Categorie archief: Bezinning

Als de merel zingt

Dat klinkt als de titel van een ‘witte raven pocket’ , geschreven door Leni Saris of Sanne van Havelte. Stapels heb ik er gelezen vroeger, de meeste waren van mijn grote zus. Maar ik haalde ze ook uit de bibliotheek. “Roman voor oudere meisjes” stond er dan ook nog bij. Het ging altijd over liefde natuurlijk. En verder was het erg braaf, tegenwoordig zouden we bij zo’n classificatie, “voor oudere meisjes”,  iets anders verwachten.
Maar ik dwaal af. Direct al, terwijl ik nog niet eens aan mijn verhaal begonnen ben.
De afgelopen dagen zijn grijs, koud, stormachtig en grauw geweest. Weer om alleen naar buiten te gaan als het niet anders kon.
Vandaag lijkt het anders te zijn. Ik heb de gordijnen weliswaar nog dicht, ik hoef vanmorgen niet zo vroeg aan het werk. Maar ik zie het zonlicht er al doorkomen.
En ik hoor zo’n mooi geluid! Een merel zit ergens in de achtertuin te zingen.
Het lied van de merel vind ik misschien wel het mooiste geluid wat er is.

De ijle heldere melodie, die niet na te zingen is en door geen andere vogel zo gezongen wordt, ontroert me altijd en roept een onbestemd verlangen op. Waar ik op dat moment ook mee bezig ben en hoe ik me ook voel, als ik een merel hoor zingen word ik gelukkig.
Herinneringen en associaties komen op. Momenten dat ik me zo gelukkig voel en voelde.

Als kind, in een schoon bed na een zomerdag, de merel zong voordat ik in slaap viel.
Een frisse ochtend van een dag waarop nog van alles kan gebeuren, terwijl de merel zingt in de top van de esdoorn.
In de schemering van de avond, het silhouet van een merel op de nok van het dak, zijn lied klinkt zo prachtig en krachtig uit dat kleine keeltje. Afscheid van de dag.

Er zijn al weer meer vogels te horen, het is bijna voorjaar. De koolmees met zijn simpele lieve liedje, de musjes met hun melodie-loze gekwetter, de houtduif met zijn haast weemoedige gekoer.
Het maakt me allemaal blij. Maar het allermooiste klinkt het als de merel zingt.
Een geluksmoment.

artworks-000329875446-iedrcv-t500x500   (foto: Soundcloud)

Blauw

Het is vandaag weer Blue Monday. Sinds 2005 weten we door een discutabele theorie allemaal wat het is en heel veel mensen beamen het idee. Vandaag zou het dus de meest deprimerende dag van het jaar zijn, omdat de feestdagen voorbij zijn, goede voornemens (blijkbaar) zijn mislukt en het is nog lang geen voorjaar. Volgens mij laten we het ons aanpraten.
Zelf vind ik januari niet zo erg. Goede voornemens, daar wacht ik niet mee tot het nieuwe jaar, als ik ze heb voer ik ze uit. En als dat niet lukt ligt dat aan het volharden in de verkeerde gewoontes en kan ik alleen mezelf de schuld daarvan geven.
De ‘donkere dagen voor Kerst’ vind ik veel erger, nu in de tweede helft van januari hebben we al weer iets langer daglicht en daar ben ik wel heel gevoelig voor.

Je kan Blue Monday niet zomaar in het Nederlands vertalen. Blauwe maandag is immers iets heel anders.
“Daar heb ik nog een blauwe maandag gewerkt” betekent dat het kort en impactloos was en met “Ik heb een blauwe maandag piano gespeeld” zeg je dat het niks voorstelde.
Blauw heeft niet zo’n positieve betekenis in de spreektaal.
Je hebt de blues als je somber bent, je bent blauw als je dronken bent, je bent een blauwkous als je een betweter bent, je betaalt je blauw als de rekeningen te hoog zijn voor je draagkracht, je loopt een blauwtje als je verliefd op iemand bent die jou niet moet. Allemaal negatief.
Jammer, want blauw is zo’n positieve kleur! Een blauwe hemel, een blauwe zee, dat zijn dingen waar ik enorm blij van word. Ik heb dan ook werkelijk geen idee waarom de kleur blauw geassocieerd wordt met somberheid. Blauw is de kleur van helder weer, van licht.

blauw

Momenteel ben ik herstellend van griep. Het duurt me allemaal wat te lang, maar iedereen zegt dat ik de tijd moet nemen. Nou ben ik niet altijd zo meegaand dat ik naar iedereen luister, maar nu wel want ‘ze’ hebben gewoon gelijk.
Hoe down werd ik van de grauwe, grijze dagen vorige week. En hoe blij was ik vanmorgen! Nadat Bert weggegaan was, ben ik nog weer even gaan slapen en ik toen ik wakker werd was het inmiddels licht. Voor het open slaapkamerraam zat een koolmeesje in de boom uitbundig te zingen. Zijn liedje bestaat maar uit twee toontjes, maar het klonk zo heerlijk. Dit kleine kereltje had totaal geen last van Blue Monday. Hij zag de blauwe lucht en voelde de drang om te zingen.
En dat deed hij, zo hard als hij kon. Ik kon het bijna verstaan: blau-we lucht, blau-we lucht, blau-we lucht…….

 

2000

Nog iets meer dan twee weken, en dan begint het jaar 2020. Als ik erover nadenk kan ik het bijna niet geloven. Al 20 jaar over dat magische jaar 2000 heen.
Toen ik kind was, leek het jaar 2000 iets uit een science fiction boek of – film. Het was zó ver weg in de toekomst. In het jaar 2000 zouden alle mensen in metallic kleding lopen, zich voortbewegen in vliegende auto’s, allemaal astronautenvoedsel eten en alle bekende ziektes zouden zijn uitgebannen want overal was een technische genezing voor. Net zoals we dat konden zien in StarTrek. Een holografische dokter ging met een ondefinieerbaar apparaatje langs je lichaam en klaar was het weer.
Het jaar 2000 was zo ver weg, dat ik me niet eens realiseerde dat ik een grote kans maakte om dat mee te maken. Het was het synoniem voor de toekomst met al haar nieuwe mogelijkheden en uitvindingen.
Eigenlijk zouden we dan allemaal zo leven als de Jetsons, stelde ik me voor.

jetsons
In de jaren ’80 werd ik volwassen en kwam het jaar 2000 dichterbij. Maar toen maakte ik me wel
ernstig zorgen of ik dat wel mee zou maken. Het was de tijd van de wapenwedloop, de Koude Oorlog was op z’n grimmigst. Ik was letterlijk doodsbang dat er een kernoorlog uit zou breken en ons allemaal op een gruwelijke manier zou wegvagen. Het heeft me serieus heel wat slapeloze nachten en angstaanvallen gekost. Ik was niet de enige. “Doemdenken” was een veel gebruikte term.
Ook in de muziek kwam het thema veel voor. ‘Two Tribes’ van Frankie Goes to Hollywood, ‘Russians’ van Sting, en ‘De Bom” van Doe Maar waren grote hits. De wereld was bang.
God zij dank is een escalatie uitgebleven. Het politieke klimaat veranderde en daarmee nam ook mijn angst af.
Toen kwamen we in de jaren ’90 en het jaar 2000 kwam ineens heel dicht bij. Nieuwe zorgen, nieuwe angsten. Wat zou er allemaal gebeuren tijdens de jaarwisseling van 1999 naar 2000. De Millenniumbug! Een doemscenario van alles wat er zou uitvallen, crashen en op tilt zou slaan in de elektronische en digitale wereld. Wat zou er gebeuren met militaire installaties, zouden ze nog beheersbaar zijn? Medische apparatuur, zou het nog werken? Beveiliging, elektriciteitsnet, zendapparatuur, alles zou in de war raken en er zou een wereldwijde chaos ontstaan.
In de Volkskrant in 1999 stonden ingezonden brieven,
ene meneer of mevrouw Swen schrijft:

Dacht u nou echt dat het millenniumprobleem later begint omdat het NMI de klokken een seconde moest stilzetten. Misschien loopt er dan al een uur lang geen enkele klok meer. Misschien zijn we dan al een uur bezig om Russische kernraketten tegen te houden. Zijn we al een uur lang bezig om elektriciteitscentrales weer te starten. En hebben we al een uur lang geen water. Wie maakt zich dan nog druk over die ene seconde?


En een meneer Pijpers schrijft:
In Amerika schijnen mensen zich in verband met de jaarwisseling van 1999 naar 2000 een aantal dagen in een hol onder de grond te willen verstoppen met medenemen van een aantal blikken bruine bonen en flessen bronwater, om alle verschrikkingen maar niet mee te hoeven maken. Maar sommige mensen verwachten al eerder problemen, en wel op 9 september 1999.Ik kan deze mensen wel geruststellen, want een beetje computerprogrammeur/euse gebruikt nooit de echte datum 090999 om een programma te stoppen of een lus te beëindigen, maar altijd de fictieve datum 999999. In mijn 22-jarige loopbaan als automatiseerder ben ik die enge datum 9 september 1999 nog nooit in een computerprogramma tegengekomen!

Het werd 31 december 1999 en ik was bloednerveus. Het kon me niet schelen als we misschien een poosje geen telefoon of elektriciteit hadden. Ik was heel bang dat wapensystemen op tilt zouden slaan en dat we alsnog in een atoomoorlog zouden geraken.
Het is allemaal niet gebeurd. Niets is er gebeurd bij mijn weten, de gevreesde millenniumbug bestond niet echt.

Ineens leefden we in het jaar 2000. En was het magisch? Nee. We liepen niet in metallic kleding, aten geen astronautenvoedsel en hadden geen vliegende auto. En helaas zijn ook niet alle bekende ziektes uitgebannen, er zijn zelfs nieuwe ziektes bijgekomen.
Het jaar 2000 verloor zijn magie, we leefden verder, met alle ups en downs die het leven met zich meebrengt.
En nu zijn we zelfs al 20 (!) jaar verder.

Bij mijn weten hebben we nu niet meer zo’n punt in de toekomst waar we als het ware naar uit kijken. De techniek ontwikkelt zich nog steeds, we kunnen steeds minder zelf, maar dat gaat in een soort sluipgang. We doen allemaal mee met de massa, want we kunnen niet anders. Je kan bijvoorbeeld wel bezwaar hebben dat alles elektronisch, digitaal en automatisch gaat maar er is geen alternatief. En daar kan ik me dan momenteel zorgen over maken. Niet de doodsangst uit de 80-er jaren, niet de paniek van rond het jaar 2000. Maar wel een zeer drukkend gevoel dat ik ergens naartoe geduwd wordt waar ik niet heen wil.
Ik hou mezelf voor dat ik me vaker onnodig te grote zorgen heb gemaakt. Hopelijk is dat deze keer ook zo.
Daarom wil ik blij zijn met het leven wat ik nu heb, mijn gezondheid, degenen die ik liefheb, de dingen die ik graag doe, de dingen die ik krijg. Dat is wat er echt toe doet.
Het is immers niet vanzelfsprekend. Misschien is dat juist wel magisch.

Einde en Begin

Volgende week zondag begint Advent (de periode van 4 weken voor Kerstmis). Dat is officieel de eerste zondag van het kerkelijk jaar, de kerk heeft een andere kalender als de wereld.
Vandaag is dus de laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Die wordt Gedachteniszondag of Eeuwigheidszondag genoemd. Het is eigenlijk het protestantse antwoord op het katholieke ‘Allerzielen’.
Het is een nogal ingewikkelde materie vind ik, waarom de kerkelijke kalender afwijkt van de wereldlijke kalender.
Het heeft alles te maken met de kerstening van de westerse wereld en de verandering van heidense feesten in christelijke feesten. Of dat is gebeurd om alles een beetje geleidelijk te laten verlopen of dat het juist is geweest om de heidense gewoonten per direct uit te bannen is me niet duidelijk.
Daar zou ik een hele studie van moeten maken, om daar iets zinnigs over te zeggen. Misschien doe ik dat nog eens.
Hoe het ook zij, vanmorgen ben ik naar de kerk geweest. Dat doe ik niet vaak meer. Niet omdat ik niet meer geloof, integendeel. Maar na een bezinningsproces van vele jaren ben ik tot inzicht gekomen dat ik niet pas in een vaste groep. Ik voel me opgesloten, te beperkt en, hoe raar het ook klinkt in een kerkgemeenschap, een eenling. Pas nadat ik een paar jaar geleden heb besloten om niet meer bij een bepaalde kerk te horen, heb ik het gevoel dat ik vrij ben om mijn geloof optimaal te beleven.
Dat is puur persoonlijk. Ik ga ook geen enkele gedachte of oordeel uitspreken over welke kerk dan ook.
Mijn eigen ouders hebben niet meer meegemaakt dat ik het lidmaatschap van de kerk opzegde. Mijn schoonmoeder wel. Ze had er, heel begrijpelijk, verdriet om. Ze was bang dat ik alles zou los laten. Toch begreep en zag ze op den duur wel dat het zo niet was, dat ik juist sterker wilde worden in mijn geloof.
Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat ik voor haar vanmorgen in de kerk zat. Samen met Bert, en mijn zwagers en schoonzusjes. Op de Eeuwigheidszondag werd ook zij herdacht, omdat ze in het afgelopen kerkelijk jaar is overleden.
Het was goed om daar met elkaar te zijn, om aan haar te denken, om te zien dat haar zoons een kaars voor haar aanstaken, om te horen hoe haar naam genoemd werd.
Zoals in iedere kerkdienst werd er gebeden en gezongen. Ik schoot even vol bij het slotlied: “Eens als de bazuinen klinken”.
Dit lied hadden we ook gezongen in de uitvaartdienst voor mijn vader. Mijn moeder, toen al erg dement, zong uit volle borst mee en dat ontroerde me letterlijk tot in mijn ziel. De herinnering daaraan beroerde me nu opnieuw.
Na de dienst kregen we de kaars mee en we gingen als familie met elkaar naar ons huis om samen te lunchen. Het was erg gezellig en ook goed om niet direct weer elk onze eigen weg te gaan. Even blijven stilstaan bij wat ons verbindt, wat zo waardevol is.
Ik zette de kaars op het dressoir en stak hem weer aan.
Toen trof me het plaatje: De brandende kaars met haar naam eraan, met daarachter het geboortekaartje van mijn kleinzoon.
img_20191124_1504567386942462507816751687.jpg
De naam aan de kaars en de naam op het kaartje.
Einde en begin. De oeroude kringloop van het leven. 

Ook al is dat de meest natuurlijke gang van zaken,
ook al gaat het al sinds mensenheugenis zo,
ook al gaat het zo over de hele wereld,
het voelt bijzonder. Het voelt groots.
Zij is het verleden, hij is de toekomst.  En wij zijn de verbindende schakel.

 

Foto

Toos, JanWIllem en ik

Foto uit de oude doos
Ruim 50 jaar geleden
Drie kinderen uit één gezin
Langs ’t trapje naar beneden

Wij drieën hoorden bij elkaar
daar kwam niemand tussen
Jan Willem, jij was onze broer
en wij waren jouw zussen

Toos, jij was de grote zus
en ik, ik was de kleinste
En òns gezin, dat vond ik echt
het aller-allerfijnste

Niemand kon ons scheiden
We werden samen groot
We wilden samen oud worden
maar toen… toen kwam de dood

Nooit meer met z’n drieën
we werden niet samen oud
de waarheid is onverdraaglijk
als je zoveel van iemand houd

Het voelde onvoorstelbaar
Drie, dat was niet meer.
Het was twee geworden
en God, wat deed dat zeer

We gingen verder, Toos en ik
Maar altijd, tussen ons in,
houdt Jan Willem zijn eigen plaats:
Wij samen. Ons gezin.

Lieve oude foto,
Echo uit ’t verleden
Drie kinderen uit één gezin
Langs ’t trapje naar beneden.

Verhaaltje

Er was eens een omaatje. Ze woonde in een huis dicht bij de zee, samen met opaatje en een heleboel dieren. Omaatje hield van verhaaltjes vertellen. Dat had ze altijd al gedaan, ook toen ze nog geen omaatje was, maar een klein meisje. Toen vertelde ze verhaaltjes aan haar poppen.
Nu ze oud geworden was, vertelde ze verhaaltjes aan haar dieren en als het zo uitkwam aan opaatje.
Er kwamen kinderen op bezoek en ook die wilden de verhaaltjes van omaatje horen. Weet je wat?dacht omaatje, ik zal de verhaaltjes opschrijven!

KroontjespenInkt2
Ze kocht papier en inkt en een kroontjespen, en in haar mooiste handschrift schreef ze haar verhaaltjes op.
Altijd lagen er wel blaadjes beschreven papier in huis en soms kwamen er mensen op bezoek die de verhaaltjes ook lazen. “Wat leuk”, zeiden die mensen dan. “Weet je wat je zou moeten doen, omaatje? Je zou de verhaaltjes rond moeten sturen, dan kan iedereen ze lezen!”
Dat leek omaatje wel wat, ze had zo’n plezier in het schrijven en het was fijn om te weten dat er mensen waren die haar verhaaltjes wilden lezen.
Ze kocht nog veel meer papier en inkt en schreef een verhaaltje  zoveel keer op,  dat iedereen die dat wilde het kon lezen.
En dat gebeurde ook, ineens werd het verhaaltje wat ze had uitgekozen om rond te sturen , door heel veel mensen gelezen. Veel meer dan omaatje had kunnen bedenken, het waren ook allemaal mensen die ze niet kende. Eerst was omaatje trots toen ze merkte dat zoveel mensen haar verhaaltje hadden gelezen. Maar al gauw veranderde dat. Want ze kreeg heel veel brieven. En in die brieven schreven die mensen dingen die omaatje niet fijn vond. Want sommigen waren boos op haar om woorden die ze niet eens had geschreven, maar die de mensen meenden te lezen. Andere mensen zeiden dat omaatje er niks van af wist en dat ze daarom niet mocht schrijven. Er kwamen ook een paar brieven waarin stond dat het leuk was wat ze geschreven had. Maar omaatje was daar niet eens meer blij mee. Ze werd verdrietig van de vele oneerlijke brieven. Het was niet erg als niet iedereen haar verhaaltjes leuk vond, dat hoefde echt niet. Maar het was wel erg mensen haar woorden verdraaiden en dan zeiden dat ze haar verhaaltje daarom stom vonden en dat zij haarzelf ook stom vonden.
Omaatje begreep niet waarom het zo ging. Ze had niemand gedwongen om haar verhaaltje te lezen, waarom deden die mensen zo?
Ze wist niet meer of ze nog wel wilde dat anderen haar verhaaltjes lazen.
Het was een gevoel dat omaatje niet kende: wakker liggen in de nacht en verdrietig zijn omdat onbekende mensen lelijke dingen over en tegen haar zeiden.
“Weet je”, zei ze tegen opaatje, “Ik had altijd de wens om nog eens een echt boek te schrijven. Maar als ik zie wat één simpel verhaaltje al teweeg kan brengen, dan weet ik niet eens meer of ik dat nog wel aandurf. Want ik vind het niet erg als mensen kritiek hebben op mijn werk. Maar ik vind het wel erg als mensen dat niet weten te scheiden van kritiek op mijzelf. ”
Opaatje begreep haar wel en legde zijn arm om haar schouders.
“Mensen zijn niet altijd aardig” zei hij. “Misschien dat er daarom ook schrijvers zijn die hun eigen naam niet willen gebruiken. Daar zou jij ook nog over na kunnen denken.”
Omaatje knikte. Ze moest het eerst maar eens even laten bezinken. En gewoon lekker verhaaltjes blijven vertellen aan het groepje mensen dat het leuk vond om er naar te luisteren. En die wel eens met haar wilden praten erover, maar dan niet lelijk over haarzelf begonnen te doen of haar woorden verdraaiden. Die eerlijk bleven, ook al hadden ze een andere mening.
“Ik heb er in ieder geval iets van geleerd”, zei ze tegen opaatje. “Ik zou nooit beroemd willen zijn, dan zou het nog veel erger zijn.”
“Blijf maar gewoon zoals je bent”, zei opaatje en hij gaf haar een kusje.
En ze leefden nog lang en gelukkig.

Geld als water

In de sportschool keek ik tijdens het cross-trainen naar ‘Treehouse Masters’ op tv.
Een leuke afleiding terwijl ik fanatiek stond te trappen, de 20 minuten die ik vol wou maken zijn dan zo voorbij.
Ik zag dat er een prachtige boomhut werd gebouwd. ‘Hut’ dekt dan ook niet echt de lading, het Engelse ‘house’ is beter gekozen. De bomen waar hij in kwam, stonden in een immens grote tuin.
Op de achtergrond zag ik een werkelijk schitterend, groot en luxe huis.
Ik struikelde bijna over mijn kaak toen ik in de ondertiteling las, dat het niet het woonhuis van het gezin was maar ‘slechts’ een vakantiehuis. De boomhut werd een bouwsel van 2 verdiepingen, zo groot en mooi en compleet dat je er makkelijk permanent zou kunnen wonen. “Voor de jongens, om avonturen te beleven”, zei de beeldschone moeder glimlachend.
Hoe is het toch mogelijk dat sommige mensen dit allemaal kunnen hebben?
Zulke mensen gaan natuurlijk ook niet naar de sportschool, die hebben een eigen ‘gym’ en een personal trainer.
“Die hebben geld als water”, merkte iemand naast me op. Ik knikte. Dat moest wel.

Er zijn meer van dit soort programma’s op tv. Leuk om te zien, maar net zo onbereikbaar voor de meeste mensen als een reisje naar Mars.
‘Poolmaster’, waarin ongelooflijk mooie zwembaden worden aangelegd die in een luxe vakantiepark niet zouden misstaan, ‘gewoon’ bij mensen in de tuin.
De ‘Fish Tank Kings’ , die zorgen voor een soort privé oceaan of – koraalrif in je huis, in een aquarium met afmetingen die in onze huiskamer niet zouden passen, zelfs niet als er niks in stond.
Maar er zijn mensen die het wel kunnen kopen. Met geld als water blijkbaar.

Ik ging even over die uitdrukking nadenken, wat wordt er precies bedoeld?
Net zoveel geld hebben als water? Hier in Nederland is dat niet zo gek bedacht. Maar als je een woestijnnomade bent, heb je daar een ander idee over lijkt me. Dan is het ‘geld als zand’ misschien.
Stroomt het geld binnen, zoals water stroomt? Ook een aannemelijke verklaring. Alleen stroomt water ook wel weer snel weg, net zoals ons maandelijkse salaris. Zo gezien hebben wij ook geld als water.
En water verdampt snel, dat idee heb ik met geld ook wel eens.
Stilstaand water gaat stinken. Dat kan geld ook.
Water kan je verspillen. Geld ook. Of juist besparen, ook beide.
Water is een levensbehoefte. Helaas is geld dat ook geworden.
Water kan troebel zijn, je weet niet wat er onder de oppervlakte zit. Kan je ook op sommige geldstromen toepassen.
Zwemmen in het geld! Dat zal het zijn, wat deze mensen doen. Zoals Oom Dagobert een duik neemt in zijn geldbad.

dagobert-duck

Zouden ze gelukkiger zijn dan wij, de mensen met een boomvilla, een oceaan-aquarium of een tropisch zwembad?
Ik vraag het me af. Ben je nog blij met iets, als je zulke extreme dingen gaat doen? Wat voor avonturen beleef je in een superdeluxe boomhut met dezelfde gemakken die je in een echt huis hebt?
Zouden hun kinderen gelukkiger zijn als ze met hun neus tegen een aquariumwand gedrukt staan om naar koraalvissen te kijken, dan de mijne die op hun hurken kikkervisjes en baarsjes in een slootje zaten te kijken?
Zou de peuter van 3, die door z’n mama vastgehouden wordt in hun eigen tropische zwembad, blijer zijn dan ik vroeger, toen mijn mama me in de zomer in de zinken teil op het gras met water liet spelen?
Het is allemaal zo betrekkelijk. Natuurlijk zou ik het ook fijn vinden als iemand zei: “Kijk eens, hier heb je een zak met geld, dan kan je mooi je badkamer opknappen!”
Of als mijn lot het winnende blijkt te zijn, zodat ik dat leuke vakantiehuisje in Drenthe krijg.
Maar dat zijn extraatjes. Zonder dat ben ik ook gelukkig. Ik ben, misschien juist door dit soort programma’s, de afgunst voorbij. Ik hoef niet naar Mars.

Rekenboek voor Meisjes

img_20190818_141437620_burst0014365117267673375893.jpg

Dit boekje zag ik in het Hoogeland Museum in Warffum. Mijn eerste reactie was dat ik ging steigeren. Mentaal gezien dan. Er zit in mij een soort oer-frustratie over de ongelijke positie van meisjes/vrouwen ten opzichte van jongens/mannen door de geschiedenis heen. Ik ben geen feministe, maar ik ben er erg op gebrand dat mannen en vrouwen als gelijkwaardig worden beschouwd. Wat iets anders is als gelijk, want natuurlijk zijn er verschillen en dat maakt het leven mijns inziens alleen maar leuker.
Maar dat de vrouw een ondergeschikte positie zou hebben aan die van de man, dat wil er bij mij niet in. En heeft er ook nooit in gewild, ik vind het een enorme onrechtvaardigheid.

Zo’n titel als “Rekenboek voor meisjes” was in eerst instantie dan ook koren op mijn opstandige molen. Maar gelukkig kan ik ook nog mijn verstand gebruiken en begreep ik dat dit wel wat genuanceerder lag, gezien de verschijningsdatum van het boekje. Ik ben dan ook op zoek gegaan naar informatie over de achterliggende reden voor deze uitgave. En eigenlijk bleek het juist goed, dit boekje, omdat het gebruikt werd voor de scholing van meisjes. Een stap in de verbetering van de positie van vrouwen, voor wie het tot dan toe niet nodig werd gevonden dat ze een opleiding kregen. Vanaf de geboorte was een meisje al voorbestemd voor dienstbaarheid , eerst in het gezin waar ze opgroeide, later als hulp bij een ander, nog later als moeder van haar eigen gezin. Bij hoge uitzondering mocht een meisje verder leren, als ze tenminste in de juiste (lees: hoge) maatschappelijke klasse was geboren en het werd als onvrouwelijk gezien.

Ik heb nooit kunnen begrijpen waarom mannen zich superieur opstelden tegenover vrouwen, en al helemaal niet hoe ze de kans gekregen hebben om de hele maatschappij daarop in te richten.
Bescherming is iets anders dan overheersing, waar is het misgegaan?
Wat gaf mannen het recht om te beslissen dat een meisje niet mocht doorleren, een vrouw niet mocht werken. Het is voor mij niet voor te stellen dat in Nederland pas in 1956 , dat is 5 jaar voor mijn geboorte, de wet werd opgeheven dat een vrouw na haar huwelijk handelingsonbekwaam werd. Ze mocht voor 1956 niet zelf een bankrekening openen, geen hypotheek afsluiten en de wettelijke ouderlijke macht over hun gezamenlijke (!) kinderen lag bij de man.
Echt hoor, ik hou veel van mijn man, maar om mijn zelfstandigheid en identiteit op te geven voor hem, dat gaat me te ver. En voor hem ook, dat weet ik heel zeker. Want gelukkig zijn er in mijn omgeving geen mannen die vrouwen ondergeschikt maken. En in theorie zijn ze er helemaal niet meer in onze Nederlandse maatschappij. Maar in de praktijk helaas toch nog wel. De bazen die vrouwelijke werknemers kwalijk nemen dat ze zwanger worden, omdat dat betekent dat ze met verlof moeten kunnen gaan. De mannen die lacherig doen over vrouwen op belangrijke posities. Of de mannen die, zogenaamd niet gemeend, grapjes maken over dat het enige recht van de vrouw het aanrecht is. Ze bestaan nog steeds, echt. Tegenwoordig helaas zelfs weer in de politiek, de superieure intellectuele man die neerkijkt op de zwakke vrouw. Zou degene die ik bedoel trouwens wel doorhebben dat die inmiddels beruchte Minerva de godin van het verstand, vindingrijkheid, wijsheid en menselijke geest is? Godin, dus een vrouw?

“Rekenen voor meisjes”. Misschien had ik als vrouw dit hele stukje niet kunnen schrijven als er geen weldenkende heren waren geweest die in 1844 dit boekje uitgegeven en gepromoot hadden. Het was immers wel degelijk een flinke stap verder in de emancipatie van de vrouw, dat meisjes onderwijs kregen op goede scholen. Als ik het in dat licht zie, hoef ik niet gefrustreerd te wezen. Dan moet ik er juist blij mee zijn.
Omdat er destijds al mensen geweest zijn die inzagen hoe onrechtvaardig en onterecht het verschil in positie tussen jongens en meisjes, de toekomstige mannen en vrouwen, was. En die daar een eind aan wilden maken door te beginnen bij de basis: het onderwijs.
Ik maak hiervoor een buiging, als tegenbeweging voor mijn eerdere, ongenuanceerde gesteiger.

 

Respect

twins-silhouette-000000-sm3080152643460146710.png

1994. Mijn kleine zoon speelt in de zandbak met zijn buurmeisje, terwijl mijn buurvrouw het tafereeltje filmt met een video-camera. Het is een willekeurig speelmoment, zomaar vastgelegd, als een bewegende foto. Voor later. Mijn buurvrouw en ik zijn twee liefhebbende jonge moeders, onze kinderen zijn de mooisten en liefsten van de wereld, en eigenlijk willen we een moment als dit voor altijd vasthouden.
Het kleine meisje gaat staan en pakt iets uit het zand .
“Dat is een mooi slakje!” klinkt het heldere stemmetje van mijn zoontje. “Niet stuk maken hè?”
Het meisje draait de slak om en om in haar handje.
“Niet stuk maken hè?”vraagt mijn zoontje nog eens bezorgd.
Met een vies gezicht gooit het kleine meisje de slak van zich af, het huisje ketst op het terras. Mijn zoontje klimt over de rand van de zandbak, hij pakt het slakkenhuis van de tegels en zet de slak zorgvuldig in een struik.
“Zo”, zegt hij voldaan.
Het moment raakt me, het ontroert me. Dit kleine, tengere jochie stelt een leventje veilig. Omdat hij dat belangrijk vindt. Ook al is hij pas drie jaar oud, hij weet maar al te goed wat veel mensen doen met de natuur.
Hij verafschuwt het als iemand een slak of een kever doodtrapt, of een willekeurige boomtak afbreekt, gewoon omdat het kan.
Hij vindt alle levens en leventjes de moeite waard, ook die van spinnen, paardebloemen en strontvliegen. Niet dat hij van alle dieren en planten houdt. Maar alles mag zijn plek hebben van hem. Hij heeft respect en een moraliteit ten opzichte van de natuur, die hem aangeboren lijken te zijn. Hij heeft nog nooit gehoord van ‘leven en laten leven’, maar zo leeft hij zijn kinderleven wel.
Als ik later de videoband terug zie, het filmpje met de slak, stroom ik over van liefde voor hem. Zijn kleine lijfje, zijn vlasblonde haartjes, zijn ronde blauwe ogen en zijn schattige stemmetje zijn ontwapenend. Hij ziet er zo kwetsbaar uit. Daar is hij zich totaal niet van bewust, hij is volledig zichzelf. Gaat met hart en ziel op in zijn peuterwereld , en alles wat leeft, heeft een plaats daarin.
Als we op een keer , tijdens een wandeling, een salamandertje hebben gevonden, wil hij het mee naar huis nemen om aan zijn zusje te laten zien. Maar hij staat erop dat we daarna weer helemaal teruggaan, om het diertje weer thuis te brengen. Hij kan de gedachte dat het beestje anders ontheemd is, niet verdragen en hij maakt zich ook nog zorgen dat de familie van de salamander ongerust zal zijn. Ik neem hem daar serieus in, want ik vind het zo waardevol. Was ik zelf nog maar zo. Kon hij altijd maar zo blijven.

2019. Mijn zoon is een volwassen man geworden. We hebben geen VHS- afspeelapparatuur meer, dus de videoband staat op zolder te verstoffen, tot ik hem een keer over zal laten zetten op dvd.
Foto’s en filmpjes maken we nu met onze mobieltjes. En nu mijn zoon al een paar jaar een eigen huisje heeft, houden we vaak contact met elkaar via What’s-app.
Zo krijg ik dit berichtje:

Je weet wat een gigantische hekel ik heb aan wespen hè. Hoe groter hoe erger.
Nou vloog er vanochtend vlak voordat ik weg moest een hele dikke naar binnen die vervolgens heel lawaaierig heel moeilijk ging lopen doen tegen m’n raam. Dus had ff de gordijnen dicht gedaan en m’n raam stukje open laten staan. Dacht die vind z’n weg wel weer naar buiten”

“ Maar nou kwam ik thuis en toen zat ie heel zielig en zwak in een hoekje bij m’n raam. Kreeg ik toch weer medelijden… :p….”

Hij stuurt een foto mee , waarop ik kan zien dat in zijn vensterbank een enorme wesp zit, die uit een melkdopje met bessensap aan het drinken is.
En weer stroomt mijn hart over van liefde. Hij kan wespen dan niet uitstaan, maar zijn respect en compassie zijn sterker.
Uiterlijk is er, afgezien van zijn blauwe ogen, niet veel meer wat herinnert aan de vlasharige, frêle peuter van vroeger. Hij steekt nu 20 cm boven mij uit, zijn haar is heel donker en dik. Hij heeft een baardje en een diepe stem.
Maar innerlijk is hij nog dezelfde. Natuurlijk heeft hij zich ontwikkeld, maar nog altijd is het gevoel van respect, en verbondenheid met alles wat leeft, een rode draad in zijn leven. Hij is nooit gezwicht voor stoerdoenerij van leeftijdsgenoten, of voor druk van welke groep dan ook.
Hij kon dus wèl altijd zo blijven, want hij is altijd trouw gebleven aan zichzelf. Dat maakt hem kwetsbaar. Maar tegelijkertijd is dat zijn grote kracht.

Oma’s liefde

“Dag lief jongetje”, zei mijn moeder toen ze mijn zoontje voor het eerst in haar armen hield.
Ik heb dat moment altijd onthouden, omdat er uit die eenvoudige woorden en uit haar blik zoveel intense liefde sprak voor haar nieuwe kleinzoon, dat het mij raakte tot in mijn ziel.
Nu mocht ik nogmaals dat moment beleven, alleen was de rolverdeling veranderd. Nu was ik de oma die zei: “Dag lief jongetje,” terwijl ik voor het eerst de intense liefde voor een kleinkind voelde.
Dit kindje, zo’n niet te beschrijven aanwinst voor onze familie. Kind van mijn kind. Zo gewenst, zo lang verwacht, zo geliefd.
Klein nieuw mensje, nieuw leven, nieuw stukje wereld. Jij groeide in de buik van je moeder, zoals zij in mijn buik is gegroeid . Een natuurlijke gang van zaken, letterlijk zo oud als de mensheid, maar zo bijzonder en wonderlijk dat het niet te bevatten is.
Ik heb zo’n grote wens gehad om oma te  worden. En het heeft zo mogen zijn. Ik ben me er heel erg van bewust dat ik van geluk mag spreken. Er zijn veel moeders met dezelfde grote wens die, om wat voor reden dan ook, die wens nooit in vervulling zullen zien gaan. Het is niet iets vanzelfsprekends.

Toen ik nog voor de klas stond, als juf op de basisschool, mocht ik wel eens vriendenboekjes invullen. Het poëzie-album dat ik vroeger zelf aan mijn juf gaf om in te schrijven, is niet meer gebruikelijk. De albums zijn vervangen door invulboekjes, het leuke daaraan vind ik dat jongens ze ook hebben.
Dus als juf vulde ik braaf mijn naam, favoriete eten en lievelingsdier in, en bij de vraag: “Wat wil je later worden?” was mijn antwoord steevast: “Een lieve oma”
En nu, sinds een paar dagen, mag ik dat in de praktijk gaan brengen. Want ik wil echt heel graag een lieve oma zijn. Eentje bij wie het fijn is om te komen, leuke dingen mee te doen, die graag gezien bezoek is, die vertrouwd en veilig is. Oma. Het is een bijzonder woord.
Ik heb een goed voorbeeld gehad aan mijn eigen moeder. Zij was een geweldige oma voor haar kleinkinderen, zelfs toen ze geestelijk meer en meer moest inleveren.
Ik hoop en bid dat ik gezond en fit mag blijven. Maar vooral heel veel liefde mag geven. Die heel speciale liefde, die alleen aan oma’s is voorbehouden.

Nu ben je nog heel klein
je ligt tegen me aan
mijn wang tegen jouw haartjes
ik laat mijn tranen gaan

Over een paar maanden
zit je op mijn schoot
te frummelen aan mijn knoopjes
en denk ik: je wordt groot

Nog later ga je lopen
je houdt mijn hand goed vast
Met kromme waggelbeentjes
van de tafel naar de kast

Samen eendjes voeren
samen met de bus
samen een puzzel maken
”samen” is zo knus

Ik hoop op heel veel “samen”
met liefde en geluk
maar met jou, lief kindje
kan de toekomst niet meer stuk

Nu ben je nog heel klein
je ligt tegen me aan
mijn wang tegen jouw haartjes
ik laat mijn tranen gaan

thumbnail_IMG_1006