Cumarine

Ik wandel langs een weiland, het gemaaide gras wordt door een machine achter een trekker geschud. Er komt een sterke geur vanaf, die me ogenblikkelijk terug brengt naar mijn jeugd. Cumarine.


Er stond vroeger bij ons in de kelder een grote ton, daarin bewaarde mijn moeder alle restjes stof van haar naaiwerken. De ton had een karakteristieke geur, die mijn vader cumarine noemde. Ik vond het een prettige geur, associeerde het met het plezier van mooie stoffen, leuke lapjes, nieuwe kleren. Waar die ton ooit vandaan was gekomen weet ik niet, maar er had blijkbaar cumarine ingezeten, wat dat ook mocht zijn.


Mijn moeder maakte al onze kleren zelf. Toen ik klein was kreeg ik Mary Quant-achtige jurkjes, toen ik op de middelbare school zat droeg ik Holly Hobby stijl, met veel strookjes en lieve printjes.
Maar ook de stoerdere kleren maakte ze, spijkerjasjes, een trenchcoat, ze kon gewoon alles maken wat ik maar wilde.
Toen ik kind was gingen we altijd in het najaar één keer naar de winkel om een paar truien te kopen, want breien deed ze niet. Verder maakte ze alles zelf, en het was altijd mooi.
Op de lagere school had ik een prachtige houtje-touwtje jas, met nep-bontranden afgezet, wat toen enorm in de mode was. Dat deze jas gemaakt was uit een ouderwetse mantel van mijn tante wist niemand, want mijn moeder had zelfs het merk weer achter in de voering genaaid.
Toen ik klein was mocht ik wel met de restjes stof spelen en de knoopjes, terwijl zij achter de naaimachine zat. Heerlijk vond ik dat. Ik kan nog kriebeltjes in mijn buik krijgen als ik denk aan het geluid van de schaar die door een nieuwe lap stof ging, als mijn moeder zorgvuldig de patroondelen uitknipte op de grote tafel. Ook al was het niet eens voor mezelf, het betekende dat er wat moois gemaakt werd en ik vond het heerlijk om daar naar te kijken.
Nu ik er aan terugdenk was het een puur gevoel van huiselijkheid en veiligheid, bij mama aan de tafel.

Er is nog een herinnering verbonden met die ton met lapjes. Poppenkleren. Ik was een echt poppenkind en mijn grote zus Toos maakte kleertjes voor ze. Toos had zelf 2 poppen, Pietertje en Marette. Pietertje was een kale babypop. Marette kon staan en had stug, ingenaaid, rossig bruin haar. En slaapoogjes: als je de pop neerlegde gingen de oogjes dicht. Twee van mijn poppen hadden dat ook. Maar op een gegeven moment zag ik dat Marette een lui oogje had, eentje ging niet meer helemaal open als je haar rechtop zette. Dat irriteerde me en ik zou dat wel even fixen. Ik drukte op het oogje en “PLOP” daar schoten beide oogjes (die inwendig met elkaar verbonden waren) in het poppenhoofd en staarden 2 lege oogkassen mij aan. Als ik nou verstandig was geweest had ik het gewoon verteld en had de poppendokter het wel kunnen repareren. Maar ik was niet verstandig. Ik was zelfs heel stom, want ik pakte een stift en tekende een brilletje om de lege oogkassen. Alsof dat niet op zou vallen….
Om kort te gaan, Toos was, terecht, heel verdrietig en mijn moeder, terecht, heel boos dat ik mijn tengels niet thuis had kunnen houden. En ik moest het goed maken.
Bij het patronenblad Marion kon je een pop bestellen, met heel veel patroontjes voor hippe kleren. De pop zelf was een soort heel grote tienerpop, met buigbare benen en lang donker haar. Ze heette Bella geloof ik. Die pop moest ik voor Toos kopen van mijn zakgeld. Ze kostte 35 gulden en dat duurde even voordat ik dat met mijn 2 kwartjes zakgeld in de week plus wat rapportgeld bij elkaar gespaard had. Maar het lukte me en de pop werd besteld. Dat was al spannend want normaal gingen we naar de winkel als we iets wilden kopen, wij waren niet van de postorderbedrijven. De pop was prachtig en ik wou haar zelf ook wel! Dus nog weer heel lang sparen en ineens had ik het geld bij elkaar want de laatste 5 gulden kreeg ik van mijn oma.
De pop had buigbare knieën en dat was een unicum, je kon haar echt laten zitten! Ik noemde haar Marion, want ik vond Bella geen leuke naam. Toos maakte prachtige kleren van de lapjes uit de ton en ze was zo lief om de mooiste dingen (ik herinner me een ‘slangeleren’ jas, 2 x te maken, ook voor mijn pop dus. Ik probeerde toen ik wat groter werd ook het een en ander. Mama stak nog wel eens een helpende hand toe, want ik ben nooit een goede naaister geworden.

De ton die zo lekker rook is met lapjes en al verdwenen. Ik heb geen idee waar heen, helaas was mijn vader nogal opruimerig zonder met ons te overleggen.
Maar de poppen heb ik nog. Ik ging net op zolder kijken, ik kon Marion zo gauw niet vinden, die zit in een of andere doos ver weg en ik had geen zin om alles overhoop te halen. Ik heb wel een hippe foto op internet gevonden:

Mijn andere pop vond ik wel. Ze heet Hanneke en heeft deze zomer haar 55e verjaardag gevierd. Ze ruikt allang niet meer naar cumarine, maar naar oud plastic. Misschien moet ik haar stiekem een nachtje in het gemaaide weiland leggen, zodat ze weer de geur aanneemt uit mijn jeugd.

Cumarine:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Cumarine

Prietpraat (10)

Jubileum! De 10e Prietpraat. Het heeft even geduurd voordat ik genoeg bij elkaar gesprokkeld had, maar hier zijn weer 10 nieuwe.

Alle uitspraken zijn gedaan door kinderen van 4, 5 en 6 jaar oud . Voor het gemak heten ze deze keer allemaal Kind. En bij een samenspraak Kind 1 en Kind 2.

Kind 1: “Wij gaan morgen naar oma”
Kind 2: “O, naar oma Hakmes?” (oma heet Agnes)

Kind bij binnenkomst: “Pff vandaag alweer de hele dag coronavirus. Het duurt wel lang hoor”

Ziekenhuisje spelen. Kind: “Wij moeten alle patiënten repareren”

Kind: “Mag ik ook een keer naar Bert z’n school?”
Ik: “?
Kind: “Die rode school toch!
(Bert werkt in Roodeschool)

Kind 1: “Mag ik ook meedoen?”
Kind 2: “Nee , meisjes kunnen niet meedoen, want wij zijn mandieten”

Kind 1:”Ik ben de koning!”
Kind 2: “Hoe heet je dan?
Kind 1: “Koning Krijk”

Kind zwaait met de toverstok: “Hokus Pokus Piraten Pas”!

Kind 1: “Zullen we buiten spelen?”
Kind 2: “Nee, ik ben meer een binnenmens”

Ik zing met een dreumes “Klap eens in de handjes, blij blij blij, op je blote bolletje allebei”
Kind: “Het is boze bolletje”
Ik: “Maar hij is toch helemaal niet boos”
Kind: “Daar kan ik wel voor zorgen hoor”

Kind: “Ik weet een heel vies woord!”
Ik: “O jee. Ok, je mag het één keer zeggen”
Kind: “Modder”

foto: Pixabay

Computer says no

Helaas is het scherm van mijn iPad gebroken. Om het niet bij een onduidelijke reparateur te laten maken en zo misschien mijn garantie te verspelen (helaas valt het scherm dan weer niet onder garantie maar wie weet wat er nog eens meer gebeurt) wil ik het via Apple Support in orde laten maken.
Ik vind het nogal een gedoe om een afspraak in de stad te maken daarvoor, dus ik regel het online.
Reparatie aanmelden moet een ‘piece of cake’ zijn. Dat je eerst je adres gegevens, je Apple ID, een verificatiecode, het serienummer van het apparaat, je bloedgroep en het menu wat je de laatste vrijdag van de maand hebt gegeten moet invoeren hoort blijkbaar bij die cake.
De reparatiebetaling moet vooraf en kan alleen via creditcard gedaan worden, dus nogmaals een hele waslijst aan nummers, codes, namen en data invullen, wachten op smsje, beveilingingscode werkt niet wilt u een nieuwe code aanvragen, wachten op smsje , laptop weer uit de slaapstand halen, formulier verder invullen, hèhè klaar, druk op ‘verzenden’.
Computer says no.
Begint u alstublieft opnieuw. Pffff. Adresgegevens, Apple ID, etc etc. PLIENG smsje: “ Uw creditcard betaling is goedgekeurd en staat in reservering”.Huh, hoe kan dat nou want ik was daar nog niet aan toe en bij mijn vorige poging kreeg ik een foutmelding.Ik maak het formulier af, druk op verzenden
Computer says no.
Nogmaals en nogmaals het hele programma doorlopen.
Computer says no en Computer says no


Ik haat bellen, maar ik pak nu toch de telefoon. Een ellenlang keuzemenu waarin ik geen toetsen moet indrukken maar antwoord moet geven. Ik zit dus tegen een computer te praten. Dat voelt ongelooflijk stom. De computerstem herhaalt mijn antwoorden en vraagt dan of ze correct zijn. “Zanik niet zo!” wil ik eigenlijk zeggen maar ik zit niet in mijn auto tegen de navigatie te praten dus ik zeg braaf iedere keer “Ja” tegen mevrouw Apple. Dan mag ik zelfs het genre wachtmuziek uitkiezen maar ik wacht liever in stilte. Na een hele poos in de wacht krijg ik een, serieus, vriendelijke mevrouw aan de lijn. Ik doe mijn verhaal . Ze vraagt naar het reparatienummer. Dat heb ik niet want ik kreeg geen bevestiging, computer said immers no!
Ze kan aan de hand van mijn Apple ID wel zien dat ik online aan het knoeien geweest ben met een reparatie aanvraag en stelt voor met mij samen een aanvraag op te stellen. We doorlopen alle stappen en ze zegt: “Om de aanvraag definitief te maken moet je op de betaallink in de mail klikken die ik je nu stuur.”
” Ok, hartelijk dank, dag mevrouw.”
Ik krijg mail. Er staat een link in die ik aanklik om te betalen. Vul mijn creditcard gegevens weer in en druk op verzenden.
Computer says no.
Ondertussen is er al een aardig groot stuk van mijn vrije ochtend verstreken met dit geneuzel, maar ik moet en zal het in orde hebben.
De mail is een no-reply adres dus er zit niks anders op om weer met Apple Support contact op te nemen. Ik heb inmiddels flinke trek want het is lunchtijd dus ik besluit het per chat te doen, kan ik ondertussen mijn broodje eten.
Op de chat een andere, weer vriendelijke , mevrouw, ik doe weer het hele verhaal en kan nu een reparatienummer geven. Hm, ze weet het ook niet. Heb ik wel genoeg op de creditcard staan? Daar gaat me een licht op. Ik heb maar een klein limiet want ik gebruik de kaart alleen als het echt niet anders kan, en er is al een bedrag gereserveerd bij mijn eerste poging. 2 x het bedrag komt boven het limiet, daar zit het probleem. “Belt u even met de creditcard maatschappij” is het advies. Ik :” Maar als ik het bedrag betaald heb kan dat toch aan dit reparatieverzoek gekoppeld worden?”
Computer says no.
Ik bel de creditcard maatschappij en vraag of ze de reservering ongedaan kunnen maken.
Computer says no.
Apple moet de reservering ongedaan maken.
Redelijk ten einde raad neem ik nogmaals contact op met Apple Support: “Kunt u de betalingsreservering ongedaan maken?
Computer says no.

Ik voel me zo langzamerhand alsof ik om Vrijgeleide A38 vraag in Het Huis waar je Gek wordt* .
“Mevrouw, ik wil een reparatie laten doen, ik heb het exacte bedrag via de creditcard voldaan, die reservering moet blijkbaar blijven staan, waarom kan ik dan die reparatie niet laten doen?”
Computer says no.
Ze kan niet in het systeem om mijn betaling aan het reparatienummer te koppelen, ik moet een nieuwe reservering doen, en dan maken ze geen gebruik van de eerste.
MAAR IK KAN GEEN NIEUWE RESERVERING DOEN WANT DAN GA IK BOVEN MIJN LIMIET
“Hm nee, dat is een probleem” Ja, dat het geen piece of cake meer is had ik ook al in de gaten.
Maar nogmaals, mevrouw is echt vriendelijk en doet haar best.
“Ik ga het opnemen met een senior medewerker, die kunnen alleen wij bereiken”
Fijn, doe dat, ik hoor het graag, dan ga ik even een poosje in een papieren zak ademen.
Maar ik word netjes teruggebeld met de mededeling dat ik met 5 minuten gebeld zal worden door de Senior Consultant, vanuit Ierland.
Nee, ik verzin het niet, vanuit Ierland. Ik zit al in de zenuwen hoe ik mijn verhaal in het Engels moet gaan doen maar meneer klinkt erg Hollands gelukkig.
Ook hij kijkt in het systeem, hoort mijn verhaal aan en op mijn vraag of hij de reservering kan koppelen aan mijn reparatie…. Computer says no.
Het systeem is zo geautomatiseerd dat er geen handmatige veranderingen kunnen worden doorgevoerd. Kunnen jullie de reservering dan ongedaan maken? Ja. Maar dat duurt een poosje. Wat is een poosje? 48 uur. En dan moet de creditcardmaatschappij het nog verwerkend.
Kan ik ondertussen op een andere manier betalen zodat mijn reparatie aangenomen wordt?

Computer says no.
Een hele verhandeling over dat Apple een heel groot internationaal bedrijf is en dat ze zo voorkomen dat er geld in verkeerde handen valt. En dat ik niet moet denken dat het kleine Nederland met bijvoorbeeld iDeal invloed kan uitoefenen op het beleid van het enorme internationale bedrijf. Hij vertelt dat overigens allemaal heel vriendelijk, zodat ik de neiging krijg om te vragen of ik ook naar Dublin zal komen om er samen bij een glas Murphy’s eens over verder te discussiëren. Maar ik bedank hem voor de uitleg en verbreek de verbinding.

Letterlijk uren gespendeerd en nog steeds een kapotte iPad zonder reparatieaanvraag.
Misschien zou Apple eens iets aan z’n systeem moeten doen. Wie weet proberen ze het wel maar Computer says no….

*

Na de hitte

Nadat ik schrok van een heel felle bliksemflits heb ik mijn ochtend niet zo. De door mij gevreesde onweersklap blijft uit, het rommelt alleen in de verte. De hond is wel onrustig en loopt heen en weer langs mijn bed. Ik val weer in slaap en droom 1000 kleine onsamenhangende droompjes, vreemd en druk, zodat ik me niet erg uitgerust voel als de wekker gaat.
Na het opstaan lukt het me niet om normaal mijn shirt aan te trekken: achterstevoren, arm door de halsopening, pas bij de derde poging lukt het.
Ik maak het ontbijt en zet de borden met brood bij de verkeerde stoel, pak een beker om melk in te schenken, maar kan de beker vervolgens nergens meer vinden. Ik zie wazig met mijn rechteroog, dat alarmeert me want dat is een voorteken van migraine. Dan merk ik dat er niks mis is, heb alleen een vlek op mijn brillenglas.
Ik ben nerveus en weet niet waarvoor, maar de onrust is erg onprettig.
Als mijn man de deur uit is lijn ik de hond aan. De lucht is zwaar bewolkt, ik kies een paraplu uit mijn verzameling, vandaag zijn de ezeltjes aan de beurt.
We stappen naar buiten. Het is koel en fris, direct verandert mijn stemming. Het begint zacht te regenen, ik klap mijn paraplu uit maar, voel nog wel spettertjes op mijn blote armen en benen. Het is aangenaam. Alle bedompte warmte van de laatste dagen verdwijnt, ook uit mijn hoofd.
We lopen langs de weilanden, een haasje drukt zich in het gras. Hij heeft zijn lange oren tegen zijn rug aangelegd om zich zo onzichtbaar mogelijk te maken, kleine natte piekjes steken omhoog op zijn kruin, hij ziet er aandoenlijk uit. De hond heeft hem niet gezien, ik kan over de berm heen kijken. Stilletjes knik ik het haasje toe: blijf maar zitten vriendje,we doen je niks.

De regen ruist en alles om mij heen voelt heerlijk fris aan. Ik wil wel een hele lange wandeling maken, maar zowel gerommel in de verte als de wetenschap dat ik zometeen aan het werk moet, zorgen dat ik weer richting huis ga. Ik loop over een houten bruggetje en let goed op, het kan glad zijn nu het na dagenlange hitte ineens weer is gaan regenen. Ik besef dat mijn hoofd het weer doet , de frisheid buiten is weldadig.
De pony’s in de wei liggen ook niet meer loom in de buurt van de watertank. De moeders grazen, de veulens springen en rennen. Hun natte lijven geven een zware geur af, ik zie ze letterlijk dampen.
Als ik thuis kom voel ik me veel meer verkwikt dan na een nacht slapen.
Ik zet de paraplu op de oprit om uit te druipen en ga naar binnen. De warmte slaat direct op me, maar ik doe alle ramen en deuren open.
Op de vensterbank bij het open raam drink ik tevreden mijn koffie. De hond eet zijn ontbijt en komt dan onder de vensterbank liggen.
Nog even een ontspannen momentje samen voor de werkdag begint. Ik ben er klaar voor.



Contra Lifehacks

Hou je ook zo van lifehacks? Van die relatief kleine tips die een klusje makkelijker kunnen maken. Geen wereldschokkende dingen, gewoon handigheidjes. Bijvoorbeeld dat je verse gember heel makkelijk kan schillen met een lepel. Dat verzin jezelf niet, (ik tenminste niet) maar het is echt waar en het scheelt een hoop gepiel, geknoei en tijd. Of dat je een rodewijn-vlek in je tafelkleed eerst moet inspuiten met wat haarlak voor dat je het kleed in de wasmachine doet. Geen idee hoe het werkt, maar de vlek gaat eruit!

Maar, haaks op deze handigheidjes staat de praktijk. Want ik heb een heleboel contra-lifehacks.
First-world problems, ik weet het, want het gaat nergens over. Maar deze zijn denk ik toch wel herkenbaar. In dit geval vind ik 13 wel een toepasselijk getal.

1

Het is vandaag zulk prachtig weer, ik kan het niet maken om de wasdroger aan te zetten.
Ik heb er een hekel aan, maar hang alle theedoeken, vaatdoeken, t-hirts, onderbroeken, en talloze sokken plichtsgetrouw aan de droogmolen (die sokken moeten ook nog per paar want anders vind ik het niet netjes) en raap nog 3 x de spijkerbroek van de grond die eigenlijk te zwaar is voor de knijpers.
Als de was bijna droog is begint het vanuit het niets te regenen. Elke f*** keer! Ik laat alles (behalve als het een kind is) uit handen vallen en raus alle theedoeken, vaatdoeken, t-shirts, onderbroeken en de talloze sokken weer van de lijn. Omdat het wasgoed nog niet droog genoeg is keil ik alsnog alles in de droger.

2

We hebben een vaatwasser. Wat handig. Maar deze pan mag er niet in. En die andere pan eigenlijk ook niet. De glazen hebben een opdruk, die mogen ook niet. En die beker die we uit Engeland meegenomen hebben is ook niet vaatwasserbestendig. De messen uit het messenblok mogen vanwege het heft er ook niet in. De houten lepels ook niet. En vervolgens sta je dus nog driekwart met de hand af te wassen en te drogen.

3

Wat leuk, die setjes keukendoeken. Een handdoek en theedoek die mooi bij elkaar passen, daar hou ik van! Waarom is er dan altijd iemand die daar niet naar kijkt en lukraak in het kastje graait zodat er ALWEER een stel doeken hangt die niet bij elkaar passen! Ik noem geen namen.

4

Tijd voor een nieuwe wc-rol. Ik draai hem zes keer rond voordat ik kan vinden waar het begin is. Ik zie tenminste een naad, maar niet welke kant op die geplakt zit. Met geen mogelijkheid is het netjes los te halen, dus vinger onder het papier en losritsen. Flardjes wc-papier dwarrelen op de grond en wat er van de rol komt is slechts 1 van de 3 lagen. Het is een ware breinbreker om het papier zo af te rollen dat uiteindelijk alle 3 de lagen meekomen, alleen is de bovenste laag nog altijd een velletje langer. Mysterie.

5

Ik heb ons salontafeltje ge-whitewashed en druk iedereen op het hart om vooral NOOIT meer kopjes en glazen neer te zetten zonder een onderzettertje te gebruiken.
Zulke leuke onderzettertjes ook! Maar dan blijken ze potverdorie zelf kringen achter te laten. Niet weg te poetsen bruine kringen op ons witte tafeltje. Ik baal.

6

De zon schijnt. Jemig wat zien die ramen eruit, die moeten nodig gewassen. Emmertje met water en spiritus, queeste voor de spons die op de telescoopwisser past maar die nooit op de plek ligt waar hij hoort. Bij het naar buiten lopen vergeten dat de telescoopwisser langer is dan de deur hoog is. Proberen tijdens het zemen niet het water in mijn mouwen te krijgen. Tevergeefs.
Zo, klaar, streeploos, mooi!
Het gaat regenen.

7

17 dekseltjes van diepvriesdoosjes in de kast maar ze passen geen van allen op het bakje waar ik net een restje chili con carne in heb gedaan. Overigens heb ik maar 12 bakjes. Geen idee waar de andere dekseltjes van zijn en waarom ik die überhaupt bewaar. Ik denk omdat ze iedere keer zo gezellig uit de kast komen vallen als ik het deurtje opendoe.

8

En nu is het afgelopen met die rommel in de la! Ik haal alles eruit, gooit meer dan de helft weg en hou nog heel veel over. Ik sorteer en hou minstens 7 dingen over die in geen enkele categorie passen. Ik ben het zat en flikker alles weer in de la. Klaar.

9

Ik ga schilderen. Ik krijg het niet af. Handige tip (lifehack!) : folie over de verfkwast, dan blijft ie zacht. Ik heb de dagen er na geen tijd om verder te gaan. Uiteindelijk zit de folie aan de kwast geplakt zodat ik het flintertje voor flintertje eraf moet halen, zitten mijn handen al onder verf voordat ik ook maar iets gedaan heb, blijken een aantal kwastharen alsnog tot harde staafjes ingedroogd te zijn, zodat ik de kwast uiteindelijk alsnog weggooi Geen nieuwe in huis, dus ik kan het werk nog steeds niet afmaken.

10

Ik koop eindelijk een nieuwe afwasborstel. Man maakt er de bbq mee schoon. Nieuwe afwasborstel nog viezer dan de vorige. Ik vergeet de komende 5 boodschappenrondes een nieuwe afwasborstel te kopen

11

Over boodschappen gesproken: In de winkel: o ja, de azijn* is op. Ik koop azijn. Ik kom thuis en zie in de kast 4 flessen azijn * staan. (* vervangbaar door: kaneel, kappertjes, citroensap en roomboter)

12

Ik moet de afzuigkap schoonmaken en het filter vervangen. Schuif het ding uit,haal het filter eruit en poets de binnenkant. Vergeet zoals ALTIJD dat ik eerst het lampje moet uitdoen voordat ik er met de natte doek overheen ga. Knal, schrik, lampje kapot, scherfjes glas op het fornuis. Uiteraard geen ander lampje in huis. Neem me voor om de volgende keer het lampje uit te doen bij het poetsen. (nu kun je weer bij de eerste zin van nr 12 beginnen te lezen)

13

Ik ga stofzuigen, ook onder de bank. Ik hoor iets rammelen door de stofzuigerbuis. Ik wil persé weten wat ik heb opgezogen: belangrijk stukje lego, verloren oorbel, dat ene missende knoopje?
De stofzak zit erg vol, door de opening is niet zichtbaar wat ik heb opgezogen. Ik leg een krant neer en knip de stofzak open. Het stuift dus ik krijg een hoest- dan wel bescheiden astma-aanval. Ik graai in kluiten stof, hondenhaar en kruimels.
Ik vind wat! Het blijkt een paperclip.
Ik draai kuchend de opengeknipte stofzak in de krant en gooi hem weg. Wil daarna de geknoeide stofresten opzuigen, maar moet eerst een nieuwe zak in de stofzuiger doen. Stofzuigerzakken op.

D & D

“Weet je wat mij opviel? Je schrijft blogs over alles wat je leuk vindt, maar je hebt nog nooit over D&D geschreven!”
Klopt helemaal, lieve schoonzoon, maar vandaag ga ik daar verandering in brengen.
Want ik vind D&D, Dungeons and Dragons, echt heel leuk.

Waarom schrijf ik er dan pas 2 jaar na de eerste kennismaking over?
Nou, om heel eerlijk te zijn, omdat ik het spel nog helemaal niet in de vingers dan wel onder de knie heb. Het voelt soms net als wanneer ik naar een documentaire over het heelal kijk: ik vind het schitterend en wil alles weten. Maar veel gaat finaal boven m’n pet en andere dingen snap ik bìjna. En sommige informatie lijk ik maar niet te kunnen onthouden, dus moet het eindeloos voor mij herhaald worden.
Nou vind ik dat zelf heel niet erg, zo blijft het spannend en boeiend. Maar een programma in je eentje kijken is wat anders dan deel uitmaken van een gezelschap, met mensen die allemaal hetzelfde avontuur spelen. Dan voel ik me best onzeker en wil niet dat de anderen me op sleeptouw moeten nemen. Het D&D gezelschap waar ik deel van uit maak bestaat uit louter aardige mensen die ‘nee’ zeggen als ik vraag of ik een blok aan hun been ben, die zeggen dat ze ook zo begonnen zijn.


Wat maakt het dan zo moeilijk? Voor mij een combinatie van dingen. Het is een spel, met dobbelstenen, maar het is ook een rollenspel. Je bent een personage, die heb je tevoren helemaal uitgewerkt volgens bepaalde regels, en je moet je in hem/haar inleven wil je goed kunnen spelen.
Nou ben ik erg van het verkleden etc, maar dat is nou weer niet nodig. Je zit dus gewoon als jezelf aan een tafel, maar je bent eigenlijk iemand anders die in een bos of een kasteel of een dorp loopt/zit/rent/ligt/vecht/eet (doorhalen wat niet gewenst is)
Je speelt via een vaste volgorde, dus je mag niet zomaar wat gaan doen als je nog niet aan de beurt ben, ook al zit je personage te popelen. Je bedenkt, al of niet in samenspraak met de anderen, dingen om te doen, (acties) maar hoe je die uitvoert hangt af van hoe je de dobbelstenen gooit.
Die dobbelstenen zijn niet de gewone van Mens- erger- je -niet, maar het zijn 6 verschillende soorten en de Dungeon Master (de spelleider) geeft aan welke je mag gooien. Tenminste, dat doet hij bij mij, ik kan me voorstellen dat meer ervaren spelers zelf wel weten welke dobbelsteen ze wanneer mogen gooien.
En het spel zit barstensvol termen, meest Engels, die bij mij maar zoooo moeizaam landen.
Wat ik vooral nog moet gaan zien is de logica van veel spel-elementen. Het is voor mij nog een voortdurende verrassing. Ook al zit ik met het, tevoren voor mijn personage ingevulde, character-sheet voor mijn neus, dan kan ik nog de onderdelen niet vinden en hou ik voor mijn gevoel voortdurend het spel op.

Maar wat niet is kan nog komen. Zo kreeg ik serieus pas vanmorgen een brainwave. De dobbelstenen hebben namen. D4, D6, D20. Die D staat natuurlijk voor Dice (of Dobbelsteen, dat mag ook vast) en het cijfer voor hoeveel vlakken die dobbelsteen heeft. Hoe simpel kan het zijn? Maar daar moet ik dus 2 jaar over doen. Kan je nagaan hoe het zit met termen als ‘Deception check’, ‘Proficiency Bonus’ of ‘Dexterity’ . Ik weet het gewoon niet! Als ik over alles ook nog 2 jaar doe begrijp ik het spel als ik een jaar of 143 ben.


Klinkt moedeloos hè? Waarom hou ik er dan niet mee op?
Nou, omdat ik het bovenal gewoon leuk vind! De sfeer, het verhaal (verteld door de Dungeon Master) , mijn personage, het gezelschap en de acties van de anderen, de onvoorspelbaarheid van het avontuur, de fantasy-elementen, alles bij elkaar zorgt voor een blij gevoel, ook al zijn er nog zoveel dingen die ik niet kan of weet.
Voor de corona-tijd kwamen we fysiek bij elkaar en zorgden we voor een passende setting. Mijn eerste kennismaking met D&D was hier in de tuin, ik deed toen nog niet mee, maar had een zijdelingse rol op me genomen, die van Callum de Cateraer. Wat had ik een plezier met een sfeer proberen te creeëren die paste bij het geheel.

En toen ik zag hoe er gespeeld werd, leek het me erg leuk om ook mee te gaan doen.
We hebben als gezin een aantal losse avonturen gespeeld, ik was daarin de High-elf Danaë.


Nu speel ik mee met een vervolgverhaal, ben een oude dwergenvrouw die een bard is en Knofje heet. Deze party is online, en we spelen om de week een avond vanuit Leens, Huis ter Heide en Almere.
Het is fijn dat we online kunnen spelen, maar ik heb er ook wel weer veel zin in om fysiek met elkaar om de tafel te spelen, met wat aankleding en een wat persoonlijkere interactie.Maar dat komt vast ook weer.

A.s. donderdag staat er weer een D&D afspraak gepland. Tevoren lees ik nog maar weer eens mijn charactersheet door, en het documentje wat Dungeon-Master Jan zo mooi voor mij gemaakt heeft. Als ik de titel alleen al lees , moet ik glimlachen. Het stelt me wel een beetje gerust, dat het blijkbaar niet onbegrijpelijk is dat ik me zo voel.

Toverspreuken uit mijn hoofd leren lukt ook nog niet zo goed, dus ik hou de papieren donderdag maar weer onder handbereik.

Als we dit avontuur hebben uitgespeeld, we weten nu nog niet hoeveel sessies daar nog over heengaan, staat er al weer een volgende op het programma.
In een heel nieuwe omgeving, Humblewood. De karakters zijn dan op dieren gebaseerd. Daar kan ik me ook weer enorm op verheugen en ben al druk aan het tekenen geslagen. Voor een afbeelding van mijn eerste karakter Danaë had ik op internet gezocht. Zij was een druïde en ik had daarom dobbelstenen met rune-achtige cijfers gekocht.
Voor Knofje leek het me leuk om zelf een tekening te maken. Zij was weer een heel ander karakter, dus er moesten nieuwe, passende dobbelstenen komen.
En voor Humblewood…. ik kan niet wachten! Bert zei:”Daar moeten zeker ook weer andere dobbelstenen voor komen?”
Ik heb nog geen duidelijk antwoord gegeven maar ik denk dat hij gelijk gaat krijgen.

Hetzelfde maar toch anders

Laatst vroeg mijn zoon: “Voel je je nu eigenlijk anders dan vroeger, nu je ouder wordt?” Dat was iets om even over na te denken. In eerste instantie zou ik zeggen:”Nee, ik voel me gewoon zoals ik me altijd gevoeld heb, gewoon mezelf.”
Maar dat is toch te kort door de bocht. Want het woord ‘levenservaring’ bestaat niet voor niets. Ik ben, en was altijd al, Annelies en in zoverre dezelfde. Maar het kind Annelies en later de jong-volwassene was in de basis wel dezelfde als de Annelies van nu, maar alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt of juist niet heb meegemaakt, heeft me wel gevormd tot degene die ik nu ben.

Vorige week was ik jarig, volgens de kalender dus weer een jaar ouder. De laatste keer dat mijn leeftijd met een 5 begint. En dat vind ik nou best een raar idee. Want het lijkt zoveel sneller te gaan als vroeger. Het is voor mijn gevoel nog maar zo kort geleden dat ik Sara zag en nu ben ik zomaar 9 jaar verder. Nou ja… zomaar? Natuurlijk is dat niet zo. In die tijd heb ik van veel geliefde mensen afscheid moeten nemen, een aantal hebben de leeftijd die ik nu heb niet eens bereikt. In die tijd zijn er nieuwe mensjes bijgekomen, ik mocht een aantal keren oudtante worden ( het woord….) en als kroon ook nog grootmoeder. Ook dat is zo’n plechtig woord, dus ik noem mezelf liever oma in deze. Het is een eretitel.

Gedraag ik me ook anders dan vroeger? Vast wel. Maar niet speciaal om dat dat beter bij mijn leeftijd zou passen. Volgens mij moet je gewoon doen wat je leuk vindt en waar je je goed bij voelt. Alle oordelen en vooroordelen ten spijt. Weet je, misschien is dat nou juist het punt waarop ik veranderd ben. Het kan me veel minder schelen dan vroeger wat ‘men’ van mij denkt of hoe ‘men’ mij ziet. Men doet maar. Sowieso, wie is ‘men’ ? We vinden blijkbaar allemaal dat we iets van anderen moeten vinden. Dat we niet willen zijn zoals die-en-die, dat we er niet uit willen zien als dinges-je-weet-wel. Maar wat maakt het nou eigenlijk helemaal uit? Als iedereen nou doet waar zij/hij zich goed bij voelt, en het doet niemand kwaad, dan mag dat toch?
Als mensen het bijvoorbeeld leuk vinden om een ANWB- stelletje te zijn: prima! Ja, ik moet daar ook om glimlachen, en ik wil het niet zijn met Bert, maar ik lach ze niet uit. En als mensen het leuk vinden om hun hele lichaam te laten tatoeëren, dan doen ze dat toch! Ik hoef het niet mooi te vinden maar het is totaal niet belangrijk dat ik er een mening over heb. Wat belangrijk is, is dat ik een mening heb over mezelf en dat ik mezelf een beetje beval daarin. En misschien dat ik mijn naasten ook een beetje beval, want ik heb ze echt wel heel erg nodig in mijn leven. Ze mogen me best een beetje bijsturen als ik dingen zou doen die niet goed voor me zijn.

Maar wat mij betreft is er niet zoiets als je gedragen naar je leeftijd. Doe wat je leuk vindt, waar je blij van wordt!
Dan kan het zomaar gebeuren dat je in het weekend ’s nachts lichtelijk aangeschoten thuiskomt op de fiets omdat je zo gezellig uit geweest bent met je man, zodat het voelt alsof je verkering hebt en stilletjes het huis in moet sluipen om je ouders niet wakker te maken, en dat je de volgende dag met diezelfde man een van te voren uitgezette knooppuntenroute fietst en bij een bankje je broodtrommeltje uit de fietstas haalt om bezadigd je bolletjes op te kanen.
Ik vind het heerlijk zo. We doen wat we leuk vinden, hoe het op dat moment uitkomt. En vindt iemand dat ik me te jong of te oud gedraag, diegene doet maar, ik heb er serieus geen boodschap aan.
Om op de startvraag terug te komen: Voel ik me anders nu ik ouder wordt? Ja. Ik voel me stukken vrijer. En dat bevalt me goed

wp-15951755647362595354437093415719.jpg

Damsel in distress

Ik hou van de zaterdagochtend. Ik hou van mijn hond. Ik hou van wandelen. Ik hou van de omgeving waar ik woon. Laten deze 4 voorliefdes nu uitstekend te combineren zijn!

Het was heerlijk weer. Bert had andere prioriteiten, dus ik zei: “Ik ga lekker wandelen met Lenny hoor! Ik loop naar Wehe en dan via de Borg weer terug.
“Het kan een beetje gaan regenen”, zei Bert.
“Maakt niet uit, lekker fris na alle warmte. Daar krijgen Lenny en ik niks van”
Het was echt lekker om te lopen. Langs de weiden, onder het tunneltje door en dan langs het lange fietspad naar Wehe den Hoorn. Daar de provinciale weg oversteken en via landgoed Verhildersum weer terug naar huis. Een wandelingetje van 3 kwartier.
We waren nog niet zo lang van huis toen het wat begon te spetteren. Maar het was zo weinig dat we zo’n beetje tussen de druppels door konden lopen.
Ik hield de windrichting in de gaten en zag dat de lucht die eraan kwam licht was. Heerlijk.
In de zon liepen we naar Wehe en zowel Lenny als ik hadden het prima naar de zin.
Voordat we op het landgoed kwamen, liepen we eerst door een ministukje bos. Jeetje het was echt dicht begroeid zeg, want wat was het donker daar.
Maar eenmaal op het Ede Staal-pad bleek het niet veel lichter te zijn. In no-time was er een enorm dreigende lucht verschenen waar ik niet blij van werd. Ik hoorde gerommel in de verte.

dreigend

Nou ben ik best een flinke meid, maar ik ben al mijn hele leven bang van onweer. Het is te groots voor mij, een overweldigend natuurverschijnsel. En Lenny vindt onweer ook vreselijk. De honden die we vroeger hadden gaven er niks om, dus het is niet zo dat ik mijn angst op hem overbreng.
“Kom Lenny”, zei ik ongerust en we begonnen te draven. Ook al is de sportschool al maanden dicht, mijn conditie is nog aardig op peil gelukkig.
Het pad waar we langs moesten is open, en Verhildersum ligt hoog ten opzichte van de rest van de omgeving. Ik zag de bliksem flitsen en werd erg bang. We moesten ook nog een hoge brug over, die hebben we werkelijk in recordtijd genomen, Lenny en ik.
Toen kwamen we bij een bomenrij en begon het te stortregenen. Ik moest even uitpuffen van al het geren. Ondanks het dichte bladerdak was ik in een paar tellen nat tot op mijn huid en was mijn mooie hond veranderd in een armzalig nat wezentje met grote bange ogen.
De donder rolde en Lenny probeerde zo’n beetje in mijn broekzak te kruipen.
We waren nog lang niet thuis en wat moest ik nou doen, wat was wijsheid? Was het verstandig om te schuilen onder een boom of juist niet? Hoe zat het nou ook al weer met blikseminslag, ik wist het echt niet meer. Tranen prikten in mijn ogen en mijn heerlijke wandeling was veranderd in een nachtmerrie. Ik wou alleen nog maar naar huis!
We bleven doorlopen en ik probeerde alleen daar aan te denken. Aan de grens van het landgoed was het nog een klein stukje langs de wei naar de Wierde, als we die afliepen kwamen we bij onze eigen straat.
Een wierde is wat ze in Friesland een terp noemen, dus een hooggelegen stuk land. Ik durfde er eigenlijk niet op. Maar ik durfde ook niet te blijven staan. Ik raakte in paniek.
En juist op dat moment kwam er redding, de prins op het witte paard. Of in dit geval in een zwarte auto. Onze auto. Want het was mijn eigen prins. Hij was ongerust over ons, in het plotselinge noodweer. En hij weet hoe bang ik ben voor onweer en was ons gaan zoeken. Hoe vreselijk lief is dat. Ik rende naar de auto en vloog Bert om de nek, terwijl ik op de stoel plofte Alles, inclusief Bert, natuurlijk nat, maar dat maakte niemand wat uit. Lenny rolde zich direct op aan mijn voeten, ik kon zijn opluchting voelen.
Het was maar een klein eindje rijden naar huis, maar wat was ik ongelooflijk blij dat ik in de auto zat, met deze stortregen en het onweer.
Veilig thuis, de natte kleren afgestroopt, droge kleren aan en stiekem nog even nasnikken. Maar nu van opluchting.
Beneden stond er een kop koffie voor me klaar en ik heb me zelden zo beschermd en verzorgd gevoeld.
Overdreven? Voor een ander misschien wel. Maar voor mij was het feit dat Bert me was gaan zoeken iets om ongelooflijk blij mee te zijn en dat gevoel blijf ik lekker koesteren.

(Foto: Harrie Muis, werkaandemuur.nl )

Popcorn

 

Vanmorgen maakte de radiowekker me wakker met muziek van Jean- Michel Jarre.
Oxygene, part 4. Synthesizer muziek! Direct was ik terug in de tijd want mijn broer had de lp en draaide ‘m grijs . Ik hield er wel van.

Ik lag met m’n ogen dicht een beetje mee te neuriën en ineens viel het me op dat de melodie dezelfde was als die van het nummer Popcorn van Hot Butter waar ik vroeger mijn zakgeld nog eens aan uitgegeven heb. Alleen waren de klanken van Oxygene veel vloeiender dan de elektronische plopjes van Popcorn.
Maar ik was nieuwsgierig of het klopte wat ik net ontdekt meende te hebben. Dus toen de grote kinderen naar school waren en de kleinste even lekker een slaapje deed ging ik het uitzoeken.

Tot mijn plezier, want ik vind dat soort dingen leuk om te ontdekken, bleek het te kloppen en ik leerde nog veel meer.
“Popcorn” was al veel ouder, een nummer van ene meneer Gershon Kinsgley, uitgebracht in 1969. In Engeland was het toen al een hit, getuige dit filmpje van Top of the Pops

 

Als je dit beluistert hoor je dat het veel dichter in de buurt komt bij de stijl van Jean-Michel Jarre dan de latere hippe uitvoeringen van Hot Butter en de velen na hen.
Het was duidelijk nieuwe muziek, het publiek danst wat ongemakkelijk hierop en ik denk dat als ze het nu zelf terug zien, dat ze zich tranen lachen. Ik wel in ieder geval.

Toen Popcorn in 1972 hier een hit werd door Hot Butter was het nog niet veel beter. De dansers doen een leuke poging maar het heeft een hoog pinguïn- gehalte.

 

Oxygene van Jean Michel- Jarre kwam in 1976 uit. En wat lees ik tijdens mijn speurtocht op internet: Part 4 is een variatie op het motief uit Popcorn van Gershon Kingsley.
Yes. Altijd leuk om gelijk te hebben.

 

Popcorn is nog heel veel keer gecoverd. Wat mij betreft geen noemenswaardige uitvoeringen, met uitzondering van deze, die ik jullie niet wil onthouden:

 

Zo. Spelende Vrouw, wat hebben we nu geleerd? Och, niet zoveel maar ik vond het zelf heel leuk om even uit te zoeken. En wie weet is er een lezer die denkt: Nou fijn, nu weet ik het ook.
Dan ga ik nu maar eens even het hele album Oxygene beluisteren. Uit nostalgie. En ook omdat ik het gewoon heel mooie muziek vind.
O, toch niet. Kleintje wordt wakker hoor ik.  Vanavond dan maar, misschien wel weer met mijn ogen dicht.

Honds en kattig

Ik ben gek op huisdieren en ik kan me niet voorstellen dat ik geen dieren om me heen zou hebben. Om van te houden en voor te zorgen. En heel veel liefde terug te krijgen.
Er zijn veel mensen die er ook zo over denken en dat is fijn. Verreweg de meesten houden zich ook aan de sociale regels die het houden van huisdieren met zich mee brengt. Maar sommigen niet en dat geeft me zoveel ergernis! Nou heb ik niet de illusie dat de betreffende mensen mijn blog zullen lezen maar ik moet gewoon eventjes mijn frustratie kwijt.

 
Lekker aan de wandel, met twee kleintjes in de wagen en mijn aangelijnde hond naast me.

wp-15916075883841442259931855512001.jpg

We lopen langs de weilanden en akkers en het is met Lenny niet vertrouwd om hem daar los te laten, het jachtinstinct is te sterk en geen enkele boer zit erop te wachten dat mijn hond over zijn velden ragt. Dus blijft hij aan de lijn. Ik kom andere wandelaars met honden tegen, meesten kunnen wel los, maar hun eigenaars houden ze even netjes bij zich als we elkaar passeren. Fijn, zo hoort het ook. Maar dan is er toch ook iemand die dat niet nodig vindt. Hond komt in sluiphouding op ons af. Ik pak Lenny ietsje steviger vast en laat hem in de berm lopen. Man laat zijn hond z’n gang gaan. Ik roep: “Hou ‘m even bij ons vandaan alsjeblieft.”
Reactie: “Hij doet niks hoor”. En ooooo daar krijg je me zo kwaad mee! Dus omdat ie ‘niks doet’ mag hij zich opdringen aan mijn hond die daar niet van gediend is. En mij laten manouvreren met een duo-wagen met kindjes erin en een hond die ik in bedwang moet houden. Lenny is aangelijnd, dus die voelt zich, terecht, in het nadeel van de andere hond en ik moet streng tegen hem zijn, zodat hij niet laat zien dat hij best wel mans, dan wel honds is. De andere hond blijft zich opdringen, ik duw ‘m weg en roep “hou je hond bij je” en het enige wat de man doet is een onverschillige blik op mij werpen en doorlopen.
Ik kook! Dit is zo asociaal. Mijn hond “doet ook niks” . Maar daarom mag hij niet alles wat hem maar in z’n kop komt! En zeker niet ongevraagd mensen en/of andere honden benaderen.
Door zo’n kerel kan ik me voorstellen dat andere mensen een hekel aan honden hebben. Omdat de baas een onverschillige lul is, die vindt dat hij en zijn hond zich niet aan normale regels hoeven te houden, zodat ze zich beiden asociaal gedragen.

 

Een tweede punt wat ik echt heel erg vervelend vind, is dat een aantal mensen vindt dat katten alles maar moeten mogen. Ik vind katten leuk. Maar niet als ze poepen in mijn zandbak of op het grasveld en ook niet als ze mijn konijnen en kippen bedreigen en proberen in hun verblijven te komen. Het is mijn tuin en ik ben er niet van gediend dat daar huisdieren van een ander ongevraagd in komen en de boel verstoren en zelfs gevaar opleveren. Als ik mijn hond in z’n eentje los zou laten lopen en die ging bij iedereen in de tuin zitten kakken en konijnen verschrikken en kippen opjagen, dan zou het dorp te klein zijn. Maar katten moeten dat wel mogen vinden een aantal eigenaren. En ook dat vind ik asociaal.

Het is wel jammer dat je als eigenaar en liefhebber van huisdieren zo tegenover elkaar moet staan. Maar huisdieren zijn je eigendom en je moet zowel goed voor ze zijn, als zorgen dat anderen geen last van ze hebben.
Het zijn de bazen die zorgen voor het asociale aspect. En daar baal ik zo van