Lente

Het is Lente! De krokusjes en narcissen bloeien, de lammetjes dartelen in de wei en de vogeltjes kwinkeleren.
De natuur ontwaakt uit haar winterslaap, een zacht briesje voert heerlijke bloemengeuren aan en ik loop te genieten met mijn nieuwe zomerjas aan, als ik de hond uitlaat.
Wat een fijn beeld!

                                            CN2DGT A lamb frolicking in the spring sunshine
De werkelijkheid is toch ietsje anders. Het enige wat klopt is: de hond uitlaten. Althans een poging daartoe. Het stormt verschrikkelijk en ik heb moeite om op de been te blijven. Donkere wolken jagen langs het zwerk (het enige woord wat de lading dekt) en van tijd tot tijd komen daar venijnige regenvlagen uit. Het is hartstikke koud en juist vandaag heeft de rits van mijn winterjas besloten dat het genoeg is geweest, hij wil niet meer dicht. Het ondersteunende klittenband langs de randen is niet sterk genoeg voor de kracht van de wind, dus het tocht nogal tussen de kleren. Mijn capuchon wil ook niet blijven zitten , die blaast zich op als een weerballon en ik stijg nog niet net op. De hond (waarvan mijn moeder zou zeggen: ‘nog zo heerlijk jong’)ziet in elk dwarrelend blad een prooi waar achteraan gejaagd moet worden, en niettegenstaande de lente, liggen er blijkbaar toch nog heel wat dorre bladeren. Ik heb mijn handen vol aan riem en capuchon en tochtende jas en probeer niet verstrikt te raken in het akelig snijdende koord van de rolriem. De hond kort houden is ook geen optie, hij moet toch een beetje z’n energie kwijt en hij zou me bovendien anders nog omver trekken. Hij ziet er fragiel uit maar dat is bedrieglijk, hij is beresterk.
Ik zeil als een soort waterskiër achter onze Lenny aan en mijn verwaaiende opmerking naar hem dat ‘ van trekken de riem echt niet langer wordt’, maakt geen indruk. Normaal wil hij best goed luisteren, normaal trekt hij ook niet zo, maar dit is niet normaal. Ik vraag me af of we aan een vervolg bezig zijn van ‘de Tovenaar van Oz’. Waaien in plaats van Dorothy en Toto nu Annelies en Lenny naar het land van de Munchkins en de slechte heks van het Westen? Toch slagen we erin om thuis te komen, zelfs zonder de robijnrode schoentjes. Even op adem komen, voordat de kinderen weer uit school komen.
We hadden net zes kinders aan de lunchtafel, heel gezellig maar ze maakten dat het binnen net zo stormde als buiten. Met z’n zessen maakten ze een drukte alsof ik een klas van 30 kinderen had hier. Het is normaal dat kinderen reageren op storm, net als dieren. Grote mensen willen het liefst lekker met een kopje thee op de bank en een boekje wachten tot de storm over is. En op de lente , die misschien ooit toch nog komt.
Over 5 dagen is het Pasen. Ik heb zo’n vermoeden dat we geen paasbrunch in de tuin hebben. En ik zou de paashaas ten stelligste aanraden om de paaseieren deze keer maar binnen te verstoppen.

Aandacht

Een vaak gehoorde opmerking tegenwoordig is: Men kijkt niet meer naar elkaar om.
Iedereen is alleen met zichzelf bezig, de samenleving individualiseert.
Ik ben het daar niet mee eens. Veel te generaliserend en te negatief.
Ik heb al een aantal keren het tegenovergestelde ervaren. En soms uit onverwachte hoek.
De afgelopen jaren is er veel verdriet in onze familie geweest en het was heel erg fijn dat er zoveel mensen om ons heen stonden. En ik zag het ook rondom mijn familieleden.
Vrienden, kennissen, bekenden, ze waren er. Met aandacht , met praktische hulp.
Om het op die manier iets draaglijker te maken, om te steunen. Om te laten weten:
we denken aan jou, we willen je helpen.
Vorige maand heb ik heel duidelijk ervaren: mensen denken niet alleen aan zichzelf.
Integendeel.
We kregen een pleegkindje, een crisisopvang. Een klein kindje werd bij ons gebracht,
met niets anders dan de paar kleertjes die het aanhad. Het was in de loop van de vrijdagmiddag en we hebben in het dorp of naaste omgeving geen winkel met kinderkleding.
Verzorgingsspullen waren zo gekocht, materiaal had ik genoeg i.v.m. met de kinderopvang, ik had zelfs een kinderwagen gekregen, maar kleding had ik niet.
Bij mensen verderop in de straat aangebeld of ik een pyjamaatje kon lenen.
Geen probleem, ik kreeg die direct en als ik nog meer nodig had moest ik het even zeggen.
We hebben het kindje lekker in bad gestopt en met het pyjamaatje aan in een fris bedje gelegd, de eerste nacht kwamen we zo wel door.
De volgende dag, zaterdag dus, kwam er een ware hulpactie op gang.
Ik belde 2 mensen die kinderen hebben, of ze misschien nog wat kleding in de juiste maat hadden.
Ze zouden allebei voor me kijken en dan kwamen ze het wel brengen.
Bert ging boodschappen doen en kwam in de winkel een vroegere buurvrouw tegen die 3 jonge kinderen heeft, dus hij stelde dezelfde vraag.
Ik was thuisgebleven en dat was maar goed ook, want de bel bleef gaan.
Steeds stonden er weer mensen voor de deur, met tasjes kleding. Men had van anderen weer gehoord dat we spullen nodig hadden en iedereen wilde graag helpen.
Allerlei soorten bovenkleding, ondergoed, sokjes, schoentjes, slofjes, laarsjes, pyjama’s, het stroomde binnen.
De vroegere buurvrouw stond zelfs twee keer voor de deur, de eerste keer met spulletjes van haarzelf, de tweede keer met een enorme tas met spullen die ze bij de mensen van haar kerk ingezameld had!
Ik was eigenlijk sprakeloos (en dat gebeurt niet heel vaak ). En ook ontroerd.
Bert zei: “De mensen struikelen zowat over elkaar hier op de oprit, zo graag wil
iedereen helpen”. En dat was ook zo. Zelfs mensen die ons niet eens kennen.
Aan het eind van de dag hadden we een kast vol kleertjes. En de week daarna werd er ook nog af en toe wat gebracht.
Het is fantastisch om zoveel materiële hulp te krijgen. Maar haast nog mooier is het gevoel wat het bij mij oproept.
Degenen die helpen zeggen eigenlijk: ‘Fijn dat jullie pleegouder willen zijn en wij helpen jullie daarbij.
Je staat er niet alleen voor’.
En dat is toch een heel ander signaal dan de opmerking over individualisering waar ik dit stukje mee begon.
Ik geloof in het positieve . Dat er naast alle ellende die mensen voor elkaar veroorzaken, ook heel veel goedheid en liefde bestaat.
Ik zou haast afsluiten met ‘amen’.   En ach, waarom zou ik dat eigenlijk niet doen? Amen!
                                                          witte-iphone-achtergronden-poppetje-met-rood-liefdes-hartje-3d-iphone-wallpapers

Spliterwt

Bert had een dingetje op zijn hand. Op een knokkel van zijn linkerhand zat een hard knobbeltje, het resultaat van een ingekapselde splinter. Juist die knokkel stootte hij voortdurend tijdens het werk en dat was lastig en pijnlijk. Daar moest eigenlijk iets aan gebeuren.
Dus een afspraak gemaakt bij de huisarts, in de veronderstelling dat die het wratachtige dingetje wel even zou weghalen.
Ikzelf had een paar jaar terug een moedervlekje in mijn hals weg laten halen en dat had de toenmalige huisarts keurig en snel gedaan. Hechtinkje, pleister erop, klaar.
Maar nee, zo eenvoudig werkte het deze keer niet.
Deze huisarts wilde het spliterwtje niet zelf verwijderen, dat moest maar door een plastisch chirurg in het ziekenhuis gebeuren. Bert zou via de post een oproep krijgen.
Het bezoek aan de huisarts was op een maandag en de dag er na, dinsdag dus, lag er al een dikke envelop van het UMCG in de bus. Hier werden spijkers met koppen geslagen.
Een boekje met informatie over dagopname (?), een plattegrond van het ziekenhuis, en een brief waarin stond dat 4 weken voor de ingreep de afsprakenbrief verzonden zou worden met de datum, en 2 weken tevoren nog een brief met het precieze tijdstip. Tjongejonge. Ik was onder de indruk van dit hele pakket, en vouwde de laatste brief uit.
“Er is voor u een afspraak gemaakt voor een operatieve ingreep op de afdeling plastische chirurgie, dagbehandeling. U wordt verwacht op woensdag (datum) om 11.15 u. “
Ik keek nog eens goed. De vermelde datum was de volgende dag al! Nou ja zeg, hoe zat het met die 4 weken en 2 weken tevoren dan? En hoe moest hij dat zo snel regelen op het werk? En ik kon ook niet zomaar mee!
Bert gebeld en alles verteld, hij zou even het ziekenhuis bellen voor een andere afspraak. De post was om kwart over 12 gekomen. Afsprakenbureau was bereikbaar van 9.00 tot 11.00. Lekker dan.
Ander telefoonnummer opgezocht dat er eigenlijk niet mee te maken had, en dat maar gebeld, hij moest toch laten weten dat hij de volgende dag niet kwam.
Dat lukte gelukkig, en hij kon een nieuwe afsprakenbrief tegemoet zien.
Die kwam keurig, hij moest twee weken later op een maandagmorgen naar het ziekenhuis. Ik zou mee gaan, want terugrijden was misschien wat lastig als je hand net gehecht is. Het was alleen wel een onhandige tijd i.v.m. mijn eigen werk, maar dan zou ik dat wel kunnen regelen. Tot ik ineens een brainwave kreeg: zouden ze eigenlijk die maandag Bert wel direct chirurgisch te lijf gaan? Zo eenvoudig was het tot nu toe niet gegaan, ik dacht er vast veel te licht over. Hij zou vast eerst weer een consult moeten hebben. Een telefoontje bevestigde dat: nee, die maandag werd er nog niet gesneden, alleen gekeken. Goed dat ik het wist, dat laten bekijken kon hij wel alleen. Dus Bert naar het ziekenhuis, waar de plastisch chirurg het knobbeltje bekeek en dezelfde conclusie trok als de huisarts.
Gisterochtend was het dan zover het erwtje daadwerkelijk verwijderd zou worden.
Niets negatiefs te zeggen over het personeel in het ziekenhuis, echt waar, iedereen was even vriendelijk.
Maar wat een toestand over zo’n gemuteerde splinter!
Een verpleegkundige in groen pak kwam Bert ophalen. Ik ben er niet bij geweest maar hij moest op een bed liggen met zijn arm op een aparte steun. In een echte operatiekamer. Je zou er de zenuwen van krijgen. Er waren maar liefst 4 mensen in het groen en wat de functie van iedereen was, is Bert niet helemaal duidelijk geworden.
Ondertussen werd er goed voor mij gezorgd, ik kreeg koffie van een erg aardige mevrouw. Ik had amper tijd om die rustig op te drinken want na 20 minuten kwam de groene verpleegkundige Bert weer terugbrengen.
Ik verwachte dat hij een gaasje over de behandelde knokkel zou hebben.
Maar zo zag het eruit:

spiterwt

Ik was met stomheid geslagen en Bert zelf eigenlijk ook, en we moesten er ook eigenlijk wel erg om lachen. Volgens ons was dit toch wel buiten alle proporties.
Nogmaals, niets negatiefs over het personeel, en super dat alles zorgvuldig gebeurt.
Maar kon het over het algemeen misschien niet een beetje minder deze keer?
En Bert zal niet de enige zijn, bij wie iets relatief kleins zo groot aangepakt wordt.
Ik tel:
4 bezoeken = 2 consulten, een operatie, en nog een keer terug om de hechtingen te laten verwijderen
5 betaalde mensen= Een huisarts, een chirurg , een verpleegkundige, en nog 2 mensen met een of andere functie in steriele pakken
Daarnaast nog:
Een informatiepakket waar je U tegen zegt en dat nou niet echt relevant was, is samengesteld door de administratie. Een afsprakenbrief. Nog een afsprakenbrief. En bij het verlaten van het ziekenhuis nog een afsprakenbrief (voor de hechtingen)

Je zou toch zeggen dat de gezondheidszorg in dit soort gevallen wel een stukje goedkoper kan.
Wij zijn in ieder geval blij dat het eigen risico van de zorgpremie al opgegaan is aan de spatader-operatie die Bert in het voorjaar heeft gehad. Overigens was dat een veel grotere ingreep, die met veel minder omhaal en minder mensen prima is uitgevoerd. Ik bedoel maar……

numquam finitum (nooit klaar)

Huishoudelijk werk is eigenlijk onbegonnen werk. En toch zo noodzakelijk.
Het is een tegenstrijdig iets,dat huishouden.
De afzonderlijke klussen zijn goed te doen en het resultaat geeft meestal weer voldoening.
Maar het geheel is nooit klaar. Nooit. En dat is frustrerend.
Wassen, strijken, poetsen, opruimen, stofzuigen, het moet. Altijd weer. En heb je geen professional die het voor je doet, dan moet je het zelf doen.
Er zijn van die periodes dat ik alles onder controle meen te hebben. Maar ach, die periodes zijn altijd zo kort….
De geschuurde pitten van het fornuis vertonen ’s avonds na het koken al weer ingebrande vlekjes. Terwijl ik toch heus niet kliederig kook.
De wasmand is soms toch eindelijk leeg! Ja toch zeker voor een halve dag. Natuurlijk, ik wil ook dat we schoon op onszelf zijn, maar toch.
Mooi, die gewassen ramen, zo helder! De volgende dag zitten er al weer spetters en ondefinieerbare vlekjes op.
“Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”. Volgens mij hoeven we niet te wederkeren, we zitten er gewoon dagelijks middenin. Kijk maar op de kastjes .
Het huishouden is een dagtaak. Want als je 1x denkt: ‘dit hoeft nu niet, ik ga wat anders doen’, dan ga je achterlopen.
Dan moet je nog veel meer wegwassen en wegvegen en wegpoetsen en wegstrijken.
Om maar niet te spreken van een keertje ziek zijn.
Een paar dagen kwakkelen en alleen het hoognodige doen (dus thee zetten en dvd-tjes kijken) wordt genadeloos afgestraft. Dan moet Henry daarna overuren draaien, evenals de wasmachine en de droger (al ben ik wel heel blij dat ik die heb!) en moet je al je nieuw herwonnen energie inzetten om de boel weer in het gareel te krijgen.
Toen ik geschiedenis studeerde heb ik Vergilius gelezen. Hij zei:’ Labor omnia vincit improbus’, oftewel ‘IJverige, onvermoeibare arbeid overwint alles’. Niks nieuws onder de zon dus, ik moet gewoon onverdroten aan het werk . En alles overwinnen. Inclusief mezelf, want ik heb hoogtevrees en ik had ware berg aan strijkgoed. Zo hoog dat zelfs Lenny er niet op kon liggen.
was
Gelukkig hoef ik me niet op enkel op oude Romeinse filosofen te verlaten, ik kan ook op mentale steun van Mike Oldfield rekenen. Eerst Hergest Ridge in de speler, hoe toepasselijk deze titel. Hergest Ridge is namelijk een heuvel op de grens van Herefordshire en Wales.
Deze cd was niet lang genoeg om de gehele heuvel te slechten, dus daarna Ommadawn opgezet. Geen idee wat die titel betekent, maar het strijkt lekker weg. Toen deze cd afgelopen was had ik alleen nog wat vouwwerk en toen was het klaar!

strijk
Klaar dus. Ik had zowel mijn achterstand als mijn hoogtevrees overwonnen. Ik ben trots op mezelf. Voor zolang het duurt. Toch wel een halve dag denk ik.

Prietpraat (2)

Er waren weer leuke uitspraken de afgelopen tijd door “mijn” kinderen.
Daarom een tweede aflevering van Prietpraat.
Toen ik de dingen opschreef, schoten me ook nog een paar mooie dingen te binnen uit mijn tijd als kleuterjuf. Dus die heb ik ook maar toegevoegd.

Bij mij thuis:

“Oude mannen zoals mijn opa en Bert, hebben altijd dezelfde soort spijkerbroeken aan”

“Dat is in de film van die vage ladyhond” (Lady en de vagebond)

“Ik ben blij dat papa mijn vader is”

Er ligt een haartje op de grond. “Die is van de hond”zeg ik.
Kind pakt het haartje op, loopt naar de hond en stopt het tussen haar vacht. “Zo”, zegt hij tevreden.

“Nul is niks maar toch is het iets”

“Ik hou niet zo van voetbal”, zeg ik.
Kind: “Ik vind dat ook niet iets voor mensen van in de 50 “

“Ik ga vanavond met mama met de collectebus lopen”
Ik vraag: “Wat leuk, waar is het voor?” Antwoord: “Voor de Rabobank”

Ik: “Wat wil je op je brood?” Kind: “Kippenvel”

In de klas:

Kind zingt uit volle borst mee in de kring: “Onze Vader die in de hemelen zijt, Suriname worde geheiligd….”

“Juf, ik kom morgen niet op school, want mijn oma wordt gezaaid” (as uitgestrooid)

Kind vertelt: “Wij gaan vanavond naar een pannenkoekenhuis”
Een ander wil hem overtreffen en zegt “Wij gaan naar een bloemkoolhuis”

Na een ruzietje tussen 2 kinderen zeg ik: “Nou, zand erover”
Kind loopt naar de zandbak, pakt een handvol zand en gooit het over het andere kind heen.

En nu ga ik weer nieuwe uitspraken sparen!

kar-

Hondje

Klein hondje, lief lijfje
zo zacht en zo warm
je ligt vol vertrouwen
bij mij op de arm

Lief hondje, mijn Lenny
puppy, zo klein
je neusje, je oogjes
je wimpers ragfijn

Je broertjes en zusjes
zo lief allemaal!
maar de keus is niet moeilijk
want jij bent speciaal

We mochten je halen
je bent bij ons thuis
en ventje, wat breng je
een vreugde in huis

Lief hondje, mijn Lenny
Je groeit met de dag
en ik ben zo dankbaar
dat ik dat meemaken mag!

Gezond en vol leven,
je houdt al van mij
Lief hondje, mijn Lenny
je maakt me heel bij!
Lenny en ik Lenny en ik

Uit de kast

De weersverwachting voor vandaag was: bewolkt, grauw en veel regen. Een uitgelezen dag om de inloopkast op onze slaapkamer op te ruimen. De weerman had alleen niet naar de kaart van Groningen gekeken toen hij zijn voorspelling deed, de zon stond stralend aan een blauwe hemel en het was erg warm. Toch ging ik de inloopkast opruimen, mijn besluit stond vast.
Het was namelijk geen inloopkast meer. Het was een stortplaats. Als je de deur opendeed kon je er met veel moeite in slagen om een arm en een been naar binnen te wringen om te pakken wat je nodig had. Als je dat tenminste kon vinden. Zo niet, dan werden er schier onmogelijke lichaamshoudingen noodzakelijk om toch nog bij die ene handdoek of dat shirtje te komen, over schoenen nog maar te zwijgen. Als je geluk had vond je er 1, de bijbehorende was niet te vinden. Drama, hier moest iets gaan gebeuren.
Maar waar en hoe te beginnen. Oorspronkelijk zat er een opbergsysteem in de kast, maar nu was het gewoon een chaos. Dus de enige optie was: alles eruit! Het resultaat was dat mijn slaapkamer eruit zag alsof ik meedeed aan een aflevering van Extreme Hoarders. Ik durf de foto niet te plaatsen, zo erg. Gewapend met vuilniszakken ging ik aan de slag. Kleren die ik wou bewaren op bed, kleren die nog goed waren maar niet meer gedragen in een zak, vodden en andere rommel in een andere zak. Ik had nauwelijks plek om de zakken neer te zetten of om zelf ergens te staan, maar het moest. Langzaam maar zeker kwam er in de kleding in ieder geval orde. En na een uurtje of 2 hingen er links overhemden en blouses van Bert, rechts jurkjes en jasjes van mij in de hangkast, en op de planken lagen nette stapels T-shirts, hemdjes en vestjes, truien en broeken. Het begin was er.
Tim zorgde ondertussen heel lief voor de catering, ik kon de cafeïne goed gebruiken.
Bij het sorteren was ik de gekste dingen tegengekomen, natuurlijk allemaal van Bert,ik heb geen gekke dingen. Ik bedoel: vòetbalschoenen? Really?

. mutssnorkel

Over die snorkel zou ik trouwens ook nog een leuk verhaal kunnen vertellen maar dat misschien een ander keer.
Handdoeken, washanden, beddengoed, zelfs een klamboe, dekbedden, alles moest uitgezocht. Ik zou haast zeggen wat een klerezooi, maar de kleren waren inmiddels klaar. Waarom hebben we zoveel?? En waarom bewaar ik alles? Verreweg het meeste was incompleet of deels kapot. Weg ermee! De overloop raakte gestaag vol met gevulde zakken.
Volgende project: schoenen! Beneden staat een schoenenkastje voor de heren, boven is een schoenenrek voor mij. Wat een waardeloos ding is dat. Het is een systeem met 2 buizen schuin voor elkaar, om de schoenen op te zetten, en dan 4 lagen boven elkaar. De afstand tussen de buizen is niet regelbaar en het resultaat is dat ik mijn schoenen erop moet balanceren, en bij de minste aanraking dondert de hele zooi weer naar beneden. De afstand is niet berekend op maat 36. Stom, zo klein is dat nou toch ook weer niet. Ik zocht al mijn schoenen en laarzen bij elkaar en keek rond wat ik er mee kon. Uiteindelijk bracht de grote plank waar al dat overbodige beddengoed had gelegen uitkomst, ik kon daar alles keurig op kwijt zonder dat er ook maar 1 schoen viel. Weg met het schoenenrek! Ik werd hoe langer hoe meer tevreden met mezelf.
Laatste onderdeel: toiletspullen. Goeie genade wat hadden we een voorraad. Belachelijk, hoe schoon wil je zijn. Misschien moeten we eerst eens wat opmaken voordat ik weer wat nieuws koop.
Maar ik weet wel hoe het komt. Omdat het zo’n onoverzichtelijke bende in de kast was, had ik geen idee wat we eigenlijk op voorraad hadden. Tampons spanden toch wel de kroon. Blijkbaar had ik iedere keer als ik eens zou gaan zwemmen of naar de sauna zou gaan weer een doosje gekocht. Ik hoop niet dat het nodig is, maar ik had toch wel tot 2037 genoeg tampons. De doosjes waren gekreukt en gescheurd, tampons all over the place. Wat een flauwekul, weg met die dingen. Inmiddels had ik sowieso een paar zakken afval verzameld en ik ging ze naar beneden naar de container brengen. Toen ik daar aankwam zag ik dat uitgerekend de zak met tampons was gescheurd van onder, dus ik had een ob-spoor achtergelaten op de trap, in de kamer en in de keuken. Het deed me onwillekeurig denken aan het sprookje van Hans en Grietje. Of misschien is die van Herman Finkers beter in dit geval: Het meisje met de eierstokjes.
Weer boven lag er alleen nog een zooitje ongeregeld op het bed:

rommeltjes
Van die dingen die je niet weg wilt gooien maar ook geen idee hebt waar je die op moet ruimen.
Een voor- en een na-de-beugel gipsafgietsel van Tims gebit. Een paar petten. Een nepbontkraagje. Een reisportemonneetje wat we volgens mij nooit gebruiken. Een bierglas-met-spelletje. Een cassettebandje met onze trouwdienst erop.
Nou ja, maar even verhuizen naar de zoldertrap en hopen dat het daar dan weer niet 3 maanden blijft liggen.
En toen was het klaar! Met trots liep in de inloopkast in. Ik LIEP de INLOOPkast in! Welk een ruimte! Die nette stapeltjes! Die gesorteerde schoenen! Al die ruimte die er nog over is!
Dit vraagt om nieuwe kleren!

De reus en de dwergjes

Ruim een jaar geleden zag ik foto’s op facebook van een heel leuk konijntje dat al een poosje door de tuin van een kennis rondzwierf en daar de planten op at.Leffe tuin
Impulsief als ik soms ben, reageerde ik met “kom maar brengen” en ging over tot de orde van de dag. ‘s Avonds ging de deurbel en Bert deed open. Ik hoorde wat gepraat van mannenstemmen en toen Bert die riep: “Annelies, wil je even komen?”
Daar stond de man van de kennis, met een boodschappenkrat in de handen, met daarin het konijn!
Ja, ik had gezegd “kom maar brengen”, dus daar was hij dan! Och, wat was het een leuk konijn. Wel aardig groot, vergeleken bij mijn twee kleine meisjes Sunny en Joy.
Bert had heel geen inspraak, ik nam het konijn aan. Wie A zegt moet ook B zeggen tenslotte.
Eenmaal binnen het beestje goed bekeken. Mooi blond,nogal mager, en een oogje wat er erg ontstoken uitzag. Hij/zij was enorm vriendelijk en vond het prima dat we aaiden. Ik voelde een grote liefde voor het beestje, het had honger, was gewond, had geen thuis, moest verzorgd worden.
Maar wat te doen? We konden dit konijn niet zomaar bij onze konijntjes zetten, ten eerste omdat we niet wisten of het een kereltje of een meisje was, ten tweede vanwege het ontstoken oog.
De bench bracht weer uitkomst, in eerdere blogjes is dat multifunctionele ding ook al vaker ter sprake gekomen. Stro erin, eten en drinken, konijn erin, klaar. Welterusten allemaal. Ik ging blij slapen, ik vond het konijn geweldig. Maar iemand zou hem of haar toch vast wel missen? Morgen maar op zoek.
Site van Amivedi, rondvraag in de buurt, het leverde niks op.
Ik hield het konijn. We gingen naar de dierenarts, en het bleek dat het een mannetje was. Een jonkie. Een Vlaamse Reus.  Een Vlaamse Reus???? Jemig! Maar wat een ontzettend lief en mooi en vriendelijk beest! En we hebben toch een grote ren, van 3 x 3 m.? Hij kan er best wel bij. O nee, dat kan niet, want Sunny en Joy zijn vrouwtjes. Waarschijnlijk was het fysiek onmogelijk dat hij de dames bezwangeren zou, maar ik had al eerder iets meegemaakt waarvan ik dacht dat het onmogelijk was, namelijk dat een wilde muis in een halve seconde mijn tamme muisje zwanger gemaakt had.(Muizenissen) Dus geen enkel risico, de dierenarts zou hem castreren. Dezelfde dag nog. Oogje leek niet erg pijn te doen, dat moesten we nog maar even aanzien. Waarschijnlijk had een takje of zoiets erin gestoken. We lieten het konijn daar en haalden hem ‘s middags tollend van de slaap weer op. Het konijn tolde wel te verstaan, wij niet. Tim had hem in de krat op schoot (het reismandje waar Joy en Sunny met z’n tweetjes in pasten was te klein) en toen het konijn onderweg wilde gaan zitten wilde zijn achterlijf niet meewerken en donderde hij zowel zielig als lachwekkend ondersteboven. Ach die lieverd, ik hield al zo van hem.
Hij knapte heel snel op en we kochten een  nachthok voor erbij in de ren, want dat had hij wel nodig. In de tussentijd kon hij daar wel even in bivakkeren, wel in huis want door de narcose was hij vatbaar. Bovendien zouden er een paar weken overheen gaan voordat hij bij de konijnendames mocht. Hij moest nu ook maar een naam hebben. Hij was goudblond en Vlaams, dus het werd Leffe Blond, roepnaam Leffe. Met zijn oog ging het heel niet goed, dus de week erop zaten we weer bij de dierenarts en besloot zij het oogje te verwijderen. Hij zag er toch niks meer mee, het kon niet meer genezen , alleen maar verdere ellende en ontsteking veroorzaken. Dus de arme ziel ging wederom onder narcose en de dierenarts heeft het zieke oog keurig verwijderd en de oogleden gesloten. We kregen de neiging om hem een piratenlapje te geven maar dat hebben we maar gelaten.
Ondertussen vond ik het wel heel zielig dat hij steeds in dat hokje moest zitten. Boven was een kamertje over, daar kon de bench wel staan en dan kon hij er van tijd tot tijd lekker uit. Hij vond het allemaal prima en maakte het zichzelf comfortabel, door toen ik er niet bij was de handdoeken uit de kast te trekken, zodat hij lekker zacht kon liggen. Geef hem eens ongelijk.

Leffe handdoeken
Gelukkig kon hij toen al gauw naar buiten, in de ren, want hij had andere maatstaven over de logeerkamer in orde houden dan ik. De konijnendames vonden hem vanaf het eerste moment geweldig, dus gaf geen enkel probleem.

feestmaal
Leffe woonde al een poosje tevreden samen met zijn meiden toen een buurvrouw ineens wist te vertellen van wie hij kon zijn! Ik verschoot ervan, ik wou hem echt niet meer kwijt! Ik wist welke mensen ze bedoelde en met lood in mijn schoenen ging ik erheen. “Wij hebben jullie konijn…”begon ik. Ze reageerde heel blij: “O echt??? Ik dacht dat we hem nooit meer terug zouden zien!”
Ik vertelde wat er allemaal gebeurd was en dat we hem hadden laten castreren en opereren en ondertussen was ik zo emotioneel geworden omdat ik het zo erg vond dat ik hem weer af moest staan, dat ik begon te janken. En in plaats van dat de vrouw me zag als een halve idioot die overdreven reageerde, was ze heel lief voor me. Ze snapte dat Leffe heel speciaal voor me was en dat ik hem erg zou missen. Ze zei: “Mijn jongens zijn er inmiddels aan gewend dat hij er niet meer is. En nu we weten dat hij het goed maakt en een goed thuis heeft, moeten we het maar zo laten”. Ik kon het haast niet geloven. Maar het was echt zo. Leffe mocht bij ons blijven.
Hij kwam bij ons op een moment dat ik het heel erg nodig had. Er was zoveel afscheid geweest, en daar was hij zomaar ineens, had zorg en liefde nodig na zijn zwervend bestaantje. Daarom was ik ook zo emotioneel toen ik dacht dat ik hem weer weg moest geven. Hij had mij nodig,maar ik hem ook.
Inmiddels zijn we ruim een jaar verder.
Leffe is niet meer mager, hij is enorm gegroeid. Hij heeft er totaal geen last van dat hij maar 1 oog heeft. Hij is intelligent, nieuwsgierig , en een levensgenieter. Het is een bespottelijke combinatie, de dwergkonijntjes met de Vlaamse reus. Maar wat zijn ze gek met elkaar. Hij laat zich de aandacht van de dames heerlijk welgevallen, die ruziën wel met elkaar wie er tegen hem aan mag liggen.
Vanmorgen lag hij ook zo welgedaan in de ochtendzon met zijn dames dat ik dacht: misschien hadden we beter Sultan kunnen noemen

Sultan Leffe

Lieve Lynn

SANYO DIGITAL CAMERA

Een nieuw grafje in de tuin. De aarde is donker van de miezerregen. Maar het is een plek waar Lynn pasgeleden zich nog heerlijk in het zonnetje lag te koesteren. Warmte op haar oude spiertjes en botjes.
Het was m’n eerste loopje vanmorgen toen ik de trap afkwam, zo de voordeur uit,naar buiten.
Goedemorgen, lief meisje.
Want ze was niet op de overloop toen ik uit de slaapkamer kwam.
Ik ging terug naar binnen, om brood te smeren voor het ontbijt en de lunchtrommel. Er keek geen blij, besnord gezichtje naar me op, er zwaaide geen staartje. Het broodkapje moet nu door iemand anders opgegeten worden. Liefhebbertjes genoeg hier hoor, daar niet van, maar we hadden maar één Lynn.
Wat mis ik haar. Ons vrolijke, originele, gekke, vieze, lieve hondje. Opportunistje, slimmerdje, eigenwijsje. Dol op aandacht en knuffels, gaf je die niet,dan kwam ze die wel halen.
Zo lief voor iedereen, en zo gemakkelijk. Ze hoefde niet aan de lijn buiten. Ze kachelde wel mee en gaf nooit problemen met andere honden.
In het verleden was ze een team met Tess, maar de laatste 2 jaar niet meer. Dat heeft ze moeilijk gevonden, maar ze vond haar weggetje wel weer. Zoveel liefde gaf ze, en zoveel liefde kreeg ze.
Wat is het ongelooflijk stil in huis, ondanks de kinderstemmetjes, de peppende zebravinkjes, de piepende cavia’s .
Lieve, lieve Lynn, wat laat je een lege plek achter. Letterlijk en figuurlijk. Het leek wel een gapend gat waar je mand stond, een plant moet het opvullen nu.
Ik weet dat het niet kan, maar onbewust verwacht ik steeds vanuit mijn ooghoek beweging te zien en jou te zien verschijnen: “Wat doe je daar in de keuken, is er ook iets lekkers voor mij?”
“Wat zit je daar gezellig op de bank, mag ik ook een aai?” “Zijn jullie klaar met eten, mag ik dan nu bij de tafel komen?” “O, je doet schoenen aan, mag ik mee naar buiten?”
Nee, je kon niet praten, maar je mimiek zei alles.
Lieve Lynn, wat fijn dat je bij ons was en zo oud mocht worden. Dat je rustigjes kon voelen dat je steeds minder kon, en gewoon lekker een oud hondje mocht zijn.  Maar ook dat het definitieve einde zo snel kwam.
Dank je wel voor al je liefde. Voor het hondje wat je was.
Nu ben je weg. Speel maar lekker in de zon, met Tess……

Mobiel

Vroeger kreeg ik als kind, als we op vakantie waren, een briefje op mijn jurkje gespeld.
“Anneliesje van Bloois, Huisje 63 “
Zo konden mijn ouders iets geruster zijn, mocht ik kwijtraken, dan wist men waar ik weer terug bezorgd moest worden.
Ik heb het altijd onthouden en ook bij mijn eigen kinderen toegepast, vooral bij Tim want die was vaak weg. Kwijt, onzichtbaar. Peentjes heb ik gezweet om dat jongetje, maar
gelukkig is het altijd weer goed gekomen. Het briefje-systeem had ik iets gemoderniseerd, ik plakte iedere dag een beschreven sticker op zijn t-shirtje. Tegenwoordig is dit natuurlijk hopeloos uit de tijd. Nu heeft een kind een QR-alert polsbandje, wat je kan scannen met smartphone of tablet en daar dan alle info uit krijgt die je nodig hebt om het kind weer op z’n plek te krijgen. Moet je natuurlijk wel een smartphone of tablet hebben.
Een tablet heb ik niet, een smartphone wel. Al een jaar maar liefst. Voor mij hoefde het niet zo, ik hoefde alleen maar te kunnen bellen en sms-en. Zei ik altijd. Maar toen ik een nieuwe telefoon moest hebben omdat ik zo dom was geweest om de mijne in een stadsbus in Utrecht te laten liggen, liet ik met toch overhalen tot een smartphone. “Want dat is gezellig mam, dan kunnen we what’sappen”. En gedachtig de irritatie over mijn vader die alle nieuwigheid maar flauwekul vond (dus tot op hoge leeftijd nog met een handboor stond te zwoegen terwijl hij onze elektrische boormachine kon lenen, en ondertussen koppig volhield dat het priiiimaaa ging) vond ik dat ik een beetje met m’n tijd moest meegaan.
En ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn smarthpone heel leuk vind! Inderdaad, ik kan er mee bellen en sms-en maar ook what’sappen en internetten en foto’s maken en die versturen of op facebook zetten…. Kortom, ik heb er gewoon lol in.
Dus het ding gaat overal mee naar toe, ik check in bij restaurants en atracties, plaats foto’s van waar ik ben, what’sapp dagelijks met Irene, en ook Berts sms-jes zijn vervangen door what’sappjes.
Het was de bedoeling dat mijn mobieltje ook meeging toen we het Pinksterweekend naar de Veluwe gingen, waar we een chaletje hadden gehuurd. Vrijdagmiddag had ik de foon nog even aan de lader gelegd (goede voorbereiding!) en na het loskoppelen de lader gelijk in mijn tas gestopt, want ik die had ik in het weekend vast nog nodig. Want waar ik met mijn oude mobiel anderhalve week of langer op een batterijlading deed, is het met de smartphone hooguit anderhalve dag. Dat dan weer wel.
In de auto wou ik even Irene appen dat we onderweg waren. En ik kon mijn telefoon niet vinden. Tas ondersteboven gekeerd, er kwam van alles uit waarvan ik dacht: ‘waarom neem ik dat ook mee’, maar geen mobiel. Ik had blijkbaar alleen de lader in de tas gedaan. O, dat voelt gek. Ik schaam me een beetje om het te moeten zeggen, maar het voelde haast wat paniekerig.
Bert vroeg of we om moesten keren maar dat vond ik toch te gek, we waren al een flink eindje onderweg. En hij had wel zijn mobiel mee, dus in noodgevallen waren we voorzien.
Dus ik heb 3 dagen zonder mobiel, facebook en verder internet doorgebracht. De internetverbinding was sowieso erg slecht, dus Bert hield het ook al gauw voor gezien.
En toen voelde het toch wel lekker, als ‘echt helemaal weg!’ Ik zie mezelf niet als iemand die altijd maar met haar mobieltje in de weer is, en verder nergens oog voor heeft. Maar nu merkte ik eerlijk gezegd dat ik toch redelijk vaak wil ‘communiceren’. Even Irene laten weten wat voor leuks we doen of zeggen, even op fb zetten op welk leuk terrasje we zitten, even op buienradar kijken of het echt zo mooi wordt als het weerbericht zei, even…etc…
Nu heb ik heel af en toe een appje met Berts mobiel naar Irene gestuurd en dat was het.
En heb ik een fijn weekend gehad? Ja! Ik hoefde niet te kijken of iemand mijn status al had geliked, of er nog leuke mail was, het kon allemaal wachten tot ik weer thuis was.
Vakantie.
En toen Bert in z’n eentje een stuk ging fietsen, en zijn mobiel meenam, had hij ook een briefje in zijn zak. Met het adres van het vakantiehuisje, want in noodgeval moest men toch weten dat ik daar zat en niet mijn mobiel bellen, die lag thuis op tafel.
Een briefje. Hopeloos uit de tijd, maar het werkt nog steeds priiiimaaaa . 😀
mobiel