Het regende onderweg al en toen ik bij de winkel kwam nog steeds. Normaal ga ik tegenwoordig op de fiets boodschappen doen, maar vanmiddag een keertje met de auto. Ik kwam van volksdansen af (ja ook dat doe ik tegenwoordig), dat is in een ander dorp, en dan was het wel zo handig om even door te rijden naar de supermarkt.
Toen ik uitstapte en bezig was mijn capuchon op te zetten zag ik een oude man zich naar de ingang van de winkel haasten. Toen draaide hij zich ineens om en hij draafde in hetzelfde tempo weer terug naar de parkeerplaats.
Loop nou niet zo te rennen man, de stenen zijn glad van de regen en de bladeren, dacht ik vluchtig. Vanwege mijn capuchon zag ik niet zoveel om me heen, maar net voordat ik bij de winkeldeur was, hoorde ik rennende voetstappen gevolgd door een doffe dreun, vlak naast me.
Het was diezelfde oude man en hij lag kermend op de grond.
‘Och meneer!’ zei ik verschrikt. ‘Gaat het? Doe rustig aan, kunt u overeind komen?’
Hij keek me niet aan maar ging wel rechtop zitten.
‘Ik zag u al rennen, en het slipt zo gemakkelijk over de natte bladeren,’ ging ik verder.
Nu keek hij me wel aan en zei nors: ‘Ik had geen zin in die regen.’
‘Nee maar u heeft vast ook geen zin in een gebroken heup,’ zei ik. Dat was blijkbaar niet de juiste opmerking want hij wierp me een kwaaie blik toe.
Hij liet wel toe dat ik hem ondersteunde toen hij weer ging staan.
‘Gaat het echt wel?’ vroeg ik nog, ik was oprecht bezorgd.
Hij gaf geen antwoord, maar schuifelde boos de winkel in.
Oké dan, dacht ik. Je hoeft niet gelijk een bos bloemen voor me te kopen, maar iets tegen me zeggen had wel gemogen.Ik ging ook naar binnen en verzamelde de paar boodschappen die ik moest hebben. In achtereenvolgens twee gangpaden kwam ik de man weer tegen, hij keek beide keren nadrukkelijk de andere kant op.
Wat was dit, geneerde hij zich, of was het gewoon zo’n chagrijnige man?
Onvermijdelijk troffen we elkaar bij het afrekenen weer, maar hij maakte demonstratief geen oogcontact.
We liepen beiden naar buiten, het regende nog steeds.
Ik zette nogmaals mijn capuchon op en de man verdween uit mijn gezichtsveld.
Het ging me totaal niks aan, maar toch intrigeerde het me, hoe hij gedaan had.
Waarom reageerde hij zo nors en kwaad?
Ik ben zelf ook nog al eens gevallen en was dan altijd erg blij als er iemand was die me wilde helpen. Hij dus duidelijk niet.
Toch had ik medelijden met hem, ook al zat hij daar niet op te wachten.
Ik hoop dat er, toen hij thuis kwam, iemand was bij wie hij zijn verhaal kwijt kon. Een partner, een kind, een kat of een hond. Iemand die ook andere kanten van hem kent, want die zal hij toch echt wel hebben. Het liefst iemand die hem vertelt dat het niet zo erg is om in de regen te lopen. En dat je best gewoon vriendelijk mag zijn tegen een ander. Misschien kan hij dan wat blijer zijn.
