Categorie archief: Geen categorie

Simpel

Zelfkennis: ik ben best intelligent maar mijn gevoel voor humor is bedroevend simpel.
Wil je me aan het lachen maken, struikel dan of verspreek je, succes verzekerd.
Ik ben zo iemand die het mopje “ Het is groen en het zit op een hekje….. Verf” vreselijk grappig vindt en helaas iedere keer opnieuw ook nog.


Vroeger kwam ik al niet meer bij om Doc, een van de 7 dwergen van Sneeuwwitje, die alle woorden door elkaar haalde. “Welkom Hoge Uwheid, Stajemeit!” etcetera. En met de loop der jaren is wel de ouderdom maar niet de wijsheid gekomen want ik ben nog net zo simpel.

Het is soms een beetje genant als ik moet lachen, want dan kan ik niet meer stoppen. Mijn kinderen fluisterden in de bioscoop wel eens dringend “Maham!” als ik in scene 7 nog steeds zat te gieren om een grapje in scène 2.
Of iemand doet iets geks of verspreekt zich en ik kan nooit meer ophouden met lachen.

Dat ik inmiddels al 17 jaar met Bert samen ben is niet mijn verdienste. Op de eerste date notabene, moest ik wel zo hard en vooral veel te lang lachen omdat hij in zijn ijswafel beet, die omklapte en als een masker zijn halve gezicht bedekte (nu zouden we zeggen: een soort mondkapje van koek) dat ik dacht dat hij ontzettend op mij zou afknappen. En ik had het hem niet eens kwalijk kunnen nemen.
Het is echt erg, onderweg in de auto naar huis zat ik er weer om te gieren en thuis vertellen ging al helemaal niet.

Versprekingen vind ik ook erg leuk. Dochter vertelde van de week dat ze in het pannenkoekenhuis ging bestellen, ze had een appel-spek pannenkoek gekozen.
“En ik wil graag een spekkel” zei ze tegen de serveerster. Goed dat ik er niet bij was, want ik had onder tafel gelegen.
Het hoogtepunt der versprekingen is voor mij wel eentje die al 40 (!) jaar geleden gemaakt werd. Ik zat met een paar anderen in de feest/activiteiten-commissie van ons muziekkorps en we zouden een fietspuzzeltocht uitzetten. Ik maakte de vragen en R. de route. Ik vroeg: “Gaat er nog een stukje door het bos? “
“Trajie drel”, antwoordde R. Ik verslikte me in mijn koffie en had minstens een half uur nodig voordat ik kon vragen wat hij bedoelde. En zelfs die vraag kon ik alleen nog maar piepend uitbrengen. Ik moest bijna gereanimeerd worden.
“Traject drie wel” had het moeten zijn. Nu ik dit vertel heb ik alweer lachtranen in mijn ogen. De arme R. voelde zich nogal ongemakkelijk door mijn buitenproportionele lachbui maar ik kan het niet helpen, zo gaat dat bij mij.
Maar zelf verspreek ik me ook hoor. En daar moet ik net zo dom om lachen als om die van een ander. Toen ik wilde vertellen dat ik naar The Planets Funniest Animals ging kijken, maar het had over The Funniest Planimals vond ik dat nog leuker dan het hele programma.
Het helpt ook wel eens als ik geïrriteerd of kwaad ben. Een verspreking relativeert het ineens en dan is het niet zo zwaar meer.
“Hou nou eens op!” riep ik zojuist naar de hond, die de halve ochtend al knoertvervelend liep te doen in de tuin, terwijl ik zo lekker op mijn stoeltje wilde handwerken. “Ik wil meer dan drie haken kunnen steken voordat ik weer achter jou aan moet!” Het effect van mijn bozigheid ging direct helemaal verloren , ik schoot zelf in de lach en hond was blij.

Dat ik moet lachen om struikelpartijen is niet bijzonder, gezien de jarenlange reeks van Lachen om Homevideo’s en aanverwante programma’s. Heel veel mensen vinden dat leuk. Het is natuurlijk helemaal niet grappig als iemand zich pijn doet, het is puur de gekkigheid van de bewegingen. Slapstick.
Maar ook genant. Ik herinner me dat mijn vriendin me vroeger een keer wegsleurde omdat een man op het station zo’n haast had dat hij van de trap afviel, zijn aktentas vrolijk zelfstandig mee de trap afhuppelde en beneden nog een stukje doorschoof. Het was zeer onbeschoft van mij om onbedaarlijk in de lach te schieten maar ik kan het echt niet helpen.
De man stond overigens weer op, het is niet zo dat ik hem had laten liggen als het fout afgelopen was. Ik ben niet ongevoelig. Ik lach ook niemand uit.
Ik lach puur om de situatie.

En om mopjes die eigenlijk te dom zijn voor woorden.

Er springt een kikker van een flat. Kwak.



Niemand

Er was eens een niemand. Hij was de enige in zijn soort, daarom werd hij ook door iedereen gewoon ‘niemand’ genoemd. Geen mens kende hem persoonlijk of wist hoe hij er uit zag en toch speelde hij een rol in ieders leven. En meestal was de situatie waarin hij erbij gehaald werd niet positief.
Zo was er een vrouw, die zich heel eenzaam voelde. Ze zat somber in haar stoel en klaagde, omdat niemand op bezoek kwam.
Een kind had met een bal in de kamer gespeeld en keek bang naar zijn moeder. “Wie heeft mijn mooie, dure vaas gebroken?” vroeg ze. “Niemand”, antwoordde het kind.
Er stonden familieleden rond het sterfbed van een oude man. Ze waren te laat gekomen en ze zeiden tegen elkaar dat niemand hier iets aan had kunnen doen.

Niemand merkte dat hij steeds vaker genoemd werd, in het hele land.
Steeds meer mensen begonnen hun eigen verantwoordelijkheid af te schuiven, ze vonden het gemakkelijker om niemand er voor op te laten draaien.

Bij een dorpje aan de oever van een groot meer werd een fabriek gebouwd. Na een poosje stierven de vissen en begon het water te stinken.
“Jullie lozen vervuild water!”, riepen de inwoners van het dorpje beschuldigend.
“Nee, dat doet niemand”, verdedigden de directeuren van de fabriek zich.
In de laatste stukjes ongebruikte natuur verrezen energiecentrales met nieuwe technieken. Ineens kregen mensen gezondheidsklachten en ze wezen naar de ingenieurs.
“Niemand weet dat”, reageerden die op de vraag of het allemaal wel veilig was.
In de grote stad raakten gezinnen in financiële problemen, omdat er fouten waren gemaakt in het belastingstelsel. De mensen vroegen naar de regels voor uitbetaling en de ambtenaren antwoordden : “Daar houdt niemand zich aan”.
Toen het hele land werd getroffen door een mysterieus virus werd er in aller ijl een medicijn ontwikkeld.
“Niemand heeft er voordeel van”, zeiden de farmaceuten die de torenhoge prijs bepaalden.

Op deze manier ging het niet goed met het land, alleen niemand leek het te zien.
Heel soms kwam er toch een waarschuwing, van een journalist, een dokter, een dominee, maar tevergeefs.
Niemand maakte zich grote zorgen, omdat de mensen niet wilde luisteren. Ze gingen gewoon door met waar ze mee bezig waren.

Op een gegeven moment leek het tij dan toch te keren. Een groep mensen verzamelde zich op een plein in de hoofdstad. Ze hadden spandoeken bij zich en schreeuwden leuzen: “Wij luisteren naar niemand!”
Ze dachten het verschil te gaan maken, maar in plaats daarvan kregen zij onderlinge meningsverschillen. Ze vonden namelijk allemaal op een andere manier dat ze niemand moesten volgen. En zo werd er niets bereikt en de groep viel uit elkaar.

Niemand had er verdriet om dat de inwoners van het land verkeerde beslissingen maakten, de mensen wilden het zelf niet zien. Ze vonden het wel zo prettig om niemand verantwoordelijk te houden voor alles wat niet goed was. En het duurde niet lang of andere landen gingen hun voorbeeld volgen. Ze zeiden dat niemand de regenwouden kapte, niemand schuldig was aan armoede en honger, niemand discrimineerde en niemand wapens verhandelde.
De schuld lag bij niemand, daar was iedereen het over eens. Het ging van kwaad tot erger.

En toen niemand uiteindelijk ingreep was het voor de mensheid inmiddels te laat.
Niemand leefde nog lang en gelukkig.

Slingeraar

Door het voortdurende geblaat van Baudet de afgelopen tijd zit ik steeds met het liedje van ‘Thierry de Slingeraar’ in mijn hoofd. Althans, met de variant daarop die we vroeger zongen.

Thierry la Fronde was een serie over een soort Robin Hood, maar dan in Frankrijk.
De pech was dat het op zondagavond uitgezonden werd en dan werd er bij ons thuis geen tv gekeken. De enige uitzondering hierop is de serie Floris geweest en tot op de dag van vandaag weet ik niet voor 100% zeker waarom Floris die speciale positie had. Ik denk toch eigenlijk omdat mijn vader het stiekem zelf zo’n leuke serie vond. Catweazle en Thierry de Slingeraar waren ook leuk, maar die kwamen niet aan in huize van Bloois.
Dat ik er toch wat van heb gezien komt omdat ik wel eens bij mijn vriendinnetje bleef eten op zondagavond of bij de buren was.
En zo kon ik toch wel eens een beetje meepraten op school ’s maandags. En meeblèren met het liedje:


Ik ben Thierry de Slingeraar,
Ik slinger de hele school in elkaar
Behalve mijn meisje ehehen ikzelf

Deze fraaie tekst is beslist niet de officiële, maar ik denk nu zelfs dat er eigenlijk helemaal geen tekst was! Ik kan echt niks vinden op YouTube en op Internet. Het intro van de serie is instrumentaal en volgens mij hebben we er dus zelf maar een tekst op verzonnen!
Weten jullie dat misschien, lezers van mijn generatie?

Floris was een leuke man om naar te kijken, blond en knap. Ja, ook kleine meisjes kunnen dromen hoor.
Rutger Hauer bleef acteren dus die zag ik, tegelijk met mezelf, steeds ouder worden. En eerlijk gezegd hield ik al heel gauw op met dromen, want ik was al snel niet meer zo van hem gecharmeerd.
Thierry was ook leuk om naar te kijken, donker en knap.

Maar die ben ik gewoon helemaal vergeten. En omdat het liedje maar steeds in mijn hoofd zat, was ik eigenlijk best benieuwd hoe die acteur er nu uit zou zien. Hij heet Jean-Claude Drouot, gelukkig mag ik het typen en hoef ik het niet proberen uit te spreken.
Jeetje die man heeft een karakterkop gekregen!

Dat vind ik nou echt mooi. Iemand die in z’n jonge jaren echt een stuk was (is vast nu een ouderwetse uitdrukking), waar menig meisje een poster van boven haar bed had hangen, en die nu zo’n doorleefd gezicht heeft dat het ook weer heel mooi is.
Ik heb de man totaal niet gevolgd, zoals gezegd: ik was hem helemaal vergeten.
Hij acteert nog steeds, vertelt IMDB, maar er zijn weinig tot geen Franse films en series hier op tv.

Maar toch heeft hij zich voor mij onsterfelijk gemaakt. Met een liedje wat niet eens bestaat.

Koekje van eigen deeg

Volgens mij heb ik hier nog niet verteld dat ik een KitchenAid gekregen heb. Ik was daarvoor aan het sparen maar tot mijn grote verrassing kreeg ik hem pas geleden van mijn man!
Ik was nooit zo’n bakker maar de laatste tijd ging ik het steeds leuker vinden en werden mijn baksels ook steeds beter, vandaar dat ik graag die machine wilde hebben.
Hij staat als hij niet aan het werk is te pronken op het aanrecht en ik ben er superblij mee.
En ik bak vrijdags of zaterdags wat lekkers. Wat was ik trots op wat er steeds uit de oven kwam, ik ging er bijna van naast mijn schoenen lopen.


En dan komt het moment dat je ontzettend de mist in gaat en je je plaats weer weet. Vandaag dus.
Ik ging namelijk sprits bakken! Op de voorkant van mijn bakboek uit 1983 (ik typte per ongeluk eerst 1893 maar zo oud is het nou ook weer niet) staat een mooie glazen stolp met goudgele sprits.
Ik heb dan niet zo’n glazen koekschaal maar die sprits die zou er komen. Het recept was namelijk heel niet moeilijk.


Ik deed precies wat er stond, de KitchenAid mixte een fluwelig deeg, ik deed het over in een spuitzak met een handigheidje zoals ik Rudolph van Veen had zien doen en was enorm in mijn nopjes met mezelf. Het opspuiten van het deeg op de bakplaat was niet geheel gelijkmatig maar ik vond dat ik het best goed gedaan had.


In gedachten zag ik Janny van Heel Holland Bakt al een goedkeurende blik van verstandhouding geven aan Robèrt.
Ik schoof de bakplaat in de oven, zette de kookwekker en ruimde de spullen op. Toen ging ik, net als op tv, voor de oven zitten kijken.

Maar ach, ik deed blijkbaar aan een heel ander programma mee: Heel Holland Kwakt.
“De signatuuropdracht van vandaag heeft het thema ‘film’. De jury denkt dat Annelies heeft gekozen voor een mix tussen ‘Flubber”en ‘the Mummy’, maar het blijkt een poging te zijn voor ‘The Blob’ en het is een niet onverdienstelijk resultaat’


Ik zat op mijn krukje voor de oven te gieren. De 2 rijen deeg kropen steeds verder naar elkaar toe tot ze contact maakten.

Misschien kreeg ik zo nog kleine spritsjes? Het zag er allemaal erg onsmakelijk uit en ik moest zo verschrikkelijk lachen dat ik het maar ternauwernood droog hield en zelfs een pufje nodig had (ik ben astmatisch)
Toen de kookwekker ging, haalde ik de bakplaat uit de oven. Het rook wel erg lekker trouwens.


Maar ik vond wel dat mijn boek een langere ondertitel had moeten hebben: “Wat u zelf bakt smaakt het lekkerst, maar ziet er niet uit”
Ik ging even mijn Meesterbakker Irene op de hoogte brengen. Die zei, toen ze uitgelachen was: “Heb je het deeg wel lang genoeg gewreven?” “Eh…..” Ik was even stil. Deeg gewreven? Gewreven? Hoe dan? En waarom?
“Nee, dat staat heel niet in het recept en ik weet niet eens hoe je dat doet”
Ze stuurde me gelijk een link van een ander sprits-recept waarin dus inderdaad staat dat je het deeg moet wrijven. En eerst met de hand moet mengen. Dat je daar dus helemaal geen KitchenAid voor nodig hebt! Daar heb je het al, een heel verkeerde keuze, die spritsen.


Ik sneed mijn koekplaat in stukken en liet ze afkoelen. En toen was het tijd om te proeven.
Janny: “De smaak is goed, de structuur is bros. Maar het uiterlijk valt me wat tegen”
Ja Janny, mij ook. Wrijf het me nog maar even in! Het is gewoon een misbaksel.

Ik mag de tent verlaten.

Vieze woorden

Aan Engelse woorden ontkomen we niet meer. Ik betrap mezelf er op dat ik ze ook vaker gebruik dan vroeger. Zal ongetwijfeld door TV en Internet komen. En ‘taal is beweging’ zeggen ze. (Nee ik ga me er nu niet in verdiepen wie ‘ze’ zijn)

Toch hou ik heel erg van het Nederlands, volgens mij is onze taal nog steeds toereikend genoeg om duidelijk te maken wat je wilt, wat je voelt en om bijvoorbeeld sfeer te beschrijven. En ben ik voor sommigen een irritante taalpurist (al heb ik het opgegeven om me als zodanig te profileren want je kan er donder op zeggen dat je ruzie krijgt, omdat een puur technisch gegeven wordt gezien als persoonlijke aanval) Maar soms vraag ik me wel eens af of Nederlands wel bestaat. Ik bedoel: het is überhaupt al een mix van talen (deze zin dus) en voor bijvoorbeeld leestekens zijn er niet eens Nederlandse namen! Een punt ja. Maar accent-grave en accent-aigu en accent-circonflex? Vertel mij maar wat daar Nederlands aan is. En dat hebben we ook al honderden jaren geaccepteerd dus ik ga me er niet druk over maken.
Toch vind ik het vreemd om op de Facebookpagina van Noorderland te lezen: ‘Check online waar de stinzenplanten bloeien’. Oud Nederlands en nieuw Engels gecombineerd in één zin. (Nu ik dit typ, zie ik trouwens dat Facebookpagina ook al een gecombineerd woord is )


Waar ik echt om moet lachen, zijn reclame- en/of producttermen waarin Engels en Nederlands gecombineerd worden. Het moet trendy (Engels woord!) maar ook Nederlands en dan krijg je bijvoorbeeld dit: De Garden Gourmet Sensational Braadworst!
Ik bedenk het niet zelf, het bestaat!


Weet je wat ik ook erg grappig vind? Nederlandse mensen die Engelse productnamen of programma’s aankondigen. Nederlandse tekst en een paar Engelse woorden met een dik Nederlands accent.
Dus moet ik lachen als er op TV een reclame is voor Elvive No Kut Herkriem of de aankondiging ”Alleen te zien op Diskofferie Plas”
Kinderachtig hè? Stiekem nog om vieze woorden grinniken. Grow up!



Je bent een rund als je met sprookjes stunt

Marketingbureau, vrijdagmiddag 15.53 u. “O ja, Henk, had jij nog aan die opdracht van die supermarktketen gedacht? Om die te kleine appeltjes een beetje leuk te kunnen verkopen?”
Henk roept: “Ja ik ben er mee bezig” en denkt: sh** helemaal vergeten! Maar ik wil wel om 4 uur stoppen, het is vrijdag en ik heb zin in een biertje.
“Maandagochtend 10 uur willen ze het hebben ok?”
“Geen probleem!” Henk denkt koortsachtig na. Wie wil er nou vredesnaam te kleine appeltjes kopen? Ouders! Voor kinderen! Ja dat is het, twee vliegen in één klap, we geven het een gezond imago, dan kan de supermarkt er direct anderhalf keer zoveel geld voor vragen. Wij een succes, zij een succes, win-win situatie.
Bier!

Maandagochtend 9.45 u. . Henk neemt z’n vierde kop koffie en graaft in zijn geheugen naar zijn appeltjesidee. O ja, voor kinderen, dat was het.
Wat vinden kinderen leuk? Disney. Sprookjes. Zie je wel, het is helemaal niet zo moeilijk.
Bestond er niet een sprookje over appels? Even googlen. ‘Sprookje met appel’…Sneeuwwitje! Daar heb ik nog wel een leuk plaatje van, copy, paste, done! 9.59u. : Verstuurd.

Supermarktketenbaas: Och wat leuk en aantrekkelijk zo, goed gedaan!
We plaatsen gelijk een grote order bij de plastic zakken fabriek. Dit gaat verkopen.

Klant loopt door de winkel, ziet de kinderappeltjes. Klant kent haar klassiekers en trekt de wenkbrauwen op.
Heeft dan niemand in deze productielijn het besef gehad dat Sneeuwwitje heel wat ellende heeft beleefd door die appel? Dat ze er aan dood ging en niet zo’n beetje ook? Dat dit dus de grootste anti-reclame is voor appeltjes die je maar kan bedenken?

Deze supermarkt heeft al niet zo’n best imago (wat ik over het algemeen niet terecht vind) maar dit krikt het nou niet echt op, zeg. Wat een dom gedoe.

Hartverwarmend koud

Het weer is veranderd en ineens lijkt alles een beetje leuker.
De zon schijnt, het ziet er buiten mooi uit met sneeuw en ijs, je ziet veel meer mensen en iedereen is vrolijker. Inclusief ikzelf. Ik kan de humor weer van dingen inzien, onze geestdodende sleur is onderbroken.
Zo ga ik de konijnen voeren en grinnik omdat mijn handschoenen direct aan de deur van de ren vastvriezen bij iedere beweging en ik me letterlijk los moet scheuren.
Heb ik plezier omdat die beestjes gezellig buiten zitten te genieten in het zonnetje, in plaats van verscholen voor het slechte en grauwe weer.
Wil ik met brute kracht het steelpannetje waar de kippen uit drinken lostrekken van de grond maar val achterover met alleen het steeltje in mijn handen. Ik lach in mijn eentje om de stompzinnigheid, terwijl 8 zwarte kraaloogjes naar me kijken en ik zachtjes “pòòòk” hoor. Ik stel me zo voor dat de dames strakjes als ik weg ben het eens uitgebreid over me gaan hebben.
Ik breng de voerschepjes weer terug in de schuur, wat niet meevalt want de bijkeuken staat bomvol met kinderwagen, wasmand, en een veel te volle oud-papier doos en daar moet ik eerst langs. En als ik dan zie dat ik een wikkel van haakgaren om mijn voet mee naar binnen stap vind ik dat ook weer grappig. Ringsteken voor beginners.


Bert is gaan schaatsen, eindelijk op natuurijs! Helaas wel gevallen, op zijn ribben. Daarom durft hij, inmiddels weer thuis, niet te niezen en klinken er idiote geluiden naast me, waar ik harteloos om ga zitten lachen.


Lenny heeft een sneeuwklontje tussen zijn voetkussentjes en piept en jankt alsof zijn poot geamputeerd wordt. Tuurlijk doet dat zeer, maar hij is ook wel een dramaqueen. Hij weigert nog een stap te zetten, maar ik mag er ook niet aankomen. En we zijn nog lang niet thuis. Dus hijs ik hem in mijn armen, (het is ook echt zo’n heerlijk formaat hond om te dragen) en sjouw met hem door de straat. Normaal haat hij het om opgepakt te worden, nu word ik overladen met onfrisse hondenkusjes tot op mijn bril aan toe. Ik moet lachen om het idiote van de situatie. Hij kalmeert ervan, ik zet hem neer en mag dan uiteindelijk het boosdoenertje verwijderen. Hij leert er wel van, want in de volgende dagen gebeurt het vaker en dan staat hij stil, tilt de zere voet op en kijkt mij aan. Zo zie ik het liever dan dat hij in de paniek schiet natuurlijk.


Mijn kaboutertje bij de voordeur was ingesneeuwd, er kwam alleen nog een puntmutsje een tevoorschijn boven de sneeuw. Dramatisch, dus ook weer grappig.

Dat ik deze kleine dingetjes grappig vind, geeft me moed. Het hoort bij mij dat ik plezier kan hebben in onbenulligheden en ik ben blij dat ik het terug heb.
En ook weer zin om verder te kijken. Dingen te maken en te verzinnen.
Ik zit in mijn vensterbank te mijmeren. Met thee, in de nieuwe beker die ik als verrassing deze week van mijn kinderen kreeg, met zelfs nog een hoop extra’s erbij. Ook iets om dankbaar en blij voor te zijn.
Ik zit in de zon achter het raam en zie vreemde sporen in de sneeuw onder de tuintafel. Wie zal daar gelopen hebben?

In mijn hoofd vormt zich een verhaaltje over een ijskonijn.
En ik ben blij dat ik mezelf weer word.



.

10 Februari

Sommige datums blijven een leven lang speciaal klinken, zelfs al is het niet meer aan de orde.
Vandaag is het 10 Februari. De trouwdag van mijn ouders. In 1954 zijn ze getrouwd in Leiderdorp en ieder jaar vertelde mijn moeder weer dat het die dag gevaarlijk winterweer was, met ijzel.
Toch is blijkbaar iedereen van de beide families in staat geweest om te komen.

Er zijn niet veel foto’s van de bruiloft. Wel een prachtig zwart-wit staatsieportret, de bruid met witte japon en sluier en een boeket van lelietjes-van-dalen dat gearrangeerd was als een klein watervalletje, de bruidegom in jaquet, met een hoed in de hand. Ik denk dat lezers van mijn generatie ook wel zo’n foto van hun eigen ouders hebben.
Verder is er een handjevol kiekjes van het bruiloftsdiner, sommige gasten met een half hoofd, of zo geposteerd dat het onmogelijk is om te herkennen wie het is. Er was geen bruidsreportage zoals later gebruikelijk was, er was blijkbaar alleen een of andere oom of broer met een fototoestel.

Mijn ouders vierden ieder jaar hun trouwdag. Mijn vader gaf mijn moeder altijd bloemen en we aten iets feestelijks. Toen wij zelf oud genoeg waren zorgden wij als kinderen ieder jaar voor een mooi bloemstuk , wat op 10 Februari bezorgd werd.
Dat zijn we altijd blijven doen, de laatste keer op 10 Februari 2012. Mijn vader overleed 3 dagen later.
Toen was het mooie bloemstuk ineens een pijnlijke bevestiging dat mijn ouders geen echtpaar meer waren.

Toch is 10 Februari altijd nog een wat speciale datum voor mij, eentje die een goed gevoel geeft.
Wij zijn gewend om na het eten een klein stukje uit de Bijbel te lezen. In de loop van de jaren hebben we nieuwe vertalingen aangeschaft. Soms een verbetering omdat je het beter kan begrijpen, soms voelt het als een soort verarming omdat de oudere woorden en zinnen meer betekenis kunnen hebben.
Vandaag haalde ik de Bijbel tevoorschijn die mijn ouders tijdens hun trouwdienst hebben gekregen.
Dit is de Bijbel waar, ook na het eten, (meestal) mijn vader uit voorlas, zolang ik me kan herinneren.


Het is het boek aan te zien dat het vele jaren intensief is gelezen. Het is gehavend, geplakt, nog een keer geplakt. De bladzijden zijn vergeeld, sommigen met stukjes plakband die inmiddels verteerd zijn . Er zitten op sommige pagina’s kleine vlekjes , er werd immers aan de eettafel gelezen.
Deze Bijbel heeft een heel lang leven meegemaakt, van 2 mensen die hun huwelijk begonnen met inwoning bij een oude dame, omdat er geen huis beschikbaar was. De geboorte van 3 kinderen en later van 7 kleinkinderen. Ook voor hen las opa uit die Bijbel, en hij paste dan zijn woorden aan op kinderniveau. Verjaardagen, familiefeesten. Levensvragen, discussies. Verhuizingen, al of niet gewild. Die Bijbel maakte er deel van uit.

Zoals ze begonnen met z’n tweetjes, mijn ouders, eindigden ze ook met z’n tweetjes. En altijd is deze Bijbel erbij geweest en gebruikt, 58 jaar lang.
Toen overleed mijn vader en twee jaar later mijn moeder.


Hun Bijbel is waardevol voor mij, het was zo’n deel van hun en ook van mijn leven.
Voorin staan hun namen. Tot mijn vaders eeuwigdurende ergernis is die van mijn moeder niet goed gespeld, ze heette Janni. Nou ja ,ik zeg nou eeuwigdurend, ik mag toch hopen dat hij het nu, waar hij nu is, geen punt meer vindt. En anders zegt met mijn moeder vast : “ach Aad, laat toch…”

Vanavond hebben we hun trouwtekst gelezen: Spreuken 14 vers 26 :
“In de vreze des Heren ligt een sterke gerustheid, zelfs voor zijn zonen is er een schuilplaats”

Ik heb het net opgezocht in de Bijbel in Gewone Taal, die wij gebruiken:
“Als je eerbied heb voor de Heer ben je veilig, en ook je kinderen zullen veilig zijn”

10 februari blijft altijd de trouwdag van mijn ouders, ook al is het inmiddels 2021.

Tranenthee

In het prachtige en aandoenlijke boekje ‘Bij Uil thuis’ van Arnold Lobel staat een verhaaltje over tranenthee.
Soms gaat Uil zitten met een ketel op zijn schoot en vult die met tranen, door aan heel verdrietige dingen te denken.

Uil pakte de ketel uit de kast. ‘Vanavond ga ik tranenthee zetten,’ zei hij. Hij zette de ketel op zijn schoot. ‘Zo’, zei Uil, ‘ik ga beginnen.’ Uil bleef heel stil zitten. Hij begon aan heel verdrietige dingen te denken. ‘Stoelen met kapotte poten’, zei Uil. Zijn ogen werden al een beetje nat. ‘Liedjes die niemand kan zingen’, zei Uil, ‘omdat niemand de woorden meer weet.’ Uil huilde nu. Een dikke traan rolde naar beneden in de ketel. ‘Lepels die achter het fornuis zijn gevallen en die je nooit meer terugvindt’, zei Uil. Er drupten al heel wat tranen in de ketel. ‘Boeken die je niet meer kan lezen’, zei Uil, ‘omdat er bladzijden uitgescheurd zijn.’ ‘Klokken die stilstaan,’ zei Uil, ‘omdat niemand ze meer opwindt.’ Uil huilde nu heel erg. Veel dikke tranen vielen in de ketel. ‘Een prachtige zonsopgang. Die niemand ziet, omdat iedereen slaapt’, snikte Uil. ‘Heerlijke aardappel-puree op een bord, die niemand wilde opeten,’ jammerde hij. ‘En potloodjes die te klein zijn geworden om vast te houden.’ Uil dacht aan nog veel meer nare dingen. En hij huilde en huilde maar. Al gauw was de ketel vol tranenwater. ‘Ziezo’, zei Uil. ‘Dat is dat.’ Uil hield op met huilen. Hij zette de ketel op de kachel. Het tranenwater kookte al gauw. Uil schonk zijn kopje vol. Hij was heel tevreden. ‘Het smaakt wel een beetje zoutig,’ zei hij. ‘Maar tranenthee is toch altijd weer heerlijk’.




Dit verhaaltje is voor kinderen. Voor volwassenen kan het humoristisch of zelfs wat belachelijk zijn. Maar voor mij spreekt er zo’n pijnlijke weemoed uit, het zijn op zich zulke kleine dingen, maar ze kunnen je toch verdrietig maken.
Dit boekje heb ik al 40 jaar geleden gekregen, toen ik net kleuterleidster was. Later heb ik de verhaaltjes ook aan mijn kinderen voorgelezen.
Uil heeft altijd een plekje in mijn hart gehad. Omdat ik hem zo goed kan begrijpen.
Momenteel heb ik ook het gevoel dat ik een hele pot tranenthee kan zetten.
Ik weet niet hoe het jullie vergaat maar ik heb het zwaar met de beperkingen. Dat ik zelfs mijn kleine gezin niet bij elkaar mag hebben, dat ik al een jaar lang mijn kinderen niet kon omarmen. Dat ik zelf ook geen enkel uitzicht zie nog, nee ook dat licht aan het eind van de tunnel niet.
En als er dan andere dingen gebeuren die niet leuk zijn grijpt me dat extra aan. Ik kan ze niet goed meer handelen en ik verlang naar tranenthee.

Zolang ik hier woon waren de ponies in de wei vlak bij ons huis een grote vreugde voor mij. Iedere dag zag ik de kudde kleine ruige paardjes. De groep wisselde van samenstelling, want ieder voorjaar werden er veulentjes geboren en niet iedereen bleef. Het was pas voorjaar als we de dikke merries zagen en iedere ochtend benieuwd waren of er weer een veulentje geboren was. Ik werd er erg gelukkig van, praatte met (of eigenlijk natuurlijk tegen) de paardjes en genoot van hun vrije leventje, zag de veulentjes opgroeien en herkende ze allemaal, ook uit de verte.
Nu is de weide leeg en dat blijft zo. De eigenaar van de ponies is overleden en de paardjes zijn weggehaald. Mijn verdriet is niet te vergelijken met het verdriet van de familie van die man. Dat weet ik maar al te goed. Maar ik vind het echt zo erg dat ik nu nooit meer zal kunnen genieten van de prille veulentjes in het voorjaarsgras, nooit meer tegen de ponies kan praten als we beiden buiten waren in een stortbui, nooit meer met de kindertjes naar “de paardjes” ga.

Ik deed de kast open en mijn beker viel er spontaan uit. Kapot. De beker die ik een paar jaar geleden met Moederdag had gekregen, mijn grote theebeker met “voor de allerliefste mama’ er op. Die beker was speciaal voor mij, er zat een grote emotionele waarde aan. En juist die valt kapot. Niet 1 van die betekenisloze kopjes die ik bij de kringloop had gekocht, maar deze. En ik heb al gezien dat ik hem niet kan vervangen want deze is ‘uit de collectie’
Materiaal voor tranenthee.

Ik schreef al jaren met iemand in het buitenland. Hij was ziek en eenzaam. Toen hoorde ik via een contactpersoon dat hij was overleden. Mijn troost was dat ik hem tenminste nog recent geschreven had en er die keer ook nog een persoonlijke kaart bij had gedaan. Dat hij dus wist dat ik aan hem had gedacht. Misschien was hij nog in staat geweest om me terug te schrijven, ik wachtte af.
Na een paar weken viel mijn eigen brief hier op de mat. Retour afzender, geadresseerde overleden. Hij had de brief dus nooit gekregen, ik was erg verdrietig.

Het lijkt alsof momenteel de emotionele rek er uit is bij mij. Dat dingen die gebeuren niet meer dingen zijn die nou eenmaal gebeuren, maar tegenslagen.
Ik denk dat het komt omdat er nu nauwelijks compensatie is. We krijgen niet de kans om goed op te laden, we hebben geen vrijheid daarin. Geen positieve energie door elkaar te ontmoeten of samen te eten, ergens heen te gaan.
Plannen maken heeft geen zin want niemand weet wanneer ze uitgevoerd kunnen worden.
En dat verlamt me.
Dan worden zelfs de meest onbenullige dingen als een auto die niet start als je snel even naar de winkel wilt in de stortregen, of als je, wanneer je je sneeuwlaarzen eindelijk weer eens tevoorschijn moet halen, ziet dat de zolen verpulverd zijn, een drama.

Misschien zet Uil die tranenthee omdat huilen oplucht. Maar zelfs dat gevoel heb ik niet meer.
Het wordt tijd voor lachtranenthee.

Focus op Fitness

Als iemand mij vier jaar geleden had verteld dat ik sip zou zijn als de sportschool sloot zou ik hem of haar hartelijk hebben uitgelachen. Sport interesseerde mij geen bal en aan zelf sporten had ik een regelrechte hekel .
Toch ben ik uit noodzaak aan het sporten geslagen (lees ook https://daagsedingen.com/2018/08/16/zin-in-van-sporten-deel-1/) en dat heeft me een veel betere longconditie opgeleverd. Daar ben ik zowel trots als zuinig op.
Tijdens de eerste lock-down, toen de sportschool dicht moest, was het voorjaar en heb ik veel extra gewandeld, gefietst en stukjes hardgelopen, alles om die conditie op peil te houden.
Nu in de winter is dat veel moeilijker voor mij en ik hoopte dan ook dat de sportschool snel weer open zou mogen . Daar is nu nog geen zicht op, maar het gaat ook niet meer gebeuren hier. Niet vanwege de coronacrisis maar omdat het pand verkocht is en de nieuwe eigenaar er een andere bestemming voor heeft.
Er zijn hier in de directe omgeving geen andere sportscholen dus het is een definitief einde voor mij.
En ja, daar was ik dus heel sip over. Tijd om te beraden wat ik dan moest gaan doen, ik wil echt deze conditie behouden en niet weer verslechteren.
Dus na wat overleg met Bert en mijn bankrekening heb ik een crosstrainer aangeschaft. Dat was het apparaat waar ik het liefst op trainde en waarbij je volgens mij zowel de meeste spiergroepen als je longen aan het werk zet.
Het was nog even zoeken welke en waar ik hem dan zou kopen en ik kwam uit op…. Albert Heijn. Dat was nou inderdaad niet de eerste winkel waar ik aan had gedacht maar ze hadden een mooie online aanbieding, van een gerenommeerde sportwinkel. De Focus Fitness.
Uiteraard wel eerst reviews en alternatieven bekeken, maar het werd hem. Hij werd donderdag al bezorgd, maar het was zo’n enorm en zwaar pakket dat hij vandaag pas aan de beurt was om uitgepakt en in elkaar gezet te worden.
Het ding moest op zolder komen te staan, beneden uitpakken en losse onderdelen naar boven brengen leek het handigst.
Ik dacht: dat is het onderstuk met het vliegwiel en de pedalen, en dan nog de handvatten die erop moeten, klaar.
De moed zonk me dan ook in de sportschoenen toen het ietsje anders bleek te zijn.


Hullup! Ik hoorde in gedachten de schildpad uit Finding Nemo: “Dude, focus!”
Dus ik herpakte me wat, en gelukkig wilde Bert helpen met in elkaar zetten. Zoiets is natuurlijk gelijk een relatietest, 2 vliegen in 1 klap dus.

Alle onderdelen naar boven gesjouwd en op volgorde gelegd, en uiteindelijk bleek het nog enigszins mee te vallen. Het was wat onduidelijk omdat sommige schroeven al in het frame zaten er er weer uit gehaald moesten worden voordat je iets kon vastmaken, en andere in een plastic verpakking zaten en alles gewoon door elkaar op de bouwtekening stond.
We begonnen serieus met het allereerste onderdeel aan de verkeerde kant vast te maken. Het zal ook eens niet. Verder ging het redelijk goed, afgezien van de pedalen die we fout monteerden zodat het niet goed uitkwam zat het ding nog aardig snel in elkaar.


Toen moest de display er nog op. Hoop gepruts met snoertjes en stekkertjes die door de buis aan de voorkant heen liepen en de ministukjes snoer en stekkertjes aan de display, die op de een of andere manier met elkaar verbonden moesten worden. Die stekkertjes waren echt formaat poppenhuis maar uiteindelijk zat het. Het hele zaakje terug in de buis gefrommeld, anders konden we de display niet plaatsen en vastschroeven. Nog 4 schroefjes en dan hadden we het voor elkaar! Maar het vierde schroefje dacht er anders over. Pieng! Weggeschoten. Waarheen? Niemand die het wist. Niet zo’n felle zolderlamp, donkerblauwe vloerbedekking, klein zwart schroefje…. Dat werd dus een hele queeste. Zonder resultaat. Ik pakte de bureaulamp erbij om de grond te verlichten, maar tikte met de lamp per ongeluk die grond ook aan… poef, licht uit, lamp kapot.
Uiteindelijk ging Bert toch maar weer helemaal naar beneden naar de schuur om de looplamp te pakken. Nu hebben we tegenwoordig een hele hippe, zonder snoer maar met een knopje. “Waar zit dat knopje?” vroeg ik aan Bert, maar ik drukte er blijkbaar al op want de lamp scheen gelijk zo fel in mijn ogen dat ik nog een hele poos vlekjes zag.
Het kleine zwarte schroefje bleek tegen een zwarte poot van de crosstrainer aan te liggen. Poging 2. Pieng! Schroefje schoot weg. Nou zeg! Zoektocht nr 2. Schroefje lag onder oma’s stoeltje.
Poging 3. Plieng! Schroefje schoot weg! Lelijk woord. Schroefje lag onder het pedaal.
“Doe jij het nou maar hoor”, mopperde ik , ” dit schroefje en ik kunnen elkaar niet uitstaan.”
Bert schroefde zonder problemen het kreng er in.
Tijd om de display aan te sluiten op het lichtnet. Maar waar moest het plugje in? Ik stak hem in allerlei gaatjes die de display rijk was, maar geen van allen waren contactpuntjes.
Gebruiksaanwijzing erbij. “Steek de stekker in het stopcontact, te vinden bij de achterpoten van het apparaat”. O. De logica ontging mij totaal, en het stopcontact ook, ik kon het nog steeds niet vinden. Bert natuurlijk wel. Snoertje bleek veel te kort voor welk stopcontact dan ook.
Nu moest ik maar naar beneden, naar de schuur, verlengsnoer halen.
Met al dat trappengeloop hadden we onze sportsessie voor vandaag wel zo’n beetje gehad.
Stekker in het stopcontact. Er gebeurde niets.
Diepe zucht. Er was vast zo’n kabouterstekkertje los geschoten tijdens mijn gefrommel in de framebuis.
Display er weer afgeschroefd, inclusief het obstinate schroefje. Ja, 2 van de 3 stekkertjes zaten vast, 3e was onzichtbaar. Ik scheen met de looplamp in de buis. Diep onderin zat het stekkertje, dat ging zo niet lukken.
Dus, wederom helemaal naar beneden, hele lange haaknaald opzoeken, weer naar boven, stekkertje naar boven hengelen, gepriegel om het weer aan te sluiten. Nu durfde ik het niet meer in de buis te proppen, dan maar een stukje eruit en dat scheelde ook weer 2 schroefjes op de display. Niet zoals het hoort maar ik vond het wel best zo.
“Piep!” zei de display en er verscheen een menuutje en verder begreep ik daar totaal niets van, want wat in de handleiding stond gebeurde natuurlijk niet. Maar ik ga het nog wel uitzoeken.
Ik kon wel de crosstrainer uitproberen en dat ging prima! Daar kan ik goed mee overweg en ik ben blij dat ik weer kan sporten.

Toen zag ik nog een plastic kap liggen. Waar was die dan voor? Die hadden we over.
F**k. Die had onder op het frame over de schroeven geschoven moeten worden als een beschermkap. Stond ook weer echt niet duidelijk op de tekening bij het stappenplan. Wilden we hem er nog opzetten, dan moest serieus de halve crosstrainer weer gedemonteerd worden.
Dus laten we het eerst maar. Ik ben toch de enige die erop gaat en ik kom niet eens in de buurt van de schroeven. Het staat wat mooier met die afdekkap, het is nu een beetje als een fiets zonder jasbeschermers, maar ik geloof het allemaal wel.

Jongens, ik heb gewoon een crosstrainer! Ik, de anti- sporter! En ik ben er nog erg blij mee ook Maar het is nu zaterdagmiddag kwart over 4, dus eerst tijd voor een biertje.