Categorie archief: Gastouder

Alles wat met mijn werk te maken heeft

Laag pitje

Niet veel onderwerpen om over te schrijven nu, voor Daagse Dingen. Iedereen is immers met hetzelfde bezig momenteel. Alles wat gezegd moet worden over het corona-virus is gezegd en helaas ook veel wat helemaal niet gezegd had moeten worden.
Voor wat dat laatste betreft wil ik social media voor mezelf wel gesloten houden. Ben helemaal klaar met alle onnodige sensatie, het nepnieuws en de reacties daarop. Het is allemaal al ernstig genoeg zonder dat we elkaar de stuipen op het lijf jagen met onwaarheden en haatzaaierij.
Ik open facebook nog voor mijn suffe, maar ontspannende, drie-op-een-rij spelletje en om een beetje in contact te blijven met mijn familie en vrienden. Helaas zit er geen categorieën- knop op facebook zodat ik wel alle shit onder ogen krijg die ik niet wil zien. Ik heb geen idee waarom mensen erop kicken om akelige berichten te verzinnen en te verspreiden, maar heb ook geen zin om me daarin te verdiepen.
Wat nuttig is, wil ik via de officiële kanalen halen en voor mij is dat meer dan voldoende. Niet om oogkleppen op te zetten. Maar om normaal te kunnen blijven denken en geen onnodige geestelijke energie te verspillen.
Ik haal ’s ochtends altijd de krant uit de brievenbus en lees de soms de koppen. Heb er al vaker over geschreven dat de overload aan nieuws me geen goed doet. (Hoe dan?)
Vandaag staat er een mooi woord in de krant. Infodemie.
Dat dekt voor mij precies de lading.
De corona-pandemie wordt, als iedereen zich aan de regels houdt, gecontroleerd verspreid om de gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. De infodemie helaas niet, die klauwt ongebreideld om zich heen. Gevaarlijk. Doodeng.

Terwijl ik dit typ zitten er ook 2 jongens aan tafel, ze maken het schoolwerk van groep 5 en 7. Ze vragen hulp als ze er niet uitkomen, ik mag weer even juf zijn. Gister verzorgde ik babies en werkte ik met een kleuter over het schoolthema ‘kriebelbeestjes’.
Een aantal kinderen komt hier een poosje niet, hun ouders werken niet in de zogenaamde cruciale beroepen. Alles is anders, het lijkt haast een beetje verstild, ook al heb ik nu uitsluitend dagopvang en genoeg te doen. Mijn werk is niet zo hectisch en indringend als dat van de ouders die in de zorg werken, maar ik ben blij dat ik er voor hen kan zijn, door hun kinderen op te vangen.
Ik ben al jaren lang gewend om thuis te werken natuurlijk, maar toch is dit totaal anders.
Voor mijn werk heb ik een kast vol speelgoed voor alle leeftijden. En van de week zag ik ineens wel de humor in van het constructiemateriaal ‘bunchems’ waar zo graag mee gespeeld wordt.  Want zeg nou zelf:

img_20200324_0947441506627729133539142644.jpg
Ik kijk er nu ineens heel anders tegenaan en dat zal waarschijnlijk nooit meer veranderen.
Nee het corona-virus is niet iets om grappen over te maken. Maar wat mij betreft mag een beetje milde humor wel.

 

Kleine cadeautjes

Al vaak heb ik over mijn werk als gastouder geschreven. Het is een zeer afwisselende baan. In de 14 jaar dat ik dit nu doe heb ik 35 kinderen verwelkomd bij Kind aan Huis. Momenteel heb ik er 13 in de opvang. De jongste is 4 maanden , de oudste 11 jaar.
Er zijn heerlijke dagen bij, er zijn lastige dagen bij, maar over het algemeen geniet ik echt van mijn werk.  En behalve blogjes heeft het ook al 8 afleveringen van Prietpraat opgeleverd.

Vanmorgen zei een jongetje zomaar iets liefs tegen me. En toen bedacht ik dat ik nog geen blogje heb geschreven over de complimentjes die ik krijg.
Want die krijg ik en dat doet me altijd zo goed. Een blijk vanuit de kinderen zelf dat ze het naar hun zin hebben hier en zich vertrouwd voelen bij mij.
Het zijn kleine cadeautjes en ik word er èrg blij van.

“Jouw haar luikt zo jekker ” (3 jarige)

“Je bent een oma, maar je lijkt op een mama” (4 jarige)

“Mag ik nog wat langer bij je blijven spelen?”(8 jarige)

“Ik vind dat je er heel mooi uitziet” ( Met kerst, 9 jarige)

“Mijn knie doet niet meer zeer, jij hebt toverkusjes ”( 5 jarige)

“Jij bakt de lekkerste eitjes van de hele wereld” ( 8 jarige)

“Jeetje wat kan jij mooi tekenen” ( 9 jarige)

“Jij bent mijn beste vriend” (3 jarige)

“Ik ga straks naar mijn vriendje maar ik kom eerst bij jou theedrinken
want dat vind ik zo gezellig” ( 11 jarige)

“Ik wou wel bij jou eten en slapen, mag ik een keer logeren?” (7 jarige)

(fluisterend:)
“Als de anderen weg zijn, mag ik dan even bij jou op schoot?”( 6 jarige)

En behalve mondelinge complimentjes krijg ik ze soms ook fysiek. Iets speciaal voor mij gemaakt.
Een jongetje is lang bezig met een vierkant van strijkkralen en zegt: “Die is voor jou om je koffiebeker op te zetten”.
Een jongen maakt op school appelmoes en maakt er een lief cadeautje van voor mij.
Een meisje maakt in een werkboek een opdracht en ze denkt aan mij. (voor de duidelijkheid: wat ze getekend heeft is een flesje parfum)
Een jongetje heeft zowel voor mij als voor Bert een hart gevouwen.
Een meisje maakt een lieve tekening voor mij op het krijtbord.

Van zulke dingen word ik zo blij en vaak ook een beetje ontroerd.
Het zijn de kleine dingen die het doen.

 

 

Mooi werk

Een gewone donderdag, een gewone werkdag. Het is na schooltijd, de thee is op en de zes kinderen die hier vanmiddag zijn, gaan hun eigen ding doen. Eerder op de dag waren er nog twee kleintjes. Broertjes, de een is 3 jaar, de ander 8 maanden. Ze zijn inmiddels opgehaald, nu zijn er dus alleen schoolkinderen.
Als we met z’n allen rond de tafel zitten voor thee en een koekje ( lekker ouderwets, maar zo gezellig!) vraag ik wat ieders plannen zijn. Twee jongens, broers van 8 en 10, hebben afgesproken met vriendjes om buiten te spelen. De andere vier blijven hier. De oudste van 11 installeert zich op de bank met zijn spelcomputer en koptelefoon, hij heeft ook afgesproken met vrienden maar dan online. De jongste van 5 wil graag met de strijkkralen en de twee meiden van allebei 9 gaan zelf een filmpje opnemen op de telefoon die een van hen meegenomen heeft.

Er schallen voortdurend lachsalvo’s door de kamer, de dames komen niet meer bij om hun eigen grappen. Dat meidengegiechel doet me denken aan dat van mijn dochter en haar vriendinnen vroeger, en nog verder terug in de tijd aan mezelf met mijn vriendinnetje.
En ineens bedenk ik dat dit een van de redenen is waarom ik mijn werk zo leuk vind.
Al die heerlijke fases van de kindertijd, ik ben erbij. Telkens op nieuw. Ik werd zelf volwassen, mijn eigen kinderen werden volwassen, maar omdat ik gastouder ben,
beleef ik keer op keer die mooie dingen weer.
Mijn jongste hier in de opvang is nog geen 4 maanden oud. Ik zie de lachjes, het ontdekken van de handjes, luister naar de lieve brabbeltjes. Geniet van zijn zachte bolletje tegen mijn schouder als hij in slaap valt na het drinken.
De volgende is nu 7 maanden. Als ik hem uit bedje ga halen, is hij zelfstandig op zijn buikje gedraaid en kijkt me met een brede lach aan. Ik zet hem in de kinderstoel en ik geniet als ik hem z’n eerste stukjes brood geef en zijn neusje rimpelt van plezier, omdat hij het zo lekker vindt.
Dan is er een van 11 maanden, volgende maand viert hij zijn eerste verjaardag! Hij kan zelfstandig gaan zitten, speelt geconcentreerd met speelgoed en eet al warm eten mee aan tafel.
Mijn peuter van 3, die me de oren van het hoofd kletst, alle tractor-merken uit het hoofd weet, dol is op nieuwe liedjes leren en als enige hier eerst de korstjes van zijn broodje eet omdat hij die het lekkerst vindt. De kleuter die net 4 is en voor het eerst naar school is gegaan deze maand, die altijd wel een fantasievriendje of -huisdier heeft en daar hele verhalen over heeft te vertellen. En die zo zorgzaam is voor haar babybroertje.
De kleuter van 5, die alle kennis over letters en cijfers indrinkt, die de mooiste dingen maakt van de strijkkralen, maar die ook enorm hard kan rennen en superlenig is. De andere kleuter van bijna 5, die zo dol is op paarden, op boekjes lezen en helpen in huis. Ook zij is heel zorgzaam voor haar kleine broertje. Mijn jongetje die juist vandaag 6 is geworden en me zo aan mijn eigen zoontje van vroeger doet denken. Zijn hoofd zit vol sterren en planeten, dino’s en andere wetenswaardigheden. Zijn stralende ogen als hij weer iets nieuws ontdekt heeft, zijn onweerstaanbare grijns als ik een woordgrapje maak.
Mijn stoere jongen van 8, die zo goed is in voetballen, maar die ook zomaar de deur voor me openhoudt als ik er met de kinderwagen door moet. Die altijd goedgehumeurd en stabiel lijkt, met genoeg zelfvertrouwen om zich helemaal niks aan te trekken van wat een ander op school zegt.
Mijn twee meiden van 9, die zulke goede vriendinnen zijn. De éen is een kwebbelkont, de ander wat rustiger, maar allebei altijd gezellig. Ik zie dat ze belangstelling krijgen voor kleding, muziek, trends. Ze fluisteren over geheimpjes, krijgen de slappe lach over niks.
Mijn jongen van 10, die iedere week weer een stukje gegroeid lijkt te zijn, hij scheelt nog maar 5 cm met mij. En niet alleen fysiek, ik heb hem in de loop van de jaren zo zien groeien, van een onzekere, soms wat angstige jongen, tot eentje die stevig in zijn schoenen begint te staan en zijn eigen plan trekt.
En tenslotte mijn jongen van 11. Nog een paar maanden zal hij hier komen, daarna gaat hij naar de middelbare school. Altijd relaxed en op z’n gemakje hier, volkomen zichzelf. Druk met online game-afspraken, maar ook buiten met vrienden “Area 51”spelen. Ik vraag natuurlijk niet naar de geheime missies maar als hij dan weer met schitterende ogen thuis komt zie ik wel dat het spel mooi en spannend was.
Al die fases van het kinderleven, ik ben er bij. Ik heb zo van mijn eigen jeugd genoten, ik heb zo van de jeugd van mijn kinderen genoten. Ik kan enorm weemoedig worden als ik daaraan denk, omdat het allemaal voorbij ging. En met het werk wat ik nu doe blijf ik voortdurend betrokken bij die fases, de ontwikkeling van baby tot puber. Ik zie al die mooie dingen keer op keer en ik word daar gelukkig van. Daarom hoop ik dat ik dit werk nog lang kan blijven doen.
Het is soms heel druk, het is soms een heel gepuzzel, het kost soms een heleboel energie. Maar al die dingen wegen niet op tegen het plezier, de voldoening en soms zelfs het geluksgevoel.
Ik ben nu 58. Maar voor mij niet de vraag: Hoe lang moet ik nog werken? Nee, het is: Hoe lang kan ik nog werken?

 

Prietpraat (8)

Tien nieuwe prietpraatjes,  ik blijf er van genieten.

Het heeft geregend en Pim (3jr) staat voor het raam:
“Hé, Buiten is onder de douche geweest!”

Simon (5jr) ; “Ik ben een keer met de trein geweest
Ik:  “Wat leuk, waarheen?”
Simon:  “Naar een ander treinstation” 

Pim blijft eten en ik vraag: “Wat vind jij lekker?”
Pim:  “Gapsketti

Lars (8jr) :  “Ik had me zeer gedaan, want ik strokel” 

Dylan (4 jr)  tegen mama: ” Waarom neemt Annelies Bert mee op vakantie?”
Mama:  “Dat is toch gezellig, ik neem jou toch ook mee op vakantie?”
Dylan:  “Ja maar Bert is al groot, die kan al alleen thuis blijven”

Pim:  “De deur voor de poep is nog dicht”  (=WC-deksel)

Leroy (5 jr): “Ik heb een spel op de PlayStation en dan ben ik de goederik”

Dylan:  ” Ik kan heel goed rijmen, hoor maar.   Bami……… Kroepoek!!!”

Pim:  “Annelies?”
Ik: “Ja?”
Pim:  “Ik vind jouw voeten zo mooi, ze lijken op een Lamborghini 

De postbode bezorgd een pakketje van Bol.com,  nieuwe boeken
Dylan: “Waar zijn die voor?”
Ik: “Die nemen we volgende week mee op vakantie”
Dylan: “Waarom?” 
Maurits (10 jr) : “Dat is iets wat oude mensen doen”

En daar kon ik het weer mee doen.

bami_v2513678015797302003.jpg

(foto:  lekkererecepten.nl )

Handwerkles

Men weet inmiddels vast wel dat ik van handwerken hou. Dat is niet altijd zo geweest, jaren geleden heb ik er nog eens een blog over geschreven: Zus en zo
Daar eindig ik met dat ik inmiddels heel veel gebreid heb. Maar de laatste jaren heb ik ook heel veel gehaakt. Ik heb al minstens 10 dekens gehaakt (heerlijk die grote projecten) en ook een heleboel klein spul. Knuffels, popjes, pannenlappen, armbanden, sleutelhangers, cactussen (of is het cacteeën) ,decoratie-dingetjes…., met haken kan je heerlijk je eigen creativiteit gebruiken.
De kinderen die hier in de opvang komen krijgen natuurlijk ook wel het een en ander mee van mijn hobby. Er staat altijd wel een mand met garen, er ligt werk in de vensterbank te slingeren en als ze aan het spelen zijn neem ik het er ook wel eens bij.
Vanmiddag pakte ik de twee dekens, die ik voor ons toekomstige kleinzoontje gehaakt heb, om ze in de wasmachine te doen, ze waren nu helemaal klaar.
“Zo mooi hè,” zei Fleur, die gezellig aan tafel zat. “Ik wil dat ook wel kunnen”.
“Ik ook wel”, zei Vera. Ze keken elkaar aan. “Wil je ons leren haken?” vroegen ze. Ik dacht even na. Ik heb niet zoveel haaknaalden en eigenlijk heb ik ze zelf allemaal nodig. Ik heb daarentegen wel een belachelijke hoeveelheid breinaalden, dus ik vroeg: “Willen jullie niet liever leren breien?”
“Ja!” riepen ze enthousiast. Ik pakte naalden en vroeg welke kleur wol ze wilden.
Ik heb namelijk een heerlijke voorraad garens boven, in zowat elk denkbare kleur.
Mijn schatkisten.
Fleur koos blauw en Vera roze .
“Mag ik ook?” klonk er ineens vanuit de huiskamer. Maurits zat daar te spelen op zijn Switch, maar hij legde hem gauw weg. Hij wilde ook leren breien, geweldig. Hij koos grijze wol.
Ik zette voor hen alledrie 20 steken op en deed langzaam voor hoe te breien. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. In-Om-Door-Af. Geconcentreerd gingen ze aan de slag. Ik kwam handen te kort en mijn voeten waren niet snel genoeg om om de tafel heen te rennen van de een naar de ander, de hulpkreten waren niet van de lucht. Maar wat hadden we een lol met elkaar. Ik dacht terug aan mijn eigen brei-lessen. Ik had helemaal geen lol gehad. Ik wilde het ook niet leren, maar ik moest. En geen juf die er rekening mee hield dat ik linkshandig ben en dat ze het me rechtshandig aanleerden. ‘Stel je niet zo aan, je zult leren breien!’
Hier geen tranen van frustratie, alleen maar dikke pret als er iets raars gebeurde. De steken leken een eigen leven te leiden, ze gingen zelfstandig van de naald af, of weigerden juist om zich te verplaatsen. De breinaalden van de kinderen voelden op den duur hopeloos vertrouwd aan: kleverig en stroef, met steken die zo strak zaten dat er geen beweging in te krijgen was, of juist veel te grote lussen zodat ze met drie,vier tegelijk erafvielen en wegrafelden. Maar de kinderen waren alledrie zo vastbesloten om door te zetten! Fleur was de eerste die doorhad hoe het nou werkelijk moest.
Die hoefde ik niet meer te helpen, ze breide uiteindelijk zo zelf een toer uit. Dat wilden de andere twee ook natuurlijk, maar het systeem zat er nog niet zo in. Ik bleef geduldig uitleggen en toen nog eens op een andere manier…. en ineens kreeg Maurits het ook door.

Maar de arme jongen zat zo verkrampt te turen, dat ik zei dat hij even pauze moest nemen. Vera had er nog steeds geen kaas van gegeten, maar ze lachte zich tranen om de vergelijkingen die ik maakte met haar werk.
Fleur breide vlijtig door en verheugde zich al om dit aan oma te vertellen en te laten zien.
Toen ik haar met een gevallen steek hielp, telde ik inmiddels 30 steken op haar naald in plaats van de de 20 die ik opgezet had en ik had stiekem plezier omdat ik mezelf van vroeger terug zag. Ik hielp Maurits weer op gang en rende vervolgens weer naar Vera, het was topsport.
De kinderen breiden door tot hun moeders ze kwamen halen en ze waren alledrie apetrots op hun werk, geweldig.
Ik plofte op een stoel , hèhè. Het leven van een handwerkjuf viel nog niet mee, hoe leuk het ook was!
Ik kreeg een appje van Irene. Eén van de twee babydekens maakt zij ook, we zijn tegelijk begonnen, bij wijze van privé- Cal ( Cal= Crochet along) . Ze stuurde een foto dat ze bezig was de draadjes af te hechten, maar haar kat Puck zat er bovenop, dus dat ging niet handig.
Ik appte terug: ‘Prik haar even zachtjes…’ Prompt kreeg ik deze foto terug met het onderschrift: ‘Dit vindt ze van jouw opmerking’:img-20190507-wa0009~23442283069318356967..jpg

De blik……

Zo zou ik vroeger gekeken hebben als iemand tegen me had gezegd dat ik handwerken leuk zou gaan vinden.
Maar ik ben trots op mijn kinders. Goed resultaat voor de eerste poging, nietwaar!

img_20190507_1715282849185478127327595247.jpg

Fleur en Maurits wilden hun werk mee naar huis, vol plannen om thuis verder te breien en sjaaltjes en dekentjes voor hun knuffels te maken.
Vera liet het bij mij liggen, voor de volgende workshop, zoals ze zelf met een big smile zei.
Ik wist niet goed hoe ik dit verhaal moest eindigen. Maar Bert zei: “Brei er gewoon een eind aan”. Dus bij deze.

Prietpraat (7)

Een nieuwe aflevering Prietpraat!

Eerst nog even een paar van ons pleegkindje. Hij woont al een aantal maanden niet meer bij ons maar zijn uitspraken had ik genoteerd. Laten we hem maar weer Jimmy noemen, net als in de vorige Prietpraat.
Ten tijde van deze praatjes was hij bijna 3 jaar.

Het is prachtig weer en we maken een wandeling met Lenny. Op een bankje gaan we even een appeltje eten. In de verte klinkt het geluid van militaire oefeningen op Lauwersoog.
Jimmy: “Heb je honger, is dat jouw buik?”

Er staan schapen met lammetjes in de wei.
Jimmy: “Dat zijn lieve schammetjes!”

Samen met Bert naar de Formule 1 kijken;
Jimmy is helemaal enthousiast: “Max Verstappen is aan de race! “

Motorrace is ook leuk om samen met Bert te kijken. Maar er gaat een motorcoureur onderuit.
Jimmy: “Och nou is die meneer gevallen. Op de tegels. Dat is zielig!”

Ook de kinderen in mijn opvang doen mooie uitspraken.

Ik: “Lenny, je mag niet zo hard blaffen!
Dylan (4 jaar) : “Nee, hij moet langzaam blaffen hè?

Mitch (5 jaar): “Ik heb gister gesport en nou heb ik spierballenpijn!

Pim ( 2 jaar) heeft een knuffelhondje meegenomen.
Ik: “Hoe heet jouw hond?
Pim: “Poesje Mauw”

Ik doe deur open voor Jerry (9 jaar) : “Dag jongeman”
Jerry:”Dag oude vrouw”

Zo is het toch?” vraag ik aan Thijs (8 jaar)
Thijs: : “Ja hoor, klopt als een doos.”

We lopen naar de winkel en Pim ziet een grasmaaier van de plantsoenendienst.
“Ach, kijk nou, dat is nog een babytrekker!”

Ik ga weer sparen voor aflevering 8!

9789025768638

Prietpraat (6)

Nieuwe Prietpraat! Alweer aflevering 6.
De namen zij weer gefingeerd, de uitspraken zijn echt!

 

Ik: “Stop even met rondjes lopen Milan, anders word je duizelig”
Milan (3 jr) “Dan loop ik wel vierkantjes”

Fleur (7 jr) heeft haar Nintendo DS mee.
Ik: “Wat speel je?
Fleur:” Mario Bros”
Ik: “Klinkt leuk, wat moet je dan doen?
Fleur: “Het volgende level halen”

Milan: “Mijn opa en oma zijn op vakantie met het vliegtuig”
Ik: “O, leuk waar zijn ze naar toe?”
Milan: “Naar de lucht”

Voor het avondeten bidt Bert altijd hardop het Onze Vader.
Aron eet vaak mee en vraagt aan Bert:“Ga je nu Koninkrijk doen?“

Mathijs (4 jr) steekt een heel verhaal af over een valpartij,
het wordt een sterk verhaal
Jimmy (2 jr) “Wat een drama!”

Over Jimmy gesproken, hij woont momenteel een poosje bij ons, in pleegzorg en hij verdient wel een eigen hoofdstukje met zijn uitspraken:

Ik ben in de keuken met het eten bezig en kneed gehakt.
Jimmy: “Maak je spierballen?”

We zijn boven.
Jimmy: “Wil je het traphekje even dichtdoen anders krijg ik het koud”

Na het eten zeggen we altijd “Mag ’t je wel bekomen!”
Jimmy doet al dapper mee: “Nu mag je weer komen!”

Bert trekt even een schoon shirt aan. Jimmy wijst op zijn borsthaar:
“Heb jij daar ook een baard?”

We gaan met Lenny uit.
Jimmy: “Ik ga vandaag wel lopen, want ik heb pijn aan mijn fiets”

We zingen van de twee beren die broodjes smeren
Jimmy: “ ’t was een wonder boven wonder en nog een beneden wonder…..”

ik-zag-twee-beren-kinderliedje-GYQgFS

Prietpraat (5)

Een leuke bijkomstigheid van een goed bezochte kinderopvang is,
dat ik heel snel weer leuke prietpraatjes heb verzameld.
Dus hier al weer deel 5.

Ik maak een grapje aan tafel. Aron (4) kijkt me verwijtend aan en zegt:
“Dat is vrouwenkul”

Maurits (9) is lekker aan het zingen tijdens het spelen met lego.
“He is the King of kings, the Lord of lords, his name is Jesus,
he is kungfu-fighting…..”

Ik doe boodschappen met een jongetje (4) en we komen
een bekende van mij tegen. “En wie ben jij?”vraagt ze
Antwoord: “Mijn naam heet Brendan”

Lars (6) kan niet stoppen met giebelen. Ik vraag: “Wat
is er nou zo grappig?”
Lars: “Ik zit de laatste weken vol met humor”

Ik: “Wat wil je op je brood?”
Brendan: “Meisjes!”

Fleur (7) heeft de oplossing waardoor de hele Zwarte-Pieten-discussie
overbodig wordt.
“Weet je waarom Zwarte Piet zwart is? Omdat hij ZWARTE Piet heet.”

Ik: “Had je vandaag een andere juf?”
Brendan: : “Ja”
Ik:” Hoe heet ze?”
Brendan: “Juf Naaimachine”

Annemarie (5): ” Mijn mama kan ook motorrijden. Bij papa achterop. “

Lars: “Ik ga echt niet in die achtbaan. Ik heb hoofdenvrees”

Als we door het dorp lopen wijst Vivien (bijna 3) blij: “Kijk! In
die winkel woont mijn papa z’n werk! “

Het valt niet altijd mee om mijn gezicht in de plooi te houden.
Maar wat vind ik het toch geweldig, die kinderuitspraken
Ik ga weer opnieuw sparen!

IMG_20171024_091425

 

Prietpraat (4)

Daar zijn ze weer: nieuwe prietpraatjes!
Het is zo ontzettend leuk om met kinderen te werken, en ook dat er steeds weer nieuwe kinderen komen die leuke dingen zeggen!

We hebben een jong caviaatje erbij gekregen en ik heb haar Pimpernel genoemd.
Het ene kind tegen het andere: “Kijk, dit is de nieuwe cavia en ze heet Punt-nl”

Ik : “Lieverd, ik zou het fijn vinden als je niet bij alles ‘waarom’ vraagt”
Kind: “Waarom dan?”

Er wordt druk gespeeld in sprookjessferen. Kind zwaait met een toverstaf: “Hokus Pokus Spinazie Pas!”

Ik ben bezig brood te smeren en vraag aan een kind: “Jij eentje met pindakaas?”
Antwoord: “Ja maar dan wel een met boter zonder boter want ik lust geen boter”

Kind: “Mag ik jou helpen met koken?”
Ik: “Ja hoor, dat mag best als je dat leuk vindt”
Kind: “Mooi, want ik ben een goeie keukenbakker”

We zijn bezig met opzegversjes die rijmen.
Ik: “Hompeltje en Pompeltje die klommen op een berg. Hompeltje was een kabouterman en Pompeltje was een…?”
Kind: “Bever”

Kind: “Als papa straks thuis is gaan we warm eten”
Ik: “Gezellig. Weet je al wat je gaat eten?”
Kind: “Aardappels met voetballetjes”

d8a6a280-eec4-012f-5a7e-005056945a4e

Zomer

Hand in hand huppelen de donkere Vera en de blonde Fleur door het poortje van de speeltuin. Ze zijn allebei 7 jaar, en vriendinnetjes.
Ze boffen want ze hebben de middag vrij, dus tijd om met mij ergens heen te gaan. Fleurs oudere broer heeft ook vrij, maar die is er niet bij, die heeft
geen tijd voor kleine meisjes. In de gauwigheid heb ik iets opgevangen over een vriendje en eten en fantastische plannen en na een smekende blik uit zijn stralende ogen die vroeg “Mag het?” knikte ik en stuiterde hij er al vandoor. Ik hoop dat dit kind nog heel lang zijn enthousiasme kan vast houden in zijn leven, wat een heerlijk jong. Voor de zekerheid belde ik maar wel even met de moeder van het vriendje, konden wij tenminste nog even op elkaar afstemmen.
Maar de kleine dametjes zijn ook blij.
Zo’n grote speeltuin, vol met mooie toestellen. Zonovergoten stukken gras, maar ook schaduw van grote bomen. De meisjes rennen rond en proberen te kiezen wat ze het eerst zullen doen. Het wordt de grote glijbaan, waar ze, met de armen om elkaar heen, samen naar beneden sjesen. “Mogen we de schoenen uit?” en daar rennen ze weer weg, blote voetjes op het zachte, koele gras. Ik zit op mijn bankje stilletjes te genieten. Probeer de verschillende liedjes van de vogels te herkennen en vraag me af hoeveel blije kindertjes die hoge bomen in hun lange leven al gezien hebben.
Fleur en Vera klimmen op de stellage van de kabelbaan. “Het lijkt wel een schip!” roept Fleur. “Jaaaa”juicht Vera, “Wij zijn piratenmeisjes!”
Om de beurt glijden ze met het kabelbaantje heen en weer, onderwijl allemaal piratenkreten slakend. Maar blijkbaar zijn piratenmeisjes huishoudelijker aangelegd dan piratenjongens want Fleur zegt: ” Ik ga even boodschappen doen hoor,  de winkel ligt aan de overkant van de zee” En daar gaat ze, met fladderende haren.
Ook Vera moet nog een paar keer boodschappen doen en dan is de boot wel vol. Tijd voor wat anders.
“Zullen we verstoppertje doen?” stelt Vera voor. Ze telt hardop tot 30, terwijl Fleur zich ergens verstopt …negentwintig, dèèèèèrtig! Ik kom!
In mijn hoofd klinken echo’s van kinderstemmen uit mijn eigen jeugd. Na het eten nog mogen buitenspelen, het ultieme zomergevoel. Met de kinderen uit de buurt verstoppertje spelen op de hei, die aan onze flats grensde. “Kom kom kommertje” zongen degenen die al gebuut waren ,als de zoeker ver genoeg uit de buurt was om veilig tevoorschijn te komen. Ik vind het zo’n geruststellend gevoel dat sommige dingen niet verdwijnen. Kinderen die verstoppertje spelen. Hopelijk denken deze meisjes daar ook met plezier en misschien wat weemoed aan terug later.
Na het verstoppertje spelen is de schommel aan de beurt. “Kom jij ook?” vragen ze aan mij. Ja, ik doe ook mee. Als kind heb ik eindeloos op schommels gezeten. Ik kon er nooit genoeg van krijgen, hoe hoger, hoe langer, hoe beter. En ik ben ook best lang kind gebleven. Dat wist ik zelf wel, maar ik speelde nog zo graag…. Toen ik 14 was, en met mijn ouders op vakantie in een hotel in Joegoslavië, was er ook een schommel. En ik waande me onbespied toen ik daar heerlijk aan het schommelen was en ondertussen het hoogste lied zong. Want dat voelde zo heerlijk, de wind langs je gezicht, het zwevende gevoel en dan zingen….. Tot ik ineens vlakbij de schommel een soldaat over een hekje geleund zag staan, naar mij te kijken en te luisteren. Ik kon wel door de grond gaan, want ook al was ik lang kinderlijk, als je 14 bent, ben je toch niet zo onbevangen meer. Dan is zo’n soldaat ineens een jongeman en weet je je als 14 jarige echt geen houding meer te geven. Vreselijk, daarom weet ik het nu nog!
Maar goed, met deze meisjes doe ik mee. Althans, dat is het streven. Maar de snijdende touwen in mijn bovenbenen vertellen mij dat ik niet meer de heupen van een 7 jarige, zelfs niet van een 14 jarige heb, dus dat is gauw klaar. Gelukkig is er ook een grote netschommel, daar passen we alledrie op. En word ik prompt duizelig van het geschommel. “Opoe” mompel ik tegen mezelf en stel me tevreden met de schommel zo hoog mogelijk te duwen met Vera en Fleur er juichend op.
Tijd om even wat te drinken en te snoepen, ik diep het op uit de tas en vermaan de pleisters, die ook tevoorschijn komen dat ze vooral onderin in de tas moeten blijven zitten. Dat vinden de meisjes erg grappig en ik lach weer om hun smoezelige, bezwete, blije koppies. De geluiden van een landbouwmachine op het land in de verte en een koerende duif in een boom, verhogen de zomersfeer.
Er komen nog meer kinderen in de speeltuin. Ze lijken een reïncarnatie van Mops en Pelle uit het verhaal van Astrid Lindgren. Niet te geloven, als ze ooit die serie opnieuw gaan verfilmen heb ik de casting al klaar.
Mijn eigen meisjes beginnen een beetje moe te worden. Ik vraag wat ze willen en eigenlijk willen ze wel naar huis. Dus stappen we in de snikhete auto, gelukkig hebben we airco en is het maar een klein stukje rijden. We zijn nauwelijks thuis of Vera wordt opgehaald door oma, wat een timing. Als ik weer terug in de kamer kom is Fleur inmiddels op de bank in slaap gevallen. Ik kijk naar dat mooie meisje en voelde een grote dankbaarheid dat ik de kinderen die hier komen vertrouwdheid en veiligheid kan geven, en dat kinderen in ons stuk van de wereld kind kunnen zijn en van de zomer kunnen genieten.
De zomer, met lange warme dagen, zoveel mogelijk buiten zijn, alle geuren en kleuren. Ik ben dan geen kind meer (“opoe”) maar kan nog steeds intens genieten van het zomergevoel. Met alle dierbare herinneringen, maar ook nu in het moment. De zomer kan mij niet lang genoeg duren.
Het is de tijd waarin ik me het gelukkigst voel.

IMG_20170706_173946 (1)