Als een kind

Vier jaar geleden schreef ik de blog: In het legomuseum

Ik ben met Lego opgegroeid en ik ben altijd liefhebber geweest. Maar, gek genoeg, altijd met andermans Lego. Ik had zelf geen Lego, waar ik mee speelde was van mijn grote zus en broer.
En wat er later in mijn eigen huis was, was van mijn kinderen. Die Lego is hier weer tevoorschijn gekomen voor de opvangkinderen.
Als ik Lego kocht, was het om cadeau te geven, nu nog steeds want ook mijn volwassen kinderen vinden Lego ontzettend leuk. En kleinzoon speelt met Lego Duplo.
We zijn een keer naar Legoland in Denemarken geweest en ik heb mijn ogen uitgekeken. Ik heb documentaires op tv en Netflix over Lego gezien, ik heb de wedstrijdserie Brickmasters gevolgd, ik ben in de Lego-store in Utrecht geweest, ik heb een Lego-VIP pas.
Maar ik heb nooit ook maar één steentje zelf in bezit gehad.

Lego is duur. Het is het waard, want het is onverwoestbaar, enorm goed uitgedacht en je kan er alles mee maken wat je maar wilt ( “Van Lego kun je alles maken” zong het geaffecteerde kinderkoortje vroeger al in de reclame). Daarom is het superleuk om cadeau te geven. Maar voor mezelf kocht ik het nooit. Er was altijd wel iets wat voorging blijkbaar.
Ik koop heus wel dingen voor mezelf, garens voor handwerk, spullen voor tekenen, ik kan me er enorm op verheugen als er weer iets nieuws op stapel staat. Maar Lego was iets waarover ik me waarschijnlijk schuldig zou voelen als ik dat zomaar kocht. Ik kan het niet eens aan mezelf uitleggen als ik erover nadenk, maar het gebeurde gewoon niet.

En vorige week kwamen er ineens allemaal dingen bij elkaar. Ik had de 2e prijs in een bijzondere schrijfwedstrijd gewonnen en daar hoorde een geldbedrag bij.
Ik ben een heel grote fan van het werk van Jim Henson, heb vrijwel al zijn films en veel prachtige boeken.
En, zoals gezegd ben ik een Lego-VIP en blijf op de hoogte via een nieuwsbrief.
In mijn mailbox kwam een nieuwtje: Lego kwam met een grote set van Sesamstraat.
Ik begon direct al wat te wiebelen op mijn stoel toen ik de link aanklikte. Ik was alleen thuis maar ik zat hardop te roepen en te piepen bij de foto’s die ik zag: “O kijk nou!!!” Het zag er zo prachtig uit allemaal, ongelooflijk gedetailleerd, kleurig, mooi, en 100 % de sfeer van Jim Henson. Ik wou dat. Echt ik wou dat.
Kon ik dat zomaar doen, zo’n grote set voor mezelf kopen? Mijn familie zei direct: “Doen joh! Jij mag toch zelf bepalen wat je met je prijs doet?”
Serieus, ik had de kriebels in mijn buik toen ik de bestelling plaatste. Het voelde bijna ongehoord dat ik dit ging doen, helemaal alleen voor mezelf een grote Legodoos kopen omdat ik dit zo ontzettend graag wilde hebben en verder nergens om!
“Hebben” kan een lelijk woord zijn en dat was hetgeen wat me nog een beetje tegen hield.
Maar ik kon mezelf wel overhalen hoor. Ik had eerlijk die prijs gewonnen en ik had nu voor het eerst in mijn leven een Lego-set gezien die ik onwijs graag wilde hebben. Nu mocht het kind in mij de beslissing nemen en dat deed ze met veel enthousiasme.

Na een paar dagen plezierige spanning, serieus zoals het vroeger voelde voordat het pakjesavond was, werd de grote Legodoos bezorgd. Het was eind van de vrijdagmiddag, het werd al donker, dus ik stelde me tevreden met de doos te bekijken, me te verwonderen over de hoeveelheid zakjes met bouwsteentjes die erin zaten en hoe dik het boek met de bouwbeschrijving was. Ik was er zo blij mee en in mijn hart was ik blij dat ik nog steeds zo blij kon zijn (volgen we het nog?) Ik ben een oma maar ik vond dat enthousiaste kleine meisje weer terug en dat maakte me intens gelukkig.

Zaterdag kon het bouwen beginnen. Urenlang had ik plezier en zag het huis groeien. De kelder met een grote spin erin, de kamer van Elmo, de kamer van Bert en Ernie, de badkamer. Toen het donker werd stopte ik, mijn concentratie was op. Zondag weer verder, het koffie-tentje en de kamer van Koekiemonster, de speelhoek van Pino, de afvalhoek van Oscar en 1000 details. Die overigens soms heel moeilijk waren dus ik moest mijn volwassen hersens goed aan het werk zetten.

Een telefoon, een brandmelder, een ventilatiesysteem, speelgoed, een koffiemachine, kassa, videorecorder, allerlei lampen, bloembakken, het lijkt allemaal zo simpel maar ieder dingetje moest gebouwd worden.
Bewondering voor de ontwerpers, het was echt ongelooflijk hoe alles uitgedacht was, in elkaar paste en hoe perfect de uitstraling was.

En nu is het klaar. Staat het huis op de kast en kijk ik keer op keer weer in de kamertjes, naar de details van de gevel, verplaats de poppetjes, kijk vertederd naar die schattige brievenbus, krantenbak, brandspuit en speelgoedtrein.
Ik zet Bert op het dak bij z’n duifjes, laat Ernie op het bed springen. Elmo kijkt in een receptenboek, Koekiemonster zit voor de tv te schransen, Oscar kijkt met z’n boze hoofd uit de vuilnisbak. Pino komt aanwandelen, het rubbereendje van Ernie zit op de badrand, het visje van Elmo zwemt in de kom.


Ik heb nu 1367 stukjes Lego. En ik voel met superblij. Een blijdschap die verder gaat dan het gevoel van iets leuks hebben. Een blijdschap die ik dacht overgroeid te zijn, maar die Godzijdank nog in mij bleek te bestaan. De intensiteit van de blijdschap uit mijn kindertijd.

Toen was geluk heel gewoon

Toen was geluk heel gewoon…. iedereen van mijn leeftijd kan dat regeltje meezingen.
Nostalgie ten top, ten eerste is het liedje nu oud en ten tweede gaat de tekst over nog langer geleden.

Dat zinnetje “Toen was geluk heel gewoon” is een eigen leven gaan leiden. Want het wordt kwistig gebruikt in reacties op nostalgische foto’s en filmpjes op Facebook, door mensen die ‘de goede oude tijd’ idealiseren en voor de tegenwoordige tijd niet veel goede woorden over hebben. (Blijkbaar vergeten ze daarbij dat Facebook en filmpjes op internet delen niet bij vroeger hoort)


Ik ben ook nostalgisch aangelegd, vind het heerlijk om goede jeugdherinneringen op te halen en dingen tegen te komen die een blije “O ja!” reactie bij me uitlokken.
Want in mijn kindertijd was het zo anders als nu, we woonden met z’n vijven in een flat met maar 1 kachel, mama maakte onze kleren zelf, het avondeten kwam op tafel in dekschalen (“geen pannen op tafel!”) en we hadden geen vaatwasser. Eerst zelfs geen wasmachine, maar een lavet met een draaiende vin. En als die vin eruit was kon er een stop in het afvoergat en kon ik in het lavet in bad.
Dat, en nog 1000 andere dingen, brengt een warm gevoel bij me boven en ik moet glimlachen om de herinneringen. Maar was het allemaal beter dan nu?
Naar mijn idee wordt ‘vroeger’ door een grote groep mensen geïdealiseerd.
Alsof toen alles fijn en knus was, iedereen aardig voor elkaar en alle gezinnen een veilige en geborgen omgeving.
Maar dat was toch helemaal niet zo!
Het liedje is geschreven door van Kooten en de Bie en zij waren ook degenen die het in eerste instantie uitvoerden. Ze zingen over 1948, 3 jaar na de oorlog, vanuit het oogpunt van de kinderen van toen.


Het roept een gevoel van kwetsbaarheid op en hun liedje komt bij mij veel meer binnen dan de latere hituitvoering van Gerard Cox.
Waar het volgens mij om gaat is het gevoel van weemoed om de verloren naïviteit van de kindertijd. Je was gelukkig als je ouders van je hielden en dan waren alle dingen goed thuis. En dat is toch iets van alle tijden?


Ik kan glimlachen bij veel herinneringen, bijvoorbeeld dat er ’s morgens bij het opstaan ijsbloemen op de ramen zaten. En ik vond ze mooi hoor, als kind, maar ik ben toch echt wel blij dat ons huis warm genoeg is en ik niet zoals mijn moeder bij het opstaan bibberend van de kou hoef te proberen om het petroleumkacheltje in de keuken aan te steken, waarna mijn hele gezin zich bij die ene kraan in de keuken moet wassen, ik dus nauwelijks de ruimte heb om brood te smeren voor de broodtrommel van mijn man, de thermosfles met koffie moet vullen die ik eerst moet zetten in een filter, waarvoor ik eerst water in de fluitketel moet koken, koffiebonen moet malen, schepje Buisman toe moet voegen, melk moet koken in een steelpan en zorgen dat het niet overkookt of aanbakt, ondertussen de ontbijttafel ook nog dekken en nogmaals die fluitketel opzetten voor thee ….. terwijl ik dit opschrijf word ik al moe en gestrest want hoeveel tijd kost dat allemaal! Maar als kind ervaarde ik dat als veilig en geborgen. Ik kan niet meer vragen hoe mijn moeder het ervaarde, maar het is voor haar heus niet simpel en allemaal fijn geweest, want toen het kon kwamen er bij ons gevelkachels in iedere kamer, er kwam een koffiezetapparaat, het lavet ging eruit en er kwam een mooie douchecel.

Ik ga nog een stapje verder terug in de tijd. Mijn moeder vertelde graag over haar jeugd, die heeft ze ook als veilig en geborgen ervaren. Voor mijn grootouders was het allemaal nog veel minder simpel, het dagelijks leven was hard en zorgelijk. Mijn opa had drie (DRIE!) vakantiedagen in een jaar! Er was geen warm water, er was geen gas om op te koken, de was moest met de hand gedaan worden….. maar de herinneringen van mijn moeder aan haar kindertijd waren goed. Ook al was ze tussen twee wereldoorlogen in geboren en woonden ze met z’n zessen in een klein huisje.

Als ik kijk naar mijn eigen kinderen, hoop ik dat ik ze ook een gevoel van veiligheid en geborgenheid heb kunnen geven. Zij zijn opgegroeid in de jaren ’90. En ook zij halen herinneringen met elkaar op aan kleine dingen die voor hen als kind zo belangrijk waren: op zondagavond samen in het grote bed mogen slapen en dan op maandag toch weer in je eigen bed wakker worden, thuiskomen uit school en het raampje van de keuken open zien staan waar de geur van pannenkoeken uitkwam.
Dingen waar een kind blij van wordt, en herinneringen die je altijd met je meeneemt. Dat is goed, je wilt als ouder voor je kind een onbezorgde jeugd.
En dan is de zin “Toen was geluk heel gewoon” ineens in een andere context geplaatst.
Ieder kind verdient het om geluk te ervaren en zolang het kan naïviteit te bewaren. Of je nou in 1925, 1961, 1988 of 2019 geboren bent.

Afgelopen week werd ik geïnterviewd door 2 meisjes uit groep 7, over communicatie. Hoe dat vroeger ging. Ik vertelde over van alles en hun conclusie was: Dus nu is het eigenlijk allemaal veel makkelijker!
Dat verraste me. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen van internet en de invloed van Google- and -friends. Ik zie dat ieder kind een tablet en een mobiel heeft, dat er anders gespeeld wordt dan dat mijn kinderen deden. En vraag me af of het goed is.
Maar deze meisjes leven òòk in de geborgenheid van liefdevolle en veilige gezinnen, ook al verschilt hun kindertijd met die van mijn kinderen. Maar die zag er immers ook anders uit als mijn kindertijd en de mijne weer anders als die van mijn moeder?

En mijn kleinzoontje is gelukkig ook in een goed gezin geboren. Die gaat ook mooie herinneringen maken.
En dan is voor een kind geluk heel gewoon. Voor ieder kind van alle tijden.






Erkenning

De blogjes gaan altijd over persoonlijke dingen en zijn dan ook altijd in de ik-vorm geschreven. Die ‘ik’ ben ik dan ook echt zelf.
Hier onder de menuknop “UKV’s” staat boven de verhaaltjes: Belangrijk om te onthouden: is een verhaal in de ik-vorm geschreven, dan gaat dat niet over mij persoonlijk, maar is het geschreven vanuit de hoofdpersoon.
Dat even voor de duidelijkheid. Want een verhaaltje kan over van alles gaan en de personen kan ik volkomen uit mijn duim zuigen en toch ‘ik’ noemen.
Verhalen vragen veel meer creativiteit dan de blogjes en ik vind het heerlijk om het schrijven af te wisselen.
Lange verhalen zijn ook leuk om te bedenken en zo kan ik echt mijn ei kwijt door te schrijven!
Het is natuurlijk extra leuk als ik merk dat mensen mijn schrijfwerk lezen en vaak ook waarderen, en/of opbouwende kritiek hebben.
Wat is het ook leuk om te oefenen met expliciete schrijfopdrachten en zo te merken wat me aanspreekt en ook wat me totaal niet ligt.
Meedoen met schrijfwedstrijden doe ik ook, mits ik het idee heb dat ik ècht iets met het thema en de opdracht kan.

Ik ben totaal niet competitief, ik heb zelfs een soort faalangst op wedstrijdgebied. Nooit aan wedstrijdsport gedaan, nooit voor anderen viool willen spelen, nooit dressuurproeven willen rijden, altijd bang dat ik juist dan niet zou kunnen presteren en compleet gefrustreerd af zou gaan.
Maar voor schrijven ligt dat helemaal anders.
Het levert voor mezelf in ieder geval veel voldoening op, ook als mijn inzending niet als een winnaar uit de bus komt. Uiteraard ben ik dan heus wel teleurgesteld, zeker als ik voor mijn gevoel heel erg mijn best gedaan heb en ik stiekem vind dat het verhaal echt goed is. Maar toch denk ik dan: Jammer, maar ik heb iets gemaakt waar ik trots op ben, prijs of niet.

Maar als ik wel win…. dan ben ik superblij. Want als kundige mensen van een uitgeverij mijn verhaal hebben gelezen en als ‘goed’ hebben beoordeeld, voelt dat als erkenning. Heb ik dat nodig? Blijkbaar wel. Ik hoop niet dat het in wezen hetzelfde is als zoveel mogelijk ‘likes’ willen hebben op facebook. Hopelijk is het minder oppervlakkig, omdat het gaat om iets wat ik heb bedacht, gemaakt en waar ik mijn best voor gedaan heb, waar ik razend enthousiast over ben als het zo geworden is als hoe ik het voor ogen had. En dan ben ik, zonder arrogant te willen zijn, trots als ik bereik dat mijn verhaal en mijn naam in een echt, fysiek boek staan. Eentje die ik niet in eigen beheer heb uitgegeven zodat bijna alle verkochte exemplaren in het bezit zijn van lieve goedwillende familie, vrienden en bekenden, hoe blij ik daar ook mee was. (Echt waar!)

Dit voelt een stapje verder, juist vanwege die erkenning.
Zoals gezegd, lang niet al mijn wedstrijd-inzendingen worden gehonoreerd. Maar gister kreeg ik mail, dat er binnenkort drie Zeer Korte Verhalen van mij worden opgenomen in een te verschijnen bundel. Drie!
Straks dus nog een boekje in mijn boekenkast met een bijdrage van mij, naast deze die er al staan.


Daar ben ik blij mee!
Er staan nog drie wedstrijden uit waar ik voor ingezonden heb. Meedoen met schrijfwedstrijden vraagt geduld, heel veel geduld. Eerst tot de sluitingsdatum en daarna tot de uitslag, het kan maanden duren. In deze tijd helemaal, nu geplande jurysamenkomsten en prijsuitreikingen niet door kunnen gaan.
Geduld is niet mijn sterkste eigenschap, maar ik zal me daarin moeten oefenen.
Maar als er dan af en toe zo’n berichtje komt als gister, hou ik het wel vol!


Wandeling

We houden van wandelen, dat is geen nieuws. Ik ben dol op de bossen, dat is ook geen nieuws.
Na een wandeling mogen we graag ergens lekker een biertje gaan drinken, maar dat kan nu niet. Dat is wel nieuws. Hopelijk kan het over een poosje wel weer, want het is het kersje op de taart.
Gelukkig kan wandelen in de bossen nog wel. Dus ook vanmiddag. We hadden een leuke wandeling uitgekozen, 6 km in het Noordlaarderbos en 50 Bunder. Dat laatste klinkt of we een bezoek gingen brengen aan Winnie de Poe, maar het was gewoon in Groningen.


Normaal komen we af en toe iemand tegen op onze wandelingen. Maar nu leek heel Groningen verzameld op die 50 Bunder. Ja, het was goed weer, maar het zal ook komen omdat iedereen zich juist nu een beetje beperkt voelt in het gaan en staan.
Ten eerste hadden we al moeite om een parkeerplek te vinden. Dat benauwde me, ik zei zelfs tegen Bert dat ik net zo lief weer omkeerde, want het zou wel takkedruk (leuke woordspeling als je naar een bos gaat) zijn. Maar we hadden bijna 3 kwartier gereden en het was stom om zomaar weer naar huis te gaan. Dus hup, we stapten uit en zochten de start van de wandeling. Dat was niet zo moeilijk, gewoon de menigte volgen. En echt, ik vind veel mensen aardig maar ik hou niet van menigtes. En al helemaal niet in het bos. Maar iedereen had net zoveel recht om in het bos te wandelen als ik, dus ik moest niet zo zaniken vond ik zelf.
Ik moet echt zeggen dat iedereen netjes afstand hield, maar we liepen wel in een soort colonne. En daar had ik zo heel erg geen zin in….. Mijn hoop was dat veel mensen 6 km te lang vonden en dat we alsnog een stukje wat rustiger konden lopen. En mijn hoop werd vervuld. In het begin was het erg druk, maar in de loop van de wandeling (alweer een leuke woordspeling) werd het rustiger. En pas tegen het eind weer drukker.
Wat ik best leuk vind zijn de gezinnen: blije kinderen rennen door de herfstbladeren, juichen over paddenstoelen en zeggen “O, wat een lief hondje!” als ze Lenny zien.
Wat ik enorm irritant vind zijn de tweetallen, meest vrouwen, die alleen maar lopen te kakelen met het volume op 10 en totaal geen oog hebben voor waar ze lopen en geen oor voor de vogels die zelfs op een herfstdag nog willen zingen. Ik stel me zo voor dat ze normaal ergens tegenover elkaar in een restaurantje zitten met koffie en het onvermijdelijke appelgebak om even lekker bij te kletsen. En dat kan nu natuurlijk niet, dus dan maar ergens afspreken om te wandelen.
We troffen het op een gegeven moment dat we tussen 2 van die stellen inliepen. We hielden heus voldoende afstand, maar de schelle stemmen waren niet te missen. De dames liepen stug door naast elkaar, hoofd een beetje gebogen (stel je voor dat je iets zou zien van het bos!) en maar tetteren.
“Nou, toen heeft ie maar een auto gehuurd, want ik zei nog dat hij dat veel beter kon doen! Ik zei nog tegen hem, ik zeg…..” schalde mevrouw voor ons.
We hielden even in, konden we mooi de paddenstoelen bewonderen die eruit zagen als strandparasols.


“Maar als je nou die website wilt, dan moet je er wel een goed websitebouwer voor hebben, want….” kakelde mevrouw achter ons.
Dames….. HOU JE KWEK NOU EENS EEN KEER!
Dat had ik graag geroepen maar dat deed ik natuurlijk niet, het was tenslotte geen privé terrein.
Zoals gezegd, het middelste gedeelte van de wandeling hebben we gelukkig in de door ons zo gekoesterde rust kunnen afleggen.
Maar het geheel inspireerde mij tot een Haiku (knipoog naar pa), die je mag interpreteren zoals je wilt:

Op zondagmiddag
Geen stilte in de natuur
Een pad vol eikels

Thuis smaakte het biertje (een Westmalle Dubbel) trouwens ook prima, dat dan weer wel.

Frustratie Verzekerd

Een vervolg op het kapotte iPad-scherm verhaal.

( https://daagsedingen.com/2020/08/27/computer-says-no/ )

Niet alleen computer says no. Ook verzekeringsmaatschappijen zeggen NO.
Ik ben verplicht een bedrijfs-aansprakelijkheidsverzekering te hebben. Al 15 jaar betaal ik netjes maandelijks mijn premie en ik heb nog nooit een schadeclaim ingediend. Omdat mijn iPad op tafel lag, waar de kinderen ook tekenen en puzzelen etc, kon het heel goed zijn dat hij in een onbewaakt ogenblik van tafel is geschoven/gevallen. Ik weet het niet, ik heb niet gezien hoe de schade ontstaan is en ga niemand beschuldigen. Het enige wat ik zeker wist , was dat ik de bookcase van mijn iPad opende en zag dat het scherm gebarsten was.
Ik heb mijn tussenpersoon hierover gemaild en de situatie uitgelegd.
Geen enkele reactie, ik heb hem ruim een week gegeven, maar radiostilte. Daar scoort hij geen punten mee.
Dan maar rechtstreeks bij Avéro gemeld.
Na een paar dagen antwoord, wat zowel aan mij als aan mijn tussenpersoon is gestuurd:

“Toevallig”dezelfde dag een mailtje van de tussenpersoon.
Geen aanhef, geen referentie aan mijn mail, alleen de zin “Helaas is er geen dekking” Vr groet.
Nou, helaas valt die Vr groet niet onder mijn voorwaarden dus die claim accepteer ik niet.

Dan maar proberen bij de persoonlijke inboedelverzekering. We zijn verzekerd bij Promovendum, die pretendeert voor ” hoger opgeleiden” te zijn. Werkelijk geen idee wat dat te maken heeft met wat er verzekerd moet worden, maar destijds hadden ze de voordeligste verzekering.
En we hebben een “Extra Uitgebreide Dekking”. Dat moest dus goedkomen. Ook bij deze maatschappij nog nooit een claim ingediend. Nogmaals eerlijk de situatie uitgelegd.
Hiervan ook weer een zeer onbevredigend antwoord:

Kortom, als ik niet eerlijk was geweest maar gezegd had dat het scherm door vandalisme kapot was gegaan had ik het vergoed gekregen.
Maar omdat ik wel eerlijk was en aangegeven heb dat ik niet op het moment zelf gezien heb hoe en door wie de schade is ontstaan nemen ze de claim niet in behandeling.

Ik ben serieus zó teleurgesteld!
Moet ik dan een of ander lulverhaal verzinnen en dan met leugens wel geld krijgen?
De schade was € 281. Voor een verzekeraar een schijntje, voor mij een heel bedrag.
Maar blijkbaar vinden ze het belangrijker om met hun dikke krent op het geld te gaan zitten dan om een klant die allang meer dan het tienvoudige van €281 aan premie heeft betaald tegemoet te komen.
Ik ga op zoek naar een andere verzekeraar. Niet eentje voor hoger opgeleiden maar eentje voor zwaar teleurgestelde eerlijke mensen.

Cumarine

Ik wandel langs een weiland, het gemaaide gras wordt door een machine achter een trekker geschud. Er komt een sterke geur vanaf, die me ogenblikkelijk terug brengt naar mijn jeugd. Cumarine.


Er stond vroeger bij ons in de kelder een grote ton, daarin bewaarde mijn moeder alle restjes stof van haar naaiwerken. De ton had een karakteristieke geur, die mijn vader cumarine noemde. Ik vond het een prettige geur, associeerde het met het plezier van mooie stoffen, leuke lapjes, nieuwe kleren. Waar die ton ooit vandaan was gekomen weet ik niet, maar er had blijkbaar cumarine ingezeten, wat dat ook mocht zijn.


Mijn moeder maakte al onze kleren zelf. Toen ik klein was kreeg ik Mary Quant-achtige jurkjes, toen ik op de middelbare school zat droeg ik Holly Hobby stijl, met veel strookjes en lieve printjes.
Maar ook de stoerdere kleren maakte ze, spijkerjasjes, een trenchcoat, ze kon gewoon alles maken wat ik maar wilde.
Toen ik kind was gingen we altijd in het najaar één keer naar de winkel om een paar truien te kopen, want breien deed ze niet. Verder maakte ze alles zelf, en het was altijd mooi.
Op de lagere school had ik een prachtige houtje-touwtje jas, met nep-bontranden afgezet, wat toen enorm in de mode was. Dat deze jas gemaakt was uit een ouderwetse mantel van mijn tante wist niemand, want mijn moeder had zelfs het merk weer achter in de voering genaaid.
Toen ik klein was mocht ik wel met de restjes stof spelen en de knoopjes, terwijl zij achter de naaimachine zat. Heerlijk vond ik dat. Ik kan nog kriebeltjes in mijn buik krijgen als ik denk aan het geluid van de schaar die door een nieuwe lap stof ging, als mijn moeder zorgvuldig de patroondelen uitknipte op de grote tafel. Ook al was het niet eens voor mezelf, het betekende dat er wat moois gemaakt werd en ik vond het heerlijk om daar naar te kijken.
Nu ik er aan terugdenk was het een puur gevoel van huiselijkheid en veiligheid, bij mama aan de tafel.

Er is nog een herinnering verbonden met die ton met lapjes. Poppenkleren. Ik was een echt poppenkind en mijn grote zus Toos maakte kleertjes voor ze. Toos had zelf 2 poppen, Pietertje en Marette. Pietertje was een kale babypop. Marette kon staan en had stug, ingenaaid, rossig bruin haar. En slaapoogjes: als je de pop neerlegde gingen de oogjes dicht. Twee van mijn poppen hadden dat ook. Maar op een gegeven moment zag ik dat Marette een lui oogje had, eentje ging niet meer helemaal open als je haar rechtop zette. Dat irriteerde me en ik zou dat wel even fixen. Ik drukte op het oogje en “PLOP” daar schoten beide oogjes (die inwendig met elkaar verbonden waren) in het poppenhoofd en staarden 2 lege oogkassen mij aan. Als ik nou verstandig was geweest had ik het gewoon verteld en had de poppendokter het wel kunnen repareren. Maar ik was niet verstandig. Ik was zelfs heel stom, want ik pakte een stift en tekende een brilletje om de lege oogkassen. Alsof dat niet op zou vallen….
Om kort te gaan, Toos was, terecht, heel verdrietig en mijn moeder, terecht, heel boos dat ik mijn tengels niet thuis had kunnen houden. En ik moest het goed maken.
Bij het patronenblad Marion kon je een pop bestellen, met heel veel patroontjes voor hippe kleren. De pop zelf was een soort heel grote tienerpop, met buigbare benen en lang donker haar. Ze heette Bella geloof ik. Die pop moest ik voor Toos kopen van mijn zakgeld. Ze kostte 35 gulden en dat duurde even voordat ik dat met mijn 2 kwartjes zakgeld in de week plus wat rapportgeld bij elkaar gespaard had. Maar het lukte me en de pop werd besteld. Dat was al spannend want normaal gingen we naar de winkel als we iets wilden kopen, wij waren niet van de postorderbedrijven. De pop was prachtig en ik wou haar zelf ook wel! Dus nog weer heel lang sparen en ineens had ik het geld bij elkaar want de laatste 5 gulden kreeg ik van mijn oma.
De pop had buigbare knieën en dat was een unicum, je kon haar echt laten zitten! Ik noemde haar Marion, want ik vond Bella geen leuke naam. Toos maakte prachtige kleren van de lapjes uit de ton en ze was zo lief om de mooiste dingen (ik herinner me een ‘slangeleren’ jas, 2 x te maken, ook voor mijn pop dus. Ik probeerde toen ik wat groter werd ook het een en ander. Mama stak nog wel eens een helpende hand toe, want ik ben nooit een goede naaister geworden.

De ton die zo lekker rook is met lapjes en al verdwenen. Ik heb geen idee waar heen, helaas was mijn vader nogal opruimerig zonder met ons te overleggen.
Maar de poppen heb ik nog. Ik ging net op zolder kijken, ik kon Marion zo gauw niet vinden, die zit in een of andere doos ver weg en ik had geen zin om alles overhoop te halen. Ik heb wel een hippe foto op internet gevonden:

Mijn andere pop vond ik wel. Ze heet Hanneke en heeft deze zomer haar 55e verjaardag gevierd. Ze ruikt allang niet meer naar cumarine, maar naar oud plastic. Misschien moet ik haar stiekem een nachtje in het gemaaide weiland leggen, zodat ze weer de geur aanneemt uit mijn jeugd.

Cumarine:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Cumarine

Prietpraat (10)

Jubileum! De 10e Prietpraat. Het heeft even geduurd voordat ik genoeg bij elkaar gesprokkeld had, maar hier zijn weer 10 nieuwe.

Alle uitspraken zijn gedaan door kinderen van 4, 5 en 6 jaar oud . Voor het gemak heten ze deze keer allemaal Kind. En bij een samenspraak Kind 1 en Kind 2.

Kind 1: “Wij gaan morgen naar oma”
Kind 2: “O, naar oma Hakmes?” (oma heet Agnes)

Kind bij binnenkomst: “Pff vandaag alweer de hele dag coronavirus. Het duurt wel lang hoor”

Ziekenhuisje spelen. Kind: “Wij moeten alle patiënten repareren”

Kind: “Mag ik ook een keer naar Bert z’n school?”
Ik: “?
Kind: “Die rode school toch!
(Bert werkt in Roodeschool)

Kind 1: “Mag ik ook meedoen?”
Kind 2: “Nee , meisjes kunnen niet meedoen, want wij zijn mandieten”

Kind 1:”Ik ben de koning!”
Kind 2: “Hoe heet je dan?
Kind 1: “Koning Krijk”

Kind zwaait met de toverstok: “Hokus Pokus Piraten Pas”!

Kind 1: “Zullen we buiten spelen?”
Kind 2: “Nee, ik ben meer een binnenmens”

Ik zing met een dreumes “Klap eens in de handjes, blij blij blij, op je blote bolletje allebei”
Kind: “Het is boze bolletje”
Ik: “Maar hij is toch helemaal niet boos”
Kind: “Daar kan ik wel voor zorgen hoor”

Kind: “Ik weet een heel vies woord!”
Ik: “O jee. Ok, je mag het één keer zeggen”
Kind: “Modder”

foto: Pixabay

Computer says no

Helaas is het scherm van mijn iPad gebroken. Om het niet bij een onduidelijke reparateur te laten maken en zo misschien mijn garantie te verspelen (helaas valt het scherm dan weer niet onder garantie maar wie weet wat er nog eens meer gebeurt) wil ik het via Apple Support in orde laten maken.
Ik vind het nogal een gedoe om een afspraak in de stad te maken daarvoor, dus ik regel het online.
Reparatie aanmelden moet een ‘piece of cake’ zijn. Dat je eerst je adres gegevens, je Apple ID, een verificatiecode, het serienummer van het apparaat, je bloedgroep en het menu wat je de laatste vrijdag van de maand hebt gegeten moet invoeren hoort blijkbaar bij die cake.
De reparatiebetaling moet vooraf en kan alleen via creditcard gedaan worden, dus nogmaals een hele waslijst aan nummers, codes, namen en data invullen, wachten op smsje, beveilingingscode werkt niet wilt u een nieuwe code aanvragen, wachten op smsje , laptop weer uit de slaapstand halen, formulier verder invullen, hèhè klaar, druk op ‘verzenden’.
Computer says no.
Begint u alstublieft opnieuw. Pffff. Adresgegevens, Apple ID, etc etc. PLIENG smsje: “ Uw creditcard betaling is goedgekeurd en staat in reservering”.Huh, hoe kan dat nou want ik was daar nog niet aan toe en bij mijn vorige poging kreeg ik een foutmelding.Ik maak het formulier af, druk op verzenden
Computer says no.
Nogmaals en nogmaals het hele programma doorlopen.
Computer says no en Computer says no


Ik haat bellen, maar ik pak nu toch de telefoon. Een ellenlang keuzemenu waarin ik geen toetsen moet indrukken maar antwoord moet geven. Ik zit dus tegen een computer te praten. Dat voelt ongelooflijk stom. De computerstem herhaalt mijn antwoorden en vraagt dan of ze correct zijn. “Zanik niet zo!” wil ik eigenlijk zeggen maar ik zit niet in mijn auto tegen de navigatie te praten dus ik zeg braaf iedere keer “Ja” tegen mevrouw Apple. Dan mag ik zelfs het genre wachtmuziek uitkiezen maar ik wacht liever in stilte. Na een hele poos in de wacht krijg ik een, serieus, vriendelijke mevrouw aan de lijn. Ik doe mijn verhaal . Ze vraagt naar het reparatienummer. Dat heb ik niet want ik kreeg geen bevestiging, computer said immers no!
Ze kan aan de hand van mijn Apple ID wel zien dat ik online aan het knoeien geweest ben met een reparatie aanvraag en stelt voor met mij samen een aanvraag op te stellen. We doorlopen alle stappen en ze zegt: “Om de aanvraag definitief te maken moet je op de betaallink in de mail klikken die ik je nu stuur.”
” Ok, hartelijk dank, dag mevrouw.”
Ik krijg mail. Er staat een link in die ik aanklik om te betalen. Vul mijn creditcard gegevens weer in en druk op verzenden.
Computer says no.
Ondertussen is er al een aardig groot stuk van mijn vrije ochtend verstreken met dit geneuzel, maar ik moet en zal het in orde hebben.
De mail is een no-reply adres dus er zit niks anders op om weer met Apple Support contact op te nemen. Ik heb inmiddels flinke trek want het is lunchtijd dus ik besluit het per chat te doen, kan ik ondertussen mijn broodje eten.
Op de chat een andere, weer vriendelijke , mevrouw, ik doe weer het hele verhaal en kan nu een reparatienummer geven. Hm, ze weet het ook niet. Heb ik wel genoeg op de creditcard staan? Daar gaat me een licht op. Ik heb maar een klein limiet want ik gebruik de kaart alleen als het echt niet anders kan, en er is al een bedrag gereserveerd bij mijn eerste poging. 2 x het bedrag komt boven het limiet, daar zit het probleem. “Belt u even met de creditcard maatschappij” is het advies. Ik :” Maar als ik het bedrag betaald heb kan dat toch aan dit reparatieverzoek gekoppeld worden?”
Computer says no.
Ik bel de creditcard maatschappij en vraag of ze de reservering ongedaan kunnen maken.
Computer says no.
Apple moet de reservering ongedaan maken.
Redelijk ten einde raad neem ik nogmaals contact op met Apple Support: “Kunt u de betalingsreservering ongedaan maken?
Computer says no.

Ik voel me zo langzamerhand alsof ik om Vrijgeleide A38 vraag in Het Huis waar je Gek wordt* .
“Mevrouw, ik wil een reparatie laten doen, ik heb het exacte bedrag via de creditcard voldaan, die reservering moet blijkbaar blijven staan, waarom kan ik dan die reparatie niet laten doen?”
Computer says no.
Ze kan niet in het systeem om mijn betaling aan het reparatienummer te koppelen, ik moet een nieuwe reservering doen, en dan maken ze geen gebruik van de eerste.
MAAR IK KAN GEEN NIEUWE RESERVERING DOEN WANT DAN GA IK BOVEN MIJN LIMIET
“Hm nee, dat is een probleem” Ja, dat het geen piece of cake meer is had ik ook al in de gaten.
Maar nogmaals, mevrouw is echt vriendelijk en doet haar best.
“Ik ga het opnemen met een senior medewerker, die kunnen alleen wij bereiken”
Fijn, doe dat, ik hoor het graag, dan ga ik even een poosje in een papieren zak ademen.
Maar ik word netjes teruggebeld met de mededeling dat ik met 5 minuten gebeld zal worden door de Senior Consultant, vanuit Ierland.
Nee, ik verzin het niet, vanuit Ierland. Ik zit al in de zenuwen hoe ik mijn verhaal in het Engels moet gaan doen maar meneer klinkt erg Hollands gelukkig.
Ook hij kijkt in het systeem, hoort mijn verhaal aan en op mijn vraag of hij de reservering kan koppelen aan mijn reparatie…. Computer says no.
Het systeem is zo geautomatiseerd dat er geen handmatige veranderingen kunnen worden doorgevoerd. Kunnen jullie de reservering dan ongedaan maken? Ja. Maar dat duurt een poosje. Wat is een poosje? 48 uur. En dan moet de creditcardmaatschappij het nog verwerkend.
Kan ik ondertussen op een andere manier betalen zodat mijn reparatie aangenomen wordt?

Computer says no.
Een hele verhandeling over dat Apple een heel groot internationaal bedrijf is en dat ze zo voorkomen dat er geld in verkeerde handen valt. En dat ik niet moet denken dat het kleine Nederland met bijvoorbeeld iDeal invloed kan uitoefenen op het beleid van het enorme internationale bedrijf. Hij vertelt dat overigens allemaal heel vriendelijk, zodat ik de neiging krijg om te vragen of ik ook naar Dublin zal komen om er samen bij een glas Murphy’s eens over verder te discussiëren. Maar ik bedank hem voor de uitleg en verbreek de verbinding.

Letterlijk uren gespendeerd en nog steeds een kapotte iPad zonder reparatieaanvraag.
Misschien zou Apple eens iets aan z’n systeem moeten doen. Wie weet proberen ze het wel maar Computer says no….

*

Na de hitte

Nadat ik schrok van een heel felle bliksemflits heb ik mijn ochtend niet zo. De door mij gevreesde onweersklap blijft uit, het rommelt alleen in de verte. De hond is wel onrustig en loopt heen en weer langs mijn bed. Ik val weer in slaap en droom 1000 kleine onsamenhangende droompjes, vreemd en druk, zodat ik me niet erg uitgerust voel als de wekker gaat.
Na het opstaan lukt het me niet om normaal mijn shirt aan te trekken: achterstevoren, arm door de halsopening, pas bij de derde poging lukt het.
Ik maak het ontbijt en zet de borden met brood bij de verkeerde stoel, pak een beker om melk in te schenken, maar kan de beker vervolgens nergens meer vinden. Ik zie wazig met mijn rechteroog, dat alarmeert me want dat is een voorteken van migraine. Dan merk ik dat er niks mis is, heb alleen een vlek op mijn brillenglas.
Ik ben nerveus en weet niet waarvoor, maar de onrust is erg onprettig.
Als mijn man de deur uit is lijn ik de hond aan. De lucht is zwaar bewolkt, ik kies een paraplu uit mijn verzameling, vandaag zijn de ezeltjes aan de beurt.
We stappen naar buiten. Het is koel en fris, direct verandert mijn stemming. Het begint zacht te regenen, ik klap mijn paraplu uit maar, voel nog wel spettertjes op mijn blote armen en benen. Het is aangenaam. Alle bedompte warmte van de laatste dagen verdwijnt, ook uit mijn hoofd.
We lopen langs de weilanden, een haasje drukt zich in het gras. Hij heeft zijn lange oren tegen zijn rug aangelegd om zich zo onzichtbaar mogelijk te maken, kleine natte piekjes steken omhoog op zijn kruin, hij ziet er aandoenlijk uit. De hond heeft hem niet gezien, ik kan over de berm heen kijken. Stilletjes knik ik het haasje toe: blijf maar zitten vriendje,we doen je niks.

De regen ruist en alles om mij heen voelt heerlijk fris aan. Ik wil wel een hele lange wandeling maken, maar zowel gerommel in de verte als de wetenschap dat ik zometeen aan het werk moet, zorgen dat ik weer richting huis ga. Ik loop over een houten bruggetje en let goed op, het kan glad zijn nu het na dagenlange hitte ineens weer is gaan regenen. Ik besef dat mijn hoofd het weer doet , de frisheid buiten is weldadig.
De pony’s in de wei liggen ook niet meer loom in de buurt van de watertank. De moeders grazen, de veulens springen en rennen. Hun natte lijven geven een zware geur af, ik zie ze letterlijk dampen.
Als ik thuis kom voel ik me veel meer verkwikt dan na een nacht slapen.
Ik zet de paraplu op de oprit om uit te druipen en ga naar binnen. De warmte slaat direct op me, maar ik doe alle ramen en deuren open.
Op de vensterbank bij het open raam drink ik tevreden mijn koffie. De hond eet zijn ontbijt en komt dan onder de vensterbank liggen.
Nog even een ontspannen momentje samen voor de werkdag begint. Ik ben er klaar voor.



Contra Lifehacks

Hou je ook zo van lifehacks? Van die relatief kleine tips die een klusje makkelijker kunnen maken. Geen wereldschokkende dingen, gewoon handigheidjes. Bijvoorbeeld dat je verse gember heel makkelijk kan schillen met een lepel. Dat verzin jezelf niet, (ik tenminste niet) maar het is echt waar en het scheelt een hoop gepiel, geknoei en tijd. Of dat je een rodewijn-vlek in je tafelkleed eerst moet inspuiten met wat haarlak voor dat je het kleed in de wasmachine doet. Geen idee hoe het werkt, maar de vlek gaat eruit!

Maar, haaks op deze handigheidjes staat de praktijk. Want ik heb een heleboel contra-lifehacks.
First-world problems, ik weet het, want het gaat nergens over. Maar deze zijn denk ik toch wel herkenbaar. In dit geval vind ik 13 wel een toepasselijk getal.

1

Het is vandaag zulk prachtig weer, ik kan het niet maken om de wasdroger aan te zetten.
Ik heb er een hekel aan, maar hang alle theedoeken, vaatdoeken, t-hirts, onderbroeken, en talloze sokken plichtsgetrouw aan de droogmolen (die sokken moeten ook nog per paar want anders vind ik het niet netjes) en raap nog 3 x de spijkerbroek van de grond die eigenlijk te zwaar is voor de knijpers.
Als de was bijna droog is begint het vanuit het niets te regenen. Elke f*** keer! Ik laat alles (behalve als het een kind is) uit handen vallen en raus alle theedoeken, vaatdoeken, t-shirts, onderbroeken en de talloze sokken weer van de lijn. Omdat het wasgoed nog niet droog genoeg is keil ik alsnog alles in de droger.

2

We hebben een vaatwasser. Wat handig. Maar deze pan mag er niet in. En die andere pan eigenlijk ook niet. De glazen hebben een opdruk, die mogen ook niet. En die beker die we uit Engeland meegenomen hebben is ook niet vaatwasserbestendig. De messen uit het messenblok mogen vanwege het heft er ook niet in. De houten lepels ook niet. En vervolgens sta je dus nog driekwart met de hand af te wassen en te drogen.

3

Wat leuk, die setjes keukendoeken. Een handdoek en theedoek die mooi bij elkaar passen, daar hou ik van! Waarom is er dan altijd iemand die daar niet naar kijkt en lukraak in het kastje graait zodat er ALWEER een stel doeken hangt die niet bij elkaar passen! Ik noem geen namen.

4

Tijd voor een nieuwe wc-rol. Ik draai hem zes keer rond voordat ik kan vinden waar het begin is. Ik zie tenminste een naad, maar niet welke kant op die geplakt zit. Met geen mogelijkheid is het netjes los te halen, dus vinger onder het papier en losritsen. Flardjes wc-papier dwarrelen op de grond en wat er van de rol komt is slechts 1 van de 3 lagen. Het is een ware breinbreker om het papier zo af te rollen dat uiteindelijk alle 3 de lagen meekomen, alleen is de bovenste laag nog altijd een velletje langer. Mysterie.

5

Ik heb ons salontafeltje ge-whitewashed en druk iedereen op het hart om vooral NOOIT meer kopjes en glazen neer te zetten zonder een onderzettertje te gebruiken.
Zulke leuke onderzettertjes ook! Maar dan blijken ze potverdorie zelf kringen achter te laten. Niet weg te poetsen bruine kringen op ons witte tafeltje. Ik baal.

6

De zon schijnt. Jemig wat zien die ramen eruit, die moeten nodig gewassen. Emmertje met water en spiritus, queeste voor de spons die op de telescoopwisser past maar die nooit op de plek ligt waar hij hoort. Bij het naar buiten lopen vergeten dat de telescoopwisser langer is dan de deur hoog is. Proberen tijdens het zemen niet het water in mijn mouwen te krijgen. Tevergeefs.
Zo, klaar, streeploos, mooi!
Het gaat regenen.

7

17 dekseltjes van diepvriesdoosjes in de kast maar ze passen geen van allen op het bakje waar ik net een restje chili con carne in heb gedaan. Overigens heb ik maar 12 bakjes. Geen idee waar de andere dekseltjes van zijn en waarom ik die überhaupt bewaar. Ik denk omdat ze iedere keer zo gezellig uit de kast komen vallen als ik het deurtje opendoe.

8

En nu is het afgelopen met die rommel in de la! Ik haal alles eruit, gooit meer dan de helft weg en hou nog heel veel over. Ik sorteer en hou minstens 7 dingen over die in geen enkele categorie passen. Ik ben het zat en flikker alles weer in de la. Klaar.

9

Ik ga schilderen. Ik krijg het niet af. Handige tip (lifehack!) : folie over de verfkwast, dan blijft ie zacht. Ik heb de dagen er na geen tijd om verder te gaan. Uiteindelijk zit de folie aan de kwast geplakt zodat ik het flintertje voor flintertje eraf moet halen, zitten mijn handen al onder verf voordat ik ook maar iets gedaan heb, blijken een aantal kwastharen alsnog tot harde staafjes ingedroogd te zijn, zodat ik de kwast uiteindelijk alsnog weggooi Geen nieuwe in huis, dus ik kan het werk nog steeds niet afmaken.

10

Ik koop eindelijk een nieuwe afwasborstel. Man maakt er de bbq mee schoon. Nieuwe afwasborstel nog viezer dan de vorige. Ik vergeet de komende 5 boodschappenrondes een nieuwe afwasborstel te kopen

11

Over boodschappen gesproken: In de winkel: o ja, de azijn* is op. Ik koop azijn. Ik kom thuis en zie in de kast 4 flessen azijn * staan. (* vervangbaar door: kaneel, kappertjes, citroensap en roomboter)

12

Ik moet de afzuigkap schoonmaken en het filter vervangen. Schuif het ding uit,haal het filter eruit en poets de binnenkant. Vergeet zoals ALTIJD dat ik eerst het lampje moet uitdoen voordat ik er met de natte doek overheen ga. Knal, schrik, lampje kapot, scherfjes glas op het fornuis. Uiteraard geen ander lampje in huis. Neem me voor om de volgende keer het lampje uit te doen bij het poetsen. (nu kun je weer bij de eerste zin van nr 12 beginnen te lezen)

13

Ik ga stofzuigen, ook onder de bank. Ik hoor iets rammelen door de stofzuigerbuis. Ik wil persé weten wat ik heb opgezogen: belangrijk stukje lego, verloren oorbel, dat ene missende knoopje?
De stofzak zit erg vol, door de opening is niet zichtbaar wat ik heb opgezogen. Ik leg een krant neer en knip de stofzak open. Het stuift dus ik krijg een hoest- dan wel bescheiden astma-aanval. Ik graai in kluiten stof, hondenhaar en kruimels.
Ik vind wat! Het blijkt een paperclip.
Ik draai kuchend de opengeknipte stofzak in de krant en gooi hem weg. Wil daarna de geknoeide stofresten opzuigen, maar moet eerst een nieuwe zak in de stofzuiger doen. Stofzuigerzakken op.