Categorie archief: Mening

“geloof ik weleens ergens”

Met de kans dat je afhaakt, omdat dit je muziekstijl niet is, wil ik je toch dit nummer niet onthouden.
Ik zal niet zeggen dat ik dagelijks dit soort nummers draai, maar ik heb wel een zwak voor Bob Fosko. Hij maakt een hoop herrie, maar ik vind hem zo sympathiek. Niet dat ik hem ooit ontmoet heb, maar zo komt hij over op mij. Of hij nou lawaai maakt bij de Raggende Manne, of de stem inspreekt van het lieveheersbeestje in de film “een Luizenleven” of hier bij dit nummer van het Universumpje het refrein staat te schreeuwen, hij heeft iets ironisch en daardoor humoristisch, wat me erg aanspreekt.
De tekst van onderstaand lied vind ik geweldig. Het geeft precies weer hoe het gaat: we denken allemaal overal wat van af te weten. We kijken niet of het wel onderbouwd is, het staat op internet ( “t heb op facebook gestaan”) en we blaten het na.
We? Liever ‘men’ dan maar, want ik heb toch de indruk dat zowel jullie, mijn lezers, als ikzelf wel ietsje genuanceerder omgaan met kennis en feiten.
Zeg me alsjeblieft als het niet zo is (dat is volgens mij weer een ander liedje)

Ze zeggen dat het allemaal al eens gedaan is
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze niet weten waar het heen gaat
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je slaap niet in kunt halen
Dat heb ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je op den duur immuun wordt
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat gelukkig zijn een keuze is
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je goed moet articulwuh
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze er niet op vastgepind willen worden
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze maar wat zeggen maar dat zeggen ze maar

Dat heb ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik weleens aaah

https://www.youtube.com/watch?v=xFQD3B95gWQ

Met dank aan TheAphexTim, die me attendeerde op dit nummer nadat we een gesprek over dit onderwerp hadden

Ik begrijp er niks van

Er zijn een hoop TV- programma’s waar ik niet naar kijk omdat ze me niet interesseren. Meest is dat Reality-tv. Ik wil hiermee niemand veroordelen, het is gewoon mijn ding niet. Net zoals ik niet naar voetbalwedstrijden kijk. Een ander haalt z’n schouders op over Midsomer Murders of Per Seconde Wijzer, waar ik graag naar kijk.
Maar er zijn ook programma’s waar ik echt helemaal niets van snap. Ik begrijp niet hoe iemand het kan bedenken, maar al helemaal niet waarom mensen er aan meedoen!
Temptation Island bijvoorbeeld, waarom zou je als koppel daaraan meedoen en verdriet hebben omdat je partner de verleiding niet kan weerstaan? Of zelf de fout ingaan waar heel Nederland getuige van is en ook op hoopt blijkbaar?
Het loopt al wat seizoenen, het voldoet dus toch aan een behoefte.
Toch intrigeert het gegeven me op een bepaalde manier. Als ik in mijn omgeving kijk: familie, vrienden, kennissen, bekenden, dan kan ik me niet voorstellen dat ook maar iemand zich voor dit programma op zou geven. In welke omgeving dan wel, vraag ik me af. Ben ik wereldvreemd als ik me niet kan indenken dat  zulke mensen dus blijkbaar wel echt bestaan?
Vanmorgen had ik een rustig momentje en keek met een kopje koffie even naar TLC. Dat is van tijd tot tijd een ontspannend behangetje. Maar er zijn ook programma’s die me mateloos irriteren en dan zap ik weg. Zo ook vanmorgen en ik kwam 2 zenders verder op MTV terecht. Daar was bijna het programma ‘Just Tattoo of Us’ afgelopen. Ik zat met open mond van verbazing te kijken en zocht naderhand op internet informatie over wat ik nou toch eigenlijk gezien had. Dit kon toch niet echt bestaan? Jawel, het bestaat echt. Twee mensen die ofwel bevriend zijn ofwel een relatie hebben, ontwerpen een tatoeage voor elkaar, die de ander niet mag zien. Het is om elkaar een hak te zetten of een lolletje uit te halen.
Wraak of een grapje dus.  Met een tatoeage. Waar je de rest van je leven mee rondloopt. Echt waar??? Echt waar. Het is internationaal blijkbaar een groot succes, er is een VS versie, een Britse versie en ook een Benelux versie. Van de laatste zag ik dus vanmorgen een staartje.
Het was een stelletje, jongen en meisje, van wie de tatoeages onthuld werden.
Allebei stikzenuwachtig, ten eerste om wat ze zelf te zien zouden krijgen, ten tweede om de reactie van hun partner, om wat ze de ander aangedaan hadden. Ineens hadden ze zorgen over of ze elkaar misschien pijn gedaan hadden. Lekker op tijd mensen!
De twee presentatoren ( het leken wel twee karikaturen, zo nep vanwege de botoxlippen maar ook dat is een kwestie van smaak) kermden en jammerden, want die wisten al wat er onthuld ging worden. Het was een grote rare poppenkast.
De jongen bleek op zijn bovenbeen een grote tatoeage van een luiaard met een schortje en een stofzuiger te hebben. Om het niveau nog verder te verlagen vroeg de presentatrice aan het meisje naar “het verhaal erachter”. De jongen keek ongemakkelijk en zei dat hij de tatoeage op zich mooi gedaan vond.
Toen was het meisje aan de beurt. Op haar heup stond een wc-pot met het woord Zeikerd eronder.
Ze begon te huilen, terwijl de jongen wat onzeker lachte. “Hoe kan je dat nou doen?” snikte het meisje. “Dat je me zo te kakken zet!” De woordspeling ontging haarzelf blijkbaar maar ik moest daar ondanks mijn vertwijfeling toch om lachen.
Het eindigde met dat het meisje overstuur zei dat de jongen zijn moeder moest bellen omdat zìj hem niet meer in huis wilde hebben.
En de rare presentator kirde dat we de volgende keer weer moesten kijken naar een “heerlijk hysterische aflevering”.
Er zijn dus echt mensen die hieraan mee willen doen. Die hun vriendschap of relatie op het spel willen zetten, die het leuk vinden om de ander totaal voor gek te zetten en pijn te doen, die zelf voor gek gezet en pijn gedaan willen worden, en die de rest van hun leven hieraan permanent herinnerd willen worden.
Ik kan er niet bij. Met de beste wil van de wereld kan ik er niet bij. Misschien mis ik een verbinding in mijn hersenen, dat ik dit soort dingen niet begrijp. Het zij zo.
Laat mij maar lekker saai naar Per Seconde Wijzer kijken. Daar doe ik Bert en mezelf geen pijn mee.
tenor

 

Spel

Door de grotere kinderen hier wordt gegamed en gepraat over games. Ik ben er wel aan gewend, want toen mijn eigen zoon een groter kind werd, was het net zo.
Inmiddels is hij een volwassen man, maar de gamerij (ik lijk wel een Groninger) is nog steeds actueel. Alleen krijg ik het van hem nu veel minder mee, ik weet alleen dat er regelmatig game-sessies met zwager en neven zijn en er staat vaak een nieuwe game op de verjaardags-verlanglijst.
Ik heb hier een Wii met kindvriendelijke spelletjes als Mario Party. Dat mogen alle kinderen spelen, op een regenmiddag of in de vakantie.
Maar de grote jongens spelen thuis op de Playstation of de Switch en dan zijn de vechtspellen zoals Fortnite favoriet. De meiden hoor ik er eigenlijk niet over, die hebben blijkbaar toch een andere belangstelling.
Bij mijn eigen zoon en schoonzoon zijn het ook de battle-games ( ze praten zelf natuurlijk niet over ‘vechtspellen’ ) die het meest gespeeld worden.
Als ik het vroeger meekreeg omdat zoon het speelde, en nu via de gesprekken van de jongens hier, kon en kan ik maar niet wennen aan uitdrukkingen als: “Ik ben dood” en “Hoeveel kills heb jij gemaakt”
Ik weet wel dat het over de game, het spel, gaat maar het klinkt me zo naar in de oren. Dat lijkt niet bij een kindermond te horen.
Wat ik er van vind, daar heb ik al veel over nagedacht. En als ik dan heel eerlijk ben is er eigenlijk niet zoveel verschil met hoe wij vroeger speelden. Alleen speelden wij dan natuurlijk niet op een spelcomputer, maar fysiek.
We waren cowboys en indianen en schoten elkaar overhoop. We waren politie en boeven en bonden elkaar vast. We waren ridders en bevochten elkaar met zwaarden. We speelden oorlogje en bouwden forten van waaruit we onze geweren richtten op iedereen die langs kwam. “Pang pang, jij bent dood!”
Ben ik daar een agressief mens van geworden? Nee, ik heb juist een heel grote afkeer van geweld. Ik kan niet naar gewelddadige films kijken, ik kan geen oorlogsberichten in de krant lezen en zou zelf nooit een wapen kunnen hanteren. (zie ‘Airsoft‘)
De spelletjes die ik vroeger speelde waren fantasie. Ik heb nooit getwijfeld aan de grens tussen spel en werkelijkheid. In mijn spel was ik iemand anders, in het echt was ik gewoon mezelf.
Volgens mij is dat nu ook zo. Moet ik er niet te zwaar aan tillen dat er vechtspellen gespeeld worden. De grens tussen fantasie en werkelijk is er nog steeds. Alleen is het fysieke rollenspel veranderd in een digitaal rollenspel.
Ons spel was denk ik alleen gezonder omdat we buiten rondrenden in plaats van binnen zittend te spelen. Maar psychologisch moet ik me er denk ik minder druk over maken.
Wij waren ook meer uit het zicht van onze ouders als de kinderen van nu. Misschien zou mijn moeder ook wel gezegd hebben: “Moet dat nou,weet je wel waar je mee bezig bent?”, als ik als indiaan een cowboy scalpeerde. Maar ze zag het niet.
Wij zitten er nu gewoon veel meer bovenop, want de games worden thuis gespeeld. En dan lijkt het of het nu erger is als vroeger. Maar kinderen van alle tijden spelen machts- en vechtspelletjes.
Er zal ongetwijfeld een hele serie psychologische en pedagogische onderzoeken over bestaan, want blijkbaar hebben kinderen het nodig.
En dan zie ik het toch als positief dat we in ieder geval nu weten waar de kinderen mee bezig zijn. Als het ons te ver gaat, kunnen we er met hen over praten.
Konden we dat met de echte oorlogvoerders ook maar.

cowboy

 

Challenge

De “challenge” is een hype.
Prima om ergens aandacht voor te vragen, als dat nodig is. Iedereen kent de Icebucket-challenge wel. Ik heb er overigens niet aan meegedaan, maar nu weten wel veel meer mensen iets van de ziekte ALS. Ludieke actie.
Maar er wordt nu van alles in de vorm van een “challenge” gegoten. Een voornemen telt niet mee als het geen challenge is. De “31 dagen geen alcohol-challenge” Je print een papiertje uit en kan dan per dag aanvinken dat je niet gedronken hebt. Nou poeh. Daar heb je wel een challenge voor nodig, dat had je zelf nooit kunnen bedenken, laat staan uitvoeren. En na die 31 dagen, ga je dan weer gewoon aan de zuip?
De “fit in 30 dagen challenge” . “Afvallen in 30 dagen challenge”.  “In 30 dagen lekker in je vel-challenge”.
Om mensen mee te krijgen , moet het snel en kort. Het effect is niet blijvend, want aan een echte uitdaging zit geen limiet. Na zo’n challenge ga je weer “normaal” doen En heb je binnen no-time het effect van de challenge weer teniet gedaan.
Waar ik echt niks van snap zijn de soms echt idiote internet-challenges. Vooral jongeren laten zich opjutten om er aan mee te doen. Stikken in kaneel, je vast laten binden met ducttape, zoveel deo opspuiten dat je brandwonden krijgt…. hilarisch. Het nieuwste is nu de Birdbox-challenge, er zijn zelfs gekken die geblinddoekt gaan autorijden. Serieus. Ze zullen toch ooit wel hersens gehad hebben, anders hadden ze hun rijbewijs niet kunnen halen. De “gebruik je verstand- challenge” lijkt me wel wat. En dan niet voor alleen 30 dagen.
Wat kan mij het allemaal schelen? Nou eigenlijk normaal niet zo heel veel, ik hoef er niks mee. Maar als het me ongevraagd opgedrongen wordt, dan ben ik toch wel lichtelijk tot zwaar geïrriteerd. Ik kan niet meer iets normaals  doen als groente kopen,  zonder dat het een challenge is, zag ik vandaag.  Schei  daarmee uit, ik wil geen challenge, ik wil gewoon boodschappen doen. Waarom moet ik voor alles uitgedaagd worden?

IMG_20190112_153935093.jpg
Ik wil gewoon een zak gemende groente kopen om te gebruiken voor het avondeten. Waar zijn we mee bezig als er op de verpakking staat dat het een challenge is. Er wordt  voorgekauwd (misschien niet de beste woordkeus in dit geval) wanneer en hoeveel portietjes groente je op een dag  moet eten. Doe even normaal!
Het enige wat de Jumbo wil is meer producten verkopen, het gaat heus niet om bezorgdheid over onze gezondheid. Ze schatten hun klandizie niet erg hoog in als ze denken dat we zelf niet kunnen bedenken wanneer we groente  zullen eten.
Zo.  Uitgemopperd. En nu een biertje, want het is zaterdag.  Dat is geen challenge maar een wekelijks geniet-momentje.
Als ik al een challenge moet hebben dan is het dat ik niet aan challenges mee doe. En dat de rest van mijn leven volhou. Ik kan het.

 

Decemberpost

Vandaag was ik verbaasd en wrevelig tegelijk toen ik de post van de mat opgeraapt had.
Allemaal persoonlijk ge-adresseerd en ik ken er niemand van. Dikke envelop van een goede-doelen organisatie. Andere envelop met kaart van een andere goede-doelen organisatie. Grote envelop van nog een andere goede-doelen organisatie. En een tijdschrift. “Fam.”, met als bijschrift “Welkom in de fam. “
Huh? ”Magazine van De Friesland over krachtige mensen en bijzondere families.”
Goeiemorgen. De Friesland is een zorgverzekering die afgelopen jaar de beste tandartsverzekering voor ons had. Punt. Waar gaat dit over zeg. Het is een zorgverzekering, geen lifestyle! Wat kan mij dat nou schelen dat meneer Rinsma wekelijks 100 km fietst of dat mevrouw van Kouterik geen 9 tot 5 baan heeft. Ik ken de beste mensen niet. En ik denk dat het hen ook geen reet interesseert als ze een artikel zouden lezen over dat ik twee keer in de week naar de sportschool ga, dat Bert fulltime auto’s repareert en dat we dit jaar een wandelvakantie gedaan hebben. Ik vind het compleet idioot, een magazine van een zorgverzekeraar. Een zorgverzekering is duur en we willen dat hoge zorgkosten vergoed worden, omdat we iedere maand een hoge premie betalen. Dat mijn eigen risico ieder jaar gewoon op gaat, daar hoor je De Friesland niet over. Kan ik best een artikel over schrijven trouwens, evenals over de afhankelijke positie die je als chronisch patiënt hebt. Is je medicijn ineens niet meer verkrijgbaar omdat de fabriek die het maakt daarmee stopt (licentie verlopen dus er kan niet meer genoeg aan verdiend worden) dan is dat jammer voor je, maar dan staat De Friesland, of welke andere zorgverzekeraar dan ook, niet voor je klaar hoor! Dan wordt je van kastje naar de muur gestuurd en iedereen schuift de verantwoordelijkheid naar iemand anders. Ondertussen ben je een half jaar bezig om je weer een beetje goed te voelen omdat je nieuwe medicijn anders werkt, de bloedonderzoeken die nodig zijn om te bepalen of je de juiste dosering krijgt zijn voor eigen rekening….. Welkom bij de fam.
* Nu volgt een krachtterm die ik niet zal publiceren*
De andere post. Goede doelen. Prima, helemaal mee eens dat mensen die het slecht hebben geholpen worden, zowel hier als waar dan ook op de wereld. Maar.
Al die ongevraagde post! Dat geld wat daar aan gespendeerd wordt, moet toch naar het doel gaan?
Het Leger des Heils spant vandaag de kroon. Ik krijg een mapje met kaartjes, cadeaupapier, een heel vel stickers met mijn naam en adres en een mooie pen. O ja, en een acceptgirokaart. Of ik iets wil betekenen voor eenzame mensen. Ja, natuurlijk wil ik iets betekenen voor eenzame mensen. Maar daar hoef ik toch niet ongevraagd zo’n heel pakket voor te ontvangen? En ik ben niet de enige natuurlijk, dit pakket zal in veel brievenbussen komen. Mooie pen, leuk. Adresstickers? Doe ik niks mee. Cadeaupapier? Ik heb nog 3 rollen liggen, dat velletje heb ik niet nodig. Kaartjes met “Bedankt” erop. Geen idee wie ik moet gaan bedanken. Acceptgirokaart, aan een brief met een schrijnend verhaal erop. Jongens…. ik snap heus wel wat jullie bedoelen. Maar jullie schieten toch helemaal je doel voorbij door op deze manier aandacht te vragen? Er staat ook nog op het mapje voorop”Een gift voor u!”
Lieve mensen van het Leger des Heils, ik ben in de gelukkige omstandigheid dat ik niet eenzaam ben.Ik hoef geen gift. Gebruik jullie je geld nou toch alsjeblieft voor degenen die het nodig hebben en stuur mij gewoon een mail als je iets wilt vragen of zeggen. Als jullie achter mijn adres kunnen komen lukt dat ongetwijfeld ook voor mijn email-adres. En dat geldt ook voor de andere post die we vandaag kregen. Het belandt allemaal bij het oud papier. Verspilling van materiaal , van geld en van energie.
December is natuurlijk bij uitstek de maand om op het gemoed te werken. Maar niet op deze manier alsjeblieft. Het werkt alleen maar tegen.

IMG_20181218_103650323.jpg

Aardigheid

Leuk, social media, ik maak er ook graag gebruik van. Niet van alles, ik heb geen Instagram, wel een Twitteraccount, maar daar doe ik helemaal niks mee. Wel met Facebook. Een beperkte vriendenlijst, en een aparte pagina voor deze blogsite.
Wat ik wel moeilijk vind, is dat social media ook gretig worden gebruikt voor het ventileren van meningen en dan heel vaak ongefundeerd. Napraten, alvast maar schreeuwen zonder dat je de achtergrond weet, goedgelovigheid “want het staat op internet” , ik heb er moeite mee. Maar alle statussen die openbaar zijn, daar mag iedereen wat van vinden en dat ook kenbaar maken. En wat men niet gewoon hardop tegen een ander wil of durft te zeggen, wordt wel op Facebook of Twitter gegooid. Het ergste vind ik geloof ik nog dat er zo oordelend gereageerd wordt op elkaar. Dat je het niet met iemands mening eens bent, is blijkbaar niet genoeg, je moet ook die persoon nog even aanvallen met scheldwoorden en uitmaken voor alles wat lelijk is, ook al ken je diegene niet eens.
Waar is dan het sociale van social media? Ik lees wel eens reacties onder een artikel, en dan de reacties op de reacties en wordt daar gewoon akelig van.
Niet dat ik altijd zo’n lieverd ben, ik kan ook heel fel uit de hoek komen. Maar ik vind het erg dat mensen op Facebook zo persoonlijk worden en dan vaak zo hatelijk zijn. Ik ben in de loop van de tijd ook lid geweest van een aantal Facebook-groepen en ik ben er iedere keer weer uitgestapt omdat de sfeer bedorven werd door rotopmerkingen van sommige leden. Waar is dat voor nodig? Je kan toch ook op een andere manier zeggen dat je er anders over denkt? En is het überhaupt nodig dat je altijd overal op reageert?
Als je bijvoorbeeld iets niet leuk vind, waar een ander trots op is, dan kan je toch ook gewoon niks zeggen? Dan kwets je ook niet. “Ja ik ben gewoon eerlijk, ik zeg waar het op staat”
Ben je oneerlijk dan als je gewoon wel eens niets zegt, alleen bij jezelf denkt: Hm nee, dit is het niet voor mij? Ik vind zelf van niet.
Bambi is al een heel oude film, maar ik vind er een heel mooi stukje inzitten. Stampertje maakt een vervelende opmerking en moeder Konijn zegt vermanend: “Stamper! Wat heeft je vader je geleerd?” Hij begint verlegen met zijn voeten te draaien en mompelt: “Als je niks leuks kunt zeggen, zeg dan niks niemendal”
Ik ben het met vader Konijn eens. Het is niet altijd nodig om wat te zeggen. Je mag ook wel eens gewoon je mond houden, gewoon voor de aardigheid.

stampertje

 

Emancipatie/Evrouwcimatie

De meeste mensen die mijn stukjes lezen weten wel dat ik een voorstander ben van emancipatie.
Ik ben beslist geen feministe, ik vind zelf dat je dan al gauw de rollen omdraait. En dus nog niks verandert.
Maar ik ben er wel van overtuigd dat mannen en vrouwen gelijkwaardig zijn. En dat is iets anders dan gelijk.
Want behalve de lichamelijke verschillen zijn er wel degelijk grote verschillen tussen de aard van mannen en die van vrouwen.
Ik heb mijn kleuterleidsters- opleiding eind jaren 70 gedaan. Toen was de feministische golf in volle gang en vertaald naar mijn opleiding betekende dat, dat je niet aan rolbevestiging mocht doen en dat al het speelgoed en ander ontwikkelingsmateriaal zowel voor jongens als voor meisjes moest en mocht zijn.
Mee eens, ieder kind moet kunnen spelen zoals het bij haar of zijn ontwikkeling past.
Maar in de praktijk bleek dat het niet zo werkt, dat als je meisjes ook met auto’s laat spelen en jongens ook met poppen, ze gelijk worden in hun belangstelling en in hun vaardigheden.
Dames en heren, we zitten gewoon anders in elkaar. Punt. En ik vind persoonlijk dat we elkaar daarmee prima aanvullen. Als we het maar accepteren en niet geforceerd willen dat vrouwen zakelijker en technischer worden en mannen zorgzamer en gevoeliger. Tenminste niet door de rollen om te draaien. Want een zakelijke en/of technische vrouw denkt toch anders dan een zakelijke en/of technische man. En een zorgzame, gevoelige man toont dat anders dan een zorgzame en gevoelige vrouw, alle genderneutrale (dat woord bestond nog niet eens in de jaren 70!) opvoeding ten spijt.
Vrouwen hebben andere hormonen dan mannen en aangezien wij allen het resultaat zijn van onze hormoonwerking blijven we verschillend.
In mijn kinderopvang is veel speelgoed en  alle kinderen mogen daar mee spelen. En ik zie grote verschillen. Als ik  kinderen vanaf de babyleeftijd hier heb,  mag ik toch aannemen dat het niet aangeleerd is, maar aangeboren. Als de meisjes met de auto’s spelen gaan ze gezellige ritjes maken, om te picknicken bijvoorbeeld, of ze zoeken een plekje in de parkeergarage omdat ze willen winkelen. Als de jongens met de auto’s spelen wordt er geraced of juist in de file gestaan, worden er veel brrrrroemmmm geluiden geproduceerd en is er niet zelden een politieauto of een brandweer nodig.
Als de meisjes met de poppenwagen spelen wordt de beer of pop zorgzaam aangekleed, toegedekt en mee naar buiten genomen voor een wandelingetje. Als de jongens met de poppenwagen spelen wordt er ofwel gekeken hoe hard je daarmee kan racen, ofwel wordt de pop/beer eruit gekieperd, de wagen op z’n kop gezet en bestudeerd hoe de techniek van de vering en de wieltjes werkt.
En als we groot zijn?
Gisteren gingen we naar de stad, Bert en ik. We moesten op een nieuwe bril voor Bert uit en verder gewoon een keertje wat shoppen, niets speciaals.
Het is eigenlijk hilarisch om te zien hoe we dat doen, mannen en vrouwen, en dan speciaal bij kleding kopen.
In de winkels voor dameskleding neuzen de vrouwen in de rekken, trekken van alles tevoorschijn en gaan met armen vol naar de paskamers. De bijbehorende mannen hangen intussen op een kruk of stoel of tegen de muur, vaak met hun mobieltje in de hand. De vrouwen passen de kleren, vragen soms hun man om zijn mening, die kijkt dan even op en zegt: “ ja mooi.” De vrouwen twijfelen eindeloos, kiezen nog eens een andere maat of kleur, doen het eerste toch nog maar een keer aan, draaien nog maar weer eens voor de spiegel heen en weer om van alle kanten te kunnen keuren hoe het staat en kopen van de 10 items misschien 1 of 2 dingen, de rest gaat terug. En vaak gaat alles terug.
In de winkels voor herenkleding lopen de mannen doelbewust naar wat ze willen hebben, pakken hun maat en lopen naar de paskamer. Hun vrouwen gaan dan helemaal niet op een kruk of stoel hangen en op hun mobieltje kijken, want zij zoeken ondertussen nog even verder naar wat nog meer leuk is. De man past zijn kleding, zijn vrouw vraagt: “Laat eens zien?”  En gaat vervolgens keuren. Getrek en gefrummel op zijn schouders, gestrijk over plooitjes, gepulk aan knoopjes, terwijl de man er lijdzaam bijstaat. De vrouw zegt: “Staat je goed! Of : “Nee dat moet je niet nemen”. En komt vervolgens met nog 3 items aan die hij echt even moet passen. En man doet dat gehoorzaam.
Ikzelf was gister net zo’n vrouw en ineens zag ik daar enorm de humor van in.
Laten we die verschillen tussen mannen en vrouwen maar omarmen , in plaats van ze te ontkennen of te proberen weg te werken. Het leven wordt er een stuk leuker van, er valt veel meer te beleven.

tek-symbool-man-vr-170_400_09

Neutraal

Beste vaders en moeders.
Herstel.
Beste ouders.
Herstel.
Beste mensen.
Herstel.
Beste personen.
Om voortaan zo neutraal mogelijk te zijn en niemand voor het hoofd te stoten (kan dit? of is dit vervelend voor mensen die aan migraine lijden)
Herstel.
…en niemand te kwetsen (hm, volgens mij zijn er pruimen die kwetsen heten… ja de prunus domestica domestica…. maar die kunnen niet protesteren, dus dit woord laat ik nu maar staan)
wil ik een aantal aandachtspunten noemen in verband met mijn Kinderopvang.
Voor wat mijzelf betreft: voortaan zal ik niet meer “Hé jongens!” zeggen , maar “Hé kinderen”.
In het geval dat dit te generaliserend blijkt, kan ik een onderverdeling maken in “Hé baby, peuter, kleuter, schoolkind, beginnende puber”
Deze aanpak heeft wel het gevaar van stigma’s in zich, dus de praktijk moet uitwijzen wat het beste werkt voor iedereen, zonder dat iemand zich benadeeld voelt.
Aan u wil ik vragen om uw kind een genderneutrale naam te geven. Ik denk hierbij aan Robin, Dominique, Kim of Ali.
Laten we voorkomen dat de kinderen een identiteit opgedrongen krijgen door hun expliciete jongens- of meisjesnaam.
Ik ben blij te kunnen melden dat het toilet hier altijd al neutraal was, dus dat blijft zo.
Als we over school praten zal ik het woord “juf” vervangen door “leerkracht”.
En om nog meer riskante zaken uit te sluiten zal ik de hier zo geliefde Jodekoeken voortaan presenteren uit een neutrale , naamloze bus,  als “koeken”.
De afrikaantjes in de tuin benoemen we voortaan  met het Groningse “tutteltoantjes”
Er zullen ongetwijfeld meer onderwerpen zijn die aandacht behoeven in deze, schroom niet om mij daarop aan te spreken.

Met vriendelijke groet
Persoon van Bloois

neutraal

 

 

 

Foto’s

Het gevaar van dit blogje is, dat ik ijdel overkom.
Toch is dat allerminst mijn bedoeling. Ik schrijf dit juist omdat ik me
zo gefrustreerd en soms ook echt verdrietig kan voelen over hoe er vandaag
de dag tegen uiterlijk aangekeken wordt. Het onhaalbare, onrealistische ideaal
wat we opgelegd krijgen via tv, bladen, modewinkels, noem het maar.
Alles wordt gephotoshopt tot een glad, symmetrisch geheel, zonder karakter.
En zonder realiteit.
Ik ben best tevreden met mezelf hoor. Er zijn een aantal uiterlijke
dingen die echt niet aan het heersende schoonheidsideaal voldoen, maar
dat maakt me niet uit. Mijn forse neus, flaporen, wat spitse kin
en inmiddels mijn rimpels maken mij tot wie ik ben.
Als ik wat zou laten veranderen voel ik me mezelf niet meer.
Wel ben ik ontzettend kritisch op foto’s van mezelf.
Als ik weet dat ik op de foto kom, kijk ik zoals ik vind dat het vereeuwigd mag worden. Maar de spontane foto’s…aargh.
Ik heb toch wel een flinke veeg meegekregen van het fotogeniek van mijn vader.
De arme man kwam nou werkelijk nooit eens normaal op de foto.
Als ik gefotografeerd word tijdens een gesprek, een feestje, een gewone
huishoudelijke bezigheid, om maar niet te spreken van tijdens eten en drinken…..
het is 9 van de 10 keer raar, soms zelfs belachelijk.
Ik trek mijn mond heel gek, het vetrolletje waarvan ik dacht dat het wel meeviel staat er prominent op, mijn haar zit pierig, mijn trui zit onflatteus, mijn neus is rood, mijn oren….. etc.
Man en zoon vinden dat ik overdrijf, dochter snapt het wel omdat ze
ook kritisch is op haar eigen foto’s, maar die wrijft vaak nog even zout in de
wonden door een enorme lachbui te krijgen als ze een foto onder ogen krijgt waar ik weer erg charmant op sta.
Ik heb mezelf ook wel eens op video opnames gezien, en dan heb ik dat
veel minder. Dan zie ik gewoon mezelf, zoals ik loop en praat en ben.
Maar de momentopnames, die foto’s zijn, zijn heel vaak gewoon stom!
Echte schoonheid zit van binnen. Toch?
Ja. Want er zijn een paar foto’s, echt op 1 hand te tellen, die niet speciaal
geposeerd genomen zijn en waarvan ik denk: wat sta ik daar mooi op….
Die foto’s zijn op momenten gemaakt wanneer ik echt zielsgelukkig ben.
En dat ook uitstraal. Dan zijn nog steeds die neus en die kin en die flaporen
daar, maar die doen niet ter zake. Het geluk doet ter zake en dat maakt het zo mooi.
De foto die genomen is, vlak na de moeizame en langdurige bevalling,
met baby Irene in mijn armen… ik vind hem prachtig. Ik zie er vermoeid uit, over haar en kleding zwijg ik helemaal, maar ik kijk ZO gelukkig…. ik koester die foto. geluk
De foto die mijn lieve broer Jan Willem maakte tijdens mijn bruiloft…ik was ook toen zo
gelukkig… je ziet het er aan af.

Annelies
En vanmorgen keek ik nog eens de hele bruidsreportage van Irene en Jan, en toen trof mij ook bij een foto van mezelf de gedachte: wat mooi! Ook toen was ik zo gelukkig!JAN-IRENE-PIXED-0217
Ja, op de 2 laatst genoemde foto’s had ik natuurlijk mooi haar en make-up en mooie kleren, maar toch vind ik ze vooral mooi vanwege de uitstraling.
En ik hoop dat meer mensen dat van zichzelf hebben, dat ze hun eigen foto’s zien en denken: o mooi!
Op de een of andere manier is het onzichtbare gefotografeerd en daar kan geen photoshop tegenop.
Dan mag je rimpels hebben en wallen onder je ogen. Een neus die te groot of te klein of te scheef is, een bril, noem het allemaal maar op.
Echte schoonheid zit van binnen. En als die naar buiten straalt, dan is iedereen mooi.
Op zijn of haar unieke eigen manier. Gewoon mooi? Nee. Speciaal mooi.
Zonder ijdelheid.

 

Belmegister

Mag het nog een keertje? Mijn frustratie, ergernis en boosheid uiten in een blogje?
Over, inderdaad ja, TELEFOON !!!
De oneindige stroom van ongevraagde, ongewenste en vooral hoogst irritante
inbreuken op mijn bezigheden en mijn persoonlijke sfeer, soms meerdere keren per dag.
Want ook al neem ik niet eens meer op, als er op het schermpje “Anoniem” of “Privénummer” staat, dat brengt de boodschap niet over, ze blijven gewoon een aantal keren per dag bellen. En nooit wordt de voicemail ingesproken.
Het doet er blijkbaar niet toe dat ik met ons vaste telefoonnummer, zowel privé als met mijn bedrijf, geregistreerd sta in het Belmeniet-register, en dat mijn 06- nummer nergens openbaar staat.
Goede doelen, zwendelaars, energieleveranciers, advertentieverkopers,
zij hebben mijn nummers blijkbaar in het Belmezovaakmogelijk-register.
En ze zijn zooooo vasthoudend! Ze hebben me al zover gekregen dat ik tegen de telefoon,  die ik niet opneem, sta te briesen dat ik de langste adem heb! Maar dat wel nadat ik er weer, voor de zoveelste keer, naar toe moest lopen, voor niks, en daarmee moest onderbreken waar ik mee bezig was. Werk of eigen bezigheden, maakt niet uit, ik moet het neerleggen voor de dwingende riedel van de telefoon, om te kijken of het deze keer dan misschien wel iemand is die ik zou willen spreken.
Als er een nummer op de nummermelder verschijnt neem ik wel op.
Tenminste meestal, want ik heb inmiddels ook een lijstje bij de telefoon liggen met 06 nummers die ik niet opneem. Die zijn namelijk van een stel “bedrijven” die allemaal met elkaar te maken hebben, mooie praatjes verkopen om mij een advertentie te laten plaatsen in een blad dat nauwelijks verspreid wordt en dat niemand leest, en daar vervolgens een torenhoge rekening voor sturen. Helaas ben ik daar eens ingetrapt, toen ik nog dacht dat het om een blad ging dat op de scholen in de regio verspreid werd. Misleiding!
Dom ja, leer voor een volgende keer, maar de mensen achter de 06- nummers denken voortdurend dat ik er die volgende keer weer met beide benen en open ogen intrap.
Maar dan onderschatten ze me toch.
Het is al zover dat de kinderen aan mij vragen als de telefoon gaat: “Ga je opnemen?”
“Nee” zeg ik dan met een blije grijns, als ik voor de zoveelste keer van tafel gelopen ben en “Anoniem”op het schermpje zie staan. Maar dat blije is maar schijn, eigenlijk zou ik willen roepen: “NEE VER^&$((@%#)((*!
Maar ook met wel vermelde nummers is het ellende. De callcenter medewerkers zijn blijkbaar niet zo goed op elkaar afgestemd als je 3 x per week door iemand anders van de Grote Clubactie gebeld wordt met hetzelfde verhaal. Tenminste, de 3e kreeg de kans niet meer om haar verhaal af te maken, dat kon ik inmiddels zelf.
De amicale Henk Huppeldepup die me gelijk Annelies noemt en praat alsof hij deel uitmaakt van mijn vriendenkring, wil het nog “even over de vermelding van Kind aan Huis hebben in de digitale zorggids, zoals we besproken hadden”.
Pardon? De digitale zorggids?  Zo’n onnozele website waarbij je vermelding klauwen vol geld kost, waar nooit iemand op kijkt, en die niets, maar dan ook totaal niets met mijn werk te maken heeft?
“Nee Henk, dat dacht ik toch niet, ik heb niks met je besproken en dat ga ik ook niet doen”.  Helaas hebben we geen telefoon meer waarbij je de hoorn op de haak kan smijten. Dat gaf zoveel  voldoening vroeger! Dan had je echt een daad gesteld.
Nu moet je gewoon op een knopje drukken en het toestel in z’n lader zetten.
Met beleid. Jammer hoor, het effect is een heel stuk minder.
Maar Henk is verdorie een volhoudertje, een week later belt hij doodleuk weer met hetzelfde joviale verhaal. En zeg ik op mijn beurt doodleuk dat hij blijkbaar hardhorend is en last heeft van zijn korte-termijngeheugen, wat niet handig is in zijn baan. En moet ik jammergenoeg weer de telefoon netjes terug zetten in de lader, in plaats van met veel drama de hoorn erop knallen.
Gisteravond ook weer telefoon, maar toen was Bert thuis ,dus mocht hij het opknappen.
Want die is daar best goed in.
Toen er een mevrouw van de Staatsloterij belde begon hij te juichen en te blèren: “Jaaaaa wat hebben we gewonnen??? Vertel het me gauw, is het veel????”
Mevrouw was helemaal van slag, het was een kort telefoongesprek.
Of hij neemt op met “Hallo Irene…O, heet u niet Irene? Hoe heet u dan?” Degene aan de andere kant van de lijn heeft dan de indruk dat Bert ze niet allemaal op een rijtje heeft, dus weer een kort telefoongesprek.
Of hij zegt direct:”Zet maar op de mail, jullie hebben blijkbaar toch al onze gegevens al”.
Nadat hij gisteravond de beller afgepoeierd had met:”Ik zal het even aan mijn vrouw vragen, o ze schudt haar hoofd, dus nee” (ik kom er weer bekaaid vanaf, hij neemt op, maar ik ben alsnog de kwaaie pier) en weer terug aan tafel kwam, was ik zo aan het mopperen dat ik struikelde over mijn woorden en riep:
“Houdt het nou echt nooit op , ik heb ons toch laten opnemen in het Belmegister!!!”
Eigenlijk vind ik het een briljante vondst van mezelf.
Het moet een landelijke registratie worden , Bel me gister!
En voor de zekerheid moet de telefoon met de hoorn en de haak weer terugkomen.
Voor als het Belmegister net zo goed werkt als het Belmeniet-register.
BAM!

telefoon