‘Het lijkt wel of jullie in een ander land wonen!’ zei mijn dochter na het lezen van mijn vorige blog Rood.
Het is inderdaad bijzonder dat er in zo’n klein landje als Nederland zulke grote verschillen zijn. Vandaag ook weer. Terwijl ik bij iemand op Facebook zie dat het AD kopt:
Laat je sjaal en handschoenen thuis en ga naar buiten: het wordt vanmiddag zonnig lenteweer
is hier code geel voor gladheid naadloos ingeruild voor een andere code geel: dichte mist.
Dat zou tot 12 uur zo zijn en dan ging het opklaren.
Om 12 uur: Nee joh, grapje! Er wordt in het noorden helemaal niet opgeklaard, ben je gek! We houden de hele dag mist, in ieder geval tot morgenochtend. En dan nog maar weer zien hoevaak code geel weer verlengd wordt.
Hm. Ik had me voorgenomen om te wandelen, ik ben de laatste tijd met alle gladheid veel te weinig in beweging geweest. Het plan was om vandaag eitjes te gaan kopen bij de boerderij zo’n 2,5 km verderop , dus een mooi loopje van 5 km in totaal. En dat dan gaan doen in de middag, in dat zonnige lenteweer.
Helaas, ik ga dan toch maar de mist in. Zonnig lenteweer is blijkbaar nog niet voor ons bestemd.
Terwijl ik me inpak, dus wèl met sjaal en wèl met handschoenen, probeer ik niet te mopperen. Maar ik ontkom er niet aan om toch een beetje te brommen in mezelf.
In de afgelopen jaren is Groningen al door de diverse regeringen beschouwd als het afvoerputje van Nederland, een stukje wat er eigenlijk niet helemaal bij hoort. Begint het klimaat daar nu ook al mee?
Ik doe de oortjes van mijn iPhone in, en zoek een favoriet wandelmuziekje op, de soundtrack van Flow.

Deze muziek blijkt wonderwel te passen bij het vreemde surrealistische landschap wat ik induik. Ik kan nog geen 50 meter voor mij uit zien, maar ik stap dapper door.
Als ik naar de sloten naast me kijk, kan ik me in Antartica wanen.

Ik loop daar helemaal alleen in de mist, het uitzicht verandert niet, maar toch kom ik dichter bij mijn doel.
Opeens doemen er lichten voor me op en als die dichtbij genoeg zijn, ontwaar ik een enorme tractor, die de hele breedte van het pad inneemt.
Er is geen plek om aan de kant van de weg te blijven staan, dus direct stap ik de berm in, op hoop van zegen dat ik niet door de smeltende sneeuw en de door blubber gladde steilte de sloot in zak.
Het gaat goed, ik haal opgelucht adem en vervolg mijn mistige pad naar het onbekende.
(nee dat is natuurlijk niet waar, ik weet precies waar ik naar toe moet maar het is alleen niet te zien)
Uiteindelijk kom ik bij de splitsing waar ik linksaf moet en kan ik wat meer zien, want er staat eerst een andere boerderij, dan een lange lage muur en dan kom ik waar ik wezen moet, bij het eierstalletje.
Ik koop de eitjes, bijgestaan door de altijd vriendelijke hond die op die boerderij woont en die zich niet laat weerhouden door het weer om bezoekers te verwelkomen.
Ik klets ondertussen tegen haar, ze kijkt me ernstig aan en knikt nog net niet.
‘Dag!’zeg ik uiteindelijk en vang de terugtocht aan. Nu heb ik ineens wind tegen, ik dacht nog wel dat er eindelijk eens geen wind was.
Natuurlijk is er wel wind, je woont in Noord Groningen mens!
Het wordt er allemaal niet makkelijker op als nu ook mijn bril mistig begint te worden.

Ik heb twee keuzes: door de bril kijken en dan is alles wazig, of over de bril heenkijken en dan is alles wazig.
Nu is het echt verstand op nul en doorlopen want er is niks meer te zien van welke omgeving dan ook.
Maar ik geniet ondertussen van de muziek, pas mijn looptempo aan het ritme aan en voor ik het weet ben ik bij de fietstunnel beland, zie en hoor ik daar auto’s overheen rijden, kortom: weer bijna thuis.
In het dorp is de mist wat minder dicht, maar mijn bril wil nog niet zo meewerken.
Thuis is het warm, helder en droog. Er is thee en een droogdoek voor mijn bril en ik kan het eierkommetje weer vullen.
Volgens de KNMI is het morgen ook nog de hele dag grauw hier.
Gelukkig hebben we verse eitjes. Ik weet al hoe ik ze ga bakken. Sunnyside up!
















