Positieve energie

Zwetend nam ik even rust. Hoezo had ik het idee dat het de perfecte dag was om de buxushaag uit te graven?
Vanmorgen liep ik in de regen boodschappen te doen, vanmiddag werd het droog en ik dacht: Hop! Nu dan! Grond is zacht van de regen, temperatuur aangenaam, dit is het moment.

Eigenlijk kwam het omdat ik zo blij ben dat ik weer energie heb. Ik voelde me al maandenlang zo moe en lusteloos, zag overal tegenop. De jaarlijkse longtest viel tegen en dat was ook geen opsteker.
De huisarts stelde een algeheel bloedonderzoek voor. Vage klachten zijn immers vaag en wie weet kwam er hier wat uit.
Yes. Iets wat heel goed op te lossen was: ik bleek een behoorlijk tekort aan vitamine D te hebben.
Huisarts: ‘U weet toch wel dat vrouwen vanaf 50 jaar geadviseerd wordt om extra te nemen?’
Ik: ‘Nee’. 
‘En als ik uw huid zie is het zeker nodig’ 
Ik knikte en voelde me nogal onnozel dat ik hiervan niet op de hoogte was. Ik ben immers de 50 allang gepasseerd.
Maar goed, supplementen zijn makkelijk verkrijgbaar, ik begon ermee en na een paar weken merkte ik al duidelijk resultaat.
Hoe blij kan je dan zijn! Ineens voel je je weer goed, heb je weer zin in dingen, ben je niet meer uitgeput en ook nog eens veel vrolijker. 
Ik had alle symptomen die hier genoemd worden. En nu zijn ze weg!

Wisten jullie het wel, trouwens? Vrouwen vanaf 50 jaar en mannen vanaf 70 jaar worden geacht hun vitamine D aan te vullen. Dat je maar even op de hoogte bent! 

Terug naar de tuin.
Handschoenen. T-shirt, lange broek om geen krassen te krijgen op mijn benen,  werkschoenen. Heb ik nu alles aan? Aan den arbeid!
O wacht, armbeschermers vergeten. (iets met die huid, wat de huisarts al zei), dus weer naar binnen om die te halen.
Het eerste struikje was het lastigst, waar begint en eindigt zo’n ding in een aaneengesloten haag? Ik probeerde wat contouren te vinden tussen alle dorre blaadjes en takjes, resultaat van de buxusmot of een andere parasiet, wie zal het zeggen. Oké, eerste struikje gelocaliseerd. Gravers klaar? Graven maar!
Het leek alsof het struikje ingegoten was in beton, geen beweging in te krijgen.
Ik moest er een bijl halen, om de te lange wortels door te kunnen hakken,  dus naar de schuur.
De zon ging schijnen. En niet zo’n beetje ook. Normaal vind ik het alleen maar heerlijk als de zon schijnt, nu kwam het me helemaal niet uit.
Weer naar binnen, waterfles vullen.
Dat schoot lekker op zo, al vier keer er bij weggelopen (ik had ook nog een kruiwagen gehaald om de dode struiken in te doen) maar nog geen struikje eruit. 

Eindelijk, het eerste struikje gaf zich gewonnen. Victorie! Vol van deze succeservaring ging ik nogmaals naar binnen, nu om een pet te halen. Zo kon ik zowel de zon als mijn haren uit mijn ogen houden. En nee, daar is geen foto van, zo ijdel ben ik dan ook wel weer.
Ik ploegde, wrikte, groef en ploeterde dapper door, tot ik ongeveer een kwart van de haag eruit had en toen op het punt kwam waar dit blogje mee begon. 

Na een poosje rust en wat slokjes water met zand omdat ik mijn bidon niet erg handig had neergezet ging ik weer verder. Nu was er een taaie, kwaaie struik aan de beurt. Die de houding had van ‘Mens ik sta hier al ruim 40 jaar en ik blijf hier minstens nog eens 40 jaar staan. Parasiet of niet, 60-plussers met een cap op of niet, ik verroer geen wortel.’
Maar ik vond dat ik ging winnen. Op de knietjes groef ik alle wortels bloot met een klein schepje, ik voelde me zowat weer een archeoloog.
Toen nogmaals met de spade aan de gang, ik gebruikte hem als hefboom op hoop van zegen dat hij niet zou breken.

Ik ben niet zo verbaal aangelegd maar nu ontsnapte mij een kreet waar Monica Seles jaloers op geweest zou zijn, terwijl ik de struik met alle kracht die ik maar in me had uit de grond lostrok.
Tegelijkertijd vloog een grote wit met grijze mot in mijn gezicht. Toch die buxusmot dus. 
Geheel tegen mijn principes in had ik geen medelijden.  Ga om te beginnen uit mijn gezicht en zoek daarna maar een ander leefgebied, onze struikjes hebben jullie al opgevroten. Dag hoor.

De zon werd minder fel, dat was prettig voor het werken. Ik kreeg zin in een biertje, maar eerst moest ik nog verder, vond ik. Ik moest eerst al die calorieën verbranden voordat ik ze weer ging aanvullen. 
Er was nog zo’n zeikstruik die ook weigerde uit de grond te komen. De kracht in mijn armen was inmiddels afgenomen, ik riep om hulptroepen. 
Mijn eigen druif was bezig met de druif die was afgebroken, maar hij wilde me wel even bijstaan. Samen wrongen we de struik uit de grond en toen was het op voor mij. Geen kracht meer.
Vrijwel de helft van de haag was inmiddels verwijderd, ik was tevreden.
Tijd om te stoppen.

Tot mijn grote vreugde voelde ik alleen maar vermoeidheid in mijn armen.
Niet het totaal uitgeputte gevoel dat ik zo vaak ervaren had de afgelopen tijd. En tranen waren ook totaal niet aan de orde, terwijl ik wat afgejankt had in de voorbije maanden.
Ik had gewoon zin in een douche, schone kleren en een biertje, meer niet.
Serieus, ik werd daar erg gelukkig van. Mijn energie was nog niet op.
Daarom zei ik dat ik nog wel even eieren zou gaan kopen, die hadden we nodig voor het avondeten en voor ons zondagse ontbijt.
Op de fiets naar de boerderij, als die ze niet meer te koop had, zou ik naar de volgende fietsen.
Echt, de euforie van dit gevoel, geweldig.
Wat niet wegneemt dat ik blij was dat de dichtsbijzijnde boerderij het kraampje weer aangevuld had, want dan kon ik eerder weer thuis zijn. 

Die zeldzaam zalige regendouche! Mijn armen waren zowat te moe om mijn haren te wassen maar ik voelde me heerlijk.
Daarna met Bert dat welverdiende biertje drinken in de tuin.



Nu is hij aan het koken, hij maakt de lekkerste nasi. En ik schrijf dit, moet nog opschieten ook, want volgens mijn keukenprins is het tijd om de tafel te dekken.

Ik voel me ongelooflijk voldaan. En ook dankbaar, dat ik nu weet wat er aan mankeerde en er zo gemakkelijk iets aan gedaan kon worden.

Een laatste terrasje

Dertien dagen lang was het prachtig weer in onze vakantie. De veertiende en laatste dag was ineens heel anders. We hadden een week eerder ‘s morgens wat regen gehad, maar dat stelde niet veel voor. Nu kwam het met bakken uit de lucht, we bleven binnen in ons knusse huisje en zeiden tegen elkaar dat we het toch maar enorm hadden getroffen de afgelopen tijd. Iedere dag heerlijk naar buiten en pas naar binnen als het te koud werd door de wind van zee.
Stiekem was het een beetje jammer natuurlijk dat het nu zo eindigde. Maar nu hoefden we  niet te miepen over dat het te mooi weer was om de koffers weer in te pakken, het een en ander op te ruimen en schoon te maken, en wat er verder voor bezigheden zijn voordat je vertrekt. 

Toch was onze vreugde groot toen het ‘s middags rond half drie een heel klein beetje leek op te klaren. Hup, we gaan! Naar Svendborg, het stadje in de buurt van ons huisje aan de kust van Funen, Denemarken, en daar voor de laatste keer deze vakantie een biertje drinken op een terrasje.
We streken neer bij een tafeltje, het terras stond in een winkelstraat.
Tegenover ons was de Kvickly, een grote supermarkt. En daarom had ik zoveel te kijken en te genieten…. 

Er was een groepje van een stuk of vijf jongens en twee meisjes, allemaal rond de veertien jaar.
Het is nu blijkbaar mode (ja ik weet het, oma is niet meer zo up to date) voor meisjes van die leeftijd om te grote broeken en te kleine hemdjes te dragen. Of dat is misschien alleen in Denemarken zo, ik weet het eigenlijk niet. Het ene meisje voelde zich blijkbaar comfortabel, het andere was toch steeds stiekem haar broek aan het ophijsen. Vrij zinloos want direct daarna hing hij weer onder haar heupbeenderen. De meiden gedroegen zich heel relaxed, in tegenstelling tot de jongens die zich vreselijk uitsloofden, elkaar steeds moesten duwen, veel te hard lachten om hun eigen selfies, alles om maar de aandacht te krijgen van die twee leuke meisjes.  
Ik zat er zo van te genieten. Sommige dingen veranderen nooit, in welke tijd je ook leeft. Als je veertien bent, wil je indruk maken op degene die je leuk vind, maar je weet eigenlijk niet precies hoe, dus je doet maar wat. Je bent net geen kind meer, maar ook nog geen jongvolwassene.
Het was gewoon zo’n leuk stel met elkaar, chips en pakken chocomel (die combinatie!)  werden doorgegeven, de jongens stoeiden onderling en keken uit hun ooghoeken of de meisjes dat wel zagen.
Er was niks negatiefs aan deze hangjongeren, ze vielen niemand lastig, ze gooiden hun afval netjes weg, het was gewoon leuk om naar ze te kijken, en een beetje terug te denken aan de tijd dat ik zelf veertien was.

Waar ik ook van genoot was mijn biertje,( Krönenburg 1664 witbier voor de geïnteresseerden) en van het feit dat we nu toch nog op een terrasje konden zitten.

Mensen kijken die langs lopen hoort daarbij. Ik voel me daar niet schuldig over, anderen kijken ook naar mij en denken daar al of niet wat van.
Er kwam een gezin van vier voorbij, met een hond. Het was een opvallend dier vond ik, heel hoog op de poten en smal, met de kleuren van een wolf. Grote donkere ogen en hangende oortjes, en ik meende te kunnen zien dat ze niet meer de jongste was.
Ze waren de winkelstraat bijna uit toen de moeder zich bedacht en de hele familie weer omdraaide. De hond had daar blijkbaar niet zo’n zin in, die zette zich net zo schrap als Lenny dat kan doen. Ze werd door de vrouw streng toegesproken, en probeerde het goed te maken met een klein likje op de hand van de vrouw. Dat hielp niet, ze kreeg nog meer boze woorden en ik zag haar houding inzakken. Natuurlijk kende ik het dier niet, maar ik vond dat die vrouw wel een beetje liever voor haar mocht zijn, zo dwars had ze niet gedaan.
De hele familie liep terug naar de Kvickly, alwaar de hond aan een kar  met bloembollen gebonden werd. Het leek mij niet ideaal om een hond vast te zetten aan iets op wielen, maar mij werd niks gevraagd.  Het dier moest gaan zitten en daar ging het complete gezin de winkel in. De hond bleef met grote zorgelijke ogen achter.
Werkelijk, had nou niet één van die vier mensen bij haar kunnen blijven, moet je echt met z’n allen  naar de supermarkt? Ik had het zo met haar te doen, maar ik kon me er niet mee bemoeien.

De hond keek eens in een doos met bloembollen, snuffelde wat aan de grond en wierp iedereen die langsliep een verlangende blik toe, met haar grote donkere ogen. Het deed me gewoon een beetje zeer.
En het mocht dan de Kvickly heten, haar gezin was verre van quickly want het duurde en duurde maar.
Er kwam nog een man een hondje aan de andere kant van de kar binden en ging ook naar binnen. Volgens ons zat het riempje veel te strak aan de halsband, maar het hondje leek er niet zo’n last van te hebben. Misschien zijn we ook wel wat te fijngevoelig wat honden betreft. De beide honden keken elkaar eens aan, gaapten en seinden waarschijnlijk woordeloos: duurt lang hè, voordat die stomme mensen van ons terugkomen…’
Het kleine hondje werd weer opgehaald, maar wie er verder ook allemaal uit de winkel kwam, van een Freek de Jonge lookalike tot een heel iel, krom oud vrouwtje in  een veel te grote mannenjas, niet het gezin van die arme hond.
Er marcheerde een ander gezin langs, lijnrecht achter elkaar in ganzenpas. Allevier in een degelijk regenjack gestoken en met een mobieltje voor hun neus, ze keken niet op of om. Ik verslikte me in mijn witbiertje van het lachen, het leek wel een cartoon. Vroeg me ook af of als de voorste zou stoppen, ze dan a la de zeven dwergen van Sneeuwwitje tegen elkaar op zouden botsen, of dat ze juist allemaal als één man tegelijk zouden stilstaan. Ik ben er niet achter gekomen, ze waren alweer voorbij.

Eindelijk eindelijk, daar kwam het goede gezin naar buiten. Ik zag geen grote tassen boodschappen, dus ik weet werkelijk niet wat ze met z’n vieren daar de hele tijd hebben gedaan, maar dat gaat mij ook al niet aan. 
Gelukkig, de hond kreeg wat lekkers, een kus op haar neus en lieve woordjes van de vrouw die eerst zo boos was geweest. Dat deed me goed, ze hielden dus echt wel van haar.
Ze werd losgemaakt en huppelde op haar hoge poten mee met haar gezin, mijn gezichtsveld uit. 


Het werd enorm donker in de lucht en het begon weer te regenen. We zaten onder een scherm dus het deerde ons niet, de tafeltjes aan de rand hielden het echter niet geheel droog.
Een serveerster kwam naar buiten met een doek en maakte een tafel zo onhandig droog dat het water grotendeels over de knieën van een man die daar zat heengutste. ‘Undskyld’ riep ze ontdaan, maar de man was al natter dan wanneer hij in de regen was gaan zitten. De jongeren hadden hun heil bij de ingang van de Kvickly gezocht, tussen kratten watermeloenen. Toepasselijk fruit wel, met al die regen. En daar kon je blijkbaar ook goed dollen.
Wij moesten maar eens gaan. Berts bier was uiteindelijk ook op en het zag er niet naar uit dat het weer droog zou worden.
De terugtocht naar de auto was voldoende om mijn hoodie (oké ,misschien toch een up to date oma?) te doorweken.
Maar wat hinderde het, wij hadden toch maar mooi ons laatste vakantieterrasje kunnen pakken.

Steengoed

Ik hou van stenen. Niet op de manier dat ik alle namen weet en herkomsten, ik heb geen boeken en vitrinekasten, maar ik hou van stenen.
Stenen zijn de oudste stukjes aarde en dat intrigeert me enorm.
Als ik in een landschap ben waar dat heel duidelijk is, voel ik me klein, maar heel gelukkig. Dat kan ik niet verder uitleggen, het is een soort oergevoel denk ik. 

Maar ook kleine stenen vind ik prachtig. Ik moet me ook altijd wel een beetje beheersen om als we in het buitenland op vakantie zijn, niet allerlei mooie stenen mee te nemen. Wat goed helpt is een wandelvakantie, dan laat je het wel uit je hoofd om je rugzak vol te stoppen met stenen. Het enige waar ik niet enthousiast over ben op dit gebied is een steentje in mijn schoen. 

Ik ben vooral enorm onder de indruk van stenen met een binnenste. Van buitenaf gezien gewoon een grijze of beigebruine steen, maar van binnen blijken er de prachtigste vormen en kleuren te zitten. Denk maar aan amethist bijvoorbeeld: Aan de buitenkant lijkt het gewoon een stuk grijze rots, maar van binnen schitteren paarse kristallen. Prachtig! 

Er zijn mensen die stenen bepaalde krachten toedichten, zelf voel ik dat niet zo. Ik vind ze alleen maar intrigerend (hoe ze zijn ontstaan) en vaak heel mooi. 

Mijn kinderen zijn dan ook niet vergeten hoe ik me twee jaar geleden, ergens in Drenthe, op een doos stortte, die voor een winkel op de stoep stond. De doos was, op één ovale steen ter grote van een eendenei, leeg en er stond ‘Gratis meenemen’ op.
‘O een geode! En ik mag ‘m gratis meenemen!’ jubelde ik.
Geodes zijn eivormig stenen die je kan splijten, waarna je het verrassende binnenste ziet. 
Een beetje zoals de box of chocolates van Forrest Gump: you never know what you gonna get’ 
Ik stond al te stuiteren met de steen in mijn handen, toen ik hoorde: ‘Eh mam? Deze doos was voor gratis krantjes en de steen was het gewicht waardoor ze niet weg zouden waaien…..’ 
De desillusie, gevolgd door een niet te stuiten lachbui waardoor zowel ik als mijn dochter zowat een droge broek nodig hadden (de mannen zijn niet zo extreem uitbundig met lachen als wij) zorgden voor een nog regelmatig aangehaalde anekdote als we weer bij elkaar waren. Mam en haar geode. 

Gister vierden we met elkaar onze verjaardagen (als we zo dicht op elkaar jarig zijn is het leuk om het samen te vieren) en kreeg ik cadeautjes. Dingen die ik heel graag wilde hebben: een mooi haakboek, nieuwe haaknaalden, een mooi handwerkschaartje, een krat voor op mijn nieuwe fiets…. en een klein, heel zwaar pakje. Op dat moment dacht ik totaal niet aan de steen, maar daar was hij! De glimmende ogen van mijn kinderen waren een extra cadeau: ze hadden het toch maar mooi voor elkaar gekregen, mam kreeg een echte geode!

Vanmorgen ben ik er mee aan de gang gegaan. Eerst een instructiefilmpje op YouTube gekeken, en daarna is het me gelukt om het ‘ei’ open te tikken. De binnenkant leverde een ‘oooh!’ op:


prachtige grijswitte kristallen. Het grootste stuk spleet bij het oppakken nog een keer, dus nu heb ik drie prachtige stukken edelsteen. Eentje voor ieder kind? Je zou het haast zeggen.
Mam is happy. Heel happy. Een schat uit de aarde, miljoenen jaren oud, door mijzelf nu blootgelegd. Dat gevoel… schatrijk ben ik.





Verkikkerd

Heb jij dat ook weleens, dat je vanuit je ooghoek iets ziet bewegen en als je dan goed kijkt, is er niks?
Vanmorgen zat ik met een kop koffie een beetje te zombieën in een stoel. Om een volstrekt onduidelijke reden had ik vreselijk slecht geslapen en nu manlief de deur uit was, hing ik nog rond in mijn badjas.
Vanuit mijn ooghoek zag ik iets bewegen, iets groens. Toen ik mijn hoofd draaide, was er niks. Er stond een vaag tv-programma over aliens aan, dus ik dacht: Tuurlijk, er beweegt iets groens hier. Neem nog maar een kop koffie, misschien word je dan eindelijk wakker. 

Ik sufte weer verder en zat ineens rechtop toen ik toch ècht iets zag bewegen. Het was wel degelijk groen en het verdween onder de stoel naast de mijne. Nou moest ik het weten: was ik aan het hallucineren of was er een alien geland in Leens? 
Ik ging op de knieën en keek onder de stoel. Behalve een spinnenweb zag ik een klein kikkertje zitten. Angstige kraaloogjes die smeekten: ‘je ziet me niet, hè?’
‘Ja, ik zie je heus wel,’ mompelde ik. ‘En beter ik dan de hond, vind je ook niet?’ Ik strekte langzaam mijn arm uit, hield mijn hand boven het kikkertje, verwachtte dat hij op het laatste moment weg zou schieten, maar ik kon hem rustig oppakken.


Wat een klein ding. Hoelang zou hij hier al binnen zijn? Kikkertjes horen buiten en hebben vocht nodig. Dus een paar tellen later opende ik mijn hand in de tuin en hopte het beestje eruit.
Het had vannacht weer  flink geregend dus vocht genoeg. 


Ik dacht nog aan het sprookje van de Kikkerprins. Die was vast wat robuuster dan dit tengere schepseltje. Maar ik hoefde hem sowieso niet te kussen, want ik heb natuurlijk al een prins. Die appte ik, met een fotootje. Hij antwoordde: ‘Dan moet je de vijver maar in orde maken!’ Daar had hij gelijk in. 

Vijver is op zich een groot woord, het is een ingegraven speciebak. Maar onderdeel van de kaboutertuin, dus voor hen is het echt een vijver.
Het hele seizoen heb ik nog niks aan die tuin gedaan (Overigens is het dus ook een fabeltje dat de kaboutertjes het werk doen, want ze steken nog geen nagel van hun pinkjes uit om iets te doen)
Ik had er gewoon geen zin in, het regende eindeloos en waarom zou ik er dan een gezellige boel van maken daar. Alles zou binnen 3 tellen weer onder de modder zitten en bovendien zaten we zelf nooit in de tuin, dus wie zou er naar kijken?
Het lijkt er op dat het nu een beetje beter weer is inmiddels, en dat het af en toe ook droog is. Dus het vijvertje was een leuk idee om mee te beginnen. 

Grote genade, wat een smerige stinkbak was dat geworden. Vol met rottend blad en kastanjes en levensvormen die ik niet eens wil definiëren. Met een zeef heb ik zoveel mogelijk blad eruit geschept, daarna emmers brak water gehoosd en geloosd, en uiteindelijk kwam ik bij de bodem, waar minigrind ligt. Kabouterformaat dus. Die steentjes moesten schoon. Dus ik ben in de weer geweest met schoon water en een schaal en een zeef en een vergiet en ik voelde me als een goudzoeker. Zag er waarschijnlijk ook zo uit, met een oude broek en t-shirt van Bert aan, ploeterend op mijn knieën. Nog net geen verfomfaaide hoed op mijn knar.
De konijnen vonden het enorm interessant wat ik aan het doen was, er zat een hele rij naar me te kijken.
Het kikkertje, om wie het allemaal ging, was in geen velden of wegen te zien.
Nou ja, dat is grootspraak. We hebben helemaal geen velden of wegen in de tuin, zo groot is die niet.
Uiteindelijk waren de steentjes schoon, de vijverbak ook, dus kon de boel weer gevuld worden. Het fonteintje weer geïnstalleerd, die deed het gelukkig nog! En toen de omgeving een beetje aangekleed. De visser had ik zo rigoureus van z’n plek getrokken dat zijn hengel was weggevlogen en ik heb een hele zoektocht ondernomen waar dat ding was. Zo groot is de tuin dan weer wel. Gelukkig vond ik hem uiteindelijk, anders had ik nog weer een kabouterhengel in elkaar moeten prutsen.
Visser op zijn steen, nepkikker ernaast,  kabouter in de hangmat erbij… wat zou het nou leuk zijn als het echte kikkertje kwam kijken!
Alleen nog wat waterplantjes regelen. Vorig jaar had ik een paar leuke, maar die heeft de hond uit het vijvertje gejat om er op het gras uitzinnig blij mee te spelen. Konden de plantjes niet tegen…  

Nu dit kleine stukje klaar is, heb ik misschien toch een beetje moed gekregen om de rest ook weer mooi te maken. We zullen zien. Nou ja, ik eigenlijk. Als het nou maar mooi weer blijft!

(Geen) Stalen zenuwen

Op zo’n Facebookpagina met nostalgische onderwerpen (heerlijk voor zo iemand als ik, ik kan eindeloos genieten van foto’s van dingen uit mijn jeugd) werd de vraag gesteld:
Van welke film werd je bang als kind? 
Direct schoot me niet een film, maar een serie te binnen. Het heette  Dossier Saffier en Staal. Het was een Britse serie  en ik vond het doodeng.
Waarom keek ik dan? Geen idee, misschien omdat ik moest weten hoe het afliep. 

Ik herinner me dat een opgezegd kinderrijmpje ( Ring-a-ring o roses) iets engs veroorzaakte,  en spoken in een oud huis met veel klokken.  Lekker vaag, hè?
Toch staan me nog beelden op het netvlies, geesten van middeleeuwse soldaten die eindeloos de trappen opliepen, ouders die verdwenen waren, stemmen, lichten… brrrr.
Ik krijg nog kippenvel als ik eraan denk. 

Toch ben ik nieuwsgierig, wat dit eigenlijk geweest is. Zoals vaak biedt Google een antwoord.
De serie heette oorspronkelijk Sapphire and Steel en er zijn vier seizoenen van gemaakt.
Alleen de eerste is maar in Nederland uitgezonden, door de Tros en wel in 1980. 

Wat? 1980? Toen was ik niet echt een kind meer, ik was inmiddels achttien. Hoe kan het dan dat ik het toch zo eng vond? Het verklaart trouwens wel dat ik mocht kijken, want als ik werkelijk nog een kind was geweest, had dat vast niet gemogen. 

Zou er nog iets van terug te zien zijn? Streamingsdiensten geven geen resultaat, maar YouTube wel. Ik moet het zien! En wel nu.
Werkelijk met de bibbers in mijn knieën zet ik de eerste aflevering op. 

De kwalteit is als een grijsgedraaide videoband, maar dat voegt wel wat toe aan de nostalgie en de sfeer.
Het intro… ik herken het. Zo ging het, een korte uitleg over onduidelijke identiteiten in de ruimte die er waren om ons te beschermen. Een soort ruimteagenten. En deze keer waren Sapphire en Steel naar de aarde gestuurd.
In een oud huis woonden een vader, moeder, zoon van een jaar of twaalf en dochter van ongeveer 7 jaar. De ouders verdwenen bij het voorlezen van dat kinderrijmpje, iets met een scheur in de tijd. Ik snap er nu ook nog niet veel van, maar wel dat het spannend is.

Ja echt wel, ook al is het nog zo gedateerd en simpel gemaakt. Voor onze huidige begrippen knullige special effects en een traag verloop. Er zijn maar een handjevol acteurs, waaronder Joanna Lumley. Zij is Sapphire. Steel wordt gespeeld door David McCallum, ik ken die kop maar geen idee waarvan, dat moet ik ook nog eens opzoeken. Of toch alleen hiervan, heb ik meer onthouden dan ik dacht?
Ik zit een beetje lacherig te kijken, de aflevering duurt maar een half uur. Bert kijkt ook mee.
De echte angst van vroeger is er niet meer. Ik kan er nu wel doorheen kijken, het decor, de effectjes, de typische jaren ‘80 muziekstijl die het geheel omlijst.
Na die eerste aflevering hebben we geen zin, op dat moment, om nog verder te kijken. Even een herinnering opgehaald en dat is genoeg. 

Stiekem toch niet voor mij. De volgende dag zet ik tijdens koffietijd nog een aflevering op. Ik moet die soldaten nog zien, en wat was er nou toch ook alweer met die moeder… en daarna kijk ik er nog een….. Heel stiekem voel ik weer een bepaalde spanning, angst zelfs. Wat is dat, dat ze met zulke simpele middelen iets maken wat me 44 jaar later nog bang maakt? Ik lach mezelf uit, doe even normaal joh. Maar toch… ik moet nog twee afleveringen zien voordat de serie uit is, maar ik doe het nu niet. Ik blijf er anders teveel mee bezig.
Misschien morgen. 

Ik lig er niet meer wakker van, zoals vroeger. Maar toch snap ik wel waarom ik het zo griezelig vond. En toch wilde kijken.
Eigenlijk heb ik dat nu met Stranger Things. Er zitten dingen in die ik werkelijk doodeng vind. Maar ik vind het een geweldige serie en kijk reikhalzend uit naar seizoen 5.
Is het dan prettig om te griezelen? Blijkbaar wel, tot een bepaalde hoogte. Als ik maar weet dat alles weer goed komt.

Ik lees dat de serie Sapphire and Steel in Groot Brittannië inmiddels een cultstatus heeft. Verdiend denk ik. Als je iemand 44 jaar later met zo’n gedateerde serie, met al z’n knulligheid toch nog spanning kan laten voelen, dan heb je toch wel iets goeds gemaakt.  Misschien ga ik nog eens op zoek naar de DVD box. Als ik het durf.

Wat een bak!

Omdat ik nu al een paar jaar geen gastouder meer ben, heb ik besloten om toch maar mijn bakfiets te verkopen.
Ik heb ontzettend veel plezier van dat ding gehad. De kinderen ook trouwens, het was altijd een feestje in de bak. Zingen, lachen, zwaaien, kneuteren als de regenkap dichtzat…  Zelfs kinderen die helemaal niet bij mij hoorden wilden wel mee als dat zou mogen. 

Nadat Kind aan Huis de deuren sloot heb ik de fiets nog een poosje gebruikt, om boodschappen te doen. Maar ach, het is het gewoon niet meer. Geen zingende en lachende pakken melk en bossen wortelen en ook geen kneuterende zak aardappels onder de regenkap, want als het regende ging ik gewoon niet. Zo gaat dat toch, als je niet perse hoeft doe je het niet.
De hond vertikt het ook om mee te gaan in de bak, dus daar hoefde ik hem ook niet voor te bewaren.
De fiets is echt wel een bakbeest in de schuur, hij staat dus nu gewoon in de weg.

Dus ik heb van de week de fiets netjes schoongemaakt en op de foto gezet, ik wil hem verkopen.
Daarna een advertentie op Marktplaats en op verschillende Facebook Verkoopgroepen geplaatst.
Natuurlijk ging ik eerst kijken wat ik zou kunnen vragen. Op Marktplaats is dat nog niet zo makkelijk, je moet eerst heeeeeeeel ver doorscrollen voordat je een advertentie van een particuliere verkoper treft. Ook als je een zoekopdracht intikt.
Alle ruimte is ingenomen door betalende bedrijven. Zo jammer, daar was Marktplaats toch helemaal niet voor bedoeld. Je (nou ja, ik in ieder geval) haakt toch af als je eindeloze pagina’s moet doorploegen voordat je eindelijk iets vindt waar je wat aan zou kunnen hebben.
Maar goed, mijn advertentie staat erop. Ik heb inmiddels 1 reactie die wel veelbelovend leek, maar waar ineens een complete radiostilte bij is opgetreden. Dus dat wordt ‘m vast niet. 

Zojuist dacht ik: ik kan Marketplace ook nog wel proberen. Dat is ook van Facebook, wie weet bereik ik zo nog iemand.
Eerst snapte ik er niks van omdat ik alleen maar advertenties zag vanuit Parijs en omstreken. Maar dat schijnt de standaard instelling te zijn. Ik zie de logica er niet van in, Facebook weet toch alles van je! Dan zou je verwachten dat je advertenties uit je eigen regio krijgt, maar niet dus.
Ik heb niet de illusie dat er straks een Fransman of Fransvrouw mijn vélo cargo wil kopen om er les petits of une pile de baguettes in te vervoeren en daarvoor helemaal naar Leens komt rijden. Dus het filter aangepast en de advertentie geplaatst.
‘Gefeliciteerd, je advertentie staat nu online’ kreeg ik een blije melding. Vervolgens kan ik hem nergens terug vinden. Jullie?

Ik kreeg wel andere advertenties onder ogen en ik zat te gieren achter mijn laptopje.
Als je iets wil verkopen moet je (uiteraard) aangeven in welke staat je artikel is. Nieuw, z.g.a.n,  in goede staat, etc. Maar kijk dit dan: 

Deze verkoper is wel erg hoopvol.

En toen kwam ik nog een foto tegen waarvan ik ging piepen. Als ik mijn bakfiets niet verkoop, zal ik er dan dit van maken? 


Dat ik er dan niet meer overheen kan kijken als ik op het zadel zit is een detail.
Alleen denk ik dat mijn op zich altijd geduldige echtgenoot hier verschrikkelijk van gaat zuchten. Dus misschien toch maar niet.
Maar!
Je kan er natuurlijk ook zelf mee aan de slag, mensen!  Tiny houses zijn de trend tenslotte.
Je weet me te vinden he, als je snel bent hou ik speciaal voor jou mijn bakfiets vast.

Rozengeur

Het is heerlijk zomerweer. De ochtend is zacht, de vogels zingen. Het belooft een prachtige dag te worden. Misschien wel iets té warm zodat iedereen aan het eind van de middag moe is, een beetje smoezelig, wat sneller geïrriteerd. Maar nu nog niet, het is de mooiste tijd van de dag vind ik. De wilde rozen, die uitbundig bloeien, geuren heerlijk. Ik ben bijna jarig. Over twee weken, dan word ik al acht jaar! Blij loop ik op het schoolplein naar mijn vriendinnetjes. Later deze week mag ik alvast trakteren, op mijn verjaardag hebben we altijd al zomervakantie. Ieder jaar dezelfde zes weken, vakantiespreiding is er nog niet.
De bel is nog niet gegaan, we gaan handstand doen tegen de schoolmuur. Nu zie ik de wilde rozen ondersteboven, en komt de geur nog sterker mijn neus binnen.
De rok van mijn katoenen zomerjurkje zakt over mijn schouders en hoofd en ik ga gauw weer op mijn voeten staan. Mijn vriendinnetje giechelt ‘ik zag je onderbroek’.  Ik lach ook, het maakt ons niet echt uit, bij haar gebeurt precies hetzelfde. De schaduwen maken ons langer dan we zijn, ik zie haar springerige krullen scherp afgetekend naast mijn steile korte haar en ben een héél klein beetje jaloers.
De schoolbel gaat, we moeten in de rij.
Langs de perken met bloeiende wilde rozen marcheren we naar binnen.
Bijna vakantie, zegt de geur. Bijna jarig. 

Vijfenvijftig jaar later is het heerlijk zomerweer. De ochtend is zacht, de vogels zingen. Het belooft een prachtige dag te worden, ik ga maar niet te veel doen vandaag. Vorige week twee dagen intensief in de tuin werken heeft me aardig opgebroken, ik heb flinke rugpijn. De tijd van makkelijk een handstand doen is allang voorbij. Ik ben geen blij kind meer, ik ben inmiddels een oma en niet altijd even blij. Maar toch, ergens diep, zit dat blije kleine meisje er nog en soms komt ze even tevoorschijn. 
Ik loop met mijn hond buiten en geniet van de zomerochtend. De wilde rozen in de gemeentetuin bloeien uitbundig en de geur brengt me terug naar mijn jeugd. Ik ben bijna jarig! Over twee weken, dan word ik drieënzestig. Ik glimlach als ik aan vroeger denk, hoe ik me verheugde op mijn verjaardag, de kriebeltjes in mijn buik. Jarig zijn is nog steeds gezellig, maar de magie van vroeger is er niet meer.
Ik zie mijn schaduw voor mij uit, ze maakt me langer dan ik ben, mijn korte steile haar scherp afgetekend. Ik grinnik. Sommige dingen veranderen niet, al blijft de rok van mijn katoenen zomerjurk tegenwoordig keurig omlaag hangen.
Langs de perken met bloeiende wilde rozen loop ik naar huis.
Bijna vakantie, zegt de geur. Bijna jarig. 

Not Human

Dit was zo’n leuke ochtend! Ik heb iets nieuws gedaan, een interactief verhaal beleefd.
Achter mijn laptop ja, maar echt beleefd, ik zat er namelijk helemaal in. 
Maar ik zal even bij het begin beginnen. 

Op de website Schrijven Online zag ik dit voorbij komen:  

Net weer even wat anders dan een schrijfwedstrijd, maar helemaal in mijn straatje. Dus ik waagde een poging.
Afgelopen dinsdag zat er mail in mijn inbox: 

Hoe leuk is dat! Gisteravond kreeg ik de bewuste code, het was goed dat ik gewaarschuwd was dat het geen spam was, want het was een vreemde, spannende mail.

Omdat ik wist dat dit verhaal eenmalig gelezen/gespeeld kan worden, bewaarde ik het voor vandaag. Ik had een vrije ochtend, dus alle tijd. Het is hier ook weer zwaar bewolkt, dus ik hoefde me ook niet schuldig te voelen dat ik binnen achter de laptop zat. 
Ik had geen idee wat me te wachten stond, alleen dat het verhaalverloop afhankelijk was van mijn keuzes en dat ik zou moeten puzzelen en decoderen om sommige informatie los te krijgen. 

Het spel heeft een Engelse titel, maar het was (gelukkig) helemaal in het Nederlands. Dat gaat me toch veel gemakkelijker af.
Het hele verhaal gaat in chatvorm, je praat met verschillende mensen. Steeds heb je de keuze welk antwoord je geeft en dat heeft invloed op het verloop van het verhaal.
Het is erg mooi gemaakt. Ik kan niet zo goed omschrijven hoe zoiets precies werkt, maar het was direct bij de opening van de site al spannend. 

Om bij bepaalde documenten te komen, of computers te hacken (ja dat was nodig, want ik moest tenslotte achter bepaalde geheimen komen) moest ik verschillende soorten codes kraken en puzzels oplossen. Ik heb nog nooit een Escape-room gedaan, maar ik stel me zo voor dat het vergelijkbaar is. 
Omdat de puzzels nogal verschillend waren, moest ik er eerst achter komen op welke manier ik ze op moest lossen en daarna natuurlijk nog de oplossing zelf uitvogelen.
Gelukkig zat er geen enkele tijdsdruk achter, iets wat voor mij heel belangrijk is wil ik mijn plezier behouden. 

En plezier had ik. Het werd op den duur echt enorm spannend, ik zat er helemaal in. De op zich bescheiden achtergrondmuziek voegde daar veel aan toe, het was alsof ikzelf in een film of serie meedeed.
Aan het begin had ik nog even gepauzeerd om Lenny uit te laten, daarna kon ik echt niet meer stoppen, ik moest de ontknoping bereiken. Dus af en toe een kop koffie maken en door!
Ik begreep steeds beter wat we aan het doen waren en waarom, en na een paar uur zat het er bijna op.
Na het eigenlijke eind van het verhaal kon ik nog een aantal  geheime dossiers proberen te openen. Ook weer door allerlei codes te kraken en juist de allerlaatste was een struikelblok. Die gooide ik dus even in onze gezinsapp, de kinderen dachten hard mee en uiteindelijk kon ik die code ontcijferen en invoeren. Toen begreep ik volledig  wat er in 1985 gebeurd was, letterlijk het laatste puzzelstukje. 

Weer terug in mijn eigen wereld, kijk ik  nog even op het eindscherm.
Een samenvatting van hoe ik het gedaan heb, welke resultaten mijn manier van spelen heeft opgeleverd.
Grappig, ik herken mezelf er goed in, ook al zat ik in een andere wereld:
Zo weinig mogelijk geweld, veel morele keuzes en alle extra puzzels opgelost omdat ik persé wilde weten hoe het zat. 

Nieuwsgierig geworden, omdat het ook wel iets voor jou is?
Het is te bestellen op:   https://nothuman.nl/

Nee hoor, het was geen voorwaarde voor de prijs dat ik promotie of een review zou maken. Maar ik ben gewoon heel enthousiast.  

Kul van Wereldformaat

Vanavond ging ik koken en toen kwam er stoom uit mijn oren. Dan ging er iets fout, zou je zeggen, en dat was ook zo. Alleen niet met het eten. 

Wacht, even terug in de tijd.Twaalf jaar geleden deed ik mee aan een wedstrijd van Knorr Wereldgerechten: Tip de Chef.
Ik zond mijn variatie op Kip Siam in 

en werd met nog met 29 anderen uit ruim 700 mensen gekozen om mijn gerecht klaar te maken voor de Chefkoks van Knorr. Dat was echt een superleuke dag ( zie Knorrig) ook al werd ik niet de uiteindelijke winnaar. 

Het was de bedoeling dat die eerste editie de aftrap was voor een jaarlijks evenement, maar ik heb er verder werkelijk nooit meer iets van vernomen. Ze verzinnen nu zelf variatietips die ze op de verpakking van hun wereldgerechten zetten  En die zijn werkelijk ongeëvenaard.  Kipfilet vervangen door vegetarische kipstuckjes… ik weet niet welke bolleboos daarover nagedacht heeft maar het is briljant. Of: voeg eens een lepeltje sambal toe. Maak me gek, dit had ik in mijn stoutste dromen niet kunnen bedenken. Dit zijn de echte professionals.

Mijn Vis Siam eten we nog steeds af en toe. Het is gemakkelijk voor als je niet erg veel tijd hebt en ook bijvoorbeeld in een vakantiehuisje. Alleen koop ik dan nooit de Knorr editie, maar een huismerk van een supermarkt. Net zo lekker en de helft goedkoper. Het pakket van Knorr is namelijk belachelijk duur.
€ 4,35 voor een zakje met 225 gram rijst, een zakje met 45 gram sauspoeder en dan nog eentje met  30 gram cashewnoten.  Bizarre prijs, ook omdat je natuurlijk zelf nog andere dingen moet kopen om het gerecht compleet te maken. Dus Knorr was uit de gratie wat dat betreft.
Nu kon ik op de een of ander manier al een poosje geen huismerk kopen en waren de Knorr’en in de aanbieding: 2 halen – 1 betalen, dus vooruit, we doen het een keer.


Ik had niet gekeken wat er op het pak stond wat ik zelf moest toevoegen, ik weet het al jaren uit mijn hoofd: witvis en bosuitjes. Zo was het origineel en zo is het lekker.
Oké, dan kom ik nu dus bij die stoom uit mijn oren. Want wat staat er op de (voor mij nieuwe) verpakking in een apart kader, luid en duidelijk?

ONZE BELOFTE:
Met lekker veel groente:
meer dan 200 g p.p. 

En dan op de achterkant:
Zelf toevoegen:
650 g oosterse wokgroente

Ik herhaal:  ZELF , ik herhaal nòg een keer:  ZÈLF 650 gram groente kopen en toevoegen.
En dat is dan HUN BELOFTE? 

Wat is dat voor een waanzin? 


Ergens is op een dag  bij Knorr een marketingpief geweest die zei: ‘Instantpoeder en bewerkte producten raken uit de gratie. We moeten inspelen op de gezondheidstrend. Niet dat we in de praktijk iets veranderen, maar we doen net alsof we dat wel doen. Laten we wat gezonde kreten en betrokken quotes op het pak gooien, zoals ‘lekker veel groente’ en ‘onze missie’ en dat we dingen beloven enzo.’ En iedereen stemde in met deze gedachtenkronkel, dus zo geschiedde.

Ik ga het ook even doen want jongens, ik ben zo betrokken bij jullie welbevinden. Let op:: 

MIJN BELOFTE: 
Lekker veel bewegen, meer dan 1 uur per dag
Zelf kopen: 
Een abonnement op de sportschool


MIJN BELOFTE:
Pure ontspanning, meer dan 2 weken
Zelf boeken en betalen:
Een volledig verzorgde vakantie

MIJN MISSIE:
Lekker veel woorden om de stoom af te blazen die uit mijn oren kwam

591 woorden om precies te zijn.

Heerlijk

De afgelopen tijd was er een van informatie verzamelen, schrijven, schrappen, herschrijven, herschikken, nadenken, wakker liggen, stuiteren, puzzelen, nalezen, bijschrijven, brainwaves krijgen, corrigeren, plezier hebben, piekeren, en uiteindelijk de laatste zin schrijven. Kortom: mijn nieuwe manuscript is klaar! 

Een diepe zucht vanmorgen. Van voldoening, opluchting en trots. Daarna een gevoel van spanning. Wat zal de uitgever ervan vinden, is dit volgens verwachting? 
Ik ga het nog horen, deze week stuur ik het op. Eerst nog een keer weer zorgvuldig nalezen of ik de feedback van de vorige keer voldoende toegepast heb, geen taalfouten heb gemaakt  en of alles klopt in het verhaal. Niks vervelender dan losse eindjes op het eind, vind ik zelf. 

Na alle uren achter de laptop wilde ik naar buiten. Met hondje Lenny naar Lauwersoog. Het is heel geen lekker zomerweer, het is koud en het regent een beetje. Maar wat was het heerlijk vanmiddag! Het gevoel van vrijheid was enorm. Na gedane arbeid was het goed rusten, in zoverre dat ik mijn hoofd rust gunde. 
Geen gepieker meer over hoe een situatie in het verhaal te weven, of persoon X eerst geïntroduceerd moest worden of toch persoon Y, hoe karakters uit te werken zodat ze in een Cozy Detective passen. Het is klaar.
Misschien klinkt dit alsof dat nieuwe boek een enorme opgave is geweest. Maar zo zit het nu net niet, in tegendeel. Het was heerlijk om dingen te bedenken, uit te werken, het verhaal zowel boeiend als luchtig te houden. Een kolfje naar mijn hand, al heb ik nog steeds niet uitgevonden waar dat kolfje voor staat. De kolf van een geweer? Een maiskolf? Een bolle glazen fles die prettig in je hand past? Natuurlijk kan ik het niet laten en ga toch weer op onderzoek uit waar deze uitdrukking vandaan komt. 

Ik citeer:
Verklaring: Deze uitdrukking is ontleend aan het vroeger algemeen voorkomende kolfspel. Bij dit spel moesten de deelnemers de bal door middel van een stok naar een bepaald doel slaan. Met het kolfje bedoelt men de kolfstok waarmee de bal wordt voortgeslagen. (Bron Historieknet) 

Jammer. Ik heb niks met dat soort spellen.  Die zelfverzonnen verklaring van de fles (uiteraard met aangename inhoud) spreekt me meer aan. Ik vraag me ondertussen weer af of dat Kolfspel een voorloper is van het Golfspel. Zal ik eens kijken of…. NEE! Het houdt een keer op hoor. Ik ging naar Lauwersoog tenslotte. 

Ik was er alleen met Lenny. Ongetwijfeld vanwege het miezerige weer. Maar wij beiden hebben genoten.


De wolkenlucht boven het water, de wilde bloemen langs het pad, de frisse geur, het zachte gevoel van de fijne regendruppels, alles maakte het gevoel van vrijheid alleen maar groter.
We hebben er zonder op de tijd te letten net zolang rondgestruind tot we moe waren. Uiteindelijk kwamen we weer bij mijn autootje, mijn eigen omamobiel. Zij zorgt ervoor dat ik er op uit kan, wanneer ik maar wil. Wat een rijkdom, die kleine oude Cuore.
Lenny was ook zo lief, hij bleef de hele tijd in mijn buurt en er is geen onvertogen woord gevallen van mijn kant.
Van zijn kant ook niet trouwens. Dus toen hij de auto weer ingestapt was had hij een koekje verdiend. 


Ik voelde me zo happy deze middag en heb dat gevoel ook mee naar huis genomen. Bij een kop thee zit ik dit nu te typen. 
De regen heb ik buiten gelaten, dat dan weer wel. Er zijn grenzen.