Dochter (ofwel: zoete wraak)

“Hé, mam? “
“Ja kind? “
“Ik krijg m’n ramen nooit goed schoon, ze blijven altijd streperig. Hoe doe jij dat?”
“Ik gebruik spiritus.”
“Oh, goeie tip, ik ga het proberen!”
………………..
“Hé,mam?”
“Ja kind? “
“Het is er niet van opgeknapt, integendeel. Het is nou helemaal een rare streepzooi.”
“Hoeveel spiritus heb je in het water gedaan dan? “
“Water???? Jij zei: ik gebruik spiritus”
“O jemig kind ja, maar een scheutje in het zeemwater! Heb je het met zuivere spiritus gedaan?”
“Ja…. het ging al zo stroef……. Maar je had heel niet gezegd dat ik ook water moest gebruiken…., hou eens op met lachen!”
“Ja, sorry, had ik moeten doen, je bent ook pas 12 jaar het huis uit……”

“Ga je nog naar de stad, Irene? “
“Ja, ik ga denk ik maar met de bus, ben niet zo’n held met de auto in de stad. Moet ik wel even kijken waar ik uit moet stappen. O, halte Tsjoppin-straat.”
“Huh? Waar? “
“9292OV zegt : Tsjoppin-straat”
“Hoe schrijf je dat dan? Ik heb er nooit van gehoord”
“Even kijken hoor: C-h-o-p-i-n .Waarom lach je nou? “
“Whahaha meid, ik dacht dat ik je een culturele opvoeding had gegeven, maar dat valt wat tegen.”

“Ik wil ook nog even bij Coolcat kijken of ze iets leuks hebben, mam”.
“Prima, gaan we doen. O kijk, wat een leuk jurkje, Irene, dat moet je eigenlijk even passen!”
“Ja, inderdaad, heel leuk, even proberen!”
(Van achter het gordijn: ) “O wat handig, de voering is een broekje, sta je in ieder geval nooit in je onderbroek als je bukt”
( Gestommel en gezucht)
“Pff, het zit wel strak hoor.”
”Laat eens kijken? Ehm…. Irene? De beveiligingsclip zit door de dubbele voering, het is helemaal geen broekje”
“Mam, hou op met gieren en help me uit deze ellende, ik krijg dat ding nooit meer uit….”

“Wil jij een knoop aan m’n jasje zetten ,mam? “
“Jawel, maar dan ga jij heel goed kijken, want het is toch eigenlijk te gek dat ik dat nog steeds doe.
Kijk, je maakt eerst van garen een paar steekjes over elkaar, dat noem je een stoeltje. Daar komt de knoop op want anders zit ie te strak op de stof en krijg je ‘m niet door het knoopsgat”.
………
“Mam? Nu is van mijn andere jasje ook een knoop af, maar hoe zat dat nou, iets met een krukje ofzo? “

En toch is mijn dochter eigenlijk een heel handige en slimme meid, hoor! Die heel lekker kan koken (alhoewel ze er nog maar kort geleden achter kwam dat je van spruitjes de stronkjes en buitenste blaadjes moet afhalen voordat je ze kookt “O echt? Ik vond ze altijd al zo hard en taai, daarom aten we ze nooit…”)
Kijk vooral op haar blog Gezellige Gerechten, voor heerlijke recepten en veel inspiratie.
Ze is een keiharde werker, niet alleen in haar baan, maar ook om de vervelende lipoedeem die ze heeft zoveel mogelijk te beperken en liefst te elimineren. Ze houdt ervan mensen te verrassen, te helpen en het iedereen naar de zin te maken.
Maar een kleine revenge voor het blogje van gister mocht wel vond ik .

stoeltje

 

 

Moeder (gastblog van Irene)

Dames en heren, mijn moeder…

Ja jullie lezen het goed. Deze blog is  niet van mijn moeder, maar over haar. Het is weer eens wat anders toch? Ze schrijft over dagelijkse dingen. En over minder dagelijkse dingen, denk aan haar blunderblog. (Gelukkig is dat geen dagelijkse kost ;)) Maar sommige dingen verzwijgt ze. Dus vond ik het de hoogste tijd om daar eens even wat over te schrijven. Het zijn soms zulke bizarre dingen, Bert Visscher zou zeggen “Je verzint het niet…” en zo geldt dit ook voor dit. Je verzint het gewoon niet.

Probeer je het volgende eens voor te stellen. Want met beeld er bij is het echt leuker, ik kon alleen geen foto’s maken. Afgelopen weekend was ik met moeders een weekendje naar de sauna. Het was mooi weer dus we lagen een tijdje lekker in de grote tuin op de ligstoelen. Moeder lag naast me. Grote handdoek op de stoel en een omslaghanddoek aan. We keken recht in de zon dus zij zocht een oplossing. Ze had de stoelhanddoek omhoog getrokken en als een soort afdak boven haar ogen gehangen. Eigenlijk lag ze er  bij als een combinatie tussen een Arabische kamelenverkoper en Moeder Theresa. Dat heb ik haar ook gezegd, maar het boeide haar niet. Na een tijdje kwam er een serveerster vragen of we nog wat wilden drinken. Ik tikte moeder aan want, ze had het niet door en zei “Wil je wat drinken, er staat iemand”. Van schrik wilde ze snel de handdoek van haar hoofd rukken, rechtop gaan zitten en antwoord gaan geven. En dat allemaal tegelijkertijd. Dit resulteerde in een enorm, zenuwachtig gewapper met allerlei lappen en ze raakte alleen maar meer verstrikt. Ik had kunnen helpen, ware het niet dat ik van mijn stoel afrolde van het lachen. Om het feest compleet te maken keek ze als Titia Konijn met knijpoogjes de serveerster aan, omdat die een beetje onhandig in het zonlicht stond. En dat allemaal om een spa rood te bestellen.

Of wat dacht je van die keer in Turkije. Ook daar waren we samen, een heerlijke week op vakantie met z’n tweetjes. En iedere avond konden we gebruik maken van een heerlijk buffet. Dus dat deden we ook. In een enorm restaurant. Met ook enorm veel loopruimte. Ineens verdwijnt moeder bijna uit beeld, ze zoeft over de vloer met haar voet en ligt nog net niet op de grond. Een beetje schaapachtig keek ik haar aan, wat was er nou? Er bleek een klein beetje aardappelpuree op de grond te liggen (nogmaals, je verzint het niet) waar ze op ging staan en over uit gleed. Een ober had het ook gezien en kwam direct aanvliegen met zo’n geel driehoekig bordje met “caution, wet floor” erop, om over de aardappelpuree heen te zetten.  Nodeloos te zeggen dat dit ook wel enige hilariteit mee bracht.

Uitglijden over eten is sowieso haar specialiteit. Afgelopen maand nog. We zouden de kaasplank aanvullen, dus liepen we samen van buiten naar binnen, ik achter haar aan. En net over de drempel volgde er een zelfde soort zoef. Dit keer was een weggerolde druif waar ze op ging staan de boosdoener. Maar zonder blikken of blozen en zonder enige gene zei ze alleen maar “Ik was vast met de eerste persing bezig”, alsof het de normaalste zaak van de wereld is.

Er komen terwijl ik dit typ steeds meer herinneringen boven. Een kopje koffie in het ziekenhuis waar ik heen moest voor de dermatoloog. Moeders wilde een cappuccino. Op het bord stond Klein of Groot. Ons gesprek ging vervolgens ook zo:
“Mam wil je klein of groot”
“Normaal”
“Nee, klein of groot”
“Nee, doe maar normaal”
“Mahammm , klein of groot!”
“Kind wat zeur je nou”
Stonden we daar bijna ruzie te maken haha. Vervolgens draaide ik haar hoofd maar richting het bord en verzuchtte nog 1 keer “Klein of Groot”
“Oh, doe maar klein” zei ze beteuterd.

Of wat dacht je van een megagrote, rare stap in Bremen “omdat we nog wel snel konden oversteken ohnee het stoplicht is rood we doen het toch niet” waardoor haar pas  een soort kruising tussen moderne dans en een paard wat dressuur loopt werd.
En ik weer op de grond lag.

Dames en heren, mijn moeder.

Maar ze is echt heel lief hoor.  En een ster in haken en mij online haakles geven. En in blogjes schrijven. En in haast kinderlijk enthousiasme als er iets heel leuks gebeurt of iets lukt zoals ze bedacht had. En in nog honderd dingen meer. Alleen is het ook best leuk om een beetje te plagen met bovenstaande situaties. Ik doe namelijk noooooit rare dingen… dus we moeten toch ergens om kunnen lachen.

l416

Kat

Ach beestje. Ineens zie ik je liggen, langs het pad in het gras. Je hebt een prachtig gaaf lijfje, maar er komt bloed uit je neusje en bekje. Je bent dood. Ik ken je niet, maar ik schiet vol. Waar woonde je ? Wie mist je strakjes, omdat je alsmaar niet thuiskomt?
Lenny kijkt ook naar je maar wendt zich snel af. Levende katten zijn leuk en interessant, jij ligt te stil.
Was je op stap vannacht, om lekker rond te struinen?
Je was vast altijd voorzichtig, je ziet er uit als een sterke, gezonde en volwassen kater.
Maar ik denk dat je de auto niet gezien hebt. Of misschien de afstand verkeerd hebt ingeschat deze keer. En toen kon de chauffeur jou niet meer ontwijken. Je ligt daar zo stil en gaaf in het gras. Ik wil er niet eens aan denken op welke manier je daar terecht bent gekomen. Ik hoop alleen dat het heel snel afgelopen was voor je.
Je lijkt veel op Trooper, het lieve katertje van Irene en Jan.
En ik voel verdriet om jou en om je eigenaar.
Ik moet verder lopen, ik kan je niet zomaar meenemen. Maar ik wil je eigenlijk niet laten liggen, je hoorde bij iemand. Ik heb alleen geen idee bij wie, ik heb jou nooit eerder gezien.
Thuis bel ik de gemeente maar. Die zullen iemand sturen om je op te halen. En hopelijk je eigenaar kunnen achterhalen.
Het beeld van jou laat me nog niet los.
Mooi rood katertje, ik kan niets meer voor je betekenen. Alleen zorgen dat je nog een beetje respect krijgt en niet voor oud vuil langs de weg blijft liggen.
Kleine man. Ik hoop dat je 9 mooie levens gehad hebt. En ik veeg nogmaals tranen uit mijn ogen.

kattenpootjes

Vlieg op!

‘Mens en natuur’heb ik altijd een  rare uitdrukking gevonden.
Alsof wij mechanisch zijn. Zoals ik het zie, is een mens ook natuur, een van de vele levensvormen die de aarde bevolken. Toegegeven, we beïnvloeden de rest van de levensvormen behoorlijk, maar toch blijf ik erbij dat wij ook natuur zijn.
Ik zie mijzelf altijd graag als iemand die respect heeft voor de natuur en al het leven. Toch ben ik niet zo consequent. Ik heb meer respect voor het leven van mijn hond dan voor het leven van de vlooien die hem als habitat willen gebruiken. Ik heb meer respect voor de lavendel in de tuin dan voor de paardenbloemen, die worden dan ook keihard uitgestoken en aan de konijnen gevoerd. Ik maak wel degelijk onderscheid tussen welke levensvormen mij aanstaan en welke niet.
Toen ik vorige week met Tim buiten zat te eten, wilde een spinnetje een web maken tussen de kastanjeboom en de ovenschaal met rozemarijnaardappeltjes. “Ach dat beestje, al dat werk voor niets” zeiden we, en we wilden hem (haar?) aan het zijden draadje naar een ander plekje leiden. Prompt viel spinnetje in de braadslee. Paniekerig gekrabbel van 8 pootjes, die uitgleden over de olijfolie. Wij grepen in en na een paar mislukte pogingen wilde het spinnetje zich dan toch uit de schaal laten wippen met de steel van een lepel. Leventje gered, wij waren voldaan.
Vervolgens ruimden we af , zette ik de boel in de keuken en veegde ik en passant wat fruitvliegjes weg met de vaatdoek. Selectief in respect voor het leven.
Als er een bij of hommel in huis terecht gekomen is, of er is een spin, dan komt er een glaasje en een kartonnetje te voorschijn om het beestje te vangen en buiten weer los te laten.
Als er een vlieg in huis is komt de vliegenmepper te voorschijn.
Waar zit nou het verschil? Ik kom er niet helemaal uit. Misschien omdat vliegen gerelateerd zijn aan viezigheid, ziekte, aan dood en bederf. En bijen en hommels aan bloempjes en honing en andere zoete ideeën. Maar paddestoelen zijn ook gerelateerd aan dood en bederf. En die vind ik juist heel mooi en interessant! Het verschil is misschien dat paddestoelen op hun eigen plek blijven.
Vliegen zijn ongelooflijk irritant, ze gaan zomaar op alle plekken op je lijf zitten, in hun gore handjes wrijvend van plezier. GA WEG!
Zou dat het zijn? Dat vliegen, muggen, vlooien, teken en aanverwanten in je ‘personal space’ komen? Interessante gedachte.
Ik word er ook haast een ander mens van heb ik gemerkt. Ik word zo vreselijk geïrriteerd door die stomme vliegen dat ik ga slaan. Ik heb er zelfs een wapen voor gekocht. Ineens ben ik dan geen pacifist meer. Het wapen wordt gebruikt en niet zo’n beetje ook. Ik ren door de kamer, zwiepend met de mepper en achtervolg meedogenloos de akelige zoemers, die toch ook alleen maar doen waar ze voor gemaakt zijn. Soms voel ik toch een sprankje wroeging als ik de lijkjes met de stofzuiger weghaal. Gelukkig ben ik nog niet helemaal een ander mens.
Alhoewel ik zojuist zo fanatiek op jacht was, dat de ik de vliegenmepper in tweeën sloeg.
Ontnuchterend.
Nu is de keus: ga ik een nieuw wapen kopen? Omdat ik mezelf voorspiegel dat een korte klap minder erg voor het beest is dan creperen aan een kleefband? Of denk ik: laat ze hun korte leven leven en jaag ze gewoon weg als ze te dicht bij komen? ( en pak dan stiekem een opgerolde tv-gids om ze alsnog te meppen). Moeilijk.
Ik ben een echte zomerliefhebber. Maar misschien ben ik in de winter wel een beter mens.

mepper

Thank you for the days….

Bij de aftiteling van een documentaire op BBC gister klonk dit nummer.   Days 
van The Kinks . Moeiteloos zong ik, weliswaar tekstloos, mee en wist zelfs nog de tweede stem bij het refrein. Al had ik het nummer al 50 jaar niet meer gehoord. Maar ach, toen ik 7 jaar was wist ik immers ook de tekst niet. Ik maakte gewoon wat klanken die erop leken of ik neuriede.
Wat vond ik dat toen een mooi nummer. Wat vind ik het nog steeds een mooi nummer! En wat vind ik het bijzonder, dat muziek die ik een halve eeuw niet meer gehoord heb en waar ik ook niet meer aan gedacht heb, feilloos in mijn geheugen geprent staat.
Ik was hierdoor helemaal in the mood om op Youtube op zoek te naar nog meer muziek uit mijn kindertijd.
Beelden van de Philipsradio in de vensterbank en de koffer-platenspeler die we van mijn oma hadden gekregen kwamen in mijn gedachten. “Zullen we vanavond plaatjes draaien?” Pa op zijn kont op de grond naast de platenspeler, een stapel singeltjes naast hem.Eén voor éen draaide hij ze, zowel de A, als de B kant. Pete Seeger met ‘Michael Row the boat ashore’. Ik zong mee: “Maikel rood de modeshow” en was beledigd toen de rest van het gezin in de lach schoot.
‘Sloop John B’ van de Beach Boys, wat mijn moeder zo prachtig vond. Het thema van de Versierders, The Pursuaders, waar we op tv naar keken. Met Roger Moore en Tony Curtis.
Mijn oudere zus of broer werd dan naar de platenzaak gestuurd om dit of dat plaatje te kopen.
Ik had zelf gespaard met mijn twee kwartjes zakgeld in de week voor het plaatje ‘Painter Man’ van the Creation. Dat kostte Fl. 4,50 dus dat was een hele uitgave. Mijn vader vond dat eigenlijk niet goed, mijn moeder wel. “Als ze dat mooi vindt, mag ze dat kopen, het is haar geld” En ik voelde me heel groot en hip met mijn eigen singeltje.
Mijn oudere zus kocht vaker plaatjes en daar weet ik er ook nog zoveel van mee te zingen…..
‘Excerpt from a Teenage Opera ‘ van Keith West,  ‘Just a little bit of peace’ van the Golden Earrings (ja, ze hadden toen nog een s achter hun naam).
Ik was als kind veel ziek en dus vaak thuis en mocht dan naar de radio luisteren.
Manfred Mann met ‘Haha said the Clown,’ wat steevast gekibbel met mijn broer opleverde omdat ik toch echt “Hoehoe” hoorde in plaats van “Haha”
“Silence is Golden” van the Tremeloes, wat ik eindeloos in de auto zat te zingen toen we naar Rotterdam gingen (we hadden geen autoradio) omdat ik het geweldig vond om zomaar ’s avonds nog op te mogen blijven en in de auto mee te gaan. Dat het was omdat we naar mijn overleden oma gingen kijken , was niet echt tot me door gedrongen, maar daarom weet ik het achteraf nog zo goed. Geen slechte herinnering trouwens, want ik weet nog dat ik oma heel erg mooi vond.
‘Wasted Words’ van de Motions. Pas nu begrijp ik dat het een protestsong tegen rassendiscriminatie was.
‘Lea’ van the Cats. Pas nu weet ik dat het een eerbetoon  is aan een omgekomen meisje van 19 dat Lia heette.
Ik was gisteravond zo in de ban van het zoeken en het beluisteren, van het herinneren met glimlachjes en tranen, dat het al diep in de nacht was toen ik het genoeg vond.
Vandaag heb ik een lijstje samengesteld van een cd-tje wat ik wil (laten) maken.
14 nummers staan erop. ‘A walk in the Sky’ van the Flowerpot Men.   ‘From the Underworld’ van Herd.
Nummers die eigenlijk allang in de vergetelheid waren geraakt. Schijnbaar, want ik ken ze nog allemaal. Allemaal met hun eigen herinneringen. Ik krijg er zo’n speciaal gevoel bij, ik kon het eerst niet goed onder woorden brengen voor mezelf.
Ik sprak er vandaag even met mijn zoon over en die zei: “Bitterzoet.”
Precies het juiste woord. Bitterzoet.
Pa , Ma , Jan Willem….. en Toos (die er gelukkig nog is!) : Thank you for the days……

xxx

the-kinks-days-pye

Dagje uit

Nou moest het er maar eens van komen: we lopen al jaren tegen elkaar te roepen dat we ècht eens weer een dagje naar Schiermonnikoog moesten gaan. Prachtig weer, nog vakantie, geen enkele reden om niet te gaan.
Met de boot van half 10, al ruimschoots op tijd aanwezig, dus we hadden een goede plek om te zitten. Op het zonnedek was geen optie, Lenny was ook mee en die kan de steile metalen trapjes niet nemen.
Achter mijn cappuccino zat ik heerlijk mensen te kijken, iedereen was fris en monter en had er zin in. Zonnejurken en korte broeken, petjes en hoedjes, grote tassen met scheppen en strandtentjes, men was er klaar voor.
Wij hadden alleen maar flesjes water mee, zonnebrandmiddel en een EHBO setje omdat ik altijd wel iets oploop. O ja, en een handdoek die we nat konden maken als Lenny het toch te warm bleek te krijgen. Paste makkelijk in 1 rugzak en dat was wel een prettig met het oog op een dag rondlopen op een eiland. Er waren meer honden op de boot en alles ging prima, behalve bij een plompe labrador ,die overal mocht blijven staan en onder tafels kruipen en snuffelen van z’n eigenaar, zodat een spoor van verschillende boze blafstemmen, waaronder die van Lenny, en boze blikken van mensen, waaronder die van mij, het beest en zijn gezin begeleidden.
Na iets meer dan een half uur varen konden we alweer van de boot af en omzeilden we de menigte die ofwel naar de bussen sjouwde ofwel naar de fietsenverhuur.
Wij gingen lopen. Vorige week hadden we tenslotte 100 km door het Harz-gebergte gewandeld, dan moesten nu de paden op Schiermonnikoog geen problemen opleveren. We hadden niet onze wandelschoenen aan, maar wel sandalen die goed zaten en al heel lang ingelopen waren.
Eerst maar eens een beetje de natuur in en dan met een omweg naar het dorp.
Achter ons kwam het gezin met de labrador aan een veel te lange rolriem.
De hond kwam naar Lenny en die vond dat niet leuk. De eigenaar lette totaal niet op en wat ik al wel verwacht had gebeurde: het werd mot tussen de honden.
Ik riep hard: “HEY! STOPPEN!” en toen had die kerel pas in de gaten dat hij op zijn hond moest letten. Met een onnozel lachje hengelde hij de hond naar zich toe maar gaf hem verder weer totaal geen aandacht. Ik kan me daar zo groen en geel aan ergeren, mensen die hun hond maar laten doen waar hij zin in heeft en op die manier asociaal zijn naar andere hondenbezitters. En eigenlijk ook naar hun eigen hond.
Ik zag al dat ze hetzelfde pad wilden lopen als wij, dus ik greep Bert bij de rugzak en sleepte hem de dijk op en zette er een flink tempo in om onze achtervolgers af te schudden.
Het was al warm, maar er kwam wat wind van zee. We moesten Lenny even tillen over de verschillende schapenroosters, maar die vond dat allemaal wel best gelukkig.
Het werd steeds heter en de waterflesjes waren meer dan welkom. Ik voelde wel dat ik een blaar begon te krijgen onderaan mijn voet. Wat idioot, mijn voeten waren nu toch wel getraind genoeg zou ik zeggen.
Uiteindelijk kwamen we op een weggetje naar het dorp en het idee van koffie met wat lekkers lokte enorm aan.
Hier was het ook weer drukker met mensen. Ik hoorde een stuk achter mij een schelle vrouwenstem die riep: “Maar weet je zeker dat we hier langs moeten?”
“Jahaaa” riep haar man geïrriteerd, die op dat moment langs ons fietste. “Of niet” hoorde ik hem toen zachtjes mompelen zonder dat zijn vrouw dit kon horen, zij fietste minstens 10 meter achter hem.
Geweldig dit.
Wat minder geweldig was, was dat mijn voeten steeds pijnlijker werden.
Tijd om even uit te rusten op een terrasje. Met cappuccino en overheerlijke aardbeien- cheesecake.

koffie
In de schaduw, het leven was goed.
Ik hoorde een bekend geluid, felle korte tikjes, alsof iemand met een nagelknipper bezig was.
Het zal toch niet, op een terras? Jawel, het zou wel, een man zat gewoon onbeschaamd zijn nagels te knippen boven het tafeltje en veegde daarna de afgeknipte nagels op de grond. Hoe onsmakelijk! Ik heb maar niet afgewacht of hij ook nog aan zijn tenen zou beginnen , maar hem de rug toegedraaid. Toen we de koffie op hadden en verder ook weer uitgerust waren, gingen we  het dorp in.

dorp

Ik wilde in ieder geval even blaarpleisters gaan kopen, want dit ging niet goed zo.
Bij de Spar zouden ze die vast wel hebben. Ik gaf Lenny aan Bert, die zocht met hem een schaduwplekje om te wachten,  maar voordat hij die gevonden had was ik al weer terug. De winkel puilde letterlijk uit van de toeristen, daar ging ik mij niet in mengen, kreeg het al benauwd van de aanblik.
Maar er was ook een drogist en daar kon ik mijn boodschapje wel doen. Uit het zicht van andere mensen (gedachtig de onsmakelijke nagelknipper) mijn voeten beplakt, ik zag dat er al op zeker 4 plekken blaren zaten en op nog meer plekken blaren aan het onstaan waren. Ik moest maar even flink zijn,want we wilden ook nog naar het strand.
Dat deden we ook inderdaad, maar door de warmte krulde de blarenpleister onderaan mijn voet op en kreeg ik vanwege die rand een nieuwe blaar. Het werd gewoon een drama! Moest er daar ook nog weer 1 op!
Bert merkte al op dat ik een stuk groter leek door al die lagen pleisters.
We bereikten het strand, en een leuk paviljoentje op palen lokte ons. Maar je kon er alleen komen via een steile houten open trap, dat ging Lenny nooit doen natuurlijk. We zagen ook geen hellinkje voor kinderwagens of zoiets, dus er waren 2 mogelijkheden: We moesten iets anders zoeken of we moesten Lenny dragen.
Maar Lenny zelf zag nog een 3e mogelijkheid, hij stapte gewoon zonder enig probleem de trap op en trippelde omhoog.
Ik stond nog wezenloos met mijn mond open van verbazing te kijken toen hij al boven was. Ik snap soms echt niks van die hond. De terugweg ging hij dit vast niet doen, maar dat zagen we straks wel weer.
Een tafeltje in de schaduw was een prima plekje en Bert ging naar binnen om te bestellen. Ik wilde wel graag een Corona en een portie nacho’s. Ik had een beeld van een bordje warme nacho’s met gesmolten kaas en wat salsa erover. Mmmmmm. Dus toen Bert weer naar buiten kwam met mijn bestelling, rolde ik bijna van mijn stoel van het lachen.
Naast het flesje Corona met een limoentje op de hals (lekker!) had hij een enorme aardewerk schaal bij zich waar je met gemak 3 kilo sinaasappelen in kwijt zou kunnen en werkelijk belachelijk grote zak nacho’s daarbij. Op de bodem van de schaal bleken 2 bakjes met dip te liggen.

nachos
Blijkbaar was ik de enige die het erg grappig vond want ik zag later nog verscheidene andere mensen die hetzelfde hadden en die leken dit volkomen normaal te vinden.
Driekwart van de zak ging mee in de rugzak trouwens, daar kan ik thuis nog een hele poos van snacken.
Ik zag uit m’n ooghoek een andere hond. O nee, het was een olifant, een beeldje wat tegen de muur van het paviljoentje stond. En nog een paar keer in een flits: O, een ho…. Neehee , het is een olifant! Logisch ook wel, zo op Schiermonnikoog.
We wilden nog wel even langs het strand wandelen en voordat we hadden kunnen overleggen hoe Lenny het beste van die steile, houten, open, smalle trap af kon, was hij al beneden. Ik zei tegen hem dat ik dus voortaan geen flauwekul meer verwacht in het trappenhuis van Winkheem waar Berts moeder woont, maar het maakte volgens mij niet veel indruk.
Op het strand mocht hij even los en het was aandoenlijk om te zien hoe blij hij was. Hij danste, huppelde, sprong, rende, stuiterde en alles met een brede grijns om z’n bekkie.
Het was heerlijk om langs het strand in de wind te lopen en ik probeerde niet teveel te denken aan mijn zere voeten. Ik begreep ook werkelijk niet waarom ik juist vandaag ineens talloze blaren moest krijgen!
Vanaf het strand liepen we nog een stukje het bos in en toen weer richting het dorp. Maar echt, die voeten…. ze deden zo’n pijn….. Ik had inmiddels blaren op mijn voorvoeten, op mijn hielen, op grote en kleine tenen, mijn voeten voelden gewoon als 2 grote blaren eigenlijk. Ik heb geen idee hoe dat nou toch kon gebeuren, nog nooit gehad.
We belandden weer in het dorp en met een zucht van verlichting op weer een terras. Het was inmiddels 2e helft van de middag, we zouden hier wat eten en dan met de boot van half 7 weer terug.
Ik voelde me niet zo lekker van de warmte en de pijn, ik koos daarom eenvoudig brood met tapenade en kruidenboter. Bert nam een kalfsburger met een chutney van gekonfijte ui, en salade en friet.
Hij versprak zich alleen en had het over gekonfuite ei en dat was voor mij natuurlijk weer aanleiding om te gieren.
Het eten was heel lekker en we overlegden of we met de bus naar de boot zouden gaan, in verband met mijn zere voeten.
Maar ik vond dat eigenlijk zo jammer….. Ik ging even weer staan en een paar stapjes lopen en besloot dat ik een bikkel zou zijn en dat we naar de boot zouden lopen, het was tenslotte maar 3,5 km. Op de een of andere manier voelde het als een afgang als ik nu nog de bus zou pakken, na een wandelvakantie zonder een centje pijn. Dat het centje pijn inmiddels eenverzameling blaren met de afmeting van 2-Euromunten was geworden mocht geen beletsel zijn, ik moest en zou het afmaken.
En het is gelukt. We zijn naar de boot gelopen en ik ben trots op mezelf.

zee
Op de terugreis zagen we een aantal dezelfde gezichten als op de heenreis, maar niemand was nu meer fris en monter, inclusief wijzelf. Iedereen was bezweet, smoezelig en slaperig, het leek wel de terugreis in de bus van schoolreisje vroeger.
Toen we van de boot afkwamen ging het dan echt niet meer met mijn voeten en heeft Bert de auto van de parkeerplaats gehaald en mij bij de veerhaven opgepikt.
Toch hadden we een heerlijke dag gehad, en na thuis met de voeten in een sodabad gezeten te hebben en gister een dag niet gelopen te hebben wil het nu wel weer een beetje.
Laatste vakantiedagje vandaag.
Ik ga maar eens op zoek naar een recept voor gekonfuite ei.

Tuintje in mijn hart (2)

Sinds ik  Tuintje in mijn hart schreef, een jaar geleden, zijn er bijzondere dingen in onze tuin gebeurd.
De hulst, die ik altijd alleen maar als donkergroene struik heb gekend, kreeg plotseling een enorme hoeveelheid rode besjes. Een prachtige explosie van kleur , die nog steeds niet over is.

hulst
De twee acaciabomen in de voortuin, die ’s winters kaal en zomers groen waren zolang als ik hier al woon, (13 jaar) gingen ineens uitbundig bloeien. Ik was sprakeloos, talloze prachtige witte-gele bloemtrossen die heerlijk roken, in beide bomen.

acacia

Uiteraard trokken die veel bijen en hommels aan, geweldig. Bert kon zich ook niet herinneren dat hij ooit eerder de bomen had zien bloeien en hij woont hier al zo’n 25 jaar.
De grote oude kastanjeboom, die al jaren een ziekte heeft, waardoor er grote bruine vlekken op de bladeren komen, ziet er dit jaar ineens opvallend gezond uit.

kastanje
Ik realiseerde me deze dingen vanmiddag toen ik weer in de tuin aan het werk ging.
Na een drukke week met veel werk en een moeilijke peuter was ik moe. Maar toen ik met mijn emmer met gereedschap en op mijn klompen de voortuin in stapte voelde ik een bijzondere energie. Ik keek naar de bomen en de hulst. Ik dacht aan mijn blog over Nel en Ingrid en fluisterde: “Jullie zijn er hè? Hebben jullie onze tuin aangeraakt?”
Op hetzelfde moment begon een merel te zingen, zo dicht bij dat ik hem aan had kunnen raken. Er kwamen tranen in mijn ogen en een geluksgevoel vulde me. En dat gevoel bleef, tijdens het snoeien, het wieden en het vegen.
Onze peuter kwam ook in de tuin, hij wou helpen. Met zijn kinderbezem en een klein schepje was hij zo druk in de weer.

helpen

Vergeten was zijn recalcitrante gedrag en zijn ongedurigheid. Vergeten was zijn paniek over insectjes, zijn afkeer van vieze handen. Hij leek een ander kind. Hij werd zelfs niet boos toen hij de snoeischaar niet mocht gebruiken. Samen trokken we kleefkruid uit de heg, samen zetten we bloeiende planten in de potten onder het raam.

bloemen

Ondanks dat we hard aan het werk waren, was er een enorme rust.
Er hing een positiviteit in de lucht die bijna tastbaar was. Het voelde magisch.
De middag vloog voorbij, ineens bleek het al etenstijd te zijn. En ik was nog steeds niet moe, het bijzondere gevoel was er nog steeds.
De voortuin is klaar, de rest is de volgende keer weer aan de beurt.
Ik voel me nog steeds gelukkig.  En wil deze bijzondere ervaring zo graag delen.
Laten weten dat het niet over is, ze zijn er. En ze delen nog steeds hun liefde uit.
Als ik dit allemaal opgeschreven heb denk ik: ‘ Ik weet geen slotzin’
Maar ik hoef niks te bedenken. Het einde van die eerste blog volstaat nu ook prima:  “Dood ben ik pas, als jij me bent vergeten”
Dat gaat dus nooit gebeuren. Want hoe zou ik jullie ooit kunnen vergeten?
Jullie verzorgen het tuintje in mijn hart.

 

Peuterpubertijd

6 uur ‘smorgens. “Anneliehieieies!” Och nee toch, peuter is veel te vroeg wakker. En hij was nog wel zo moe gisteravond. Ik stap uit bed en zeg bij de deur van de kinderkamer “Het is nog veel te vroeg, wij liggen ook nog in bed. Ga nog maar even slapen”
Stilte. Ik doezel nog even weg in die 10 minuten voordat de wekker gaat.
“Lang zal ze leven, lang zal ze leven” Het liedje komt luid en duidelijk uit de kinderkamer.
“Anneliehieieieieies!”
Bert erheen. “ Je moet nog maar even stil zijn, het is nog te vroeg om wakker te worden.”
Terug naar bed, wekker gaat, wij drinken even onze ochtendkoffie. Gedrein uit de kinderkamer.
Bert staat op en gaat naar de badkamer. “ IK HOOR JOUW TANDENBORSTEL!!!” roept peuter vanuit z’n kamer.
Ik kleed me ook aan en smeer beneden brood voor Bert.
Dan weer naar boven, naar de kinderkamer en ik doe de deur open. Peuter zit rechtop in bed. Stilte.
“Goeiemorgen, heb je lekker geslapen?” vraag ik. Peuter zwijgt.
Naar de badkamer, even op het potje. “Ik doe je piemel even goed, anders plas je over de rand”
Ik doe de piemel goed. “Ik wil dat gewoon niet” Hij haalt piemel er weer uit en plast over de badkamervloer.
Ik maak het schoon. “Ik wil kleren aan” zegt peuter.
“Even wachten, ik moet eerst je plas opruimen”
“Dat wil ik gewoon niet”. Ik reageer niet.
Dan gaan we aankleden, ik pak z’n favoriete dino-shirt. “Ik wil die gewoon niet”.
“O waarom niet? “
“Ik vind die niet mooi”
“Nou ik wel, en jij eigenlijk ook, dus we doen ‘m gewoon aan”
Donderwolken gezicht.
Naar beneden. “Mag ik met de garage spelen?”
Ik zet de garage op het speelkleed.
Peuter haalt spullen overhoop in het keukentje.
“Nee” zeg ik, “je wilde nu met de garage.”
Donderwolken gezicht.
“Lekker broodje met hagelslag?” vraag ik. “Nee met kaas”
“En appelsap?” “Nee chocolademelk”
Ik maak een broodje kaas klaar en schenk chocolademelk in. Peuter gaat aan tafel.
“Ik wou hagelslag!”
“Nee, jij wou kaas”
“Ik wil dat gewoon niet”
“Dan heb je pech, dan eet je het maar zonder dat je het wilt”
Donderwolken gezicht.
“Wanneer komen de andere kinderen?”
“Bijna” zeg ik. Peuter kijkt blij.
De andere kinderen komen.
Donderwolken gezicht.
Peuter trekt kaas van het brood en eet het op. Houdt droog brood over.
“Als je klaar bent mag je meespelen” zeg ik tegen hem.
“Ik wil dat gewoon niet”.  “Jammer”, zeg ik. Hij eet toch zijn brood op.
Mee spelen. Nou ja, meespelen, hij haalt alle mozaïekstukjes naar zichzelf toe .
“Anderen willen ook wat, samen delen!”
De mozaïek wordt eerlijk verdeeld. “Nou heb ik niks meer” zegt peuter.
Donderwolken gezicht.
“Kijk eens, jij hebt precies evenveel als de anderen”
“Ik wil dat gewoon niet” .
Blijft mokken op het kleed. Een van de kinderen zegt: “Wil je een stukje opschuiven?”
Peuter reageert niet. Ik zet hem een stukje verderop.
“Mag ik op schoot?” “Jawel”, zeg ik en neem hem op schoot.
“Nu moet je zingen” commandeert peuter. “In de maneschijn…” begin ik…
“STOHOP! IK WIL ZINGEN”
“Volgens mij moet jij nog even een slaapje doen”, zeg ik.
“Ja” zegt peuter. Huh? Die zag ik niet aankomen.
Ik breng hem boven en leg hem in z’n bedje. Hij slaapt 5 kwartier.
Ik haal hem weer naar beneden, en we gaan boodschappen doen.
“Ik wil een klein wagentje”. “Dat kan nu niet”, is mijn antwoord,”je gaat nu
even in de grote winkelwagen in het stoeltje”
“Ik wil dat gewoon niet”. Ik maak er geen woorden aan vuil en we lopen door
de Jumbo. Bij het fruit staat een mand waar kinderen iets uit mogen pakken.
“Ik wil een banaan.”
“Wat zeg je?”
“Ik wil een banaan”
“Wat zeg je?”
“Mag ik een banaan?” “Tuurlijk” zeg ik en pel de banaan.
Peuter neemt drie happen. “Ik wil de banaan niet meer.”
Ik vouw de schil weer over de banaan en leg hem in de boodschappenkrat.
“Ik wil gewoon geen korte broek aan” , komt er dan ineens uit het niets.
“Het is warm, alle kinderen hebben nu een korte broek aan.” zeg ik.
We gaan naar huis, boodschappen uitpakken en wat drinken.
Ik schenk ranja in. “Ik wil dat gewoon niet” zegt peuter, terwijl hij
de beker leegdrinkt. “Met een koekje” zegt hij dan.
“Hier is eerst nog je banaan”.
“Die wil ik gewoon niet”
“Dan krijg je ook geen koekje” zeg ik ,en maak koffie voor mezelf.
Ik kijk op de klok. De halve ochtend is voorbij.
Dit gaat een lange dag worden.

images

Broer en zus

Hoe leuk is het als je kinderen het zo goed met elkaar kunnen vinden dat ze samen een dagje attractiepark plannen. Gewoon zij saampjes, broer en zus.
Mama wordt wel op de hoogte gehouden (want ik wil graag vanaf de zijlijn meegenieten) en ik krijg af en toe een appje met een update.
Zelf ben ik al heel vroeg begonnen vanmorgen, na een nacht met weinig slaap en ik hou me wat op de been met extra koffie en niet teveel toestanden overhoop halen.
Er klinkt weer een plieng- geluidje van m’n telefoon en ik open What’sapp.
En schiet helemaal vol. Want ik krijg een foto waar mijn zoon opstaat, maar het lijkt alsof mijn broer daar staat……
Er is al vaker geconstateerd dat Tim op Jan Willem lijkt, maar deze foto treft me als een mokerslag.
Ik was ook de zus van een broer. Wij konden het ook heel goed vinden samen. En ik mis hem nog steeds zo hartverscheurend….
De scherpste kantjes zijn er vanaf denk ik vaak. Maar nu voel ik mijn maag samenkrimpen en ik wil heel hard huilen. Dat doe ik niet. Er zijn hier kindertjes en die wil ik niet verschrikken.
En dat ik zo moe ben versterkt ongetwijfeld de emoties.
Ik kijk nog eens naar de foto, vergroot ‘m uit op het scherm. Het is een verwarrend gevoel. Alsof je aan een korstje zit wat je niet open mag krabben, maar waar je eigenlijk ook niet af kan blijven.
Och Jan Willem…. terwijl ik schrijf komen toch de tranen. Maar wel geluidloos. De kinderen merken het niet, ik heb mijn zonnebril op en typ aan de picknicktafel terwijl zij heerlijk in de tuin spelen.
Ik ben dankbaar voor alle mooie herinneringen die ik heb, voor de lieve broer die hij was voor z’n zusje. Altijd, ook toen we volwassen waren.
Nog eens kijk ik naar de foto. Ben al wat minder geschokt. Zie het mooie ervan in nu. Familiegelijkenis vind ik altijd al leuk, nu is het extra belangrijk.
Lieve broer en zus, maak er een heerlijke dag van samen. Geniet ervan dat jullie samen zijn. Het is zo waardevol.

Tim

Prietpraat (6)

Nieuwe Prietpraat! Alweer aflevering 6.
De namen zij weer gefingeerd, de uitspraken zijn echt!

 

Ik: “Stop even met rondjes lopen Milan, anders word je duizelig”
Milan (3 jr) “Dan loop ik wel vierkantjes”

Fleur (7 jr) heeft haar Nintendo DS mee.
Ik: “Wat speel je?
Fleur:” Mario Bros”
Ik: “Klinkt leuk, wat moet je dan doen?
Fleur: “Het volgende level halen”

Milan: “Mijn opa en oma zijn op vakantie met het vliegtuig”
Ik: “O, leuk waar zijn ze naar toe?”
Milan: “Naar de lucht”

Voor het avondeten bidt Bert altijd hardop het Onze Vader.
Aron eet vaak mee en vraagt aan Bert:“Ga je nu Koninkrijk doen?“

Mathijs (4 jr) steekt een heel verhaal af over een valpartij,
het wordt een sterk verhaal
Jimmy (2 jr) “Wat een drama!”

Over Jimmy gesproken, hij woont momenteel een poosje bij ons, in pleegzorg en hij verdient wel een eigen hoofdstukje met zijn uitspraken:

Ik ben in de keuken met het eten bezig en kneed gehakt.
Jimmy: “Maak je spierballen?”

We zijn boven.
Jimmy: “Wil je het traphekje even dichtdoen anders krijg ik het koud”

Na het eten zeggen we altijd “Mag ’t je wel bekomen!”
Jimmy doet al dapper mee: “Nu mag je weer komen!”

Bert trekt even een schoon shirt aan. Jimmy wijst op zijn borsthaar:
“Heb jij daar ook een baard?”

We gaan met Lenny uit.
Jimmy: “Ik ga vandaag wel lopen, want ik heb pijn aan mijn fiets”

We zingen van de twee beren die broodjes smeren
Jimmy: “ ’t was een wonder boven wonder en nog een beneden wonder…..”

ik-zag-twee-beren-kinderliedje-GYQgFS