Alle berichten door Annelies

Lakens en ladders

Het is niet alleen de tijd van de speelgoedreclames, maar ook van de zorgverzekering-commercials. De overstaptijd komt er immers weer aan en iedere maatschappij wil zoveel mogelijk klanten houden en nieuwe binnenhalen.



Dus het ene filmpje na het andere over hoe mooi je bent als mens, hoe erg je overal bijhoort en hoe betrokken die betreffende maatschappij is bij je gezondheid en welzijn. 

Normaal ben ik niet een bitter persoon maar hier heb ik zoveel aversie tegen. Omdat het gewoon niet oprecht is.
Natuurlijk sta ik achter die idealen! Alleen geloof ik geen barst van de intenties. Het gaat er alleen maar om dat er geld verdiend kan worden.

Super natuurlijk, die leefstijl-apps en gezondheidcoaches. Maar ook een middel voor de maatschappijen om geld in de zak te houden. Want hoe gezonder je leeft, hoe minder zij hoeven uit te keren. Het gaat helemaal niet om betrokkenheid, was het maar waar. 

En eigenlijk vind ik die apps gewoon een beetje eng. Alles maar weer registeren, alles wat je doet en laat. Wat je eet, wat je drinkt, hoeveel of hoe weinig. Waar je heengaat om te bewegen. Al die gegevens heeft de verzekeringsmaatschappij dan van je, en wat gaan ze daar mee doen?  Ik ga me niet inlaten met complottheorieën, maar ik vind het een enge ontwikkeling. 

Het hele zorgstelsel zoals het nu georganiseerd is, is gericht op winst. Niet op zorg. Tenminste, voor de mensen die helemaal bovenaan de ladder staan, die de lakens uitdelen. Nou ja, deelden ze maar eens lakens uit eigenlijk. 

Hoe krom is het dat je voor een zorgverzekering eigen risico moet betalen. EIGEN RISICO.
“Sorry mevrouw, het was uw eigen risico hoor, om met astma geboren te worden. Die € 385,- boven op de dure zorgpremie betaalt u gewoon volledig ieder jaar en in de toekomst vast nog wel meer.”

Vroeger was niet alles beter, echt niet. Als er nooit wat veranderde, dan zaten we nu nog steeds in een grot op botten te kluiven.
Maar zorgverlening, dat mag toch niet een bron van winstmakerij zijn!
Het ziekenfonds van vroeger, dat was toch niet slecht?
Nu hebben we een idioot systeem van basisverzekering, eigen risico, aanvullende verzekering en zorgtoeslag. Vreselijk ingewikkeld en bureaucratisch en tegelijkertijd onwaarschijnlijk commercieel.

Het is natuurlijk schreeuwen tegen de wind in, wat ik doe. En wat vele anderen met mij doen, want ik heb nog nooit iemand gesproken die zei: ‘Wat is dat een geweldig systeem, met die zorgverzekeringen.” 

Maar het moest er even uit hoor, nadat ik op tv weer zo’n invoelend filmpje zag vol verschillende mensen waar CZ of VGZ of noem het maar op zo vreselijk mee begaan is en zo van houdt. “Kom maar bij ons, dan komt alles goed. Wij zorgen voor je, wie je ook bent, je bent het waard” is steevast de boodschap.
Echt, het frustreert me zo. Want het is niet waar. Het is bedacht door mensen die gezondheidzorg als een bedrijf zien, als een verdienmodel.

Dat is het hoofdmotief.
Volgens mij snappen ze zelf ook wel dat het gewetenloos is. En daarom gauw maar een mooi filmpje, dan worden we misschien wel gesust en denken we dat het allemaal niet zo erg is.
Maar het is wel erg.

Zorg draait om liefde, om medeleven, medelijden, het gevoel dat je iets wilt doen om een ander zich beter te laten voelen.
Wat ik de (gelukkig) sporadische keren dat ik in het ziekenhuis was, voelde bij de verplegers en verpleegsters. Die dit werk vanuit hun hart doen. Onderaan de ladder delen zij de echte lakens uit, zonder er zelf beter van te worden. En zij zijn wel oprecht.

Speelgoed

In aanloop naar de Decemberfeestdagen komt er extra veel reclame voor speelgoed voorbij. 
Sommige winkels geven nog een speelgoedcatalogus uit. Wat een feest was dat vroeger, als die in huis kwam. Kinderen van nu voelen dat misschien ook nog wel zo. Ook al kan je nu een verlanglijstje maken door QRcodes te scannen, het idee blijft hetzelfde. Vroom en Dreesmann noemde het ‘De schatkamer van Sint Nicolaas’ , Bol nu ‘Het grote speelgoedboek’. 

Ikzelf was altijd het meest geïnteresseerd in alles wat met poppen te maken had.
Het liefst alles wat net echt leek, maar dan in miniformaat.
Ik hield niet van (wat net in opkomst was toen) poppen die konden praten. Dat ging serieus met een heel klein grammofoonplaatje in de rug, daar klonk dan een beperkt repertoire blikkerige zinnetjes uit. Niet echt. Liever had ik gewoon een pop die ‘niks’ kon, daar kon ik zelf alles voor verzinnen.
We hadden thuis mooi speelgoed trouwens. Veel heeft de tand des tijds niet doorstaan. En er waren volgens mij nauwelijks veiligheidsregels. 

Mijn zus en ik hadden bijvoorbeeld allebei een keukentje en mijn broer een stoommachientje, en daar gebruikten we brandende spiritusblokjes voor.  Die kocht je ook gewoon in de speelgoedwinkel en het enige wat erop stond was dat je ze niet mocht eten.
Er was wel supervisie van mijn ouders, maar ik mocht gewoon echte pannenkoekjes bakken op een echt vuurtje in mijn keukentje.  Die zag er zo uit:  

Die van mijn zus was groter want die had ook nog een gootsteen en een geisertje.
Maar de keukentjes waren van blik en plastic. En uiteindelijk gingen ze stuk, het blik roestte weg en het plastic brak. Toch kreeg ik bijna tranen in mijn ogen toen ik dit plaatje zag.
De nostalgiekraan was weer opengedraaid hoor.
Eens even kijken of er op internet nog meer speelgoed stond wat we vroeger thuis hadden of wat van mij persoonlijk was. Op Etsy bleek een hele verzameling speelgoed uit de jaren ’60 te staan. 

Het eerste wat ik tegenkwam was deze puzzel:

Och, die hadden wij ook. En ook eentje van Roodkapje. Waar ze gebleven zijn? Geen idee.

En deze bouwdoos!

Volgens mij had iedereen van onze generatie die wel. Ik speelde er wel mee maar je kon er niet een echt huis van bouwen zoals wel op het deksel stond. En waarom was het raampje rood?  Dat stoorde me. Zoals ik al zei: bij mij moest alles net echt zijn.  Zoals dit:

Dit bestekmandje had ik ook en het kan best zijn dat die nog ergens op zolder in een doos zit. Eindeloos heb ik er mee gespeeld, om het eten wat uit het keukentje kwam op te eten en natuurlijk om mijn poppen te laten eten. 

Over poppen gesproken, daar zag ik de Bella pop! Daar heb ik ook over geschreven in ‘Cumarine’ 

Dat was niet een pop die in een poppenwagen hoorde, daar had ik andere voor. En ik had de mooiste poppenwagen van de hele wereld, ik was er uitermate trots op en heb er ontzettend lang mee gespeeld. Ik was inmiddels 14 en durfde er niet meer mee buiten te lopen, maar in mijn eigen kamertje speelde ik er nog heerlijk mee. Ik heb hem nog heel lang bewaard, maar helaas heb ik hem uiteindelijk toch weg moeten doen, het plastic verbrokkelde en het onderstel verroestte. 

Nu op internet gezocht naar een foto, wie weet had een ander dezelfde. Maar hij is niet meer te vinden. Het meest lijkt hij nog op deze:   

maar die van mij had nog een witte streep op de zijkant, en de duwstang was ook wit. 

Die Etsy site is trouwens een garantie voor veel te lang op internet zitten en daardoor veel te laat naar bed gaan. Steeds was ik weer nieuwsgierig wat er op de volgende pagina te zien was en of er weer een ‘Och ja’ moment kwam. 

Overigens kwam ik ook rare dingen tegen, die ik nooit eerder gezien had. 
Deze bijvoorbeeld: 

Ik vraag me vertwijfeld af waar die tangen nou voor bedoeld waren….  

En ineens zie ik dit ertussen staan:  

Bizar. Speelden we zulke rare dingen in de jaren ’60? Ik niet hoor!

En wel verdorie! Deze hadden we zelf te koop staan toen we afgelopen zomer schuurverkoop hadden, voor € 1,- . 

En nog niet eens verkocht ook,dus hij is met het oud papier meegegaan. Hadden we dus op internet veel meer voor kunnen vragen, als je er maar ‘Vintage’bij zet.  

Gemiste kans. Maar ja, als je zelf inmiddels vintage bent, denk je daar niet aan.

Zo, nu moest de laptop maar weer eens dicht. Mooie herinneringen blijven toch wel. En ik heb er gelukkig veel.

Ergerlijk

Dit kreeg ik net, toen ik wat wilde regelen. 

Natuurlijk lastig, maar een storing kan gebeuren en het is gewoon een nette melding. Ik probeer het later nog wel eens. Ik erger me er niet aan.

In tegenstelling tot ‘Oeps! Het lijkt er op dat er iets is misgegaan.’ Daar word ik echt pislink van.
OEPS? Wat is dat nou voor een infantiele manier van communiceren. Is het de bedoeling dat het olijk overkomt? Ik voel me gelijk niet serieus genomen. Ooit is er een IT-figuur geweest die dat bedacht heeft en dat wordt prompt overgenomen door webhosts en aanverwanten, overal. Lekker informeel. Blegh.
De vaak daarop volgende zin maakt me nog kwaaier, namelijk ‘Probeer dit eens’ en dan een paar voor de hand liggende opties. Dat woordje ‘eens’, hels word ik ervan. 
Alsof je zelf niet kan bedenken wat er mogelijk fout is gegaan. Ik kan er niet precies de vinger op leggen waarom dit me nou zo kwaad maakt, ik denk het betuttelende. 

Dat ‘Probeer dit eens’ staat ook vaak op verpakking van etenswaren. Alsof je geen idee hebt dat je niet iedere dag aardappels met jus hoeft te eten, dat je aardappels ook op andere manieren kan gebruiken.
‘Voeg ook eens een uitje toe’  Echt briljant. Ik was er nooit opgekomen.

We gebruiken af en toe wel eens een Wereldgerecht, gewoon voor het gemak. Dat het tegenwoordig buitensporig duur is voor wat je er voor krijgt houdt me wel tegen inmiddels. Maar bij dat soort maaltijdpakketten zijn ze ook zo goed in kinderachtig doen. 
Bij de tips staat dan bijvoorbeeld ‘Dagje zonder vlees

Hoezo ‘dagje’? Dat is voor mij dezelfde toon als in ‘centjes verdienen’.
Zet er toch gewoon op ‘Vegetarische variant’  en dan de tips.
Volgende categorie: ‘Lekker veel groente’.  Aaargh!


Ja ik hou veel van groente, meer als van vlees. Maar dat ‘Lekker veel groente’ beneemt me zowat de eetlust, omdat dit ook weer zó bevoogdend is. 
Het is natuurlijk heel erg in de mode, momenteel is veel groente eten gezond! En het zal Knorr en aanverwanten worst zijn (leuke woordspeling) hoe gezond ik eet. Als ze maar mee doen met de trend en net doen of ze begaan zijn met mijn gezondheid en het milieu, verkopen ze misschien meer van hun producten. Die op den duur allemaal hetzelfde smaken want je moet inmiddels overal een groentepakket doorheen flikkeren.
Of het nou Grieks, Italiaans of Aziatisch is, overal moeten die extra soorten groente in.
Leve de variatie.

Reclames kunnen er trouwens ook wat van, hun beoogde klanten benaderen alsof die zwaar kinds zijn.
Iglo komt met dansende spinazieblaadjes waar een gezichtje op is getekend en die zingen dan: ‘Wij zijn spinazie en wij zijn verser dan vers.’ Really? Het is toch de bedoeling dat volwassen mensen dit gaan kopen?
Dreft heeft een pratende druppel afwasmiddel. En…  Nee ik hou er mee op.
Ik heb mijn punt wel gemaakt, en ik heb niet de illusie dat het ook maar iets uithaalt wat ik er van vind. 

Ok, nog gauw even een reclame die ik haat. Niet helemaal in de lijn van dit verhaal maar het moet er even uit. Ik vind het namelijk zo’n antireclame!
Chantal Janzen, die in een peperduur trainingspak in een peperduur interieur op een peperdure hometrainer een internetsupermarkt belt, die haar binnen 10 minuten een flesje sap komt brengen. Echt mens! Kom met je designerreet van die hometrainer af en fiets naar de winkel voor dat sapje. Of beter nog, voor vers fruit. Dan heb jij je beweging gehad, hoeft die internetwinkel niet met de auto voor dat ene sapje naar jou te rijden en kan je gelijk je andere boodschappen meenemen. Wel zo makkelijk, gezond en verantwoord.  
Zo, genoeg. Ik heb even fijn mijn hart kunnen luchten en dat moet soms.

Lekker veel zeuren, dagje zonder lief zijn. Oeps.

JW

Nog een paar dagen en dan is het 10 jaar geleden dat je uit het leven weggerukt werd.
10 jaar! Het is zo’n lange tijd, maar toch is het nog niet gewend. Het went misschien wel nooit.
Ja, de dagelijkse dingen, die gaan gewoon. En ik kan ook echt van het leven genieten. Maar er is zoveel wat ik nog met je had willen delen.
Ik, puur persoonlijk ik. Ik kan niet spreken voor je kinderen of voor de andere mensen die van je hielden en je zo missen.
Jij was mijn grote broer. En in die hoedanigheid uniek, want alleen voor mij was je grote broer. 

Ik praat nog vaak tegen je en heel soms heb ik het idee, het gevoel, dat je dat weet, dat je het op de een of andere manier hoort. Ik praat over vroeger en ik praat over nu. Omdat ik je zo mis. Zo verschrikkelijk mis.
En ik zie je, in andere mensen. Soms in mijn eigen kind, soms in een willekeurig iemand. Die lijkt op jou, denk ik dan. Zo kon jij ook doen, kijken, praten, lachen.
Ik ben inmiddels zes jaar ouder dan jij geworden bent. Ik heb je ingehaald en voor mijn gevoel had dat helemaal niet mogelijk geweest moeten zijn. Maar het is gebeurd.
Ik koester de vele, vele mooie herinneringen aan jou. Altijd. Voor altijd.


Wat een dag!

Soms moet je heel lang wachten op dingen en dan ineens gebeurt alles tegelijk.
Vrijdag was zo’n dag.
Ik mocht eindelijk gaan beginnen met mijn nieuwe werk als Educatief auteur Basisonderwijs. Eind april gesolliciteerd, in mei proefopdrachten gemaakt, in juni nog een gesprek gehad…. en daarna moest ik geduld hebben. Dat kon ook niet anders, want waaraan ik ga meeschrijven is een nieuwe methode en die moet stukje bij beetje ontwikkeld worden, nadat volkomen duidelijk is wat de richtlijnen van de overheid zijn.
Vorige week kreeg ik bericht: het gaat beginnen! En als start werd ik uitgenodigd voor de auteursdag in Amersfoort, met uitleg, ontspanning en schrijftraining. Zo leuk, ik had er enorm veel zin in. Ook wel spannend natuurlijk, ik kende behalve degene met wie ik het gesprek had gehad, helemaal niemand.
Maar ik maakte er gewoon een dagje uit van.

Met de trein naar Amersfoort, alles liep letterlijk op rolletjes en ik was keurig op tijd ter plaatse. Werd hartelijk ontvangen, kreeg veel informatie, leerde mensen kennen en ik voelde me echt op mijn gemak. We maakten aan het eind van de ochtend een stadswandeling, onder leiding van een gids. Het was goed weer, Amersfoort is een mooie stad, de gids had veel te laten zien en te vertellen, dus het was erg leuk.
Toen een lekkere lunch en daarna was het tijd voor schrijftraining. Ik snap nog niet hoe, maar de twee uur die daar voor stonden, waren voor mijn gevoel met een kwartier voorbij. Normaal was ik na een studiedag of cursus behoorlijk gaar, maar dit was totaal anders.
Nog een afsluitende borrel en daarna ging ik nogmaals de stad in, want ik had afgesproken dat ik met dochter, schoonzoon en kleinzoon, die heel dichtbij Amersfoort wonen, gezellig samen wat zou eten en drinken.
En gezellig was het! 

Zo ontzettend leuk om zomaar ergens je kinderen te ontmoeten en samen uit te gaan. Kleinzoon riep: ‘Oma! Omaatje!’  En oma smolt ter plekke. 

Na een drankje en lekker eten in een pub gingen we nog naar een ijssalon voor een ‘toetje’
Ook dat was weer zo leuk. ‘Kom oma, we gaan rennen’ Dus oma was zo gek niet of ze rende met dat driejarige peutertje door de stad, om een ijsje te gaan kopen. Ik kreeg een heerlijke knuffel met een kleverige kus op mijn wang, en die was nog lekkerder dan het ijs.
Toen toch maar weer naar het station, ik werd heel luxe gebracht met de auto, begeleid door een juichend ‘Oma zit naast mij!’  Ik weet het, jullie hebben zelf natuurlijk de liefste kinderen, kleinkinderen, nichtjes/neefjes, maar ik heb toch echt de allerliefste. 
‘Ik wou ook wel met de trein,’ zei hij en ik beloofde hem ter plekke dat, als hij komt logeren, we met de bus en de trein gaan. Het was maar goed dat ik niet met de boot of het vliegtuig naar huis hoefde anders had ik hem dat ook nog beloofd.

Ik kon de trein van 19.34 halen, het was nu 19.29. Maar ik moest eigenlijk nog wel even plassen, zeker met het idee in mijn achterhoofd dat ik pas over ruim 2 uur thuis zou zijn.
Uiteraard stond er weer een rij bij het damestoilet. Ik spiekte even in de wasruimte hoeveel er stonden en kreeg gelijk kribbig toegesnauwd: ‘Er staat hier ook nog een mevrouw te wachten hoor!’  Ik lachte vriendelijk terug. Eigenlijk wou ik zeggen: ‘Zit ik al op de pot dan?’ maar ik ben beleefd dus ik zei: ‘Ik keek alleen even of ik lang moest wachten.’
De meneer die de toiletten schoonhield zei tegen me: ‘Ik weet niet of u er bezwaar tegen hebt, maar bij de heren zijn twee toiletten vrij.’
Ik knikte hem dankbaar toe en zei: ‘ Super, dan kan ik mijn trein nog halen.’ Ik keurde het kribbige mens geen blik meer waardig en schoot het herentoilet in, bedankte daarna nogmaals de meneer en rende naar het perron waar de intercity naar Leeuwarden net aankwam. Die moest ik hebben en dan in Zwolle overstappen.
Het leek wel India. De trein zat al vol toen hij aankwam en er moest nog een hele kudde mensen bij. We werden letterlijk op elkaar geperst, alle gangpaden stonden vol en de portieken ook. In het portiek waar ik stond was ook nog een grote elektrische fiets geparkeerd met dikke fietstassen eraan, zo handig! Pal voor de wc deur ook nog.
Het was bloedheet, maar ik had geen ruimte om mijn jas uit te doen.
Ik bedacht dat we vorig jaar nog volop in de anderhalve meter samenleving zaten, niet te geloven dat het nu toch weer zover gekomen was dat we hutje mutje stonden om volop alle bacillen en virussen uit te wisselen.
We vertrokken op tijd en door de luidspreker klonk dat het de intercity naar Leeuwarden was en dat het erg druk was. Vooral dat laatste was fijn om bevestigd te krijgen.
Het was bijzonder dat de deuren nog dichtkonden en dat er niemand tussen zat, ik stelde me zo voor dat de trein bol stond.
Ik mocht mijn tas op de koffer van een meneer zetten, dat maakte het staan wat comfortabeler. En verder maar rustig ademhalen en hopen dat er in de volgende trein meer ruimte was. Een mevrouw die op het trapje stond herhaalde een keer of vier dat het een schande was dat het zo moest, maar niemand reageerde echt. Je gelooft het niet maar er kwam er nog een jongen door de menigte geworsteld, hij moest naar de wc. Waar die fiets en die 20 mensen met hun koffers en tassen voorstonden. Geen idee hoe die deur is opengekomen maar het lukte en ik zei: ‘Je kan daar wel blijven, dan heb je het meest ruimte van ons allemaal.’ 
‘Ik wou dat ik dat bedacht had,’ zei de man van de koffer grijnzend, ‘dan had ik comfortabel kunnen zitten.’ De mevrouw die er schande van sprak deed niet mee aan het gesprek. Waarschijnlijk pissig dat zij daar zelf niet op gekomen was.
Dat hele stuk van Amersfoort naar Zwolle stond overigens iedereen, behalve ikzelf, met zijn mobiel in de hand en het was enorm lastig welke kant ik nou op moest kijken zonder dat iemand dacht dat ik mee keek op het scherm. Ik keek uiteindelijk maar naar het plafond.
En toen waren we in Zwolle, de deur ging open en ik kon als derde naar buiten rollen, voordat de rest als diarree de trein uitstroomde. 

Hèhè bewegingsvrijheid. Ik had genoeg tijd om over te stappen en de trein naar Groningen was veel minder druk. Ik kon mijn jas uitdoen en gaan zitten, en rolde comfortabel naar het station. Nu pakte ik ook even mijn telefoon. Want, herinnert u zich deze nog: Mijn boek is af
Vandaag was de datum van de uitslag. Ik had al een keer eerder gekeken maar toen stond er nog niets vermeld op de social media van de uitgeverij. Nu wel, namelijk dat de uitslag er bijna was.
Nog maar even geduld hebben dan, die paar uur konden er nog wel bij. En ik had eerder al gelezen dat er heel veel inzendingen geweest waren dus ik gaf mezelf niet al te veel kans. 

In Groningen stapte ik rustig de trein uit, liep via het perron naar de auto-date plek. Daar stond mijn man naast de auto en ik dacht: Hoe leuk is dit. Na 18 jaar kan ik nog de kriebels in mijn buik krijgen als ik naar hem kijk en het voelde inderdaad als een date, dat hij daar op me stond te wachten. Ik deed niet wat ik een meisje op het perron had zien doen: die vloog de trein uit, rende regelrecht in de armen van een jongen en werd opgetild en rondgezwaaid. Maar ik voelde me wel zo, ook al was ik veertig jaar ouder.
‘Moi, laiverd’ met een kus was net zo lief.
Ik stapte in de auto en vertelde onderweg over de dag. Toen dacht ik: o ja ik zal nog even kijken of die uitslag er is. Ik opende Facebook en mijn oog viel direct op de woorden ‘De Sabot & Co,’ en het flitste door me heen DAT IS VAN MIJ!
Ik las het berichtje en hijgde: ‘Ik heb gewonnen!’ En gilde daarna: “IK HEB GEWONNEN!’
Omdat mijn man altijd de rust zelve is kregen we geen ongeluk door mijn geblèr. Maar hij zei wel blij: ‘Echt? Dat is fantastisch!’ 
Ik las en herlas het bericht en het stond er echt, mijn naam als winnaar, met de titel van mijn boek.


Onbeschrijflijk, wat voelde dat bijzonder. Van alle manuscripten is die van mij als winnaar gekozen. Wat een erkenning. Mijn boek wordt uitgegeven, komt te koop in de boekwinkel, gaat gelezen worden door mensen. Ik had en heb er eigenlijk geen woorden voor, dat gevoel. Euforisch komt nog het dichtst in de buurt denk ik.
Deze dag! Nieuw werk wat ik heel graag wil doen, een heerlijke ontmoeting met mijn lieverds en het bericht dat mijn boek gewonnen heeft! 
Toen we thuis kwamen hebben we er samen nog even een borreltje op gedronken.
En toen zag ik dat ik ein-de-lijk het belastinggeld, waar ik al maanden op wachtte, terug had gekregen. Ook nog! Puur materieel in vergelijk met de fantastische dingen van deze dag, maar toch was het nog een extra kersje op die hele grote taart. 

30 september 2022 was voor mij een gouden dag. 

Hotel

Als ik met dochter wegga, verloopt niet alles altijd vlekkeloos. Maar blijkbaar kan dat ook als ik met zoon wegga. (conclusie: het ligt aan mij) 

Na een dag op de Hoge Veluwe gingen we naar een hotel, voor diner en overnachting.
Netjes erheen genavigeerd, geparkeerd, tot zover alles normaal.

Met tas en koffertje naar de deur. Deur dicht. Een onduidelijke display met talloze knoppen naast de deur, iets nog onduidelijkers wat een bel zou kunnen zijn maar misschien ook niet… we stonden ons een beetje vertwijfeld af te vragen wat te doen.
Van achter die glazen deur waren we gespot door een mevrouw die gebaren maakte. Wij begrepen het niet. Mevrouw kwam er uiteindelijk aan, deed de deur open en zei: Je kon gewoon de deur opentrekken hoor. O. Het zag er uit als een duwdeur en verder waren we dus ook niet gekomen. 

Eenmaal binnen (sorry, sorry, we begrepen het niet, bla bla bla) zou ik inchecken.
‘Heeft u uw auto hier geparkeerd?’
‘Ja’
‘Wat is het kenteken?’
‘Eh…’
‘Ik ga wel even kijken,’ zei zoon en stevende de deur weer uit. 
‘Kan ik met creditcard betalen?’ vroeg ik. Er zou belastinggeld terugkomen en tegen de tijd dat het geld van de cc afgeschreven werd, stond dat wel op mijn rekening. 
‘Ja natuurlijk. Houdt u hem hier maar even tegenaan.’ 
Pieeeeep. Grote rode letters met een kruis erdoor KAART GEWEIGERD
O, ok. Misschien had ik een functie met chip moeten activeren ofzo. Maakt niet uit, ik betaal wel even met de pinpas. 
Pieeeep. Rood kruis ONVOLDOENDE SALDO. 
Hè jemig. Ik kreeg het een beetje warm. Ik lachte wat ongemakkelijk naar de receptioniste die geduldig terug glimlachte. ‘Moment nog hoor’, zweette ik, terwijl ik bad dat ik nog genoeg batterij in mijn telefoon had en de bankieren-app een keer zou meewerken.
Gebed verhoord, binnen een paar minuten had ik geld naar mezelf overgemaakt en stond het op mijn lopende rekening. Inmiddels was zoon weer terug en ik hoopte dat hij mijn kenteken uit zijn hoofd had geleerd want het duurde nog even voor hij weer aan de beurt was.

Ik slaagde erin om de rekening te betalen, het kenteken werd genoteerd en we kregen allebei een pasje met ons kamernummer. ‘203 en 204, als u hier links de hoek omgaat kunt u de trap of de lift nemen naar de tweede verdieping.’
Wij verzamelden onze spullen en gingen de hoek om. Geen trap. O die zijn we al voorbij. Gestommel en om elkaar heengedraai met rugtassen en koffertjes in de smalle gang, weer terug, en de trap op. Bordje kamernummers gevolgd. Het begon bij 212 en eindigde bij 208. O, waar zijn onze kamers dan? Nog een tochtdeur door blijkbaar. De gang erachter was pikdonker maar door een wonder der techniek sprong het licht aan toen we de deur (die zelfs naar twee kanten kon openen dus daar hadden we geen moeite mee) doorgingen.
Daar waren 203 en 204, recht tegenover elkaar. Gezellig. Als in een filmscène verdwenen we achter de respectievelijke deuren en lieten de gang leeg achter.
Leuke kamer, comfortabel uitziend bed, keurig badkamertje, mooi uitzicht, dik in orde. En kijk nou wat leuk, er staat een goodiebag op het bed klaar!
Nieuwsgierig keek ik erin. Leeg. Het was gewoon een papieren tas waarop je aan kon kruisen wat je in je lunchpakket wilde en dan kon je dat inleveren zodat de mensen in de keuken het konden vullen. Teleurstellend.  Er zat een pen bij, dan hield ik die wel. Ha!

Er werd geklopt. Ik deed open, zoon wilde wat vragen maar op hetzelfde moment begon mijn kamerdeur gealarmeerd PIEP PIEP PIEP te roepen. Wat is dat nou weer. Zoon gauw naar binnen, deur dicht. Stilte.
Even het een en ander overlegd, hij ging de deur weer uit en ja hoor PIEP PIEP PIEP!
Ik werd er lacherig van, duwde hem zo’n beetje de gang op en deed de deur dicht. Stilte.
We knapten ons allebei wat op, rusten wat uit en toen was het tijd om te gaan eten. Ik liep mijn kamer uit. PIEP PIEP PIEP. Allemachtig wat een idioot gedoe. Het hele hotel wist nu wel dat ik in ‘da house’ was. 

We hadden voor de zekerheid gereserveerd in het restaurant en mijn naam stond zowaar op de lijst, dus we kregen een tafeltje.
De serveerster kwam de bestelling opnemen en zei: ‘Ik heb hier staan: Kamer 407, kan ik het daarbij zetten?’
Dat was natuurlijk lekker goedkoop geweest voor ons, maar zo zijn we niet, dus ik zei netjes: ‘Nee dat moet kamer 204 zijn.’  Dat eet en drinkt toch een stuk lekkerder. 
En lekker was het! 
Na het eten gingen we gezellig nog even een drankje nemen in de lounge.
Er stond een indrukwekkende diversiteit aan flessen achter en boven de bar, dus de keuze was enorm.
We kozen allebei toch ons lievelingsdrankje uit en het was zo gezellig dat we er daarna nog eentje namen. De serveerster brak nog een glas. Wij deze keer niet.

Toen was het toch echt tijd om te gaan slapen, de bar ging ook bijna sluiten.
Na al het geloop en gefiets van de afgelopen dag, en de borrels in onze knieën besloten we deze keer de lift te nemen in plaats van de trap.
Ik drukte op de knop waar 2 opstond, we gingen een centimeter omhoog en stopten weer. O. Nogmaals op de knop, weer een centimeter. Dat ging wel even duren zo. Maar zoon kwam op het briljante idee dat we de knop ingedrukt moesten houden. En dat werkte.
Er was geen liftmuziekje maar in dit tempo hadden ze het hele oeuvre van Burt Bacharac kunnen afspelen voor we op de tweede verdieping waren. De lift kroop naar boven en we werden er enorm melig van (de drankjes zullen daar wel bij geholpen hebben) 
Uiteindelijk waren we gearriveerd en konden weer op zoek naar onze kamers.
We wensten elkaar welterusten in de gang en verdwenen in onze kamers (PIEP PIEP PIEP) 

Ik ging nog even lekker douchen en toen ik me afdroogde hoorde ik ‘ergens’ een galmende boze mannenstem buiten iets roepen. Daar bleef het bij, dus ik haalde mijn schouders op en kroop in bed.
Appje van zoon:  

Ik lag te grinniken in mijn bed, de akoestiek hier was verrassend goed, zo bleek. Het hele hotel had het denk ik wel gehoord, en waarschijnlijk het grootste gedeelte van Eerbeek ook wel.
Het had in ieder geval geholpen, de muziek was direct gestopt en we konden heerlijk gaan slapen. Wat we ook gedaan hebben want we konden beiden nauwelijks ons bed uitkomen.
Maar omdat we afgesproken hadden om 9 uur te ontbijten waren we dapper, kwamen netjes op tijd uit onze kamers (PIEP PIEP PIEP)  en zaten we fris en fruitig (mwah…) weer in het restaurant, waar een uitgebreid buffet klaar stond en werkelijk heerlijke koffie. Afgezien van dat zoon theewater in een te klein kopje schonk, dat snel over wilde doen in een grotere en daarbij op zijn bord knoeide zodat zijn kaiserbroodje bijna ging zwemmen en moeders zorgzaam naar het buffet vloog voor een nieuw bord waarbij ze onfatsoenlijk tussen twee mensen doorreikte, we de tafelindeling tot twee keer toe veranderden omdat ineens de zon begon te schijnen en wel precies in ons gezicht, hebben wij in alle rust ons ontbijtje verorberd.

Het uitchecken verliep zonder rare dingen, wat ik nog moest betalen was niet hetgeen de mensen van kamer 407 hadden verbruikt, maar echt ons eigen eten en drinken, dus alles prima. 
Ook konden we de auto met het juiste kenteken weer terugvinden. 
We gingen naar huis, doodgewoon naar huis. Zonder gepiep.

Grote tenen en snotneuzen

Door een reactie van mijn dochter op een Facebookpost over ‘Dingen die je ouders vroeger zeiden’ heb ik vreselijk zitten lachen.  Het was zo herkenbaar, al die dingen die je tegen je kinderen zegt in de opvoeding. Ook die waarvan je tevoren had gedacht: dat ga ik later nooit zeggen. Maar toch doen hè. 

Want blijkbaar is dat van alle tijden.
‘Kijken met je oogjes, niet met je handjes’  zeiden mijn ouders vroeger tegen mij, ik zei het tegen mijn kinderen en ik hoor het nu ook nog ouders tegen hun kind zeggen. Dat valt nog wel mee.
Maar sommige dingen heb ik werkelijk nooit begrepen. Bijvoorbeeld waarom ik niet mocht vragen wat we die avond zouden eten. Want dan kreeg ik als antwoord: ‘Hutskulle met knikkers’, of ‘Husse met je neus ertussen’.  Ik weet niet wat er geheimzinnig was aan het menu, kan hooguit bedenken dat ze daarmee gezeur over ‘dat vind ik niet lekker’  voorkwamen. 

Vroeger dreigden ouders ook met de vreselijkste straffen, die uiteraard nooit uitgevoerd werden, maar die zo over de top waren dat het lachwekkend was.
Als mijn vader kwaad was riep hij: ‘Ik sla je kop d’r af!’
Mijn oom brulde tegen zijn kinderen: ‘Ik slinger je het raam uit!’ en de vader van mijn vriendinnetje schreeuwde : ‘Ik sla jullie met de koppen tegen elkaar!’ 
Echt hilarisch en nu niet meer voor te stellen dat vaders dat zeggen, je hebt gelijk de jeugdzorg aan de deur. Maar toen had iedere vader wel zo’n krachtterm die door niemand echt serieus genomen werd, het gaf alleen aan dat pa nu echt heel kwaad was.

Moeders waren vaak iets genuanceerder, zij betrokken hetgeen wij ze aandeden meer op hun eigen persoon: ‘Jullie halen me het bloed onder de nagels vandaan’ en ‘Ik bega nog eens een ongeluk aan jullie’. Ik was daar zelf meer van onder de indruk dan van de loze dreigementen van de vaders. 

Kinderen moesten ook hun plaats weten in de wereld van de volwassen, in de jaren ’60 en ’70.
‘Als grote mensen praten moeten snotneuzen hun mond houden.’  
Of: ‘Bemoei je er niet mee, je hebt de kringen van de pot nog in je kont staan.’ 
Of gewoon heel kort:  ‘Snotaap!’ 

En ook zulke rare dingen! Iedereen kent wel, als je een gek gezicht trok: ‘Als de klok slaat blijft je gezicht voor altijd zo staan’.  Maar ook:  ‘Als je je ouders slaat, groeit je handje boven je graf.’ Hoezo zeg je dat, waar slaat dat op!

En natuurlijk de clichés waarvan sommigen echt tijdloos zijn. De top 10 uit mijn eigen jeugd: 

10. Dan ga je maar met je grote teen spelen’ als je je verveelde.
9. ‘Je bent niet van suiker’ als je door de regen moest.
8. ‘Ben je in de kerk geboren?’ als je de deur open liet staan
7. ‘Dan maak je maar zin’  als je ergens echt geen zin in had
6 ‘Je rust toch uit’  als je niet kon slapen maar niet uit bed mocht komen
5. ‘Kindertjes in Afrika snakken ernaar’ als je je bord niet leeg wilde eten
4. ‘Praat ik soms Chinees?’ als je niet luisterde of wilde luisteren
3. ‘Zit je hoofd er nog op? ‘ als je huilde omdat je gevallen was (of ‘Kom maar hier dan zal ik je oprapen’)
2. ‘Kinderen hebben niks te willen’ als je een zin begon met ‘ik wil’

En met stip op nummer 1:
‘Omdat ik het zeg!’ 


En ja ik moet bekennen dat ik zelf ook wel een aantal van die clichés heb gebruikt als moeder. Ook al had ik me voorgenomen dat nooit, maar dan ook nooit te doen, omdat ik me er als kind kapot aan ergerde.
Maar als oma ga ik dat natuurlijk gewoon ècht nooit doen hè? Dat snappen jullie wel.

Vlot

Vandaag begint volgens de kalender de herfst. Het weer is net als mensen die nu al pepernoten kopen: niet kunnen wachten tot het zover is en alvast maar beginnen. Dus afgelopen weekend en maandag was het een en al regen, storm en kou.
Maar vandaag is het heerlijk! Zon schijnt, prettige temperatuur, bijna geen wind.
Ik verkeer nog steeds in de gelukkige positie dat ik de tijd aan mezelf heb en ter plekke kan uitmaken waar ik zin in heb. En ik had zin in een lange wandeling, Lenny heeft altijd zin in een lange wandeling, dus we gingen gewoon.
De ochtendzon scheen door de nevels boven het land, dat er inmiddels weer anders uitziet als een paar weken geleden. Uien en aardappels zijn gerooid, dat land is zwart en leeg. De rode kool staat nog in grote rijen op het land, evenals de maisplanten, die hoog en vergeeld boven de grond uitsteken.  
De paarden en koeien staan nog in de weiden, er is nog genoeg gras.
Oké, tot zover het agrarisch bulletin van vandaag. 

Het stuk wat ik wilde lopen duurt ongeveer anderhalf uur en halverwege steek je een kanaaltje over. Ik heb hier al eens eerder over geschreven in Open,  maar vandaag was het niet zo spiritueel als toen. Integendeel.
De brug is vervangen, dat was ook wel nodig want ik verwachtte echt een keer door het dek heen in het kanaal te storten. En ik ben natuurlijk niet de enige die van die brug gebruik maakt. Het was een erg steile brug waarbij je zo ongeveer Alpineskills nodig had om die te beklimmen en weer af te dalen, maar de nieuwe brug is langer en daardoor minder steil. Prettig! 

Ik hoorde van een afstand al gebrom, er stond vandaag een apparaat op de brug. Netjes aan de kant, we zouden er makkelijk langs kunnen. Op het water, vlak naast de brug, waren twee mannen bezig met slangen en pompen om het kanaal te schonen of zoiets, en die slangen waren aangesloten op het apparaat. Dat ding maakte een flink kabaal, wat nog versterkt werd door de houten brug, die als een klankkast werkte. En ik voelde het al aankomen: daar gaat Lenny nooit langs.
Maar ik liep resoluut verder, ik dacht: als ik doe of er niks aan de hand is, loopt hij misschien wel mee.
Natuurlijk niet, hij ging vol in de ankers. Hij dook in elkaar en keek me met zielige oogjes aan, die zeiden: ‘Mens toch, je weet toch wel dat dit teveel gevraagd is?’
Ja dat wist ik ook wel. Al van pup af aan is hij bang voor van alles in de grote boze mensenwereld. En dan raakt hij de kluts kwijt en gaat zitten.
Een aantal dingen hebben we hem kunnen leren:  langs een container lopen (zie je wel, die doet niks!), langs wapperend afzetlint of verkeers-pionnen lopen (zie je wel, die doen ook niks) en dat soort dingen.  
Maar dit, een groot ronkend apparaat op de smalle brug met een nog smaller paadje om erlangs te kunnen, dat was toch echt teveel voor hem. Ik stond nog even te vleien met lieve woordjes, maar hij stond inmiddels te bibberen met zijn staart zover tussen de poten dat die er zowat aan de voorkant weer uitkwam. 
‘Kan u er niet langs?’ riep een van de mannen van beneden.
Ik keek over de reling.  ‘Jawel, maar mijn hond durft niet,’ schetterde ik boven het lawaai uit. 
‘Zullen we hem even afzetten?’ brulde de man. 
‘O dat zou heel fijn zijn!’ schreeuwde ik terug. Zo aardig hè, die kerels.
Ik dacht dat er eentje op de kant zou stappen, de brug op zou lopen en het apparaat uitschakelen. Maar dat ging zomaar niet!

De mannen stonden op vlotten. Ze overlegden even, en eentje koppelde de slangen waar hij mee bezig was af en ging met een paal aan het bomen. Zijn vlot kwam in beweging en dreef traag onder de brug door. Toen gleed hij langzaam naar de oever en probeerde hij aan te leggen aan de kant. Dat lukte niet, ik zag niet precies wat er was, maar volgens mij kreeg hij geen grip op de bodem met zijn boompaal. Dus hij ploeterde nog een stukje verder. Ondertussen voelde ik me hoe langer hoe meer bezwaard. Als ik geweten had hoe lastig het voor die man was om het apparaat uit te zetten, had ik wel geprobeerd Lenny op te tillen en langs het apparaat te sjouwen. Maar nu was hij al zolang bezig, dat ik niet meer durfde te zeggen: ‘Laat maar, ik draag hem wel.’
Ik aaide Lenny over zijn kop, het enige stukje hond wat niet bibberde en probeerde hem zo wat gerust te stellen.
Uiteindelijk vond de boom blijkbaar vaste grond en kon de man het vlot vastzetten. Hij stapte als meneer Wijdbeens op de kant, ik was blij dat hij niet tussen wal en schip terecht kwam. 

Hij kwam de brug op en drukte op een knop. Dat was alles, een weldadige stilte viel.
Lenny kwam overeind en wilde nu wel meelopen. Ik bedankte de man een keer of honderd dat hij al die moeite wilde doen voor ons, hij was bijna een kwartier aan het ploeteren geweest. En zometeen moest hij ook weer terug.
‘Och, zei hij, terwijl hij naar Lenny keek. ‘Het is ook allemaal nieuw en erg spannend voor zo’n jonge hond.’
Ik knikte glimlachend en had het hart niet om te zeggen dat Lenny al 8 jaar is.
We renden zo’n beetje de brug af terwijl ik nog een keer ‘Bedankt!’ riep, voordat het apparaat weer begon te ronken. 
De pauze bij het steigertje hebben we maar even overgeslagen nu, we hadden al pauze gehad op de brug. 

De moraal van dit verhaal: 
Deze mannen deden moeite om Lenny en mij te helpen, gewoon uit goedhartigheid.Ze bestaan nog, zulke mensen. En dat maakt mijn hele dag goed.


Daar gaan we weer!

‘Als we de metingen van nu vergelijken met die van 5 jaar geleden, kunnen we zien dat uw longfunctie flink verbeterd is. Weet u misschien hoe dat zou kunnen komen?’ 
‘Ik ben 4 jaar geleden begonnen met sporten. Fitness, conditietraining. 2x in de week, consequent. ‘
De doktoren keken elkaar even aan. ‘Het werkt dus ècht he, dit is het bewijs!’ zeiden ze tegen elkaar.
Ik knikte ijverig, ik had zelf ook gemerkt dat, na het moeizame begin (totale desinteresse in sport), mijn slechte conditie enorm verbeterde en ik mezelf daardoor een heel stuk fitter voelde. Dat hield me ook gemotiveerd om die 2x in de week vol te houden.  

Het was destijds namelijk het enige wat ik zelf kon proberen toen het alsmaar achteruit ging. Steeds vaker benauwd, om de haverklap longontsteking, steeds zwaardere medicatie, ik werd er bang van. Een hekel aan sport ja, maar nog veel meer hekel aan de gedachte dat ik over een paar jaar ernstig belemmerd zou zijn in mijn leven, als het zo doorging. Dus ik ging.
En het hielp, dat was overduidelijk. 

Maar nu had ik al een jaar ‘niets’ meer gedaan. Eerst een paar maanden niet kunnen lopen, en in de tussentijd ging de sportschool hier definitief dicht. En ik zat ook niet meer dagelijks op de bakfiets, die geen trapondersteuning heeft, dus die ook goed was voor mijn conditie.
Ik heb van de zomer wel gezwommen, maar daar vond ik echt niet veel aan. Omdat het moest, meer niet. Want anders zou ik weer terugvallen naar het punt waar ik niet meer wilde zijn.

Maar vanmorgen is er een nieuwe periode gestart, eentje van weer consequent twee keer in de week naar de sportschool. In Winsum is een prachtige nieuwe geopend, en ik ga daar met mijn schoonzusje heen. Samen is nog wel zo gezellig!
Alles nieuw daar, maar na mijn sportervaringen hier, toch ook wel vertrouwd. 

We zeiden: ‘We gaan rustig opbouwen.’ En we hadden best een hoge pet op van ons eigen kunnen. Viel dat even tegen! 
We starten op de loopband.  ’20 minuten’ zei C. enthousiast.
Dat konden wij tevoren ook met gemak.  Ik had destijds zelfs intervallen met lopen en hardlopen.
Ja, dat was destijds, haha. 5 km per uur nu, en na 10 minuten dacht ik: Poeh, ik ben wel even klaar geloof ik. Zij dacht hetzelfde. Dat schept een band. 

Daarna kregen we buikspieroefeningen van een begeleidster. Ze legde alles netjes uit, wij probeerden steunend haar na te doen en toen ze wegliep zei ze:  “Deze 4 oefeningen en dan 10x’.
Wij keken elkaar aan. ‘Weet jij ze allemaal nog?’ ‘Nee, jij?’ ‘Moest het nou zo?” ‘Nee, volgens mij moest je daarbij plat liggen.’ ‘Ik weet er nog maar drie, wat was die vierde?’ ‘Ik weet het ook niet meer.’ 
We rommelden wat aan en telden wat tot 10, we puften en steunden en toen vonden we dat we klaar waren. Tijd voor het volgende. 

Roeien! Dat konden we. Splinternieuwe roeibank, 10 standen, begeleidster zette hem op 2. 
Grote genade wat ging dat zwaar! Echt, mijn schouders trilden en ik had vele zweetdruppeltjes op mijn voorhoofd. Ik zette het ding op 1 hoor, dit was niet te doen. 
Ik roeide voorheen met gemak 20 minuten, nu lag ik na 5 minuten haast naast het bankje, het ging echt niet verder.  

‘Willen jullie even buiten iets doen?’ vroeg het meisje. Ik wilde gelijk reageren met ‘ja graag!’ maar had ineens een visioen van bootcamp en zei aarzelend: ‘Eh…’ 
‘Kom maar,’  zei ze. “We hebben hierachter een grasmat. Dan gaan we met ballen gooien en smijten.’ 
Dat klonk leuk en eigenlijk was het dat ook. Sowieso al heerlijk om buiten in de koele wind te staan. Een bal van 3 kg moesten we optillen, omhooggooien en laten vallen, een bal van 6 kg optillen en neersmijten.  Beide 3 sessies van 10 x. 
We deden dit dus gewoon hè, allebei de oefeningen, dus 60 x in totaal. Daar waren we dus wel trots op!


Maar ik was inmiddels al flink moe en had stijve benen. Nog maar even rustig fietsen als afsluiting dan, 10 minuutjes. Maar ook nu dacht ik na 5 minuten:  het…gaat…niet…. meer. 

Klaar dan!

Dat was de eerste sessie en ondanks dat het niet vergelijkbaar was met wat ik vorig jaar nog kon, was ik heel tevreden en voelde het ook echt goed!
Morgen misschien iets minder, ik voel nu al dat ik enorme spierpijn ga krijgen. Maar dan weet ik tenminste dat ik weer wat gedaan heb. 

Donderdag gaan we weer. Dan gaan we Power Yoga doen. Ik ging even googlen wat dat inhoudt. En vond de foto’s die ik tegenkwam nogal intimiderend. 
Waarom zijn het op zulke foto’s altijd superslanke, strakke jonge vrouwen die alles al kunnen? Die de zwaartekracht en de anatomische wetten negeren om in de meest onwaarschijnlijke posities te gaan staan? 
Waarom nooit niet-zo-slanke vrouwen van in de zestig, die nog gaan beginnen?  Dat levert vast veel leukere foto’s op. 

Wie zijn nou de beesten?

Er was eens een jong konijntje. Een schattig bolletje pluis, hangende oortjes, kortom een echte knuffel. Die moest dus maar gekocht worden voor het kind, zulk leuk speelgoed. Maar hij  was helemaal geen knuffeltje, hij was een sterk en intelligent dier. Het kind vond er niks aan en keek niet meer naar hem om. Daar zat hij, dag in dag uit, helemaal alleen in een hokje achter het huis.
Niemand gaf om hem of deed iets om het konijn, wat ze toch zèlf aangeschaft hadden, te geven wat hij nodig had. Geen gezelschap, geen ruimte, geen liefde. En toen het gezin op vakantie ging, hadden ze ook geen zin om iemand te regelen die het konijn kon verzorgen.
Dus ze dumpten hem. 
Ze haalden hem uit z’n hok, zetten hem op de grond en gingen weg. 

Het konijn had nu wel vrijheid, maar hij had niet geleerd hoe hij voor zichzelf moest zorgen. Want hij was nog een peutertje toen hij in dat hokje gezet werd en hij was er nooit uit geweest.
Zijn eigenaren woonden in een buitengebied, en nadat hij een poosje gelopen en gezocht had kwam hij in een tuin. Die was van zijn buren maar dat wist hij niet, hij had nooit iets anders dan zijn hokje gezien. 

En toen ineens bleek dat hij al die tijd een buurmeisje had gehad! Een lief blij konijnenvrouwtje, die goed verzorgd werd, ruimte en liefde kreeg en niet alsmaar eenzaam in een hokje hoefde te zitten, maar fijn mocht rennen en spelen in de tuin.
Nou, liefde wilde hij haar ook wel geven!
Voordat de buren het in de gaten hadden, was hun konijntje zwanger van 5 bunnies. 
Ze baalden daar ontzettend van, temeer omdat de eigenaren van het vaderkonijn deden of ze van niks wisten. 
Het moederkonijn bracht haar kindjes groot en haar eigenaars hielpen haar, door zoveel mogelijk zorg te geven. Maar ze konden onmogelijk al die bunnies houden. 

Dus ze deden een oproep op internet. 
Twee jonge konijntjes waren al verhuisd, eentje mocht bij moeder blijven, maar voor twee zusjes werd nog een goed huis gezocht.

Een huis, voor twee jonge konijntjes? Dat kunnen wij bieden, we hebben ruimte en liefde te over, zeker nu wel zelf nog maar twee konijntjes hebben.
Ik ging er vanmiddag heen, om ze op te halen.
Vaderkonijn liep er ook nog steeds rond. De vorige eigenaren keken niet meer naar hem om, maar hij kon ook niet blijven waar hij nu was. Dus hij zou naar een asiel gaan. Of zou ik…. De lieve jonge vrouw bij wie ik de jonge konijntjes op haalde durfde het bijna niet te vragen. 

Maar ik was al aan het puzzelen. Want nu ik dit hele verhaal eenmaal wist, kon ik onmogelijk die twee lieve kleintjes meenemen en hun vader aan z’n lot overlaten. 
Dus hij ging ook mee.
De jonge vrouw was echt opgelucht, dat dit kereltje nu ook een leuk huis zou krijgen en niet hoefde te wachten in een asiel. 

Dus ik kwam met drie konijnen thuis. Een volwassen hangoor en twee jongen. 

Uiteraard gaan we die niet zomaar ‘in de groep gooien’  
Konijnen hebben hun eigen karakter en moeten elkaar leren kennen.
Om ze rustig aan elkaar te laten wennen hadden we al bedacht de bench in de grote ren te zetten, en daar de kleintjes eerst in te doen. Stro erin, schuilhokje, eten en drinken. Zo kunnen ze wel kennismaken met Kira en Toby maar wel in alle veiligheid. 

Ze hebben de namen Susan en Eliza gekregen, naar twee D&D characters uit het verhaal wat ik momenteel met ‘mijn ‘party speel. 
Maar ja, pa konijn was er ineens ook en daar moest ik dus een naam voor uit mijn mouw schudden.  Het werd Jarvis, dat is mijn persoonlijke D&D character, om maar even in het thema te blijven.
Hij moet maar zolang even bij de kippen logeren. Hij kan dan ook de anderen zien en ruiken, maar geen heisa maken. En zeker onze Kira niet overstelpen met zijn liefde, met alle gevolgen van dien. 
Morgen de dierenarts bellen, hij moet onherroepelijk een jeweetwel konijn worden. 

Hij vond het hier allemaal wel best, maar de kippen waren hevig verontwaardigd. Ze maakten met z’n tweetjes een kabaal alsof we dertig kippen hebben en uiteindelijk zijn ze bovenop hun hok gaan zitten om met elkaar de situatie te bespreken. Tuthola’s. Ze nemen de asielzoeker maar mooi op hoor. 

Ik ben blij met mijn lieve kleine konijnen, ik hoop dat ze een fijn en lang leven zullen hebben hier. En blij dat de mensen bij wie ze vandaan komen het beste met ze voor hadden, ook al waren de bunnies volkomen ongepland verschenen.

Maar wat voel ik me verdrietig, dat er ook nog stééds mensen zijn die geen gevoel hebben. Die onverschillig en wreed zijn en hun konijn, wat een groepsdier is, eenzaam in een klein hokje stoppen en er daarna niet meer naar omkijken. Die een konijn zien als speelgoed voor een kind en geen respect hebben voor zijn levensbehoeften. 

Die te beroerd zijn om ook maar iets te regelen als ze zelf op vakantie gaan. Het gebeurt nog vaak, veel te vaak. Zelfs te beroerd om het beestje naar een opvang te brengen en er afstand van te doen, zoda het konijn na een ellendig leven op deze manier ook nog ellendig aan z’n eind komt. 

Verhongerd en verdorst, of gedumpt zonder dat ze voor zichzelf kunnen zorgen omdat ze dat nooit hebben kunnen leren. Een prooi voor katten, honden, auto’s, of bedenk zelf maar wat voor akeligheden nog meer. 

Lieve Susan, Eliza en Jarvis, we zullen heel goed voor jullie zorgen. 

En in nagedachtenis van mijn allerliefste Rhosgobel kan ik zeggen dat jullie meer dan welkom zijn.