Maandelijks archief: december 2015

Het leven is leuker met een hond

Vroeger zeurde ik altijd om een hond. En kreeg ‘m niet.  Toen ik groot was zeurde ik ook om een hond. En kreeg ‘m niet.  Eindelijk, toen ik 40 jaar was kreeg ik een hond. En wat voor een.
Een grote, zwarte, lompe, eigenwijze, fantastische hond. Tess, met al haar eigenschappen die haar zo uniek maakten. Een wereldhond. Drie jaar later kwam er nog eentje bij. Een iets kleinere, ruigharige, zwart met witte, minstens zo eigenwijze, stinkhond, die eveneens fantastisch was. Lynn, die weer op een haar manier uniek was.  Ik heb van hun gezelschap en hun liefde genoten. En alle nadelen op de koop toe genomen, omdat ik zo vreselijk veel van ze hield.
Wat een verdriet toen Tess er niet meer was, 11 jaar is ze geworden. Ook Lynn was verdrietig, het heeft een half jaar geduurd voor ze weer wat vrolijker werd. We mochten nog ruim twee jaar van haar genieten, toen moesten we ook haar laten gaan. Weer verdriet.  Zij is 14 jaar geworden.
Wat was het stil in huis, zonder hond. Het leven was gewoon niet compleet.
We gingen op zoek naar een pup.  En ja, alle puppies zijn onweerstaanbaar, dus we moesten ons verstand ook een beetje laten meewegen bij onze keus.  Vanwege onze eigen wensen en onze situatie in huis (kindertjes over de vloer) kozen we voor een Heidewachtel.  Zacht van karakter, actief buiten en rustig in huis, mooi maatje, mooie verschijning.  Wat wilden we nog meer. We vonden een betrouwbaar adres waar twee dagen na Lynn’s overlijden zeven Heidewachteltjes waren geboren.  We hebben er nog heel even over gedacht of we twee hondjes zouden nemen, maar in de praktijk is eentje toch veel makkelijker, dus oh, wat waren we toch verstandig.
Toen de hondjes 3 weken oud waren mochten we komen kijken en een klein reutje was het direct helemaal voor mij. Dus ondanks dat ik had gedacht dat ik nooit zo kunnen kiezen tussen al die onweerstaanbare babyhondjes, was de keus niet moeilijk.  Nog een keertje wezen kijken toen hij 6 weken oud was en nog meer verliefd geworden.  We gingen op vakantie  en de dag nadat we terugkwamen mochten we hem ophalen.  (Joepie, de vakantie is voorbij!!!!!)
Hij kreeg de naam Lenny (vernoemd naar Lenny Kravitz) en hij werd ons hondje. En hoe.
De kleine, onbeholpen pup werd een stuiterende kleuter, een slungelige jonge hond, een prachtige volwassen kerel.  Zo macho als onze Tess was geweest (ook al was ze een vrouw) , zo onzeker was onze Lenny en dat gaf een heel nieuwe dimensie aan het uitlaten. Als we de wereld door zijn oogjes bekeken, zag die er heel anders uit, vol met vreemde geluiden, angstaanjagende voorwerpen en heel veel enge honden. Vooral dat  laatste waren we echt niet gewend, Tess was precies het tegenovergestelde, die moesten we weghouden bij andere honden, en Lynn kon het met iedereen van haar eigen soort uitstekend vinden. Gelukkig ging het met Lenny  steeds beter naarmate hij opgroeide. Hij is nog steeds voorzichtig, maar zo vriendelijk naar mensen en honden dat iedereen hem geweldig vindt. En thuis is hij volkomen op zijn gemak. En op de een of andere manier krijgt hij dingen voor elkaar die de andere honden niet mochten. Hoe kan het dat ik zo toegeeflijk ben geworden?  Het begon al met dat hij in de zithoek mocht komen. Hij breidde dat zelf uit met op de bank liggen. Ik ben weken bezig geweest met hem eraf te sturen, maar hij blijkt de langste adem te hebben. Hij kliert niet, maar gaat stilletjes zijn gang en krijgt zo van alles voor elkaar.  En dan denk ik: ‘ach……’
Hij slaapt boven.  ( ‘ach….’)
Hij jammert alles bij elkaar als hij denkt dat hij alleen gelaten wordt, dus mag bijna overal mee naar toe. Maar eigenlijk vind ik dat ook zo gezellig….
Soms is hij ook wel vervelend. Gelukkig maar, want anders werd het wel erg zemelig allemaal.
Hij heeft een idiote voorkeur voor papieren zakdoekjes versnipperen. Mijn jarenlange handelsmerk “de prop”  (insiders weten wat ik bedoel) bestaat niet meer. Lenny’s schuld. Hij moet nu ook weer in de bench als ik ga boodschappen doen, hij zoekt echt dingen op om stout te zijn.
Want als ik thuiskom en ik tref hem zo aan: stout
dan weet ik wel dat er iets mis is.  En dan hoef ik niet eens meer boos te worden, hij weet het zelf al donders goed.  Ik zet mijn boze juffenogen op en hij kruipt schuldbewust in z’n mand.
Maar soms is hij zich ook van geen kwaad bewust.  Als ik even naar de keuken loop en hij zich met mijn handwerk gaat bemoeien , kijkt hij me daarna aan met z’n prachtige bruine oogjes met een blik van:  ‘Hè wat?’

draad

En als ik dan mopperend de boel zit te  ontwarren krijg ik gewoon een hondenkusje.
Als Lenny een pink had, wond hij me daaromheen.
Vanmorgen veegde zijn fraaie staart een heel tafereel van mijn kerstdorpje tegen de grond.
Het chocolademelkkarretje inclusief verkoper, een besneeuwde boom en een mevrouw die juist stond te genieten van haar warme drankje, ze vielen jammerlijk in de afgrond.
Het karretje, de verkoper en het boompje waren nog heel. Maar van de mevrouw waren heel dramatisch beide handjes geamputeerd.  Eentje vond ik terug, met het kopje er nog in. Terwijl ik op handen en knieën rondkroop om het tweede handje te zoeken hoorde  ik gekraak op de bank achter mij en zag ik dat Lenny mijn favoriete plekje inpikte door zich daar uitgebreid te installeren.
Maar dat ging me toch te ver. Hij voelde het al aankomen dat ik hem er af zou bonjouren, dus hield zich zo stijf als een plank met alle poten in de lucht en bleef in die houding. Stil verzet.
Ineens lijkt hij dan 40 kg te wegen in plaats van 20.
Maar ik ben een sterke vrouw, dus veegde Lenny van de bank.  Kon hij ook eens voelen wat hij de arme chocolademelkverkoper aangedaan had.
Hij was niet onder de indruk. Hij heeft niet zo’n groot ego als Tess, dus daar pak je hem niet mee.
Terwijl ik dit stukje schrijf ligt hij alweer op die plek, en verspreidt daar  een kuub zand uit z’n vacht na de wandeling van vanmorgen.

bank

Dus gaat hij er zometeen onherroepelijk weer vanaf.
Want dat is toch echt de limit, in sommige dingen zal hij  nooit zijn zin kunnen doordrijven.
Alle oogjes en kusjes ten spijt.  Denk  ik.

Zo’n dag

Zo’n dag dat je een keertje niet voor de wekker aan wakker wordt, maar nog heerlijk ver weg bent, tot je ruw wakker gemaakt wordt door het hysterische kerstliedje van Marco Borsato. Geen goed begin. Er moet  een andere zender op de wekkerradio, want bijna 3 weken lang the Christmas Station ga ik niet volhouden.
Zo’n dag dat je bed nog lekkerder ligt dan anders. En als je dan uiteindelijk naar de andere kant rolt, omdat je ladenkastje met ondergoed aan die kant staat, kom je op het heerlijk warme plekje terecht wat je man net achtergelaten heeft toen hij opstond, en wil je daar nog even vertoeven. Maar de wekker dwingt, dus je rolt toch maar door.
Zo’n dag dat de hele inhoud van je klerenkast stom is, dat je in de spiegel kijkt en er allerlei slogans over anti-rimpel-crème door je hoofd  schieten, dat je haar alle kanten uit wil , behalve de goede.
Zo’n dag dat de hond, die anders gezellig om je heen dreutelt, nog knus opgerold in z’n mandje ligt en droomt van boswandelingen en konijntjes. Hij wel.
Zo’n dag dat het beneden nog zo donker is als midden in de nacht en dat je stemming ook zo is.
Zo’n dag dat je alleen maar kan denken aan zon en vakantie en nog meer zon, terwijl je de dagelijkse 6 broodjes voor ’s mans lunchtrommel smeert en er nog eentje bestrooit met hagelslag voor het ontbijtje.  Eigenlijk moet je zelf ook gaan ontbijten, maar je hebt geen trek .
Zo’n dag dat je als een soort zombie aan tafel zit en met koffie je zelfmedelijden wil wegdrinken.
Zo’n dag dat je voor het raam je man uitzwaait en er maar van uit gaat dat hij het is die er voor zorgt dat die autolichten langsglijden, het is te donker om er iets van te herkennen.

Zo’n dag dat er kinderen bij je komen en een vlaag blijdschap mee naar binnen waaien.
Zo’n dag dat juist een jongetje, van wie je dat nou echt nooit verwacht had, zegt: “Wat heb je een mooie trui aan, heb je die zelf gebreid? ” Op mijn antwoord dat ik deze gekocht hebt zegt hij: “Ik vind dat je er mooi uitziet”.
Zo’n dag dat daardoor alles verandert.  Dat anti-rimpelcampagnes en badhair-days , het donker buiten, het zelfmedelijden, niet meer belangrijk zijn.
Zo’n dag dat je denkt:  Ik heb het getroffen.  Misschien dan niet een dag met zon, maar wel een met een sterretje.
shining-star-clip-art-426938