Is er iets?

‘Plieng’ zegt m’n telefoon. Berichtje van Irene, 7 uur ’s morgens.
Ik heb inmiddels de eerste van de 5 kinderen van vandaag in de opvang,
sta brood te smeren voor Bert en probeer ondertussen haar vraag over hoe
een nieuw shirtje van kwetsbare stof te strijken, te beantwoorden.
Dit zet de toon van de dag.
Een dag vol kinderen en plieng-geluidjes. Irene is op dreef, ik krijg zowel via What’sapp,als via de vaste telefoon, als via Messenger de laatste nieuwtjes en ik heb zelf het idee dat ik daar op de juiste wijze op reageer.
Zo ben ik blij met een enthousiast verhaal, geef ik advies over hoe een bloedvlek in haar nieuwe gymp te verwijderen,  bedank ik haar voor een lekker recept dat ze gemaild heeft en zeg dat ik die later zal lezen, reageer op een grappige foto die ze stuurt en geef ik een ontkennend antwoord op de vraag of mijn Bonprixbestelling al binnen is.
‘Plieng’
“Is er wat? Je bent een beetje kort vanmiddag”
Er is ondertussen nog 1 kindje over die in de zandbak naast me zit te spelen dus ik kan wel even reageren.
“Nee hoor, er is niks. Maar als jij berichtjes stuurt moet ik ondertussen poepluiers verschonen, raadsels oplossen, ranja inschenken, weggewaaide tenten uit de heg plukken, eten bestellen in het zandbakrestaurant, kleertjes uitspoelen omdat er toch een ongelukje was gebeurd,  Lenny vermanen dat hij niet naar de buurman mag blaffen, kopje koffie maken, de juiste tassen met de juiste kinderen meegeven, noteren hoelaat ze opgehaald zijn, een berichtje in de groepsapp beantwoorden, zeggen dat zand in de zandbak moet blijven, op een trapje klimmen omdat de stroopwafels in het bovenste kastje liggen, Daan z’n pet redden van Lenny, zelf geen stroopwafel nemen, luisteren naar voorgelezen verhaaltjes, helpen met moeilijke woorden, Tim vertellen hoe je braadworstjes klaarmaakt, opletten dat de kleintjes gaan zitten op de glijbaan voordat ze naar beneden sjesen, met een schepje zand uit een emmer ‘eten’ en zeggen dat het de lekkerste lasagna ooit is, water bij de konijnen en kippen bijvullen, vertellen dat we nu echt niet gaan Wii-en met dit weer, gevonden blaadjes en ouwe kastanjes bewonderen, de betonnen parasolvoet verslepen….”
‘Plieng’
“O, gelukkig dat er niks is”
“Nee kind, niks”
Ik hou van mijn dochter.

multi-tasking-mom

 

Longen

Om wat meer bekendheid aan, maar ook uitleg te geven over de sponsoractie die ik gister gestart ben, wijd ik er een blogje aan.
Hierin vertel ik best persoonlijke dingen, maar dat wil ik wel doen als het nuttig is.
Mijn actie is voor het Longfonds.(voorheen Astmafonds)
Waarom ik daar juist nu iets voor wil doen, lees je hieronder.
Zolang ik me kan herinneren heb ik al astma. Mijn ouders vertelden me dat ik mijn eerste echte aanval had toen ik nog een kleuter was,
maar ik weet dat zelf niet meer, wanneer de eerste keer was.
In mijn herinnering is het er gewoon altijd geweest. De aanvallen (meestal ’s nachts) de dagen erna om weer te herstellen, het hoorde bij mijn kinderleven. De medicijnen die ik kreeg waren drankjes en pillen . Ik heb geen idee of die ooit wel iets geholpen hebben, ik moest gewoon die benauwde dagen door tot het weer beter ging. Als het heel erg was ging ik naar het astmacentrum. Dat was in Hilversum, de plaats waar ik ook woonde, dus het kon altijd poliklinisch gelukkig.
Dan werd ik daar ‘geklopt’, of kreeg verneveling ,of extra zuurstof.
Ook ging ik erheen voor ademhalingsoefeningen en ‘heilgymnastiek’ zoals dat genoemd werd.
Zo in de loop van de tijd werd er, in het algemeen, veel meer duidelijk over oorzaken, dus mijn wollen deken werd verruild voor een synthetische, mijn donzen kussen en mijn kapokgevulde matras idem dito.
Maar pufjes, zoals iedereen ze nu kent, die waren er nog niet.
Toen kwam het moment dat werkelijk in mijn geheugen gegrift staat: de ervaring van het allereerste pufje dat ik kreeg.
Ik was 14 jaar, het was zaterdag en ik had het heel erg benauwd. Zo erg dat mijn ouders een weekenddokter lieten komen. En dat was een jonge man met nieuwe ideeën. En nieuwe medicijnen. Hij legde me uit hoe ik het pufje moest nemen en toen….
ik kan het nog steeds niet echt beschrijven hoe dat voor mij was. Letterlijk als bij toverslag verdween mijn benauwdheid. Het was ongelooflijk,ik had echt nog nooit zoiets meegemaakt.
Kan je het je voorstellen, je voelt je heel erg ziek en een tel later ben je genezen? Het voelde euforisch, een ander woord heb ik er niet voor.
In de 40 jaar daarna heb ik pufjes en verwante medicijnen in alle soorten en maten gehad. En heb daardoor een heel normaal leven kunnen leiden omdat de astma onder controle was.
Ik hield wel een beetje de ontwikkelingen en inzichten over astma in de gaten, en paste op mezelf toe wat nuttig was.
Vorig jaar meldde ik me aan om mee te doen aan een wereldwijde wetenschappelijke studie naar het effect van astma-medicatie.
Dit onderzoek duurde een jaar, met 5 screenmomenten.
De eerste keer dat ik daarvoor naar het ziekenhuis zou gaan, mocht ik 48 uur tevoren geen medicijnen meer gebruiken.
En wat ben ik enorm geschrokken van het gevolg daarvan. Ik kreeg het zo vreselijk benauwd als ik het al 40 jaar niet meer gehad had. Altijd had ik, als ik voelde dat het niet zo goed dreigde te gaan, iets kunnen nemen. Nu niet.
Op de ochtend van het onderzoek ben ik met de auto naar het ziekenhuis gereden, met de lift naar de goede verdieping gegaan en heb me met zo’n golfkarretje naar de afdeling laten rijden. Ik kon gewoon niks, ik had het alleen maar verschrikkelijk benauwd.
De testen waren allemaal blaastesten, met verschillende technieken en weerstanden. Het was de bedoeling dat er eerst een provocatie-test gedaan zou worden, ik zou iets krijgen waar ik benauwd van werd. Die provocatie kon dus wel achterwege blijven,
benauwder als dit kon zowat niet. Gelukkig kreeg ik na een aantal testen medicijnen en eventjes voelde ik iets wat leek op wat ik 40 jaar geleden had gevoeld. En wat was ik opgelucht, letterlijk. De test die direct na 1 pufje afgenomen werd liet
al 30% verbetering zien.
Gelukkig hoefde ik voor de andere screenmomenten niet meer zolang zonder medicijnen te doen, anders was ik afgehaakt. 12 uur tevoren kon ik nog wel redden.
In het najaar heb ik 2x achter elkaar longontsteking gehad. Daardoor konden de pufjes niet op de plek van bestemming komen om hun werk te doen, dus weer benauwd.
Toen alles achter de rug was, liet mijn jaarlijkse longtest niet al te beste resultaten zien. De conditie van mijn longen was vergelijkbaar met die van iemand van 80 jaar.
Hier werd ik niet blij van natuurlijk. Voor mijn gevoel had ik alles wel weer goed onder controle met de juiste hoeveelheid pufjes, maar toch maakte ik me wel zorgen. Want ik wil niet dat mijn longen nog meer achteruit gaan.
Daarom nam ik een, voor mij, drastisch besluit.
Bert ging al 1 x in de week naar de sportschool omdat het schaatsseizoen afgelopen was, ik wilde met hem meegaan!
En ik hou echt niet van sport, ik heb er een hekel aan. Maar dit moest echt, en dat was genoeg motivatie om toch die stap te zetten. En om beter effect te hebben wilde ik 2x per week gaan.
Twee weken geleden ben ik gestart. Gelukkig is het hier in Leens, 3 minuten lopen van huis. De sfeer is gemoedelijk, de begeleiding deskundig.
Ik train op de loopband, de roeibank en de fiets. En ik merk nu al, ik ben nu 5 x geweest, verschil. Mijn normale wandeltempo lag op hooguit 4 km per uur, vaak nog lager. Nu kan ik het al volhouden om 20 minuten op het,voor de meesten gebruikelijke,
tempo van 5 km per uur te lopen.
En dit brengt me dan op de sponsoractie.
Het Longfonds heeft nu collecteweek. Maar er zijn ook andere initiatieven. Zoals mijn persoonlijke actie.
Net als ieder mens heb ik bevestiging en steun nodig.
En als je mij die wilt geven in de vorm van een donatie voor het Longfonds, zou ik dat enorm waarderen. Dan word ik er niet alleen zelf beter van, maar ook anderen.
Want er zijn zoveel mensen zoals ik. Die afhankelijk zijn van medicijnen, maar ook baat hebben bij nieuwe onderzoeken en nieuwe inzichten.
Wil je me een hart onder de riem steken voor het sporten, en me zo ook anderen laten helpen?
Er zijn al een paar lieve mensen die een bedrag gedoneerd hebben via mijn persoonlijke actie-site, heel erg bedankt daarvoor!
Wil je ook helpen? Kijk op:
http://www.gezondelongen.nl/acties/annelies_van-bloois/je-longen-zijn-van-levensbelang/donationdirect.aspx

Foto’s

Het gevaar van dit blogje is, dat ik ijdel overkom.
Toch is dat allerminst mijn bedoeling. Ik schrijf dit juist omdat ik me
zo gefrustreerd en soms ook echt verdrietig kan voelen over hoe er vandaag
de dag tegen uiterlijk aangekeken wordt. Het onhaalbare, onrealistische ideaal
wat we opgelegd krijgen via tv, bladen, modewinkels, noem het maar.
Alles wordt gephotoshopt tot een glad, symmetrisch geheel, zonder karakter.
En zonder realiteit.
Ik ben best tevreden met mezelf hoor. Er zijn een aantal uiterlijke
dingen die echt niet aan het heersende schoonheidsideaal voldoen, maar
dat maakt me niet uit. Mijn forse neus, flaporen, wat spitse kin
en inmiddels mijn rimpels maken mij tot wie ik ben.
Als ik wat zou laten veranderen voel ik me mezelf niet meer.
Wel ben ik ontzettend kritisch op foto’s van mezelf.
Als ik weet dat ik op de foto kom, kijk ik zoals ik vind dat het vereeuwigd mag worden. Maar de spontane foto’s…aargh.
Ik heb toch wel een flinke veeg meegekregen van het fotogeniek van mijn vader.
De arme man kwam nou werkelijk nooit eens normaal op de foto.
Als ik gefotografeerd word tijdens een gesprek, een feestje, een gewone
huishoudelijke bezigheid, om maar niet te spreken van tijdens eten en drinken…..
het is 9 van de 10 keer raar, soms zelfs belachelijk.
Ik trek mijn mond heel gek, het vetrolletje waarvan ik dacht dat het wel meeviel staat er prominent op, mijn haar zit pierig, mijn trui zit onflatteus, mijn neus is rood, mijn oren….. etc.
Man en zoon vinden dat ik overdrijf, dochter snapt het wel omdat ze
ook kritisch is op haar eigen foto’s, maar die wrijft vaak nog even zout in de
wonden door een enorme lachbui te krijgen als ze een foto onder ogen krijgt waar ik weer erg charmant op sta.
Ik heb mezelf ook wel eens op video opnames gezien, en dan heb ik dat
veel minder. Dan zie ik gewoon mezelf, zoals ik loop en praat en ben.
Maar de momentopnames, die foto’s zijn, zijn heel vaak gewoon stom!
Echte schoonheid zit van binnen. Toch?
Ja. Want er zijn een paar foto’s, echt op 1 hand te tellen, die niet speciaal
geposeerd genomen zijn en waarvan ik denk: wat sta ik daar mooi op….
Die foto’s zijn op momenten gemaakt wanneer ik echt zielsgelukkig ben.
En dat ook uitstraal. Dan zijn nog steeds die neus en die kin en die flaporen
daar, maar die doen niet ter zake. Het geluk doet ter zake en dat maakt het zo mooi.
De foto die genomen is, vlak na de moeizame en langdurige bevalling,
met baby Irene in mijn armen… ik vind hem prachtig. Ik zie er vermoeid uit, over haar en kleding zwijg ik helemaal, maar ik kijk ZO gelukkig…. ik koester die foto. geluk
De foto die mijn lieve broer Jan Willem maakte tijdens mijn bruiloft…ik was ook toen zo
gelukkig… je ziet het er aan af.

Annelies
En vanmorgen keek ik nog eens de hele bruidsreportage van Irene en Jan, en toen trof mij ook bij een foto van mezelf de gedachte: wat mooi! Ook toen was ik zo gelukkig!JAN-IRENE-PIXED-0217
Ja, op de 2 laatst genoemde foto’s had ik natuurlijk mooi haar en make-up en mooie kleren, maar toch vind ik ze vooral mooi vanwege de uitstraling.
En ik hoop dat meer mensen dat van zichzelf hebben, dat ze hun eigen foto’s zien en denken: o mooi!
Op de een of andere manier is het onzichtbare gefotografeerd en daar kan geen photoshop tegenop.
Dan mag je rimpels hebben en wallen onder je ogen. Een neus die te groot of te klein of te scheef is, een bril, noem het allemaal maar op.
Echte schoonheid zit van binnen. En als die naar buiten straalt, dan is iedereen mooi.
Op zijn of haar unieke eigen manier. Gewoon mooi? Nee. Speciaal mooi.
Zonder ijdelheid.

 

Belmegister

Mag het nog een keertje? Mijn frustratie, ergernis en boosheid uiten in een blogje?
Over, inderdaad ja, TELEFOON !!!
De oneindige stroom van ongevraagde, ongewenste en vooral hoogst irritante
inbreuken op mijn bezigheden en mijn persoonlijke sfeer, soms meerdere keren per dag.
Want ook al neem ik niet eens meer op, als er op het schermpje “Anoniem” of “Privénummer” staat, dat brengt de boodschap niet over, ze blijven gewoon een aantal keren per dag bellen. En nooit wordt de voicemail ingesproken.
Het doet er blijkbaar niet toe dat ik met ons vaste telefoonnummer, zowel privé als met mijn bedrijf, geregistreerd sta in het Belmeniet-register, en dat mijn 06- nummer nergens openbaar staat.
Goede doelen, zwendelaars, energieleveranciers, advertentieverkopers,
zij hebben mijn nummers blijkbaar in het Belmezovaakmogelijk-register.
En ze zijn zooooo vasthoudend! Ze hebben me al zover gekregen dat ik tegen de telefoon,  die ik niet opneem, sta te briesen dat ik de langste adem heb! Maar dat wel nadat ik er weer, voor de zoveelste keer, naar toe moest lopen, voor niks, en daarmee moest onderbreken waar ik mee bezig was. Werk of eigen bezigheden, maakt niet uit, ik moet het neerleggen voor de dwingende riedel van de telefoon, om te kijken of het deze keer dan misschien wel iemand is die ik zou willen spreken.
Als er een nummer op de nummermelder verschijnt neem ik wel op.
Tenminste meestal, want ik heb inmiddels ook een lijstje bij de telefoon liggen met 06 nummers die ik niet opneem. Die zijn namelijk van een stel “bedrijven” die allemaal met elkaar te maken hebben, mooie praatjes verkopen om mij een advertentie te laten plaatsen in een blad dat nauwelijks verspreid wordt en dat niemand leest, en daar vervolgens een torenhoge rekening voor sturen. Helaas ben ik daar eens ingetrapt, toen ik nog dacht dat het om een blad ging dat op de scholen in de regio verspreid werd. Misleiding!
Dom ja, leer voor een volgende keer, maar de mensen achter de 06- nummers denken voortdurend dat ik er die volgende keer weer met beide benen en open ogen intrap.
Maar dan onderschatten ze me toch.
Het is al zover dat de kinderen aan mij vragen als de telefoon gaat: “Ga je opnemen?”
“Nee” zeg ik dan met een blije grijns, als ik voor de zoveelste keer van tafel gelopen ben en “Anoniem”op het schermpje zie staan. Maar dat blije is maar schijn, eigenlijk zou ik willen roepen: “NEE VER^&$((@%#)((*!
Maar ook met wel vermelde nummers is het ellende. De callcenter medewerkers zijn blijkbaar niet zo goed op elkaar afgestemd als je 3 x per week door iemand anders van de Grote Clubactie gebeld wordt met hetzelfde verhaal. Tenminste, de 3e kreeg de kans niet meer om haar verhaal af te maken, dat kon ik inmiddels zelf.
De amicale Henk Huppeldepup die me gelijk Annelies noemt en praat alsof hij deel uitmaakt van mijn vriendenkring, wil het nog “even over de vermelding van Kind aan Huis hebben in de digitale zorggids, zoals we besproken hadden”.
Pardon? De digitale zorggids?  Zo’n onnozele website waarbij je vermelding klauwen vol geld kost, waar nooit iemand op kijkt, en die niets, maar dan ook totaal niets met mijn werk te maken heeft?
“Nee Henk, dat dacht ik toch niet, ik heb niks met je besproken en dat ga ik ook niet doen”.  Helaas hebben we geen telefoon meer waarbij je de hoorn op de haak kan smijten. Dat gaf zoveel  voldoening vroeger! Dan had je echt een daad gesteld.
Nu moet je gewoon op een knopje drukken en het toestel in z’n lader zetten.
Met beleid. Jammer hoor, het effect is een heel stuk minder.
Maar Henk is verdorie een volhoudertje, een week later belt hij doodleuk weer met hetzelfde joviale verhaal. En zeg ik op mijn beurt doodleuk dat hij blijkbaar hardhorend is en last heeft van zijn korte-termijngeheugen, wat niet handig is in zijn baan. En moet ik jammergenoeg weer de telefoon netjes terug zetten in de lader, in plaats van met veel drama de hoorn erop knallen.
Gisteravond ook weer telefoon, maar toen was Bert thuis ,dus mocht hij het opknappen.
Want die is daar best goed in.
Toen er een mevrouw van de Staatsloterij belde begon hij te juichen en te blèren: “Jaaaaa wat hebben we gewonnen??? Vertel het me gauw, is het veel????”
Mevrouw was helemaal van slag, het was een kort telefoongesprek.
Of hij neemt op met “Hallo Irene…O, heet u niet Irene? Hoe heet u dan?” Degene aan de andere kant van de lijn heeft dan de indruk dat Bert ze niet allemaal op een rijtje heeft, dus weer een kort telefoongesprek.
Of hij zegt direct:”Zet maar op de mail, jullie hebben blijkbaar toch al onze gegevens al”.
Nadat hij gisteravond de beller afgepoeierd had met:”Ik zal het even aan mijn vrouw vragen, o ze schudt haar hoofd, dus nee” (ik kom er weer bekaaid vanaf, hij neemt op, maar ik ben alsnog de kwaaie pier) en weer terug aan tafel kwam, was ik zo aan het mopperen dat ik struikelde over mijn woorden en riep:
“Houdt het nou echt nooit op , ik heb ons toch laten opnemen in het Belmegister!!!”
Eigenlijk vind ik het een briljante vondst van mezelf.
Het moet een landelijke registratie worden , Bel me gister!
En voor de zekerheid moet de telefoon met de hoorn en de haak weer terugkomen.
Voor als het Belmegister net zo goed werkt als het Belmeniet-register.
BAM!

telefoon

Structuur

Persoonlijke kwaliteiten. Ik zal ze ongetwijfeld hebben maar gestructureerd een administratie c.q. boekhouding bijhouden hoort daar niet bij. Ik ben vanaf 2009 zelfstandig ondernemer, ik neem me al vanaf 2010 voor om het dit jaar anders aan te pakken, maar op de een of andere manier wil dat maar niet lukken. In ieder geval, voor de helft. De dagelijkse agenda hou ik bij, mijn maandelijkse urenstaatjes voor de opvang die ik naar het gastouderbureau moet sturen en ik hou mijn bankzaken in de gaten. Maar voor de belastingdienst moet ik als zelfstandige ook een aantoonbare administratie hebben, van inkomsten en uitgaven. Logisch, snap ik helemaal. En toch is het in de weken voordat de accountant komt voor het jaarwerk en de belastingaangifte iedere keer weer crisis bij mij. En als ik dan een keer een dag heb dat ik alleen voor schooltijd kinderen heb en verder de rest van de dag niet, lijkt het mij een uitgelezen kans om in ieder geval een gedeelte van die crisis te gaan oplossen. Vol goede moed start ik onze oude computer op, want op mijn laptop heb ik geen Officeprogramma. Alleen superonhandig dat ik met mappen op schoot moet gaan zitten… tot Bert de opmerking maakt dat het computertafeltje wieltjes heeft en dat het dus zeer wel mogelijk is om die tegen de eettafel aan te schuiven. Briljant. Ik had het zelf niet kunnen bedenken. Ik open mijn mapje op de pc. Ik zal toch al wel IETS gedaan hebben vorig jaar? Ja hoor, wel helemaal tot Maart! En aangezien het dus nu weer Maart is loop ik een vol jaar achter. Fantastisch. Ik begin met alle betalingsspecificaties van het gastouderbureau te downloaden en uit te printen, en geef ze allemaal een nummer voor mijn facturering. Dat gaat vlot. Als ik zo door ga heb ik straks gewoon een vrije middag! Ik begin met facturen te maken en open daarvoor het mapje Blanco Facturen. Ik hoef dan voor ieder gezin alleen de datum, de opvangperiode en de afgenomen uren in te voeren. Dan moet ik het opslaan als een PDF bestand. Eitje. Hm, om een volstrekt onduidelijke reden zijn mijn Wordbestanden ineens veranderd in DOCX en kan ik ze niet zomaar aanklikken, ik moet eerst “openen met Word” opzoeken en dan kan het. Kost tijd, jammer. Na een aantal keren kom ik op het lumineuze idee om ze opnieuw op te slaan als Wordbestand. Ja, dat lukt! Hoe moeilijk kan het zijn, ik ben erg tevreden over mezelf. De ingevulde facturen opslaan als PDF en in de map 2016 zetten. Maar dat vind de pc zo moeilijk, waar dat mapje nou toch staat…… Letterlijk bij iedere factuur moet ik weer opnieuw een hele toestand doorscrollen voordat het mapje komt. Fact 1637 opslaan. ‘ Fact 1637 bestaat al, wilt u het bestand vervangen?’ NEEE, niet, maar wel zoeken waar de fout zit. En dan de blanco factuur weer afsluiten, zonder opslaan want anders is hij voor de volgende maand niet meer blanco. Dat gaat allemaal niet meer zo vlot dus. Als ik nou zorg dat die facturen klaar zijn, dan mag ik daarna naar de bakker wat lekkers halen. Maar het duurt allemaal zo lang…. En ik heb zo ontzettend geen zin meer…..En ik heb nog een nieuw gezin erbij gekregen en die hebben nog niet eens een blanco factuur, die moet ik ook nog maken…. Als ik nou tot en met September ga, dan mag ik daarna naar de bakker , sluit ik een deal met mezelf. Na de koffie en een heerlijke Deense weet-ik-niet-meer-hoe-dat-ding-heet, ga ik dapper verder. Bijna bij de laatste factuur van December als de telefoon gaat. Bert, die heeft pauze. Huh, is het al zo laat? Ja het is 12 uur geweest. O. Dat gaat ‘m niet worden, die vrije middag. Maar als ik nou alleen de facturen en niet de boekingen……NEE! Streng zijn, je hebt er nu tijd voor en je gaat het nu doen. Als je straks klaar bent, voel je je heel voldaan! (Ja mam) De facturen zijn klaar maar ik kan ze niet printen want de inkt is op. Zal je altijd zien, maar ze staan in ieder geval in de pc. Dan toch maar aan de slag met boeken. Ik heb een echt heel eenvoudig boekhoudprogramma, ik vul de datum, de post volgens een code, en het bedrag in en het programma doet de rest. Piece of cake, en ik had vanmorgen al zo’n Deens ding gehad dus ik word erg verwend vandaag. Ik moet mijn bankafschriften erbij hebben en mijn o zo professionele blikje dat uitpuilt van de bonnetjes. Als je dat ding ziet verwacht je dat ik mijn geld in een schoenendoos onder mijn bed bewaar. Dat blikje was een cadeautje van mijn zus , er zat een flesje sublieme Port in. Uiteraard is dat flesje Port allang leeg maar het blikje doet nog dienst. Ik zou trouwens best zin hebben in een glaasje Port. Maar het is nog vroeg in de middag en ik wil nog heel veel doen, dus nog even niks inschenken. Ik sorteer de bonnetjes en er blijken ook privé uitgaven tussen te zitten. Omdat ik een cadeaufles Glen Fiddich voor Bert niet kan op voeren als post bij de kinderopvang heb ik werkelijk geen flauw benul waarom ik die bon bewaard heb. Een bon van Wellness de Woudfennen. Ook een ellenlange bon van Jumbo van weekendboodschappen… gaat lekker zo, geen wonder dat ’t blikje uitpuilt. Maar uiteindelijk ligt de tafel vol met stapeltjes bonnetjes per maand en ik ga aan de slag. Ik typ en zoek en typ en zoek en wordt het zo spuugzat…. Ik vind dit geen leuk werk! In mijn jonge jaren heb ik uit noodzaak een poosje op een kantoor gewerkt en ik weet nu weer heel goed waarom ik daar weg wilde! Maar ik ploeter door. Pff, ik moet even pauze hoor. Is het al Port-tijd? Nee, ik moet tot aan Oktober gekomen zijn en dan mag ik een glaasje Port. “Coolblue” staat er op mijn afschrift, en een bedrag. Ik pieker. Wat heb ik gekocht bij Coolblue? Ik heb werkelijk geen flauw idee. Ik open mijn email om te kijken of ik wat terug kan vinden. Niks. Ik ga naar de site van Coolblue en hoop op een brainwave. Die blijft uit. O, ik zie dat je met de klantenservice kan chatten. Ik open het schermpje. “Waarmee kan ik u van dienst zijn” verschijnt er. Ik typ: “ Ik ben met mijn boekhouding bezig en ik kan niet terugvinden wat ik in september bij u gekocht heb. Als ik u het ordernummer en bedrag geef, kunt u dat dan opzoeken? “ “Jazeker” is het antwoord. Ik stel me zo voor dat er aan de andere kant iemand zit te grinniken om zo’n suffe klant. Ik vind mijn vraag zelf een beetje klinken als: “Weet u misschien waar ik woon?” Volgens mijn zus is dit Alzheimer Light. Ze zit de halve dag al te spammen op onze groepsapp, omdat ze tijdelijk aan een rolstoel is gekluisterd is ze supermelig. Dat maakt het trouwens wel gezellig, want ik helemaal alleen met mezelf en een achterstallige administratie vind ik maar niks. Ik blijk een loopfietsje gekocht te hebben! O ja natuurlijk, nou weet ik het weer. Ik boek het gauw in en ga verder. Jaaa daar is Oktober. Het is Port tijd. Het voelt raar, alsof ik clandestien aan de drank ga. Maar er zijn geen kinderen en het is vrijdag, dus wat let me? Niks! En ik neem er ook een bakje chips bij! Het smaakt me prima maar ik vraag me toch af of ik niet beter had kunnen wachten tot alles klaar was. Het boeken begint een beetje rommelig te gaan. * Bedrag* kosten Webstie.  Webstie.  Webstie. WEBSITE!!!!!! Lenny kijkt verschrikt op door mijn driftige getimmer. November! En daarna alleen nog December, dat moet kunnen. De tafel is een stuk leger omdat er nog maar 2 stapeltjes bonnen liggen. Als ik klaar ben mag ik een blog schrijven , beloof ik mezelf. Want dat vind ik wel leuk. En voortaan IEDERE maand mijn boekhouding doen! Dus komende week moet ik Januari en Februari gaan doen, maar ik heb nog niet eens een nieuwe map en geen printerinkt…. Ik ben benieuwd of alles klopt als de accountant komt. Mijn zus stelde al voor om haar ook een glaasje Port aan te bieden… Het gaat vast gezlelig worden. Gezlelig. GEZELLIG!!!

img_20170303_153712370

Dochter(tje)

Toen ik vanmorgen wakker werd van de wekker, hoorde ik de regen tegen de ruiten kletteren. Maar het maakt me niks uit, ik ben al de hele week in een opperbeste stemming. Vorige week was je bruiloft! Niet te geloven, is het echt al een week geleden?
Ik ben er nog zo vol van! Maar het gewone leven ging weer door daarna. Gelukkig maar. Alhoewel, gewoon voelt het nog niet. Het voelt of alles veranderd is door de fantastische dag van vorige week. Of er nu echt een eind is gekomen aan alle verdriet en afscheid, dit is een prachtig nieuw begin. Hoe stralend en gelukkig stonden jullie daar vorige week als bruidspaar, hoe stralend en gelukkig voel ik me sindsdien.
Is dit het nieuwe ‘gewoon’ voor mij? Ik hoop het, want het voelt heerlijk. Vorige week was je de bruid, de mooiste die ik ooit gezien heb. En het was maar goed dat er een beetje rek in mijn feestjurk zat, want mijn hart zwol zo van trots dat het bijna barstte. Met jouw Jan, mijn favoriete schoonzoon, stond je daar, klaar voor een nieuwe stap in de toekomst.
En natuurlijk word ik daar als moeder emotioneel van. Maar uitsluitend vreugdetranen deze keer, hoe heerlijk is dat. Ik mocht jouw getuige zijn, wat een eer en wat ben ik enorm geraakt door jouw woorden, waarom je mij daarvoor gekozen had. De ambtenaar zei:’binnen de lijntjes tekenen’, en ik ben er in geslaagd om er geen bibberige handtekening van te maken. En ik heb verteld wat ik 25 jaar voor je bewaard had, wat je als 3-jarige tegen me zei: “Mama, als ik later ga trouwen, ga je dan wel met me mee, anders ben ik helemaal alleen met die jongen!” Mijn mooie kleine meisje van toen is nu een mooie sterke vrouw. Maar echt veranderd ben je niet, je bent nog steeds vrolijk, positief en wil het liefst dat alles “gezellig” is.

Vanmorgen ging ik met een ander meisje van 3 en haar kleine broertje naar de Aldi. Ik vind het altijd zo leuk om even te neuzen in de bakken daar. Er lag nu allemaal speelgoed en ik pakte een doosje met kralen en rijgtouwtjes. Direct kwam er een herinnering aan jou boven. Je was stout geweest en je mocht voor straf niet meer buiten spelen. Met een betraand gezichtje vroeg je aan mij: “Maar mag ik nog wel kraaltjes rijgen?” Dat klonk wel zo aandoenlijk en lief en verdrietig, ik voelde me een rotmoeder.
En heb samen met jou de kraaltjesdoos opgezocht en een ketting geregen, met een kopje thee erbij. Een op zich klein voorval, maar ik heb het altijd onthouden omdat ik toen op dat moment ook zo goed voelde hoe ongelooflijk veel ik van je hou. En dat is nooit veranderd. En ach, we rijgen nu dan misschien geen kraaltjes meer samen, maar er is zoveel wat we (nog steeds) samen doen! Ook al wonen we 2 uur rijden bij elkaar vandaan, we hebben alle dagen contact en we zien elkaar veel, kletsen, praten, leuten thee, leuten wijn, gaan naar de sauna, wisselen recepten en zelfs kleding uit, praten alles uit, lenen elkaars pufjes omdat we niet meer bijkomen van het lachen…
Ik ben gezegend met jou als dochter. Dat je dat maar even weet.
En als je weer hier komt, mag je gerust nog een keertje kraaltjes rijgen.
Met een kopje thee erbij. Of een glaasje wijn.

img_20170302_104053208

Pleegzorg

Als ik met mijn kleine pleegkindje in de wagen door het dorp loop en ik iemand tegen kom, die vraagt welk kindje dit is, vertel ik dat dit jongetje een poosje bij ons woont, omdat Bert en ik pleegouders zijn voor crisis- en kortdurende opvang.
“O,wat goed” is de reactie. “Maar vind je het dan niet moeilijk om weer afscheid te moeten nemen?”
Deze vraag verwacht ik inmiddels. Het blijkt vrijwel iedere keer het eerste te zijn wat mensen vragen. (sommige mensen zeggen zelfs ” het weer af te moeten staan”….) als ze
horen dat wij pleegouders zijn.
Mijn antwoord is steeds hetzelfde: “Jawel, maar daar stellen we ons op in”.
Begrijp me goed, ik neem de vrager niks kwalijk. Ik waardeer de oprechte belangstellng erg, en vind het lief dat mensen om me denken.
Maar toch verbaas ik me ook wel, dat dit blijkbaar het eerste is wat bij iemand opkomt.
Want voor mijzelf is de vraag of ik het moeilijk vind om afscheid te nemen, niet mijn eerste gedachte als ik aan pleegzorg denk. Dat komt pas veel later.
Het eerste wat bij me opkomt, is het kind. Wat voor kindje is het, waarom komt het bij ons? Kunnen wij iets voor dit kind betekenen?
Een liefdevol, veilig thuis is voor ieder kind belangrijk. En kan dat niet bij eigen ouders, dan misschien een poosje bij ons.
In de tijd dat het bij ons is, willen we de beste zorg en heel veel liefde geven.
En dat is soms heel moeilijk, want ieder kind komt met een rugzak vol emotionele bagage, hoe klein het ook is.
Maar we willen het graag. En in zoverre denken we dus aan onszelf, we doen wat we graag willen doen.
Maar het kind is niet ons kind, en het is het belangrijkste, dat het uiteindelijk op de goede plek thuis is en opgroeit.
Dat beslissen wij niet, dat doen de jeugdzorginstanties. Misschien terug naar de ouders,of wonen bij familie. Naar een permanent pleeggezin, of een gezinshuis.
In de tijd die nodig is om duidelijk te krijgen wat het beste is voor specifiek dat kind, zorgen wij voor hem of haar.
In het voorbereidingstraject wat wij hebben doorlopen om pleegouders te kunnen worden, kreeg ik een boekje onder ogen met de titel:’Plaats in ons huis en in ons hart’.
En zo is het voor ons precies, dat is de motivatie.
Afscheid nemen is een onderdeel, maar er is zo veel meer, wat voor mijn gevoel veel belangrijker is.
Zorgen voor, houden van, de voldoening om te zien dat een kind zich vertrouwd gaat voelen en gaat laten zien wie hij/zij is.
Uiteindelijk weten dat een kind toe is aan een volgende stap. En dankbaar zijn om te zien dat het zover is gekomen, wat die stap ook mag zijn,
want die is voor elk kind anders.
En ja, dan is het afscheid lastig. Maar ook goed. Want we weten dat die volgende stap het kind kansen biedt die wij niet kunnen geven.
En daarom hebben wij voor deze vorm van pleegzorg gekozen.
Als een kind weg is, is het even heel stil in huis. We zitten ineens weer maar met z’n tweetjes aan tafel en lijken zeeën van tijd te hebben.
Het is raar om dat stemmetje niet meer te horen, niet meer bij het naar bed gaan even op het kleine kamertje te kijken of alles goed is.
Om nog kleertjes in de wasmand te hebben, die even niemand meer zal dragen. Eendjes op de badrand, terwijl er geen kinderhandjes meer mee spelen.
We nemen een paar maanden pauze als pleegouders, doen weer wat dingen samen en bouwen zo weer energie op voor de volgende keer.
Dan zijn we er weer klaar voor, zodat we ‘ja’ kunnen zeggen als er een telefoontje van de pleegzorginstantie komt.
Er zijn verschillende vormen van pleegzorg: crisisopvang,kortdurende pleegzorg, weekend-en vakantiepleegzorg, pleegzorg voor lange termijn.
Wil je er meer over weten? Zou het iets voor jou kunnen zijn?
Kijk dan op https://www.supergewonemensengezocht.nl of op de site van de pleegzorginstantie in jouw regio.

dick-bruna-plat-bord-nijntje-speelt

Ik moet neerleggen want…

Deze keer een gastblog van mijn liefhebbende dochter, die vanmorgen na het zoveelste voorval spontaan geïnspireerd werd tot het schrijven van dit stukje!

Ik moet neerleggen want…

Telefoneren. Je zou toch zeggen dat dat de normaalste zaak van de wereld is. Voor veel mensen is dat ook zo, maar volgens mij geldt dat niet voor mijn moeder.

Er is zó vaak iets raars!
De eerste herinneringen die ik daar aan heb zijn van vroeger, toen ik nog thuis woonde. Moeders was een keer aan de telefoon met haar zus. Ze liep een beetje te ijsberen en struikelde over Tim zijn voeten. Op hele kalme, rustige toon zei ze tegen haar zus: “Wacht even ik val”.  Nou, behalve haar kon je mij ook oprapen, want het klonk wel zo stom! Een normaal mens klettert gewoon op de grond, nee zij moet dit eerst even verkondigen.
Een andere keer werd ze tig keer achter elkaar gebeld door dezelfde persoon. Na vijf minuten ging weer de telefoon, dus ze nam op met “jaahaaaaaaa”. Bleek het de manager van een bedrijf waar mijn vader een sollicitatie had lopen te zijn. Oeps.
Maar ook gebeld worden door allerlei bedrijven, houdt ze niet zo van. Op een gegeven moment werd er gebeld door een of ander bedrijf wat goedkope lingerie wilde aansmeren. De reactie van mama was wel de beste reactie die je daarop kon geven.
“Sorry geen interesse”.  “Oh waarom dan niet?” klonk aan de andere kant.
“Nou, ik draag geen ondergoed”.  Bam, telefoon op de haak. Onnodig om te vertellen dat dit weer enorm op mijn lachspieren werkte.
Dit waren allemaal zaken waar ik getuige van was. Maar als ik zelf bel is het ook altijd spannend wat er gaat gebeuren. Toen wij nog niet verhuisd waren, ging ik altijd met de bus van het werk naar huis, en altijd belde ik dan even gezellig met mama. De kinders die op dat moment aanwezig waren vroegen ALTIJD wie er belde, dus altijd zei ze:  Pietje Puck.
En nam dus ook de telefoon op met “Ha Pietje Puck wat fijn dat u belt!”
Goed, ik was getransformeerd naar Pietje Puck.
Tussen de verhalen door, komen, naast het gelach, geschreeuw, gebonk en gehuil vaak opmerkingen als “Hey afblijven!” “NIET aan de knopjes zitten!” “Jongens waarom moet dit nu altijd als ik aan het bellen ben” etc.
Maar ik denk dat ik nog het meest kan schrijven over de manieren van een telefoongesprek beëindigen. Vaak midden in een verhaal, maar doordeweeks bellen is gewoon niet zo handig als er een huis vol kinderen is.
Het zijn alleen altijd zulke grappig dingen, dat ik vaak gierend bij het bushokje eindig, of in mijn heerlijk rustige huis als ik vanuit huis bel. Om maar even een selectie te noemen:

Ik moet neerleggen want…
… Lenny wordt in zijn oor geknepen
… Jantje gooit de strijkplank om
… De bel gaat, Marie wordt opgehaald (vaak vergezeld van een blaffende Lenny en een    huilend kind)
…*geluid van vallende dingen* Het is hier echt huize chaos en cambodja, ik kan niet bellen nu
… Ik ga niet gillen want er zijn kinderen bij, maar ik heb een enorme spin op mijn schouder
… Klaasje kruipt in de boodschappentas
… Ik moet Roodkapje zijn. Oh en grootmoeder. En ook nog de wolf
… Erik komt aan lopen met een oude pinda, ik wil even weten waar hij die vandaan heeft
… Pietje zit bij de cavia’s te klieren
… Tina kruipt in de bench van Lenny

Ik kan nog wel even doorgaan maar ik denk dat ik wel een beeld heb geschetst toch? Ik moet zeggen, het houdt het spannend, je weet nooit wanneer een gesprek klaar is en hoe. En omdat het vaak zo semi wanhopig klinkt ben ik na zo’n gesprek altijd weer helemaal blij.
Ik denk dat ik mijn moeder eens ga bellen om te vragen of ze dit blogje wil posten!

img_20170217_131426221

Klein meisje….

Klein meisje in de zon
met moeders hoge hakken aan
achter de poppenwagen
Op de stoep, waar de bladeren van de bomen
kleine schaduwplekjes maken
Intens gelukkig, intens geliefd
Klein meisje, blond en tenger
je jurkje door mama gemaakt
Zorgzaam je pop toegedekt
met een echt lakentje en een echt dekentje
in mini-uitvoering
Klein meisje in de zon
zo veilig, zo blij, zo vol vertrouwen,
wandel je daar, alleen,
op de stoepjes rond je huis
net-alsof boodschapjes in het netje aan de wagen
Je praat tegen je pop, je kind
en voelt je geborgen,omdat je weet
dat mama thuis is en op je let
Je bent zo vreselijk trots
op je prachtige poppenwagen
alles is zo echt, alleen op jouw formaat
Je bent zo’n gelukkig, blij kind
zoals je daar loopt in de zon
de vogels zingen, jij zingt
en bent er totaal onwetend van
dat het zo niet altijd zal blijven
Maar je voelt je geluk zo intens,
dat je dit moment nooit zult vergeten
Klein meisje in de zon
ik krijg tranen in mijn ogen als ik aan je denk
Ik mis je, want ik was jou

download

Prietpraat (3)

Exact 5 jaar en 1 maand geleden zette ik Prietpraat op deze site. Ik vind het geweldig,
de dingen die kinderen zeggen en hoe ze het zeggen.
Later kwam er nog  Prietpraat (2)
Ik heb er weer een paar verzameld de laatste tijd, dus tijd voor een nieuwe Prietpraat!

Ik heb een boodschappentas op wieltjes
Kind: “Dat is de Tasmobiel!”

Dat vind ik wel iets voor de moeder van Batman

Ik zing met de peuters:  ‘Op een klein stationnetje.’
Kind zingt luidkeels mee: ”Op het grijze zonnetje, ’s morgens in de vroegte….”

Daar krijg je toch gelijk een sfeerbeeld bij……

2 kinderen: ‘Wij gaan met de Hamertje Tik!”
Ik: “Maar er is maar 1 hamer”
Kind: “Dan doe ik wel Vingertje Druk”

Misschien moet ik SES even tippen voor deze nieuwe variant

Ik: “Wat heb jij een lieve pop! Hoe heet ze?”
Kind:  “Jezus”

Die zag ik niet aankomen, ik kwam dan ook niet verder dan “O”

Ik , met een zakdoekje in mijn hand, tegen een kind: “O, kom hier, snottebel!
Ander kind:  “Hij heet Martijn”

Ik zal er voortaan om denken en kinderen niet meer uitschelden

Kind: “Mijn vriendin later moet  een mooie moeder hebben, want
het wordt wel mijn schoonmoeder!”

En ga dan maar eens uitleggen dat het vooral om het innerlijk gaat

Ik: “Wat is er aan de hand?”
Kind: “Ik ben met m’n boze been uit bed gestapt.”
Kind 2 : “Nee, je bent met het verkeerde been uit bed gestapt.
Want dat had Tom ook een keer en toen kon hij niet goed voetballen”

Ja, klinkt logisch, niets aan toe te voegen
Zolang ik nog “in de kinderen” zit, blijf ik genieten, lachen, verbazen en opschrijven.

blogfoto