Met mijn handen in de aarde

Tegenwoordig vind ik Maart maar een lastige maand. De sterfdag van mama, de verjaardag van JanWillem, de sterfdag van Nel…… Vroeger dacht ik altijd dat een datum niet uitmaakte, maar ik ben er achter dat dit voor mij wel degelijk zo is. Voeg daarbij de grauwigheid van einde winter-maar nog net geen lente en dat maakt het teneergeslagen gevoel compleet. Deze week heeft ook nog het plotseling overlijden van iemand die ik graag mocht en met wie ik goed kon praten mij erg geschokt. En als ik er aan denk wat het voor haar gezin betekent, ben ik helemaal verdrietig.
Vandaag is het 31 Maart, die moeilijke maand is bijna voorbij. Op deze datum is Nel overleden, het was toen 1e Paasdag. Vandaag is het Stille Zaterdag, morgen is het Pasen.
Ik zit deze ochtend met een kop koffie aan de grote tafel, ik hoef even niets en dat voelt goed.
De zon schijnt door het raam op mijn rug en ook dat voelt goed. Ineens krijg ik de behoefte om, net als de zon, die grauwigheid van de winter op te ruimen. Ik wil morgen Pasen vieren, ik geloof in de boodschap dat de dood niet het laatste woord heeft, maar het Leven. Ik wil bloemen, zon, vreugde!
Ter plekke besluit ik om in ieder geval het smeedijzeren rekje bij de voordeur opnieuw in te richten. In Oktober heb ik daar voor het laatst iets aan gedaan, met gekleurde pompoenen en kalebassen, met kastanjes en dennenappels. Inmiddels zijn de pompoenen verrot, de kalebassen verschrompeld en de kastanjes beschimmeld. Ik had tot nu toe nog niet de motivatie gevonden om het te veranderen, maar nu kan ik ineens niet wachten.
Dus drink ik snel mijn koffiebeker leeg, pak mijn portemonnee en de autosleutels en rij naar De Dageraad. Een mooie en voor mijn gevoel nu heel toepasselijke naam voor een tuincentrum.
Ik kom thuis met een tray vol viooltjes in uitbundige kleuren en donkerpaarse en roomwitte hyacinten, die net bezig zijn open te gaan en al bedwelmend geuren.
Op de oprit ga ik bezig om bakjes en potjes op te maken en ik geniet van de kleuren, de geuren en het heerlijke gevoel van de zachte lentelucht en de zon. Er begint zelfs een merel te zingen, een ontroerend geluid.
Het dode herfstspul gaat in de groene container, ik veeg alle dode bladeren rond het rekje weg, en zet alle mooie bloemen neer. Direct komt er een vroege bij op af en dat maakt mijn blijdschap nog groter. Ik was niet van plan geweest om in de tuin te gaan werken verder, maar ik heb heel geen zin om nu naar binnen te gaan!
Ik zoek wat tuingereedschap bij elkaar, vraag Bert om mijn klompen even te controleren op ongewenste achtpotige overwinteraars, en begin het dode plantenafval te verwijderen.
Bert komt ook buiten, Lenny springt rond en ons pleegkindje rent op zijn laarsjes naar de schommel, zijn blijde lach schalt door de tuin. Het voelt alsof we allemaal ineens iets van ons afschudden en positieve energie krijgen.
Voor het tuinwerk hebben we een soort bankje met schuimrubber erop, dan hoef je tijdens het wieden niet met je knieën op de harde tegels te zitten. Ik noem dat gekscherend het knielbankje, maar vandaag voelt het gewoon symbolisch. Ik kniel neer en met mijn handen in de aarde zie ik nieuw leven.
Onder de dode stengels en dorre takken is er een bloempje tevoorschijn gekomen.

bloempje

Het stemt me nederig maar ook hoopvol. Ik heb vaker met mijn handen in de aarde gezeten. Ook om een handvol aarde in een graf te werpen. Koude, zwarte aarde, waar je letterlijk rouwrandjes van onder je nagels krijgt. Maar vandaag voelt de aarde zacht en rijk aan. En het bloempje heeft worteltjes in die aarde. Het groeit, het bloeit, het leeft.
Ik ben niet iemand die veel evangeliseert,maar ik heb nu zo sterk het gevoel dat ik dit moet delen!
Niet de dood heeft het laatste woord, maar het Leven.

Ik wens iedereen goede en gezegende Paasdagen

 

Blunderblog

Heb je ook wel eens de wens dat er een gat in de grond ontstaat, precies voor je voeten, zodat je daar snel en geruisloos in kan verdwijnen? Ik in ieder geval wel. Ik heb de toverspreuk daarvoor alleen nog niet gevonden, helaas. Dus blijf ik in voorkomende gevallen met een rood hoofd bovengronds, soms schielijk rondkijkend in de hoop dat niemand mijn blunder gezien heeft, soms in het middelpunt van ongewenste belangstelling, wat mijn hoofd nog roder maakt.
Iedereen blundert. Denk ik tenminste.
Bert blundert ook. Alleen doet hij dat uitsluitend in kleine kring. En vaak is het iets met schoenen. Dan belt hij bijvoorbeeld vanaf zijn werk, of ik heel misschien de gelegenheid heb om even langs te komen, want hij merkte ineens dat hij twee verschillende schoenen aanheeft.
Of hij pakt zijn tas in voor een weekendje weg, het wordt mooi weer. Om er vervolgens in het vakantiehuisje achter te komen dat hij 2 linkersandalen heeft ingepakt. En geen  rechter.
We gaan op de motor naar de Oertijdmarkt in Borger, eveneens met prachtig weer. Op de plaats van bestemming motorpak uit, korte broek en hemdshirtje aan en….. nee geen slippers of sandalen, want die is hij helemaal vergeten mee te nemen. Dus eerst met motorlaarzen, maar omdat dat natuurlijk helemaal belachelijk is onder zijn zomer outfit, op blote voeten. Blijmoedig vertellen dat de mensen in de oertijd ook zo liepen, met ondertussen af en toe een danspasje omdat hij zijn voeten verbrandt op het gloeiend hete asfalt en openhaalt aan het gortdroge stekelige gras rondom de kraampjes. Bikkel.
Ook andere kleding is nog wel eens problematisch. Aan het ontbijt verbaasd zijn dat zijn nieuwe werktrui helemaal geen bedrijfslogo heeft, alleen een kader. Het komt niet in hem op dat hij de trui binnenstebuiten aanheeft….. Uit een paskamer komen met de mededeling dat de zwembroek niet goed zit, hij heeft teveel ruimte aan de voorkant en van achter kruipt ie op. Zo raar ook, die touwtjes aan de achterkant… Irene is ook mee en Bert begrijpt niet waarom wij zo’n beetje op de vloerbedekking van Scapino liggen van het lachen. Andersom blijkt de broek toch wel goed te zijn. Maar Bert heeft nog vaak hardnekkig de broek verkeerd om aangetrokken. En zijn sportbroek is al geen beter lot beschoren.
Maar dit zijn dingen die niet iedereen in de gaten heeft, hij kan het gemakkelijk weer in orde brengen zonder dat hij en publiek voor joker staat. De enige die erg moet lachen ben ik.
Mijn blunders zijn meestal in het openbaar. Ik kan er wel een top 10 van maken. De blunder die me op dat idee bracht staat op nummer 7. Ik ben net weer een beetje hersteld.
Daar komt ie, mijn persoonlijke TOP TIEN
Op nummer 10:
Bij de supermarkt een pak spinazie uit de diepvriescel pakken, de deur weer sluiten en weglopen. Hardhandig teruggetrokken worden zodat ik bijna mijn
evenwicht verlies. Mijn sjaal zit nog tussen de deur…. (verstolen rondkijken wie het gezien heeft… iedereen natuurlijk)
Nummer 9:
Eveneens in de supermarkt. Een flesje ketchup uit het rek pakken en tegelijkertijd met mijn mouw de complete collectie dipsauszakjes uit het rek vegen. De zakjes dipsaus vliegen alle kanten op, mevrouw achter mij heeft ineens 16 zakjes Fiësta in haar karretje en zegt: “ik hoef eigenlijk geen dipsaus”. Ik grabbel met een rood hoofd tussen flessen en pakken en van de vloer en uit het karretje van mevrouw alle dipsauszakjes weer bij elkaar en ben veel te lang bezig om alles weer aan de daarvoor bestemde pennen te hangen. Hoef er niet meer op te hopen dat dit ongemerkt is gebleven.
Nummer 8:
Met Irene en Tim en Tess in Zeewolde (dus al meer dan 15 jaar geleden) aan de wandel. Kinderen en hond willen eigenlijk wel naar dat leuke veld aan de overkant van het slootje. Er ligt een plank over, dus wat kan er mis gaan? Bij hen niks, ze staan alledrie al aan de overkant te wachten. Ik laat me niet kennen, neem een aanloopje, hou netjes mijn evenwicht op de plank, struikel in het zicht van de haven alsnog en ga letterlijk plat op mijn plaat in de modder. Helaas waren wij niet de enigen die aan de wandel waren.
Nummer 7:
Nogmaals bij de supermarkt (dat ik me daar nog durf te vertonen!) wil ik een pak melk uit de koeling halen. O, de deur staat al open, dat is makkelijk. BAMMMM!Ik stoot zo verschrikkelijk hard mijn hoofd dat mijn tanden klapperen en het glas van de deur een galmend geluid geeft. De deur stond niet open. Dat was de deur ernaast. Jongen die koeling aan het bijvullen is: “Ja, wij houden het glas altijd zo schoon mogelijk” Ik zie sterretjes en doe een poging te glimlachen. Het gaat niet van harte.
Nummer 6:
Met Irene in de auto in Drachten. We moeten de locatie vinden waar ze moet optreden. Ik zit achter het stuur, Irene zit met de stadskaart op schoot. We komen er ten eerste al niet goed uit hoe de kaart te houden, maar als Irene hem ondersteboven draait blijkt het met de straatnamen te kloppen. “Hier naar links” zegt ze en ik sla direct linksaf. Merk vervolgens dat we op een winkelpromenade rijden, waar helemaal geen auto’s mogen komen. En dat op zaterdagmiddag. Ik zweet peentjes terwijl ik stapvoets door kuddes mensen manouvreer en probeer de boze blikken van het winkelend publiek te negeren. Keren is geen optie. Irene ligt helemaal flauw van het lachen in de bijrijderstoel, morele steun is ver te zoeken. Uiteindelijk kan ik opgelucht ademhalen, we zijn de promenade af. En o wonder, direct ook op locatie. Ik zie een lege parkeerplaats en draai de auto er direct in. Vervolgens staat er een boze mevrouw op mijn raampje te tikken, die vraagt of ik mijn rijbewijs soms bij de Douwe Egbertspunten gekregen heb…..Zij had blijkbaar staan wachten tot de parkeerplaats vrij was. Mopperend zoekt ze een andere plek en ik durf me haast niet meer te vertonen. Hoop maar dat ze niet in de jury zit die Irene moet beoordelen.
Nummer 5:
Alweer met Irene, nu naar het UMCG. De wachtruimte heeft zachte bankjes, zonder zijleuning. Ik zijg neer, helaas te dicht aan de kant, ik voel dat ik wegzak richting de vloer. Ik grijp om mijn evenwicht te behouden voor steun een lectuurbak die naast het bankje staat. Maar ach, de bak staat op wieltjes… aan mijn gestrekte arm rijdt de bak weg en ik val als het ware tussen wal en schip. Ik roep nog zachtjes om hulp: “Irene! Irene!” Maar ook deze keer laat ze me jammerlijk aanmodderen en ik zit uiteindelijk op de grond. Helaas waren wij natuurlijk niet de enigen in de wachtruimte.
Nummer 4:
Het wordt eentonig, maar ook deze keer met Irene. In de sauna. We zijn daar nog niet eerder geweest en willen eerst even rondkijken. Wat staat er op dat bordje? Geen idee, ik kan het niet lezen. Ik loop er even heen. “Douche start automatisch” blijkt er op te staan. Maar voor dat ik dat kan lezen heb ik het al gemerkt. Alleen heb ik mijn badjas nog aan. Ik hoef zeker niet te vertellen dat ik wederom geen medelijden van mijn dochter hoefde te verwachten. Ook van de andere saunagangers niet trouwens.
Nummer 3:
Bert en ik gaan een andere auto kopen. We hebben besloten welke het moet worden en we drinken in de showroom een kopje koffie, terwijl de verkoper in zijn kantoortje de papieren in orde gaat maken. Ik zeg tegen Bert: “Beloof me 1 ding: trek alsjeblieft nooit zo’n afgrijselijke streepjesbroek aan als die verkoper aanheeft” Op dat moment hoor ik achter mij de stem van de verkoper “Wilt u nog een kopje koffie?”
Het schietgebedje of ik ter plekke door de aarde verzwolgen mag worden wordt niet verhoord.
Nummer 2:
Ik ga met Tim naar de bioscoop. We hebben mooie plekken maar als we in de zaal komen zien we dat daar al andere mensen zitten. Tim zegt: “Maakt toch niet uit, dan gaan wij ergens anders zitten. Maar nee, ik wil persé die plaatsen en zeg dat ook tegen die mensen. Die pakken hun jassen en verhuizen naar een andere plek. Tevreden kijk ik naar de reclames en de voorfilmpjes, en de hoofdfilm begint. “SHIT” hoor ik Tim naast me zeggen. Dit is de verkeerde film, we zitten in de verkeerde zaal! Hals over kop rennen we de zaal weer uit, Tim spurt naar de goede filmzaal, ik hijg er achteraan en we komen nog net op tijd binnen. We ploffen op de eerste de beste beschikbare plaatsen neer. Ik neem me alvast voor om in de pauze niet in de lounge te gaan, ik wil die andere mensen niet meer onder ogen komen.
Met stip op nummer 1:
We zijn uit eten geweest en lopen het restaurant uit. We komen langs een lange tafel met een groot gezelschap en ik zie een bekende daartussen zitten.”Hé wat leuk!” roep ik en ga er op af. Dichterbij gekomen merk ik dat het niet de bekende is, maar iemand die er op lijkt. Het gezelschap kijkt me wat verwilderd aan en ik zeg ongemakkelijk:”O sorry, ik dacht dat ik iemand van jullie kende”.
Ik draai me snel om, loop in mijn haast in volle omhelzing tegen een nep-palmboom aan, verlies mijn evenwicht en ga met palmboom en al languit bij die mensen over tafel…..
Ik kan me niet herinneren hoe ik er weer weggekomen ben.
Dit is echt de ergste blunder die ik begaan heb.

palm

Nu ben ik natuurlijk erg nieuwsgierig naar jullie blunders! Brand los! Ik wil alles weten!

Pa

Hallo lieve pa. Ik sta voor je foto en glimlach. Deze foto is leuk. Je was niet bepaald fotogeniek, dus er zijn de raarste foto’s van je. Maar deze hangt aan onze muur sinds je er niet meer bent.
Het is vandaag 13 februari en 6 jaar geleden belde Toos ‘smorgens heel vroeg dat je was overleden.
We zouden die dag komen, we wisten dat je ziek was, maar dat het zo snel zou gaan hadden we niet verwacht.
Je komt nog regelmatig ter sprake. Heel vaak als het gaat om eten en drinken, want je was wat dat betreft een echte levensgenieter. De ‘bolle meniscus’ is een begrip in onze familie.
Mijn map met recepten bevat een aantal ouderwets uitgetypte exemplaren van jouw favoriete gerechten, geschreven in jouw expliciete stijl, die me ook vaak laat glimlachen als ik het lees. En Irene deelt ze ook weer.
Je presteerde het zelfs om me een uitgetypt recept te geven omdat ik dat ‘echt moest proberen, het is kostelijk’ terwijl je het recept van mijzelf gekregen had! En het was onbegonnen werk om je daarvan te overtuigen, want eigenwijs was je ook. Stronteigenwijs. Ik mag dat zeggen, want ik lijk op je.
Niet in alle opzichten was je een levensgenieter, net als ik was je zorgelijk en zag vaak leeuwen en beren op allerlei wegen. Maar het leuke was dat we dat van en voor elkaar vaak weer konden relativeren.
Misschien wel omdat we van elkaar begrepen hoe het voelt.
Je was zorgzaam op je eigen manier en je genoot ervan als we allemaal bij elkaar waren.
Alle jaren “Holten” zijn een onbetaalbare herinnering en alle kleinkinderen komen nog ieder jaar bij elkaar daar, omdat Toos en Joos de traditie voortzetten.
De foto aan de muur is er eentje die bewust is genomen.
De Haiku’s die je in de loop van de tijd gemaakt had werden gebundeld in een boekje en op de achterkant moest een foto van de auteur komen. Je had een houding van ‘flauwekul’ en ‘overdreven gedoe’ en ‘ik hoef niet in  de belangstelling te staan’ , maar stiekem vond je het maar wat leuk! Ma was het overigens niet helemaal eens met de foto, je haar zat niet netjes genoeg.
Ik ben wel blij met de foto. Want je staat erop zoals je was.

SANYO DIGITAL CAMERA
Het is een raar idee dat het al zes jaar geleden is dat ik je voor het laatst zag.
Zo voelt het namelijk niet. En zo moet het ook maar blijven.
Dat we, als we vanavond op jou je favoriete Blankenheym drinken, mèt de onvermijdelijke bolle meniscus, ik je daarbij zie grijnzen. Zelf had je overigens niet veel met herdenkingen. Je kon er  zelfs behoorlijk schamper over zijn. “Iedere scheet moet tegenwoordig herdacht worden,liefst met een monument”.
Toen ik daarover in de lach schoot, moest je in weerwil van jezelf toch ook lachen.
Jij bent overleden maar de herinneringen zijn levend. En zo ben je nog steeds bij me, lieve pa.

 

Borrel op terras
Koel zongeflits in glaasje
Eerbiedig; Proost HEER

Mijn horloge loopt
Waar naar toe? Ik weet het niet
Maar ik moet wel mee

Die Haiku-opa
met z’n Nipponstijlspreukjes
Ach, laat die man toch

Naar de sauna (2)

Zes jaar geleden schreef ik Naar de Sauna
Inmiddels ben ik nog vele keren met Irene geweest,naar verschillende locaties en het was altijd weer heerlijk en erg gezellig.
Vorige zomer hadden we het wel heel decadent gemaakt, een arrangement met 2 hotelovernachtingen en een aantal schoonheidsbehandelingen. Dat was echt een uitspatting en daar gaan we uiteraard geen gewoonte van maken.
Het was ook niet steeds nodig om er weer blogjes aan te wijden, maar na 6 jaar mag ik er wel weer iets over schrijven vond ik.
Van onze lieve vriend c.q oom Gertjan hadden we voor onze verjaardag een bon gekregen voor een heerlijke dag welness bij Thermen Soesterberg. Een fonkelnieuw complex, wel helemaal 5 minuten rijden bij Irene’s huis vandaan, wat een luxe.
Gister gingen we die bon verzilveren. Ik was keurig op tijd bij Irene en om kwart voor 11 stonden we binnen in de ontvangsthal. Ik overdrijf niet als ik dat zo noem, want het complex is huge!
We kregen een plattegrond mee, en een bandje voor een kluisje en verder konden we ons wel redden dachten we.
Eigen handdoeken en badjassen mee, dus dit keer minder risico voor spullen-kwijt-zijn-omdat-een-ander-ze-pakt.
We liepen het Saunaplein op en zeiden tegen elkaar hoe prachtig het er allemaal uitzag. En het rook overal zo lekker!
Veel verschillende sauna’s, een paar zwembaden, een prachtige tuin (zelfs in dit jaargetijde), dit ging een mooie dag worden. We zagen wel dat er in de meeste sauna’s niet gepraat mocht worden, dat is natuurlijk moeilijk voor ons.
Maar ach, er waren genoeg plekken waar dat wel mocht. Het was behoorlijk druk maar omdat het zo groot is hadden we daar geen last van. Zeer gemengd publiek, van jong tot oud, Irene werd zelfs bijna van de sokken (die ze niet aanhad) gereden door een oude mevrouw die in hoog tempo achter een rollator langs kwam scheuren.
Je verwacht het niet.
Het was erg koud maar toch wilden we in het buitenzwembad. Het water was wel lekker warm, maar je moet natuurlijk eerst je badjas uit en dan sta je daar te vernikkelen in je blootje. Ik stapte snel in het water, dat heel ondiep was.
Ik zag dat er een afstapje was, en was erg tevreden over mezelf dat ik zo goed oplette. Irene zei: “Weet je nog dat we in zo’n zwembad stapten en dat jij onder water verdw……” De rest hoorde ik niet meer, want op dat moment gebeurde er exact hetzelfde.
Het afstapje bleek namelijk een soort ravijn te zijn, de bodem was 1.40m lager. Omdat ik daar niet op bedacht was kwam ik met mijn bil op pijnlijke wijze in aanraking met de rand van de ‘afstap’ en riep ik hardgrondig  “AU” onder water. Toen ik weer bovenkwam moest ik Irene zowat reanimeren. Die moest al lachen omdat ik zo idioot alwéér onder water verdween en daarna kwam ze helemaal niet meer bij omdat ik ook nog een heel raar geluid had gemaakt. Medelijden was ver te zoeken, ook al vertoonde mijn bil inmiddels een soort Rorshach-vlek.
Ik liep overigens ook al met een permanente duckface vanwege een koortslip. Ik werd er niet mooier op zo, gelukkig kom je niet in de sauna om gezien te worden.
De sauna’s waren echt heerlijk. We kozen wel degenen die niet heter zijn dan 80 graden, dat trekken we niet. Maar wat is het fijn om in die warmte te liggen, in gedempt licht, soms met zachte muziek. Pure ontspanning. Meestal.
Want ook deze keer troffen we de onvermijdelijke kreuner. Echt, altijd is er wel iemand die zo genant zit te zuchten en te steunen in de saunaruimte, dat je maar hoopt dat dat vanwege de warmte is. In het ergste geval gaat diegene ook nog zitten bewegen met veel vieze sop-en-zweetgeluiden.
Dat laatste vind ik zo misselijkmakend dat ik opstap, dan is de ontspanning ver te zoeken. Verschrikkelijk.
Toen we beneden zo’n beetje alles gezien hadden, dachten we, wilden we ook boven kijken. Maar waar was de trap? Ja, we hadden een plattegrond gekregen,
maar wij en plattegronden gaan niet zo goed samen. We konden het dus echt niet vinden. Misschien als we buitenom liepen? We gingen de deur door
waar we al 4x eerder langs gekomen waren en liepen om het gebouw heen. Toen kwamen we bij de Theatersauna. Er stond een wachtrijtje maar het zou net gaan beginnen, dus we lieten onze zoektocht naar de trap even voor wat het was en sloten aan. Geen idee wat we moesten verwachten, maar we zouden het gaan meemaken. In het midden van het theater stond een gigantische kachel met hete stenen erop en op de rand emmers met geurige oliën, dit ging een opgieting worden. We zaten op bankjes en er werd ons verteld dat we ten allen tijde naar buiten mochten gaan als het te warm
of te veel werd, dat was een veilig gevoel. Toen iedereen zat kwamen er op een heel groot scherm natuurbeelden, er waren mooie lichteffecten en bijpassende muziek. Ondertussen deed een vrouw de opgietingen en zwaaide ze met een grote doek om de warme geurige lucht te verplaatsen. Ze deed dat als in een soort dans, het was echt heel mooi. Het was superheet maar ik was geïntrigreerd door het geheel en ik voelde dat ik ook erg transpireerde. En dat is voor mij een unicum, ik hou anders altijd alle warmte vast totdat ik het gevoel krijg dat ik ontplof. Dit was blijkbaar iets heel heilzaams.
We voelden ons ook erg prettig nadien. Irene en ik waren het er wel over eens dat het werk wat de vrouw deed niets voor ons zou zijn. Als we al niet met onze doek de emmers van de rand afsloegen zouden we wel iemand uit het publiek een geweldige mep verkopen met die lap of we zouden ‘m vast uit onze handen laten schieten zodat iemand die geheid in z’n gezicht kreeg. Wij houden ons bij ons eigen beroep besloten we.
Ok, toch nog weer op zoek naar de trap. Niet te vinden, dus maar weer naar binnen. We keken elkaar verbaasd aan. Hoe was dit mogelijk, het zag er ineens anders uit. We waren vast in een parallel universum terecht gekomen, waarin de Thermen Soesterberg een andere indeling had. Andere zwembaden, andere sauna’s en, kijk eens aan, een minstens 3 meter brede trap naar boven! We zijn er nog steeds niet uit hoe dit nou kon, dat we toch door dezelfde deur weer naar binnen gingen, maar op een andere plek terecht kwamen. Het gevolg was wel dat we ook onze badjassen niet meer konden vinden, geen idee waar die hingen. Per toeval hebben we die uiteindelijk weer terug gevonden, maar om nou te zeggen dat we doorhebben hoe het in elkaar zit daar, nee. Als we er
nog eens heengaan zullen we vast weer als een kip zonder kop rondlopen.
Je kan er ook erg lekker eten en drinken. ‘sMiddags had ik verse gemberthee met limoen en honing geprobeerd. Eigenlijk veel te hip naar mijn zin, maar ik moet gewoon eerlijk zeggen dat het ontzettend lekker was. Aan het eind van de middag was het tijd voor een borrel. En omdat we hier waren vanwege ons verjaardagscadeau van Gertjan, hebben we besteld wat we vroeger met Ingrid dronken. Irene rosé , ik Prosecco. Op jou, lieve Ingrid!
In het restaurant mag je wel mensen kijken.
En wat is dat toch, wat veel koppels doen: elkaars ceintuur om de badjas dragen! Hij een grijze badjas met een rose ceintuur, zij een rose badjas met een grijze ceintuur.
Moet je zo laten zien dat je bij elkaar hoort? En waarom dan! Het komt wel heel dicht in de buurt van ANWBstelletjes. En het waren er zoveel!
Nou ja, als ze daar gelukkig van worden…. Wij zaten met onze eigen ceintuur om onze eigen badjas van onze drankjes te genieten, en van een schandalig lekkere kaasplank en een schaal nacho’s. Heerlijk.
Zo’n hele dag sauna is genieten, en ook een moeder-dochter moment voor ons.
En deze dag was letterlijk een cadeautje!

sauna

Star Wars!

De nieuwe Star Wars film draait momenteel in de bioscoop, deel 8 (de spin-offs even daargelaten). Wat een sensatie was dat, toen de eerste film uitkwam in 1977. Ja, echt al 40 jaar geleden dus. Ook al hield je niet van Science Fiction, je ontkwam er niet aan dat je wist wie Luke Skywalker was, dat prinses Leia haar vlechten als donuts over haar oren had gewikkeld en dat er een bovenmaatse kruising tussen een yorkshireterrier en een beer was, die alleen rare geluiden maakte, maar die men blijkbaar toch kon verstaan: Chewbacca.
Ik hield wel van Science Fiction en vond de film geweldig. Het was nog wel een raadsel waarom ‘ A New Hope’, (dat is de titel dus) gelanceerd werd als deel 4. Had ik de eerste 3 dan op miraculeuze wijze gemist? Nee hoor, het begon echt bij deel 4. Er zouden nog een deel 5 en 6 komen en pas veel later kwamen deel 1, 2 en 3. De iconische Darth Vader, de lichtzwaarden, de ruimteschepen ,de Stormtroopers met hun witte glimmende pakjes, Yoda met zijn omgekeerde grammatica, het was nog nooit vertoond en een daverend succes. Ik was stiekem een beetje verliefd op Han Solo, gespeeld door een jonge Harrison Ford met z’n onweerstaanbare scheve grijns.
In 1999 kwam dan de vierde film uit, dat was eigenlijk deel 1 dus: The Phantom Menace. Tim was toen 8 en hij vond deze film prachtig. Hij was enorm onder de indruk van de hele entourage, de personen, de wezens, de ruimteschepen, de podracers…… Ikzelf vond het ook weer erg leuk. En het was goed te zien dat de filmtechnieken een grote ontwikkeling hadden doorgemaakt in die 20 jaar. Pas toen viel me op dat bijvoorbeeld de Stormtroopers uit de oude films wel een erg hoog plastic-gehalte hadden. De hoofdrolspelers uit The Phanton Menace, Liam Neeson en Ewan McGregor, zeiden in een interview dat ze vroeger ook de Star Warsfilms geweldig hadden gevonden en dat het fantastisch was om nu zelf Jedi te mogen spelen. Ze vertelden dat ze tijdens het oefenen met de lichtzwaarden zelf het ‘vvvvoemmmmmm, vvvoeeemmmmmm’-geluid erbij maakten , omdat ze dat als jongens ook zo mooi hadden gevonden.
Ik vind dat zo leuk en zo goed voor te stellen! Talloze jongens (en meisjes) hebben dat immers gedaan.
Wij hadden inmiddels net een dvd-speler, die de videorecorder moest vervangen. Tim kreeg voor zijn verjaardag The Phantom Menace op dvd, Special Edition. Het was een groot cadeau, de dvd kostte maar liefst 72 gulden. Maar wat was hij er ontzettend blij mee en wat is de film veel gedraaid. Hij staat nog steeds in zijn kast. In 2002 en 2005 kwamen deel 2 en 3 uit. We hebben ze allemaal gezien, Tim en ik. En daarna moesten we 10 jaar wachten op de volgende editie.
In 2015 kwam The Force Awakens uit. Deel 7 dus, de derde trilogie was begonnen. Oude bekenden maakten hun opwachting. Han Solo! Harrison Ford had nog steeds zijn scheve grijns, maar was uiteraard oud geworden. Prinses Leia had haar koptelefoonkapsel niet meer, was nu een oude dame met opgestoken haar. En helemaal aan het eind van de film verscheen nog heel even Luke Skywalker. Het jonge ventje was een bebaarde man met een gegroefd gezicht geworden. Het stokje werd overgenomen door een nieuwe generatie acteurs, die gingen de hoofdrollen spelen. Het voelt metaforisch. Zo gaat het dus, in het echte leven ook. En nu is net in december deel 8 gaan draaien. We wisten dat het sowieso de laatste keer zou zijn dat we prinses Leia zouden zien. Carrie Fisher, de actrice die haar speelt, is inmiddels overleden. In de vorige film was het karakter Han Solo al gesneuveld. En (spoiler-alert!!!) Luke Skywalker blijkt ook zijn laatste rol te spelen in deze film. De oude robots, C3PO met zijn geaffecteerde accent, en de leuke R2D2 die alleen maar bliepjes en piepjes spreekt, waren er nog. Maar er was ook een onweerstaanbaar leuk nieuw robotje verschenen, al in de vorige film, BB8. Bizar dat je robots leuk en zelfs schattig kan vinden en medelijden hebt als ze wat overkomt, maar bij Star Wars kan dat.
Op Tweede Kerstdag zat ik in de bioscoop met inmiddels 3 generaties publiek. De mijne, liefhebbers van het eerste uur. De generatie van Tim, die bij de 2e trilogie aanhaakten en toen ook de 1e terugkeken. En de nieuwste: kinderen, die nu de leeftijd hebben dat ze geïnteresseerd raken in Star Wars en er weer net zo enthousiast over zijn.
Ik ga geen reviews over de films schrijven. Zelfs diehard- fans zijn onderling zo verdeeld over welke films wel en niet goed zijn, welke karakters wel werken en welke er beter weggelaten hadden kunnen worden, daar kom je nooit uit. Het belangrijkst is dat ik ze gewoon leuk en mooi vind om naar te kijken. Omdat er zoveel inzit. De klassieke strijd tussen goed en kwaad. Een fantasy-sfeer die toch geloofwaardig is. De uitgesproken karakters, waarmee je je kan identificeren. De prachtige filmtechnieken waardoor sommige scènes overweldigend zijn. De epische muziek. Ik kijk alweer uit naar deel 9, de laatste van deze trilogie. Maar daar moeten we nog 2 jaar op wachten.
Afgelopen voorjaar heb ik met Tim thuis een Star Wars-marathon gehouden. Alle films in chronologische volgorde, in 2 dagen tijd. Met bijpassende hapjes en drankjes en zelfs Star Wars servetten. Het was superleuk. Een volgende keer is de marathon al weer langer, want dan hebben we deze nieuwe natuurlijk ook op dvd.
Wat ons ook zo aanspreekt is dat je niet weet hoe het verder zal gaan. De films zijn niet gebaseerd op een boekenserie of op bestaande verhalen. Alles kan nog gebeuren. Niks is voorspelbaar. Star Wars blijft gewoon verrassen. Al generaties lang

starwarsfoto

Kringloop

Deze ochtend loop ik de Kringloopwinkel binnen. Ik heb Berts favoriete bierglas gebroken en wil daar even kijken voor een nieuwe. Die hebben ze niet. Wat ze wel hebben is een heleboel herkenbaars. Serviesgoed van vroeger. Soepkoppen die ik ook had in 1984. Kop- en -schotels die bij het eetservies van mijn ouders hoorden.
En een heleboel dingetjes die mijn moeder vroeger zo mooi vond. Tinnen maatbekertjes, porseleinen koffiekopjes. Een rookverdrijver (wat tegenwoordig trouwens sfeerlichtje heet). Een houten stoof met een aardewerk tesje erin. Niet een antieke, maar een exemplaar uit de jaren ’70, toen retro modern werd. Een sier-keteltje voor op de gaskachel. Dekschalen voor aardappels en groente. Theeglazen in een houdertje.
Allerlei spulletjes die we vroeger thuis hadden, verzameld door mijn moeder.
Net zoals ik nu spulletjes in huis en op tafel zet, die ik mooi vind.
Zelf gekocht en cadeau gekregen. Het heeft meer waarde dan ‘spullen’. Het bepaalt mijn woonsfeer, mijn omgeving. Het zegt ook iets over de aandacht die mensen voor mij hebben, als ik iets krijg waarvan de gever weet dat ik er blij mee zal zijn.
Ik denk aan mijn moeder, die dat ook zo gevoeld heeft. Er komt een groot gevoel van weemoed over me. Wat blijkt alles vergankelijk…. De spullen die
deel uitmaakten van haar sfeer, zijn nu voor €0,50 te koop in de Kringloopwinkel. Afgedankt, weggedaan. Ze doen er niet meer toe.
Zal het met mijn spulletjes ook zo gaan? Ongetwijfeld. Dingen die voor mij van waarde zijn, komen mijn kinderen later tegen op de rommelmarkt.
En dan zullen ze ook zeggen: Och kijk, dat vond mama zo mooi….
Maar dan bedenk ik ineens dat het niet erg is. Want het is niet de herinnering die te koop staat voor € 0,50 , maar de spulletjes. Die dan opeens toch gewoon maar ‘spulletjes’ zijn. De herinnering is onbetaalbaar.
Het gevoel van weemoed verdwijnt en ik glimlach in gedachten naar mijn moeder als ik eventjes een lepelvaasje oppak. Mooi he mam?
Ik zet het weer neer, ik heb het niet nodig. En het was ook niet van mijn moeder zelf, ze had alleen een vergelijkbare.
Ik loop de winkel weer uit. Onverrichterzake. Of misschien toch niet. Ik grijns in mezelf over hoe filosofisch ik werd in de Kringloopwinkel.
Iets over de kringloop van het leven…….

images

Voor het eerst weer

Voor het eerst kijk ik weer ècht uit
naar Kerstmis vieren met elkaar,
naar voorbereiden en versieren
Voor het eerst in vijf jaar
Natuurlijk, ik vierde wel kerst
en wilde wel plannen maken
maar diep, heel diep van binnen
kon het me niet meer raken
Ook al waren we met elkaar
ik voelde zo’n verdriet
Ik was met mijn liefste mensen
maar zij, zij waren er niet
Nooit meer Jan Willem, met zijn brede lach
die druk aan het koken was
Nooit meer Nel met haar lieve gezicht
als ze het Kerstevangelie las
Nooit meer Pa met zijn bijdrage voor
likeurtjes en goede wijn
Nooit meer Ma, die zo intens genoot
van het gezellige samenzijn
Het voelde als een gat in mijn hart
en God, wat deed dat zeer.
Het dagelijks leven ging heus wel door
Maar het leek niet zo zinvol meer
om extra te vieren en moeite te doen,
het voelde niet echt als een feest.
Ik voel me gezegend met mijn gezin
maar miste zo wat was geweest….
Zou het dan toch waar zijn:
‘de tijd heelt alle wonden’?
Dat ik, ondanks het grote gemis
mijn vreugde weer heb hervonden?
Ik versier een boom, bedenk een menu
en heb daarin weer plezier.
En ik verheug me op 1e kerstdag
we krijgen weer gasten hier!
Het verdriet blijft ,maar de rouw is voorbij
ik denk aan hen met een glimlach
En het voelt voor mezelf dat ik eindelijk weer
ECHT zin in Kerst hebben mag

1980

 

Naar Londen (deel 3)

De volgende ochtend wederom op tijd wakker. Ik had niet best geslapen, was de hele nacht aan het jakkeren geweest in mijn dromen om vliegtuigen en boten te halen, kinderen thuis te brengen en auto’s op te halen. En niks kwam tot een goed eind natuurlijk. Zeer vermoeiend. Gelukkig was daar nogmaals het Nespresso apparaat, voor de ‘smorgens zo noodzakelijke caffeïneshot.
Het ontbijtbuffet was net zo uitgebreid als de vorige dag, alleen stond de pancake- machine er niet. Maar er was zoveel keus dat ik een ander ontbijt dan zondag kon samenstellen, het bleef luxe.
Toch was het daarna tijd om uit te checken, in de middag zouden we weer op het vliegtuig naar huis stappen.
Op de factuur was te zien dat Bert een soort doktershandschrift heeft, hij heette anders en ons adres was ook gewijzigd.

factuur

Geeft niks, alles was toch al betaald, dus dik in orde.
We zouden weer met de metro, dit keer richting Westminster, maar eerst stapten we in de traditionele rode dubbeldekkerbus. Een weekend in Londen en niet in zo’n bus, dat kan natuurlijk niet.
Daarna dus met de metro naar station Westminster en de stad weer in.
We liepen over de Westminster Bridge en waren daar op de juiste tijd om de dubieuze schaduw van de balustrade te zien…. uiteraard moest dat even op de foto.


Ik ben dan wel 56, maar ik moest er best om giechelen. En natuurlijk was ik daarin niet de enige.
We zagen the London Eye, het enorme reuzenrad en overlegden even of we daar nog in zouden gaan. Ik zag het niet zo zitten, zo opgesloten in een glazen eitje en dan zo vreselijk langzaam en hoog boven Londen draaien.

London Eye

Bert hoefde ook niet zo nodig, dus we gingen niet. Wat we wel gingen was Westminster Abbey bekijken en we waren onder de indruk. Het is echt een kathedraal, prachtig!

Westminster Abbey.jpg
We liepen er om heen en kwamen in een schoolyard terecht. Die van The Royal College of St. Peter in Westminster.

school

Er was blijkbaar net een leswisseling, want verschillende deuren gingen open en groepen studenten kwamen naar buiten. Het was alsof we in een scene van Harry Potter terecht waren gekomen. Keurige jongens en meisjes in uniform, alleen de ‘robes’ ontbraken. Ik vond het niet netjes om foto’s te maken, dus dat heb ik ook niet gedaan, maar stilletjes verbaasde ik me en keek eigenlijk mijn ogen uit. Het bestond dus echt! De studenten keurden ons geen blik waardig, ze zijn natuurlijk helemaal gewend aan toeristen. Ik voelde me haast een beetje sjofel, naast al die keurig geknipte jongens en stijlvol gekapte meisjes, in zwart met witte uniforms met stropdas. Alle jongens in pak, alle meisjes in rok met blazer. Ik kan me dat hier in Nederland niet voorstellen.
We liepen de schoolyard door en kwamen in de buurt van the House of Parliament en de BigBen. Zoals we tevoren wisten staat die de komende vier jaar in de steigers voor onderhoud. Jammer, maar we gingen geen vier jaar wachten met naar Londen gaan. Kunnen we beter later nog een keer.


Het was mooi zonnig weer, dus we wandelden lekker. We liepen ook nog over the SouthBank, en hadden een prachtig uitzicht op the House of Parliament.
En daar kregen we trek van, tijd voor koffie met wat lekkers. We stapten binnen bij “Pret”.  Voor een Nederlander is dat natuurlijk een leuke naam.
Bert haalde cappuccino en een koffiebroodje.
Het was er best druk en een security-officer die nog aan zijn dienst moest beginnen vroeg of hij bij ons kon komen zitten. Uiteraard kon dat, maar Bert zag daar gelijk een mooie kans in om een verhaal te beginnen over dat het maar goed was dat ik enige begeleiding kreeg van een beveiliger. Prompt ging de man daar op in, het verhaal werd steeds gekker en uiteindelijk werd ik gierend op de foto gezet, met beveiliger en al.


Daarna kwam het gesprek op motoren. De man woonde oorspronkelijk in Spanje en miste, vanwege het weer in Londen, het motorrijden. Nou, daar hoef je met Bert geen twee keer over te beginnen, dus al gauw was ik helemaal vergeten en waren de heren druk in gesprek over motoren, welke merken en wat de beste plekken op de wereld zijn om te rijden. Kon ik toch nog zonder begeleiding mijn broodje opeten en koffie opdrinken.

pret.jpg
De man ging aan het werk, en wij gingen zo langzamerhand richting vliegveld. Eerst met de metro en daarna met de trein. We zagen weer heel andere delen van Londen op deze manier. We reden langs Poplar. Wij hebben met veel plezier de serie Call the Midwife gevolgd, die zicht afspeelt in de jaren 50 en 60 in Poplar. Zo te zien was er sinds die tijd heel veel veranderd, het zag er nu supermodern uit.

poplar
Er waren enorm hoge torenflats, ik werd er naar van. Niet alleen kantoren, ook woonflats waarbij het lijkt alsof iedereen in een laatje van een enorme kast woont.
We stapten uit op station City Airport, dus waren gelijk op de plaats van bestemming. Deze keer ging het een stuk vlotter, ook omdat dit een veel kleiner vliegveld is als Schiphol.
Alleen werd ik toch weer bij de douane eruit geplukt, met blote voeten en al. Mijn tas was opzij gezet, en ik zag dat bij Bert hetzelfde gebeurde.
Het bleek dat de scanner vloeistoffen in onze tassen had gedetecteerd. Maar het bleken de lege flesjes van de Gin en de Bowmore te zijn, die we als souveniertje hadden meegenomen. Niks aan de hand dus.
We hadden nu rustig de tijd om wat te winkelen en we maakten restje ponden op aan chocola en christmascookies.
Daarna gingen we nog even in het restaurantje een panini eten, Bert met een laatste pint Ale, en ik met een laatste small Cider. Alleen had ik zo’n dorst (hartige panini) dat ik nog wel een small Cider lustte. Had ik dus net zo goed in 1x een pint kunnen nemen. Bert twijfelde toen ik nog wou bestellen, hadden we nog wel genoeg tijd voordat we naar de Gate moesten? Hij leek mij wel. Maar ik wees op het bordje pal achter hem: Gate 1. Daar moesten we zijn, we zaten er zowat dus middenin.
Ook nu gingen we niet door een slurf, maar een trap op , het vliegtuig in . Tevoren had ik tegen Bert gezegd: op de terugreis wil ik wel bij het raampje zitten.
Dat is goed, zei Bert ruimhartig. Nou, daar was ik erg blij mee!

raampje
We hadden een voorspoedige vlucht, op Schiphol ging alles vlot, dus de terugreis had veel minder voeten in de aarde dan de heenreis.
Onderweg nog gegeten bij vd Valk, het was inmiddels 7 uur en we hadden alweer trek. Bovendien was het nog even een gezellige afsluiter.
We waren tegen half 10 thuis en daar was Tim nog gezellig, die had voor alle dieren gezorgd. Hij besloot nog een nachtje te blijven slapen dus we konden nog
samen even wat drinken, verhalen doen en hem alvast z’n cadeautje geven.
Ja Irene en Jan, als jullie dit lezen, voor jullie hebben we uiteraard ook wat meegenomen! Jullie drietjes hebben er tenslotte voor gezorgd dat wij een geweldig weekend in Londen gehad hebben!
Het is echt fantastisch geweest.

 

Naar Londen (deel 2)

We waren volgens de klok al vroeg wakker. Thuis nog maar net aan de wintertijd gewend, was het hier nogmaals een uur vroeger. Dus om kwart over 7 zaten wij alweer rechtop in bed. Ik had gezien dat er in een open kastje een Nespresso apparaat stond. Met een gebruiksaanwijzing in 7 stappen. Nou, dan zou ik maar eens uit bed komen om die 7 stappen te doorlopen . Mijn voeten protesteerden wel een beetje toen ze de grond raakten, ze waren nog moe van gister. Maar de zachte vloerbedekking voelde goed. Ik presteerde het, ondanks de 7 stappen, om het apparaat te vroeg in te schakelen, zonder capsule, het ding bromde en kreunde en ik had geen idee hoe het uit moest. Dat was vast stap 8. Dan de stekker er maar uit, dat helpt altijd. Poging 2 leverde een keurig kopje koffie op. Ik vond eigenlijk dat George Clooney het zelf wel even had kunnen brengen vanmorgen. Maar ook in het Holiday-Inn is er een grens aan luxe.
We dronken onze koffie, terwijl we een plan maakten voor de activiteiten van die dag en gingen daarna naar beneden voor het ontbijt. Op onze vouchers stond heel gezellig een gekookt eitje,
ontbijt

maar dat was nou net het enige wat niet op het buffet stond. Wel roerei, gebakken ei, champignons, tomaten, bacon, 2 soorten worstjes, witte bonen in tomatensaus, hashbrown (aardappelkoekjes) en blackpudding (bloedworst)
Afgezien van de eieren allemaal dingen die ik nooit bij het ontbijt eet. Bert vindt dat wel heerlijk, dus die maakte een bord wat bij het avondeten niet zou misstaan. Maar je kon ook toast maken, er waren tig soorten broodjes en koffiebroodjes, je kon pancakes maken, er was vers gesneden en ongesneden fruit, yoghurt, allerlei granen, muffins, verschillende sapjes, melk, koffie, thee, jammetjes, vleesbeleg, kaasjes……
Ik liet me helemaal gaan en heb een 3-gangen ontbijt gehad en  nog lang niet alles geproefd. Morgen weer een kans.
Vanaf het hotel was het een kort stuk lopen naar het metrostation en we hadden inmiddels via een folder uitgevonden dat je daar gewoon met je bankpas kon in- en uitchecken. Als je tenminste de functie ‘contactloos betalen’ erop had zitten, en dat hadden wij.
De metro is zowel underground als overground. Ik vond het een eng idee om in een tunnel onder de grond te zitten, maar ik moet niet overal zo over zeuren, dus ik ging gewoon mee. Mensen gaan al sinds 1863 door die tunnels, dus het zal allemaal wel meevallen.
En dat was ook zo. Het is wat gepuzzel of je de Districtline, Circleline of Cityline moet nemen, maar uiteindelijk kom je wel op de plaats van bestemming.
Het was erg gezellig, want er was een groepje Zuid-Amerikaanse mannen “La Bamba” aan het spelen en zingen:

….Para bailar La Bamba
Se necessita una poca de gracia
Una poca de gracia
Para mi, para ti, ay arriba, ay arriba…

De stemming zat er lekker in.
We stapten uit op South Kensington, dat was vlak bij het National History Museum. Het was goed dat we vroeg waren, want er stond al een rijtje voor de ingang.
Het gebouw was van buitenaf al adembenemend mooi. De bouw was gestart in 1873, en in 1881 werd het museum officieel geopend. Victoriaanser als dit gebouw kan bijna niet.

mooi

Ik kreeg werkelijk kriebeltjes in mijn buik, ik ging er nu echt heen! Zolang al was dat mijn wens en het leek erop dat ik niet teleurgesteld zou worden.
Londen was al aardig in kerstsfeer, er was een ijsbaan naast het museum, met een grote kerstboom en een ouderwetse caroussel. Maar wij sloten aan in het wachtrijtje, er werden iedere keer groepjes mensen doorgelaten. Twee mensen voor ons waren druk met foto’s maken en ze liepen niet door toen het kon. Uiteindelijk kon ik me niet bedwingen en liep langs hen heen en sloot weer aan bij de rij. Zij volgden ook weer en ik voelde me best lullig dat ik voorgekropen was. Bert zette me op de foto, met het museum op de achtergrond. Toen vroeg de man, die ik gepasseerd was, heel vriendelijk of hij een foto van ons samen zou maken? Tja, iets met vurige kolen op mijn hoofd stapelen enzo… Ik ga nooit meer voordringen.
We mochten naar binnen en het was MOOI!!! Alles, werkelijk alles van het gebouw was mooi. De muren, plafonds, vloeren, pilaren, ik keek mijn ogen uit.

Er waren oude vitrines van roodbruin hout met glas, nog uit de begintijd van het museum. Zo kon je ook goed zien hoe vroeger geëxposeerd werd. Dieren werden gedood om in een museum tentoongesteld te worden. Ook al werd ik wat triest van dat idee, ik vond toch het fantastisch om al dat ouds te zien . Ik beleefde een stukje geschiedenis. Er was een grote vitrine met een boom met honderden opgezette kolibries bijvoorbeeld. Een vitrine met vleugels van grote vogels, losse koppen, botjes, schedels. Een nota-bene Nederlandse uitgave van het wereldschokkende The Origin of Species van Darwin.

Er was…. ach het moet geen blog van 6 pagina’s worden, dus ik moet maar gewoon vertellen dat er heel veel was, ik lang niet alles gezien heb, dat ik het erg indrukwekkend en  fantastisch vond.
In het begin van de middag begon het erg druk te worden met rennende kinderen, dringende ouders en gestruikel over kinderwagentjes. En omdat ik al zoveel prachtigs gezien had en echt genoten had van het gevoel daar te zijn, besloten we weer naar buiten te gaan.
We zochten maar weer een pub op om te lunchen, deze keer met een sausage-ciabatta with onionchutney, Bert met een pint, ik met een cider.
Daarna zouden we naar Buckingham Palace lopen. Maar er was een evenement waar de Queen ook aan meedeed en het was erg druk die kant op. Het was een herdenking zoals bij ons op 4 mei, zagen we later. Daarom gingen we eerst naar Covent Garden. Een overdekte markt met kraampjes en winkeltjes. Ik had op internet gezien dat het leuk moest zijn, dus daar moesten we heen. Het was te lopen en dat deden we. We liepen langs een winkel met  1000 soorten whisky. Ja, daar moesten we natuurlijk wel even naar binnen, ook al konden we niks meenemen in verband met de vliegreis terug.

whiskey

Bert was als een kind in een snoepwinkel, maar ik was ook wel onder de indruk, al drink ik geen whisky. Er was zelfs een fles van 4.000 pond….. Uiteindelijk hebben we 2 miniflesjes gekocht voor ‘savonds op de kamer, Bert een Bowmore van 18 jaar oud, en ik een flesje Gin.
Toen door naar Covent Garden. Eigenlijk vond ik dat erg tegenvallen. Het was er loeidruk, maar ik vond de kraampjes en winkeltjes niet interessant. Dus daar waren we gauw klaar. De aangrenzende winkelstraat nog even doorgelopen en toen toch door naar Buckingham Palace. Het weer werd grauw, dus het paleis leek dat ook. Tot mijn teleurstelling stonden er geen mannetjes in rode pakjes met zwarte berenmutsen op wacht, maar mannetjes in een lange uniformjas en een pet op.
Maar het was mooi om het paleis te zien, het monument voor Victoria en ook om langs de lanen te wandelen.

De parade en herdenking waren voorbij, dus we hadden alle ruimte. Eigenlijk wilden we ook nog naar the House of Parliament en de Big Ben, al wisten we dat die laatste in de steigers staat momenteel.
Maar och die arme voetjes, na weer een hele dag op stap deden die zo’n zeer….. En we waren moe, dus toch maar met de metro weer terug naar het hotel.
Het idee was om even uit te rusten, op te tutten en dan een restaurant op te zoeken. Maar we zagen niks leuks meer in de buurt en we konden vandaag ook in het restaurant van het hotel eten, dus we besloten dat te doen.
Er bleek een bruiloft te zijn in het hotel, voor ons bijzonder op zondag. Er liepen wat prachtig aangeklede mensen langs,leuk om te zien. Ik probeerde uit te vissen wie de moeder van de bruid was en vroeg me af of ze net zo happy zou zijn als ik was op 23 februari.
We hebben steaks gegeten en ik had carrotcake met citroenroom na, dat was zo lekker!
In de lounge was een computer met printer vrij te gebruiken voor gasten, en we besloten alvast in te checken voor de vliegreis van morgen. Hoefden we daar ook niet in de rij te staan. Ik ging met de lift naar boven om de papieren te halen , en uiteraard ook weer naar beneden. Toen de liftdeur openging stapte ik naar buiten en stond ineens midden tussen de bruiloftsgasten en zag nu ook de bruid voor het eerst. De hele ruimte stond vol mensen met glazen drank in de hand. Waar waren die ineens nou zo snel vandaan gekomen? Ik keek achterom naar het bordje boven de lift: First Floor. Ah, vandaar, ik was te vroeg uitgestapt….. Ik voelde me erg opgelaten en stilletjes verwijderde ik me achterwaarts uit het feestgedruis en stapte weer in de lift. Ik moest nog een verdieping naar beneden. Ground Floor.  Dat was wel de goeie.
We moesten in de lounge  even wachten op een Noorse meneer die probeerde zijn email op te halen, maar de blauwe balk bleef steken op 89% (ja ik heb onbeschaamd meegekeken vanuit mijn stoel, maar ik kan toch geen Noors lezen) en na 5 minuten was hij het zat (ik al veel eerder)  en ging weg. Toen konden wij inchecken en dat ging vlot! Het kan heus wel hoor.
Toen weer naar onze kamer, de mini-flesjes moesten open! En leeg. Ook dat lukte vlot.
Nog 1 nachtje en een ochtend in Londen, en dan naar het vliegveld voor de terugreis.

…. wordt vervolgd

Naar Londen (deel 1)

Al jaren loop ik te roepen dat ik graag een keer naar Londen wil. De stad bekijken en zeker een bezoek brengen aan het Natural History Museum. Dat had ik alleen nog op tv en in een film gezien, maar was daar zelfs al van onder de indruk.
Alleen, het kwam er maar niet van om ook daadwerkelijk een weekend te gaan. Tot de kinderen het heft in handen namen en ons voor onze verjaardagen een aanzienlijke bijdrage gaven voor een trip naar Londen. Ja, toen “moesten” we wel…..
Alles netjes tevoren geregeld, vlucht van Schiphol naar London City Airport, 2 nachten in een hotel redelijk in het centrum, vrijdag thuis al online ingecheckt, off we go! Spannend, want wij zijn geen doorgewinterde vliegers.
Zaterdagochtend om half 7 reden we weg (deze keer vrijwillig mijn uitslaapochtend opgegeven) en om 9 uur waren we op de parkeerplaats van Schiphol.
Het viel, ondanks dat we gereserveerd hadden, nog niet mee om een plek te vinden, maar Bert wist toch nog ons kleine autootje tussen 2 nogal asociaal geparkeerde stationcars in te wringen. We waren zo slim om te noteren op welke rij we stonden, anders hadden we het maandagavond vast niet meer geweten.
Met de shuttlebus naar de vertrekhal. Wij zouden vliegen met British Airways, dat was halte 2, vertrekhal 3. We waren erg ingenomen met onszelf dat we alles zo goed begrepen. In vertrekhal 3 was het verschrikkelijk druk. Op de infoborden konden we lezen dat onze vlucht vertrok vanaf Gate D31. En er hingen gele bordjes met de gatenummers. Alleen, waarom stond er een rij tot aan Tokio? Nette mensen als wij zijn, sloten we achteraan aan. Tot mij een licht opging: dit was de incheckrij. En we hadden thuis al ingechekt! Ik stapte uit de rij om even na te gaan of dat ook inderdaad klopte en ja, er was een looppad om de rij heen, dat daadwerkelijk naar de Gates ging. Ik plukte Bert uit de rij en opgelucht liepen we de goede kant op. Volg de pijlen voor D 1- 57. Ho, we konden ineens niet verder, er werden ter plekke paaltjes met lint ertussen neergezet. Maar niet aangegeven waar we dan wel heen moesten. Ik ging het maar even vragen aan een geüniformeerde mevrouw en die zei: “Vertrekhal 2!”
O. Nou vooruit dan maar. Hadden we dus beter daar uit de bus kunnen stappen, maar ja, wij wisten het niet. Het was een enorm eind lopen, maar we kwamen er.
Eerst langs de douane. We werden 2 verschillende kanten uitgedirigeerd, Bert en ik, maar we deden gedwee wat de douane zei.
Ik legde mijn tas, zakje met toiletspullen en mijn jas in de plastic bak. “Wilt u uw laarsjes uitdoen” , vroeg de douanier. Laarsjes in de bak. “En uw sjaal afdoen?”  Sjaal in de bak. “En uw vest uittrekken?”  Ja zeg, hoever ging dit! Ik stond op blote voeten letterlijk in mijn hemd. “U mag slechts 1 laag kleding aanhebben”.  Ik wierp een blik op Bert, die stond daar in een soort tijdcapsule, gewoon met schoenen aan en een trui over zijn t-shirt. Ik ging maar niet de discussie aan, maar stapte in mijn eigen tijdcapsule om gescand te worden. De voetafdrukken waar ik op moest staan, stonden ver uit elkaar, dus ik stond als Mevrouw Wijdbeens in dat ding en moest ook nog mijn armen omhoog houden. Maar het resultaat was blijkbaar bevredigend want ik mocht er weer uit. Ik zag dat Bert ondertussen gefouilleerd werd, dat had ik dan weer niet. Kwam van al die lagen kleding natuurlijk.
Ik had het inmiddels koud, dus was blij dat ik mijn laarsjes, vest en sjaal weer aan mocht. Digitale paspoortcontrole! Het wordt ook steeds moderner allemaal.
Weer in een soort hokje. Paspoort in een scanner en op het scherm verscheen “Kijk hier”. Ja ik kijk. “Kijk hier” Ja, ik kijk toch! “Kijk hier” Ik keek inmiddels boos en dat matchte blijkbaar met mijn pasfoto want ineens werd het lichtje groen en mocht ik eruit.
Bert had nog langer werk om erdoor te komen, die zette zijn bril maar eens af en weer op , maar uiteindelijk mocht hij ook doorlopen.
We waren binnen!
Het had al met al erg lang geduurd, dus van de geplande shoppingtour op Schiphol kwam niks meer. Bert had nog tijd om een motorblaadje te kopen (wat vervolgens het hele weekend niet meer uit z’n tas is gekomen) en ik kon nog even plassen. Ook daar stond weer een rij, ik stapte wat naar achteren om iemand die uit het toilet kwam de ruimte te geven, maar stond toen tegen een wastafel aan en te dicht bij de sensor van de kraan, dus ik kreeg een gratis rugdouche.
We hadden ook nog wel zin in koffie, dat kon vast nog net. Bij zo’n kioskje bestelde ik een medium cappuccino en ik vond dat Bert er te lang over deed om een keus te maken dus koos ik voor hem een medium ristretto. Klonk wel als goede koffie vond ik, geen idee wat het was. Het bleek dus een eierdopje koffie te zijn, ik vraag me werkelijk af wat een small ristretto is. Bert was sip (terecht) maar kon het nog omwisselen voor een Americano. Dat was een normaal formaat. Maar veel te heet, dus we kregen het niet op , we moesten naar de gate. Die was nog ver! Koffie mee, tas en jas over de schouder en via de loopbanden (mind your step) naar D31, die was echt helemaal achteraan.
Onderweg de koffie nog opgedronken en bekertje weg kunnen gooien, en bij de gate konden we vrijwel direct “boarden”
“Ah mrs. Fenbloeis, welcome. We changed your seat, you have another number” O, nou prima hoor. Ik hoorde Bert, die door iemand anders geholpen werd, vragen: “But can I sit next to my wife?” Ik vond dat zo lief klinken. Maar gelukkig waren ze niet van plan om ons te verspreiden door het vliegtuig, dus we konden inderdaad gewoon naast elkaar zitten.
Het was vreselijk warm in het vliegtuig. En vanwege het gehaast tierden de opvliegers ook weer welig. Dus deze keer vrijwillig mijn vest uit en sjaal af en ik zat in mijn topje alsof we naar de Bahama’s zouden vliegen in plaats van naar het koude regenachtige Londen.
Er speelde zacht klassieke muziek, er zaten veel zakenmensen in het vliegtuig, het voelde allemaal erg stijlvol. Maar ik was ook wel zenuwachtig, ik vind vliegen nog steeds erg spannend.
De purser had een Indiaas accent. “Koetmonning Líddies int Tjintelmin ” Deed me direct denken aan de serie “O moeder wat is het heet” van vroeger. Misschien was het daarom zo warm in het vliegtuig.
Hij vertelde dat we eerst een kwartier zouden taxiën voor we op konden stijgen. Vooruit dan maar. Voor mijn gevoel kachelden we over de baan, maar het zal beste een aardige snelheid geweest zijn. Het duurde lang, dat kwartier, maar dat kwam door mijn zenuwen. Nu zaten we in het vliegtuig en gingen we nog niet vliegen.
Het was een raar gezicht, er moesten nog veel meer vliegtuigen van die startbaan opstijgen en we reden letterlijk in een file erheen.
Uiteindelijk maakten we met loeiend geluid vaart, ik kneep zowel mijn handen om de leuning, als mijn ogen dicht en ik voelde dat we van de grond kwamen, direct druk op mijn oren. Toen allerlei bochtjes en ik werd echt een beetje misselijk. Maar uiteindelijk vlogen we dan redelijk stabiel, al hobbelde het soms wel wat. Bert zat blij te vertellen wat hij allemaal zag uit het raam, ik vond het fijn voor hem dat hij wel kon genieten. Maar toen we boven de wolken kwamen, in het zonlicht, voelde ik me rustig worden. Zulk licht zie je normaal niet, het deed zowat hemels aan.
Er kwam een steward voorbij, we kregen drinken en een snackje aangeboden. Ik was verrast, had niet gerekend dat dit inbegrepen was. Ik voelde me een beetje kinderlijk dat ik om half 12 smorgens al aan de cola en chips zat, maar ik knapte er wel van op.
En het zakje chips was zo leuk!

crisps

Het zijn de kleine dingen die het doen, zeg maar.
Toen we bij Londen waren konden we niet landen, omdat we later vertrokken waren (in verband met de lange taxirit) dus moesten we nog een paar rondjes over zee maken. Daar werd ik niet zo blij van, maar uiteindelijk daalden we echt en landden we zonder problemen op London City Airport.
Er kwam een mannetje achter een verrijdbare trap aansjouwen, hier was geen slurf. Dus als celebrities daalden we de vliegtuigtrap af, alleen stond er op het vliegveld geen juichende menigte, laat staan een persfotograaf. Anticlimax.
Nogmaals door de douane, nu gebeurde er helemaal niks op het scherm bij de paspoortscan. Maar ik bleek het paspoort verkeerd om op de scanner gelegd te hebben. Had ik moeten weten, in Engeland is immers alles precies andersom.
We konden zo vanaf het vliegveld naar het treinstation lopen. Bert sloot netjes aan in een rijtje voor het loket “Service and Information”, om een Oystercard te kopen, de Engelse OVchipkaart. Er stond een mevrouw te zwaaien achter degene die het loket bediende, maar we hadden geen idee naar wie. Het rijtje werd korter en Bert stond uiteindelijk vooraan.
Hij haalde adem om zijn tevoren zo zorgvuldig ingestudeerde Engelse vraag te stellen maar “KLAP” het loketscherm ging dicht. Stomverbaasd stonden wij te kijken naar een dicht loket. De klok erboven wees 12.00 uur. Lunchpauze klaarblijkelijk.
Lichtelijk gegeneerd, want je voelt je enigzins voor aap staan, bij het loket weggestapt en naar een ticketautomaat gelopen, waar we voor ons beiden een dagkaart kochten.
Gelukkig was de conducteur van de trein wel behulpzaam en we zijn helemaal zonder gedoe in het centrum van Londen gekomen.
Het eerste waren we op London Bridge, en van daaraf zagen we de Tower Bridge. Het Londengevoel was er dus direct! Het weer was erg grauw ,maar ons humeur niet en als echte toeristen maakten we foto’s van elkaar op London Bridge, met op de achtergrond de Tower Bridge.

bridge

Maar Bert haalde steeds de namen van die 2 bruggen door elkaar, zodat de rest van onze dagbesteding nogal verwarrend verliep. Overigens zei ikzelf steeds de Big Ben in plaats van de Tower Bridge, dat maakte het er allemaal niet duidelijker op. We namen een lekkere lunch in een gezellige pub, dat maakte het vakantiegevoel nog groter. Daarna gingen we verder de stad in.
Ik was erg onder de indruk van alles, ik vond Londen overweldigend. Zo druk en vooral zo verschrikkelijk vol gebouwd met enorme hoogbouw. Het duizelde me op een gegeven moment en ik wilde eigenlijk wel naar het hotel, inchecken en even uitrusten.
Met de metro naar Whitechapel, waar ons hotel stond. We zagen alleen niet waar, ook al hadden we het adres bij de hand. Het bleek in een voormalige methodistenkerk te zitten. Het zag er niet uitnodigend uit, de deuren waren matglas en je moest aanbellen om naar binnen te kunnen. De receptie was een kale witte balie, erg sfeerloos allemaal. Daarachter zagen we de appartementjes, die zagen er gelukkig wel aantrekkelijk uit. We werden netjes ontvangen door de receptioniste, ik overhandigde de reseveringsbevestiging, zij streepte de naam af op een lijst en stopte Bert een groot papier onder de neus wat hij moest tekenen. De algemene voorwaarden. We trokken even onze wenkbrauwen op, maar toe maar. Toen vroeg ze om 200 pond borg. Jemig, ik vond het nogal een bedrag! Maar borg, dat kregen we toch wel weer terug, we waren niet van plan de kamer te verbouwen. Maar er was een groot probleem. De borg moest voldaan worden per creditcard. En wij hebben geen creditcard. Contant geld namen ze niet aan en we konden ook niet pinnen. Ik stond stomverbaasd. Netjes gereserveerd èn betaald, en nou konden we niet inchecken! Er stond in de kleine lettertjes wel iets over die 200 pond borg, maar niets over de verplichting van een creditcard. De supervisor kwam erbij. De man legde ons  hun ‘policy’ uit. Ze hadden blijkbaar slechte ervaringen met huurders. Ik voelde het prikken achter mijn ogen. Ik was moe, het was allemaal zo enerverend geweest vandaag en nu hadden we ineens geen hotel! Bert ging bellen met Booking.com, stond eerst eindeloos in de wacht maar kon uiteindelijk een Engelse medewerker spreken. Uitgelegd, supervisor aan de lijn gegeven, maar het resultaat bleef nee. De supervisor verontschuldigde zich dat hij zich aan die creditcard regel moest houden, wij waren ‘descent people’ (altijd fijn om te horen) maar hij kon er niks aan veranderen. Booking.com zou contact opnemen met het hoofdkantoor van het hotel (er waren 5 vestigingen in Londen) en wij zouden weer teruggebeld worden.
De supervisor adviseerde ons om even een gezellige pub op te zoeken, wat te drinken en even te ontspannen, er zou wel een oplossing komen.
We namen die raad aan, even verderop in de straat was inderdaad een leuk tentje en we dronken daar samen een biertje. Ik probeerde mijn zorg een beetje los te laten, we waren nu immers een weekend weg en ik wilde dat niet laten bederven.
Maar we werden niet teruggebeld. Weer terug naar het hotel, waar de supervisor ons vertelde dat het hoofdkantoor geen toestemming had gegeven. We konden daar dus niet verblijven. Uit ellende nogmaals Booking.com gebeld, (weer lang in de wacht) en weer een andere medewerker aan de lijn. Weer het hele verhaal gedaan, weer de supervisor laten uitleggen. De medewerker zou een alternatief voor ons zoeken en terugbellen. Maar al wie er belde, geen medewerker. (niemand anders ook trouwens)
Bert werd het spuugzat. Hij googlede op zijn telefoon en had in 3 klikken een hotel gevonden dat op loopafstand was en  kamers vrij had. Een Holiday-Inn maar liefst. Niet ons soort prijzen normaal, maar omdat het last minute was, was de prijs gehalveerd. “We gaan er zelf heen” zei Bert resoluut. “Als ik het in 2 tellen kan vinden snap ik niet dat Booking.com zoveel moeite heeft”. Ik was het er helemaal mee eens, de tranen zaten hoog en ik wou een plek hebben!
We liepen de straat af naar het Holiday-Inn en daar was gewoon een gastvrije ingang, zonder dat je hoefde aan te bellen.
Bij de receptie stonden 2 vriendelijke jonge mannen die ons verhaal aanhoorden en al onze zorgen wegnamen door te zeggen: “Yes, we have a room for you”. Ik kon ze wel omhelzen. Ook hier vroegen ze borg, maar nu slechts 50 pond en we mochten gewoon cash betalen, omdat hun pinapparaat geen Maestro accepteerde.
Er werd een kamer met twinbed voor ons gereserveerd en we liepen op wolkjes naar de lift. Maar ach, een twinbed blijken 2 losse bedden te zijn , flinke afstand van elkaar met een vaste kast ertussen. Dat was wel erg ongezellig…… Met lood in de schoenen weer naar beneden, 100 verontschuldigingen dat we nou nog niet tevreden waren, maar konden we alsjeblieft de kamer nog wijzigen in eentje met een double bed?
De mannen bleven echt heel vriendelijk, het was no problem, eentje zei nog dat hij kon zien dat ik erg gestressed was en dat ze zouden zorgen dat ik me totaal kon ontspannen zometeen. Het was even een gezoek, maar er bleek nog wel een kamer vrij, alleen was dat een luxere. Dan moesten we 20 pond bij betalen, was dat een probleem? Ik stemde al toe voordat hij goed en wel uitgesproken was, met geen 10 paarden kregen ze me nog uit dit hotel.
We kregen opnieuw een sleutel en gingen naar de kamer. Die lag helemaal aan het uiteinde in een aparte gang, en het was LUXE. Ik wist niet wat ik zag, het was super.

kamer

Ik voelde me enorm opgelucht en kon me inderdaad, zoals de receptionist gezegd had, nu helemaal ontspannen.
Ondertussen belde dan eindelijk de pief van Booking.com. Maar Bert zei direct dat we zelf wat gevonden hadden en regelde dat wij het aan hen betaalde geld terug zouden krijgen. (en inderdaad, dat regelden ze wel snel!)
We fristen ons even lekker op en zeiden wel zes keer tegen elkaar dat het zo goed uitgepakt was nu. We gingen weer naar beneden en vroegen nog even advies waar we lekker konden eten.  De receptionist noemde een Turks restaurant, heel dichtbij het hotel. Dat klonk goed, dus daar gingen we heen.
We wilden de deur opendoen, maar die zwaaide al voor ons open, we werden direct naar een tafeltje gebracht en terwijl wij nog met stoelen aan het schuiven waren kwamen er al 2 obers aanrennen met een bordje salade, een mandje turks brood en schaaltjes met knoflooksaus en een of andere pittige rode saus. Verbluffend hoe snel dat allemaal ging.
We hebben er heerlijk geroosterd lamsvlees gegeten, Bert met een Turks biertje en ik met een lekker wijntje en ik was helemaal gelukkig.

Turks bier

Daarna hebben we nog een coupe aardbeienijs gedeeld , allebei een glas raki gedronken en toen gingen weer terug naar het hotel. We hadden geen puf meer om nog verder uit te gaan.
Hoe heerlijk is het dan om in een brandschone luxe badkamer onder een regendouche te staan en daarna in een bed met schone lakens en een heleboel kussens te gaan liggen…. Ik vroeg me echt af of we het in het gereserveerde appartement wel zo goed zouden hebben  gehad. Vast minder luxe, dit was wel echt een upgrade.  Het hotel stond aan een drukke straat, maar we hoorden totaal niets van het verkeer, de kamer was supergoed geïsoleerd.
Ik lag nog even wakker omdat mijn hoofd nog vol was van alle indrukken, Bert was direct onder zeil.
Morgen zou ik naar het National History Museum gaan. Mijn wens van jaren, en de hoofdreden dat ik naar Londen wilde!

……Wordt vervolgd