Oma

De laatste tijd denk ik veel aan mijn oma. De moeder van mijn moeder, ze was al 72 toen ik geboren werd.
Dus in mijn ogen was mijn oma altijd al “heel oud”
Oma heette Antje. Ik ook, ik ben naar haar vernoemd.  Antje betekent ‘de lieflijke’ en dat gaf op sommige momenten in haar , en ook in mijn, leven de nodige hilariteit.  Oma was iemand die wist wat ze wou, en wat ze niet wou, en dat maakte ze kenbaar ook. En uiteraard niet altijd lieflijk, net zomin als ik dat doe. En als iemand dan ook nog eens op het verkeerde moment de nadruk legt op de betekenis van onze naam…. Vult u verder zelf maar in, haha.
Mijn opa overleed toen ik 2 jaar was, helaas heb ik geen herinneringen aan hem. Hij heette Laurens, ik ben ook naar hem vernoemd, Laurence.  Mijn zus is naar mijn andere oma vernoemd, mijn broer naar mijn andere opa, de ouders van mijn vader.  Dat ik de namen van beide ouders van mijn moeder kreeg, impliceerde al dat ik het laatste kind in ons gezin zou zijn, bedacht ik veel later.
In mijn herinneringen was in Leiderdorp dus alleen oma.  Ze woonde in een klein huisje, in de Dr van Rhijnstraat.  Het geboortehuis van mijn moeder, in een klein doodlopend  straatje, en alles was oud.
Een voorkamertje dat alleen gebruikt werd als ‘mooie kamer’,  een achterkamer met een tafel met stoelen eromheen.Een pluchen kleed op tafel, een kachel met een schouw waarop een tikkende pendule stond,  een houten kast met een kaststel erbovenop,  Perzische kleedjes op de houten vloer en een lamp boven de tafel.
Daarachter een keukentje, met een gasstel, een granieten aanrecht met een zwart/wit betegelde gootsteen, met daarboven een kraantje met een rubberen slangetje eraan. Er was alleen koud water, oma had geen geiser.  En het was tevens de enige kraan in het hele huis. Als er warm water nodig was, werd dat gekookt.
Ik ben vandaag nog in het openluchtmuseum in Warffum geweest, waar ik vergelijkbare kamertjes en keukentjes gezien heb.
Bij oma was, achter de keuken , nog een klein hokje met een toilet, die had wel een stortbak. Dat was ook werkelijk de enige luxe in het hele huisje.
Oma had geen koelkast, ze bewaarde haar spullen in de kelder en in de keukenkast.  Om de melk goed te houden kookte ze die keer op keer, zodat het op het laatst een gelige vloeistof was waarop een soort oogjes dreven, en door het koken verschenen er dikke vellen op.  Daar griezelde ik van. Maar verder vond ik het heel leuk dat alles zo ouderwets was.  De koffiemolen met de slinger, het tarwebrood  wat uit een doek gewikkeld werd als oma er zelf boterhammen van sneed, de klopper waar ik , op verjaardagen, slagroom mee mocht kloppen. Het duurde eindeloos om dat met de hand te doen, maar ik vond het leuk.
Mijn moeder vond het allemaal niet zo geweldig, ze gunde het haar moeder allemaal zoveel makkelijker en moderner! Als oma nou maar eens een geiser wilde, een douche, een wasmachine, een koelkast…Maar nee, niets van dat alles was nodig volgens oma, ze had het altijd zo gedaan en er was geen reden om met nieuwerwetse dingen te beginnen.
Als we bleven logeren, sliep ik met mijn zus in het houten ledikant wat mijn opa, die timmerman was, zelf gemaakt had. Er lag een gehaakte sprei op, door oma zelf gemaakt. Er stond zelfs een  porseleinen po onder, maar die gebruikten we niet. ‘sMorgens moesten we ons wassen bij het lampetstel, de waterkan was de avond tevoor al klaargezet. Ook in die tijd was dat al verschrikkelijk ouderwets, maar als kind voelde ik er een bepaalde romantiek bij.
Nu kan ik wel begrijpen dat mijn moeder die romantiek niet voelde, dat die zich ergerde dat we ons zo moesten behelpen.
Oma had grote teilen achter het huis, daar ving ze het regenwater in op. Dat gebruikte ze voor de was, altijd op de manier die ze als jong meisje al geleerd had, met het wasbord en de mangel.
Eigenlijk is het niet te geloven dat zij haar hele leven  vastgehouden heeft aan het leven zoals het in haar jonge jaren was.
Oma is heel lang zelfstandig blijven wonen, ze was al ver in de tachtig toen ze uiteindelijk naar een verzorgingshuis ging. En altijd heeft ze dus op diezelfde manier  geleefd, haar huishouden gedaan. Ik begrijp nu wel dat dat zorgelijk was voor mijn ouders, en voor haar andere kinderen. Maar ze wilde het zo, en ze leefde haar leven zoals zij dat wilde.
Je kan het eigenwijs noemen (en zo werd ze ook vaak genoemd!) , maar eigenlijk heb ik er nu bewondering voor.  Dat je zo jezelf kan zijn, wat je omgeving er ook van vindt, het is bijzonder.
Oma hield ook erg van breien en haken, ze heeft stapels spreien en kleedjes gehaakt in haar leven, en van alles gebreid.
Ik weet nog dat ik, toen ik 12 was, een vest van haar kreeg dat ze zelf gebreid had. En ik was stomverbaasd, want het was een heel leuk en modern vest, wat ik met veel plezier heb gedragen.  Oma en modern…. Dat paste heel niet bij elkaar, maar  ze was voor mij uit haar comfortzone gestapt.
Oma. Mijn oma. Ze was niet iemand die veel knuffelde. Maar wel altijd zo blij als ik kwam. Als ik haar een zoen gaf prikte ze.  Toen ik groot genoeg was om alleen met de trein naar haar toe te gaan, maakte het niet uit in welk jaargetijde ik kwam, ze  zei steevast: “Kind! Dat je helemaal hiernaartoe gekomen bent. En met dit weer!”   Alsof ik een reis naar Siberië  had ondernomen, in plaats van vanuit Hilversum naar Leiden met de trein en dan met de bus naar Leiderdorp.
En dan praatte ze altijd over vroeger, over toen mijn moeder nog klein was.
Oma is 91 geworden. En ze is zonder ziekbed op een nacht rustig heengegaan.
Ik was toen 18 jaar.  Toen ik, met mijn ouders, naar haar kamer ging in het verzorgingshuis, om haar te zien, zag ik een heel oude vrouw die haar leven geleefd had. Tot het einde aan toe. Er lag nog een halve appel omgekeerd  op een schoteltje, voor de volgende dag, er lag nog een breiwerk wat niet af was. Die twee dingen zijn me altijd bijgebleven , die hebben mij enorm ontroerd.
Twee stille kleine details van een leven dat voorbij was.
Ik was verdrietig maar ik had er ook vrede mee. Oma was oud en op een keer komt het afscheid.
Ik was blij dat ik nog zo lang een oma had mogen hebben.
Inmiddels zijn we 36 jaar  verder.  Er is zoveel gebeurd, mijn eigen moeder werd een heel oude oma en is er inmiddels ook niet meer.  En mijn oma werd iemand die vooral in mijn herinnering bestond.  Die wel eens ter sprake kwam bij mijn zus en mij als we het over handwerken hadden, die ik op foto’s zag die ik tegenkwam bij de nalatenschap van mijn moeder,  waar ik wel eens over vertelde tegen mijn eigen kinderen.

Een paar weken geleden was ik om een bepaalde reden, die er nu even niet zo toe doet, heel verdrietig.  Ik huilde en omdat er verder niemand in huis was voelde ik me heel erg alleen.
Het was echt ellendig.  En toen gebeurde er iets heel bijzonders.
Ik had echt al heel lang niet meer aan oma gedacht, maar ineens rook ik de eau-de –cologne die mijn oma altijd had.  Ik keek verwonderd op en zei: “oma?”  En op hetzelfde moment voelde ik dat ik niet meer alleen was. En ik voelde me getroost en rustig en hoefde niet meer te huilen.
Ik ben er van overtuigd dat oma even bij me is geweest, omdat ik het nodig had.
Wat een bijzondere ervaring was dat. Ik heb er over getwijfeld of ik dit zou opschrijven, zou vertellen.
Maar ik doe het wel, want het heeft me zo  blij gemaakt. En ieder mag ervan denken wat hij/zij wil, ik weet hoe het voelde.
En nu? Nu ben ik eigenlijk nog veel nieuwsgieriger geworden naar de persoon die mijn oma was.  Wie, wat, hoe ze was, ook voordat ik geboren werd.

Op internet heb ik de huwelijksakte van opa en oma gevonden:huwelijk opa en oma
En misschien kan ik nog meer te weten komen over de vrouw naar wie ik vernoemd ben.
De oma, die van mij hield en mij dat zelfs over de dood heen  heeft laten weten.

Lente (2)

Vorig jaar, eind maart, schreef ik het stukje Lente .
Het was toen koud en het stormde.
Maar blijkbaar kan het nog erger.  Dit jaar, eind april, is het nog veel kouder en we hebben om de haverklap hagelbuien.Om de hagelklap zou ik ook nog kunnen zeggen, want er zijn af en toe ook beste onweersknallen te horen. Vorige week ging het op een middag zo te keer, dat de ramen in de sponningen trilden. Kinderen en hond werden er zo onrustig en gespannen van dat ik ze op mijn meest rustige toon (terwijl ik zelf bang ben van onweer) moest zeggen dat er niks kon gebeuren.
Het heeft ondertussen ook nog gesneeuwd en we lopen nog steeds met truien, winterjassen en sjaals.
De pony’s die ieder voorjaar, hier vlakbij, in de wei lopen, zijn hoogdrachtig en normaal kijk ik uit naar de nieuwe veulentjes. Het is altijd weer een prachtig gezicht als zo’n heel pril diertje, nog maar een paar uur oud,  naast de moeder in het gras staat. Maar nu zeg ik, als ik langs de kudde loop, elke keer in gedachten:  blijf alsjeblieft nog even lekker warm bij mama zitten, kleintjes, word nog maar even niet geboren.
Het zal niet lang meer duren, er zijn pony’s bij die inmiddels even breed als lang zijn, maar ik hou mijn hart vast voor de veulentjes. Stel je toch eens voor dat je geboren wordt en direct wordt neergehageld in een ijzig koude wind……..Welkom in de wereld….

Afgelopen dagen is Irene gezellig hier geweest.
En in plaats van een glas rosé of Sangria in de tuin, hebben we een fles Glühwein geopend.
Het was heel knus hoor, daar niet van. Helaas hebben we geen open haard, anders hadden we daarbij gezeten.
Vandaag ben ik nog wel vrij, maar wel in m’n eentje thuis. Ik ging even ‘lekker’ met Lenny naar het bos. Helaas totaal verkeerd getimed. Vanmorgen scheen de zon, dat zag er prettig uit, blauwe plekken lucht tussen mooie witte wolken. Het was wel nog steeds heel koud (Bert moest alweeeer ruiten krabben vanmorgen) maar we zijn tegenwoordig al blij als we wat zonlicht zien.
Bij het Lauwersmeer is een hondenlosloopgebied, dus daar gingen we heen, Lenny en ik. Met de auto. Omdat hij in de achterbak levensgevaarlijke toeren uithaalt om maar vooral naar voren te kunnen komen, mag hij tegenwoordig voor de bijrijderstoel op de vloer liggen en dat gaat prima.
Het blije hoofd van hem als hij in de gaten krijgt waar we heen gaan is iedere keer weer iets waar ik zelf heel blij van word.
Het is voor hem een feest om daar rond te rennen, 1000 luchtjes op te snuiven en de allermooiste takken uit te zoeken.  Ik denk dat we ongeveer 100 meter gelopen hadden (ik althans, Lenny een veelvoud met z’n heen-en-weer gevlieg)  toen het begon te regenen. En daarna te hagelen. Ik was er wel op gekleed maar toch was het niet zo prettig. Lenny  veranderde van een mooie langharige hond in een slierterig mormel, maar het deerde hem niet zoveel. Dapper als ik ben liep ik gewoon wel een hele wandeling, ik was er nou toch.
Weer terug bij de parkeerplaats,  zag ik dat er nog een auto was verschenen, met iemand die niet zo dapper (of zo dom)  was als ik. De man had wel zijn hond eruit gelaten, maar zelf wachtte hij in de auto tot de bui over was. Hij had wel de autodeuren opengelaten.  Ik dacht dat Lenny met de andere  hond zou gaan spelen, maar in plaats daarvan liep hij om de auto van de meneer heen, stapte doodgemoedereerd naar binnen en ging met zijn kletsnatte stinklijf prinsheerlijk op de bijrijderstoel zitten.  De man had het niet eens zo gauw in de gaten, omdat hij op zijn eigen hond lette die in de buurt rondstruinde.  Ik kwam er roepend en gebarend  aanrennen en toen zag de man pas  wat er aan de hand was. Ik hield mijn hart vast, dacht dat hij pissig zou zijn, maar hij kreeg wel zo’n geweldige lachbui…… Pfew, gelukkig.   Ik heb me toch maar wel even veronschuldigd, terwijl ik ondertussen gauw Lenny de auto uitbonjourde, aanlijnde en in mijn eigen auto liet stappen.
De voorruit zag wit van de hagel, de binnenkant was beslagen, wij zaten er lekker in te dampen…. Leve de lente.
En ja hoor, op de terugweg werd het droog en kwam de zon weer voorzichtig tevoorschijn.
Maar het is nog steeds koud.  En ik ben nog vrij, dus ik heb net het laatste restje Glühwein opgemaakt.  Eens zal het toch wel Sangria-weer worden?

gluhwein

 

Frotten, Fiepen en Fruimen

Afgelopen zaterdag zijn we naar de Handwerkbeurs in Zwolle geweest.Volgens mijn zus was het een ‘zussen-moeders-dochters-tantes-nichten-dag’.Het klinkt alsof we met z’n twintigen waren, maar we waren  slechts met vier.
Van te voren hadden we al een what’sapp groepje gemaakt,
waarin meer onzin dan organisatie werd geregeld, dus we hadden er zin in.
We gingen allemaal met de trein, uiteraard vanaf verschillende stations.
Ik heb al eens een blogje geschreven over mijn handwerk-skills en die van mijn zus (Zus en zo )  en ook eentje over mijn ervaringen als treinreiziger (ik spoor (niet) ) maar er is toch weer genoeg stof voor een nieuw verhaaltje.
Ik was keurig op tijd op station Groningen en checkte in bij de juiste paal. Tevreden met mijzelf installeerde ik me uitgebreid in een rustige coupé, zorgde ervoor dat ik plaats nam op een stoel in de rijrichting, strekte de beentjes en vond dat het wel heel mooi was  in zo’n nieuwe trein. Tot mijn oog viel op het cijfer naast de deur.  1.  Sh** ik zat eerste klas! Allang blij dat ik daar nu achter kwam en niet bij de blamage van een kaartcontrole, griste ik mijn spullen bij elkaar en ging een deurtje verder. Daar was het natuurlijk niet rustig en ook niet zo ruim, maar ik had nog wel plaats. Tegen de rijrichting in, dat dan weer wel, maar dat was een detail. De trein was nog niet vertrokken en ik zag  een jonge vader  achter een kinderwagentje in vliegende vaart voorbij rennen. Het kind in het karretje blèrde luidkeels. Een poosje geleden had ik door een wetenschapper het ‘Dopplereffect’uitgelegd gekregen, het fenomeen dat het geluid hetzelfde blijft als het dichterbij komt en lager wordt als het weer van je af gaat. Deze vader en kind gaven hier een treffende demonstratie van en ik zat te grinniken in mijn kraag.
download
De trein vertrok en de stoel naast me bleef leeg, dus ik legde daar mijn jas en tas neer. Uiteraard kwam er toen toch nog een man de coupé binnen, die met een vriendelijke glimlach vroeg: “Mag ik u plagen?”
“Nee” zei ik, met een even vriendelijke glimlach.
“Maar u mag wel naast me zitten”. Dat deed hij en ik probeerde mijn tas en jas tussen de leuning en het raam te proppen en daarbij mijn meegenomen broodje niet te pletten.
De man klapte het tafeltje voor zich naar beneden en haalde een studieboek en een markeerstift te voorschijn, dus het  zag er niet naar uit dat we een gezellig praatje gingen houden.
Hij ging gelijk ijverig aan de gang, maar omdat we nog niet ver buiten het station waren rammelden we nog  wel eens over een wissel en markeerde hij volgens mij veel meer dan de bedoeling was.
In de stoelen voor mij zat een groepje vrouwen. Zoals altijd had eén het hoogste woord. Degene met de meest doordringende stem. Het hield werkelijk niet op, ik had bijna medelijden met haar reisgenoten. Uiteraard ontbraken de ziektes en aandoeningen die ze had niet, het goede werk dat ze deed voor Marie die net weduwe was geworden, en de foto’s van de kleinkinderen. Ik hoorde een van de andere dames zeggen:  “Wat een lief meisje is dat, is dat er een van Frits?”  “Ja”, zei oma,  Mooi meisje he? Je ziet helemaal niet dat ze half Spaans is”.   Fijn, je zal haar schoondochter maar zijn ,dacht ik.
Ineens werden we van achter mij vergast op een schallende vrouwenstem die verslag deed van een ‘chille citytrip naar Parijs’  Mijn buurman schoot verschrikt overeind, draaide zich om en vroeg of het wat zachter kon. Het meisje dat er naar luisterde vanaf haar telefoon zat met haar koptelefoon op en had geen idee dat het geluid ook door de gewone speaker schetterde. Dus moest buurman zich achter zijn klaptafeltje vandaan wringen en het meisje op de schouder tikken. Ze werd zo rood als een aardbei en was volgens mij allang blij dat het een reisverslag was wat ze aan het kijken en luisteren was. Ik zat lekker in mijn hoekje  en keek wat rond. Naast de coupedeur hing een schermpje, waarop de NS wisselende teksten liet zien. Uiteraard over de reistijden, maar ook over huisregels.
‘Sta svp op voor iemand die slecht ter been is, of voor iemand die daarom vraagt.  Niet iedere aandoening is immers zichtbaar’.  Daaronder een gestileerd plaatje van een zwangere vrouw.
Nooit geweten dat zwangerschap een aandoening is.
Het uurtje reizen was snel voorbij en toen we er bijna waren nam ik een pepermuntje om de reisadem te verfrissen. Juist op dat moment klapte degene achter mij het tafeltje weer in mijn rugleuning, zodat Wilhelmina bijna in mijn keel schoot.
Ik was de laatste van ons groepje die op het station arriveerde, dus ik had de anderen gevraagd om mij op gepaste manier te ontvangen, liefst met spandoek en fanfare, of iets van gelijke strekking.
En ze hadden hun best gedaan hoor!  Waar ik mijn dochter, zus en nichtje ontmoette in de stationshal stond een grote piano, en een rijtje leuke jongens was aan het dansen. Goed gedaan dames, ik ben geroerd!
Irene en ik  liepen naar de IJsselhallen.  Zus en nicht zouden met de bus, maar die ging niet. Ken je die mop van….enz…   Dus we kwamen ze direct alweer tegen, gezellig. Er stond een enorme rij bij de ingang van de beurs, maar omdat we thuis al kaartjes uitgeprint hadden konden we gelijk doorlopen.Tenminste, de andere drie. Juist bij mijn kaartje viel de verbinding van de scanner uit. Na een poging of 68 op 4 verschillende scanners, klonk dan eindelijk de gewenste PIEP en mocht ik naar binnen. Hèhè.
Eerst maar koffie.  Druk in het restaurant natuurlijk, maar nicht spotte een leeg tafeltje en schoot er op af, de arm uitgestrekt of ze Superman was.  Dat hielp wel blijkbaar, want ze kaapte de tafel zo voor de neus van een ander weg.
Tijdens de koffie kletsten we over wat we zouden doen  die dag.  Er zouden veel verschillende kraampjes zijn en ook workshops.  Mijn oog viel op een bordje ‘FRUIMHOEK’  Hm, dat kende ik niet. Vast weer een nieuwe techniek, na macramé, quilt en loom was het wel weer tijd voor wat nieuws.
Voordat ik kon nagaan wanneer daar een workshop Fruimen was, verschoof ik op mijn stoel en zag ik dat een paal de eerste letter van het bordje aan mijn zicht onttrokken had.  AFRUIMHOEK.
Ik piste zowat in mijn broek van het lachen, en de anderen kwamen ook niet meer bij.
Maar, wij houden het erin.Naast haken, breien, quilten en borduren, fruimen wij.
We hebben verder een supergezellige dag gehad. Aan het eind van de middag bepakt en bezakt met wolletjes en pakketjes naar Humphreys gegaan, alwaar we heerlijk gegeten hebben.
En toen weer met de trein naar huis.Daar kan ik kort over zijn: Eén passagier die het hele uur volgepraat heeft en daarin alle grote en kleine wereldproblemen voorbij heeft laten komen en opgelost heeft.Ik was die passagier niet trouwens.

Mijn zus noemt handwerken altijd  ‘frotten’. Mijn nichtje heeft het over ‘fiepen’ als ze ergens wild enthousiast over is.  En ik heb het nu dus over ‘fruimen’.
Irene, nou jij nog. Liefst wel een woord met een F, want dat allitereert zo lekker.

download

Grenzen

Een serieus stukje dit keer. Over iets wat me erg bezighoudt.  Al jaren, maar nu weer extra.
Door de dingen die er spelen momenteel.
De toestroom van vluchtelingen. De massa-aanranding in Keulen. De discussies die daar het gevolg van zijn.  De link die gelegd wordt tussen vluchtelingen en aanranders.  De berichtgeving die selectief is. Na het gebeuren in Keulen bleek dat er in augustus in Zweden iets gelijksoortigs is gebeurd. Onder de pet gehouden omdat men extreem rechts niet in de kaart wilde spelen, de groep die zegt : ‘grenzen dicht’.
Ik ben niet extreem rechts. Ook niet extreem links. Ik probeer een sociaal, christelijk mens te zijn. Maar ik zeg ook: ‘grenzen dicht’.  En dan bedoel ik niet de landsgrenzen, mensen moeten in de gelegenheid zijn om oorlog en geweld in hun land te ontvluchten,  om een veilige plek te zoeken voor zichzelf en degenen die ze lief zijn.
Ik bedoel de grenzen tussen mensen. Tussen mannen en vrouwen, tussen volwassenen en kinderen.
Mannen zijn fysiek sterker dan vrouwen, volwassenen zijn fysiek  sterker dan kinderen. En de sterkere heeft niet het recht de grens te overschrijden die de zwakkere beschermt. Niemand. Helemaal niemand.  In welk land je ook geboren bent, in wat voor situatie je ook leeft, die grens moet gesloten blijven. Ieder mens heeft er recht op om veilig te zijn als degene die hij/zij is.
De aanrandingen hebben nog meer met macht te maken dan met seksualiteit. De macht van de sterkste, die doet wat hij wil, simpelweg omdat hij de sterkste is.
Nu is dat weer heel duidelijk geworden, met een groep mannen die georganiseerd vrouwen intimideert  en aanrandt.  En het is verschrikkelijk dat het gebeurd is. Mijn eigen dochter was een week eerder nog in Keulen op dezelfde plek, het had haar zo kunnen overkomen. Alleen maar omdat ze een meisje is. En al die dochters die er wel waren, die nieuwjaarsnacht, die is het overkomen. Het frustreert, maakt woedend, maakt verdrietig, maakt dat ik me machteloos voel. De grens die gesloten had moeten blijven, is overschreden. Ze hadden het recht niet. Ze hebben respectloos de vrijheid van een ander ontnomen.
Ik hoorde vanmorgen op de radio dat het AD een steekproef heeft gedaan , dat een derde van de vrouwen zich nu onveiliger voelt en drukke plekken mijdt.  Zij hebben dus mentaal een grens opgelegd gekregen die open had moeten blijven.  Maar er bleek ook uit, dat  4 op de 10 vrouwen sowieso te maken hebben gehad met aanranding.  Dat is bijna de helft! In hun eigen omgeving van familie, vrienden, buurt en werk, waren zij niet veilig.
De burgemeester van Keulen heeft veel kritiek over zich heen gekregen met haar idee over een gedragscode voor vrouwen, en terecht.  Een gedragscode voor mensen, dat zou wat anders zijn!
Mannen en vrouwen moeten elkaar respecteren en elkaars grenzen niet overschrijden.
En dat geldt zeker ook voor de verhouding tussen volwassenen en kinderen. Hoeveel kinderen zijn en worden niet misbruikt of mishandeld.  In instellingen, op kostscholen, maar ook in gezin en familie. Door volwassenen die vinden dat de macht die ze hebben, hen recht geeft grenzen te overschrijden.
Macht mag je alleen gebruiken als mensen en dingen er beter van worden. Niet om iets te krijgen wat eigenlijk niet van jou is. Materieel niet en fysiek niet en mentaal niet.
Die grens moet gesloten blijven. Thuis en wereldwijd.
images

Het leven is leuker met een hond

Vroeger zeurde ik altijd om een hond. En kreeg ‘m niet.  Toen ik groot was zeurde ik ook om een hond. En kreeg ‘m niet.  Eindelijk, toen ik 40 jaar was kreeg ik een hond. En wat voor een.Een grote, zwarte, lompe, eigenwijze, fantastische hond. Tess, met al haar eigenschappen die haar zo uniek maakten. Een wereldhond. Drie jaar later kwam er nog eentje bij. Een iets kleinere, ruigharige, zwart met witte, minstens zo eigenwijze, stinkhond, die eveneens fantastisch was. Lynn, die weer op een haar manier uniek was.  Ik heb van hun gezelschap en hun liefde genoten. En alle nadelen op de koop toe genomen, omdat ik zo vreselijk veel van ze hield.
Wat een verdriet toen Tess er niet meer was, 11 jaar is ze geworden. Ook Lynn was verdrietig, het heeft een half jaar geduurd voor ze weer wat vrolijker werd. We mochten nog ruim twee jaar van haar genieten, toen moesten we ook haar laten gaan. Weer verdriet.  Zij is 14 jaar geworden.
Wat was het stil in huis, zonder hond. Het leven was gewoon niet compleet.
We gingen op zoek naar een pup.  En ja, alle puppies zijn onweerstaanbaar, dus we moesten ons verstand ook een beetje laten meewegen bij onze keus.  Vanwege onze eigen wensen en onze situatie in huis (kindertjes over de vloer) kozen we voor een Heidewachtel.  Zacht van karakter, actief buiten en rustig in huis, mooi maatje, mooie verschijning.  Wat wilden we nog meer. We vonden een betrouwbaar adres waar twee dagen na Lynn’s overlijden zeven Heidewachteltjes waren geboren.  We hebben er nog heel even over gedacht of we twee hondjes zouden nemen, maar in de praktijk is eentje toch veel makkelijker, dus oh, wat waren we toch verstandig.
Toen de hondjes 3 weken oud waren mochten we komen kijken en een klein reutje was het direct helemaal voor mij. Dus ondanks dat ik had gedacht dat ik nooit zo kunnen kiezen tussen al die onweerstaanbare babyhondjes, was de keus niet moeilijk.  Nog een keertje wezen kijken toen hij 6 weken oud was en nog meer verliefd geworden.  We gingen op vakantie  en de dag nadat we terugkwamen mochten we hem ophalen.  (Joepie, de vakantie is voorbij!!!!!)
Hij kreeg de naam Lenny (vernoemd naar Lenny Kravitz) en hij werd ons hondje. En hoe.
De kleine, onbeholpen pup werd een stuiterende kleuter, een slungelige jonge hond, een prachtige volwassen kerel.  Zo macho als onze Tess was geweest (ook al was ze een vrouw) , zo onzeker was onze Lenny en dat gaf een heel nieuwe dimensie aan het uitlaten. Als we de wereld door zijn oogjes bekeken, zag die er heel anders uit, vol met vreemde geluiden, angstaanjagende voorwerpen en heel veel enge honden. Vooral dat  we weghouden bij andere honden, en Lynn kon het met iedereen van haar eigen soort uitstekend vinden. Gelukkig ging het met Lenny  steeds beter naarmate hij opgroeide. Hij is nog steeds voorzichtig, maar zo vriendelijk naar mensen en honden dat iedereen hem geweldig vindt. En thuis is hij volkomen op zijn gemak. En op de een of andere manier krijgt hij dingen voor elkaar die de andere honden niet mochten. Hoe kan het dat ik zo toegeeflijk ben geworden?  Het begon al met dat hij in de zithoek mocht komen. Hij breidde dat zelf uit met op de bank liggen. Ik ben weken bezig geweest met hem eraf te sturen, maar hij blijkt de langste adem te hebben. Hij kliert niet, maar gaat stilletjes zijn gang en krijgt zo van alles voor elkaar.  En dan denk ik: ‘ach……’
Hij slaapt boven.  ( ‘ach….’)
Hij jammert alles bij elkaar als hij denkt dat hij alleen gelaten wordt, dus mag bijna overal mee naar toe. Maar eigenlijk vind ik dat ook zo gezellig….
Soms is hij ook wel vervelend. Gelukkig maar, want anders werd het wel erg zemelig allemaal.
Hij heeft een idiote voorkeur voor papieren zakdoekjes versnipperen. Mijn jarenlange handelsmerk “de prop”  (insiders weten wat ik bedoel) bestaat niet meer. Lenny’s schuld. Hij moet nu ook weer in de bench als ik ga boodschappen doen, hij zoekt echt dingen op om stout te zijn.
Want als ik thuiskom en ik tref hem zo aan: stout
dan weet ik wel dat er iets mis is.  En dan hoef ik niet eens meer boos te worden, hij weet het zelf al donders goed.  Ik zet mijn boze juffenogen op en hij kruipt schuldbewust in z’n mand.
Maar soms is hij zich ook van geen kwaad bewust.  Als ik even naar de keuken loop en hij zich met mijn handwerk gaat bemoeien , kijkt hij me daarna aan met z’n prachtige bruine oogjes met een blik van:  ‘Hè wat?’

draad

En als ik dan mopperend de boel zit te  ontwarren krijg ik gewoon een hondenkusje.
Als Lenny een pink had, wond hij me daaromheen.
Vanmorgen veegde zijn fraaie staart een heel tafereel van mijn kerstdorpje tegen de grond.
Het chocolademelkkarretje inclusief verkoper, een besneeuwde boom en een mevrouw die juist stond te genieten van haar warme drankje, ze vielen jammerlijk in de afgrond.
Het karretje, de verkoper en het boompje waren nog heel. Maar van de mevrouw waren heel dramatisch beide handjes geamputeerd.  Eentje vond ik terug, met het kopje er nog in. Terwijl ik op handen en knieën rondkroop om het tweede handje te zoeken hoorde  ik gekraak op de bank achter mij en zag ik dat Lenny mijn favoriete plekje inpikte door zich daar uitgebreid te installeren.
Maar dat ging me toch te ver. Hij voelde het al aankomen dat ik hem er af zou bonjouren, dus hield zich zo stijf als een plank met alle poten in de lucht en bleef in die houding. Stil verzet.
Ineens lijkt hij dan 40 kg te wegen in plaats van 20.
Maar ik ben een sterke vrouw, dus veegde Lenny van de bank.  Kon hij ook eens voelen wat hij de arme chocolademelkverkoper aangedaan had.
Hij was niet onder de indruk. Hij heeft niet zo’n groot ego als Tess, dus daar pak je hem niet mee.
Terwijl ik dit stukje schrijf ligt hij alweer op die plek, en verspreidt daar  een kuub zand uit z’n vacht na de wandeling van vanmorgen.

bank

Dus gaat hij er zometeen onherroepelijk weer vanaf.
Want dat is toch echt de limit, in sommige dingen zal hij  nooit zijn zin kunnen doordrijven.
Alle oogjes en kusjes ten spijt.  Denk  ik.

Zo’n dag

Zo’n dag dat je een keertje niet voor de wekker aan wakker wordt, maar nog heerlijk ver weg bent, tot je ruw wakker gemaakt wordt door het hysterische kerstliedje van Marco Borsato. Geen goed begin. Er moet  een andere zender op de wekkerradio, want bijna 3 weken lang the Christmas Station ga ik niet volhouden.
Zo’n dag dat je bed nog lekkerder ligt dan anders. En als je dan uiteindelijk naar de andere kant rolt, omdat je ladenkastje met ondergoed aan die kant staat, kom je op het heerlijk warme plekje terecht wat je man net achtergelaten heeft toen hij opstond, en wil je daar nog even vertoeven. Maar de wekker dwingt, dus je rolt toch maar door.
Zo’n dag dat de hele inhoud van je klerenkast stom is, dat je in de spiegel kijkt en er allerlei slogans over anti-rimpel-crème door je hoofd  schieten, dat je haar alle kanten uit wil , behalve de goede.
Zo’n dag dat de hond, die anders gezellig om je heen dreutelt, nog knus opgerold in z’n mandje ligt en droomt van boswandelingen en konijntjes. Hij wel.
Zo’n dag dat het beneden nog zo donker is als midden in de nacht en dat je stemming ook zo is.
Zo’n dag dat je alleen maar kan denken aan zon en vakantie en nog meer zon, terwijl je de dagelijkse 6 broodjes voor ’s mans lunchtrommel smeert en er nog eentje bestrooit met hagelslag voor het ontbijtje.  Eigenlijk moet je zelf ook gaan ontbijten, maar je hebt geen trek .
Zo’n dag dat je als een soort zombie aan tafel zit en met koffie je zelfmedelijden wil wegdrinken.
Zo’n dag dat je voor het raam je man uitzwaait en er maar van uit gaat dat hij het is die er voor zorgt dat die autolichten langsglijden, het is te donker om er iets van te herkennen.

Zo’n dag dat er kinderen bij je komen en een vlaag blijdschap mee naar binnen waaien.
Zo’n dag dat juist een jongetje, van wie je dat nou echt nooit verwacht had, zegt: “Wat heb je een mooie trui aan, heb je die zelf gebreid? ” Op mijn antwoord dat ik deze gekocht hebt zegt hij: “Ik vind dat je er mooi uitziet”.
Zo’n dag dat daardoor alles verandert.  Dat anti-rimpelcampagnes en badhair-days , het donker buiten, het zelfmedelijden, niet meer belangrijk zijn.
Zo’n dag dat je denkt:  Ik heb het getroffen.  Misschien dan niet een dag met zon, maar wel een met een sterretje.
shining-star-clip-art-426938

Zo moeder, zo dochter

“Wat lijkt je dochter op jou!” Dat hoor ik nogal eens. Het klopt ook wel. Uiterlijk enigszins, maar meer nog de houding, uitstraling en de manier van tegen dingen aankijken.
Wij kunnen samen zo heerlijk op dezelfde manier genieten van  situaties, omdat we daar zo de humor, of de aandoenlijkheid, of het idiote in zien.
Tot vervelens toe kunnen we ook op precies hetzelfde moment, precies dezelfde opmerking maken, met precies dezelfde intonatie. Meestal dan nog gevolgd door een geïrriteerd “nouhou” in koor.
Maar we zijn natuurlijk lang niet altijd samen.  What’sApp is een heerlijke uitvinding, zo kunnen we elkaar snel en kort op de hoogte houden van dingen waarvan we allebei denken: ‘dat zou mama/Irene moeten weten…’
Nou ging dat afgelopen vrijdag ook zo. Irene stuurde me berichtjes waarop ik reageerde met: “Blogmateriaal! Wat jammer dat ik er niet bij ben….”
“Dan schrijf ik een gastblog!” antwoorde Irene enthousiast.  En aldus geschiedde.
Onderstaande tekst is dus niet van mij, maar van Irene!

Afgelopen week was de KreaDoe beurs in Utrecht. Ik wilde daar erg graag heen, maar was bang dat het in het weekend te druk zou worden. De vrijdag had ik geen lessen en kon ik mijn thuiswerkdag ruilen met de maandag daarvoor, dus niets stond me meer in de weg.
Ik ging lekker in mijn eentje, ik vind dat nooit erg. Tienduizend keer langs dezelfde kraampjes lopen, twijfelen of ik iets zal kopen of niet, zonder zuchtende medemensen die vinden dat ik NU moet beslissen, en zo lang of kort kunnen blijven als ik zelf wil.
Het was lekker dichtbij, ik kon met de bus naar Utrecht centraal en vanaf daar nog 10 minuutjes lopen. Bij het stoplicht achter het station had ik al het vermoeden dat ik tussen andere KreaDoe bezoekers stond. En mijn vermoeden werd direct bevestigd. Er werd een hoop afgekletst.
Iemand wilde niet zo veel kopen, want ze was nog steeds bezig met de kerststal haken voor Henny.
Een kerststal haken… het klonk wel zo vreselijk grappig, ik heb echt staan grinniken. Moeders geappt, want wist zeker dat ze het ook leuk zou vinden, en inderdaad, ik kreeg terug: ” Ik zit hier te gieren van het lachen”. Goed, ik inmiddels ook, ik deed maar alsof er iets grappigs op mijn telefoon was en vervolgde mijn weg.
Eenmaal in de jaarbeurs aangekomen moest ik even wachten, schijnbaar was ik vijf minuten te vroeg. Er stond een enorme rij. Het was een gekakel van jewelste, het is ook wel een echte vrouwenbeurs hoor. Ik ving flarden gesprek op, over quiltlapjes, wol-aanbiedingen, en kraampjes waar persé gekeken moest worden. De kerststalmevrouw zag ik er helaas niet tussen, ik was wel benieuwd wat zij nog te vertellen had.
De deur ging open en als een soort uitverkoop bij de H&M schoot iedereen naar binnen. Gelukkig waren de hallen erg groot, eenmaal binnen was weinig van de drukte te merken.
Ik kreeg een plattegrond maar die verdween direct in mijn tas, ik vond dat ik zelf wel kon kijken. Ik had ook geen logische richting o.i.d. uitgestippeld, ik had tijd zat en liep gewoon daar waar ik zin in had. De eerste kraam die ik tegenkwam had al zulke leuke dingetjes, maar om nou gelijk de eerste vijf minuten al van alles te kopen ging wat ver, eerst even rondkijken (verstandig hè)
Al vrij snel kwam ik langs een kraam met borduurspullen. Niet mijn ding, dus hoefde er ook niet zo nodig te kijken. Mijn oog viel op een aandoenlijk oud stel. De vrouw was aan het rommelen in een bak vol borduurpatronen. De man, inclusief opa- petje en wandelstok, stond geduldig te wachten. Hij draaide zich alleen net iets te hard om waardoor hij een hele piramide zorgvuldig op elkaar gestapelde garenklosjes omstootte. De klosjes rolde alle kanten op. Voordat hij er iets over kon zeggen, had zijn vrouw zich al omgedraaid, zag wat er aan de hand was en zei alleen maar ” Hè ach….”. Het klonk wel zo hartgrondig en de man stond er zo beteuterd bij, dat ik er eigenlijk wel om moest lachen. De klosjes werden al opgeraapt door een zeer aardige voorbijgangster en nog nagrijnzend liep ik verder. Heerlijk dat iemand anders dit nou ook eens heeft, normaal heb ik zulke onhandige dingen. Ik kan me namelijk nog een dagje shoppen met mama herinneren en een Van Haren waar op de toonbank een soortgelijke piramide stond van spuitbussen… maar daar gaan we het nu verder niet over hebben.
Na een tijdje rondlopen had ik wel zin in een kopje thee. Ik haalde er eentje en sloot aan bij een vrouw op een lang houten bankje. Later kwam er nog iemand tussen ons in zitten, die al gauw weer weg was (ik weet niet of het aan ons lag). Ik dronk mijn thee en besloot verder te gaan, anders ging de dag veel te snel. Niet nadenkend dat ik samen met die mevrouw het bankje in evenwicht hield, stond ik op. Niet slim, want mijn kant van het bankje schoot omhoog en de mevrouw zat bijna op de grond. Oeps. Gelukkig vond ze het niet erg en kon ik met een rood hoofd verder.
Na een workshop leren armbanden maken (en de nodige aankopen daarna) kwam ik langs een standje die gevouwen kerstdecoraties verkocht. Het zag er heel mooi uit en je kon mee doen om een kerstster te vouwen. Ja ik weet het, het klinkt een beetje suf. Misschien was het dat ook wel, want ik zat tussen vrouwen die zo’n 50 jaar ouder waren dan ik, maar ik had het reuze naar mijn zin. Wel leuk is dat, als je alleen bent, dat je heel snel aanspraak hebt met andere mensen.
De ster werd mooi en ik was tevreden. Op naar het volgende.
Dat volgende was een kraampje dat ik al eens eerder op een andere beurs had gezien. Borduren op een soort plastic. Eerder hier zei ik dat borduren niks voor mij was, maar op deze manier is het leuk, je borduurt met wol, dus hebt niet dat oneindige gepriegel. Ik zag allemaal leuke dingen maar mocht van mezelf 1 zakje. En ik wilde natuurlijk het achterste. Dus alle zakjes moesten eerst van de pin af. Na twee zakjes stortte heel die pin naar beneden (hoe is me een raadsel) dus de vloer lag bezaaid met zakjes. Ach, kon ik nog eens met de meneer van de klosjes praten, ik voelde me gelijk verbonden met hem. Goed, opgeruimd, betaald, wegwezen.
Ik sloot aan bij nog een sieraden workshop, en zag ineens een bekende. Mijn oude pitmaatje van PU! Dat was toevallig, die had ik daar nooit verwacht. Zij was er met een vriendin en ze hadden besloten ook een armband te gaan maken. Leukleuk. We besloten daarna met z’n drietjes nog even verder te gaan, het was al kwart over 4 (de beurs duurde tot 5 uur) en zij hadden een workshop glas etsen gezien. Dat leek mij leuk en we waren net op tijd om nog mee te doen. Na eeuwen twijfelen of ik waxinelichtjehouders of een soort weckpotje zou maken (en zesendertig keer het omwisselen) besloot ik voor het eerste. Iets na vijven was het klaar. Met mijn tassen vol zelfgemaakte spullen en aankopen nam ik weer afscheid van mijn pitmaatje en vervolgde mijn weg richting het station. Daar liepen we in een soort optocht vol hobbyvrouwen, allemaal bepakt en bezakt. Iedereen had het volgens mij reuze naar haar zin gehad want het was een hele gezellige boel.
Ik werd opgehaald door mijn privéchauffeur, zodat alle tasjes en ik weer veilig thuis kwamen. Het was een ontzettend leuke dag, mede door de mensen die dat zelf niet weten. En ik ben oprecht heel benieuwd hoe de kerststal van Henny wordt. Dus als iemand een Henny kent, die een gehaakte kerststal krijgt: maak even een foto!”

haakjeeigenkerststal

Godin

Mijn blogsite is toegankelijk voor iedereen die mijn stukjes wil lezen.
Maar dit is wel een heel vrouwelijk stukje. Heren, u bent gewaarschuwd.

Morgen ga ik met Irene een weekend naar Wellnesscentrum de Woudfennen. Zin in!
Maar het vergt wat voorbereiding. Ik hou ervan om er verzorgd uit te zien, maar met het intreden van het najaar is er toch wat achterstallig onderhoud ontstaan.
En in de sauna is niets verhuld natuurlijk. Dus kan ik niet met stoppelvelden op mijn scheenbenen aankomen en  evenmin met plukjes shag onder de oksels.
Daar heeft de cosmetische industrie het volgende op gevonden: Venus!
Het beeld van de tv-reclame:  een vrouw van 20 met goudkleurige spiegelgladde benen die zowat reiken tot aan haar oksels, zit bevallig op de badrand en laat soepel een Venus scheermesje over haar knie glijden. (Haar knie, serieus! Zouden er echt vrouwen zijn die haar op hun knieën hebben?)

been
De realiteit:  een vrouw van in de 50, die nog niet eens met één bil op de badrand past, met de varifocusbril naar voren op de neus geschoven, omdat het beeld anders zo vertekent, probeert haar niet zo goudkleurige en niet zo lange benen glad te krijgen.  ‘Every woman can be a Goddess’ .
Yeah, right…..
Ok, beentjes glad. Oksels moeten voor de spiegel. Ik ben er nog steeds niet goed in om in spiegelbeeld te werken, dus dat is ook een hele onderneming voordat het klaar is.
Nu ik mezelf zo bekijk moet ik ook iets aan mijn voeten doen. Sinds ik geen open schoenen meer draag heb ik de nagellak ook niet meer bijgewerkt. Dat kan zo niet, met die afgeschilferde troep op mijn tenen.  Dus poetsen met nagellakremover, maar dat valt nog niet mee. De blauwe nagellak zit ook op de nagelriemen van mijn tenen en dat gaat er haast niet af. Zodat het eruit ziet alsof ik al 3 maanden mijn voeten niet heb gewassen. High van de aceton poets ik dapper verder totdat ik het resultaat goed genoeg vind. Ai, dat was ik vergeten: ik heb een kalknagel. Nu de nagellak die niet meer verdoezelt, is hij weer prominent aanwezig. Gatverdarrie. Nou ja, niks meer aan te doen.
Ik heb het koud gekregen, dus aankleden. En uit gewoonte eerst deo opspuiten.  Au au au dat is waar ook, ik heb net mijn oksels geschoren. Pfff, het valt niet mee om een godin te worden.
Ik kijk nog eens in de spiegel.  Ik hoef toch helemaal geen godin te zijn! Ik ben een gewone vrouw van 54 en ga morgen met mijn dochter heerlijk een weekend uit.  En ik ben dik tevreden!

Mijlpaal

Morgen ben ik 10 jaar gastouder! Wat begon als nieuw  werk vanwege mijn nieuwe situatie, groeide uit tot een eigen bedrijfje. Dat had ik echt nooit gedacht. Ik als zelfstandig ondernemer? Ik zou nog eerder gaan emigreren.  Zeer gesteld op zekerheid, vastigheid, alles tevoren goed plannen en vooral niet teveel onverwachte dingen tegenkomen.  Zo was ik.  En hoe is het nu? Ik heb nu geen zekerheid, geen vastigheid, kan wel van alles plannen maar het verandert iedere keer toch weer en ik weet nooit hoe het zal gaan in de toekomst.
En toch heb ik het leukste werk van de wereld.
En ben ik supertrots op mijn “Kind aan Huis”.

Precies op  de dag dat ik 10 jaar gastouder ben, mag ik het 22e kindje verwelkomen.
Onvoorstelbaar. Zoveel ouders die mij het kostbaarste en dierbaarste wat ze hebben toevertrouwen: hun kinderen. Wat een eer is dat! Al die prachtige kindjes. Sommigen kwamen als kleine baby, anderen als kleuter. Ieder met zijn/haar eigen karakter, ontwikkelingstempo, hebbelijk- en onhebbelijkheden. Wat is het ontzettend mooi om te zien hoe ieder kind is en zich ontwikkelt. En iedere keer ben ik er toch ook weer verbaasd over. Het lijkt immers vanzelf te gaan, terwijl het toch heel niet vanzelfsprekend is. Al die mijlpalen van tandjes, zitten, staan, lopen, praten, ontdekken, lezen,creatief bezig zijn, ze komen iedere keer voorbij en het was al 21 keer anders, omdat niemand  het op dezelfde manier doet.  Ik blijf me dus altijd weer een beetje verwonderen, op een blije manier.
Natuurlijk zijn er ook minder leuke dingen. Als een kind problemen heeft, of het loopt niet zo lekker met de ouders, dan kan dat lastig zijn. Maar ik merk dat ik zelf daarin in die 10 jaar flink gegroeid ben. Leren relativeren, soms een stapje terug doen, en tegelijkertijd duidelijk voor mezelf zijn wat ik wel en niet wil. En echt, over het algemeen is het werk gewoon heel erg leuk en geeft veel voldoening.
Ik zeg nu werk,  maar voor mijn gevoel heb ik er in het begin behoorlijk voor moeten knokken, om serieus genomen te worden. Niet door de vraagouders, die keken er anders tegenaan, maar door zoveel anderen in mijn omgeving die vroegen:  ‘Wanneer ga je weer werken dan, ben je wel aan het solliciteren?’  Of de onvermijdelijke grapjes, als ik met mooi weer buiten was in het speeltuintje, over dat het zo makkelijk was om zo je geld te verdienen.  Eerst verdedigde ik me steeds, maar ik werd er moe van. En soms ook een beetje verdrietig. Alsof ik maar wat aan het lanterfanten was en ondertussen af en toe een luier verschoonde of een neusje afveegde. Het was toch maar erg makkelijk dat ik bij Bert was komen wonen en mijn bedje gespreid vond. Zo voelde het, die opmerkingen,  en daar baalde ik van. Maar ook daar leerde ik van, ik wist zelf dat ik hard werkte en mijn best deed om met mijn nieuwe gezin in mijn nieuwe woonplaats een goed leven op te bouwen. Met werk waar ik van hield en waarvan ik wist dat ik er goed in kon zijn.  Dus later reageerde ik op zulke opmerkingen anders. “Ja leuk hè, waarom ga je dat zelf ook niet lekker doen dan?”  En dat was eigenlijk altijd wel afdoende.  Inmiddels heb ik een bepaalde ‘naam’ opgebouwd, mensen kennen me en weten me te vinden als er opvang nodig is. Ik vind het zo belangrijk dat een kind zich veilig en geliefd voelt als het bij mij is, omdat de ouders aan het werk zijn. En ook dat de ouders hun kind met een gerust hart bij mij kunnen laten verblijven.


Ouders hebben trouwens eveneens te maken met  een (ver)oordelende omgeving. Vooral als moeder lijk je het nooit helemaal goed te kunnen doen. Als je buitenshuis werkt is het: waarom heb je kinderen gekregen als je ze naar een opvang brengt, en als je thuisblijfmoeder (wie heeft trouwens ooit dat vreselijke woord uitgevonden) bent krijg je ook commentaar omdat je zelf een te beperkt leven zou leiden. Mag iedereen alsjeblieft zelf bepalen wat het beste is voor zichzelf en de kinderen?
Wat heb ik al veel meegemaakt met alle kinderen en hun ouders. Vreugde om een nieuw broertje of zusje, verdriet om het plotselinge overlijden van een papa, het kwam allemaal voorbij. De eerste stapjes, de eerste schooldag, het eerste zwemdiploma, mijlpalen in het kinderleven waar ik getuige van was.
En de bijzondere momentjes voor mezelf:  de stralende lach van een babietje als ik het uit bedje kom halen, de eerste keer dat een kindje je naam zegt. Dat laatste doet me trouwens altijd denken aan mijn buurvrouw in Zeewolde, die ook gastouder was. Ze heet Esther en toen haar kleine jongetje zover was dat hij haar kon roepen, klonk er keihard:” ETTER!!!” door de tuin.
De spontane knuffels die ik soms zomaar krijgt, de blije verhalen na een weekend of een vakantie, het bloemetje van strijkkralen toen ik verdrietig was, het lieve zelfgeschreven kaartje bij een afscheid.

IMG
Ik heb ook herhaaldelijk dingen beschreven in vorige blogjes ( Begin de dag met een dansje ; Prietpraat ; Observeren ;Verder ; Lumineus ; Prietpraat (2) ) omdat er zoveel te vertellen valt wat ik de moeite waard vind!
We zijn allemaal kind geweest, maar blijkbaar zijn we best veel vergeten van wat we vroeger konden. Een kind leeft bij de dag, kan zich verwonderen, kan diep verdrietig zijn zonder daar aan onderdoor te gaan, kan vreugde halen uit dingen waar wij aan voorbijgaan. Ieder kind is een stukje nieuwe wereld.
Daarom houd ik zo van kinderen. Omdat ik die eigenschappen zelf niet wil verliezen, en als het toch gebeurd is, ze weer terug te vinden.

Morgen ben ik 10 jaar gastouder. Mijn oudste kind, dat op dit moment ook het langst bij me is, zit in groep 8 en neemt volgend jaar afscheid van mij als ze naar de middelbare school gaat.
Mijn jongste kind , dat morgen voor het eerst komt, is nauwelijks 2 maanden oud.
Ik ben een rijk mens.
  Mijn eigen website voor Kind aan Huis

Airsoft

Waarschuwing voor de lezer: Omdat ik al een poos niets geplaatst had, is dit een extra lang stuk ter compensatie!

Airsoft
Al ruim 10 jaar lang vliegen mij bijna dagelijks allerlei Engelse termen om de oren die te maken hebben met strategy-games. (Ik zal dan ook niet “spelletjes”zeggen)
Zoon Tim en schoonzoon Jan delen de interesse in dit soort activiteiten. Afzonderlijk van elkaar kunnen ze er al druk over vertellen, maar als ze samen zijn….. your ears nozzle, if you know what I mean.
We hebben de Warhammer-periode gehad. Minutieus met de hand beschilderde fantasy-figuurtjes vormden samen verschillende legers, en op een grote tafel met scenery (decoratieve doch functionele omgeving) werd daarmee een soort kruising tussen stratego, ganzenbord en halma gespeeld, al zullen de heren, als ze dit lezen, dit wel een povere uitleg vinden. Ik kon ook nooit de namen van de legers en wapens en krachten onthouden, maar dat deden ze zelf wel. De jongens werden ouder, en Warhammer is geschiedenis geworden, de legers liggen inmiddels op de respectievelijke zolders te wachten op een revival.
Ook digitaal werd en wordt er flink gegamed, op de Playstation is Battlefield een absolute topper. Er worden game-dates afgesproken waarin ze online, vaak nog met een stel andere bekenden, een team zijn. Ik vind dit leuk, en ben het niet eens met de stelling dat gamen een passieve bezigheid is.
Maar ook fysiek wordt er gegamed. Een paar jaar geleden kwam Jan op de proppen met Airsoft. Nooit van gehoord. Maar dat had ik van de andere dingen ook niet, dus ik wachtte nieuwsgierig af wat dit inhield. Het was in ieder geval iets waar de mannen weer erg enthousiast over waren en daar mochten wij weer ruimschoots van meegenieten  Nooit gebrek aan gespreksstof hier hoor, als de Brothers –in-Law samen zijn.
Hoe zal ik Airsoft uitleggen? Het is ook een strategy- game, maar dan ben je zelf het poppetje en maakt onderdeel uit van een team. Je bent op een speciaal Airsoft terrein, je hebt een replica van een bestaand wapen en om het andere team uit te schakelen schiet je BB’s af, heel kleine balletjes, die biologisch afbreekbaar zijn. Dat laatste is wel belangrijk, want er wordt ‘t meest op natuurlijke terreinen gespeeld. Het is zowel een game als een sport. Als je geraakt wordt roep je “HIT!” , en haal je een felgekleurd hesje tevoorschijn, teken dat je uitgeschakeld bent en niet meer beschoten mag worden. De meeste beoefenaars dragen legerkleding, zijn daardoor goed gecamoufleerd, en het is ook zaak om je gezicht te beschermen met een veiligheidsbril, en een maskertje voor je gebit. Want de tweede lettergreep van het woord Airsoft slaat niet op de balletjes. Ik heb trouwens nog steeds geen bevredigend antwoord op de vraag gevonden waar de naam Airsoft precies vandaan komt, gespit op internet heeft me nauwelijks iets opgeleverd. Maar dat terzijde. De regels voor Airsoft zijn zeer streng. Replica’s dienen achter slot en grendel bewaard te worden, er moet aangegeven worden wanneer je ze vervoert, er mag uitsluitend op specifiek aangewezen terreinen gespeeld worden en je hebt alleen vergunning om te spelen als je minstens 18 jaar bent en lid van de NABV. (Met een gelimiteerde mogelijkheid om een introducé mee te nemen.) Die strikte regels zijn er om vervelende uitwassen te voorkomen en dat is terecht denk ik.
Jan is een club gestart, ACN (Airsoft Club Nederland) en dat is een enorm succes geworden.
Aan de zijlijn volgde ik de activiteiten en was er soms een heel klein beetje bij betrokken. Bijvoorbeeld door Tim’s Airsoft-outfit te voorzien van badges met zijn naam en ook (stiekem best trots op) door een clubvlag te maken met het logo van ACN erop.
vlag
ACN heeft nog wel eens een introducé dag, maar afgelopen zaterdag hadden ze een speciale familiedag georganiseerd. Dat vond ik nou echt leuk, samen met Jan en Tim naar Lelystad, naar het terrein van Balls&Arrows, waar ge-airsoft zou worden. Ik nam willens en wetens wel risico, ik ben namelijk een echte ster in enkelbanden scheuren, polsen breken en buitenproportionele bulten ontwikkelen na een insectenbeet, maar ik zou me trachten te beschermen.
Dochter Irene, als vriendin van “El Commandante” the First Lady van ACN , was uiteraard ook van de partij. En Bert moest ook mee vond ik. Dat kostte nog enige overredingskracht. Niet dat Bert niet geïnteresseerd is in de activiteiten van de jongens, maar meer omdat hij een soort trauma had van zijn verplichte militaire diensttijd in zijn jonge jaren. Dus ik heb gepraat als Brugman over dat dit niet vergelijkbaar is met militaire dienst, dat dit een sport is, en die zaterdag zelfs een leuke familieactiviteit, en stukje bij beetje liet hij zijn aversie varen. Hij begon er zelfs plezier in te krijgen. En vroeg zeer aandoenlijk of we bolletjes konden meenemen i.p.v. boterhammen, dat was zoveel gezelliger, dan was het echt een uitje. Ik weet niet of hij me in dank afneemt dat ik dit nu zo wereldkundig maak, maar ik vond het lief.
We zouden de hele dag van huis zijn, dus hondje Lenny moest ook maar mee. Legergroen sjaaltje omgeknoopt, hij was er klaar voor.

GI Lenny
We konden het niet beter treffen met het weer, het was droog en zonnig, maar niet te warm, het was echt ideaal.
We verzamelden op het terrein en ik zag dan nu de gezichten bij de namen die ik vaak hoorde.
Zelf ben ik altijd bezig met mensen in te delen in types. Dus nu ook. Ik zag een Jeroen van Koningsbrugge, een Ragnar Lothbrok (van Vikings) en iemand die me aan een van mijn neven deed denken. Ik weet niet waarom ik dat doe, maar ik heb er plezier in.
Een grote verscheidenheid aan mensen, maar iedereen aardig. En wat een goede sfeer!
De dag was ingedeeld in verschillende games:
Capture the flag
Terrorist Town
(Pauze)
Find the Goo
Terrorist Town
Pop vinden en redden
Zombie game

Ik zou niet alles meedoen, iemand moest toch bij Lenny blijven, dus het eerste onderdeel was Bert aan de beurt. Hij had zijn eigen legerkleding van vroeger aan, en zijn broek kon zelfs nog dicht. Ok, met enige moeite, maar toch. Petje af hoor, na 30 jaar. Ik weet wel zeker dat ik niet meer in mijn rokjes uit die tijd pas. Stiekem vond ik dat hij er best stoer uitzag.
Capture the flag was zoiets als levend Stratego, zoals je vroeger wel op schoolkampen speelde. (Maar misschien mag ik dat zo niet zeggen van airsofters)
Het volgende onderdeel, Terrorist Town, deed ik mee. Ik had wel mijn eigen spijkerbroek aan, maar Berts jasje, Jans pet, een gehuurde veiligheidsbril en Tims maskertje. De dag ervoor had ik al onverwacht een pijnlijke behandeling bij de tandarts ondergaan en ik had geen zin om er nog een keer heen te moeten. Deze outfit zorgde er wel voor dat ik schier onherkenbaar was, maar het zat niet eens ongemakkelijk.
We werden verdeeld in 2 groepen; 5 terroristen en 16 burgers. Het was erg geheimzinnig allemaal en alleen de terroristen kregen op een geheime manier de kans om elkaar te kennen. (uitleg hierover duurt te lang, dus neem het maar gewoon aan) De burgers wisten dus niet wie burger of terrorist was. Ik bleek terrorist te zijn. Potverdorie, niks voor mij. Maar het was een spel, dus ik moest het niet te letterlijk nemen. Een beetje “wie is de Mol”, dat idee beviel me beter.
Met mijn replica over de schouder sjouwde ik met Irene en Jan en nog een paar anderen mee, ik deed alsof ik burger was. Ik had tevoren lopen blaten tegen Irene dat ik steeds bij haar zou blijven dus het zou wel erg opvallen als ik me nu af zou zonderen en anderen op zou zoeken.
Op een geschikt moment, toen we met z’n 3en afsplitsten, zag ik mijn kans schoon. Je mag niet vanaf minder dan 5 meter op iemand schieten, dan moet je “pang” zeggen. Dus ik zei, net als vroeger bij het cowboytje spelen, 2 x “pang” en haalde daarmee mijn eigen kinderen onderuit. Familiedrama als je het goed beschouwd. “Nee joh….!” zei Jan, die zijn schoonmoeder vertrouwd had…. Daarna wilde ik me snel uit de voeten maken maar voelde een venijnige tik op mijn hand waar een BB me raakte. In reflex riep ik AU in plaats van HIT. Duidelijk een groentje. Ik was uitgeschakeld.
En ik had het erg spannend gevonden! Het rondsluipen, het wachten op het juiste moment, het waakzaam zijn…. En heel niet erg dat ik niet met mijn replica geschoten had, ik had toch mijn doel bereikt.
Na de pauze speelden we Find the Goo. Nu deden Bert en ik allebei mee en bleef Tim bij Lenny.  Nu had Bert z’n jasje natuurlijk zelf weer nodig, dus mocht ik die van Tim aan.
acn
We werden verdeeld in 2 teams, en we moesten op zoek naar 7 staven “radioactief materiaal” die in het bos achtergelaten zouden zijn. Het team dat ze uiteindelijk had won, maar je mocht ze ook weer van elkaar veroveren.
Het was eigenlijk een soort paaseieren zoeken. Of de spreekwoordelijke speld in de hooiberg. Ik heb er dus ook werkelijk niet 1 gevonden. Ik bleef eerst bij Bert in de buurt, we spraken af bij elkaar te blijven, maar we wilden toch ook allebei onze eigen weg zoeken. We mogen dan tegenpolen zijn, we hebben allebei een beetje moeite met volgen, wij willen allebei zelf de controle hebben. Toen hij “gehit”werd , moest ik alleen verder. Ik vond het doodeng. Probeerde me zoveel mogelijk schuil te houden maar wilde ook het materiaal vinden. Ik zag Jan en bleef in zijn buurt, samen slopen we door het bos en naar het fort van de tegenstanders. Mijn hart zat letterlijk in mijn keel. Ik kan niet echt verklaren wat die spanning nou gaf, misschien had ik toch meer inleving in de gespeelde situatie dan ik zelf gedacht had. We kwamen een tegenstander tegen, die ons niet zag. Jan fluisterde:” schiet jij?”
Ik schudde mijn hoofd. Ik kon het niet. Zelfs al is het een spel, iets hield me tegen om op iemand te schieten. Om te richten en de trekker over te halen. Het “pang” roepen in de vorige game had heel anders aangevoeld.
Ik was eigenlijk verbaasd over deze psychologische wending, dat ik het blijkbaar zo serieus nam.
Jan schakelde de tegenstander uit, we kwamen nog een stukje verder, toen werd hij zelf gehit. Ik bleef nog even onzichtbaar, maar toen probeerde ik toch het fort te bereiken. Tevergeefs, ik voelde een tik tegen mijn been. Deze keer riep ik wel HIT en ik ging met mijn hesje naar de basis.
Ik was best onder de indruk van het hele gebeuren en besloot ook dat het na deze ronde voor mij genoeg was geweest. Ik had er van genoten maar het was ook onvermoed intensief gebleken.
Meneer Kaktus zei vroeger: “Spelende Vrouw, wat hebben we hier van geleerd?”
Ik heb geleerd dat als de situatie wat serieuzer is, ik me meer inleef in een rol dan ik zelf gedacht had, en dat ik niet op iemand kan schieten, ook al is het mijn vijand.
Terrorist Town had ik meer als een spel gezien, dit Find the Goo leek te echt. Dus ‘paaseieren zoeken’ dekte toch achteraf echt de lading niet. En bovendien had ik bevestigd gezien dat ik moeite heb met volgen en orders opvolgen, ik wil zelf de dienst uitmaken.
Tot zover de zelfreflectie, we waren een dagje uit tenslotte!
Niet alle onderdelen konden meer gespeeld worden, te weinig tijd. Want om 17.00u. werd het eindsignaal geblazen, en konden we gaan genieten van een goedverzorgde barbecue.
Dat was gezellig! En heel lekker ook nog, dus een superleuke afsluiting van deze dag. Nu kwamen we ook wat meer in gesprek met sommige mensen en ik bleef des te meer bij mijn mening dat het een sympathieke club is, dat ACN!

Airsoft. Het is niet luchtig, het is niet soft. Het is wel een sport die serieus genomen moet worden. En die soms op moet boksen tegen de negatieve berichtgeving in de media. Het is een teamsport, en je bent er zowel fysiek als mentaal mee bezig. ACN is een goede afspiegeling van de doelgroep: de leden zo divers als het maar kan, samen een sympathieke en actieve club met een positieve uitstraling.
Echt heel erg leuk om dit op zo’n dag te ervaren!
Familiedag 34              Familiedag 18    

Voor info over ACN:  http://www.airsoftclubnederland.nl/