Maandelijks archief: mei 2026

Paspoort

Het was tijd voor een nieuw paspoort. Allang tijd, want hij was al een jaar verlopen. Dus eindelijk maar eens een nieuwe aanvragen.
Sinds de gemeentelijke herindeling hebben we een mega-grote gemeente. Wat voorheen De Marne was, is opgegaan in Het Hogeland. Een en ander heeft tot gevolg dat we in ons dorp geen gemeentehuis meer hebben. Als er iets geregeld moet worden kan het online, of op het gemeentehuis in Winsum of Uithuizen. 

Ik begon moedig online. Ja, hartstikke leuk, maar je moet wel je aanvraag op een fysiek gemeentehuis afronden. En dan je oude paspoort en een nieuwe pasfoto meenemen. Betalen kon dan weer wel.
Oké, gaan we doen!
Eerst een afspraak maken, dat kon nog wel online. 

Vervolgens kreeg ik drie mailtjes om die afspraak te bevestigen. Van de gemeente, van het gemeentelijk klantcontactcentrum en nog een van de gemeente.
Blijkbaar hadden ze mijn leeftijd gezien en waren ze erg bang dat het niet duidelijk was, of dat ik het zelfs zou vergeten.
Daarna volgde er nog een sms. Ja ambtenaren, nou weet ik het wel hoor! 

Op tijd naar onze drogist, om pasfoto’s te laten maken. Verteld dat het voor een paspoort was, daarom maakte de medewerkster er drie met en drie zonder bril. Voor het geval dat.
Ik was trots op mezelf dat ik alles tot in de puntjes had voorbereid.
Met mijn oude paspoort en mijn nieuwe pasfoto’s stapte ik gister in de bus naar Winsum, waar ik om 10.15 u. een afspraak had op het gemeentehuis.
Keurig op tijd was ik daar en sloot aan in de rij voor ‘eerst melden bij de receptie.’
Het was erg warm en ik dacht: oh ja, er is op zulke dagen altijd een ernstig tekort aan deodorant. Vooral bij oude mannen die zelfs met deze temperaturen nog een trui over een bloes aan hebben. En daar stonden er meerdere van in mijn rij, helaas.
Bij de receptie werden ook de paspoorten en rijbewijzen die al klaar waren uitgegeven, dus ik stond best een poos in die stinkrij.
Maar toen was het toch mijn beurt, ik werd aangemeld en op een stoel geparkeerd. Drie minuten na de aanvangstijd van mijn afspraak werd ik opgeroepen. ‘t Kon minder.
‘Ah, u heeft uw aanvraag al online voorbereid. Dat is handig. Heeft u een nieuwe foto bij u?’
Ik overhandigde direct maar de brilloze,  mevrouw keek naar de foto, fronste, keek naar mij, fronste, keek nogmaals naar de foto en zei: ‘Ik ben bang dat ik deze foto moet afkeuren. Heeft u nog een andere?’  Ik gaf haar het hele mapje maar, kon ze kiezen.
‘Nee sorry, dit kan echt niet.’ Ik probeerde niet beledigd te zijn, wie ziet er nu leuk uit op een pasfoto?
‘Er zit een lokje haar langs uw oog,’ hernam ze. Ze wees op het sliertje wat net langs mijn ooghoek ging. Want om nou te zeggen dat ik een weelderige haardos heb….
‘U moet nieuwe foto’s laten maken en dan terugkomen. Ik geef u een formulier mee met de voorschriften. Geen bril, voorhoofd en oren vrij.’
Ik wees op de foto in mijn oude paspoort. Lang haar over mijn oren, een pony en een bril op mijn neus.
‘Onbegrijpelijk dat die goedgekeurd was,’ zei ze en het leek me niet zinvol om in discussie te gaan. Na een nieuwe afspraak voor vandaag te hebben gemaakt, droop ik af. Letterlijk want het was bloedheet. Gelukkig werkt mijn deo wèl heel goed.
Ik besloot een paar haltes voorbij mijn huis weer uit de bus te stappen, dan kon ik gelijk even bij de drogist aan voor nieuwe foto’s. Daar liet ik het formulier en de afgekeurde foto’s zien en de medewerkster zei: ‘U krijgt gratis nieuwe. Mag ik deze hier houden om aan mijn collega te laten zien waar op gelet moet worden?’
Ik vond het allemaal best, was echt niet van plan geweest om de foto’s op canvas te laten afdrukken voor op de slaapkamer. 

Wederom nam ik plaats op de kruk, streek mijn haar van mijn voorhoofd, bedacht dat ik (alweer) een lelijke blauwe plek onder mijn haar had (iets met een bbq-rooster dat van een plank op mijn knar viel, maar dat is een ander verhaal) en probeerde de plek wat te camoufleren. Anders zit ik daar 10 jaar aan vast en moet ik mijn man verdedigen dat hij er echt de hand niet in gehad heeft.
Ik streek de rest van mijn haar achter mijn oren, deed mijn bril af en lachte niet. Alles volgens voorschrift. Het is dan ook een schitterende foto geworden die van geen kant laat zien hoe ik er echt uitzie. Vast niet verbazend dat ik deze foto hier niet plaats. 

Bij de toonbank liet ik de foto in mijn oude paspoort nog even zien. ‘Toen mocht dit gewoon’, zei ik.
‘Maar die is niet hier gemaakt denk ik,’ zei ze.
‘Jawel hoor,’ zei ik, ‘Ook bij jullie.’
Ze keek naar het jaartal en zei: ‘O ja, toen waren we net begonnen.’
Het lag op het puntje mijn tong om te reageren met:  ‘Ja toen maakten jullie pas foto’s’ , maar ik vond dat zo flauw dat ik het nu alleen tegen jullie zeg.

Goed, vandaag weer in de bus, Winsumwaarts. Het was minder warm, de rij in het gemeentehuis was minder lang en het stonk niet. Positief begin.
Er kwamen twee dames binnen, ze hoorden niet bij elkaar, maar ze wilden beiden niet in de rij staan.
‘Ik heb een afspraak om 13.00 u. ‘ zei een van hen tegen mij. ‘Staat u ook in de rij?’
Ik wees op het bordje ‘bezoekers eerst melden bij de receptie’ maar ze vond dat ze het recht had om voor te gaan, dus ze liep naar een andere baliemedewerker.
‘Ik kom mijn paspoort ophalen, ik heb een afspraak.’ begon ze luid en duidelijk.
De baliemedewerker verwees haar vriendelijk doch vastbesloten naar mijn rij en ik probeerde niet te grijnzen.
Daarna  deed de andere vrouw ook een poging, wat een hardnekkigheid! Maar zij kwam een rijbewijs halen, blijkbaar vond ze dat anders.
Onverbiddelijk werd ze ook teruggestuurd, maar de ambtenaar zei nog: ‘ Dit is alleen voor aanvragen.’
‘Ik kom voor een aanvraag’, zei ik brutaal vanaf mijn plek en hij wenkte direct. ‘Mevrouw van Bloois?’
10 minuten voor mijn afspraak was ik al aan de beurt, het moet niet gekker worden.

Nog voor dat de beide voordringende dames aan de beurt waren, wandelde ik het gemeentehuis alweer uit, met een goedgekeurde aanvraag en een afspraak voor volgende week ophalen.
Omdat ik vroeger klaar was, kon ik een eerdere bus terug nog halen, als ik hard doorliep. En dat deed ik, anders moest ik een half uur wachten.
Hijgend kwam ik tegelijk met de bus bij de halte aan, kon nog iets van goedemiddag uitbrengen tegen de chauffeur en plofte op een lege plaats. Wat zat het allemaal mee vandaag! 

 Ik stapte uit in Wehe den Hoorn, waar Bert vandaag in het Kunstcentrum vrijwilligde. Daar moest ik namelijk nodig eens gaan kijken!
Ik kreeg thee, en kon nog even zien hoe Bert cappuccino’s maakte en gebak serveerde.
Zo leuk, had ik vroeger echt nooit gedacht hoor.
Toen zijn dienst erop zat, leidde hij me rond in het centrum en bleef ik eindeloos hangen bij een prachtig schilderij van de Grote Markt in Groningen tijdens een regenachtige winternamiddag, geschilderd door Cees Muller. Dat vind ik zelf echt het topstuk van de expositie. 


Toen ik alles gezien had, gingen we ook nog maar even gezellig een Eggens Weizen drinken in Berts brasserie.
En zo had ik zomaar een fijn uitje vanmiddag, terwijl ik gister zo mopperde dat ik vandaag alwéér naar het gemeentehuis moest. 
Volgende week kan ik mijn paspoort ophalen. Ik heb alweer drie mailtjes gekregen en de sms zal ook nog wel komen.
Helaas rijdt Bert die dag als chauffeur op de Buurtbus, dus dan zal ik het toch thuis weer met een beker thee moeten doen.
Ook wel weer prima eigenlijk. Hoef ik tenminste niet die foto te laten zien.

Blog

Tijdens mijn wandeling vanmorgen was ik lekker aan het mijmeren en dingen overdenken. Bij een bepaald onderwerp dacht ik: dat is mooi om er een blog over te schrijven.
Nou ben ik al ruim 15 jaar blogs aan het schrijven, dus ik ging maar eens even in mijn archief kijken of ik dat onderwerp al niet eerder bij de hand had gehad. En jawel, in 2020 had ik er al over geschreven. Omdat ik niet in herhaling wil vallen, is dit onderwerp voor nu van de baan.

Dit is blog 455.  Geen wonder dat ik al heel veel onderwerpen de revue heb laten passeren.
Het is ook goed dat ik een archief heb (jij kan dat ook lezen trouwens, staat gewoon op de site ) want dan is het gevaar van stokpaardjes toch wat kleiner. Of dezelfde grappige situaties. 

Ik zie dat mijn schrijfstijl niet echt veranderd is, in al die jaren. Wel verbeterd, omdat ik veel heb geleerd van schrijfopdrachten met feedback en natuurlijk de redactie-rondes op mijn boeken. Maar mijn eigen manier van vertellen is er nog steeds. 

Het grappige is, vind ik zelf tenminste, dat ik, als ik ga typen, gewoon maar doorrammel. Ik hoef bijna nooit naar woorden te zoeken, de zinnen vormen zich vanzelf.
Zou je met mij een gesprek voeren, dan is dat anders. Dan maak ik andere zinnen, gebruik ik stopwoorden, vallen er stiltes omdat ik na moet denken.
Ga ik fysiek een verhaal vertellen, dan bedenk ik tevoren wat ik allemaal ga zeggen, oefen ik een keertje hardop en ben ik me erg bewust van hoe het overkomt.
Als ik schrijf totaal niet. Het vloeit me gewoon uit de pen, als ik een pen zou gebruiken.
Het vloeit me eigenlijk gewoon uit de laptop maar dat klinkt niet. 

Schrijven is ook eigenlijk het enige waarin ik mezelf echt ‘laat gaan’
Ik teken graag, ik maak muziek, ik handwerk, ik bak.  Doe ik allemaal met veel plezier maar altijd ook met een zeer kritische blik. Het is vaak net niet goed genoeg naar mijn zin. Foutjes vallen me op en die storen me dan ook. Ik ben wel bezig om dat te veranderen, mijn vioollerares hamerde daar erg op: ‘je doet het niet voor het resultaat, je doet het voor het gevoel dat je hebt wanneer je iets aan het maken bent’. Daarom lukt het me toch steeds vaker om wel tevreden te zijn als iets af is, of zelfs een beetje trots.
Het is misschien ook wel waar we, mijn generatie, mee grootgebracht zijn. ‘Wees nou maar bescheiden en schep niet zo op’. Het was niet gewoon om complimenten te ontvangen, het kon immers altijd beter.

Ik schep ook niet op over mijn schrijverij. Ik geniet er alleen maar van. Het is een heerlijk gevoel dat de letters, woorden en zinnen uit mijn 10 vingers komen in een oneindige stroom. Het gevoel dat ik dit kan, zonder dat het schuurt omdat het niet goed genoeg is.
Dat ik een hele blog schrijf, terwijl ik eerst dacht dat ik geen blog hoefde te schrijven.
Happy!


Antieke baby

Al bijna 22 jaar loop ik rond op Landgoed Verhildersum, elk seizoen en bijna iedere dag.
Het is er mooi, historisch en sfeervol.
Er is een dierenweide, de Borg met het Koetshuis ernaast, een beeldentuin, Restaurant ‘t Schathoes, een ouderwetse boomgaard, een arbeidershuisje en een museumboerderij.
Het landgoed zelf is vrij toegankelijk, en het is heerlijk om er te wandelen.
Voor de gebouwen wordt er wel een entreeprijs gevraagd, maar met je museumkaart mag je er ook in.

Een poosje terug ben ik dan eindelijk vrijwilliger geworden bij Verhildersum.  Als baliemedewerker in de museumboerderij. Bezoekers ontvangen, informatie geven, en de bescheiden horeca runnen. Ik vind het ontzettend leuk om te doen. Tussen de bedrijven door zorg ik dat het netjes blijft, poets eens de raampjes van de deur, geef de bloempjes op de tafels water, er is altijd wel wat te doen. En ik heb het mooiste uitzicht van de wereld daar! 

In de entree staat een antieke kinderwagen, met een babypop erin en een paspop ernaast met  kleding uit ca. 1900.
Gister heb ik die wagen uitgebreid gestoft en voorzichtig gepoetst, de baby was ook een beetje groezelig zag ik, dus die moest ook aan een natte washand geloven. Het kindje bleef lachen, de blauwe oogjes bleven stralen, ook al poetste ik stevig de mollige handjes en voetjes en peuterde ik in het neusje en de ooghoekjes. Ik praatte zelfs tegen de pop, ik was zo in mijn element. Altijd een poppenkind geweest en nu eigenlijk nog steeds. Heerlijk dit. 

Het is ruim een halve eeuw geleden dat ik echt met poppen speelde. Maar het is zelfs al bijna ànderhalve eeuw geleden dat er een echte baby in deze wagen gelegen heeft!
De wagen is prachtig bewaard gebleven, dat getuigt van zorgvuldig onderhoud en een liefdevolle behandeling.
Wie was die baby die er in rondgereden werd? Een meisje of een jongetje? Aan de kleertjes kon je het toen niet zien want alle baby’s droegen jurkjes. Wel zo handig met verschonen natuurlijk. En zo’n prachtig mutsje op het bolletje.
Werd de kinderwagen geduwd door de moeder? Een trotse oma? Of waren ze zo rijk dat er een kindermeisje was? De vader heeft er vast niet achter gelopen, dat deden mannen niet.
Ze mochten niet bij de bevalling zijn, en hadden ook geen deel aan de verzorging.
Toch vraag ik me weleens af hoe sommige mannen dat in de beslotenheid van hun eigen huis deden. Zou er nou nooit eens eentje een luier verschoond hebben of een flesje gegeven? Ik kan me zo voorstellen dat sommige vaders dat best wilden.
We kunnen het niet meer vragen. We weten alleen de algemene dingen uit het leven van toen en weinig persoonlijke zaken. 

De kinderwagen is een bezienswaardigheid. De bak en de kap zijn van leer, het onderstel is van smeedijzer, de vering bestaat uit brede leren riemen en de handvatten aan de kap en de duwstang zijn van porselein. Echt een prachtig koetsje. Het kindje zal er comfortabel in gelegen en later gezeten hebben. De bak is zo ruim dat er makkelijk een dreumes en zelfs peuter in kon zitten met een kussentje in de rug.
En nu leven de eerste eigenaars van de wagen en het toenmalige kindje allang niet meer. Ook de vakman of -mannen die dit degelijk stuk werk gemaakt hebben zijn er niet meer.
Wat blijft is het stoffelijke, in de vorm van deze kinderwagen. Veel duurzamer dan de moderne wagens, zo blijkt. Kunststof verpulvert, textiel wordt gaar, metaal roest. Ik was enorm zuinig op mijn poppenwagen maar hij heeft nog niet eens 25 jaar overleefd.
Deze wagen is er al bijna 150 jaar.
Tentoongesteld in een museum, waar hij ook weer zorgvuldig wordt onderhouden en liefdevol verzorgd. Zo doen we de eerste eigenaars eer aan.

De babypop in de wagen heeft een jakje aan wat niet helemaal past en het lakentje is stiekem een creatief gevouwen valletje (kort gordijntje) Het begon enorm te kriebelen met opborrelende ideetjes toen ik dat gister zag. Ik heb gevraagd of ik een jurkje en passend beddengoed mag maken en zojuist hoorde ik dat ik aan de slag mag gaan!
Zo leuk! Het zal wel even wat tijd in beslag gaan nemen, maar als het klaar is zal ik een nieuwe foto maken.