naar boven hengelen, gepriegel om het weer aan te sluiten. Nu durfde ik het niet meer in de buis te proppen, dan maar een stukje eruit en dat scheelde ook weer 2 schroefjes op de display. Niet zoals het hoort maar ik vond het wel best zo.
“Piep!” zei de display en er verscheen een menuutje en verder begreep ik daar totaal niets van, want wat in de handleiding stond gebeurde natuurlijk niet. Maar ik ga het nog wel uitzoeken.
Ik kon wel de crosstrainer uitproberen en dat ging prima! Daar kan ik goed mee overweg en ik ben blij dat ik weer kan sporten.

Toen zag ik nog een plastic kap liggen. Waar was die dan voor? Die hadden we over.
F**k. Die had onder op het frame over de schroeven geschoven moeten worden als een beschermkap. Stond ook weer echt niet duidelijk op de tekening bij het stappenplan. Wilden we hem er nog opzetten, dan moest serieus de halve crosstrainer weer gedemonteerd worden.
Dus laten we het eerst maar. Ik ben toch de enige die erop gaat en ik kom niet eens in de buurt van de schroeven. Het staat wat mooier met die afdekkap, het is nu een beetje als een fiets zonder jasbeschermers, maar ik geloof het allemaal wel.

Jongens, ik heb gewoon een crosstrainer! Ik, de anti- sporter! En ik ben er nog erg blij mee ook Maar het is nu zaterdagmiddag kwart over 4, dus eerst tijd voor een biertje.

Boerenbedrog

Vanmorgen stond ik brood te smeren. En niet zomaar broodje ham hoor, maar Boeren Waldkorn Bruin, met Boerenslagersachterham.

Wat een kul! Waldkorn is geen graansoort maar een merknaam. Dus waarom worden die boeren daar weer bijgesleept? Omdat het zo lekker ambachtelijk en gezond klinkt. Dan vergeten we dat we het brood verpakt in een plastic zakje in de supermarkt hebben gekocht, dan denken we tijdens het eten aan een geweldig mooie, sfeervolle ouderwetse keuken, zoiets als in een openluchtmuseum, waar een vriendelijke boerin met gezond blozende wangen, met een geruit schort voor met stevige handen deeg staat te kneden voor ons heerlijke brood. Zelfs denken we niet meer aan de bakker die zijn ambachtelijke werk doet. Boerenbrood, dat is gezond en eerlijk! Yeah, right. Arme bakker.


Boerenslagersachterham is nog belachelijker. Wat moet ik me daar nou toch bij voorstellen?
Ham komt van een varken, en achterham van zijn of haar kont. Er komt een slager bij te pas want het varken valt niet vanzelf ineens uit elkaar in hammen, karbonades en speklappen.
Dus achterham is sowieso al slagerswerk. Maar waarom ‘Boeren’? De boeren zullen het varken opgefokt hebben, maar moet dat vermeld worden bij die ham, zodat we weten dat de slager het varken niet ergens in het wild gevangen heeft?
Ook hierbij zal het om een bepaald gevoel gaan, je moet als eter denken dat het puur, ambachtelijk en eerlijk vlees is. Die schamele 1 ster Beter Leven weegt dan niet meer op tegen de prachtige naam.
We zetten overal ‘Boeren’ voor en dan lijkt het een stuk gezonder!
Dit natuurlijk in tegenstelling tot junkfood. Al bestaat er wel zoiets als Boerenfrites, zag ik.
Die natuurlijk even vet en zetmeelrijk is als andere friet/patat (haal door wat niet gewenst is, ik maak geen deel uit van een van de twee kampen)
Dat boerengedoe wordt alleen bij voeding er bij gehaald door de marketing-bureau’s .
Met goed eten is “Boeren” ineens de standaard, maar voor andere consumentenartikelen voegt het niks toe, integendeel.
We willen geen Boerenbankstel, geen Boerenauto en geen Boerenjurk, want we willen geen Boerentrien of Boerenlul zijn.
“Boeren” is alleen succesvol bij etenswaren. En dan het liefst voor artikelen waarbij een boer amper aan te pas is gekomen, maar waarbij het woord ‘Boeren’ een nostalgisch gevoel van puurheid en gezondheid oproept.

Die Boerenslagersachterham zit me de hele ochtend al dwars, ook al heb ik er geen hap van gehad.
Ik kan niet tegen dat marketinggedoe. Ik had ook nog een broodje bestrooid met hagelslag van het merk ‘Kiekeboe’ en de cacaoboeren werden niet op het pak genoemd. Niet ambachtelijk genoeg denk ik, te ver van ons bed. Boeren in andere landen geven ons blijkbaar niet dat pure gezonde gevoel.

Het is verder ook zo overbodig om het beroep van degene die het maakt erbij te vermelden vind ik. Slagersachterham.
We praten ook niet over een monteursauto, een meubelmakersstoel, een bouwvakkershuis, een schrijversboek, visserskabeljauw of een farmaceutenparacetamolletje.


Voor wat betreft het Boeren Waldkorn Bruin: Bert Visscher heeft al eens een stuk gedaan over brood,( brrrrruin brrrrrrrood) Dat kan hij beter dan ik, maar mag ik dan vragen of we het gewoon op schouderham en achterham kunnen houden?

Ik laat het hier nu maar bij. Tijdens het schrijven schiet me nog veel te veel te binnen om het een leesbaar verhaaltje te houden.
Zo zag ik in de winkel Boomgaard-appeltjes…. en ik dacht…… etc…..

Water

Nederland verdroogt. Dat schijnt echt zo te zijn maar vanmorgen dacht ik toch wel het tegenovergestelde. Ik ging met Lenny naar het bos en ik heb werkelijk geen droge stap kunnen zetten. Nou is dat bos in het Lauwersmeergebied en dat is altijd wel wat vochtig. Maar nu, na dagenlang regen, regen en nog eens regen, is de inpoldering bijna ongedaan gemaakt. Oké, dat is niet waar, maar ik hou van overdrijven in mijn taalgebruik. Erfenis van mijn vader, die het had over ‘nog een pond eten op je bord’ als je een kruimeltje had laten liggen, of dat iets al zo was ‘sinds de ochtendschemering der mensheid”.
Maar ik dwaal af.


Vanmorgen had ik vrij, het was redelijk helder weer en Lenny en ik moesten nodig eens een poos lekker naar buiten! Omdat ik wel verwachtte dat het nat zou zijn in het Ballastplaatbos trok ik eerst de sokken aan die mijn zus voor mij gebreid heeft en daarna de de fantastische laarzen die ik van haar heb gekregen. (Lieve zus heb ik, hè?)
Het bos ligt naast een vakantiepark en ik had wel wat meer wandelaars verwacht zo tussen Kerst en Oud-en-Nieuw. Maar behalve Lenny was er geen hond. Ikzelf was overigens niet het enige tweebenige wezen, integendeel. Ik heb zelden zoveel vogels gezien als tijdens deze wandeling, waarschijnlijk juist omdat er verder niemand was en omdat het zo verschrikkelijk nat was. Want het waren allemaal watervogels.
Ik heb echt genoten! Er zwommen kuifeenden, waterhoentjes, meerkoeten, wilde eenden en smienten. Het waren er zoveel dat Lenny niet eens de behoefte had om zijn geliefde “kiekeboe-ik-laat-je-schrikken’-spelletje te spelen, hij was onder de indruk. Er waren aalscholvers en reigers, er verhief zich een enorme roofvogel uit de bomen naast mij. Ik durf niet te zeggen of het een visarend was, maar hij was groot en imponerend genoeg.

Nu het winter is kon ik door de oeverbegroeiing heenkijken en zag ik in het rustgebied enorme aantallen ganzen. En al had ik ze niet kunnen zien, dan kon ik ze wel horen, er werden luidkeels honderden gesprekken gevoerd.
Grote groepen brandganzen, rietganzen en rotganzen. Die laatste soort heeft z’n naam niet mee, ik heb me altijd afgevraagd waarom zij nou juist rotganzen genoemd worden, ze doen hetzelfde als andere ganzen. Maar het komt door hun geluid, dat klinkt als ‘rot rot’ zegt de vogelgids.
Nou vooruit dan maar. Beetje raar blijft het wel, die anderen zeggen toch ook niet ‘brand brand’ of ‘riet riet’.


Lenny danste met z’n vier hondenvoetjes gemakkelijk door de plassen, ik had er iets meer moeite mee. De modder zoog, zodat ik moest opletten dat ik niet uit mijn laarzen schoot. Iedere stap veroorzaakte een onsmakelijk geluid. Maar ach, er was toch niemand die er aanstoot aan kon nemen!

De lucht kleurde goud door de lage zon en ik voelde me een stuk gelukkiger dan tijdens alle grauwigheid van de afgelopen tijd.


Toen we bijna rond waren begon het toch nog weer te regenen. Ik had de auto voor de zekerheid op het verharde pad geparkeerd, ik wilde niet vast komen te zitten in de modder.
Lenny stapte braaf in en gaf me een soort hondenbedankje voor de leuke wandeling.

We zaten behoorlijk te dampen met onze natte lijven en de ramen besloegen. Omdat ik een stukje achteruit moest rijden schoof ik het zijraam een beetje open zodat ik de buitenspiegel kon zien. Maar mijn Mazda is al een oud k(n)arretje en niet alles werkt meer optimaal. Het raam ging niet meer dicht, sterker nog het ging spontaan helemaal naar beneden en kwam niet meer omhoog. Ik had gelijk heimwee naar de tijd van de mechanische bediening, laat mij maar aan een slinger draaien in plaats van op een knop drukken. Heb er al vele discussies met een zekere automonteur over gevoerd, maar wat mij betreft is meer elektronica alleen maar meer kans op storingen. Hoe het ook zij, het regende en ik moest met open raam naar huis rijden. Dan eerst maar over de paralel weg, dan hoefde ik niet 80 km per uur te rijden maar kon ik met 30 kachelen en ondertussen proberen het raam met veel geduld centimeter voor centimeter dicht te krijgen.

Het leek wel wat op het spiraalspel uit de Willem RuisShow vroeger. Ieder keer dat ik dacht: het lukt!, hoorde ik een klik en schoof het raam weer naar beneden en moest ik weer opnieuw beginnen. Ik mag dan niet de geduldigste zijn, ik ben wel een volhouder en net voordat ik toch echt de autoweg op moest had ik het raam dicht! Gauw het slotje erop, voordat hij weer spontaan open zou schuiven.

En toen hield het natuurlijk op met regenen. In het veld waar ik langsreed zag ik een hele grote groep witte ganzen. “Sneeuwganzen”! riep ik tegen Lenny en neuriede het thema van The Snowgoose van Camel, een van mijn favoriete albums.
Toch leek het me een beetje raar, zoveel sneeuwganzen in de winter in Nederland.
Toen ik het thuis nazocht bleek het inderdaad niet te kloppen. Deze hadden geen zwarte punten aan de vleugels, ze waren gewoon helemaal wit.
Het was de Anser anser forma Domestica, oftewel de Soepgans. Afstammelingen van voormalige tamme ganzen. Soepgans, rotgans… wie verzint dat en, nog erger, wie keurt dat goed?
Het wordt tijd dat ze mij eens gaan betrekken bij de naamgeving.
Ik zou soepgans veranderen in weidegans, en de rotgans zou ik prachtgans noemen. Dit als compensatie voor al die jaren gescheld.

Zo, en nu ik ga The Snowgoose opzetten. En daarna mijn modderlaarzen schoonmaken en Lenny’s vacht borstelen. Alles weer klaar voor de volgende waterwandeling.

Picture Perfect

Samen met mijn gezin heb ik een heerlijk Kerstfeest gevierd. In deze tijd van beperkingen en gemis mochten wij bij elkaar komen omdat we met 5 volwassenen zijn, onze gastheer en gastvrouw ontvingen dus 3 bezoekers.
We hebben afstand van elkaar gehouden maar we waren toch samen.
Ik heb vandaag een fotocollage op Facebook gezet. Echt wel getwijfeld, want veel mensen kunnen dit jaar niet met z’n allen bij elkaar komen met Kerst. En misschien is dat wel zout in de wonden, zo’n foto. Toch heb ik hem geplaatst.
Het was niet om te laten zien : ‘kijk ons eens een perfecte familie zijn’. Maar uit de behoefte om mijn liefde en dankbaarheid voor mijn gezin te delen.
Het zijn mijn mensen en zij zijn mijn wereld.

Is het allemaal fantastisch bij ons?
Als ik nou met een maatschappelijk oog zou kijken, dan is het niet het perfecte plaatje.
Dan zie ik op die foto’s kinderen van gescheiden ouders, ik zie twee autisten en ik zie iemand die zonder dagelijkse medicatie lichamelijk tot weinig in staat zou zijn.
Maar dat definieert niet wie we zijn.
Wat wel belangrijk is, is dat we een gezin vormen, dat we allemaal proberen om te genieten van het leven en daar ook elkaar voor nodig hebben.
En dat we daarom heel blij waren dat we deze kerst samen konden en mochten zijn.

Ik wens echt dat iedereen degene die hij/zij liefheeft weer snel mag omarmen, weer onbekommerd samen dingen kan doen, ergens heen kan gaan. Daar hoop ik weer heel veel foto’s van te gaan zien, om te kunnen meegenieten!
Dat is mijn Picture Perfect.

Voor iedereen een heel goed, mooi, gezond en gelukkig 2021!