Twee jongetjes op het speelkleed, met de houten trein.
Twee broertjes, peuters van 2 en 3 jaar oud.
Ze bouwen aan de baan, bij eentje steekt de tongpunt uit de mond,
zo geconcentreerd is hij.
De kleine stemmen overleggen met elkaar, met soms voor mij
onverstaanbare woorden.
Heerlijk onbekommerd zitten ze daar te spelen.
Ze voelen zich veilig en vertrouwd.
De radio staat zacht aan , er is een kerstplaat voor.
Slade, So here it is, merry Christmas! Eentje uit de ouwe doos.
Op tafel staan bakjes met strijkkralen, zilver, goud en rood, en werkstukjes
die nog niet helemaal af zijn.
Ze liggen daar te wachten tot de twee grotere kinderen weer uit school zijn.
Zus en broer van 8 en 4 jaar oud, vanochtend voor schooltijd zaten ze gezellig
aan tafel onder de lamp met de glimmende kralen kerstversieringen te maken.
Twee broertjes. Een zusje en broertje.
Kinderen die met elkaar opgroeien, die hun jeugd delen, die van elkaar houden.
Een band die met geen andere te vergelijken is. Die samen herinneringen maken
voor later.
Ze spelen in mijn huis, ze zijn vol levenslust.
Soms krijg ik zo maar even een knuffel, of een lieve lach. Dat zijn cadeautjes.
Ze laten me zien dat het leven verder gaat. Dat niet alles koud en donker en verdrietig is.
Als we aan tafel gaan om te eten, en vier kinderstemmetjes zingen “Handjes gevouwen”
schiet ik vol. “Zegen ons allen, wees ons nabij”. Het klinkt zo ontroerend.
Zo heel langzaamaan sta ik niet alleen nog maar stil, maar kan ik heel voorzichtig verder.
Alle berichten door Annelies
Voor Jan Willem
Daagse dingen “ heet deze site.
Als er iets is wat niet alledaags is, dan is het wel de dood van jou, mijn lieve broer.Het vreselijke ongeluk, het vreselijke feit dat je zomaar bij ons weggerukt bent.
Op de begrafenis heb ik niets tegen je, of over je kunnen zeggen.
Ik was er niet toe in staat. Misschien dat het op deze manier nu wel kan.
Mijn vroege jeugdherinneringen.
Voorop de step staan bij jou, met mijn handjes hield ik het midden van het stuur vast, jij stepte zo hard je kon, je armen om mij heen om het stuur vast te houden.
Op de kar, die pa had gemaakt, vond ik het wat minder, want daar wou jij sturen en moest ik duwen. Dat hield ik dus al gauw voor gezien 🙂 .
Het bekende verhaal dat ik steeds weer in de eikenboom op de heide tegenover ons huis klom. Helemaal omhoog, om het vervolgens op een brullen te zetten omdat ik niet meer naar beneden durfde. En jij kwam me iedere keer weer halen.
Ridder en jonkvrouw spelen, samen met ons buurmeisje en haar neefje.
De tent was ons kasteel en de zomerdagen leken eindeloos.
Maar ook de herinnering dat ik huilend van frustratie en machteloosheid als
2e-klassertje op het schoolplein de grote jongens uit de 6e klas tegen de schenen
schopte,omdat ze je maar bleven pesten.
Je was een makkelijk doelwit en dat deed me zo’n zeer…
De dingen die mama bakte waar je zo dol op was.
Stroopwafels voor je verjaardag, kaasbroodjes op een gewone schooldag.
Je was een driftkop. Net als onze pa en net als ik. Er ging nog wel eens wat stuk.
Het raampje boven de kamerdeur dat aan scherven vloog omdat je de deur woedend dicht smeet. De glassplinters kwamen op de eettafel terecht en we hebben voor de zekerheid de kaas maar niet meer opgegeten.
Die schade kwam door jou, ik pakte het later nog wat grootser aan door de hele keukendeur aan scherven te slaan. Arme mama en Toos, met drie van die driftkoppen in huis.
Toen de tijd van steppen voorbij was mocht ik bij je achterop de brommer.
Een stoere Tomos had je. En ja, op een gegeven moment zat er een ander meisje bij je achterop, mijn vriendin Nel.
Leuk hoor, als je vriendin verkering krijgt met je broer! Of toch niet?
Al snel voelde ik me het vijfde wiel aan de wagen en dat was niet altijd leuk.
Maar dat duurde maar kort, al gauw was het gewoon alleen maar leuk, dat we het zo goed met elkaar konden vinden.
In de tussentijd had je je MTS-diploma gehaald. Dat had nogal wat voeten in de aarde gehad, al die verslagen die op tijd ingeleverd moesten worden.
Je stelde liever uit dan dat je ermee aan de gang ging. Dus op ‘t laatst natuurlijk een enorme stress.
Het hele gezin werd gemobiliseerd om de boel toch nog op tijd af te krijgen.
Ik zat technische tekeningen voor je te maken, terwijl ik geen flauw benul had waar het om ging.
Het bleek al snel serieus te zijn met Nel, en jullie trouwden.
Eerst woonden jullie nog knus in het huisje achter de bakkerij in Lisse, later werd een mooie eensgezinswoning gekocht.
Ik trouwde ook, we kregen ieder ons eigen gezin, maar we hielden altijd goed contact.
De jaarlijkse vakanties in Holten, de verjaardagen en feestdagen die gevierd werden.
Maar ook tussendoor kwamen we bij elkaar of belden we.
Je enorme lachbuien, waarbij je letterlijk huilde van het lachen. Dat was natuurlijk heel aanstekelijk, zodat ik tenslotte ook met buikpijn en tranen over mijn wangen zat te gieren.
Ons gezamenlijk verdriet over de ziekte van mama, we moesten steeds meer afscheid van haar nemen.
Maar ook de subtiele humor die we daarover konden delen, zodat het allemaal wat draaglijker was.
Je sterke houding die jij, gevoelsmens, had toen bleek dat Nel ziek was.
We hebben ons zorgen over je gemaakt, hoe je ermee om zou gaan.
Maar dat was niet nodig, je was sterk en positief.
En nu? Je bent zomaar weg. Ik kan het niet bevatten.
Mijn lieve grote broer. Je wordt zo gemist. Je gezin moet nu zonder jou verder,
zo moeilijk…
En ik moet ook zonder jou verder. Hoe pijnlijk is dat besef.
Ik zal nooit de tranen in je ogen vergeten toen je me zag in mijn rode bruidsjurk.
Wat we nooit deden , deden we toen: even de armen om elkaar heen.
En je liet me woordeloos weten: “ik ben zo blij dat je gelukkig bent….”
Lieve Jan Willem. Je was er altijd. Een deel van mijn leven. Nu ben je er niet meer.
Maar je blijft voor altijd in mijn hart.

Observeren
Bijna niets is zo leuk als mensen kijken. We kennen het allemaal wel, als we op een terrasje zitten bijvoorbeeld.
Al die types die aan je voorbijkomen nodigen gewoon uit om er verhalen bij te bedenken.
Soms vang je een flard van een gesprek op en dan wordt het nog leuker.
Ik realiseer me wel dat ik op die manier natuurlijk zelf ook bekeken word door anderen, maar dat maakt me niet uit.
Op zich kan ik slecht tegen mensenmenigtes en drukte, ik wil er geen deel van uitmaken.
Maar vanaf de zijlijn vind ik het heerlijk.
Vandaag ben ik met twee van “mijn “ kinderen naar de Apekooi in Groningen geweest.
Een overdekte speelplaats vol klim-en-klautermateriaal , springkussens en ballenbakken.
De kinderen vonden het geweldig, ik ook.
Ik posteerde mezelf op een bankje waarvandaan ik hen kon zien en zij mij, en zo konden ze zelf hun gang gaan. Schoenen uit en spelen maar!

Ik had mijn breiwerk meegenomen, een makkelijk rechttoe-rechtaan stuk dit keer, zodat ik ook nog alle gelegenheid had om rond te kijken.
Naar mijn kinderen, naar alle andere kinderen, en iedereen die daarbij hoorde.
Ik heb genoten. Ik zag zoveel!
Het mooiste was toch wel de blijdschap van de meeste kinderen, heerlijk aan het spelen en rondrennen.
Het smoezelige kindje met twee niet bij elkaar passende sokken had evenveel plezier als het meisje met de ingevlochten haren en het Mexx-shirtje. Prachtig.
Een meisje van een jaar of 8 kwam bij me staan, ze keek met grote ogen naar mijn breiwerk.
Ze was doof en zei door middel van gebaren iets tegen me. Maar ik spreek geen gebarentaal, dus ik verstond haar niet. Ze wees naar het breiwerk en maakte nogmaals het gebaar.
Ik meende te begrijpen dat ze vroeg wat ik aan het doen was. Ik liet het haar langzaam zien: insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden…. en toonde het stuk wat ik inmiddels gebreid had.
Ze knikte en lachte naar me. Ik had haar graag het gebaar voor het woord “breien” laten zien, maar wist dat helaas niet.
Maar ze was zo ook al tevreden en huppelde weer weg. Wat moest zij de situatie anders ervaren dan ik!
Ik hoorde een waterval van geluiden. Kinderstemmen, roepend, lachend, gillend.
Geratel van de ballen in de ballenbakken. Kinderliedjes uit de luidsprekers.
Hoe anders zou het zijn om hier in doodse stilte te zitten !
Ik breide verder en keek. Al die kindertjes in verschillende maten en kleuren, allemaal druk aan het spelen.
Het jongetje dat trots riep: “Mamaaaaa, kijk eens!” Hij stond heel hoog. Kreeg dat plotseling in de gaten, de paniek sloeg toe en mama moest hem pratend naar beneden loodsen omdat hij ineens niet meer durfde.
De vader die voortdurend tegen zijn zoontje zei wat die moest doen: “Kijk Dennis, nu moet je daarheen, zo moet je klimmen Dennis, Dennis nu gaan we door de tunnel… ”
Arme Dennis kreeg geen enkele kans om zelf iets te ontdekken.
Het kleine meisje dat al het geklim en geklauter liet voor wat het was en volkomen opging in haar rol als verkeersregelaar in haar politie-trapautootje. Geen enkel kind had in de gaten wat zij aan het doen was, maar zij was er van overtuigd dat ze alles in goede banen leidde.
De opa en oma die onvermoeibaar achter hun kleinkind aansjouwden.
Oma met de fotocamera, opa met de jas en schoentjes van het kind. De garderobe was niet veilig genoeg voor de kledingstukken van hun oogappeltje.
Het lichamelijk vroegrijpe meisje van een jaar of 12, met dellerige legging en strak topje, die alle kleinere kinderen dwarszat door de beste plekjes te claimen. Maar die zich verzwikte en toen ineens gewoon een kind bleek, toen ze begon te huilen omdat ze zich pijn had gedaan. En ik vond haar ineens aandoenlijk in plaats van irritant.
In de loop van de middag werden alle kinderen wat vermoeider en werden de lontjes wat korter.
Een meisje met een vriendinnetje (of misschien een nichtje) van haar eigen leeftijd en een jonger broertje in haar kielzog, jankend en dreinend omdat hij de groten niet bij kon houden en zich buitengesloten voelde.
Een kind dat klaagde dat hij het zo heeeeeet had en het vervolgens op een blèren zette omdat zijn moeder hem letterlijk in z’n hemd zette.
Een moeder die pogingen deed om haar kind te pakken te krijgen dat volgens haar nodig even naar de wc moest, maar die niet in de kruiptunnel paste.
Twee bevriende moeders die zo druk zaten te kletsen dat ze het allerjongste kindje, dat nog maar net kon kruipen, even vergaten zodat die tussen de spelende groteren terecht kwam , die vervolgens op hun kop kregen toen het kleintje omviel, omdat “ze niet opletten” .
En ondertussen breide ik gestaag verder. En genoot.
Natuurlijk was ik mijn eigen kindertjes niet vergeten. We hebben gezellig samen een tosti gegeten en wat gedronken.
En ik heb op de juiste momenten oh en ah geroepen als ze iets knaps of leuks deden.
Maar voor de rest vermaakten die twee zich prima, ik had er zogezegd geen kind aan.
Om een uurtje of 4 kwamen ze zich toch melden, allebei met hoogrode wangen, ze waren moe en wilden wel naar huis.
En dat gingen we. De jongste kon ik nog net weerhouden om in de auto in slaap te vallen, juist toen we onze straat inreden. Thuis hebben ze nog even een uurtje rustig gespeeld tot hun mama kwam.
Leuk zo’n werkdag een keertje tussendoor. Zogezegd het aardbeitje op de taart (ik hou niet van slagroom) .
Ik heb dan geen herfstvakantie, maar zo voelde het wel!
Zo gemeen!
Sinds 2009 ben ik ingeschreven bij de Kamer van Koophandel als zelfstandig gastouder.
Vanaf die tijd word ik regelmatig benaderd door allerlei bedrijven
die mij willen laten adverteren.
Uiteraard is naamsbekendheid goed voor je bedrijfje, maar het moet wel in
verhouding blijven.
Een kleinschalig bedrijfje aan huis vraagt toch niet om een enorme advertentie-
campagne tenslotte.
En adverteren is gruwelijk duur.
Waar ik niet op gerekend had, is het feit dat allerlei mensen makkelijk geld willen verdienen (nou ja, ‘aftroggelen’ is een beter woord) met mijn bedrijfsnaam.
En dat vaak op slinkse wijze proberen.
Naïefen goed van vertrouwen als ik in eerste instantie was, had ik bijvoorbeeld niet in
de gaten dat de “Internet BedrijvenGids” geen onderdeel is van
Telefoongids/Gouden Gids.
Dus voor ik het wist had ik ruim 100 euro betaald aan een of ander register op een site waar niemand op kijkt als hij of zij een gastouder zoekt.
Door schade en schande wordt men wijs, dus na een paar keer de boot in gegaan te zijn met dit soort dingen dacht ik wel 3 x na voor ik ergens ja op zei.
Ik weet niet hoe ze het flikken, maar ik kreeg bijvoorbeeld een week nadat ik een opdracht tot vermelding in de (papieren) gemeentegids van de Marne (wat voor mij wel degelijk nuttig is) had gegeven een telefoontje van de Internet-gemeentegids over
“mijn vermelding”, waar natuurlijk weer flinke kosten aan verbonden waren.
Maar die Internet –gemeentegids heeft geen moer te maken met de Marne, het is een of andere site die een slim iemand heeft opgezet , daar allerlei willekeurige bedrijven per willekeurige gemeente rangschikt en daar geld voor vraagt.
Maar de naam wekt vertrouwen en voordat je het weet heb je weer iets toegezegd waar je een dikke rekening voor krijgt.
Soms verwenste ik mezelf dat ik nog steeds naïef was, maar aan de andere kant is het een rot gevoel dat je argwanend moet worden.
Maar zo brutaal als die bedrijven zijn !
De Kamer van Koophandel waarschuwt voor dit soort malafide praktijken, de
zogenaamde spookfacturen.
Je krijgt een factuur voor een advertentie die het betreffende bedrijf namens jouw bedrijf geplaatst zou hebben, of bijvoorbeeld voor een vermelding op een internetsite. Factuurnummer, kenmerk, bedrag, betalingscondities, alles staat erop.
Het ziet er uit als een normale factuur en ik denk dat in de grotere bedrijven, met een aparte administratieafdeling zo eentje nog wel eens succes heeft en dus betaald wordt.
Maar niet in het eenvrouwsbedrijfje waarin ik zowel directeur, personeel, boekhouder en ‘hoofd luiers verschonen” (dit laatste heb ik niet zelf verzonnen!) ben.
Ik kijk toch echt de dingen wel extra na en zie dan ook helemaal onder aan de brief, in kleine lettertjes staan: dit betreft een offerte.
Kijk, en zo dekken ze zichzelf dus in. Want een offerte is een aanbieding en daar hoef je niet op in te gaan.
Je moet alleen wel weten waarnaar je moet zoeken op zo’n factuur en dat weet
dus niet iedereen.
Maar het kan nog brutaler.
Van Kapel Internet Marketing ontving ik een echte factuur, en er stond nergens in de brief verborgen dat het stiekem toch een offerte was.
Wel dat ik binnen 14 dagen 220 euro moest betalen in verband met de vermelding van mijn zakelijk telefoonnummer en de basis bedrijfsgegevens op www.zakelijke-nummers
Alsof ik daar ooit opdracht voor gegeven had, ik heb niet eens een
zakelijk telefoonnummer!
Meldpunt Internetfraude ingeschakeld, die adviseerden me een aangetekende brief te sturen naar Kapel Internet Marketing, waarin ik vraag om opheldering over waarop deze factuur gebaseerd is.
Zo gezegd zo gedaan, en een week later kreeg ik van Post.nl de brief weer retour, ze waren niet in staat om hem af te leveren. Dus.
Maar vanmorgen gebeurde er iets waar ik echt woedend om geworden ben.
De telefoon ging om een uur of 10. “ Met Annelies”,nam ik op.
Omdat we alledrie een andere achternaam hebben hier in huis, vind ik alleen mijn voornaam wel zo makkelijk.
“Goedemorgen”, klonk een vrolijke vrouwenstem. “Met mevrouw van Manen van Publishing Partners. Ik spreek toch met mevrouw van Bloois?”
“Ja”,zei ik en wachtte af.
“ Nou ik bel nog even over uw vermelding in het Kleurboek voor Kind en Ziekenhuis.
We hebben de drukproef klaar en ik mail hem zo even naar u toe. Dan kunt u even kijken of de gegevens correct zijn en het dan voor akkoord weer terug sturen.”
Ik dacht koortsachtig na, maar kon me niets herinneren van Kind en Ziekenhuis.
“Heb ik daar opdracht voor gegeven dan?” vroeg ik.
“ We hebben in juni hierover een gesprek gehad mevrouw, en we willen het nu graag even gaan afronden.”
“ Ik kan niet herinneren dat ik toegezegd heb”,hield ik aan. “ In juni was mijn advertentiebudget voor dit jaar al verbruikt.”
“ Ja mevrouw, dat klopt dat u dat genoemd heeft, maar vanwege het doel wilde u eenmalig een uitzondering maken.”
Och heden, dat was ook wat, ik wist het echt niet meer.
Ik word vaak genoeg gebeld of ik goede doelen die te maken hebben met kinderen wil sponsoren, en ik mopperde in gedachten op mezelf dat ik nooit opschreef wie en waarvoor er wanneer gebeld had.
“Nou mevrouw”, zei ik, “Het zou best kunnen dat u gebeld heeft, ik kan niet bewijzen dat het niet zo is.”
“Geeft niks” babbelde ze verder, “ U kunt zo de mail tegemoet zien. Als u er dan even naar wilt kijken en voor akkoord wil retourneren kunnen we verder.”
Einde gesprek. Ik keek eens even op de mail, geen mail. Weer telefoon.
“Ja, nog even met mevrouw van Manen, ik zag dat er een 1 teveel staat in uw telefoonnummer. Ik maak er hier alvast een notitie van, als u het ook nog even in uw mail wilt vermelden komt het helemaal in orde”
Er kwam mail. Publishing Partners, met PDF bijlage. Nieuwsgierig opende ik het PDF bestand het eerst. En toen doorliep ik verschillende fases.
1. SCHRIKREACTIE die zo heftig was dat mijn haarwortels prikten.
Het bedrag 395 euro excl.BTW (snel rekensommetje leerde dat het dus 470 euro incl was) sprong me direct in het oog.
Wat???
Dit was de “basisvermelding”, daarbij nog 20% pre-printkosten ( wat zijn dat in vredesnaam????) en nog een kleurentoeslag van 345 euro.
2. ALARMBELLEN IN MIJN HOOFD.
Dit kon niet. Het bestond niet dat ik ooit gezegd had dat ik voor zo’n bedrag zou adverteren.
3.ONGELOOF. “advertentie op A4 formaat ( weet je hoe groot dat is????) oplage 250 stuks (weet je hoe weinig dat is???) , verspreiding: eigen regio of elders (weet je hoe vaag dat is??) Hier klopte dus geen ene hol van.
4. IK STA PERPLEX
Logo volgens uw aanlevering of via toestemming van derden. O ja?
Mijn logo heeft ronde blauwe letters ‘Kind aan Huis’, een paddenstoeltje en een vermelding Gastouderopvang.
Dit logo had oranje rechte letters ‘Kind aan huis gastouder’.
Daaronder een rijtje multicultureel verantwoorde poppetjes die blij hand in hand dansten.
Hoe was dit mogelijk ?????
Nu ging ik de bijbehorende mail lezen. Heel goed lezen.
“Naar aanleiding van uw belangstelling voor een van onze projecten sturen wij u bijgaande bijlage.
Als u deze mail op welke wijze dan ook voor akkoord retourneert, betekent dat voor ons een opdrachtbevestiging.”
Wel ver*#&%*%&#*() ! Ik had dus helemaal geen opdracht gegeven zoals ik al gedacht had. Wat een hufters !
Ik zocht het internetadres op wat op de bijlage vermeld was. “Site under construction” Tjonge, da’s toevallig!
Er stond ook een telefoon nummer op. Ik hou niet van bellen, maar nu deed ik het toch.
Kreeg zowaar nog het bedrijf aan de lijn ook. Vroeg naar de betreffende mevrouw en die was toevallig in gesprek.
Nog meer mensen aan het bedonderen denk ik.
Ik zei: “Ik wacht!” En ik kreeg haar al snel aan de lijn.
Ik stak gelijk van wal voordat ze zelf zou beginnen.
“Ik heb net de mail ontvangen en het bestaat niet dat ik voor zo’n hoog bedrag heb toegezegd. 395 euro, excl. BTW , ik schrok me rot!”
“O staat dat er? Nee, het moest 195 euro zijn, dat hadden we besproken! “
Wat een lef! Ik kon bijna geen woorden meer vinden van kwaadheid, waarschijnlijk kwam er aan haar kant stoom uit de telefoon.
“Het klopt allemaal van geen kant! Het is mijn logo niet, het is mijn opdracht niet en ik geef hier geen toestemming voor!! ”
“O”, zei ze heel simpel. “ Dan streep ik het door.”
“Doe dat vooral!” brieste ik en gooide de telefoon neer.
En verwijderde vervolgens zo snel mogelijk de mail om maar vooral geen risico te lopen dat daar nog iets mee kon gebeuren.
O wat was ik kwaad, zo kwaad….
Ik googlede op Publishing Partners en kwam al gauw op de site van MMP, de werkelijke uitvoerders van het project Kind en Ziekenhuis.
Citaat: Helaas kunt u telefonisch benaderd worden door bedrijven die doen alsof ze het kleur- en knutselboek “Kind en Ziekenhuis” uitgeven.
Deze bedrijven suggereren dat u al eerder meegedaan heeft en u ontvangt per fax een opdrachtbevestiging of een drukproef met daarop
dezelfde, of een iets gewijzigde, advertentie zoals deze in het boek “Kind en Ziekenhuis” heeft gestaan.
MMP BV(voorheen Multi Media Professionals BV) uit Roden is het enige bedrijf dat, sinds 1994, het kleur- en knutselboek “Kind en Ziekenhuis” uitgeeft. “Kind en Ziekenhuis” is een handelsnaam van MMP BV.
(Bron: www.mmpbv.nl )
En dat deed dus deze Publishing Partners ook. Schofterig, een ander woord heb ik er
niet voor. Ik vind dit zo erg!
Ze proberen eerlijk werkende mensen hun geld af te nemen en daar misbruiken ze dan ook nog het goede initiatief voor dat anderen voor kinderen genomen hebben.
Ik kan er, als ik er langer over nadenken, wel om janken.
Hoeveel mensen hebben ze al bestolen terwijl die dachten dat ze zieke kinderen hielpen?
En je kan ze nog niks maken ook , want ze hebben zich ingedekt met hun manier van formuleren. Misselijk word je daarvan.
Waarom dwingen ze mij, die gewoon te goeder trouw wil zijn, om achterdochtig te zijn en mensen te wantrouwen?
Ze doen je hoe dan ook schade.
Zo gemeen !
Racen
Soms doe je iets wat eigenlijk helemaal niet in je lijn ligt.
Zo ben ik gister naar de “ RTL GP Masters of Formula 3 “ geweest.
Autoracen dus. Op het circuit in Zandvoort.
Bert is een groot race-fan, zowel voor auto- als motorraces.
Zijdelings krijg ik daar nog wel wat van mee, regelmatig schettert de snerpstem
van Allard Kalff op zondagmiddag door de kamer.
Die stem heeft voor mij een groot irritatiegehalte.
Welk race-evenement er ook is, tot Dakar aan toe, Kalff doet het commentaar.
Liever heb ik Olav Mol, maar die is bijna nooit aan de beurt. (Er is ook nog een Sierd de Vos, zouden ze bij RTL 7 hun commentatoren selecteren op dierennamen? In dat geval kunnen ze Hans Kraay ook wel aannemen )
In ieder geval, voor Vaderdag kreeg Bert 2 tickets voor een plaats op de hoofdtribune
van de Formula 3.

Hij moest zelf maar kiezen wie hij mee wilde nemen. En hij koos mij. Vandaar dat ik gister ook van de partij was.
We waren al vroeg op pad gegaan en waren rond 10.00 u. bij het circuit.
Het was druk, rijen auto’s, rijen mensen bij de ingang, maar het was allemaal zo goed georganiseerd dat we binnen no-time binnen stonden.
We kochten een beker koffie en gingen de tribune op. De plek die we vonden was prima, in tegenstelling tot de koffie, die scoorde toch wel hoog in de top 10 van de
slechtste-koffie-allertijden.
Het sfeertje was heel gezellig, allemaal goedgehumeurde mensen. De mannen waren sterk in de meerderheid, dit was dan ook het enige evenement wat ik ooit bezocht heb waar geen rij stond voor de damestoiletten.
Om half 11 zagen we de eerste race.
Ik verstond dat het ging om de Renault Clio Club, ik had al een beeld voor me van een gemoedelijk groepje mensen met dezelfde auto, die weekendjes met elkaar gingen kamperen, puzzeltochten rijden, en af en toe een wedstrijdje tegen elkaar reden.
Maar het ging om de Renault Clio Cup, en dat was heel wat anders.
Er werd serieus geracet door coureurs met gesponsorde auto’s, met snelheden die ik met mijn Renault 6 niet kan (en wil) halen, en het was leuk om te zien.
Men zat elkaar behoorlijk op de hielen, wielen in dit geval, zodat er iedere keer een kudde autootjes voor de tribune langs kwam racen. Het had wel iets komisch eigenlijk.
Ik kan niet vertellen wie er gewonnen heeft, maar er was een echt erepodium, met prijsbekers en champagne.
Daarna was het tijd voor de BOSS GP. Er werd geraced met Formule 1 wagens uit
de jaren 90.
Hier zat een hoop vertoon omheen.
Heuse pitpoezen verschenen. Ik zie ze ook wel op tv, en wat heb ik een gloeiende hekel aan dat seksistische gedoe.
Maar nu vond ik het eigenlijk alleen maar lachwekkend.
21 meisjes, allemaal zo lang en dun dat je het idee had dat je naar een uitgerekt beeld zat te kijken, wankelden op hakken als breinaalden over het natte asfalt, in optocht. Ze hadden allemaal een paraplu op.
Omdat wij vrij hoog op de tribune zaten keken we er schuin van boven op neer, en zag de stoet meisjes –met-paraplu eruit als een bovenmaatse duizendpoot die van de pitstraat naar het startgedeelte kronkelde.
Ik had medelijden met de meisjes, het was koud en ze hadden een ultrakort broekje en een mouwloos topje aan.
Bovendien hadden de meesten nogal moeite om zich voor te bewegen op schoenen waarin hun voeten vrijwel verticaal stonden.
Erg charmant zag het er dan ook niet uit. Ze stelden zich op bij de startposities van de auto’s.
Bert vertelde me dat er op een filmpje op internet te zien is dat een coureur niet op tijd stopte, en op zo’n meisje inreed.
En zo hufterig was om zich alleen druk te maken over de mogelijke schade die zijn auto had opgelopen !
Voor mij nog een extra bevestiging dat het een belachelijke vertoning is waarbij ik niet begrijp dat meisjes zich daar voor lenen.
Maar voordat ik wegdraaf op mijn geëmancipeerde stokpaardje, zal ik me tot de
race bepalen.
De auto’s namen hun startpositie in en het lawaai was niet te beschrijven!
Gelukkig had ik op Berts advies mijn oordopjes meegenomen en daar was ik maar
wat blij mee !
Ik vond het gewoon beangstigend, zoveel geluid als die auto’s produceren.
De meeste mannen in het publiek genoten, je zag allemaal glunderende koppen.
Iedereen ging ook staan, om maar vooral niks van de start te missen.
Ik werd wat afgeleid door de man voor mij, die voortdurend met zijn hand achterin zijn broek zijn boxer aan het schikken was.
De letters Calvin Klein kwamen prominent boven zijn broekband uit.
Vast ook een Vaderdagcadeautje.
Maar zijn vrouw had waarschijnlijk beter een Calvin Kleiner kunnen kopen, want deze
zat duidelijk niet lekker.
Ik heb hem nog de hele dag regelmatig zien sjorren en schuiven.
De raceauto’s spoten er letterlijk vandoor, want het regende behoorlijk.
Het schemerde me voor de ogen als ze weer voorbij kwamen, zo hard flitsten ze langs.
En toen was het ineens afgelopen, het regende te hard, de rode vlag werd gezwaaid.
Alle auto’s naar de pitstraat, einde verhaal. Zo raar, het begon zo spectaculair maar ging uit als een nachtkaars.
Er was namelijk geen tijd voor hervatting, want het volgende onderdeel was dan hetgeen waar het eigenlijk om ging, de Formule 3 !
Dus de wankelmeisjes mochten ook weer van stal, een bitse akela wees ze hun plaats.
Die hoefde blijkbaar niet charmant en sexy te zijn.
De race vond ik erg leuk !
Mooie race-auto’s (met een wat aangenamer geluid vond ik zelf) met internationale coureurs reden een spannende wedstrijd.
Ik vond het erg mooi om te zien welke tactieken ze gebruiken om te voorkomen dat
ze ingehaald worden.
Ik ben zelf nogal een schijtluis achter het stuur, en vond het ontzettend spannend om te zien wat er soms uitgehaald werd op de baan.
En dit onderdeel was rechtstreeks op tv, zagen we op het grote scherm.
Dus misschien ben ik nog wel even in beeld geweest, ik was diegene op de tribune met het knalroze vestje aan.
Als ik tenminste niet verstopt zat achter Calvin Klein.
De race duurde 25 rondes, maar het was zo voorbij!
Bert was fan van Hannes van Asseldonk , “onze Hannes”, en die eindigde op de 3e plaats.
Ik dacht: je zal maar Hannes heten. Maar het kan nog erger, er reed ook een Pipo mee!
Ik verzin het niet.
Maar die kwam uit Brazilie, misschien is het daar een gewone naam .
De 1e plaats was voor de Spaanse Daniel Juncadella, nog nooit van gehoord, maar dat zal in de loop der jaren vast nog wel veranderen.
Hij kreeg een krans die op de Dam op 4 mei niet zou misstaan, zo groot, en er werd weer champagne verspild.
Zo zonde vind ik dat altijd….. Bert vroeg zich al af of ze de flessen meenemen in de racewagens, dat ze sowieso genoeg geschud zijn.
Na de Formule 3 kregen we een show van een motorrijder die ongelooflijke
stunts uithaalde.
Dat was prachtig om te zien, het publiek gaf hem dan ook een enorm applaus.
Inmiddels was de zon gaan schijnen, maar op de overdekte tribune konden we daar niet van profiteren.
We waren behoorlijk koud geworden, en omdat het belangrijkste toch geweest was inmiddels, besloten we lekker de zon in te gaan en een plekje in de duinen rond het circuit te zoeken. Dat lukte en we warmden heerlijk op.
We zagen een spectaculaire wedstrijd tussen 2 trucks, Scania’s. 160 km per uur, dat zie je een vrachtwagen normaal toch niet doen !
Daarna waren er nog 2 kleine races. Heel jonge jongens en 1 meisje in Suzuki Swifts reden om de Formido Swift Cup. Ik heb in mijn trouwe Swiftje nooit zulke snelheden gehaald.
Als laatste was er de Burando Production Open. Een rare verzameling auto’s verscheen aan de start, zeg maar: een zootje ongeregeld.
Volgens het programmaboekje “ een grote diversiteit”. Ja, zo kan je het ook omschrijven.
Dit vonden we niet zo boeiend meer en inmiddels was het half 6. Het was mooi geweest voor vandaag.
We moesten nog een heel eind terugrijden.
Ik hoopte dat Bert niet teveel geïnspireerd was geraakt door alles wat hij gezien had.
Ik hoefde niet bang te zijn, in een keurig tempo zijn wij naar huis gekacheld.
En dat ligt wel in mijn lijn.
Knorrig
De map “ongewenst” in mijn mailbox zit elke keer weer vol nutteloze rommel. Ik heb iedere dag wel een prijs gewonnen, of er liggen gratis tickets voor me klaar of ik ben voor iets heel fantastisch geselecteerd.
Wat zou mijn leven er toch anders uitzien als dat toch allemaal op waarheid berustte!
Maar ik ben prima tevreden met mijn leven, dus weg met die flauwekul. Toch kijk ik de map altijd wel even na, soms zit er een verdwaald mailtje tussen wat ik wel wil hebben,
en soms zit er gewoon iets leuks bij.
Zoals een paar weken geleden een mailtje van Knorr : “Tip de Chef”.
In een grijs verleden had ik wel eens een actiecode ingevoerd die op een Knorrverpakking stond, teneinde 1000 euro te winnen.
Onnodig te zeggen dat dit niet gebeurd is. Maar mijn emailadres bleef uiteraard wel in de database van Knorr, vandaar deze mail.
“Tip de Chef” was een wedstrijd waarbij je jouw eigen variatietip op een Wereldgerecht kon insturen, via een speciale Facebookpagina.
De beste kwamen in de finale, 6 internationale topchefs ( lees: koks die bij Knorr werken) deden de beoordeling en de winnaar kreeg een keukenset ter waarde van 2500 euro en de vermelding van zijn of haar tip op de verpakking van het desbetreffende Wereldgerecht.
Wij eten nog wel eens een Wereldgerecht, meestal gewoon zoals het op de verpakking staat.
We kopen dit namelijk voor het gemak, en niet om er nog allerlei culinaire toestanden mee te verrichten. Zoiets doen we dan liever zelf, zonder ook nog ruim 2 euro uit te geven aan een kant-en-klaar verpakking als je toch van alles gaat veranderen.
Toch is er een uitzondering , en wel de Thaise Kip Siam. Heus lekker, maar
een beetje flauwig.
Toen wij een paar jaar terug in Schotland waren hebben we Thais gegeten. Zoek maar niet naar het logische verband, want dat is er niet.
Het kwam toevallig zo uit dat we in Edinburgh bij een Thais restaurant terecht kwamen.
Ik weet niet meer wat ik gegeten heb, maar Bert had iets met vis. Wie Bert kent, weet dat hij nou niet echt uit zijn dak gaat als hij iets leuk of lekker vindt.
“ ’t Kon minder” is al een geweldige uiting van vreugde. Kan je nagaan hoe fantastisch die Thaise vis moet hebben gesmaakt, toen Bert helemaal lyrisch werd aan tafel en nog net niet zat te kreunen. Dit moest wel het allerlekkerste zijn wat hij ooit gegeten had.
Nou, onthouden maar, al had ik geen idee van het recept. (En helaas voor Bert nog steeds niet) De combinatie Thais en vis bleef in ieder geval goed in mijn geheugen hangen en omdat de Thaise Kip Siam niet zo beviel maakte ik er een keer Thaise Vis Siam van.
Kijk, en dat beviel dus wel. Niet om lyrisch van te worden, maar toch zeker wel op z’n plaats in de categorie “ ’t Kon minder”.
Dus ook geschikt volgens mij om als variatietip in te sturen bij de Knorrwedstrijd.
En dat deed ik dus ook.
Ik kon ook zien wat andere mensen ingestuurd hadden, en voor wat de Kip Siam betreft dacht ik dat ik wel een kans kon maken.
Mijn tip deed toch niet onder voor: ‘bak eens een teentje verse knoflook mee’ of ‘een theelepel sambal erbij geeft het meer bite’ .
Maar na de sluitingsdatum verscheen er een berichtje dat de keuze bepaald was en dat de finalisten inmiddels bericht hadden gehad.
Ik had geen bericht gekregen, dus ik mopperde nog even dat ik waarschijnlijk te origineel was geweest en daarna vergat ik het weer.
Tot ik een week later opgebeld werd door ene Nicky van de Knorrwedstrijd. Of ik mijn berichtje had gelezen, ik zat in de finale!
Huh, ik had niks gezien, ook niet in mijn mapje ongewenst. Nee, het berichtje was via Facebook gestuurd.
Daar blijkt een mapje op te staan waarvan ik niet van het bestaan afwist. Dan moet je “berichten” aanklikken, en dan de optie “overig” .
Oke, gauw even gedaan en ja zeg, een berichtje van Knorr: “ Gefeliciteerd! Je zit in de finale van Tip de Chef”.
Nog wat korte informatie eronder en vervolgens het verzoek om uiterlijk dinsdag te reageren, anders verviel je plaats.
Het was inmiddels woensdag! Maar Nicky zei dat ze juist daarom belde, ik was niet de enige die het berichtje over het hoofd gezien had.
Kon ik aanwezig zijn volgende woensdag, in Amsterdam ? Ja, dat kon ik en ik voelde me ineens zo blij als een kind dat morgen jarig is.
Ik moest wel wat regelen met mijn werk, maar de mensen met wie ik die woensdag te maken had zijn zo gezellig en welwillend, ik wist wel zeker dat dat geen probleem zou zijn. En dat was het ook inderdaad niet, ze vonden het alleen maar heel leuk voor me!
Ik mocht ook iemand meenemen en ik vroeg Irene mee.
Ook die moest vrij nemen, maar dat kon eveneens, dus de dames konden samen een dagje uit.
We werden om half 12 in Amsterdam verwacht, ik ging ‘smorgens om 8 uur de deur al uit, het is een flink stuk rijden op een druk traject en ik zou ook Irene nog ophalen.
Werkelijk klokslag half 12 waren we ter plaatse.
Even aanmelden, en ik kreeg een Knorrschort en een naamplaatje. Er stond een rood/wit blokje op.
Irene was zo slim om dat te verbinden met de vlaggetjes die op de verschillende kookeilanden stonden, zo wist je dan natuurlijk waar je moest koken! Maar van welk land was die rood/witte vlag?
Internet op de smartphone bood uitkomst, het bleek de Poolse vlag. Dat hield in dat de Poolse kok ons zou begeleiden en de eerste beoordeling zou doen.
Voordat we gingen koken (we waren met 30 finalisten) kregen we eerst nog een filmpje over Knorr en werden de 6 koks even kort geinterviewd.
Ze kwamen uit Nederland, Polen, Italië, Noorwegen, Duitsland en Hongarije.
En ze waren allemaal ZO dankbaar en blij dat ze bij Knorr mochten werken!
Irene en ik vroegen ons al af of wij daar ook maar moesten solliciteren, het was gewoon de hemel op aarde.
Zo viel het natuurlijk helemaal niet op dat het een grote promotiecampagne voor Knorr was , iedereen was hevig onder de indruk.
Maar eerlijk is eerlijk, promotiecampagne of niet, het was allemaal supergoed geregeld. Alle ingrediënten die je nodig had voor het klaarmaken van je Wereldgerecht inclusief variatie waren aanwezig, en voor onszelf werd ook goed gezorgd.
De sfeer was ontzettend gezellig, er hing helemaal geen gespannen competitiestemming, het leek meer op een feestje waar iedereen een bijdrage in had.
De Poolse kok bleek een vriendelijke, positieve kerel te zijn die van alles vroeg, en zelf ook handige tips had.
Bijvoorbeeld hoe je water sneller aan de kook kan brengen. Voeg er eenvoudig een beetje zout aan toe, dan gaat het eerder borrelen.
En dat je de stukjes witte vis, als je ze omroert, met de bolle kant van de lepel moet verschuiven, zodat ze minder snel uit elkaar vallen.
Iedereen was druk aan het koken en je zag alle gezichten rood kleuren, van de warmte boven de fornuizen en de ovens, maar ook wel van een beetje spanning. Want nu kwam het er natuurlijk wel op aan, je moest een goed product afleveren!
Ondertussen liep er een fotograaf rond, en een koppeltje mannen wat filmde
en interviewde.
Ook ik werd aangesproken, juist toen ik bezig was wat olie in een wokpan te verhitten.
“ Mevrouw wat doet u, staat u nou in een lege pan te roeren?”
Ik zei dat ik met de warming- up bezig was en daar stelden ze zich tevreden mee.
Gelukkig gingen ze weer verder naar hun volgende slachtoffer.
Irene gaf me morele bijstand en samen hadden we het ongewild voorzien op de dochter van een andere deelneemster. Ik sloeg haar per ongeluk tegen haar hoofd toen ik met een zwaai een pan onder uit het rek haalde, Irene knalde tegen haar aan toen ze mij wilde helpen met overbodig geworden spullen opruimen en ik kwam nogmaals met haar in aanvaring toen ik mijn lepel wilde afwassen, want om een mysterieuze reden was er op alle kookeilanden een nijpend gebrek aan lepels.
Wij vroegen aan het meisje of ze het nog wel leuk vond dat ze meegegaan was, maar ze zei dat ze zelf ook beter uit moest kijken.
Ik vond dat wel erg aardig van haar, volgens mij waren wij toch degenen die lomp waren.
Toen alle gerechten klaar waren schepten alle deelnemers een klein bordje op voor de jury.
Dat was natuurlijk spannend, want nu kwam de beoordeling. We hadden al wel gezien dat er heel wat lekkers gemaakt was, het rook ook heerlijk, dus ik gaf mezelf al weinig kans dat nou juist mijn Vis Siam het zou winnen. De jury schreef van alles op, maar dat bleef voor de deelnemers onleesbaar. Maar beter ook denk ik. Daarna gingen ze in beraad.
Ondertussen was van alle gerechten een buffet gemaakt, er waren lange tafels gedekt, en nu mochten wij allemaal gaan proeven.
Dat was leuk! Bij alle gerechten stond een bordje met welk wereldgerecht het was en waarmee het was gevarieerd.
Ik heb niet mijn vis opgeschept, die ken ik nou wel, maar wel een klein beetje van een stuk of 5 andere gerechtjes.
En een variatie van de Beef Stroganoff sprong er voor mij wel uit, wat was die lekker!
We hebben een foto gemaakt van het tekstbordje, zo kan ik het thuis ook eens maken. Wat ons betreft mocht die winnen!
De juryleden hadden echter andere gedachten. Toen wij allemaal inmiddels aan een overheerlijk bekertje Ben & Jerry’s ijs zaten, kwamen ze weer tevoorschijn.
Het gebruikelijke praatje natuurlijk, dat ze onder de indruk waren van alle gerechten en de creativiteit, en dat het ontzettend moeilijk was geweest om een winnaar te kiezen.
En dat we eigenlijk allemaal winnaars waren, omdat we vanuit ruim 700 inzenders waren uitgekozen in de finale.
Iedereen beaamde dat natuurlijk , applaus voor jezelf.
Maar er kon er maar 1 de winnaar zijn en dat was ene Nola, met haar variant op de
Kip Tajine. Zij had de kip vervangen door vegetarische quorn en er nog wat toeters en bellen aan toegevoegd.
Een dikke bos bloemen en een dikke keukenset voor een stralende Nola en een zo mogelijk nog stralender echtgenoot.
En zo kwam er een einde aan de wedstrijddag, iedereen was inmiddels wat rozig van de warmte en het lekkere eten.
Ik voelde me zeer tevreden, had een supergezellige dag gehad met Irene bij Knorr.
“Knorr breekt zo lekker de week” tenslotte.
Ik ben zelf nog van de generatie van “Dag meneer de Knorr”, en dat gingen we ook maar in de praktijk brengen.
Ik moest tenslotte nog een flink eind terugrijden naar huis, dus het was fijn dat het niet heel laat geworden was.
Mijn, inmiddels niet meer witte, schort mocht ik houden, we kregen een tas met Knorrspullen mee, en ik ook nog een envelop met daarin een flinke tegemoetkoming in de reiskosten. Dat vond ik wel heel netjes!
Irene weer thuisgebracht en toen weer naar het hoge noorden.
Toen ik aan het begin van de avond thuiskwam had Bert de tafel gedekt en een flesje wijn klaargezet, Tim had het eten klaargemaakt en kon ik zo aanschuiven.
Heerlijke filetlapjes, gebakken aardappelen en gemengde sla.
En daar kwam geen Knorr aan te pas!
Naar de sauna
Vorig weekend ben ik met Irene naar de sauna geweest.
Zo 2 à 3 x per jaar gunnen we onszelf zo’n verwendagje.
Soms zelfs daagjes, met een hotelovernachting erbij is het wel helemaal super.
Maar met af en toe een losse dag zijn we ook altijd heel blij. Wij doen dit al een aantal jaar, en samen hebben we daarmee ook al ontzettend veel lol gehad.
Want heel vaak gebeuren er gekke dingen.
Afgelopen keer viel daarmee trouwens uit de toon, afgezien van dat ik een verlichtingsspot voor een boomhut annex nestkastje aanzag (omdat ik dus mijn bril niet ophad) en Irene daardoor half verdronk in het zwembad, hebben we geen rare dingen gezegd, gedaan of meegemaakt.
Niet zoals die keer dat we een arrangementje inclusief badjas en handdoeken hadden.
Ze hadden er alleen, tot hun eigen nadeel, niet bijgezegd hoeveel handdoeken.
Speciaal mijn handdoek was namelijk erg aantrekkelijk voor andere saunagebruikers.
Ik weet niet of het mijn geurtje was dat het zo onweerstaanbaar maakte maar iedere keer was mijn handdoek weg! Ik hing ‘m netjes aan een genummerd haakje, zodat ik hem ook weer terug kon vinden na het zwemmen of douchen.Naast die van Irene. Haar handdoek bleef keurig op het haakje hangen, de mijne was weg. De eerste keer ging ik naar de receptie voor een nieuwe handdoek, waarbij ik uitlegde dat de mijne weg was gehaald door een anoniem iemand. De tweede keer bood ik (ten onrechte, want ik kon er niks aan doen) mijn verontschuldigingen aan en kreeg nogmaals een nieuwe handdoek.
De derde keer durfde ik me niet meer te vertonen en stuurde Irene erop af.
We maakten alvast maar plannen voor de vierde keer, waarschijnlijk hoefde ik alleen maar te verschijnen en niks te zeggen en zouden ze direct begrijpen dat ik een nieuwe handdoek nodig had. En de vijfde keer zou het al genoeg zijn als ik alleen een hand om de deur stak….
Waarschijnlijk zouden ze, als we nog eens zouden reserveren, bij het horen van mijn naam al een extra pallet handdoeken laten aanrukken. Als we tenminste nog terug mochten komen.
Of die keer dat we badjassen in onze hotelkamer hadden hangen. Dat was makkelijk, zo van je kamer de sauna in! Irene deed de eerste greep in de kast, prima passende badjas. De andere was voor mij. Ik deed hem aan en vond mezelf niet meer terug. Kon ‘m letterlijk 2 x om me heen wikkelen, zag eruit als een kruising tussen het Michelinmannetje en de Verschrikkelijke Sneeuwman en kreeg het bloedheet in mijn dubbele bepakking. Onnodig te zeggen dat Irene inmiddels al weer op de grond lag van het lachen. Met die badjas ging ik dus niet 2 dagen rondsjouwen, XXXL !
Bij de bar gevraagd om een passende badjas en gelukkig gekregen. Paar rondjes sauna gedaan, tot ik op een gegeven moment dus mijn brillenkoker niet terugvond in de zak van de badjas. Nee het zal niet waar zijn, iemand had mijn badjas meegenomen !
Waarom is Irene nou nooit eens de pineut en heb ik dat alleen maar?
Met wazig zicht, want brilloos, maar weer richting receptie, alwaar omgeroepen werd dat “een mevrouw” haar bril met koker kwijt was, of ieder z’n badjas even wilde controleren. Ondertussen had ik het koud, omdat ik alleen mijn handdoek maar om had, want ik had geen zin in de badjas van een ander op m’n blote huid. Brr. Gelukkig kwam de bril weer terug en kreeg ik nogmaals een schone badjas. Ook deze was weer behoorlijk aan de grote kant maar ik had het lef niet meer om ‘m nogmaals om te ruilen. Niet klagen maar dragen.
Of toen we in het Turks stoombad gingen. Dikke mist natuurlijk toen we binnen kwamen. Maar we waren maar met z’n tweetjes.
We liepen ontzettend stom te doen, Irene galmde nog luidkeels: “Hallo???
Is daar iemand ? Iemand ? Iemand? “, heel gloedvol met wegstervende echo, maar er kwam geen antwoord. We vonden giebelend, op de tast ,de bank om op te zitten.
Alles was natuurlijk superwarm en vochtig van de stoom, we gleden heen en weer op het bankje . Ik verkondigde dat ik glibberbillen had en Irene bood aan om me af te nemen met de ruitenwisser die daar lag. Vervolgens gingen we in gesprek over persoonlijke dingen. Tot we ineens tot onze schrik iemand achter ons vanuit de mist zagen opdoemen, langs ons van de bank stappen en grinnikend naar de uitgang lopen. Een meneer. “Hé, da’s niet eerlijk!” riep Irene zonder nadenken. “Ik vroeg nog of er iemand, iemand, iemand was ! “ “Haha”, lachte de man, “Jullie zagen me toch niet en ik wilde wel eens weten waar jullie het over zouden hebben…. ”
Gelukkig was het zo mistig dat we elkaar bij helder licht niet zouden herkennen, maar we voelden ons flink voor schut zitten.
De infraroodsauna is ook lekker.
Wel onhandig dat je dan op zo´n krukje moet zitten, je zit dan in een kringetje om een middenzuil heen. Wij zaten naast elkaar en hoorden ineens een groot lawaai aan de andere kant van de zuil. Verschrikt schoten we overeind en om de zuil heen en we zagen een mevrouw op de grond spartelen in een wervelende wirwar van handoeken, armen en benen. We waren teveel geschrokken om in de lach te schieten, maar het zag er idioot uit. En de mevrouw zei droogjes: “Ik ging naast ‘t krukje zitten”.
Gelukkig had ze zich niet echt pijn gedaan en toen durfden we erom te lachen. En moesten er vervolgens iedere keer weer aan denken zodat we op de meest rare momenten weer in de lach schoten en mensen ons bevreemd aankeken of dachten dat
we hen uitlachten.
Buiten is meestal ook wel wat te doen. Zo zat er bijvoorbeeld een man in een houten ton.
“Hé!”, zei Irene, “ Daar hebben we Jan Huigen”. En dat was alweer genoeg voor mij voor weer een half uur schateren.
Of druk kletsend de trap van het zwembad aflopen, de laatste tree missen en gewoon doorpratend schielijk onder water verdwijnen, wat natuurlijk resulteert in “ blub blubdebloeb” zodat ik onder water zelf ook nog in de lach schoot en me vreselijk verslikte. En bij het bovenkomen Irene aantrof die verbaasd zei: “Je was ineens weg !”
Of dan toch maar een keer zo fanatiek zijn om baantjes te gaan trekken, terwijl Irene niets anders deed dan naast me mee hopsen. “Ja, dat is toch geen zwemmen !” mopperde ik. “Nee”zei ze, “Maar ik doe Riverdance….. “
We deden ook een keer mee met de Löyly. Dat is een opgieting , met aromatische olie in het water dat wordt verdampt, de stoom wordt verspreid met een handdoek, door de saunameester. Die keer was het met rozenaroma, de saunameester kwam met een emmer aan. “Kijk” fluisterde Irene tegen me, “Dat is Löylletje Rozenwater!”
De serene stemming die gewenst is bij de opgieting was daarna ver te zoeken….
We hebben het er wel eens over gehad dat het lekker zou zijn om een sauna bij huis te hebben. Maar we doen het niet .
Uiteraard is het veel te duur, maar we zouden er immers ook lang niet zoveel lol beleven !

Wens
Ik wou dat ik kon dichten
over alles wat ik voel
om goed te kunnen uiten
wat ik precies bedoel
Ik wou dat ik poëtisch was
aan ritme ongebonden
onverschillig of het rijmt,
of woorden wel bestonden
Dan maakte ik een mooi gedicht
waarin emoties stromen
en de taal nog mooier is
dan waar je van kan dromen
Alles kon ik daar in kwijt
mijn blijdschap, mijn verdriet
mijn liefde , mijn verwondering
het werd een levenslied
Ik zou er in vertellen
dat ’t soms zo donker lijkt
en niets meer fijn of leuk is
hoe je er ook naar kijkt
maar dat dan tòch wel op den duur
het weer wat lichter wordt
en er wel weer wat blijdschap komt
al is het soms maar kort
Ik zou de mooiste woorden maken
om te kunnen zeggen
wat met bestaande woorden
niet valt uit te leggen
Hoe het voelt , wanneer de rust
je vult, omdat toch even
de Hemel open ging nadat
hij steeds was dichtgebleven
Als ik toch zo kon dichten
zo de essentie raken,
het zou het allermooiste zijn
wat ooit een mens zou maken
Stil
Even niet zo’n zin om leuke stukjes te schrijven.
In drie weken tijd hebben we te horen gekregen
dat mijn vader ongeneeslijk ziek was,
hebben we onverwacht afscheid moeten nemen van onze lieve Tess,
is mijn vader overleden en hebben wij hem begraven
en is mijn moeder verhuisd naar een verpleeghuis.
Daar ben ik even stil van…..
Tess
Vandaag is de eerste dag zonder jou, en zoveel kleine dingen laten me merken dat jij er niet meer bent.
Geen blije begroeting, terwijl je je uitrekt, ‘smorgens.
Niet wachten in de keuken op een broodje.
Geen gekwispel bij de deur als je iemand aan hoort komen.
Geen neusjes meer op het raam. Geen gerammel met je bak omdat je water op is.
Geen gehark met een lompe poot, omdat je aandacht wilt.
Geen vergenoegd geknor vanuit je mand terwijl je je even lekker omdraait.
Het balletje wat doelloos in de gang ligt. Je halsband die je niet meer nodig hebt.
Geen natte sik meer op m’n schoot omdat je je kop daar neerlegt net nadat je gedronken hebt.
Geen koppie meer op de leuning van de bank.
Ik hoef niet meer de broodjes die moeten ontdooien veilig weg te leggen omdat jij ze anders wegkaapt.
Geen “beenligtijd” meer. Geen blaf als de postbode op de oprit verschijnt.
Geen bonk op het kruipluik midden in de nacht omdat jij daar neerploft op de mat.
Niet even de tuin in als de kinderen worden gebracht.
Nooit meer blij opspringen bij het toverwoord : “ Brokjes?? “
Nooit meer een rondje Verhildersum met jou.
En er zullen nog zoveel “ nooit meer”s komen…..
Ik mis je zo. Je hield zoveel van ons en je hebt me zo goed geholpen als ik het moeilijk had.
En je hebt me zoveel plezier gegeven door je pure levensvreugde.
Kleine onhandige pup, slungelige puber, prachtige volwassen hond.
Mijn meisje. Ik hou van je.



