Lieve Nel

Begin september 1977 kwam ik je tegen in de trein. We gingen aan dezelfde opleiding in Utrecht beginnen en we bleken bij elkaar in de klas te zitten. Vanaf dag 1 waren we vriendinnen, en op school waren we onafscheidelijk. Best bijzonder, want ondanks dat ik het met veel mensen goed kan vinden heb ik het nooit op die manier gehad dat ik vanaf het moment van kennismaking zo’n hechte vriendschap had.
We waren echt serieus met onze opleiding bezig, maar wat hebben we toch ontzettend veel gelachen. Ik natuurlijk met veel lawaai, jij op jouw bescheiden manier maar wel zo dat je lachtranen in je ogen had staan. Ik zou wel honderd anekdotes kunnen opschrijven.
Maar we konden ook ernstig met elkaar zijn.
De vriendschap bleef, ook al had jij eerder werk dan ik, en ging je in Lisserbroek wonen. Ik deed toen nog maar een jaar extra opleiding maar er was niet veel meer aan zonder jou. Erg saai.
Je ontmoette mijn broer en de rest is geschiedenis. Ik heb niet vaak een stel gezien wat zo ontzettend gek op elkaar was en bleef, al die jaren lang. Je was toen niet meer alleen mijn vriendin, maar ook mijn schoonzusje.
We werden samen volwassen, we werden samen ouder, we maakten van alles mee wat het leven mooi maakt en wat het leven moeilijk maakt.
Grote en kleine gebeurtenissen, verwachte en onverwachte dingen, geluk en verdriet, hoop en angst…. alles wat het leven ons bood maakten we van elkaar mee. .
En ik wilde met jou heel oud worden, maar het mocht niet zo zijn. Na 12 jaar downs en ups moest je de strijd tegen kanker opgeven.
Op 1e paasdag, 31 maart 2013 ben je overleden. Vandaag 7 jaar geleden. Je was op, je kon niet meer. En ondanks mijn grote verdriet hield ik me vast aan de gedachte dat je nu weer samen met Jan Willem kon zijn.

Een rouwproces is grillig.  Je kan niet zeggen: nu ben ik er klaar mee, nu heb ik het verwerkt. Altijd, bij mij althans, blijven er onvoorspelbare momenten.  Zodat ik de ene keer kan glimlachen en de andere keer een pijnlijke steek voel.
En voor jou heb ik niet eerder iets geschreven, gewoon omdat ik daar niet aan toe was.
Dat punt heb ik nu wel bereikt, ook al zit ik hier met natte ogen te typen.
Lieve Nel, ik mis je nog steeds en ik zal je mijn leven lang blijven missen. Je was een bijzonder mens en ik denk nog heel vaak aan je. Dank je voor je vriendschap en je liefde. 35 jaar aan kostbare herinneringen voor altijd in mijn hart.

thumbnail_FB_IMG_1585665518728 thumbnail_FB_IMG_1585665695667

 

Laag pitje

Niet veel onderwerpen om over te schrijven nu, voor Daagse Dingen. Iedereen is immers met hetzelfde bezig momenteel. Alles wat gezegd moet worden over het corona-virus is gezegd en helaas ook veel wat helemaal niet gezegd had moeten worden.
Voor wat dat laatste betreft wil ik social media voor mezelf wel gesloten houden. Ben helemaal klaar met alle onnodige sensatie, het nepnieuws en de reacties daarop. Het is allemaal al ernstig genoeg zonder dat we elkaar de stuipen op het lijf jagen met onwaarheden en haatzaaierij.
Ik open facebook nog voor mijn suffe, maar ontspannende, drie-op-een-rij spelletje en om een beetje in contact te blijven met mijn familie en vrienden. Helaas zit er geen categorieën- knop op facebook zodat ik wel alle shit onder ogen krijg die ik niet wil zien. Ik heb geen idee waarom mensen erop kicken om akelige berichten te verzinnen en te verspreiden, maar heb ook geen zin om me daarin te verdiepen.
Wat nuttig is, wil ik via de officiële kanalen halen en voor mij is dat meer dan voldoende. Niet om oogkleppen op te zetten. Maar om normaal te kunnen blijven denken en geen onnodige geestelijke energie te verspillen.
Ik haal ’s ochtends altijd de krant uit de brievenbus en lees de soms de koppen. Heb er al vaker over geschreven dat de overload aan nieuws me geen goed doet. (Hoe dan?)
Vandaag staat er een mooi woord in de krant. Infodemie.
Dat dekt voor mij precies de lading.
De corona-pandemie wordt, als iedereen zich aan de regels houdt, gecontroleerd verspreid om de gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. De infodemie helaas niet, die klauwt ongebreideld om zich heen. Gevaarlijk. Doodeng.

Terwijl ik dit typ zitten er ook 2 jongens aan tafel, ze maken het schoolwerk van groep 5 en 7. Ze vragen hulp als ze er niet uitkomen, ik mag weer even juf zijn. Gister verzorgde ik babies en werkte ik met een kleuter over het schoolthema ‘kriebelbeestjes’.
Een aantal kinderen komt hier een poosje niet, hun ouders werken niet in de zogenaamde cruciale beroepen. Alles is anders, het lijkt haast een beetje verstild, ook al heb ik nu uitsluitend dagopvang en genoeg te doen. Mijn werk is niet zo hectisch en indringend als dat van de ouders die in de zorg werken, maar ik ben blij dat ik er voor hen kan zijn, door hun kinderen op te vangen.
Ik ben al jaren lang gewend om thuis te werken natuurlijk, maar toch is dit totaal anders.
Voor mijn werk heb ik een kast vol speelgoed voor alle leeftijden. En van de week zag ik ineens wel de humor in van het constructiemateriaal ‘bunchems’ waar zo graag mee gespeeld wordt.  Want zeg nou zelf:

img_20200324_0947441506627729133539142644.jpg
Ik kijk er nu ineens heel anders tegenaan en dat zal waarschijnlijk nooit meer veranderen.
Nee het corona-virus is niet iets om grappen over te maken. Maar wat mij betreft mag een beetje milde humor wel.

 

Lieve Mama

Volgende week is het 6 jaar geleden dat je voorgoed je ogen sloot. Ik had de hele nacht bij je gewaakt. Voor je gezongen, je hand vastgehouden en verteld hoeveel ik van je hou. Mijn laatste uren samen met jou zijn voor mij, en ik hoop ook voor jou, heel waardevol geweest.
Wanneer heb ik afscheid van je moeten nemen? Toen ik daar van de week over nadacht kon ik geen antwoord geven.

Mama, jij was de belangrijkste vrouw in mijn leven en toen ik opgroeide werd je mijn voorbeeld. De liefde en zorgzaamheid die jij aan je gezin gaf, je humor, maar ook je levensinstelling. Ik ga je niet idealiseren, we hadden natuurlijk heus onze irritaties wel. Maar je was een prachtmens. Bij jou kon ik altijd terecht. Om mijn hart uit te storten, om iets gezelligs te doen, om vertroeteld te worden, om samen zo verschrikkelijk te lachen dat we bijna in ons broek piesten, om adviezen te krijgen, om lekker aan te schuiven als ik zelf geen zin had om te koken, om hulp bij de kinderen als ik ziek was, noem het en je was er. Altijd.
Tot aan die ene dag in 1994. Je had een acute hersenontsteking en dat was levensgevaarlijk. Je kwam er doorheen, maar je was niet meer de oude. De ontsteking had voor onomkeerbare beschadiging gezorgd.
Eigenlijk moest ik toen al afscheid van je nemen. Maar je was er nog! Dus ik nam geen afscheid. In de jaren die volgden kreeg je ernstige dementie- verschijnselen. Moest ik nog meer afscheid nemen. Maar ik deed het niet, want je was er nog.
Het hartverscheurende moment voor mij, toen je niet meer wist wie ik was. Ik was een totale vreemde voor je geworden, de hechte band die we als moeder en dochter hadden was volledig uit jouw herinnering verdwenen. Ik was alleen. Ik moest afscheid nemen, maar ik deed het niet want je was er nog.
Het enige moment dat ik dankbaar was over de mist die je herinneringen vervaagde, was toen Jan Willem overleed. Zo heb je niet het onbeschrijflijke verdriet hoeven voelen dat je zoon gestorven was, dat is je God zij dank bespaard gebleven.

Lieve mama, je levensvlammetje doofde heel langzaam. Altijd was je nog blij en dankbaar voor alles, voor de plek waar je woonde, voor de mensen die voor je zorgden.
Uiteindelijk was je lichaam op. Toen moest ik definitief afscheid nemen. Nu was je er echt niet meer. En toch… nu je geest niet meer verward en verdoofd was, zag je er anders uit. Ik kon weer zien hoe je was geweest en dat was zó mooi!
Het was heel bijzonder en ondanks mijn verdriet werd ik er blij van.

Eigenlijk ben ik dus 20 jaar bezig geweest om afscheid van je te nemen. Iedere keer een beetje, steeds weer een nieuw verdriet. Het was zwaar. Maar bestaat er een goede manier? Een abrupt afscheid is moeilijk. Een voorbereid afscheid is moeilijk. En een langgerekt afscheid is moeilijk. Dus ieder afscheid van iemand van wie je zoveel houdt is moeilijk, er is geen goede manier.
Waar ik dankbaar voor ben, is dat in de loop van de jaren na je overlijden steeds meer herinneringen boven komen aan hoe je was voor je ziekte, zodat de herinneringen aan de laatste tijd niet meer de boventoon voeren.
Je bent nog steeds mijn voorbeeld. De liefste mama van de wereld.

thumbnail_1962

Nederlands

Nu ik zoveel schrijf, niet alleen in blogs maar ook op andere manieren, merk ik veel meer op hoe onlogisch de Nederlandse taal is. Vooropgesteld dat ik het echt een leuke taal vind met heel veel mogelijkheden tot creativiteit en sfeertekening, kan ik me over sommige dingen echt verbazen. Hoe zijn bepaalde regels ontstaan?
Ik zoek vandaag, heb gisteren gezocht. Maar als ik vloek heb ik niet gisteren gevlocht. Ik loop en heb gelopen. Ik koop, maar heb niet gekopen.
Het is een vreselijk ingewikkeld systeem met zogenaamde sterke en zwakke werkwoorden wat je maar gewoon uit je hoofd moet leren, want begrijpen kan je het toch niet:
Ik slijp- ik heb geslepen; ik knijp–ik heb geknepen; ik pijp-ik heb gepepen. Of niet.

We eten een kippenei, een eendenei, maar niet een struisvogelsei, dan heet het ineens struisvogelei.
Terwijl dat laatste juist logisch is, want je eet immers het ei van 1 vogel . Je zondagse eitje is niet het product van meerdere kippen. Het zou dus een kipei moeten zijn.
Daarentegen drinken we koemelk, maar dat is juist een mengsel van de melk van vele koeien. Dus dat is weer precies andersom verkeerd.
Als ik een karbonaadje eet, is dat varkensvlees. Klopt niet, het is vlees van 1 varken. Maar we zeggen niet varkenvlees. Dat doen we wel bij rundvlees. Dan mag het ineens wel, de biefstuk is van 1 rund.

Nog even over die melk. We hebben dus koemelk, maar geen geitmelk of schaapmelk.
Wat wel enkelvoud is, is moedermelk. Wat eigenlijk een pleonasme is. Want melk (de plantaardige soorten die we ook melk noemen, maar geen melk zijn buiten beschouwing gelaten) is altijd moedermelk, alleen bestemd voor verschillende soorten babies. Het zou dus eigenlijk mensmelk moeten heten. Of vrouwmelk, want we zeggen ook geen rundmelk. Maar we evenmin hebben we het over ooimelk. Volgen we het nog een beetje?

Dan is er de inconsequentie waar al vaak grappen over gemaakt zijn:
Als olijfolie van olijven gemaakt is, waar is babyolie dan van gemaakt….
In mijn werk heb ook zoiets. Ik ben gastouder en wat ik bied wordt gastouderopvang genoemd. Maar ik vang helemaal geen gastouders op, ik vang kinderen op. En daarom run ik een kinderopvang.
Het ‘van’ en ‘voor’ wordt in het Nederlands lustig door elkaar gebruikt. Kan erg verwarrend zijn.
Ik wil het ook nog even over voorvoegsels hebben.
Boerensoepgroente. Wat moet ik me daarbij voorstellen? De soepgroente die boeren gebruiken? Is dat dan anders dan de soepgroente die mensen die geen boer zijn gebruiken? Zo raar. Naast de boerensoepgroente ligt dan de fijne soepgroente. Het lijkt wel iets uit het feodale tijdperk.
Huisgemaakt. In welk huis? Is het een vertaling van Home-made? Dan moet het thuisgemaakt zijn maar ik denk niet dat een kok thuis de boel staat te koken en dan meeneemt naar het restaurant. Dan moet het dus eigenlijk restaurantgemaakt zijn. Maar dat klinkt blijkbaar niet aantrekkelijk genoeg.
Versgebakken brood. Hoe wou je het anders doen. Oudbakken brood bestaat wel natuurlijk maar dat is niet oudgebakken brood.

Nederlands schijnt voor anderstaligen een moeilijke taal te zijn om te leren. Misschien door het gebrek aan logica.
Vandaag BEN ik, gisteren WAS ik … hoe moet je dat nou weten? Niet verwonderlijk dat een kind rustig zegt: “gister bende ik bij oma geweest”. En geweest is dan ook nog eens het voltooide deelwoord van wezen. Dus “ik was geweest” is sowieso al dubbelop. Waarom moet dat.
Je las ook niet deze blog geleest.

 

vlag

Zorgelijk

Misschien ben ik inmiddels wel paranoïde geworden, maar ik krijg er echt de kriebels van dat vrijwel alles wat je doet op de een of andere manier wordt bijgehouden en opgeslagen. Allemaal onder het mom van het gemak, maar voor mij is het een teken dat we op den duur niet meer zelf hoeven na te denken omdat dat voor ons gedaan wordt. Met als gevolg dat de mensheid een grote, domme eenheidsworst wordt, geregisseerd door Google en andere (zijn die er eigenlijk wel?) data-bases, zodat we zelfs niet meer zelf mógen nadenken.
Vrijwel alles in je dagelijks leven wordt bijgehouden met app’s, slimme meters, camera-deurbellen en noem het allemaal maar op. Het lijkt natuurlijk handig als je kan zien wie er voor de deur staat als je niet thuis bent. Maar je app volgt dus wel waar je naar toegaat en hoelang je daar blijft.
Het is logisch dat als je online iets besteld, dat je je adres opgeeft, en je email-adres voor bevestiging van je aankoop en betaling. Maar waarom moet je in het overgrote deel een account aanmaken voordat je iets kan kopen? “Zodat u bij een volgende aankoop gemakkelijker kan bestellen”.
Ja, zal vast, maar waar het mij om gaat is dat mijn gegevens allemaal opgeslagen worden in de database en daar tot in der eeuwigheid in blijven staan.
Als ik bij de bakker een brood koop hoef ik ook niet mijn geboortedatum en mijn persoonlijke voorkeuren in te vullen bij de kassa. Maar in een webshop moet je eerst van alles vertellen, ook al krijg je het artikel niet eerder geleverd dan dat je betaald hebt.

Ik ben echt niet tegen vooruitgang. Anders liepen we nog steeds allemaal in klederdracht te ploeteren voor ons levensonderhoud.
Heel veel uitvindingen zijn superhandig. Ik maak ook dagelijks gebruik van de laptop. Van social media. Van mijn smartphone. Maar wat me zo benauwd is dat we steeds minder mogelijkheden hebben om iets zelf te doen, zelf te kiezen of we dat wel of niet willen.
Er is geen anonimiteit meer. Ik heb niks te verbergen, zal echt niet verschieten van schrik als mijn persoonlijke gegevens ‘op straat’ komen te liggen bij een digitale fout. Waar het mij om gaat is dat ik steeds minder vrijheid heb. Er wordt meegekeken, er wordt ALTIJD meegekeken.
Vanmorgen kreeg Bert ongevraagd de Jumbo Extra’s pas in de handen gedrukt. Ik had van de week al gezien dat ze die aan het promoten waren en ik wil er niet aan meedoen. Bert zei al zoiets tegen de caissière, maar die zei dat we het thuis maar eens even rustig moesten bekijken. Zij doet ook alleen maar haar werk natuurlijk, de baas heeft gezegd dat ze het moet aanbieden. Alles in het belang van de klant.
Maar daar heb ik nou juist zo’n moeite mee. Want het is niet in mijn belang. Het is in het belang van Jumbo. Zo kunnen ze precies bijhouden wat ik koop, wanneer en hoeveel. Zogenaamd om voordelen voor de klant te kunnen geven, speciale aanbiedingen enzo. Rot toch op! Als je een aanbieding doet, maak het dan mogelijk voor iedereen, zoals het altijd was! De ene keer maak je er gebruik van en een andere keer is het iets wat niet iets voor jou is dus laat je het staan.
Nee, Jumbo wil voor mij bepalen wat ik ga kopen, daarom krijg ik persoonlijke aanbiedingen.
Nou niet dus, ik ga de pas niet activeren. Een mini-protest van mijn kant, ik heb niet de illusie dat het zoden aan de dijk zal zetten. En jammer voor Google maar ik ga de app dus ook niet gebruiken. Het is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Ik zal niet tegen kunnen houden wat er al aan het gebeuren is en nog te gebeuren staat. Maar zolang ik nog een flintertje persoonlijke vrijheid kan houden wil ik daaraan vast houden.
Ik kan al heel veel dingen niet meer persoonlijk doen, moet heel veel digitaal regelen. Het zij zo. Maar mijn grote probleem is dat ik steeds minder zelf mag bepalen en bedenken. Niet door een dictatoriale regering, maar door een systeem wat door een groot gedeelte van de wereld wordt omarmd en door een heel kleine groep wordt gedirigeerd. En dat vind ik serieus doodeng. Ik voel me gevangen.

img_20200223_14314365648498340091798004.jpg

Bingo!

Ik ben vandaag weer met een van mijn kinderen naar Ballorig geweest.
En zoals altijd hebben we genoten. Kind met spelen, ik met kijken.
Het is echt geweldig om je op een bankje te posteren en alleen maar te kijken. En soms proberen om je gezicht in de plooi te houden en niet voluit te gaan zitten schateren.
Er kwam een hele Bingokaart in me op , die heb ik hieronder maar even uitgewerkt:

Bingokaar Blog

Voor de duvel niet bang!

Het voelt bijzonder: een boekje in ontvangst nemen waar je eigen naam op staat. En dan niet eentje die je helemaal zelf in elkaar geknutseld hebt en via printing -on -demand hebt verkregen, maar een van een echte uitgever met een echte oplage. Het voelt niet alleen als een erkenning, het is het ook. En heb ik die erkenning nodig? Blijkbaar wel, want ik ben echt trots. In Schrijven heb ik verteld over de schrijfwedstrijd ‘Hier, Toen en Nu’ en dat mijn verhaal als een van de tien winnaars uit de bus kwam.
En gisteren was dan de langverwachte uitreiking van de bundel! De titel ‘Voor de duvel niet bang’ vind ik erg goed gekozen, het thema is ‘sagen en legenden’ en daar komt vaak de duivel bij te pas.
Ik was uitgenodigd om met een introducee naar Arnhem te komen op 15 februari om 13.00 u. en dat was alles wat we wisten. Spannend! Natuurlijk was Bert mijn gezelschap en als extraatje ging onze hond Lenny (ik had toestemming gevraagd) ook mee.
We kenden niemand van de genodigden en ook de uitgevers niet, maar het was direct duidelijk waar we moesten wezen, er stond al een groepje mensen te wachten en dat kon eigenlijk niet anders dan ‘onze’ groep zijn. Ik weet niet precies waarom, schrijvers zien er echt niet herkenbaar uit, maar het klopte wel.

Het was verrassend, want we bleken naar de historische kelders van Arnhem te gaan. Ik wist van het bestaan niet af, maar omdat ik van geschiedenis hou kon ik wel erg enthousiast worden over deze locatie. Onder leiding van een gids maakten we eerst een tourtje bovengronds en konden we op verschillende plekken zogenaamde ‘koekoeks’ zien, ingangen naar de kelders. De gids vertelde over de verschillende gebouwen en winkels, waar de kelders onder lagen. Daarna gingen we onder de grond.
Die arme Lenny moest een voor hem doodenge trap af: een metalen met open treden. Maar hij deed het toch maar, kleine dappere kerel. Gelukkig was dat het enige moeilijke voor hem, de rest kon hij gemakkelijk en hij gedroeg zich voorbeeldig.

Op deze site kan je meer over de geschiedenis van de kelders lezen!
Tevoren was ik een beetje ongerust, ik voel me snel opgesloten, zeker als de ruimte smal en donker is. Maar zowel de kelders als de toegangen waren ruim en licht genoeg, zodat ik er echt van kon genieten. De oude stenen, nisjes en richels vond ik erg mooi en het was een sfeervolle plek om er met deze groep schrijvers te zijn.

Aan het eind van de rondleiding was in een grotere kelder de uitreiking van de verhalenbundel. De historische en wat geheimzinnige locatie paste zo goed bij het thema van het boek! Immers had ieder verhaal , dat in het heden speelt, een sage of legende uit de geschiedenis als onderwerp.
Het is een erg mooi en divers boekje geworden en ik ben zo blij dat ik er ook aan mocht bijdragen. Voorin de bundel staat een kaart van Nederland met daarop aangegeven waar de verhalen zich afspelen.

img_20200216_1049475278293603247283119692.jpg
Er zijn bekende en minder bekende legenden gebruikt en die zijn in elk verhaal op een boeiende en originele manier verwerkt.
Ieder schrijver werd even naar voren geroepen en kreeg het boekje persoonlijk uitgereikt. En zoals ik al zei voelt het heel bijzonder om een fysiek boek in je handen te hebben waarbij jouw eigen naam op de kaft staat en waarin je het verhaal wat je zelf bedacht hebt, gedrukt ziet staan.
Ik moest het ook echt even op me laten inwerken, maar voelde me echt heel feestelijk.
Na afloop ging iedereen weer haars- en zijns weegs, net zoals de verhalen kwamen de schrijvers uit heel Nederland.
Bert en Lenny en ik zochten nog even een gezellig cafeetje op, waar we samen proostten, Bert en ik met een speciaalbiertje, Lenny met water, en ik het boekje nog eens doorbladerde en gewoon even genoot van het speciale gevoel.img-20200215-wa00013097674412706189156.jpg
Thuis zou ik de verhalen gaan lezen, benieuwd naar wat al mijn mede-schrijvers hadden bedacht.
Ben je ook nieuwsgierig geworden?
Het boekje is verkrijgbaar via de uitgever: 18.02 publishing en in de (online) boekhandels.

Als de merel zingt

Dat klinkt als de titel van een ‘witte raven pocket’ , geschreven door Leni Saris of Sanne van Havelte. Stapels heb ik er gelezen vroeger, de meeste waren van mijn grote zus. Maar ik haalde ze ook uit de bibliotheek. “Roman voor oudere meisjes” stond er dan ook nog bij. Het ging altijd over liefde natuurlijk. En verder was het erg braaf, tegenwoordig zouden we bij zo’n classificatie, “voor oudere meisjes”,  iets anders verwachten.
Maar ik dwaal af. Direct al, terwijl ik nog niet eens aan mijn verhaal begonnen ben.
De afgelopen dagen zijn grijs, koud, stormachtig en grauw geweest. Weer om alleen naar buiten te gaan als het niet anders kon.
Vandaag lijkt het anders te zijn. Ik heb de gordijnen weliswaar nog dicht, ik hoef vanmorgen niet zo vroeg aan het werk. Maar ik zie het zonlicht er al doorkomen.
En ik hoor zo’n mooi geluid! Een merel zit ergens in de achtertuin te zingen.
Het lied van de merel vind ik misschien wel het mooiste geluid wat er is.

De ijle heldere melodie, die niet na te zingen is en door geen andere vogel zo gezongen wordt, ontroert me altijd en roept een onbestemd verlangen op. Waar ik op dat moment ook mee bezig ben en hoe ik me ook voel, als ik een merel hoor zingen word ik gelukkig.
Herinneringen en associaties komen op. Momenten dat ik me zo gelukkig voel en voelde.

Als kind, in een schoon bed na een zomerdag, de merel zong voordat ik in slaap viel.
Een frisse ochtend van een dag waarop nog van alles kan gebeuren, terwijl de merel zingt in de top van de esdoorn.
In de schemering van de avond, het silhouet van een merel op de nok van het dak, zijn lied klinkt zo prachtig en krachtig uit dat kleine keeltje. Afscheid van de dag.

Er zijn al weer meer vogels te horen, het is bijna voorjaar. De koolmees met zijn simpele lieve liedje, de musjes met hun melodie-loze gekwetter, de houtduif met zijn haast weemoedige gekoer.
Het maakt me allemaal blij. Maar het allermooiste klinkt het als de merel zingt.
Een geluksmoment.

artworks-000329875446-iedrcv-t500x500   (foto: Soundcloud)

Een stormachtige dag

Afgelopen zondag mag dan het hoogtepunt geweest zijn van storm Ciara, gister was ze voor mij veel meer merkbaar.
Zondag hadden we een comfortabele, knusse dag binnen, de enige stormschade was dat de opgevouwen parasol nu nog alleen een geraamte is en dat de doek ergens heen op reis is gegaan. Maar voorlopig hebben we toch geen parasol nodig.
Maandag was ik op de bakfiets met regenkap erop naar school geworsteld en op de terugweg zowat voorbij mijn huis geblazen, maar verder ging het wel.
Maar gister was het een nare dag.

Gisterochtend ging Bert zoals iedere ochtend de ‘buitenbeestjes’ voeren en toen hij weer binnen kwam zei hij: “Dat is niet zo mooi, het hek van de konijnenren is opengewaaid en iedereen is weg”
’s Avonds voor we gaan slapen worden de konijntjes altijd nog even bijgevoerd en waarschijnlijk was de grendel niet goed gesloten geweest.
Bert legde wortels in de ren en daar kwamen Sunny, Toby en Rhos aan en huppelden de ren weer in. ‘Oost, west, thuis best’ geldt blijkbaar ook voor konijnen. Behalve voor Kira. Kleine, wilde, schuwe, mega-snelle Kira was nergens te zien.
We moesten aan het werk, we konden niet verder zoeken. Wel liep ik om de haverklap naar buiten en op een gegeven moment zag ik haar zitten bij de ren. Ik wilde de deur voor haar gaan openmaken maar ze flitste al weer weg. Een kiertje door tussen de schutting en de kippenren, zo de straat op. Ik had er weinig hoop op dat ze nog bij ons terug zou komen. Niemand zou haar kunnen pakken, haar reflexen zijn nog sneller dan die van een vlieg.
Toby zat voortdurend op de uitkijk zag ik, Kira werd gemist. Het ontroerde me.

In de loop van de ochtend ging de bel. Er stond een jongen van een jaar of 16 voor de deur. Ik hoopte direct dat hij Kira gevonden had, maar tot mijn verrassing zei hij: “Jullie hebben witte kippen toch? Er zit er eentje aan de overkant van de straat om de hoek!”
Ik ging gauw mee kijken en inderdaad, in de gemeentetuin zat een kip van ons. Heel ongelukkig in elkaar gedoken, ik kon haar zo pakken. Ze kan maar een klein beetje vliegen, hier had duidelijk de wind een grote rol in gespeeld. Arm beestje, ze was helemaal confuus. Je zal maar wegwaaien.

img_20200211_103209112_burst000_cover_top5727807130701474890.jpg
Uiteraard bedankte ik de jongen, dat hij de moeite had genomen om dit aan me te melden, terwijl hij eigenlijk onderweg was naar de sportschool. Kip had verder niks en kon weer terug naar haar zusjes. Ik voelde me erg stom dat ik haar nog niet gemist had, maar ik zit niet de hele dag kippen te tellen.
Kira was in geen velden of wegen te bekennen, helaas. Het was zulk slecht weer, hagelbuien, regenvlagen, waar zou die arme meid toch kunnen zijn, had ze wel een schuilplek?

Ik keek door het raam en zag op het zelfde moment de bonte specht aankomen, die wel eens op de stam van de acaciaboom komt zitten. Dat wilde hij nu ook doen maar hij werd gegrepen door een windvlaag zodat hij de stam miste en met een enorme klap tegen het raam werd geslagen. Hij viel in de plantenbak onder het raam en bleef roerloos liggen. Och stakkertje! Ik rende weer naar buiten en pakte hem op. Ik voelde zijn hartje kloppen maar hij was finaal buiten westen.

img_20200211_1247406493985938220049057096.jpg
Gelukkig kwam hij binnen op een gegeven moment weer bij (“Nee Lenny, het is geen speelgoed!”) en toen hij helder genoeg leek zette ik hem achter het huis in de klimhortensia tegen de muur, die wat beschut was tegen de wind.

img_20200211_124956918_hdr4784945723300300276.jpg

Na een poosje vloog hij weg, gelukkig. Was Kira alweer ergens te zien? Nee, helaas niet. Lenny mocht nu niet in de tuin, jachthonden en loslopende konijnen zijn niet zo’n goede combinatie. Sorry hondje. Waren de kippen er allemaal nog? Ja, gelukkig.

Toen ik de kinderen uit school had gehaald, lopend deze keer, zag ik Kira zitten! Onder het speelhuisje zat ze nat en ineengedoken in het gras. Ach wat was ze klein en angstig. Als ik het nou goed aanpakte wilde ze misschien de ren wel in. Toby zat immers nog steeds op de uitkijk. Ik zette een grote kist voor de kier in de schutting, de deur van de ren een stukje open en naderde haar vanaf de andere kant, dan zou ze als ze wegrende langs de open deur komen en hopelijk naar Toby gaan. Ze rende inderdaad weg, maar vloog in volle vaart langs de ren, zweefde als een lichtbruine flits over de kist heen alsof ze vleugels had en verdween nogmaals de straat op. Dit werd niks. Ik sloot de deur van de ren weer en besloot een vangkooi te bestellen die dezelfde dag nog bezorgd kon worden. Misschien konden we Kira verleiden om daarin te gaan vannacht.
Toen Bert thuiskwam ging hij natuurlijk ook kijken, maar ze was nergens te zien. Toby was intussen afgelost door Rhos, die ging nu wachtlopen. Zo mooi van die kereltjes.
Onder het eten kreeg ik het zo te kwaad. Hoe moest het nou met dat kleine konijn, zo wild en toch niet in staat om voor zichzelf te zorgen. Wat als ze wel in de vangkooi ging maar dan vannacht overgeleverd was aan hagel en storm en dan natuurlijk doodsbang was omdat ze niet kon schuilen. Ciara spreek je hetzelfde uit als Kira, maar haar naamgenoot bracht haar alleen maar ellende.

Na het eten ging Bert wat afval in de container gooien. Hij bleef wel wat lang weg, maar ik nam aan dat hij nog even was gaan zoeken. Toen hij weer binnenkwam en zijn beregende bril besloeg, zei hij: “Kira is weer thuis!”
Ik vloog hem om de nek, zo enorm blij en opgelucht! Bert had haar zien zitten bij de ren en de deur een stukje opengezet. Toen achter haar langs gelopen en ze was niet weggerend. Ze huppelde rustig naar binnen. Eindelijk voelde ze geen drang meer om te vluchten, maar had haar verlangen naar beschutting en gezelschap de overhand. Toch voor haar ook ‘Oost, west, thuis best”!
Ik pakte appels en wortels en ging naar buiten.

Daar zat ons hele stel, de andere konijnen zaten om Kira heen. Ik heb al vaker gezegd dat het intelligente en gevoelige dieren zijn en dit bevestigde dat. Ik kon ze bijna horen: ‘Joh, waar was je nou, we waren zo ongerust!’ Ik gaf het eten, ze hadden wel een feestmaal verdiend na deze nare dag.
De vangkooi werd nog bezorgd, maar ik was zo dankbaar dat die nu niet nodig was.

Vannacht om 1 uur werd ik wakker, door het lawaai van storm en hagel.
Mijn eerste gedachte was: Kira is gelukkig thuis. Die zat heerlijk veilig, warm en droog in het hol met de anderen.
De kippen waren op stok, ook veilig. Hopelijk heeft de specht ook een goede plek gevonden.

Het is vandaag wat rustiger buiten. Misschien is Ciara nu dan eindelijk overgewaaid.

img_20190819_2000115437280236487272843543.jpg

 

 

Toezegging

Hartelijk dank voor uw email/aanmelding/reactie/verzoek/ gesprek. U krijgt binnen enkele dagen antwoord/reactie/uitleg.

‘Enkele dagen’ is blijkbaar een erg rekbaar begrip want na drie weken is er nog steeds geen antwoord.

Komt dit je bekend voor? Aan de ene kant hoop ik van niet, want dat scheelt een heleboel ergernis en verspilde energie.
Aan de andere kant hoop ik van wel, omdat dat zou betekenen dat ik niet de enige ben. Want dat zou impliceren dat ik best genegeerd kan worden omdat het allemaal niet zo belangrijk is wat ik te melden/te vragen/te bieden heb.

Helaas is voor mij in ieder geval het uitblijven van een reactie geen uitzondering. Het gebeurt veel te vaak dat er toezeggingen worden gedaan die niet nagekomen worden.
Het kan altijd gebeuren dat er iets tussenkomt in de planning. Maar laat dat dan weten!
Is het zo’n moeite om even te laten weten dat een inhoudelijke reactie wat later komt dan gedacht, dat een afspraak door wat voor reden ook niet nagekomen kan worden? Dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben en voel ik me niet genegeerd. En doe anders gewoon geen toezegging!
Ik vind het echt zo onfatsoenlijk om iemand niet te laten weten dat iets niet doorgaat, dat iets verlaat is, iets veranderd is.
tenor

Wat wil ik met deze blog bereiken? In ieder geval mijn eigen frustratie van me af  schrijven. Ik heb niet de illusie dat ik hier een (bedrijfs)cultuur mee kan veranderen, hoe graag ik dat ook zou willen.
Maar mocht het zo zijn dat toch iemand die het aangaat dit stukje leest: het kan heus wel anders!
Ik heb namelijk ook maken met een bedrijf waarvan iemand me netjes liet weten dat een reactie een week later zou komen dan gepland, die me sindsdien hoogte houdt van de voortgang en mij op een correcte manier behandelt. Maar het is toch idioot dat zoiets een uitzondering is!
Ik vraag geen moeilijke dingen en ik ben niet de belangrijkste en ik heb het volste begrip als er zaken tussendoor komen die urgenter zijn. Maar ik wil niet genegeerd  of aan het lijntje gehouden worden.
Doe geen toezeggingen die je niet waar kunt of wilt maken. Dat werkt alleen maar averechts.
(gif:Tenor)