Categorie archief: Uitjes

Wandeling

We houden van wandelen, dat is geen nieuws. Ik ben dol op de bossen, dat is ook geen nieuws.
Na een wandeling mogen we graag ergens lekker een biertje gaan drinken, maar dat kan nu niet. Dat is wel nieuws. Hopelijk kan het over een poosje wel weer, want het is het kersje op de taart.
Gelukkig kan wandelen in de bossen nog wel. Dus ook vanmiddag. We hadden een leuke wandeling uitgekozen, 6 km in het Noordlaarderbos en 50 Bunder. Dat laatste klinkt of we een bezoek gingen brengen aan Winnie de Poe, maar het was gewoon in Groningen.


Normaal komen we af en toe iemand tegen op onze wandelingen. Maar nu leek heel Groningen verzameld op die 50 Bunder. Ja, het was goed weer, maar het zal ook komen omdat iedereen zich juist nu een beetje beperkt voelt in het gaan en staan.
Ten eerste hadden we al moeite om een parkeerplek te vinden. Dat benauwde me, ik zei zelfs tegen Bert dat ik net zo lief weer omkeerde, want het zou wel takkedruk (leuke woordspeling als je naar een bos gaat) zijn. Maar we hadden bijna 3 kwartier gereden en het was stom om zomaar weer naar huis te gaan. Dus hup, we stapten uit en zochten de start van de wandeling. Dat was niet zo moeilijk, gewoon de menigte volgen. En echt, ik vind veel mensen aardig maar ik hou niet van menigtes. En al helemaal niet in het bos. Maar iedereen had net zoveel recht om in het bos te wandelen als ik, dus ik moest niet zo zaniken vond ik zelf.
Ik moet echt zeggen dat iedereen netjes afstand hield, maar we liepen wel in een soort colonne. En daar had ik zo heel erg geen zin in….. Mijn hoop was dat veel mensen 6 km te lang vonden en dat we alsnog een stukje wat rustiger konden lopen. En mijn hoop werd vervuld. In het begin was het erg druk, maar in de loop van de wandeling (alweer een leuke woordspeling) werd het rustiger. En pas tegen het eind weer drukker.
Wat ik best leuk vind zijn de gezinnen: blije kinderen rennen door de herfstbladeren, juichen over paddenstoelen en zeggen “O, wat een lief hondje!” als ze Lenny zien.
Wat ik enorm irritant vind zijn de tweetallen, meest vrouwen, die alleen maar lopen te kakelen met het volume op 10 en totaal geen oog hebben voor waar ze lopen en geen oor voor de vogels die zelfs op een herfstdag nog willen zingen. Ik stel me zo voor dat ze normaal ergens tegenover elkaar in een restaurantje zitten met koffie en het onvermijdelijke appelgebak om even lekker bij te kletsen. En dat kan nu natuurlijk niet, dus dan maar ergens afspreken om te wandelen.
We troffen het op een gegeven moment dat we tussen 2 van die stellen inliepen. We hielden heus voldoende afstand, maar de schelle stemmen waren niet te missen. De dames liepen stug door naast elkaar, hoofd een beetje gebogen (stel je voor dat je iets zou zien van het bos!) en maar tetteren.
“Nou, toen heeft ie maar een auto gehuurd, want ik zei nog dat hij dat veel beter kon doen! Ik zei nog tegen hem, ik zeg…..” schalde mevrouw voor ons.
We hielden even in, konden we mooi de paddenstoelen bewonderen die eruit zagen als strandparasols.


“Maar als je nou die website wilt, dan moet je er wel een goed websitebouwer voor hebben, want….” kakelde mevrouw achter ons.
Dames….. HOU JE KWEK NOU EENS EEN KEER!
Dat had ik graag geroepen maar dat deed ik natuurlijk niet, het was tenslotte geen privé terrein.
Zoals gezegd, het middelste gedeelte van de wandeling hebben we gelukkig in de door ons zo gekoesterde rust kunnen afleggen.
Maar het geheel inspireerde mij tot een Haiku (knipoog naar pa), die je mag interpreteren zoals je wilt:

Op zondagmiddag
Geen stilte in de natuur
Een pad vol eikels

Thuis smaakte het biertje (een Westmalle Dubbel) trouwens ook prima, dat dan weer wel.

In eigen omgeving

Van de week droomde ik dat Bert het huis ging verkopen omdat hij nou eindelijk eens ergens anders heen wilde, hij woont immers zijn hele leven al in Leens. In mijn droom was ik een erg volgzame vrouw (in Berts dromen misschien ook wel) en vond het allemaal wel best. Maar toen ik wakker werd dacht ik: NEEEEEEE! Dat gaat dus gewoon ècht niet gebeuren. Bij de gedachte alleen al krijg ik heimwee. Ons lieve huis, de tuin, de plek voor de dieren, de omgeving, ik kan dat allemaal niet missen.
Ik mijmer wel eens over een klein boerderijtje met een stukje grond erom heen, maar als dat betekent dat ik hier dus weg moet, weet ik dat ik daar voorlopig nog helemaal niet aan toe ben.

Net als iedereen blijven we zoveel mogelijk thuis nu. Geen bezoekjes aan familie (gelukkig kunnen we beeldbellen), geen uitjes naar een museum of een restaurantje.
Het is prachtig weer vandaag, we willen wel even naar buiten. Niet met de auto naar een natuurgebied, wat we anders waarschijnlijk hadden gedaan, maar gewoon vanuit huis samen een wandeling maken met Lenny.

In de eigen omgeving dus.
En wat is het prachtig! Alle bomen en struiken lopen uit, er bloeien overal narcissen en wilde hyacinten, vogels zingen, het zonnetje schijnt, de lucht is blauw… het lijkt wel een scène uit de Teletubbies, gelukkig blijven die toch wel lichtelijk irritante figuurtjes achterwege.
De koeien staan weer in de weiden en er zijn lammetjes. Heel veel lammetjes. Sommige zijn nog heel pril en blijven zo dicht mogelijk bij mama. Anderen zijn al ietsje groter en durven met elkaar rond te rennen en te stuiteren. Ieder jaar verbaas ik me er weer over hoe die kleine schattige diertjes, die zo barstensvol levensvreugde zitten, uiteindelijk van die passieve schapen worden.
Ik wilde trouwens nog een foto maken, maar eh…..img-20200405-wa0012~28236829344299117621..jpg

We liepen ook langs een boerderij, waar ik heel erg blij van werd. De kippen en eenden daar hebben het zo goed, heel veel ruimte om te scharrelen en eten te zoeken, plekjes om te schuilen, vijvers om te zwemmen, ik kreeg er zelf zin in om ook zoiets aan te leggen. Maar ja, dat kan dan weer niet als ik niet wil verhuizen.

Het Groningse platteland is weids en aards. Het was dan ook heel erg vreemd dat we opeens muziek hoorden. Er was niemand in de buurt maar we hoorden duidelijk een soort orgelmuziek, het klonk ijl en mysterieus. Direct dacht ik aan oude sagen, wat zou er vroeger op deze plek gebeurd zijn? We bleven een poosje staan luisteren en ik kreeg een beetje kippenvel.

De verklaring was echter een stuk minder spannend: de muziek kwam uit de palen van een knooppunten-bord! De wind blies in de gaten, er klonken verschillende toonhoogtes en die vormden samen de spookachtige melodie.

img-20200405-wa00144452263989791603622.jpg
Ok, toch aards misschien, maar ook wel weer heel bijzonder vind ik.

Ik poseerde nog even voor een foto en toen ik ‘m thuis bekeek zag ik mijn schaduw…. een dreigende klauw boven Lenny’s hoofd………

img-20200405-wa00135800074177536848618.jpg
De natuur zit vol mysterie, ik begrijp best dat er zo allerlei verhalen zijn ontstaan.

Mijn eigen omgeving. Ik denk na zoveel jaar ieder plekje wel te kennen, maar toch zijn er steeds weer verrassende dingen. Heerlijk. Ik blijf dicht bij huis.

Bingo!

Ik ben vandaag weer met een van mijn kinderen naar Ballorig geweest.
En zoals altijd hebben we genoten. Kind met spelen, ik met kijken.
Het is echt geweldig om je op een bankje te posteren en alleen maar te kijken. En soms proberen om je gezicht in de plooi te houden en niet voluit te gaan zitten schateren.
Er kwam een hele Bingokaart in me op , die heb ik hieronder maar even uitgewerkt:

Bingokaar Blog

National Lampoons Dwingeloo

Ken je ze, de National Lampoons Vacation films? Wij voelden ons dit weekend een beetje Clark en Ellen Griswold. Ik denk dat we een heel eind komen met een Nederlandse versie, scenarioschrijvers kunnen me bellen!

Een weekendje naar RCN de Noordster, lekker even er tussenuit. We zijn er al vaker geweest, dus ik had niet de moeite genomen om de mailtjes met titels als ‘Het aftellen begint’ en ‘Zijn de koffers al gepakt?’ goed door te lezen.
Had ik dat nou wel gedaan, dan had ik geweten dat de receptie sloot om 17.00 u. En wij kwamen aan om 17.08 u. Alles donker…. lichte paniek…. Ik zag ons al huilend weer terug naar huis rijden.
Maar blijkbaar zijn ze bij de Noordster wel gewend aan eigenwijze vakantiegangers, er was een jongen buiten die nog weer naar binnen ging, een lijst ophaalde, ons vertelde dat ons huisje open was en helemaal klaar voor ons. Onze dank was groot. Mijn opluchting nog groter.
Het voelde als een welkom: lampen waren aan, de verwarming ook, ik was weer blij.
Maar nu hadden we geen hout voor de kachel kunnen kopen bij de receptie, dat was wel erg jammer! Daar ging mijn visioen van een knusse avond bij het houtvuur.
Dus ging Bert er weer op uit en kocht bij een benzinestation een zak haardhout en een zak frustratiehoutjes. De naam aanmaakhoutjes verdienden die namelijk niet.
Want toen Bert ging eten koken en ik enthousiast een vuurtje ging bouwen, bleek dat alleen het bouwen lukte, het vuurtje niet. In 5 minuten had ik de nieuwe gasaansteker leeg en was er nog steeds niks anders dan een zwartgeblakerd houtpuntje met een miniem kringeltje rook. Ik probeerde het smeulende houtpuntje aan te blazen.
“Lukt het niet?” vroeg Bert vanachter het fornuis. “Het lukt prima”, hoestte ik kribbig omdat ik juist het sliertje rook inademde.
We gingen eerst maar eten. Daarna ging Bert met het vuur aan de gang, het lukte me niet. Toch weer iets vanuit de prehistorie denk ik, de man zorgt voor het vuur en de vrouw gaat besjes zoeken. Maar het was te donker om besjes te zoeken dus ik bleef met belangstelling volgen of het hem wel lukte. En natuurlijk lukte het hem wel. Niet zonder moeite, maar op den duur brandde er een mooi vuurtje. Hij deed het deurtje van de houtkachel dicht. En zagen we geen vuur meer. De ruit van de kachel was zo zwartgeblakerd dat die ondoorzichtig geworden was. Ach, dat was nou jammer.
Bert deed het deurtje weer open en onmiddellijk stond de kamer vol rook. Oef. Deurtje weer dicht, lukte niet, er zat iets tussen. Knop van het deurtje werd te heet om vast te houden, Bert werd een beetje paniekerig, ik zag ineens een pook liggen, griste die weg en gaf hem aan Bert, die daarmee op tijd het deurtje èn kon sluiten èn kon loslaten, zodat verdere ongelukken achterwege bleven. Pfff. We openden de ramen om de rook te laten ontsnappen, en gaven het voor nu verder maar op met de kachel.

Ik ging, met mijn superhippe RCN-app, broodjes bestellen voor de volgende ochtend. Zo gezellig, ze komen dan versgebakken broodjes bij je huisje bezorgen.
Alleen nu niet. De app werkte wel hoor. Maar de app en de informatiemap gaven heel tegenstrijdige berichten over tot wanneer je kon bestellen. Er kwam ook geen betaalverzoek dus ik had er een hard hoofd in. Nou dat weer, geen broodjes morgenochtend. Maar toen kwam er toch een smsje:

screenshot_20191111-071837~21126307321466696936..png

Hoe dan, want ik had helemaal geen bereik in het bos, ik moest om het te beantwoorden een heel eind richting de ingang van het park lopen. Maar hey, we zouden morgen toch broodjes kunnen eten.

Lenny moest nog even uit. In het donkere bos zag hij iets bewegen, waarschijnlijk een konijn. Omdat Bert daar niet op verdacht was, werd de rolriem uit z’n handen gerukt en zagen we de lampjes van Lenny’s halsband zich in een grillig patroon snel van ons verwijderen. We riepen dingen als “LENNY WACHTEN” en “HIER” en “HEY” maar het jachtinstinct was sterker. Toch ging hij niet ver weg. Hij kon niet, want de 5 meter lange rolriem was om alle boompjes en struiken gewikkeld waar hij doorheen was gezigzagd. In het pikkedonker moesten we zien hoe we die boel weer gingen ontwarren, het was chaos. We zijn erg lang weggeweest voor een korte wandeling.

We moesten onze bedden nog opmaken. Och heden, het waren seniorenbedden of zoiets, zo hoog dat de prinses op de erwt er met gemak op had kunnen slapen. Nou ja, we lopen tenslotte al tegen de 60 dus vooruit dan maar.
Ik ging douchen. Omdat het zo’n eenvoudig huisje was, was het echt een douchecel, geen plankjes voor toiletspullen en ik kon ook mijn bril niet neerleggen. Shampoo en doucheschuim maar op het richeltje bij het raam,maar dat durfde ik met mijn bril niet aan. Die stopte ik dus  in mijn pantoffel. Ik vond mezelf erg slim, totdat ik het weer vergat en na het afdrogen mijn pantoffel aan wou doen. Help er zat iets in. Sjongejonge. Gelukkig niet doorgeduwd anders had ik de rest van het weekend nog brilloos moeten doorbrengen ook.
We beklommen onze bedden. Ze lagen wel erg lekker.
Toen ik ’s nachts naar de wc moest was ik weer vergeten dat het zo’n hoog bed was, dus nadat ik mijn voeten over de rand had gezwaaid maakte ik een hele afdaling met mijn rug langs de rand van de matras voordat ik de grond raakte. O ja, dat was ook zo, het bed was hoog. En daarna weer een hele klauterpartij in het donker om weer in bed te geraken. Bert knoerde door, dat is dan weer het voordeel van twee losse bedden.

De volgende ochtend ging Bert om 10 uur de bestelde broodjes halen. Ik kookte ondertussen eitjes en vond dat ik erg handig was om de juslepel te gebruiken om het eitje in het kokende water te laten glijden. Maar er gleed helemaal niks. De juslepel was zo diep dat het eitje onderin bleef liggen en met geen mogelijkheid uit die lepel wilde komen. Ik moest in een anatomisch haast onmogelijke houding de lepel onderstboven houden voordat het eitje eruit kwam. Pats op de bodem, barst in de schaal. Potverdorie.
Bert bleef wel lang weg trouwens. De broodjes moesten dus nog gebakken worden, het was helemaal niet de bedoeling geweest dat we konden bestellen. Morgen moesten we dus iets anders bedenken.

Toen kreeg ik een appje:

screenshot_20191111-071819~2594179450356032908..png

We gingen naar buiten. Na een lekkere boswandeling waren we net op tijd thuis, want het begon te gieten. Voor de gezelligheid maakten we een kruiswoordpuzzel. Je kon daarmee een weekend weg winnen.
Het was echter zo’n rare puzzel dat we ons hele weekendje-weg eraan konden besteden om een weekendje-weg te kunnen winnen. Bijna ieder woord moesten we opzoeken. Ik bedoel: olim, argot, silex, nol en stoa zijn nou niet de woorden die in mijn toch wel ruime vocabulaire voorkomen. Wil je weten wat het is, zoek het maar lekker zelf op. Ik werd er tureluurs van, maar het was tijd om op te tutten, want we hadden een feestje van onze schoonzus die 65 was geworden.
Lenny moest mee, anders zou hij het hele vakantiepark bij elkaar janken. Maar hij bleek ineens een dubbelgevouwen oor te hebben, er zat iets vies en stekeligs in. Zo kon hij niet op visite. En ik had natuurlijk geen hondenborstel meegenomen. Dus met de vingers dit allemaal uit z’n oor gepeuterd:
img_20191109_1123478438099581371668569261.jpg
terwijl hij hypernerveus stond te bibberen. Het is zo’n watje.
Op naar het feest.

We kwamen ter plaatse. Afgezien van dat ik in de eerste minuut al een ladder in mijn feestpanty had gemaakt en iemand op Lenny’s staart ging staan zodat het beest zo’n gil liet horen dat de hele party even stil viel en de dader een hoofd als een tomaat kreeg ook al zeiden we dat er echt niets aan de hand was, hebben we ons keurig gedragen en echt genoten van het feestje.

Om half 10 ’s avonds waren we weer terug in ons huisje en we wilden nog een nieuwe houtkachel-poging doen. Bert had het voor elkaar gekregen om een stukje van de ruit doorzichtig te krijgen .
Ach wat een lustig vuurtje brandde er nu!
img_20191109_2205575668816323440607795872.jpg
Toen het wat minderde wilde Bert de boel een beetje oppoken en opende het deurtje. Onmiddellijk kolkten zuilen dikke donkergrijze rook de kamer in. Ik kon nog net met een astmatische piep: “Lenny kom!” uitbrengen voordat ik met hem de slaapkamer invluchtte en daarna de deur stijf gesloten hield. Voor de zekerheid zette ik het raam open. Vanuit de huiskamer klonk gestommel en gebonk, Bert probeerde de ramen en deuren te vinden om die tegen elkaar open te zetten en toen ik vroeg: “Kan ik al weer komen?” hoorde ik een gesmoord antwoord waaruit ik een ‘nee’ opmaakte.
Na een poosje klonk het wat helderder: “Kom maar” en durfde ik de slaapkamer uit. Het was inmiddels een stuk lichter in de kamer want alles stond tegen elkaar open. Stervenskoud, maar de kachel hebben we verder maar gelaten voor wat ie was. Dan maar ongezellig de cv aan.
Alles walmde naar rook, ik ging lekker douchen. Maar de douche hing, nadat Bert er gebruik van had gemaakt, te hoog. En wel zo hoog dat ik er ook niet bij kon om hem te verstellen. Ik stond in m’n blootje te kleumen en moest alweer Bert erbij halen. Daar kwam mijn redder, die met een ferme ruk de douchekop naar beneden trok en daarmee direct  de hele douchestang van de muur. Oei. Ding er weer aangeschroefd en eindelijk onder de douche. Ik was zo koud geworden dat ik het water flink heet liet worden. Dat hielp. Ik droogde me af, had deze keer mijn bril en pantoffels niet in de douchecel dus liep direct de gang in. Een overdovend PIEEEEEP PIEEEEP PIEEEEP! Ik schrok me wezenloos en sloeg m’n handen voor mijn oren, het deed gewoon pijn. Door de stoom die uit de douchecel kwam bij het openen van de deur ging de rookmelder af.
We hadden een poosje eerder een complete rookvergiftiging op kunnen lopen en dood neer kunnen vallen zonder alarm, maar na het volkomen onschuldige douchen was er ineens hysterie.
Mijn held kwam natuurlijk weer aanrennen om me uit de brand, die er niet was, te redden.

We bestegen onze bedden en Bert boog zich naar me over voor een nachtzoen. Helaas plantte hij zijn elleboog in de kier tussen de 2 matrassen, die verschoven daardoor en als in slow-motion zag ik mijn man wegzakken in de diepte. Ik keek hem na.
Luctor et emergo. Hij worstelde en kwam boven. .
Poging twee voor een nachtzoen lukte wel en we deden het licht uit. Hé wat raar, gister was het veel donkerder. “Nou zeg” mopperde ik, “Moeten de buren nou echt zo’n schijnwerper aan hebben. Moet je kijken hoe fel door het gordijn, zo kunnen we toch niet slapen”.
Bert daalde weer af naar de slaapkamervloer en gluurde door het gordijn.
De schijnwerper kwam uit onze eigen douchecel, door de PIEEEEP commotie was ik vergeten het licht uit te doen. Nu Bert toch al uit bed was kon hij de lamp direct wel even gaan uitdoen. Hij zat toch al in zijn heldenrol.

De volgende ochtend ging Bert douchen en ik alvast even met Lenny uit. Die stond in zijn enthousiasme met z’n staart tegen de douchedeur te kwispelen. Bert dacht dat er geklopt werd en galmde: “Ja, wat is er?”
En liet vervolgens zijn doucheschuim van het raamricheltje op de tegelvloer vallen zodat de dop barstte en niet meer dicht kon.  Ik heb maar even nergens op gereageerd.

We ontbeten met een omelet want we hadden geen brood maar wel eieren en ham, en daarna gingen we wandelen. Het was prachtig weer en we hadden een route van ruim twee uur uitgezocht met halverwege het Bezoekerscentrum Dwingelderveld.
Ik genoot in het bos en ik zag van alles. Was helemaal enthousiast toen ik reeënsporen ontdekte.
img_20191110_1256413088540560189875718076.jpg
“Jij bent toch eigenlijk wel mijn eigen Klukkluk hè?” zei Bert.
Klukkluk. Waarom nou niet Pocahontas of voor mijn part Winnetou?
Nee, Klukkluk, daar kon ik het mee doen.

In het bezoekerscentrum dronken we een sapje en kon ik ook even toiletteren. Er waren 2 damestoiletten met de deuren in een hoek van 90 graden tegenover elkaar. Toen ik mijn deur weer open deed had iemand de andere deur wijd open laten staan zodat ik het toilet uitliep maar het toilet weer in liep en vice versa,  ik kwam er niet uit omdat ik niet kon zien hoe dat nou zat met die deuren! Het is me uiteindelijk gelukt voordat Bert me ging zoeken, maar het was bizar.

Aan het eind van de wandeling belandden we in de Bospub, voor een biertje en een borrelhapje. Het was er zo gezellig, we konden hier net zo goed eten in plaats van nog ergens in Dwingeloo. Ik had niet zo’n grote trek en koos een salade met zalm.
De bestelling kwam en ik kreeg een bord ter grootte van de radiotelescoop van Dwingeloo vol met salade en zalm. Goeie genade.
Ik heb nog niet de helft opgegeten en, omdat ik het zo zonde vond dat het weggegooid zou worden, gevraagd of ik de rest mee kon nemen. Dat kon, ik kreeg een flinke plastic bak mee, waar eerder 2,5 liter frambozen-ijs in had gezeten. Niet bepaald een tupperware bakje dus, maar de salade ging mee!

Toen we klaar waren was het inmiddels donker, maar we konden wel door het bos naar huis, zei Bert. Als we de rode paaltjes volgden kwamen we zo weer op het park.
Alleen zijn rode paaltjes  in het donker niet rood hebben we gemerkt. Op een gegeven moment liep het pad dood en konden Bert, Lenny, de bak met zalmsalade en ik niet verder.
Verdwaald in het donkere bos.
Ineens een felle krijs zodat we allemaal, behalve de bak sla, opschrokken, maar dat was vast een uil, zeiden we dapper tegen elkaar.
“Jij hebt toch een lampje op je telefoon?” vroeg ik aan Bert.
“Mijn telefoon! Die ligt nog in de Bospub!” riep hij.
Dus Bert, Lenny, de zalmsalade en ik keerden weer terug op onze schreden. Inmiddels kreeg ik het lumineuze (letterlijk!) idee dat ik toch ook wel ergens een lampje op mijn telefoon moest hebben. Struikelend over boomwortels, glijdend door de blubber en ondertussen naarstig bij “instellingen” zoekend met de bak sla onder de arm geklemd, slaagde ik erin om het lampje aan te doen.
Bert kreeg zijn telefoon weer terug en we vingen nogmaals de donkere boswandeling aan. Lenny snapte er allemaal geen bal van, dat heen en weer gestrompel van ons.
Het was echt pikdonker, geen maan, geen sterren en ook nog wat mistig. Ik voelde me alsof ik in een verhaaltje van W.G. Van der Hulst liep. “Het was bitterkoud en donker en de arme kindertjes waren verdwaald in het bos” ,declameerde ik. “Gelukkig hebben we eten mee”,  zei Bert droogjes.
Uiteindelijk zagen we de lichtjes van het park. We hadden het gehaald!

In het huisje gingen we inpakken, we zouden naar huis. Hebben we alles?
“Ik ben m’n t-shirt kwijt” zei Bert. Maar er lag nergens meer wat.
De lieverd had het bij het beddengoed in de sloop gestopt die als waszak diende en inmiddels in het halletje stond.
“Ik snap het wel, het lijkt ook zoveel op een laken”, zei ik.
“Nou het is toch ook wit” ,verdedigde Bert zich.

We gingen! En we reden in 1x goed, we waren niks vergeten en we hoefden niet in bedden te klimmen en ook niet in afgronden te verdwijnen want we waren weer thuis.

Vanmorgen trok ik mijn trui zowel binnenstebuiten als achterstevoren aan.
Ik weet niet of het nog goed komt met ons.

 

Even helemaal weg

Afgelopen maandag had ik nogal wat moeite om terug te keren in de normale wereld. Het hele weekend had ik, samen met Tim , in Midden Aarde vertoefd.
22 uur lang hebben we rondgekeken in de wereld van Tolkien. Zaterdag de 3 films van de Hobbit, zondag de 3 films van Lord of the Rings, van allemaal de extended version. Groots. Groot, groter, grootst. Dat dekt de lading wel.
Tim was nog een kleine jongen toen hij in de bioscoop The Fellowship of the Ring zag. En het heeft diepe indruk gemaakt. Hij zei dit weekend: “toen is mijn liefde en interesse voor fantasy ontstaan”.
Zelf denk ik dat zoiets er al inzit, maar dat het nog moet ‘ontwaken’. Je houdt van dit genre of het zegt je niet veel. Of misschien zelfs helemaal niets.
Het is fantasy, want er bestaan geen orcs, goblins, elven en hobbits. Maar eigenlijk weet ik dat niet eens helemaal zeker. De verhalen zijn ooit ergens begonnen, over de hele wereld is er een folklore met mythische wezens.
Als ik in een echt oud bos ben, dan kan ik me goed voorstellen dat er wel degelijk meer leeft dan dat we te zien krijgen.
De term fantasy is wat mij betreft sowieso betrekkelijk. Altijd zijn er parallellen met onze wereld.
Als je in dit geval naar de verhalen van Tolkien kijkt zie je duidelijk verwijzingen naar de wereldoorlogen van de vorige eeuw: boze machten uit het oosten, bedreiging van de wereld, overlopers en collaborateurs, verzetsstrijders en bondgenoten.
Sowieso gaat het in fantasy verhalen altijd over de strijd tussen goed en kwaad. En dat is sinds de geschiedenis die wij als mensen kennen ook altijd in ònze wereld aanwezig. Het is een eeuwig thema, zowel in het grote geheel, als bij het individu. Want ieder mens moet altijd weer keuzes maken in z’n eigen leven: ga je voor het goede of voor het kwade.
Wat dat betreft is er geen enkele fantasie in fantasy, het is de werkelijkheid.

Het was een heerlijk weekend, we waren echt weg samen. Natuurlijk, we zaten lekker op de bank, met op z’n tijd een drankje en een hapje.
Zo comfortabel als hobbits in the Shire, tenminste degenen die niet op reis waren gegaan om draken te verslaan en demonische ringen te vernietigen.
Wij vergaapten ons aan de prachtige landschappen, de steden, de kostuums en alle details die erbij hoorden. We waren toeschouwer van ongelooflijke gebeurtenissen en we leefden ons in, in bepaalde personages. Natuurlijk wisten we dat het niet echt was, maar het voelde heerlijk om er even helemaal in weg te kruipen. We aten stew en beenham, we dronken donker bier, we bleven in het thema.

Op zich ben ik helemaal niet avontuurlijk. Ik ben zeer gesteld op mijn comfort, en als ik langer dan twee weken van huis ben word ik ziek van heimwee. Maar in mijn hoofd wil ik nog wel eens op reis gaan, zoals nu naar Midden Aarde.
En het lijkt me fantastisch om in zo’n film mee te mogen doen, al is het als figurant. Even echt deel uitmaken van die wereld, van die sfeer.
Wat is het dan, is het doen alsof je iemand anders bent? Misschien. Ik hou van verkleden en dan op die manier een andere rol aannemen. “Hoe zou het zijn als…..”
En daarna weer veilig terug naar mijn eigen vertrouwde zelf, in mijn eigen vertrouwde wereld.
Maar daar had ik deze keer wat meer moeite mee dan anders.
Gewoon naar huis, gewoon werken, gewoon….. Nou ja, alles weer gewoon.
Als Frodo weer thuis is na zijn epische avontuur, kan hij niet wennen. Ik had dat in het heel klein.
Gewoon echt een beetje heimwee.

middle earth

 

 

Dagje naar de buren

Wel eens op Borkum geweest? Ik nu wel. Al moet ik bekennen dat ik ongeveer 50 jaar niet van het bestaan van dit eiland heb af geweten (of ik heb gewoon niet goed opgelet, dat kan natuurlijk ook) en daarna vond ik steeds dat ik er echt “eens” heen moest. Maar er waren blijkbaar altijd andere prioriteiten.
Deze zomer zijn we niet ergens op vakantie, maar vieren we vakantie vanuit huis, dus nu was er geen enkele reden om niet een dagje naar Borkum te gaan. Van hieruit is het maar nauwelijks verder dan Schiermonnikoog. Vanaf de Eemshaven vaar je in nog geen uur naar het Duitse Waddeneiland. We zaten op het voordek van een kleine veerboot en het was haast koud omdat het zo waaide en we in de schaduw zaten. Maar dat zou in de loop van de dag nog veranderen, en de hittegolf was gister nog niet eens begonnen.
Bij aankomst stond er een treintje te wachten en wij liepen braaf met de meute mee om ons naar het centrum van het dorp te laten brengen. Lenny was ook mee, die vindt veel dingen eng, maar hij verdroeg eerst dapper het getril van de boot, (hij was tot onze verbazing de enige hond!) en daarna het geschud van de trein. Dat treintje zat uiteindelijk echt veel te vol naar mijn zin. Wij waren op het balkonnetje blijven staan omdat de coupés allemaal al bezet waren. Maar we vertrokken niet eerder voordat minstens de helft van de passagiers die van een veel grotere veerboot kwamen, ook nog erbij gepropt werd. Ik vroeg me al af of er strakjes trossen mensen op en aan de trein zouden hangen, zoals je wel eens op beelden uit India ziet.
Ik voelde een lichte paniek opkomen, ik kan er echt niet tegen om tussen een massa mensen te staan en nu kon ik er niet meer uit….. Bij de eerste halte wilde ik dan ook al uit de trein, al waren we nog lang niet in het dorp. Gelukkig was Bert ook niet erg enthousiast over het reiscomfort, dus toen we ons door de menigte naar buiten hadden weten te persen,  haalden we opgelucht adem op het peronnetje.
We liepen richting het strand en we vonden dat Borkum echt de sfeer van een waddeneiland heeft, maar wel met een eigen uitstraling.
Het was heerlijk om even te lopen We zagen een stuk strand waar honden aan het rennen en spelen waren, dus daar mocht Lenny ook even los. Hij strekte zijn lijfje tijdens het rennen, heerlijk even ontspannen hond zijn, zonder enge mensendingen. De zee was ook leuk, hij sprong over de golfjes van de branding en tot onze verbazing zocht hij zelfs contact met andere honden.

img_20190723_1107123454355308583268155925.jpg

Heel vaak is hij wat we bij mensen een muurbloempje noemen, hij gaat in onbekend hondengezelschap nooit ergens op af, maar blijft òf afwachtend aan de zijlijn staan kijken, of hij gaat z’n eigen gangetje.
Hij had ook geen last van de taalbarrière, Duitse honden communiceren blijkbaar hetzelfde als Nederlandse.
Ondertussen hadden wij wel zin om even een strandtentje op te zoeken om wat te drinken.
We kwamen bij een restaurant, maar daar kon je alleen maar binnen zitten, er was geen terras. Je verzint het toch niet, op die plek…… Dus we liepen weer door. Daar doemde een veelbelovende strandtent op, ‘Strand 5′ stond er op. Wel met een mooi terras. Maar daar zat niemand en dat was raar. Dichterbij gekomen zagen we een bord: Dienstag Ruhetag. Oftewel, dinsdags gesloten. Werkelijk, mijn kaak viel op de grond. Ik bedoel: Zomer, Strand, Vakantie, Toeristenseizoen, Prachtig Weer – en dan gewoon gesloten???? Hier zou volgens mij geen strandtenteigenaar het in zijn hoofd halen om onder deze omstandigheden z’n tent dicht te houden!
Verder was er ook niets te zien wat ook maar leek op een strandpaviljoen, dus we moesten het anders gaan aanpakken.

We liepen maar richting het dorp nu, dan zouden we vast toch wel een leuk terrasje kunnen vinden.
Ondertussen liep ik te bedenken dat ik naar Borkum zou emigreren om een strandtent te gaan exploiteren, volgens mij kon ik er goudgeld mee gaan verdienen. Ik zou het er een beetje trendy oud uit laten zien, en het “Het  Strandhuis van Zoutelande” noemen. Maar dat was bluf.
In het dorp vonden we een brasserie met een tafeltje in de schaduw en dankbaar ploften wij neer.
Een enorme menukaart die uitvouwde als een harmonica en redelijk onoverzichtelijk was, vertelde me dat ik een lekker broodje gerookte zalm kon nemen. Ik oefende in mijn hoofd op de uitspraak, voor als de serveerster zou komen. Bitte ein Kaiserbroodje, nee brötchen natuurlijk, mit Raucherlachs. Nee Räucherlachs. Of was het toch Raucherlachs, de harmonica moest er weer bij te pas komen. Dus toen de serveerster kwam kon ik keurig uit mijn hoofd opzeggen: Bitte ein Kaiserbrötchen mit Räucherlachs.
“Nein,” zei ze. Die waren op. Pff, had ik nou zo m’n best voor gedaan. Er was nog wel stokbrood met zalm. Prima, doen we dat. En ik bestelde een Weisswein-Schorle, wijn gemixed met bubbelwater. Een heerlijk zomerdrankje, dat ga ik beslist thuis ook nemen.
Het stokbrood was niet netjes te eten. Tenminste dat vond ik. Bert is de klieder van ons tweeën, maar die zat zijn broodje keurig weg te kanen, terwijl het bij mij een slagveld werd. De wilde zalm deed z’n naam eer aan en ontsnapte voortdurend, het gekookte ei glibberde gezellig mee, de mierikswortelsaus die heerlijk was, maar zo scherp dat af en toe de tranen in mijn ogen schoten, had het voorzien op mijn vingers en kin en wilde dan ook beslist niet op de zalm blijven zitten. De enige stabiliteit kwam van een schijf komkommer, want zijn buurman de schijf tomaat gaf een gemene spriets toen ik de vork erin stak, volgens mij kreeg Bert tomatensap in z’n bier.
Binnen no-time was mijn servetje een kledderig vod geworden en uiteindelijk ben ik maar naar binnen gegaan om mijn handen te wassen, voor de zekerheid maar de elleboog gebruikend om de deur te openen. Ik zal nooit meer iets zeggen over morsige mensen.

De middag hebben we doorgebracht met wat slenteren door de gezellige straatjes en toen het echt te heet werd nog een bezoekje aan het strand.

img-20190724-wa001019144956084795971.jpg

Nu was Lenny best vervelend daar, hij ging bij alle mensen op bezoek die daar niet op zaten te wachten en hij maakte een akelige ruzie met een hond om een zojuist gemaakt vriendinnetje. Toen we hem tot rust wilden laten komen door hem te laten liggen, ging hij prompt met z’n natte zandlijf op de enige handdoek liggen die we mee hadden en waar we zelf op moesten zitten. Dit was geen succes, we gingen. Het was inmiddels ook wel erg druk geworden op het strand, de sfeer was anders dan vanmorgen. We besloten om via de “Grün-route” richting de haven te gaan lopen. Dan hoefden we straks niet meer in die trein. We wandelden door stukjes bos, door de duinen en het was goed te doen.
Ik had ’s morgens appels in de tas gedaan en die konden nu wel tevoorschijn komen. Maar ach, ze lagen nog frisgewassen en wel op het aanrecht blijkbaar, want in de tas waren ze niet te vinden.
“Hè verdorie”, mopperde ik en Bert varieerde droogjes op de aloude spreuk: “Snoep verstandig, vergeet een appel” en daar moest ik ondanks mijn dorst toch wel erg om grinniken.
Onderweg een bordje “ Cafe zur Heide” daar moesten we heen! Het was maar 200 m de andere kant op. Maar o jee, ook daar was het weer griezelig stil….. Maandag en dinsdag gesloten. We stonden nogmaals perplex. Wat is er ontzettend weinig horeca op een toeristeneiland als Borkum!
Dus we hadden nog weer zowat een halve kilometer voor niks gelopen en inmiddels was het echt ontzettend warm. Maar bikkels als wij zijn gingen we door, af en toe eventjes rusten in de schaduw en Lenny extra laten drinken. Hij hoefde ook niet op stenen te lopen, dus zijn voetjes hadden niet te lijden.
In het zicht van de haven wilden mijn benen eigenlijk niet meer, ze voelden zo stijf en stram, maar als ik aan vorige jaar dacht, toen ik op Schiermonnikoog zoveel blaren had dat ik eigenlijk gewoon op 2 blaren maat 36 liep in plaats van op voeten ( Dagje uit), was dit veel beter te verdragen.
Toen we dan uiteindelijk in de haven kwamen bleek een extra veerbootje over 5 minuten te vertrekken en probeerden we er nog een beetje de pas in te zetten.

In mijn superhandige rugtas met extra vakken kon ik de tickets niet meer vinden, ook al pakte ik de hele tas uit, en voelde nogmaals een lichte paniek opkomen. En pakte Bert ze vervolgens uit een vak waarin ik al 3x gekeken had. Ik had het idee dat vandaag de rollen helemaal omgedraaid waren, erg raar. Op de boot was Lenny nogmaals de enige hond en deze keer bleven we binnen zitten, waar de stoeltjes en de temperatuur hoogst comfortabel waren.
Onderweg naar huis stopten we in Pieterburen om nog even lekker te eten. We konden er daar tenminste van op aan dat er terrassen open waren.
Ik koos een vegetarisch gerecht met de naam Healthy Hammer en tot mijn eigen afgrijzen zei ik bij het bestellen er “Please” achteraan.
“ We komen net uit het buitenland”, legde Bert uit aan de serveerster en ik hoestte achter mijn hand om mijn lach te verbergen toen ze begrijpend reageerde.
Lief van Bert,want ik had wel door de grond kunnen zakken, het klonk zo overdreven!
We hadden het goed ingepland, vandaag zou het echt veel te heet zijn om zo’n dag als gister te doen.
Weet je trouwens hoe het buureiland van Borkum heet? Juist!

Maandag na Rome

“What’s your favourite place in Rome?” vroeg Pietro met een zwaar Italiaans accent. Hij is de eigenaar van de B&B waar we verbleven. Ik moest even nadenken. “The Forum and the Palentine Hill” antwoordde ik. Hij keek verbaasd. “Not the Vatican?”
Ik schudde mijn hoofd. Het Vaticaan is prachtig maar maakte op mij niet zo’n indruk als de overblijfselen van het Romeinse Forum en de Palatijnse heuvel. Dat ademt een en al geschiedenis uit. Het Vaticaan is meer een museum. En bovendien voor mij veel te overdadig, al die kleuren, versierselen, ornamenten.. het duizelde me en ik kon geen detail meer opnemen op den duur. Als een klein stukje plafond er al zo uitziet, dan is het toch onmogelijk om alles te bekijken?
IMG_20190404_132930837.jpg

In het Forum kon ik rondwandelen, rustig informatie lezen en vooral heel veel mijmeren. Over alle mensen die er geleefd en gewerkt hebben. Met hun lief en hun leed, hun intriges en hun goede daden. Van hun huizen en gebouwen waren nog fragmenten over, rondom begroeid door de prachtigste bloemen en planten. Er waren veel bezoekers maar toch was de sfeer zo rustig. Terwijl het vroeger toch gegonst moet hebben van de activiteit. Ik vond het er geweldig en was diep onder de indruk.

 


Pietro begreep me niet helemaal, hij vond het Vaticaan veel meer spectaculair. Hij zal wel gedacht hebben: Rare jongens die Hollanders (met een knipoog naar Asterix)

Rome is een prachtige stad. Wat ik er zo bijzonder aan vind is dat gebouwen langzamerhand ruines zijn geworden. Verreweg de meeste historie is er niet vanwege archeologische opgravingen, maar zo ontstaan door de eeuwen. Vandaar misschien ook de uitdrukking: Rome is niet in 1 dag gebouwd.
Overal zie je overblijfselen van vroeger. Een stuk muur, een paar pilaren, een heidense tempel die door keizer Contstantijn is veranderd in een katholieke kerk.
Ik ben verder nooit in Italië geweest, dus ik kan niet met zekerheid zeggen of de straatjes typisch Italiaans zijn. Maar waar je ook liep, of waar je ook op een terrasje neerstreek, overal zag je stukjes geschiedenis tussen wat recentere gebouwen.
IMG_20190405_122826618_HDR.jpg
Wij zijn alleen in de binnenstad geweest maar je ziet niet, zoals in Londen, of wat dichter bij huis in Groningen, dat oude gebouwen plat gaan en dat er nieuwe moderne architectuur voor in de plaats komt. De gebouwen worden bewaard en ik vind dat prachtig. Zo’n rijke geschiedenis! Ook was de sfeer veel relaxter, niet zo gejaagd als in andere steden. Iedereen had de tijd en liet dat merken. Heerlijk.

Deze week heeft dus heel veel indruk op me gemaakt en het valt niet mee om thuis weer te acclimatiseren. Ik kan me niet herinneren dat ik dit eerder zo gevoeld heb. Ik heb altijd heimwee en ben dan ook weer blij om naar huis te gaan . Maar op de een of andere manier kan ik deze keer mijn draai helemaal niet vinden.
Het was ook zo lang: ‘We gaan over een poos naar Rome!’ En nu zijn we al weer terug, ik hou het als het ware niet goed bij deze keer.

Vanmorgen ging weer normaal de wekker. Opstaan, brood smeren, Bert uitzwaaien, kinderen ontvangen. Een gewone maandag. Maar ik voel mezelf nog niet gewoon.
Ik doe boodschappen maar kan niet bedenken wat we deze week zullen eten. Ik loop nogal doelloos door de winkel, dus het blijft bij een menu voor vandaag. Morgen misschien meer inspiratie.
Als het tijd is dat de kinderen uit school komen dek ik de tafel, zet thee en ga ik de deur uit om de jongste op te halen.
Ik wacht op het plein en als de kleuterklas naar buiten komt zie ik mijn jongetje enthousiast naar me zwaaien en hij komt direct op me toe rennen. “Ik was naar het circus” roept hij. Hij vertelt onderweg over een vuurspuwer en mevrouwen die over een touw liepen en ik geniet van zijn enthousiasme. Moet in mijn achterhoofd toch even aan het Collosseum denken, dat circus was toch wel ietsje anders vroeger.
Er komen nog 3 kinderen uit school en ik word deelgenoot gemaakt van een zieke opa, toekomstplannen voor een motor, en hoor over de verkeersles op school.
Dan zegt ineens mijn stoere 8- jarige: “Ik heb je gemist”
Ik voel me warm worden van binnen. “Ja, ik ook”, zegt zijn oudere broer. “Er is niks aan bij de overblijf”
“Het is hier veel gezelliger,”zegt het derde grote kind, een meisje van 9.
Ik glimlach naar hen. “Ik ben ook blij dat jullie er weer zijn”, zeg ik. En ik meen het.
“Was het mooi in Rome?” vraagt het meisje. “Zeker!” zeg ik en ik vertel er iets over.
Leuk is dit. Ik voel me hierdoor niet meer zo verdwaasd. Ik ben gewoon weer thuis, met mijn kinderen.  Maar een beetje rijker dan eerst.
Vol met prachtige herinneringen aan een bijzondere week, samen met Bert in Rome.

Tim en Tim (deel 2)

Na het Vlaamse Stoofvlees met Grimbergen had ik het gevoel dat ik de eerstkomende dagen niet meer hoefde te eten. Maar toch zat ik de volgende ochtend alweer aan een heerlijk ontbijtje samen met Tim. Terwijl we al allemaal lekkers op ons bord hadden kwam er nog een mevrouw vragen of we “trek hadden in een spiegeleitje”(spreek dat voor jezelf even uit op z’n Vlaams, klinkt zo leuk) en dat hadden wij. Ik begon nog net niet te piepen toen we allebei een heel klein koekenpannetje met een eitje geserveerd kregen. Maar er moest natuurlijk wel een foto naar Irene, konden we even digitaal piepen. Tim is namelijk niet zo’n pieperd, maar hij was wel zo lief om de foto te maken.

IMG-20181107-WA0019.jpg

Hij kent z’n moeder en z’n zus al langer dan vandaag.
Na het ontbijt gingen we aan de wandel, want we hadden gezien dat C-Mine, waar de expositie was, maar 2 km van het hotel ligt.
Het was zulk heerlijk zonnig weer dat de herfstkleuren van de bomen extra mooi uitkwamen, dus het was een fijne wandeling. Onderweg zagen we al wat aankondigingen van de tentoonstelling.

IMG_20181104_112939107_HDR.jpg

C-Mine is een overblijfsel van de voormalige steenkoolmijn in Genk en die entourage past wel heel goed bij de sfeer van Tim Burton.
Buiten nog even een foto gemaakt, want binnen was het echt niet toegestaan om te fotograferen, met uitzondering van het café.

IMG_20181104_114444350_HDR.jpg

We hadden tickets met een tijdslot en er was een kleine wachtrij. Het publiek werd telkens in kleine groepjes binnengelaten, zo was er ondanks de drukte, toch genoeg gelegenheid om alles goed te zien.
Een maal binnen was het gelijk helemaal Burton. Muren vol met illustraties, vitrines met sculpturen, foto’s, we kwamen ogen te kort.
Naast regisseur is Tim Burton ook tekenaar en schilder en veel van zijn werk is een inspiratie of voorstudie voor zijn films. Zijn bizarre stijl kwam overal in terug, alles zo herkenbaar en typerend.
Wat ons een beetje verbaasde was dat er nog al wat mensen met kleine kinderen waren. Als je alleen Charlie and the Chocolatefactory gezien hebt is dat misschien begrijpelijk, maar er was zoveel te zien wat eigenlijk helemaal niet voor kleine kinderen bestemd is! We zagen dan ook best wat gezichtjes die niet zo blij keken en ik hoop dan ook dat ze er geen nachtmerries van hebben gekregen.
De expositie was verdeeld over twee verdiepingen en toen we deel 1 gezien hadden gingen we eerst even wat drinken in het Burtoncafé. Dat was ook helemaal in stijl, geweldig. Als het dorpje Spectre uit Big Fish, compleet met schoenen over de lijnen aan het plafond.

IMG_20181104_123947958_HDR.jpg

Overal was zoveel aandacht aan besteed, dat maakte het plezier nog veel groter.
Het tweede deel van de expositie liet meer dingen zien die in de films gebruikt zijn. Het allermooiste vond ik de vitrine met de stop-motion poppen uit The Corps Bride. Voor degenen die er bekend mee zijn: Victor en Victoria, de aandoenlijke Elder Gutknecht, de majoor, de dwerg en natuurlijk de schitterende Emily. Ongeveer 40 cm groot en zo gedetailleerd! Ik heb echt een hele poos met m’n neus voor het glas gestaan om alles goed te kunnen bekijken.

emily

Deze foto heb ik van internet geplukt, want zoals gezegd mocht je zelf geen foto’s maken.
Er waren rekwisieten uit de film Miss Peregrine, er waren modellen van de Oompa-Loompa’s uit Charlie and the Chocolatefactory, En er werd een heel vroege film vertoond, namelijk uit 1983: Hansel and Gretel, die al goed liet zien welke kant Burton op wilde met zijn werk.
Hij is zo zijn eigen stijl gaan ontwikkelen dat er zelfs een woord voor is ontstaan: Burtonesk.
Ik vind het wat hoor, dat je iets maakt wat eigenlijk niet met een al bestaand woord te omschrijven is. Ik zie het nog niet gebeuren dat het woord Blooisiaans gebruikt gaat worden.
Al met al hebben we een paar uur doorgebracht in C-Mine en we waren onder de indruk.
Aan het eind van de middag gingen we weer terug naar het hotel en we bekeken daar even waar we zouden gaan eten. Tim had wel zin in Chinees, en er bleek een restaurant op 3 minuten lopen van het hotel te zitten dus die keus was snel gemaakt.
En wat was het lekker, weer eens ouderwets in een Chinees restaurant eten . Niet wokken maar gewoon van een ellenlange menukaart kiezen, eten van een met stijf linnen gedekte tafel met schotelwarmers erop, Chinese lampions aan het plafond… alleen geen Chinese muziek, maar allemaal ouwe meuk uit mijn jeugd. Tim moest er dan ook om lachen dat ik alle gedraaide nummers kende en ondertussen gingen zijn KoeLoeYuk en mijn Kip met Cashew he-le-maal op!
Gezellig nog even een borreltje na, dat bleken glazen te zijn die minstens de dubbele inhoud hadden dan dat wij hier in Nederland krijgen, dus we hebben nog een poos zitten natafelen.
’s Nachts ben ik in mijn dromen nog wel druk geweest met alles wat ik bij C-Mine gezien had, maar ik had toch lekker geslapen en Tim ook.
En toen zat het er al weer bijna op! Nog een lekker ontbijtje, deze keer zonder spiegeleitje, dat was vast alleen op zondag, en daarna uitchecken en naar de auto.
Het was stil in Genk op maandagmorgen. We liepen langs winkels.
“Nou”, merkte Tim heel droogjes op. “De etalagepoppen worden echt steeds magerder hè?”

IMG_20181105_090100122_HDR.jpg

Toen we de parkeergarage ingingen liep ik nog te lachen.
De terugreis verliep aardig voorspoedig al was het op de wegen wel veel drukker dan in de winkelstraat in Genk. Tim was het eerste thuis en daarna reed ik nog alleen door naar Leens.
Thuisgekomen werd ik zowat ondersteboven gelopen door een uitzinnig blije Lenny die me zo hard om de nek vloog dat hij met zijn poot tegen mijn oor sloeg en ik daarna het gevoel had dat ik drie oren had. De lieverd.
Na een knuffelsessie installeerde ik mezelf met een kop thee op de bank en zetten The Corps Bride op.
Nog heerlijk even nagenieten.
Wat was het leuk om met Tim dit weekend te doen!

Tim en Tim (deel 1)

Op Facebook volg ik de Tim Burton pagina. En daardoor kwam ik te weten dat een grote expositie over zijn werk naar Genk, in België kwam! Na New York, Tokio en Praag kwam de expo nu naar het relatief kleine Genk, wat een kans voor ons!
Mijn Tim hoefde niet omgepraat te worden om mee te gaan, hij was gelijk enthousiast over mijn voorstel om samen een weekendje Genk te gaan doen!
Want wij zijn liefhebbers van het werk van Tim Burton en het is leuk dat we dat met elkaar kunnen delen.
De eerste film van Tim Burton die ik gezien heb is The Nightmare before Christmas, in 1994. Ik vond het zo bijzonder! Geen zoete kerstfilm, maar éen met een donker randje.

nightmare

Terwijl het toch geen horror was.
Bizarre poppetjes in stop-motion techniek, dus de film was beeldje voor beeldje geschoten. Ik heb altijd al een voorliefde gehad voor sprookjes en fantasy, maar dit was iets compleet nieuws. En eigenlijk was ik gelijk verkocht. Vanaf die tijd wilde ik in de gaten houden wat Tim Burton nog meer maakte.
Al eerder had hij het sprookje Edward Scissorhands gemaakt, die film bleek in het bezit van mijn zus te zijn dus die mocht ik lenen. Ook een bizar verhaal, met bijzondere karakters, dit keer in een speelfilm. Maar ook weer donker zonder horror, ik kan het niet beter uitleggen dan dat. Echte horror vind ik verschrikkelijk, ik zal ook nooit zo’n film gaan zien. Maar het sprookjesachtige wat Tim Burton er in verwerkt, maakt dat het niet occult of kwaadaardig of zelfs maar slecht is. Alleen wat macaber soms, op een vriendelijke manier, al klinkt dat raar.
Zijn karakters zijn in wezen ook goed, zelfs al zijn het monstertjes of skeletten. De hoofdpersonen zijn meestal buitenbeentjes, maar goedaardig. De slechteriken in zijn films zijn juist meestal de zogenaamd gewone mensen, die “anders zijn” niet accepteren, er bang van zijn en er korte metten mee willen maken.
Er zullen ongetwijfeld hele psychologische verhandelingen bestaan over Tim Burton’s films en de achtergronden daarvan, maar ik heb zelf geen zin in over-geanalyseer. Wat ik zie en begrijp, is voldoende om mij een fan te laten zijn van het meeste van zijn werk. En Tim dus ook. Nee, hij is niet vernoemd naar Tim Burton, want mijn Tim is geboren in 1991 en toen kende ik die andere Tim nog niet. Dit even voor de duidelijkheid.
Als er een nieuwe Burtonfilm in de bioscoop verschijnt gaan we er als het even kan samen heen, en anders proberen we hem op een ander manier te bekijken. Het is niet zo dat ik alles maar klakkeloos mooi en goed vind, er zit ook werk bij dat me niet boeit. Zoals Batmanfilms en Planet of the Apes. Maar als er een nieuwe film wordt aangekondigd ben ik altijd weer erg nieuwsgierig. Hij is, ondanks dat hij een heel herkenbare stijl heeft, toch heel veelzijdig. En de meeste van zijn films hebben we gezien, Tim en ik. De laatste was in de bioscoop , Miss Peregrine’s Home for Peculiar Children. En nu wachten we op zijn versie van Dumbo.
Maar afgelopen weekend eerst naar de expositie samen! Ik had een hotelletje geboekt, tickets gekocht ,wij konden samen uit.
Vrijdagavond naar Tim, om het weekend alvast in te luiden met een pizza en een film (nee geen Tim Burtonfilm, het werd de meest recente StarWarsfilm, ook een interesse die we samen delen) De volgende ochtend konden we rustig aandoen om te vertrekken, het was niet erg ver rijden, iets meer dan 3 uur. We hebben elkaar even afgewisseld achter het stuur en het was een drielandentoer, want we gingen vanuit Nederland via Duitsland naar Limburg en zo door naar Genk in België. We konden niet in het centrum parkeren want er stond een Sint-Maarten optocht gepland aan het eind van de middag. Blijkbaar vieren ze in België dat een week eerder, en grootser. Auto in een parkeergarage die een voordelig tarief had, zodat we hem gerust tot maandagochtend konden laten staan, bagage in de hotelkamer gebracht en gezellig het stadje in. Het was inmiddels wel biertijd vonden we, en waar kan je dat beter doen dan in België? In een superleuke brasserie genoten we van een paar biertjes en wat hapjes en daarna gingen we nog even wat rondkijken in het stadje. Het was zo gezellig, het werd inmiddels donker en in de straten hingen lichtjes. In een klein winkeltje zag ik een prachtig muziekdoosje, die moest aan mijn verzameling toegevoegd worden.
En toen we weer buiten waren bleek het tijd voor de parade te zijn. Muziekkorpsen, allemaal met lichtjes aan hun instrumenten, praalwagens met lichtjes, allemaal verschillende groepen kinderen, al of niet verkleed volgens een thema, met fakkels, het was ontzettend leuk! Wat een verschil met hoe wij het hier in Groningen gewend zijn!
Daarna gingen we in dezelfde brasserie nog lekker eten. Ik koos Vlaams stoofvlees in Grimbergensaus, de lokale keuken moet je tenslotte proberen vind ik altijd!

IMG_20181103_191623535.jpg

Heerlijk gegeten, en gezellig nagetafeld.
Zodat we zeer voldaan weer in het hotelletje kwamen.
Nu eerst slapen , morgen naar de expositie!
En dat komt in deel 2, anders wordt het weer een veel te lang verhaal.

Uitje (deel 3)

Wat was die kipstoofschotel lekker! Allemaal een keertje maken, het is echt de moeite waard. Zoek op Gezellige Gerechten naar Kip in Bockbier voor het recept.
Het was een mooie afsluiter van het weekend, nu is het weer maandag en er moet weer gewerkt worden. Als je je afvraagt: waarom zit jij dan te schrijven: ik heb net 2 kinderen naar school en peuterspeelzaal gebracht en heb nu even blogtijd. Want ik moest mijn uitje-verslag immers nog afmaken!
Na het concert bleef ik dus bij Irene slapen en dat vond katertje Trooper maar weer erg buiten zijn comfortzone allemaal. Het is een schatje maar o.a. zeer gesteld op regelmaat, er is zelfs wel eens geopperd dat hij autistische trekjes heeft. En waarom zou dat bij een kat niet kunnen. De andere kat, poes Puck, trekt zich er geen bal van aan, die gaat gewoon haar eigen gang en kijkt hooguit of het bezoek een tas mee heeft waar ze in kan gaan liggen.
Maar Trooper stond vertwijfeld op de overloop, juist toen iedereen in slaap was: Maaaow! Maaaow! Maaaow! Etc. Ik weet inmiddels wat er daarna komen gaat, gestommel en geschuifel, een slaapkamerdeur die opengaat, een fluisterend doch dringend “Trooper! Wees stil!” van Irene op de overloop en geklepper van het kattenluikje omdat hij dan maar bij hen op de kamer moet. Ik draai me dan grinnikend weer om in bed om verder te slapen.
Om 7 uur werd ik wakker gedaverd door bouwvakkers die op de hoek van de straat huizen aan het bouwen zijn. Wat een arbeidsvreugde op dit vroege uur. Maar het was tenslotte vrijdag, voor andere mensen een normale werkdag, dus ik had niks te mopperen. Ik trok het raam dicht, dat scheelde veel lawaai en ik dommelde weer in. Tenminste, ik dacht dat ik dommelde, maar ik werd pas om half 10 wakker. Moeder was ook eens een avondje uit geweest hoor, moest gelijk bijslapen.
Ik ging naar beneden voor koffie en daar zat Irene ook , die was al uren op. Ze bakte lekkere ontbijtbroodjes en samen aten we die op de bank op, terwijl we naar een aflevering van Queer Eye op Netflix keken. Ik weet niet of je het kent maar wij vinden het zo’n leuk programma! The Fab 5, bestaande uit vijf zeer verschillende en allemaal zeer sympathieke homo’s geven mensen een make-over. En dan niet alleen uiterlijk maar ze helpen ook met huis, met relatie, met zelfvertrouwen, met koken…. En wat we heel leuk vinden is dat het vaak mannen zijn die deze make-over krijgen. Er zit enorm veel humor in het programma, de Fab 5 kunnen heel serieus zijn, maar hebben ook een behoorlijke dosis zelfspot.
We kijken dit meestal ieder in ons eigen huis, maar dan wel tegelijkertijd en dan appen we onderling tussendoor. Maar nu konden we een keertje echt samen kijken en het was superleuk.
Daarna gingen we toch maar even aankleden en optutten want we zouden immers naar de stad!

IMG-20181012-WA0005.jpg

Samen naar de bus, ik moest weer een kaartje kopen maar deze chauffeur wist precies welke ik moest hebben. Het was prachtig weer en we hadden er zin in! Bij een bepaalde bushalte stapten een paar mensen in en we zagen (we zaten helemaal voorin, dus ruim zicht) in de verte een man in vliegende vaart aankomen rennen, hij sprong de bus in en hijgde grijnzend: “Hèhè! Gehaald. Als ik de andere kant op was gerend was ik er al geweest trouwens”. We moesten daar erg om lachen, hij was ook zo’n blij ei.
We stapten op station Amersfoort uit en liepen naar het centrum, hierbij de metalen pijlen volgend die in de stoep zitten daar. Handig. Ik was vroeger ook wel vaker in Amersfoort geweest, maar had echt de weg niet meer geweten. En Irene gaat meestal met de auto, dan is het ook anders natuurlijk.
Wat een leuke winkelstad is het . Gezellige straten, veel verschillende winkels en genoeg terrasjes.
Zoals ik in het blogje Klier al had gezegd, had Irene een aantal dingen die ze wilde kopen en ik niet. Het resultaat was natuurlijk dat ik minstens zoveel als zij gekocht heb, misschien nog wel meer.
Maar het lukte ook allemaal zo goed! Afgezien van de eerste winkel, waarbij de maatvoering heel raar was, (ik kon een rokje maat XL niet eens dichtkrijgen) en die kleding verkocht die of heel stug en stijf was of prikte, zijn we echt zo goed geslaagd! We hebben ook echt de HELE middag geshopt en ik kreeg geen hoofdpijn en voelde me niet gaar, wat anders altijd gebeurt na een uurtje of 2.
We hebben even lekker thee gedronken op een terras, Irene met een muffin ter grote van een atoomwolk, zodat we ruim de helft in een zakje weer meegenomen hebben en ik een brownie met walnoten en zachte chocola die een hoog kreungehalte had. Die ging wel op.

IMG_20181012_125229448_HDR.jpg

Ook maar even naar de wc daar voordat we weer verder gingen winkelen en ja hoor, het was weer zo:

IMG_20181012_130227949.jpg

 

Story of my life.
Deze keer was het wel heel erg, als ik op mijn tenen stond kwam er net een kruintje te zien, maar omdat er een geslepen rand aan de spiegel zat vertekende die tot een babykuifje. Ik moest er maar vanuit gaan dat ik er nog presentabel uitzag.
Het was verder zo’n beetje shop till you drop, bijna schandalig.
Allebei hebben we laarzen gekocht,(dat was voor Irene nog een dingetje, want er zaten van degene die zij uitgezocht had een linker maat 38 en een rechter maat 39 in de doos! De verkoopster heeft het rek ondersteboven gehaald, maar waarschijnlijk heeft een andere klant serieus 2 verschillende maten gekocht!) broeken, shirts, jurkjes, panty’s, ik nog een ketting en oorringen, en we moesten ook nog vreselijk naar de Rituals winkel.
Leontine, als jij dit leest, eigenlijk komt het door jou. Omdat jij me een paar jaar geleden met kerst een cadeau van Rituals hebt gegeven ben ik sinds die tijd verkocht.
En een hele winkel is dan natuurlijk helemaal luilekkerland. Maar we hebben ons keurig gedragen, alleen gekocht wat we nodig hadden. Nou is dat natuurlijk discutabel, van Rituals hebben we eigenlijk altijd alles nodig, maar dat is toch teveel luxe.
Aan het eind van de middag had ik zoveel verschillende tasjes en zakjes in mijn handen dat ik dacht: hoe ga ik daar ooit de trein mee in komen. Dus heb ik bij de Hema voor een euro een schreeuwerige big-shopper gekocht waar de meeste van mijn mooie zakjes en pakjes in konden en de rest kon nog wel in mijn rugtas.
O wat waren we aan wat lekkers toe, na die hele middag op sjouw en Irene wist een leuk plein met terrasjes. Wie had kunnen denken dat we op 12 oktober nog heerlijk met een shirtje aan in de zon konden zitten!
Ik dronk een Westmalle Dubbel (en later nog een) Irene witte wijn en er kwam een houten plank met fantastisch lekkere hapjes, gebracht door een ober die in de winter vast ski-leraar is. Niet dat ik ooit op wintersport geweest ben, maar zo stel ik me dat voor: Bruinverbrand, blonde golvende haren en sneeuwwitte tanden. Bijna te mooi.
Wat een vakantiegevoel, het was zo gezellig!

FB_IMG_1539590060304.jpg

FB_IMG_1539590073614.jpg

Na al die hapjes hadden we echt geen behoefte meer aan avondeten en we besloten naar huis te gaan.
Wel samen naar het station, maar Irene dan met de bus weer terug, en ik in de trein.
Het was nog best een eindje lopen en onderweg merkte ik dat ik vreselijk naar de wc moest eigenlijk. Ik zal je de details besparen maar het werd haast penibel. Het station kwam gelukkig in zicht.
Aan de overkant was een café en ik zag op de gevel “de Ontlasting” Maar dat was een mindfuck door mijn toestand, want dichterbij gekomen las ik “De Onthaasting”

de-onthaasting-vierkant-pad
Ik zeilde het station binnen, kwakte de tassen bij Irene neer, keek verwilderd rond, Irene duwde me naar rechts: Daar! En ik vloog naar de toiletten. Zag toen ik binnen was dat ik het invalide-toilet was ingeschoten maar jammer dan, ik moest.
Toen ik, heel wat rustiger, weer naar buiten kwam, drukte die lieve dochter me een beker thee in de handen (Hier, voor onderweg) en zei: “Je hebt 3 minuten om de trein naar Zwolle te halen, daar overstappen naar Groningen”. Had ze ondertussen al weer even voor me uitgezocht.
We namen snel maar met een stevige knuffel afscheid en ik sjouwde met mijn thee, mijn rugzak en mijn big-shopper de trein in.
Deze keer is er over de reis niks te melden, het lijkt altijd of terugreizen rustiger verlopen dan heenreizen. Misschien omdat er dan voor mij geen tijdsdruk meer op zit.
Bert kwam me in Groningen van het station halen, samen met een uitzinnig blije Lenny die me om m’n nek vloog alsof ik 3 maanden weggeweest was.
Het was inmiddels helemaal donker en omdat ik behoorlijk nachtblind ben was ik blij dat ik niet zelf hoefde rijden.
Tussen Aduard en Warfhuizen kwam ons iets tegemoet dat er uitzag als een ruimteschip. Enorm hoog, Felwitte lampen opzij, onderop, bovenop, en de vorm was niet echt te herkennen Ik werd er haast een beetje bang van, maar Bert zei: “Een oogstmachine”.
O ja.
Ok, dat is voor iemand uit de stad misschien inderdaad een ufo, maar ik was weer thuis.