Categorie archief: Geen categorie

Allemaal aanhaken!(duo-blog)

We kregen leuke reacties op onze gezamenlijke blog van 100 jaar geleden (Terras weer)  Dus we gaan het gewoon nog eens doen!
De cursieve tekst is van Irene, de andere (deze dus) van mij. 

Het is de hoogste tijd voor een duoblog! Afgelopen weekend was de Handwerkbeurs. We zijn daar wel eens eerder geweest, maar de laatste keer was jaaaaaren geleden. Dit vroeg om een uitje. Want sowieso, ik kwam er achter dat ik nog maar 1 (!!!) keer, samen met mams zonder baby/dreumes/peuter een dagje uit heb gedaan, namelijk het dagje shoppen van onze vorige duoblog.

Dat zei ik net ook. 

Dus, het was tijd. (Jahaa!)

Ik besloot met de trein te gaan. Of nou ja, dat is niet eerlijk. Jan opperde het. Die zei: “Dan heb je 3 kwartier heen en 3 kwartier terug totale qualitytime voor jezelf, omdat je dan even niks hoeft te doen”. Zo geschiedde.

Ik ging met de auto, want als ik ook met het openbaar vervoer zou gaan, mocht ik haast wel de avond tevoren alvast vertrekken. Bovendien ken ik mezelf en komt er niks van qualitytime, ik ben dan alleen maar aan het hyperventileren over bustijden, treinaansluitingen, perronnummers en stationsnamen. 

Netjes op tijd (want weggaan kan soms nog wel eens even langer duren, “mamaaaaaaaa niet gaaaaaaan,” en dan moet je de handjes van je broek plukken) wilde ik de deur uit. En dat lukte, ik werd door twee mannen uitgezwaaid. Veel te vroeg stond ik dus ook bij de bushalte. Maar dan wel weer net ietsje te laat voor de vorige bus. Afijn het zonnetje scheen, dus prima. Maar al wat er langs kwam, niet mijn bus. Het duurde, en duurde. En jeeeej uiteindelijk was ie er. Maar wel te laat! Ik hoopte dat ik de trein nog zou halen.

Wat ik wel de avond tevoren had gedaan was op ‘van A naar Beter’ kijken of ik mijn route normaal kon rijden. Er waren geen wegwerkzaamheden of afsluitingen aangekondigd. Maar ze waren er heus wel! Vlak voor de afslag naar Boerakker, alwaar ik de A7 op zou gaan richting Heerenveen en daarna Zwolle, stond er aangegeven dat de toerit naar de A7 was afgesloten en ik de M moest volgen om bij Marum alsnog de A7 op te kunnen.
Stomme van A naar Beter! Als jullie Beter hadden opgelet had ik een andere, makkelijkere weg kunnen kiezen in plaats van nu door allerlei dorpjes te moeten kachelen. 

De deuren waren op het station nog niet goed en wel open of ik sprintte de bus uit. Ik had nog 3 minuten en moest op spoor 2 zijn, gelijk de eerste trap af dus. Ik rende langs de kiosk, waar NIEMAND stond. Dus, of het nou een slimme keuze was of niet, ik spurtte naar binnen, hijgde dat ik een kopje thee wilde (die ik ook echt in moordend tempo kreeg met een “succes!” er achteraan geroepen) en tegelijkertijd met het fluitje van de trein schoot ik naar binnen. Tot zo ver het relaxte reizen. Omdat ik zo laat was had ik weinig keuze in plek en schoof me op een stoel in zo’n vierzitsbankje waar twee oudere dames zaten en een man met een serieus hoofd in een serieus boek.

Ik zat achter een militaire colonne mijn ziel in lijdzaamheid te bezitten. De wagens waren gecamoufleerd maar ik zag ze heus wel! En het duurde lang.

Ik had niet eens zin om te lezen of te haken, ik moest even bijkomen, dus staarde met mijn kopje thee lekker uit het raam. Uiteindelijk was de thee op en besloot ik toch een stukje aan mijn blauwe knuffelbeer te haken. Inwendig moest ik grinniken. Ik met naald en draad in de weer, beide oude dames bezig op een iPad. Omgekeerde wereld.

Toen ik eenmaal de A7 op kon, ging het vlot. En valt er over het uur daarna eigenlijk niet echt iets te melden.

Ik was al snel in Zwolle. Ik zou lopen naar de beurslocatie want dat was maar 15 minuten. Maar ik had niet gekeken waar ik heen moest, en aan welke kant ik het station af moest. Hoefde ook niet. Ik zag een kudde dames, sommigen alleen en sommige samen, met vrijwel allemaal een rugzak, de zuidkant van het station aflopen. Noem me een volgzaam schaap maar ik dacht “dit kan niet anders, zij gaan naar de beurs” dus ik liep er achteraan. Het liep me allemaal wel iets te traag dus uiteindelijk liep ik vrijwel voorop, er liep nog 1 vrouw voor me. Ik appte moeder al dat ik er vanuit ging dat iedereen naar de beurs ging en dat ik anders heel ergens anders uit zou komen, want vol goed vertrouwen liep ik nog steeds achter mijn voorgangster aan.

In Zwolle zelf waren er stiekem toch ook weer wegwerkzaamheden en bleek de baan waar ik moest voorsorteren helemaal niet toegankelijk. Hullup! Ik deed op hoop van zegen maar wat eigenlijk, toch kwam ik bij de parkeerplaats van de IJsselhallen. Ik was gepast trots op mezelf.

Inmiddels liep ik te gieren (men moet wel denken) want ik liep uiteindelijk voorop en als een soort reisleider had ik een hele sliert dames achter me aan. A.k.a. rups.  Maakt niet uit, we vonden het!

Een besnorde man in een veiligheidshesje dirigeerde me helemaal naar de achterkant van de parkeerplaats. Misschien had hij mijn parkeerkwaliteiten ingeschat.
Want ik parkeerde echt op een wijvenmanier. Ruimte voor 4 auto’s en dan toch nog wat heen en weer moeten rijden om de auto in een vak te krijgen.
En toen aan de wandel! Dat kan ik wel goed hoor. 

Al snel was moeder er ook en togen we naar binnen.

Om geen risico te lopen op net zo’n scanner debacle voor mij als de vorige keer, had Irene beide kaartjes op haar mobiel staan. Maar niet te geloven, de eerste zei ‘piep’ en de tweede niet! En toen nog niet! Pas een paar pogingen later lukte het. Ik claim deze keer dus het eerste kaartje! 

 Eerst plassen. Waar zou dat zijn? Wederom opperde ik om een stoet dames te volgen. Zelf nadenken hoefde niet meer. Vervolgens tijd voor koffie (thee) en wat lekkers, en daarna beurstijd! 
Het was erg leuk, we hebben veel gezien en ik heb leuke aankopen gedaan. Oke ik moest wel voor de derde keer terug naar een bepaalde kraam omdat ik maar niet kon kiezen, maar het lukte, ik kocht leuke dingen.

We hadden zo’n leuk idee gezien: kussens die half van stof, half gehaakt waren. Dat wilden wij ook en Irene kreeg uiteraard een idee voor kerst. We stonden bij de kraam met quiltstofjes te kijken en erover te praten. De mevrouw in de kraam zei: “Ik hoor jullie over kerst! Die stofjes liggen aan de andere kant.”
“Wij gaan naar de andere kant! Dank u wel!” zeiden wij exact tegelijk in koor, dezelfde intonatie, zelfde pauze tussen de twee zinnen. Mevrouw moet wel denken dat wij of niet goed bij ons hoofd waren of dit van te voren samen hadden ingestudeerd.
Er was een stofje bij wat het persé moest worden. Alleen was het lapje met het patroon in de breedte geknipt en wij hadden dat in de lengte nodig. Jammer hoor, want als je ergens je zinnen op gezet hebt, wil je geen alternatief. Toen we wegliepen zag ik een voorbeeld hangen, wel in de lengte! Omdat we te netjes waren om dat van de wand af te trekken vroeg Irene het aan de meneer (die vast bij de mevrouw hoorde) of er nog een was. De goede man begon prompt de hele stapel lapjes uit te vouwen, maar hij vond er een!
Toch gelukt dus, leuk! 

Moeder ging ook wat kopen. Een blouse. Dus. Kraaaaaaamen vol garen, lapjes, innovatieve handwerktechnieken, nee hoor mams koopt kleding. Ik denk dat ze de volgende shopsessie met een haakpatroon thuis komt.

Ik heb ook werkelijk geen idee waarom er een kledingkraam op een handwerkbeurs stond, maar wat maakt het uit, ik heb die blouse! En hey, hij is van stof gemaakt, of niet dan!

We hebben ons verder keurig gedragen, er is niks raars gebeurd. Denk ik. Of ik heb het verdrongen. 

Ja, je hebt het verdrongen blijkbaar, dat ik met het hengsel van mijn tas gezellig een mevrouw op een scootmobiel meetrok. Mevrouw bood mij nog een plekje op haar schoot aan, maar ik heb dat vriendelijk afgeslagen, terwijl ik ondertussen haar stuur weer uit mijn tas probeerde te bevrijden.
En dat ik nog een andere mevrouw opving die per ongeluk haar evenwicht verloor en die heel blij was toen wij haar verzekerden dat wij haar steun en toeverlaat wilden zijn. 

Ik heb nog wel een enorme quest naar theezakjes gedaan. Serieus, je weet dat je een beurs hebt met 237846283 vrouwen, zorg dan dat de thee voorraad compleet is! Maar het mocht de pret niet drukken, het lukte.

Die thee, die hoorde bij de lunch. Want Irene zei rond 12 uur heel degelijk: “We moeten zometeen brood eten”.
Echt ik verzin dit niet, zo zei ze het. Huismoeder hè, dan krijg je dat. Maar stiekem kreeg ze wel gelijk, want wat wij aten kan je geen broodje noemen. Wij aten brood. 

Daarna gingen we weer kraampjes bezoeken, kleurtjes kijken, ideeën bediscussiëren en stiekem overal aanzitten.

Op een gegeven moment waren we wel verzadigd van de beurs en besloten we weer huiswaarts te gaan.
Maar we gingen niet ,want iedere keer moesten we toch nog iets bekijken, boekje doorbladeren, piepen over haakpakketjes en uiteindelijk toch nog een kopje thee nemen. 

We dronken de thee bij een statafeltje tegenover de stand van Brother Naaimachines. Er was een gecomputeriseerde (is dat een woord?) borduurmachine aan het werk, er werd een Minnie Mouse gepleegd.
Aanbieding, nu voor slechts €13.999,- stond erbij. Wat??? Ik ging even dichterbij kijken of ik niet een 9 teveel had gelezen. Wat nog heel veel geld was overigens.
Er stonden een paar vrouwen bij en eentje zei: “Zouden mensen dat echt kopen? “
“Waarom niet?” vroeg de Brothermevrouw, het klonk achteloos.
“Voor een bedrijf dan toch zeker?” vroeg een van de dames.
“Welnee”,zei Sister. “Het is net als met een auto hoor, mensen willen het nieuwste model”
Ik ergerde me aan het superieure toontje en de arrogante houding. Wat mij betreft kon ze beter op een heel chique beurs voor snobs gaan staan.
Waar niet een bekertje thee ,maar een glas champagne in de prijsklasse van mijn hele budget voor de handwerkbeurs geserveerd wordt.
De thee was op, de voeten moe, de inkopen gedaan, we gingen nu echt naar huis!

Mams liep zo’n beetje mee naar het station, maar de auto stond op een uithoek van de parkeerplaats geparkeerd. Tsja waarom ook niet.

Nou, scroll even terug dan, naar de aankomst, dan weet je waarom dat was.

Verder ging de terugreis heel voorspoedig. Er waren geen rare dingen, ik hoefde niet te rennen, het was eigenlijk best heel normaal. En, het was super en ontzettend gezellig om weer eens met z’n tweetjes samen iets te doen!

Daar ben ik het helemaal mee eens! En ik verheug me al op het sauna-arrangement wat we over twee weken met ons tweetjes gaan doen. EINDELIJK weer! 

Op goede voet

Die voetbreuk van mij had nogal wat voeten in de aarde.

Ik had er een hard hoofd in dat het op een natuurlijke manier zou genezen, de dokters hielden voet bij stuk dat het moest kunnen. Maar ik zat ermee en had een tenenkrommend lange tijd geduld. Uiteindelijk werden er spijkers met koppen geslagen. In mijn voet. Want die moest toch een handje geholpen worden. Hals over kop, op de dag voor kerst. 

De orthopedisch chirurg stak de handen uit de mouwen en haalde zo bij mij een wit voetje. Want daarna nam de genezing hand over hand toe. Schoorvoetend kon ik mijn eerste stapjes zetten. En nu maak ik me gewoon weer uit de voeten! Ik neem de benen! Ik loop bijna weer stad en land af. 

Vandaag richtte ik mijn schreden naar het ziekenhuis voor de laatste controle.De radiologe was duidelijk met het verkeerde been uit bed gestapt. Hardhandig werd ik in de juiste positie gedrukt en ik durfde geen vin meer te verroeren. Ik trok de stoute schoenen aan en maakte een grapje maar daar kon ze niet mee uit de voeten. Lange tenen.
Met de orthopeed stond ik wel op goede voet.
Ik voelde me dankbaar tot in de puntjes van mijn tenen. Bedankte hem dan ook hartgrondig maar mocht hem nog geen hand geven. Dus stak ik mijn duim maar op.
Ik sta weer sterk ik mijn schoenen!

De blog die je wist dat zou komen

Het plan is om morgenochtend oranjetompoucen te maken. ‘s Morgens even een poosje televisiekijken naar de koningin en dan ondertussen een kersvers oranjegebakje eten. Sorry Willem, of het nou je oma of je moeder was, of nu je vrouw, het is belangrijker hoe zij eruit ziet dan jij. Toch nog een restje van het sprookjesachtige wat om een koningshuis heen hangt.
Want ik ben totaal niet koningsgezind en zal zelf ook geen oranje toestanden aantrekken of opzetten. Alleen opeten. Want een nationale feestdag vraagt om wat lekkers.


Ik zal nu geen pleidooi gaan houden over het wel of niet aanhouden van de monarchie, hoor.
Dat koningshuis is gewoon altijd op de achtergrond geweest zolang ik me kan herinneren. En die vrije dag, eerst op 30 april, nu op de 27e, is een gezellig en welkom punt in de jaarkalender.
Of ik nou als kleuter een feesthoedje en een toeter kreeg, of als puber een briefje van 25 gulden toegestopt door mijn vader om er ‘iets leuks mee te doen vandaag’ ,of het fietsje van mijn kleine dochtertje versierde, het voelde feestelijk.
Dat tv kijken is altijd alleen onder de koffie, daarna heb ik het wel weer gezien. Het is toch gewoon de sinterklaasintocht in het voorjaar. Alhoewel, bij de koning(in) loopt alles natuurlijk helemaal volgens plan, en bij sinterklaas is er altijd een enorme stress van te voren.
En van sinterklaas weet je altijd al welke jurk hij aanheeft. 

Ik had vroeger tantes die enorm Oranjegezind waren. Ze lazen tijdschriften als “Vorsten” en “Ons Koningshuis” en volgden het wel en wee van de Oranjes op de voet.
Toen ik nog maar kort in Zeewolde woonde, zou koningin Beatrix op werkbezoek komen en mijn moeder (ik ben er nooit echt achter gekomen wat haar mening was over de monarchie) vroeg of ze met die tantes op bezoek kon komen, dan konden we gezamenlijk de koningin gaan toewuiven. 
Natuurlijk, kom maar gezellig, daar gaan we de tantes een enorm plezier mee doen! Werkbezoek is trouwens een wat groot woord, Beatrix was in Flevoland en zou ook een bliksembezoek aan Zeewolde brengen.
Het was 14 juni 1988, het was ongelooflijk mooi en warm zomerweer en ik was hoogzwanger, toen we in de winkelstraat een plekje opzochten om Beatrix langs te zien rennen. Mijn tantes waren erg klein van stuk en ik had een heel dikke buik, dat leverde ons nogal wat goodwill op van het andere publiek voor wat betreft het kiezen van de beste plek.
Maar goeiendag wat was het warm, ik moest echt even zitten. We stonden voor de bloemenwinkel, er stond een metalen bak buiten, die zou me wel houden. Mijn tantes waren te volwassen en te goedgemanierd om van enthousiasme op en neer te springen, maar ik weet zeker dat ze dat inwendig wel deden, ze hadden geen aandacht meer voor mij. Ze merkten dus ook niet dat ik helaas in een bak met waterplanten was gaan zitten en er niet meer uit kon komen.  Mijn moeder zag het wel en die moest zo lachen dat ik bang was dat ze ook een natte broek zou krijgen. Ze heeft me er, met een aardige mevrouw, met vereende krachten uit weten te hijsen en ik stond dus nogal de druipen toen Beatrix met haar gevolg voorbij schoot. Dat komt er nou van, als je niet de juiste instelling hebt. 

Toen Beatrix de scepter overdroeg aan Willem Alexander was het natuurlijk allemaal wat specialer en heb ik wel langer naar de tv gekeken.
Eigenlijk zou ik alleen zijn, omdat man en zoon op de motor rondreden in Italië, maar ik had een van ‘mijn ‘kindjes in huis. De ouders moesten allebei werken en het meisje kwam hier graag, dus we maakten er een gezellig dagje van.
Samen een oranjegebakje eten, naar de prinsesjes en de nieuwe koningin op televisie kijken en natuurlijk ook spelen.  Er werd een waar koningsmaal bereid.

‘s Middags nog even naar het dorp om een hele euro uit te geven op de vrijmarkt (ze mocht iets kiezen maar maakte er geen misbruik van) en zo was het een eigenlijk heel bijzondere Koninginnedag, wij met ons tweetjes. Echt een dierbare herinnering.
‘s Avonds thuis was ik wel alleen en keek ik naar het feestprogramma, en kromde met de rest van Nederland mijn tenen, omdat het Koningslied toch echt uitgevoerd werd.
Werkelijk, ik snap niet hoe een tekst die zo slecht is, toch voor zo’n officiële en unieke gebeurtenis gekozen wordt. Of de tekstdichter zat zich stiekem thuis tranen te lachen dat niemand in de gaten had dat dit zijn passief verzet was tegen het hele gebeuren.

Plannen voor morgen? Behalve die oranjetompoucen maken en eten, geen. En het is natuurlijk nog maar de vraag of het banketgebeuren  me gaat lukken. Daarom schrijf ik alvast vandaag de blog maar. Dan hoef ik nog geen foto erbij te doen van het resultaat!

Fijne Koningsdag iedereen!

Muziekspeeldoosjes

Vanmiddag moest het maar weer eens: de afstofsessie van mijn muziekdoosjes. Ik noem het zelf eigenlijks speeldoosjes maar dat werd door sommige dirty- minds dubbelzinnig gevonden, dus ik hou het hier maar bij muziekdoosjes.


Ik heb er 21. Eentje heb ik in gebruik als sieradendoosje. Als je het deksel opendoet, draait een piepkleine ballerina pirouettes voor een spiegeltje, op muziek van Frère Jacques. Of misschien Vader Jacob of Fra Jacopino, ik weet niet uit welk land het doosje komt.
De overige 20 staan op de kastjes naast ons bed.

Al 100x hebben we het over een vitrinekast gehad, maar eveneens 100x hebben we geen plek kunnen bedenken waar dat ding dan moet staan. Dus de muziekdoosjes staan nog steeds op een kastje veel meer stof te vergaren dan zou moeten. Het afstoffen is nog niet zo makkelijk, want de meeste speeldoosjes (o nou zeg ik het toch) zijn zowel gedetailleerd als fragiel.

Waarom vind ik speeldoosjes zo leuk? Ik hou van de tere, haast ijle muziek, die gaat spelen als je het mechaniek met een sleuteltje hebt opgedraaid. De originele vormen, soms heel oud, soms nostalgisch, soms modern. Niet alle speeldoosjes hebben bewegende onderdelen, maar hebben ze die wel, dan maakt dat het extra mooi. 

Het kan heel simpel zijn, een tafereeltje dat gewoon rond draait. Maar ook veel ingenieuzer: schaatsende poppetjes of dansende koeien.
Overigens heb ik ook 2 doosjes waarbij ik zelf aan een slingertje moet draaien, daar zit geen opwindmechaniekje in. 

Speeldoosmuziek heeft iets liefs, iets rustgevends, met die tingelende nootjes. 
En toch kunnen muziekdoosjes ook ronduit griezelig zijn. Soms gebeurt het dat er eentje spontaan begint te spelen. Doodeng, vooral als dat in de nacht gebeurt. 
Misschien heeft een veer in het binnenste nog gespannen gestaan, zodat het doosje door een trilling (niet ongewoon hier) begint te spelen. Iets dergelijks moet het wel zijn, maar het heeft iets spookachtigs.
Of de kam (waar de toontjes uitkomen) is niet helemaal goed gestemd, zodat het lieve liedje een onprettig vals tintje krijgt. Ik heb er daar 1 van, die speel ik dus ook nooit af. Ik krijg er een unheimisch gevoel van.
Met afstoffen komen al die doosjes in beweging natuurlijk, dus dan hoor ik soms wat muziekjes door elkaar. En dat klinkt serieus als iets uit een horrorfilm.
Het intrigeert me dat met deze klanken de scheiding tussen lief en eng zo ragdun is. 

Overigens is het niet zo dat ik 21 verschillende liedjes heb. De heel speciale (lees: dure) doosjes hebben een uniek muziekje. De wat goedkopere  doosjes spelen ‘Für Elise’ en ‘Love Story’, ik heb er meerdere van.
En ik heb een hele ris Kerst-speeldoosjes, waarvan het gros ‘O Denneboom’ speelt en de rest ‘We wish you a merry Christmas’.  In de aanloop naar Kerstmis zijn er trouwens ineens veel meer speeldoosjes te koop, de rest van het jaar moet ik er echt toevallig tegenaan lopen. 

Als we op vakantie zijn zoek ik ook altijd in de winkels naar leuke muziekdoosjes. Maar meestal valt dat nogal tegen.
Toen ik kind was zag ik wel bij vriendinnetjes van die mooie Zwitserse speeldoosjes. In de vorm van een chalet, en als je het dak openzette kwam er muziek. Bij de allermooiste gingen er dan ook nog poppetjes naar buiten en weer naar binnen.  Dat vond ik toch zo prachtig!
Wij gingen niet naar het buitenland op vakantie, dus ik heb er nooit eentje gekocht of gekregen.  Niet dat ik wat tekort gekomen ben overigens, hoor!
Maar nu ik wel naar het buitenland ga, kan ik nooit meer zo’n mooi muziekdoosje vinden. Het is niet meer in de mode. Zo gaat dat.
Toch zou ik het geweldig vinden om er ooit nog eentje in mijn bezit te krijgen.
Een donker houten chaletje met bloembakjes voor de ramen, met een dak wat open kan om de muziek te laten klinken.
Heb je er een die je kwijt wil, of weet je er een? Laat het me weten!

Weet je dat ik niet eens kan zeggen welk muziekdoosje uit mijn verzameling ik nu het allermooiste vind? Ze hebben namelijk allemaal iets: een herinnering, een connectie met een hobby, een sfeer of een combinatie van die dingen.
Een paar sterren dan? Ok, ik hoop dat ik ze nu niet alle 21 ga opnoemen. 

Het roodhouten speelgoedkistje met bewegende blokken, wat Bert voor me meegenomen heeft uit Italië.  De grote bewegende kerst-speeldoos die ik van Tim voor Sinterklaas kreeg, omdat hij weet dat ik zo vreselijk van speeldoosjes hou.
De mini-replica van een polyphon, de voorloper van de grammofoonplaat, die mijn eerste echte aankoop was. Een porseleinen theatertje met balletdansers die de Notenkrakersuite uitvoeren, gekocht in een speciaal winkeltje,  toen ik met Tim in België was voor de bijzondere Tim Burton Tentoonstelling.
Een viool die zo kitcherig is dat het weer mooi is, omdat ik zelf viool speel. Een mini Singer naaimachientje, de naald gaat op en neer, evenals het trapplateau, gewoon mezelf cadeau gedaan omdat ik het zo leuk vond.
Een porseleinen caroussel met paardjes, gekocht toen ik met Bert  en Irene op een kerstmarkt in Duitsland was.
Een houten doosje met draaiende koetjes wat mijn kleinzoon zo prachtig vind.
Ok, ik stop. Dit zijn er al 8. En ik kan dus echt over alle 21 iets extra’s vertellen, zelfs over die ene die ik voor 3 euro op een rommelmarkt gekocht heb. 
De kastjes staan vol. Te vol eigenlijk om ze nog mooi tot hun recht te laten komen, laat staan dat er nog wat bij kan.
Toch maar voor de 101e x over een vitrinekast nadenken.

Kozen en Hanijnen

Vroeger leerde ik samen met mijn lieve vriendin/schoonzus/collega Nel op de kleuterleidstersopleiding het liedje: 


Hip hip hip
zo hippen alle hazen
Ze hebben het zo druk
want strakjes is het Pasen. 

Nel zou Nel niet zijn als ze er geen eigen variant op verzon dus zongen wij:

Hip hip hip
zo hippen alle hesach
Ze hebben het zo druk
want strakjes is het Pesach

Ik moet er echt ieder jaar weer aandenken. (en zing het dan ook nog even zachtjes) 

Nu lijkt het mij dat er steeds minder hazen en meer konijntjes verschijnen in aanloop naar Pasen. Zou het zo zijn dat de Paashaas opzij moet voor de Easterbunny? 
Uiteraard is het een kolfje naar mijn hand om dat te gaan uitzoeken. Dus, lieve lezer,  ga maar even zitten voor een educatief moment. 

Hazen en konijnen. (ik krijg nu de ‘Ik hou mijn spreekbeurt over..” vibe) 

Wat zijn de verschillen? 
Een haas leeft solitair, krijgt 1x per jaar jongen die al helemaal ‘af’ zijn, maakt een ondiep kuiltje in het gras om te slapen, heeft enorme oren met zwarte punten, geelbruine ogen , een bruine vacht en loopt als hij zich rustig voortbeweegt op grote voeten met voetzooltjes.
Hij kan als hij rent een snelheid halen van 75 km per uur.

Een konijn leeft in een groep, krijgt meerdere nestjes jongen per jaar, die kaal en blind en hulpeloos zijn, woont in een hol-en-tunnelstelsel diep onder de grond, heeft flinke oren, zwarte ogen, een grijsbruine vacht en hopt als hij zich rustig voortbeweegt op behaarde voeten zonder zooltjes
Hij kan als hij rent een snelheid halen van 40 km per uur. 

Wat zijn de overeenkomsten?
Ze komen beiden uit de familie van de Leporidae en het zijn géén knaagdieren.
En ze lijken natuurlijk erg veel op elkaar!

Waarom hebben we hier de Paashaas en in Engelstalige landen de Easterbunny?

Zie het maar een beetje als Sinterklaas en Santaclaus. Verschillen genoeg om allebei te bestaan maar overeenkomsten genoeg om vergelijkbaar te zijn. 

“Paashaas” rijmt zo lekker in het Nederlands, blijft beter hangen als Paaskonijn.
“Easterhare” klinkt wat mij betreft niet, Easterbunny wel. Een bunny is trouwens een jong konijn. De Engelsen hebben een liever woordje bedacht dan de Nederlanders.
Hier heet een jong konijn een lamprei.  Rare benaming, gelukkig gebruikt niemand die verder. Maar ik dwaal af. 

De oorsprong van die Paasleporidae is nog niet zo makkelijk te verklaren, het is een mengelmoes van tradities, mythes en verzinsels.
Jongens, hoe meer ik aan het onderzoeken ben, hoe uitgebreider en ingewikkelder het wordt. Het educatief moment dreigt te verworden tot een cursus, dus ik probeer het een beetje samen te vatten.

Wij zeggen “Pasen”, de Engelsen ‘Easter’ en de Duitsers “Oster”
Die laatste twee woorden zijn verwant en een verwijzing naar de godin van de lente ‘Eostra’.
Er zijn verhalen dat ze een gewonde vogel veranderde in een haas om hem te laten overleven en dat ze hem toestond  om 1x per jaar eieren te leggen. Maar er bestaan ook afbeeldingen die Eostra zelf voorstellen in de gedaante van een witte haas of een wit konijn.  Allebei dus!

Het woord Pasen komt van Pesach, het Joodse paasfeest.
Eieren maken deel uit van de Pesach (of seider) maaltijd en traditioneel  wordt er een stuk brood verstopt. Die eieren dan weer niet trouwens.

Eieren zijn, over de hele wereld, symbool van vruchtbaarheid en nieuw leven.
En overal ,in alle tijden, op de hele wereld worden er eieren versierd.
Zowel in het oude Perzië en Egypte als in China en in Nederland.

Hazen, konijnen en eieren zijn dus gecombineerd om rond Pasen hun opwachting te maken.
Gelukkig gaat het voor wat de dieren betreft vooral om decoratie en vind ik het zelf een briljante uitvinding om de paaseieren van chocola te maken.  

Deze zijn toch leuk? Ik heb ze gehaakt, het zijn paashazen maar ze lijken broertjes van Pieter Konijn van Beatrix Potter. 

En die leuke servetten… ik zou niet durven zeggen of er een haasje of een konijntje op staat.
Dus wat maakt het uit! Ik neem lekker nog een chocolade-eitje. Voordat de pepernoten weer in de winkel liggen. 

Waarom?

Vanmorgen ging ik boodschappen doen. Er stond een vrouw omstandig haar winkelwagentje te ontsmetten. Al van een flinke afstand rook ik dat ze omhuld werd door een compacte geur van sigarettenrook. Het onlogische van deze situatie viel me op.
Zoals vaker. Tijd voor een lijstje (hou ik ook van) met onlogische zaken:

  • Twee pakken koffie, samen verpakt met onnodig extra plastic, zijn goedkoper dan twee losse pakken koffie die je zelf uit het schap pakt. Standaard, geen aanbieding. 
  • Mijn rechter veter gaat altijd los. Mijn linker niet. 
  • Een loodgieter giet geen lood.
  • Pas als je het uiteindelijk weggegooid hebt kom je er achter waar het gevonden dingetje van was en dat je het niet weg had moeten gooien.
  • Rode kool is duurder dan rode kool met appeltjes.
  • Gastouderopvang is kinderopvang
  • In een boeket rozen is er altijd 1 die gaat hangen, ook al heeft hij dezelfde behandeling gekregen als de andere, voordat hij in de vaas gezet werd. 
  • Er was in mijn vorige woonplaats een hond met een gecoupeerde staart, die Kwispel heette.
  • Mensen denken dat ze milieuvriendelijk bezig zijn als ze onkruid te lijf gaan met azijn .
  • Er is altijd wel een ding op mijn boodschappenlijstje wat ik niet koop, ook al lees ik 4x alles na voordat ik ga afrekenen.
  • Long Covid heeft niet met je longen te maken.
  • Een koolmees kan maar 2 tonen zingen en toch zingt ieder koolmeesje een ander liedje. 
  • Verkade doet de kleuren van de wikkels voor melk- en pure chocolade andersom.
  • Het woord ‘volledig’.
  • In kinderboeken hebben dieren met kleren aan dieren zonder kleren als huisdier.
  • Als het net een week lente is begint de zomertijd. 

En nu ben ik natuurlijk heel erg benieuwd naar jullie aanvullingen! Of misschien heb je die niet en ben ik de enige die energie verspilt aan zaken die er eigenlijk niet toe doen.

Kunst(ig)

Dit zette me echt even aan het denken vanmorgen.
Voor positiviteit verspreiden ben ik altijd te vinden. En ook om te laten zien wat ik maak, omdat ik er trots op ben. Maar ik zie mijn werk zelf niet als kunst.


Kunst kan je natuurlijk op verschillende manieren definiëren. Voor mij is kunst een uiting die volkomen vanuit jezelf komt, een eigen gedachte, een eigen gevoel. Als je die gedachte of dat gevoel dan een visuele of auditieve vorm kunt geven, dan ben je wat mij betreft een kunstenaar.
Ben ik dan een kunstenaar? Misschien heel sporadisch. Want ik maak wel heel veel ,maar kan dat zelf niet als kunst betitelen. Soms als kunstig maar dat is iets heel anders, dat heeft vooral met de techniek te maken. 

Toch maak ik die dingen omdat ik het fijn vind om creatief bezig te zijn. Om iets te maken, te scheppen zo je wilt.
Het pure plezier van het maken en de voldoening van het resultaat zijn dan genoeg, ik hoef er geen idee of emotie mee te uiten.
Haken en tekenen zijn daar de beste voorbeelden van. 

Haken vind ik heerlijk om te doen, om de rustgevende, repeterende beweging van mijn handen en daarbij het mooie en leuke wat ik maak gestaag te zien groeien. Het meest haak ik van patronen die iemand anders al bedacht heeft. Of ik combineer verschillende dingen. Soms kunstig, maar geen kunst. 

Er zijn tekeningen waar ik trots op ben, maar veel zijn dan gemaakt naar aanleiding van een tutorial of een idee van iemand anders. Dan kijk ik of ik dat ook kan, ben blij als het lukt en nog meer als ik er toch een beetje mijn eigen draai aan kan geven.
Volgens mij is er trouwens niets mis met een tutorial, of een cursus. Sommige technieken moet je gewoon eerst leren voordat je ze kan gebruiken, zo simpel is het. Het kan je helpen om juist die eigen ideeën vorm te gaan geven. Net zoals je moet leren lezen en schrijven voordat je een verhaal  op papier kan zetten.
Schrijven doe ik ook heel graag en misschien is dat nog wel hetgene waarin ik het meest mijn eigen ideeën ik kan verwerken en uiten.
Fictie en blogjes, daar kan ik wat mee. Maar ook hier heb ik vaak een zetje nodig: een schrijfwedstrijd met een thema, een onderwerp wat mijn aandacht heeft.
Ik schrijf dan ook geen poëzie. Dat is volgens mij bij uitstek een vorm van kunst en heeft alles te maken met gevoel en emotie. 

Muzikaal ben ik ook. Ik bespeel verschillende instrumenten, maar allemaal op bescheiden niveau. Ik heb een goed muzikaal gehoor, pak melodieën snel op en voel aan hoe muziek in elkaar zit. Maar ik heb nog nooit zelf een muziekstuk gecomponeerd. Dat zit er gewoon niet in. Dat doen de kunstenaars. 

Kortom, ik ben meer een maker dan een kunstenaar. Maar ik ben serieus vereerd dat iemand mij wel zo ziet, ik vind het een heel groot compliment.
Ik krijg het alleen niet voor elkaar om 10 volkomen eigen werken te laten zien, waar echt niemand iets aan bijgedragen heeft met een idee, een voorbeeld of een tutorial.
Dus ik moet deze nominatie toch aan me voorbij laten gaan.

Als afsluiting wil ik toch 2 dingen laten zien. Een tekening voor een nog niet bestaand karakter voor onze Dungeons&Dragons party, waar ik later een gehaakte versie van heb gemaakt. Het idee voor de pad en de uitwerking ervan kwamen helemaal uit mezelf. 


En nog een tekening. Een potloodtekening die ik vanuit de vrije hand maakte naar een beeld in mijn hoofd. Die keer was ook volkomen uniek omdat binnen een uur de hele tekening klaar was en exact zo geworden als hoe ik het in mijn hoofd zag.
Dat was misschien toch een vleugje kunst. 

Op stap

Een rondje Borg. De  eerste verliefde wandeling hand in hand met Bert, in 2004, rond Borg (landhuis) Verhildersum . In een vierkant om de Borg heen ligt een wandelpad, wat ideaal is voor een ommetje. Eigenlijk een vierkant rondje dus.
Echt in alle seizoenen mooi, het verveelt me nooit om daar te lopen. En in die bijna 18 jaar na de eerste keer heb ik daar dan ook talloze voetstappen gezet.
Met verschillende honden, met in de loop der jaren een stuk of 40 kinderen in alle leeftijden, met visite en een enkele keer gewoon lekker in m’n eentje.
Tot ik 5 maanden geleden ineens letterlijk geen stap meer kon verzetten.
Het gaat goed met mijn voet, in februari ging het gips eraf en de operatiewond is voldoende genezen. En toen moest ik weer leren lopen. Heel raar, je bent altijd een goede en enthousiaste wandelaar geweest en dan moet je ineens gaan nadenken hoe je moet lopen. Hoe zet ik mijn voet neer, hoe wikkel ik hem af, hoe beweeg ik mijn knie, mijn heup….niets gaat meer automatisch, terwijl ik vroeger gedachteloos overal heen liep, sjouwde, rende en huppelde.
Alles voelt bibberig en onzeker en het gaat langzaaaaaaam…..
Maar! Langzaam of niet, het gaat! En steeds beter ook.


Ik had het ontzettend gemist om met mijn hond Lenny te lopen, gelukkig voor hem waren mijn zwager en schoonzus al die maanden onvermoeibaar, en haalden hem iedere ( ja echt iedere!) dag op voor een wandeling. Echt zo lief!
Toen ik weer een beetje kon lopen, wilde ik zo graag met Lenny naar buiten, ik nam 1 kruk mee en met mijn andere hand hield ik hem aan de lijn. Wat een teleurstelling was dat. Hij was ongeduldig, hield totaal geen rekening met mijn beperkingen (terwijl het altijd zo’n gevoelig beest is), ik kon nauwelijks op de been blijven en ik raakte erg gefrustreerd. Het was gewoon nog te vroeg.
Dus ik ben verstandig geweest (ja dat kan ik wel als ik dat wil, maar ik wil het niet altijd) en heb geoefend zonder hond. En nu lukt het al best goed. Ik loop zonder krukken, zet mijn voet niet meer neer als Pipo de Clown, ik hang niet meer voorover alsof ik een denkbeeldige rollator duw, ik loop rustig in plaats van langzaaaaam…. kortom, ik ben niet meer gefrustreerd.
En deze week wilde ik dus graag weer een rondje Borg gaan lopen. Met Lenny.
Jongens, wat was het fijn! Heerlijk in de prille voorjaarszon, Lenny liep naast me als de liefste hond van de wereld en ik …. ik kon EINDELIJK weer mijn geliefde wandelingetje doen.


Nog even dubben bij een kruispuntje:  ga ik het hele rondje doen of misschien toch een halve?
Lenny wilde wel graag een hele natuurlijk en ik eigenlijk ook wel. 
Dus we hebben het gedaan en het is gewoon een mijlpaaltje! 

Lenny Leerde Liesje Lopen Langs de Lange Leenster Laan
en toen ze weer huiswaarts keerden, was Lies trots dat ze ‘t had gedaan!

Het hoogste lied

Mijn hele leven zing ik al kinderliedjes. Ik ken er nog wel een paar die we op de kleuterschool zongen, op de lagere school leerden we er ook een heleboel. Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat we op de Mavo zongen, want op die leeftijd schaam je je daar blijkbaar ineens voor. Maar daarna ging ik naar de kleuterleidstersopleiding en uiteraard zongen we daar weer volop. Ik leerde zelfs over de theorie van het kinderlied, de term ‘kleuterdeun’ bijvoorbeeld, een melodie van 3 tonen die een klein kind makkelijk oppakt. Ik vond een heleboel kinderliedjes eigenlijk maar erg saai en onzinnig.  Arend Stokje en Un dun dip, het waren zeurderige melodietjes en de tekst sloeg meestal ook nergens op. Ik bedoel: “Un dun dip, inne kanne kip, inne kanne dobbelmanne, un dun dip” ? Dat is wat mij betreft nou geen tekstueel en muzikaal  hoogstandje, zelfs niet op kleuterniveau. De kern van de lessen was dat een kleuterlied eenvoudig moet zijn.  Een of andere muziekpedagoog uit die tijd had dat blijkbaar bepaald met een uitgebreide uitleg waarom dat zo moest. En iedereen volgde braaf. Ik vind het nogal betuttelig. Kinderen maken zelf uit welke muziek ze mooi vinden, begrijpen en oppakken. En daarom moet je wat mij betreft een ruim assortiment aanbieden en je niet beperken tot 3 noten.
Toen ik aan het werk ging als kleuterleidster was ik wat dat betreft dus een beetje opstandig. Want ik kende veel mooiere liedjes.  Die had ik geleerd van mijn vader en moeder, de liedjes die zíj als kind geleerd hadden.
Toegegeven, ze waren ook niet allemaal van hoog niveau ( “En in die bloempot zit een heertje, een heertje, een heertje, en in die bloempot zit een heertje, een heertje zonder hoed”)
maar er waren zulke mooie liedjes bij dat ik ze altijd heb onthouden en stiekem aan mijn kleuters leerde, naast de verplichte kost van een kleuterdeun als ‘li li lekkere li, zet een potje li”

Ik zong eerst voor, en al gauw mèt de kleuters (want ze pikten het snel op!) de liedjes van vroeger, van thuis.
“1, 2, 3, 4, 5, 6 , 7, Miertje is de dokter thuis?” Een liedje over een dierendokter die een muis moest helpen die van de trap gevallen was. Het was een verhaaltje wat je zong, in drie coupletten en niet alleen maar rare woorden die toevallig rijmden en het had een heel leuke melodie. De woorden waren soms wat ouderwets, maar 1x uitleggen en de kleuters begrepen het. 

“Er was eens een kleine kabouterman, die had een paar goudleren schoentjes aan” was ook een succes, het kaboutertje was prachtig mooi uitgedost en ijdel, tot hij in de modder viel. Ach wat sneu, maar zo’n leuk liedje. Ook wel moralistisch natuurlijk, maar dat lag er niet zo dik op.
“Een veldmuis vond in ‘t beukenbos een lege notendop” was ook zo’n leuke. Die muis maakte er wieltjes aan en sjeesde  de heuvel af. Ik zag het voor me en de kleuters ook, ik weet het zeker.

Vroeger thuis was het prachtige liedje “Maantje tuurt” onze favoriet, mijn moeder zong dat voor ons en we werden er als kinderen ontroerd door. Het is een bedtijd-liedje, dus niet zo geschikt voor in de klas. Maar ik kreeg zelf ook kinderen en die moesten natuurlijk ook naar bed en zij vonden het ook weer prachtig als ik het voor ze zong.  De tekst en de melodie geven zo’n prettig weemoedig gevoel: 

“Maantje tuurt, maantje gluurt
al door de vensterruiten
t Is alsof het je zeggen wil
‘t Is in de kamer zo stil, zo stil
Zijn de kindertjes al naar bed,
Of spelen ze nu nog buiten?

Zijn de kindertjes al naar bed,
Of spelen ze nu nog buiten?

Lieve maan, kijk eens aan
ze liggen al lang in de veren
‘Mooi’ zegt het maantje en lacht, en lacht
‘Ik wens jullie allemaal goede nacht,
morgen heb je weer nieuwe pret,
dan kun je weer spelen en leren,
morgen heb je weer nieuwe pret,

dan kun je weer spelen en leren.

Echt zo’n lief, geruststellend liedje. Voor kinderen van alle generaties.
MIjn moeder zong het voor mij, ik voor mijn dochter en zij zingt het weer voor haar kindje. 
Mooi dat sommige dingen doorgegeven worden en niet verloren gaan.

In mijn kinderopvang zong ik ook voor en met de kinderen. Oude en nieuwe liedjes. En zo ben ik altijd in de kinderliedjes gebleven. Heerlijk.

Mijn kleinzoon is gek op muziek en op liedjes zingen
Dus mag ik gewoon lekker door blijven zingen.
Wat hij momenteel heel mooi vindt, is ook weer zo’n oud liedje.
Ik leerde het van mijn moeder, zong het als juf met mijn kleuters, zong het voor en met mijn eigen kinderen en nu weer voor hem. Samen met zijn moeder, want zij heeft hem het liedje geleerd.
Toen we afgelopen weekend bij elkaar waren moesten mama en oma het samen zingen, vond hij en hij deed al heel goed mee met de tekst, drie coupletten met moeilijke woorden, op zijn eigen aandoenlijke peutermanier.
Mijn dochter zei later tegen me: je moet dat voor hem tekenen, dat mannetje uit het liedje.
Uiteraard heb ik dat met plezier gedaan. 

Dus bij deze!

Voor Finn:  

Ik droomde gister van een ventje
en zijn buikje was van koek
van sukade wa
s zijn neusje
en van chocola zijn broek

‘t ventje liep op witte klompjes
en die waren van fondant
en een wandelstok van suiker
hield hij in zijn rechterhand

Weet je wat zijn oogjes waren?
Kleine ronde stukjes drop!
en hij had zowaar een hoedje
van rozijnentulband op
droeg daarbij een aardig kieltje
en dat was van pannenkoek
en dat stond hem even netjes
als zijn chocoladebroek

Hij stak zijn armpjes in de hoogte
en hij riep: ‘nu ben ik een reus!’
En hij maakte met zijn handjes
voor de grap een lange neus
Even later ging hij dansen 
en hij zong van tralala
en tot slot nam hij een hapje van zijn broek van chocola! 

Op rozen

De man was een jaar of 15 jonger dan ik en keek mij aan. “Heel mooi, zei hij, “en zo slank!”  Ik zag alleen zijn ogen en ik….

Ok. Het was de dokter, hij had een mondkapje voor en hij had het over mijn voet. De voet die hij vorig jaar  had geopereerd en die hij nu terugzag.
Maar met dat compliment maakte hij wel mijn hele dag goed! Het betekent namelijk dat de voetbreuk-ellende voorbij is. Na 4 maanden mocht vandaag voorgoed het gips er af en heb ik voor het eerst weer 2 schoenen aan! De wond zag er prima uit, de röntgenfoto liet zien dat de breuk goed is genezen en ik heb geen zwellingen of verdikkingen, het is allemaal zoals het moet zijn. Ik ben zo dankbaar!

Het voelt erg onwennig, mijn voet zwabbert nog een beetje en het lopen gaat zo langzaam dat het lijkt of mijn spieren het verleerd zijn. Maar dat is een kwestie van oefenen. Ik ben zo blij! Het is een feestdag en ik liep op rozen naar de auto. ( let vooral even op het deel: ‘ik liep’!) 

En we hebben nog meer te vieren, want er is een nieuw huisgenootje. Eigenlijk een oud huisgenootje maar voor ons is hij nieuw.
Toen we klaar waren in het ziekenhuis zijn we doorgereden naar Stichting Flappus in Zwolle, we hadden daar afgesproken om een cavia op te halen.
Een vriend voor onze Pimpernel, die een paar weken geleden afscheid heeft moeten nemen van haar vriendin Rozemarijn, ze waren al 4 jaar samen. We hebben het even aangekeken maar ze kwijnde weg in haar eentje, hoeveel mensen-aandacht ze ook kreeg.
Bij Flappus zijn zoveel dieren in de opvang, en dit kereltje sprong eruit voor mij. Ook al flink op leeftijd, net als Pimpernel, dat leek een goede match. 

We hebben ze kennis laten maken op neutraal terrein, en het was echt liefde op het eerste gezicht.

Dus die twee kunnen samen van een mooie oude dag gaan genieten!

Er stond al een hele poos een fles Chardonnay Bubbels te wachten in de koelkast. We hadden die van de kinderen gekregen op onze trouwdag in September.
Bewaard voor een speciaal moment.
Vandaag dus! Want het voelt ECHT als een feestdag, alleen maar fijne dingen en klaar voor de toekomst. PROOST!