Maandelijks archief: juli 2019

Koken met (o)pa

Mijn vader was erg gesteld op correct taalgebruik en hij hield ervan om mooie zinnen te maken. Vooral als hij iets opschreef, in zijn perfecte handschrift. Wat hij schreef, zelfs al was het een kladje voor zichzelf, zag er altijd uit alsof het een gedrukte tekst was.
Mijn vader was ook erg gesteld op lekker eten. Mijn moeder kookte meestal, maar mijn vader kwam altijd aandragen met recepten. In een restaurant probeerde hij te achterhalen welke kruiden er in zijn eten zaten en hoe het vlees of de vis gebakken dan wel gegrild was, als hij een recept tegenkwam in de krant wat hem wat leek moest het uitgeprobeerd worden en zelf verzon hij ook nog wel eens wat.
Als het een blijvertje was, zo’n recept, dan zette hij het op papier. En dan niet in zijn mooie handschrift. Nee, daar moest de typmachine voor tevoorschijn komen.
Met de tongpunt uit de mond van inspanning hamerde hij dan met zijn twee wijsvingers op de toetsen, alsof de letters door het papier heen moesten in plaats van er op. Ging er een letter fout, dan werd die minutieus weggepoetst met Tippex en werd de goede letter erin getimmerd.
Als het recept uitgetypt was, ging hij met voldoende kwartjes op zak naar een winkel waar een foto-kopieerapparaat stond, maakte een aantal kopieën en deelde die met gulle hand uit aan wie het recept maar wilde hebben.

Zoals de meeste lezers wel weten is mijn dochter Irene ook een groot liefhebber van recepten. Haar site Gezellige Gerechten staat boordevol heerlijkheden, haar opa zou zich in zijn handen gewreven hebben van plezier.
Af en toe vraagt ze wel eens: “Mam wat is het recept van dit of dat gerecht, wat jij thuis maakte?” En dan kan het zomaar zo zijn dat er een gefotokopieerd getypt vel van haar opa tevoorschijn komt.
De taal in deze recepten is ongeëvenaard

Bijvoorbeeld :
Stamp vervolgens de aardappels en de wortels/knolselderij goed door elkaar en breng met een verkruimeld stuk bouillonblok (of bij benarde financiën gewoon zout) de stamppot op smaak. Proef dan of de stamppot naar believen is qua smaak en pittigheid en reguleer deze zo nodig met ketjap (indien te zuur), met azijn (indien te zoet) en met zout of maggi (indien te flauw)
Is de knolselderij bij aankoop nog in het bezit van blad, dan verfraaien enige fijngesneden verse blaadjes het uiterlijk van het gerecht.
Tijdens het nuttigen van deze hutspot mag een regelmatig slokje van een beslist eenvoudige droge witte wijn als niet geheel onverdienstelijk aangemerkt worden

Mensen dit gaat over stamppot, niks ‘prak met kuiltje jus’ dus.
Een poosje terug kwam het recept voor linzenschotel tevoorschijn en Irene rolde zowat van haar stoel bij het volgende stukje:

Stort de geweekte linzen in een zeef en vervolgens in een braadpan (zonder zeef) . Dan op de linzen….etc…
Mijn vader,haar opa, wilde niet dat er ook maar enige onduidelijkheid kon ontstaan in zijn beschrijving.

Het waren over het algemeen stevige, eenvoudige gerechten waar mijn vader van hield, maar zijn formulering leek de recepten naar een hoger niveau te tillen.

Bij koolraapstamppot:
Regel daarna de zoutte van de koolraap, de zoutte van de boterhamworst speelt hierin een rol. Stamp de aardappelen erdoor met toevoeging van het karwijzaad. Doe alles in een ingevette open ovenschaal en leg dakpansgewijs de in dunne schijven gesneden goudreinet erop. Aanbevolen wordt de appelschijven in een koekenpan wat voor te braden

Bij groentestoofpot:
De prei wordt in niet te dunne ringen gesneden, de winterwortel grof geraspt, de spruitjes in vieren verdeeld en de paprika eveneens in stukjes of smalle ringen. Naast of in plaats van genoemde groenten kunnen uiteraard ook andere groenten gebruikt worden, echter sperciebonen en snijbonen zijn niet zo geschikt. (….) Is alles gaar, eerst dan wordt de inhoud van het potje witte bonen met aanhangend vocht toegevoegd, daarna het geheel op de vereiste smaak gebracht met maggi.

Maar hij kon ook heel best genieten van de wat meer culinaire gerechten. Als er maar flinke hoeveelheden knoflook en kruiden inzaten was het goed.
Vanavond eten we zo’n gerecht waar (o)pa’s recept onontbeerlijk bij is. Ik kwam gister namelijk in het winkeltje van de Hortus in Haren een salieplantje tegen. Op de een of andere manier kan ik nooit salie kopen, niet vers en niet gedroogd. Dus nu ik het zag moest het gelijk mee.
Want dan kunnen we weer eens “Salie-Braadstuk” eten!
Een stuk vlees waar je knoflook en salieblaadjes insteekt, wat een poos met olijfolie moet marineren en wat vanavond dan met toegevoegde witte wijn in de oven gebraden wordt.
Ook met de beschrijving van dit recept was mijn vader weer op z’n best:
Vanwege het gebruik van olie en wijn zal behoudens een mogelijk plaatselijk korstje het vlees een lichte kleur behouden. Afhankelijk van de gebruikte ingrediënten zal na het braden de “jus” meer of minder helder zijn, dit doet niets aan de smaak of kwaliteit af.
Wordt noodwendigerwijze in plaats van verse salie gedroogde salie gebruikt, dan moet rekening gehouden worden met de intensere geur en smaak van het gedroogde product.

Ik hoef niet noodwendigerwijze het gedroogde product te gebruiken, ik heb gisteravond heerlijk verse salieblaadjes in het vlees gestoken.
En pa, ik heb ook een lekkere chardonnay gekocht. Ik denk dat een glas daarvan bij het eten vanavond zeker als niet geheel onverdienstelijk aangemerkt zal worden.
Wie weet maak ik samen met Irene en met mijn zus Toos (die ook diverse recepten in haar bezit heeft) nog wel eens een kookboekje met een literair tintje:
“Koken met (o)pa” !

img_20190716_1128542371716656478698763272.jpg

Geen vooruitgang

Ben ik een autoliefhebber? Nee, niet speciaal. Een auto is handig, het is fijn als hij goed rijdt en prettig zit,  dat is het wel zo’n beetje. Ik heb geen voorkeur voor merken of types, en eerlijk gezegd begin ik me nogal te ergeren aan de eindeloze stroom nutteloze snufjes in nieuwe auto’s. Ik vind het bijvoorbeeld erg vervelend als een auto uit zichzelf op slot gaat als je wegrijdt, ik word er claustrofobisch van.
Wat ik nog veel vervelender vind, is dat alle functies nu via software geregeld worden. Ik ben echt niet zo behoudend dat ik bang ben voor nieuwe dingen, maar een heleboel vind ik zo totaal onnodig. Wat is er mis met een sleutel omdraaien bijvoorbeeld. Wat mankeert er aan met je voet het gaspedaal regelen. Alles moet blijkbaar nu computergestuurd. Als er iets aan je auto mankeert is het 10 tegen 1 een softwarestoring en geen mechanische. Alles is dan ontregeld, terwijl de auto zelf het eigenlijk nog prima doet. Automonteurs zijn meer aan het storingzoeken tegenwoordig dan aan het sleutelen.
Ik haat het idee van de zelfrijdende auto, het is een suffe, afstompende en betuttelende manier van reizen. Zo vreselijk passief, alles wordt voor je gedaan. Weer een stukje zelf  denken inleveren. Wie bepaalt eigenlijk dat alles wat kan, ook moet? Ik heb nog niemand gesproken die zegt: “Ja leuk, een zelfrijdende auto!”  Maar ze komen er wel.
Als tegenstelling is de autosport nog nog nooit zo populair geweest als tegenwoordig.
Het zo behendig mogelijk rijden, mogelijkheden zien, risico’s inschatten….. we vinden het allemaal prachtig wat Max en z’n rivalen doen. Maar zelf zitten we straks als een zoutzak in onze zelfrijdende auto’s terwijl we gelaten naar onze bestemming worden vervoerd. Vreselijk toch.

Ik heb een oude auto. Eentje zonder computer. En ik ben er erg zuinig op. Toen de auto gebouwd is, was ik zelfs nog te jong voor rijles, dus het is echt een oldtimer.

R6
Het is een auto met een choke, met 4 versnellingen, met metertjes in plaats van digitale cijfertjes. Een auto met een sleutelbos, zonder centrale deurvergrendeling, zonder elektrische ramen.
Dus als er iets mis is, kunnen de andere deuren en/of ramen nog gewoon open. De ventilatie is mechanisch en werkt supersnel. Ik zet gewoon een schuif in het dashboard open, het kost geen energie en het gaat niet stuk. De voorruit is binnen no-time ontwasemd, zonder computergestuurd systeem.
In deze auto kan ik echt autorijden. Want er wordt niks voor me geregeld. En dat is leuk.
Natuurlijk komt er ook een nostalgisch gevoel bij. Het geurtje, het geluid, het interieur… echo’s uit mijn jonge jaren. Ik heb wat accessoires toegevoegd, die het voor mij extra leuk maken. Een gehaakte stoelhoes, kussens in retro-motief op de achterbank, een wc-rol hoedje en een knikkend hondje op de hoedenplank. In de 70- er jaren maakte men  een auto nog een beetje gezellig en persoonlijk. Ik hou daar van.
Deze auto is nu 43 jaar oud. En met wat zorg en onderhoud kan hij nog heel lang mee.
Volgens mij zal een auto uit 2019 geen klassieker zijn in 2062. Want er zal niets meer werken van de systemen die er nu ingebouwd worden en bovendien is er  niets karakteristieks aan de auto’s van nu. Niets wat de moeite waard is om te bewaren.
Geen vooruitgang, maar verarming.

 

Oma’s liefde

“Dag lief jongetje”, zei mijn moeder toen ze mijn zoontje voor het eerst in haar armen hield.
Ik heb dat moment altijd onthouden, omdat er uit die eenvoudige woorden en uit haar blik zoveel intense liefde sprak voor haar nieuwe kleinzoon, dat het mij raakte tot in mijn ziel.
Nu mocht ik nogmaals dat moment beleven, alleen was de rolverdeling veranderd. Nu was ik de oma die zei: “Dag lief jongetje,” terwijl ik voor het eerst de intense liefde voor een kleinkind voelde.
Dit kindje, zo’n niet te beschrijven aanwinst voor onze familie. Kind van mijn kind. Zo gewenst, zo lang verwacht, zo geliefd.
Klein nieuw mensje, nieuw leven, nieuw stukje wereld. Jij groeide in de buik van je moeder, zoals zij in mijn buik is gegroeid . Een natuurlijke gang van zaken, letterlijk zo oud als de mensheid, maar zo bijzonder en wonderlijk dat het niet te bevatten is.
Ik heb zo’n grote wens gehad om oma te  worden. En het heeft zo mogen zijn. Ik ben me er heel erg van bewust dat ik van geluk mag spreken. Er zijn veel moeders met dezelfde grote wens die, om wat voor reden dan ook, die wens nooit in vervulling zullen zien gaan. Het is niet iets vanzelfsprekends.

Toen ik nog voor de klas stond, als juf op de basisschool, mocht ik wel eens vriendenboekjes invullen. Het poëzie-album dat ik vroeger zelf aan mijn juf gaf om in te schrijven, is niet meer gebruikelijk. De albums zijn vervangen door invulboekjes, het leuke daaraan vind ik dat jongens ze ook hebben.
Dus als juf vulde ik braaf mijn naam, favoriete eten en lievelingsdier in, en bij de vraag: “Wat wil je later worden?” was mijn antwoord steevast: “Een lieve oma”
En nu, sinds een paar dagen, mag ik dat in de praktijk gaan brengen. Want ik wil echt heel graag een lieve oma zijn. Eentje bij wie het fijn is om te komen, leuke dingen mee te doen, die graag gezien bezoek is, die vertrouwd en veilig is. Oma. Het is een bijzonder woord.
Ik heb een goed voorbeeld gehad aan mijn eigen moeder. Zij was een geweldige oma voor haar kleinkinderen, zelfs toen ze geestelijk meer en meer moest inleveren.
Ik hoop en bid dat ik gezond en fit mag blijven. Maar vooral heel veel liefde mag geven. Die heel speciale liefde, die alleen aan oma’s is voorbehouden.

Nu ben je nog heel klein
je ligt tegen me aan
mijn wang tegen jouw haartjes
ik laat mijn tranen gaan

Over een paar maanden
zit je op mijn schoot
te frummelen aan mijn knoopjes
en denk ik: je wordt groot

Nog later ga je lopen
je houdt mijn hand goed vast
Met kromme waggelbeentjes
van de tafel naar de kast

Samen eendjes voeren
samen met de bus
samen een puzzel maken
”samen” is zo knus

Ik hoop op heel veel “samen”
met liefde en geluk
maar met jou, lief kindje
kan de toekomst niet meer stuk

Nu ben je nog heel klein
je ligt tegen me aan
mijn wang tegen jouw haartjes
ik laat mijn tranen gaan

thumbnail_IMG_1006