Categorie archief: Geen categorie

Op stap

Een rondje Borg. De  eerste verliefde wandeling hand in hand met Bert, in 2004, rond Borg (landhuis) Verhildersum . In een vierkant om de Borg heen ligt een wandelpad, wat ideaal is voor een ommetje. Eigenlijk een vierkant rondje dus.
Echt in alle seizoenen mooi, het verveelt me nooit om daar te lopen. En in die bijna 18 jaar na de eerste keer heb ik daar dan ook talloze voetstappen gezet.
Met verschillende honden, met in de loop der jaren een stuk of 40 kinderen in alle leeftijden, met visite en een enkele keer gewoon lekker in m’n eentje.
Tot ik 5 maanden geleden ineens letterlijk geen stap meer kon verzetten.
Het gaat goed met mijn voet, in februari ging het gips eraf en de operatiewond is voldoende genezen. En toen moest ik weer leren lopen. Heel raar, je bent altijd een goede en enthousiaste wandelaar geweest en dan moet je ineens gaan nadenken hoe je moet lopen. Hoe zet ik mijn voet neer, hoe wikkel ik hem af, hoe beweeg ik mijn knie, mijn heup….niets gaat meer automatisch, terwijl ik vroeger gedachteloos overal heen liep, sjouwde, rende en huppelde.
Alles voelt bibberig en onzeker en het gaat langzaaaaaaam…..
Maar! Langzaam of niet, het gaat! En steeds beter ook.


Ik had het ontzettend gemist om met mijn hond Lenny te lopen, gelukkig voor hem waren mijn zwager en schoonzus al die maanden onvermoeibaar, en haalden hem iedere ( ja echt iedere!) dag op voor een wandeling. Echt zo lief!
Toen ik weer een beetje kon lopen, wilde ik zo graag met Lenny naar buiten, ik nam 1 kruk mee en met mijn andere hand hield ik hem aan de lijn. Wat een teleurstelling was dat. Hij was ongeduldig, hield totaal geen rekening met mijn beperkingen (terwijl het altijd zo’n gevoelig beest is), ik kon nauwelijks op de been blijven en ik raakte erg gefrustreerd. Het was gewoon nog te vroeg.
Dus ik ben verstandig geweest (ja dat kan ik wel als ik dat wil, maar ik wil het niet altijd) en heb geoefend zonder hond. En nu lukt het al best goed. Ik loop zonder krukken, zet mijn voet niet meer neer als Pipo de Clown, ik hang niet meer voorover alsof ik een denkbeeldige rollator duw, ik loop rustig in plaats van langzaaaaam…. kortom, ik ben niet meer gefrustreerd.
En deze week wilde ik dus graag weer een rondje Borg gaan lopen. Met Lenny.
Jongens, wat was het fijn! Heerlijk in de prille voorjaarszon, Lenny liep naast me als de liefste hond van de wereld en ik …. ik kon EINDELIJK weer mijn geliefde wandelingetje doen.


Nog even dubben bij een kruispuntje:  ga ik het hele rondje doen of misschien toch een halve?
Lenny wilde wel graag een hele natuurlijk en ik eigenlijk ook wel. 
Dus we hebben het gedaan en het is gewoon een mijlpaaltje! 

Lenny Leerde Liesje Lopen Langs de Lange Leenster Laan
en toen ze weer huiswaarts keerden, was Lies trots dat ze ‘t had gedaan!

Het hoogste lied

Mijn hele leven zing ik al kinderliedjes. Ik ken er nog wel een paar die we op de kleuterschool zongen, op de lagere school leerden we er ook een heleboel. Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat we op de Mavo zongen, want op die leeftijd schaam je je daar blijkbaar ineens voor. Maar daarna ging ik naar de kleuterleidstersopleiding en uiteraard zongen we daar weer volop. Ik leerde zelfs over de theorie van het kinderlied, de term ‘kleuterdeun’ bijvoorbeeld, een melodie van 3 tonen die een klein kind makkelijk oppakt. Ik vond een heleboel kinderliedjes eigenlijk maar erg saai en onzinnig.  Arend Stokje en Un dun dip, het waren zeurderige melodietjes en de tekst sloeg meestal ook nergens op. Ik bedoel: “Un dun dip, inne kanne kip, inne kanne dobbelmanne, un dun dip” ? Dat is wat mij betreft nou geen tekstueel en muzikaal  hoogstandje, zelfs niet op kleuterniveau. De kern van de lessen was dat een kleuterlied eenvoudig moet zijn.  Een of andere muziekpedagoog uit die tijd had dat blijkbaar bepaald met een uitgebreide uitleg waarom dat zo moest. En iedereen volgde braaf. Ik vind het nogal betuttelig. Kinderen maken zelf uit welke muziek ze mooi vinden, begrijpen en oppakken. En daarom moet je wat mij betreft een ruim assortiment aanbieden en je niet beperken tot 3 noten.
Toen ik aan het werk ging als kleuterleidster was ik wat dat betreft dus een beetje opstandig. Want ik kende veel mooiere liedjes.  Die had ik geleerd van mijn vader en moeder, de liedjes die zíj als kind geleerd hadden.
Toegegeven, ze waren ook niet allemaal van hoog niveau ( “En in die bloempot zit een heertje, een heertje, een heertje, en in die bloempot zit een heertje, een heertje zonder hoed”)
maar er waren zulke mooie liedjes bij dat ik ze altijd heb onthouden en stiekem aan mijn kleuters leerde, naast de verplichte kost van een kleuterdeun als ‘li li lekkere li, zet een potje li”

Ik zong eerst voor, en al gauw mèt de kleuters (want ze pikten het snel op!) de liedjes van vroeger, van thuis.
“1, 2, 3, 4, 5, 6 , 7, Miertje is de dokter thuis?” Een liedje over een dierendokter die een muis moest helpen die van de trap gevallen was. Het was een verhaaltje wat je zong, in drie coupletten en niet alleen maar rare woorden die toevallig rijmden en het had een heel leuke melodie. De woorden waren soms wat ouderwets, maar 1x uitleggen en de kleuters begrepen het. 

“Er was eens een kleine kabouterman, die had een paar goudleren schoentjes aan” was ook een succes, het kaboutertje was prachtig mooi uitgedost en ijdel, tot hij in de modder viel. Ach wat sneu, maar zo’n leuk liedje. Ook wel moralistisch natuurlijk, maar dat lag er niet zo dik op.
“Een veldmuis vond in ‘t beukenbos een lege notendop” was ook zo’n leuke. Die muis maakte er wieltjes aan en sjeesde  de heuvel af. Ik zag het voor me en de kleuters ook, ik weet het zeker.

Vroeger thuis was het prachtige liedje “Maantje tuurt” onze favoriet, mijn moeder zong dat voor ons en we werden er als kinderen ontroerd door. Het is een bedtijd-liedje, dus niet zo geschikt voor in de klas. Maar ik kreeg zelf ook kinderen en die moesten natuurlijk ook naar bed en zij vonden het ook weer prachtig als ik het voor ze zong.  De tekst en de melodie geven zo’n prettig weemoedig gevoel: 

“Maantje tuurt, maantje gluurt
al door de vensterruiten
t Is alsof het je zeggen wil
‘t Is in de kamer zo stil, zo stil
Zijn de kindertjes al naar bed,
Of spelen ze nu nog buiten?

Zijn de kindertjes al naar bed,
Of spelen ze nu nog buiten?

Lieve maan, kijk eens aan
ze liggen al lang in de veren
‘Mooi’ zegt het maantje en lacht, en lacht
‘Ik wens jullie allemaal goede nacht,
morgen heb je weer nieuwe pret,
dan kun je weer spelen en leren,
morgen heb je weer nieuwe pret,

dan kun je weer spelen en leren.

Echt zo’n lief, geruststellend liedje. Voor kinderen van alle generaties.
MIjn moeder zong het voor mij, ik voor mijn dochter en zij zingt het weer voor haar kindje. 
Mooi dat sommige dingen doorgegeven worden en niet verloren gaan.

In mijn kinderopvang zong ik ook voor en met de kinderen. Oude en nieuwe liedjes. En zo ben ik altijd in de kinderliedjes gebleven. Heerlijk.

Mijn kleinzoon is gek op muziek en op liedjes zingen
Dus mag ik gewoon lekker door blijven zingen.
Wat hij momenteel heel mooi vindt, is ook weer zo’n oud liedje.
Ik leerde het van mijn moeder, zong het als juf met mijn kleuters, zong het voor en met mijn eigen kinderen en nu weer voor hem. Samen met zijn moeder, want zij heeft hem het liedje geleerd.
Toen we afgelopen weekend bij elkaar waren moesten mama en oma het samen zingen, vond hij en hij deed al heel goed mee met de tekst, drie coupletten met moeilijke woorden, op zijn eigen aandoenlijke peutermanier.
Mijn dochter zei later tegen me: je moet dat voor hem tekenen, dat mannetje uit het liedje.
Uiteraard heb ik dat met plezier gedaan. 

Dus bij deze!

Voor Finn:  

Ik droomde gister van een ventje
en zijn buikje was van koek
van sukade wa
s zijn neusje
en van chocola zijn broek

‘t ventje liep op witte klompjes
en die waren van fondant
en een wandelstok van suiker
hield hij in zijn rechterhand

Weet je wat zijn oogjes waren?
Kleine ronde stukjes drop!
en hij had zowaar een hoedje
van rozijnentulband op
droeg daarbij een aardig kieltje
en dat was van pannenkoek
en dat stond hem even netjes
als zijn chocoladebroek

Hij stak zijn armpjes in de hoogte
en hij riep: ‘nu ben ik een reus!’
En hij maakte met zijn handjes
voor de grap een lange neus
Even later ging hij dansen 
en hij zong van tralala
en tot slot nam hij een hapje van zijn broek van chocola! 

Op rozen

De man was een jaar of 15 jonger dan ik en keek mij aan. “Heel mooi, zei hij, “en zo slank!”  Ik zag alleen zijn ogen en ik….

Ok. Het was de dokter, hij had een mondkapje voor en hij had het over mijn voet. De voet die hij vorig jaar  had geopereerd en die hij nu terugzag.
Maar met dat compliment maakte hij wel mijn hele dag goed! Het betekent namelijk dat de voetbreuk-ellende voorbij is. Na 4 maanden mocht vandaag voorgoed het gips er af en heb ik voor het eerst weer 2 schoenen aan! De wond zag er prima uit, de röntgenfoto liet zien dat de breuk goed is genezen en ik heb geen zwellingen of verdikkingen, het is allemaal zoals het moet zijn. Ik ben zo dankbaar!

Het voelt erg onwennig, mijn voet zwabbert nog een beetje en het lopen gaat zo langzaam dat het lijkt of mijn spieren het verleerd zijn. Maar dat is een kwestie van oefenen. Ik ben zo blij! Het is een feestdag en ik liep op rozen naar de auto. ( let vooral even op het deel: ‘ik liep’!) 

En we hebben nog meer te vieren, want er is een nieuw huisgenootje. Eigenlijk een oud huisgenootje maar voor ons is hij nieuw.
Toen we klaar waren in het ziekenhuis zijn we doorgereden naar Stichting Flappus in Zwolle, we hadden daar afgesproken om een cavia op te halen.
Een vriend voor onze Pimpernel, die een paar weken geleden afscheid heeft moeten nemen van haar vriendin Rozemarijn, ze waren al 4 jaar samen. We hebben het even aangekeken maar ze kwijnde weg in haar eentje, hoeveel mensen-aandacht ze ook kreeg.
Bij Flappus zijn zoveel dieren in de opvang, en dit kereltje sprong eruit voor mij. Ook al flink op leeftijd, net als Pimpernel, dat leek een goede match. 

We hebben ze kennis laten maken op neutraal terrein, en het was echt liefde op het eerste gezicht.

Dus die twee kunnen samen van een mooie oude dag gaan genieten!

Er stond al een hele poos een fles Chardonnay Bubbels te wachten in de koelkast. We hadden die van de kinderen gekregen op onze trouwdag in September.
Bewaard voor een speciaal moment.
Vandaag dus! Want het voelt ECHT als een feestdag, alleen maar fijne dingen en klaar voor de toekomst. PROOST! 

Groepsgedoe

In iedere Facebookgroep zit er minstens één: iemand die het nodig vindt om vervelende opmerkingen te maken. Zo’n ‘Ik zeg waar het op staat’ type. Het is mij nog steeds niet duidelijk waar dat voor nodig is. Het gaat immers niet om de wereldpolitiek, de klimaatverandering of andere  discussieonderwerpen. Tenminste niet in de groepen waar ik lid van ben. Dat zijn groepen die met mijn liefhebberijen te maken hebben. Handwerken, schrijven, huisdieren. Maar blijkbaar zijn dat ook goede onderwerpen om ruzie over te zoeken. Puur gekat, iets anders kan ik er niet van maken. Het gaat voor diegene niet om opbouwende kritiek, niet om goede adviezen en blijkbaar al helemaal niet om het gezamenlijk plezier. Bevalt het me echt niet, dan stap ik uit de groep. Ik ben niet gediend van negatief oordeel als er om een advies gevraagd wordt, van lelijke opmerkingen als iemand trots is op wat hij/zij gemaakt heeft, van gesneer omdat iets diegene blijkbaar niet zint, om welke reden dan ook. Zo wordt de sfeer totaal verpest.


In het verleden heb ik me wel eens laten verleiden om daar een opmerking over te maken. Maar dan is het hek helemaal van de dam. En het is toch te gek dat een moderator moet ingrijpen omdat een groepslid zich niet kan beheersen? Ik wil met zulke mensen eigenlijk helemaal niks te maken hebben, het lukt ze namelijk aardig om mijn plezier te vergallen met hun negativiteit.
Van mij hoeven we echt niet allemaal gelijkgestemd te zijn. Ik hou van variatie en van eigenheid. Maar niet van gesneer. Facebook is op zich al erg genoeg, met zoveel mensen die een ongefundeerde mening de ether inslingeren, wat leidt tot gestook, polarisatie en negativiteit. 


Waarom ben ik dan toch lid van een aantal groepen? Omdat ik het leuk vind om te zien wat anderen maken, om inspiratie op te doen, om feedback te krijgen, om plezier te delen. Ik ben op zich helemaal geen groepsmens. Maar als ik altijd alles alleen zou doen, dan beperkte ik mezelf wel heel erg.
En gelukkig zijn er een heleboel mensen die wel normaal kunnen doen in een groep.
Maar ik accepteer niet alles. Ben dus geen lid meer van hondenrasgroepen en CAL-haakgroepen.  Spuugzat van oordelen en gezeik en zelfs persoonlijke aanvallen.
Nee, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in de wereld, maar als we  contact zoeken met mensen die onze hobby’s delen, is dat toch omdat we geïnspireerd willen worden en gezamenlijk kunnen genieten van waar we zo van houden?
Ik vraag me echt af wat de azijnpissers in de groepen willen bereiken en waarom ze zo vreselijk nadrukkelijk aanwezig zijn.  Haak je met meer plezier als je het werk van een ander afkraakt of een vraag belachelijk maakt? Schrijf je beter als je andermans verhaal de grond in trapt? Voel je je superieur als je rotopmerkingen maakt over de hond van iemand anders? En dat zijn alleen nog maar de groepen waar ik bekend mee ben. Ik weet eigenlijk zeker dat iedere groep zijn eigen negatievelingen heeft.
Misschien moet ik een nieuwe groep lanceren. De Sneue Sneerders.  Kunnen ze elkaar afbranden. En ikzelf stap er dan direct al uit. 

Mojo

Nu ik niet meer werk, en ook nog niet mobiel ben, heb ik alle tijd voor de dingen die ik zo leuk vind. Die dingen hebben met creativiteit te maken. Schrijven, tekenen, haken. Maar wat gebeurde er? Niet veel. Ik kon het niet, het lukte niet met die creativiteit. Het zat achter slot en grendel. Dat wilde ik in ieder geval liever geloven dan dat het opgedroogd was.


Het haken lukte wel, tenminste de dingen die ik van een bestaand patroon maakte. Hetgeen iemand anders zo mooi voor me bedacht had. De ideeën die ik zelf wilde uitwerken liepen op niets uit. En weg was het plezier, ik gooide de zo blij gekochte garentjes chagrijnig weer in de handwerkmand. Ik wilde iets maken. Zelf! Gewoon beginnen dan maar? Laptop open met een blanco scherm en dan komt er vanzelf wel iets. Niet dus. Wat ik schreef was inspiratieloos en ik vond er helemaal niks aan. Dan de iPad aan voor een mooie tekening, ik wist zelfs al wat het moest worden. Ik tekende, gumde, tekende, kleurde, gumde… het was allemaal niks. Ik hoorde gewoon Austin Powers in mijn hoofd: “You lost your mojo!”
Het was een naar, deprimerend gevoel, leeg. Januari werd saai en taai.


Toch wist ik eigenlijk wel wat er werkelijk aan de hand was. Er waren andere dingen die mijn energie vroegen. Afscheid nemen van iets wat ik zelf had opgebouwd en wat jarenlang een megagroot deel van mijn leven is geweest. Ik sta nog steeds achter mijn beslissing, maar het pakt me aan.
Het leeghalen en opruimen van de speelgoedkast. De brief van de Kamer van Koophandel dat mijn bedrijf was uitgeschreven. Het mooie naambord wat van de buitenmuur afgeschroefd werd. Het sluiten van mijn bedrijfsrekening. Allemaal handelingen die zeiden: het is definitief.
In december was het nog gaande: cadeautjes regelen, fotoboeken maken, alle kinderen en moeders op bezoek. Direct er achteraan een operatie, de kerstdagen, oud-en nieuw. Zoveel dingen om mee bezig te zijn en aandacht te geven, en allemaal gerelateerd aan mensen die veel voor me betekenen.
Nu is het stil. En waren de dingen die nog moesten puur zakelijk en viel ik blijkbaar in het spreekwoordelijke gat.  Gelukkig maar dat het spreekwoordelijk is, want ik ben wel even klaar met vallen.
En dan is er voor mij eigenlijk maar 1 antwoord: accepteer het maar even. Niet vechten en niet gefrustreerd raken. Dobber maar gewoon even een poosje, je drijft vanzelf wel ergens heen. 
Het helpt, die ‘overgave’.  Slapen, huilen, gewoon even niets doen. Een reset, terug naar de basisinstellingen.


En dan? Komt er voorzichtig weer wat mojo, wat dat ook mag zijn. Lees ik eens oude blogjes waarvan ik zonder bescheidenheid denk: die heb ik ik best heel leuk geschreven.
Kijk ik weer eens op Schrijverspunt of er misschien een leuke wedstrijd is. Lees ik in de schrijfgroep UltraKorte Verhalen wat anderen geschreven hebben en denk: ik weet nog een leuk onderwerp om zelf iets te maken.
Echt na weken weer een verhaaltje geschreven en geplaatst, en vanmorgen zag ik dat hij voor  de Uitgelichte Vijf van de week is gekozen. https://schrijvenonline.org/nieuws/ukvs-van-de-week-loper-slaat-paard-en-berichtjes
Dit maakt me blij. Natuurlijk voor de erkenning! Maar meer nog vanwege het gevoel: het was niet opgedroogd, het was gewoon even niet beschikbaar.
Het komt weer terug, strakjes ook de inspiratie voor een tekening of een eigen haakontwerp.
Ik dobber nog even ,maar tussendoor begin ik toch alweer wat zwemslagen te maken.
Yeah Baby! (om nog maar even bij Austin Powers te blijven) 

Kansspel

“Jongens, we gaan een spelletje doen. En iedereen mag meedoen! O nee, toch niet iedereen, alleen als je in een huis woont wat wij aangewezen hebben. En iedereen krijgt een prijs!”
“Ja maar ik wil ook meedoen, want ik zit in dezelfde situatie”
“Jammer, mag niet. Iedereen is alleen wie wij aangewezen hebben. Goed, zijn we er klaar voor? Maandagmorgen om 9 uur gaan we beginnen. Eerder niet. En dan mogen jullie allemaal tegelijk komen! Jeeeeej!”
“Allemaal tegelijk?”
“Ja hoor, want we maken een wachtkamer en daar kunnen er heeeeeel veel in. En dan zie je vanzelf wanneer je aan de beurt bent. Het is allemaal heel goed geregeld en we hebben voor iedereen een prijs. Nou ja eigenlijk niet voor iedereen. Jullie mogen wel allemaal aan het spelletje meedoen en je hebt allemaal recht op die prijs, maar het is maar de vraag of je die prijs krijgt. Misschien heb je wel pech en ben je te laat aan de beurt. En dan zijn de prijzen op.”
“Hoezo op? We hebben er toch recht op?”
“Ja, dat wel, maar op is op.”
“En als je dan niet aan de beurt komt, komt er een andere keer dan nog zo’n spelletje?”
“Nee joh, dat gaan we niet doen. Wie niet aan de beurt kan komen heeft gewoon pech”
“En als jullie dan de prijzen iets kleiner maken, zodat wèl iedereen aan de beurt kan komen?”
“Dat gaan we niet doen”
“Waarom niet dan, dat is toch eerlijk?”
“Dat gaan we niet doen” 


“Sjongejonge, het is wel druk zeg.  En dat allemaal in die wachtkamer. Dat wordt een lange zit! Maar ja, een prijs krijgen is wel de moeite waard dus we doen het maar.  


“Wat? Ik stond op plek 18.291 en nu ineens teruggezet naar 42.600? Hoe dan?”

“En ik dan? Na uren wachten kon ik eindelijk terecht, en kon ik om mee te doen inloggen  met DigiD. En toen werd ik gewoon van het speelveld afgeknikkerd en moest ik weer helemaal achteraan sluiten. Letterlijk tienduizenden wachtenden voor mij!” 

“Ik ga het even aan de spelleiding vragen, ze zeiden dat ze het zo goed hadden voorbereid. Hé wat gek, ze zeggen niks terug, terwijl ze er wel zijn”

“Weet je wat ook zo raar is?  Mijn wachtplek schuift naar beneden op maar de wachttijd naar boven.  Denk je dat  ik vandaag nog aan de beurt kom met het spel?” 

“Ik heb vrij genomen om mee te kunnen doen aan het spel maar ik ben bang dat het voor niks was.  Lang voordat ik aan de beurt kom zijn de prijzen toch al op. 

En zo verliep de maandag in Groningen. Een aantal mensen hebben de prijs gekregen.  Maar ook een heel groot aantal niet. Ik kom denk ik ook niet meer aan de beurt, terwijl ik keurig om 9 uur aan de start was verschenen. Er zijn nog meer dan 3500 wachtenden voor me zie ik.
Tja, dat is het risico van spelletjes waarmee je wat kan winnen.
O maar wacht even. Dit was eigenlijk geen spel! En ook niet iets wat je kon winnen! Het was een subsidieregeling waar iedereen in de aangewezen postcodegebieden recht op heeft. Ik herhaal: recht op heeft. 
Maar dat maakt blijkbaar niet uit bij de overheid. Ik zie ze al grijnzen: “We houden ze gewoon een Groninger worst voor.  Kijken of ze er op af komen! Kunnen we lachen.  Eerlijk? Hoezo eerlijk? Dat hoeft toch niet? We maken een ruimhartig gebaar met een subsidiepot, die Groningers moeten niet zo zeuren over eerlijk verdelen.  Ze zitten duidelijk niet in den Haag, hahahahaha.  Iene Miene Mutte, 10 pond Rutte, 10 pond kaas, wij zijn lekker toch de baas”

(foto: Hema)

Jaaroverzicht

In de aanloop naar 31 december krijg je het ene jaaroverzicht na het andere.  Muziek, sport, nieuws, er is weer veel gebeurd.  Ook van mensen persoonlijk zie je jaaroverzichten. Facebook maakte zich er dit jaar er makkelijk vanaf, ik kreeg een lijstje namen met wie ik het meest contact had gehad. Alsof ik dat zelf niet wist zeg. 
Spotify verblijdde me met de mededeling dat mijn muzieksmaak chagrijnig is. Chragrijnig!
Ze hebben het verkeerde woord uit de vertaalmachine gekozen. Mijn muziek was vaak moody, stemmig.  En niet moody, chagrijnig.  Het leverde me wel een grijns op.


En hoe zit het met mijn eigen jaaroverzicht? Nou, voor mij persoonlijk was het een raar, bijzonder, moeilijk, maar ook goed jaar.  Een turbulenter jaar dan gemiddeld. 

Het jaar van erop uit gaan met lekkers en drinken mee, in plaats van ‘we gaan wel even ergens een biertje drinken’.  Maar dat leverde ook heel leuke dagen op! Bijvoorbeeld de ontzettend leuke smulroute in Drenthe, waarbij je een rugzakje mee kreeg met een soort hightea in een doosje, waar we tijdens de wandeling van 10 km 2x heerlijk mee gepauzeerd hebben. 
Of samen ergens op een boomstam een kopje koffie uit de thermosfles drinken, op een picknickkleedje een broodje eten, op een bankje in de rugzak naar een reep grabbelen die natuurlijk helemaal onderin is gezakt. 
Ouderwetse genoegens in ere hersteld,

Het jaar van bezoek krijgen maar toch afstand bewaren voor de zekerheid.  Geen knuffel met mijn kinderen, wel een “proost!” op twee armlengten afstand. Een jaar van heel gelukkig zijn met mijn gezin en mijn familie, omdat het heerlijk was om bij elkaar te kunnen komen.

Het jaar van weer even juf zijn, omdat de opvangkinderen niet naar school konden en een aantal wel bij mij kwamen.  Fijn om weer even bezig te zijn met kleuterwerkbladen, maar ik had problemen met sommen uitleggen voor de grotere kinderen omdat de methodes zo veranderd zijn.  

Het jaar van een mooie vakantie in Toscane gepland, samen met de kinderen en kleinzoon, maar die helaas niet door kon gaan. Het bleef bij voorpret

Het jaar waarin ik mijn 60e verjaardag vierde op een stralende zomerdag in de tuin, een dag waarop ik enorm verwend ben en waarvan ik genoten heb. Mijn hele gezin weer bij elkaar, wat was ik daar dankbaar voor

Het jaar waarin ik na jaren weer eens mijn lieve vriendin van vroeger kon bezoeken, wat was het ontzettend gezellig en wat een bizar idee dat we elkaar al 55 jaar kennen

Het jaar waarin ik voelde dat ik mijn werk niet meer goed kon volhouden maar een beslissing daarover steeds voor me uitschoof. Ik wilde het niet toegeven, niet aan mezelf en niet aan mijn omgeving

Het jaar waarin ik afscheid moest nemen van ons oudste konijn, die met haar komst  zoveel vreugde heeft gebracht na alle verdriet destijds. Mijn eigen lieve Sunny, ik mis je nog steeds. 

Het jaar waarin ik uiteindelijk op een rare manier viel en mijn voet brak, daardoor letterlijk stil gezet ben en wel moest nadenken

Het jaar waarin ik corona kreeg en er gelukkig zo goed weer uitgekomen ben

Het jaar waarin ik uiteindelijk de moeilijke beslissing nam om met mijn werk te stoppen.
Kunnen loslaten wat ik in 16 jaar had opgebouwd, kunnen toegeven dat dit het beste was. De lieve reacties van de ouders, het goede afscheid van de kinderen. 

Het jaar van toch nog een operatie op de valreep en toch nog samen kerst kunnen vieren met glittergips

Het jaar van gewonnen schrijfwedstrijden, gehaakte dekens, tekeningen waar ik blij van werd om daarmee bezig te zijn

Het jaar van “oma Annejies is jief” 

Het jaar van mijn lieve gezin, familie, vrienden en belangstellenden. Het jaar waarin ik zo duidelijk zie en voel wie belangrijk voor me zijn en voor wie ik belangrijk ben

Het jaar waarin ik op de laatste dag zeg:  ‘de toekomst ligt helemaal open. Ik ben zo benieuwd!’

Lieve lezers:

The Repair Shop

Mijn favoriete programma van dit moment: The Repair Shop. Ken je het? De afgelopen tijd kwam het iedere avond om 17.30 bij de BBC. Precies op de tijd dat ik ga koken maar daar is de opnameknop voor uitgevonden. En was het heerlijk om ‘smorgens, met een kop koffie, in alle rust het alsnog te kijken. 
In een prachtige rietgedekte boerderij ergens in Hampshire werkt een aantal ambachtslieden. Een verschrikkelijk ouderwets woord, maar het dekt wel de lading.
Ze kunnen alles repareren wat binnengebracht wordt, ieder met zijn of haar specialiteit.
Of het nou een hobbelpaard van 5 generaties geleden is, wat de laatste 20 jaar in een vochtige schuur heeft staan rotten of een herdenkingsbord wat te pletter is gevallen in 100 scherven, ze maken het heel. Je kan het zo gek niet bedenken of mensen komen er mee aan. Het gaat dan wel altijd om een voorwerp waar een grote emotionele waarde aan zit. “Ik kreeg deze van mijn oma en dat was in de tijd dat….” etc.  Of: “Mijn vader was voor de oorlog daar en daar gesitueerd en leerde toen mijn moeder kennen en ze hebben voor hun huwelijk dit gekregen en het heeft de oorlog overleefd en altijd op onze schoorsteenmantel/vensterbank/buffetkast/noemiedereplaatsmaarop gestaan”
Vaak mooie herinneringen, soms hartverscheurend, maar altijd heel erg belangrijk voor degenen die met het kapotte voorwerp aankomen. Soms denk ik: hoe kom je erbij om dit te bewaren?  

Een bak met talloze scherfjes en brokjes van wat ooit een beeldje van klei geweest is bijvoorbeeld. Het dingetje was een keer kapot gevallen en ik kan me de tranen van wanhoop die je op dat moment huilde heel goed voorstellen, als dat beeldje het enige is wat je nog had van je overleden broer. Je kroop huilend rond op handen en knieën om alle fragmentjes te verzamelen  in een bak die je vervolgens jarenlang bewaard hebt. Omdat je het enige tastbare wat je nog hebt, niet kan loslaten, ook al is het helemaal kapot en onherkenbaar geworden. En dan mag je naar de Repair Shop en is daar ene Kirsten (de commentator spreekt die naam altijd uit alsof hij net een veel te grote hap slagroomtaart heeft genomen) en die vindt het een uitdaging en kan niet wachten om eraan te beginnen. Vervolgens krijgt ze het voor elkaar om die talloze stukjes in elkaar te puzzelen, alle breuklijntjes onzichtbaar te maken en te glimlachen naar je als je helemaal geëmotioneerd het beeldje weer in je handen kan houden.  En dan mag je het weer mee naar huis nemen.
Ikzelf vind dat altijd een doodeng moment, stel je voor dat je over de drempel struikelt en het ding valt nogmaals kapot. Gelukkig zijn dat soort momenten nog niet voorgekomen, in ieder geval worden die niet uitgezonden.
Hetzelfde met een stoel die eruit ziet als een gammel wrak, een schilderij waar de vellen aanhangen, een blikken opwindauto die geblutst en kaal is en 3 wielen mist, een ketting waar cruciale onderdelen van kwijt zijn, een teddybeertje wat vrijwel vergaan is, een tafeltje met ingelegd hout waar iemand een hete pan op had gezet zodat alle mozaiek vernield is: ze repareren het, Kirsten en haar collega’s. De houtbewerker, de klokkenmaker, de zilversmid, de naaisters, de schilderijrestaurateur, de leerbewerkster, en last but not least de metaalbewerker/smid waar ik stiekem een beetje verliefd op ben zoals ik dat vroeger was op Floris of David Bowie.  (Ok, nu het hier zwart op wit staat is het niet meer stiekem natuurlijk), stuk voor stuk echt onvoorstelbaar goede vakmensen. Eigenlijk vind ik het kunstenaars. 

Deze week moet ik het zonder Repairshop doen want de BBC heeft nu kerstprogramma’s, op z’n Brits. En zit ik dus een blog te schrijven op de tijd dat ik anders voor de tv zit. 
Ik ben een klein beetje uit mijn doen, want ik moet onverwacht de dag voor Kerstmis naar mijn eigen Repairshop. Nadat ik 11 weken geleden viel en mijn voet brak is er vrijwel nog  niets aan genezing te zien en besloot men gister dat ik alsnog geopereerd ga worden. En wel op 24 December. Ik verschoot daar wel even van, zag de plannen voor Kerstmis al in het water vallen en werkelijk, dat had ik niet aangekund, na alles wat er al afgezegd moest worden en niet door kon gaan de afgelopen maanden. Maar het is een dagopname en de arts zei: U kunt daarna gewoon Kerst gaan vieren met uw gezin. 
Dus daar vertrouw ik dan maar op. Probeer zoveel mogelijk voor te bereiden en op Eerste Kerstdag zelf heb ik genoeg lieve helpende handen om me heen.
Ik krijg een plaatje of 2 schroeven in mijn voet om de breuk te fixeren en daarna moet het weer helemaal in orde komen.
Dus ik ga ervoor. Ben ook echt wel dankbaar dat ik niet op de lijst van uitgestelde operaties terecht ben gekomen.
Wie weet is degene die het metaalwerk aanbrengt ook wel een hele leuke, net als op tv.
In ieder geval heb ik er het volste vertrouwen in dat dit ook vakmensen zijn. En ga ik straks met een netjes gerepareerde voet weer naar huis.

Fijne feestdagen allemaal! 

Cliché

Kijk je, net als wij, veel films en series, dan gaan je dingen opvallen. Clichés, dingen die iedere keer weer terugkomen. Tenminste in de genres die wij kijken. Maar ik denk dat het overal wel zo is, alleen zullen het dan andere clichés zijn.
Ik heb er een paar van ‘onze’ op een rij gezet. Er zullen er nog meer zijn en ik verheug me erop dat jullie het lijstje aan kunnen vullen!

Komtie, in willekeurige volgorde: 

Personen met astma zijn standaard sneue figuren en (potentiële) gepesten. Ze lopen voortdurend met een inhalator in de hand en ze nemen zoveel pufjes dat ik, als ik op die manier met mijn medicijnen om zou gaan, binnen een halve dag in het ziekenhuis zou liggen met hartritmestoornissen en spasmen. Bovendien zou mijn zorgverzekering aan de bel trekken waarom ik in vredesnaam 7 inhalatoren per week nodig heb in plaats van 1 per maand. En me vervolgens een assertiviteitscursus aanraden. 

In films en series waar mensen op missie gaan, is er een vast team. Zou dat misschien wettelijk vastgelegd zijn?  Of het nou astronauten, onderzoekers in een duikboot, tijdreizigers, archeologen of natuurwetenschappers zijn, het is altijd een trio: twee mannen (een lichte en een donkere) en een knappe jonge vrouw.
Uiteraard is er wat onderhuidse spanning tussen die drie.
Ze halen niet allemaal het einde van de missie, maar de vrouw overleeft het altijd.
Ze ziet er immer verzorgd uit, ook al is er geen wastafel of spiegel in de verre omtrek aanwezig. Ze draagt ook zeker geen fleecevest of ecco’s , heeft nooit een badhairday en ze is nooit ouder dan 35.  Wie weet mag je na die leeftijd ook niet meer op missie, ik weet het eigenlijk niet. 

En dan de minder spectaculaire situaties:

Komt iemand thuis met boodschappen dan zit er standaard prei in de tas. (Bert, je zou een goede acteur zijn) Maar als het eten voorbereid wordt, dan is die prei nergens meer te bekennen, want in de keukens worden uitsluitend wortels gesneden. Altijd en immer, in ieder huishouden, rijk of arm, er worden wortels gesneden. Die worden daarna weggegooid denk ik, want als het eten op tafel staat, zijn de wortels weer verdwenen. Dan zijn het ineens erwtjes en boontjes. 

Over dat eten gesproken:  wat er op de borden ligt ziet er altijd heerlijk uit. Je krijgt er zelf trek van en kan het bijna ruiken. Vervolgens pakken de mensen een vork en gaan wat met dat eten zitten schuiven, ze prikken er een paar keer in, maar nemen geen hap.
Daarna is ofwel de scène afgelopen of er wordt afgeruimd. Niemand, maar dan ook echt niemand, heeft zijn bord leeg. 

Wat ze wel doen is wijn drinken. Bij thuiskomst eerst een glas wijn. Er is nooit een aangebroken fles, iedere keer wordt er een nieuwe  opengemaakt,  met een kurkentrekker. De schroefdoppen die wij hebben zie ik eigenlijk niet. En de fles gaat buiten beeld dus blijkbaar leeg, want de volgende keer gaat er gewoon weer een nieuwe open.
Staat er een glas melk of water op tafel, dan blijft dat onaangeroerd staan. Staat er wijn op tafel, dan wordt er wèl van gedronken. Zou ik ook doen trouwens, als ik actrice was. Liefst de scène nog een paar keer overdoen natuurlijk. Ik word steeds losser en kom echt in mijn personage. (ik voel een nieuwe carrière aankomen) 

Als er gestreken wordt, staat de strijkplank in de huiskamer en staat de vrouw altijd een volkomen kreukloos lichtblauw overhemd te strijken. Het ding is klaarder dan klaar, maar ze blijft het strijkijzer er maar overheen halen.  Er staat verder ook geen uitpuilende wasmand, zelfs geen kleintje. 

Bij de detectives die we kijken komen de inspecteur en zijn secondant nogal eens bij mensen op bezoek. Om vragen te stellen, een alibi te checken, dat soort dingen.
En altijd gaat de ondervraagde gewoon door met waar hij of zij mee bezig was. Niet even beleefd blijven staan, of gaan zitten. Maar druk verder gaan met dingen die echt niet kunnen wachten:  een stapel mappen van een bureau pakken en andersom opstapelen, dozen die duidelijk niets wegen, dus waar waarschijnlijk niets inzit , van de ene hoek naar de andere dragen, een omgespitte tuin nog verder omspitten, een knoop die al vastzit nog vaster aannaaien. Of een bezem naar de schuur brengen aan de andere kant van de tuin, terwijl de detectives braaf achter ze aanlopen en tegen hun rug aanpraten. Niet netjes. Wat nog onbeleefder is:  een glas whiskey of iets dergelijks inschenken en uitgebreid in de enige fauteuil  die er is gaan zitten hijsen, de detectives ondertussen gewoon voor je laten staan en niets aanbieden.
Blijkbaar barsten al die ondervraagden , of ze nou wel of niet de dader zijn, van zelfvertrouwen en kunnen ze het zich veroorloven om normale omgangsvormen te laten varen. Erg ongemakkelijk.

En dan nog een korte, maar  last but not least:  Met Kerstmis ligt er sneeuw.  Altijd. Zelfs in Nederland. Was het maar zo’n feest. 

Ok. Ik pretendeer niet een serie of film te kunnen bedenken die volkomen origineel is en waarin geen enkel cliché voorkomt. Maar sommige dingen kunnen best weg of vervangen worden door wat anders. Het is een beetje gemakkelijk om voort te borduren op wat een keer gewerkt heeft. Verras me eens met iets anders dan een dreamteam, een lichtblauw overhemd of gesneden wortels.
Maak een dialoog zo boeiend dat je gewoon kunt kijken naar mensen die tegenover elkaar zitten, in plaats van de scène ‘dynamisch’ te maken met flauwekulbezigheden.
Want die clichés leiden af en maken het ongeloofwaardiger dan het moet zijn.
En o ja, leer een acteur hoe je een inhalator echt moet gebruiken of geef hem anders gewoon een leuke bellenblaas. Dat geeft vast meer effect, met dat rare gehijg en gepuf.

Bijna

Maandagmorgen.  Als de wekker gaat is het nog net zo donker als midden in de nacht. Net zo donker als gister bij het avondeten. Het is veel langer donker dan licht in deze tijd. Ik hou daar niet van. Ja, heus gezellig met een lampje en een kaarsje, maar liever heb ik daglicht, zon en een paar uurtjes donker voor een rustige slaap.
Op de kortste dag is er maar 7,5 uur daglicht van de 24 uur.
Maar! Ik realiseer me ineens dat het over 2 weken al 21 december is!
Het is een beetje rare herfst voor mij. Voet gebroken, corona gehad, besloten mijn bedrijf te sluiten, met al die dingen ging de tijd best snel.
Dat het strakjes alweer de kortste dag is en het daarna langzaamaan weer langer licht gaat worden, daar word ik blij van. 

Ik hou van daglicht, zon, mooie luchten met helderwitte wolken. Mijn stemming is heel erg beïnvloedbaar door de kleur van de dag. Op een grauwe dag voel ik mezelf ook grauw, en van donker hou ik al helemaal niet, behalve om te slapen. Daar ben ik natuurlijk niet de enige in, massa’s mensen hebben dat.

In onze taal is het daglicht ook positief en de duisternis negatief. 
De avond valt. Dat klinkt niet goed. De ochtend valt niet. Die gloort of kriekt. Overigens ken ik niets anders dat kriekt. Jullie? Gloren wel, dat is een positief woord. Hoop gloort ook.
Als iets het daglicht niet kan verdragen, dan deugt het niet. Als iemand met duistere zaken bezig is ook niet.
Toch kan licht niet zonder donker bestaan. Wat een gefilosofeer op de maandagochtend. 

Inmiddels is het 8.15 u.  Het begint te schemeren. Maar ik denk niet dat het een heldere dag wordt. Die paar uur daglicht vallen de laatste tijd ook nog tegen. Grauw, regenachtig, grijs.
Ik ben op zich een voorstander van mijzelf mee laten gaan met de cycli van de natuur. Dus niet met allerlei kunstgrepen de natuurlijke gang van zaken beïnvloeden. Maar toch heb ik vorig jaar een daglichtlamp gekocht. Een kunstmatig hulpmiddel, maar het werkt voor mij.
Als ik in deze dagen een poosje die lamp aan heb voel ik me beter. Vooruit dan maar. Anders val ik ten prooi aan ‘zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming’  (Heere Heeresma)
Dat dekt de lading wel. Geen gekneuter bij de open haard,maar gesomber bij de radiator.
En dat wil ik helemaal niet!  Nee, ik hoef niet altijd happy happy joy joy te zijn, maar er moet wel wat blijven gloren. 
De kortste dag gloort! Ik ga er haast van krieken.

foto: eigen illustratie