Categorie archief: Geen categorie

Kansspel

“Jongens, we gaan een spelletje doen. En iedereen mag meedoen! O nee, toch niet iedereen, alleen als je in een huis woont wat wij aangewezen hebben. En iedereen krijgt een prijs!”
“Ja maar ik wil ook meedoen, want ik zit in dezelfde situatie”
“Jammer, mag niet. Iedereen is alleen wie wij aangewezen hebben. Goed, zijn we er klaar voor? Maandagmorgen om 9 uur gaan we beginnen. Eerder niet. En dan mogen jullie allemaal tegelijk komen! Jeeeeej!”
“Allemaal tegelijk?”
“Ja hoor, want we maken een wachtkamer en daar kunnen er heeeeeel veel in. En dan zie je vanzelf wanneer je aan de beurt bent. Het is allemaal heel goed geregeld en we hebben voor iedereen een prijs. Nou ja eigenlijk niet voor iedereen. Jullie mogen wel allemaal aan het spelletje meedoen en je hebt allemaal recht op die prijs, maar het is maar de vraag of je die prijs krijgt. Misschien heb je wel pech en ben je te laat aan de beurt. En dan zijn de prijzen op.”
“Hoezo op? We hebben er toch recht op?”
“Ja, dat wel, maar op is op.”
“En als je dan niet aan de beurt komt, komt er een andere keer dan nog zo’n spelletje?”
“Nee joh, dat gaan we niet doen. Wie niet aan de beurt kan komen heeft gewoon pech”
“En als jullie dan de prijzen iets kleiner maken, zodat wèl iedereen aan de beurt kan komen?”
“Dat gaan we niet doen”
“Waarom niet dan, dat is toch eerlijk?”
“Dat gaan we niet doen” 


“Sjongejonge, het is wel druk zeg.  En dat allemaal in die wachtkamer. Dat wordt een lange zit! Maar ja, een prijs krijgen is wel de moeite waard dus we doen het maar.  


“Wat? Ik stond op plek 18.291 en nu ineens teruggezet naar 42.600? Hoe dan?”

“En ik dan? Na uren wachten kon ik eindelijk terecht, en kon ik om mee te doen inloggen  met DigiD. En toen werd ik gewoon van het speelveld afgeknikkerd en moest ik weer helemaal achteraan sluiten. Letterlijk tienduizenden wachtenden voor mij!” 

“Ik ga het even aan de spelleiding vragen, ze zeiden dat ze het zo goed hadden voorbereid. Hé wat gek, ze zeggen niks terug, terwijl ze er wel zijn”

“Weet je wat ook zo raar is?  Mijn wachtplek schuift naar beneden op maar de wachttijd naar boven.  Denk je dat  ik vandaag nog aan de beurt kom met het spel?” 

“Ik heb vrij genomen om mee te kunnen doen aan het spel maar ik ben bang dat het voor niks was.  Lang voordat ik aan de beurt kom zijn de prijzen toch al op. 

En zo verliep de maandag in Groningen. Een aantal mensen hebben de prijs gekregen.  Maar ook een heel groot aantal niet. Ik kom denk ik ook niet meer aan de beurt, terwijl ik keurig om 9 uur aan de start was verschenen. Er zijn nog meer dan 3500 wachtenden voor me zie ik.
Tja, dat is het risico van spelletjes waarmee je wat kan winnen.
O maar wacht even. Dit was eigenlijk geen spel! En ook niet iets wat je kon winnen! Het was een subsidieregeling waar iedereen in de aangewezen postcodegebieden recht op heeft. Ik herhaal: recht op heeft. 
Maar dat maakt blijkbaar niet uit bij de overheid. Ik zie ze al grijnzen: “We houden ze gewoon een Groninger worst voor.  Kijken of ze er op af komen! Kunnen we lachen.  Eerlijk? Hoezo eerlijk? Dat hoeft toch niet? We maken een ruimhartig gebaar met een subsidiepot, die Groningers moeten niet zo zeuren over eerlijk verdelen.  Ze zitten duidelijk niet in den Haag, hahahahaha.  Iene Miene Mutte, 10 pond Rutte, 10 pond kaas, wij zijn lekker toch de baas”

(foto: Hema)

Jaaroverzicht

In de aanloop naar 31 december krijg je het ene jaaroverzicht na het andere.  Muziek, sport, nieuws, er is weer veel gebeurd.  Ook van mensen persoonlijk zie je jaaroverzichten. Facebook maakte zich er dit jaar er makkelijk vanaf, ik kreeg een lijstje namen met wie ik het meest contact had gehad. Alsof ik dat zelf niet wist zeg. 
Spotify verblijdde me met de mededeling dat mijn muzieksmaak chagrijnig is. Chragrijnig!
Ze hebben het verkeerde woord uit de vertaalmachine gekozen. Mijn muziek was vaak moody, stemmig.  En niet moody, chagrijnig.  Het leverde me wel een grijns op.


En hoe zit het met mijn eigen jaaroverzicht? Nou, voor mij persoonlijk was het een raar, bijzonder, moeilijk, maar ook goed jaar.  Een turbulenter jaar dan gemiddeld. 

Het jaar van erop uit gaan met lekkers en drinken mee, in plaats van ‘we gaan wel even ergens een biertje drinken’.  Maar dat leverde ook heel leuke dagen op! Bijvoorbeeld de ontzettend leuke smulroute in Drenthe, waarbij je een rugzakje mee kreeg met een soort hightea in een doosje, waar we tijdens de wandeling van 10 km 2x heerlijk mee gepauzeerd hebben. 
Of samen ergens op een boomstam een kopje koffie uit de thermosfles drinken, op een picknickkleedje een broodje eten, op een bankje in de rugzak naar een reep grabbelen die natuurlijk helemaal onderin is gezakt. 
Ouderwetse genoegens in ere hersteld,

Het jaar van bezoek krijgen maar toch afstand bewaren voor de zekerheid.  Geen knuffel met mijn kinderen, wel een “proost!” op twee armlengten afstand. Een jaar van heel gelukkig zijn met mijn gezin en mijn familie, omdat het heerlijk was om bij elkaar te kunnen komen.

Het jaar van weer even juf zijn, omdat de opvangkinderen niet naar school konden en een aantal wel bij mij kwamen.  Fijn om weer even bezig te zijn met kleuterwerkbladen, maar ik had problemen met sommen uitleggen voor de grotere kinderen omdat de methodes zo veranderd zijn.  

Het jaar van een mooie vakantie in Toscane gepland, samen met de kinderen en kleinzoon, maar die helaas niet door kon gaan. Het bleef bij voorpret

Het jaar waarin ik mijn 60e verjaardag vierde op een stralende zomerdag in de tuin, een dag waarop ik enorm verwend ben en waarvan ik genoten heb. Mijn hele gezin weer bij elkaar, wat was ik daar dankbaar voor

Het jaar waarin ik na jaren weer eens mijn lieve vriendin van vroeger kon bezoeken, wat was het ontzettend gezellig en wat een bizar idee dat we elkaar al 55 jaar kennen

Het jaar waarin ik voelde dat ik mijn werk niet meer goed kon volhouden maar een beslissing daarover steeds voor me uitschoof. Ik wilde het niet toegeven, niet aan mezelf en niet aan mijn omgeving

Het jaar waarin ik afscheid moest nemen van ons oudste konijn, die met haar komst  zoveel vreugde heeft gebracht na alle verdriet destijds. Mijn eigen lieve Sunny, ik mis je nog steeds. 

Het jaar waarin ik uiteindelijk op een rare manier viel en mijn voet brak, daardoor letterlijk stil gezet ben en wel moest nadenken

Het jaar waarin ik corona kreeg en er gelukkig zo goed weer uitgekomen ben

Het jaar waarin ik uiteindelijk de moeilijke beslissing nam om met mijn werk te stoppen.
Kunnen loslaten wat ik in 16 jaar had opgebouwd, kunnen toegeven dat dit het beste was. De lieve reacties van de ouders, het goede afscheid van de kinderen. 

Het jaar van toch nog een operatie op de valreep en toch nog samen kerst kunnen vieren met glittergips

Het jaar van gewonnen schrijfwedstrijden, gehaakte dekens, tekeningen waar ik blij van werd om daarmee bezig te zijn

Het jaar van “oma Annejies is jief” 

Het jaar van mijn lieve gezin, familie, vrienden en belangstellenden. Het jaar waarin ik zo duidelijk zie en voel wie belangrijk voor me zijn en voor wie ik belangrijk ben

Het jaar waarin ik op de laatste dag zeg:  ‘de toekomst ligt helemaal open. Ik ben zo benieuwd!’

Lieve lezers:

The Repair Shop

Mijn favoriete programma van dit moment: The Repair Shop. Ken je het? De afgelopen tijd kwam het iedere avond om 17.30 bij de BBC. Precies op de tijd dat ik ga koken maar daar is de opnameknop voor uitgevonden. En was het heerlijk om ‘smorgens, met een kop koffie, in alle rust het alsnog te kijken. 
In een prachtige rietgedekte boerderij ergens in Hampshire werkt een aantal ambachtslieden. Een verschrikkelijk ouderwets woord, maar het dekt wel de lading.
Ze kunnen alles repareren wat binnengebracht wordt, ieder met zijn of haar specialiteit.
Of het nou een hobbelpaard van 5 generaties geleden is, wat de laatste 20 jaar in een vochtige schuur heeft staan rotten of een herdenkingsbord wat te pletter is gevallen in 100 scherven, ze maken het heel. Je kan het zo gek niet bedenken of mensen komen er mee aan. Het gaat dan wel altijd om een voorwerp waar een grote emotionele waarde aan zit. “Ik kreeg deze van mijn oma en dat was in de tijd dat….” etc.  Of: “Mijn vader was voor de oorlog daar en daar gesitueerd en leerde toen mijn moeder kennen en ze hebben voor hun huwelijk dit gekregen en het heeft de oorlog overleefd en altijd op onze schoorsteenmantel/vensterbank/buffetkast/noemiedereplaatsmaarop gestaan”
Vaak mooie herinneringen, soms hartverscheurend, maar altijd heel erg belangrijk voor degenen die met het kapotte voorwerp aankomen. Soms denk ik: hoe kom je erbij om dit te bewaren?  

Een bak met talloze scherfjes en brokjes van wat ooit een beeldje van klei geweest is bijvoorbeeld. Het dingetje was een keer kapot gevallen en ik kan me de tranen van wanhoop die je op dat moment huilde heel goed voorstellen, als dat beeldje het enige is wat je nog had van je overleden broer. Je kroop huilend rond op handen en knieën om alle fragmentjes te verzamelen  in een bak die je vervolgens jarenlang bewaard hebt. Omdat je het enige tastbare wat je nog hebt, niet kan loslaten, ook al is het helemaal kapot en onherkenbaar geworden. En dan mag je naar de Repair Shop en is daar ene Kirsten (de commentator spreekt die naam altijd uit alsof hij net een veel te grote hap slagroomtaart heeft genomen) en die vindt het een uitdaging en kan niet wachten om eraan te beginnen. Vervolgens krijgt ze het voor elkaar om die talloze stukjes in elkaar te puzzelen, alle breuklijntjes onzichtbaar te maken en te glimlachen naar je als je helemaal geëmotioneerd het beeldje weer in je handen kan houden.  En dan mag je het weer mee naar huis nemen.
Ikzelf vind dat altijd een doodeng moment, stel je voor dat je over de drempel struikelt en het ding valt nogmaals kapot. Gelukkig zijn dat soort momenten nog niet voorgekomen, in ieder geval worden die niet uitgezonden.
Hetzelfde met een stoel die eruit ziet als een gammel wrak, een schilderij waar de vellen aanhangen, een blikken opwindauto die geblutst en kaal is en 3 wielen mist, een ketting waar cruciale onderdelen van kwijt zijn, een teddybeertje wat vrijwel vergaan is, een tafeltje met ingelegd hout waar iemand een hete pan op had gezet zodat alle mozaiek vernield is: ze repareren het, Kirsten en haar collega’s. De houtbewerker, de klokkenmaker, de zilversmid, de naaisters, de schilderijrestaurateur, de leerbewerkster, en last but not least de metaalbewerker/smid waar ik stiekem een beetje verliefd op ben zoals ik dat vroeger was op Floris of David Bowie.  (Ok, nu het hier zwart op wit staat is het niet meer stiekem natuurlijk), stuk voor stuk echt onvoorstelbaar goede vakmensen. Eigenlijk vind ik het kunstenaars. 

Deze week moet ik het zonder Repairshop doen want de BBC heeft nu kerstprogramma’s, op z’n Brits. En zit ik dus een blog te schrijven op de tijd dat ik anders voor de tv zit. 
Ik ben een klein beetje uit mijn doen, want ik moet onverwacht de dag voor Kerstmis naar mijn eigen Repairshop. Nadat ik 11 weken geleden viel en mijn voet brak is er vrijwel nog  niets aan genezing te zien en besloot men gister dat ik alsnog geopereerd ga worden. En wel op 24 December. Ik verschoot daar wel even van, zag de plannen voor Kerstmis al in het water vallen en werkelijk, dat had ik niet aangekund, na alles wat er al afgezegd moest worden en niet door kon gaan de afgelopen maanden. Maar het is een dagopname en de arts zei: U kunt daarna gewoon Kerst gaan vieren met uw gezin. 
Dus daar vertrouw ik dan maar op. Probeer zoveel mogelijk voor te bereiden en op Eerste Kerstdag zelf heb ik genoeg lieve helpende handen om me heen.
Ik krijg een plaatje of 2 schroeven in mijn voet om de breuk te fixeren en daarna moet het weer helemaal in orde komen.
Dus ik ga ervoor. Ben ook echt wel dankbaar dat ik niet op de lijst van uitgestelde operaties terecht ben gekomen.
Wie weet is degene die het metaalwerk aanbrengt ook wel een hele leuke, net als op tv.
In ieder geval heb ik er het volste vertrouwen in dat dit ook vakmensen zijn. En ga ik straks met een netjes gerepareerde voet weer naar huis.

Fijne feestdagen allemaal! 

Cliché

Kijk je, net als wij, veel films en series, dan gaan je dingen opvallen. Clichés, dingen die iedere keer weer terugkomen. Tenminste in de genres die wij kijken. Maar ik denk dat het overal wel zo is, alleen zullen het dan andere clichés zijn.
Ik heb er een paar van ‘onze’ op een rij gezet. Er zullen er nog meer zijn en ik verheug me erop dat jullie het lijstje aan kunnen vullen!

Komtie, in willekeurige volgorde: 

Personen met astma zijn standaard sneue figuren en (potentiële) gepesten. Ze lopen voortdurend met een inhalator in de hand en ze nemen zoveel pufjes dat ik, als ik op die manier met mijn medicijnen om zou gaan, binnen een halve dag in het ziekenhuis zou liggen met hartritmestoornissen en spasmen. Bovendien zou mijn zorgverzekering aan de bel trekken waarom ik in vredesnaam 7 inhalatoren per week nodig heb in plaats van 1 per maand. En me vervolgens een assertiviteitscursus aanraden. 

In films en series waar mensen op missie gaan, is er een vast team. Zou dat misschien wettelijk vastgelegd zijn?  Of het nou astronauten, onderzoekers in een duikboot, tijdreizigers, archeologen of natuurwetenschappers zijn, het is altijd een trio: twee mannen (een lichte en een donkere) en een knappe jonge vrouw.
Uiteraard is er wat onderhuidse spanning tussen die drie.
Ze halen niet allemaal het einde van de missie, maar de vrouw overleeft het altijd.
Ze ziet er immer verzorgd uit, ook al is er geen wastafel of spiegel in de verre omtrek aanwezig. Ze draagt ook zeker geen fleecevest of ecco’s , heeft nooit een badhairday en ze is nooit ouder dan 35.  Wie weet mag je na die leeftijd ook niet meer op missie, ik weet het eigenlijk niet. 

En dan de minder spectaculaire situaties:

Komt iemand thuis met boodschappen dan zit er standaard prei in de tas. (Bert, je zou een goede acteur zijn) Maar als het eten voorbereid wordt, dan is die prei nergens meer te bekennen, want in de keukens worden uitsluitend wortels gesneden. Altijd en immer, in ieder huishouden, rijk of arm, er worden wortels gesneden. Die worden daarna weggegooid denk ik, want als het eten op tafel staat, zijn de wortels weer verdwenen. Dan zijn het ineens erwtjes en boontjes. 

Over dat eten gesproken:  wat er op de borden ligt ziet er altijd heerlijk uit. Je krijgt er zelf trek van en kan het bijna ruiken. Vervolgens pakken de mensen een vork en gaan wat met dat eten zitten schuiven, ze prikken er een paar keer in, maar nemen geen hap.
Daarna is ofwel de scène afgelopen of er wordt afgeruimd. Niemand, maar dan ook echt niemand, heeft zijn bord leeg. 

Wat ze wel doen is wijn drinken. Bij thuiskomst eerst een glas wijn. Er is nooit een aangebroken fles, iedere keer wordt er een nieuwe  opengemaakt,  met een kurkentrekker. De schroefdoppen die wij hebben zie ik eigenlijk niet. En de fles gaat buiten beeld dus blijkbaar leeg, want de volgende keer gaat er gewoon weer een nieuwe open.
Staat er een glas melk of water op tafel, dan blijft dat onaangeroerd staan. Staat er wijn op tafel, dan wordt er wèl van gedronken. Zou ik ook doen trouwens, als ik actrice was. Liefst de scène nog een paar keer overdoen natuurlijk. Ik word steeds losser en kom echt in mijn personage. (ik voel een nieuwe carrière aankomen) 

Als er gestreken wordt, staat de strijkplank in de huiskamer en staat de vrouw altijd een volkomen kreukloos lichtblauw overhemd te strijken. Het ding is klaarder dan klaar, maar ze blijft het strijkijzer er maar overheen halen.  Er staat verder ook geen uitpuilende wasmand, zelfs geen kleintje. 

Bij de detectives die we kijken komen de inspecteur en zijn secondant nogal eens bij mensen op bezoek. Om vragen te stellen, een alibi te checken, dat soort dingen.
En altijd gaat de ondervraagde gewoon door met waar hij of zij mee bezig was. Niet even beleefd blijven staan, of gaan zitten. Maar druk verder gaan met dingen die echt niet kunnen wachten:  een stapel mappen van een bureau pakken en andersom opstapelen, dozen die duidelijk niets wegen, dus waar waarschijnlijk niets inzit , van de ene hoek naar de andere dragen, een omgespitte tuin nog verder omspitten, een knoop die al vastzit nog vaster aannaaien. Of een bezem naar de schuur brengen aan de andere kant van de tuin, terwijl de detectives braaf achter ze aanlopen en tegen hun rug aanpraten. Niet netjes. Wat nog onbeleefder is:  een glas whiskey of iets dergelijks inschenken en uitgebreid in de enige fauteuil  die er is gaan zitten hijsen, de detectives ondertussen gewoon voor je laten staan en niets aanbieden.
Blijkbaar barsten al die ondervraagden , of ze nou wel of niet de dader zijn, van zelfvertrouwen en kunnen ze het zich veroorloven om normale omgangsvormen te laten varen. Erg ongemakkelijk.

En dan nog een korte, maar  last but not least:  Met Kerstmis ligt er sneeuw.  Altijd. Zelfs in Nederland. Was het maar zo’n feest. 

Ok. Ik pretendeer niet een serie of film te kunnen bedenken die volkomen origineel is en waarin geen enkel cliché voorkomt. Maar sommige dingen kunnen best weg of vervangen worden door wat anders. Het is een beetje gemakkelijk om voort te borduren op wat een keer gewerkt heeft. Verras me eens met iets anders dan een dreamteam, een lichtblauw overhemd of gesneden wortels.
Maak een dialoog zo boeiend dat je gewoon kunt kijken naar mensen die tegenover elkaar zitten, in plaats van de scène ‘dynamisch’ te maken met flauwekulbezigheden.
Want die clichés leiden af en maken het ongeloofwaardiger dan het moet zijn.
En o ja, leer een acteur hoe je een inhalator echt moet gebruiken of geef hem anders gewoon een leuke bellenblaas. Dat geeft vast meer effect, met dat rare gehijg en gepuf.

Bijna

Maandagmorgen.  Als de wekker gaat is het nog net zo donker als midden in de nacht. Net zo donker als gister bij het avondeten. Het is veel langer donker dan licht in deze tijd. Ik hou daar niet van. Ja, heus gezellig met een lampje en een kaarsje, maar liever heb ik daglicht, zon en een paar uurtjes donker voor een rustige slaap.
Op de kortste dag is er maar 7,5 uur daglicht van de 24 uur.
Maar! Ik realiseer me ineens dat het over 2 weken al 21 december is!
Het is een beetje rare herfst voor mij. Voet gebroken, corona gehad, besloten mijn bedrijf te sluiten, met al die dingen ging de tijd best snel.
Dat het strakjes alweer de kortste dag is en het daarna langzaamaan weer langer licht gaat worden, daar word ik blij van. 

Ik hou van daglicht, zon, mooie luchten met helderwitte wolken. Mijn stemming is heel erg beïnvloedbaar door de kleur van de dag. Op een grauwe dag voel ik mezelf ook grauw, en van donker hou ik al helemaal niet, behalve om te slapen. Daar ben ik natuurlijk niet de enige in, massa’s mensen hebben dat.

In onze taal is het daglicht ook positief en de duisternis negatief. 
De avond valt. Dat klinkt niet goed. De ochtend valt niet. Die gloort of kriekt. Overigens ken ik niets anders dat kriekt. Jullie? Gloren wel, dat is een positief woord. Hoop gloort ook.
Als iets het daglicht niet kan verdragen, dan deugt het niet. Als iemand met duistere zaken bezig is ook niet.
Toch kan licht niet zonder donker bestaan. Wat een gefilosofeer op de maandagochtend. 

Inmiddels is het 8.15 u.  Het begint te schemeren. Maar ik denk niet dat het een heldere dag wordt. Die paar uur daglicht vallen de laatste tijd ook nog tegen. Grauw, regenachtig, grijs.
Ik ben op zich een voorstander van mijzelf mee laten gaan met de cycli van de natuur. Dus niet met allerlei kunstgrepen de natuurlijke gang van zaken beïnvloeden. Maar toch heb ik vorig jaar een daglichtlamp gekocht. Een kunstmatig hulpmiddel, maar het werkt voor mij.
Als ik in deze dagen een poosje die lamp aan heb voel ik me beter. Vooruit dan maar. Anders val ik ten prooi aan ‘zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming’  (Heere Heeresma)
Dat dekt de lading wel. Geen gekneuter bij de open haard,maar gesomber bij de radiator.
En dat wil ik helemaal niet!  Nee, ik hoef niet altijd happy happy joy joy te zijn, maar er moet wel wat blijven gloren. 
De kortste dag gloort! Ik ga er haast van krieken.

foto: eigen illustratie

Plakken

Vandaag, jongens en meisjes, wil ik het eens hebben over klittenband. Ja, die zag je vast niet aankomen, na mijn serieuze bespiegelingen van de laatste tijd. Maar het leven is een aaneenschakeling van onverwachte gebeurtenissen, waar of niet?
Voor mijn idee is klittenband een redelijk recente uitvinding, ik kan mij uit mijn jeugd niks herinneren wat sloot met kittenband. Wij hadden ritsen, knopen, veters, gespen en houtje-touwtje.
Geen klittenband.
Toch is dat niet waar, want het is door een echte uitvinder ontwikkeld, door ene George de Mestral. Hij kwam in 1941 op het idee en 10 jaar later, in 1951 dus, patenteerde hij zijn “velcro’ zoals hij het noemde. Een samentrekking van de Franse woorden velours (fluweel) en crochet (haakje)
In 1951 dus. Waarom heb ik dan het idee dat ik het pas een jaar of 30 ken? Blijkbaar was het nog niet zo wijd verbreid in gebruik.


Nu vraag ik me ondertussen af waarom haken (dat handwerk wat ik zo graag doe) in het Engels crochet heet.  Want het is een Frans woord.  Waarom noemen de Engelsen het niet gewoon hooking dan? Maar dat is weer een ander onderwerp, wie weet ga ik dat nog eens uitzoeken als ik om blogmateriaal verlegen zit.  In het Engels spreken ze het ook zo lekker uit: “Croasjay”  Ik denk dat de Fransen het veel mooier zeggen.
Goed, terug naar het klittenband.  

Het is echt een uitvinding hoor! Heel handig en tegelijkertijd rete-irritant.
Het zorgt er bijvoorbeeld voor dat je niet 80 x per dag de veters van je peuter z’n schoentjes hoeft te strikken. Maar ook dat als je die schoentjes uit de gang pakt, het klittenband zich direct aan je nieuwe panty hecht en je het niet los krijgt zonder een lelijke haal  of nog erger een ladder. Grrr.
Hetzelfde met schooltasjes, die met klittenband sluiten, maar een voorliefde hebben om zich overal aan te hechten wat binnen hun bereik is.  Je haar, omdat je voorover boog om het tasje te pakken, je mooie trui omdat je de tas per ongeluk tegen je aan hield en het klittenband een lelijke pluisplek maakt, dat soort dingen. 

Het zou mooi zijn als klittenband zich ertoe zou beperken om uitsluitend op de daartoe bestemde plek te klitten. Maar het lukt bijna nooit om het stuk met de haakjes exact op het zachte stukje te plakken.
Omdat je altijd wel een stukje over houdt of omdat het scheef dichtgeplakt werd. 

Ik heb een beschermende, harde, soort schoen om mijn gebroken voet, ter vervanging van gips. Fijn, nu kan ik gewoon lekker douchen zonder hoes en slapen zonder zware gipsvoet in bed.  De schoen wordt gesloten met verscheidene repen klittenband. Omdat zo’n schoen standaard is en mijn voet natuurlijk niet, hou ik nogal wat klittenband over als ik de boel strak gesloten heb.
Dus als Bert mij ‘s morgens de trap af loodst blijf ik aan vrijwel alle halve maantjes hangen en moet ik me losscheuren zonder de tapijtjes van de treden te slopen.


En ‘s avonds naar boven idem dito, mijn gang naar beneden en boven wordt begeleid door een oorverdovend “kggggggggg” op iedere tree.
De schoen ‘s avonds los maken is een heel karwei, de banden zijn breed en het klittenband enorm sterk.  Dus een hoop herrie met scheurgeluiden, het is een heisa iedere avond. 
Het is natuurlijk ook niet de bedoeling dat klittenband zomaar los gaat, daar is het immers niet voor bedoeld.  Je moet er echt je best voor doen om het los te trekken. En dat hoor je dan ook.

Ik zal nooit vergeten dat ik met mijn kleine dochtertje op kennismakingskoffie was bij de overburen en dat ik me helemaal te pletter schrok omdat ze met een misselijkmakend scheurend geluid een kussen van de bank trok. Lekkere binnenkomer, mijn dochter sloopt het meubilair.  “O dat is het klittenband hoor”, lachte buurvrouw.  Ik had echt een hartverzakking. 

Onze motorpakken zijn ook rijk voorzien van klittenband. Handig natuurlijk, maar dan moet je wel ook alle klittenbandjes sluiten.  Anders blijf je gewoon aan elkaar hangen he, als je samen op de motor zit.
Hetzelfde op motorbeurzen . Op de motor er heen natuurlijk, evenals veel andere bezoekers. Dus als het een beetje druk is bij een kraampje zit je zomaar aan een wildvreemde vastgeplakt, scheur je je grinnikend los, draai je je om en zit je vast aan de volgende.
Zo hebben we elkaar ook ontmoet.
(ok, misschien is dat niet waar) 

Ik gebruik zelf ook klittenband als ik geen zin heb om ergens een rits in te zetten. Kussenovertrekken bijvoorbeeld. Want het is veel makkelijker om band op te naaien. Moet je wel opletten dat je allebei de kanten van het band gebruikt want 2 zachte kanten hechten niet op elkaar en gek genoeg 2 ruwe kanten ook niet!  En zo ben je er dus soms nog heel lang mee bezig en had je misschien toch beter de moeite kunnen nemen om een rits in te naaien. 

Ik begon dit verhaal met de peuterschoentjes. Hoe handig dat klittenband in het begin ook is, op den duur werkt het niet meer. Dan zitten er draadjes en prutjes en haartjes en ondefinieerbare dingetjes op het band. En gaat de schoen steeds open en stapt je kind er per ongeluk uit of struikelt. Sneu.


Dus. Ben ik nou wel of niet fan van klittenband.  Nja.  Het is nou niet echt een eerste levensbehoefte maar het is eigenlijk ook niet meer weg te denken.
Monsieur de Mestral heeft wel echt iets toegevoegd met zijn uitvinding.
Ik lees op internet:  

Toepassingen

  • sluitingen van kleding, schoenen, tassen, rugzakken, kampeeruitrusting, et cetera
  • auto-industrie: bevestiging van bekleding, carrosseriedelen, wieldoppen
  • achtbanen: als low-budget oplossing om zittingen vast te maken
  • in de bouw: het bevestigen van dak- en gevelbeplating
  • het ophangen van gereedschap, verbanddozen, brandwerende dekens, et cetera
  • het bundelen van tijdelijke kabelbomen, bijvoorbeeld voor elektra bij evenementen
  • in toneelkostuums, als zeer snel omkleden een vereiste is.

Er wordt onderzoek gedaan naar “stil klittenband” voor toepassing in militaire kleding.

Die laatste zin! Ik heb er gelijk beeld bij.
Supergeheime missie. De loop van de wereldgeschiedenis hangt er van af. Iedereen maandenlang getraind en niets aan het toeval overgelaten. Behalve dan dat soldaat Jansen te dicht bij soldaat Pietersen is gaan zitten en zich met een oorverdovend KGGGGGG -geluid losscheurt.
Vijand gealarmeerd, missie mislukt, wereldvrede verder dan ooit. .
Het leger moet zich nog maar even bij ritsen, knopen, veters, gespen en houtje-touwtje houden.

De Blokkade

Een kort verhaal, n.a.v. de opdracht:
Schrijf in maximaal 500 woorden over ‘de Blokkade’

De Blokkade

Hij beweegt zich moeizaam voort. Zijn benen zijn te zwak om hem te dragen, maar hij is vastbesloten om door te gaan. Steunend op zijn ellebogen verzet hij langzaam arm voor arm en sleept zo zijn lijf vooruit. Even vindt hij de kracht om zijn knieën onder zich te trekken en een stukje vooruit te kruipen. Maar daarna laat hij zich uitgeput weer op de grond zakken. Toch blijft hij bewegen, hij móet de afstand overbruggen. Hij wil hier weg, kostte wat het kost!
Hij richt zijn hoofd op en ziet in de verte een grote hond lopen. Die heeft nu nog geen aandacht voor hem. Hij zakt door zijn ellebogen en rust heel even uit. Dan haalt hij diep adem en sleept zich weer verder. Hij kijkt niet achterom. Zijn blik is naar voren gericht, daar is de toekomst.
Stukje bij beetje ziet hij zijn doel dichterbij komen.
Hij heeft nog niet bedacht hoe hij langs de hond moet komen, hij kan niet vooruit denken. Het enige wat hem nu bezighoudt, is in beweging blijven. Van vermoeidheid begint hij zijn doel wat wazig te zien. Hij kan niet inschatten hoe ver hij nog moet, maar hij gaat door.
Dan hoort hij een geluid, een metalige klik. De hond begint te blaffen. Hij voelt iets hards tegen zijn hoofd en schouder. Hij schrikt. Hij kent dit, heeft het eerder gezien. Het ijzer is wit en koud en blokkeert hem meedogenloos. Hij klemt zijn hand om een metalen spijl en geeft een kreet van frustratie. Hij kan niet verder meer. Zijn hoofd zakt op zijn armen, hij huilt met gierende uithalen.
Een stem roept zijn naam, maar hij reageert niet.
Dan voelt hij dat hij wordt opgetild.
Snikkend legt hij zijn hoofd tegen de veilige borst van zijn moeder.

Surfen

Soms lijkt het of je leven een beetje op pauze staat. Er gebeurt niks nieuws, alles is zoals het al een hele poos was. Dat kan rustgevend zijn, op zo’n moment heb je helemaal geen behoefte aan verandering. Het kan ook het tegenovergestelde effect hebben: onrust, het gevoel van ergens op te wachten. En dan ineens… gebeurt er van alles heel snel achter elkaar. Soms te snel.
Zelf ben ik iemand die probeert te anticiperen op wat er gebeurt, als ik al niet een doel zie in wat me overkomt, dan probeer ik er in ieder geval zo goed mogelijk mee te dealen.
Zie het als dobberen op een meer. Als er een wind opsteekt komen er flinke golven. En dan krijg je dit:

Ik voel dat momenteel heel sterk. Ik heb al geschreven over mijn gebroken voet en in het verlengde daarvan mijn beslissing om te stoppen met werken.
Dat was eigenlijk wel even genoeg om te verwerken vond ik zelf. Maar er werd niet gevraagd wat ik zelf vond.
Mijn voet geneest niet goed. De artsen willen graag dat het zonder operatie gaat lukken. Maar na drie weken is er nog geen enkele verandering te zien op de röntgenfoto. Nu heb ik een soort gipsschoen gekregen en moet ik mijn voet heel voorzichtig af en toe wat belasten. Dat zou botgroei stimuleren. Over twee weken moet een foto uitwijzen of dat inderdaad het geval is.
Nou wil ik het niet beter weten dan ervaren dokters, maar ik heb er niet zoveel vertrouwen in dat het gebeurt, het voelt gewoon niet zo goed.
Als mijn gevoel juist is ben ik straks vijf weken verder en moet er alsnog een operatie komen. Ik hoop dan ook van harte dat de wetenschap het beter weet dan mijn gevoel.
Ik kreupel af en toe wat door het huis, probeer Bert een beetje bij te staan met lichte huishoudelijke klusjes.
En dan ineens word ik weer helemaal teruggefloten.
Ik heb corona. Ik ben gevaccineerd en ik had niet gedacht dat het me nog te pakken zou krijgen. Ik kom ook bijna nergens momenteel maar één keertje bij een besmet iemand, die dat zelf nog helemaal niet weet en mij een verzetje gunt, is blijkbaar genoeg. Verraderlijk rotvirus.
Ik ben er ook echt wel beroerd van. Niet doodziek gelukkig! Maar wel genoeg om als een dweil op de bank te hangen, veel te huilen en te slapen en nergens fut voor te hebben. Totale isolatie is niet mogelijk want ik kan niet zonder hulp douchen etc. Maar quarantaine wel.
En geen bezoek te mogen ontvangen, de 30e verjaardag van mijn zoon niet te mogen vieren…. eigenlijk vind ik het gewoon klote. En dat schrijf ik op zonder censuur**tjes.
Want zo voelt het echt. We zouden samen twee dagen weggaan, maar dat ging niet door vanwege mijn voet. Plan B dan maar, hij zou hierheen komen voor lekker eten en een gezellige avond. Maar weer gooi ik roet in het eten omdat ik corona heb. Ik weet dat beiden niet mijn schuld zijn, niemands schuld, maar ik ben er best verdrietig over. Raar hoor, ik probeer eigenlijk altijd positief te zijn. Maar de enige keer dat ik negatief wil zijn, met de coronatest dus , blijk ik ook positief te zijn.
Heel even heb ik geen energie om te surfen, ik wil gewoon alleen maar balen. En er over schrijven want dat helpt bij mij altijd heel goed.
Misschien is dat wel mijn surfen. Want schrijven zet het weer wat in perspectief.
Die voet, daar komt uiteindelijk wel een oplossing voor. Die coronabesmetting, daar ga ik weer van genezen. En dan gaan we de gemiste dingen inhalen.
Wat blijft is mijn beslissing om het een beetje anders te gaan doen in de toekomst. En daar hoort ook bij om geen stress meer te hebben.
Laat ik daar nu dan alvast maar mee beginnen.




Op naar de toekomst

Inmiddels heb ik ruim 41 jaar gewerkt en ik heb best een gevarieerde loopbaan gehad.
Bijna 5 jaar voor de klas, 2 jaar op een kantoor van een bouwtoeleveringsbedrijf, 2 jaar bij een kinderdagverblijf, 8 jaar in de horeca, 8 jaar nogmaals voor de klas en ruim 16 jaar als (zelfstandig) gastouder.
Kinderen zijn dus wel de rode draad in het geheel. Dat was toch wel waar mijn hart lag.
De horeca vond ik ook leuk trouwens, maar de werktijden minder. Altijd ’s avonds en in het weekend, daar had ik op den duur echt geen zin meer in.
Het kantoorwerk was echt niks voor mij. Voortdurend op dezelfde plek zitten en met (toen nog) papieren bezig zijn, dat vond ik verschrikkelijk. Maar je moet het eerst proberen voordat je dat kan zeggen, toch.


Hoeveel kinderen zal ik onder mijn hoede gehad hebben? Op de scholen in totaal toch al gauw zo’n 325 heb ik uitgerekend. Ongelooflijk zeg. Al die kleine en grote jongens en meisjes, al die unieke kinderen met hun eigen hebbelijk- en onhebbelijkheden.
Sommigen hadden een heerlijk leven, anderen maakten al veel te vroeg ellende mee. Als juf sta je daar heel dicht bij en dat voelt heel bijzonder, daar ben ik dankbaar voor.
Ik bedacht laatst dat de kleuters uit mijn eerste klas dus nu ook al ergens halverwege de 40 zijn…. bizar idee.

Het kinderdagverblijf was heel kleinschalig en ik was er maar kort, dus laten we zeggen dat ik daar in totaal 12 kinderen verzorgd heb.
En mijn eigen bedrijf, mijn kinderopvang Kind aan Huis?
35 kindertjes en kinderen kwamen hier in huis. Sommigen waren nog maar een paar maandjes oud toen ze hier kwamen, anderen waren peuters of kleuters.
Ik zag ze opgroeien, maakte van dichtbij alles uit hun leven mee. De babietjes die ik in mijn armen had toen ze de eerste keer bij mij kwamen, groeiden me letterlijk boven het hoofd en namen afscheid als een tiener, klaar om naar de brugklas te gaan.
Er is daarbij nog wel eens een traantje gevloeid, zoveel jaar samen is immers niet niks!

Maar als ik zeg dat ‘mijn’ eerste kleuters nu veertigers zijn, dan betekent dat, dat ik zelf inmiddels 60 ben…. en ik merk het. Je kan wel zeggen: ‘je bent zo jong als je je voelt’, maar voor mij gaat dat niet op.
Eigenlijk denk ik: waarom moet ik jong blijven? Waarom moet ik geforceerd proberen hetzelfde te doen als toen ik 20, 30 of zelfs 40 was?
Het lijkt soms wel of je opgedrongen krijgt dat je jong en actief moet blijven, omdat dat hetgeen is wat je gelukkig maakt.
Maar mag ik dan niet ouder en rustiger worden, omdat dàt mij gelukkig maakt?
Ik wil niet meer jong en actief zijn. Ik wil leven en gelukkig zijn op een manier die past bij mijn nieuwe levensfase.

Dat heeft niets te maken met minder aandacht hebben voor je omgeving en alert zijn op wat er gebeurt in de wereld. Ik wil echt niet indutten en uiteindelijk vegeteren.
Maar ik wil wèl naar mijn lichaam en geest luisteren die zeggen: doe het voortaan maar wat kalmer aan, dat is beter voor je.

En wat is daar dan de uiteindelijke consequentie van? Dat ik toegeef dat ik het allemaal niet meer aankan zoals het gaat. Dat het afbouwen wat ik het laatste jaar gedaan heb niet voldoende oplevert.
Dat ik, nu ik letterlijk ben stil gezet met mijn gebroken voet, kan nadenken en tot beslissingen kan komen. Beslissingen die ik alsmaar voor me uitschoof. Maar die zo noodzakelijk zijn.

Ik ga stoppen met mijn werk, Kind aan Huis gaat sluiten. Een dubbel gevoel omdat ik met kinderen en hun ouders te maken heb en die ga ik missen. Ik sluit een periode af. Ik sluit af wat ik zelf opgebouwd heb.
Maar toch voelt het als de juiste beslissing.
Lieve lieve kinderen, jullie allemaal, van lang geleden tot aan nu toe, jullie hebben mij zoveel gegeven in het leven. Ik hoop dat dat ook wederszijds geweest is.

Ik sta open voor wat de toekomst brengt. En ik ben eigenlijk wel nieuwsgierig!




Spinsels

Het is een beetje tegenstrijdig, maar ik ben geinteresseerd in spinnen, terwijl ik er bang voor ben.
Dat bang zijn is ook nog heel subjectief, eigenlijk zijn de enige spinnen waar ik bang voor ben de grote zwarte en bruine spinnen die in de schuur wonen of onverwacht door het huis rennen.
Zelfs de nog grotere vind ik niet eng. Een vogelspin kan ik zonder angst bekijken en als het voorkomt zelfs op mijn hand hebben.
Ik weet niet wat die ene soort dan zo griezelig maakt dat ik er echt panisch van kan worden.
Misschien omdat die het meest onverwacht verschijnen en het hardste rennen terwijl ik niet weet waarheen.


Ik kan me lang vermaken met naar een kruisspin kijken die een wielweb maakt, prachtig!
En als een webje op een lastige plek gemaakt wordt voel ik me enorm schuldig als ik het moet weghalen, ik probeer dan de schade altijd wat te beperken.
De stofspin vind ik minder prachtig, het is een wanstaltig en onhandig beest, maar ik ben er niet bang voor. De kleine spinnetjes die soms in huis zitten, op het plafond of op de muur, zijn best leuk. Om een onduidelijke reden heetten die vroeger bij ons thuis ‘ Jobje’ Het werd gewoon een soortnaam, dan hadden we weer een jobje in huis.
Hier in huis heten ze Ragnar. Uitleggen duurt een beetje lang, gebruik je fantasie maar.
Spinnen aan een draadje zijn niet eng, maar interessant. Minispinnetjes zoals de springspin zijn zelfs aandoenlijk. Als je ze uitvergroot zijn het harige monsters met 8 felle ogen en flinke kaken. Maar voor ons zo klein dat het niet eng is.
En al die superslimme technieken die de verschillende soorten hebben om aan eten te komen! Webben natuurlijk maar ook vangnetjes, valkuilen en boobytraps.

Nu ik aan de bank gekluisterd ben, heb ik de tv meer aan als anders. Vanmorgen was er op National Geographic een mooie documentaire over spinnen. Van over de hele wereld en dan moet ik toch wel zeggen dat ik het niet erg vind, dat niet alle soorten in Nederland voorkomen. Je hoeft hier niet bang te zijn voor een giftige spinnenbeet.
Wat me opviel is dat in de spinnenwereld over het algemeen de vrouw ontzag inboezemt bij de man. Bij veel soorten is de vrouw ook (vele malen) groter. De mannen zijn heel omzichtig in het benaderen als ze verliefd zijn, er zal nooit een Me Too discussie ontstaan in de spinnenmaatschappij. Maar sommige mannen zijn hun leven niet zeker, de Zwarte Weduwe heet bijvoorbeeld niet voor niets zo. Ik zou dan als man denken: ik ga mijn leven niet in de waagschaal leggen voor een avontuurtje. Blijkbaar werkt het zo niet bij hen, anders waren die soorten natuurlijk uitgestorven.

Heel bijzonder vond ik de pauwspin. Het beestje is kleiner dan je pinknagel, maar de mannetjes hebben een prachtig verleidingsmiddel. Net als de paradijsvogels gaan ze dansen voor hun uitverkorene en maken daarbij zomaar bizar mooie gekleurde patronen op hun achterlijfjes

Dit is toch prachtig! En dat allemaal op zo’n mini-oppervlakje. Ik vind het wonderbaarlijk.


Spinnen zijn in de natuur toch gewoon het mooist.
Als die engerds in huis en schuur dat nou ook eens zouden begrijpen!
Dan hoefde ik niet een telefoongesprek te onderbreken omdat ik iets op mijn schouder voel kriebelen en het volgende moment met een enorme spin in mijn hand sta. Dat gebeurde al een hele poos geleden maar ik ben de schok nog niet helemaal te boven.
Echt, ik wil ze alleen maar vanaf een afstandje buiten zien of op tv. Ik vrees alleen dat ze zich daar niets van aantrekken.
(Wie nu gaat zeggen: “zo’n beestje doet niks, hij is banger voor jou dan jij voor hem” die schrap ik hoogst persoonlijk van mijn lezers- dan wel vriendenlijst)
Misschien ga ik ooit nog leren om ze niet meer eng te vinden. Ooit.