Categorie archief: Mening

Met afstand

“Het nieuwe normaal” , zei Rutte van de week. Ik weet niet hoe het bij jullie is maar voor mij went het ten dele al aardig, maar vind ik het aan de andere kant moeilijk.
En dat ligt aan mijn karakter. Ik vind het helemaal prima om afstand te houden van mensen in het algemeen, mensen die ik niet of nauwelijks ken. Ik vermeed in ‘het oude normaal’ al grote groepen, drukte en als het even kon lichamelijk contact met mensen buiten mijn persoonlijke cirkel. Ik kan me bijna niets ergers voorstellen dan in het gedrang te staan, op elkaar gepakt tijdens een concert, voortgeduwd te worden in de massa van een stadse winkelstraat, of veel te dicht op elkaar te zitten/staan in een volle bus. Ik raak in paniek, voel me lichamelijk onwel worden en wil maar één ding: weg!
Dus die anderhalve meter die we nu allemaal aanhouden, daar heb ik totaal geen moeite mee. Geen gezanik meer met duwende mensen in de supermarkt, mensen die niet op zij willen gaan bij het elkaar passeren op de stoep en ook niet meer amicaal aangeraakt worden door mensen van wie ik dat helemaal niet wil.
Over het algemeen houdt iedereen hier zich er goed aan.

poster-afstand

Zojuist was ik met Lenny even lekker naar het honden-losloopbos in het Lauwersmeergebied. Normaal zie ik daar op een doordeweekse dag meestal (letterlijk) geen hond, in het weekend wordt het wat meer bezocht. Maar nu, voor alle thuiswerkers, is het een uitgelezen plek om even in je pauze een wandeling te maken en je hond te laten rennen. Dus vandaag kwamen we wel mensen en honden tegen. De mensen (ik ook dus) gingen netjes aan weerskanten van het pad lopen bij het passeren, dan haalden we de anderhalve meter afstand wel. De honden trokken zich er natuurlijk niks van aan, die hebben hun eigen regels. Meestal gaat het als volgt: even snuffelen, even spelen, en weer verder met de baas mee. Maar bij één hondje bleef Lenny wel erg lang plakken. Mijn doorlopen hielp niet, mijn roepen hielp niet, dus ik moest weer terug.
Mevrouw van het hondje: “Is het een reu?”
Ik, van anderhalve meter afstand: “Ja”.
Mevrouw: “Is hij gecastreerd?”
Ik: “Nee”.
Mevrouw: ”O, dan moet ik even ingrijpen, want mijn hondje is namelijk loops. En tegenwoordig zijn toch alle reuen gecastreerd?”
Pardon?Je gaat er van uit dat alle reutjes gecastreerd zijn, terwijl je je eigen teefje niet heb laten steriliseren en daarom laat je haar lekker vrij en loops rondstruinen in een losloopgebied? Wazig. Maar ik ben beleefd, dus dat zei ik niet hardop.
“Tja,” zei ik wel, “Je kan niet verwachten dat mijn hond nu anderhalve meter afstand houdt”
Ze zag er de humor niet van in. Lenny was helemaal hoteldebotel van verliefdheid dus die liet zich echt niet door mij afleiden. Stiekem gunde ik hem best een pleziertje, maar ik ging hem toch maar ophalen. En mevrouw deed werkelijk geen stap opzij. Mijn arm is geen anderhalve meter, (gelukkig maar, ik ben zelf 1.59 en dat zou best een raar gezicht zijn dan) dus ik moest veel te dicht bij haar komen om Lenny bij z’n halsband te kunnen pakken. Ik knarsetandde inmiddels. Dit was geen social distancing, dit was social lacking van mevrouw. Ik heb ook niet meer gegroet toen ik wegliep, met die arme hunkerende Lenny achterstevoren, aan z’n riem in het losloopgebied. Zodra het kon liet ik hem weer los en zorgde ervoor dat ik ze niet nogmaals tegenkwam.
Deze mevrouw hield ik liever op 1,5 km afstand.

Wat ik wel moeilijk vind, is het niet op bezoek kunnen gaan bij kinderen en kleinkind, ik mis ze verschrikkelijk. Gelukkig is er beeldbellen en hebben we veel contact via what’sapp. Ik heb altijd veel mitsen en maren bij de moderne technologieën maar ik ben er nu toch wel heel erg blij mee.
Gister stond ik bij het fornuis in de pannen te roeren en toen vielen er ineens een paar dikke tranen in de spaghettisaus. Ik vond  zo moeilijk dat ik die lieverds allemaal niet zou zien met  Pasen. We hebben echt niets te klagen, ik weet dat een heleboel mensen het nu veel en veel moeilijker hebben. Die nu erg ziek zijn, of voor altijd iemand moeten missen. Wij hebben persoonlijk geen ellende met het coranavirus. Geen zieken in onze directe omgeving, geen extra kwetsbare mensen. Het enige waar wij mee te maken hebben zijn de maatregelen. Ik ben blij en dankbaar dat wij de eerste maanden van onze lieve kleinzoon van zo heel dichtbij hebben meegemaakt, dat wij hem heel vaak hebben kunnen vasthouden en knuffelen. Als hij in deze tijd geboren zou zijn, had dat allemaal niet gekund.
Als hij mij nu op het scherm ziet met beeldbellen verschijnt er een brede lach en komt er een heel da-da-da verhaal. De band hebben we al op kunnen bouwen.
Maar om hem nu niet even te kunnen vasthouden, is moeilijk. Evenals niet de kinderen een knuffel te kunnen geven, samen een drankje te doen, gezellig samen te eten. Ik mis ze.
En daarom werd er opeens wat extra zout toegevoegd aan de spaghettisaus.
Maar daarna was het ook weer over. Even een traantje laten en klaar weer.
We zouden met elkaar gaan Paasbrunchen. Maar nu gaan we beeldbrunchen en het lijkt me erg leuk. Je wordt vanzelf creatief met ideeën.
Zo zou ik met mijn dochter naar de show van Fred van Leer gaan. Ging niet door natuurlijk. Maar Irene bedacht een heel leuk alternatief: zij ging, met een door mij vastgesteld budget, shoppen voor mij, zonder dat ik enig idee had wat ze voor me zou kiezen. Zo zou ik niet in mijn veilige maar ook wel saaie stijl blijven hangen, maar koos zij eens andere dingen. Out of the box (waarom klinkt: ‘Uit de doos’ zo raar?)
En het was leuk! Gister kwam er een heel pakket, ik had een discrete pas-sessie online en de meeste kleding was leuk, zat lekker en stond goed. Ik ben er blij mee en doe met Pasen een nieuw jurkje aan, ook al zijn we ‘maar’ met z’n tweeën thuis, Bert en ik.
Mijn zus ging met me videobellen, dat was ook leuk. Ik ben eigenlijk een heel slechte beller maar met beeld erbij gaat het veel makkelijker!

Ik heb een paar dagen vrij nu, en dat is best lekker. Maar ik mis ook wel de kinderen van de opvang. Een paar komen hier nog wel en daar hou ik geen anderhalve meter afstand van. Uiteraard is dat uit praktisch oogpunt al onmogelijk, maar hoe wil je een baby of een peuter goed verzorgen zonder dat je hem/haar een knuffel geeft, optilt, een aai over de bol geeft, op schoot neemt?
De ouders en ik houden onderling wel automatisch afstand en ik heb nog nooit zo vaak deurklinken en lichtknopjes gepoetst als deze weken.
Het is een vreemde tijd.
Je gaat even iets bij je schoonzusje brengen, blijft op een afstand staan en strekt je arm zover mogelijk uit , dat doet  zij ook en zo kan ze het aanpakken. Niet even samen een kopje koffie, ook al woon je zo dicht bij elkaar , maar een gesprekje met een tuinpad ertussen.
Als de pakketbezorger hier iets komt afleveren zet hij/zij het pakje een stukje bij mij vandaan op de grond en doet dan weer een aantal stappen terug. En als hij ver genoeg weg is kan ik het pakje pakken. Het heeft wel wat komisch, alsof er een gevaarlijk dier gevoerd wordt ofzo. Ik steek er de gek niet mee, ik vind het serieus knap dat de bezorgers juist in deze tijd zo hard werken terwijl ze met zoveel mensen in aanraking komen.

Zou het ‘oude normaal’ nog terugkomen? Of wordt het ‘nieuwe normaal’ op den duur normaal.
Bezoekjes en een knuffel voor degenen van wie je houdt wil ik wel weer terug.
Beetje afstand houden van anderen wil ik wel prolongeren.
Wat van mij helemaal mag wegblijven zijn De Drie Zoenen. Daar heb ik altijd al een hekel aan gehad en doe er alleen aan mee omdat ik mensen niet in verlegenheid wil brengen door me na één zoen terug te trekken terwijl de ander zich nog naar voren buigt voor een tweede en derde.
Maar ik vind het zo’n rare en onnodige gewoonte. Eén zoen en dan klaar hoor. Die ene zoen vertelt al dat ik diegene extra aardig vind en daar hoeven er niet plichtmatig nog twee achteraan.
Ik vind dit een uitgelezen gelegenheid om, nu de drie zoenen toch al afgeschaft zijn, dit niet opnieuw aan te wennen.
Mee eens?

Toezegging

Hartelijk dank voor uw email/aanmelding/reactie/verzoek/ gesprek. U krijgt binnen enkele dagen antwoord/reactie/uitleg.

‘Enkele dagen’ is blijkbaar een erg rekbaar begrip want na drie weken is er nog steeds geen antwoord.

Komt dit je bekend voor? Aan de ene kant hoop ik van niet, want dat scheelt een heleboel ergernis en verspilde energie.
Aan de andere kant hoop ik van wel, omdat dat zou betekenen dat ik niet de enige ben. Want dat zou impliceren dat ik best genegeerd kan worden omdat het allemaal niet zo belangrijk is wat ik te melden/te vragen/te bieden heb.

Helaas is voor mij in ieder geval het uitblijven van een reactie geen uitzondering. Het gebeurt veel te vaak dat er toezeggingen worden gedaan die niet nagekomen worden.
Het kan altijd gebeuren dat er iets tussenkomt in de planning. Maar laat dat dan weten!
Is het zo’n moeite om even te laten weten dat een inhoudelijke reactie wat later komt dan gedacht, dat een afspraak door wat voor reden ook niet nagekomen kan worden? Dan weet ik tenminste waar ik aan toe ben en voel ik me niet genegeerd. En doe anders gewoon geen toezegging!
Ik vind het echt zo onfatsoenlijk om iemand niet te laten weten dat iets niet doorgaat, dat iets verlaat is, iets veranderd is.
tenor

Wat wil ik met deze blog bereiken? In ieder geval mijn eigen frustratie van me af  schrijven. Ik heb niet de illusie dat ik hier een (bedrijfs)cultuur mee kan veranderen, hoe graag ik dat ook zou willen.
Maar mocht het zo zijn dat toch iemand die het aangaat dit stukje leest: het kan heus wel anders!
Ik heb namelijk ook maken met een bedrijf waarvan iemand me netjes liet weten dat een reactie een week later zou komen dan gepland, die me sindsdien hoogte houdt van de voortgang en mij op een correcte manier behandelt. Maar het is toch idioot dat zoiets een uitzondering is!
Ik vraag geen moeilijke dingen en ik ben niet de belangrijkste en ik heb het volste begrip als er zaken tussendoor komen die urgenter zijn. Maar ik wil niet genegeerd  of aan het lijntje gehouden worden.
Doe geen toezeggingen die je niet waar kunt of wilt maken. Dat werkt alleen maar averechts.
(gif:Tenor)

Onbegrijpelijk

Deze week begon ik ’s morgens extra vroeg. En daarom hoorde ik het radiojournaal van 6 uur.
Gisterochtend was de berichtgeving zo bizar dat ik me afvroeg of ik het wel goed gehoord had.
Het begon zo positief: Het leek erop dat er een doorbraak was in de behandeling van Alzheimer.
Jeetje, echt waar? Dat zou fantastisch zijn!
Maar daarna kwam de zin: Dit zou jaarlijks miljoenen kunnen schelen in de zorg.
Huh? Was ik wel goed wakker? Ik keek naar Bert. Ja hij had het ook gehoord. Zo werd het echt gezegd.
Ik ben nog steeds van mijn stuk.
Een remedie tegen Alzheimer betekent dat heel veel mensen zichzelf kunnen blijven,dat heel veel families verdriet bespaard wordt. Dat is het gene waar het om draait.
Het draait om MENSEN!
Maar blijkbaar is dat ondergeschikt. Blijkbaar draait het om geld, om uitsparing van zorgkosten.
Het is om te huilen. Het is inmiddels anderhalve dag nadat ik het bericht hoorde maar ik kan er nog steeds niet over uit.
Wie haalt het toch in zijn of haar hoofd om zoiets te bedenken? Het wil er bij mij niet in dat ik te naief ben, omdat ik totaal niet aan geld besparen dacht, maar aan leed besparen.
Het is helaas wel de werkelijkheid, dat gezondheid gekocht moet worden.
Juist als een mens op z’n kwetsbaarst is moet er geld op tafel komen.
Ik snap ook wel dat alleen de zon voor niets opgaat.
Maar om blij te zijn met een doorbraak in de gezondheidszorg omdat het geld bespaart, daar begrijp ik echt helemaal niets van.
En zo geeft een op zich positief bericht mij een heel verdrietig gevoel.

download (2)

Commentaar

Deze morgen zit er een kindje op de bank wat een beetje ziekjes is, dus de tv mag even aan. Buiten is het een drukte van belang, er worden steigers opgebouwd want vandaag krijgen we zonnepanelen op het dak. Er staan drie bestelbusjes voor het huis, een aanhanger met materiaal, mannen lopen af en aan.
Het kindje heeft er geen aandacht voor. Als ze in goede doen was geweest had ze vast met haar neus voor het raam gestaan, maar nu is de bank een beter plekje.
Ik heb NickJr. opgezet, dat is voor haar leeftijd bedoeld en dat kan ik veilig aan laten staan zonder dat ze het gevaar loopt beelden te zien die niet voor haar bestemd zijn, of dat ze overspoeld wordt door vervelende reclames.
Ik kijk een poosje mee, naar Rusty Rivets. Gewoon een leuke serie, de twee kinderen Rusty en Ruby zijn uitvinders en ze maken van alles om, samen met hun robot-dinosaurus, anderen te helpen.
Rusty en Ruby hebben een tablet om hun ideeën uit te werken. Het is de moderne versie van een sprookje.
De spreuk ”Combineren en Creëren” speelt een belangrijke rol. Het is als een toverspreuk. Want door hardop uit te spreken wat ze maken, hebben ze het gemaakt!
Dat kan, in de magische kinderwereld. Dat moet zelfs, dat hoort bij de ontwikkelingsfase waar jonge kinderen in zitten. Fantastisch!  Als je roept: “Raket!” komt de raket los van de tablet waar je ‘m op getekend hebt en staat ie in het echt naast je! Wie wil dat nou niet?
Ik kijk even naar buiten, naar de werkende mannen. Hoe makkelijk zou het zijn als het echt zo kon. Dat ze roepen: “Steiger!” en floep er staat een steiger tegen het huis.
Ze roepen “Zonnepaneel!” en ineens ligt er een zonnepaneel op het dak.
Het lijkt me wel wat. Maar zoals ik al zei, het is een sprookje.
Ik ben dol op sprookjes.
En daarom begrijp ik helemaal niets van het commentaar wat NickJr. laat voorlezen voordat het programma begint. Ze doen dat trouwens met alle programma’s die ze uitzenden. Alles wordt overgoten met een educatief sausje, want gewoon tv kijken is natuurlijk not- done. Dat is passief en werkt obesitas in de hand (nee, niet gaan reageren mensen, ik bedoel dat natuurlijk ironisch) Het inleidende commentaar is dan ook voor de volwassenen bedoeld.

“Als jouw kinderen met Sneeuwwitje het bos in vluchten, raken ze bekend met de problemen van alleenstaande vrouwen en kleine mensen en leren ze omgaan met scheikundige elementen en de gevaren daarvan.”

Als dit zo gezegd zou worden, zou iedereen de commentator toch voor gek verklaren! Maar bij de NickJr. programma’s doen ze het wel:

“Als jouw kinderen spelen met Rusty Rivets leren ze omgaan met wetenschap en techniek, problemen oplossen en ontwikkelen ze sociale vaardigheden”

Nou nou, dat is nog al wat! Ik weet niet wat NickJr. met spelen bedoelt, volgens mij kijkt het kind een filmpje en kan het zich hooguit inleven. Er wordt niet gespeeld, want we zijn nog niet zo ver met interactieve tv dat het kind kan spelen met de filmfiguurtjes op het scherm. Maar het lijkt zoveel actiever hè, als je het zo stelt.
Het ”omgaan met techniek en wetenschap” vind ik ook nogal dubieus. Die woorden zijn toch veel te pompeus! Waarom moet er zo’n volwassen term gebruikt worden, ik krijg het gevoel dat NickJr. het idee heeft dat we allemaal hoogbegaafde kindertjes willen hebben. Wat is dat nou voor een inleiding!
Rusty en Ruby doen wat iedere kleuter doet : van drie vierkanten en een driehoek een raket bouwen. En of je dat nou met blokjes of op papier of op een tablet doet, het blijft briljant dat een kleuter dat kan. Iets omvormen in je fantasie tot iets anders.
‘Problemen oplossen’, kan ik daar wat mee? Eh, als je wilt leren hoe je de situatie van een dino-robot die op hol geslagen rolschaatsen blijkt te hebben kan oplossen, dan wel. Sociale vaardigheden? Hm ja, ze zijn vriendelijk en helpen waar dat nodig is. Dat kan dus. Maar de rest?
Mijn inleidende commentaar zou zijn:
“Als jouw kinderen naar Rusty Rivets kijken, worden hun fantasie en creativiteit gestimuleerd”. Punt.
Maar dat is blijkbaar niet belangrijk, en zeker niet educatief genoeg.
Nou, ik vind toevallig van wel! Dat filmpje gaat er nota bene over!
Kinderen die de kans krijgen hun fantasie te gebruiken en creativiteit te ontwikkelen, worden daar heel gelukkige mensen van, die de wereld rijk en divers maken.
Leve de sprookjes! Die zijn educatief genoeg!

“Als jouw kinderen op bezoek gaan bij het Mannetje in de Maan, leren ze omgaan met het probleem van eenzame ouderen, helpt het hen om hun hoogtevrees te overwinnen en worden ze bekend met elementen van de astronomie”
Ik denk dat ik bij NickJr. ga solliciteren. Ik vind het namelijk erg leuk om belachelijke teksten te verzinnen.

canvas-ladder-naar-de-maan-vector-illustratie

Niet voor kinderen

Wat was voor 1982 mijn lievelingsfilm? Eerlijk gezegd heb ik geen idee. Nooit heeft een film zo’n blijvende indruk op mij gemaakt en de behoefte geschapen om ‘m keer op keer weer te kijken, als The Dark Crystal.
Jim Henson heeft destijds een meesterstuk gemaakt.
Another time, another world….  Een andere natuur, een andere sterrenhemel, andere levensvormen, andere talen, alles perfect tot in de details uitgewerkt en tot leven gebracht. Alles anders en toch heel herkenbaar omdat het over het oudste thema aller tijden gaat: de strijd tussen goed en kwaad.
Een sprookje, een geschiedenis, zie het zoals je wilt. Maar alsjeblieft, geef het de waarde die het verdient, àls je er al wat over wilt zeggen.
Jim Henson is de bedenker en maker van Sesamstraat en van The Muppets.
Met The Dark Crystal heeft hij iets totaal anders gemaakt, maar helaas blijven de vergelijkingen met Kermit en Pino hardnekkig bestaan bij veel te veel mensen.
Je hoeft niet van fantasy-verhalen of – films te houden, ieder z’n ding. Maar alsjeblieft hou op met verwijtend te zeggen dat het een film is waarvan kinderen nachtmerries krijgen. Want het is geen kinderfilm. Ik krijg echt vaak de neiging omdat gewoon een keertje te schreeuwen. HET IS GEEN KINDERFILM!!!!
Dat de hoofdpersonen uitgebeeld worden door poppen, wil niet zeggen dat het geschikt  is voor (kleine) kinderen! Het verhaal is te groot, te veelomvattend, het is een volwassen verhaal met een volwassen uitwerking daarvan.
Een aantal jaren na het verschijnen raakte de film in de vergetelheid bij het grote publiek. Maar niet bij mij. Ik had hem op twee videobanden, eentje als reserve. Daarna op DVD , in verschillende uitvoeringen. De film heb ik zo vaak gezien dat ik de tekst kan meespreken en dat ik vrijwel alle details weet. En ik heb er nog steeds geen genoeg van.
Groot was mijn opwinding dan ook toen ik twee jaar geleden hoorde dat Netflix plannen maakte om een serie te maken, die zich afspeelde vóór het verhaal van de film.
Ik begon de voorbereidingen te volgen en zag al gauw op de facebookpagina dat er een handjevol Nederlanders is die net zo’n grote fan zijn als ik, en dat er in het buitenland veel meer bekendheid mee was. Maar ook hier kwam weer dat commentaar, over een griezelige kinderfilm…. Maar ach, die mensen haakten snel af en alleen de echte liefhebbers bleven over.
Toch was ik eigenlijk ook wel een beetje bang, voor dit vervolg. Want wat als de sfeer die zo belangrijk is in de film, veranderd werd door een andere aanpak? Wat als er geen poppen maar 3D animatie gebruikt zou worden? Dus eigenlijk was mijn angst: Wat als alles verpest wordt?

Ik heb dus een favoriete film, maar ook een favoriet boek. Dat is de Waterschapsheuvel, ik heb daarover deze blog geschreven een aantal jaar geleden.
Ook daarvan zou door Netflix een serie gemaakt worden en ook daar keek ik naar uit. Het was overigens sowieso wel vergelijkbaar, hierover werd ook geblaat over griezelig voor kinderen en trauma’s van de tekenfilm. Okay, voor iedereen die dat nog steeds denkt heb ik nieuws: HET IS GEEN KINDERVERHAAL. Omdat het over konijntjes gaat en er een tekenfilm over gemaakt is, nemen mensen dat automatisch aan, maar Richard Adams heeft het boek voor volwassenen geschreven. Prima als kinderen het lezen en kijken, maar piep niet over trauma’s en tere kinderzieltjes als ze er gewoon nog te klein voor blijken te zijn, jouw taak als volwassene is om eerst te kijken waar je kinderen aan bloot stelt.
Ja, ik ben daar gefrustreerd over en misschien denk je: mens waar maak je je druk om. Maar het is iets waar ik me druk over wìl maken.
Dus, de Netflix serie. Wat verheugde ik me daarop. En wat was ik onvoorstelbaar teleurgesteld en geërgerd. Er zat geen sfeer in, het was erg slecht gemaakt, de konijnen leken niet op konijnen, echt belangrijke stukken uit het verhaal waren onnodig veranderd of weggelaten…. Ik heb het uitgekeken maar zat me op het laatst alleen maar te verbijten.
Ja, ik weet dat een filmscript veranderingen aanbrengt t.o.v een boek omdat niet alles verfilmbaar is. Maar als ik dan de tekenfilm kijk (of bijvoorbeeld de verfilming van LOTR) kan ik daar helemaal vrede mee hebben, omdat de essentie bewaard blijft en eer aan gedaan wordt. Maar niet in deze, ik mag wel zeggen, slechte serie.

Dus nu de releasedatum van The Dark Crystal – the Age of Resistance dichterbij kwam vond ik het erg spannend worden.
Vannacht om 1 minuut over 12 ging de serie in première. Maar dat werd me toch te gek, ik heb dus gewoon lekker geslapen. Vanmorgen eerst de dingen gedaan die ik moest doen en daarna met een kop koffie geïnstalleerd voor de 1e aflevering.
En…. ik vond het prachtig! Het is zo duidelijk dat hier mensen aan gewerkt hebben die precies weten wat de wereld van The Dark Crystal inhoudt. Alles klopte. Tot in de details. Dit raakte me zo, dat ik werkelijk met tranen in mijn ogen zat, de eerste momenten. Dat iets wat je al bijna 40 jaar zo mooi en bijzonder vind dat je het niet kan uitleggen, nu een uitbreiding krijgt…. ik kan het eigenlijk niet omschrijven hoe dat voelt.
De film heeft een duidelijk einde, daar kon geen vervolg op komen. Maar dit verhaal laat zien wat er aan vooraf ging. En het werkt.
Er zijn nog 9 afleveringen te zien, maar als ik zo deze blog geplaatst heb moet ik aan het werk.
En ik wil ook niet alles achter elkaar zien, ik wil er stukje bij beetje van genieten en op me in laten werken.
Vind je het niks, dit onderwerp, prima! Ik kan niet verwachten dat iedereen er lyrisch over is. Maar ik had zo’n behoefte om er over te schrijven.
Ik kende Jim Henson helemaal niet persoonlijk natuurlijk. Heb er vroeger, toen hij nog leefde, wel eens over gedacht om hem te laten weten wat The Dark Crystal voor mij betekent. Nooit iets mee gedaan en dat geeft ook niet.
Nu heb ik het idee dat hij, als hij op de een of ander manier kan zien of weet wat er met zijn erfenis gedaan is,  heel tevreden en trots kan zijn. Voor mij heeft hij nu extra de erkenning gekregen die hij verdient.

jen

Taalfouten

Paw Patrol, we zijn al onderweg
Als er een probleem is in Avonturenbaai
Dan komen Ryder en zijn pups in een ommezwaai

Het is een leuk kinderprogramma, maar waarom erger ik me zo aan de tekst van dit liedje? Omdat er een verkeerde uitdrukking gebruikt wordt, puur om het te laten rijmen. Een ommezwaai is totaal iets anders dan een ommezien, wat hier eigenlijk bedoeld wordt.
Het is gewoon fout. Maar ik heb de indruk dat je niet meer over taalfouten mag vallen, want dan ben je een taalnazi. Ik vind dat raar. Als je een som verkeerd uitrekent zegt ook niemand: “Ach wat maakt dat nou uit, dat het niet helemaal klopt”. Als er een fout op een factuur staat, of het nou een rekenfout of een typfout is, nemen we er ook geen genoegen mee. Maar met taal hoeven we het blijkbaar niet meer zo nauw te nemen.

Ik mag ‘me irriteren aan me kids’ en ik moet me er niet zo druk over maken dat het eigenlijk ‘me ergeren aan mijn kinderen’ is, of dat ‘mijn kinderen mij irriteren’ . (Overigens is dit een voorbeeld hè, ik heb natuurlijk voorbeeldige kinderen.)
Maar eigenlijk doe ik dat wel, me druk maken. Op scholen is nog nooit zoveel en zo vroeg aandacht besteed aan taalvaardigheid. Dan zou het toch logisch zijn als taal ook op een correcte manier aangeleerd en gebruikt wordt.
Het zal ook wel komen door het internet, dat het me nu veel meer opvalt. Vroeger kon je immers niet van iedereen geschreven tekst lezen.
Het gebruik van t, d en dt in werkwoorden is lastig ja, maar er zijn regels voor. Net zoals er regels zijn voor vermenigvuldigen en optellen.
Natuurlijk zit er creativiteit in taal, dat wordt gewaardeerd, in tegenstelling tot creativiteit in rekenen. En de een heeft meer taalgevoel dan de ander, dat is allemaal prima. Maar het is vervelend dat mensen zich zo aangevallen voelen als er op een taalfout gewezen wordt. Dat maakt toch niet uit, je valt de persoon toch niet aan? Je bent gelijk een betweter als je iets over een taalfout durft te zeggen. Of, zoals al eerder gezegd, een taalnazi. Wat een vreselijke uitdrukking is dat! Nazi’s maken hun eigen regels en dringen die met harde hand op. Daar mag je toch niet mee vergeleken worden als je taal op een juiste manier wilt gebruiken.
Dan maar een betweter. Ik zit er niet zo mee, als iemand mij zo noemt. Een ander weet weer veel meer van rekenen en die mag mij gerust op mijn vele fouten wijzen. Graag zelfs.
Ik vind: als je graag schrijft of vertelt, moet je dat echt vooral doen! Creativiteit laat zich niet in regels vatten. Maar het is echt niet erg als iemand meeleest en de taalfouten eruit haalt.

paw patrol

Geen vooruitgang

Ben ik een autoliefhebber? Nee, niet speciaal. Een auto is handig, het is fijn als hij goed rijdt en prettig zit,  dat is het wel zo’n beetje. Ik heb geen voorkeur voor merken of types, en eerlijk gezegd begin ik me nogal te ergeren aan de eindeloze stroom nutteloze snufjes in nieuwe auto’s. Ik vind het bijvoorbeeld erg vervelend als een auto uit zichzelf op slot gaat als je wegrijdt, ik word er claustrofobisch van.
Wat ik nog veel vervelender vind, is dat alle functies nu via software geregeld worden. Ik ben echt niet zo behoudend dat ik bang ben voor nieuwe dingen, maar een heleboel vind ik zo totaal onnodig. Wat is er mis met een sleutel omdraaien bijvoorbeeld. Wat mankeert er aan met je voet het gaspedaal regelen. Alles moet blijkbaar nu computergestuurd. Als er iets aan je auto mankeert is het 10 tegen 1 een softwarestoring en geen mechanische. Alles is dan ontregeld, terwijl de auto zelf het eigenlijk nog prima doet. Automonteurs zijn meer aan het storingzoeken tegenwoordig dan aan het sleutelen.
Ik haat het idee van de zelfrijdende auto, het is een suffe, afstompende en betuttelende manier van reizen. Zo vreselijk passief, alles wordt voor je gedaan. Weer een stukje zelf  denken inleveren. Wie bepaalt eigenlijk dat alles wat kan, ook moet? Ik heb nog niemand gesproken die zegt: “Ja leuk, een zelfrijdende auto!”  Maar ze komen er wel.
Als tegenstelling is de autosport nog nog nooit zo populair geweest als tegenwoordig.
Het zo behendig mogelijk rijden, mogelijkheden zien, risico’s inschatten….. we vinden het allemaal prachtig wat Max en z’n rivalen doen. Maar zelf zitten we straks als een zoutzak in onze zelfrijdende auto’s terwijl we gelaten naar onze bestemming worden vervoerd. Vreselijk toch.

Ik heb een oude auto. Eentje zonder computer. En ik ben er erg zuinig op. Toen de auto gebouwd is, was ik zelfs nog te jong voor rijles, dus het is echt een oldtimer.

R6
Het is een auto met een choke, met 4 versnellingen, met metertjes in plaats van digitale cijfertjes. Een auto met een sleutelbos, zonder centrale deurvergrendeling, zonder elektrische ramen.
Dus als er iets mis is, kunnen de andere deuren en/of ramen nog gewoon open. De ventilatie is mechanisch en werkt supersnel. Ik zet gewoon een schuif in het dashboard open, het kost geen energie en het gaat niet stuk. De voorruit is binnen no-time ontwasemd, zonder computergestuurd systeem.
In deze auto kan ik echt autorijden. Want er wordt niks voor me geregeld. En dat is leuk.
Natuurlijk komt er ook een nostalgisch gevoel bij. Het geurtje, het geluid, het interieur… echo’s uit mijn jonge jaren. Ik heb wat accessoires toegevoegd, die het voor mij extra leuk maken. Een gehaakte stoelhoes, kussens in retro-motief op de achterbank, een wc-rol hoedje en een knikkend hondje op de hoedenplank. In de 70- er jaren maakte men  een auto nog een beetje gezellig en persoonlijk. Ik hou daar van.
Deze auto is nu 43 jaar oud. En met wat zorg en onderhoud kan hij nog heel lang mee.
Volgens mij zal een auto uit 2019 geen klassieker zijn in 2062. Want er zal niets meer werken van de systemen die er nu ingebouwd worden en bovendien is er  niets karakteristieks aan de auto’s van nu. Niets wat de moeite waard is om te bewaren.
Geen vooruitgang, maar verarming.

 

Controle

Het is natuurlijk al lang bekend dat alles wat je op internet doet, gevolgen heeft. Gelul over privacy en aangescherpte regels veranderen daar helemaal niets aan. Toch blijf ik me echt verbazen over hoe ver het gaat. Het cookie-geneuzel heeft daar denk ik wel veel mee te maken. Ja, je moet toestemming geven, maar als je een site bezoekt wil je die zien, dus je klikt op accepteren.
Het is me allang duidelijk dat ik , als ik een keer online naar iets gezocht heb,  daarna prompt advertenties over dat onderwerp krijg op facebook, op banners en pop-ups. Maar het gaat voor mijn gevoel steeds verder. Alsof een alziend oog en afluisterend oor hier in huis rondwaren.
Bijvoorbeeld: Bert kijkt op tv een documentaire over Shell en CO2 uitstoot. We praten daar even over samen. Vervolgens krijgt hij advertenties op zijn mobiel over Shell, en over CO2 uitstoot-vermindering.
We overleggen samen (zonder online activiteiten) over de zonnepanelen die we zouden willen hebben. En hoppa, daar komen de advertenties voor zonne-energie als Bert de telefoon weer opstart.
Het lukt me niet om echt te begrijpen hoe dat kan. IP-adressen, Google-accounts, tot zover heb je me nog. Maar daarna raak ik het spoor bijster. En ik word er niet vrolijk van. Want ik hou er niet van als ik dingen waar ik mee te maken heb niet begrijp.
Gisteravond ging ik op internet op zoek naar sandalen, omdat de mijne ineens waren veranderd in rare losse flappen. Last van de hitte denk ik. Ik was online op mijn laptop.
Vanmorgen doet Bert zijn telefoon aan en ziet advertenties van Sarenza en Van Haren.
Hoe dan?
Ondanks dat ik me bewust ben van de macht van Google en van het gebrek aan privacy op internet, verontrust en benauwt me dat.
Wij tweetjes zijn maar een minuscuul stipje in de ether. Een amoebe. Maar toch worden we in de gaten gehouden. Net als die andere 7,5 miljard mensen op de wereld. En in mijn idee door een relatief kleine groep mensen. Maar wie zijn “ze “ dan? Het komt me allemaal zo ongelooflijk en mysterieus voor, als een complottheorie. Toch lijkt het de werkelijkheid te zijn.
Zelfs als je echt zou willen, kan je niet eens meer afstand nemen. Je kan niet meer zonder internet, er is dan geen betalingsverkeer, er is geen informatie, er zijn geen alternatieven meer. Ik heb altijd geprobeerd om heel bewust gebruik te maken van het internet, maar inmiddels heb ik het idee dat het niet meer kan. Dat we er al zo diep inzitten dat er geen andere mogelijkheden meer zijn. En dat we onszelf daarmee uit handen hebben gegeven, ook al denken we dat we bewust bezig zijn en zelf de controle hebben.
Ik weet niet hoe het nog verder zal gaan. Jullie?
digitization-4136387__340

Vaderdag

“Flauwekul”, zegt de een. “Allemaal commercie” zegt de ander. “Alleen maar leuk zolang ze klein zijn en een sleutelhanger voor je knutselen”, zegt de derde.
Prima, van mij mag het, ieder zijn mening. Maar hier doen we wel wat aan Vaderdag.
Nee, Bert is mijn vader niet. Maar hij is wel de vader van mijn gezin. En ik vind het leuk om iemand waar ik van hou een keertje extra in het zonnetje te zetten. Het gaat mij er om, en dat is ook zo met Valentijnsdag en Moederdag, dat het gewone dagelijkse leven even wat meer glans krijgt. Omdat je eventjes extra laat zien dat de ander zo belangrijk voor je is.
“Dat kan toch iedere dag, daar heb ik zo’n speciale voorgeschreven dag niet voor nodig” bromt de vierde.
Klopt helemaal. Maar tussen kunnen en doen zit een groot verschil. Want in de praktijk leven we maar al te snel gewoon ons leven. We nemen de ander vaak als vanzelfsprekend aan . “Hij/Zij weet toch wel dat ik van hem/haar hou.”
Ja, natuurlijk wel. Maar is het niet ontzettend leuk en fijn , een beetje extra waardering? Ik vind van wel. Ik heb dat wel nodig, zowel om te geven als om te krijgen.
En nee, niet alleen maar op een speciale dag. Ook gewoon een keertje totaal onverwacht. Maar die speciale dagen, daar kan ik me ook echt op verheugen. Net als op een verjaardag. Bedenken hoe we die dag gaan invullen, wat voor  lekkers we  gaan eten, wat we voor gezelligs gaan doen. Verzinnen waar ik mijn geliefde een plezier mee kan doen, blij zijn met wat er voor mij gedaan en bedacht is. Kortom: hoe we het gaan vieren.
En beetje extra sjeu aan het leven van alledag.
Van mij mag het. Graag zelfs.

img-20190616-wa0007~27278404577282428827..jpg

Micro-avontuur

We gingen zaterdag een avondje uit. Irene en Jan gingen afdansen na hun derde jaar en wij waren uitgenodigd om te komen kijken en aanmoedigen. Natuurlijk moesten we er wel een beetje netjes uitzien, dus een mooi moment voor mij om naar de kapper te gaan en mijn haar op te laten steken. Mijn haar is zo steil en pierig dat ik er zelf niet veel mee kan aanvangen om er iets feestelijks van te maken.
De kapster draaide dan ook allemaal rollers in mijn haar, zodat ik straks wat volume had om mee te werken. Toen alle krulspelden erin zaten en de kapster de droogkap ging instellen, zette ik mijn bril weer op en keek naar mezelf in de spiegel. Jemig, daar zat mijn moeder! Ik schrok er gewoon van, zoveel leek ik op haar. Mijn moeder ging vroeger iedere zaterdag naar de kapper voor wassen/watergolven en ik ging nog wel eens mee voor de gezelligheid. Dan zag ze er echt net zo uit als ik nu. Om de gelijkenis compleet te maken kreeg ik een damesblad te lezen. Ik bladerde het een beetje door, ben niet zo van de tijdschriften eerlijk gezegd. Maar je moet de tijd onder die kap toch zoek brengen dus ik las een heel artikel. Het ging over “ micro-avonturen”. Ik dacht dat het over de natuur zou gaan, zoiets als wat ik laatst in onze tuin aantrof.
img-20190417-wa00115647115602836080823.jpg
Maar het was iets anders, iets wat trendy is. Tijdens het lezen moest ik toch echt even mijn wenkbrauwen optrekken. Was dit serieus? Ja, het was serieus, er is zelfs een boek over verschenen.
Met tips voor micro-avonturen, als tegenwicht voor wereldreizen. Het schijnt namelijk zo te zijn dat mensen moe worden van verre reizen maken. Ga dan niet, zou je zeggen. Maar er is blijkbaar een groep die druk voelt om dat wel te doen, omdat ze anders niet meetellen. Je moet veel van de wereld zien, andere culturen ontdekken, “out of your comfortzone”gaan, wil je een beetje kunnen mee praten, en iemand zijn.
Dus je moet kunnen vertellen, liefst met reisblogs en foto’s op social media wat je allemaal voor extreme dingen gedaan hebt. Hiken in de Sahara, gebedsvlaggen weven in Tibet, sawa-waden in Indonesië, piranha-knuffelen in de Amazone enzo.
Maar als tegengeluid is er nu het micro-avontuur! Gewoon thuis in je eigen omgeving en het is enorm heilzaam en ontspannend en verrijkend. Sjonge. Als ik het zo lees was ik al heel lang erg trendy voordat het trendy werd. Want ja joh, we gaan wel eens zomaar picknicken op een plek die we niet tevoren uitgezocht hebben! We wandelen in onze eigen omgeving! Ik ga met de opvangkinderen naar een blote-voeten- pad en ben daar de hele dag zoet met spelen en ontdekken. Met mijn eigen kinderen ging ik naar het zanddepot in Zeewolde en we konden uren geboeid zijn door een vijvertje met kikkers, visjes, en waterplantjes. Of we gingen naar de dijk, een veldboeketje plukken, van de dijk rollen, op je rug liggen kijken wat je in de wolken kon zien. En nog verder terug in de tijd ging ik met mijn ouders en broer en zus naar de zandverstuiving. Of naar het bos in Lage Vuursche, hutten bouwen. Of op de hei spoorzoekertje doen.
Dat heet nu blijkbaar ineens een micro-avontuur. Nou ja zeg. Voor mij, en voor de meeste mensen die ik ken is dat toch iets heel normaals! Maar het lijkt alsof er iets nieuws en heilzaams uitgevonden is waarvan we allemaal opgelucht moeten zeggen: Ja, dat is het! Voor mensen die alle uithoeken van de wereld al gezien en beleefd hebben en daar doodmoe van zijn, of mensen die gestressed denken dat ze dat nog moeten gaan doen om er een beetje bij te horen. Je moet dan niet gewoon lekker iets simpels gaan doen en daarvan genieten, nee je moet een micro-avontuur beleven. Want je moet wel trendy blijven.
Eigenlijk word ik daar een beetje triest van, dat het zover gekomen is.
Ik ken mensen die graag verre reizen maken, maar dat doen ze omdat ze dat zelf willen, omdat ze ervan genieten. Blijkbaar zijn er ook mensen die dat niet zo voelen, maar die dat doen omdat ze denken dat je er anders niet bij hoort of niet opvalt. En die krijgen dan stress en die moeten dan weer een nieuwe trend kunnen volgen, het micro-avontuur.
Micro-avontuur. Eigenlijk vind ik het compleet belachelijk als ik het mag zeggen. Een hippe naam voor iets wat al sinds mensenheugenis bestaat. Net zoals een plantsoentje nu ineens een tiny-wood heet. Ik krijg er kromme tenen van, echt.
Zulllen we weer even normaal doen nu? Fijn.
“Pieng” zei de droogkap en ik kwam er met vuurrode oortjes onder vandaan. Alsof ik net een heel stout artikel gelezen had in het o zo brave damesblad.
De kapster maakte wat moois van mijn haar, ik betaalde en ging naar huis. Onderweg zag ik een viskraam en dacht: “Ja! Ik ga Bert verrassen met een micro-avontuur! We gaan helemaal ongepland een harinkje eten!”
En wat was het heilzaam en verrijkend. Ik heb de werkreis sandalen vlechten in Nepal daarom maar afgezegd.