Bakken maar!

Het ruikt hier heel lekker in huis, want ik heb net koekjes gebakken. Ik had al verteld dat ik een nieuw boek en een leuke trommel had gekregen, die moesten vandaag hoognodig ingewijd worden. 

De afgelopen weken heb ik tijdens al die grijze en donkere dagen veel bakprogramma’s gekeken. Bakwedstrijden eigenlijk. Op HBO was er van alles. Een HarryPotter bakwedstrijd waarin fantastische werkstukken werden gemaakt die mijn mond deden openvallen, en waarvan ik het héél zonde vond dat ze aangesneden werden door de jury. Dat was bakken op heel hoog niveau. Echt professioneel niveau, en ik pretendeer niet om dat ooit te bereiken. Wel heel erg leuk om naar te kijken.
Ook was er een wedstrijd met gingerbread bouwsels. De prachtigste dingen werden gemaakt, zo knap! Zelf ben ik letterlijk uren bezig geweest om peperkoekmannetjes te maken voor kerst, en uiteindelijk waren er maar drie min of meer gelukt. De mensen op tv maakten hele huizen, kersttaferelen, haarden met kerstsokken, speelgoedwinkels… zo mooi!
En nu zit ik nog in het laatste seizoen van The Christmas Cookie Challenge, waarbij, de naam zegt het al, lekkere koekjes in kerstthema moeten worden gebakken en zo mooi mogelijk gedecoreerd. 

Ook was in de laatste weken van het oude jaar een seizoen van ons eigen Heel Holland Bakt te zien. Dat is echt gericht op thuisbakkers, maar ook daarvan kan ik niet zeggen: zoals ik. Want daar heb ik eenvoudigweg ook niet genoeg vaardigheden voor. Ik weet niet precies wat een cremeux is of een ganache, welke ingrediënten wel en persé niet samen kunnen, hoe je een taart met fondant bekleedt of hoe je zelf bladerdeeg maakt. Maar stel dat ik dat nou allemaal wèl wist en kon. Ook dan zou ik nooit meedoen, niet aan HHB of aan een koekjeswedstrijd of welke bakwedstrijd dan ook.
Want iedere wedstrijd is het één grote haastklus, dat bakken.  Alles moet klaar binnen een strakbepaalde tijd. De bakkers werken zich een slag in de rondte, rennen heen en weer om spullen te pakken, zijn in paniek als er iets mis gaat omdat ze geen tijd hebben om het te herstellen en staan steevast in de laatste minuut nog gestresst belangrijke dingen te doen.

Ik hou van bakken, maar niet van stress en ook niet van tijdsdruk. Juist het rustig bezig zijn met het afwegen, het mengen, het vormgeven, is zo heerlijk. En bevalt iets me niet, dan begin ik overnieuw of ik neem de tijd om iets te herstellen. Daarom lukt het vaak goed en ben ik tevreden en voldaan daarna. En soms ook een beetje trots. Vanmiddag kon ik in alle rust balletjes deeg draaien die allemaal even groot moesten zijn, het juiste lepeltje zoeken om de goede maat kuiltjes in de balletjes te maken, de jam keurig af meten. Alles in mijn eigen keuken die ik zo gezellig vind, met mijn knusse schort voor waar ‘Hygge’ op staat. De Deense equivalent van het Nederlandse ‘gezelligheid’, een woord wat net zo moeilijk te omschrijven is. Dat schort heb ik in Odense gekocht deze zomer en ik denk als ik het gebruik met heel veel plezier terug aan de fijne vakantie. En dat alles bij elkaar maakt dat ik gewoon aan het genieten ben als ik iets ga bakken.

De bakplaat met amandelkoekjes ging de oven in en een heerlijke geur vulde de keuken. 

Inmiddels zijn ze klaar, afgekoeld, geproefd en volmondig goedgekeurd. Jemig wat zijn ze lekker!  Ik was nog maar net met deze blog begonnen toen Bert thuiskwam en toen hebben we samen heel hyggelig een versgebakken koekje gegeten.
Daar kan toch geen stresserige wedstrijd tegenop! 

Het boek met recepten heet ‘50 x koekjes’ dus er komen vast nog heel veel meer genietmomenten.  (ssst, de blunders laat ik natuurlijk nu buiten beschouwing…)

… jippiejippiejee!

Naar de bouwmarkt gaan voor een stekkerdoos en thuiskomen met een koektrommel en een fazant. Wij kunnen dat. 

Bert heeft vrij tussen Kerst en Nieuwjaar. Na ontzettend gezellige Kerstdagen met de kinderen en kleinkinderen waren we vandaag met z’n tweetjes en dachten: wat zullen we eens gaan doen? Wat een luxe gevoel is dat! Geen dingen die moeten, alleen maar waar we zin in hebben.
Nou kan je je natuurlijk afvragen hoe leuk het is om naar een bouwmarkt te gaan, maar wíj vinden dat leuk. Eenvoudige mensen hoor, tevreden met een uitje naar de Hornbach. 

De stekkerdoos voor in de schuur was snel gevonden en daarna hebben we gewoon nog wat rondgekuierd.
Bij de visjes gekeken en voor de zoveelste keer overlegd of we een aquarium zouden gaan nemen, want het is zo mooi!  En voor eveneens de zoveelste keer de nadelen laten opwegen tegen de voordelen, dus het ging ook deze keer niet door.
Omdat Lenny zo lief is en ook een beetje angstig in deze vuurwerktijd, zochten we wel een hondenspeeltje uit.
Een fazant. Lenny is een Heidewachtel en het geluid van een fazant, zelfs als het alleen maar op tv is, triggert hem altijd enorm. Dat is al generaties lang in zijn ras gefokt. Hij staat dan stokstijf stil met één voorpoot omhoog, ‘voorstaan’ heet dat in jachttermen. Maar wij jagen niet, dus we kochten een pluchen versie voor hem. Met een piepertje erin maar hem kennende wordt dat er vandaag nog uitgesloopt. Het klinkt toch niet zoals een fazant, dus niks aan verloren.

Bij de afdeling ‘home-decoration’ hebben ze zogenaamde vintage blikken voor koek, koffie of wat je er ook maar in wil bewaren. Daar zag ik een koektrommel die fantastisch past bij het boek met koekjesrecepten wat ik voor Kerst kreeg. En onze koektrommel is al zo oud en kaal en hij heeft een deuk en…. voordat ik nog meer redenen kon bedenken om Bert te overtuigen, had hij het blik al in het winkelmandje gelegd. Lief! 

Omdat we dit toch als een uitje beschouwden, wilden we ook wel even koffie drinken in het hoekje dat Hornbach daar speciaal voor heeft ingericht. 
‘Zullen we er een lekker broodje bijnemen?’ vroeg ik hoopvol.
‘Ach, we kunnen thuis ook wel eten,’ antwoordde Bert. Ik drong niet aan, ik had al een koektrommel tenslotte. 
‘Alhoewel, een broodje beenham is wel erg lekker,’ kwam hij op zijn beslissing terug.
Dus zaten we even later met koffie, cappuccino, een broodje beenham en een broodje roomkaas aan een tafeltje met uitzicht op een oliebollenkraam. En vonden we onszelf héél verstandig dat we nu dit gezonde broodje hadden, omdat we anders ongetwijfeld vette oliebollen hadden gekocht! 

Zo’n koffiehoekje is heerlijk om mensen te kijken. 
Twee mannen in bouwvakkerskleding schoven in no-time hun broodjes worst naar binnen en waren alweer vertrokken voordat ik nog maar een kwart van mijn broodje ophad.  Tijd is geld denk ik.
Een vrouw in een met verf bespatte hoodie liep onderweg naar haar tafeltje al van haar broodje te eten én te bellen. Ze  praatte met volle mond in haar telefoon, terwijl ze een spoor van kipreepjes achterliet.  Zonde, ga toch gewoon eerst even zitten mens!
Bij het tafeltje naast ons schoof een stel aan van onze leeftijd, allebei met een zeer opvallende gifgroene bril. Ik dacht serieus eerst dat het van die carnavalsbrillen waren.  Vroeg me ook af of ze zich ‘s morgens na het ontwaken weleens vergisten door elkaars bril op te zetten.  Dit was toch wel ANWB stelletje- Next Level.
Ondertussen liep er een serveerster rond terwijl ze steeds: ‘Bestelling voor Hannie!’ riep.
Net voor ze weer onverrichter zake wilde terugkeren naar de keuken werd Hannie wakker en riep alsnog waar ze zat. Volgende keer een beetje opletten, Hannie.
Het werd nogal druk, mensen zochten naar een plekje, dus wij maakten plaats zodra wij ons eten en drinken ophadden.

Nog even op zoek naar een lampje voor boven het bed, want het huidige doet het alleen als hij zin heeft en dat is de laatste tijd vrijwel nooit. Dan ben je aan het lezen en gaat hij alvast zelf maar uit. Als een soort strenge vader die zegt dat het slaaptijd is en plompverloren het licht uitdoet terwijl je nog midden in een hoofdstuk zit.
We konden het niet zo gauw vinden en ik wilde aan een medewerker vragen waar zo’n lampje lag, ik kon er alleen niet meer opkomen hoe zo’n ding ook alweer heet.
Hulde aan het personeel van Hornbach, dat zelfs uit de cryptische omschrijvingen , gestameld door een vrouw met een fazant en een koekblik in haar mandje, kan opmaken wat ze bedoelt en doelbewust vooruitloopt naar het juiste vak.
Led G9. Dat was het! 

Goed, inmiddels zijn we weer thuis. Ik hoef geloof ik de rest van de dag niet meer te eten omdat het broodje roomkaas veel groter was dan wat ik normaal lunch. Ik ben zeer tevreden want er ligt nog een heerlijke vrije middag gevolgd door nóg 5 vrije dagen voor ons, ik ga in mijn receptenboek kijken met welke koekjes ik het blik als eerste zal gaan vullen, Bert gaat met de nieuwe stekkerdoos bezig en Lenny is helemaal happy met zijn fazant. Derde Kerstdag bevalt prima!
En dan mogen we vanavond ook nog zèlf het lampje boven het bed uitdoen, op onze eigen tijd. Wij zijn bofferds!

Ik ben mezelluf niet of al die jaren nooit geweest

Geen idee wat me overkomt dit jaar met de voorbereidingen voor de feestdagen.
Ik vraag me serieus af wat er met me aan de hand is. Het schier onmogelijke is toch aan het geschieden:  ik heb niets schriftelijk voorbereid.
Ik zal nu even een witruimte invoegen, zodat de mensen die mij kennen, kunnen bekomen van deze schok. 

Gaat het weer?  Dan zal ik weer verder gaan.
Ieder jaar, al zolang ik zelf gasten ontvang, verander ik in een soort regisseur.
Want als ik niet opschrijf wat ik allemaal wil doen, geen lijstjes maak, dan raak ik gestresst. Malend wakker liggen en een steeds korter lontje krijgen, plus een hoog jankgehalte horen daarbij. Niet leuk en niet bevorderlijk voor de feeststemming.
Dus alles op papier zetten (ja, ouderwets papier, geen app) geeft me rust.
Mijn broer plaagde me vroeger goedmoedig met mijn ‘draaiboek’ . 
Het schriftje waarin ik had opgeschreven wanneer ik wat moest voorbereiden, klaarmaken, opzetten, serveren. 
‘Liggen we op schema?’ vroeg hij met een knipoog, als de hapjes op tafel kwamen of het hoofdgerecht uit de oven gehaald werd. 
Van hem kon ik het hebben. Jeetje, wat mis ik hem nog steeds. 

Dit jaar vieren we hier thuis Kerstmis, met de kinderen en kleinkinderen.
Vorig jaar was de jongste kleinzoon nog maar net geboren, toen togen we allemaal voor een brunch naar het huis van mijn dochter en schoonzoon.
Ik had samen met mijn dochter voor het eten gezorgd en ja, daar hoorde ook onvermijdelijk een lijstje bij, ook al vierde ik het niet thuis. 
Twee jaar daarvoor zat ik met mijn vers geopereerde voet in het gips en dicteerde ik mijn lijstjes vanaf een stoel aan mijn zoon en dochter, die in onze keuken het diner bereidden.
Ook weer door mij zorgvuldig, voor de operatie nog, voorbereid met afstreeplijstjes, zodat alles, behalve ik zelf, op rolletjes zou lopen.
Dit klinkt allemaal nogal zakelijk, maar juist door die lijstjes heb ik de ontspanning om te genieten van de gezelligheid!

Dit jaar voelt het ineens anders. Ik weet niet hoe het komt, maar ik heb niet de minste stress. Ik lijk zomaar alles onder controle te hebben, zonder ook maar één enkel afvinklijstje gemaakt te hebben!
Ik weet precies wanneer ik wat wil doen en dat zonder draaiboek. De logeerkamers, de boodschappen, het menu, de baksels, alles zit in mijn hoofd en ik heb er nog geen minuut van wakker gelegen.
Hoe kan dit? Bert zou zeggen; ‘Who’s in the Annelies-suit?’ 
Ik heb geen idee. Maar lekker voelt het wel. Oké, het duurt nog tien dagen voor het kerst is.  Dus wat niet is kan nog komen natuurlijk. 
Nah, hoeft niet eigenlijk. Het bevalt me wel, dit. 

Maar niet overdrijven, dus ik had voor vandaag wel gewoon een boodschappenlijstje gemaakt. En het nog meegenomen ook.
Bij wijze van geheugenspel (ik ben tenslotte in de omroep Max leeftijd) probeerde ik het eerst zonder lijstje, zodat ik vrij ongeordend de winkel doorkruiste. Later zou ik het lijstje nog wel controleren. Toen ik dat uiteindelijk erbij wilde pakken parkeerde ik mijn karretje even bij een kerst-display. Vervolgens sleepte ik een doos met rollen inpakpapier door de winkel omdat er een rol onder mijn winkelwagentje vast zat. Het zal ook eens niet. Zit ik niet met mijn sjaal vast in de deur van de vriezer, of maai ik een hele stelling petflessen om, zodat die allemaal gezellig door het gangpad stuiteren, dan sleep ik wel ongeveer honderd rollen cadeaupapier mee.
Gelukkig, ik ben toch nog wel een beetje mezelf. 

Rijmt het?

Bij het voorbereiden van de wekelijkse woensdagse taalles ( blog) bedacht ik dat het deze keer wel leuk is om er ook iets met ‘rijmen’ in te verwerken.
Het is tenslotte Sinterklaastijd. We hebben het vorige week al over een aantal tradities bij dit feest gehad, zoals de intocht, het schoen zetten en de speciale sinterklaasliedjes. 

Voor dat laatste had ik op YouTube een paar liedjes met tekst opgezocht.

Ten eerste ben ik zelf niet meer zo up -to -date hoe de liedjes nu gezongen worden, ten tweede is het voor de cursisten makkelijker als ze de geschreven tekst zien, als ze de woorden horen.
Tenminste, ‘Trippeltrappeltrippeltrap’ daargelaten. 
Ik probeerde toen al duidelijk te maken dat steeds de laatste woorden van de zinnen op elkaar rijmen, maar de betekenis van het woord ‘rijmen’ werd niet echt begrepen. 
Morgen maar eens wat meer aandacht aan besteden dus. Wie weet kunnen we zelfs wel een Sinterklaasgedichtje gaan maken met elkaar. 

Rijmen valt ook niet mee. Je moet het principe begrijpen, waar het precies om gaat.
Ik deed met de opvangkindjes graag opzegversjes. Het ritme van de zinnen, vaak met bijbehorende handgebaren, alle kindjes vonden dat leuk en deden hun best om de woorden te onthouden. Ik dacht dat de rijmwoorden op het einde wel wat zouden helpen daarbij, maar niet iedereen had het nog door.
Ik stak mijn beide duimen, waar ik gezichtjes opgetekend had, omhoog en leerde ze het versje van Hompeltje en Pompeltje. Op den duur liet ik het laatste woord weg, dan konden de kinderen dat zelf aanvullen. Dacht ik. Want niet iedereen had het begrepen.
‘Hompeltje en Pompeltje, die klommen op een BERG,’ begon ik.
‘Hompeltje was een kabouterman en Pompeltje was een ..?..’
‘Bever’ zei een meisje prompt. Wat is het dan moeilijk om je gezicht in de plooi te houden.

En, als je het uitlegt, moet je dat natuurlijk ook op de goede manier doen.
‘Woorden die bij elkaar horen.’ dekt de lading niet.
Een allerliefst voorbeeld hiervan kreeg ik een paar jaar geleden ook weer van een van mijn opvangkindjes: ‘Annelies, ik kan heel goed rijmen, wil je het horen?’ Uiteraard wilde ik dat. Het jongetje haalde diep adem. ‘Bami…….’ begon hij. Ik was erg benieuwd wat hij daar nou op ging rijmen. ‘Kroepoek!’ eindigde hij triomfantelijk. Ik heb mijn lach kunnen verbijten maar ik vind het nog steeds zo schattig.
‘Woorden die bijna hetzelfde klinken’ is het ook niet.  Want ‘bomen’ en ‘bonen’ klinken bijna hetzelfde, maar rijmen niet. Tenminste niet met eindrijm, laat ik het nog even specificeren voor de taalliefhebbers onder ons. Want om eindrijm gaat het in Sinterklaasgedichten en – versjes. 
Dus ik moet nog even goed nadenken hoe ik kan uitleggen aan anderstaligen wat rijmen is.

Mijn broer kon zo geweldig goed gedichten maken. Als hij met Sinterklaas jouw lootje had getrokken had je het echt getroffen want , dan kon je rekenen op twee of drie A4’tjes vol, met zulke fantastisch lopende zinnen en zo vol humor dat je het vaak niet eens voor elkaar kreeg om het verstaanbaar voor te lezen, omdat je slap was van het lachen.
Maar ook voor feesten en partijen maakte hij de prachtigste gedichten, waarbij bij de voorlezers en de toehoorders de lachtranen over de wangen stroomden. 

Ook mijn vader kon er trouwens wat van. Ik herinner me dat ik op een Sinterklaasavond een sprookjesboek kreeg. Mijn vader had daar, zogenaamd uit naam van Sint, een gedicht voor gemaakt waarbij hij werkelijk alle sprookjes door elkaar gooide en ik op den duur bij het voorlezen alleen nog maar wat gepiep kon uitbrengen. Ik kon niet meer, het was zó hilarisch! 

Mooie herinneringen. Maar morgen moet ik het toch maar wat eenvoudiger aanpakken.
Niveau ‘dak – zak’ , ‘boek- koek’.  Ik kijk er naar uit, ik heb nog steeds zoveel plezier in de les met deze mensen. 
Rijmen en dichten, blije gezichten.  Hopelijk. 

Als afsluiting (hier, niet in de les) mijn vaders favoriete mopje:
Jantje zit in de klas, het is Sinterklaastijd en de meester zegt:  ‘Wie kan er een gedichtje maken?’
Jantje steekt zijn vinger op, krijgt de beurt en zegt: ‘Kurk in je kont.’
‘Hè Jantje,’ zegt de meester. ‘Wat is dat nou weer. Dat rijmt toch niet?’
‘Nee,’ zegt Jantje. ‘Maar het dicht wel.’ 

400

Nee, dit is geen scenario voor een vervolg op de film 300.
Maar wel de 400e blog op Daagse Dingen!


Ik had een leuk idee hiervoor. Dat dacht ik tenminste.  Ik zou uit alle 399 voorgaande blogs één zin halen en daar de 400e van maken.
Het zou uiteraard een raar verhaal worden, maar wel verrassend, soms grappig en in ieder geval origineel.
Dapper begon ik bij mijn eerste blog ‘Muizenissen’ en ging van daaruit naar blog 2, 3 etc.

Tijdens het schrijven had ik wel plezier. Eerst al om alle oude teksten weer terug te zien, maar ook omdat het nieuwe verhaal me deed denken aan hoe mijn nachtelijke dromen meestal zijn: heel  druk en heel bizar. Het vliegt alle kanten op, er zit geen enkele samenhang in en toch is het één droom. Stiekem enorm vermoeiend en dat is toch wel jammer als het doel van slapen is dat je uitrust, maar dat terzijde.

Omdat het nogal een werk is om uit 399 blogs een zin te halen, was ik een poosje geleden al begonnen. Het leek leuk te worden, soms zat ik te grinniken achter mijn laptop.
Maar hoe verder ik kwam, hoe meer de lol eraf ging.
Er kwam namelijk geen eind aan. Ik had al zoveel gedaan, ik was het zat. Even tellen hoeveel ik nog moest.  Nog 247 blogs!!! Grote genade, dit was geen doen. Ik hield het voor gezien.
Leuk bedacht Annelies, maar dat was dan ook alles, want in de praktijk werd het strontvervelend om te lezen. Ik weet zeker dat jullie al lang voor je op de helft was, zouden afhaken. Dan had je het wel gezien en zou schouderophalend wegklikken En daar gaf je ik dan ook nog eens groot gelijk in. 

Dus ik ben gestopt. Na 152 zinnen.
Toch een klein stukje doen dan? Om het idee niet helemaal in de prullenbak te laten belanden? 

Naïef en goed van vertrouwen als ik in eerste instantie was, 
was ik mijn eigen kindertjes niet vergeten.
Mijn vroege jeugdherinneringen.
Op tafel staan bakjes met strijkkralen, zilver, goud en rood, en werkstukjes die nog niet helemaal af zijn.
De zandbak was een showmodel en we mochten ‘m voor 7 euro meenemen.
Jarenlang letterlijk een gat in het dorp.
Maar ik had m’n zinnen op dat artikel gezet.
Want Tim moest zaterdagochtend nog werken, en ik zag mezelf al stressend en bekkend door het huis lopen 
Nee werkelijk, ik kan niks bedenken wat dit kan overtreffen, tjongejonge.
Ik erkende ruiterlijk mijn nederlaag tegenover Bert en vroeg hem of hij zich nu niet heerlijk voldaan voelde na deze succeservaring.
Ik rende snel de winkel in, hij bleef gelukkig buiten. 
Met moed der wanhoop inmiddels wel, want eerdere strijd heeft nooit een echte overwinning mijnerzijds opgeleverd.
De superleuke potten met “bijna koekjes” stonden er allemaal nog, evenals de door mij zo vlijtig gemaakte cake-ijsjes. 
Het was de bedoeling dat mijn mobieltje ook meeging,
zo de voordeur uit,naar buiten.
Daar stond de man van de kennis, met een boodschappenkrat in de handen, met daarin het konijn!
Dus de enige optie was: alles eruit! 
Gezond en vol leven,
schoten me ook nog een paar mooie dingen te binnen uit mijn tijd als kleuterjuf.
“Stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren”,
het resultaat van een ingekapselde splinter. 
Ik ben het daar niet mee eens.
Het enige wat klopt is: de hond uitlaten. 
Ik nam willens en wetens wel risico, ik ben namelijk een echte ster in enkelbanden scheuren, polsen breken en buitenproportionele bulten ontwikkelen na een insectenbeet.
En iedere keer ben ik er toch ook weer verbaasd over.
Nu ik mezelf zo bekijk, moet ik ook iets aan mijn voeten doen
maar daar gaan we het nu verder niet over hebben.

Dit was uit 26 opeenvolgende blogs, van Zo gemeen! (21 aug 2012) t/m Zo moeder, zo dochter (2 nov 2015)
Dat lijkt me wel genoeg om het idee te illustreren. Jullie zitten niet te wachten op nog 15 van zulke stukjes toch?

400 blogs. Over alledaagse gebeurtenissen, bijzonderheden, actualiteiten, blunders, verdriet. Ikzelf, mijn familie, de dieren, mijn werk, de pleegzorg, willekeurige ontmoetingen, alles kwam voorbij.
Een rijk archief,  soms pik ik er gewoon wel eens eentje uit om terug te lezen. 
Na die start in 2011 ben ik nog veel meer gaan schrijven. Verhalen, haiku’s, UKV’s.
Ook is er in de loop der jaren het een en ander gepubliceerd, waar ik onwijs trots op ben.( zie: Publicaties) 
Er komt binnenkort een tweede Cozy Detective uit, ook weer met het speurdersduo De Sabot&Co in de hoofdrol. 

En aankomende vrijdag wordt het een bijzondere en ook wel spannende avond voor mij.
Met een kort verhaal ben ik genomineerd voor de Literatuurprijs Zeist 2024.
Uit 215 inzendingen ben ik, met nog vijf andere schrijvers, uitgelicht voor die nominatie.
Er zijn drie eervolle vermeldingen en een derde, tweede en eerste prijs.
Op een feestelijke avond in het Torenlaantheater in Zeist is de uitreiking.
Natuurlijk ben ik benieuwd wat de uitslag voor mij zal zijn. Maar de nominatie is al zo’n mijlpaal dat ik me sowieso een winnaar voel.
Ik ga mijn verhaal voorlezen voor publiek, iets wat ik nog nooit gedaan heb. 
Duim maar een beetje voor me, dat ik het er goed vanaf breng. 

En daarna? Dan ga ik gewoon blog 401 schrijven. Omdat Daagse Dingen mijn uitlaatklep is en ik enorm trots ben dat mensen mijn blogs willen lezen.
Ga daar dus vooral mee door, alsjeblieft.  Oprecht bedankt!

Geen zonnetje

Het regende onderweg al en toen ik bij de winkel kwam nog steeds. Normaal ga ik tegenwoordig op de fiets boodschappen doen, maar vanmiddag een keertje met de auto. Ik kwam van volksdansen af (ja ook dat doe ik tegenwoordig), dat is in een ander dorp, en dan was het wel zo handig om even door te rijden naar de supermarkt.
Toen ik uitstapte en bezig was mijn capuchon op te zetten zag ik een oude man zich naar de ingang van de winkel haasten. Toen draaide hij zich ineens om en hij draafde in hetzelfde tempo weer terug naar de parkeerplaats.
Loop nou niet zo te rennen man, de stenen zijn glad van de regen en de bladeren, dacht ik vluchtig. Vanwege mijn capuchon zag ik niet zoveel om me heen, maar net voordat ik bij de winkeldeur was, hoorde ik rennende voetstappen gevolgd door een doffe dreun, vlak naast me.
Het was diezelfde oude man en hij lag kermend op de grond.
‘Och meneer!’ zei ik verschrikt. ‘Gaat het? Doe rustig aan, kunt u overeind komen?’
Hij keek me niet aan maar ging wel rechtop zitten. 
‘Ik zag u al rennen, en het slipt zo gemakkelijk over de natte bladeren,’ ging ik verder.
Nu keek hij me wel aan en zei nors: ‘Ik had geen zin in die regen.’
‘Nee maar u heeft vast ook geen zin in een gebroken heup,’ zei ik. Dat was blijkbaar niet de juiste opmerking want hij wierp me een kwaaie blik toe.
Hij liet wel toe dat ik hem ondersteunde toen hij weer ging staan.
‘Gaat het echt wel?’ vroeg ik nog, ik was oprecht bezorgd.
Hij gaf geen antwoord, maar schuifelde boos de winkel in. 

Oké dan, dacht ik. Je hoeft niet gelijk een bos bloemen voor me te kopen, maar iets tegen me zeggen had wel gemogen.Ik ging ook naar binnen en verzamelde de paar boodschappen die ik moest hebben. In achtereenvolgens twee gangpaden kwam ik de man weer tegen, hij keek beide keren nadrukkelijk de andere kant op.
Wat was dit, geneerde hij zich, of was het gewoon zo’n chagrijnige man?
Onvermijdelijk troffen we elkaar bij het afrekenen weer, maar hij maakte demonstratief geen oogcontact.
We liepen beiden naar buiten, het regende nog steeds.
Ik zette nogmaals mijn capuchon op en de man verdween uit mijn gezichtsveld.
Het ging me totaal niks aan, maar toch intrigeerde het me, hoe hij gedaan had.
Waarom reageerde hij zo nors en kwaad?
Ik ben zelf ook nog al eens gevallen en was dan altijd erg blij als er iemand was die me wilde helpen. Hij dus duidelijk niet.
Toch had ik medelijden met hem, ook al zat hij daar niet op te wachten.
Ik hoop dat er, toen hij thuis kwam, iemand was bij wie hij zijn verhaal kwijt kon. Een partner, een kind, een kat of een hond. Iemand die ook andere kanten van hem kent, want die zal hij toch echt wel hebben. Het liefst iemand die hem vertelt dat het niet zo erg is om in de regen te lopen. En dat je best gewoon vriendelijk mag zijn tegen een ander. Misschien kan hij dan wat blijer zijn. 

Ontdaan

Gisterochtend troffen we onze auto zo aan:  

Moedwillig kapot getrapt, puur vandalisme. De daders liggen op het kerkhof. Figuurlijk gesproken dan, al moet ik zeggen dat ik ze wel verwenst heb.
Ik spreek expres in meervoud, want zoiets is geen actie van een eenling. Zo’n dader moet publiek hebben en erkenning. 

We waren niet het enige slachtoffer, elders in het dorp is er gelijksoortige schade aangericht. Ook bij willekeurige mensen.
Ik kan er niet bij. Ik was gister de hele dag van slag. Dat iemand dit gedaan heeft, daarna lachend naar huis gegaan is, lekker naar bed. Er verder geen enkele gedachte meer aan heeft gewijd, behalve hoe cool het was. Misschien zelfs wel gefilmd, wie zal het zeggen.
Dat Bert nu niet naar het werk kon met de auto, dat er overal glas lag, dat de auto ingeregend was, dat wij opdraaien voor de kosten omdat de verzekering het niet dekt, dat kwam in die anderhalve hersencel die de dader heeft niet op. Daar ben ik van overtuigd. Geen enkel benul van de consequenties van deze bizarre actie. 

Maar dit waren alleen nog maar de fysieke gevolgen voor ons.
Mentaal gezien ben ik ook van slag. Hoe kan het dat een volstrekt onbekende het leuk vind om in mijn persoonlijke ruimte te komen om daar iets te vernielen? Kapot maken om het kapot maken. Ik vind dat zó erg! Het voelt onveilig en het maakt me intens verdrietig.
Dat zo’n dader dat niet doet bij de auto van zijn ouders of zijn opa, dat laat zien dat diegene heus wel weet dat het leed berokkent. Ben je dan zo onverschillig dat het je aan je reet zal roesten wat de gevoelens van een onbekende zijn? Geeft anonimiteit dan toestemming om te vernielen en te vertrappen wat voor een ander van waarde is? 

Vandaag was ik weer ontdaan. Ik had gister de politie gebeld. Eerst nog niks opgeruimd, ik dacht, blijkbaar heel naïef, dat er iemand zou komen kijken.
Nee, ik moest online aangifte doen. Nou oké, doe ik dat. Foto’s gemaakt, in de veronderstelling dat ik die bij kon voegen. Niet dus. Puur een formulier invullen.
Vandaag kreeg ik bericht over de voortgang. Er komt geen onderzoek


Dit frustreert me meer dan ik kan zeggen.
Ik snap dat dit geen prioriteit heeft, ik snap dat de politie ook geen overvloed aan personeel heeft. Maar gewoon helemaal niks verder? Niet eens een gesprekje, een vraag om tips, wat dan ook?

Dit voelt voor mij als een vrijbrief voor iedere ellendige etter die het maar in z’n gestoorde kop krijgt om met z’n gore poten de spullen van een ander de vernieling in te trappen en daarna lachend door te fietsen naar het volgende slachtoffer. Er zit toch geen enkele consequentie aan.
Haal het niet in je hoofd om een buitencamera op de straat gericht te hebben want dan schend je de privacy. Maar onze privacy mag blijkbaar ongestraft geschonden worden. 

Ik ben volkomen ontdaan.

Melkpoeder en Bierkaai

Zojuist vulde ik even mijn potje melkpoeder bij. Dat staat boven, voor mijn eerste kopje ochtendkoffie. Ik betrapte me erop dat ik hardop een stom reclameliedje van jaaaaren geleden aan het zingen was: ‘Een lepeltje Completa in je koffíe, maakt je koffie pas compléét, een lepeltje Completa in je kòffie, houdt het pittig en ook lekker heet. ‘t Is handig en ‘t is houdbaar, dus wel bestééd!’ met een prachtige uithaal aan het einde.


En dat is nou precies wat reclame beoogt, missie Completa geslaagd. Destijds in mijn hersens gedrongen om er nooit meer uit te gaan. Ik was even zelf een wandelende reclame voor Completa, ware het niet dat ik alleen in huis was.

Het is niet onbekend natuurlijk, hoe reclame werkt. Sinds er ondernemers en bedrijven zijn, bestaan er al advertenties.
Al word ik er nu helemaal knettergek van. Uit verschillende onderzoeken blijkt dat je gemiddeld vijfduizend advertenties per dag ziet en hoort, al dan niet bewust. Afhankelijk van je bezigheden natuurlijk.
De komst van het internet heeft dat uiteraard enorm laten toenemen. En wat nog meer? Het feit dat we eigenlijk alles gratis willen. 

Vroeger betaalde je kijk- en luistergeld voor TV en radio. Je maakte gebruik van een dienst en daar betaalde je voor. Toen kwamen de commerciële omroepen. Die haalden hun inkomsten uit reclame. Het kijk-en luistergeld werd afgeschaft, we konden voortaan gratis kijken. Want tussen de programma’s door waren reclames en daar kwam het geld vandaan. Een stapje verder ging het, toen tijdens de programma’s een reclameblok kwam.
En nu kan je ongeveer tien minuten naar iets kijken of luisteren, voordat er een minstens zo lang reclameblok komt. Niet te doen. Ik kijk dus ook vrijwel niet naar commerciële tv en luister ook geen radio meer.

Facebook is gratis. Maar daarvoor moet je advertenties voor lief nemen. Snap ik wel, maar de balans is inmiddels ver te zoeken. Naar die twee berichten van je vrienden die op je tijdlijn staan, moet je goed zoeken tussen alle advertenties en ook nog de meldingen: Wil je meer of minder van dit soort advertenties zien? Nou Meta, eigenlijk wil ik helemaal geen advertenties zien, maar ik kies er zelf voor om dit gratis platfom te gebruiken, dus ik probeer dan maar zoveel mogelijk de advertenties te negeren.
Hetzelfde voor YouTube, filmpjes worden uitgebreid ingeleid en soms ook onderbroken door reclame. Tenminste, als je de gratis versie wil gebruiken. 

Ik ben het gaan afwegen, waar ik voor wil betalen en wat ik minder belangrijk vind.
We hebben een betaald abonnement op verschillende streamingdiensten en kunnen films en series zonder irritante onderbrekingen en ongevraagde opdringerige boodschappen zien.
Mijn website, waar je dit op leest, daar betaal ik voor. Als ik de gratis versie gebruik, komen er advertenties tussen de tekst door. Dat is irritant voor de lezer, maar ik heb er zelf ook geen invloed op wat voor advertenties dat dan zijn. Dat vind ik minstens zo belangrijk.
En ook mijn eigen ervaringen met websites hebben aan die beslissing bijgedragen. Ik kan bijna agressief worden als ik iets probeer te lezen en het wordt me onmogelijk gemaakt door het eindeloze doorscrollen, of door dat het beeld steeds verspringt door advertenties, of nog erger: pop-ups die je niet wegkrijgt. Ik klik dan de hele website weg, dan lees ik het maar niet. 
Andere dingen, zoals dus Facebook en YouTube, vind ik minder belangrijk, dan neem ik het maar op de koop toe. Nee, dat is een verkeerde uitdrukking nu, er is helemaal geen koop, daar gaat het nu net om. 

Afgelopen week heb ik uitgezocht hoe we ‘s morgens weer wakker kunnen worden met muziek. De wekkerradio is namelijk ook allang zijn doel voorbij geschoten. Als die om half zeven gaat, worden we wakker met reclame en dat blijft nog wel een minuut of tien doorzeiken, dus dan krijgen we daarna nog welgeteld één plaatje te horen voordat we eruit moeten. En ik heb zo geen zin meer om wakker geblèrd te worden door SOOOOOOcial deals, of de grapjes van BOL.com of de meelevende mevrouw van Ohra of wie dan ook.
We blijken Spotify, (ja, daar betalen we ook voor) te kunnen koppelen aan de wekker. Mooi zo, een veel beter begin van de dag. 
Rustig met een muziekje naar keuze wakker worden, met een kopje koffie en…’een lepeltje Completa in je koffié, maakt je……
Nééééé. Wat er eenmaal in je hoofd zit, kan je niet meer verwijderen. Het enige wat ik kan doen is proberen om mijn hoofd verder te beschermen. 

Gemiddeld vijfduizend advertenties per dag. Ook ongevraagd, je kan ze niet vermijden. Ik loop met de hond en kom in dat heel kleine stukje dorp waar we de wandeling beginnen, al vier dubbele advertentieborden tegen. Van een of andere talentenwebsite die je moet gaan bekijken, eentje van een kunstproject en nog twee met van die hemelsblij kijkende mensen die MoNo rijden.
Dus in principe zou ik vandaag nog vierduizendnegenhonderdzesennegentig advertenties te gaan hebben.
Wij hadden een aantal jaren geleden een peuter in huis die heel vaak zei: ‘Ik wil dat gewoon niet.’ 
Nou kind, ik ben het hierin helemaal met je eens. Ik wil dat gewoon niet.
Maar ik ben bang dat het vechten tegen de bierkaai is.
Laat ik in ieder geval proberen dat getal flink terug te brengen. Zolang ik nog de keuze heb.

What’s this?…

…..What’s this?

Nou, dat is een volwassen vrouw die als een kind zo blij is met haar nieuwe Legodoos. 
Maar het is ook de eerste regel van een liedje uit The Nightmare before Christmas.
En laten die twee dingen nou met elkaar te maken hebben!

Ik heb een paar favoriete films die ik al jaaaaren draai. The Dark Crystal van Jim Henson staat op nummer één.
Op een gedeelde tweede plaats twee films voor de feestdagen: The Muppets Christmas Carol
(ook van Jim Henson) en The Nightmare before Christmas. 
Die moet ik dan ook écht allebei, al sinds ze zijn uitgekomen, respectievelijk in 1992 en 1993, ieder jaar zien.
Het is ook niet aan de orde om ze een keer een jaartje over te slaan, dat kan gewoon niet. 

The Nightmare before Christmas is een stop- motion film, het verhaal is geschreven door Tim Burton en het was voor mij destijds de eerste kennismaking met zijn werk.
Ik was direct verkocht.
Het is zo’n vreemd verhaal, met bizarre karakters, maar ook zoooo leuk!
Niet te vergelijken met welke film dan ook. Ik ben dus fan vanaf het eerste uur en ieder jaar komt de DVD weer tevoorschijn, tussen Halloween en Kerst.


Inmiddels ken ik de teksten uit mijn hoofd, inclusief die van de liedjes van de onvolprezen Danny Elfman en als ik in mijn eentje kijk, praat en zing ik ook hardop mee.
De sporadische keren dat Bert ook meekijkt niet, want dan is dat voor hem best irritant. 

Ik heb jaren geleden een keer een tas van hem gekregen, merchandise van de film.
Toen ik in 2021 uiteindelijk toch nog aan mijn voet geopereerd moest worden en tot mijn schrik hoorde dat die ingreep op 24 december zou gebeuren, wist ik wel welk tasje ik mee zou nemen naar het ziekenhuis. Toepasselijker kon het toch niet?

Ik vond mezelf in ieder geval erg grappig dat ik daarmee aankwam en dat haalde best wat spanning eraf.
Een van de verpleegkundigen kon het ook wel waarderen, ik had een mede-fan getroffen. 

En ja, Lego. Daar ben ik ook een fan van. Al vanaf mijn vroegste kinderjaren. Maar de laatste jaren komen er zulke mooie sets voor volwassenen uit. Ik heb een huis van Sesamstraat, de boom van Winnie the Pooh en het huis van Home Alone. Zulke mooie dingen om te maken en neer te zetten.
Maar Lego is duur, dus ik koop lang niet alles wat ik mooi vind. Het huisje van Sneeuwwitje en het huis uit de film Hocus Pocus waren prachtig, maar die heb ik aan me voorbij laten gaan.
Wel heb ik, toen ik de schrijfwedstrijd Cozy Detective had gewonnen, mijzelf de Lego schrijfmachine cadeau gedaan. Die staat te pronken op het dressoir en heel vaak als ik langsloop moet ik even ‘typen.’ Alleen al voor het geluid!
Maar ik dwaal af.
Lego heeft een enorme internationale schare fans, en iedereen mag ook ideeën inbrengen. Als mede-fan kan je daarop stemmen en bij genoeg stemmen overweegt Lego om er een echte set van te maken.
Twee jaar terug had ik al wild enthousiast gestemd op het Lego- idea van ene meneer Simon Scott. Hij had een prachtige set ontworpen en gebouwd van de Nightmare before Christmas!
Ik was niet de enige die stemde, binnen no-time had hij de benodigde 10.000 stemmen binnen. Lego ging overwegen om de set uit te brengen. Ik hoopte vorige herfst dat het voor Halloween ging gebeuren, maar helaas. Er was een soort radiostilte, het was niet duidelijk of het nog echt ging gebeuren of dat het alsnog afgewezen werd.
Ik bleef via internet de ontwikkelingen volgen. Soms waren er geruchten, soms waren er echte aankondigingen en eindelijk kwam het bericht: In september 2024 kom de set uit!
De designers van Lego maken altijd aanpassingen om het voor productie geschikt te maken, maar de foto’s waren veelbelovend.
Ondertussen kon ik alvast sparen en een paar keer in de rondte roepen dat ik dit toch echt ging kopen. 

De officiële verkoop ging op 6 september van start, maar als “Lego-Insider’ kon ik al op 3 september bestellen. Ik had nog net niet de wekker om 12 uur ‘s nachts gezet, maar ik had al wel voordat ik aangekleed was ‘smorgens mijn bestelling gedaan. Ik wilde geen enkel risico lopen dat ik mis zou grijpen. 
Na een paar dagen werd de doos bezorgd, bij de buren want wij waren juist een weekendje weg. Zal je altijd zien! Maar dat weekend met de kinderen en kleinkinderen was nog veel leuker dan een Lego doos, dus ik had het er graag voor over. 

Vorige week had ik op de een of andere manier heel veel afspraken en niet de rust om ermee te beginnen. Zo’n grote set verdiend aandacht, dat maak ik niet zo even tussendoor. Bovendien had ik nu nog langer voorpret en kon steeds even naar die mooie grote doos kijken die in de kamer stond.
Ik ben echt nooit mijn kinderlijkheid verloren wat dat betreft. En daar schaam ik me ook echt niet voor, integendeel. 

Vandaag ben ik er wel aan begonnen. Zestien papieren zakken met Legosteentjes moeten samen drie scènes uit de film gaan vormen. Drie boekjes met bouwtekeningen loodsen me er stap voor stap doorheen.
Het is best moeilijk eerlijk gezegd.  Ik ben geen ster in 2d vertalen naar 3d, maar ik kom er wel uit. Ook wel prettig om mijn hersens een beetje te laten kraken en dan voldaan te zijn als het lukt.


Ik heb nu de inhoud van drie zakken gebouwd en nu is mijn concentratie op.
Heerlijk nog dertien te gaan! Het zou toch ook zonde zijn als ik, na zolang en zoveel voorpret, het allemaal in een halve dag afhad. Een andere keer weer verder, net zolang tot ik het Townhouse, het huis van Jack Skellington en Spiral Hill klaar heb.
Er zitten zoveel details in dat ik de film zowat na kan spelen.
Of wie weet mijn eigen stop-motion versie kan maken…. 

What’s this? What’s this?
There’s color everywhere
What’s this?
There’s white things in the air
What’s this?
I can’t believe my eyes
I must be dreaming
Wake up, Jack, this isn’t fair
What’s this?

Dagje oppassen

‘Oma, wil je met mij kwartetten?’ Finn van 5 kijkt me verwachtingsvol aan. Oma heeft net haar ogen open, zit dus nog in de nachtpon met een kop koffie maar zegt: ‘Natuurlijk, ga het maar pakken.’
Vandaag mag ik een dagje oppassen. Dochter en schoonzoon kregen het logistiek niet rond, met werk en kinderen, omdat er aan het begin van het studiejaar altijd speciale dingen zijn (ze werken allebei op de HU) en ik kom graag een keertje helpen.
Omdat ik nou niet echt naast de deur woon, ben ik gisteravond al gekomen en daar hoorde dus een nachtje logeren bij.
‘O, moet je niet eerst ontbijten?’ bedenk ik, maar Finn vindt dat het wel ondertussen kan en legt het Paw Patrol kwartetspel klaar. 
‘Mag ik van jou de groene Rubble?’ begint hij. 
‘Nee. Mag ik van jou misschien de grijze Chase?’
‘Ik heb geen grijs.’ Finn schudt zijn hoofd. Zijn vader zegt:’ Eigenlijk moet je dat niet zeggen’ 
‘Hoezo?’ vraagt Finn. Dit woordje zal ik vandaag nog vele, vele keren horen. Het is het nieuwe ‘waarom’.
‘Dan weet ik dat ik verder ook geen grijze dingen moet vragen,’ leg ik uit. 
O ja, dat begrijpt hij. 
Hij is weer aan de beurt. ‘Mag ik de rode Marshall?’ Die heb ik. ‘En de rode Skye?’ Die heb ik ook. ‘En de rode Rubble?’ 
‘Nee zeg, het blijft geen feest,’ zeg ik. Hij giechelt. ‘Jij bent aan de beurt!’
‘Mag ik van jou…ehm….de blauwe Chase?’ probeer ik. 
‘Nee!’ 
‘Nou hoor!, zeg ik op huilerige toon. ‘Ik mag ook nóóit wat!’ 
Daarvan krijgt hij de slappe lach, die zo aanstekelijk is dat ik ook zit te gieren. 
Helaas tikt de klok wel door, het is een gewone schooldag en iedereen moet bijna de deur uit. Ik moet me nog aankleden, wil ik zometeen paraat staan voor Lucas, die 9 maanden is en bij mij thuis blijft. Snel snel spelen we door, wat Finn ook weer hilarisch vindt en uiteindelijk win ik. Maar het is zo gezellig en leuk dat hij dat niet eens erg vindt, ook al is hij nog maar 5. 
Als mama en Finn weg zijn door de voordeur en even later papa door de achterdeur, zie ik Finns schooltas nog op een stoel staan. In alle hilariteit helemaal vergeten.
Dat wordt omslachtig als ik die moet brengen, maar anders heeft Finn geen eten en drinken vanmorgen.
Ik vlieg nog naar de tuinpoort en blèr als een viswijf:  ‘Jááán!’  Die is net op zijn fiets gestapt maar hij komt weer terug, kan de tas nog wel even naar school brengen.
Rust. 


Lucas heeft in zijn stoel al die gezelligheid met glimmende oogjes aangekeken. Het is een heerlijk mannetje, dat veel lacht.
Omdat ik zelf een logistiek probleem had met oppas voor de hond, is die met me meegekomen. En nu gaan we even lekker wandelen. Het wordt een warme dag vandaag heb ik begrepen, daarom gaan we nu alvast wat langer.
Lucas gaat in de wandelwagen, oma zit nog een poos te prutsen en te dubben hoe dat nou toch ook alweer zat met die gespen van het tuig want ik mis wat… tot ik zie dat hij er met zijn luierkontje opzit.
Hij giebelt als ik het ontbrekende stuk onder hem vandaan trekt en ik moet hem gewoon even knuffelen daarom. Dat lokt weer nieuwe giebeltjes uit, zo komen we niet weg natuurlijk. Arme hond.
‘Sorry Lenny, we gaan al,’ sus ik en voeg uiteindelijk daad bij het woord. 
Als ik, met de hond naast de wandelwagen, richting de bosrand loop, denk ik aan vroeger. Ik was een poppenkind en liep vaak met de poppenwagen. Zonder hond, want die mocht ik niet. Mijn ultieme droom was: als ik later groot ben, loop ik achter de kinderwagen met een hond ernaast.’ 
Komt die droom toch nog uit zeg.
We wandelen heerlijk in de schaduw, de ochtend is nog koel. Lucas kijkt zijn oogjes uit en speelt ondertussen met de rammelaar die aan de wagen vast zit. We maken een flinke wandeling en als we weer thuis zijn, is het al tijd voor zijn fruithapje.
Onder dwingende klanken op hoog volume omdat hij NU eten wil, maak ik een schaaltje met banaan en aardbeitjes klaar,
We hebben alle tijd, hij mag zelf het lepeltje pakken en hapjes nemen en er komt verbazend weinig op de grond terecht. 
Er wordt wel flink gegaapt, dus het is tijd voor een slaapje. Als ik hem uit de stoel pak, komt er een enorme walm mee. O jee, oma valt in de prijzen. Kan ik het nog, het is al weer een paar jaar geleden dat ik iedere dag kindertjes verschoonde. Maar blijkbaar is het net als fietsen, je verleert het niet. Automatisch trek ik tevoren al billendoekjes uit het pak zodat er een paar klaar liggen, geef ik Lucas iets in z’n handjes tegen het graaien en neem dan pas de schade op. Die is behoorlijk, maar ik zal niet in details treden. Ik ben tevreden over mezelf dat ik zo geroutineerd gebleven ben, en ook nog steeds niet geef om luchtjes of structuurtjes.
Schoon mannetje gaat in zijn zomerslaapzak, knuffeltje in zijn handjes, speentje, slaapliedje.. op hoop van zegen.
Ik word nog beloond met een glimlach achter de speen, voordat ik de kamer uitloop.
Beneden hoor ik nog wat ‘dadadeda, brrgrr dada’ door de babyfoon en dan is het stil.
Koffie! (en twee manden schone was, want dat kan ik makkelijk even doen, ik was ook altijd heel blij als mijn moeder zulke dingen deed toen mijn kinderen klein waren)

Lucas knoert heerlijk door, het loopt al tegen de tijd dat we naar school moeten. Het is woensdag, om half 1 is Finn vrij. Het is ongeveer een half uur lopen, dus ik wil iets voor 12 de deur uit. Een kwartier voor die tijd hoor ik dat kleine lieve stemmetje weer brabbelen, wat een timing!
En dan komt er nog een droom uit, oma mag haar kleinkind uit school halen!
Toen ik zelf nog voor de klas stond, vond ik het altijd zo schattig als kinderen opgetogen waren als ze door hun oma opgehaald werden. Als het toch eens zo mocht zijn, dat ik zelf ook zo’n feestje mocht meemaken!
Vandaag is het dan zo’n feestje.
Lucas gaat nogmaals in de wandelwagen, nu weet ik hoe het zit met die gespjes. Hij krijgt alvast een soepstengel om op te sabbelen, broodje eten doen we straks met z’n drietjes.
Lenny blijft thuis, het is nu te warm voor hem om een uur te lopen. Voor de zekerheid zet ik Google aan voor de route, dat gedeelte hoorde niet bij die toekomstdroom, maar ik wil niet verdwalen.
Ik zoek zoveel mogelijk de schaduw op, zowel voor Lucas als voor mezelf en we arriveren op tijd op het schoolplein, waar we onder de bomen kunnen wachten.
Grotere kinderen rennen de deur uit, de kleuters komen achter de meester aan. Och wat is mijn grote kleinzoon dan ineens weer klein, als hij een beetje aarzelend om zich heen kijkt. Dan licht zijn gezichtje op en komt hij op me toe, ik krijg een knuffel. Mama heeft zijn fiets in het rek gezet, oma heeft er aan gedacht om zijn fietssleutel en -helm mee te nemen en in een enorme drukte van kinderen van alle leeftijden, vaders, moeders, opvangers, fietsen, bakfietsen, kinderwagens en een stint gaan we op zoek naar de fiets. Ik hoor de vertrouwde geluiden van vroeger: ‘ Mama mag ik spelen met..,  Papa gaan we naar het zwembad.. Juf gaan we buiten eten? Oma, hier staat mijn fiets.’ Dat laatste is voor mij bedoeld, ik maak het hangslot open en bewonder de grotere fiets die hij nu heeft en die ik nog niet gezien had.
Voor mij uit fietst hij over de stoep, en wijst de weg naar huis, veel leuker dan Google.
Ik kijk naar dat smalle rugje, de trappende blote beentjes in sandalen van deze lieve kleuter. Daarna naar de baby in de wagen, wat ben ik ontzettend rijk. 

Thuis eten we binnen, in de tuin is het echt te warm. Oma smeert bolletjes en voor de kleinste twee boterhammetjes.
Finn is het eerste klaar en mag van tafel.
‘Mag ik een filmpje kijken?’
‘Dat weet ik niet hoor, of dat van mama mag.’ 
‘Maar mama is er toch niet?’
Slimmerik. Ik weet hoe mama over tv kijken denkt en zeg: ‘Als mama thuis is zullen we het vragen. Maar niet de eerste seconde dat ze een voet over de drempel heeft!’ Ik ken hem al langer dan vandaag. 
‘Ik weet niet wat ik moet doen!’ zucht hij.  Ik noem een paar dingen op maar natuurlijk is alles: ‘Nee, daar heb ik geen zin in.’ 
‘Weet je wat mijn moeder dan zei?’ zeg ik uiteindelijk. ‘Ga dan maar met je grote teen spelen.’ 
Dat vindt hij enorm grappig. ‘Zei ze dat echt?’
‘Ja hoor. Dan zei ik ‘Mam, ik weet niet wat ik moet doen.’ 
Hij neemt de proef op de som.
‘Oma, ik weet niet wat ik moet doen’
‘Ga maar met je grote teen spelen’
Weer een lachbui. Nog een keer of 10 wordt dit herhaald, tot hij helemaal slap van het lachen op de grond ligt.
Ondertussen eet Lucas met kleine smakgeluidjes zijn stukjes brood. Waarom is dat van een baby schattig en zeg je tegen een groot kind of volwassene: O alsjeblieft smak niet zo! 

De tijd gaat snel, mama appt alweer dat ze eraan komt.
‘Hoezo?’ vraagt Finn.
‘Omdat ze klaar is met wat ze vandaag moest doen.’ 
‘Hoezo?’
Ik leg nog wat meer uit maar overal komt ‘Hoezo?’ op zodat ik maar gewoon stop.
Ik wist niet dat er na de waaromfase nog een tweede fase kwam. Weer wat geleerd. 
Als mama komt is het gezellig, zelf vind ik het ook erg leuk om nog een poosje samen met mijn dochter te zijn voordat ik weer naar huis ga. 
Zoals beloofd vraag ik haar over het tv kijken, mama zegt ‘Eén filmpje’ en houdt voet bij stuk als Finn daarna bedelt om nog meer.
Als Lucas nog een dutje heeft gedaan, gaan we nog even met z’n vieren naar de kinderboerderij in de wijk. Ja, het is nog steeds warm, maar de hele tijd binnen zitten is ook niet ideaal. Even er lekker op uit is beter, dan smaakt het waterijsje bij thuiskomst des te lekkerder.
Lucas heeft iets te kort geslapen, aan het eind van de middag, als mama gaat koken, is hij het zat. 
‘Zal ik hem even in de draagzak nemen?’ stel ik voor. 
Dat is een goed plan, ik moet wel geholpen worden, want om dat ingewikkelde ding dicht te gespen met banden kruiselings over je schouders, nek, middel, weet ik veel waaromheen allemaal en dan ook nog met een kind voor je buik, moet je wat mij betreft zowel wiskunde als anatomie gestudeerd hebben. Maar mijn dochter heeft dat blijkbaar want binnen no-time hangt Lucas heerlijk bij me en begint direct tevreden geluidjes te maken.
‘Niet te zwaar?’ informeert zijn moeder.
‘Nee kind, ik geniet nog even zolang dit nog kan!’ zeg ik en ik meen het uit de grond van mijn hart. Het cliché dat kindjes zo gauw groot worden is namelijk waar. Dat ik nu dit kleine lijfje tegen me aan heb en een kus kan geven op die zachte haartjes op zijn bolletje, is zo heerlijk, nu kan het nog. 

We eten op tijd en daarna ga ik direct naar huis. Ik moet nog ruim twee uur rijden en ook al is het overdag hoogzomer, ‘s avonds is het al weer aardig vroeg donker en ik ben enorm nachtblind.
Wat een heerlijke dag was dat zo, ik ben op en top de oma waar ik vroeger van gedroomd had.