Alle berichten door Annelies

Prietpraat

Vroeger stond er in de Libelle, die mijn moeder samen met een tante las,
de rubriek ‘Prietpraat’.
Dat was,  samen met  ‘Jan , Jans en de kinderen’  zo’n beetje het enige wat ik las, want verder vond ik de Libelle niet zo interessant.
Nog steeds niet trouwens, maar dat terzijde.
Ik vond de prietpraatjes meestal erg leuk,  en ik heb zelf ook bijgehouden wat mijn eigen
kinderen voor prachtige dingen zeiden toen ze klein waren.
Ook als kleuterjuf heb ik heel wat leuke uitspraken gehoord, die ik vaak in de schoolkrant zette,tot plezier van de ouders.
Nu,  met mijn eigen kinderopvang, schrijf ik ook weer op wat de kinderen zeggen.
De laatste tijd was het een beetje stil met grappige uitspraken.
De oudste kinderen werden te groot voor prietpraat en de kleintjes waren nog niet zo aan praten toe.
Maar vanmorgen was het weer zover dat ik met een grijns van oor tot oor zat.
Juultje van bijna 2 jaar wijst naar onze cavia Peach.    “Cavia!”
“Ja “, zeg ik ,” Weet je nog hoe ze heet? “
Juultje:  “Bitch!”
Vervolgens helpt ze me met was vouwen.
Ik pak  een t-shirt en zeg : “Van Bert”
Zij pakt het volgende en zegt: “Van Ernie”
En kijkt me vervolgens verbaasd aan omdat ik vreselijk moet lachen.
Hoogste tijd om het mapje “Prietpraat”op mijn laptop te openen en er deze uitspraken aan toe te voegen.
Natuurlijk keek ik ook even naar wat ik verder had verzameld in de afgelopen tijd.
En ik dacht bij een paar dingen:  dit is te leuk om voor mezelf te houden,
dit moet maar even hier op de site.
Ik heb niet de echte namen van de kinderen gebruikt natuurlijk,
maar de uitspraken zijn allemaal authentiek

We vieren een verjaardag .
Mirjam heft het glas en roept stralend: ” Stroop !!!! ”

Johan, Kevin en Annemieke gaan buiten spelen en maken plannen.
Johan:  Ik ben Spiderman”
Kevin:  “En ik ben Superman ! ”
Annemieke:  En ik ben Dokter Mulder ! “
(Dr.Mulder is onze huisarts)

We lopen in de stromende regen naar huis.
Frank  moppert: “Waarom regent het nou zo!”
Linda:  “Dat gooit Jezus naar beneden”.

Juf Elly gaat met pensioen.   De kleuters hebben sportmiddag gehad.
Frank:  Ik zat bij juf Elly in het groepje.  De jonge juf Elly.
De ouwe doet het niet meer, die heeft een pension.”

Mirjam:  ” Mijn broer  is Gronings ziek, hij heeft astma.” (chronisch)

Frank en Ronald zijn verhuisd. Om het weekend komen hun stiefzusjes logeren.
Ik:  Jullie buurman is zeker wel blij dat hij nu 2 buurjongetjes heeft ?”
Frank:  “ Ja, en ook nog  2 stiefbuurmeisjes !”

Hans:  “Mijn opa heeft net zo’n lange paal als Bert ! “(vlaggenmast)
Ik hoop dat ik nog heel veel leuke uitspraken kan gaan noteren.
En het heeft ook nog een effect.
We proosten hier regelmatig met : “Stroop !!”
Onze huisarts is een superheld en regen blijkt een religieuze ervaring.
Ikzelf ben  Gronings ziek , maar daar is prima mee te leven .
Over de paal van Bert zal ik echter maar niet uitweiden, dat lijkt me beter.

dr MUlder

Begin de dag met een dansje

(omwille van de privacy zijn de namen van de kinderen gefingeerd J )

Begin de dag met een dansje
begin de dag met een lach
wie vrolijk kijkt in de morgen
die lacht de hele dag.

Dit schreef een schoolvriendinnetje vroeger in mijn poezie-album en
het was zo’n rijmpje wat je altijd onthoudt.
En vandaag dacht ik er ook weer aan.
Niet dat ik nou de dag met een dansje begon, dat is overdreven.
Maar ik stond goedgehumeurd op, zelfs wat eerder dan normaal (en dat is heel wat voor mij!) omdat ik nog even mijn haar wou wassen.
Ik had lekker geslapen en voelde me goed.
Alles verliep volgens schema,   broodjes smeren, ontbijten, Tim uitzwaaien,
Truusje ontvangen, Bert uitzwaaien,  niks aan de hand.
Nog even gezellig met Truusje een spelletje gedaan,  en toen was het tijd om haar naar school te brengen.
Het stormde hard,  dat had ik vannacht vanuit mn knusse bed ook al gehoord,
en helaas regende het ook.
Maar we zijn niet van suiker, dus we pakten ons in en gingen de deur uit.
En toen was het gedaan met de rust en de vrolijkheid.
Want ik schrok me rot! Het konijnenhok lag in de tuin, kapot en omgewaaid.
Bang voor wat ik aan zou treffen ging ik erheen, maar gelukkig lagen er geen verpletterde
konijnenlijfjes onder.
Maar waar waren ze dan wel?
Na wat rondkijken zag ik ze zitten,  doornat en verkleumd, bij een struik.
Twee zielige hoopjes, gelukkig niet gewond.
Maar ondertussen stond Truusje ook nog te kleumen en die moest op tijd op school zijn.
Ik had geen idee wat ik moest doen met die arme konijntjes, maar ik moest ze eerst nog
laten zitten,  ik zou onderweg naar school een oplossing bedenken .
Truusje en ik worstelden ons door de storm en regen,  gelukkig mochten de kinderen bij school direct naar binnen vanwege het weer.
Ik liep weer snel terug en had ondertussen bedacht dat ik de hondenbench van zolder
zou halen en in de schuur opzetten,dan konden daar de konijnen in, als ik ze te pakken kon krijgen.
Dus thuisgekomen direct naar zolder,  de bench opgraven.
Dat ging nog niet zo makkelijk, omdat we dat ding nooit gebruiken lag hij ergens ver achteraan, en ik moest van alles op zij zetten om erbij te kunnen.
Ter verhoging van de vreugde had Tim het drumstel opgezet op zolder, zodat ik tussen
toms en snares en de hihat door moest manoeuvreren, maar ik sjorde en sjouwde verbeten en ik kreeg het voor elkaar om de bench beneden in de schuur te krijgen.
Voor de verandering was daar zomaar een plekje waar ik ‘m neer kon zetten.
Maar wel erg weinig ruimte om hem uit te klappen,  ik stond klem tussen de tandem,
de bolderkar en de tuintafel, en kreeg natuurlijk ook nog lelijk mijn vinger tussen het
ijzerwerk van de bench.
Wie vrolijk kijkt in de morgen, die lacht de hele dag, jaja!
Uiteindelijk stond het gevaarte en ik vulde het met een dikke laag stro.
En daarna op konijnenjacht. Gelukkig lieten ze zich vrij snel oppakken,
ze waren koud en nat, en van streek.
In de schuur in de bench met het warme stro hadden ze een prima plekje en
liet ik ze verder maar even met rust.
Ik wilde nog snel even stofzuigen, in verband met het heen- en- weer-geloop
vanuit de tuin, en het stro-gebeuren , want zometeen zouden er weer kindertjes
komen die op de grond moesten kunnen spelen.
Ik had Henry nog niet uit de kast getrokken of de moeder van Pietje en Klaasje kwam
voorrijden.  Ok, Henry in de wachtstand,  ontvangst van de kinders.
En onderwijl kwam de moeder van Marietje ook,  dus het was direct spitsuur.
Moeders weer weg, zwaai-rituelen,  speeltijd.  Pietje is 2 ½  , die kan zich prima vermaken.
Klaasje en Marietje zijn allebei 1 jaar, ze schelen 2 maanden.
Marietje zit in de eenkennigheidsfase,  Klaasje zit in de alles-wat-ik-zie-is-van-mij-fase.
Dit is geen gelukkige combinatie.
Het duurde dus ook nog geen minuut of beide peuters zetten het op een brullen.
Telefoon!
“ Goedemorgen , u spreekt met Martin Huppeldepup van Bladcadeau.  Bel ik gelegen?”
“Wat denkt u zelf?” tetterde ik boven de sirenes van Klaasje en Marietje uit.
Mijn sarcasme ontging hem volkomen.
“Uw man had gezegd dat ik u even terug mocht bellen”.
Dank je Bert.   “Nou even snel dan” zei ik.
Met één hand aan de telefoon en één hand troostend op de bol van Marietje
luisterde ik wat  hij te melden had.
Dit was niet naar de zin van Klaasje, die wilde ook een hand op z’n bol.
Helaas had ik er geen meer over,  dus de sirene ging over op een hoger volume.
“Ik bel u naar aanleiding van…… “  maar waarvan  verstond ik door de herrie niet.
Ik verplaatste mijn hand  van Marietjes bolletje naar die van Klaasje en o gezegende rust,
ze waren er even stil van.
“ U heeft een aantal nummers  van Bookazine gehad sinds de zomer?” hoorde ik
Martin Huppeldepup vragen.  Hij kende helaas z’n eigen producten niet.
De naam is een samenvoeging van book en magazine, maar hij sprak het uit als boekazain.
Ik nam maar niet de moeite om hem te verbeteren, maar zei direct dat ik geen verlenging wilde, ik had dit cadeau gekregen en daar wou ik het bij laten.
Dit was ongeveer twee stappen verder dan de vragen die hij op z’n lijstje had staan en
hij moest dus ook even naar de volgende vraag zoeken.
“Wilt u misschien een ander  tijdschrift uitproberen?”
Ook hierin kon ik hem weer voor zijn.
“Ik heb voor  Sinterklaas weer van iemand anders een Bladcadeau gekregen” zei ik,
“En daar heb ik Flow voor uitgekozen.”
“Vlo?” vroeg Martin wat aarzelend.
Ik weerstond de neiging om te zeggen dat ik altijd al erg geïnteresseerd was in parasieten
en spelde “ F L O W” .
“O,  Flaaaoooowwww “ herhaalde hij met een overdreven engelse uitspraak.
“En heeft u die al binnen?  “
“Nee, maar ik kan niet wachten tot het eerste nummer.  Goedemorgen!”
En ik legde vastberaden de telefoon neer.
Ik had niet eens gejokt.   Ik kan echt niet wachten tot het eerste nummer.
Ik citeer:

GUN JEZELF FLOW!
Flow is een magazine voor vrouwen die graag wat meer tijd voor zichzelf willen,
die op zoek zijn naar authenticiteit en rust, die het leven net anders willen aanpakken
en nuchtere en praktische oplossingen zoeken voor dat overvolle
(maar leuke!) bestaan.

Kom maar op!
Want dat “begin de dag met een dansje”  etc,  werkt niet zo.
De rust is inmiddels weergekeerd.  Klaasje en Marietje doen allebei een slaapje,
Pietje zit aan tafel te puzzelen  en Truusje zit nog hoog en droog op school.
De konijntjes zitten lekker in het stro, alles weer onder controle.
Alleen Henry staat me nog verwijtend aan te kijken.
Maar die wacht maar even,  eerst even met een kopje koffie dit schrijven.
Zometeen is hij weer aan de beurt om een dansje te maken en ga ik weer verder met mijn
“overvolle (maar leuke !) bestaan”

 

Zus en zo

Mijn grote zus is een handwerkster. En dan met de klemtoon op de laatste lettergreep.
Als klein meisje kon ze al prachtig borduren. En op haar 12e breide ze al een trui voor zichzelf.
Ik had daar een enorm ontzag voor
en weet ook nog hoe die trui was :  rood met een streep van zwart en wit aan de boord.
Prachtig vond ik dat en ik wilde dat ook kunnen als ik 12 was.
Dat bleek een ijdele wens.  Ik was een ramp op handwerkgebied.
Ik was goed in met poppen spelen. En mijn zus maakte de mooiste poppenkleertjes, “gewoon” door patronen van babykleertjes te verkleinen tot poppenformaat.
Mijn vriendinnetjes waren dan ook stikjaloers op mijn poppengarderobe.
Ik moest wel handwerken leren op school. Wat een ellende.
De jongens kregen op donderdagmiddag handenarbeid, de meisjes handwerken.
Op die middagen wilde ik ook wel een jongen zijn, en fijn zagen en timmeren en verven. Maar nee, ik moest leren breien en haken en borduren.
Ik broddelde mijn handwerkuren door, mijn werk was altijd groezelig, ongelijk, er zaten gaten in waar het niet moest, of juist rare verdikkingen.
Jute borduren voor een tas,  een slang breien om de verschillende breisteken onder de knie te krijgen, het was om te huilen.  En soms deed ik dat ook.
De ultieme ellende was toen ik in de 6e klas  een beertje moest breien.
Het voorbeeld zag er schattig uit, een echte knuffelbeer. Bruine  kop, handjes en voetjes  en een geel truitje met een rode broek.
Mijn beer was niet schattig. De kop was een rare verzameling van  bedoelde en onbedoelde meerderingen en minderingen,   uiteindelijk heeft de juf er nog een soort bolletje van weten te creëren.
De broek en trui werden aan elkaar gebreid, hiervan moest ik een voorpand en een achterpand breien,  volgens hetzelfde patroon.  Hoe ik het voor elkaar gekregen heb weet ik niet, maar het achterpand had een heel ander formaat dan het voorpand.
Ik kan me ook niet herinneren dat ik mijn beertje terug gezien heb op de jaarlijkse schooltentoonstelling.
Waarschijnlijk zat hij diep weggestopt in de bossen van speelgoedland,  in een tehuis voor mismaakte gedrochtjes.
Ik werd ook wel eens gematst,  soms mocht ik mijn handwerk mee naar huis nemen van de juf, om er thuis wat aan te doen omdat het anders nooit afkwam.
En er werd thuis wat aan gedaan, alleen niet door mij.  Mijn moeder en mijn zus wilden me nog wel eens
uit de brand helpen. Juf heeft er nooit iets van gezegd, maar ze moet stekeblind geweest zijn als ze niet  doorhad dat ik het gemaakte werk niet zelf in handen had gehad.
Maar misschien liet ze het lekker zo omdat het met mij toch vechten tegen de
bierkaai was.
Inmiddels had mijn zus de middelbare school  doorlopen en was ze de absolute
alltime-favourite van de handwerklerares geweest.  Het moet ook werkelijk heerlijk zijn om  eindelijk eens een echt getalenteerde leerling te hebben tussen de normale middelmatigheid.
Iemand die echt geïnteresseerd is in allerlei technieken,  en ze ook nog perfect en snel aanleert en uitvoert.
En zo was mijn zus dus, een bron van niet aflatende vreugde voor juf Karsemeijer.
En die kon haar geluk dan ook niet op toen ze vernam dat het zusje op school
zou komen !
Och wat een drama. Ik was de teleurstelling van haar loopbaan.
Ze had zulke hoge verwachting van mij,  maar ik denk dat nog nooit iemand zo snel van een torenhoge roze wolk is gedonderd als juf Karsemeijer.
Want ik kon niks! En ik vond het niet leuk en was ongeïnteresseerd.
Ik moest een babyjurkje smocken,  mijn moeder heeft ‘t voor me gedaan.
Ik moest een patchwork- tas maken,  mijn tante heeft me een handje geholpen.
Het enige wat ik wel leuk vond was macramé.  Maar dan alleen het grove werk met touw,  niet dat gepiel met dunne katoenen draadjes , die uiteraard een veel mooier resultaat op zouden leveren.
Maar met gekleurd touw een plantenhanger maken, dat lukte nog wel,  en dat heb ik dan ook gedaan.
Hehe, eindelijk helemaal zelf een werkstuk gemaakt.  Ik kan me niet meer herinneren wat juf Karsemeijer ervan vond. Ik denk dat ze mij ook uit haar herinneringen verdrongen heeft eerlijk gezegd.
Toen ik naar de kleuterleidsters-opleiding ging, was het mode om in de klas, onder de
les te breien!
En dat moest ik dan ook maar doen.  Ik begon manmoedig (of vrouwmoedig in mijn geval) aan een trui voor mezelf.  Banaangele wol, naald 5, tricotsteek, dat moest toch lukken.
En ja, het is gelukt.
Beetje ongelijkmatig, de mouwen waren niet lang genoeg, de kleur stond me ook voor geen meter, maar ik had een trui gebreid!
Ik voelde me trots.  En eigenlijk vond ik breien toch wel een beetje leuk!
Dus ik begon nog wat anders. En uiteindelijk ben ik heel veel gaan breien. Niet alles werd even geslaagd, maar over het algemeen lukte het steeds beter.  Voor mezelf. Voor familie.
Voor mijn opvangkinderen . Ik heb in de loop der jaren wat afgebreid!
Gister heb ik een kabeltrui voor Bert afgemaakt.  Hij is erg mooi geworden en ik ben er trots op!
En helemáál trots  omdat mijn zus gezegd heeft dat hij prachtig is !
Juf Karsemeijer zou niet weten wat ze zag……

 

SANYO DIGITAL CAMERA

Wil je weten wat mijn zus allemaal voor prachtige dingen maakt, kijk dan op
defrottendenachtwacht.blogspot.nl

Voorproefje

Soms voel ik me een echte oma.
Dat komt ook wel omdat ik veel kleine kindertjes om me heen heb.
Ik hoor soms gewoon mijn moeder praten door mijn eigen stem:  zoals zij tegen mijn
kinderen praatte toen ze klein waren, zo praat ik tegen mijn kleine opvangkinderen.
Daar is op zich niks mis mee, maar soms zeg ik tegen mezelf:  “Hoor nou toch eens!
Nu word je oud! “ En dan lach ik om mezelf.
Afgelopen weekend zijn Bert en ik weg geweest.  We hadden  een piepklein huisje
in Drente gehuurd, van particulieren.
Het was verdeeld in een entree met aan de rechterkant een douche en aan de linkerkant
een toilet,  en verder een grote kamer als leefruimte.
In de hoek stonden twee comfortabele seniorenbedden,  in de hoek diagonaal daar
tegenover  een zitje:  twee gerieflijke stoelen , een salontafeltje en een tv-kast.
In een andere hoek stond nog een eettafeltje met rieten stoeltjes.
En aan het begin van de kamer over de hele breedte een keukenblok,
afgeschermd door een barretje.  Heel gezellig allemaal en comfortabel.
Ingericht op twee personen.
Maar toen we daar zaten ’s avonds,  in onze stoelen,  kijkend naar een natuurfilm op tv,
met waxinelichtjes,  glaasje wijn en glaasje bier op tafel,  toen  zag ik onszelf  ineens zitten!
“We lijken wel een stel bejaarden!”,zei ik.“Zo kunnen we alvast wennen voor als we oud zijnen een kamer hebben in het bejaardenhuis. Kijk ons nou,ieder in onze eigen stoel,
drankje bij de hand,  opa de beentjes op tafel,  oma met de slofjes op het vloerkleed,
David Attenbourrough op de buis…. en strakjes zo hup ons seniorenbed in .”
We lachten erom.
En toch.  Zou het zo fout zijn, als het zo zou gaan?  Zouden we juist geen gezegende mensen zijn als we op die manier oud mogen worden?  Gezellig samen,genieten van een drankje,een kaarsje op tafel,  mooie film op tv.
Het heerlijk-samen-gevoel,in goede gemoede zwijgen,omdat we ons toch wel op ons gemak voelen bij elkaar.
Geen gekibbel, geen gezondheidsproblemen,  en vooral: geen moeten.
Genieten van de dingen die we hebben,samen.
Ik hoef er  eigenlijk niet om te lachen. Ik teken ervoor !

SANYO DIGITAL CAMERA

Klassiek

Ik heb voor mijn verjaardag een auto gekregen.
Jaja, wie het breed heeft…enz…..
Nou valt dat nog wel een beetje mee (of tegen, het is maar hoe je het bekijkt)
maar een auto is toch wel een bijzonder cadeau!
En het is ook nog een bijzondere auto,een Renault 6, bouwjaar 1975 !

Renault
Die mag je dus met recht een klassieker noemen.
Ik was 14 toen deze auto op de weg kwam. Raar idee wel.
Gelijk komen er een heleboel herinneringen boven.
Ik zat in de 3e klas van de Mavo.
Minirokken waren uit, midirokken waren in de mode.
Bloesjes van india-katoen. Iedereen had een schipperstrui.
Ik wilde wel een permanentje, maar dat mocht nog niet.
Schoenen met kurken plateauzolen, was ik eindelijk eens een beetje groter.
Ik was hevig verliefd op een jongen uit de 4e. Hij heeft het nooit geweten.
‘Bohemian Rhapsody’ van Queen kwam uit (over klassiekers gesproken!)  en dat afgrijselijke nummer ‘Mississippi’ van Pussycat, wat mijn ouders zo mooi vonden. Bllg.
Ikzelf hield meer van Pink Floyd,  die kwamen met ‘Wish you were here’.
Ik kan me niet precies herinneren wat we toen thuis voor auto hadden.
Het zou wel eens de Vauxhall Viva geweest kunnen zijn,  een koperkleurige, rechthoekige auto.
Mijn Renaultje rijdt prima.  Maar zo anders als de auto’s van nu!
Een groot, dun stuur,  zonder stuurbekrachtiging.  Versnellingshendel aan het dashboard,  evenals de handrem.
Vier versnellingen. Hoekige vormen,  wiebelende metertjes.
En een choke!  Vooral dat laatste had een groot “o jaaa!” effect.
Toen ik mijn rijbewijs haalde, hadden de auto’s ook nog een choke.
En moest je een punt in gedachten nemen op de route vanaf huis,  dat je daar de choke weer indrukte, anders bleef je er mee doorrijden.
“Kruispunt de Choke” werd dat, zodat ik het niet meer zou vergeten.
Nu moet ik dus ook weer een punt bepalen waarbij ik de knop weer moet indrukken.
Dat is hier als ik de provinciale weg opdraai.
De snelweg, zoals de mensen hier onterecht zeggen .
“Snelweg de Choke” dus maar.
Ik heb ook een hele sleutelbos voor mijn auto. Een sleutel voor de deuren, eentje voor het starten en ook nog een voor de benzinedop. Niks afstandsbediening met bliepjes.
Het was natuurlijk wel even wennen, dat schakelen met die hendel naast het stuur.
Maar het lukte snel , en nou is het al zo gewoon, dat  ik, als ik eens in onze andere auto rij, soms automatisch naar het dashboard zit te graaien als ik moet schakelen.
In de Renault ben ik veel meer aan het autorijden.  De bewegingen zijn veel groter, je moet meer doen.
De moderne comfortabele auto’s nemen je steeds meer uit handen (en voeten).
In een vorige auto hadden we cruisecontrol.  Ik gebruikte die nooit, had er zelfs een hekel aan.
Ik wil zelf rijden , met mijn voet op het gaspedaal!
Nog even en er wordt in de nieuwste auto’s een automatische chauffeur ingebouwd, net als de automatische piloot in een vliegtuig.
Nu heb je toch  al, bij de luxe auto’s,  allerhande sensoren die van alles voor je regelen.
Ik vind het niks eigenlijk.  Nee, zelfs voor inparkeren niet, al ben ik dan een vrouw!
Wat is er dan nog voor leuks aan autorijden?  Dan wordt het net zo saai als passagier zijn!
Maar bij deze auto kan ik naar hartenlust sturen en schakelen.
Het dingetje heeft ook nog wel wat bekijks op de weg.
‘t Is ook wel een echte ouwe, met een blauwe kentekenplaat.  Soms word er even  gezwaaid of getoeterd.
Vanmorgen stak er nog een man z’n duim naar me op.
Ik neem maar aan dat het voor de auto bedoeld was tenminste en niet voor de lieftallige chauffeuse.
Want als die auto uit 1975 al een klassieker is,  vlei ik mezelf toch maar niet teveel…

Huisdieren (?)

Wie mij kent, weet dat ik van dieren hou.
Mijn huis en tuin zijn er ook vol mee, ik heb momenteel een dierenstop:
er mogen geen nieuwe meer bij.
We hebben twee, inmiddels wat bejaarde, honden.
Vroeger was de ene gitzwart, de ander zwart met scherp afgetekende witte accentjes.
Inmiddels zijn de snuiten aardig grijs geworden en ook elders op het lichaam verschijnen steeds meer grijze haren.
De scherpe aftekening van wit/zwart bij Lynn is volkomen vervaagd tot een grijze zone.
Ik vind het aandoenlijk.(Waarom heb ik dat gevoel nou niet als ik zelf in de spiegel mijn eigen grijze zones bekijk….)
We hebben ook een cavia,die is nog jong en stuiterig. Een grappig,orgineel beestje dat niet weet dat cavia’s eigenlijk mollig en suf behoren te zijn .
En we hebben vier zebravinkjes. Pa,ma,dochter en zoon. De laatste twee zijn bij ons geboren. Zo lief.
Buiten hebben we drie kippen,momenteel gigantisch in de rui en eierloos, maar wel gezellig.
En twee konijnen, die net een prachtig nieuw huis hebben gekregen omdat hun oude woning onbewoonbaar verklaard werd. Dus eigenlijk wel genoeg dieren.
Ik kan tenslotte niet met dwerggeitjes en een ezeltje aankomen in een woonwijk (toch?)
en binnen moet het ook bewoonbaar blijven.
Maar wie zich totaal niet aan die dierenstop houden zijn spinnen!
Grote spinnen wel te verstaan. Enorme spinnen zelfs.
Ze wandelen hier onuitgenodigd binnen zonder te kloppen en zorgen iedere keer dat ze zich laten zien dat ik een soort hartverzakking krijg . Want ik weet niet waarom eigenlijk, maar deze dieren vind ik niet leuk. Waar ligt het aan? Het onvoorspelbare rennen, wie-weet-waarheen? Teveel poten?
Stilletjes gekruip op plekken waar ik ze beslist niet wil hebben? Het altijd weer aanwezige schrikeffect bij hun verschijning? Waarschijnlijk een combinatie van dat alles.
Ja ik weet het, ze zijn nuttig. En ze doen me niks.
En ze zijn waarschijnlijk banger voor mij dan ik voor hen (heb ik nu alle cliché’s genoemd?) Ik maak ze dan ook niet dood. Maar ik durf ze ook niet te vangen. Daar moeten de mannelijke hulptroepen hier in huis bij te pas komen. Aan de vrouwelijke heb ik namelijk niks. Lynn kijkt alleen maar en Tess zet aarzelend een lompe poot op de spin, zodat die ineens verder door het leven moet met 5 poten . En als ik dan dat gekreupel zie, vind ik dat ook weer zo zielig.
Dus Bert en Tim zijn de klos. In de praktijk is dat meestal Bert. Maar die is natuurlijk ook niet altijd direct ter plaatse als er weer zo’n kolossale achtpoter verschijnt op de muur, of op het gordijn, of op de bank of… noem maar op. En die spinnen hebben de hinderlijke gewoonte om op het moment dat Bert er wel is , onzichtbaar te zijn. Weggekropen.  Waarheen? Ja, dat is nou net mijn hele probleem.  Waarheen???? Bert moet naar het werk en ik denk  de rest van de dag van alles te zien bewegen vanuit mijn ooghoeken, durf nauwelijks iets te pakken omdat ik bang ben dat De Spin verschijnt…..
Maar af en toe lukt het Bert wel om er éen te vangen. Met een groot glas (bierpullen van Tim voldoen prima) en een kartonnetje wordt de spin dan gevangen. En naar buiten gebonjourd. Afgelopen dagen waren het er al vier! Of zou het steeds dezelfde zijn,die telkens weer gezellig binnen komt? Ik denk het eerlijk gezegd niet, ik meen toch wat verschil te kunnen zien.Vanmorgen was de maat vol hoor. Bert had er, amper aangekleed, omdat ik al stond te blèren dat ie gauw gauw gauw moest komen,
nog éen van het tafelkleed afgeplukt en naar de tuin getransporteerd.
Maar later op de ochtend kroop er wéér éen uit het tv-kastje! En aangezien ik op dat moment aan het stofzuigen was, heeft Henry ‘m opgegeten. Geheel tegen mijn principes in, maar ik heb zelf het lef niet om hem met een glas te vangen.
Het zal wel bij de herfst horen dat ze nu steeds tevoorschijn komen.
Binnenkort krijgen we trouwens een nieuw toilet.
En moet de loodgieter onder het kruipluik om leidingen aan te sluiten.
Oh, als dat kruipluik opengaat……ik vrees met grote vreze!

Reclame

Een paar weken geleden ben ik 50 geworden. Uiteraard zijn er veel grapjes overgemaakt, ook door mijzelf.
En ik heb met heel veel plezier mijn verjaardag gevierd, met familie en vrienden in mijn eigen tuin, heerlijk!
Dus nu ben ik een “rijpere vrouw”.
Behoor ik tot de doelgroep voor de Dove-reclames voor hun Pro-Age producten.
Trouwens wel slim van ze dat ze het zo noemen, klinkt toch positiever dan de producten van hun concurenten.
Die hebben het altijd over Anti-Aging.  Alsof veroudering een ziekte is die bestreden moet worden!
Dat brengt met dus op een enorme ergernis:  de vrouw in de reclame!
Als er haarverf aan de vrouw gebracht moet worden adverteren ze met
“perfecte grijsdekking”, maar de kleur wordt geshowd door bloedjonge vrouwen die de eerstkomende 20 jaar nog geen grijze haar zullen hebben.
Dat is toch raar!  Huishoudelijke producten zoals wasmiddelen en schoonmaakmiddelen worden steevast aangeprezen door jonge moeders, die steeds weer toegeeflijk glimlachen als hun kinderen er weer een vieze rotzooi van gemaakt hebben, juist als er net gedweild is. Of de afgrijselijkste vlekken in hun kleren gemaakt hebben.
Ik kan me toch niet voorstellen dat er in het werkelijke leven èen moeder is die zo reageert als ze net de boel weer op orde heeft.
En is wassen en schoonmaken uitsluitend voorbehouden aan jonge moeders?
Versmeert de rest van de bevolking, of wordt er daar juist niks vuil?  Ook al zo raar!
In supermarkt -reclames zijn vrouwen altijd typetjes. Karikaturen van vrouwen die boodschappen doen.
Waarom toch?
En dan de ultieme vrouwenproducten: maandverband en tampons.
Ongesteld zijn is een feest!
Je bent rond de twintig, je huppelt slank en mooi door het leven , want je gebruikt het juiste merk tampons of maandverband!
Zo wordt het maandelijkse ongemak weggenomen en maak je volop plezier met je vriendinnen.
Je sport, je danst…. Raar.  Want als je 30 of 40 of zelfs 50 bent wordt je ook nog ongesteld.
En er wordt bitterweinig gehuppeld en gedanst in die periode.
Je hebt buikpijn, je bent humeurig, je hebt hoofdpijn en puistjes.
Je haar wil niet, je buik is opgezet dus je broek zit niet lekker, je hebt veel te veel trek in lekkere ongezonde dingen en je wilt eigenlijk alleen maar op de bank hangen.
Wat een feest ja.  Veel vrouwen kunnen niet wachten tot het over is.   Tot, inderdaad,
de overgang.
Tegenwoordig is daar ook wat aandacht voor in de reclame.
En omdat ze er toch echt niet mee aan kunnen komen om daar jonge vrouwen met dansende krullen voor te gebruiken, komen dan eindelijk de vrouwen van rond de 50
in beeld.
Helaas zijn dat ook weer dames die in hun jongere jaren model zijn geweest.
Ze zien er fantastisch uit  (komt vast van al die Anti-Aging producten) en hebben een lieve glimlach voor hun man en grote knappe zonen.
Ze hebben geen klachten, want er is hulp van “natuurlijke middelen” .
Die zorgen namelijk dat je zowel overdag als ’s nachts geen opvliegers meer hebt
(het enige overgangsverschijnsel dat er blijkbaar toe doet) ,zodat je lekker kunt slapen en de dag vol energie kan doorkomen.
Wat heerlijk.
Ze hebben nog nooit gehoord van stemmingswisselingen, gewichtstoename, spierklachten, haaruitval en nog een heel scala van overgangsklachten.
Dat is toch raar!
En als vrouwen nog ouder zijn, komen ze alleen nog in reclames voor als grappige oude omaatjes.
Bah!
Zouden er geen vrouwen werken bij reclamebureau’s?
Of bezien die hun eigen sexe zo respectloos?
Word je alleen voor vol aangezien als als je jong, slank en mooi bent?
En bereik je dat door op de juiste manier te consumeren?
Wat een triest , oppervlakkige boel eigenlijk. Wie trapt daar nou in ?
Wij toch niet…….

 

 

Honds

De vader van onze Tess is een jachthond, de moeder een herdershond.
Deze combinatie van DNA zorgt nog wel eens voor wat verwarring in haar hondenbrein.
Er is behoefte aan veedrijven, maar dat resulteert al gauw in opjagen. En uiteraard vinden wij dat niet goed.
Ik moet zeggen dat wij het haar, onbedoeld, ook niet gemakkelijk gemaakt hebben door haar Tess te noemen.
Ze heet gewoon zo omdat we het een leuke naam vonden, kort en bondig, stoer,
met toch iets liefs.
Pas veel later zag ik in een namenboekje dat Tess “jaagster” betekent……
Toeval? Lijkt me sterk eigenlijk.
In ieder geval, de jachtgenen voeren nogal de boventoon ten opzichte van de herdersgenen.
Jammer, maar het zij zo.
In het voorjaar moet ze altijd weer extra getraind worden  om de lammetjes in de wei niet als lamsboutje te zien.
Het ouderwetsche versje “zullen wij het haasken jaagen” is haar lievelingsliedje,  en kalfjes laten schrikken is  een favoriete bezigheid van haar.
Flauw hoor.
Omdat we op het platteland wonen komen we nogal eens wat weilanden met bijbehorende beesten tegen.
Ook bij het dagelijkse rondje wat we lopen als er niet veel tijd is voor een uitgebreide wandeling.
Vandaag was het ook zo’n dag.  Nee, dat is niet helemaal eerlijk. Er was wel tijd voor een uitgebreide wandeling,
Maar de regen kwam met bakken uit de lucht, het waaide hard, kortom: hondenweer zoals sommige mensen zeggen.
Wij gebruiken die uitdrukking eigenlijk nooit, om de simpele reden dat onze honden er ook totaal niet van houden om er in zulk weer op uit te gaan.
Maar ja, nature calls, dus gewapend met een enorme stormparaplu gingen we toch maar de deur uit van morgen.
Ik had alleen Tess mee, want anders kwam ik een hand tekort voor de paraplu, die toch wel heel erg noodzakelijk was.
Dus hondje Lynn bleef achter in huis om op haar beurt te wachten, haar oogjes twee poeltjes van ellende en eenzaamheid…..
wat een actrice, ze haat het om naar buiten te gaan in de regen!
Ik weet voor 100% zeker dat ze zich nog eens heerlijk omdraaide in haar warme mandje toen we eenmaal de deur uitwaren.
Overigens betekent de naam Lynn “beeldschoon”.  Iets wat we haar maar nooit verteld hebben, wie haar kent begrijpt wel waarom.
Tess en ik worstelden ons tegen de regenvlagen in en kwamen langs het gebruikelijke weiland.
Er liepen vandaag koeien, echte Groningse blaarkoppen. Een grote rode stond een hoop lawaai te maken, te loeien dat horen en zien je verging.
Ze was echt heel groot, met enorme horens. Ik heb nog even gekeken of het geen stier was, maar wat er onder hing was toch duidelijk een uier.
Maar veel vrouwelijkheid zat er verder niet aan.
Alhoewel de vrouwelijke hormonen blijkbaar wel flink opspeelden, volgens mij was ze tochtig. (idiote uitdrukking vind ik dat trouwens, maar bij dit hersfstweer past het wel)
Tess kachelde door de berm, moest het perfecte polletje vinden om op te plassen,
ze had geen aandacht voor Berta2.
Maar Berta wel voor haar, ze ging vol in de aanval! Whow, ik schrok me naar!
Tess ook, zoveel boze koe ineens voor haar kop!
Ze herstelde zich snel en zou wel even in de tegenaanval gaan. Voordat het uit de hand zou lopen,
blafte ik Tess terug.
Haar hele houding drukte tegenstand uit aan mijn commando, maar plichtsgetrouw als ze is, kwam ze toch.
Aan de lijn, kort volgen aan de voet, langs de koe.  Pff, dat hadden we gered. Dachten wij.
Ik had Tess nog niet losgelaten of de koe kwam er al weer aandaveren, loeiend en blazend.
Ik kreeg er zelf hartkloppingen van.
Tess weer aan de lijn, langs het hekje , tot aan de lege wei ernaast. Hèhè, dat was dat.
Niet dus! Op miraculeuze wijze wist de koe ook langs het hekje te komen en denderde alweer op ons af.
Ik riep enige dieronvriendelijke verwensingen in haar richting, maar het mocht niet baten.  Het leek wel een inzending van “Lachen om homevideo’s”!  Alleen kon ik er niet om lachen, had al mijn aandacht nodig voor Tess, de kwaaie koe en de stormparaplu.
Wat was dit toch allemaal? Revenge of the Cows?
Het snertbeest bleef naast ons galopperen, ik gebruikte de paraplu om het zicht af te schermen voor Tess en werd alsnog drijfnat.
Wat een vertoning! En wat een groot weiland, het gewone uitlaatrondje leek nu wel een halve marathon.
Uiteindelijk bereikten we de straat weer. Ik weet eigenlijk niet eens of Tess nou wel haar behoefte heeft kunnen doen, ik wilde alleen maar naar huis!
Maar ik moest er nog eens op uit, Lynn moest ook nog.
Jakkes, nog een keer langs Koezilla.
Gelukkig had Lynn andere plannen.  Ze deed haar plasje en nog wat  en draaide zich weer om.
Ze liep zelf de weg alweer terug en keek om naar mij:  Kom je nog? ‘tIs hondenweer!

Navigatie

Op sommige punten ben ik een echte vrouw. En dan bedoel ik niet altijd de positieve punten.
Zo heb ik bijvoorbeeld totaal geen richtingsgevoel. En ik kan niet kaartlezen.
Cliché, ik weet het, maar het is zo.
Ik verdwaal overal, en dan niet alleen in mijn nachtmerries.
Nou ben ik getrouwd met een man die totaal het tegenovergestelde is.
Hij is eigenlijk een wandelend navigatiesysteem.
Dus in de afgelopen jaren heb ik regelmatig paniekerig gebeld: “Bèèèrt!
Ik sta daar-en-daar en waar moet ik nou heen???”
Het was op een gegeven moment zelfs zo dat hij, als hij wist dat ik onderweg was,
zijn telefoon opnam met: “Met de verkeershulpdienst”…..
Eigenlijk is Bert een beetje eng hoor.
Als hij één keer ergens geweest is, ook al is het 10 jaar geleden, dan weet hij
het nog feilloos te vinden. En vaak nog uit z’n hoofd ook!
Maar goed,ik heb al heel wat hulp gevraagd en gekregen,dus ik heb flink geprofiteerd
van zijn rare gave.
Toch moest ik ook maar eens wat zelfstandiger worden en met m’n tijd meegaan.
Dus ik kocht een navigatiesysteem!
Daarmee moest het dan toch gaan lukken. Eerst een paar keer uitgeprobeerd,
op routes die ik dan toevallig wel weet, en dat werkte allemaal prima.
Tot gister.
Ik moest ’s morgens om kwart voor 8 in Bedum zijn.Ik doe mee aan Lifelines
(wil je weten wat dat is, kijk gerust op internet) en ik moest nuchter komen,
omdat er bloed afgenomen zou worden.
Eigenlijk was dat al een ramp. Normaal heb ik al koffie gedronken voordat ik opsta,
en dan direct bij mijn ontbijtje nog een kop.
Maar nu dus niet. Daarom wat suffig de deur uit.
Navigatiesysteem ingesteld op de bewuste straat in Bedum, en hup de weg op.
Maar het ging wel raar! Voordat ik ergens bij een kruising gearriveerd was zei de
dame al dat ik rechtsaf moest slaan, en op mijn schermpje deed ik dat al.
Hm, vreemd. Nou ja, het zal zo wel weer goed komen.
Niet dus. Ver voor de brug bij Mensingeweer was ik er op mijn scherm allang overheen.
En zo ging het door.
Ik nam rotondes, afslagen , alsof het niets was. Ik jakkerde maar verder,
terwijl ik in het echt heel ergens anders reed.
Toen kwam het volgende punt: omleiding!
Omdat men aan de weg bezig is kan je een bepaalde route niet volgen.
Wist ik wel, en ik wist ook welke kant ik dan wel op moest in eerste instantie.
Mijn navigatie niet. Die bleef me stug over de oude route sturen en liet onderwijl
zien hoever we daar al in waren.
Ik werd steeds geïrriteerder door die vriendelijke vrouwenstem die maar onzin bleef uitkramen.
Nou ja, ik wist ongeveer hoe je naar Bedum moest rijden, als ik daar aangekomen was
zou ik wel proberen het adres opnieuw in te stellen.
“U heeft uw bestemming bereikt” ,zei ze op een gegeven moment.
“Lijkt me stug” , mopperde ik.  Ik was op dat moment bij een weiland met schapen.
Het is toch idioot dat je terug gaat zitten praten tegen dat ding.
Uiteraard reed ik vlak bij Bedum nog weer de verkeerde kant op en had dat
pas na een kilometertje of drie in de gaten.
De paniek kwam al stiekem om de hoek kijken. Ik zag namelijk ook de klok doorlopen.
Ik ging dat vast niet redden om kwart voor 8.
Uiteindelijk kwam ik in Bedum aan.  Maar nu?
Ik zette de auto aan de kant , stelde opnieuw de bewuste straat in.
Op hoop van zegen.
Die zegen bleef uit, want er gebeurde precies hetzelfde.
Kwaad rukte ik de plug eruit en reed op goed geluk het dorp in.
Nu is Bedum niet groot, maar ook daar kan je heel vaak de verkeerde kant op.
Dus ja hoor: “Bèèèrt! Ik sta daar-en-daar en waar moet ik heen???”
Alsof ik niet 100 euro had uitgegeven aan een navigatiesysteem.
Bert loodste me door Bedumcity en ik kwam dan eindelijk, zowat 10 minuten
te laat bij Lifelines.
Goed dat ze m’n bloeddruk deze keer niet hoefden te meten,die was vast alarmerend hoog.
Na het onderzoek kreeg ik koffie, heerlijk!
En toen weer naar huis.
Nu zat ik niet meer zo in de stress, omdat er geen tijdsdruk meer achter zat.
Ik probeerde het nog éen keer met de navigatie, maar ook dit keer zag ik op het schermpje
dat ik doelbewust het dorp inreed, terwijl ik in levende lijve nog op de parkeerplaats stond.
Uit dat ding! En maar zien dat ik thuiskwam.
Nou ik moet zeggen, dat lukte aardig!
Ik ben maar éen keer verkeerd gereden, zodat ik op een bouwterrein terecht kwam.
Maar dat terzijde, ik was best trots op mezelf dat het gelukt was.
En thuis natuurlijk tegen Bert schelden over dat stomme navigatiesysteem, weggegooid geld,
wat had je nou aan zo’n kl***ding,  etc etc…….
En Bert, rustig als altijd:  “Stond ie misschien op ‘simulatie’?”
Daar viel ik even stil van. Huh? Simulatie?  Oi, dat zou zomaar kunnen……
En jakkes, (of misschien gelukkig)  Bert had gelijk.
Conclusie:  prima navigatiesysteem, alleen degene die het programmeerde was blond.
Nog even een toevoeging:  ik had me alle stress ook nog eens kunnen besparen.
Toen ik bij Lifelines binnenkwam zat daar ook een bekende uit mijn eigen dorp.
“Hé, hadden we dat geweten!” zei ze. “Dan had je met mij mee kunnen rijden”………

Kleven en loslaten

Schoonmaken is niet mijn grootste hobby.
Ik ben altijd wel heel voldaan als het weer klaar is en ik het resultaat kan bewonderen,
maar er komt nooit een einde aan!
Ons hele  leven bestaat uit stof en kleverigheid.
En dat willen we niet, dus gaan we verwoed
aan het schoonmaken, hebben een dag plezier van het resultaat, en de volgende dag beginnen we weer op nieuw.
Het lijkt een beetje op wat Herman Finkers zegt:  de zon gaat zinloos onder, morgen moet ze toch weer op.
Toch kom je soms  tot  andere inzichten.
Bij het schoonmaken van de koelkast vroeg ik me vertwijfeld af waarom alles in het leven kleeft!
Van Irene kreeg ik de volgende verklaring:

“Maar waarom kleeft alles zo? Daar is een logische verklaring voor.
Mensen hebben graag vastigheid in het leven. (nee, ik begin niet over “leven kleven” )
Maar die vastigheid kan op meerdere manieren worden opgevat.
Artikelen in de koelkast hebben hier een eigen visie op. Zij willen een letterlijke beleving van die vastigheid, dus besluiten over te gaan op kleven.
Op deze manier voelen zij zich verbonden met de koelkast en dus indirect met de consument die
ze in huis gehaald heeft.
Omdat deze artikelen trouw willen blijven aan hun consument, en niet de kans willen hebben om zomaar de koelkast uit te rollen, zijn ze gaan kleven.
Deze loyaliteit wordt alleen niet door elke consument gewaardeerd, maar hou in je achterhoofd
dat dit goed bedoeld is.”

Is het niet prachtig? Je zou er ontroerd van raken.
In schril contrast hiermee staat de eigenschap van haar.
Degenen van wie ik het meeste houd hier in huis hebben haar.
Veel haar. Dik haar. Donker haar.
Leuk, ik hou van haar. Mijn mannen hebben allebei een flinke bos.
De één een beetje lang, de ander heel lang.
Ik vind het mooi en ben er beslist geen voorstander van dat ze naar de kapper gaan
(al vinden sommige familieleden dat onbegrijpelijk, haha)
Mijn hondenmeiden hebben ook haar.  Ook die gaan niet naar de kapper.
Ik hou van haar.Je kan er lekker doorheen woelen. ’t Is leuk om te borstelen,
grappig om mee te spelen.
Tot zover alleen maar leuk dus.  Maar!
Haar heeft de vervelende neiging om soms los te laten. Dit is dus het tegenovergestelde van
de kleeffilosie van Irene.
Het gevolg is, dat er overal haar ligt. Veel haar. Dik haar. Donker haar.
(gelukkig ben ik blond en voel ik me hierdoor niet persoonlijk aangesproken)
Op de benedenverdieping spannen de honden wat dat betreft wel de kroon.
Mijn stofzuiger Henry en ik hebben een nauwe band opgebouwd.

Henry
Van het haar wat wij verzameld hebben kunnen we met gemak een complete nieuwe roedel maken.
Maar boven zijn het de mannen.
Dat zag ik vanmiddag maar weer eens, bij het schoonmaken van de badkamer.
Doucheputje, wastafelputje, badputje, vloer….. ik zal niet verder in details treden en laat de
rest aan de fantasie van de lezer over.
Overigens is het me sowieso een raadsel hoe het kan, dat de enige ruimte in huis die uitsluitend bedoeld is om water en zeep te gebruiken iedere keer toch weer kans ziet zo smerig te worden.
(Irene,heb je daar ook een filosofie over misschien?)
Maar goed, niet alles in het leven kleeft dus. Er zijn ook dingen die loslaten.
Wie weet kan iemand me  nog eens haarfijn uitleggen, hoe dat nou zit…..