Met afstand

“Het nieuwe normaal” , zei Rutte van de week. Ik weet niet hoe het bij jullie is maar voor mij went het ten dele al aardig, maar vind ik het aan de andere kant moeilijk.
En dat ligt aan mijn karakter. Ik vind het helemaal prima om afstand te houden van mensen in het algemeen, mensen die ik niet of nauwelijks ken. Ik vermeed in ‘het oude normaal’ al grote groepen, drukte en als het even kon lichamelijk contact met mensen buiten mijn persoonlijke cirkel. Ik kan me bijna niets ergers voorstellen dan in het gedrang te staan, op elkaar gepakt tijdens een concert, voortgeduwd te worden in de massa van een stadse winkelstraat, of veel te dicht op elkaar te zitten/staan in een volle bus. Ik raak in paniek, voel me lichamelijk onwel worden en wil maar één ding: weg!
Dus die anderhalve meter die we nu allemaal aanhouden, daar heb ik totaal geen moeite mee. Geen gezanik meer met duwende mensen in de supermarkt, mensen die niet op zij willen gaan bij het elkaar passeren op de stoep en ook niet meer amicaal aangeraakt worden door mensen van wie ik dat helemaal niet wil.
Over het algemeen houdt iedereen hier zich er goed aan.

poster-afstand

Zojuist was ik met Lenny even lekker naar het honden-losloopbos in het Lauwersmeergebied. Normaal zie ik daar op een doordeweekse dag meestal (letterlijk) geen hond, in het weekend wordt het wat meer bezocht. Maar nu, voor alle thuiswerkers, is het een uitgelezen plek om even in je pauze een wandeling te maken en je hond te laten rennen. Dus vandaag kwamen we wel mensen en honden tegen. De mensen (ik ook dus) gingen netjes aan weerskanten van het pad lopen bij het passeren, dan haalden we de anderhalve meter afstand wel. De honden trokken zich er natuurlijk niks van aan, die hebben hun eigen regels. Meestal gaat het als volgt: even snuffelen, even spelen, en weer verder met de baas mee. Maar bij één hondje bleef Lenny wel erg lang plakken. Mijn doorlopen hielp niet, mijn roepen hielp niet, dus ik moest weer terug.
Mevrouw van het hondje: “Is het een reu?”
Ik, van anderhalve meter afstand: “Ja”.
Mevrouw: “Is hij gecastreerd?”
Ik: “Nee”.
Mevrouw: ”O, dan moet ik even ingrijpen, want mijn hondje is namelijk loops. En tegenwoordig zijn toch alle reuen gecastreerd?”
Pardon?Je gaat er van uit dat alle reutjes gecastreerd zijn, terwijl je je eigen teefje niet heb laten steriliseren en daarom laat je haar lekker vrij en loops rondstruinen in een losloopgebied? Wazig. Maar ik ben beleefd, dus dat zei ik niet hardop.
“Tja,” zei ik wel, “Je kan niet verwachten dat mijn hond nu anderhalve meter afstand houdt”
Ze zag er de humor niet van in. Lenny was helemaal hoteldebotel van verliefdheid dus die liet zich echt niet door mij afleiden. Stiekem gunde ik hem best een pleziertje, maar ik ging hem toch maar ophalen. En mevrouw deed werkelijk geen stap opzij. Mijn arm is geen anderhalve meter, (gelukkig maar, ik ben zelf 1.59 en dat zou best een raar gezicht zijn dan) dus ik moest veel te dicht bij haar komen om Lenny bij z’n halsband te kunnen pakken. Ik knarsetandde inmiddels. Dit was geen social distancing, dit was social lacking van mevrouw. Ik heb ook niet meer gegroet toen ik wegliep, met die arme hunkerende Lenny achterstevoren, aan z’n riem in het losloopgebied. Zodra het kon liet ik hem weer los en zorgde ervoor dat ik ze niet nogmaals tegenkwam.
Deze mevrouw hield ik liever op 1,5 km afstand.

Wat ik wel moeilijk vind, is het niet op bezoek kunnen gaan bij kinderen en kleinkind, ik mis ze verschrikkelijk. Gelukkig is er beeldbellen en hebben we veel contact via what’sapp. Ik heb altijd veel mitsen en maren bij de moderne technologieën maar ik ben er nu toch wel heel erg blij mee.
Gister stond ik bij het fornuis in de pannen te roeren en toen vielen er ineens een paar dikke tranen in de spaghettisaus. Ik vond  zo moeilijk dat ik die lieverds allemaal niet zou zien met  Pasen. We hebben echt niets te klagen, ik weet dat een heleboel mensen het nu veel en veel moeilijker hebben. Die nu erg ziek zijn, of voor altijd iemand moeten missen. Wij hebben persoonlijk geen ellende met het coranavirus. Geen zieken in onze directe omgeving, geen extra kwetsbare mensen. Het enige waar wij mee te maken hebben zijn de maatregelen. Ik ben blij en dankbaar dat wij de eerste maanden van onze lieve kleinzoon van zo heel dichtbij hebben meegemaakt, dat wij hem heel vaak hebben kunnen vasthouden en knuffelen. Als hij in deze tijd geboren zou zijn, had dat allemaal niet gekund.
Als hij mij nu op het scherm ziet met beeldbellen verschijnt er een brede lach en komt er een heel da-da-da verhaal. De band hebben we al op kunnen bouwen.
Maar om hem nu niet even te kunnen vasthouden, is moeilijk. Evenals niet de kinderen een knuffel te kunnen geven, samen een drankje te doen, gezellig samen te eten. Ik mis ze.
En daarom werd er opeens wat extra zout toegevoegd aan de spaghettisaus.
Maar daarna was het ook weer over. Even een traantje laten en klaar weer.
We zouden met elkaar gaan Paasbrunchen. Maar nu gaan we beeldbrunchen en het lijkt me erg leuk. Je wordt vanzelf creatief met ideeën.
Zo zou ik met mijn dochter naar de show van Fred van Leer gaan. Ging niet door natuurlijk. Maar Irene bedacht een heel leuk alternatief: zij ging, met een door mij vastgesteld budget, shoppen voor mij, zonder dat ik enig idee had wat ze voor me zou kiezen. Zo zou ik niet in mijn veilige maar ook wel saaie stijl blijven hangen, maar koos zij eens andere dingen. Out of the box (waarom klinkt: ‘Uit de doos’ zo raar?)
En het was leuk! Gister kwam er een heel pakket, ik had een discrete pas-sessie online en de meeste kleding was leuk, zat lekker en stond goed. Ik ben er blij mee en doe met Pasen een nieuw jurkje aan, ook al zijn we ‘maar’ met z’n tweeën thuis, Bert en ik.
Mijn zus ging met me videobellen, dat was ook leuk. Ik ben eigenlijk een heel slechte beller maar met beeld erbij gaat het veel makkelijker!

Ik heb een paar dagen vrij nu, en dat is best lekker. Maar ik mis ook wel de kinderen van de opvang. Een paar komen hier nog wel en daar hou ik geen anderhalve meter afstand van. Uiteraard is dat uit praktisch oogpunt al onmogelijk, maar hoe wil je een baby of een peuter goed verzorgen zonder dat je hem/haar een knuffel geeft, optilt, een aai over de bol geeft, op schoot neemt?
De ouders en ik houden onderling wel automatisch afstand en ik heb nog nooit zo vaak deurklinken en lichtknopjes gepoetst als deze weken.
Het is een vreemde tijd.
Je gaat even iets bij je schoonzusje brengen, blijft op een afstand staan en strekt je arm zover mogelijk uit , dat doet  zij ook en zo kan ze het aanpakken. Niet even samen een kopje koffie, ook al woon je zo dicht bij elkaar , maar een gesprekje met een tuinpad ertussen.
Als de pakketbezorger hier iets komt afleveren zet hij/zij het pakje een stukje bij mij vandaan op de grond en doet dan weer een aantal stappen terug. En als hij ver genoeg weg is kan ik het pakje pakken. Het heeft wel wat komisch, alsof er een gevaarlijk dier gevoerd wordt ofzo. Ik steek er de gek niet mee, ik vind het serieus knap dat de bezorgers juist in deze tijd zo hard werken terwijl ze met zoveel mensen in aanraking komen.

Zou het ‘oude normaal’ nog terugkomen? Of wordt het ‘nieuwe normaal’ op den duur normaal.
Bezoekjes en een knuffel voor degenen van wie je houdt wil ik wel weer terug.
Beetje afstand houden van anderen wil ik wel prolongeren.
Wat van mij helemaal mag wegblijven zijn De Drie Zoenen. Daar heb ik altijd al een hekel aan gehad en doe er alleen aan mee omdat ik mensen niet in verlegenheid wil brengen door me na één zoen terug te trekken terwijl de ander zich nog naar voren buigt voor een tweede en derde.
Maar ik vind het zo’n rare en onnodige gewoonte. Eén zoen en dan klaar hoor. Die ene zoen vertelt al dat ik diegene extra aardig vind en daar hoeven er niet plichtmatig nog twee achteraan.
Ik vind dit een uitgelezen gelegenheid om, nu de drie zoenen toch al afgeschaft zijn, dit niet opnieuw aan te wennen.
Mee eens?

In eigen omgeving

Van de week droomde ik dat Bert het huis ging verkopen omdat hij nou eindelijk eens ergens anders heen wilde, hij woont immers zijn hele leven al in Leens. In mijn droom was ik een erg volgzame vrouw (in Berts dromen misschien ook wel) en vond het allemaal wel best. Maar toen ik wakker werd dacht ik: NEEEEEEE! Dat gaat dus gewoon ècht niet gebeuren. Bij de gedachte alleen al krijg ik heimwee. Ons lieve huis, de tuin, de plek voor de dieren, de omgeving, ik kan dat allemaal niet missen.
Ik mijmer wel eens over een klein boerderijtje met een stukje grond erom heen, maar als dat betekent dat ik hier dus weg moet, weet ik dat ik daar voorlopig nog helemaal niet aan toe ben.

Net als iedereen blijven we zoveel mogelijk thuis nu. Geen bezoekjes aan familie (gelukkig kunnen we beeldbellen), geen uitjes naar een museum of een restaurantje.
Het is prachtig weer vandaag, we willen wel even naar buiten. Niet met de auto naar een natuurgebied, wat we anders waarschijnlijk hadden gedaan, maar gewoon vanuit huis samen een wandeling maken met Lenny.

In de eigen omgeving dus.
En wat is het prachtig! Alle bomen en struiken lopen uit, er bloeien overal narcissen en wilde hyacinten, vogels zingen, het zonnetje schijnt, de lucht is blauw… het lijkt wel een scène uit de Teletubbies, gelukkig blijven die toch wel lichtelijk irritante figuurtjes achterwege.
De koeien staan weer in de weiden en er zijn lammetjes. Heel veel lammetjes. Sommige zijn nog heel pril en blijven zo dicht mogelijk bij mama. Anderen zijn al ietsje groter en durven met elkaar rond te rennen en te stuiteren. Ieder jaar verbaas ik me er weer over hoe die kleine schattige diertjes, die zo barstensvol levensvreugde zitten, uiteindelijk van die passieve schapen worden.
Ik wilde trouwens nog een foto maken, maar eh…..img-20200405-wa0012~28236829344299117621..jpg

We liepen ook langs een boerderij, waar ik heel erg blij van werd. De kippen en eenden daar hebben het zo goed, heel veel ruimte om te scharrelen en eten te zoeken, plekjes om te schuilen, vijvers om te zwemmen, ik kreeg er zelf zin in om ook zoiets aan te leggen. Maar ja, dat kan dan weer niet als ik niet wil verhuizen.

Het Groningse platteland is weids en aards. Het was dan ook heel erg vreemd dat we opeens muziek hoorden. Er was niemand in de buurt maar we hoorden duidelijk een soort orgelmuziek, het klonk ijl en mysterieus. Direct dacht ik aan oude sagen, wat zou er vroeger op deze plek gebeurd zijn? We bleven een poosje staan luisteren en ik kreeg een beetje kippenvel.

De verklaring was echter een stuk minder spannend: de muziek kwam uit de palen van een knooppunten-bord! De wind blies in de gaten, er klonken verschillende toonhoogtes en die vormden samen de spookachtige melodie.

img-20200405-wa00144452263989791603622.jpg
Ok, toch aards misschien, maar ook wel weer heel bijzonder vind ik.

Ik poseerde nog even voor een foto en toen ik ‘m thuis bekeek zag ik mijn schaduw…. een dreigende klauw boven Lenny’s hoofd………

img-20200405-wa00135800074177536848618.jpg
De natuur zit vol mysterie, ik begrijp best dat er zo allerlei verhalen zijn ontstaan.

Mijn eigen omgeving. Ik denk na zoveel jaar ieder plekje wel te kennen, maar toch zijn er steeds weer verrassende dingen. Heerlijk. Ik blijf dicht bij huis.

Lieve Nel

Begin september 1977 kwam ik je tegen in de trein. We gingen aan dezelfde opleiding in Utrecht beginnen en we bleken bij elkaar in de klas te zitten. Vanaf dag 1 waren we vriendinnen, en op school waren we onafscheidelijk. Best bijzonder, want ondanks dat ik het met veel mensen goed kan vinden heb ik het nooit op die manier gehad dat ik vanaf het moment van kennismaking zo’n hechte vriendschap had.
We waren echt serieus met onze opleiding bezig, maar wat hebben we toch ontzettend veel gelachen. Ik natuurlijk met veel lawaai, jij op jouw bescheiden manier maar wel zo dat je lachtranen in je ogen had staan. Ik zou wel honderd anekdotes kunnen opschrijven.
Maar we konden ook ernstig met elkaar zijn.
De vriendschap bleef, ook al had jij eerder werk dan ik, en ging je in Lisserbroek wonen. Ik deed toen nog maar een jaar extra opleiding maar er was niet veel meer aan zonder jou. Erg saai.
Je ontmoette mijn broer en de rest is geschiedenis. Ik heb niet vaak een stel gezien wat zo ontzettend gek op elkaar was en bleef, al die jaren lang. Je was toen niet meer alleen mijn vriendin, maar ook mijn schoonzusje.
We werden samen volwassen, we werden samen ouder, we maakten van alles mee wat het leven mooi maakt en wat het leven moeilijk maakt.
Grote en kleine gebeurtenissen, verwachte en onverwachte dingen, geluk en verdriet, hoop en angst…. alles wat het leven ons bood maakten we van elkaar mee. .
En ik wilde met jou heel oud worden, maar het mocht niet zo zijn. Na 12 jaar downs en ups moest je de strijd tegen kanker opgeven.
Op 1e paasdag, 31 maart 2013 ben je overleden. Vandaag 7 jaar geleden. Je was op, je kon niet meer. En ondanks mijn grote verdriet hield ik me vast aan de gedachte dat je nu weer samen met Jan Willem kon zijn.

Een rouwproces is grillig.  Je kan niet zeggen: nu ben ik er klaar mee, nu heb ik het verwerkt. Altijd, bij mij althans, blijven er onvoorspelbare momenten.  Zodat ik de ene keer kan glimlachen en de andere keer een pijnlijke steek voel.
En voor jou heb ik niet eerder iets geschreven, gewoon omdat ik daar niet aan toe was.
Dat punt heb ik nu wel bereikt, ook al zit ik hier met natte ogen te typen.
Lieve Nel, ik mis je nog steeds en ik zal je mijn leven lang blijven missen. Je was een bijzonder mens en ik denk nog heel vaak aan je. Dank je voor je vriendschap en je liefde. 35 jaar aan kostbare herinneringen voor altijd in mijn hart.

thumbnail_FB_IMG_1585665518728thumbnail_FB_IMG_1585665695667

 

Laag pitje

Niet veel onderwerpen om over te schrijven nu, voor Daagse Dingen. Iedereen is immers met hetzelfde bezig momenteel. Alles wat gezegd moet worden over het corona-virus is gezegd en helaas ook veel wat helemaal niet gezegd had moeten worden.
Voor wat dat laatste betreft wil ik social media voor mezelf wel gesloten houden. Ben helemaal klaar met alle onnodige sensatie, het nepnieuws en de reacties daarop. Het is allemaal al ernstig genoeg zonder dat we elkaar de stuipen op het lijf jagen met onwaarheden en haatzaaierij.
Ik open facebook nog voor mijn suffe, maar ontspannende, drie-op-een-rij spelletje en om een beetje in contact te blijven met mijn familie en vrienden. Helaas zit er geen categorieën- knop op facebook zodat ik wel alle shit onder ogen krijg die ik niet wil zien. Ik heb geen idee waarom mensen erop kicken om akelige berichten te verzinnen en te verspreiden, maar heb ook geen zin om me daarin te verdiepen.
Wat nuttig is, wil ik via de officiële kanalen halen en voor mij is dat meer dan voldoende. Niet om oogkleppen op te zetten. Maar om normaal te kunnen blijven denken en geen onnodige geestelijke energie te verspillen.
Ik haal ’s ochtends altijd de krant uit de brievenbus en lees de soms de koppen. Heb er al vaker over geschreven dat de overload aan nieuws me geen goed doet. (Hoe dan?)
Vandaag staat er een mooi woord in de krant. Infodemie.
Dat dekt voor mij precies de lading.
De corona-pandemie wordt, als iedereen zich aan de regels houdt, gecontroleerd verspreid om de gevolgen zo beperkt mogelijk te houden. De infodemie helaas niet, die klauwt ongebreideld om zich heen. Gevaarlijk. Doodeng.

Terwijl ik dit typ zitten er ook 2 jongens aan tafel, ze maken het schoolwerk van groep 5 en 7. Ze vragen hulp als ze er niet uitkomen, ik mag weer even juf zijn. Gister verzorgde ik babies en werkte ik met een kleuter over het schoolthema ‘kriebelbeestjes’.
Een aantal kinderen komt hier een poosje niet, hun ouders werken niet in de zogenaamde cruciale beroepen. Alles is anders, het lijkt haast een beetje verstild, ook al heb ik nu uitsluitend dagopvang en genoeg te doen. Mijn werk is niet zo hectisch en indringend als dat van de ouders die in de zorg werken, maar ik ben blij dat ik er voor hen kan zijn, door hun kinderen op te vangen.
Ik ben al jaren lang gewend om thuis te werken natuurlijk, maar toch is dit totaal anders.
Voor mijn werk heb ik een kast vol speelgoed voor alle leeftijden. En van de week zag ik ineens wel de humor in van het constructiemateriaal ‘bunchems’ waar zo graag mee gespeeld wordt.  Want zeg nou zelf:

img_20200324_0947441506627729133539142644.jpg
Ik kijk er nu ineens heel anders tegenaan en dat zal waarschijnlijk nooit meer veranderen.
Nee het corona-virus is niet iets om grappen over te maken. Maar wat mij betreft mag een beetje milde humor wel.

 

Lieve Mama

Volgende week is het 6 jaar geleden dat je voorgoed je ogen sloot. Ik had de hele nacht bij je gewaakt. Voor je gezongen, je hand vastgehouden en verteld hoeveel ik van je hou. Mijn laatste uren samen met jou zijn voor mij, en ik hoop ook voor jou, heel waardevol geweest.
Wanneer heb ik afscheid van je moeten nemen? Toen ik daar van de week over nadacht kon ik geen antwoord geven.

Mama, jij was de belangrijkste vrouw in mijn leven en toen ik opgroeide werd je mijn voorbeeld. De liefde en zorgzaamheid die jij aan je gezin gaf, je humor, maar ook je levensinstelling. Ik ga je niet idealiseren, we hadden natuurlijk heus onze irritaties wel. Maar je was een prachtmens. Bij jou kon ik altijd terecht. Om mijn hart uit te storten, om iets gezelligs te doen, om vertroeteld te worden, om samen zo verschrikkelijk te lachen dat we bijna in ons broek piesten, om adviezen te krijgen, om lekker aan te schuiven als ik zelf geen zin had om te koken, om hulp bij de kinderen als ik ziek was, noem het en je was er. Altijd.
Tot aan die ene dag in 1994. Je had een acute hersenontsteking en dat was levensgevaarlijk. Je kwam er doorheen, maar je was niet meer de oude. De ontsteking had voor onomkeerbare beschadiging gezorgd.
Eigenlijk moest ik toen al afscheid van je nemen. Maar je was er nog! Dus ik nam geen afscheid. In de jaren die volgden kreeg je ernstige dementie- verschijnselen. Moest ik nog meer afscheid nemen. Maar ik deed het niet, want je was er nog.
Het hartverscheurende moment voor mij, toen je niet meer wist wie ik was. Ik was een totale vreemde voor je geworden, de hechte band die we als moeder en dochter hadden was volledig uit jouw herinnering verdwenen. Ik was alleen. Ik moest afscheid nemen, maar ik deed het niet want je was er nog.
Het enige moment dat ik dankbaar was over de mist die je herinneringen vervaagde, was toen Jan Willem overleed. Zo heb je niet het onbeschrijflijke verdriet hoeven voelen dat je zoon gestorven was, dat is je God zij dank bespaard gebleven.

Lieve mama, je levensvlammetje doofde heel langzaam. Altijd was je nog blij en dankbaar voor alles, voor de plek waar je woonde, voor de mensen die voor je zorgden.
Uiteindelijk was je lichaam op. Toen moest ik definitief afscheid nemen. Nu was je er echt niet meer. En toch… nu je geest niet meer verward en verdoofd was, zag je er anders uit. Ik kon weer zien hoe je was geweest en dat was zó mooi!
Het was heel bijzonder en ondanks mijn verdriet werd ik er blij van.

Eigenlijk ben ik dus 20 jaar bezig geweest om afscheid van je te nemen. Iedere keer een beetje, steeds weer een nieuw verdriet. Het was zwaar. Maar bestaat er een goede manier? Een abrupt afscheid is moeilijk. Een voorbereid afscheid is moeilijk. En een langgerekt afscheid is moeilijk. Dus ieder afscheid van iemand van wie je zoveel houdt is moeilijk, er is geen goede manier.
Waar ik dankbaar voor ben, is dat in de loop van de jaren na je overlijden steeds meer herinneringen boven komen aan hoe je was voor je ziekte, zodat de herinneringen aan de laatste tijd niet meer de boventoon voeren.
Je bent nog steeds mijn voorbeeld. De liefste mama van de wereld.

thumbnail_1962

Nederlands

Nu ik zoveel schrijf, niet alleen in blogs maar ook op andere manieren, merk ik veel meer op hoe onlogisch de Nederlandse taal is. Vooropgesteld dat ik het echt een leuke taal vind met heel veel mogelijkheden tot creativiteit en sfeertekening, kan ik me over sommige dingen echt verbazen. Hoe zijn bepaalde regels ontstaan?
Ik zoek vandaag, heb gisteren gezocht. Maar als ik vloek heb ik niet gisteren gevlocht. Ik loop en heb gelopen. Ik koop, maar heb niet gekopen.
Het is een vreselijk ingewikkeld systeem met zogenaamde sterke en zwakke werkwoorden wat je maar gewoon uit je hoofd moet leren, want begrijpen kan je het toch niet:
Ik slijp- ik heb geslepen; ik knijp–ik heb geknepen; ik pijp-ik heb gepepen. Of niet.

We eten een kippenei, een eendenei, maar niet een struisvogelsei, dan heet het ineens struisvogelei.
Terwijl dat laatste juist logisch is, want je eet immers het ei van 1 vogel . Je zondagse eitje is niet het product van meerdere kippen. Het zou dus een kipei moeten zijn.
Daarentegen drinken we koemelk, maar dat is juist een mengsel van de melk van vele koeien. Dus dat is weer precies andersom verkeerd.
Als ik een karbonaadje eet, is dat varkensvlees. Klopt niet, het is vlees van 1 varken. Maar we zeggen niet varkenvlees. Dat doen we wel bij rundvlees. Dan mag het ineens wel, de biefstuk is van 1 rund.

Nog even over die melk. We hebben dus koemelk, maar geen geitmelk of schaapmelk.
Wat wel enkelvoud is, is moedermelk. Wat eigenlijk een pleonasme is. Want melk (de plantaardige soorten die we ook melk noemen, maar geen melk zijn buiten beschouwing gelaten) is altijd moedermelk, alleen bestemd voor verschillende soorten babies. Het zou dus eigenlijk mensmelk moeten heten. Of vrouwmelk, want we zeggen ook geen rundmelk. Maar we evenmin hebben we het over ooimelk. Volgen we het nog een beetje?

Dan is er de inconsequentie waar al vaak grappen over gemaakt zijn:
Als olijfolie van olijven gemaakt is, waar is babyolie dan van gemaakt….
In mijn werk heb ook zoiets. Ik ben gastouder en wat ik bied wordt gastouderopvang genoemd. Maar ik vang helemaal geen gastouders op, ik vang kinderen op. En daarom run ik een kinderopvang.
Het ‘van’ en ‘voor’ wordt in het Nederlands lustig door elkaar gebruikt. Kan erg verwarrend zijn.
Ik wil het ook nog even over voorvoegsels hebben.
Boerensoepgroente. Wat moet ik me daarbij voorstellen? De soepgroente die boeren gebruiken? Is dat dan anders dan de soepgroente die mensen die geen boer zijn gebruiken? Zo raar. Naast de boerensoepgroente ligt dan de fijne soepgroente. Het lijkt wel iets uit het feodale tijdperk.
Huisgemaakt. In welk huis? Is het een vertaling van Home-made? Dan moet het thuisgemaakt zijn maar ik denk niet dat een kok thuis de boel staat te koken en dan meeneemt naar het restaurant. Dan moet het dus eigenlijk restaurantgemaakt zijn. Maar dat klinkt blijkbaar niet aantrekkelijk genoeg.
Versgebakken brood. Hoe wou je het anders doen. Oudbakken brood bestaat wel natuurlijk maar dat is niet oudgebakken brood.

Nederlands schijnt voor anderstaligen een moeilijke taal te zijn om te leren. Misschien door het gebrek aan logica.
Vandaag BEN ik, gisteren WAS ik … hoe moet je dat nou weten? Niet verwonderlijk dat een kind rustig zegt: “gister bende ik bij oma geweest”. En geweest is dan ook nog eens het voltooide deelwoord van wezen. Dus “ik was geweest” is sowieso al dubbelop. Waarom moet dat.
Je las ook niet deze blog geleest.

 

vlag

Zorgelijk

Misschien ben ik inmiddels wel paranoïde geworden, maar ik krijg er echt de kriebels van dat vrijwel alles wat je doet op de een of andere manier wordt bijgehouden en opgeslagen. Allemaal onder het mom van het gemak, maar voor mij is het een teken dat we op den duur niet meer zelf hoeven na te denken omdat dat voor ons gedaan wordt. Met als gevolg dat de mensheid een grote, domme eenheidsworst wordt, geregisseerd door Google en andere (zijn die er eigenlijk wel?) data-bases, zodat we zelfs niet meer zelf mógen nadenken.
Vrijwel alles in je dagelijks leven wordt bijgehouden met app’s, slimme meters, camera-deurbellen en noem het allemaal maar op. Het lijkt natuurlijk handig als je kan zien wie er voor de deur staat als je niet thuis bent. Maar je app volgt dus wel waar je naar toegaat en hoelang je daar blijft.
Het is logisch dat als je online iets besteld, dat je je adres opgeeft, en je email-adres voor bevestiging van je aankoop en betaling. Maar waarom moet je in het overgrote deel een account aanmaken voordat je iets kan kopen? “Zodat u bij een volgende aankoop gemakkelijker kan bestellen”.
Ja, zal vast, maar waar het mij om gaat is dat mijn gegevens allemaal opgeslagen worden in de database en daar tot in der eeuwigheid in blijven staan.
Als ik bij de bakker een brood koop hoef ik ook niet mijn geboortedatum en mijn persoonlijke voorkeuren in te vullen bij de kassa. Maar in een webshop moet je eerst van alles vertellen, ook al krijg je het artikel niet eerder geleverd dan dat je betaald hebt.

Ik ben echt niet tegen vooruitgang. Anders liepen we nog steeds allemaal in klederdracht te ploeteren voor ons levensonderhoud.
Heel veel uitvindingen zijn superhandig. Ik maak ook dagelijks gebruik van de laptop. Van social media. Van mijn smartphone. Maar wat me zo benauwd is dat we steeds minder mogelijkheden hebben om iets zelf te doen, zelf te kiezen of we dat wel of niet willen.
Er is geen anonimiteit meer. Ik heb niks te verbergen, zal echt niet verschieten van schrik als mijn persoonlijke gegevens ‘op straat’ komen te liggen bij een digitale fout. Waar het mij om gaat is dat ik steeds minder vrijheid heb. Er wordt meegekeken, er wordt ALTIJD meegekeken.
Vanmorgen kreeg Bert ongevraagd de Jumbo Extra’s pas in de handen gedrukt. Ik had van de week al gezien dat ze die aan het promoten waren en ik wil er niet aan meedoen. Bert zei al zoiets tegen de caissière, maar die zei dat we het thuis maar eens even rustig moesten bekijken. Zij doet ook alleen maar haar werk natuurlijk, de baas heeft gezegd dat ze het moet aanbieden. Alles in het belang van de klant.
Maar daar heb ik nou juist zo’n moeite mee. Want het is niet in mijn belang. Het is in het belang van Jumbo. Zo kunnen ze precies bijhouden wat ik koop, wanneer en hoeveel. Zogenaamd om voordelen voor de klant te kunnen geven, speciale aanbiedingen enzo. Rot toch op! Als je een aanbieding doet, maak het dan mogelijk voor iedereen, zoals het altijd was! De ene keer maak je er gebruik van en een andere keer is het iets wat niet iets voor jou is dus laat je het staan.
Nee, Jumbo wil voor mij bepalen wat ik ga kopen, daarom krijg ik persoonlijke aanbiedingen.
Nou niet dus, ik ga de pas niet activeren. Een mini-protest van mijn kant, ik heb niet de illusie dat het zoden aan de dijk zal zetten. En jammer voor Google maar ik ga de app dus ook niet gebruiken. Het is natuurlijk een druppel op een gloeiende plaat. Ik zal niet tegen kunnen houden wat er al aan het gebeuren is en nog te gebeuren staat. Maar zolang ik nog een flintertje persoonlijke vrijheid kan houden wil ik daaraan vast houden.
Ik kan al heel veel dingen niet meer persoonlijk doen, moet heel veel digitaal regelen. Het zij zo. Maar mijn grote probleem is dat ik steeds minder zelf mag bepalen en bedenken. Niet door een dictatoriale regering, maar door een systeem wat door een groot gedeelte van de wereld wordt omarmd en door een heel kleine groep wordt gedirigeerd. En dat vind ik serieus doodeng. Ik voel me gevangen.

img_20200223_14314365648498340091798004.jpg

Bingo!

Ik ben vandaag weer met een van mijn kinderen naar Ballorig geweest.
En zoals altijd hebben we genoten. Kind met spelen, ik met kijken.
Het is echt geweldig om je op een bankje te posteren en alleen maar te kijken. En soms proberen om je gezicht in de plooi te houden en niet voluit te gaan zitten schateren.
Er kwam een hele Bingokaart in me op , die heb ik hieronder maar even uitgewerkt:

Bingokaar Blog

Voor de duvel niet bang!

Het voelt bijzonder: een boekje in ontvangst nemen waar je eigen naam op staat. En dan niet eentje die je helemaal zelf in elkaar geknutseld hebt en via printing -on -demand hebt verkregen, maar een van een echte uitgever met een echte oplage. Het voelt niet alleen als een erkenning, het is het ook. En heb ik die erkenning nodig? Blijkbaar wel, want ik ben echt trots. In Schrijven heb ik verteld over de schrijfwedstrijd ‘Hier, Toen en Nu’ en dat mijn verhaal als een van de tien winnaars uit de bus kwam.
En gisteren was dan de langverwachte uitreiking van de bundel! De titel ‘Voor de duvel niet bang’ vind ik erg goed gekozen, het thema is ‘sagen en legenden’ en daar komt vaak de duivel bij te pas.
Ik was uitgenodigd om met een introducee naar Arnhem te komen op 15 februari om 13.00 u. en dat was alles wat we wisten. Spannend! Natuurlijk was Bert mijn gezelschap en als extraatje ging onze hond Lenny (ik had toestemming gevraagd) ook mee.
We kenden niemand van de genodigden en ook de uitgevers niet, maar het was direct duidelijk waar we moesten wezen, er stond al een groepje mensen te wachten en dat kon eigenlijk niet anders dan ‘onze’ groep zijn. Ik weet niet precies waarom, schrijvers zien er echt niet herkenbaar uit, maar het klopte wel.

Het was verrassend, want we bleken naar de historische kelders van Arnhem te gaan. Ik wist van het bestaan niet af, maar omdat ik van geschiedenis hou kon ik wel erg enthousiast worden over deze locatie. Onder leiding van een gids maakten we eerst een tourtje bovengronds en konden we op verschillende plekken zogenaamde ‘koekoeks’ zien, ingangen naar de kelders. De gids vertelde over de verschillende gebouwen en winkels, waar de kelders onder lagen. Daarna gingen we onder de grond.
Die arme Lenny moest een voor hem doodenge trap af: een metalen met open treden. Maar hij deed het toch maar, kleine dappere kerel. Gelukkig was dat het enige moeilijke voor hem, de rest kon hij gemakkelijk en hij gedroeg zich voorbeeldig.

Op deze site kan je meer over de geschiedenis van de kelders lezen!
Tevoren was ik een beetje ongerust, ik voel me snel opgesloten, zeker als de ruimte smal en donker is. Maar zowel de kelders als de toegangen waren ruim en licht genoeg, zodat ik er echt van kon genieten. De oude stenen, nisjes en richels vond ik erg mooi en het was een sfeervolle plek om er met deze groep schrijvers te zijn.

Aan het eind van de rondleiding was in een grotere kelder de uitreiking van de verhalenbundel. De historische en wat geheimzinnige locatie paste zo goed bij het thema van het boek! Immers had ieder verhaal , dat in het heden speelt, een sage of legende uit de geschiedenis als onderwerp.
Het is een erg mooi en divers boekje geworden en ik ben zo blij dat ik er ook aan mocht bijdragen. Voorin de bundel staat een kaart van Nederland met daarop aangegeven waar de verhalen zich afspelen.

img_20200216_1049475278293603247283119692.jpg
Er zijn bekende en minder bekende legenden gebruikt en die zijn in elk verhaal op een boeiende en originele manier verwerkt.
Ieder schrijver werd even naar voren geroepen en kreeg het boekje persoonlijk uitgereikt. En zoals ik al zei voelt het heel bijzonder om een fysiek boek in je handen te hebben waarbij jouw eigen naam op de kaft staat en waarin je het verhaal wat je zelf bedacht hebt, gedrukt ziet staan.
Ik moest het ook echt even op me laten inwerken, maar voelde me echt heel feestelijk.
Na afloop ging iedereen weer haars- en zijns weegs, net zoals de verhalen kwamen de schrijvers uit heel Nederland.
Bert en Lenny en ik zochten nog even een gezellig cafeetje op, waar we samen proostten, Bert en ik met een speciaalbiertje, Lenny met water, en ik het boekje nog eens doorbladerde en gewoon even genoot van het speciale gevoel.img-20200215-wa00013097674412706189156.jpg
Thuis zou ik de verhalen gaan lezen, benieuwd naar wat al mijn mede-schrijvers hadden bedacht.
Ben je ook nieuwsgierig geworden?
Het boekje is verkrijgbaar via de uitgever: 18.02 publishing en in de (online) boekhandels.

Als de merel zingt

Dat klinkt als de titel van een ‘witte raven pocket’ , geschreven door Leni Saris of Sanne van Havelte. Stapels heb ik er gelezen vroeger, de meeste waren van mijn grote zus. Maar ik haalde ze ook uit de bibliotheek. “Roman voor oudere meisjes” stond er dan ook nog bij. Het ging altijd over liefde natuurlijk. En verder was het erg braaf, tegenwoordig zouden we bij zo’n classificatie, “voor oudere meisjes”,  iets anders verwachten.
Maar ik dwaal af. Direct al, terwijl ik nog niet eens aan mijn verhaal begonnen ben.
De afgelopen dagen zijn grijs, koud, stormachtig en grauw geweest. Weer om alleen naar buiten te gaan als het niet anders kon.
Vandaag lijkt het anders te zijn. Ik heb de gordijnen weliswaar nog dicht, ik hoef vanmorgen niet zo vroeg aan het werk. Maar ik zie het zonlicht er al doorkomen.
En ik hoor zo’n mooi geluid! Een merel zit ergens in de achtertuin te zingen.
Het lied van de merel vind ik misschien wel het mooiste geluid wat er is.

De ijle heldere melodie, die niet na te zingen is en door geen andere vogel zo gezongen wordt, ontroert me altijd en roept een onbestemd verlangen op. Waar ik op dat moment ook mee bezig ben en hoe ik me ook voel, als ik een merel hoor zingen word ik gelukkig.
Herinneringen en associaties komen op. Momenten dat ik me zo gelukkig voel en voelde.

Als kind, in een schoon bed na een zomerdag, de merel zong voordat ik in slaap viel.
Een frisse ochtend van een dag waarop nog van alles kan gebeuren, terwijl de merel zingt in de top van de esdoorn.
In de schemering van de avond, het silhouet van een merel op de nok van het dak, zijn lied klinkt zo prachtig en krachtig uit dat kleine keeltje. Afscheid van de dag.

Er zijn al weer meer vogels te horen, het is bijna voorjaar. De koolmees met zijn simpele lieve liedje, de musjes met hun melodie-loze gekwetter, de houtduif met zijn haast weemoedige gekoer.
Het maakt me allemaal blij. Maar het allermooiste klinkt het als de merel zingt.
Een geluksmoment.

artworks-000329875446-iedrcv-t500x500   (foto: Soundcloud)