Achter het stuur

Ja hallo, ik heb voorrang hoor! Ik kom van rechts. De Wierde is geen voorrangsweg. Goed zo. O ja, nog steeds geen passend stekkertje gekocht dat ik ook met mijn telefoon Spotify kan luisteren in de auto. Oef, dat is ook zo, het rempedaal van de Punto is veel gevoeliger dan die van de Omamobiel.
Radio aan dan maar. Jeetje, waarom staat Radio Noord er nou weer op. Wat is er verder nog? Nee dat is ook geen gehoor, al dat gekraak en gestoor. Of alleen maar piepmeisjes zoals Bert het uitdrukt.  Nou, Noord dan maar,op hoop van zegen. Jongens, waarom moeten jullie altijd mensen bellen? Ik wou wel muziek. O, het is alweer reclame. En het nieuws heb ik ook echt geen zin in, uit die radio. Straks in de herkansing.
Laat ik er nou even om denken dat de Punto het bij een rotonde niet trekt om in z’n drie de bocht te draaien. Terug naar z’n twee. Had ik nou begrepen dat je bij een elektrische auto niet hoeft te schakelen? Dat zou ontzettend wennen zijn denk ik. Hoelang heb ik mijn rijbewijs? Even zien, ik was 19.. en altijd alleen maar in schakelauto’s gereden. Nou ja, ik merk het te zijner tijd vanzelf. Volgens mij ga ik dan de hele tijd met mijn rechterhand graaien en met mijn linkervoet zoeken. Voetzoeker. Ik hoop echt dat het vuurwerkverbod doorgaat.
Red ik het nog door groen? Nee, het is al oranje. Nou ja, ik sta niet op tijd. En daar gaan we weer. O ja, de radio. Jeej muziek. Zal wel even zien hoe lang. En ik ben alweer op de ring, het gaat best vlot. Wat een hoop witte nummerborden. Duutsers, zeggen veel mensen hier. Deutsche Leute. Allemaal hierheen met de Paschen.   Doitshe Loite, mit de Shoite naar Boite. Herman Berkien, ik hoor het hem nog zeggen. Waar is hij eigenlijk gebleven? In de jaren ‘80 was hij zo leuk. Nu hoor je nooit meer iets van of over hem. Thuis eens opzoeken, wat er van hem geworden is.
Europapark. Jeetje, alweer bijna een jaar geleden dat TikTok Tammo daar Joost Klein mee persifleerde. Wat een gedoetje was dat met het songfestival. Ook nooit meer iets van vernomen. Ik had vorig jaar geen zin meer om te kijken, weet eigenlijk niet hoe het dit jaar is. Goeie genade, is het nodig meneer de vrachtwagenchauffeur, om zo te scheuren? Ik schrik me naar. Volgens mij is het nog steeds 80 hier hoor. Je wilt zeker graag naar huis voor de Paasdagen. Snap ik ook wel weer.
Yes, we mogen 100. Waar was dat, dat we nu 130 mogen? Hier in ieder geval niet. Ach, ik hoef maar zo’n kort stukje snelweg, hier moet ik er alweer af. Ho, wie toetert daar! Nee joh, dat  is op de reclame. Alweer reclame dus, radio uit. Klaar mee.
Mooi hier. Kijk die blije hond! Ik zou het nooit durven met Lenny, om die los te laten in de buurt van een autoweg.
Het lijkt nog niet zo op te klaren. Maar ik klaag niet, we hebben al zoveel zon gehad in het voorjaar. Dat was vorig jaar wel anders. Toen hadden we…Meneer, letten we even op? O het is een mevrouw. Ja goed, een beetje meer afstand zou prettig zijn.
Wat bloeien de bomen hier prachtig. Krentenbomen denk ik. Die hadden we vroeger ook op de hei. Laat ik nou even opletten dat ik er eerder af moet dan vroeger. Na deze afslag geloof ik? Ja, klopt. Jeetje Punto, sputter niet zo. Ik kan er ook niks aan doen dat er een paar rotondes na elkaar komen en ik wel eens vergeet dat je dat niet wil in de derde. Dramaqueen.
Geel bord, wat staat er op? Schoolpad afgesloten. Ach toch. Geen idee waar en waarom, maar ik hoef er toch niet langs.  O kijk, ik ben al bij Argos. Daar is de benzine een stuk goedkoper dan bij anderen. Had ik nooit eerder van gehoord, trouwens, Argos.
Nog een paar rotondes. Ja stil maar, ik schakel al terug.
Ik ben er bijna.  Pas op katje! Ik moet er toch niet aan denken om die onder de auto te krijgen. Hij lijkt trouwens sprekend op Loki. Dat kan niet waar zijn, die is veilig thuis. Toch?
Zo. Gearriveerd. Mooi zo, want ik moet plassen.
Hoi Loki! Zie je wel, je was echt wel gewoon thuis. Je hebt een dubbelgangertje in de buurt wist je dat?
Natuurlijk zeg je niks terug.
Dan blijf ik gewoon lekker in mezelf praten. 🙂

Ochtendwandeling

De vroege ochtend is lichtgrijs
krijgt kleur als de zon hoger komt
Muziek van Brian Eno in mijn oren,
zacht, zodat het de vogels niet overstemd
De cadans van mijn stappen
en van die van mijn hond
maken ons een vertrouwd team
al bijna elf jaar samen
In de weide, die gister nog leeg was
staan achterin een paar jonge koeien
ze heffen hun koppen als ze ons ontwaren
en komen naar ons toe gedraafd
ik blijf staan om tegen ze te praten
hun adem maakt warme wolkjes stoom
hun prachtige ogen blijven me aankijken
het is alsof ze me verstaan
De hond stopt zijn neus in een grote pol
uitbundig bloeiende narcissen
en de vogels blijven zingen
Als we uiteindelijk verder gaan
kijken de koeien ons na
Ik ben rijker dan de rijkste miljardair

Boekpresentatie!

Het was een feestje, het was een feestje, lalalalala (melodietje mag je zelf bedenken)
Ik ben echt zó in het zonnetje gezet!
De mensen van The Readshop hadden een tafeltje neergezet, en de affiche van de boekpresentatie ingelijst daarop gezet. Daar zou ik strakjes kunnen signeren.
Er kwamen belangstellenden, ik kreeg van de mensen van de uitgeverij mijn boek overhandigd en ik heb een woordje gedaan. In de vorige blog staat al iets over mijn struggles met het (niet) printen, maar ik had mijn  aantekeningen mee en gaf ongeveer de volgende presentatie:

Zoals je ziet heb ik een ouderwets handgeschreven papier mee. Dat is niet de manier waarop ik schrijf, ik werk altijd op de laptop. Ik typ veel sneller dan ik schrijf en kan makkelijker veranderingen of correcties aanbrengen. Maar de techniek liet me gister in de steek, ik kreeg mijn stukje niet uitgeprint, dus dan maar op de ouderwetse manier. Nou had ik toch al een beetje de : ‘Ik hou mijn spreekbeurt over..’ vibe dus dat past prima.
Dit is mijn nieuwe boek! Het voelt alsof ik een Oscar heb gewonnen en daarom begin ik met een bedankje. Natuurlijk voor jullie allemaal, die hiervoor gekomen zijn. Ik had werkelijk geen idee wat ik moest verwachten, maar ik vind het geweldig!
Hartelijk dank aan de mensen van The Readshop hier, dat ze dit mogelijk maakten. En een dikke dank je wel aan Wessel en Miranda van 18.02 Publishing.
Het is voor een onbekende auteur heel moeilijk om ingang te vinden bij een uitgeverij. Zij hebben me deze kans gegeven!
Twee jaar terug gaven ze mijn eerste boek uit: De Sabot & Co- De dood in het vizier.
Met dit boek had ik de manuscriptenwedstrijd ‘schrijf een Cozy Detective’ gewonnen. Dat was natuurlijk fantastisch. Dat mijn werk als beste werd gekozen, was echt een juichmoment. Maar dat daarna het boek ook echt werd uitgegeven, fysiek en als e-book, dat mensen het dus gingen lezen… niet alleen mensen in mijn eigen kring maar ook onbekenden…Zo’n bijzonder gevoel! Spannend ook, iedereen gaat er iets van vinden immers.
En dan nu mijn tweede boek.

Het is een zelfstandig te lezen vervolg. Alleen de hoofdpersonen zijn dezelfde: Maartje van de Hoef, zij is begin 50 en schrijft al jaren historische fictie onder het pseudoniem Madeleine de Sabot. En haar jonge nichtje Nina Tervure, die ook haar secretaresse is. Samen vormen zij ‘De Sabot & Co’, een duo amateurspeurders in een echte Cozy Detective. 


Cozy betekent zoveel als knus, gemoedelijk. Maar je kan je natuurlijk afvragen: wat is er knus aan een moord? Nou, niks natuurlijk. Maar in een Cozy Detective zul je geen gruwelijke beschrijvingen aantreffen, geen duistere, beklemmende scènes, geen getroebleerde inspecteurs die een diep persoonlijk trauma moeten verwerken tijdens het oplossen van een geruchtmakende zaak. Het is allemaal wat gemoedelijker, in een mooie omgeving, met amateurspeurders en verder allerlei gewone mensen. Toegankelijk, ontspannend om te lezen, en uitnodigend om mee te puzzelen. Er zijn drie vragen die beantwoord moeten worden:  Wie heeft het gedaan? Hoe? Waarom? En dan in willekeurige volgorde.
Het genre is niet nieuw, maar wel nog steeds heel populair. 


100 jaar geleden creëerde Agatha Christie het personage Miss Marple. En zij is toch wel echt de koningin van de Cozy Detective. Een lief oud dametje, dat in een knusse cottage in een gezellig Engels dorpje woont, altijd aan het breien. Maar ze heeft een scherpe geest, een goed observatievermogen, oog voor details en oor voor roddels en geruchten. Zo komt zij allerlei dingen te weten die de politie ontgaan en lost zij de ene misdaad na de andere op. Agatha Christie schreef die verhalen  in de eerste helft van de vorige eeuw. Mijn Maartje en Nina leven in deze tijd. Maar ze zijn net zo gedreven om een mysterie op te lossen, en doen dat op hun eigen manier.
In het eerste boek kwamen ze bij toeval in een mysterie verzeild, toen ze in Schotland, in een oud kasteel, een lijk aantroffen.  De Sabot&Co was geboren.
In het nieuwe boek ‘Er was eens een moord,’ reizen Maartje en Nina naar Duitsland, en ook daar krijgt De Sabot & Co een kans om in actie te komen. 

Mensen vragen me wel hoe ik op ideeën kom. Dat vind ik altijd wat lastig, die ideeën verschijnen gewoon. Toen ik erover nadacht omdat ik hier vandaag ook iets over wilde zeggen, dacht ik: misschien kan ik het nog het best vergelijken met hoe ik een weekmenu maak. Ik gebruik een aantal basisingrediënten, om goede en gezonde maaltijden te maken.
Maar verder zie ik wel. Wat heb ik in huis, wat ligt er nog in de koelkast? Is er iets in de aanbieding in de winkel? Oeh, ik krijg ik een recept onder ogen wat me nieuwsgierig maakt, daar moet ik mee aan de gang. Heb ik nog restjes in de vriezer liggen misschien? O kijk, ik krijg zomaar een doos groente via een klant van mijn man, die kan ik goed gebruiken.
Zo gaat het ook met schrijven. De basisingrediënten voor een Cozy Detective liggen vast. Maar alles wat daarbij komt om het een goed verhaal te maken, nog niet. Die ideeën komen van alle kanten. Uit de vriezer van mijn herinneringen, uit mijn koelkast met dingen die nog vers genoeg zijn, uit ‘ergens’ waar ik nieuwe dingen meemaak. Dingen die ik lees, zie, hoor. Letterlijk twee dagen geleden vertelde iemand me bijvoorbeeld dat zij, toen ze als verpleegkundige in een ziekenhuis werkte, op een dag door een verwarde patiënt werd aangevallen met een ijzerzaag! Zoiets kan ik niet verzinnen, maar een verhaal als dit sla ik wel op in mijn geheugen. En wie weet kan ik daar ooit nog eens iets van gebruiken. 

Maar eerst nu dit boek: Er was eens… een moord! Maartje en Nina gaan dus deze keer naar Blauburg, en welk raadsel zullen ze daar willen oplossen?  Deze mooie cover, credits voor Wessel van 18.02 Publishing, maakt wel nieuwsgierig, toch? Wat heeft dat grote beest te maken met het mysterie?  Uiteraard ga ik niks verklappen.
Ga het maar lekker lezen, ik wens je ontzettend veel plezier! 

Daarna mocht ik boeken gaan signeren en op verzoek er iets persoonlijks inschrijven. Aan dat tafeltje, ik voelde me een pro! Ook werd ik nog verwend met bloemen en cadeautjes, zo lief.
Zoals ik als zei: het was een feestje! De hele dag loop ik nog op wolkjes.  Deze bijzondere ervaring vergeet ik nooit meer.

De wonderen der techniek

Door deze titel moet ik echt even aan Chriet Titulaer denken. En het ook even op zijn manier uitspreken, met een licht hese stem, een ronde ‘w’ die klinkt als een ‘whoa’ en een zachte ‘g’ .
In ieder geval: de wonderen der techniek lieten mij vanmiddag jammerlijk in de steek.

Ik ging naar de bibliotheek om mijn ‘praatje’ voor morgen uit te printen. Als mijn nieuwe boek gelanceerd dan wel gepresenteerd wordt, en daar mensen voor komen, vind ik dat ik wel even wat moet zeggen.
Deze week had ik in mijn hoofd al wat samengesteld, vanmorgen heb ik het uitgetypt en vanmiddag zou ik het printen.
De bibliotheek heeft een fancy apparaat waarmee je kan kopiëren, scannen en printen. En dat laatste zou ik even doen.
Nou, laat gerust dat ‘even’ buiten beschouwing. Zelfs dat ‘doen’ is uiteindelijk niet gelukt.

Eigenlijk is het heel eenvoudig. Op het keuzescherm tik je ‘printen’ aan, daarna op het icoontje van een mobieltje en dan wijst het zich vanzelf. Je scant een QR code, upload vervolgens het gewenste document en daarna kan je de printopdracht geven en betalen.
Ik had netjes mijn document op mijn telefoon gezet, doorliep de eerste stappen. Einde.
Na het uploaden verscheen de QR code weer. En nog eens. En nog eens. En…. nou ja, je snapt het wel.

Ik vroeg hulp aan een medewerker. Die snapte het ook niet, ik kon het misschien beter via de computer doen.
Nou oké, het proberen waard. Ik mailde mezelf het bestand, en op de computer wilde ik inloggen op Gmail.
Hohoho, dat gaat zomaar niet. Ben jij het wel echt? Open de Youtube app en tik op ’18’
Ik opende braaf de Youtube app. Nergens stond een 18.
Dan maar hopen dat ik het goede wachtwoord nog wist.
Victorie, ik kwam in mijn eigen mailbox. Opende het mailtje wat ik aan mezelf gestuurd had, inclusief het bestandje als bijlage. Bijlage opende niet.
‘Dan moet u hem downloaden’ , zei de medewerker. ‘Oké, maar dit is een openbare computer dus hij moet er strakjes dan ook direct weer af, ‘ zei ik. Dat was hij met me eens, dus daar zou hij voor zorgen.

Bestandje gedownload. Opende niet. Ondertussen voelde ik de welbekende frustratie opborrelen. Wat. Een. Gezeik.
Er kwam nog iemand anders bij. Ik moest het bestand maar converteren naar PDF, dan zou de printer het wel pakken.
Hoe maak ik een PDF op mijn telefoon? Met een app. App gedownload. Gebruik: € 10 per maand. Echt niet, hup de app weer verwijderd.
Iedereen hartelijk bedankt, ik ga het wel oldskool uitschrijven, ik had toch al een beetje de spreekbeurt -vibe. Haal nog wel even mijn document van de computer, oké? En dat deed meneer heel netjes.

Daarna moest ik nog even boodschappen doen, ik had ook lege flessen in te leveren.
Nog voor dat ik de eerste fles in de automaat deed, ik hief dus alleen mijn arm nog maar op, gingen er allerlei toeters en bellen af en knipperde er een alarmscherm dat ik moest bellen voor een medewerker.
Ho nou, rustig maar, ik bel al. Een blikkerige, tevoren opgenomen stem vertelde dat er een medewerker onderweg was. Ondertussen schoven steeds meer mensen met winkelwagentjes vol lege flessen aan.
De baas zelf kwam eraan, hij verdween naar achter, en na een poosje verscheen ‘voer uw fles in’
Ik deed dat, maar na de tweede verscheen spontaan ‘Neem uw bon uit, dank u, tot de volgende keer.’ En vervolgens weer de toeters en bellen. Baas verscheen weer, rommelde wat, ik kon weer een fles invoeren. Direct een bon van € 0,10 zonder dat ik ergens op gedrukt had, en de inmiddels bekende toeters en bellen.
Dit gebeuren herhaalde zich nog een paar maal, ik kon nu zo’n beetje naast mijn nieuwe boek er nog eentje van emballage-bonnetjes gaan presenteren.
De file achter mij werd steeds langer, maar daar kon ik ook niks aan doen. UIteindelijk zei de baas dat ik misschien beter eerst boodschappen kon gaan doen. Ik was het met hem eens. Hier schoot ik niks mee op, de overige flessen nam ik wel weer mee. Ik had ook geen zin om straks nog terug te komen, had al zoveel tijd verspild.
Wat de rest van de file ging doen maakte me niet uit. Ik deed mijn boodschappen en hoopte dat de zelfscanner wel zou doen wat ie moest doen. Gelukkig.
Bijna een uur later dan gepland kwam ik weer thuis, met dorst en een lichte hoofdpijn. Maar ook met een nieuw schrijfblok en een goede pen, om zometeen mijn presentatie uit te schrijven.

En nu ben ik echt zo benieuwd of mijn kompgjoeteg (stem van Chriet )deze blog wil plaatsen! Of zou er een soort vloek rusten op de techniek waarmee ik vandaag in aanraking kom?

Kliko

Er zat een scheur in de groene container. Ja, wij maken wat mee hè, living on the edge!
Maar ik moet ergens mijn verhaaltje beginnen. Dus: Er zat een scheur in de groene container.
Het is erg gemakkelijk om een andere aan te vragen. Wil je een extra, dan kost het ook extra, maar moet hij vervangen worden, dan is dat gratis.
Na de online aanvraag kregen we bericht: de volgende donderdag zou de nieuwe gebracht en de oude opgehaald worden. Die moest dan wel leeg zijn.
Dat vonden wij wel logisch. Alleen zat er al GFT rommel in en kwam de vuilniswagen niet meer voor de omruildatum.
De avond voor die bewuste donderdag kieperde Bert de container om, op een stuk stevig oud papier, dan konden we dat de volgende dag weer direct in de nieuwe doen.
Wat vonden wij onszelf slim.
Maar je moet jezelf nooit overschatten. Voordat we in de gaten hadden dat onze hond, die voor het naar bed gaan altijd nog even een plas mag doen buiten, wel erg lang wegbleef, had die al heerlijk zitten wroeten en vreten in het afval. Als ik daarbij nog vermeld dat zijn darmen een aantal dingen echt niet verdragen, weet je wel genoeg en hoef ik niet in details te treden. Of wil je toch wel graag weten dat hij ons daarna twee keer uit onze slaap haalde? 

Goed, de containers werden omgewisseld, er kwam een autootje met twee mannen in veiligheidsvestjes. Hoe gevaarlijk kan een kapotte container blijkbaar zijn! De nieuwe werd door ons in gebruik genomen (de hond had nog wat rommel overgelaten, koffiedik en preibladeren lust hij blijkbaar niet) en toen het weer ophaaldag was, zat de bak vol genoeg om aan de straat te zetten.
Acht grote konijnen en een grote tuin leveren veel organisch afval op, kan ik vertellen.
De hele dag zag ik geen vuilniswagen, maar ik sta ook niet de hele tijd voor het raam natuurlijk. Toen ik hier nog kleine kindjes had wel trouwens, want dan was het een feest om de containerauto in werking te zien en naar de chauffeur te zwaaien. Voor de kindjes dan natuurlijk, geen misverstanden alsjeblieft.
Toen Bert ‘s avonds thuiskwam en de container achter het huis wilde brengen , bleek het dat die niet geleegd was. Er stonden er nog een paar, blijkbaar had de GFT -meneer of -mevrouw onze straat vergeten. Dat was lastig, want het zou nog weer twee weken duren tot de volgende leging.
Acht grote konijnen en een grote tuin leveren veel organisch afval op, kan ik vertellen. Of val ik nu in herhaling?

Bert belde de gemeente, er was zowaar op dat tijdstip nog iemand aanwezig. Die schakelde ons door naar Omrin, waar zowaar op dat tijdstip ook nog iemand aanwezig was.
Mevrouw nam de melding aan, zocht het even uit en kwam met de mededeling dat we de container aan de straat mochten laten staan, binnen drie dagen zou hij alsnog geleegd worden. Nou gelukkig, want acht grote konijnen en een… ja dat weten we nu wel.
Bert ging het even bij de diverse buren melden. De buurman van drie huizen verder was helemaal verbaasd geweest, want zijn container was voor de helft geleegd. Ehm…. daar had niemand dus een verklaring voor, maar we lieten onze bakken staan. 

Twee dagen later hoorde ik de vuilniswagen, ik loerde even door het raam en ja, hij was bij de buren bezig de containers te legen. Mooi zo, dan kwam hij ook wel hier. Dat deed ie, terwijl ik koffie aan het maken was, maar de auto bleef maar ronken en lawaaien voor ons huis.  Dus nogmaals even loeren. De chauffeur was druk met het lege liftje op en neer doen. Geen idee wat de beste man nou wilde, het liftje schudde, de auto schudde, het loeide en kraakte en rommelde. Uiteindelijk pakte hij onze container op, leegde die, kwakte hem weer op de stoep en reed weg. 
Ik haalde mijn schouders op en bracht de bak achter het huis.
De bel ging. Buurman, die van de halfgeleegde container, stond voor de deur.
‘Hebben jullie je container wel? De mijne is in de vuilnisauto verdwenen!’
Ik schoot in de lach. ‘Wat is dat nou weer voor raars?’ vroeg ik. 
‘Ja, blijkbaar kreeg hij ‘m alsnog niet leeg en heeft de lift zo staan raggen dat de hele bak in de auto gefl**kerd is. Ik dacht dat de chauffeur het nog wel even zou melden, maar hij reed weg.’
Ik vertelde dat de vuilnisauto hier nog een hele voorstelling had gegeven, maar dat wij wel nu een lege container achter het huis hadden staan. “Een nieuwe aanvragen is gemakkelijk,’ zei ik.
‘Ja, maar dan komt die pas volgende week, dat is superlastig!’ 
Dat kon ik begrijpen, maar ik ging toch maar geen advies geven over stukken stevig oud papier in de tussentijd. Dat was ons niet zo goed bevallen.  

Ik dacht dat het verder wel klaar was, met de containersoap.
Maar vanmorgen kwam ik terug van een wandelingetje met de hond en ik zag een nieuwe groene container op de oprit staan.  Wat nu weer, die was vast voor die buurman. Nee, er zat een sticker met streepjescode en ons huisnummer. 
Had Bert nog een extra container aangevraagd? Acht grote konij….  Sorry.
Ik belde de gemeente. Vriendelijke meneer aan de telefoon, hij hoorde mijn verhaaltje aan en zei: ‘Ik ga het even bij Omrin vragen.’  Bij de gemeente doen ze niet aan wachtmuziekjes, dus ik wachtte in doodse stilte af. 
‘Omrin, goedemorgen!’ zong een lieve vrouwenstem. Toch muziek.
Ik vertelde nogmaals dat er een container afgeleverd was waar we niet om gevraagd hadden.
‘Dat is vreemd!’ zei ze, en ik kon dat alleen maar beamen.  ‘U had geen nieuwe aangevraagd?’
‘Jawel, maar die hebben we allang gekregen. Daarna hebben we nog contact gehad over een overgeslagen leging, maar dat is vorige week ook geregeld.’
‘Nou wat vreemd!’ herhaalde ze. ‘En u was niet thuis?’ 
Ze was echt heel vriendelijk, dus ik zei niet dat ik de twee mannen anders wel aan hun veiligheidshesjes had getrokken. ‘Nee, ik was niet thuis.’
‘Nou, ik zet het even door naar mijn collega, dan bel ik u straks terug. Op dit nummer neem ik aan? O nee, dat is het nummer van de gemeente.’
Ik gaf mijn eigen telefoonnummer, bedankte en beëindigde het gesprek. 

Half uurtje later een appje van Bert.  ‘Ik ben gebeld door Omrin, maar ik was te laat met opnemen. Toen ik terugbelde kreeg ik een telefonist en die wist nergens van.’
Ik zat hardop te lachen, wat een idioot gedoe dit, en waar ging het nou helemaal over.  ‘Ik wacht wel af,’ appte ik terug.
Nog een half uur later ging mijn telefoon. ‘Hallo, met (naam) van Omrin Leeuwarden!’
Leeuwarden? Moeten de Friezen nou het afval van de Groningers opruimen?
‘U heeft vanmorgen gebeld over de extra container.’
‘Ja, klopt,’ zei ik.
‘Fijn dat ik u nu tref,’  ging ze verder.  ‘Mijn collega heeft een poosje terug gebeld, maar kreeg geen gehoor en hij kon ook niks inspreken.’
‘Hij heeft mij niet gebeld, maar mijn man,’ zei ik.
Stilte. ‘Uw man? Hoe kan dat dan? Ik had uw telefoonnummer doorgegeven.’ ‘Tja ik weet het ook niet precies,’ zei ik.  ‘Misschien omdat hij gebeld had vorige week dat de container niet geleegd was, dat zijn nummer aan dit adres gekoppeld is.’
‘Maar de container is niet geleegd, zegt u?’
O help, nu ging ik bijna gillen. 
Nogmaals legde ik uit dat wij eerst een nieuwe container hadden aangevraagd, wat geregeld is, daarna gebeld hadden vanwege het niet legen, wat geregeld is en dat we nu ineens ongevraagd nòg een nieuwe container hebben gekregen.
‘En die had u niet aangevraagd toch?’   Ik heb de lieve mevrouw mijn opmerking over acht grote konijnen en een grote tuin bespaard, maar bevestigd dat we die inderdaad niet aangevraagd hadden.
‘Ik snap niks van dat telefoonnummer,’ zei ze nogmaals. 
‘Ik ook niet,’ zei ik.
‘Nou, in ieder geval wordt de extra container volgende week weer opgehaald, schikt u dat?’
Ik vond het een erg beleefde vraag, maar ik zou niet weten waarom het mij niet zou schikken om twee mannen in veiligheidshesjes een container van mijn oprit te laten halen. Maar ik ben ook beleefd, dus ik antwoordde:  ‘Natuurlijk, dat is prima.’
Einde gesprek. 
Ook einde soap? We gaan het zien.  Ondertussen zullen we de extra container niet gebruiken. Hoewel, met acht ko………… Laat maar.

Geweigerd

Heel graag schrijf ik UKV’s, oftewel ultra korte verhalen. Al jaren ben ik lid van een online schrijfgroep, die heeft een aparte Facebookpagina daarvoor. Periodes van actief posten wisselen af met die van alleen lezen en soms reageren. Inspiratie laat zich niet dwingen en als ik niks weet te schrijven, schrijf ik niks.

In de groep is de regel: maximaal 99 woorden, exclusief de titel. Een geweldig goede schrijfoefening: het moet een afgerond verhaal zijn met een kop en een staart, maar je hebt dus maar een zeer beperkt aantal woorden tot je beschikking. Dat vergt nadenken, overbodige woorden weghalen, synoniemen verzinnen en het uiteindelijk zo uitpuzzelen dat je niet over die 99 woorden uitkomt. Niet altijd makkelijk voor een breedsprakig persoon als ik, maar als het wel lukt ben ik altijd weer blij en voldaan.

Meestal zijn mijn UKV’s volkomen uit mijn linkerduim gezogen, soms is de waarheid een beetje aangepast en een enkele keer zijn ze helemaal waarheidsgetrouw. Zoals naar aanleiding van een situatie gister, ik schreef (en plaatste) deze UKV:

Bijzonder

De bel gaat, grieperig schuifel ik naar de deur. Een onbekende pakketbezorger reikt me een doos aan: ‘Mevrouw.’
Het is een boom van een kerel. Lang haar, baard, leren hoed. Massieve onbedekte armen en knoesten van benen in enorme veterloze kisten.  

‘Ik hou wat afstand, ben niet zo fit,’ zeg ik terwijl ik me uitstrek om het pakket aan te nemen
‘Daar ben ik niet bang voor,’ buldert hij. ’Virussen bestaan niet!’ 
‘Eh, oké,’ reageer ik onnozel, terwijl de man weer wegbanjert. Als hij gezegd had dat hij met de Noormannen geland was, had ik hem nog geloofd ook. 

 

Vervolgens kreeg ik de melding van Facebook dat mijn verhaaltje geweigerd was. Daar was ik enorm verbaasd over. Hoezo geweigerd?

Ik had geen regels overtreden bij mijn weten. Daarom vroeg ik aan de Moderator wat er aan de hand was. Zij reageerde laconiek:

En ik bleek dus niet de enige. Maar voor mij was het de eerste keer. Allemaal niet zo belangrijk, en toch hield het me bezig.

Want ik kan met mijn verstand niet bij de willekeur! Facebook wordt overstroomd door allerhande bagger, door nepaccounts, door phishing, door fake news. Door gejatte foto’s, door clickbait pagina’s, door complottheorieën, door haatberichten. En dat kan allemaal wel? Eigenlijk zou ik er om moeten lachen, maar ik word er alleen maar boos en ook wel verdrietig over.

Dan zijn er natuurlijk mensen die zeggen: Nou, dan ga je toch van Facebook als het je niet zint?
Ja, dat is een mogelijkheid.
Ik hoop ook dat er nog een alternatief komt. Want het sociale van social media is voor mij belangrijk. De tijd van fysiek bij elkaar komen met een schrijfclubje is toch echt wel voorbij.
En ik heb op deze manier ook nog contact met mensen die ik anders echt uit het oog verloren zou zijn.

Ondertussen ga ik gewoon lekker door met schrijven. Er is nog zoveel niet bedacht en zoveel nog onverteld! Korte en lange verhalen, hele boeken, haiku’s en natuurlijk UKV’s. Heb je al eens in het menu van deze site gekeken? Daar staan ze allemaal. 😊 Ik ben van plan om er nog veel meer bij te zetten. Want daar heeft Meta lekker helemaal niks mee te maken!

Avondje uit

Gisteravond waren we in het theater, voor een voorstelling van TikTok Tammo:  Tammo zingt Folk.
Een enorm leuke combinatie van cabaret, op zijn eigen specifieke manier natuurlijk, en geweldig uitgevoerde Ierse folknummers. Hij zong ze met een Groningse tekst, die naadloos paste in het ritme van de oorspronkelijke liedjes.  Hij werd begeleid door een vijfkoppige band, en de muziek was echt fantastisch. De hele show trouwens, het was de laatste try-out voor de première volgende week.  Ik zeg:  ‘Niks meer an doun mien jong, tis haile goud zo!’ 

 
Het was niet toegestaan om foto’s of filmpjes te maken, en wat was dat eerlijk gezegd fijn! Ik doe het zelf ook hoor, als ik bij een concert ben, even de band op de foto zetten of een kort stukje filmen. Maar eigenlijk is het heel storend, omdat de telefoonschermen fel oplichten en afleiden van wat je op het podium ziet en hoort. 
Dus, ik plaats hier geen foto. Maar wel het promotiefilmpje wat hij op Youtube gezet heeft: 

@tiktok.tammo

In mijn voorstelling reis ik naar IERLAND voor een muzikaal avontuur! ☘️🪗🎻 #tammozingtfolk

♬ origineel geluid – Tammo


Voorafgaand hadden we het theatermenu in het Grand Café geboekt. Als we dan toch een avond uitgaan, doen we het compleet!
We zaten lekker aan ons aperitiefje en ondertussen kwamen er andere mensen aanlopen.Het bleken mijn zwager en schoonzus! Wat een ontzettend leuke verrassing. We wisten al niet van elkaar dat we naar dezelfde voorstelling gingen, maar zo grappig dat zij óók eerst nog kwamen eten.
Ze schoven gezellig bij ons aan tafel en zo aten we met z’n vieren. Ik denk dat ik ongeveer 23 keer gezegd heb dat ik dit zooooo’n leuke verrassing vond, ik kon er gewoon niet over uit hoe toevallig dit was.  

Bij de voorstelling scheidden onze wegen, want wij zaten helemaal vooraan en zij op het balkon. UIteraard hebben we nog wel even naar elkaar gezwaaid en in de pauze samen een drankje gedronken. 
Aan het eind spraken wel elkaar nog eventjes en ook zij hadden echt zo genoten van deze avond.  

In de pauze had ik nog even een stukje privé- cabaret en dat wil ik jullie niet onthouden. Ik kreeg het voor elkaar om mijn lach niet te laten schallen, maar ik was blij dat ik direct in de gelegenheid was om te plassen, anders was het fout gegaan.
Ik liep achter twee dames aan, de gang naar de toiletten in. Er hingen bordjes op de muur: een gestileerd icoontje van een vrouw, van een man en eentje half man/half vrouw.
Een van de dames wees op het laatste bordje.  ‘O ja, dat moet nu tegenwoordig hè?’
‘Ja,’ zei de ander. ‘Dat is voor die transformers.’ 


Blije kul

Al tijden ben ik op zoek naar een specifieke stijl afvalbakken voor in de keuken. Ik weet het, lekker belangrijk. Maar als ik iets in mijn hoofd heb dan wil het er niet uit en al helemaal niet als ik het niet kan vinden. Ooit, óóit kom ik hem tegen en hoop dan dat hij geen fortuin kost want je zal je verbazen hoe duur sommige afvalbakken zijn.
Vandaag maar weer eens op internet gekeken. En ik verbaasde me voor de zoveelste keer over hoe bizar stom de foto’s bij geadverteerde artikelen zijn.
Het huishouden is nog steeds het domein van blije jonge mooie vrouwen, wat er ook aangeprezen moet worden. Sommige dingen kan ik zelf niet verzinnen. Zoals:

als je gaat trouwen en ineens bedenkt dat je de verlepte andijvie nog niet hebt weggegooid.

Of deze:

Zoveel vragen. Waarom gooi je…ehm ja wat is het eigenlijk? Zand? Grit? Koffiedik? Nou ja in ieder geval, waarom gooi je dat op je vloer en ga je het daarna in een rare houding met een stralende lach opzuigen? Het ziet eruit alsof je nodig moet plassen. En in plaats van te kijken waar je moet stofzuigen doe je maar wat.
Deze vrouw heeft net zoiets:

In een smetteloos huis zijn er zandkleurige korrels gestrooid maar het is geen zand want daar is het veel te grof voor. Wat het wel is? Joost mag het weten, maar deze vrouw mag het met een glimlach opzuigen. Het is mij een raadsel hoe het kleed en de bank en haar kleren zo smetteloos zijn terwijl er een hond is, zou dat allemaal door die fantastische stofzuiger komen?

Vervolgens moet ik iets zeggen over deze advertentie:

Fijn dat je zo blij en liefdevol naar deze blender kijkt, vrouw. Maar is het niet handiger als je het apparaat even omdraait? Dan kan je zien waar de knopjes zitten en welke je aan moet klikken…

Ik ga nog even door hoor. Ja het is misschien de kift dat ik niet zulk mooi haar heb. Maar meisje, je haar is droog, dat hoef je niet te föhnen.


Deze mevrouw zou ik ook wel graag spreken. Vertel eens, hoe krijg je het voor elkaar om lakens te strijken op een strijkplank die al vol ligt? En waarom strijk je een gevouwen en gestreken laken?


Last but not least: de personenweegschaal. Dit is echt wel de ultieme tip , deze foto. Je gaat op de badrand zitten en zet voorzichtig je voorvoet op de weegschaal. Zo schrik je nooit van je gewicht! Je hoeft nooit te denken: nou deze week maar eens even geen chocola, en de wijnfles blijft dicht tot het weekend.

De afvalemmer heb ik overigens nog steeds niet gevonden. Als het me ooit lukt, dan ga ik er stralend mee op de foto, ook al ben ik geen blije mooie jonge vrouw. Beloofd!

Herinnering in zwart-wit

Bij het opruimen van mijn verhalenarchief vond ik iets wat ik hier nooit geplaatst heb. Destijds had ik het geschreven voor een schrijfwedstrijd over het Eurovisiesongfestival. Ik heb geen enkele reactie daarover meer ontvangen en ben daarna zelf mijn verhaal totaal vergeten.
Nu ik het teruglas vond ik dat het hier heel goed past. Dus bij deze:

Herinnering in zwart/wit

“Je mag het helemaal uitzien”, beloofde mijn moeder. Het was 7 april 1973, ik was 11 jaar en die avond was het Eurovisie Songfestival op televisie. 
We woonden in Hilversum, mijn vader werkte bij Philips. Hij kon met personeelskorting de nieuwste apparatuur aanschaffen, maar toch hadden wij nog steeds een ouderwetse zwart/wit tv. Die was “nog best” aldus mijn vader en ik was een beetje jaloers op de vriendinnen en buren die inmiddels al wel in kleur keken.
Maar achteraf geeft de herinnering me wel een prettig nostalgisch gevoel: Zaterdagavond op de bank, de beelden in zwart/wit en een mono-geluid uit het speakertje van de televisie.
Zo’n avondvullend, internationaal programma, wat maar 1 x in het jaar kwam, had iets bijzonders. We zaten klaar toen de plechtige tune van Eurovision begon, keken naar het logo wat er in mijn ogen uitzag als een krans van vuurwerksterretjes en we zongen hard mee:  ‘pa pam papapam pa páááá pam’….enz.
Er was iets lekkers bij de koffie (die ik als kind ook al gewoon mocht drinken) en later op de avond dronken mijn ouders vermouth, kregen wij Exota en besmeerde mijn moeder toastjes met sandwichspread. Een feestje.
Dat jaar deden 17 landen mee, Nederland had Ben Cramer gestuurd met ‘De oude muzikant’ en eerlijk gezegd vond ons gezin unaniem dat het een vreselijk lied was, waar we beslist niet mee zouden winnen. We kregen gelijk. 


Het was een beetje vreemd bij ons thuis, mijn ouders hielden wel van muziek, maar er werd niks mee gedaan.Mijn moeder luisterde overdag naar Arbeidsvitaminen en dergelijke programma’s uit het kleine radiootje wat op de vensterbank stond. Een hippe oranje, dat dan weer wel.
Maar zodra mijn vader thuis was ging de radio uit. Hij deed hem alleen aan als hij op zaterdag een klusje moest doen of om het nieuws te luisteren.
We hadden een koffergrammofoon die van mijn oma geweest was en waar soms op een avond of een zondagmiddag plaatjes op werden gedraaid. Dus ook hier niet de nieuwste Philips stereo apparatuur, maar een oude pick-up van een onduidelijk merk, met monogeluid.
Maar het songfestival kon nog wel eens nieuwe plaatjes voor onze collectie opleveren!
Want af en toe waren mijn ouders echt enthousiast over een lied en daar moest dan een singletje van gekocht worden.
In 1973 was de inzending van Spanje hun favoriet. ‘Eres tu’ van de groep Mocedades.
De spanning steeg bij de puntentelling, de internationale verwachting was dat Cliff Richard zou gaan winnen met zijn ‘Power to all our friends’ (herinneren we ons zijn pompende armbewegingen nog?), maar het werd Anne -Marie David met ‘Tu te recconnaîtras’. En die vonden wij kinderen het leukst.
De dag erna was natuurlijk een zondag en waren de winkels dicht.
Maar ‘s maandags werd ik er samen met mijn broer na schooltijd op uitgestuurd om die twee singles gaan kopen bij ‘de Roos’ in Hilversum. Een mooie platenzaak waar je in afgesloten hokjes muziek kon beluisteren. En als alle hokjes bezet waren, ging je op een barkruk aan de toonbank zitten, pakte 2 dingen die eruit zagen als halve telefoonhoorns, compleet met spiraalsnoer, hield die tegen je oren en luisterde zo naar het plaatje wat de winkelmedewerker onder de toonbank voor je opgezet had.
Ik vroeg om ‘Errestoe’ , dat had ik onthouden omdat mijn moeder steeds blij “Errestoe oehoe oehoehoe’ aan het zingen was geweest. De naam van de groep konden we niet uitspreken, laat staan de titel van het winnende nummer van Anne- Marie David, wat we ook wilden kopen. Maar ze wisten bij de Roos natuurlijk precies waar het om ging en ze hadden een hele stapel van de winnende plaatjes op voorraad. 

(foto: Nederlands Grammofoon Genootschap)

‘Eres tu’ is jarenlang de favoriet van mijn ouders gebleven. Nu is het soms nog op de radio,  ik kan het (zonder tekst weliswaar) nog helemaal meezingen en glimlach bij de herinnering aan de enthousiaste uithalen van mijn moeder. 


Veel later heb ik gelezen dat er destijds wat discussie geweest is of het nummer plagiaat was van ‘Brez Besed’.
In 1966 zong de Joegoslavische Berta Ambrož dat nummer op het Eurovisiesongfestival, toevallig ook in Luxemburg. Ze werd daarmee 7e.
Als je het beluistert kan je niet anders concluderen dan dat de eerste twee regels van de melodie vrijwel identiek zijn aan die van ‘Eres tu’ .
Maar verder kraaide daar dus geen haan naar en hoor je ‘Brez Besed’ echt nooit op de radio. Zonde, wat mij betreft klinkt dit lied als het intro van een oude James Bond film. Dat verdient wel wat beter dan in de vergetelheid te raken. 

Eres tu is talloze malen vertaald en gecoverd. Bijzonder dat het ene nummer niets bereikt en dat het andere, wat hetzelfde begint, een tijdloze wereldhit is geworden. 

Terug in de tijd

‘Heb je nog iets leuks gedaan vanochtend?’ appte mijn man in zijn middagpauze. Mijn vinger aarzelde boven het toetsenbord van mijn telefoon. Want wat ging ik zeggen?
Ja, nee, nja, ehm nou… dacht ik. Dus uiteindelijk maar de bevestiging of ontkenning weggelaten en gewoon getypt waar ik mee bezig was geweest. Briochebreien.

Wat? Brioche? Ja ik kende het ook alleen maar als een Franse broodsoort, maar twee maanden terug kreeg ik de breitechniek onder ogen. Dat zag er zo mooi uit dat ik het ook wilde kunnen.
Het leuke was dat er op de handwerkbeurs in Groningen een workshop aangeboden werd, ik gaf me daar gauw voor op, dit wilde ik leren!
Een vriendin zei direct enthousiast: ‘O, als je het hebt geleerd kom ik bij jou, want ik heb een project waar ik niet uitkom.’ Nou leuk, ik verheugde me er al op.
Helaas ging door onvoorziene omstandigheden de workshop niet door, ik kon daarna kiezen uit naar Apeldoorn komen of mijn geld terug krijgen. Aangezien Apeldoorn hiervandaan nou niet echt naast de deur ligt en het maar om een uur breiles ging, koos ik voor geld terug. Ik nam me voor om via tutorials mijzelf het briochebreien aan te leren. Nou dat heb ik geweten

Letterlijk de hele ochtend heb ik zitten ploeteren. Een ander woord heb ik er niet voor.
Er kwamen een hele hoop herinneringen naar boven van 55 jaar geleden. Breiles op school.
Draaaaamaaaa. Als linkshandige moest ik perse rechtshandig leren breien en het was zo vreselijk moeilijk voor me. Ik maakte er ook werkelijk niks van, dat eerste poppensjaaltje zat vol gaten, gevallen steken, rare bobbels en tranen van frustratie. Het is uiteindelijk wel goed gekomen (zie Zus en zo) maar het heeft wel een trauma opgeleverd. Want ook nu kwamen de tranen tevoorschijn toen ik na poging twaalf nog steeds niet snapte wat ik moest doen.

Waarom ga je er dan mee door, vraag je misschien. Goed punt. Uit pure koppigheid. Dat had ik als kind niet met breien, omdat ik er niet zelf voor koos. Maar nu moest en zou ik dit kunnen en ik weigerde het bijltje, of in dit geval de breipennen, erbij neer te gooien. Het scheelde weinig, dat geef ik toe, maar ik was vastbesloten om te zegevieren.
Is het gelukt? Ja, nee, nja, ehm nou…..

Ten eerste lag ik al dwars omdat alle tutorials het over een rondbreinaald hadden. Ik kan daar slecht mee overweg en omdat je heen en weer breit vond ik het flauwekul. Verder ben ik niet eigenwijs hoor! Maar ik haalde breinaalden zonder knop tevoorschijn, daarop kan je ook vanaf twee kanten breien.
Ik negeerde blijmoedig mijn voortdurende geprik met de knoploze kant in mijn vest zodat ik bleef hangen, dit ging prima.

Wat niet zo prima ging was het begrijpen wat ik moest doen. Jemig, ik snapte het niet. En ik vind weinig dingen zo frustrerend als dat ik iets niet snap wat ik heel graag wil kunnen. Ik had netjes zoals werd aangeraden twee afstekende kleuren garen gekozen, blauw en oranje. Maar het was zo ingewikkeld dat ik niet eens in mijn hoofd de kleuren kon vertalen naar die in de filmpjes. Welke tutorial ik ook bekeek, Nederlands, Engels, met en zonder gesproken tekst, het ging mis. Ten einde raad haalde ik dan maar geel en wit garen op, net zoals in het filmpje waarmee ik nog het best uit de voeten, o nee, handen, kon.

Zo modderde ik maar door totdat het langzaam, heel langzaam, begon te dagen. Ik begon het te begrijpen. En ik zag er vanaf toen ook echt de humor van in, dat ik zo vreselijk aan het knoeien was dat ik weer dat meisje van 8 leek. Daar waren ze weer, de gaten, de rare lussen, het wisselende aantal steken en de hobbelige zijkanten. Had ik er toen maar zo om kunnen gieren als dat ik nu op een gegeven moment deed.
Maar goed, ik heb een onooglijk lapje gewrocht, met de allereerste beginselen van het briochebreien. Nooit te oud om te leren toch?

En nu maar oefenen, oefenen en nog eens oefenen. Totdat de randen recht zijn, het stekenaantal gelijk blijft, er geen gaten, lussen en andere rariteiten meer tussen zitten.
Dan kan ik met plezier mijn vriendin uitnodigen: ‘Kom maar gezellig hierheen, ik ga het je leren!’

Misschien komen we nog eens zo ver dat we zoiets moois kunnen maken als dit:

(foto Atelier Rosan)