Uit (1)

Gezellig met z’n drietjes een avond uit, Irene, haar schoonmoeder Petra en ik. Toen ik dat een poosje terug opperde en Petra: ‘Ja leuk’ zei, had Irene binnen drie minuten kaartjes gekocht voor een Dinnershow in Emmeloord. Of dat dus ook snel geregeld was.
Gister was de datum.  Bert vroeg: “Wat is het ook al weer, waar jullie heengaan?’
Tja, dat wist ik niet precies meer. Of eigenlijk helemaal niet. Het kon natuurlijk zijn dat ik niet goed opgelet had, maar het was ook zomaar mogelijk dat ik de snelheid van Irene niet had bij kunnen houden en het maar had laten gebeuren.
In ieder geval: Het zou vast heel gezellig worden! Eerst naar Huis ter Heide en dan ‘s middags met Irene in de auto mee naar Emmeloord.
Ik had een treinkaartje geregeld om naar Amersfoort te gaan, de NS heeft PrijsTijdDeals. Ken je het niet, dan is het een aanrader om daar eens naar te kijken, want je reserveert een kaartje op een bepaald tijdslot, met superveel korting. In mijn geval 60%. Even de moeite, niet waar? Voorwaarde is wel dat je ook echt binnen dat tijdslot reist. En hoe eerder je reserveert, hoe hoger je korting.
Ik had een tijdslot van 6.00 u tot 12.00 u.  Zorgvuldig mijn reis gepland, als ik met de bus van 9.30 hier vertrok, dan in Winsum op de trein stapte en in Groningen overstapte naar Amersfoort, was ik om 11.54 u op mijn bestemming.
Helemaal trots op mezelf dat ik niet liep te stressen over die 6 minuten respijt, en dat ik ook niet voor de zekerheid maar 2 uur eerder ging, stapte ik dus inderdaad in de bus van 9.30 u.  

De bus was wat aan de late kant, maar ik had genoeg tijd in Winsum, dus nog steeds geen stress.
Het bonkte en rammelde wel erg, en er klonken ook steeds vreemde piepjes. En tja, in Wehe den Hoorn maakte de bus een heel alarmerend geluid, stonden we hotsend stil en hoorde ik de chauffeur door zijn communicatieding melden: Ja, nu kan ik echt niet meer  verder. Er zijn nu 14 storingsmeldingen en hij doet het niet meer.’
O gruwel. Mijn trein! Mijn 6 minuten respijt! Ik vroeg of er al snel een vervangende bus kwam, maar nee, dat was gewoon de volgende die over een half uur kwam. Te laat!
Bert gebeld, die was juist aan de wandel met Lenny. ‘Kan je me alsjeblieft naar het station brengen, want de bus is stuk.’
De arme man zette het op een spurt, Lenny rende vrolijk mee en na iets meer dan een kwartier reed mijn taxi voor. Bert had zonder plichtplegingen Lenny in de auto gestopt en was direct naar Wehe gereden, zijn hart nog bonkend in de borstkas van de ongewone inspanning. Ik stapte gauw in en onderweg keek ik of ik de trein in Winsum nog kon halen. Helaas, dat werd ‘m niet. Misschien dan doorrijden naar Sauwerd, dat ik hem daar kon halen? Neen ook niet. Bert kwam nog met een of andere overstapconstructie en vroeg me dat te controleren op mijn telefooon, maar toen kreeg ik volkomen error. Ik was in tranen en had geen idee meer wat ik op moest zoeken.
‘Ik breng je naar Groningen,’ zei Bert heel lief en zo geschiedde. Ondertussen appte ik naar Irene dat het een half uur later zou worden en dat ik dan maar zou proberen om in Zwolle met mijn treinkaartje uit te checken en met mijn bankpas weer in, want dat tijdslot zou verlopen zijn als ik aankwam.
‘Welnee joh, gewoon instappen en net doen of je van niks weet.’ Ik keek in het autospiegeltje, zag mijn behuilde ogen en rode wangen en dacht: Ja daar trapt niemand dus in.’ Maar ondertussen had ze op internet gezocht wat te doen in zo’n geval. 

We waren aangeland bij Station Groningen, Bert stopte bij een Kiss&Ride, we Kiss-ten en hij Ride weer weg. Natuurlijk had ik hem eerst wel heel erg bedankt en beloofd dat ik hem op de hoogte zou houden.
Naar het perron! Ik zocht het Servicepunt, liep langs de Etos, Starbucks, Albert Heijn to-go… maar geen Servicepunt.
Uiteindelijk zag ik twee vrouwen met NS- werkkleding aan lopen en ik vroeg: Is hier ook een servicepunt van de NS?  De een trok haar wenkbrauwen op en de ander gebaarde met een hoofdbeweging…. ze stonden er pal voor! Goeiemorgen. Het zag er nogal donker uit binnen, maar ik waagde het erop. In een hoekje zat een mevrouw achter een computer. Gelukkig.
Ik deed mijn verhaal en ze zei heel vriendelijk: Ach geen probleem hoor. U checkt zo gewoon in met het kaartje en als het in Amersfoort niet meer lukt om uit te checken laat iemand u er heus wel weer uit.
Kortom, al die stress, paniek en tranen waren volkomen voor niets geweest.


Dus gerustgesteld ging ik alsnog op reis. Binnen no-time ticketcontrole, maar alles was in orde.
Ik was in een stilte-coupe verzeild geraakt, maar dat was best heel lekker, even geen prikkels aan mijn hoofd.
Tegenover mij kwam een vrouw zitten, iets jonger dan ik, met een heel grote rugzak, die ze naast haar stevige wandelschoenen neerzette. Ze had een open fleecevest over een sporthemd aan, een zonnebril op haar hoofd en ik voelde me vreselijk overdressed in het mooie shirtje wat ik alvast aanhad voor vanavond.
Ze probeerde een selfie te maken waar haar rugzak ook op stond, maar dat vergde achter het treintafeltje een anatomisch gezien zeer ongemakkelijke houding. ‘Zal ik een foto maken?’ fluisterde ik, vanwege de stiltecoupe.
‘O graag, zou je dat willen doen?’ fluisterde ze terug, Het klonk heerlijk geheimzinnig allemaal.
‘Iedereen vraagt hoe het met me gaat, zo alleen op reis’, fluisterde ze verder. Ik glimlachte en knikte. Ze siste nog iets onverstaanbaars, ik maakte blijkbaar het juiste instemmende geluidje want ze ging tevreden weer achterover zitten. 

Na een poosje werd er in de tas gegrabbeld en kwam er een thermosfles tevoorschijn. Na nog een hoop gedoe een emaille beker. Uit de thermosfles hing een label van een theezakje met “citroengras/gember’  erop. Ik grinnikte stiekem, natuurlijk drinkt zo iemand dat, die backpackt heus niet met bosbessenthee van de Aldi.
Ik moest in Zwolle overstappen, wenste haar hardop (we stonden nu toch stil op een station), een plezierige reis verder en stapte met mijn koffertje, jas en tasje de trein uit. Perron oversteken naar de volgende trein, dat was een makkie.
O jemig, wat was die trein vol! Ik zag nog allemaal mensen die ook ingestapt waren door het gangpad drommen en ik dacht: bekijk het, ik ga hier op een klapstoeltje zitten in het halletje, heb ik tenminste een beetje ruimte. De trein vertrok al gauw en goeie genade, de geluiden! De kapotte bus van vanmorgen was er niks bij. Het rammelde, klapperde, bonkte, klopte, rinkelde, …. het enige wat er nog ontbrak was een spookachtig ‘boeoeoeoeoehoeoeoeoehoeee’  uit de intercom, het was pure horror.
Schuin tegenover mij zat een jongen onderuitgezakt op zijn klapstoeltje. Hij had een heel grote broek aan met een tekst erop geborduurd. ‘Be brave, Be fearless’ stond er in Gotische letters langs de lengte van zijn been.
Het voelde als een boodschap. Ten eerste al vanwege de zwaar verontrustende geluiden van de trein, maar ten tweede als les na alle onnodige stress en paniek van vanmorgen.
Ik had de neiging om de jongen te bedanken, maar omdat ik er rekening mee hield dat hij dan een conducteur zou waarschuwen dat er een net geklede, maar zeer verwarde vrouw in het halletje zat, liet ik dat maar achterwege. 

Goed, we rammelden, schudden en kraakten naar Amersfoort en eenmaal daar aangekomen kwam er alweer een taxi, ditmaal bestuurd door Jan en met Finn op de achterbank. Dat was nou echt gezellig!
Op naar Huis ter Heide.

Wordt vervolgd.

Suffig

Heb je ook wel eens zo’n dag waarop je ‘s morgens wakker wordt met dikke ogen en een hoofd alsof je gister zwaar gedronken hebt? Nee? Ik wel. Geen idee waar dat van komt.
Het vervelende is alleen dat het zo moeilijk overgaat. Alles…gaat…zo…traaaaag.
Niet dat ik vandaag nou erg belangrijke dingen moet doen, maar ik voel me liever energiek.
Maar hup, gewoon aan de wandel, dan maar een wat rustiger tempo. Nou ja, hup, voordat ik de deur uit ben is er alweer aardig wat tijd verstreken. Horloge zoeken. Spotify openen en mijn bibliotheek doorscrollen, waar heb ik vandaag zin in? Ja, slapen maar dat staat er niet bij. Wandelschoenen aan, het veters strikken duurt eindeloos. Want als ik het niet precies zo doe, dan lopen ze steeds los tijdens de wandeling, wat irritant is, maar dat ligt voor de hand. Voor de voet eigenlijk. Hehe, klaar. Ik sta op en voel direct een dingetje in mijn schoen. Wel verdorie. Ik ben ook net de prinses op de erwt hoor.
Weer op de traptree, schoenveter weer ontbinden, wat ongeveer even lang duurt. Schoen ondersteboven houden, er valt een minuscuul bolletje uit. Zo eentje die Lenny de laatste tijd verzamelt  in de bermen met zijn lange oren en die dan in huis op wonderbaarlijke wijze loskomen en dan blijkbaar een eigen leven leiden en in mijn schoen kruipen. Schoen weer aan, veterceremonie. Ga ik nou eindelijk? Ja.
Ik hoop dat mijn hoofd opklaart, maar het is ijdele hoop. Nou ja, het is in ieder geval fijn wandelweer, niet zo zeuren. En lekkere muziek in mijn oortjes, het kan me niks schelen wie het hoort, ik zing mee. Gelukkig klinkt mijn stem niet alsof ik zwaar gedronken heb. 

Als ik thuiskom, maakt Bert heel lief koffie voor me en kom ik verder wederom tot niets.
Dit kan zo niet hoor, ik word helemaal zat van mezelf. Ik zet de wasmachine aan en sorteer alvast de volgende was. Ja ook dat gaat moeizaam maar het gaat. We lunchen en kijken daarna naar de troonrede. Ik denk te zien dat er in het publiek ook iemand slaperig is, maar de beste man blijkt aantekeningen te maken. Dat heb ik dan weer niet gedaan.

En dan komt er een appje van mijn schoonzoon, met een link naar een schrijfwedstrijd, met de vraag of het iets voor mij is.
Oeh! Ineens ben ik wakker! Ik open de link, lees de opdracht, app nog even met schoonzoon omdat het een Engelstalige site is en ik sommige voorwaarden niet helemaal begrijp en ga daarna aan de slag.
Nee, niet met schrijven direct, zo werkt het nooit bij mij. Eerst in mijn hoofd, ik stel me heel clichématig voor dat er allerlei radertjes gaan draaien en zo dingen in gang zetten.
Pas daarna komen er letters aan te pas.
Het gaat om een ultrakort verhaal en dat is (lekker arrogant) een van mijn specialiteiten.
O, wat is dat toch heerlijk om te  verzinnen en dan te schrijven, schrappen, herschrijven, herindelen, net zolang tot ik tevreden ben. Ik vergeet helemaal mijn dikke ogen en suffigheid, ik ben zo in mijn element. 
Klaar! Ik stuur het even naar schoonzoon, zoon en man, met het verzoek of ze even willen proeflezen en me willen vertellen wat ze vinden. Daarna is zoon nog zo lief om een perfecte vertaling te maken, zodat mijn verhaaltje ook in het Engels exact vertelt wat ik wil.
Ik had eerst nog gedacht om te kijken of er nog meer ideeën op zouden borrelen de komende tijd, maar mijn ervaring is dat mijn eerste idee vaak het leukst is, dus ik hou het hierbij. 

Ik ben weer helemaal happy, en energiek genoeg om er zelfs nog een blogje achteraan te schrijven, met dikke ogen en al. Morgen gaan die vast weer goed open.  

Oma maakt jam

Vul aan en kleur daarna het plaatje mooi in.

Oma maakt jam en…

…gaat met een snoeitangetje de mooiste druiven knippen.
…heeft onthouden dat druiven alleen niet genoeg structuur hebben, dus gaat ook appels kopen
…is het recept van vorig jaar kwijt en zoekt op internet.
…schudt haar hoofd als het toch niet van ‘De keuken van Johanna’ was, ze wil geen tijm, jeneverbessen, balsamico en peperkorrels in haar jam. Prosecco dan weer wel maar dat heeft ze nu niet in huis. Bovendien is zo’n fles dan open en moet snel op omdat anders de bubbels weg zijn en aangezien er dan niks meer van jam koken komt laat ze die achterwege.
… bedenkt dat er wel een scheutje rode port in kan.
… zet de gewassen druiven en de geschilde en in blokjes gesneden appel op met een scheutje port.
… vindt dat het heerlijk ruikt en beheerst zich om er geen glaasje port bij te nemen.
… ziet beestjes over het aanrecht lopen die uit de druiventrossen gekomen zijn.
… stelt de fluitende cavia’s tevreden met klokhuisjes.
… merkt dat de druiven veel sneller zacht zijn dan de appels.
… vist de appelstukjes eruit en kookt ze in een apart pannetje.
… haalt de nieuwe draaizeef die ze voor € 1,50 bij de kringloop gekocht heeft te voorschijn om de druiven tot pulp te malen.
… komt erachter dat ze niet nog een grote pan heeft waar de draaizeef op kan en maakt zorgvuldig een emmer schoon.
… wordt onpasselijk van het kletterende geluid in de emmer als de druivensap met pulp uit de zeef komt, het klinkt alsof er iemand staat te kotsen.
… vindt dat het er ook zo uitziet en is iets minder enthousiast. Gaat dapper door.
… giet de gezeefde druivensap terug en probeert de enorme troep aan pulp en spetters op te ruimen.
… vergeet bijna de appels maar is nog op tijd, doet die ook in de draaizeef.
… ziet dat het niet werkt, dus pakt ze de aardappelstamper er maar bij. Appelmoes door de druivensap roeren lukt wel. Lepel kleeft.
…voegt de geleisuiker toe en brengt de boel aan de kook. Nu kleeft alles.
… pakt een krukje om de gespaarde glazen potjes van de bovenste plank van het keukenkastje te verzamelen.
… kan er nog steeds niet bij, ruimt krukje op en pakt een trapje.
… vult voor de zekerheid de potjes nog eens met kokend water. De ketel kleeft en de potjes zijn niet om aan te pakken zo heet
…gaat als de jam genoeg doorgekookt is een potje (water is er inmiddels uit) vullen met een juslepel. Dat duurt veel te lang, dus pakt ze een soeplepel.
… vult de potjes tot de rand, draait de deksel vast en zet ze ondersteboven op een theedoek.
… verbijt vrouwmoedig de pijn omdat de potjes nog heet zijn en gevuld worden met hete jam en vindt zichzelf heel dapper.
… heeft alles klaar en overziet de keuken.
… ziet een grote kookpan, een kleine, een draaizeef , een emmer, een fluitketel, een pollepel, een aardappelstamper, een schilmesje, een bord voor de schillen, een juslepel, een soeplepel, een vergiet, een kommetje waar pulp in zat , een vieze kookplaat en veel vlekken, pitjes en schilletjes op plekken waar ze helemaal niet geweest is. Alle voornoemde attributen kleven.
… bedenkt dat een potje jam in de supermarkt € 0,69 kost.
… is toch enorm in haar nopjes als alle kleefzooi is afgewassen en ze naar het resultaat kijkt.

… hoopt van harte dat de jam mooi indikt.
… denkt nog maar niet aan de minstens drie kilo druiven die nog niet geplukt zijn.
…ziet nog steeds beestjes. Ze heeft toch niet echt van de port gedronken, wel?



Tijdlijn

Geloof ik in reïncarnatie? Eerlijk gezegd weet ik dat niet. Ook best een zwaar onderwerp voor Daagse Dingen. Maar soms ga ik toch terug, alsof ik in een andere tijdperk leef.

De aanleidingen zijn nogal verschillend, maar ze hebben één ding gemeen: ik verkleed me.
En ja, daar hou ik ontzettend van. Vroeger al, met een oud gordijn om mijn schouders was ik een jonkvrouw.



Ik heette Isabella en samen met mijn broer, mijn buurmeisje en haar neefje speelden we Ridder & Jonkvrouwtje, voor mijn gevoel de hele zomer lang. Mooie herinneringen.

Het spelen en het verkleden ben ik nooit ‘verleerd’
Als er een goede aanleiding is, hul ik me in een passende outfit. En zo is mijn eigen tijdlijn onstaan: Van Romeins burger naar Middeleeuwen, naar 19e eeuwse adel, naar kindermeisje uit 1900 naar hippie.

Sommige mensen verkleden zich om zich iemand anders te voelen, om een rol aan te nemen. Voor mij is het dat niet speciaal, ik voel me echt gewoon altijd mezelf. Wel denk ik erover na hoe het geweest moet zijn in de tijd waar ik de kleding van aan heb.
Zou ik evenveel vrijheid gehad hebben als nu, zou ik een fijn leven gehad hebben?

In mijn Romeinse outfit voelde ik me prima, ik was een gegoede burgeres, kwam niks te kort en had gezelschap van mijn schoonzoon die in het legioen diende.
In mijn middeleeuwse jurk was ik iemand uit de middenklasse, niet arm maar ook niet rijk. Misschien een koopvrouw of een huisvrouw met een kleine boerderij. Past wel bij me.
De jurk met de hoepelrok vertelde me een ander verhaal. Ik was lid van de adel en moest me daarnaar gedragen. Op een bepaalde manier lopen, geen praatjes met ondergeschikten, altijd volgens de geldende zeden gekleed, dus vooral geen enkels laten zien. Wel rijk maar helemaal niet vrij. Ik zou alleen maar mogen borduren, bals bezoeken en me niet bemoeien met zaken die mannen regelden. Misschien mocht ik ook mijn eigen echtgenoot niet kiezen maar werd ik gekoppeld aan een man die ik helemaal niet mocht, maar die nou eenmaal van een gegoede familie was, zodat het geld en de macht gewaarborgd bleven. Brrrr.
Het kindermeisje paste veel beter bij mij. Wel in dienst van iemand maar genoeg te eten en te drinken, niet voordurend gehinderd door de etiquette en lekker kind met de kinderen zijn. (al mocht dat vast niet zoals ik dat me nu voorstel)
En de hippie? Ik heb die periode vrij bewust meegemaakt, ook al was ik nog klein. Ik hield van de felle kleuren en de lange haren, maar de muziek was ik niet weg van. Nog steeds ben ik geen fan van Jimi Hendrix en Janis Joplin en word ik wel eens een beetje moe van de verheerlijking van Woodstock.

Ik ben bij de Romeinen begonnen, maar eigenlijk zou ik ook nog wel eens een vrouw uit de prehistorie willen zijn. Nou ja wie weet wat er nog eens op mijn pad komt!

Eitjes kopen

Het is te warm voor mijn vest, ik trek het uit en knoop het om mijn middel. Oplettend of ik niet het snoertje van mijn oortjes uit de telefoon trek .
Wandelen met muziek, zo heerlijk.
Het is zaterdagochtend, we hebben dit weekend geen plannen en doen waar we op dat moment zin in hebben.
Ik ga eitjes kopen bij een boerderij en heb mijn wandelschoenen aan. De rechter iets minder strak vastgemaakt als de linker, vanwege een problematische kleine teen.
Die is in de vijf jaar na mijn voetbreuk en operatie langzaam vergroeid en veroorzaakt veel ongemak.
Maar ik ben toch blij. Want over drie maanden krijg ik een hersteloperatie. Het plaatje gaat uit mijn voet en de teen wordt zoveel mogelijk terug in normale positie gezet. Ik kijk er naar uit! 

De muziek die ik vandaag op heb staan past daarbij.
Ik kreeg destijds van Tim een mooi cadeau: een zorgvuldig samengestelde playlist op Spotify, speciaal voor mij.



Wat heb ik die ontzettend veel geluisterd, vijf jaar geleden. Ik was erg overwerkt toen ik viel en daarna mocht ik een hele poos uitrusten. De muziek van de playlist was zo comforting. Het Nederlandse woord ‘troostrijk’  dekt de lading niet, comforting heeft voor mij een extra laagje.
Nog steeds word ik heel blij en rustig van deze lijst, ik voel me heel gelukkig als ik over het landweggetje naar de boerderij wandel. 

Er staat een bordje langs de weg wat ik nog niet eerder gezien heb: 

Hoe leuk is dat! Ik word er nog blijer van.
De lucht voor me is nogal dreigend, maar ik voel de zon op mijn rug. Linten ganzen vliegen over, hun ontroerende geluiden raken me intens. Het is zo mooi en ik voel me zo goed!

Vanmorgen heerlijk een poos in bed liggen lezen met een kop koffie erbij.
De cavia’s die mijn stem al kennen en me begroeten als ik beneden kom.
Een leuk en lief appje van mijn neef en zijn kinderen.
En nu deze heerlijke wandeling. 

Ik arriveer bij de boerderij, koop een doos eitjes en begin aan de terugweg.
De lucht is inmiddels blauw, de laatste bloemen bloeien in de berm, zwaluwen scheren over het gemaaide land en ik luister naar mijn muziek.
Ik ben een gezegend mens. 

Zonder titel

Er stond een post van een dierbare schrijfcollega op facebook. Ze is een groot Denemarkenliefhebber en ook dit jaar is ze er op zomervakantie.
De post is openbaar, dus ik mag ‘m delen. 

Ik reageerde met: ‘Ik zou mijn broer bellen.’

Mijn lieve lieve grote broer, die ik qua leeftijd al vele jaren ingehaald heb. Al 14 jaar weg en het gat in mijn hart is nog steeds groot. Het gemis zal nooit overgaan.
Toen ik bedacht wat ik dan zou zeggen door de windtelefoon kwamen natuurlijk de tranen. Ik liet het maar even gaan, dat is gewoon het beste.

Daarna ging ik naar de keuken, Bert en ik zouden samen koken en ik wilde alles eerst netjes voorbereiden.
Ik was al een poosje bezig toen Bert binnenkwam en zei: ‘Er zit een vlinder op je schouderblad.’
‘Een vlinder?’ vroeg ik verbaasd.
Ja, een oranje met zwarte vlinder, hij zat in alle rust met dichtgevouwen vleugels en bleef dat doen. Hoe kon ik nou zomaar een vlinder op mijn schouder hebben? 

Ik maakte mijn dingen af, de vlinder bleef bij me. Het voelde bijzonder.
Uiteindelijk ging ik de tuin in. De vlinder bleef nog steeds zitten. Ik draaide mijn hoofd: ‘Ga maar’ en hij vloog weg. Ik had kippenvel. 

‘s Avonds in bed dacht ik aan een bepaalde muziek die ik had gehoord, die me enorm had geraakt. Ik wilde al weken opzoeken wat het was.
‘My tears are becoming a sea’….
Weer kippenvel, maar ook een gevoel van rust. Al die dingen kwamen bij elkaar, het was geen toeval.

Ik mag verdrietig zijn. Het gat in mijn hart is niet weg. Maar mijn broer ook niet. 

Blèh

Er is al een poos geen blogje verschenen. Niet omdat ik geen onderwerpen heb.
We hebben net vakantie gehad, vanuit huis. De uitjes die we deden, weliswaar minder dan we wilden omdat we allebei ziek werden, leverden heus schrijfstof op. Zoals altijd maakte ik onderweg aantekeningen, juist met het oog op een blog.
Maar het komt er niet uit!
Ik was zojuist bezig, las het stukje wat ik inmiddels geschreven had nog eens over en dacht: blèh, niks aan. Het spreekt niet, de opstellen die ik vroeger op de eerste schooldag na de vakantie moest maken, zijn nog leuker om te lezen.
Het zit er op de een of andere manier even niet echt in, die juiste vibe. 

Helaas komt mijn manier van schrijven niet op afroep. Het is geen kunstje, hoeveel ik ook geoefend heb.
Ik heb wel vaker zo’n periode gehad. Een writersblock wil ik het niet echt noemen, gewoon een inspiratieloze fase. Komt wel weer goed.
Mijn aantekeningen zijn er nog. Mijn observaties zitten in mijn hoofd.
Wat in het vat zit, verzuurt niet, wou ik zeggen. Maar die uitdrukking klopt lang niet altijd.
Kool moet toch echt in het vat verzuren voor het zuurkool wordt. En melk voor het karnemelk wordt.
Allebei lekker trouwens. Misschien moet ik het dus juist maar wel laten verzuren. En er over een poosje pas weer iets mee doen.

In de tussentijd hoop ik dat je je belangstelling niet verliest. Ik ben namelijk wel heel erg zuinig op mijn lezers.
Mensen die mijn auteurspagina op Facebook volgen weten dat er iedere zondag een ultrakort verhaal van mij verschijnt op nieuwsnethethogeland.nl
De abonnees op Daagse Dingen krijgen die melding niet. Maar bij deze: wil je toch regelmatig iets van mij lezen, dan kan dat dus op die manier!
Ik hoop dat ik weer snel mijn blogdraad op kan pakken. Want het voelt best leeg zo.

Sneu

Laten we vanmorgen maar vroeg gaan wandelen met Lenny, dat het nog een beetje te doen is qua temperatuur. We nemen dan wel de nieuwe hondenkar mee, dan kan hij op de terugweg lekker liggen uitrusten.
Wat ligt daar nou op straat? Och, het is een knuffeldoekje. Vast verloren uit een kinderwagen, of ongemerkt door een kindje weggegooid tijdens het wandelen of fietsen. Ik stop het wel even in het zijvak van de kar. Beetje zichtbaar nog, stel dat we iemand tegenkomen onderweg die het herkent.
Lekker lopen zo in de schaduw he? Zo houdt Lenny het wel even vol. 

Nou, hier moet ik maar even langs de weg gaan lopen, dan kunnen jullie over het smalle paadje door het stukje bos. Geen zorgen Lenny, er zit maar 5 meter tussen ons in, we zien elkaar zo weer. Ik blijf wel even tegen je praten ondertussen. 

Ik kom een meneer op de fiets tegen als de situatie als volgt is:
Een zweterige vrouw achter een lege kar, waarbij een pluchen apenhoofdje over de rand van het zijvak kijkt, loopt op vol volume in haar eentje te praten.
Ik zie de man opzij kijken naar het bosje, maar Bert en Lenny zijn aan het oog onttrokken door de begroeiing.
Hij kijkt een beetje meewarig en mompelt iets als antwoord op mijn ‘Goeiemorgen!’ 
Zijn gedachten zijn bijna hoorbaar. ‘Ach dat mens, helemaal alleen hier op de weg met haar lege kar en haar knuffel … is er nou niemand die op haar let met deze warmte?’ 
Toch fietst hij door en ik loop in mijn eentje te gieren. Dat zal hij ook nog wel gehoord hebben…

Na een tijdje ben ik weer verenigd met man en hond, we steken de provinciale weg over en dan mag Lenny lekker in de kar. 
Thuis zet ik een foto van de knuffel op de fb- pagina Prikbord Leens. Misschien ziet fietsman die ook wel. Heeft hij gelijk een verklaring en hoeft hij zich niet schuldig te voelen dat hij niet gestopt is. 

Saai

Vanmorgen stond ik weer als vrijwilliger in de Museumboerderij op Landgoed Verhildersum.
De boerderij staat aan de rand van het landgoed. De borg, het koetshuis, de tuin en het restaurant zijn in het midden.
Omdat de boerderij een beetje afgelegen is, krijg ik weleens de vraag: ‘Is dat niet stil en saai daar dan?’
Nou…… nee, lees gerust even verder. 😀

Om 10 uur was ik aanwezig om de boel op te starten. Het alarm bleek al afgezet, dat scheelde een spurt. Nu kon ik gelijk gaan koffiezetten.
Daar kwam de klusgroep. ‘Is er al koffie?’
‘Nee, komt er zo aan!’
Er bleek over een kwartiertje een vergadering van belangrijke mensen te beginnen, waar natuurlijk koffie en thee bij hoorde. En ik moest koffie hebben voor de bezoekers.
Kortom, ik jongleerde met koffiekannen, maatlepels, thermoskannen, waterkokers, koektrommels, melkcupjes en suikerstaafjes als een volleerde circusartiest.
De koffie voor de inmiddels aanwezige vergaderaars zette ik op de grote tafel en ik wilde controleren of er nog theezakjes genoeg in de doos zaten. Wat een leuk blik, die kende ik nog niet. Ik opende het en keek naar 6 bruine kadetten met kaas. Oh, ik had per ongeluk de lunchtrommel van iemand opengemaakt. Gauw weer dicht en de echte theedoos ophalen.
‘Is er nog meer koffie?’ vroeg alweer een klusman. Eigenlijk nog niet, maar er waren nog geen bezoekers dus ik bracht ze die koffie alvast maar.
Dat werd met een soort gejuich ontvangen, alsof ze zich de hele ochtend afgebeuld hadden en nu dringend aan koffie toe waren.
Nu alsnog koffie voor de bezoekers zetten, en dan nóg meer voor de vergaderaars.
Ondertussen moest ik nog het arbeidershuisje openen, dat ligt een stukje verderop en is een mini openluchtmuseumpje. Dus ik draafde erheen, bezorgde een oude tuinman die met zijn rug naar me toe stond zowat een hartverzakking omdat ik vriendelijk ‘Goedemorgen!’ riep, terwijl ik om het huisje heen rende om de deur van het slot te halen.
Binnen bleef ik heel even staan. Gewoon even de geur opsnuiven en genieten van al die heerlijke oude dingen in de kamertjes en het keukentje. Stiekem even helemaal van mij alleen. Toen toch maar de grendel van de andere deur eraf gehaald, naar buiten en weer terug gedraafd naar de boerderij. Ik moest de kassa nog opmaken. Snel het geld geteld terwijl het kassasysteem aan het opstarten was.
Om half 11 deed ik de schuifdeuren van het slot, de bezoekers mochten naar binnen! 

het arbeidershuisje

Bovenstaande was dus allemaal in een half uur hè.
De rest van de ochtend was het een gezellige soort van chaos en cambodja. Behalve de klusgroep en de vergaderaars verscheen ook nog een delegatie van de Historische Kring, die af en aan liep met steekkarretjes en dozen. Ze hoefden niet eens koffie. Ik was erg nieuwsgierig wat er in die dozen zat, maar ik bleef in het ongewisse.
Eigenlijk was ik nu zelf ook wel toe aan een kop thee en een broodje, het ontbijt was al een poos geleden. Net toen ik een hap van mijn boterham met pindakaas had genomen, kwamen er twee bezoekers binnen. Ik probeerde snel mijn mond leeg te eten, maar ja, pindakaas he, dan weet je het wel. Omdat ik niet met rare plak- en -klak geluiden wilde praten, nam ik snel een te hete slok thee, wat ook niet bevorderlijk was voor mijn articulatie.
Rustig nu. ‘Goedemorgen, welkom!’
‘In English please?’ vroeg mevrouw. Ik had dus best allerlei rare woorden kunnen zeggen.
In mijn beste Engels vertelde ik over de farming equipment from the nineteen hundreds, de antique hat collection en the old embroideryworks. Toen was de expositie van Ede Staal aan de beurt en twijfelde ik over de vertaling. Expositie is exhibition, toch? Maar gelijk kreeg ik een beeld van zo’n man in een regenjas die uit de bosjes springt, dus voor de zekerheid maakte ik er maar exposition van, ik weet eigenlijk niet of het goed was. Ik was helemaal trots over mijn uitleg dat onze regionale beroemdheid Ede Staal ‘a famous local singer-songwriter from the eighties’ was en de mensen vertrokken tevreden naar de expositieruimte.
Er kwam een mevrouw die gister ook geweest was, maar haar man had een ansichtkaart in een folder gedaan en toen de folder toch terug gezet en nu was ze die kaart kwijt.
‘Weet u nog wat voor folder?’ vroeg ik. We hebben namelijk een groot display met allerlei folders staan, zowel over Verhildersum als over andere toeristische attracties in de omgeving. Nee helaas, dat wist ze niet. Dus samen met mevrouw alle voorste en bovenste folders gepakt en uitgeschud, zonder resultaat. ‘Dan moet ik maar een nieuwe kopen,’ concludeerde ze. Ben benieuwd of man nog op z’n kop heeft gehad. En een nieuwe kaart van zijn eigen geld moest betalen.
Er klonken ondertussen timmer-, zaag- en vijlgeluiden, want een of andere klapdeur ging niet soepel genoeg. Degene die daarmee bezig was, stond op een stoel. Een stoel! Die klussers hebben allemaal van die echte werkkleren aan, met honderd zakken enzo, er is goed gereedschap, maar een trap is er blijkbaar niet. Of hij had geen zin om er een te halen, dat kan ook natuurlijk.
De volgende bezoekers verschenen. Ze waren een beetje teleurgesteld, ze hadden begrepen dat er een echt landhuis was en dit was een boerderij. Ik vouwde een plattegrond uit en liet zien waar ze nu waren en wat er allemaal verder te zien en te doen was. Nu waren ze gelukkig weer enthousiast. Ze hadden beiden een museumkaart en ik wilde zeggen dat ze die mochten scannen. Maar omdat ik zat te klungelen met de plattegrond en dacht: het lijkt verdorie wel een bijsluiter, die krijg je ook nooit weer goed opgevouwen, zei ik: ‘U mag hier uw bijsluiter scannen. Hè? Ach nee, uw museumkaart!’  Ik legde het maar even uit, voordat ze dachten dat ik ze niet allemaal op een rijtje had, en ze zagen de humor er wel van in. Toen ze naar de boerenschuur verdwenen, nam ik eindelijk nog een hap van mijn broodje. Net op tijd, want er kwamen weer nieuwe mensen, die graag koffie wilden. Prima, zoek een leuk plekje, ik kom het zo brengen. Manoeuvrerend tussen teveel grote klusmannen in een klein keukentje ( het was blijkbaar niet handig dat eentje alle kopjes terugbracht, maar wel om allemaal het eigen kopje te brengen), schonk koffie in de gezellige nostalgische kopjes die we hebben en bracht ze naar de gasten. Die wilden eigenlijk ook wel appeltaart. Natuurlijk, kom ik ook brengen! Daarna kon ik dan eindelijk het restant van mijn boterhammetje opeten.
Het echtpaar (tenminste, dat nam ik zomaar aan) kwam afrekenen, maar wilde gelijk graag bespreken dat ze die en die datum met een aantal mensen naar het landgoed wilden komen en dan hier lunchen. Zoiets had ik nog niet eerder bij de hand gehad, dus ik belde mijn leidinggevende maar even. Dat bleek een goede zet, want ik kan (en mag) zulke dingen helemaal niet regelen. De juiste contactgegevens doorgeven was in deze mijn taak.
De vergaderaars kwamen druppelsgewijs weer tevoorschijn en ik ruimde de gebruikte kopjes en thermoskannen op en at stiekem het laatste overgebleven koekje op. En toen was het alweer tijd voor de aflossing! 

De museumboerderij

Kortom, de ochtend vloog voorbij, ik heb me werkelijk geen minuut verveeld.
Saai en stil? Echt niet!

Tijden veranderen

Dingen die ik in de jaren ‘80 nooit gezegd heb, maar nu wel 

Waar is mijn telefoon, ik kan ‘m niet vinden. Wil je me even bellen? 

Stuur maar een tikkie 

Ik zal de navigatie even instellen 

Hoe laat is het, doen we nog een aflevering? 

Stuur je een appje als je er bent!

Ik zal even in mijn zorgdossier kijken 

Het is handig als ik mijn laptop meeneem

Vanavond ben ik er niet, ik kijk het programma morgen wel terug 

Ik ga eerst op Marktplaats kijken

De container is niet geleegd, want ze konden de chip niet uitlezen 

Goeie reis, heb je je telefoon opgeladen? 

Even het nieuwe album van mijn favoriete artiest op Spotify luisteren

Jullie hebben vast aanvullingen!