Categorie archief: Bezinning

Toen was geluk heel gewoon

Toen was geluk heel gewoon…. iedereen van mijn leeftijd kan dat regeltje meezingen.
Nostalgie ten top, ten eerste is het liedje nu oud en ten tweede gaat de tekst over nog langer geleden.

Dat zinnetje “Toen was geluk heel gewoon” is een eigen leven gaan leiden. Want het wordt kwistig gebruikt in reacties op nostalgische foto’s en filmpjes op Facebook, door mensen die ‘de goede oude tijd’ idealiseren en voor de tegenwoordige tijd niet veel goede woorden over hebben. (Blijkbaar vergeten ze daarbij dat Facebook en filmpjes op internet delen niet bij vroeger hoort)


Ik ben ook nostalgisch aangelegd, vind het heerlijk om goede jeugdherinneringen op te halen en dingen tegen te komen die een blije “O ja!” reactie bij me uitlokken.
Want in mijn kindertijd was het zo anders als nu, we woonden met z’n vijven in een flat met maar 1 kachel, mama maakte onze kleren zelf, het avondeten kwam op tafel in dekschalen (“geen pannen op tafel!”) en we hadden geen vaatwasser. Eerst zelfs geen wasmachine, maar een lavet met een draaiende vin. En als die vin eruit was kon er een stop in het afvoergat en kon ik in het lavet in bad.
Dat, en nog 1000 andere dingen, brengt een warm gevoel bij me boven en ik moet glimlachen om de herinneringen. Maar was het allemaal beter dan nu?
Naar mijn idee wordt ‘vroeger’ door een grote groep mensen geïdealiseerd.
Alsof toen alles fijn en knus was, iedereen aardig voor elkaar en alle gezinnen een veilige en geborgen omgeving.
Maar dat was toch helemaal niet zo!
Het liedje is geschreven door van Kooten en de Bie en zij waren ook degenen die het in eerste instantie uitvoerden. Ze zingen over 1948, 3 jaar na de oorlog, vanuit het oogpunt van de kinderen van toen.


Het roept een gevoel van kwetsbaarheid op en hun liedje komt bij mij veel meer binnen dan de latere hituitvoering van Gerard Cox.
Waar het volgens mij om gaat is het gevoel van weemoed om de verloren naïviteit van de kindertijd. Je was gelukkig als je ouders van je hielden en dan waren alle dingen goed thuis. En dat is toch iets van alle tijden?


Ik kan glimlachen bij veel herinneringen, bijvoorbeeld dat er ’s morgens bij het opstaan ijsbloemen op de ramen zaten. En ik vond ze mooi hoor, als kind, maar ik ben toch echt wel blij dat ons huis warm genoeg is en ik niet zoals mijn moeder bij het opstaan bibberend van de kou hoef te proberen om het petroleumkacheltje in de keuken aan te steken, waarna mijn hele gezin zich bij die ene kraan in de keuken moet wassen, ik dus nauwelijks de ruimte heb om brood te smeren voor de broodtrommel van mijn man, de thermosfles met koffie moet vullen die ik eerst moet zetten in een filter, waarvoor ik eerst water in de fluitketel moet koken, koffiebonen moet malen, schepje Buisman toe moet voegen, melk moet koken in een steelpan en zorgen dat het niet overkookt of aanbakt, ondertussen de ontbijttafel ook nog dekken en nogmaals die fluitketel opzetten voor thee ….. terwijl ik dit opschrijf word ik al moe en gestrest want hoeveel tijd kost dat allemaal! Maar als kind ervaarde ik dat als veilig en geborgen. Ik kan niet meer vragen hoe mijn moeder het ervaarde, maar het is voor haar heus niet simpel en allemaal fijn geweest, want toen het kon kwamen er bij ons gevelkachels in iedere kamer, er kwam een koffiezetapparaat, het lavet ging eruit en er kwam een mooie douchecel.

Ik ga nog een stapje verder terug in de tijd. Mijn moeder vertelde graag over haar jeugd, die heeft ze ook als veilig en geborgen ervaren. Voor mijn grootouders was het allemaal nog veel minder simpel, het dagelijks leven was hard en zorgelijk. Mijn opa had drie (DRIE!) vakantiedagen in een jaar! Er was geen warm water, er was geen gas om op te koken, de was moest met de hand gedaan worden….. maar de herinneringen van mijn moeder aan haar kindertijd waren goed. Ook al was ze tussen twee wereldoorlogen in geboren en woonden ze met z’n zessen in een klein huisje.

Als ik kijk naar mijn eigen kinderen, hoop ik dat ik ze ook een gevoel van veiligheid en geborgenheid heb kunnen geven. Zij zijn opgegroeid in de jaren ’90. En ook zij halen herinneringen met elkaar op aan kleine dingen die voor hen als kind zo belangrijk waren: op zondagavond samen in het grote bed mogen slapen en dan op maandag toch weer in je eigen bed wakker worden, thuiskomen uit school en het raampje van de keuken open zien staan waar de geur van pannenkoeken uitkwam.
Dingen waar een kind blij van wordt, en herinneringen die je altijd met je meeneemt. Dat is goed, je wilt als ouder voor je kind een onbezorgde jeugd.
En dan is de zin “Toen was geluk heel gewoon” ineens in een andere context geplaatst.
Ieder kind verdient het om geluk te ervaren en zolang het kan naïviteit te bewaren. Of je nou in 1925, 1961, 1988 of 2019 geboren bent.

Afgelopen week werd ik geïnterviewd door 2 meisjes uit groep 7, over communicatie. Hoe dat vroeger ging. Ik vertelde over van alles en hun conclusie was: Dus nu is het eigenlijk allemaal veel makkelijker!
Dat verraste me. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen van internet en de invloed van Google- and -friends. Ik zie dat ieder kind een tablet en een mobiel heeft, dat er anders gespeeld wordt dan dat mijn kinderen deden. En vraag me af of het goed is.
Maar deze meisjes leven òòk in de geborgenheid van liefdevolle en veilige gezinnen, ook al verschilt hun kindertijd met die van mijn kinderen. Maar die zag er immers ook anders uit als mijn kindertijd en de mijne weer anders als die van mijn moeder?

En mijn kleinzoontje is gelukkig ook in een goed gezin geboren. Die gaat ook mooie herinneringen maken.
En dan is voor een kind geluk heel gewoon. Voor ieder kind van alle tijden.






Het is de natuur

“Jij bent een echte natuurliefhebber”. Dat zeggen mensen wel eens tegen mij. En meestal hebben ze daar gelijk in. Ik geniet van heel veel in de natuur en probeer respect te hebben voor al het leven.
Maar soms…. vind ik het heel moeilijk.
Een teek bijvoorbeeld, doet alleen maar wat ze moet doen. Bloed van een ander levend wezen aftappen om zelf eitjes te kunnen leggen. Maar ik vind het nare beestjes. Uiteraard omdat ze akelige ziektes kunnen overbrengen. Als ik er eentje voel in Lenny’s vacht, haal ik haar eruit. Ik ben in de loop der jaren echt superhandig geworden in teken verwijderen, een snelle draai van mijn vingers en klaar. De hele teek komt er dan uit en dat moet, want als het kopje afbreekt gaat het bij Lenny ontsteken. Om te controleren of de teek compleet is, leg ik haar even op een papiertje. En dan ligt daar zo’n weerzinwekkend opgezwollen, grijs, volgezogen lijf, veel te groot voor de kop en pootjes. Maar die pootjes, die zie ik dan nog hulpeloos friemelen. En jeetje, dan krijg ik toch haast weer medelijden. Juist omdat die teek alleen maar doet waar ze voor gemaakt is. Maar ze gaat de groene container in. Gaat ze daar maar walgelijk liggen wezen. (Ja, platdrukken zodat ze dood gaat kan ik eigenlijk niet)
Muggen doodslaan kan ik dan weer wel. Ook al doet zo’n beest net zo goed wat ze niet laten kan. Mijn bloed zuigen, ook al weer om eitjes te kunnen leggen. Maar dat afgrijselijke piepende gezoem om je heen als je in bed ligt, en de hoogst irrtitante jeukende bulten (die bij mijn buitenproportionele bladders worden) als het gelukt is om te prikken…. dat is genoeg voor mij om het heft in eigen hand te nemen en te besluiten dat haar leven ten einde is.
Ik weet ook eigenlijk niet wat het nut van teken en muggen is, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik me er ook niet in verdiept heb.

Ik stoor me wel eens aan het woord “beestachtig”. Tenminste als het gebruikt wordt voor een onmenselijke actie van een mens. Ik vind het vaak een belediging voor beesten, want die doden niet voor de lol, verkrachten niet, mishandelen niet bewust. Dat dacht ik tenminste. Want ik zag gister een natuurfilm op tv en ik vond het zo akelig dat ik een poosje weggekeken heb. Ik had ook mijn oren dicht moeten doen eigenlijk, zo kon ik nog teveel volgen.
De film ging over het Wad. Een prachtig ruig gebied, heel dichtbij waar ik zelf woon.
Daar leven grijze zeehonden. Ik wist wel dat het op zich roofdieren zijn, maar volgens mij hadden ze ook wel iets aandoenlijks. Hm. Blijkbaar is dat te menselijk gedacht.
De pups hebben prachtig wit bont en grote glanzende ogen.

zeehondpup

Je vraagt je af hoe zulke lieve knuffelbeesten kunnen uitgroeien tot een cilinder van een paar honderd kilo onsmakelijke blubber. De mannen tenminste, de vrouwen zien er iets apetijtelijker uit in mijn ogen.
Twee kerels waren aan het vechten. Er werd flink geslagen en gebeten. Moeten zij weten, als zij daar blij van worden doen ze dat maar hoor. Maar toen de ene had gewonnen, was de ander zo gefrustreerd dat hij zich wilde afreageren. Hij keek rond en hopste doelbewust op een kleine pup af die rustig in de zon lag. Hij greep de baby met z’n tanden en begon hem (of haar) aan de vin in het rond te slaan. Het beestje gilde hartverscheurend. Ik kon het niet aanzien, Bert vertelde het me toen de scène voorbij was. Ik zou een vreselijk slechte natuurfilmer zijn, ik zou voortdurend ingrijpen. De mooie witte bontvacht was bevlekt met bloed, maar het pupje leefde nog. Gelukkig kon het de moeder nog bereiken, die het troostte met melk. Zij had ook niks durven doen. Het was echt ernstige en bewuste kindermishandeling. Ook in de natuur dus. Die vrouwtjeszeehonden hebben het sowieso niet makkelijk. Ze kunnen maar 3 tot 4 weken voor hun pup zorgen, daarna moeten ze weg en hun kind in de steek laten. Zo is het blijkbaar geregeld. Een vrouwtje was zover dat ze wegging. Ze moest naar zee, ze keek voortdurend rond of ze kon gaan. Uiteindelijk waagde ze het erop. Maar het ging niet onopgemerkt, binnen no-time werd ze achterna gezeten door 3 of 4 kolossen van mannen. Ze was geen partij voor hen. Degene die haar het eerst te pakken kreeg hield haar tegen, hij overweldigde haar door z’n volledige blubberlijf op haar te gooien en ze werd verkracht. Niks hofmakerij of baltsdans wat we zo mooi bij de vogels en vissen zagen, zelfs geen wederzijdse instemming. Is dat de natuur? Dan ben ik even geen natuurliefhebber.

Soms snap ik de natuur ook niet. Heeft het volgens mij geen logica. Waarom is het zo moeilijk om onder de kastanjeboom gras te laten groeien en ziet het er daar dus ook altijd uit als een knollenveld, maar wordt het kleine stukje terras, wat eveneens onder de kastanjeboom ligt, dus dezelfde lichtinval en temperatuur heeft, hardnekkig overwoekerd door gras?
Waarom staat er in het wild een grote verscheidenheid aan planten en bloemen in de bermen en de weiden, maar neemt de paardebloem en enkel de paardebloem de tuin over?
Ik weet het niet! Het is niet logisch. Maar de natuur is waarschijnlijk niet logisch.

Mensen zijn in principe ook onderdeel van de natuur. Maar het komt nogal eens voor dat we juist lijnrecht tegenover de natuur staan.
Zelfs als we denken dat we natuurvriendelijk bezig zijn, richten we schade aan. Je kan met azijn en zout je voegen besproeien zodat er geen plantjes meer tussen de stenen groeien. Beter dan gif. Maar ook door zout en azijn wordt de grond vergiftigd, zodat er geen mieren, wormen en andere zo noodzakelijke beestjes kunnen leven.
Ik heb een moestuintje en ben in hoge mate geïrriteerd als er een slakkeninvasie komt die mijn kropjes sla en andijvie opeet. Ja het is de natuur, maar het is mijn tuintje. Blijf af. Wat doen we met die slakken? Geen korrels strooien, want dat is gif. Ook eco-korrels zijn gif.
Ik verzamel de slakken en gooi ze in het kippenhok. Is ook niet aardig van mij, maar ik hou mezelf voor dat ik ze nog een kans geef om weg te komen, de kippen eten niet alles op.
Maar misschien hoef ik ook niet altijd aardig te zijn.

De natuur is soms hard en soms mild en zorgzaam. Ik dan ook maar. Zolang ik het met m’n geweten kan verantwoorden.

Zo, ik ga paardebloemen uitsteken. En daarmee mijn konijntjes verwennen. Is dat een mooie balans?

(foto zeehond: Vroege Vogels)

Nu

Deze foto is zeer recent genomen. Vanmorgen bedacht ik dat dit plaatje exact symboliseert hoe ik me voel vandaag.

img-20200418-wa00272583716377706883883.jpg

Het is lekker weer. Ik ben ergens waar het goed en vredig is. Op afstand staat iemand die me lief is en naar me kijkt. Maar eigenlijk ben ik alleen.
Ik kan niet verder want het water begrenst me. Wel kan ik zien dat het aan de overkant van het water ook weer mooi is. Over een poosje kunnen we daar vast naar toe, nu nog niet. Ik moet nu zorgen dat ik geen natte voeten krijg. Ik moet er dus omheen lopen om daar te komen, maar dat is nog een heel eind.
Ik zou hier wel met mijn kinderen en kleinkind willen zijn, maar dat kan nu niet. Met ze praten en ze aanraken, mijn kleinzoontje optillen, een zandkasteeltje met hem bouwen. Maar ik sta in m’n eentje.

Het is geen geklaag. Het is puur een verlangen.
Omdat ik vandaag een enorme dip-dag heb. Ik mis iedereen zo die me lief is. Ik mag nog voor een paar kinderen zorgen en die geven me gezelligheid en ook doel in deze dagen. Hun ouders zijn hard aan het werk voor ons allemaal, ze hebben het echt zwaar. Ik kan alleen maar diepe bewondering voor ze hebben.
Ik wil de maatregelen van de overheid gewoon accepteren omdat ze volgens mij nodig zijn. En ik ben me er heel erg van bewust dat ik mijn handjes mag dichtknijpen dat niemand in mijn omgeving op de IC ligt of erger.
Maar het valt me vandaag zo zwaar. Ik geef er maar even aan toe, aan dat gevoel. Schrijf er even over, om het weer te relativeren.
Ik ben gewoon een beetje moe van het positief zijn, het volhouden. Dat wil niet zeggen dat ik dat opgeef, alleen dat ik heel even wil uitrusten. Even wil toegeven aan de emotie van missen, verdrietig zijn, heimwee hebben. Een traantje wegvegen zonder dat de kindertjes het zien.

Dan kan ik daarna weer anders naar de foto kijken. Zien dat ik voor me uitkijk, maar ondertussen sta te genieten van de zon. Dan kan ik er wel weer tegen.

Lieve Nel

Begin september 1977 kwam ik je tegen in de trein. We gingen aan dezelfde opleiding in Utrecht beginnen en we bleken bij elkaar in de klas te zitten. Vanaf dag 1 waren we vriendinnen, en op school waren we onafscheidelijk. Best bijzonder, want ondanks dat ik het met veel mensen goed kan vinden heb ik het nooit op die manier gehad dat ik vanaf het moment van kennismaking zo’n hechte vriendschap had.
We waren echt serieus met onze opleiding bezig, maar wat hebben we toch ontzettend veel gelachen. Ik natuurlijk met veel lawaai, jij op jouw bescheiden manier maar wel zo dat je lachtranen in je ogen had staan. Ik zou wel honderd anekdotes kunnen opschrijven.
Maar we konden ook ernstig met elkaar zijn.
De vriendschap bleef, ook al had jij eerder werk dan ik, en ging je in Lisserbroek wonen. Ik deed toen nog maar een jaar extra opleiding maar er was niet veel meer aan zonder jou. Erg saai.
Je ontmoette mijn broer en de rest is geschiedenis. Ik heb niet vaak een stel gezien wat zo ontzettend gek op elkaar was en bleef, al die jaren lang. Je was toen niet meer alleen mijn vriendin, maar ook mijn schoonzusje.
We werden samen volwassen, we werden samen ouder, we maakten van alles mee wat het leven mooi maakt en wat het leven moeilijk maakt.
Grote en kleine gebeurtenissen, verwachte en onverwachte dingen, geluk en verdriet, hoop en angst…. alles wat het leven ons bood maakten we van elkaar mee. .
En ik wilde met jou heel oud worden, maar het mocht niet zo zijn. Na 12 jaar downs en ups moest je de strijd tegen kanker opgeven.
Op 1e paasdag, 31 maart 2013 ben je overleden. Vandaag 7 jaar geleden. Je was op, je kon niet meer. En ondanks mijn grote verdriet hield ik me vast aan de gedachte dat je nu weer samen met Jan Willem kon zijn.

Een rouwproces is grillig.  Je kan niet zeggen: nu ben ik er klaar mee, nu heb ik het verwerkt. Altijd, bij mij althans, blijven er onvoorspelbare momenten.  Zodat ik de ene keer kan glimlachen en de andere keer een pijnlijke steek voel.
En voor jou heb ik niet eerder iets geschreven, gewoon omdat ik daar niet aan toe was.
Dat punt heb ik nu wel bereikt, ook al zit ik hier met natte ogen te typen.
Lieve Nel, ik mis je nog steeds en ik zal je mijn leven lang blijven missen. Je was een bijzonder mens en ik denk nog heel vaak aan je. Dank je voor je vriendschap en je liefde. 35 jaar aan kostbare herinneringen voor altijd in mijn hart.

thumbnail_FB_IMG_1585665518728 thumbnail_FB_IMG_1585665695667

 

Lieve Mama

Volgende week is het 6 jaar geleden dat je voorgoed je ogen sloot. Ik had de hele nacht bij je gewaakt. Voor je gezongen, je hand vastgehouden en verteld hoeveel ik van je hou. Mijn laatste uren samen met jou zijn voor mij, en ik hoop ook voor jou, heel waardevol geweest.
Wanneer heb ik afscheid van je moeten nemen? Toen ik daar van de week over nadacht kon ik geen antwoord geven.

Mama, jij was de belangrijkste vrouw in mijn leven en toen ik opgroeide werd je mijn voorbeeld. De liefde en zorgzaamheid die jij aan je gezin gaf, je humor, maar ook je levensinstelling. Ik ga je niet idealiseren, we hadden natuurlijk heus onze irritaties wel. Maar je was een prachtmens. Bij jou kon ik altijd terecht. Om mijn hart uit te storten, om iets gezelligs te doen, om vertroeteld te worden, om samen zo verschrikkelijk te lachen dat we bijna in ons broek piesten, om adviezen te krijgen, om lekker aan te schuiven als ik zelf geen zin had om te koken, om hulp bij de kinderen als ik ziek was, noem het en je was er. Altijd.
Tot aan die ene dag in 1994. Je had een acute hersenontsteking en dat was levensgevaarlijk. Je kwam er doorheen, maar je was niet meer de oude. De ontsteking had voor onomkeerbare beschadiging gezorgd.
Eigenlijk moest ik toen al afscheid van je nemen. Maar je was er nog! Dus ik nam geen afscheid. In de jaren die volgden kreeg je ernstige dementie- verschijnselen. Moest ik nog meer afscheid nemen. Maar ik deed het niet, want je was er nog.
Het hartverscheurende moment voor mij, toen je niet meer wist wie ik was. Ik was een totale vreemde voor je geworden, de hechte band die we als moeder en dochter hadden was volledig uit jouw herinnering verdwenen. Ik was alleen. Ik moest afscheid nemen, maar ik deed het niet want je was er nog.
Het enige moment dat ik dankbaar was over de mist die je herinneringen vervaagde, was toen Jan Willem overleed. Zo heb je niet het onbeschrijflijke verdriet hoeven voelen dat je zoon gestorven was, dat is je God zij dank bespaard gebleven.

Lieve mama, je levensvlammetje doofde heel langzaam. Altijd was je nog blij en dankbaar voor alles, voor de plek waar je woonde, voor de mensen die voor je zorgden.
Uiteindelijk was je lichaam op. Toen moest ik definitief afscheid nemen. Nu was je er echt niet meer. En toch… nu je geest niet meer verward en verdoofd was, zag je er anders uit. Ik kon weer zien hoe je was geweest en dat was zó mooi!
Het was heel bijzonder en ondanks mijn verdriet werd ik er blij van.

Eigenlijk ben ik dus 20 jaar bezig geweest om afscheid van je te nemen. Iedere keer een beetje, steeds weer een nieuw verdriet. Het was zwaar. Maar bestaat er een goede manier? Een abrupt afscheid is moeilijk. Een voorbereid afscheid is moeilijk. En een langgerekt afscheid is moeilijk. Dus ieder afscheid van iemand van wie je zoveel houdt is moeilijk, er is geen goede manier.
Waar ik dankbaar voor ben, is dat in de loop van de jaren na je overlijden steeds meer herinneringen boven komen aan hoe je was voor je ziekte, zodat de herinneringen aan de laatste tijd niet meer de boventoon voeren.
Je bent nog steeds mijn voorbeeld. De liefste mama van de wereld.

thumbnail_1962

Zorgelijk

Misschien ben ik inmiddels wel paranoïde geworden, maar ik krijg er echt de kriebels van dat vrijwel alles wat je doet op de een of andere manier wordt bijgehouden en opgeslagen. Allemaal onder het mom van het gemak, maar voor mij is het een teken dat we op den duur niet meer zelf hoeven na te denken omdat dat voor ons gedaan wordt. Met als gevolg dat de mensheid een grote, domme eenheidsworst wordt, geregisseerd door Google en andere (zijn die er eigenlijk wel?) data-bases, zodat we zelfs niet meer zelf mógen nadenken.
Vrijwel alles in je dagelijks leven wordt bijgehouden met app’s, slimme meters, camera-deurbellen en noem het allemaal maar op. Het lijkt natuurlijk handig als je kan zien wie er voor de deur staat als je niet thuis bent. Maar je app volgt dus wel waar je naar toegaat en hoelang je daar blijft.
Het is logisch dat als je online iets besteld, dat je je adres opgeeft, en je email-adres voor bevestiging van je aankoop en betaling. Maar waarom moet je in het overgrote deel een account aanmaken voordat je iets kan kopen? “Zodat u bij een volgende aankoop gemakkelijker kan bestellen”.
Ja, zal vast, maar waar het mij om gaat is dat mijn gegevens allemaal opgeslagen worden in de database en daar tot in der eeuwigheid in blijven staan.
Als ik bij de bakker een brood koop hoef ik ook niet mijn geboortedatum en mijn persoonlijke voorkeuren in te vullen bij de kassa. Maar in een webshop moet je eerst van alles vertellen, ook al krijg je het artikel niet eerder geleverd dan dat je betaald hebt.

Ik ben echt niet tegen vooruitgang. Anders liepen we nog steeds allemaal in klederdracht te ploeteren voor ons levensonderhoud.
Heel veel uitvindingen zijn superhandig. Ik maak ook dagelijks gebruik van de laptop. Van social media. Van mijn smartphone. Maar wat me zo benauwd is dat we steeds minder mogelijkheden hebben om iets zelf te doen, zelf te kiezen of we dat wel of niet willen.
Er is geen anonimiteit meer. Ik heb niks te verbergen, zal echt niet verschieten van schrik als mijn persoonlijke gegevens ‘op straat’ komen te liggen bij een digitale fout. Waar het mij om gaat is dat ik steeds minder vrijheid heb. Er wordt meegekeken, er wordt ALTIJD meegekeken.
Vanmorgen kreeg Bert ongevraagd de Jumbo Extra’s pas in de handen gedrukt. Ik had van de week al gezien dat ze die aan het promoten waren en ik wil er niet aan meedoen. Bert zei al zoiets tegen de caissière, maar die zei dat we het thuis maar eens even rustig moesten bekijken. Zij doet ook alleen maar haar werk natuurlijk, de baas heeft gezegd dat ze het moet aanbieden. Alles in het belang van de klant.
Maar daar heb ik nou juist zo’n moeite mee. Want het is niet in mijn belang. Het is in het belang van Jumbo. Zo kunnen ze precies bijhouden wat ik koop, wanneer en hoeveel. Zogenaamd om voordelen voor de klant te kunnen geven, speciale aanbiedingen enzo. Rot toch op! Als je een aanbieding doet, maak het dan mogelijk voor iedereen, zoals het altijd was! De ene keer maak je er gebruik van en een andere keer is het iets wat niet iets voor jou is dus laat je het staan.
Nee, Jumbo wil voor mij bepalen wat ik ga kopen, daarom krijg ik persoonlijke aanbiedingen.
Nou niet dus, ik ga de pas niet activeren. Een mini-protest van mijn kant, ik heb niet de illusie dat het zoden aan de dijk zal zetten. En jammer voor Google maar ik ga de app dus ook niet gebruiken. Het is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Ik zal niet tegen kunnen houden wat er al aan het gebeuren is en nog te gebeuren staat. Maar zolang ik nog een flintertje persoonlijke vrijheid kan houden wil ik daaraan vast houden.
Ik kan al heel veel dingen niet meer persoonlijk doen, moet heel veel digitaal regelen. Het zij zo. Maar mijn grote probleem is dat ik steeds minder zelf mag bepalen en bedenken. Niet door een dictatoriale regering, maar door een systeem wat door een groot gedeelte van de wereld wordt omarmd en door een heel kleine groep wordt gedirigeerd. En dat vind ik serieus doodeng. Ik voel me gevangen.

img_20200223_14314365648498340091798004.jpg

Als de merel zingt

Dat klinkt als de titel van een ‘witte raven pocket’ , geschreven door Leni Saris of Sanne van Havelte. Stapels heb ik er gelezen vroeger, de meeste waren van mijn grote zus. Maar ik haalde ze ook uit de bibliotheek. “Roman voor oudere meisjes” stond er dan ook nog bij. Het ging altijd over liefde natuurlijk. En verder was het erg braaf, tegenwoordig zouden we bij zo’n classificatie, “voor oudere meisjes”,  iets anders verwachten.
Maar ik dwaal af. Direct al, terwijl ik nog niet eens aan mijn verhaal begonnen ben.
De afgelopen dagen zijn grijs, koud, stormachtig en grauw geweest. Weer om alleen naar buiten te gaan als het niet anders kon.
Vandaag lijkt het anders te zijn. Ik heb de gordijnen weliswaar nog dicht, ik hoef vanmorgen niet zo vroeg aan het werk. Maar ik zie het zonlicht er al doorkomen.
En ik hoor zo’n mooi geluid! Een merel zit ergens in de achtertuin te zingen.
Het lied van de merel vind ik misschien wel het mooiste geluid wat er is.

De ijle heldere melodie, die niet na te zingen is en door geen andere vogel zo gezongen wordt, ontroert me altijd en roept een onbestemd verlangen op. Waar ik op dat moment ook mee bezig ben en hoe ik me ook voel, als ik een merel hoor zingen word ik gelukkig.
Herinneringen en associaties komen op. Momenten dat ik me zo gelukkig voel en voelde.

Als kind, in een schoon bed na een zomerdag, de merel zong voordat ik in slaap viel.
Een frisse ochtend van een dag waarop nog van alles kan gebeuren, terwijl de merel zingt in de top van de esdoorn.
In de schemering van de avond, het silhouet van een merel op de nok van het dak, zijn lied klinkt zo prachtig en krachtig uit dat kleine keeltje. Afscheid van de dag.

Er zijn al weer meer vogels te horen, het is bijna voorjaar. De koolmees met zijn simpele lieve liedje, de musjes met hun melodie-loze gekwetter, de houtduif met zijn haast weemoedige gekoer.
Het maakt me allemaal blij. Maar het allermooiste klinkt het als de merel zingt.
Een geluksmoment.

artworks-000329875446-iedrcv-t500x500   (foto: Soundcloud)

Blauw

Het is vandaag weer Blue Monday. Sinds 2005 weten we door een discutabele theorie allemaal wat het is en heel veel mensen beamen het idee. Vandaag zou het dus de meest deprimerende dag van het jaar zijn, omdat de feestdagen voorbij zijn, goede voornemens (blijkbaar) zijn mislukt en het is nog lang geen voorjaar. Volgens mij laten we het ons aanpraten.
Zelf vind ik januari niet zo erg. Goede voornemens, daar wacht ik niet mee tot het nieuwe jaar, als ik ze heb voer ik ze uit. En als dat niet lukt ligt dat aan het volharden in de verkeerde gewoontes en kan ik alleen mezelf de schuld daarvan geven.
De ‘donkere dagen voor Kerst’ vind ik veel erger, nu in de tweede helft van januari hebben we al weer iets langer daglicht en daar ben ik wel heel gevoelig voor.

Je kan Blue Monday niet zomaar in het Nederlands vertalen. Blauwe maandag is immers iets heel anders.
“Daar heb ik nog een blauwe maandag gewerkt” betekent dat het kort en impactloos was en met “Ik heb een blauwe maandag piano gespeeld” zeg je dat het niks voorstelde.
Blauw heeft niet zo’n positieve betekenis in de spreektaal.
Je hebt de blues als je somber bent, je bent blauw als je dronken bent, je bent een blauwkous als je een betweter bent, je betaalt je blauw als de rekeningen te hoog zijn voor je draagkracht, je loopt een blauwtje als je verliefd op iemand bent die jou niet moet. Allemaal negatief.
Jammer, want blauw is zo’n positieve kleur! Een blauwe hemel, een blauwe zee, dat zijn dingen waar ik enorm blij van word. Ik heb dan ook werkelijk geen idee waarom de kleur blauw geassocieerd wordt met somberheid. Blauw is de kleur van helder weer, van licht.

blauw

Momenteel ben ik herstellend van griep. Het duurt me allemaal wat te lang, maar iedereen zegt dat ik de tijd moet nemen. Nou ben ik niet altijd zo meegaand dat ik naar iedereen luister, maar nu wel want ‘ze’ hebben gewoon gelijk.
Hoe down werd ik van de grauwe, grijze dagen vorige week. En hoe blij was ik vanmorgen! Nadat Bert weggegaan was, ben ik nog weer even gaan slapen en ik toen ik wakker werd was het inmiddels licht. Voor het open slaapkamerraam zat een koolmeesje in de boom uitbundig te zingen. Zijn liedje bestaat maar uit twee toontjes, maar het klonk zo heerlijk. Dit kleine kereltje had totaal geen last van Blue Monday. Hij zag de blauwe lucht en voelde de drang om te zingen.
En dat deed hij, zo hard als hij kon. Ik kon het bijna verstaan: blau-we lucht, blau-we lucht, blau-we lucht…….

 

2000

Nog iets meer dan twee weken, en dan begint het jaar 2020. Als ik erover nadenk kan ik het bijna niet geloven. Al 20 jaar over dat magische jaar 2000 heen.
Toen ik kind was, leek het jaar 2000 iets uit een science fiction boek of – film. Het was zó ver weg in de toekomst. In het jaar 2000 zouden alle mensen in metallic kleding lopen, zich voortbewegen in vliegende auto’s, allemaal astronautenvoedsel eten en alle bekende ziektes zouden zijn uitgebannen want overal was een technische genezing voor. Net zoals we dat konden zien in StarTrek. Een holografische dokter ging met een ondefinieerbaar apparaatje langs je lichaam en klaar was het weer.
Het jaar 2000 was zo ver weg, dat ik me niet eens realiseerde dat ik een grote kans maakte om dat mee te maken. Het was het synoniem voor de toekomst met al haar nieuwe mogelijkheden en uitvindingen.
Eigenlijk zouden we dan allemaal zo leven als de Jetsons, stelde ik me voor.

jetsons
In de jaren ’80 werd ik volwassen en kwam het jaar 2000 dichterbij. Maar toen maakte ik me wel
ernstig zorgen of ik dat wel mee zou maken. Het was de tijd van de wapenwedloop, de Koude Oorlog was op z’n grimmigst. Ik was letterlijk doodsbang dat er een kernoorlog uit zou breken en ons allemaal op een gruwelijke manier zou wegvagen. Het heeft me serieus heel wat slapeloze nachten en angstaanvallen gekost. Ik was niet de enige. “Doemdenken” was een veel gebruikte term.
Ook in de muziek kwam het thema veel voor. ‘Two Tribes’ van Frankie Goes to Hollywood, ‘Russians’ van Sting, en ‘De Bom” van Doe Maar waren grote hits. De wereld was bang.
God zij dank is een escalatie uitgebleven. Het politieke klimaat veranderde en daarmee nam ook mijn angst af.
Toen kwamen we in de jaren ’90 en het jaar 2000 kwam ineens heel dicht bij. Nieuwe zorgen, nieuwe angsten. Wat zou er allemaal gebeuren tijdens de jaarwisseling van 1999 naar 2000. De Millenniumbug! Een doemscenario van alles wat er zou uitvallen, crashen en op tilt zou slaan in de elektronische en digitale wereld. Wat zou er gebeuren met militaire installaties, zouden ze nog beheersbaar zijn? Medische apparatuur, zou het nog werken? Beveiliging, elektriciteitsnet, zendapparatuur, alles zou in de war raken en er zou een wereldwijde chaos ontstaan.
In de Volkskrant in 1999 stonden ingezonden brieven,
ene meneer of mevrouw Swen schrijft:

Dacht u nou echt dat het millenniumprobleem later begint omdat het NMI de klokken een seconde moest stilzetten. Misschien loopt er dan al een uur lang geen enkele klok meer. Misschien zijn we dan al een uur bezig om Russische kernraketten tegen te houden. Zijn we al een uur lang bezig om elektriciteitscentrales weer te starten. En hebben we al een uur lang geen water. Wie maakt zich dan nog druk over die ene seconde?


En een meneer Pijpers schrijft:
In Amerika schijnen mensen zich in verband met de jaarwisseling van 1999 naar 2000 een aantal dagen in een hol onder de grond te willen verstoppen met medenemen van een aantal blikken bruine bonen en flessen bronwater, om alle verschrikkingen maar niet mee te hoeven maken. Maar sommige mensen verwachten al eerder problemen, en wel op 9 september 1999.Ik kan deze mensen wel geruststellen, want een beetje computerprogrammeur/euse gebruikt nooit de echte datum 090999 om een programma te stoppen of een lus te beëindigen, maar altijd de fictieve datum 999999. In mijn 22-jarige loopbaan als automatiseerder ben ik die enge datum 9 september 1999 nog nooit in een computerprogramma tegengekomen!

Het werd 31 december 1999 en ik was bloednerveus. Het kon me niet schelen als we misschien een poosje geen telefoon of elektriciteit hadden. Ik was heel bang dat wapensystemen op tilt zouden slaan en dat we alsnog in een atoomoorlog zouden geraken.
Het is allemaal niet gebeurd. Niets is er gebeurd bij mijn weten, de gevreesde millenniumbug bestond niet echt.

Ineens leefden we in het jaar 2000. En was het magisch? Nee. We liepen niet in metallic kleding, aten geen astronautenvoedsel en hadden geen vliegende auto. En helaas zijn ook niet alle bekende ziektes uitgebannen, er zijn zelfs nieuwe ziektes bijgekomen.
Het jaar 2000 verloor zijn magie, we leefden verder, met alle ups en downs die het leven met zich meebrengt.
En nu zijn we zelfs al 20 (!) jaar verder.

Bij mijn weten hebben we nu niet meer zo’n punt in de toekomst waar we als het ware naar uit kijken. De techniek ontwikkelt zich nog steeds, we kunnen steeds minder zelf, maar dat gaat in een soort sluipgang. We doen allemaal mee met de massa, want we kunnen niet anders. Je kan bijvoorbeeld wel bezwaar hebben dat alles elektronisch, digitaal en automatisch gaat maar er is geen alternatief. En daar kan ik me dan momenteel zorgen over maken. Niet de doodsangst uit de 80-er jaren, niet de paniek van rond het jaar 2000. Maar wel een zeer drukkend gevoel dat ik ergens naartoe geduwd wordt waar ik niet heen wil.
Ik hou mezelf voor dat ik me vaker onnodig te grote zorgen heb gemaakt. Hopelijk is dat deze keer ook zo.
Daarom wil ik blij zijn met het leven wat ik nu heb, mijn gezondheid, degenen die ik liefheb, de dingen die ik graag doe, de dingen die ik krijg. Dat is wat er echt toe doet.
Het is immers niet vanzelfsprekend. Misschien is dat juist wel magisch.

Einde en Begin

Volgende week zondag begint Advent (de periode van 4 weken voor Kerstmis). Dat is officieel de eerste zondag van het kerkelijk jaar, de kerk heeft een andere kalender als de wereld.
Vandaag is dus de laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Die wordt Gedachteniszondag of Eeuwigheidszondag genoemd. Het is eigenlijk het protestantse antwoord op het katholieke ‘Allerzielen’.
Het is een nogal ingewikkelde materie vind ik, waarom de kerkelijke kalender afwijkt van de wereldlijke kalender.
Het heeft alles te maken met de kerstening van de westerse wereld en de verandering van heidense feesten in christelijke feesten. Of dat is gebeurd om alles een beetje geleidelijk te laten verlopen of dat het juist is geweest om de heidense gewoonten per direct uit te bannen is me niet duidelijk.
Daar zou ik een hele studie van moeten maken, om daar iets zinnigs over te zeggen. Misschien doe ik dat nog eens.
Hoe het ook zij, vanmorgen ben ik naar de kerk geweest. Dat doe ik niet vaak meer. Niet omdat ik niet meer geloof, integendeel. Maar na een bezinningsproces van vele jaren ben ik tot inzicht gekomen dat ik niet pas in een vaste groep. Ik voel me opgesloten, te beperkt en, hoe raar het ook klinkt in een kerkgemeenschap, een eenling. Pas nadat ik een paar jaar geleden heb besloten om niet meer bij een bepaalde kerk te horen, heb ik het gevoel dat ik vrij ben om mijn geloof optimaal te beleven.
Dat is puur persoonlijk. Ik ga ook geen enkele gedachte of oordeel uitspreken over welke kerk dan ook.
Mijn eigen ouders hebben niet meer meegemaakt dat ik het lidmaatschap van de kerk opzegde. Mijn schoonmoeder wel. Ze had er, heel begrijpelijk, verdriet om. Ze was bang dat ik alles zou los laten. Toch begreep en zag ze op den duur wel dat het zo niet was, dat ik juist sterker wilde worden in mijn geloof.
Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat ik voor haar vanmorgen in de kerk zat. Samen met Bert, en mijn zwagers en schoonzusjes. Op de Eeuwigheidszondag werd ook zij herdacht, omdat ze in het afgelopen kerkelijk jaar is overleden.
Het was goed om daar met elkaar te zijn, om aan haar te denken, om te zien dat haar zoons een kaars voor haar aanstaken, om te horen hoe haar naam genoemd werd.
Zoals in iedere kerkdienst werd er gebeden en gezongen. Ik schoot even vol bij het slotlied: “Eens als de bazuinen klinken”.
Dit lied hadden we ook gezongen in de uitvaartdienst voor mijn vader. Mijn moeder, toen al erg dement, zong uit volle borst mee en dat ontroerde me letterlijk tot in mijn ziel. De herinnering daaraan beroerde me nu opnieuw.
Na de dienst kregen we de kaars mee en we gingen als familie met elkaar naar ons huis om samen te lunchen. Het was erg gezellig en ook goed om niet direct weer elk onze eigen weg te gaan. Even blijven stilstaan bij wat ons verbindt, wat zo waardevol is.
Ik zette de kaars op het dressoir en stak hem weer aan.
Toen trof me het plaatje: De brandende kaars met haar naam eraan, met daarachter het geboortekaartje van mijn kleinzoon.
img_20191124_1504567386942462507816751687.jpg
De naam aan de kaars en de naam op het kaartje.
Einde en begin. De oeroude kringloop van het leven. 

Ook al is dat de meest natuurlijke gang van zaken,
ook al gaat het al sinds mensenheugenis zo,
ook al gaat het zo over de hele wereld,
het voelt bijzonder. Het voelt groots.
Zij is het verleden, hij is de toekomst.  En wij zijn de verbindende schakel.