Vaderdag

“Flauwekul”, zegt de een. “Allemaal commercie” zegt de ander. “Alleen maar leuk zolang ze klein zijn en een sleutelhanger voor je knutselen”, zegt de derde.
Prima, van mij mag het, ieder zijn mening. Maar hier doen we wel wat aan Vaderdag.
Nee, Bert is mijn vader niet. Maar hij is wel de vader van mijn gezin. En ik vind het leuk om iemand waar ik van hou een keertje extra in het zonnetje te zetten. Het gaat mij er om, en dat is ook zo met Valentijnsdag en Moederdag, dat het gewone dagelijkse leven even wat meer glans krijgt. Omdat je eventjes extra laat zien dat de ander zo belangrijk voor je is.
“Dat kan toch iedere dag, daar heb ik zo’n speciale voorgeschreven dag niet voor nodig” bromt de vierde.
Klopt helemaal. Maar tussen kunnen en doen zit een groot verschil. Want in de praktijk leven we maar al te snel gewoon ons leven. We nemen de ander vaak als vanzelfsprekend aan . “Hij/Zij weet toch wel dat ik van hem/haar hou.”
Ja, natuurlijk wel. Maar is het niet ontzettend leuk en fijn , een beetje extra waardering? Ik vind van wel. Ik heb dat wel nodig, zowel om te geven als om te krijgen.
En nee, niet alleen maar op een speciale dag. Ook gewoon een keertje totaal onverwacht. Maar die speciale dagen, daar kan ik me ook echt op verheugen. Net als op een verjaardag. Bedenken hoe we die dag gaan invullen, wat voor  lekkers we  gaan eten, wat we voor gezelligs gaan doen. Verzinnen waar ik mijn geliefde een plezier mee kan doen, blij zijn met wat er voor mij gedaan en bedacht is. Kortom: hoe we het gaan vieren.
En beetje extra sjeu aan het leven van alledag.
Van mij mag het. Graag zelfs.

img-20190616-wa0007~27278404577282428827..jpg

Schrijven

Gister voelde het alsof ik zat te wachten op de uitslag van een examen. De winnaars van een schrijfwedstrijd, die was uitgeschreven door een uitgeverij, zouden bekend gemaakt worden.
Ik had mijn verhaal in Maart al ingestuurd, was vrouwmoedig geduldig gebleven toen ik bericht kreeg dat de uitslag twee weken later dan de planning zou komen, vanwege het overweldigende aantal inzendingen, maar gister was mijn geduld uitgeput. Ik wilde zo graag weten of de jury net zo enthousiast was over mijn verhaal als ik zelf! Ik schrijf altijd al en de laatste tijd heel veel. De frequentie van de blogs hier is daar een bewijs van.
Maar verhalen bedenken en schrijven is ook  iets wat ik altijd al heel erg graag heb gedaan. En dan vooral met sprookjesachtige elementen erin verwerkt.
Op de lagere school schreef ik al heel graag opstellen, ik heb nog een schoolkrant bewaard waar een sprookje van mij instaat: “De reus die niet kon praten”
Voor het examen Nederlands op de middelbare school moest ik ook een opstel schrijven. Er waren verschillende opdrachten waar je uit kon kiezen en ik koos: ‘Verklaar door middel van een zelfbedachte sage of legende de naam van een stad, dorp of gehucht.’
Ik schreef een verhaal over het gehuchtje Bloemkoolstronkeradeel en kreeg daarvoor een 9. Dat was wel een gloriemoment in mijn verder nogal gemiddelde schoolloopbaan.
Op de kleuterleidsters-opleiding moesten we natuurlijk ook verhalen leren vertellen, en we  leerden heel veel over het belang van sprookjes en fantasieverhalen.
Als kind had ik al een prachtig sprookjesboek met werkelijk toverachtige platen erin, het is haast stukgelezen. En ik had een sprookjesboek van de Efteling gekregen, met de karakteristieke tekeningen van Anton Pieck. Ook dat boek viel bijna uit elkaar. Nu moest ik voor mijn school sprookjesboeken kopen: ‘Grimm’s verzamelde sprookjes voor kind en gezin’ en ‘Sprookjes van Andersen’ Van die laatste titel heb ik later een antiek exemplaar gekregen, gebonden in rood leer en de bladzijden gelig met bruine spikkels van ouderdom. Mijn pronkstuk in de boekenkast. Maar ook voor mijzelf verzamelde ik een mooie collectie boeken. “De elfen” met tekeningen van Brian Froud en Alan Lee. Deze heren hebben later meegewerkt aan mijn ultieme lievelingsfilm aller tijden: The Dark Crystal, van Jim Henson.
Een boek over Reuzen, Fabels van La Fontaine, de complete serie boeken van Tolkien, inclusief een Bestiarium. Twee boeken over the Dark Crystal, wat afgelopen kerst aangevuld is met een werkelijk schitterend nieuw boek over het zelfde onderwerp.
Toen ik aan het werk ging op de kleuterschool verzon ik eindeloos verhaaltjes voor de kinderen. Al gauw bleken de avonturen van het bosmannetje Krieltje favoriet bij mijn leerlingetjes.
Begin jaren 2000 ging ik de verhalen opschrijven en maakte ik er tekeningen bij. Uiteindelijk had ik een bundeltje gemaakt wat ik de titel “Een jaar met Krieltje” gaf, twaalf verhalen, verdeeld over drie per seizoen.
Ik maakte er een keurig manuscript van en stuurde dat naar verschillende uitgevers van kinderboeken. En altijd kwam het weer terug, met een begeleidend briefje waarin, in vele varianten, deze boodschap stond: ‘Goed verhaal, doen we niks mee’.
Ok, dan niet. Maar ik had het gevoel dat ik iets gemaakt had wat kinderen plezier kon geven, dus ik benaderde in 2009 een printing-on-demand uitgever. Die maakte er wel een leuk boekje van, alleen komt het via die weg niet in de boekhandel terecht, en de reclame ervoor moet je ook zelf maken. Ik kan dus niet zeggen dat het mijn grote doorbraak is geworden. Toch ben ik er nog steeds trots op en vinden de kleintjes hier het erg leuk als ik er uit voorlees. En ik vind het geweldig als een kleuter op z’n hurken gaat zitten bij een grote eikenboom om te onderzoeken of dit misschien de boom van Krieltje is. Dan voel ik gewoon zelf weer de magie van vroeger. Eerlijk gezegd denk ik dat het  bij mij nooit echt overgegaan is, die magische fase.
Met het schrijven van blogs, dus schrijven voor volwassenen, bleek ik ook aardig mijn ei kwijt te kunnen. Ik merkte dat ik echt blij word van schrijven, en ook blij als mensen me laten weten dat ze mijn stukjes gelezen hebben en waarderen. Ik ging wat meer durven, zoals artikelen schrijven voor een online-magazine. En sommige blogs van Daagse Dingen worden daar ook gepubliceerd.
Een paar maanden geleden besloot ik een account aan te maken op een schrijvers-site. Ik heb er zelf nog niet veel opgezet, afgezien van een stukje om mezelf voor te stellen. Maar wel heel veel gelezen, zowel schrijfsels van andere amateurs zoals ik, als artikelen over schrijven.
Op die site staat ook een overzicht van landelijke schrijfwedstrijden.
Mijn oog viel direct op: “ Hier, toen en nu – schrijf een verhaal waarin een sage uit jouw buurt een rol speelt in het heden”
Dat was nou echt iets wat in mijn straatje past. Ik ging gelijk enthousiast op zoek naar volksverhalen uit deze omgeving en vond er een die me erg aansprak. De dagen daarna liep ik te broeden op mijn eigen verhaal. Heerlijk vind ik dat, in mijn hoofd een verhaal maken, bijvoorbeeld tijdens het wandelen met Lenny, of tijdens het stofzuigen of strijken, terwijl er nog geen pen of laptop aan te pas komt.
Toen ik tevreden was, typte ik het verhaal uit, probeerde het objectief op taal- en typfouten te beoordelen en stuurde het op.
Dat was nog wel even een spannend moment. Durf ik dit? Maak ik mezelf niet belachelijk met dit verhaal? Kan ik tegen kritiek? Is het goed genoeg?
Mijn vinger heeft echt even een poosje boven de knop “Verzenden” gezweefd, ineens vond ik het eng. Maar ach, wat hing er vanaf, als het niks werd?
“Courage, Willow” citeerde ik in gedachten een quote uit een geliefde fantasy-film, en ik verzond de mail met het verhaal.
Ik wilde het eigenlijk aan niemand vertellen, uit een misplaatst soort zelfbescherming denk ik, maar later heb ik het toch wel aan Bert verteld en het verhaal aan hem voorgelezen. En toch ook maar aan mijn eigen kinderen verteld dat ik aan een wedstrijd had meegedaan, zonder verder in details te treden.
De mededeling dat het aantal inzendingen overweldigend was, maakte me wel wat onzekerder. Dan moest ik toch wel ècht iets goeds afgeleverd hebben, wilde ik bij de winnaars horen.
Ik wilde dit ZO graag, ik kan eigenlijk niet eens aan mezelf goed uitleggen waarom dan. Erkenning, heb ik dat echt zo nodig? Winnen? Ik ben helemaal niet zo competitief.
Op 9 juni zou de uitslag komen. Vanaf ’s morgens 10 uur (nee, stiekem al eerder) keek ik regelmatig op mijn mail. Niks. We gingen op bezoek in Holten , waar mijn zus en zwager de hele familie hadden uitgenodigd voor een barbecue. Het was heel gezellig, met allemaal lekker eten en drinken,en de hele dag buiten zitten, maar ik vergat niet om af en toe heel snel even mijn mail te checken. Niets.
Het werd avond en ik dacht: het komt nu niet meer. Ik heb niet gewonnen, anders had ik het nu wel gehoord. Jammer hoor. Maar ach, het was te verwachten. En gelukkig hadden we een heel leuke dag met elkaar.
Op een gegeven moment pakte ik mijn telefoon nog even om te kijken hoe laat het was, ik wilde niet graag in het donker rijden. Het was bijna 20.00 u. en ik zag dat ik een icoontje van Outlook op mijn scherm had. Ik klikte het aan en las direct: Annelies, gefeliciteerd! Jouw inzending is één van de uitgekozen verhalen!
“Jaaaa” riep ik keihard, zodat de familie verschrikt de gesprekken staakte en naar mij staarde. Ik vertelde stuiterend dat ik gewonnen had en iedereen was natuurlijk blij voor me.
Het voelde als de uitslag van een examen , zei ik al in het begin. Ik ben geslaagd. Maar ik heb toch maar niet de vlag uitgehangen met mijn laptop eraan.Nu is het wachten op de bundel waarin mijn verhaal, samen met nog 10 andere, zal worden gepubliceerd. Mijn eerste publicatie bij een echte uitgeverij. Ik ben zo trots…..

img_20190610_1236354051850421844884772215.jpg

Prietpraat (8)

Tien nieuwe prietpraatjes,  ik blijf er van genieten.

Het heeft geregend en Pim (3jr) staat voor het raam:
“Hé, Buiten is onder de douche geweest!”

Simon (5jr) ; “Ik ben een keer met de trein geweest
Ik:  “Wat leuk, waarheen?”
Simon:  “Naar een ander treinstation” 

Pim blijft eten en ik vraag: “Wat vind jij lekker?”
Pim:  “Gapsketti

Lars (8jr) :  “Ik had me zeer gedaan, want ik strokel” 

Dylan (4 jr)  tegen mama: ” Waarom neemt Annelies Bert mee op vakantie?”
Mama:  “Dat is toch gezellig, ik neem jou toch ook mee op vakantie?”
Dylan:  “Ja maar Bert is al groot, die kan al alleen thuis blijven”

Pim:  “De deur voor de poep is nog dicht”  (=WC-deksel)

Leroy (5 jr): “Ik heb een spel op de PlayStation en dan ben ik de goederik”

Dylan:  ” Ik kan heel goed rijmen, hoor maar.   Bami……… Kroepoek!!!”

Pim:  “Annelies?”
Ik: “Ja?”
Pim:  “Ik vind jouw voeten zo mooi, ze lijken op een Lamborghini 

De postbode bezorgd een pakketje van Bol.com,  nieuwe boeken
Dylan: “Waar zijn die voor?”
Ik: “Die nemen we volgende week mee op vakantie”
Dylan: “Waarom?” 
Maurits (10 jr) : “Dat is iets wat oude mensen doen”

En daar kon ik het weer mee doen.

bami_v2513678015797302003.jpg

(foto:  lekkererecepten.nl )

Zomaar

Begin deze week heb ik mezelf een lichte hersenschudding bezorgd. Tijdens een klusje op zolder stootte ik knijterhard de zijkant van mijn hoofd tegen een dakbalk. Ik had beter naar Bert Visscher moeten luisteren, die dringend adviseert om toch vooral “de helm!” te gebruiken, zelfs bij het bloemschikken.
Na de dreun moest ik overgeven, dacht toen wel te weten hoe laat het was, en de huisarts bevestigde mijn vermoeden.
Kalm aan doen, was het advies. Dus ik heb afgelopen week heel gedoseerd gewerkt, ik heb gelukkig heel lieve en begripvolle vraagouders.
Langzaamaan gaat het beter, ik heb vannacht ook weer goed geslapen. De eerste nacht moest ik om de twee uur gewekt worden, en later werd ik steeds wakker als de beurse plek op mijn arme hoofd in aanraking kwam met het kussen.
Maar zoals gezegd: vannacht wel weer goed geslapen, dat geeft de burger moed. Ik had vandaag ook alleen maar voorschoolse opvang, dus vanmorgen om half 9 had ik al weekend. Wat een luxe!
Het is mooi weer, maar dat is jullie ook ongetwijfeld al opgevallen. Ik was ook niet duizelig meer, dus durfde het wel aan om een klein autoritje te maken, met Lenny naar het bos.
Daar aangekomen ging de hond volledig uit z’n bol, ik deed het wat rustiger aan. Maar genieten was het wel. Ik wou bijna zeggen: er was geen sterveling. Maar dat is niet waar, het wemelde van leven. Alleen waren Lenny en ik de enige hond en mens in het hele bos. Het gonsde van de insecten rondom de bloemen. De vogels en de kikkers deden een concertwedstrijd. De kikkers hadden het grootste volume, de vogels de beste melodieën, dus het bleef onbeslist.
Ik werd toch wel vrij snel moe van het wandelen, maar ik had de tijd aan mezelf, dus ik ging op een mooi plekje even lekker zitten. Aan de waterkant, bij een inhammetje tussen het riet, in de zon. Hoe fijn wil je het hebben! Als dit niet rustgevend was, wist ik het ook niet meer.
Op het water zag ik kleine schaatsenrijdertjes, hun pootjes maakte minuscule kringetjes. Een libelle vloog over, het lijfje iriserend blauw en met prachtige gazen vleugels. Het is dan wel een roofdier, maar wel een prachtig en romantisch roofdier.
De zon scheen op het water en vlak onder de oppervlakte zwommen kikkervisjes, als een paar bovenmaatse spermatozoïden. Het is blijkbaar een heel doeltreffend ontwerp, want die vorm kom je vaker tegen in de natuur. Ik weet niet of je wel eens verse broccoli schoonmaakt, maar je snijplank ziet er daarna uit alsof er een marsmannetje geëjaculeerd heeft.
Het was zo prettig om daar zomaar te zitten in het gras, te kijken, te luisteren en te genieten. Lenny scharrelde om me heen en stapte van tijd tot tijd in het slootje. Hij is geen zwemmer, wil altijd vaste grond onder de poten hebben. Hij knoeit wel graag wat rond in het water, en als hij er daarna uitkomt moet hij zich altijd uitschudden op de meest perfecte plek die een hond kan bedenken: op 3 cm afstand van de baas.
Dus ik kreeg zo nu en dan een douche van slootwater, gelukkig zonder kikkervisjes en schaatsenrijdertjes.Die hoef ik niet in mijn haar.

img_20190524_1233556201639419336340148399.jpg
Lenny let nooit goed op waar hij het water instapt, een rietstengel meer of minder maakt hem niet uit. Sommige stengels verdwenen dan ook ruisend onder water en ik wou Lenny al vermanen om een beetje voorzichtig te doen, toen ik zag dat de stengels zich uit zichzelf weer heel statig , als in slow-motion, oprichtten. Zoiets kleins, maar ik was gefascineerd. Ik hoef dus niet altijd in te grijpen, de natuur kan het heel best zonder mij.
Dit hele stuk natuur zou er overigens niet geweest zijn zonder ingrijpen van de mens, dat dan weer wel. Het is een stukje van het ingepolderde Lauwersmeer. En het is prachtig.
Toen ik op de lagere school zat, zag de kaart van Groningen er nog anders uit, toen was de plek waar ik nu op dit moment zat, een hap uit het land.
Bert weet nog goed dat het Lauwersmeer dicht ging, toen het klaar was stonden de schoolkinderen met vlaggetjes paraat om de koningin te bejubelen die het nieuwe gebied officieel opende.
Maar helaas stond Juul op het moment- suprême met haar rug naar de kindertjes toe en hoe wanhopig Bertje ook met zijn vlaggetje wapperde, het mocht niet baten. Ze keek niet. Het is volgens mij nog steeds een pijnlijke herinnering, om zo genegeerd te worden door de moeder des vaderlands.
Ik had dan wel alle tijd aan mezelf, maar mijn maag dacht er anders over. Die gaf knorrend aan dat het inmiddels toch echt wel lunchtijd was. Dus ik stond op en ging met Lenny weer terug naar de auto, en naar huis. Daar was nog een lekker restje tagliatelle in de koelkast, ik had vanwege de hersenschudding niet veel trek de afgelopen dagen. Maar nu smaakte het me wel.
Al met al was ik toch moe geworden, dus een cd-tje van Hammock (dank je wel Tim!) in de speler en lekker even op de bank liggen. Blijkbaar heb ik ook wel echt even geslapen want het was zomaar 5 kwartier later en de cd was afgelopen.
Zin om een blogje te schrijven, dus bij deze. Nu maar even snel plaatsen, lang achter een scherm zitten is ook nog niet prettig voor mijn hoofd.
Maar als de dagen om te herstellen zo zijn als vandaag, dan komt het helemaal goed.

Micro-avontuur

We gingen zaterdag een avondje uit. Irene en Jan gingen afdansen na hun derde jaar en wij waren uitgenodigd om te komen kijken en aanmoedigen. Natuurlijk moesten we er wel een beetje netjes uitzien, dus een mooi moment voor mij om naar de kapper te gaan en mijn haar op te laten steken. Mijn haar is zo steil en pierig dat ik er zelf niet veel mee kan aanvangen om er iets feestelijks van te maken.
De kapster draaide dan ook allemaal rollers in mijn haar, zodat ik straks wat volume had om mee te werken. Toen alle krulspelden erin zaten en de kapster de droogkap ging instellen, zette ik mijn bril weer op en keek naar mezelf in de spiegel. Jemig, daar zat mijn moeder! Ik schrok er gewoon van, zoveel leek ik op haar. Mijn moeder ging vroeger iedere zaterdag naar de kapper voor wassen/watergolven en ik ging nog wel eens mee voor de gezelligheid. Dan zag ze er echt net zo uit als ik nu. Om de gelijkenis compleet te maken kreeg ik een damesblad te lezen. Ik bladerde het een beetje door, ben niet zo van de tijdschriften eerlijk gezegd. Maar je moet de tijd onder die kap toch zoek brengen dus ik las een heel artikel. Het ging over “ micro-avonturen”. Ik dacht dat het over de natuur zou gaan, zoiets als wat ik laatst in onze tuin aantrof.
img-20190417-wa00115647115602836080823.jpg
Maar het was iets anders, iets wat trendy is. Tijdens het lezen moest ik toch echt even mijn wenkbrauwen optrekken. Was dit serieus? Ja, het was serieus, er is zelfs een boek over verschenen.
Met tips voor micro-avonturen, als tegenwicht voor wereldreizen. Het schijnt namelijk zo te zijn dat mensen moe worden van verre reizen maken. Ga dan niet, zou je zeggen. Maar er is blijkbaar een groep die druk voelt om dat wel te doen, omdat ze anders niet meetellen. Je moet veel van de wereld zien, andere culturen ontdekken, “out of your comfortzone”gaan, wil je een beetje kunnen mee praten, en iemand zijn.
Dus je moet kunnen vertellen, liefst met reisblogs en foto’s op social media wat je allemaal voor extreme dingen gedaan hebt. Hiken in de Sahara, gebedsvlaggen weven in Tibet, sawa-waden in Indonesië, piranha-knuffelen in de Amazone enzo.
Maar als tegengeluid is er nu het micro-avontuur! Gewoon thuis in je eigen omgeving en het is enorm heilzaam en ontspannend en verrijkend. Sjonge. Als ik het zo lees was ik al heel lang erg trendy voordat het trendy werd. Want ja joh, we gaan wel eens zomaar picknicken op een plek die we niet tevoren uitgezocht hebben! We wandelen in onze eigen omgeving! Ik ga met de opvangkinderen naar een blote-voeten- pad en ben daar de hele dag zoet met spelen en ontdekken. Met mijn eigen kinderen ging ik naar het zanddepot in Zeewolde en we konden uren geboeid zijn door een vijvertje met kikkers, visjes, en waterplantjes. Of we gingen naar de dijk, een veldboeketje plukken, van de dijk rollen, op je rug liggen kijken wat je in de wolken kon zien. En nog verder terug in de tijd ging ik met mijn ouders en broer en zus naar de zandverstuiving. Of naar het bos in Lage Vuursche, hutten bouwen. Of op de hei spoorzoekertje doen.
Dat heet nu blijkbaar ineens een micro-avontuur. Nou ja zeg. Voor mij, en voor de meeste mensen die ik ken is dat toch iets heel normaals! Maar het lijkt alsof er iets nieuws en heilzaams uitgevonden is waarvan we allemaal opgelucht moeten zeggen: Ja, dat is het! Voor mensen die alle uithoeken van de wereld al gezien en beleefd hebben en daar doodmoe van zijn, of mensen die gestressed denken dat ze dat nog moeten gaan doen om er een beetje bij te horen. Je moet dan niet gewoon lekker iets simpels gaan doen en daarvan genieten, nee je moet een micro-avontuur beleven. Want je moet wel trendy blijven.
Eigenlijk word ik daar een beetje triest van, dat het zover gekomen is.
Ik ken mensen die graag verre reizen maken, maar dat doen ze omdat ze dat zelf willen, omdat ze ervan genieten. Blijkbaar zijn er ook mensen die dat niet zo voelen, maar die dat doen omdat ze denken dat je er anders niet bij hoort of niet opvalt. En die krijgen dan stress en die moeten dan weer een nieuwe trend kunnen volgen, het micro-avontuur.
Micro-avontuur. Eigenlijk vind ik het compleet belachelijk als ik het mag zeggen. Een hippe naam voor iets wat al sinds mensenheugenis bestaat. Net zoals een plantsoentje nu ineens een tiny-wood heet. Ik krijg er kromme tenen van, echt.
Zulllen we weer even normaal doen nu? Fijn.
“Pieng” zei de droogkap en ik kwam er met vuurrode oortjes onder vandaan. Alsof ik net een heel stout artikel gelezen had in het o zo brave damesblad.
De kapster maakte wat moois van mijn haar, ik betaalde en ging naar huis. Onderweg zag ik een viskraam en dacht: “Ja! Ik ga Bert verrassen met een micro-avontuur! We gaan helemaal ongepland een harinkje eten!”
En wat was het heilzaam en verrijkend. Ik heb de werkreis sandalen vlechten in Nepal daarom maar afgezegd.

Lijstjesleed

Vandaag een gecombineerde blog, met als hoofdauteur mijn dochter Irene, die het eerste gedeelte geschreven heeft.

“Boodschappen doen. Een van de (huishoudelijke) taken die iedere keer weer terugkomt. Want al kom je met tassen vol thuis, de week erna is toch je koelkast weer errrg leeg.
Ik, of nou ja, laten we eerlijk zijn, wij, want meestal gaan we gezellig met z’n tweetjes na dansles, doen 1 keer per week boodschappen. Ik maak van te voren een lijstje wat ik die week allemaal wil eten (zoek al lekker receptjes op etc) en zorg dat alles in huis is. Brood kan in de vriezer, groenten goed bewaard blijft echt wel een week vers.
Het lijstje staat ook altijd op volgorde van de winkelindeling, want anders loop ik tachtig keer kriskras de winkel door en dat is irritant.En als er net niet is wat ik nodig heb, ga ik tussendoor nog even een keertje gauw naar de supermarkt om de hoek om dat te halen. Daar kom ik niet zo graag, want ik vind hem duur en onhandig ingericht, maar het is wel handig dat er eentje vlak bij zit.
Afijn!
Ik zei dus, ik maak een lijstje wat ik nodig heb. Maar gedurende de week loop ik heus wel tegen dingen aan die niet met avond eten te maken hebben maar die wel gekocht moeten worden. Jan en ik hebben een app, Todoist. Echt een walhalla voor mensen die van lijstjes houden . Wij dus. En trouwens, moeders is ook een lijstjes koningin.
( Klein zijstapje: Wij hebben tienduizend projecten in Todoist staan. Variërend van “boodschappen” tot “inpakken vakantie” tot “huisklusjes” tot “lekkere wijnen”, “films die we nog willen zien” noem maar op. En het ideale is, als ik er wat in zet wordt Jan zijn lijst ook automatisch geüpdatet)
Dit is natuurlijk ook ideaal voor boodschappen. Bijvoorbeeld:  ik sta te koken en maak  de bakboter bijna op. Hoef ik alleen maar te roepen naar Jan dat ie de bakboter even in de lijst moet zetten en hup het kan uit mijn hoofd. En ik zorg dat de volgende keer met boodschappen doen er dus bakboter mee komt. Voor we in de winkel zijn schuif ik alles even op volgorde van de paden, zodat het boodschappen doen lekker snel gaat.
Ideaal klinkt dat hè?
In principe wel ja! Maar dan loop je in de winkel en denk je ineens: OH WACHT volgens mij was dit of dat ook bijna op!
Wat dus eigenlijk niet kan, want dan had het wel in de lijst gestaan. Maar ik ben er dan van overtuigd dat we het ècht niet hebben, dus het moet ook mee.
Op een of andere rare manier gebeurt dit de laatste weken met eieren. Ik weet niet hoor, maar ergens is mijn hoofd panisch dat er een moment komt dat we geen eieren hebben denk ik. Een paar weken geleden appte ik moeder al met een foto. Ik ging de boodschappen opruimen, waaronder dus nieuwe eieren, zag ik dit:

img-20190412-wa00108052242137069378795.jpg

Nou, best ruim voor twee personen,  zou je zeggen.
Afgelopen maandag gingen we weer boodschappen doen. En vraag me niet hoe het kan hoor. Het lijstje werkten we netjes af. Maar mijn hoofd was weer all over the place: . “oh we moeten nog rozemarijn!!!” “oh tandenstokers!” en je voelt hem aankomen denk ik hè…. “oh we moeten nog eieren” En dus vloog ik ondanks onze mooie lijst nog van hot naar her door de Jumbo. (diepe zucht van Jan als gevolg, want ik mag niet meer zo rennen en vliegen van hem)
Maar ik deed het toch, want ik moest gewoon die dingen hebben die niet op het lijstje stonden, maar wel van levensbelang waren.
Dus……

 

Leuk hoor, lijstjes. Het werkt, echt! Maar alleen als je je er aan houdt 😉 ”

Ach, die Irene.  We zullen het maar op zwangerschapshormonen houden.  Nou ben ik zelf, zoals ze al noemde, inderdaad de koningin van de lijstjes. Maar ik heb nog wel eens de onhebbelijke gewoonte om mijn boodschappenlijstje ofwel thuis te laten liggen ofwel kwijt te maken (éen keertje heb ik het zelfs per ongeluk gepost met de kerstkaarten) en ik heb niet zo’n fancy app op mijn mobiel.  Twee redenen:  ik wil graag mijn handen vrij hebben bij het boodschappen doen, en mijn man heeft niks met lijstjes dus dat samen invullen is bij voorbaat al tot mislukken gedoemd.
Maar wat Irene hierboven beschrijft, doe ik ook. Al jaren.  Nog niet zo lang geleden heb ik het laatste busje kaneel van de Edah uit Zeewolde leeg gemaakt.  Er is 14 jaar geleden een idiote hoeveelheid kaneelbusjes meeverhuisd, omdat ik daar toen ook steeds in de winkel dacht: Oja , de kaneel is op.
Ik heb het gehad met azijn.  Op den duur had ik 6 flessen azijn in de kast staan. Nuttig wel ja, als de 3e wereldoorlog uitbrak, had ik tenminste een goede voorraad azijn.
Kappertjes, ook zoiets.  Iedere keer als ik pizza of fishpie wilde maken kocht ik weer een potje “want de kappertjes waren op” En ook iedere keer openmaken hè? Dus afgezien van de 4 potjes in het keukenkastje heb je dan zo’n  koelkast: img-20180119-wa00024322505583297517354.jpg
En dan word ik zo moe van mezelf…..
Ook omdat dingen die ècht op zijn dan niet gekocht worden, omdat ik die elke keer vergeet.  Knijpers bijvoorbeeld.
Al ben ik bang dat àls ik dan op den duur bedenk dat ik die moet kopen,  ik uiteindelijk een vakantiechalet kan gaan bouwen van de knijpers die ik dan inmiddels gekocht heb  vanwege “O ja. knijpers!”
Irene heeft een excuus vanwege haar zwangerschap, zeggen we.  Maar volgens mij is ze gewoon erfelijk belast.

 

Handwerkles

Men weet inmiddels vast wel dat ik van handwerken hou. Dat is niet altijd zo geweest, jaren geleden heb ik er nog eens een blog over geschreven: Zus en zo
Daar eindig ik met dat ik inmiddels heel veel gebreid heb. Maar de laatste jaren heb ik ook heel veel gehaakt. Ik heb al minstens 10 dekens gehaakt (heerlijk die grote projecten) en ook een heleboel klein spul. Knuffels, popjes, pannenlappen, armbanden, sleutelhangers, cactussen (of is het cacteeën) ,decoratie-dingetjes…., met haken kan je heerlijk je eigen creativiteit gebruiken.
De kinderen die hier in de opvang komen krijgen natuurlijk ook wel het een en ander mee van mijn hobby. Er staat altijd wel een mand met garen, er ligt werk in de vensterbank te slingeren en als ze aan het spelen zijn neem ik het er ook wel eens bij.
Vanmiddag pakte ik de twee dekens, die ik voor ons toekomstige kleinzoontje gehaakt heb, om ze in de wasmachine te doen, ze waren nu helemaal klaar.
“Zo mooi hè,” zei Fleur, die gezellig aan tafel zat. “Ik wil dat ook wel kunnen”.
“Ik ook wel”, zei Vera. Ze keken elkaar aan. “Wil je ons leren haken?” vroegen ze. Ik dacht even na. Ik heb niet zoveel haaknaalden en eigenlijk heb ik ze zelf allemaal nodig. Ik heb daarentegen wel een belachelijke hoeveelheid breinaalden, dus ik vroeg: “Willen jullie niet liever leren breien?”
“Ja!” riepen ze enthousiast. Ik pakte naalden en vroeg welke kleur wol ze wilden.
Ik heb namelijk een heerlijke voorraad garens boven, in zowat elk denkbare kleur.
Mijn schatkisten.
Fleur koos blauw en Vera roze .
“Mag ik ook?” klonk er ineens vanuit de huiskamer. Maurits zat daar te spelen op zijn Switch, maar hij legde hem gauw weg. Hij wilde ook leren breien, geweldig. Hij koos grijze wol.
Ik zette voor hen alledrie 20 steken op en deed langzaam voor hoe te breien. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. In-Om-Door-Af. Geconcentreerd gingen ze aan de slag. Ik kwam handen te kort en mijn voeten waren niet snel genoeg om om de tafel heen te rennen van de een naar de ander, de hulpkreten waren niet van de lucht. Maar wat hadden we een lol met elkaar. Ik dacht terug aan mijn eigen brei-lessen. Ik had helemaal geen lol gehad. Ik wilde het ook niet leren, maar ik moest. En geen juf die er rekening mee hield dat ik linkshandig ben en dat ze het me rechtshandig aanleerden. ‘Stel je niet zo aan, je zult leren breien!’
Hier geen tranen van frustratie, alleen maar dikke pret als er iets raars gebeurde. De steken leken een eigen leven te leiden, ze gingen zelfstandig van de naald af, of weigerden juist om zich te verplaatsen. De breinaalden van de kinderen voelden op den duur hopeloos vertrouwd aan: kleverig en stroef, met steken die zo strak zaten dat er geen beweging in te krijgen was, of juist veel te grote lussen zodat ze met drie,vier tegelijk erafvielen en wegrafelden. Maar de kinderen waren alledrie zo vastbesloten om door te zetten! Fleur was de eerste die doorhad hoe het nou werkelijk moest.
Die hoefde ik niet meer te helpen, ze breide uiteindelijk zo zelf een toer uit. Dat wilden de andere twee ook natuurlijk, maar het systeem zat er nog niet zo in. Ik bleef geduldig uitleggen en toen nog eens op een andere manier…. en ineens kreeg Maurits het ook door.

Maar de arme jongen zat zo verkrampt te turen, dat ik zei dat hij even pauze moest nemen. Vera had er nog steeds geen kaas van gegeten, maar ze lachte zich tranen om de vergelijkingen die ik maakte met haar werk.
Fleur breide vlijtig door en verheugde zich al om dit aan oma te vertellen en te laten zien.
Toen ik haar met een gevallen steek hielp, telde ik inmiddels 30 steken op haar naald in plaats van de de 20 die ik opgezet had en ik had stiekem plezier omdat ik mezelf van vroeger terug zag. Ik hielp Maurits weer op gang en rende vervolgens weer naar Vera, het was topsport.
De kinderen breiden door tot hun moeders ze kwamen halen en ze waren alledrie apetrots op hun werk, geweldig.
Ik plofte op een stoel , hèhè. Het leven van een handwerkjuf viel nog niet mee, hoe leuk het ook was!
Ik kreeg een appje van Irene. Eén van de twee babydekens maakt zij ook, we zijn tegelijk begonnen, bij wijze van privé- Cal ( Cal= Crochet along) . Ze stuurde een foto dat ze bezig was de draadjes af te hechten, maar haar kat Puck zat er bovenop, dus dat ging niet handig.
Ik appte terug: ‘Prik haar even zachtjes…’ Prompt kreeg ik deze foto terug met het onderschrift: ‘Dit vindt ze van jouw opmerking’:img-20190507-wa0009~23442283069318356967..jpg

De blik……

Zo zou ik vroeger gekeken hebben als iemand tegen me had gezegd dat ik handwerken leuk zou gaan vinden.
Maar ik ben trots op mijn kinders. Goed resultaat voor de eerste poging, nietwaar!

img_20190507_1715282849185478127327595247.jpg

Fleur en Maurits wilden hun werk mee naar huis, vol plannen om thuis verder te breien en sjaaltjes en dekentjes voor hun knuffels te maken.
Vera liet het bij mij liggen, voor de volgende workshop, zoals ze zelf met een big smile zei.
Ik wist niet goed hoe ik dit verhaal moest eindigen. Maar Bert zei: “Brei er gewoon een eind aan”. Dus bij deze.

Open

Hoe zal ik dit stukje nou eens beginnen. Op school heb ik geleerd dat je een brief of een opstel nooit met het woord ‘ik’ mag beginnen en dat zit er zo ingebakken, dat ik me daar nog altijd aan hou.
Maar wat ik nu wil schrijven gaat wel over wat ik ervaar. Goed, ik ben nu drie regels verder, dus de volgende zin mag wel met ‘ik’ beginnen.
Ik probeer zoveel mogelijk open te staan voor wat er gebeurt in mijn leven, wat ik niet zou zien als ik niet open stond. Zo, lekker vaag dit. Maar hoe kan ik nou eigenlijk concreet omschrijven wat ik bedoel, als het meer een gevoel is, een wow-moment, een ‘ nou ja zeg, dit is exact wat ik nu nodig heb’ moment.
Al meerdere keren in mijn leven heb ik dingen ervaren waarvan ik zeg: dit is te toevallig.
Dit gebeurt nu omdat ik het nodig heb, of: dit is een antwoord.
Nu ik me daar bewust van ben, probeer ik ook zoveel mogelijk hiervoor open te staan. Te zien wat er gebeurt, op momenten dat ik ergens , al dan niet bewust, om vraag. En dan niet met mijn eigen van te voren bedachte oplossing, maar met een ‘open mind’ . En het werkt. Het werkt echt.
Ik zie dat niet alleen voor mezelf, maar ook voor degenen van wie ik hou. Daar kan ik echter niet over schrijven, dat is niet gepast, ik moet het bij mezelf houden.
Waarom nu vandaag dit stukje? Omdat ik vanmorgen weer zo’n moment had. En ik ben er nog steeds van onder de indruk en ik voel me nog steeds geëmotioneerd, maar blij.
We gingen wandelen. Na een lekker zondagsontbijtje de wandelschoenen aan, Lenny aangelijnd en naar buiten. Het waaide hard en de lucht was dreigend, maar we gingen er op uit.
We liepen langs de weilanden en kwamen bij een kanaal. Deze wandeling duurt ongeveer anderhalf uur en ik heb hem vroeger vaak gemaakt met onze Tess (voor lezers die haar niet kennen: onze grote zwarte hond, zij is ruim 7 jaar geleden overleden. Zij was heel erg speciaal voor mij.).
Bij dat kanaal is een steigertje en daar hield ik met haar altijd even pauze. Dan at ik mijn meegenomen appeltje en zij kon even heerlijk zwemmen, want dat deed ze zo graag. Het was ‘ons’ plekje.

img_20190505_1149530803041091718621166486.jpg
Vanmorgen liepen we er na een hele poos weer eens langs en ik zei tegen Bert: “Wacht even, ik moet even naar het steigertje, Tess haar plekje”
Omdat Lenny helemaal niet van zwemmen houdt, is dit nog steeds alleen het plekje van Tess.
Ik stond op de steiger en keek over het grauwe water en dacht aan haar, hoeveel ik van haar gehouden heb en hoe fijn we het hier hadden. Op hetzelfde moment zag ik een klein lichtje op het water schijnen, precies op de plek waar zij altijd rondplonste. Ik keek omhoog en zag een piepklein gaatje in het dikke wolkendek. Daar scheen een zonnestraaltje door, gericht op het water. “Dag, lieve Tess” zei ik in gedachte en de wolken sloten zich weer, het lichtje was weg. Ik had tranen in mijn ogen staan en voelde me erg blij.
Ik ben er van overtuigd dat ze er even was. Ja, het zal ongetwijfeld meteorologisch verklaarbaar zijn dat er een gaatje in de wolken kwam en dat de zon daardoorheen scheen. Maar het was te toevallig. Juist nu, juist daar.
Je bent vrij om ervan te vinden wat je wilt. Maar ik heb behoefte om het te delen. Om te zeggen: hou je ogen en je oren open voor alles wat er om je heen gebeurt en ga er niet aan voorbij, omdat het misschien niet is wat jij je precies voorgesteld had.
Jaren geleden hoorde ik een verhaal wat ik altijd heb onthouden en daarin gaat het precies over wat ik hier bedoel.
Er was een man, die heel gelovig was. Hij woonde in een dorp in het noorden, dicht bij de zee. Op een keer braken de dijken, waardoor het land en het dorp overstroomden. Al gauw stond het water bijna tot aan de ramen van zijn huis. De man ging in de vensterbank staan en zag een roeibootje voorbij komen. Zijn buren riepen: “Kom er gauw in, we vluchten!” De man schudde zijn hoofd. “Nee” riep hij, “Niet nodig! De Here redt mij wel!” De buren haalden hun schouders op en roeiden verder. Het water bleef stijgen en de man klom naar de tweede verdieping van zijn huis. Toen zag hij door het raam een motorbootje aankomen. “Hé!”riepen de inzittenden,”Doe het raam open en kom in de boot!”
Weer schudde de man zijn hoofd. “Niet nodig! De Here redt mij wel!” Het motorbootje ging verder. Het water steeg nog verder en de man klom uiteindelijk op het dak van zijn huis. Toen hoorde hij het geluid van een helikopter. Hij keek naar boven en zag de piloot gebaren dat hij het touw moest pakken wat van de helikopter naar beneden hing. “Nee” schudde de man weer zijn hoofd” “De Here redt mij wel!” De helikopter vloog verder.
Het water kwam nog hoger, en de man verdronk.
Hij kwam in de hemel en was verwonderd en boos. Hij zei tegen de Heer: “Nou dat is ook mooi! Ik ben vol vertrouwen, ik roep tegen iedereen: “De Here redt mij wel” en nu ben ik hier!
De Here keek hem aan en zei: “Maar ik heb je twee boten en een helikopter gestuurd……”

Voor mijn lieve vader

Vandaag is het 4 mei, dodenherdenking. Vandaag is het 4 mei, mijn vader zou jarig geweest zijn. Het was vaak een wat moeilijke combinatie. Je bent 2 minuten stil met je verjaardagsvisite of in een restaurant. Hij had er ook echt een hekel aan, dat het samenviel. Het is wel mijn verjaardag, zei hij dan. Het was erg moeilijk omdat hij zijn eigen herinneringen aan de oorlog had. Herinneringen die zo vreselijk waren dat hij er niet over kon praten. Het grootste gedeelte van z’n leven is hij gekweld door wat hij gezien en meegemaakt heeft, nadat hij vanuit Rotterdam weggevoerd was naar Nazi-Duitsland en daar als dwangarbeider te werk gesteld werd. Hij is levend terug gekomen maar het heeft hem voor zijn leven getekend. 25 jaar geleden heb ik op een avond een vraag gesteld waardoor hij brak. De hele beerput van zijn herinneringen, die hij toen al bijna 50 jaar bij zich droeg, ging open. Het was zo verschrikkelijk en tegelijkertijd zo goed voor hem. Maar daarna ging de deksel er weer op. Toch was hij er daarna iets rustiger onder. Veel later heeft hij eens tegen me gezegd dat hij sindsdien niet zoveel last meer had van nachtmerries. Dat hadden we dan toch gewonnen. Ik was namelijk ook enorm van streek over wat ik veroorzaakt had. Ik had het niet kunnen voorzien. Vanaf die tijd hang ik de vlag op 4 mei halfstok. Eerder deed ik dat niet, het was m’n vaders verjaardag! Maar hij was, ook al heeft hij het overleefd, ook een slachtoffer. Zijn jeugd is daar op een gruwelijke manier gestorven en hij was voor de rest van z’n leven gewond. Dus pa, vanavond drinken we een borrel op je verjaardag, zoals je bij leven ook zo graag samen deed. Maar de vlag gaat ook halfstok. Voor jou en alle anderen, de slachtoffers van een onbeschrijfelijke oorlog.

“geloof ik weleens ergens”

Met de kans dat je afhaakt, omdat dit je muziekstijl niet is, wil ik je toch dit nummer niet onthouden.
Ik zal niet zeggen dat ik dagelijks dit soort nummers draai, maar ik heb wel een zwak voor Bob Fosko. Hij maakt een hoop herrie, maar ik vind hem zo sympathiek. Niet dat ik hem ooit ontmoet heb, maar zo komt hij over op mij. Of hij nou lawaai maakt bij de Raggende Manne, of de stem inspreekt van het lieveheersbeestje in de film “een Luizenleven” of hier bij dit nummer van het Universumpje het refrein staat te schreeuwen, hij heeft iets ironisch en daardoor humoristisch, wat me erg aanspreekt.
De tekst van onderstaand lied vind ik geweldig. Het geeft precies weer hoe het gaat: we denken allemaal overal wat van af te weten. We kijken niet of het wel onderbouwd is, het staat op internet ( “t heb op facebook gestaan”) en we blaten het na.
We? Liever ‘men’ dan maar, want ik heb toch de indruk dat zowel jullie, mijn lezers, als ikzelf wel ietsje genuanceerder omgaan met kennis en feiten.
Zeg me alsjeblieft als het niet zo is (dat is volgens mij weer een ander liedje)

Ze zeggen dat het allemaal al eens gedaan is
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze niet weten waar het heen gaat
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je slaap niet in kunt halen
Dat heb ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je op den duur immuun wordt
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat gelukkig zijn een keuze is
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je goed moet articulwuh
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze er niet op vastgepind willen worden
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze maar wat zeggen maar dat zeggen ze maar

Dat heb ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik weleens aaah

https://www.youtube.com/watch?v=xFQD3B95gWQ

Met dank aan TheAphexTim, die me attendeerde op dit nummer nadat we een gesprek over dit onderwerp hadden