Categorie archief: Bezinning

Sprookje

Er was eens….. een tafeltje. Het kon zich niet precies herinneren waar het vandaan kwam, maar wel dat het ergens in de jaren ’70 van de vorige eeuw gekocht werd door een Gronings echtpaar.
Het tafeltje was van de degelijke soort, gemaakt van massief eikenhout en,  geheel volgens de mode van die tijd, donkerbruin gelakt. Onder het tafelblad zaten 2 laden.
De stevige poten hadden aan de bovenkant een rechthoekige vorm en waren aan de onderkant ovaal, zo voelde de tafel zich zowel robuust als sierlijk.
Het tafeltje kreeg een prominente plek in de huiskamer. Het droeg talloze vazen met bloemen. En honderden kopjes koffie en thee, glaasjes advocaat en jenever, zowel voor het echtpaar, als voor de rest van de familie. Want iedere keer dat de familie bij elkaar kwam, stond het tafeltje in het middelpunt.
Er werden kousevoeten opgelegd van luie mannenbenen. Er kwamen kleinkindertjes die met hun kleverige handjes steun zochten en knoeiden met ranja. Er kwamen kringen op het blad vanwege natte bierflesjes, het blad werd bedolven onder stapels boeken en kranten. Het tafeltje onderging alles blijmoedig, daar was het immers voor gemaakt.
Van tijd tot tijd werd het tafeltje gepoetst en in de was gezet en dan glom het van trots.
De gezondheid van de man ging achteruit en het echtpaar verhuisde naar een kleinere woning, met een badkamer op de benedenverdieping. Het tafeltje ging mee en kreeg opnieuw een plek midden in de huiskamer. Nog steeds was het ’t middelpunt, nog steeds mocht het al die kopjes en glazen en vazen dragen, alle boeken en kranten, de kerststukjes in december, de hyacintenbolletjes in het voorjaar. De donkerbruine laklaag kreeg ondertussen wat beschadigingen, sommige kringen konden niet meer goed weggepoetst worden en het tafeltje kreeg een kanten kleedje. Nu voelde het zich wel wat bejaard, maar ach, zo gaat het toch? Het stond nog steeds stevig op de poten en daarom mocht het mee toen er nogmaals verhuisd werd. Nu was het een kleine kamer waar het in kwam te staan, want de man was zo ziek geworden dat het echtpaar in een verzorgingshuis ging wonen.
Het tafeltje nam de sfeer van thuis mee en daar was het blij om. Het maalde er niet om dat z’n blad wat kale plekken kreeg, dat de laden  steeds meer als rommelplek gebruikt werden. Het merkte wel dat het steeds vaker glazen water en doosjes medicijnen te dragen kreeg, maar gelukkig waren er ook nog genoeg kopjes koffie en thee, gebakschoteltjes en bloemenvazen. Het echtpaar sliep in een andere kamer, maar toen de man overleed, kwam de vrouw in die ene kamer te wonen waar het tafeltje stond. Het tafeltje moest samen met de andere meubels wat inschikken,want het bed moest ook nog plek hebben. Maar het mocht nog steeds blijven. Nog altijd was het ’t middelpunt van visite, ook nu de kleinkindertjes groot geworden waren. Het tafeltje zag nieuwe mensen verschijnen in de familie en allemaal zetten ze hun kopjes en glazen op het oude tafelblad.
En niemand zei: “Wat een mooi tafeltje is dat”.  Maar het wist zelf wat het waard was en het bleef onverstoorbaar. Het kanten kleedje sneuvelde en toen viel op hoe beschadigd en oud het tafelblad geworden was. Iemand haakte gauw een nieuw kleedje om het tafeltje weer een beetje aanzien te geven. En altijd mocht het tafeltje een vaas bloemen dragen, omdat de vrouw daar zo van hield.
De vrouw werd oud en zwak. Het tafeltje moest opschuiven omdat de ruimte nodig was voor de oude vrouw, als zij moest lopen of verzorgd moest worden. Er werd een stoel van het bankstel weggehaald en het tafeltje was even bang dat het ook het veld zou moeten ruimen. Maar het mocht blijven en opgelucht bleef het de vazen met bloemen dragen.
Op een nacht overleed de oude vrouw, op haar eigen kamer, in haar eigen bed.
Het tafeltje kreeg een mooie taak: het mocht een prachtig  bloemstuk dragen, als eerbetoon aan de oude vrouw. Het hele tafelblad werd erdoor bedekt en iedereen was blij dat het tafeltje er stond.
Naderhand moest de kamer leeggeruimd worden en onherroepelijk was ook het tafeltje aan de beurt. De laden werden eruit gehaald en de spullen die er in zaten opgeruimd. Het tafeltje zag er uit als een leeg, kaal en beschadigd geraamte. Niet meer zowel robuust als sierlijk, maar hopeloos gedateerd en lelijk. Zelfs een kringloopwinkel zou het niet meer willen hebben.
Zou het zo eindigen voor dit tafeltje, nadat het ruim 40 jaar een middelpunt was geweest bij lief en leed?
Een ander echtpaar bekeek het tafeltje nog eens goed. Ze waren ongeveer zo oud als dat het eerste echtpaar was geweest, toen die het tafeltje kochten.
Ze overlegden met elkaar, ze waren aan nieuwe meubels toe en eigenlijk zagen ze toch nog wel iets in dat lelijke, ouderwetse ding.
Ze schoven de laden weer op z’n plek en verhuisden het tafeltje naar hun eigen huis.
En op een zaterdagmiddag zetten ze het tafeltje buiten en pakte de vrouw de schuurmachine.
Ze begon de oude lak eraf te schuren. Een vreemde geur kwam daarbij vrij, in de tijd dat het tafeltje gemaakt was, werd er ander materiaal gebruikt als nu. Onder de lak kwam prachtig eikenhout te voorschijn. Hout, nog veel ouder als het tafeltje zelf.
De vrouw kreeg er plezier in en streelde met haar hand over het gladgeschuurde stuk. “Ik zal je heel mooi maken” beloofde ze. “We doen er niet meer van die donkere lak op , maar we maken je een beetje moderner, zodat je strakjes bij òns het middelpunt van de huiskamer mag zijn. Wij hebben ook veel kopjes en glazen voor je te dragen, en ook mooie bloemenvazen. En weet je? Hier zal je ook kleine kleverige kinderhandjes voelen die steun bij je zoeken. En, als ik niet oplet, ook kousevoeten van luie mannenbenen. Je begint gewoon weer helemaal opnieuw. ….”
Ze pinkte even een klein traantje weg.
En het tafeltje? Dat leefde nog lang en gelukkig

IMG_20190105_153823408.jpg

(Kerst)Gedachte

Gister zagen we op tv de Z-Doc “Extreme Christmas Gifts”
Een bizar rijke oliemagnaat die in een protserig landhuis woonde met serieus 6 kerstbomen in de verschillende zalen (ik kan het echt geen kamers noemen) , kocht kerstcadeau’s voor zijn gezin voor bedragen met minstens 4 cijfers voor de komma.
Zijn vrouw kon bij alles alleen maar “Oh my God!” kirren en ik had sterk de indruk dat ze niet in de gaten had over Wie ze het had. De op deze manier loze kreet die ze werkelijk bij iedere zin gebruikte, stoorde mij dan ook mateloos. Het benadrukte alleen maar de leegte van materialisme.
Een andere man, een jonge zakenman, kocht voor zijn vader een helikopter.
“Want pa gaat bijna met pensioen en hij houdt van reizen” .
Hier zag ik ineens wel zo de humor van in, dat ik me in mijn beker winterthee verslikte. Hoe oppervlakkig is dit allemaal! Nee, het is niet de kift dat ik dit nu schrijf, ik meen het echt. Het is allemaal zo over de top, dat het compleet belachelijk is. Het enige positieve was dat hij z’n vader een plezier wilde doen.
En daar zit dan toch iets in van  “de kerstgedachte”
Persoonlijk ben ik van mening dat de kerstgedachte het hele jaar in ere gehouden moet worden.
Ik las op de fb van mijn nichtje: “Christmas” begins with “Christ”
En zo is het.
De mensen die mij kennen, weten dat ik ervan overtuigd ben dat Jezus Christus voor ons geboren is. En dat ik probeer door mijn manier van leven te laten zien dat Hij het goede voorbeeld geeft.
Vanavond hadden Bert en ik een gesprek na het eten, nadat we het Kerstevangelie gelezen hadden.
Momenteel zeggen veel mensen dat de wereld zo individualistisch is. Dat er alleen belang wordt gehecht aan geld. Dat er niet naar mensen omgezien wordt, maar dat iedereen voor zichzelf leeft.
Het lijkt ook vaak wel zo.
Maar ik denk eigenlijk dat het niet zo donker is als dat we vaak denken!
Voorbeeld?
We gingen eens even na waar we allemaal geweest zijn op vakantie de afgelopen jaren. In allerlei landen en in allerlei situaties. En ALTIJD waren er vriendelijke en behulpzame mensen.
Toen Bert z’n bril verloor in een Noors meer werd een halve camping overhoop gehaald om hem een snorkel te kunnen aanbieden zodat hij naar zijn bril kon zoeken.

Toen wij in Cornwall op een zondagmorgen even stil stonden met de motor omdat we moesten bepalen waar we heengingen, stopte er een autootje met 2 oude dametjes die op weg waren naar de kerk, ze waren gekleed in keurige bloemetjesjurken met bijpassende hoeden. De dametjes vroegen of alles goed met ons was en of we misschien hulp nodig hadden.

Toen we ten einde raad waren in Harlingen, omdat we wegens de harde wind en de krappe ruimte onze boot niet konden aanleggen, kwam er zomaar een ervaren schipper helpen door aan boord te komen en het roer van ons over te nemen.

Toen we in de Ardennen ten val kwamen met de motor en ik mijn pols brak, kwam een mevrouw ons helpen. Zij bracht ons in haar auto naar de dichtstbijzijnde stad, naar het ziekenhuis.

Toen we in Duitsland waren kwam er een stokoud mannetje de weg over schuifelen naar ons toe. Hij had ons aan zien komen en gauw iets lekkers  voor Lenny gepakt, die hem zo aan zijn eigen geliefde hond van vroeger deed denken.

Toen we ergens in Friesland aan het wandelen waren en werden overvallen door noodweer, riepen mensen ons binnen en mochten we met hond en al de hele middag daar schuilen.

Op zich kleine voorvallen maar bij alles voelden we vriendelijkheid en aandacht. De kerstgedachte, ook al was het midden in de zomer.
Ik hou me vast aan deze dingen. Dit zijn de lichtjes in het leven. En zolang er op allerlei plekken in de wereld zulke lichtjes zijn, wordt het niet donker. Niet echt.
Daar heb ik geen helikopter of swarovski-armband voor nodig. Sterker nog, wat moet ik er mee?
Dat zijn maar spullen.
De lichtjes die er toe doen, zijn gratis . Maar onbetaalbaar.

Ik wens jullie allemaal een gezegend Kerstfeest en een heel mooi nieuw jaar. Met heel veel lichtjes, zowel om te delen als om te ontvangen.

image1

Generaties

In “Oma” , de titel zegt het al, schreef ik over de oma naar wie ik vernoemd ben, de moeder van mijn moeder.
Als kind vond ik haar echt altijd al stokoud. Een oma met een schort, een breiwerk en een knotje. Het prototype van een oma.
Ik herinner me dat ik één keertje gezien heb dat ze haar haar los had. Ik was perplex. Heel lang, heel wit haar. Dat werd gevlochten en de vlecht stijf opgerold tot een knotje. Zo heeft ze volgens mij haar leven lang het haar gedragen. Mijn andere oma had grijswitte krulletjes. En ook een schort.
Zo waren oma’s. Mijn vriendinnetjes hadden ook zulke oma’s. Oma’s van wie je je niet voor kon stellen dat ze jong geweest waren. Zij waren de bovenste generatie, ik zat in de onderste, mijlenver van elkaar vandaan voor mijn gevoel.
Ik werd volwassen, mijn oma overleed toen ze echt stokoud was, en mijn eigen moeder werd een oma. We schoven een generatie op. Mijn moeder had geen knotje. Wel een schort, maar die droeg ze alleen als ze aan het koken was. Toen zij oma werd, had ze ook nog geen grijze krulletjes, die kwamen later. Want haren kleuren, daar deed mijn moeder niet aan.
Toch had ik het idee dat ze een veel jongere uitstraling had dan haar moeder. En ik heb ook niet de indruk dat mijn kinderen haar altijd als stokoud beschouwd hebben. Zij was nu de bovenste generatie, mijn kinderen de onderste. En ik zat er tussenin.
Mijn moeder werd oud, stokoud. Maar ik was nog steeds de tussengeneratie, ik was zowel moeder als kind. Een paar jaar geleden overleed ze. Mijn vader was twee jaar daarvoor al overleden, dus nu was ik ineens niemands kind meer. Maar ik had nog wel een schoonmoeder en daarom voelde ik me nog steeds horen bij de tussengeneratie.
Maar vanaf vandaag is dat voorbij. Mijn schoonmoeder is gisternacht overleden. Bert en ik hebben nu beiden geen ouders meer. Ineens zijn wij de bovenste generatie. Het is vreemd om me dat te realiseren.
Confronterend op een bepaalde manier.
Maar er is al een nieuwe generatie op komst! Juist een paar weken geleden hebben we gehoord dat we opa en oma worden. Wat een geweldig nieuws.
En hoe anders kijk ik nu tegen het ‘oma zijn’ aan als vroeger. Ik voel me niet oud. Maar wil wel heel graag oma zijn. Een lieve, gezellige oma bij wie het fijn is om te komen. Ook al heb ik geen knotje en al helemaal geen grijze krulletjes.
Ik ben er klaar voor. En ik hoop dat ik nog heel lang de bovenste generatie mag blijven.

31896415-stock-vector-little-girl-and-her-granny-on-a-walk

Geluk

Vanmorgen las ik via een facebookvriend een artikel over en van de psychiater Dirk de Wachter op Brainwash
Het was zo’n artikel waarbij ik zit te knikken onder het lezen: ik herken het.
Natuurlijk ben ik geen psychiater maar ik denk er de laatste tijd veel over na dat de trend is dat je altijd maar gelukkig moet zijn.
Het is naar om ongelukkig en /of verdrietig te zijn, ik denk dat ik mag zeggen dat ik daar alles van weet. En je wilt graag dat het over is, dat het weer goed wordt, het weer licht wordt, dat je weer gelukkig bent. Maar ik denk toch dat het een niet kan bestaan zonder het ander. Als er geen donker bestaat weet je niet wat licht is. En wat is precies geluk. Als je altijd gelukkig zou zijn, dan wordt dat gewoon. En dan krijg je alsnog de behoefte om verder te zoeken of er nog meer is….
Gister was ik bij een gesprek met iemand die tegen depressie aanhangt en een sociaal werker.
In het gesprek werd duidelijk dat die iemand veel aan zelfreflectie had gedaan, juist nu in de periode dat hij niet goed in z’n vel zit. En daarom werd zo duidelijk  in het gesprek, waar die gedeprimeerdheid vandaan komt. Als hij alleen maar bezig geweest was om toch maar vooral gelukkig te zijn, had hij belangrijke dingen gemist. Dingen die hem nu helpen om uit de put te klimmen.
Het leven is, ondanks dat wij heel veel kunnen regelen en sturen, nog steeds niet maakbaar. Iedereen krijgt te maken met dingen die hem of haar overkomen, zonder dat je er zelf invloed op hebt uitgeoefend. Het is de kunst om met hetgeen je overkomt, op zo’n manier om te gaan dat je er iets aan hebt in de rest van je leven. Dat klinkt allemaal wat zweverig misschien maar eigenlijk is het juist heel aards. Iedereen krijgt te maken met tegenslag, met verdriet, ziekte, dood. Dingen waar we ongelukkig van worden. Het is soms verschrikkelijk moeilijk om daar midden in te zitten, soms zelfs zo dat je op dat moment geen uitweg ziet. En juist omdat het dan zo donker is, kan je soms ineens toch lichtpuntjes zien.
En deel het, je verdriet, je ongelukkige gevoel. Niet op facebook of instagram, maar deel het met de mensen om je heen, die van je houden en bij je betrokken zijn. Echte belangstelling, echte troost. We hebben het nodig. Allemaal.
Een van mijn favoriete boeken is Tara Road, van Maeve Binchy. Ik heb ook de verfilming ervan op dvd. Op zich een grote teleurstelling, de hele essentie van het boek is om zeep geholpen in de film, maar éen minuscuul stukje vind ik de moeite waard, namelijk wanneer iemand hoofdschuddend tegen de hoofdpersoon zegt: “Mensen denken altijd maar gelukkig te moeten zijn” .
Zo is het ook. Laat die gedachte los. Het kan niet. Het hoeft niet.
En denk ook niet dat anderen het zo makkelijk en leuk hebben in het leven allemaal. Als ik kijk naar mijn eigen familie-en vriendenkring: echt ìeder persoon, ieder gezin maakt dingen mee waarvan je niet gelukkig wordt. Zelfs als je denkt: ‘Nou, bij die-en-die gaat alles altijd voor de wind, alles lukt, allemaal leuke dingen altijd…. ‘ Het is alleen de schijn. De buitenkant.
De Wachter zegt: Geluk is een doel op zich geworden. Dat is geen goede zaak. Begrijp me niet verkeerd, ik gun iedereen een gelukkig leven, maar ik denk dat geluk een bijwerking mag zijn van een goed leven. Van een zinvol leven, een leven met anderen, een leven dat zorgzaam is, een leven dat gedeeld is. Zorg voor uzelf, zorg voor uw gezondheid en zorg voor uw omgeving, voor uw medemens. Geluk komt er dan vanzelf bij, op een veel fundamentelere manier dan het partytime geluk. Het is een gevoel van vervulling, van: zo is het goed, zo mag mijn leven zijn. Als geluk een doel wordt, een obsessioneel doel, dan dreigt het mis te lopen. En natuurlijk is het leven af en toe lastig, maar het is minder erg. Je kunt dat wel aan, want je weet dat je goed omringd bent.

En alweer heeft Loesje daar een passende quote voor:

loesje-geluk-is-een-richting

Voor Tim….

…..en alle andere mensen die dit lezen. Bestaat de gemiddelde mens eigenlijk wel? Ik denk het niet, ben hem tenminste in mijn hele leven nog nooit tegen gekomen. Maar blijkbaar is er ooit iemand geweest die de norm ‘gemiddeld’ heeft geïntroduceerd. Maar wie ik ook ken of kende, iedereen heeft iets speciaals. Dus ik begrijp die norm niet. Ik weet wel dat veel mensen graag bij een groep horen. Omdat het hen zekerheid geeft, ergens bij horen. En ik weet ook dat veel mensen liever niet bij een groep horen. Omdat het hen beklemd, ergens bij horen. Hebben dan de groepsmensen die term ‘gemiddeld’ bedacht? Welnee. Want groepen zijn veel te beperkt, je hoort er bij als je die mening hebt,of je zo kleedt, die opleiding hebt, zo oud bent, die religie aanhangt, etc. En er zijn ontelbaar, vroeger zeiden mijn kinderen “honderdduizendmiljoentachtig”, verschillende groepen, dus dat is ook niet erg gemiddeld. En zelfs in een groep zijn alle leden verschillend.
Terug naar het individu. De een is druk, de ander rustig. Of extrovert, introvert, positief ingesteld, hypochondrisch, hoogsensitief, manisch-depressief, zwakbegaafd, hoogbegaafd, autistisch, narcistisch, verlegen, excentriek….. ik kan eindeloos doorgaan, maar ik denk dat de lezer mijn punt wel begrijpt. Niemand is gemiddeld en iedereen moet op de een of andere manier met het leven dealen. En dat is voor de een misschien makkelijker dan voor de ander, maar er is niemand die vanaf de geboorte tot aan het bejaardenhuis een leven leidt waarin alles goed gaat en die altijd gelukkig is.
Wat het misschien moeilijker maakt dan zou hoeven, is hoe mensen naar anderen kijken. Wat zou de wereld er anders uitzien als we het begrip ‘afwijking’ niet kenden. Als je dat woord letterlijk neemt, zie je al dat het betekent dat het niet volgens ‘de norm’ is. Welke norm dan, wie heeft toch in vredesnaam bepaald hoe een mens moet zijn? Als het begrip ‘afwijking’ niet bestond, maar daarvoor in de plaats alleen over ‘diversiteit’ gesproken werd, wat zouden we dan al een heel stuk verder zijn in mijn beleving.
Gelukkig ben ik niet de enige die er zo over denkt. Misschien hebben we het hier in Nederland dan wel over ‘afwijking’ maar er wordt veel aan gedaan om iedereen recht te doen. Er zijn veel mensen die anderen willen helpen als ze problemen ondervinden, zowel beroepsmatig als persoonlijk. En de mensen die naar anderen kijken en ze ‘raar’ vinden…. het zegt meer over henzelf dan over die ander.
Mijn mening is: laten we blij zijn met die diversiteit. Wat zou de wereld een verschrikkelijke plek zijn als iedereen hetzelfde was.
Zolang als ik me kan herinneren is mijn favoriete quote: “Ik ben uniek, net als iedereen.”
Voor mij dekt dat perfect de lading van wat ik hier wil zeggen. Er lijkt zo’n tegenstrijdigheid in deze uitspraak te zitten, maar hij klopt helemaal. Iedereen is uniek en daarmee is niemand een uitzondering. Hoe je ook bent, wat je ook hebt of niet hebt, je hoort bij die iedereen. Met je eigen unieke zelf.
En, zegt Loesje:

Beeld-Loesje.jpg

Waar gaat het eigenlijk over?

De laatste tijd ben ik vaak in nostalgische stemming. Dat is ook wel in een aantal blogjes te lezen. Ik weet niet precies waar het door komt, de extra belangstelling voor vroeger, de weemoed, de heimwee zelfs soms. Het is nu toch ook fijn, met alles wat er nu in mijn leven is. Zou het door de leeftijd komen? Ik heb niet speciaal een kroonjaar bereikt dit jaar, ik zou het logischer gevonden hebben als ik dat bijvoorbeeld had rond mijn 50e verjaardag. Maar gevoelens zijn niet logisch. Dus laat ik maar geen reden gaan zoeken, het is gewoon zo. Het opruimen, de reünie, de muziekjes van vroeger, het laat zien dat ik een schat aan herinneringen heb verzameld in mijn leven. En ik hoop nog veel meer herinneringen te maken, nu en in de toekomst. Het is ook niet zo dat alles vroeger zo fijn was, zeker niet, ik ga het niet idealiseren. Momenteel sta ik voor mezelf een stuk prettiger in het leven, ik was vroeger veel meer onzeker en trok me veel meer aan wat ‘men’ van me zou vinden. Ik hoorde nooit tot de populaire groepjes op school, bij verenigingen of op het werk. Maar ik was ook geen underdog, gewoon een beetje de middenmoot. En inmiddels is het zo dat ik helemaal niet de behoefte meer heb om ergens bij te horen, ik kan veel meer mezelf zijn en zo vanzelf de mensen tegen komen met wie het klikt. Dat klinkt alsof ik blaak van zelfvertrouwen en op een bepaalde manier is dat misschien zelfs wel zo. Maar dat geldt dan alleen voor de ‘buitenwereld’. In mijn eigen kring wil ik graag dat alles goed is en maakt het me wel uit wat er van me gevonden wordt. Gelukkig maar, anders was ik wel erg zelfgenoegzaam.
Wat de herinneringen soms wel moeilijk maakt is het gemis. Gemis van JanWillem, Nel, Ingrid. Van Pa en ma. De mensen van wie ik zo gehouden heb en met wie ik nooit meer herinneringen op kan halen. Ik vond een oude foto van het muziekkorps waar zowel Nel, JanWillem als ik lid van waren, het Trompetterkorps der Hilversumse Schutterij.

schutterij

Het meisje met de jachthoorn links op de foto is Nel, de meest rechtse ben ik. En naast mij staat JanWillem, met z’n trompet. Ik kan de foto laten zien, maar nooit meer zeggen: O kijk nou, weet je nog hoe dat was! Niet meer samen kunnen lachen om gekke voorvallen, of praten over wat we allemaal meegemaakt hebben . De lol in de bus, de geur van Brasso omdat iedereen z’n instrument blinkend gepoetst moest hebben, het zegt een ander niets. Ik kan niet meer vragen: Hoe heette die-en-die nou toch ook al weer. Niet dat het zo belangrijk is dat ik de namen van de korpsleden nog moet weten, puur het gegeven dat ik het nooit meer aan hen kan vragen! Ik ben ouder geworden, maar zonder hen. En dat doet zeer en het went niet.
Ik wil er niet in blijven hangen, het verleden. Maar het heeft me wel gevormd tot wie ik nu ben, dus ik kan het ook niet zomaar loslaten. Ik denk dat het ten diepste het gevoel is dat het niet zo hoort te gaan. Mijn ouders zijn erg oud geworden, daar had ik verdriet van toen ze overleden, maar ook vrede mee. Zij hadden een volledig leven geleefd, het was hun tijd. Maar voor JanWillem, Nel en Ingrid voelt dat niet zo. Ik ben met hen volwassen geworden, ik wilde met hen oud worden. Misschien eigenlijk wel het “samen uit, samen thuis” gevoel.
Terwijl ik dit zit te typen leest Bert hardop voor uit de krant dat de ruimtesonde Voyager na ruim 40 jaar vliegen nu ons zonnestelsel gaat verlaten.
18 miljard kilometer. Meer dan 40 jaar vliegen. En dan nu het voor ons onbekende in.
Dit is te groot voor mijn bevattingsvermogen. Als ik dit al niet kan snappen, hoe kan ik dan zoiets groots en grilligs als het leven snappen? Het voelt als een metafoor. Het verleden is bekend, geeft houvast, de toekomst is onzeker. Al mijn zelfvertrouwen ten spijt. Misschien heb ik dan toch een verklaring gevonden voor mijn hang naar nostalgie.
De Voyager gaat op onderzoek uit. Zo driest ben ik niet, maar ik wil wel meer vooruit kijken. Nieuwe herinneringen maken. Laat ik maar dapper zijn. loesje

 

Er zit een gat in mijn emmer

De bucketlist. Je zou denken dat het echt iets voor mij is. Ik ben namelijk de koningin van de lijstjes. Door het hele huis, in al mijn tassen en jaszakken vind je mijn lijstjes. Boodschappenlijstjes natuurlijk. Maar ook het weekmenu-lijstje aan de koelkast. De lijst namen in de gang op de planborden: welke kinderen komen wanneer deze en komende week.
Als ik op vakantie ga maak ik lijstjes. Wat moet ik niet vergeten te regelen? Wat moet er mee? Wat moeten de thuisblijvers weten?
Bij een projectje in huis maak ik lijstjes. Op volgorde hoe we dingen gaan aanpakken, wat er voor nodig is en wat het ongeveer gaat kosten.
Ik maak een planning door middel van een lijst als we veel visite krijgen. Wat moeten we klaarzetten, wat gaan we serveren, wat moet er gekocht worden, wanneer moet wat klaargemaakt worden.
Lijstjes geven me rust. Ik schep alvast orde in de chaos die anders onvermijdelijk in mijn hoofd gaat ontstaan, het paniekerige gevoel of ik wel aan alles gedacht heb, of ik niemand vergeet, of het wel goed gaat lopen allemaal. Als ik een lijstje gemaakt heb, kan ik het loslaten. Hoef ik niet wakker te liggen omdat ik bang ben dat ik niet aan alles en iedereen gedacht heb, ik weet dat het gewoon op mijn lijstje staat allemaal. Weet ik eventjes iets niet meer, dan check ik mijn lijst.
Het gaat me om rust en controle. Maar als ik er goed over nadenk, vooral controle over dingen die fout zouden kunnen gaan of ongemak opleveren.
Want aan de andere kant hou ik heel erg van leuke verrassingen. En van onverwachte gebeurtenissen, mits ze positief zijn. Ik kan best het dagmenu van de vrijdag op het koelkastlijstje laten voor wat het is, als we onverwachts uit eten gaan. Heerlijk zelfs. Ik kan best de planning voor een verbouwinkje omgooien als we ineens in een winkel een betere oplossing zien, of als Bert met een briljant idee komt.
Ik ben dus niet een totale controlfreak, wil alleen zoveel mogelijk stress vermijden. En ik krijg er stress van als dingen mis gaan of dreigen te gaan.
Ja, natuurlijk weet ik wel dat je met een lijstje niet alles in de hand hebt. We zien allemaal in ons leven vaak genoeg dat er dingen gebeuren waar je geen vat op hebt, al maak je 100 lijstjes.
Het was een nare week, afgelopen week.
Ik was, wat ik niet in die mate verwacht had, erg van slag door wat het schrijven van het stuk Hond, Hart en Ziel bij me losgemaakt had.
En er kwamen heel veel berichten van overlijden, verdriet voor mensen die ik goed ken. Een broer, een moeder, twee maal een vader. En als verschrikkelijke toegift het ongeluk in Oss. Het bedrukte me erg allemaal, ik voelde me naar en gedeprimeerd.
Tijd voor een bucketlist dan, opschrijven wat ik graag wil doen en bereiken in mijn leven, ‘before I kick the bucket”?
Nee. Ik ben wel een dromer en ik heb wel wensen. Sommige al van jongs af aan. Maar het gevaar is dat je zoveel op die exacte dromen en wensen gefocused bent dat je niet goed ziet wat je inmiddels hebt.
Dat heb ik al eens genoemd in een vorige blog. Zo’n vast idee over een oud huis en een oude tuin, dat ik over het hoofd zag dat ons eigen huis oud genoeg is om in mijn plaatje te kunnen passen.
Mijn droom was altijd : Een huisje op het platteland, met een stukje grond er omheen, dieren en een moestuin. Ik keek nog regelmatig op Funda, zag de prijzen, zelfs hier voor ons onbereikbaar en ik kreeg een knoop in mijn maag bij de gedachte dat ik nooit mijn droom zou kunnen verwezenlijken.
Tot ik ineens besefte: hoezo niet? Kijk eens wat je nu hebt dan? Je woont op het platteland, in een leuk huis. Je hebt een grote tuin, met bomen, ruimte voor dieren en een moestuintje. Heb je nu niet al een groot gedeelte van je toekomstdroom van vroeger verwezenlijkt? Moet het perse dan dat oude boerderijtje in the middle of nowhere zijn? Hoe zou dat in de praktijk zijn voor jou? Je zou vereenzamen, want je bent niet iemand die er makkelijk op uit trekt. Je zou veel moeten verbouwen en onderhouden aan het huis en dat is helemaal niks voor jou/jullie, je wilt dat alles kant en klaar en comfortabel is. Ben je echt alleen maar gelukkig als je twee ezels en wat geitjes op je land hebt? Hoe geniet je nu niet van je kippen en je geweldige koppel konijnen die zoveel ruimte hebben!
Ga eens niet met oogkleppen op voorbij aan hoe het nu is omdat je maar naar dat ene vastgeroeste idee over de toekomst blijft kijken!
Wat een openbaring was dat voor mij. Natuurlijk mag ik blijven wensen en dromen, maar laat ik toch alsjeblieft zien wanneer en hoe er al wensen vervuld zijn en daar gelukkig mee zijn.
Wat ben ik bijvoorbeeld blij met mijn nieuwe vensterbank. Niet eentje die al honderd jaar oud is in een venster-nis onder glas in lood. Maar wel een vensterbank. Een echte met kussens, met uitzicht, met sfeer. Voor mij gemaakt, waarin ik kan lezen, haken, thee drinken, wanneer ik maar tijd voor mezelf heb. Ik ben een deken aan het haken in bijpassende kleuren, erin worden de woorden Home Sweet Home verwerkt. Zo toepasselijk bij het gevoel wat dit geheel me geeft.
Ik heb geen behoefte aan een bucketlist. Als ik zou weten dat ik er morgen niet meer zou zijn, heb ik geen spijt dat ik bepaalde dingen niet bereikt heb. Want wat belangrijk is, is er. Nu.
En dat is zo duidelijk geworden afgelopen week. Al dat verdriet, bij al die mensen, en ook bij mezelf.
Maar mijn gezin is er, de mensen van wie ik zoveel hou. Mijn familie. Mijn dieren. Mijn huis, mijn tuin. Lekker eten en drinken op tafel. Een borreltje op mijn nachtkastje naast mijn o zo heerlijke bed. . Een viool en een kast vol muziek binnen handbereik. Genoeg medicijnen in mijn toilettas om problemen te voorkomen.
Kinderarmpjes om mijn nek en een stemmetje dat zegt: ‘Ik vind jou lief.’
Een wijde landelijke omgeving, ik hoef de straat maar uit te lopen om het te zien.
Ik heb geen bucketlist, want er zit een gat in mijn emmer. Door dat gat dwarrelt het ene briefje na het andere, waar mijn wensen op staan. En in plaats van verschrikt te kijken omdat ik mijn wensen verloren ben, kijk ik achterom en zie een spoor van vervulde wensen. Ik zie het. En het maakt me gelukkig, ik hoef niet meer het gevoel te hebben dat ik nooit dit of dat zal bereiken.
Ik doe af en toe een nieuw briefje in de emmer. En ik zie vanzelf een keer, als ik omkijk, of het eruit gevallen is.
Het is zo’n populair gezegde : Leef in het heden, kijk niet achterom. Maar als ik niet achterom zou kijken, zou ik het spoor niet zien wat me hier gebracht heeft. Dan mis ik pas wat.

bucket

 

 

 

Kaars

De razende samenloop, juist op die ene seconde op die ene plek ….. daarna de oorverdovende stilte, die in heel Nederland doorklinkt.
Het leed is letterlijk niet te overzien en heel, heel veel mensen huilen. Ik ook.
Kinderen, leidster in de kinderopvang, het raakt me ook in mijn persoonlijke wereld.
En ik, die altijd met taal en vertellen bezig is, heb geen woorden om dat gevoel te beschrijven. Alleen tranen.
Ik steek een kaars aan , stil symbool voor de behoefte om ‘iets’ te doen in een situatie waarin je helemaal niets kan doen.

Voor de kinderen, die nu nooit meer thuis zullen komen

Voor de leidster, die machteloos was en nu zwaargewond, hoe moet ze verder

Voor de machinist, die machteloos was, hoe moet hij verder

Voor het zwaargewonde meisje in het ziekenhuis, dat 2 zusjes heeft verloren

Voor de ouders, die het meest verschrikkelijk bericht kregen wat er is

Voor de mensen die het bericht moesten gaan brengen

Voor de opa’s en oma’s, de familie en vrienden, collega’s, vriendjes en vriendinnetjes

Voor de hulpverleners die hun moeilijke werk moesten doen

Voor iedereen die getuige was

Voor iedereen die zo verdrietig is, ook al kende je de betrokkenen niet,

steek ik een kaars aan.

kaars

hond, hart en ziel

Behalve mijn eigen schrijfsels voor  deze Daagse Dingen, schrijf ik ook voor de internetsite 50+ in Nederland  . Artikelen en blogs over allerhande onderwerpen en thema’s .
Een poosje terug plaatste de redactie een oproep:  Maakt een hond gelukkiger?
Ik wilde hier eigenlijk wel op reageren, niet als redactielid maar gewoon als mezelf.
Want het onderwerp riep direct veel emoties bij me op, die veel dieper gingen dan mijn eigen blogje uit 2015 Het leven is leuker met een hond.   Ik nam contact op met Julia, de hoofdredactrice en zei dat ik wel wat te vertellen had maar, dat ik het moeilijk vond om het op te schrijven. We spraken af dat ik toch ging proberen en dan gewoon alsof ik het tegen haar vertelde allemaal.  Toen ik het af had, voelde ik me wat vreemd. Leeg, geëmotioneerd,  maar het voelde ook heilzaam.  Het was een soort therapie geweest.
Toen heb ik nog getwijfeld of ik het eigenlijk wel online wou hebben, ik laat heel wat van mezelf zien hierin.  Maar na enig nadenken en overleg met Julia heb ik wel toegestemd.
Vanmiddag is het geplaatst, met wat kleine aanpassingen.
Maar wat zou mijn eigen site zijn als ik het daar zelf niet plaatste? Dit is immers helemaal mijn eigen verhaal…..

Zolang ik me kan herinneren wilde ik graag een hond. Maar daar was echt geen sprake van bij ons thuis, dus die kwam er niet. Ik liet hondjes uit van buren en van vriendinnetjes en daar stelde ik me mee tevreden. Honden hebben altijd iets heel speciaals gehad voor mij. Het contact wat je kan maken is uniek ten opzichte van andere dieren. Het zit op een bepaald geestelijk niveau wat je niet met andere dieren hebt. Honden verstaan mensen op een bepaalde manier, en ze zijn op je gesteld.
Toen ik trouwde was er nog steeds geen kans op een hond voor mij, want mijn toenmalige man stond er helemaal niet achter. En ik vind dat je samen de beslissing moet nemen voor een nieuwe huisgenoot, want dat is een hond, en als ik de enige was die het wilde vond ik dat geen goede basis.
Eind 2000, inmiddels had ik 2 kinderen van 12 en 9, die ook graag een hond zouden willen, ging hij overstag. Achteraf denk ik dat het een goedmakertje geweest is van hem, hij was achter mijn rug om een affaire begonnen met een andere vrouw.
We mochten een pup.

Het hondje wat we gekozen hadden moest natuurlijk groot genoeg zijn om bij haar moeder weg te mogen, en in februari 2001 was het zo ver. Tess deed haar intrede, een kruising Duitse Herder/Duitse staande. Vanaf het begin af aan heb ik een band met haar gehad die huisdier/eigenaar oversteeg. We verstonden elkaar op een bepaalde manier, ik kan niet goed uitleggen hoe. Zij voelde mij aan en ik haar. Ze was natuurlijk gewoon hond, met hondengedrag, maar ze kon mij ook ‘lezen’. Toen mijn man uiteindelijk te kennen gaf dat hij toch voor de andere vrouw koos en bij ons wegging,  stortte mijn wereld in. Een enorme complexiteit van gevoelens verwarde me.
Verdriet, rouw, boosheid, strijdlust, gevoel van vernedering, hoop, wanhoop, alles was er. En Tess was er voor mij. Voor haar hoefde ik me niet groot te houden, hoefde ik niet sterk te zijn, hoefde ik niet te vechten, maar als ik dat allemaal wel wilde, was zij er ook. Zij was letterlijk aan mijn zij, hoe ik me ook voelde. Dat voelde als een enorme steun, onvoorwaardelijk.
Zij heeft me echt geholpen om mijn dagelijkse dingen te blijven doen, zodat ik in eerste instantie kon overleven. Zo voelde het echt in het begin, overleven. Daarnaast wilde ik er zijn voor mijn kinderen , mijn man had hen immers ook in de steek gelaten. Echt in de steek gelaten want hij vertrok naar Amerika en zij begrepen er niks van. Hij was zo gefocused op zijn nieuwe liefde dat hij alle andere banden doorsneed. Ook die met zijn kinderen (vandaar mijn strijdlust) .
Maar als ik met Tess alleen was en door het bos en langs het meer wandelde (ik heb eindeloos gewandeld met haar) kon ik mijn tranen de vrije loop laten, kon ik heel hard schreeuwen over het water, kon ik hardop tegen mezelf praten. Zij vroeg niet, zij suste niet, zij werd niet boos of gegeneerd of ongeduldig, zij was gewoon naast me, drukte zich soms tegen me aan met de boodschap: ik ben er.
Dat heeft me zo heel erg goed gedaan. Mijn onvoorwaardelijke maatje. Die band is altijd zo gebleven, ook toen het weer beter met mij ging en ik uiteindelijk een andere man ontmoette met wie ik het aandurfde om een relatie aan te gaan.
Toen dat gebeurde had ik inmiddels nog een hond, Lynn. Een onduidelijke kruising, ruigharig, echt een boefje om te zien. Ik had via de hondenclub over haar gehoord, zij had een vervelend leven omdat zij de dupe was van de scheiding van haar eigenaars. Man kon niet voor haar zorgen in z’n miniflat, vrouw wilde die rothond eigenlijk helemaal niet hebben, dus ze werd verwaarloosd, zat dagen alleen op een balkonnetje en kreeg te eten als er toevallig om gedacht werd. Het sprak me zo aan, juist omdat ze slachtoffer was van een scheiding. Ik wilde haar een thuis geven, samen met mijn kinderen en Tess. Ze was 3 jaar toen ze bij ons kwam, we hebben haar dus niet als pup gekregen en daardoor heeft het een poosje geduurd voordat we een band kregen met elkaar. En het is nooit zo geworden als met Tess, zij heeft te lang voor zichzelf moeten zorgen om onzelfzuchtig te zijn. Maar toen ze ouder werd raakte ze helemaal gesetteld bij ons en kon ze laten zien hoe ze werkelijk was: liefdevol, geduldig en erg grappig.
Tess is 11 jaar geworden, ze werd op een gegeven moment ziek en na een paar dagen moesten we de beslissing nemen om haar in te laten slapen. Het is denk ik de moeilijkste beslissing van mijn leven geweest. Mijn verstand zei dat ik haar ermee hielp, dat ze waardig kon sterven terwijl ze nog een hond was in plaats van een afgetakelde hoop zieke ellende. Maar mijn gevoel zei dat ik haar in de steek liet. Zij die er altijd was voor mij, moest nu doormaken dat ik haar liet inslapen.
Ze kon zich ook niet overgeven, zodat het moment van de euthanasie verschrikkelijk was.
Ik heb me finaal binnenstebuiten gehuild hierover. Zowel over het gemis van haar als over mijn beslissing, ik had er zo’n enorme spijt van, ook al wist ik dat het niet terecht was. Ik voelde me zo verschrikkelijk schuldig.
Op een avond zat ik met mijn zus daarover te praten, ik was uiteraard weer helemaal in tranen. En op dat moment zag ik een beeld voor me. Het was als in een zonnig bos, maar het licht was veel feller. En Tess kwam op me toe rennen en vlak voor me sprong ze op, met een blije snoet.
Toen was het beeld weg en een enorme rust vulde me. Dit was haar manier om te laten weten dat mijn beslissing goed was geweest en dat ze nu gelukkig en gezond was.
Ik heb toen weer gehuild, maar het voelde heel anders. Tranen van opluchting en geluk. Het was goed zo.

Nu hadden we alleen Lynn nog maar en die hechtte zich meer aan ons nu ze alleen was.
Op 1 november 2012 kregen we ’s nachts telefoon, ik vergeet het nooit meer.
Mijn broer was op zijn werk op een afschuwelijke manier verongelukt, hij was dood.
Hij werkte bij een ijzergieterij en had nachtdienst. Die nacht is een heftruck die geladen was met een bak gesmolten ijzer van achter op hem ingereden en heeft hem verpletterd en verbrand. Ik weet niet waar ik de kracht vandaan haal om dit zomaar te typen, het is immers te verschrikkelijk voor woorden.
Het is inmiddels 6 jaar geleden dus maar ik ben er nog steeds kapot van. De allerscherpste randjes zijn van het verdriet af, maar het nog steeds iets waar ik eigenlijk niet over kan praten.
Na het ongeluk ben ik ook een poos onbereikbaar geweest. Voor iedereen, dus ook voor mijn man en mijn kinderen, mijn zus, wie dan ook. Ik was volkomen opgesloten in mijzelf, de enige die echt tot me door kon dringen was Lynn. Omdat ze er gewoon was, met haar besnorde koppie, haar lijfje tegen me aan. Ze vroeg niet, ik hoefde niet te praten, alleen haar warmte te voelen. Ik kon helemaal mezelf zijn bij haar. Voor alle anderen en de rest van de wereld voelde het alsof ik in een glazen bubbel leefde. Ik zag en hoorde alles maar kon nergens deel van uitmaken en bij niemand komen en niemand kon bij mij komen. Behalve Lynn. Lynn probeerde niet om me uit die bubbel te halen, zij kroop er gewoon bij in.
En toen heb ik ook met haar eindeloos gewandeld, omdat ik met haar alleen kon zijn zonder me eenzaam te voelen en ook weer alle verdriet kon uitschreeuwen, uithuilen, hardop tegen mijn broer kon praten zonder dat zij vond dat het gek was….
Lynn is 14 jaar geworden en was op het eind eenvoudig op. Ze is heel rustig ingeslapen en ik had er vrede mee, maar wel weer heel veel verdriet.
Twee maanden later kwam pup Lenny. Ook met hem heb ik weer een heel speciale band. Gek genoeg herken ik heel veel van mezelf in hem. Misschien was het daarom ook niet moeilijk om hem te kiezen. Vanaf het moment dat ik hem op mijn arm had, hij was toen 3 weekjes oud, wist ik: Dit is hem. Ondanks dat zijn broertjes en zusjes even schattig waren natuurlijk, welke pup is dat nou niet. Maar hij was degene met wie ik direct een emotionele klik voelde, dus hij werd ons hondje. Ik begrijp hoe hij zich voelt als hij onzeker is, of juist uitzinnig blij. Hij kan ook echt verdrietig zijn, of pissig zitten mokken.
Hij is een hond, en niet ‘als ons kind’, laat dat duidelijk zijn. Ik zie honden ook niet als surrogaat mensen. Want juist het hond-zijn maakt hem/haar zo speciaal, de connectie tussen mens en hond. Met wederzijds respect en als het goed is heel veel wederzijdse liefde. Een hond verrijkt mijn leven en vult gaten op zoals mensen onderling dat niet kunnen.

paw

Zolder

De zolder. Een bergplaats, extra logeerplek, maar heel vaak gewoon een stortplaats.
“Wat moeten we hiermee? Eh, weet niet, zet maar even op zolder” En voor je het weet kan je niet meer lopen van de bende die je toch niet weg wilt gooien.
Nou hebben we voor de woonkamer plannen voor wat herinrichting. Onder andere dat de werkplek en administratie daar weg moeten. Naar zolder ja. Maar dan moet het eerst wel zo zijn, dat het daar goed toeven is. Dus voor de woonkamer, is eerst de zolder aan de beurt. En serieus, want we hebben grote plannen voor een kastenwand, een logeerhoek en een werkplek. Maar voordat dit veelbelovende idee gerealiseerd kan worden, moeten we eerst opruimen. Grondig opruimen.
We zijn al druk bezig geweest, dat is niet in 1 dag klaar. En weet je? Behalve opslag voor materialen (handwerkspullen, restanten laminaat, extra dakpannen etc) is de zolder eigenlijk gewoon een museumpje. Een heel persoonlijk museumpje, met een vaste collectie en een wisselexpositie.
In onze vaste collectie zit geen enkel systeem. Spullen van 4 generaties zitten door elkaar, maar wat een herinneringen! Alles vertelt een eigen verhaaltje. De stoel waar mijn oma altijd in zat met het voetenbankje wat mijn opa erbij gemaakt had. Melkbussen met het opschrift : Gebr.de Vries, afkomstig van de boerderij van Berts vader. Dingen die zo oud zijn dat ze een stukje unieke familiegeschiedenis vertegenwoordigen.
Het kleine houten sleetje waar we vroeger op de hei mee speelden als het flink gesneeuwd had. We pasten er niet alledrie op, dus om de beurt, maar wat kon je hard van de heuvel af, in vergelijk met de grote sleeën van de anderen. De kolenkit van vroeger thuis, die ik in de jaren ’80 beschilderd heb met “volksschilderkunst’, wat in die tijd helemaal in was.
En dan de dozen en kratten met ‘allerlei’, waarin echt alles door elkaar zit. Een antieke knijpbril van Berts opa, of misschien zelfs wel overopa, in een oeroud foedraaltje.

bril.jpg

De eerste schoentjes van Irene en Tim. Ach kijk nou…..

schoentjes

De kleinste zijn van Tim, hij liep al heel vroeg. Maatje 20, hij heeft nu maat 45. Die van Irene zijn aan de voorkant helemaal afgesleten van het geschraap over de stoep als ze op de loopauto zat. Sweet memories. Twee monopoly-spellen, eentje superoud en eentje oud. Afkomstig van zowel de De Vries- kant als de Van Bloois- kant. Een poppenwagen, een racebaan, een voetbalspel. Een hele serie meisjesboeken van Irene, over Cindy. Titels als: ‘Cindy op ballet’ en ‘Cindy danst de sterren van de hemel’. “Cindy springt een gat in de ozonlaag”, hoor ik in herinnering mijn broer zeggen en ik schiet in de lach. Van Tim zijn er momenteel wat minder boeken aanwezig, ik heb juist, met zijn toestemming, een heel stel boeken over sterren, planeten en ruimtevaart uitgeleend aan een jongetje dat hier in de opvang komt. Bijna 5 jaar oud en hevig geïnteresseerd in die materie, ik zie Tim er in terug. Nogmaals sweet memories.
Maar ook schoolwerkjes, zowel van mezelf als van mijn kinderen.
Mijn schoolrapport van de lagere school, met de opmerking van de juf van de 1e klas: “Niet zo kwebbelen, Anneliesje!’ Een verslag van Bert over techniek. : “Kijk eens aan, ik had een 7 ½” ,zegt hij terwijl hij het doorbladert. Alles is inmiddels gedateerd natuurlijk maar we bewaren het. Evenals de schriften van mijn vader met berekeningen die hij heeft gemaakt voor verschillende zonnewijzers. En tot mijn verrassing tref ik zelfs een hele beschrijving en berekening aan van de zonnewijzer op de Martinitoren in Groningen. Geen idee dat hij daar mee bezig is geweest, bijzonder!
Ik wil Berts oude bureautje graag gaan gebruiken op de nieuwe werkplek, maar de laatjes zitten nog vol. Brieven van zijn moeder in luchtpost-enveloppen, uit de tijd dat hij stage liep in Canada.

briefBeschrijvingen van ditjes en datjes, van een vakantie, maar ook de zin: “jongen, schrijf toch eens!” Wat kan ik me goed voorstellen hoe zijn moeder zich gevoeld moet hebben, haar zoon aan de andere kant van de wereld en nog geen skype of what’s-app om makkelijk contact te houden. Dan wil je toch wel iedere week een brief?
De brieven gaan in de bewaardoos met “Bert” erop. Evenals de foto’s van schoolkampen, zijn militair paspoort en een stel afgrijselijke pasfoto’s van door de jaren heen. Maar welke pasfoto is nou ooit leuk?
Er zijn op zolder nog veel meer foto’s, bergen foto’s. Dozen vol afdrukken, dozen vol dia’s. Van 3 generaties, en een paar foto’s zelfs nog van een generatie verder terug. Talloze vakanties, feestjes, familiegebeurtenissen, portretten, allemaal vastgelegd. Foto’s van mensen waarbij je denkt : Wie zijn dat in vredesnaam? En foto’s van mensen waarbij je denkt: Ach ja….. We nemen ons voor om ze een keer echt uit te zoeken en te sorteren. Maar niet nu, dat gaat dagen kosten.
Tassen vol kinderkleding voor crisis-pleegkinderen. Zulke kindjes staan na een telefoontje van pleegzorg met een uur voor onze deur, met niet meer bij zich dan ze aan hebben. Dan is het fijn om wat in voorraad te hebben. Zoveel mensen hebben ons hiermee geholpen, we kunnen er inmiddels een paar planken mee gaan vullen in onze nieuwe kast.
Ook de rest van onze vaste collectie krijgt straks een plaats in de nieuwe kastenwand, er is niet zoveel wat we hiervan weggooien. Het is als een impressie van ons leven en ons verleden.
De wisselexpositie is een ander lot beschoren. Zo hebben wij daar een aantal matrassen en dekbedden. Beelden van de tijd dat Tim hier nog woonde en af en toe een hele groep vrienden uitnodigde die dan allemaal konden blijven slapen, komen boven. In iedere ruimte in huis lagen dan wel matrassen. Eveneens sweet memories, maar tijden veranderen. Ze zijn niet meer nodig, dus ze gaan weg, dat hoofdstuk is afgesloten. Mappen uit de begintijd van mijn bedrijf, oud cursusmateriaal van Bert, het kan weg. Speelgoed van de opvang wat niet meer compleet is, gaat ook weg. Ook aan al die dingen zitten herinneringen, maar die gooi ik immers niet weg, alleen de spullen. Een oude salontafel, te goed om weg te gooien, die moet naar de Kringloopwinkel. Oude motorkleding, afgedragen winterjassen, we doen het weg. Wel even de zakken nakijken natuurlijk maar helaas vinden we geen briefgeld of andere leuke verrassingen.
De kleding die we droegen op onze eerste date bewaar ik wel. We trekken het nooit meer aan, maar het heeft emotionele waarde, evenals onze trouwkleding. Daar is in de nieuwe kast ook wel een plekje voor.
Er is zoveel dat weg kan dat we een hele aanhanger vullen om mee naar de grofvuilstort te gaan.

stort
Zonder emoties gooi ik samen met Bert de matrassen en de zakken met afgedankte of kapotte spullen in de daarvoor bestemde containers. Rommel hoort niet thuis in een goed museum. Alleen dingen van waarde. En die verdienen een mooie plek. Ik heb echt zin om de zolder op te knappen!