Alle berichten door Annelies

Koken met (o)pa

Mijn vader was erg gesteld op correct taalgebruik en hij hield ervan om mooie zinnen te maken. Vooral als hij iets opschreef, in zijn perfecte handschrift. Wat hij schreef, zelfs al was het een kladje voor zichzelf, zag er altijd uit alsof het een gedrukte tekst was.
Mijn vader was ook erg gesteld op lekker eten. Mijn moeder kookte meestal, maar mijn vader kwam altijd aandragen met recepten. In een restaurant probeerde hij te achterhalen welke kruiden er in zijn eten zaten en hoe het vlees of de vis gebakken dan wel gegrild was, als hij een recept tegenkwam in de krant wat hem wat leek moest het uitgeprobeerd worden en zelf verzon hij ook nog wel eens wat.
Als het een blijvertje was, zo’n recept, dan zette hij het op papier. En dan niet in zijn mooie handschrift. Nee, daar moest de typmachine voor tevoorschijn komen.
Met de tongpunt uit de mond van inspanning hamerde hij dan met zijn twee wijsvingers op de toetsen, alsof de letters door het papier heen moesten in plaats van er op. Ging er een letter fout, dan werd die minutieus weggepoetst met Tippex en werd de goede letter erin getimmerd.
Als het recept uitgetypt was, ging hij met voldoende kwartjes op zak naar een winkel waar een foto-kopieerapparaat stond, maakte een aantal kopieën en deelde die met gulle hand uit aan wie het recept maar wilde hebben.

Zoals de meeste lezers wel weten is mijn dochter Irene ook een groot liefhebber van recepten. Haar site Gezellige Gerechten staat boordevol heerlijkheden, haar opa zou zich in zijn handen gewreven hebben van plezier.
Af en toe vraagt ze wel eens: “Mam wat is het recept van dit of dat gerecht, wat jij thuis maakte?” En dan kan het zomaar zo zijn dat er een gefotokopieerd getypt vel van haar opa tevoorschijn komt.
De taal in deze recepten is ongeëvenaard

Bijvoorbeeld :
Stamp vervolgens de aardappels en de wortels/knolselderij goed door elkaar en breng met een verkruimeld stuk bouillonblok (of bij benarde financiën gewoon zout) de stamppot op smaak. Proef dan of de stamppot naar believen is qua smaak en pittigheid en reguleer deze zo nodig met ketjap (indien te zuur), met azijn (indien te zoet) en met zout of maggi (indien te flauw)
Is de knolselderij bij aankoop nog in het bezit van blad, dan verfraaien enige fijngesneden verse blaadjes het uiterlijk van het gerecht.
Tijdens het nuttigen van deze hutspot mag een regelmatig slokje van een beslist eenvoudige droge witte wijn als niet geheel onverdienstelijk aangemerkt worden

Mensen dit gaat over stamppot, niks ‘prak met kuiltje jus’ dus.
Een poosje terug kwam het recept voor linzenschotel tevoorschijn en Irene rolde zowat van haar stoel bij het volgende stukje:

Stort de geweekte linzen in een zeef en vervolgens in een braadpan (zonder zeef) . Dan op de linzen….etc…
Mijn vader,haar opa, wilde niet dat er ook maar enige onduidelijkheid kon ontstaan in zijn beschrijving.

Het waren over het algemeen stevige, eenvoudige gerechten waar mijn vader van hield, maar zijn formulering leek de recepten naar een hoger niveau te tillen.

Bij koolraapstamppot:
Regel daarna de zoutte van de koolraap, de zoutte van de boterhamworst speelt hierin een rol. Stamp de aardappelen erdoor met toevoeging van het karwijzaad. Doe alles in een ingevette open ovenschaal en leg dakpansgewijs de in dunne schijven gesneden goudreinet erop. Aanbevolen wordt de appelschijven in een koekenpan wat voor te braden

Bij groentestoofpot:
De prei wordt in niet te dunne ringen gesneden, de winterwortel grof geraspt, de spruitjes in vieren verdeeld en de paprika eveneens in stukjes of smalle ringen. Naast of in plaats van genoemde groenten kunnen uiteraard ook andere groenten gebruikt worden, echter sperciebonen en snijbonen zijn niet zo geschikt. (….) Is alles gaar, eerst dan wordt de inhoud van het potje witte bonen met aanhangend vocht toegevoegd, daarna het geheel op de vereiste smaak gebracht met maggi.

Maar hij kon ook heel best genieten van de wat meer culinaire gerechten. Als er maar flinke hoeveelheden knoflook en kruiden inzaten was het goed.
Vanavond eten we zo’n gerecht waar (o)pa’s recept onontbeerlijk bij is. Ik kwam gister namelijk in het winkeltje van de Hortus in Haren een salieplantje tegen. Op de een of andere manier kan ik nooit salie kopen, niet vers en niet gedroogd. Dus nu ik het zag moest het gelijk mee.
Want dan kunnen we weer eens “Salie-Braadstuk” eten!
Een stuk vlees waar je knoflook en salieblaadjes insteekt, wat een poos met olijfolie moet marineren en wat vanavond dan met toegevoegde witte wijn in de oven gebraden wordt.
Ook met de beschrijving van dit recept was mijn vader weer op z’n best:
Vanwege het gebruik van olie en wijn zal behoudens een mogelijk plaatselijk korstje het vlees een lichte kleur behouden. Afhankelijk van de gebruikte ingrediënten zal na het braden de “jus” meer of minder helder zijn, dit doet niets aan de smaak of kwaliteit af.
Wordt noodwendigerwijze in plaats van verse salie gedroogde salie gebruikt, dan moet rekening gehouden worden met de intensere geur en smaak van het gedroogde product.

Ik hoef niet noodwendigerwijze het gedroogde product te gebruiken, ik heb gisteravond heerlijk verse salieblaadjes in het vlees gestoken.
En pa, ik heb ook een lekkere chardonnay gekocht. Ik denk dat een glas daarvan bij het eten vanavond zeker als niet geheel onverdienstelijk aangemerkt zal worden.
Wie weet maak ik samen met Irene en met mijn zus Toos (die ook diverse recepten in haar bezit heeft) nog wel eens een kookboekje met een literair tintje:
“Koken met (o)pa” !

img_20190716_1128542371716656478698763272.jpg

Geen vooruitgang

Ben ik een autoliefhebber? Nee, niet speciaal. Een auto is handig, het is fijn als hij goed rijdt en prettig zit,  dat is het wel zo’n beetje. Ik heb geen voorkeur voor merken of types, en eerlijk gezegd begin ik me nogal te ergeren aan de eindeloze stroom nutteloze snufjes in nieuwe auto’s. Ik vind het bijvoorbeeld erg vervelend als een auto uit zichzelf op slot gaat als je wegrijdt, ik word er claustrofobisch van.
Wat ik nog veel vervelender vind, is dat alle functies nu via software geregeld worden. Ik ben echt niet zo behoudend dat ik bang ben voor nieuwe dingen, maar een heleboel vind ik zo totaal onnodig. Wat is er mis met een sleutel omdraaien bijvoorbeeld. Wat mankeert er aan met je voet het gaspedaal regelen. Alles moet blijkbaar nu computergestuurd. Als er iets aan je auto mankeert is het 10 tegen 1 een softwarestoring en geen mechanische. Alles is dan ontregeld, terwijl de auto zelf het eigenlijk nog prima doet. Automonteurs zijn meer aan het storingzoeken tegenwoordig dan aan het sleutelen.
Ik haat het idee van de zelfrijdende auto, het is een suffe, afstompende en betuttelende manier van reizen. Zo vreselijk passief, alles wordt voor je gedaan. Weer een stukje zelf  denken inleveren. Wie bepaalt eigenlijk dat alles wat kan, ook moet? Ik heb nog niemand gesproken die zegt: “Ja leuk, een zelfrijdende auto!”  Maar ze komen er wel.
Als tegenstelling is de autosport nog nog nooit zo populair geweest als tegenwoordig.
Het zo behendig mogelijk rijden, mogelijkheden zien, risico’s inschatten….. we vinden het allemaal prachtig wat Max en z’n rivalen doen. Maar zelf zitten we straks als een zoutzak in onze zelfrijdende auto’s terwijl we gelaten naar onze bestemming worden vervoerd. Vreselijk toch.

Ik heb een oude auto. Eentje zonder computer. En ik ben er erg zuinig op. Toen de auto gebouwd is, was ik zelfs nog te jong voor rijles, dus het is echt een oldtimer.

R6
Het is een auto met een choke, met 4 versnellingen, met metertjes in plaats van digitale cijfertjes. Een auto met een sleutelbos, zonder centrale deurvergrendeling, zonder elektrische ramen.
Dus als er iets mis is, kunnen de andere deuren en/of ramen nog gewoon open. De ventilatie is mechanisch en werkt supersnel. Ik zet gewoon een schuif in het dashboard open, het kost geen energie en het gaat niet stuk. De voorruit is binnen no-time ontwasemd, zonder computergestuurd systeem.
In deze auto kan ik echt autorijden. Want er wordt niks voor me geregeld. En dat is leuk.
Natuurlijk komt er ook een nostalgisch gevoel bij. Het geurtje, het geluid, het interieur… echo’s uit mijn jonge jaren. Ik heb wat accessoires toegevoegd, die het voor mij extra leuk maken. Een gehaakte stoelhoes, kussens in retro-motief op de achterbank, een wc-rol hoedje en een knikkend hondje op de hoedenplank. In de 70- er jaren maakte men  een auto nog een beetje gezellig en persoonlijk. Ik hou daar van.
Deze auto is nu 43 jaar oud. En met wat zorg en onderhoud kan hij nog heel lang mee.
Volgens mij zal een auto uit 2019 geen klassieker zijn in 2062. Want er zal niets meer werken van de systemen die er nu ingebouwd worden en bovendien is er  niets karakteristieks aan de auto’s van nu. Niets wat de moeite waard is om te bewaren.
Geen vooruitgang, maar verarming.

 

Oma’s liefde

“Dag lief jongetje”, zei mijn moeder toen ze mijn zoontje voor het eerst in haar armen hield.
Ik heb dat moment altijd onthouden, omdat er uit die eenvoudige woorden en uit haar blik zoveel intense liefde sprak voor haar nieuwe kleinzoon, dat het mij raakte tot in mijn ziel.
Nu mocht ik nogmaals dat moment beleven, alleen was de rolverdeling veranderd. Nu was ik de oma die zei: “Dag lief jongetje,” terwijl ik voor het eerst de intense liefde voor een kleinkind voelde.
Dit kindje, zo’n niet te beschrijven aanwinst voor onze familie. Kind van mijn kind. Zo gewenst, zo lang verwacht, zo geliefd.
Klein nieuw mensje, nieuw leven, nieuw stukje wereld. Jij groeide in de buik van je moeder, zoals zij in mijn buik is gegroeid . Een natuurlijke gang van zaken, letterlijk zo oud als de mensheid, maar zo bijzonder en wonderlijk dat het niet te bevatten is.
Ik heb zo’n grote wens gehad om oma te  worden. En het heeft zo mogen zijn. Ik ben me er heel erg van bewust dat ik van geluk mag spreken. Er zijn veel moeders met dezelfde grote wens die, om wat voor reden dan ook, die wens nooit in vervulling zullen zien gaan. Het is niet iets vanzelfsprekends.

Toen ik nog voor de klas stond, als juf op de basisschool, mocht ik wel eens vriendenboekjes invullen. Het poëzie-album dat ik vroeger zelf aan mijn juf gaf om in te schrijven, is niet meer gebruikelijk. De albums zijn vervangen door invulboekjes, het leuke daaraan vind ik dat jongens ze ook hebben.
Dus als juf vulde ik braaf mijn naam, favoriete eten en lievelingsdier in, en bij de vraag: “Wat wil je later worden?” was mijn antwoord steevast: “Een lieve oma”
En nu, sinds een paar dagen, mag ik dat in de praktijk gaan brengen. Want ik wil echt heel graag een lieve oma zijn. Eentje bij wie het fijn is om te komen, leuke dingen mee te doen, die graag gezien bezoek is, die vertrouwd en veilig is. Oma. Het is een bijzonder woord.
Ik heb een goed voorbeeld gehad aan mijn eigen moeder. Zij was een geweldige oma voor haar kleinkinderen, zelfs toen ze geestelijk meer en meer moest inleveren.
Ik hoop en bid dat ik gezond en fit mag blijven. Maar vooral heel veel liefde mag geven. Die heel speciale liefde, die alleen aan oma’s is voorbehouden.

Nu ben je nog heel klein
je ligt tegen me aan
mijn wang tegen jouw haartjes
ik laat mijn tranen gaan

Over een paar maanden
zit je op mijn schoot
te frummelen aan mijn knoopjes
en denk ik: je wordt groot

Nog later ga je lopen
je houdt mijn hand goed vast
Met kromme waggelbeentjes
van de tafel naar de kast

Samen eendjes voeren
samen met de bus
samen een puzzel maken
”samen” is zo knus

Ik hoop op heel veel “samen”
met liefde en geluk
maar met jou, lief kindje
kan de toekomst niet meer stuk

Nu ben je nog heel klein
je ligt tegen me aan
mijn wang tegen jouw haartjes
ik laat mijn tranen gaan

thumbnail_IMG_1006

Controle

Het is natuurlijk al lang bekend dat alles wat je op internet doet, gevolgen heeft. Gelul over privacy en aangescherpte regels veranderen daar helemaal niets aan. Toch blijf ik me echt verbazen over hoe ver het gaat. Het cookie-geneuzel heeft daar denk ik wel veel mee te maken. Ja, je moet toestemming geven, maar als je een site bezoekt wil je die zien, dus je klikt op accepteren.
Het is me allang duidelijk dat ik , als ik een keer online naar iets gezocht heb,  daarna prompt advertenties over dat onderwerp krijg op facebook, op banners en pop-ups. Maar het gaat voor mijn gevoel steeds verder. Alsof een alziend oog en afluisterend oor hier in huis rondwaren.
Bijvoorbeeld: Bert kijkt op tv een documentaire over Shell en CO2 uitstoot. We praten daar even over samen. Vervolgens krijgt hij advertenties op zijn mobiel over Shell, en over CO2 uitstoot-vermindering.
We overleggen samen (zonder online activiteiten) over de zonnepanelen die we zouden willen hebben. En hoppa, daar komen de advertenties voor zonne-energie als Bert de telefoon weer opstart.
Het lukt me niet om echt te begrijpen hoe dat kan. IP-adressen, Google-accounts, tot zover heb je me nog. Maar daarna raak ik het spoor bijster. En ik word er niet vrolijk van. Want ik hou er niet van als ik dingen waar ik mee te maken heb niet begrijp.
Gisteravond ging ik op internet op zoek naar sandalen, omdat de mijne ineens waren veranderd in rare losse flappen. Last van de hitte denk ik. Ik was online op mijn laptop.
Vanmorgen doet Bert zijn telefoon aan en ziet advertenties van Sarenza en Van Haren.
Hoe dan?
Ondanks dat ik me bewust ben van de macht van Google en van het gebrek aan privacy op internet, verontrust en benauwt me dat.
Wij tweetjes zijn maar een minuscuul stipje in de ether. Een amoebe. Maar toch worden we in de gaten gehouden. Net als die andere 7,5 miljard mensen op de wereld. En in mijn idee door een relatief kleine groep mensen. Maar wie zijn “ze “ dan? Het komt me allemaal zo ongelooflijk en mysterieus voor, als een complottheorie. Toch lijkt het de werkelijkheid te zijn.
Zelfs als je echt zou willen, kan je niet eens meer afstand nemen. Je kan niet meer zonder internet, er is dan geen betalingsverkeer, er is geen informatie, er zijn geen alternatieven meer. Ik heb altijd geprobeerd om heel bewust gebruik te maken van het internet, maar inmiddels heb ik het idee dat het niet meer kan. Dat we er al zo diep inzitten dat er geen andere mogelijkheden meer zijn. En dat we onszelf daarmee uit handen hebben gegeven, ook al denken we dat we bewust bezig zijn en zelf de controle hebben.
Ik weet niet hoe het nog verder zal gaan. Jullie?
digitization-4136387__340

Meneer Wijdbeens

Toen wij zondag heerlijk oubollig een toertochtje maakten met de oldtimer (compleet met kaart op schoot, ik noemde het op facebook al ‘Strava voor oude mensen’) reden we meest over landweggetjes. Er was niet veel verkeer, afgezien van een aantal fietsers. Over het algemeen waren het stelletjes in, wat we vroeger noemden, de Vut-leeftijd. Maar de Vut (vervroegde uittreding) bestaat niet meer, het is nu de Blut (belachelijk late uittreding) Mensen gaan nu zo laat met pensioen dat ze gelijk aan de scootmobiel toe zijn ben ik bang.
Enfin, deze stellen zaten samen op de fiets, man meestal in streepjespolo en korte broek, vrouw in makkelijke driekwartsbroek en zomers bloesje. Vrouw aan de rechterkant van de weg, man midden op de weg.
Echt. Allemaal. Waarom midden op de weg? Om hun vrouw te beschermen tegen de woeste stroom verkeer? O nee, die was er niet. Afgezien van een enkele oldtimer, die hen ronkend achterop kwam rijden. Dan krijg je de volgende situatie:
Man blijft stug doorfietsen midden op de weg. Ik neem gas terug, omdat ik weet dat de auto dan een paar fikse knallen geeft. Spaart weer een claxon uit. Man blijft hardnekkig midden op de weg fietsen. Onze ramen staan open , ik hoor de vrouw roepen: “Auto!” Man gaat 10 centimeter naar rechts, zodat ik alsnog vrij krapjes erlangs kan. In mijn achteruitkijkspiegel zie ik dat, zodra ik voorbij ben, man weer midden op de weg rijdt.
En dat was niet éen stelletje. Minstens 6 x was ’t hetzelfde. En iedere keer andere stellen. Waarom hebben die mannen zoveel meer ruimte nodig dan de vrouwen? Zou het een soort oergedrag zijn, een kwestie van territorium en intimidatie? Jammer, ik was eerlijk gezegd niet geïntimideerd door de streepjes en de e-bike.
Toch denk ik dat het wel een soort instinct is, wat in duizenden jaren evolutie niet verdwenen is. Eigenlijk vind ik dat op zich best interessant. Dat ondanks onze digitale maatschappij de lichaamstaal nog steeds heel belangrijk is, al zijn een heleboel mensen zich daar misschien niet eens bewust van.  Vrouwen nemen minder plek in dan mannen. Ik zie geen vrouw wijdbeens op een bank zitten, met haar armen gespreid over de leuning. Natuurlijk is het ook aangeleerd gedrag, vrouwen moeten netjes zitten, benen bij elkaar. Ondanks de jarenlange emancipatie is de lichaamstaal van de vrouw nog altijd nederig en zedig. Mannen mogen wel wijdbeens zitten, die hoeven niet zedig te zijn.
Maar er is toch een beetje een verandering op komst, in de acceptatie althans. Dat blijkt al uit de term ‘manspreading’ , ( in 2015 officieel opgenomen in de Oxford Dictionary.) Het schijnt vooral in het openbaar vervoer een grote ergernis te zijn als mannen daar aan doen. Ik ga heel weinig met de trein of de bus, maar ik vind het ook erg onprettig als ik naast een man zit die de mijne niet is en ik zijn been tegen mijn dij voel. Ga weg!
In Madrid en New York zijn er nu bordjes in de bus en in de metro:

screenshot_20190623-192757~27075882456235029571..jpg

Van mij mag het. Want kom op heren, het is echt geen kwestie van anatomische noodzakelijkheid om zo te zitten. Het is ruimte opeisen van een ander. En in het openbaar is dat niet sociaal. Niet op de weg, niet in de trein, niet op een bankje in het park.
Dit oergedrag is niet meer van deze tijd.

(bron illustratie:  Volkskrant)

Vaderdag

“Flauwekul”, zegt de een. “Allemaal commercie” zegt de ander. “Alleen maar leuk zolang ze klein zijn en een sleutelhanger voor je knutselen”, zegt de derde.
Prima, van mij mag het, ieder zijn mening. Maar hier doen we wel wat aan Vaderdag.
Nee, Bert is mijn vader niet. Maar hij is wel de vader van mijn gezin. En ik vind het leuk om iemand waar ik van hou een keertje extra in het zonnetje te zetten. Het gaat mij er om, en dat is ook zo met Valentijnsdag en Moederdag, dat het gewone dagelijkse leven even wat meer glans krijgt. Omdat je eventjes extra laat zien dat de ander zo belangrijk voor je is.
“Dat kan toch iedere dag, daar heb ik zo’n speciale voorgeschreven dag niet voor nodig” bromt de vierde.
Klopt helemaal. Maar tussen kunnen en doen zit een groot verschil. Want in de praktijk leven we maar al te snel gewoon ons leven. We nemen de ander vaak als vanzelfsprekend aan . “Hij/Zij weet toch wel dat ik van hem/haar hou.”
Ja, natuurlijk wel. Maar is het niet ontzettend leuk en fijn , een beetje extra waardering? Ik vind van wel. Ik heb dat wel nodig, zowel om te geven als om te krijgen.
En nee, niet alleen maar op een speciale dag. Ook gewoon een keertje totaal onverwacht. Maar die speciale dagen, daar kan ik me ook echt op verheugen. Net als op een verjaardag. Bedenken hoe we die dag gaan invullen, wat voor  lekkers we  gaan eten, wat we voor gezelligs gaan doen. Verzinnen waar ik mijn geliefde een plezier mee kan doen, blij zijn met wat er voor mij gedaan en bedacht is. Kortom: hoe we het gaan vieren.
En beetje extra sjeu aan het leven van alledag.
Van mij mag het. Graag zelfs.

img-20190616-wa0007~27278404577282428827..jpg

Schrijven

Gister voelde het alsof ik zat te wachten op de uitslag van een examen. De winnaars van een schrijfwedstrijd, die was uitgeschreven door een uitgeverij, zouden bekend gemaakt worden.
Ik had mijn verhaal in Maart al ingestuurd, was vrouwmoedig geduldig gebleven toen ik bericht kreeg dat de uitslag twee weken later dan de planning zou komen, vanwege het overweldigende aantal inzendingen, maar gister was mijn geduld uitgeput. Ik wilde zo graag weten of de jury net zo enthousiast was over mijn verhaal als ik zelf! Ik schrijf altijd al en de laatste tijd heel veel. De frequentie van de blogs hier is daar een bewijs van.
Maar verhalen bedenken en schrijven is ook  iets wat ik altijd al heel erg graag heb gedaan. En dan vooral met sprookjesachtige elementen erin verwerkt.
Op de lagere school schreef ik al heel graag opstellen, ik heb nog een schoolkrant bewaard waar een sprookje van mij instaat: “De reus die niet kon praten”
Voor het examen Nederlands op de middelbare school moest ik ook een opstel schrijven. Er waren verschillende opdrachten waar je uit kon kiezen en ik koos: ‘Verklaar door middel van een zelfbedachte sage of legende de naam van een stad, dorp of gehucht.’
Ik schreef een verhaal over het gehuchtje Bloemkoolstronkeradeel en kreeg daarvoor een 9. Dat was wel een gloriemoment in mijn verder nogal gemiddelde schoolloopbaan.
Op de kleuterleidsters-opleiding moesten we natuurlijk ook verhalen leren vertellen, en we  leerden heel veel over het belang van sprookjes en fantasieverhalen.
Als kind had ik al een prachtig sprookjesboek met werkelijk toverachtige platen erin, het is haast stukgelezen. En ik had een sprookjesboek van de Efteling gekregen, met de karakteristieke tekeningen van Anton Pieck. Ook dat boek viel bijna uit elkaar. Nu moest ik voor mijn school sprookjesboeken kopen: ‘Grimm’s verzamelde sprookjes voor kind en gezin’ en ‘Sprookjes van Andersen’ Van die laatste titel heb ik later een antiek exemplaar gekregen, gebonden in rood leer en de bladzijden gelig met bruine spikkels van ouderdom. Mijn pronkstuk in de boekenkast. Maar ook voor mijzelf verzamelde ik een mooie collectie boeken. “De elfen” met tekeningen van Brian Froud en Alan Lee. Deze heren hebben later meegewerkt aan mijn ultieme lievelingsfilm aller tijden: The Dark Crystal, van Jim Henson.
Een boek over Reuzen, Fabels van La Fontaine, de complete serie boeken van Tolkien, inclusief een Bestiarium. Twee boeken over the Dark Crystal, wat afgelopen kerst aangevuld is met een werkelijk schitterend nieuw boek over het zelfde onderwerp.
Toen ik aan het werk ging op de kleuterschool verzon ik eindeloos verhaaltjes voor de kinderen. Al gauw bleken de avonturen van het bosmannetje Krieltje favoriet bij mijn leerlingetjes.
Begin jaren 2000 ging ik de verhalen opschrijven en maakte ik er tekeningen bij. Uiteindelijk had ik een bundeltje gemaakt wat ik de titel “Een jaar met Krieltje” gaf, twaalf verhalen, verdeeld over drie per seizoen.
Ik maakte er een keurig manuscript van en stuurde dat naar verschillende uitgevers van kinderboeken. En altijd kwam het weer terug, met een begeleidend briefje waarin, in vele varianten, deze boodschap stond: ‘Goed verhaal, doen we niks mee’.
Ok, dan niet. Maar ik had het gevoel dat ik iets gemaakt had wat kinderen plezier kon geven, dus ik benaderde in 2009 een printing-on-demand uitgever. Die maakte er wel een leuk boekje van, alleen komt het via die weg niet in de boekhandel terecht, en de reclame ervoor moet je ook zelf maken. Ik kan dus niet zeggen dat het mijn grote doorbraak is geworden. Toch ben ik er nog steeds trots op en vinden de kleintjes hier het erg leuk als ik er uit voorlees. En ik vind het geweldig als een kleuter op z’n hurken gaat zitten bij een grote eikenboom om te onderzoeken of dit misschien de boom van Krieltje is. Dan voel ik gewoon zelf weer de magie van vroeger. Eerlijk gezegd denk ik dat het  bij mij nooit echt overgegaan is, die magische fase.
Met het schrijven van blogs, dus schrijven voor volwassenen, bleek ik ook aardig mijn ei kwijt te kunnen. Ik merkte dat ik echt blij word van schrijven, en ook blij als mensen me laten weten dat ze mijn stukjes gelezen hebben en waarderen. Ik ging wat meer durven, zoals artikelen schrijven voor een online-magazine. En sommige blogs van Daagse Dingen worden daar ook gepubliceerd.
Een paar maanden geleden besloot ik een account aan te maken op een schrijvers-site. Ik heb er zelf nog niet veel opgezet, afgezien van een stukje om mezelf voor te stellen. Maar wel heel veel gelezen, zowel schrijfsels van andere amateurs zoals ik, als artikelen over schrijven.
Op die site staat ook een overzicht van landelijke schrijfwedstrijden.
Mijn oog viel direct op: “ Hier, toen en nu – schrijf een verhaal waarin een sage uit jouw buurt een rol speelt in het heden”
Dat was nou echt iets wat in mijn straatje past. Ik ging gelijk enthousiast op zoek naar volksverhalen uit deze omgeving en vond er een die me erg aansprak. De dagen daarna liep ik te broeden op mijn eigen verhaal. Heerlijk vind ik dat, in mijn hoofd een verhaal maken, bijvoorbeeld tijdens het wandelen met Lenny, of tijdens het stofzuigen of strijken, terwijl er nog geen pen of laptop aan te pas komt.
Toen ik tevreden was, typte ik het verhaal uit, probeerde het objectief op taal- en typfouten te beoordelen en stuurde het op.
Dat was nog wel even een spannend moment. Durf ik dit? Maak ik mezelf niet belachelijk met dit verhaal? Kan ik tegen kritiek? Is het goed genoeg?
Mijn vinger heeft echt even een poosje boven de knop “Verzenden” gezweefd, ineens vond ik het eng. Maar ach, wat hing er vanaf, als het niks werd?
“Courage, Willow” citeerde ik in gedachten een quote uit een geliefde fantasy-film, en ik verzond de mail met het verhaal.
Ik wilde het eigenlijk aan niemand vertellen, uit een misplaatst soort zelfbescherming denk ik, maar later heb ik het toch wel aan Bert verteld en het verhaal aan hem voorgelezen. En toch ook maar aan mijn eigen kinderen verteld dat ik aan een wedstrijd had meegedaan, zonder verder in details te treden.
De mededeling dat het aantal inzendingen overweldigend was, maakte me wel wat onzekerder. Dan moest ik toch wel ècht iets goeds afgeleverd hebben, wilde ik bij de winnaars horen.
Ik wilde dit ZO graag, ik kan eigenlijk niet eens aan mezelf goed uitleggen waarom dan. Erkenning, heb ik dat echt zo nodig? Winnen? Ik ben helemaal niet zo competitief.
Op 9 juni zou de uitslag komen. Vanaf ’s morgens 10 uur (nee, stiekem al eerder) keek ik regelmatig op mijn mail. Niks. We gingen op bezoek in Holten , waar mijn zus en zwager de hele familie hadden uitgenodigd voor een barbecue. Het was heel gezellig, met allemaal lekker eten en drinken,en de hele dag buiten zitten, maar ik vergat niet om af en toe heel snel even mijn mail te checken. Niets.
Het werd avond en ik dacht: het komt nu niet meer. Ik heb niet gewonnen, anders had ik het nu wel gehoord. Jammer hoor. Maar ach, het was te verwachten. En gelukkig hadden we een heel leuke dag met elkaar.
Op een gegeven moment pakte ik mijn telefoon nog even om te kijken hoe laat het was, ik wilde niet graag in het donker rijden. Het was bijna 20.00 u. en ik zag dat ik een icoontje van Outlook op mijn scherm had. Ik klikte het aan en las direct: Annelies, gefeliciteerd! Jouw inzending is één van de uitgekozen verhalen!
“Jaaaa” riep ik keihard, zodat de familie verschrikt de gesprekken staakte en naar mij staarde. Ik vertelde stuiterend dat ik gewonnen had en iedereen was natuurlijk blij voor me.
Het voelde als de uitslag van een examen , zei ik al in het begin. Ik ben geslaagd. Maar ik heb toch maar niet de vlag uitgehangen met mijn laptop eraan.Nu is het wachten op de bundel waarin mijn verhaal, samen met nog 10 andere, zal worden gepubliceerd. Mijn eerste publicatie bij een echte uitgeverij. Ik ben zo trots…..

img_20190610_1236354051850421844884772215.jpg

Prietpraat (8)

Tien nieuwe prietpraatjes,  ik blijf er van genieten.

Het heeft geregend en Pim (3jr) staat voor het raam:
“Hé, Buiten is onder de douche geweest!”

Simon (5jr) ; “Ik ben een keer met de trein geweest
Ik:  “Wat leuk, waarheen?”
Simon:  “Naar een ander treinstation” 

Pim blijft eten en ik vraag: “Wat vind jij lekker?”
Pim:  “Gapsketti

Lars (8jr) :  “Ik had me zeer gedaan, want ik strokel” 

Dylan (4 jr)  tegen mama: ” Waarom neemt Annelies Bert mee op vakantie?”
Mama:  “Dat is toch gezellig, ik neem jou toch ook mee op vakantie?”
Dylan:  “Ja maar Bert is al groot, die kan al alleen thuis blijven”

Pim:  “De deur voor de poep is nog dicht”  (=WC-deksel)

Leroy (5 jr): “Ik heb een spel op de PlayStation en dan ben ik de goederik”

Dylan:  ” Ik kan heel goed rijmen, hoor maar.   Bami……… Kroepoek!!!”

Pim:  “Annelies?”
Ik: “Ja?”
Pim:  “Ik vind jouw voeten zo mooi, ze lijken op een Lamborghini 

De postbode bezorgd een pakketje van Bol.com,  nieuwe boeken
Dylan: “Waar zijn die voor?”
Ik: “Die nemen we volgende week mee op vakantie”
Dylan: “Waarom?” 
Maurits (10 jr) : “Dat is iets wat oude mensen doen”

En daar kon ik het weer mee doen.

bami_v2513678015797302003.jpg

(foto:  lekkererecepten.nl )

Zomaar

Begin deze week heb ik mezelf een lichte hersenschudding bezorgd. Tijdens een klusje op zolder stootte ik knijterhard de zijkant van mijn hoofd tegen een dakbalk. Ik had beter naar Bert Visscher moeten luisteren, die dringend adviseert om toch vooral “de helm!” te gebruiken, zelfs bij het bloemschikken.
Na de dreun moest ik overgeven, dacht toen wel te weten hoe laat het was, en de huisarts bevestigde mijn vermoeden.
Kalm aan doen, was het advies. Dus ik heb afgelopen week heel gedoseerd gewerkt, ik heb gelukkig heel lieve en begripvolle vraagouders.
Langzaamaan gaat het beter, ik heb vannacht ook weer goed geslapen. De eerste nacht moest ik om de twee uur gewekt worden, en later werd ik steeds wakker als de beurse plek op mijn arme hoofd in aanraking kwam met het kussen.
Maar zoals gezegd: vannacht wel weer goed geslapen, dat geeft de burger moed. Ik had vandaag ook alleen maar voorschoolse opvang, dus vanmorgen om half 9 had ik al weekend. Wat een luxe!
Het is mooi weer, maar dat is jullie ook ongetwijfeld al opgevallen. Ik was ook niet duizelig meer, dus durfde het wel aan om een klein autoritje te maken, met Lenny naar het bos.
Daar aangekomen ging de hond volledig uit z’n bol, ik deed het wat rustiger aan. Maar genieten was het wel. Ik wou bijna zeggen: er was geen sterveling. Maar dat is niet waar, het wemelde van leven. Alleen waren Lenny en ik de enige hond en mens in het hele bos. Het gonsde van de insecten rondom de bloemen. De vogels en de kikkers deden een concertwedstrijd. De kikkers hadden het grootste volume, de vogels de beste melodieën, dus het bleef onbeslist.
Ik werd toch wel vrij snel moe van het wandelen, maar ik had de tijd aan mezelf, dus ik ging op een mooi plekje even lekker zitten. Aan de waterkant, bij een inhammetje tussen het riet, in de zon. Hoe fijn wil je het hebben! Als dit niet rustgevend was, wist ik het ook niet meer.
Op het water zag ik kleine schaatsenrijdertjes, hun pootjes maakte minuscule kringetjes. Een libelle vloog over, het lijfje iriserend blauw en met prachtige gazen vleugels. Het is dan wel een roofdier, maar wel een prachtig en romantisch roofdier.
De zon scheen op het water en vlak onder de oppervlakte zwommen kikkervisjes, als een paar bovenmaatse spermatozoïden. Het is blijkbaar een heel doeltreffend ontwerp, want die vorm kom je vaker tegen in de natuur. Ik weet niet of je wel eens verse broccoli schoonmaakt, maar je snijplank ziet er daarna uit alsof er een marsmannetje geëjaculeerd heeft.
Het was zo prettig om daar zomaar te zitten in het gras, te kijken, te luisteren en te genieten. Lenny scharrelde om me heen en stapte van tijd tot tijd in het slootje. Hij is geen zwemmer, wil altijd vaste grond onder de poten hebben. Hij knoeit wel graag wat rond in het water, en als hij er daarna uitkomt moet hij zich altijd uitschudden op de meest perfecte plek die een hond kan bedenken: op 3 cm afstand van de baas.
Dus ik kreeg zo nu en dan een douche van slootwater, gelukkig zonder kikkervisjes en schaatsenrijdertjes.Die hoef ik niet in mijn haar.

img_20190524_1233556201639419336340148399.jpg
Lenny let nooit goed op waar hij het water instapt, een rietstengel meer of minder maakt hem niet uit. Sommige stengels verdwenen dan ook ruisend onder water en ik wou Lenny al vermanen om een beetje voorzichtig te doen, toen ik zag dat de stengels zich uit zichzelf weer heel statig , als in slow-motion, oprichtten. Zoiets kleins, maar ik was gefascineerd. Ik hoef dus niet altijd in te grijpen, de natuur kan het heel best zonder mij.
Dit hele stuk natuur zou er overigens niet geweest zijn zonder ingrijpen van de mens, dat dan weer wel. Het is een stukje van het ingepolderde Lauwersmeer. En het is prachtig.
Toen ik op de lagere school zat, zag de kaart van Groningen er nog anders uit, toen was de plek waar ik nu op dit moment zat, een hap uit het land.
Bert weet nog goed dat het Lauwersmeer dicht ging, toen het klaar was stonden de schoolkinderen met vlaggetjes paraat om de koningin te bejubelen die het nieuwe gebied officieel opende.
Maar helaas stond Juul op het moment- suprême met haar rug naar de kindertjes toe en hoe wanhopig Bertje ook met zijn vlaggetje wapperde, het mocht niet baten. Ze keek niet. Het is volgens mij nog steeds een pijnlijke herinnering, om zo genegeerd te worden door de moeder des vaderlands.
Ik had dan wel alle tijd aan mezelf, maar mijn maag dacht er anders over. Die gaf knorrend aan dat het inmiddels toch echt wel lunchtijd was. Dus ik stond op en ging met Lenny weer terug naar de auto, en naar huis. Daar was nog een lekker restje tagliatelle in de koelkast, ik had vanwege de hersenschudding niet veel trek de afgelopen dagen. Maar nu smaakte het me wel.
Al met al was ik toch moe geworden, dus een cd-tje van Hammock (dank je wel Tim!) in de speler en lekker even op de bank liggen. Blijkbaar heb ik ook wel echt even geslapen want het was zomaar 5 kwartier later en de cd was afgelopen.
Zin om een blogje te schrijven, dus bij deze. Nu maar even snel plaatsen, lang achter een scherm zitten is ook nog niet prettig voor mijn hoofd.
Maar als de dagen om te herstellen zo zijn als vandaag, dan komt het helemaal goed.

Micro-avontuur

We gingen zaterdag een avondje uit. Irene en Jan gingen afdansen na hun derde jaar en wij waren uitgenodigd om te komen kijken en aanmoedigen. Natuurlijk moesten we er wel een beetje netjes uitzien, dus een mooi moment voor mij om naar de kapper te gaan en mijn haar op te laten steken. Mijn haar is zo steil en pierig dat ik er zelf niet veel mee kan aanvangen om er iets feestelijks van te maken.
De kapster draaide dan ook allemaal rollers in mijn haar, zodat ik straks wat volume had om mee te werken. Toen alle krulspelden erin zaten en de kapster de droogkap ging instellen, zette ik mijn bril weer op en keek naar mezelf in de spiegel. Jemig, daar zat mijn moeder! Ik schrok er gewoon van, zoveel leek ik op haar. Mijn moeder ging vroeger iedere zaterdag naar de kapper voor wassen/watergolven en ik ging nog wel eens mee voor de gezelligheid. Dan zag ze er echt net zo uit als ik nu. Om de gelijkenis compleet te maken kreeg ik een damesblad te lezen. Ik bladerde het een beetje door, ben niet zo van de tijdschriften eerlijk gezegd. Maar je moet de tijd onder die kap toch zoek brengen dus ik las een heel artikel. Het ging over “ micro-avonturen”. Ik dacht dat het over de natuur zou gaan, zoiets als wat ik laatst in onze tuin aantrof.
img-20190417-wa00115647115602836080823.jpg
Maar het was iets anders, iets wat trendy is. Tijdens het lezen moest ik toch echt even mijn wenkbrauwen optrekken. Was dit serieus? Ja, het was serieus, er is zelfs een boek over verschenen.
Met tips voor micro-avonturen, als tegenwicht voor wereldreizen. Het schijnt namelijk zo te zijn dat mensen moe worden van verre reizen maken. Ga dan niet, zou je zeggen. Maar er is blijkbaar een groep die druk voelt om dat wel te doen, omdat ze anders niet meetellen. Je moet veel van de wereld zien, andere culturen ontdekken, “out of your comfortzone”gaan, wil je een beetje kunnen mee praten, en iemand zijn.
Dus je moet kunnen vertellen, liefst met reisblogs en foto’s op social media wat je allemaal voor extreme dingen gedaan hebt. Hiken in de Sahara, gebedsvlaggen weven in Tibet, sawa-waden in Indonesië, piranha-knuffelen in de Amazone enzo.
Maar als tegengeluid is er nu het micro-avontuur! Gewoon thuis in je eigen omgeving en het is enorm heilzaam en ontspannend en verrijkend. Sjonge. Als ik het zo lees was ik al heel lang erg trendy voordat het trendy werd. Want ja joh, we gaan wel eens zomaar picknicken op een plek die we niet tevoren uitgezocht hebben! We wandelen in onze eigen omgeving! Ik ga met de opvangkinderen naar een blote-voeten- pad en ben daar de hele dag zoet met spelen en ontdekken. Met mijn eigen kinderen ging ik naar het zanddepot in Zeewolde en we konden uren geboeid zijn door een vijvertje met kikkers, visjes, en waterplantjes. Of we gingen naar de dijk, een veldboeketje plukken, van de dijk rollen, op je rug liggen kijken wat je in de wolken kon zien. En nog verder terug in de tijd ging ik met mijn ouders en broer en zus naar de zandverstuiving. Of naar het bos in Lage Vuursche, hutten bouwen. Of op de hei spoorzoekertje doen.
Dat heet nu blijkbaar ineens een micro-avontuur. Nou ja zeg. Voor mij, en voor de meeste mensen die ik ken is dat toch iets heel normaals! Maar het lijkt alsof er iets nieuws en heilzaams uitgevonden is waarvan we allemaal opgelucht moeten zeggen: Ja, dat is het! Voor mensen die alle uithoeken van de wereld al gezien en beleefd hebben en daar doodmoe van zijn, of mensen die gestressed denken dat ze dat nog moeten gaan doen om er een beetje bij te horen. Je moet dan niet gewoon lekker iets simpels gaan doen en daarvan genieten, nee je moet een micro-avontuur beleven. Want je moet wel trendy blijven.
Eigenlijk word ik daar een beetje triest van, dat het zover gekomen is.
Ik ken mensen die graag verre reizen maken, maar dat doen ze omdat ze dat zelf willen, omdat ze ervan genieten. Blijkbaar zijn er ook mensen die dat niet zo voelen, maar die dat doen omdat ze denken dat je er anders niet bij hoort of niet opvalt. En die krijgen dan stress en die moeten dan weer een nieuwe trend kunnen volgen, het micro-avontuur.
Micro-avontuur. Eigenlijk vind ik het compleet belachelijk als ik het mag zeggen. Een hippe naam voor iets wat al sinds mensenheugenis bestaat. Net zoals een plantsoentje nu ineens een tiny-wood heet. Ik krijg er kromme tenen van, echt.
Zulllen we weer even normaal doen nu? Fijn.
“Pieng” zei de droogkap en ik kwam er met vuurrode oortjes onder vandaan. Alsof ik net een heel stout artikel gelezen had in het o zo brave damesblad.
De kapster maakte wat moois van mijn haar, ik betaalde en ging naar huis. Onderweg zag ik een viskraam en dacht: “Ja! Ik ga Bert verrassen met een micro-avontuur! We gaan helemaal ongepland een harinkje eten!”
En wat was het heilzaam en verrijkend. Ik heb de werkreis sandalen vlechten in Nepal daarom maar afgezegd.