Vijf jaar

Vijf jaar. Het lijkt nog maar zo kort, maar het is echt al vijf jaar.
Gister was het Halloween. Ik hou best van een beetje griezelen, het werk van Tim Burton is daarbij mijn favoriet.
Maar met Halloween in 2012 hadden we echte horror. De allerergste nacht die ik ooit heb meegemaakt, toen Jan Willem verongelukte en overleed.
Het is gewoon niet te beschrijven hoe dat was, toen de telefoon ging. En de periode daarna. Ik ga het ook maar niet proberen.
Vijf jaar, wat gebeurt er allemaal niet in vijf jaar? Veel. En toch blijft tegelijk de tijd stilstaan.
Vanwege het “nooit meer”.
Bij alle goede en blije dingen is er toch altijd een schaduw. Soms een grote, soms een kleine.
De ene keer een schaduw van weemoed. Een andere keer de schaduw van een glimlach. Maar ook soms een schaduw van knijpend verdriet.
Want ik mis hem verschrikkelijk.
Het is letterlijk zo dat een deel van mezelf is gestorven met hem. Ik ben niet meer compleet. We hadden met z’n drieën moeten blijven: Toos, Jan Willem en ik. Broer en zussen.
Hij is tussen ons weggerukt, terwijl we met elkaar verbonden waren. Het voelt voor Toos en mij als een amputatie, de bloedband is met geweld kapot getrokken.
Natuurlijk stopt het bloeden op een gegeven moment en komt er een vliesje op de wond. En na vijf jaar zit er wel een korstje op.
Maar het is maar een dun korstje, wat heel makkelijk weer kan openbarsten. Het heeft nog heel wat tijd nodig voor het een litteken is geworden.
We kunnen gelukkig wel samen over hem praten en herinneringen ophalen nu. In het begin kon ik het niet, ik zat op slot.
En we kunnen lachen. Gister nog vertelde Toos dat ze over hem gedroomd had en we hadden er lol over dat hij in haar droom heel gezond granen en noten at. Granen en noten! We zeiden tegen elkaar dat hij waarschijnlijk boven een van z’n onbedaarlijke lachbuien kreeg hierover, terwijl hij aan een hemels biertje zat.
Want hij was een echte bourgondiër.
Zijn favoriete Bijbeltekst staat in Prediker: Dus eet uw brood met vreugde, drink met een vrolijk hart uw wijn, God ziet alles wat u doet allang met welbehagen aan. Draag altijd vrolijke kleren, kies een feestelijke geur. Geniet van het leven met de vrouw die u bemint.
Deze tekst heeft Tim voorgelezen op Jan Willems begrafenis.
En toen ik vorige week Tims jasje even repareerde, kwam ik in het borstzakje een opgevouwen papier tegen: het gedeelte uit de liturgie met deze tekst. Al die jaren zorgvuldig bewaard.
Ik heb het ontroerd weer terug gestopt. Het is ook echt iets speciaals om te bewaren, het is Jan Willem ten voeten uit.
Lieve Jan Willem, wij zullen ook ons best doen, om de tekst uit Prediker in de praktijk te brengen.
Je bent er niet meer, en toch ben je voor altijd bij ons.
Toen ik gister in de auto zat en moest huilen omdat ik er aan dacht dat het vijf jaar geleden je laatste dag was geweest, viel me ineens de tekst op van het liedje wat op de radio was. Een liedje wat ik al 1000 x eerder gehoord had. Een liedje wat ik eigenlijk nooit de moeite waard had gevonden.

Well sometimes you can’t change and you can’t choose
And sometimes it seems you gain less than you lose
Now we’ve got holes in our hearts, yeah we’ve got holes in our lives
Where we’ve got holes, we’ve got holes, but we carry on

Iets te toevallig dat dit nu juist voorbij kwam en het me nu ineens opviel wat de tekst zegt.
Een boodschap van boven.

hemelse glimlach

 

Prietpraat (5)

Een leuke bijkomstigheid van een goed bezochte kinderopvang is,
dat ik heel snel weer leuke prietpraatjes heb verzameld.
Dus hier al weer deel 5.

Ik maak een grapje aan tafel. Aron (4) kijkt me verwijtend aan en zegt:
“Dat is vrouwenkul”

Maurits (9) is lekker aan het zingen tijdens het spelen met lego.
“He is the King of kings, the Lord of lords, his name is Jesus,
he is kungfu-fighting…..”

Ik doe boodschappen met een jongetje (4) en we komen
een bekende van mij tegen. “En wie ben jij?”vraagt ze
Antwoord: “Mijn naam heet Brendan”

Lars (6) kan niet stoppen met giebelen. Ik vraag: “Wat
is er nou zo grappig?”
Lars: “Ik zit de laatste weken vol met humor”

Ik: “Wat wil je op je brood?”
Brendan: “Meisjes!”

Fleur (7) heeft de oplossing waardoor de hele Zwarte-Pieten-discussie
overbodig wordt.
“Weet je waarom Zwarte Piet zwart is? Omdat hij ZWARTE Piet heet.”

Ik: “Had je vandaag een andere juf?”
Brendan: : “Ja”
Ik:” Hoe heet ze?”
Brendan: “Juf Naaimachine”

Annemarie (5): ” Mijn mama kan ook motorrijden. Bij papa achterop. “

Lars: “Ik ga echt niet in die achtbaan. Ik heb hoofdenvrees”

Als we door het dorp lopen wijst Vivien (bijna 3) blij: “Kijk! In
die winkel woont mijn papa z’n werk! “

Het valt niet altijd mee om mijn gezicht in de plooi te houden.
Maar wat vind ik het toch geweldig, die kinderuitspraken
Ik ga weer opnieuw sparen!

IMG_20171024_091425

 

Ik spoor (niet) 2.0


Lief (pleeg)kind

Een zondagmiddag.
We komen op bezoek bij het gezin waar je momenteel bent. Je speelt een memoryspel met Monique en je doet net of we er niet zijn. “Hallo, ik ben Annelies”, zeg ik. Je zwijgt.”Hoe heet jij?” vraag ik. Je blijft zwijgen en speelt je spel verder. “Ik ga winnen!” zeg je tegen Monique.
“Vertel eens hoe je heet”, zegt ze.
“Ik heb geen naam!” roep je. “Ik ben niemand!”
Het valt even stil, maar we begrijpen allemaal dat je het een moeilijke situatie vindt. We dringen niet aan, we drinken koffie en thee, jij speelt je spelletje uit en pakt daarna de iPad. De volwassenen praten met elkaar. Je zit bij ons aan tafel, maar blijft afzijdig.
“Welk spel speel je?” doe ik nog eens een poging. Je zegt niks terug. Ik praat samen met Bert verder met Monique en Hans. Je doet of je ons negeert, maar ik zie dat je ons vanuit je ooghoeken stiekem observeert.
Als we weer weggaan, zeg ik: “Dag, kom je ook gauw een keer bij ons kijken?”
“Nee!” zeg je hard, en kijkt weer naar je iPad. Je groet niet als we weggaan, maar ik zie dat je ons nakijkt.

Mijn hart gaat naar je uit, maar ik ben ook een beetje gespannen. Hoe moet dat gaan als je bij ons komt…..

De woensdagmiddag daarna.
Je stapt aarzelend naar binnen, achter Hans aan. Ik zeg:”Leuk joh, dat je er bent!”
In de kamer speelt Mitch, hij is 4 jaar, even oud als jij. Je gaat direct naar hem toe en samen spelen jullie met de garage en de autootjes, alsof jullie elkaar al lang kennen.
“Lust je wel een beker ranja?” vraag ik. “Ja” ,zeg je, “Ranja vind ik lekker”.
Ik ben blij, je hebt tegen me gepraat.
En daarmee is het ijs gebroken. Je vindt het leuk om het huis te zien. De kamer, die we boven voor je in orde gemaakt hebben, bevalt je goed. “Wat is dat?”vraag je in de badkamer, terwijl je op het kinderbad wijst, dat in het grote bad staat. “Dat is een badje voor als je het grote bad nog te groot vindt”, leg ik uit. Je knikt. “Ik durf wel in het grote bad”, zeg je.
Ik laat je zien waar wij slapen en je bent, net als alle andere kindertjes die wel eens boven komen, geïntrigeerd door mijn verzameling speeldoosjes.
“Kies er maar 1 uit, dan laten we die spelen”, zeg ik. Je kiest een bol met een sneeuwpop, als het speeldoosje speelt dwarrelt de sneeuw door de bol.
“Dat is gek”, zeg ik, “Sneeuw in de zomer”. Je lacht, en ik voel me nog een stukje blijer. Als de sneeuwpop uitgespeeld is, kies je nog een speeldoosje, hierbij gaan 2 koetjes dansen als ik het mechaniekje opgedraaid heb. Mitch en jij moeten allebei hierom lachen en ik ben zo blij voor je, dat je hierop kan reageren zoals alle andere kinderen.
We gaan weer naar beneden, ik laat je de tuin zien en je gaat samen met Mitch op de schommel. Jullie schateren samen van plezier.
Het begint een beetje te regenen, dus we gaan weer naar binnen. “Nou, wat denk je ervan?” vraagt Hans, “zullen we weer gaan?” Je reageert niet, maar blijft doorspelen met de autootjes. Ik zeg in de keuken zachtjes tegen Hans: “Als jij het goedvindt, mag hij nog wel blijven. Dan brengen we hem direct na het eten weer terug.” Hans vind het goed en ik stel het aan je voor. Je knikt als Hans vraagt: “Ja, wil je echt nog blijven als ik zo wegga?”
Samen zeggen we Hans gedag en jij speelt verder met Mitch. Ik vertel dat die om 5 uur opgehaald wordt en dat ik daarna eten ga koken. Dan komt Bert thuis en gaan we eten. “Mag ik dan helpen met koken?” vraag je direct. “Dat zou ik heel leuk vinden”, zeg ik, en verbaas me erover hoe anders het gaat als afgelopen zondag.
Je speelt nog even verder en daarna willen jullie graag Brandweerman Sam kijken. Dat mag. Ik zit bij jullie met mijn haakwerk.
Ineens kijk je me strak aan en vraagt: “Waarom ben ik hier?”  Ik besef dat dit een test is, of ik te vertrouwen ben en je respecteer.
“Je komt vandaag bij ons kijken, zodat je weet hoe het hier is, als je hier volgende week komt wonen”, zeg ik.
Je knikt tevreden.”Dat weet ik toch wel”, zeg je met een scheve glimlach. Ik glimlach terug, maar dat is nog iets te intiem voor je.
Als Mitch opgehaald is gaan we naar de keuken. Ik doe een schort voor. “Waarom doe je dat?” vraag je. “Ik ben een knoeierd”, zeg ik, “En zo blijven mijn kleren schoon”.
“Ik ben ook een knoeierd”, zeg je. “Wil je ook een schort?” vraag ik en je knikt blij. Ik bind jou ook een schort voor, het hangt zowat tot op je enkels maar je vindt het prachtig.
Samen gaan we groente snijden, ik met een koksmes, jij met een gewoon mes. Je doet enorm je best om de stukjes courgette allemaal even groot te maken en ik neem er alle tijd voor. Ik vind het eng om een kleuter te laten snijden, maar ik heb het gevoel dat je mijn vertrouwen verdient. Het gaat ook helemaal goed, en we maken samen een lekkere saus voor bij de rijst.
Dan komt Bert thuis. “Het eten is bijna klaar!” roep je. Het lijkt alsof je Bert dagelijks begroet. Bert is ook blij natuurlijk en hij praat even met je.
Dan gaat hij zich boven wassen en omkleden en wij dekken de tafel. “Waar wil jij straks zitten?” vraag ik. “Naast Bert!” zeg je. Op deze manier doe je iedere keer een schepje bovenop mijn blijdschap. Als Bert weer beneden komt, vraag je: “Mag ik even aan je baard voelen?” “Jazeker”, zegt Bert lief en buigt zich naar je over.
Het is aandoenlijk om te zien dat je je kleine hand uitstrekt en voorzichtig door Berts baard woelt. “Ook even tegen je wang?” vraagt Bert, maar dat wil je niet, dat is te dichtbij.
We eten met z’n drietjes en het is gewoon gezellig aan tafel, alsof we dit al veel vaker gedaan hebben.
Ik vertel dat ik altijd na het eten een stukje uit de Bijbel voorlees, en dat ik nu de Kinderbijbel opgezocht heb, omdat de grote Bijbel wel erg moeilijk is.
“Mag ik dan bij jou op schoot?” vraag je. “Natuurlijk!” zeg ik verrast.
“Maar wel op 1 been!” zeg je dan, alsof je zelf ook ineens schrikt van je toenadering.
“Prima, kom maar”, zeg ik en je klimt op mijn schoot. “Zit je niet lekkerder als je op 2 benen zit?” vraag ik voorzichtig. “Jawel”, geef je toe en je hangt lekker tegen me aan. Ik ben ontroerd door dit gebaar, je bent zo vol vertrouwen!
Als we van tafel gaan zeg je: “Nu moeten jullie me weer terugbrengen”
We hebben immers afgesproken dat we dat na het eten zouden doen. Ik heb al gemerkt dat je er erg gebrand op bent, dat we inderdaad doen wat we zeggen.
“Lenny moet ook mee”, zeg je vastbesloten. “Nee, deze keer niet”, zeg ik, “Ik weet helemaal niet of Hans en Monique dat goed vinden. Niet iedereen vind het leuk om een hond in huis te hebben.”
“Ja hoor, dat vinden ze goed!” zeg je vasthoudend. Ik laat me niet vermurwen en uiteindelijk leg je je daarbij neer.
Op deze manier leren we al wat we aan elkaar hebben.
We stappen in de auto en ik zie ineens dat je een wat verloren blik hebt. “Waar ga jij zitten?” vraag je. “Naast Bert”, antwoord ik, “Of wil je liever dat ik naast jou kom zitten?”
“Naast mij”, zeg je zachtjes. “Dan doe ik dat toch”, en ik installeer me naast je op de achterbank.
Onderweg praat je over alles wat je ziet, juicht over de treinen die je langs ziet rijden en beweert dat je een adelaar ziet vliegen.
“Wat bijzonder!” zeg ik. Je buigt je naar me toe en fluistert: “Was geen echte adelaar hoor, het was gewoon een meeuw”
Vijf minuten voordat we bij het huis van Hans en Monique zijn, zie ik je knikkebollen. Ik probeer je aan de praat te houden, dit is niet het moment om in slaap te vallen. “Ik hou het bijna niet vol”, zeg je, en dat klinkt zo volwassen.
“Eventjes nog!” spreek ik je moed in en dan zijn we bij het huis. Ik maak je gordel los, je bent ineens weer klaarwakker, springt de auto uit en rent het huis in. Als wij er achteraan komen, ben je al druk aan het vertellen tegen Monique. “Ik wil mijn kamer hier ook laten zien!” zeg je en wij gaan mee naar boven. We bewonderen je kamertje en de foto waar je met je mama op staat.
En je wijst trots op de klok aan de muur, een echte met wijzers! Die moet je dan bij ons ook maar op je kamer hebben, bedenk ik.
Als we weer weggaan ben je even in jezelf gekeerd. Maar dan zeg je: “Jullie moeten me wel ophalen hoor!”
We beloven dat we dat zullen doen en dan gaan we weer, Bert en ik.
In de auto zijn we nog vol van jou en praten samen over hoe wonderbaarlijk goed het ging samen.
Hoe het verder ook zal gaan, welke onvermijdelijke dipjes er zullen komen, de start was geweldig.
Nu zijn we op een goede manier gespannen over je komst. Natuurlijk weten we niet hoe het zal gaan, maar we hebben er vertrouwen in dat het een goede tijd wordt.
Wat ben je sterk, lief kind, na alles wat je in je korte leven al hebt meegemaakt.
We zullen van je houden en erg ons best doen om je niet teleur te stellen, je verdient het zo.

Bovenstaande tekst schreef ik een poosje geleden. Een paar dagen later haalde ik je op en kwam je bij ons wonen.
Het was intensief, maar mooi. We leerden je kennen en hoe te reageren op je stemmingen en woedeaanvallen. We hadden plezier in je levenslust en konden je liefde en stabiliteit geven. We kregen een band samen, we leerden wat wel werkte en wat juist helemaal niet.
Maar al snel kwam er een telefoontje: er was onverwacht een verandering in je situatie, en het gevolg daarvan was dat je weer bij ons weg zou gaan. We waren gevraagd een paar maanden voor je te zorgen, maar het bleek dus maar een korte tijd te zijn.
Ik had het er moeilijk mee. Natuurlijk staat jouw geluk voorop. Daarom moeten voor jou de beste keuzes gemaakt worden.
Maar we waren samen iets aan het opbouwen en nu konden we daar niet mee verder gaan, dat maakte dat ik me toch ook verdrietig voelde. We hadden zo graag nog een poosje langer voor je gezorgd. Maar  pleegzorg is altijd onvoorspelbaar….
Inmiddels woon je dus niet meer bij ons.
Het ga je goed, lief kind. We zullen elkaar waarschijnlijk nooit meer zien, maar je houdt je eigen plekje in mijn hart.

handen

Prietpraat (4)

Daar zijn ze weer: nieuwe prietpraatjes!
Het is zo ontzettend leuk om met kinderen te werken, en ook dat er steeds weer nieuwe kinderen komen die leuke dingen zeggen!

We hebben een jong caviaatje erbij gekregen en ik heb haar Pimpernel genoemd.
Het ene kind tegen het andere: “Kijk, dit is de nieuwe cavia en ze heet Punt-nl”

Ik : “Lieverd, ik zou het fijn vinden als je niet bij alles ‘waarom’ vraagt”
Kind: “Waarom dan?”

Er wordt druk gespeeld in sprookjessferen. Kind zwaait met een toverstaf: “Hokus Pokus Spinazie Pas!”

Ik ben bezig brood te smeren en vraag aan een kind: “Jij eentje met pindakaas?”
Antwoord: “Ja maar dan wel een met boter zonder boter want ik lust geen boter”

Kind: “Mag ik jou helpen met koken?”
Ik: “Ja hoor, dat mag best als je dat leuk vindt”
Kind: “Mooi, want ik ben een goeie keukenbakker”

We zijn bezig met opzegversjes die rijmen.
Ik: “Hompeltje en Pompeltje die klommen op een berg. Hompeltje was een kabouterman en Pompeltje was een…?”
Kind: “Bever”

Kind: “Als papa straks thuis is gaan we warm eten”
Ik: “Gezellig. Weet je al wat je gaat eten?”
Kind: “Aardappels met voetballetjes”

d8a6a280-eec4-012f-5a7e-005056945a4e

Neutraal

Beste vaders en moeders.
Herstel.
Beste ouders.
Herstel.
Beste mensen.
Herstel.
Beste personen.
Om voortaan zo neutraal mogelijk te zijn en niemand voor het hoofd te stoten (kan dit? of is dit vervelend voor mensen die aan migraine lijden)
Herstel.
…en niemand te kwetsen (hm, volgens mij zijn er pruimen die kwetsen heten… ja de prunus domestica domestica…. maar die kunnen niet protesteren, dus dit woord laat ik nu maar staan)
wil ik een aantal aandachtspunten noemen in verband met mijn Kinderopvang.
Voor wat mijzelf betreft: voortaan zal ik niet meer “Hé jongens!” zeggen , maar “Hé kinderen”.
In het geval dat dit te generaliserend blijkt, kan ik een onderverdeling maken in “Hé baby, peuter, kleuter, schoolkind, beginnende puber”
Deze aanpak heeft wel het gevaar van stigma’s in zich, dus de praktijk moet uitwijzen wat het beste werkt voor iedereen, zonder dat iemand zich benadeeld voelt.
Aan u wil ik vragen om uw kind een genderneutrale naam te geven. Ik denk hierbij aan Robin, Dominique, Kim of Ali.
Laten we voorkomen dat de kinderen een identiteit opgedrongen krijgen door hun expliciete jongens- of meisjesnaam.
Ik ben blij te kunnen melden dat het toilet hier altijd al neutraal was, dus dat blijft zo.
Als we over school praten zal ik het woord “juf” vervangen door “leerkracht”.
En om nog meer riskante zaken uit te sluiten zal ik de hier zo geliefde Jodekoeken voortaan presenteren uit een neutrale , naamloze bus,  als “koeken”.
De afrikaantjes in de tuin benoemen we voortaan  met het Groningse “tutteltoantjes”
Er zullen ongetwijfeld meer onderwerpen zijn die aandacht behoeven in deze, schroom niet om mij daarop aan te spreken.

Met vriendelijke groet
Persoon van Bloois

neutraal

 

 

 

Zomer

Hand in hand huppelen de donkere Vera en de blonde Fleur door het poortje van de speeltuin. Ze zijn allebei 7 jaar, en vriendinnetjes.
Ze boffen want ze hebben de middag vrij, dus tijd om met mij ergens heen te gaan. Fleurs oudere broer heeft ook vrij, maar die is er niet bij, die heeft
geen tijd voor kleine meisjes. In de gauwigheid heb ik iets opgevangen over een vriendje en eten en fantastische plannen en na een smekende blik uit zijn stralende ogen die vroeg “Mag het?” knikte ik en stuiterde hij er al vandoor. Ik hoop dat dit kind nog heel lang zijn enthousiasme kan vast houden in zijn leven, wat een heerlijk jong. Voor de zekerheid belde ik maar wel even met de moeder van het vriendje, konden wij tenminste nog even op elkaar afstemmen.
Maar de kleine dametjes zijn ook blij.
Zo’n grote speeltuin, vol met mooie toestellen. Zonovergoten stukken gras, maar ook schaduw van grote bomen. De meisjes rennen rond en proberen te kiezen wat ze het eerst zullen doen. Het wordt de grote glijbaan, waar ze, met de armen om elkaar heen, samen naar beneden sjesen. “Mogen we de schoenen uit?” en daar rennen ze weer weg, blote voetjes op het zachte, koele gras. Ik zit op mijn bankje stilletjes te genieten. Probeer de verschillende liedjes van de vogels te herkennen en vraag me af hoeveel blije kindertjes die hoge bomen in hun lange leven al gezien hebben.
Fleur en Vera klimmen op de stellage van de kabelbaan. “Het lijkt wel een schip!” roept Fleur. “Jaaaa”juicht Vera, “Wij zijn piratenmeisjes!”
Om de beurt glijden ze met het kabelbaantje heen en weer, onderwijl allemaal piratenkreten slakend. Maar blijkbaar zijn piratenmeisjes huishoudelijker aangelegd dan piratenjongens want Fleur zegt: ” Ik ga even boodschappen doen hoor,  de winkel ligt aan de overkant van de zee” En daar gaat ze, met fladderende haren.
Ook Vera moet nog een paar keer boodschappen doen en dan is de boot wel vol. Tijd voor wat anders.
“Zullen we verstoppertje doen?” stelt Vera voor. Ze telt hardop tot 30, terwijl Fleur zich ergens verstopt …negentwintig, dèèèèèrtig! Ik kom!
In mijn hoofd klinken echo’s van kinderstemmen uit mijn eigen jeugd. Na het eten nog mogen buitenspelen, het ultieme zomergevoel. Met de kinderen uit de buurt verstoppertje spelen op de hei, die aan onze flats grensde. “Kom kom kommertje” zongen degenen die al gebuut waren ,als de zoeker ver genoeg uit de buurt was om veilig tevoorschijn te komen. Ik vind het zo’n geruststellend gevoel dat sommige dingen niet verdwijnen. Kinderen die verstoppertje spelen. Hopelijk denken deze meisjes daar ook met plezier en misschien wat weemoed aan terug later.
Na het verstoppertje spelen is de schommel aan de beurt. “Kom jij ook?” vragen ze aan mij. Ja, ik doe ook mee. Als kind heb ik eindeloos op schommels gezeten. Ik kon er nooit genoeg van krijgen, hoe hoger, hoe langer, hoe beter. En ik ben ook best lang kind gebleven. Dat wist ik zelf wel, maar ik speelde nog zo graag…. Toen ik 14 was, en met mijn ouders op vakantie in een hotel in Joegoslavië, was er ook een schommel. En ik waande me onbespied toen ik daar heerlijk aan het schommelen was en ondertussen het hoogste lied zong. Want dat voelde zo heerlijk, de wind langs je gezicht, het zwevende gevoel en dan zingen….. Tot ik ineens vlakbij de schommel een soldaat over een hekje geleund zag staan, naar mij te kijken en te luisteren. Ik kon wel door de grond gaan, want ook al was ik lang kinderlijk, als je 14 bent, ben je toch niet zo onbevangen meer. Dan is zo’n soldaat ineens een jongeman en weet je je als 14 jarige echt geen houding meer te geven. Vreselijk, daarom weet ik het nu nog!
Maar goed, met deze meisjes doe ik mee. Althans, dat is het streven. Maar de snijdende touwen in mijn bovenbenen vertellen mij dat ik niet meer de heupen van een 7 jarige, zelfs niet van een 14 jarige heb, dus dat is gauw klaar. Gelukkig is er ook een grote netschommel, daar passen we alledrie op. En word ik prompt duizelig van het geschommel. “Opoe” mompel ik tegen mezelf en stel me tevreden met de schommel zo hoog mogelijk te duwen met Vera en Fleur er juichend op.
Tijd om even wat te drinken en te snoepen, ik diep het op uit de tas en vermaan de pleisters, die ook tevoorschijn komen dat ze vooral onderin in de tas moeten blijven zitten. Dat vinden de meisjes erg grappig en ik lach weer om hun smoezelige, bezwete, blije koppies. De geluiden van een landbouwmachine op het land in de verte en een koerende duif in een boom, verhogen de zomersfeer.
Er komen nog meer kinderen in de speeltuin. Ze lijken een reïncarnatie van Mops en Pelle uit het verhaal van Astrid Lindgren. Niet te geloven, als ze ooit die serie opnieuw gaan verfilmen heb ik de casting al klaar.
Mijn eigen meisjes beginnen een beetje moe te worden. Ik vraag wat ze willen en eigenlijk willen ze wel naar huis. Dus stappen we in de snikhete auto, gelukkig hebben we airco en is het maar een klein stukje rijden. We zijn nauwelijks thuis of Vera wordt opgehaald door oma, wat een timing. Als ik weer terug in de kamer kom is Fleur inmiddels op de bank in slaap gevallen. Ik kijk naar dat mooie meisje en voelde een grote dankbaarheid dat ik de kinderen die hier komen vertrouwdheid en veiligheid kan geven, en dat kinderen in ons stuk van de wereld kind kunnen zijn en van de zomer kunnen genieten.
De zomer, met lange warme dagen, zoveel mogelijk buiten zijn, alle geuren en kleuren. Ik ben dan geen kind meer (“opoe”) maar kan nog steeds intens genieten van het zomergevoel. Met alle dierbare herinneringen, maar ook nu in het moment. De zomer kan mij niet lang genoeg duren.
Het is de tijd waarin ik me het gelukkigst voel.

IMG_20170706_173946 (1)

Tuintje in mijn hart

Heerlijk weer om in de tuin te werken vandaag. Door de regenbuien is het lekker opgefrist en het is niet te warm om onkruid te wieden, struiken te snoeien en tegels te vegen.
Terwijl ik bezig ben, zie ik in gedachte mijn lieve vriendinnen Nel en Ingrid over mijn schouder meekijken en glimlachen.
Nel, als ik met het briljante stuk gereedschap wat ik een keer van haar kreeg, paardenbloemen en andere ongewenste planten uit de grond pulk. In mijn herinnering zie ik haar nog grijnzen terwijl ze zei:”Dit is zoooo makkelijk! Iedere ochtend dank ik de Heer op mijn blote knieën voor dit ding en…. okay, misschien overdrijf ik een beetje”
En Ingrid, als ik met de bezem de heg veeg. Ja, je leest het goed, de heg veeg. Ik heb namelijk gesnoeid en met de bezem kan ik heel fijn de losse blaadjes eruit halen.
Er is een geliefd verhaal over Ingrid die het gazon stofzuigt. Vandaar. Omdat dat gegeven zo grappig is, vergeten we altijd erbij te vertellen dat het juist superslim van haar was, omdat er een flinke hoeveelheid kattengrit in het gras terecht was gekomen.
Dus toen ik de heg aan het vegen was, lachte ik om mezelf en ook weer om dat verhaal en Ingrid lachte mee.
Nel en Ingrid waren allebei enorme tuinliefhebbers, en hadden allebei groene vingers. Die heb ik niet helaas, maar ik ben wel heel dol op mijn tuin.
Zij waren wel heel verschillend met hun geliefde tuinen bezig.
Ingrid had haar tuin zelf ontworpen. Alles was heel mooi in balans. Terrassen, vijvertje, borders, aanplant, het was zo mooi. (Gertjan is trouwens heel druk om het zo mooi te houden, petje af!) De planten waren zorgvuldig uitgekozen vanwege grootte, kleur, geur, tijd van bloeien, zon, schaduw, alles klopt. Ik heb laatst nog van deze tuin mogen genieten, en genieten was het!
Nel was iemand die van alles opkweekte in kleine potjes op de vensterbank, die ieder vrij plekje in tuin beplantte en die er altijd voor zorgde dat haar tuin een explosie van bloemen was. Want als een bepaalde soort uitgebloeid was, had een andere soort juist de bloemen weer open en het was altijd prachtig en overdadig.
En ik dan? Ik zit daar denk ik wat tussenin. Zoals gezegd heb ik geen groene vingers, maar ik geniet wel erg van mijn tuin. Er zit ook wel een ontwerp achter, alleen is dat stukje bij beetje zo aangelegd of veranderd en gegroeid. Van planten heb ik nog steeds niet veel verstand, ga vooral af op het uiterlijk en de geur. Er zijn heel veel planten die ik mooi vind, maar dat is wel lastig, want er zijn soorten die gewoon je hele tuin overnemen.
Bij het huis waar ik geboren ben en tot mijn 23e gewoond heb, was ook een flinke tuin. En ik vind het nu in mijn tuin fijn als er planten staan die me jeugdherinneringen geven. Door de geur, of hoe ze eruit zien. Mijn pa hield zoveel van wilde planten en dat was in onze tuin wel te zien.
Wat over hem een geliefd verhaal is, is dat we als gezin een keer in de Keukenhof waren, en we op een gegeven moment pa kwijt waren.
We vonden hem terug op z’n knieën bij het enige stukje ‘onkruid’ wat daar te vinden was, ergens onder een boom, terwijl hij met zijn onafscheidelijke loepje een miniscuul bloempje aan het bestuderen was. Veel mooier dan alle gekweekte bloemen vond hij dat.
Mijn voorkeur voor wilde planten en een landelijke tuin heeft helaas vaak het gevolg gehad dat het gewoon een zooitje was, dus ik moest wel wat rigoureuzer te werk gaan. En na een flinke boost van een hovenier 2 jaar geleden, lukt me dat aardig moet ik zeggen. Tenminste, ik ben heel blij met hoe de tuin nu is, en dat is toch het belangrijkst!
Lang heb ik gedacht: een landelijke tuin past niet bij een nieuwbouwhuis. Tot ik me pasgeleden realiseerde dat dit huis er ook al weer een respectabele 40 jaar staat! Dat mag je toch geen nieuwbouw meer noemen. Dat idee staat me wel aan, nu kan ik rustig blij zijn met oude tegels, oude planten en alles wat erbij hoort.
Als tuinvrouw kan ik me niet meten met Nel en Ingrid, maar ik weet zeker dat ze dat allebei ook niet willen. Allebei hielden ze van  hoe hun eigen tuin  was, en ze hadden geen kritiek op een ander.
Lieve meiden, ik mis jullie allebei zo erg. Gelukkig kan ik heel vaak met een glimlach aan jullie denken. Of gewoon een beetje tegen jullie praten.
Nel, je bent nu 4 jaar weg, en Ingrid, jij ook al weer een jaar.
Als ik aan het wieden, spitten, snoeien en vegen ben, voel ik een kracht in mijn lichaam die jullie allebei moesten missen, de laatste tijd van jullie leven.
Toch hou ik ervan te denken, dat iets van mijn kracht ook van jullie komt.
“Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten”
Dat gaat dus nooit gebeuren. Want hoe zou ik jullie ooit kunnen vergeten?
Jullie verzorgen het tuintje in mijn hart.

thumbnail_IMG_20170624_145247222

Update!

Eind volgende maand staat er weer een longfunctietest op de agenda. En ik ben zo benieuwd naar de uitkomst!
Maar, met of zonder test, ik voel gewoon dat mijn conditie verbetert. Ik kan meer, ben minder snel buiten adem en voel me in het algemeen energieker.
En, wat voor mij heel belangrijk is, ik gebruik inmiddels minder medicijnen. En tijdens het sporten blijft het noodpufje tegenwoordig in de tas. Het is vast niet nodig om te vertellen hoe blij ik nu al met dit resultaat ben. Dat is immers mijn doel!
Omdat niet iedereen met astma in staat is om voor zichzelf te doen wat ik nu doe, ben ik de sponsoractie voor het Longfonds gestart. En dankzij de donaties van lieve mensen om mij heen voel ik me gesteund in mijn persoonlijke doel, maar kan ik ook wat bijdragen voor anderen met astma.
Het is verschrikkelijk om niet genoeg lucht te hebben. Om naar adem te snakken, het gevoel hebben dat je gaat stikken. Zo voelt het om een astma-aanval te hebben. En het is vaak moeilijk dat je niet overal aan mee kan doen, niet overal heen kan gaan, omdat je benauwd bent, of omdat je weet dat je het daardoor benauwd gaat krijgen. Het voelt naar als je weet dat mensen zich aan jou aan moeten passen, omdat je het tempo niet bij kunt houden, of omdat je aan dingen niet mee kan doen. Het is erg, als je niet het beroep kan kiezen dat je graag zou willen, omdat je astma hebt. Het is een ongeneeslijke ziekte, die veel invloed op je leven heeft. Dat klinkt heel dramatisch, maar het is waar.
Daarom is meer onderzoek naar oorzaken van astma, en het ontwikkelen van nieuwe medicijnen, zo vreselijk belangrijk.
Nieuwe medicatie die zo persoonlijk mogelijk ingesteld kan worden, zodat het lichaam van de gebruiker zo weinig mogelijk belast wordt en er toch een optimaal resultaat is.
Er is een gezegde: ‘dat is zo vanzelfsprekend als ademen’. Het zou toch fantastisch zijn als dat gezegde voor iedereen ging gelden!
Ik heb, bij het starten van mijn actie, een streefbedrag ingesteld. Op dit moment is bijna de helft van dit bedrag al bij elkaar gehaald, door familie en vrienden, waar ik echt heel erg blij en dankbaar voor ben.
Want met deze donaties laten ze me weten dat ze mij steunen en dat voelt zo goed! Dat geeft nog meer motivatie om verder te gaan, ik wil immers wel laten zien dat ik hun steun waard ben!
Ik schrijf dit nu ik net weer thuis ben van de sportschool. Ik heb me flink ingespannen, op de roeibank, met de krachttraining, op de loopband en op de fiets.
En ik voel me voldaan, ik heb het weer volgehouden!
Mijn actie loopt nog een poosje door. Ik zou het echt zo geweldig vinden als het bedrag nog verhoogd wordt……
Het is geen druppel op een gloeiende plaat. Het is een druppel in een emmer, die samen met andere druppels de emmer vol maakt. Iedere donatie is belangrijk.
Op http://www.gezondelongen.nl/acties/annelies_van-bloois/je-longen-zijn-van-levensbelang/donationdirect.aspx  kan je lezen hoe je kunt helpen.
Tot de volgende update!

emmer

 

Nette mensen

Bert en ik zijn nette mensen. Echt. Maar vandaag hadden we het volgende gesprek, en de hele buurt kon meegenieten:

Hou die paal omhoog!
Ik kan het gaatje niet vinden….
Als jij nou even wat heen en weer beweegt….ja zo… fantastisch!
Pff,het wordt warmer.
Die poten moeten wijd!
Zit er geen kruis in?
Kan ie wel zover buigen?
Het hardworden zou een kwartier duren ,maar dat is niet gelukt.
Ik wou ‘m nog wel wat dieper…
Hoort dat ding zo krom te zijn?
Nou, ik hou even pauze, er zitten er twee in nu.
Klaaaaar!

Het is toch verschrikkelijk.

Maar eeeh, als je nog niet afgehaakt bent met lezen:

We wisten zelf niet dat we zo dubbelzinnig konden zijn

We hebben een schommeltoestel gemonteerd en in de tuin geplaatst, ingegoten in betonblokjes.

download