Alle berichten door Annelies

Mobiel

Vroeger kreeg ik als kind, als we op vakantie waren, een briefje op mijn jurkje gespeld.
“Anneliesje van Bloois, Huisje 63 “
Zo konden mijn ouders iets geruster zijn, mocht ik kwijtraken, dan wist men waar ik weer terug bezorgd moest worden.
Ik heb het altijd onthouden en ook bij mijn eigen kinderen toegepast, vooral bij Tim want die was vaak weg. Kwijt, onzichtbaar. Peentjes heb ik gezweet om dat jongetje, maar
gelukkig is het altijd weer goed gekomen. Het briefje-systeem had ik iets gemoderniseerd, ik plakte iedere dag een beschreven sticker op zijn t-shirtje. Tegenwoordig is dit natuurlijk hopeloos uit de tijd. Nu heeft een kind een QR-alert polsbandje, wat je kan scannen met smartphone of tablet en daar dan alle info uit krijgt die je nodig hebt om het kind weer op z’n plek te krijgen. Moet je natuurlijk wel een smartphone of tablet hebben.
Een tablet heb ik niet, een smartphone wel. Al een jaar maar liefst. Voor mij hoefde het niet zo, ik hoefde alleen maar te kunnen bellen en sms-en. Zei ik altijd. Maar toen ik een nieuwe telefoon moest hebben omdat ik zo dom was geweest om de mijne in een stadsbus in Utrecht te laten liggen, liet ik met toch overhalen tot een smartphone. “Want dat is gezellig mam, dan kunnen we what’sappen”. En gedachtig de irritatie over mijn vader die alle nieuwigheid maar flauwekul vond (dus tot op hoge leeftijd nog met een handboor stond te zwoegen terwijl hij onze elektrische boormachine kon lenen, en ondertussen koppig volhield dat het priiiimaaa ging) vond ik dat ik een beetje met m’n tijd moest meegaan.
En ik moet eerlijk zeggen dat ik mijn smarthpone heel leuk vind! Inderdaad, ik kan er mee bellen en sms-en maar ook what’sappen en internetten en foto’s maken en die versturen of op facebook zetten…. Kortom, ik heb er gewoon lol in.
Dus het ding gaat overal mee naar toe, ik check in bij restaurants en atracties, plaats foto’s van waar ik ben, what’sapp dagelijks met Irene, en ook Berts sms-jes zijn vervangen door what’sappjes.
Het was de bedoeling dat mijn mobieltje ook meeging toen we het Pinksterweekend naar de Veluwe gingen, waar we een chaletje hadden gehuurd. Vrijdagmiddag had ik de foon nog even aan de lader gelegd (goede voorbereiding!) en na het loskoppelen de lader gelijk in mijn tas gestopt, want ik die had ik in het weekend vast nog nodig. Want waar ik met mijn oude mobiel anderhalve week of langer op een batterijlading deed, is het met de smartphone hooguit anderhalve dag. Dat dan weer wel.
In de auto wou ik even Irene appen dat we onderweg waren. En ik kon mijn telefoon niet vinden. Tas ondersteboven gekeerd, er kwam van alles uit waarvan ik dacht: ‘waarom neem ik dat ook mee’, maar geen mobiel. Ik had blijkbaar alleen de lader in de tas gedaan. O, dat voelt gek. Ik schaam me een beetje om het te moeten zeggen, maar het voelde haast wat paniekerig.
Bert vroeg of we om moesten keren maar dat vond ik toch te gek, we waren al een flink eindje onderweg. En hij had wel zijn mobiel mee, dus in noodgevallen waren we voorzien.
Dus ik heb 3 dagen zonder mobiel, facebook en verder internet doorgebracht. De internetverbinding was sowieso erg slecht, dus Bert hield het ook al gauw voor gezien.
En toen voelde het toch wel lekker, als ‘echt helemaal weg!’ Ik zie mezelf niet als iemand die altijd maar met haar mobieltje in de weer is, en verder nergens oog voor heeft. Maar nu merkte ik eerlijk gezegd dat ik toch redelijk vaak wil ‘communiceren’. Even Irene laten weten wat voor leuks we doen of zeggen, even op fb zetten op welk leuk terrasje we zitten, even op buienradar kijken of het echt zo mooi wordt als het weerbericht zei, even…etc…
Nu heb ik heel af en toe een appje met Berts mobiel naar Irene gestuurd en dat was het.
En heb ik een fijn weekend gehad? Ja! Ik hoefde niet te kijken of iemand mijn status al had geliked, of er nog leuke mail was, het kon allemaal wachten tot ik weer thuis was.
Vakantie.
En toen Bert in z’n eentje een stuk ging fietsen, en zijn mobiel meenam, had hij ook een briefje in zijn zak. Met het adres van het vakantiehuisje, want in noodgeval moest men toch weten dat ik daar zat en niet mijn mobiel bellen, die lag thuis op tafel.
Een briefje. Hopeloos uit de tijd, maar het werkt nog steeds priiiimaaaa . 😀
mobiel

Depressie

De halfjaarlijkse markt van ons vrouwenkoor is al eerder ter sprake gekomen in een
vorig verhaaltje .
Vandaag was het weer tijd voor de voorjaarsmarkt.
Het weer wilde goed mee werken, het publiek helaas niet.
De markt startte om 10 uur, en toen ik om 12 uur verscheen om mijn verkoopskills
in praktijk te brengen (we hadden de uren netjes verdeeld onderling) was er eigenlijk nog niets verkocht.
De superleuke potten met “bijna koekjes” stonden er allemaal nog, evenals de door mij zo vlijtig gemaakte cake-ijsjes. Jammer hoor, we hebben er met z’n allen veel werk aan gehad, en het is leuk als dat ook wat oplevert voor het koor. Maar niet dus.
Depressie ja, maar eigenlijk slaat de titel van dit stukje daar niet op.
Ik stond er natuurlijk niet alleen, van 12 tot 2, maar met twee  andere dames.
Eén daarvan was Irene. Ze heeft haar naam natuurlijk al mee, maar we hebben
samen altijd veel lol.
We delen hetzelfde gevoel voor humor en soms zijn we op de koorrepetities net een stel
middelbare-schoolmeiden die op moeten passen om niet de klas uitgestuurd te worden.
Ik rommelde in een doos met 2e-hands boeken. Meest streekromans in de categorie
Jo van Nieland-Braat (volgens Godfried Bomans) maar ook nog wat ander spul ertussen.
Ik viste “De gelukkige huisvrouw” uit de doos en vroeg aan Irene: “Ken je die?
Ik alleen van naam”.
“O, ik vind het een vreselijk boek” zei Irene. “Grof, de stijl ligt me totaal niet”.
“Waar gaat het over?” vroeg ik.
“Over een vrouw met een postanale depressie” antwoordde Irene.  Ik keek haar aan.
Geen spoortje van spot op haar gezicht, geen twinkeltje in haar ogen.
“Wat zei je?” vroeg ik voor de zekerheid, “Wat heeft ze?”
“Een postanale depressie”  herhaalde Irene in alle ernst. Ik gierde het uit.
“Een postnatale depressie dan toch zeker?” wist ik nog enigszins verstaanbaar uit
te brengen.
Irene keek verschrikt: “Wat zei ik dan? Postana….  Oooooh….” het kwartje viel en ook zij
schoot vreselijk in de lach.
Vervolgens probeerden we stikkend van het lachen elkaar te vertellen wanneer je allemaal last kan hebben van een postanale depressie, maar die details zal ik de lezer besparen.
Met een beetje fantasie kan je daar zelf trouwens ook wel op komen!
Als een stel pubers hadden we de slappe lach en dat maakte de tijd dat we voor de marktverkoop niks te doen hadden toch nog gezellig.
Ik heb het boek overigens niet gekocht.
Nu nog, zoals meestal, een plaatje bij het verhaaltje. Dat wordt moeilijk deze keer.
Okay, ik zal het netjes houden:
depressie

 

Kalk

Als er iemand fan is van lekker douchen, dan ben ik het wel. Maar die badkamer…  het is een kalkhol.
Echt. Vandaag nog maar eens het gevecht aangegaan.
Met moed der wanhoop inmiddels wel, want eerdere strijd heeft nooit een echte overwinning mijnerzijds opgeleverd.
Meer een ‘nou ja , zo moet het dan maar weer.’
Is er nou echt niks aan te doen?
Even googlen wat de rest van Nederland er aan doet.
De eerste ‘tip’ die ik onder ogen krijg: ‘Het beste werkt om het  schoonmaakwerk goed bij te houden.’
JOH! Dat ik daar nou werkelijk nooit aan gedacht heb! Gouden tip, ik ben klaar!
O nee. Ik hou het al bij, maar ik krijg nooit de kalk goed weg, dus die koekt (bah wat een vies woord is dat!) aan tot een bruinwitte, korsterige substantie. Liefst in richeltjes van de kraan waar je sowieso al moeilijk bijkunt.
En vastgebakken kringen op de mooie blauwe vloertegels. Leve de frissigheid.
De volgende tip is van ‘Oma weet raad’. Nou, ik denk dat oma nog stamt uit het tijdperk van 1x in de week in de tobbe , want ik kan hier echt niks nuttigs bij vinden. Schoonmaakazijn! Been there, done that…. helpt niet.
Alles ruikt alleen maar zo zuur als ik me voel en de kalk blijft muurvast zitten.
Andere site. Tandpasta! Huh? Als dat helpt, wat doet het dan voor mijn gebit…. eng idee! Toch maar even proberen.
‘Insmeren en dan met  een ruwe doek afnemen. De kalk vliegt er vanaf!’
Ai, het enige wat eraf vliegt, is de temperatuuraanduiding van de thermostaatkraan.
Wel verdorie.
Tip zoveel. Stoomreiniger. Die heb ik! Dus ik ga de kalk ermee te lijf! Jaaaaa, ik zie niks meer! O wacht, dan komt van de stoom. Mijn bril is matglas en als ik niet uitkijk gaat de rookmelder ook nog af.  Als de mist optrekt, is het eerste wat ik zie de kalk op de kraan…. Zou het op de vloertegels wel werken?
Nee helaas, ook niet. De bruine kringels op de blauwe tegels blijven hardnekkig zitten.
Nog meer tips. Middeltje zus-en-zo uit de winkel.
Mister Muscle, Cilit Bang, HG reiniger, Ajax, Witte Reus, Antikal, Aldikal….. noem de hele santekraam maar op.
Ik heb het wel eens geprobeerd. Het is spelen met je leven.
Wat een ongelooflijke rotzooi is dat, als je het inademt ben je van de wereld.
Als je ook de voorzorgsmaatregelen leest…. het lost zo’n beetje alles op wat in je badkamer staat. Behalve waar het om gaat natuurlijk: de kalk.
Staalwol, schuursponsjes, nagelvijl, beiteltje (echt!!) alles komt voorbij op Google.
Cola, meel, steradenttabletten…. wat verzint men allemaal. EN HET HELPT NIET!
Ik begin me af te vragen of we in Groningen andere kalk hebben dan in de rest van Nederland. Het zou zomaar kunnen.
We hebben tenslotte ook aardbevingen en sneeuw, terwijl de rest van Nederland daarvan verstoken blijft.
Men stuurt ruimtesondes naar Mars, men kloont schapen, men luistert de hele wereld af….  maar waarom kan niemand mij vertellen hoe ik de kalk uit de badkamer verwijder dan wel houd?
Dat sprookje van ‘gladde oppervlakken, makkelijk schoon te houden’, dat geloof ik dus niet meer.
Mijn volgende badkamer ga ik zelf ontwerpen. Het wordt een imitatie van een druipsteengrot.
Die kan er op den duur alleen maar mooier op worden, de stalagmieten dan wel – tieten zullen in no-time aangroeien.
Ik word al enthousiast van het idee!

kalk

Kerstboodschap(pen)

Op de maandag voor de Kerst
moest het maar gebeuren
naar de Jumbo huppekee
Blij en zonder zeuren

Bij de ingang zat er weer,
zoals wij zijn gewoon,
met kerstmuts en accordeon
de dorps allochtoon.

Hij speelde non-stop Jinglebells
Hij was niet te stuiten
Ik rende snel de winkel in,
hij bleef gelukkig buiten.

Te laat, het deuntje dreinde door
Jingle all the way
ik nam dat stomme liedje dus
gezellig met me mee.

Ik raadpleegde mijn lijstje
en sjouwde heen en weer
Ik kon niet alles vinden
en kwam dus keer op keer

dezelfde mensen tegen
die net zo druk als ik
de winkel steeds doorkruisten
met een verwezen blik.

Flarden van gesprekken
bereikten steeds mijn oor
“zie jij de pasteibakjes?
Ik kan ze niet vinden hoor”

“Had jij Johan nog ge-appt
of hij ook spruitjes lust?”
Ja, maar hij appte niet terug
nou,koop ze maar gerust”

 “Waarom moeten we ook nog soep,
we zouden toch gourmetten?”
“Verdorie er is geen magere melk!
Nee, ik wil geen vette!”

“ Die kerststol uit de folder
waar zou die ergens zijn?”
“Die ijstaart is echt veel te groot
is die er niet in ’t klein?”

Jinglebells, jinglebells
jingle all the way
O what fun, mijn lijstje was
afgewerkt, joechei

Op weg dus naar de kassa
en naar de lopende band
toen alles weer in ‘t karretje
en langs de muzikant.

Jinglebells, Jinglebells
nog steeds datzelfde lied,
dat het zo eindeloos kan duren
echt, dat wist ik niet.

De accordeon speelde maar door,
Ik neuriede zelfs mee
krat en tassen ingepakt
Jingle all the way.

                Nee het wordt geen vreetfestijn
zoals vaak wordt beweerd.
Maar een verjaardag vier je toch?
Is het dan verkeerd
Jezus’ verjaardag te vieren
met extra lekker eten?
Want waar het Kerstfeest echt om gaat
ben ik heus niet vergeten!

loesje

                                     

Fiets

Er stond een oude fiets in onze garage. En dan bedoel ik ook echt oud.
Een matzwart barrel met een roestig stuur en 2 verteerde lekke banden en een halfvergane leren fietstas.

fiets
Hij stond er al toen ik bij Bert kwam wonen.
“Van mijn opa geweest” zei hij, en ik snapte wel een beetje dat het ding dus enige emotionele waarde had.
“Wil je die nog eens opknappen?” heb ik wel eens voorzichtig gevraagd.
Maar dat was niet echt de bedoeling, hij stond daar gewoon. Oke, prima. Ik bewaar ook wel eens wat.
Maar er kwamen steeds meer dingen in de garage te staan in de loop der jaren, met als grootste ruimteverslinder een klassieke auto. Die fiets stond eigenlijk best in de weg.
Ik begon er niet over, het was Berts fiets. Maar hijzelf vond het wel lastig worden en zo werd het besluit genomen dat de fiets er toch maar uit moest.
“Ik wil ‘m op Marktplaats zetten” zei Bert. Ik dacht niet dat het iets zou opleveren, maar nogmaals, het is Berts fiets dus ik had me er niet mee te bemoeien.
Gister waren we dan de boel een beetje aan het opruimen en de fiets kwam uit de garage op de oprit te staan.
Buurvrouw kwam voorbij. “Hest nog belang bie ’n olle fiets, Jantje?” vroeg Bert, eigenlijk als geintje.
Nee, zijzelf niet, maar waarom brachten we hem morgen niet naar de Najaarsmarkt die we hielden ten behoeve van ons vrouwenkoor? ( Even voor de goede orde: zowel Jantje als ik zijn lid van dat koor, en we houden 2 x per jaar een verkoop,  een Voorjaars- dan wel een Najaarsmarkt.)
Volgens Jantje waren er vast wel liefhebbers voor.
Ik dacht er alweer het mijne van, maar ach, wij waren de fiets in ieder geval kwijt dan.
Vanmorgen dus de fietsendrager op de auto, en de fiets, tezamen met nog wat spullen die we kwijt wilden, naar de markt gebracht.
Mijn schoonzusje stond er al als verkoopster en haar gezicht sprak boekdelen.
Ikzelf had al tegen Bert gezegd: “Je mag ‘m zelf aanbieden hoor, het is jouw fiets.”
Lees:  ik geneer me voor dat ouwe wrak en ik wil er niet mee geassocieerd worden.
Schoonzusje nam geen blad voor de mond en vroeg wat er met dat ouwe kreng moest, daar gaf toch niemand een stuiver voor? Aan ’t einde van de dag ging zij ‘m in ieder geval niet opruimen!
Bert liet zich niet uit het veld slaan en zette de fiets op een prominente plek.
Het ding stond er nog geen 3 minuten toen er een mannetje het marktje op kwam lopen.
Hij had geen oog voor de mooie herfstbloemstukken en lekkere eigengebakken cakes en leuk gerangschikte spulletjes, maar hij stevende regelrecht op de fiets af. Hij liep er omheen en bekeek het ding nauwkeurig.
Ik zag dat hij iets aan Bert vroeg en samen liepen ze naar ’s mans auto, die even verderop geparkeerd stond.
De klep ging open en er kwam een boekje uit.
Je kunt het geloven of niet maar het was een boekje met framenummers van
antieke fietsen! Wie heeft dat nou in vredesnaam in z’n auto liggen als hij op zaterdagochtend in Leens langs de markt van het vrouwenkoor rijdt?  Deze man dus.
Het framenummer stond er in en de fiets bleek uit 1954 te komen. Niet helemaal zo oud als we gedacht hadden, maar toch een eerbiedwaardige leeftijd.
Ik was benieuwd hoe het verder zou gaan en kwam wat dichterbij staan, zodat ik het ook kon horen verder.
De man vroeg hoeveel de fiets moest kosten en Bert noemde een bedrag waarvan mijn wenkbrauwen omhoog schoten.
De ogen van het mannetje begonnen te glimmen, maar hij wilde toch nog wel ietsje afdingen.
Nou een klein beetje dan, maar lager gingen we echt niet!  Dat waren notabene de woorden van schoonzusje, die erbij stond alsof ze een doorgewinterde antiekverkoopster was en volledig op de hoogte was van de waarde van de fiets.
Deal, koop gesloten! De fiets was echt verkocht. En hoe, het was zelfs de eerste verkoop van de dag!
Ik erkende ruiterlijk mijn nederlaag tegenover Bert en vroeg hem of hij zich nu niet heerlijk voldaan voelde na deze succeservaring.
Bescheiden als hij is, ging hij niet helemaal uit z’n bol, maar ik kon merken dan hij er wel allemachtig veel plezier in had. En dat is hem gegund.
We zullen komende week een liedje voor hem zingen met het vrouwenkoor.

Lumineus

Sinds ik als zelfstandig ondernemer ingeschreven ben bij de Kamer van Koophandel,
krijg ik ook post van diverse bedrijven die hun diensten aanbieden.
In het begin was het best grappig om een brief te krijgen voor “Kind aan Huis, t.a.v.
de Directie”. Of voor de “afdeling Verkoop”. Of voor het “Hoofd luiers verschonen”, die staat nog steeds op nummer 1 in mijn top 10.
Maar het is vrijwel nooit iets nuttigs voor mijn eenvrouwsbedrijfje,
en de afzenders hebben verreweg in de meeste gevallen niet gekeken waarmee ik nou eigenlijk ingeschreven sta bij de KvK.
Zo belandt vrijwel alles direct bij het oud papier. Dit weekend kwam er ook weer
zo’n brief.
Er zat een klein led-zaklantaarntje bij ingesloten, gegraveerd met mijn bedrijfsnaam
en adres.
Helaas paste de laatste letter er niet op, zodat ik opvan verzorg i.p.v. opvang.
Staat ook niet zo professioneel natuurlijk.
Maar de bijbehorende brief was toch wel een blogje waard.

lampje

Verhoog uw verkoop met de LED-zaklantaarnsleutelhanger!
Geachte mevrouw A.1. van Bloois   (ik moest gelijk aan de snelweg denken)
Wat een lumineus idee- de nieuwe LED-zaklantaarnsleutelhanger  combineert kwaliteit en stijl
tegen een betaalbare prijs! Uw klanten zullen het geweldig vinden als u zo’n nuttig geschenk aanbiedt
en zullen daarom zeker meer van u afnemen.  

Ik zag het voor me: de ouders die al kinderen bij mij in de opvang hadden keken blij
en zeiden tegen elkaar:“Heb je dat gezien? Annelies geeft nu een LED-zaklantaarnsleutelhanger, zullen we nog een kind nemen? “

Kijk eens naar dit gepersonaliseerde lasergravuremonster die ik voor u heb bij gevoegd.
Let op de glanzende lakafwerking en de uniek bewerkte zilveraccenten.

Ik was sprakeloos van bewondering natuurlijk,daarom gaf het niet dat de laatste letter er niet opstond en dat het niet die monster, maar dat monster moet zijn.

Druk nu op het zwarte knopje (o jee dat had ik uiteraard al veel eerder gedaan) en activeer
DRIE schitterende heldere LED-lampjes aan het uiteinde van de sleutelhanger.
Dit LED-lampje is een technologisch hoogstandje wat nog maandenlang meegaat
.

Werkelijk, ik was verpletterd. 1 LEDlampje is al fantastisch natuurlijk, en dit zijn er maar liefst 3! Wat er allemaal maar kan tegenwoordig!

Klanten en zakenpartners zullen elke keer wanneer zij het heldere LED-lampje gebruiken
als zij de auto afsluiten of openen, op kantoor of in schemerige restaurants en theaters,
aan uw waardering en vrijgevigheid worden herinnerd.

Hier rolde ik bijna van mijn stoel van het lachen. In schemerige restaurants???
Wat voor louche gelegenheden moeten dat wel niet zijn?
Mijn vraagouders zullen zielsdankbaar zijn dat ik zo vrijgevig was om ze een LEDzaklampje
te geven,zodat ze toch nog het varkenshaasje in champignon-roomsaus op hun bord kunnen vinden!
En bij al dat theaterbezoek hoeven ze zich ook geen zorgen meer te maken of ze wel op de
juiste stoel plaatsnemen. Waarom heb ik niet eerder bedacht om ze een lampje te geven?

Er is geen betere manier om uw bedrijf te promoten.

Nee, werkelijk ik kan niks bedenken  wat dit kan overtreffen, tjongejonge.

En nu komt het beste….in de komende 30 dagen kunt u profiteren van onze
kennismakingsaanbieding voor voorkeursklanten 
(hier proef ik enige contradictie,
hoe kan ik een voorkeursklant zijn als ik nog een kennismakingsaanbieding moet krijgen)
50 LED-zaklantaarnsleutelhangers voor  € 1,99 per stuk + 25 GRATIS!

Wow! Ik kan maar liefst 75 gezinnen blij maken met een LED zaklantaarnsleutelhanger!
Oke, ik mag maar 6 kinderen tegelijk opvangen, dus dat wordt even puzzelen met die
gemiddeld 150 kinderen dan, maar daar moet toch uit te komen zijn.
Zo is het, u bespaart 30% op uw eerste bestelling!
(o, ze verwachten nog meer van me in de toekomst!)

Extra bonus: Kies uit 5 klassieke kleuren:  blauw, rood, zwart, antraciet, paars of assortiment.
Loop dit niet mis!  De voorraad van de nieuwe LED-zaklantaarnsleutelhanger is beperkt.
Onderneem nu actie om teleurstelling te voorkomen.  Plaats uw bestelling…etc. etc.  

Ja dat zal wel, beperkte voorraad,  als ze exemplaren sturen naar iedereen die ingeschreven staat bij de KvK,  en niet kijken welk bedrijf relevant voor ze is.
En jeetje wat zal ik teleurgesteld zijn als ik te laat bestel, tranen met tuiten voor mij en
de ouders.

Ze zijn trouwens niet uniek met hun lampje.
Bij onze uitvaartverzekering hebben we er ook al eens een gekregen, met Monuta erop.
We vroegen ons direct af of we die nodig zouden hebben in de kist ofzo…
Ik vind het maar raar promotiemateriaal, volgens mij zijn het geen lichten die dat bedenken.

Ik spoor (niet)

Het was Irene’s idée om onze verjaardag samen te vieren, omdat zij 25 werd en ik 52.
Dat is mooi gespiegeld tenslotte.
Zij had de locatie geregeld en samen zouden we voor de catering zorgen.
Het feestje was op zaterdagavond. Mezelf kennende had ik besloten om reeds op vrijdagavond naar haar toe te gaan, zodat we samen op zaterdag genoeg tijd hadden om het voor te bereiden.
Want Tim moest zaterdagochtend nog werken, en ik zag mezelf al stressend en bekkend door het huis lopen omdat ik vond dat we veeeel te laat weggingen!
Die arme Bert en Tim zouden het dan moeten ontgelden en om hen dat te besparen en mijzelf wat gemoedsrust te bezorgen, was het plan om vrijdagavond per trein naar Irene te gaan.
Bert zou me naar station Groningen brengen, Irene me van station Amersfoort ophalen,
prima geregeld dus.
Netjes mijn ov-chipkaart opgeladen, ik was er klaar voor, moeder ging op stap.
De trein zou om 19.46 u. vertekken en ik betrapte me er op dat ik alsnog liep te stressen dat ik op tijd van huis wilde. Bert zei dat we tijd zat hadden maar ik liep alweer te heuen omdat het misschien druk was op de ringweg, en misschien druk in de stad en….
nou ja Bert leeft al wat langer samen met mij dus we gingen op tijd weg.
Lees: we waren er veel te vroeg.
Op het station bedacht ik dat ik bijna twee uur in de trein moest zitten en dat ik nog wel even wou plassen van tevoren.
“Heb ik daar nog tijd voor?” vroeg ik aan Bert.
“Als jij denkt dat je het in twintg minuten kan redden, ja dan heb je er nog tijd voor”.
Ik meende toch een zweempje sarcasme in zijn stem te horen.
Uiteraard was ik met twee minuten weer terug op het perron.
Bert moest nog even naar de motorzaak en ik zei: “Je hoeft niet te wachten tot de trein
vertrekt hoor, ik red me wel. Welke kant rij ik straks op?” Ik hou namelijk niet van achteruitrijden.
Bert wees het aan, we namen afscheid en ik klauterde met mijn weekendtas en schoudertas de trein in, ging op een vrije plaats zitten en zag Bert hevig gebaren op het perron.
Ok, ik zat dus alsnog in de verkeerde richting, dus andere zitplaats gekozen.
Bert zwaaide en liep weg, ik installeerde me. En dacht ineens: Sh***! Ik heb niet ingecheckt!
Ik durfde m’n spullen niet te laten liggen, dus zeulde ik mijn weekendtas en schoudertas weer door het smalle gangpad, trein uit, het perron op.
Ondertussen ging mijn telefoon, maar ik had geen tijd om hem op te nemen.
Ik rende naar een incheckpaaltje, gauw kaart ervoor, en weer terug in de trein met mijn hebben en houden. Mijn stoel was nog vrij , dus wederom geïnstalleerd.
En even op mijn telefoon gekeken. Sms-je van Bert: ‘Vergeet je niet in te checken?’
Ik was te eerlijk om terug te sms-en ‘natuurlijk niet’ dus ik liet hem weten dat ik er net aan
gedacht had.
Maar ik was niet de enige hoor, ik hoorde ineens een meisje achter me hartgrondig “Kak!” zeggen en ze rende de trein uit, zij liet wel haar spullen achter. En ze was ook weer op tijd terug voor de trein vertrok.
En geloof het of niet, ik zag verderop nog iemand de trein uitvliegen naar de incheckpaal
en weer terug. Ik voelde me iets minder dom.
Ondertussen waren er aardig wat meer passagiers in de trein gekomen en ik kreeg gezelschap van een mevrouw. We knikten vriendelijk naar elkaar en zaten vervolgens zo’n half uur zwijgend naast elkaar.
Ik keek uit het raampje en had kinderlijk plezier in de weilanden met koeien en slootjes die zo diagonaal langs je heen glijden.
“Goedenavond, plaatsbewijzen alstublieft” riep de conductrice die onze coupe binnenstapte.
Men dook collectief in tassen , jassen en zakken en toverde kaarten en kaartjes tevoorschijn.
Mijn buurvrouw had een kortingspas met een papieren kaartje, ik zat met mijn ov-chipkaart paraat.
De conductrice pakte hem aan en hield hem voor de scanner. Stilte. Ze keek naar mij.
En weer naar de scanner. En weer naar mij. “U heeft niet ingecheckt mevrouw!”
“Jawel!” zei ik verbaasd, “In Groningen, ik ben er zelfs de trein nog voor uitgerend”.
Ze tuurde op het schermpje van de scanner.
Ik zag dat iedereen belangstellend meekeek en luisterde, zou ik ook gedaan hebben in hun geval.
Ondertussen voelde ik een enorme opvlieger opkomen. Vroeger kon ik gewoon blozen,
tegenwoordig spring ik op de gekste tijden, maar ook als ik schrik, op een alarmerende tint rood.
Ik wist zonder spiegel hoe mijn teint vloekte met mijn koraalroze shirtje en voelde me erg ongelukkig.
“O, ik zie het al”, zei ze uiteindelijk (dus dat “al” had ze wel achterwege kunnen laten)
“u heeft ingecheckt bij een Arriva-paal. En u reist nu met de NS”
Ik geloof niet dat ik heel erg intelligent keek toen ik zei: “Maar daar had ik geen idee van,
dat er verschillende incheckpalen zijn….”
De conductrice keek naar mijn buurvrouw en vroeg: “Reist u samen?”
Zij keek even naar mij en ik zei: “Nee”. Mijn buurvrouw zei heel vriendelijk:”Maar ze mag wel op mijn pas hoor, ik mag iemand meenemen voor 40% korting.”
Dat vond ik wel heel aardig, maar dat kon toch niet zomaar.
“Nee” zei de conductrice, “U heeft nu geen geldig plaatsbewijs. Ik moet u nu een boete geven van 35 euro.”  Jemig, dacht ik, maar ja, als ik fout zat dan moet het maar.
“Maar”, vervolgde ze , “Ik zie op de kaart dat u niet vaak met de trein reist en het is ook wel verwarrend. Moet u naar Zwolle? “
“Ik moet naar Amersfoort, maar overstappen in Zwolle”.
“Nou, dat doen we het zo: ik laat het nu hierbij, u moet alleen in Zwolle direct inchecken met uw chipkaart. Maar let u alstublieft op dat het een NS paal is en niet een van Connexxion . En voortaan goed op letten, want ik had u eigenlijk 35 euro moeten rekenen”.
Ik knikte en bedankte en kreeg mijn kaart weer terug, maar mijn normale kleur nog steeds niet, voelde ik.
Dit incident had het ijs tussen mijn buurvrouw en mij wel gebroken en ik bedankte haar voor haar aanbod met korting te reizen. De rest van de reis naar Zwolle had ze heel veel verhalen over wat er allemaal mis kon gaan met de ov-chipkaart. Ondertussen zat ik enigzins op hete kolen, ik had in Zwolle maar een paar minuten om over te stappen en ik moest eerst zo’n checkpaal vinden.
Bij station Zwolle zei ik mijn buurvrouw gedag en stond al in de startblokken bij de deur toen we bij het perron aankwamen.
De trein stopte, deuren gingen open en ik stuiterde met m’n bagage naar buiten.
Heerlijk even de koele wind over mijn vlekkerige wangen.
De trein naar Amersfoort stond aan de andere kant, ik hoefde alleen de breedte van het perron maar over te steken. Maar er stond geen paal.
Dus in gestrekte draf richting stationshal, daar zou er toch wel een staan?
Trap op, uiteraard met tassen. Geen paal. Links of rechts? Geen tijd voor overleg, hup naar rechts. Dat bleek de achterkant van het station. Station Zwolle is best groot, dus die gang ook. Eindelijk aan het eind weer een trap, en daar beneden zag ik dan een checkpaal. Van NS ! Ik ben niet zo’n goeie traploper, en de klok tikte door, dus ik holderdebolderde oncharmant naar beneden.
Kaart voor de lezer, piep, hup weer naar boven. Het was topsport.
Helaas heb ik niet de conditie van een topsporter.
Terug naar het perron, de gang leek nu nog langer dan op de heenweg.
Nog weer een trap af, trein stond ernog. Tassen en ik erin, deur dicht, rijden. Pffff gehaald.
Mijn hart bonkte zowat uit m’n lijf van de inspanning en het was ook niet bevorderlijk voor het tegenaan van de opvliegers.
Als dat verschijnsel z’n naam eer aandeed was ik al 3x in Amersfoort geweest, goeie genade!
Er was nog een zitplaats vrij, zonder buren. Ik reed wel achteruit maar ik had geen fut meer om een andere plek te zoeken, ik moest eerst bijkomen.
En natuurlijk kwam er nu geen conducteur. Jammer, ik vond dat mijn moeite best beloond mocht worden met een goedkeurende knik na een blik op de scanner!
In Amersfoort ging ik de trein weer uit, wel weer aardig bijgekomen.
Ik was er, en kreeg ondertussen een berichtje van Irene dat ze met de auto stond te wachten.
Alles in orde dus.
Maar om dit verhaal toch nog even compleet te maken liep ik aan de verkeerde kant het station uit.
Ik had wel uitgecheckt, dat dan weer wel , maar Irene was nergens te bekennen.
Dus nog maar even bellen: waar ben je nou?
Volgende keer neem ik een tas op wieltjes mee, als ik dan weer alle stations meerdere malen moet doorkruisen hoef ik niet zo te sjouwen. Ik zal het maar op de leeftijd gooien, toch?
Of moet ik dan met de regiotaxi….

spoor

 

Klantenservice

Online bestellen is gemakkelijk. Zeker als je een klein winkelaanbod in de buurt hebt
en niet vaak in de gelegenheid bent om naar de stad te gaan.
En sommige dingen blijken alleen nog online verkrijgbaar te zijn, terwijl de reguliere winkels ze uit hun assortiment gehaald hebben.
Zo hebben wij letterlijk half Europa afgezocht naar een bepaald parfum, wat ik persé wilde kopen voor Irene, maar dat ineens niet meer verkrijgbaar bleek.
Niet in Groningen, Utrecht en Amsterdam, niet op Schiphol. Niet in Dublin,
niet in Griekenland.
Maar ineens wel in diverse webshops! Dus dan is de keuze voor online winkelen ook
snel gemaakt.
Mooi op tijd voor haar verjaardag.
Maar er moest nog wat bijkomen.
En wel iets wat ik zag op de site van V&D. En dat via de webwinkel te bestellen was.
Makkelijk, want ik kom niet meer in de stad voor het weekend dat ik het nodig heb.
Vanwege eerdere bestellingen had ik een account.  ‘Makkelijk en snel voor uw volgende bestelling’ .
Jawel. Eigenlijk heb ik een hekel aan accounts aanmaken. Al bestel je een doosje paperclips online, je moet je hele doopceel invullen wil je het bezorgd krijgen.
Het lastigste is altijd het wachtwoord.
Voor zulke dingen wil ik het mij welbekende wachtwoord invullen, zodat ik nooit hoef te denken:  wat was het ook  al weer…
Maar ook dat wordt je niet makkelijk gemaakt,  omdat je soms ineens weer meer tekens moet invoeren, of cijfers en leestekens moet toevoegen, mens wat een gezanik.
Maar goed, voor V&D heb ik dus een account en ik kwam er nog in ook.
Artikel in het virtuele winkelwagentje gedaan, winkelwagentje geopend en
bestelling voltooid.
Tot ik wilde betalen, met iDeal.
Melding: er is een storing opgetreden in de betaalomgeving  (raar woord!)
probeert u de procedure nogmaals te volgen.
Overnieuw.  Idem dito: Er is een storing, etc.
En nog maar een keer. Dat schoot niet op zo. Maar ik had m’n zinnen op dat artikel gezet.
Telefoonnummer van Klantenservice stond ook op de site, dat maar eens bellen.
“Dit informatienummer kost  11 cent per minuut met een starttarief van 4,5 cent, plus de kosten van het gebruik van uw telefoon. Voor de meestgestelde vragen kunt u terecht op onzewebsite…. bla bla bla ”   een heel verhaal voordat ik eindelijk in het keuzemenu kwam.
‘Uren,dagen, maanden , jaren…’ schoot mij een bekende liedregel te binnen….
Dat ging alvast lekker met die 11 cent per minuut. En dan eindelijk het keuzemenu,
wat ik ook helemaal moest uitluisteren voordat ik de keuzeknop daadwerkelijk
kon gebruiken.
Het irritatieniveau was al aardig gestegen inmiddels.
“Goedemiddag, Klantenservice, waar mee kan ik u helpen?” zong een vrouwenstem.
Ik deed mijn verhaaltje.
“O, dat is lastig!”
Dat kon ik alleen maar beamen.
“Heeft u de cookies op de site geaccepteerd?” Ook zoiets ergerlijks, dat cookiegeneuzel.
Ja die had ik geaccepteerd.
“O, dan moet u nu de cookies verwijderen”.
Huh? Ik moet de cookies accepteren en vervolgens verwijderen? Hoe nutteloos!
“Het kan zijn dat er teveel cookies opstaan en dan werkt het niet.“
O, nou oké, dat moest ik dan maar even  proberen.
“Prima, goedemiddag!“ zei ze blij.
Telefoon neergelegd, cookies verwijderd op de pc.
Poging 4 om het artikel te gaan betalen en zo mijn bestelling af te ronden.
‘Er is een storing opgetreden etc…. ‘  Grrr. Dat had dus niets geholpen.
Wederom Klantenservice gebeld. “Dit informatienummer….” Jahaaa dat weet ik nou wel!
Toevallig kreeg ik dezelfde vrouw aan de lijn. Ik mag tenminste aannemen dat
V&D Nederland wel meer dan 1 medewerkster heeft zitten daar.
“Ik krijg nog steeds een foutmelding” zei ik.
“En u heeft de cookies geaccepteerd?“
“Ja” .
“En heeft u ze ook weer verwijderd?”
Ik begon zowat te knarsetanden, dacht ze dat ik infantiel was of zo.
“Ja, maar dat helpt dus niet”, poogde ik nog enigszins vriendelijk te zeggen.
“Heeft u nog een andere webbrowser?”
“Nee, die heb ik niet.”
“ Kunt u misschien op een andere computer bestellen?”
“Nee dat kan ik niet.  Ik wil gewoon via mijn account een artikel bestellen en betalen en dat  lukt niet”.
“Nou, dan weet ik het ook niet”, zei ze plompverloren.
“Tja, en nu?”, vroeg ik, want ik wilde dat artikel hebben!
“ Ik kan even voor u bellen naar het dichtstbijzijnde filiaal of het daar op voorraad is.”
“Maar dan moet ik het zeker zelf ophalen?”
“Ja, dan kan het niet bezorgd worden.”
Goeie genade mens, waarom denk je dat ik online bestel?? Dat zei ik niet, maar dat
dacht ik wel !
“Nee, dat kan niet”, zei ik, ”Ik ben niet in de gelegenheid om naar de stad te gaan voor
het weekend.”
“Nou”, zei ze op een toon die illustreerde dat ze ondertussen haar schouders ophaalde,
“Dan weet ik het niet.”
“Nee, ik ook niet!” zei ik pissig en legde de telefoon neer.
Direct ging de telefoon weer over. Een computerstem vroeg of ik mee wilde
werken aan een klanttevredenheidsonderzoek over het contact met de Klantenservice
van V&D.
Ha, kom maar op!
Het ging ook weer via een keuzemenu,  1 was heel tevreden, 5 was zeer ontevreden.
De vragen gingen over vriendelijkheid, deskundigheid en of er een bevredigende oplossing was gevonden.
Voor vriendelijkheid een 4, de rest was onherroepelijk een 5. Het leek gewoon nergens op.
Toch wilde ik nog steeds graag dat artikel hebben. Eigenlijk moest en zou ik het hebben. Uit principe!
Ik kreeg een andere idee. Je kon ook, als je een niet-bestaande klant was, zonder
account bestellen.
Even uitproberen.
En ja zeg, het lukte! Aan mijn account om “de volgende keer makkelijk en snel te bestellen”  had ik geen moer,  het was niet makkelijk en niet snel, sterker nog ik kon niet eens bestellen!
Maar  als niet-bestaande klant had ik het binnen een minuut voor elkaar!
Ik vroeg me af of ik zelf maar moest solliciteren bij de Klantenservice van V&D.
Ik voelde me arrogant tevreden met mezelf.
Inmiddels is het artikel binnen. Zonder problemen op de afgesproken tijd.
Nu maar hopen dat ze het mooi vindt!  En anders hou ik het gewoon zelf. Als trofee!

klantenservice

 

Hallow Jumpo

Kinderstemmetjes zijn lief. Maar als ze geforceerd schattig gebruikt worden in een reclame zijn ze irritant.
Zie de titel van dit blogje….
Maar wij kunnen vanaf vandaag ook “Hallo Jumbo” zeggen!
Ons dorpje heeft een heus winkelcentrum gekregen, met daarin onder andere de snelst oprukkende supermarkt van Nederland.
Dat heeft nogal wat voeten in de aarde gehad.
Aarde die allang klaar lag voor de bouw, er waren oude pandjes gesloopt, bomen gerooid, pijpen gelegd…en toen niks meer.
De planning was dat het winkelcentrum in juni 2010 klaar zou zijn. Ietsje uitgelopen dus….
Procedures, onverkochte woningen boven de geplande winkelpanden, het zat allemaal niet zo mee.
Jarenlang letterlijk een gat in het dorp.
Uiteindelijk is de oplossing gevonden om het verzorgingscentrum uit het naburige dorp te verhuizen naar de appartementen boven de nieuwe winkels.
Ik weet niet of dat voor iedereen (lees: de oude mensen uit het naburige dorp) een bevredigende oplossing was, maar het gebeurt zo.
Wij hadden al een supermarkt in ons dorp. Een filiaal van de Golff.
“Golff scheelt enorm veel”  was hun slogan.
Ik was het nog al eens met ze eens, waarschijnlijk niet op de manier die ze bedoelden, maar het was toch maaro zo makkelijk om een winkel op loopafstand te hebben.
Zeker als je alle dagen peuters over de vloer hebt, zodat je niet zo makkelijk de auto pakt om naar de C1000 en /of Aldi in een ander dorp te rijden.
Ik kwam er dus regelmatig. Kindjes kregen altijd een plakje worst bij de vleeswarenafdeling,  en een snoepje bij de kassa, ze mochten een klein winkelwagentje duwen, ze vonden het altijd leuk om naar “de winkel”  te gaan.
Maar als er een Jumbo komt,  en zometeen ook nog een Aldi,  kan de Golff daar niet tegenop .
Dus die ging dicht.  Op 30 maart zou de winkel sluiten.  De week daaraan voorafgaand was het uitverkoop.  En hoe!
‘s Maandag wilde ik wat lekkers gaan kopen, omdat  1 van de kinderen de dag daarop
jarig was.
Ik bracht de groten naar school en zou met de kleintjes nog even doorlopen naar de Golff.
Toen we daar aan kwamen was ik stomverbaasd. De parkeerplaats stond helemaal vol.
Om half 9 ‘smorgens.
In de straat stonden de auto’s dubbel geparkeerd. Hele bestelbussen stonden half op
de stoep.
Buiten stond geen enkel winkelkarretje meer.
Ik baande me, met de kleintjes aan de hand, een weg tussen auto’s en fietsen door en wierp een blik in de winkel.
Het leek alsof de 3e wereldoorlog op uitbreken stond.
Mensen drongen met karretjes, die ze zo vol laadden als ze maar konden.
Alledrie de kassa’s waren open, een unicum.  De driedubbele rij mensen-met-karretjes stond tot ver om de hoek van het pad te wachten.  Het was niet normaal.
Hier ging ik mij dus echt niet tussen mengen.  Dus peutertjes weer bij de hand
en rechtsomkeert.
Uit de winkeldeuren kwamen mensen die de buit binnen hadden.
Mensen die normaal geen goed woord voor onze buurtsuper overhadden, vonden het nu nodig om te hamsteren.  Het was immers met korting !
Het was asociaal en ik voelde plaatsvervangende schaamte. Ik kon me niet voorstellen dat die karren allemaal volgeladen waren met spullen die de mensen nodig hadden.
Er sprak alleen een enorme hebberigheid uit.
Aan het eind van de middag ben ik nog even in mijn eentje naar de Golff gelopen.
De drukte was geluwd.
En de winkel zag eruit als eentje uit het Oostblok voor de val van het ijzeren gordijn.
Lege schappen,  een paar blikjes en potjes waren nog over. Verse spullen waren er
niet meer.
De cakejes die ik gepland had te kopen, om te gaan versieren, ook niet.
Welgeteld  1 uitdeelzak chips was er nog.
Die heb ik maar meegenomen,  met een aantal pakjes extra lekkere sap om het wat gezelliger te maken.  Ik had er 5 nodig, er  waren er nog 6…..
Gelukkig had ik de zaterdag ervoor poffertjes gekocht, zodat we de verjaardag toch op een leuke manier konden vieren.
De rest van de week ben ik niet meer naar de Golff geweest. De paasboodschappen deden we in een ander dorp.
Vandaag is ons dorp versierd. Ballonnen alom, want de nieuwe Jumbo is er!
Vanmorgen om 8 uur gingen de deuren open.
De eerste 300 klanten kregen  gratis bloemen en bij besteding van 25 euro een
gratis appeltaart.  Ik ben niet geweest.
Ik wil niet weer geconfronteerd worden met de hebberige menigte, ik heb er zo’n afkeer van gekregen !
Alsof wij het hier zo slecht hebben dat we moeten rennen, dringen en graaien omdat we anders te kort komen.
Of zouden die hamsterende mensen nu denken : ik heb nog voor een jaartje of 3 wasmiddelen, blikgroenten en pasta liggen, ik hoef voorlopig niet naar de Jumbo?
Ik heb er een hard hoofd in.
Natuurlijk ben ik wel blij met de nieuwe supermarkt.  En ook dat de Jumbo-prijzen lager liggen dan de Golff-prijzen.
En dat het nieuwe winkelcentrum een beetje leven in de brouwerij van ons dorpje brengt.
Het is maar wat makkelijk dat ik niet meer op vrijdagavond of zaterdag naar een ander dorp hoef te rijden om naar de C1000 of Aldi te gaan.
Dus ook voor mij is het voortaan :  Hallo Jumbo.  En “mijn” kindertjes kunnen het wel goed zeggen !

supermarkt
(bron: animatieplaatjes.nl)

Het mag weer

In een eerder blogje had ik al eens geschreven over de dierenstop die hier ingevoerd was.
Inmiddels hebben we helaas een aantal keer afscheid moeten nemen.
We missen nu al weer een jaar onze lieve Tess.
Gelukkig doet Lynn het prima in haar eentje.
De eerste maanden is ze erg van slag geweest. Op haar eigen hondenmanier rouwde ze om haar maatje.
Een poging van ons om haar gezelschap te geven bleek geen succes.
Na dit experimentje veranderde Lynn enorm.
Het leek alsof ze ineens besefte dat we weer “lekker onder ons” waren en dat het heel niet zo slecht was om het enige hondje hier te zijn. Ze leefde helemaal op, werd weer enthousiast en vrolijk en ondeugend, zoals ze in de maanden na Tess haar dood bij lange na niet geweest was.
De pater familias van onze zebravinkjes ging dood. Ouderdom, maar toch wel heel jammer.
Onze konijntjes Roos en Daisy hadden inmiddels ook al een respectabele leeftijd bereikt.
Na een fijne zomer, waarin ze heerlijk van de zon en het gras hebben genoten, werd Daisy ziek. Zo ziek dat de dierenarts haar heeft laten inslapen. En toen was Roos alleen.
Zeven jaar lang was ze met Daisy geweest, ze waren samen opgegroeid.
In haar eentje had ze er geen zin meer in. Al gauw vonden we haar dood.
Ze was lekker gaan liggen in het stro en vertrokken. Ik was verdrietig.
Al dat afscheid groot en klein, van mensen en dieren, het was wel veel in het afgelopen jaar.
Heel graag wilde ik weer konijntjes. Maar de winter was nog lang niet afgelopen en het was beter om te wachten tot het voorjaar. (Wat heb ik er soms toch een hekel aan om verstandig te zijn !)
Op internet kwam ik een heel leuke website tegen over “konijnen in je tuin”.
Ik kreeg goede ideeën om een permanente plek te maken waar konijntjes veel vrijheid hebben, naar buiten kunnen wanneer ze willen, zonder dat ze de hele tuin overhoop graven.
Wat verheugde ik me enorm hierop en wat duurde de winter lang voordat we eraan konden beginnen!
Alsmaar was het te koud, te nat, of was de grond bevroren.
Tussen het nieuwe schuurtje en het kippenhok was een prima stukje tuin waar we het konijnenverblijf konden maken. Een paar rustige winterdagen tussendoor gaven ons de gelegenheid om alvast het rommelige struikgewas te verwijderen .
bord
We kregen prompt een bord “werk in uitvoering” in onze heg gepoot, maar dat kwam omdat de gemeente ook wat wilde doen.
Bert begon al over “Konijnenwereld Leens” als een soort zusje van “Insektenwereld Leens” maar ik wil onze dierentuin toch wel graag privé houden.
Alweer via internet een leuk adresje gevonden hier in de buurt, waar we een mooi betaalbaar nachthok konden kopen, dus dat gingen we ook alvast doen.
En oh, de mevrouw van het adresje, Karina, had ook konijntjes!
Lief lief lief en alweer verstandig zijn en niet alvast 2 kleintjes meenemen….
Alleen het hok dus maar. Een ander weekend gingen we naar Hornbach jippiejippiejeej om spullen te halen voor het buitenverblijf.
We vernikkelden zowat tijdens het uitzoeken van paaltjes, gaas en een zandbak, zo koud was het.
De zandbak was een showmodel en we mochten ‘m voor 7 euro meenemen.
Buitenkansje dus, alleen paste hij met geen mogelijkheid in de auto.
Op de parkeerplaats probeerden we met bevriezende vingers het ding enigzins te demonteren, uiteraard onder warme belangstelling van publiek met leedvermaak.
Maar we hebben het voor elkaar gekregen.
Vorige week konden we dan eindelijk verder in de tuin, het was lekker weer!
Contact gezocht met Karina, en 2 kleine konijntjes gereserveerd.
Helaas kregen we het tuingebeuren niet op tijd af en het werd weer ontzettend koud.
We zitten toch wel echt in het hoge noorden, vandaag scheelt het zelfs wel 10 graden met het zuiden van Nederland!
En de komende week wordt het niet beter, integendeel, vooral ‘snachts zal het hard gaan vriezen.
Karina mailde dat de konijntjes daar nog wel heel klein voor zijn, ze wilde ze met alle liefde nog een poosje voor ons “bewaren”.
Ik was teleurgesteld. Ik wilde ze ZO graag hebben. Zo belangrijk om weer iets te hebben om naar uit te kijken, na alle narigheid die we hadden en hebben. Nieuw leven!
En als ze over een poosje zouden komen, zouden ze ook niet meer zo ontroerend klein zijn, dan hadden we die fase van ze gemist.
Dus we zochten een oplossing. In de bijkeuken was het zo koel als ze gewend waren,maar niet zo koud als buiten. Zouden ze daar tijdelijk kunnen staan? Even passen en meten, ja dat zou kunnen!
Goede reden om de bijkeuken op te ruimen. Als de lentekriebels dan ontbreken voor de grote schoonmaak, dan nemen de konijnenkriebels het wel over ! Ik heb ook zelden met zoveel plezier de boel opgeruimd, uitgezocht en schoongemaakt.
Konijnenhok er neergezet, stro en hooi erin, bakjes voor voer en water, laat ze maar komen!
We hebben ze vanmiddag opgehaald, ik zat zo blij in de auto als een kind dat naar de kermis gaat.
Wat zijn ze lief! Twee bolletjes pluis met kraaloogjes en puntoortjes.
Het autorijden vonden ze niet zo leuk, ze zaten stijf tegen elkaar aangeplakt in het reismandje.
Maar thuis, even op de arm, vonden ze het prima. Zo zacht, die konijnenlijfjes tegen m’n huid, ik smolt ervan.

nijntjes
In hun nieuwe huisje gingen ze gelijk op onderzoek uit.
En ze wilden ook al eten, dus het lijkt allemaal prima te gaan.
Als het nu lente gaat worden mogen ze naar buiten.
Natuurlijk moesten ze ook een naam hebben .
Een naam die laat zien hoe blij ik ben met deze kleine nieuwe leventjes.
De ene heet Sunny, de ander Joy. En ik denk dat ze hun naam eer gaan aandoen,
de eerste dag is dat in ieder geval al prima gelukt !