Maandelijks archief: oktober 2021

Op naar de toekomst

Inmiddels heb ik ruim 41 jaar gewerkt en ik heb best een gevarieerde loopbaan gehad.
Bijna 5 jaar voor de klas, 2 jaar op een kantoor van een bouwtoeleveringsbedrijf, 2 jaar bij een kinderdagverblijf, 8 jaar in de horeca, 8 jaar nogmaals voor de klas en ruim 16 jaar als (zelfstandig) gastouder.
Kinderen zijn dus wel de rode draad in het geheel. Dat was toch wel waar mijn hart lag.
De horeca vond ik ook leuk trouwens, maar de werktijden minder. Altijd ’s avonds en in het weekend, daar had ik op den duur echt geen zin meer in.
Het kantoorwerk was echt niks voor mij. Voortdurend op dezelfde plek zitten en met (toen nog) papieren bezig zijn, dat vond ik verschrikkelijk. Maar je moet het eerst proberen voordat je dat kan zeggen, toch.


Hoeveel kinderen zal ik onder mijn hoede gehad hebben? Op de scholen in totaal toch al gauw zo’n 325 heb ik uitgerekend. Ongelooflijk zeg. Al die kleine en grote jongens en meisjes, al die unieke kinderen met hun eigen hebbelijk- en onhebbelijkheden.
Sommigen hadden een heerlijk leven, anderen maakten al veel te vroeg ellende mee. Als juf sta je daar heel dicht bij en dat voelt heel bijzonder, daar ben ik dankbaar voor.
Ik bedacht laatst dat de kleuters uit mijn eerste klas dus nu ook al ergens halverwege de 40 zijn…. bizar idee.

Het kinderdagverblijf was heel kleinschalig en ik was er maar kort, dus laten we zeggen dat ik daar in totaal 12 kinderen verzorgd heb.
En mijn eigen bedrijf, mijn kinderopvang Kind aan Huis?
35 kindertjes en kinderen kwamen hier in huis. Sommigen waren nog maar een paar maandjes oud toen ze hier kwamen, anderen waren peuters of kleuters.
Ik zag ze opgroeien, maakte van dichtbij alles uit hun leven mee. De babietjes die ik in mijn armen had toen ze de eerste keer bij mij kwamen, groeiden me letterlijk boven het hoofd en namen afscheid als een tiener, klaar om naar de brugklas te gaan.
Er is daarbij nog wel eens een traantje gevloeid, zoveel jaar samen is immers niet niks!

Maar als ik zeg dat ‘mijn’ eerste kleuters nu veertigers zijn, dan betekent dat, dat ik zelf inmiddels 60 ben…. en ik merk het. Je kan wel zeggen: ‘je bent zo jong als je je voelt’, maar voor mij gaat dat niet op.
Eigenlijk denk ik: waarom moet ik jong blijven? Waarom moet ik geforceerd proberen hetzelfde te doen als toen ik 20, 30 of zelfs 40 was?
Het lijkt soms wel of je opgedrongen krijgt dat je jong en actief moet blijven, omdat dat hetgeen is wat je gelukkig maakt.
Maar mag ik dan niet ouder en rustiger worden, omdat dàt mij gelukkig maakt?
Ik wil niet meer jong en actief zijn. Ik wil leven en gelukkig zijn op een manier die past bij mijn nieuwe levensfase.

Dat heeft niets te maken met minder aandacht hebben voor je omgeving en alert zijn op wat er gebeurt in de wereld. Ik wil echt niet indutten en uiteindelijk vegeteren.
Maar ik wil wèl naar mijn lichaam en geest luisteren die zeggen: doe het voortaan maar wat kalmer aan, dat is beter voor je.

En wat is daar dan de uiteindelijke consequentie van? Dat ik toegeef dat ik het allemaal niet meer aankan zoals het gaat. Dat het afbouwen wat ik het laatste jaar gedaan heb niet voldoende oplevert.
Dat ik, nu ik letterlijk ben stil gezet met mijn gebroken voet, kan nadenken en tot beslissingen kan komen. Beslissingen die ik alsmaar voor me uitschoof. Maar die zo noodzakelijk zijn.

Ik ga stoppen met mijn werk, Kind aan Huis gaat sluiten. Een dubbel gevoel omdat ik met kinderen en hun ouders te maken heb en die ga ik missen. Ik sluit een periode af. Ik sluit af wat ik zelf opgebouwd heb.
Maar toch voelt het als de juiste beslissing.
Lieve lieve kinderen, jullie allemaal, van lang geleden tot aan nu toe, jullie hebben mij zoveel gegeven in het leven. Ik hoop dat dat ook wederszijds geweest is.

Ik sta open voor wat de toekomst brengt. En ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig!




Spinsels

Het is een beetje tegenstrijdig, maar ik ben geinteresseerd in spinnen, terwijl ik er bang voor ben.
Dat bang zijn is ook nog heel subjectief, eigenlijk zijn de enige spinnen waar ik bang voor ben de grote zwarte en bruine spinnen die in de schuur wonen of onverwacht door het huis rennen.
Zelfs de nog grotere vind ik niet eng. Een vogelspin kan ik zonder angst bekijken en als het voorkomt zelfs op mijn hand hebben.
Ik weet niet wat die ene soort dan zo griezelig maakt dat ik er echt panisch van kan worden.
Misschien omdat die het meest onverwacht verschijnen en het hardste rennen terwijl ik niet weet waarheen.


Ik kan me lang vermaken met naar een kruisspin kijken die een wielweb maakt, prachtig!
En als een webje op een lastige plek gemaakt wordt voel ik me enorm schuldig als ik het moet weghalen, ik probeer dan de schade altijd wat te beperken.
De stofspin vind ik minder prachtig, het is een wanstaltig en onhandig beest, maar ik ben er niet bang voor. De kleine spinnetjes die soms in huis zitten, op het plafond of op de muur, zijn best leuk. Om een onduidelijke reden heetten die vroeger bij ons thuis ‘ Jobje’ Het werd gewoon een soortnaam, dan hadden we weer een jobje in huis.
Hier in huis heten ze Ragnar. Uitleggen duurt een beetje lang, gebruik je fantasie maar.
Spinnen aan een draadje zijn niet eng, maar interessant. Minispinnetjes zoals de springspin zijn zelfs aandoenlijk. Als je ze uitvergroot zijn het harige monsters met 8 felle ogen en flinke kaken. Maar voor ons zo klein dat het niet eng is.
En al die superslimme technieken die de verschillende soorten hebben om aan eten te komen! Webben natuurlijk maar ook vangnetjes, valkuilen en boobytraps.

Nu ik aan de bank gekluisterd ben, heb ik de tv meer aan als anders. Vanmorgen was er op National Geographic een mooie documentaire over spinnen. Van over de hele wereld en dan moet ik toch wel zeggen dat ik het niet erg vind, dat niet alle soorten in Nederland voorkomen. Je hoeft hier niet bang te zijn voor een giftige spinnenbeet.
Wat me opviel is dat in de spinnenwereld over het algemeen de vrouw ontzag inboezemt bij de man. Bij veel soorten is de vrouw ook (vele malen) groter. De mannen zijn heel omzichtig in het benaderen als ze verliefd zijn, er zal nooit een Me Too discussie ontstaan in de spinnenmaatschappij. Maar sommige mannen zijn hun leven niet zeker, de Zwarte Weduwe heet bijvoorbeeld niet voor niets zo. Ik zou dan als man denken: ik ga mijn leven niet in de waagschaal leggen voor een avontuurtje. Blijkbaar werkt het zo niet bij hen, anders waren die soorten natuurlijk uitgestorven.

Heel bijzonder vond ik de pauwspin. Het beestje is kleiner dan je pinknagel, maar de mannetjes hebben een prachtig verleidingsmiddel. Net als de paradijsvogels gaan ze dansen voor hun uitverkorene en maken daarbij zomaar bizar mooie gekleurde patronen op hun achterlijfjes

Dit is toch prachtig! En dat allemaal op zo’n mini-oppervlakje. Ik vind het wonderbaarlijk.


Spinnen zijn in de natuur toch gewoon het mooist.
Als die engerds in huis en schuur dat nou ook eens zouden begrijpen!
Dan hoefde ik niet een telefoongesprek te onderbreken omdat ik iets op mijn schouder voel kriebelen en het volgende moment met een enorme spin in mijn hand sta. Dat gebeurde al een hele poos geleden maar ik ben de schok nog niet helemaal te boven.
Echt, ik wil ze alleen maar vanaf een afstandje buiten zien of op tv. Ik vrees alleen dat ze zich daar niets van aantrekken.
(Wie nu gaat zeggen: “zo’n beestje doet niks, hij is banger voor jou dan jij voor hem” die schrap ik hoogst persoonlijk van mijn lezers- dan wel vriendenlijst)
Misschien ga ik ooit nog leren om ze niet meer eng te vinden. Ooit.


Krak

Natuurlijk zou ik een spectaculair verhaal kunnen verzinnen over hoe ik mijn voet gebroken heb. Een heldhaftige redding ofzo.
Maar de werkelijkheid was toch een beetje anders, want eigenlijk gebeurde er niks. Een ongeluk zit in een klein hoekje, maar zelfs dat hoekje was er niet.
Ik liep gewoon over de stoep met een kind naast me en de hond aan de lijn. Ik verzwikte me (dat doe ik wel vaker, zwakke enkel) maar deze keer zo venijnig dat mijn enkel in een hoek van 90 graden naar binnen klapte en ik ter aarde stortte. Ik probeerde weer op te staan, en viel vervolgens flauw van de pijn. De heg naast mij ving mij liefdevol op, anders was er misschien nog meer fout gegaan.
Ik kwam van school, vandaar het kind bij me, en er waren een aantal moeders die ook mijn kant op gingen. Die zagen wat er gebeurde.
Ik was heel snel weer bij gelukkig, maar ik was verschrikkelijk beroerd.
En die moeders, die deden dus wel een redding, wat een lieve kanjers.
Ze ontfermden zich over mij, belden de dokter, rekruteerden een opa en oma om alle kinderen (ze hadden zelf immers ook kinderen opgehaald) en mijn hond mee te nemen. Die opa en oma lieten dus ook alles uit hun handen vallen waar ze mee bezig waren om direct te komen helpen. Er werd een auto gehaald en al die tijd zat ik hondsberoerd op de grond en hield een van de vrouwen mijn hand vast en bleef met me praten. Mijn hond was ook hondsberoerd van het geheel, hij kroop in de heg, we zagen alleen z’n kont nog, hij kon het niet aanzien. Arme ziel, het was fijn dat hij mee mocht met de opa en de kinderen.
Bij de dokter werd ik op een bed gelegd, ik schijn erg grauw geweest te zijn en moest maar niet weer onderuit gaan.
Toen ging eindelijk mijn schoen uit en direct ontsproot er een soort struisvogel-ei op mijn enkel. Dokter vond het verstandig als ik een foto zou laten maken in het ziekenhuis, misschien was de enkelband gescheurd.


Ondertussen was Bert op de hoogte en die kwam vanuit z’n werk om met mij naar het ziekenhuis te gaan. Het duurde natuurlijk even voor dat hij er was en al die tijd bleven die vrouwen maar bij me, dat vond ik zo vreselijk lief en geruststellend.
Ze hielpen me met vereende krachten in de auto toen Bert er was, ik kon echt geen stap verzetten. Ik kreeg nog bakjes en zakjes toegestopt voor als ik te misselijk zou worden in de auto maar die heb ik gelukkig niet nodig gehad.
Bert haalde bij het ziekenhuis een rolstoel, en nadat ik mij er zeer oncharmant had ingehesen werd ik als opoe met de tas op schoot over de parkeerplaats gereden en ik kon er haast alweer een beetje om lachen.
Bij de Eerste hulp waren ze ook al weer zo lief voor me. Om een lang verhaal kort te maken ( je bent zo 3 uur verder voor je klaar bent): mijn enkel was gewoon verzwikt maar in mijn voorvoet was een bot finaal doormidden. Ik mocht de röntgenfoto zien, het zag er niet zo bemoedigend uit, maar het verklaarde wel dat ik letterlijk onderuit was gegaan van de pijn. Het was nogal een ongebruikelijke plek zei de arts, maar omdat het een ‘nette’ breuk was hoefde ik geen operatie. Nadat ik dat had gehoord kreeg ik direct weer meer praatjes, ik merkte het zelf.
Om half 9 waren we weer thuis, ik met een prachtig roze onderbeen, wat de komende 4 weken hoog moet liggen.

Met andere woorden: ik mag niks doen, behalve de noodzakelijke gang naar het toilet en ’s avonds naar bed.
Bert groef daarvoor mijn krukken op, op zolder, ik had ze al jaren niet nodig gehad gelukkig.


En hoe nu verder?
Ik word aan alle kanten in de watten gelegd en daar word ik gewoon een beetje emotioneel van.
Kaartjes, bloemen, cadeautjes, heel veel appjes en telefoontjes, superlieve bezoekjes.
Degenen die me opgeraapt en zo goed geholpen hebben blijven belangstellend, mijn kinderen en kleinkind kwamen als verrassing, ze moesten er lang voor rijden. En wat helpt er nou beter dan een kusje van je kleinzoon op je gipsbeen?
Er wordt aan alle kanten hulp aangeboden, mijn lieve man is het hele weekend voor me in de weer. Ik voel me, ook al weet ik dat het niet redelijk is, bezwaard dat ik alleen maar languit op de bank zit/lig.
De pijn is inmiddels een stuk minder en ik kan weer lachen als ik mezelf naar boven zie kreupelen ’s avonds en pogingen doe om tanden te poetsen, te douchen en in bed te komen op 1 been. Bert zwermt dan als een beschermengel om me heen, om te voorkomen dat ik alsnog mijn evenwicht verlies en wederom ter aarde zou storten.


Ineens heb ik tenminste 4 weken verplichte absolute rust, en dat is heel raar. Gelukkig doen mijn handen het goed, dus kan ik schrijven, haken, een boek vasthouden en de afstandsbediening van de tv gebruiken. Zo kom ik de tijd wel door.
En weet je, ik wil niet al te dierbaar worden, maar ik voel me toch blij en dankbaar. Omdat me nu door zoiets onnozels als me verzwikken ineens zo duidelijk is hoeveel lieve mensen er om me heen zijn, die alles voor me doen en regelen, gewoon omdat ze dat willen doen.
De controle uit handen geven is niet mijn sterkste punt. Maar omdat het nu verplicht moet leg ik me er bij neer. En merk ik dat er veel mensen zijn die om mij geven. Hoe mooi is dat!
Eigenlijk vind ik dat spectaculair genoeg.


Verspilling

We worden aan alle kanten gestimuleerd om afval te scheiden. En om minder afval te produceren. Helemaal goed natuurlijk. Maar in de praktijk valt het nog niet mee.
In de ene gemeente heb je 4 of 5 containers bij je huis staan, in de andere gemeente wordt apart en gratis plastic opgehaald en in weer een andere (de onze dus) moet je alles behalve gft bij elkaar gooien, want ze claimen dat ze het zelf sorteren. En betaal je niet alleen voor het afvalgewicht maar ook voor iedere containerleging nog apart. Discussies hierover leveren niks op, gemeente blijft sowieso bij haar standpunt dat dit beter en goedkoper is. Hm. Goedkoper voor wie?
En dan zijn er natuurlijk nog de glasbakken, de oudpapiercontainers en de textielbakken. Daar kan iedereen het gratis kwijt, je moet er alleen een beetje moeite voor doen omdat je het zelf weg moet brengen.
Maar hey, we hebben hart voor het milieu dus we doen dat zonder mopperen. Toch?
Nou….. vanmorgen niet hoor! Het is dat ik een peuter bij me had, anders had ik een paar zeer onwelgevoeglijke woorden in het rond geroepen.


We hadden nogal veel textiel wat weg moest. 16 jaar kinderopvang en 5 jaar crisispleegzorg hadden een flinke hoeveelheid kleertjes opgeleverd, allemaal van serieus goede gevers. Vooral als er een pleegkindje hier kwam met niets anders dan het aan had (wat soms ook bedroevend weinig was) waren we enorm blij dat we kleding kregen en er is ook dankbaar gebruik van gemaakt.
Ging het kind weer bij ons weg, dan kreeg het goede kleding mee en de wat meer gedragen en/of ouderwetse kleren bleven hier als reserve.
Ook voor de kinderopvang is het fijn als je wat extra onder- en bovenkleding hebt, kinderen hebben wel eens onverwacht een verschoning nodig.
Maar nu we geen pleegouders meer zijn en er ook geen nieuwe kleine kindjes meer komen in de opvang, kon de voorraad wel eens aan een grondige inspectie onderworpen worden.
Goede kleding op de ene stapel, afgekeurde op de andere. Marie Kondo is er niks bij.

Ik had al eens contact opgenomen met de pleegzorginstantie en de Kringloop. Maar tot mijn verbazing was er weinig tot geen interesse.
Vluchtelingenhulp was ook voldoende voorzien.
Het is natuurlijk geweldig dat er geen gebrek aan kleding is maar ik vind het ook wel bijzonder. We mogen niet verspillen. Maar niemand wil het gebruiken.
Dan moest het maar naar de textielcontainer, in de hoop dat er nog iets goeds mee gedaan wordt.
Drie grote zakken stonden klaar. Het sorteren had dus ook weinig zin gehad, want nu ging toch alles weg.

Ik ging met de peuter in de bakfiets naar de textielbak. Het kind moest natuurlijk ook nog kunnen zitten, dus twee zakken mee en de derde zou ik later vanmiddag meenemen als ik weer naar school moest.
Ik voelde me een beetje zoals de voddenboer die in mijn kindertijd met zijn bakfiets door de straat kwam en luidkeels riep: VODDUUUUUUH! Ik had enorm ontzag voor zijn stemvolume. Er kwam ook altijd een schillenboer trouwens, afval scheiden deden we vroeger dus ook al.

We worden gestimuleerd, zei ik toch in de eerste zin? Aangekomen bij de container werd ik alleen maar ontmoedigd.
De klep om de zak in te kunnen gooien zat heel hoog. En ik ben niet zo groot, het was dus nogal een klus om die klep open te trekken. Toen dat gelukt was moest ik de zware zak omhoog sjorren, boven mijn macht dus om hem in die klep te krijgen.
#$&%*(#)! het paste niet, de klep heeft een opvangbakje waar die zak met geen mogelijkheid helemaal in kon.
Ding er weer uit gesjord, alles boven mijn hoofd, ik was helemaal buiten adem. Je mag de spullen alleen in gesloten zak aanbieden dus los erin gooien was geen optie. Ik had die neiging trouwens wel maar ik ben een net mens, dus ik deed het niet.
Wat nu dan, weer naar huis met die zooi? Mooi niet. De winkel was dichtbij, ik ging kleinere zakken kopen (meer afval dus!) . En weer terug naar de textielbak, peuter snapte er niet veel meer van. Op de parkeerplaats de kleding overgedaan in kleinere zakken. Eerste zak dicht, in de klep, weg ermee. Volgende! Bleef steken. Ik klapte de klep nog een keer open en dicht in de hoop dat de zak erin zou vallen maar nee. De container was waarschijnlijk vol.
Aan de andere kant zat ook een klep. Toen ik die open had gewurmd bleek er ook al een zak in te liggen.
Conclusie: ik kon alsnog naar huis met mijn VODDUUUUUH.
En thuis stond dus ook nog een zak. Geen idee wanneer ik dat nou weer kwijt kan want ik heb niet de illusie dat die bak snel en regelmatig geleegd wordt.

Het valt niet mee om milieubewustheid in de praktijk te brengen.
Ik mag niet verspillen. Maar mijn energie en tijd mogen blijkbaar wel verspild worden en het wordt je zo lastig mogelijk gemaakt. Ontmoedigingsbeleid misschien?
Mopperdemopper.