Categorie archief: Dierenperikelen

Lieve Lynn

SANYO DIGITAL CAMERA

Een nieuw grafje in de tuin. De aarde is donker van de miezerregen. Maar het is een plek waar Lynn pasgeleden zich nog heerlijk in het zonnetje lag te koesteren. Warmte op haar oude spiertjes en botjes.
Het was m’n eerste loopje vanmorgen toen ik de trap afkwam, zo de voordeur uit,naar buiten.
Goedemorgen, lief meisje.
Want ze was niet op de overloop toen ik uit de slaapkamer kwam.
Ik ging terug naar binnen, om brood te smeren voor het ontbijt en de lunchtrommel. Er keek geen blij, besnord gezichtje naar me op, er zwaaide geen staartje. Het broodkapje moet nu door iemand anders opgegeten worden. Liefhebbertjes genoeg hier hoor, daar niet van, maar we hadden maar één Lynn.
Wat mis ik haar. Ons vrolijke, originele, gekke, vieze, lieve hondje. Opportunistje, slimmerdje, eigenwijsje. Dol op aandacht en knuffels, gaf je die niet,dan kwam ze die wel halen.
Zo lief voor iedereen, en zo gemakkelijk. Ze hoefde niet aan de lijn buiten. Ze kachelde wel mee en gaf nooit problemen met andere honden.
In het verleden was ze een team met Tess, maar de laatste 2 jaar niet meer. Dat heeft ze moeilijk gevonden, maar ze vond haar weggetje wel weer. Zoveel liefde gaf ze, en zoveel liefde kreeg ze.
Wat is het ongelooflijk stil in huis, ondanks de kinderstemmetjes, de peppende zebravinkjes, de piepende cavia’s .
Lieve, lieve Lynn, wat laat je een lege plek achter. Letterlijk en figuurlijk. Het leek wel een gapend gat waar je mand stond, een plant moet het opvullen nu.
Ik weet dat het niet kan, maar onbewust verwacht ik steeds vanuit mijn ooghoek beweging te zien en jou te zien verschijnen: “Wat doe je daar in de keuken, is er ook iets lekkers voor mij?”
“Wat zit je daar gezellig op de bank, mag ik ook een aai?” “Zijn jullie klaar met eten, mag ik dan nu bij de tafel komen?” “O, je doet schoenen aan, mag ik mee naar buiten?”
Nee, je kon niet praten, maar je mimiek zei alles.
Lieve Lynn, wat fijn dat je bij ons was en zo oud mocht worden. Dat je rustigjes kon voelen dat je steeds minder kon, en gewoon lekker een oud hondje mocht zijn.  Maar ook dat het definitieve einde zo snel kwam.
Dank je wel voor al je liefde. Voor het hondje wat je was.
Nu ben je weg. Speel maar lekker in de zon, met Tess……

Het mag weer

In een eerder blogje had ik al eens geschreven over de dierenstop die hier ingevoerd was.
Inmiddels hebben we helaas een aantal keer afscheid moeten nemen.
We missen nu al weer een jaar onze lieve Tess.
Gelukkig doet Lynn het prima in haar eentje.
De eerste maanden is ze erg van slag geweest. Op haar eigen hondenmanier rouwde ze om haar maatje.
Een poging van ons om haar gezelschap te geven bleek geen succes.
Na dit experimentje veranderde Lynn enorm.
Het leek alsof ze ineens besefte dat we weer “lekker onder ons” waren en dat het heel niet zo slecht was om het enige hondje hier te zijn. Ze leefde helemaal op, werd weer enthousiast en vrolijk en ondeugend, zoals ze in de maanden na Tess haar dood bij lange na niet geweest was.
De pater familias van onze zebravinkjes ging dood. Ouderdom, maar toch wel heel jammer.
Onze konijntjes Roos en Daisy hadden inmiddels ook al een respectabele leeftijd bereikt.
Na een fijne zomer, waarin ze heerlijk van de zon en het gras hebben genoten, werd Daisy ziek. Zo ziek dat de dierenarts haar heeft laten inslapen. En toen was Roos alleen.
Zeven jaar lang was ze met Daisy geweest, ze waren samen opgegroeid.
In haar eentje had ze er geen zin meer in. Al gauw vonden we haar dood.
Ze was lekker gaan liggen in het stro en vertrokken. Ik was verdrietig.
Al dat afscheid groot en klein, van mensen en dieren, het was wel veel in het afgelopen jaar.
Heel graag wilde ik weer konijntjes. Maar de winter was nog lang niet afgelopen en het was beter om te wachten tot het voorjaar. (Wat heb ik er soms toch een hekel aan om verstandig te zijn !)
Op internet kwam ik een heel leuke website tegen over “konijnen in je tuin”.
Ik kreeg goede ideeën om een permanente plek te maken waar konijntjes veel vrijheid hebben, naar buiten kunnen wanneer ze willen, zonder dat ze de hele tuin overhoop graven.
Wat verheugde ik me enorm hierop en wat duurde de winter lang voordat we eraan konden beginnen!
Alsmaar was het te koud, te nat, of was de grond bevroren.
Tussen het nieuwe schuurtje en het kippenhok was een prima stukje tuin waar we het konijnenverblijf konden maken. Een paar rustige winterdagen tussendoor gaven ons de gelegenheid om alvast het rommelige struikgewas te verwijderen .
bord
We kregen prompt een bord “werk in uitvoering” in onze heg gepoot, maar dat kwam omdat de gemeente ook wat wilde doen.
Bert begon al over “Konijnenwereld Leens” als een soort zusje van “Insektenwereld Leens” maar ik wil onze dierentuin toch wel graag privé houden.
Alweer via internet een leuk adresje gevonden hier in de buurt, waar we een mooi betaalbaar nachthok konden kopen, dus dat gingen we ook alvast doen.
En oh, de mevrouw van het adresje, Karina, had ook konijntjes!
Lief lief lief en alweer verstandig zijn en niet alvast 2 kleintjes meenemen….
Alleen het hok dus maar. Een ander weekend gingen we naar Hornbach jippiejippiejeej om spullen te halen voor het buitenverblijf.
We vernikkelden zowat tijdens het uitzoeken van paaltjes, gaas en een zandbak, zo koud was het.
De zandbak was een showmodel en we mochten ‘m voor 7 euro meenemen.
Buitenkansje dus, alleen paste hij met geen mogelijkheid in de auto.
Op de parkeerplaats probeerden we met bevriezende vingers het ding enigzins te demonteren, uiteraard onder warme belangstelling van publiek met leedvermaak.
Maar we hebben het voor elkaar gekregen.
Vorige week konden we dan eindelijk verder in de tuin, het was lekker weer!
Contact gezocht met Karina, en 2 kleine konijntjes gereserveerd.
Helaas kregen we het tuingebeuren niet op tijd af en het werd weer ontzettend koud.
We zitten toch wel echt in het hoge noorden, vandaag scheelt het zelfs wel 10 graden met het zuiden van Nederland!
En de komende week wordt het niet beter, integendeel, vooral ‘snachts zal het hard gaan vriezen.
Karina mailde dat de konijntjes daar nog wel heel klein voor zijn, ze wilde ze met alle liefde nog een poosje voor ons “bewaren”.
Ik was teleurgesteld. Ik wilde ze ZO graag hebben. Zo belangrijk om weer iets te hebben om naar uit te kijken, na alle narigheid die we hadden en hebben. Nieuw leven!
En als ze over een poosje zouden komen, zouden ze ook niet meer zo ontroerend klein zijn, dan hadden we die fase van ze gemist.
Dus we zochten een oplossing. In de bijkeuken was het zo koel als ze gewend waren,maar niet zo koud als buiten. Zouden ze daar tijdelijk kunnen staan? Even passen en meten, ja dat zou kunnen!
Goede reden om de bijkeuken op te ruimen. Als de lentekriebels dan ontbreken voor de grote schoonmaak, dan nemen de konijnenkriebels het wel over ! Ik heb ook zelden met zoveel plezier de boel opgeruimd, uitgezocht en schoongemaakt.
Konijnenhok er neergezet, stro en hooi erin, bakjes voor voer en water, laat ze maar komen!
We hebben ze vanmiddag opgehaald, ik zat zo blij in de auto als een kind dat naar de kermis gaat.
Wat zijn ze lief! Twee bolletjes pluis met kraaloogjes en puntoortjes.
Het autorijden vonden ze niet zo leuk, ze zaten stijf tegen elkaar aangeplakt in het reismandje.
Maar thuis, even op de arm, vonden ze het prima. Zo zacht, die konijnenlijfjes tegen m’n huid, ik smolt ervan.

nijntjes
In hun nieuwe huisje gingen ze gelijk op onderzoek uit.
En ze wilden ook al eten, dus het lijkt allemaal prima te gaan.
Als het nu lente gaat worden mogen ze naar buiten.
Natuurlijk moesten ze ook een naam hebben .
Een naam die laat zien hoe blij ik ben met deze kleine nieuwe leventjes.
De ene heet Sunny, de ander Joy. En ik denk dat ze hun naam eer gaan aandoen,
de eerste dag is dat in ieder geval al prima gelukt !

 

Tess

Vandaag is de eerste dag zonder jou, en zoveel  kleine dingen laten me merken dat jij er niet meer bent.
Geen blije begroeting, terwijl je je uitrekt,  ‘smorgens.
Niet wachten in de keuken op een broodje.
Geen gekwispel  bij de deur als je iemand aan hoort komen.
Geen neusjes meer op het raam.  Geen gerammel met je bak omdat je water op is.
Geen gehark met een lompe poot, omdat je aandacht wilt.
Geen vergenoegd geknor vanuit je mand terwijl je je even lekker omdraait.
Het balletje wat doelloos  in de gang ligt. Je halsband die je niet meer nodig hebt.
Geen natte sik meer op m’n schoot omdat je je kop daar neerlegt net nadat je gedronken hebt.
Geen koppie meer op de leuning van de bank.
Ik hoef niet meer de broodjes die moeten ontdooien veilig weg te leggen omdat jij ze anders wegkaapt.
Geen “beenligtijd” meer.  Geen blaf als de postbode op de oprit verschijnt.
Geen bonk op het kruipluik midden in de nacht omdat jij daar neerploft op de mat.
Niet even de tuin in als de kinderen worden gebracht.
Nooit meer blij opspringen bij het toverwoord : “ Brokjes?? “
Nooit meer een rondje Verhildersum met jou.
En er zullen nog zoveel  “ nooit meer”s komen…..
Ik mis je zo.  Je hield zoveel van ons en je hebt me zo goed geholpen als ik het moeilijk had.
En je hebt me zoveel plezier gegeven  door je pure levensvreugde.
Kleine onhandige pup,  slungelige puber,  prachtige volwassen hond.
Mijn meisje.  Ik hou van je.
Tess 

 

Huisdieren (?)

Wie mij kent, weet dat ik van dieren hou.
Mijn huis en tuin zijn er ook vol mee, ik heb momenteel een dierenstop:
er mogen geen nieuwe meer bij.
We hebben twee, inmiddels wat bejaarde, honden.
Vroeger was de ene gitzwart, de ander zwart met scherp afgetekende witte accentjes.
Inmiddels zijn de snuiten aardig grijs geworden en ook elders op het lichaam verschijnen steeds meer grijze haren.
De scherpe aftekening van wit/zwart bij Lynn is volkomen vervaagd tot een grijze zone.
Ik vind het aandoenlijk.(Waarom heb ik dat gevoel nou niet als ik zelf in de spiegel mijn eigen grijze zones bekijk….)
We hebben ook een cavia,die is nog jong en stuiterig. Een grappig,orgineel beestje dat niet weet dat cavia’s eigenlijk mollig en suf behoren te zijn .
En we hebben vier zebravinkjes. Pa,ma,dochter en zoon. De laatste twee zijn bij ons geboren. Zo lief.
Buiten hebben we drie kippen,momenteel gigantisch in de rui en eierloos, maar wel gezellig.
En twee konijnen, die net een prachtig nieuw huis hebben gekregen omdat hun oude woning onbewoonbaar verklaard werd. Dus eigenlijk wel genoeg dieren.
Ik kan tenslotte niet met dwerggeitjes en een ezeltje aankomen in een woonwijk (toch?)
en binnen moet het ook bewoonbaar blijven.
Maar wie zich totaal niet aan die dierenstop houden zijn spinnen!
Grote spinnen wel te verstaan. Enorme spinnen zelfs.
Ze wandelen hier onuitgenodigd binnen zonder te kloppen en zorgen iedere keer dat ze zich laten zien dat ik een soort hartverzakking krijg . Want ik weet niet waarom eigenlijk, maar deze dieren vind ik niet leuk. Waar ligt het aan? Het onvoorspelbare rennen, wie-weet-waarheen? Teveel poten?
Stilletjes gekruip op plekken waar ik ze beslist niet wil hebben? Het altijd weer aanwezige schrikeffect bij hun verschijning? Waarschijnlijk een combinatie van dat alles.
Ja ik weet het, ze zijn nuttig. En ze doen me niks.
En ze zijn waarschijnlijk banger voor mij dan ik voor hen (heb ik nu alle cliché’s genoemd?) Ik maak ze dan ook niet dood. Maar ik durf ze ook niet te vangen. Daar moeten de mannelijke hulptroepen hier in huis bij te pas komen. Aan de vrouwelijke heb ik namelijk niks. Lynn kijkt alleen maar en Tess zet aarzelend een lompe poot op de spin, zodat die ineens verder door het leven moet met 5 poten . En als ik dan dat gekreupel zie, vind ik dat ook weer zo zielig.
Dus Bert en Tim zijn de klos. In de praktijk is dat meestal Bert. Maar die is natuurlijk ook niet altijd direct ter plaatse als er weer zo’n kolossale achtpoter verschijnt op de muur, of op het gordijn, of op de bank of… noem maar op. En die spinnen hebben de hinderlijke gewoonte om op het moment dat Bert er wel is , onzichtbaar te zijn. Weggekropen.  Waarheen? Ja, dat is nou net mijn hele probleem.  Waarheen???? Bert moet naar het werk en ik denk  de rest van de dag van alles te zien bewegen vanuit mijn ooghoeken, durf nauwelijks iets te pakken omdat ik bang ben dat De Spin verschijnt…..
Maar af en toe lukt het Bert wel om er éen te vangen. Met een groot glas (bierpullen van Tim voldoen prima) en een kartonnetje wordt de spin dan gevangen. En naar buiten gebonjourd. Afgelopen dagen waren het er al vier! Of zou het steeds dezelfde zijn,die telkens weer gezellig binnen komt? Ik denk het eerlijk gezegd niet, ik meen toch wat verschil te kunnen zien.Vanmorgen was de maat vol hoor. Bert had er, amper aangekleed, omdat ik al stond te blèren dat ie gauw gauw gauw moest komen,
nog éen van het tafelkleed afgeplukt en naar de tuin getransporteerd.
Maar later op de ochtend kroop er wéér éen uit het tv-kastje! En aangezien ik op dat moment aan het stofzuigen was, heeft Henry ‘m opgegeten. Geheel tegen mijn principes in, maar ik heb zelf het lef niet om hem met een glas te vangen.
Het zal wel bij de herfst horen dat ze nu steeds tevoorschijn komen.
Binnenkort krijgen we trouwens een nieuw toilet.
En moet de loodgieter onder het kruipluik om leidingen aan te sluiten.
Oh, als dat kruipluik opengaat……ik vrees met grote vreze!

Honds

De vader van onze Tess is een jachthond, de moeder een herdershond.
Deze combinatie van DNA zorgt nog wel eens voor wat verwarring in haar hondenbrein.
Er is behoefte aan veedrijven, maar dat resulteert al gauw in opjagen. En uiteraard vinden wij dat niet goed.
Ik moet zeggen dat wij het haar, onbedoeld, ook niet gemakkelijk gemaakt hebben door haar Tess te noemen.
Ze heet gewoon zo omdat we het een leuke naam vonden, kort en bondig, stoer,
met toch iets liefs.
Pas veel later zag ik in een namenboekje dat Tess “jaagster” betekent……
Toeval? Lijkt me sterk eigenlijk.
In ieder geval, de jachtgenen voeren nogal de boventoon ten opzichte van de herdersgenen.
Jammer, maar het zij zo.
In het voorjaar moet ze altijd weer extra getraind worden  om de lammetjes in de wei niet als lamsboutje te zien.
Het ouderwetsche versje “zullen wij het haasken jaagen” is haar lievelingsliedje,  en kalfjes laten schrikken is  een favoriete bezigheid van haar.
Flauw hoor.
Omdat we op het platteland wonen komen we nogal eens wat weilanden met bijbehorende beesten tegen.
Ook bij het dagelijkse rondje wat we lopen als er niet veel tijd is voor een uitgebreide wandeling.
Vandaag was het ook zo’n dag.  Nee, dat is niet helemaal eerlijk. Er was wel tijd voor een uitgebreide wandeling,
Maar de regen kwam met bakken uit de lucht, het waaide hard, kortom: hondenweer zoals sommige mensen zeggen.
Wij gebruiken die uitdrukking eigenlijk nooit, om de simpele reden dat onze honden er ook totaal niet van houden om er in zulk weer op uit te gaan.
Maar ja, nature calls, dus gewapend met een enorme stormparaplu gingen we toch maar de deur uit van morgen.
Ik had alleen Tess mee, want anders kwam ik een hand tekort voor de paraplu, die toch wel heel erg noodzakelijk was.
Dus hondje Lynn bleef achter in huis om op haar beurt te wachten, haar oogjes twee poeltjes van ellende en eenzaamheid…..
wat een actrice, ze haat het om naar buiten te gaan in de regen!
Ik weet voor 100% zeker dat ze zich nog eens heerlijk omdraaide in haar warme mandje toen we eenmaal de deur uitwaren.
Overigens betekent de naam Lynn “beeldschoon”.  Iets wat we haar maar nooit verteld hebben, wie haar kent begrijpt wel waarom.
Tess en ik worstelden ons tegen de regenvlagen in en kwamen langs het gebruikelijke weiland.
Er liepen vandaag koeien, echte Groningse blaarkoppen. Een grote rode stond een hoop lawaai te maken, te loeien dat horen en zien je verging.
Ze was echt heel groot, met enorme horens. Ik heb nog even gekeken of het geen stier was, maar wat er onder hing was toch duidelijk een uier.
Maar veel vrouwelijkheid zat er verder niet aan.
Alhoewel de vrouwelijke hormonen blijkbaar wel flink opspeelden, volgens mij was ze tochtig. (idiote uitdrukking vind ik dat trouwens, maar bij dit hersfstweer past het wel)
Tess kachelde door de berm, moest het perfecte polletje vinden om op te plassen,
ze had geen aandacht voor Berta2.
Maar Berta wel voor haar, ze ging vol in de aanval! Whow, ik schrok me naar!
Tess ook, zoveel boze koe ineens voor haar kop!
Ze herstelde zich snel en zou wel even in de tegenaanval gaan. Voordat het uit de hand zou lopen,
blafte ik Tess terug.
Haar hele houding drukte tegenstand uit aan mijn commando, maar plichtsgetrouw als ze is, kwam ze toch.
Aan de lijn, kort volgen aan de voet, langs de koe.  Pff, dat hadden we gered. Dachten wij.
Ik had Tess nog niet losgelaten of de koe kwam er al weer aandaveren, loeiend en blazend.
Ik kreeg er zelf hartkloppingen van.
Tess weer aan de lijn, langs het hekje , tot aan de lege wei ernaast. Hèhè, dat was dat.
Niet dus! Op miraculeuze wijze wist de koe ook langs het hekje te komen en denderde alweer op ons af.
Ik riep enige dieronvriendelijke verwensingen in haar richting, maar het mocht niet baten.  Het leek wel een inzending van “Lachen om homevideo’s”!  Alleen kon ik er niet om lachen, had al mijn aandacht nodig voor Tess, de kwaaie koe en de stormparaplu.
Wat was dit toch allemaal? Revenge of the Cows?
Het snertbeest bleef naast ons galopperen, ik gebruikte de paraplu om het zicht af te schermen voor Tess en werd alsnog drijfnat.
Wat een vertoning! En wat een groot weiland, het gewone uitlaatrondje leek nu wel een halve marathon.
Uiteindelijk bereikten we de straat weer. Ik weet eigenlijk niet eens of Tess nou wel haar behoefte heeft kunnen doen, ik wilde alleen maar naar huis!
Maar ik moest er nog eens op uit, Lynn moest ook nog.
Jakkes, nog een keer langs Koezilla.
Gelukkig had Lynn andere plannen.  Ze deed haar plasje en nog wat  en draaide zich weer om.
Ze liep zelf de weg alweer terug en keek om naar mij:  Kom je nog? ‘tIs hondenweer!

Muizenissen

 

 Nieuw beestje

“Wil jij een voor Valentijn een nieuw beestje van mij? ” vroeg Bert op een zaterdag heel lief aan mij.
Ik vond het super maar vroeg gelijk onbescheiden: “Mogen het er ook twee zijn?  Eentje is zo alleen….”
Ja dat mocht.  Ik koos voor muisjes.
Ik hou ook veel van hamstertjes, maar ik heb maar éen keergetroffen dat het geen bijtertje was. En muisjes zijn ook zo leuk!
In de dierenwinkel twee mooie muizenmeisjes uitgekozen, een bruine en een tan
(zwart met een bruine buik) en ze de namen Brie en Fêta gegeven.
O, wat waren ze leuk en actief, en het was echt waar: muisjes piepen. Heel zachtjes.
Tot ik na een week (het was weer zaterdag) dacht: Nou, ze gaan wel steeds meer piepen!
En zondag was het gewoon een gepiep van jewelste.
Ik keek eens in het huisje om te zien wat er aan de hand was… Oei, het bewoog!
En dat waren niet Brie en Fêta, die zijn niet rose.
Het waren babymuisjes, en veel! O hemeltje, hoe kon dat nou?
En wat een dringender vraag was: hoe moest dat nou?

Even van de schrik bekomen en daarna voorzichtig op onderzoek uit.
Ongelooflijk wat klein, 14 babymuisjes.
Ik dacht eerst 15 maar het kroop allemaal over elkaar heen zodat ik de tel kwijtraakte.
Heel voorzichtig heb ik de muisjes opgepakt om te zien of iedereen alive and kicking was.
Ja, alles was in orde, en wonderbaarlijk compleet.Ter grootte van een bruine boon, oogjes nog dicht,
maar pootjes met nageltjes, minuscule oortjes, een draadje als staartje en microscopisch kleine haartjes.
Ondanks de schrik toch wel iets om bewonderend stil van te worden, vooral als je bedenkt dat er van
binnen een hartje klopt en longetjes werken. Ingewandjes, botjes, bloedvaatjes, alles is er.

Maar goed, hoe dus nu verder.  We hebben onze muizendames dus zwanger meegekregen uit de winkel….
Maar we kunnen onmogelijk al dat kroost houden.
Ik ga in ieder geval zorgen dat de muisjes gezond opgroeien,
op tijd de broertjes en zusjes scheiden, en proberen een goed huis voor ze te zoeken.

Iemand nog een muis?  Of 14 ?

Ik hoor het Bert nog zeggen: “Wil je een nieuw beestje van mij?”
Arme ziel, nu zit hij met 16 nieuwe beestjes…….

Bezoek

Als je bij ons in de kamer kijkt, zie je iets raars.
Bovenop de bak waarin mijn muizen zitten staat… een muizenval.
Een diervriendelijke wel te verstaan,ik hou niet zo van die quillotine-achtige klapmechaniekjes.
Maar toch, wil ik nou muizen of niet?
Ja, ik wil muizen, maar dan wel de muizen die ik zelf uitgekozen heb.
En niet degene die op eigen initiatief zijn intrede in huis deed.
We hebben een wilde muis. Nou ja, wild? Huismuis kan je ook zeggen. Dat klinkt wat minder heftig.
Maar hij heeft in ieder geval wel wilde plannen.
Hij doet ongelooflijk zijn best om bij Brie en Fêta te komen, ongetwijfeld met een menage-a-trois als doel.
En van de week was het hem nog gelukt ook! Tenminste, het eerste deel van zijn plan.
Door een onwaarschijnlijk klein gaatje wist hij de bak binnen te wringen. De rest hebben we haastig verijdeld.
Maar bij de onderbreking van zijn snode intenties is hij er helaas weer vandoor geschoten,
wie weet waarheen.
Vandaar nu de muizenval. Met heerlijke graantjes erin en als extra lokkertje een korstje brood met pindakaas.
Maar de enigen die er tot nu toe belangstelling voor hebben zijn Brie en Fêta zelf en die kunnen er niet bij.
Het leven is hard voor een muis.
Het onwaarschijnlijk kleine gaatje hebben we trouwens voor de zekerheid maar dichtgestopt.
Ik hoop dat we muizemans kunnen vangen, en dat gaat ie op reis.
Naar Farfaraway. Dan moet hij daar maar op zoek naar andere grote vrouwen.
Want daar houdt hij blijkbaar van, hij is zelf wel een kop kleiner dan mijn muisjes.
Maar een groot ego heeft hij wel!

Ladies and gentlemen…

… we caught him!
Hèhè, na 10 dagen lang “wie is de slimste” gespeeld te hebben, heb ik dan eindelijk gewonnen.
Als is het de vraag of ik er trots op moet zijn, slimmer dan een muis (????) en dan daar ook nog 10 dagen lang over doen…

 

In ieder geval, deze muis gaat emigreren naar het buitengebied van de gemeente Winsum
en ik hoop dat ie daar snel ingeburgerd is!


Epiloog

Dit muisje kreeg dus nog een staartje.  We mochten de muis met recht Speedy Gonzales noemen,
niet alleen vanwege zijn flitsende snelheid, maar ook vanwege zijn vermogen tot speed-daten!
In de halve seconde dat hij in de muizenbak geweest is, heeft hij toch nog kans gezien om Brie zwanger
te maken. Ongelooflijk, maar echt waar.
Een poosje nadat Speedy was verhuisd, dacht ik: wat wordt Brie dik…..
en een paar dagen later had ze het leven geschonken aan zeven kleine halfwilde babymuisjes.
Nu was ik niet zo verrast als de vorige keer maar ik dacht wel: daar gaan we weer!
Wat wel heel interessant was eigenlijk, was dat deze muisjes heel anders waren dan hun oudere
halfbroertjes- en zusjes. Die groeiden druk op, met veel lawaai, en veel gespring.
Er waren witte, grijze, bruine, zwarte, en nog wat variaties daar tussen in.
Deze muisjes waren allemaal donkerbruin. Ze hielden zich stil in het nest.
En toen ze wat ouder werden, hadden ze allemaal dezelfde felle donkere oogjes.
Ze waren op hun hoede voor alles wat er rondom de bak gebeurde.
Dit was dus zeker geen generatie tamme muizen.
Ze werden ook sneller zelfstandig. En we hebben ze losgelaten in de natuur.
Op een mooie plek, waar zowel genoeg beschutting als voedsel was.
De vorige nestjes van in totaal 14 jonkies had de dierenwinkel van ons teruggenomen,
omdat wij Brie en Fêta zwanger meegekregen hadden.

Inmiddels hebben we geen muizen meer.
Brie werd op een gegeven moment ziek. Fêta heeft haar liefdevol verzorgd (echt waar!)
maar ze heeft het niet gered. En een paar maanden later is Fêta haar gevolgd.

Ik had even genoeg meegemaakt met muizen.  Dus we hebben geen andere genomen.
Nu hebben we een stapelgekke cavia, Peach. En die heeft nog niet voor verrassingen gezorgd!