Alle berichten door Annelies

2000

Nog iets meer dan twee weken, en dan begint het jaar 2020. Als ik erover nadenk kan ik het bijna niet geloven. Al 20 jaar over dat magische jaar 2000 heen.
Toen ik kind was, leek het jaar 2000 iets uit een science fiction boek of – film. Het was zó ver weg in de toekomst. In het jaar 2000 zouden alle mensen in metallic kleding lopen, zich voortbewegen in vliegende auto’s, allemaal astronautenvoedsel eten en alle bekende ziektes zouden zijn uitgebannen want overal was een technische genezing voor. Net zoals we dat konden zien in StarTrek. Een holografische dokter ging met een ondefinieerbaar apparaatje langs je lichaam en klaar was het weer.
Het jaar 2000 was zo ver weg, dat ik me niet eens realiseerde dat ik een grote kans maakte om dat mee te maken. Het was het synoniem voor de toekomst met al haar nieuwe mogelijkheden en uitvindingen.
Eigenlijk zouden we dan allemaal zo leven als de Jetsons, stelde ik me voor.

jetsons
In de jaren ’80 werd ik volwassen en kwam het jaar 2000 dichterbij. Maar toen maakte ik me wel
ernstig zorgen of ik dat wel mee zou maken. Het was de tijd van de wapenwedloop, de Koude Oorlog was op z’n grimmigst. Ik was letterlijk doodsbang dat er een kernoorlog uit zou breken en ons allemaal op een gruwelijke manier zou wegvagen. Het heeft me serieus heel wat slapeloze nachten en angstaanvallen gekost. Ik was niet de enige. “Doemdenken” was een veel gebruikte term.
Ook in de muziek kwam het thema veel voor. ‘Two Tribes’ van Frankie Goes to Hollywood, ‘Russians’ van Sting, en ‘De Bom” van Doe Maar waren grote hits. De wereld was bang.
God zij dank is een escalatie uitgebleven. Het politieke klimaat veranderde en daarmee nam ook mijn angst af.
Toen kwamen we in de jaren ’90 en het jaar 2000 kwam ineens heel dicht bij. Nieuwe zorgen, nieuwe angsten. Wat zou er allemaal gebeuren tijdens de jaarwisseling van 1999 naar 2000. De Millenniumbug! Een doemscenario van alles wat er zou uitvallen, crashen en op tilt zou slaan in de elektronische en digitale wereld. Wat zou er gebeuren met militaire installaties, zouden ze nog beheersbaar zijn? Medische apparatuur, zou het nog werken? Beveiliging, elektriciteitsnet, zendapparatuur, alles zou in de war raken en er zou een wereldwijde chaos ontstaan.
In de Volkskrant in 1999 stonden ingezonden brieven,
ene meneer of mevrouw Swen schrijft:

Dacht u nou echt dat het millenniumprobleem later begint omdat het NMI de klokken een seconde moest stilzetten. Misschien loopt er dan al een uur lang geen enkele klok meer. Misschien zijn we dan al een uur bezig om Russische kernraketten tegen te houden. Zijn we al een uur lang bezig om elektriciteitscentrales weer te starten. En hebben we al een uur lang geen water. Wie maakt zich dan nog druk over die ene seconde?


En een meneer Pijpers schrijft:
In Amerika schijnen mensen zich in verband met de jaarwisseling van 1999 naar 2000 een aantal dagen in een hol onder de grond te willen verstoppen met medenemen van een aantal blikken bruine bonen en flessen bronwater, om alle verschrikkingen maar niet mee te hoeven maken. Maar sommige mensen verwachten al eerder problemen, en wel op 9 september 1999.Ik kan deze mensen wel geruststellen, want een beetje computerprogrammeur/euse gebruikt nooit de echte datum 090999 om een programma te stoppen of een lus te beëindigen, maar altijd de fictieve datum 999999. In mijn 22-jarige loopbaan als automatiseerder ben ik die enge datum 9 september 1999 nog nooit in een computerprogramma tegengekomen!

Het werd 31 december 1999 en ik was bloednerveus. Het kon me niet schelen als we misschien een poosje geen telefoon of elektriciteit hadden. Ik was heel bang dat wapensystemen op tilt zouden slaan en dat we alsnog in een atoomoorlog zouden geraken.
Het is allemaal niet gebeurd. Niets is er gebeurd bij mijn weten, de gevreesde millenniumbug bestond niet echt.

Ineens leefden we in het jaar 2000. En was het magisch? Nee. We liepen niet in metallic kleding, aten geen astronautenvoedsel en hadden geen vliegende auto. En helaas zijn ook niet alle bekende ziektes uitgebannen, er zijn zelfs nieuwe ziektes bijgekomen.
Het jaar 2000 verloor zijn magie, we leefden verder, met alle ups en downs die het leven met zich meebrengt.
En nu zijn we zelfs al 20 (!) jaar verder.

Bij mijn weten hebben we nu niet meer zo’n punt in de toekomst waar we als het ware naar uit kijken. De techniek ontwikkelt zich nog steeds, we kunnen steeds minder zelf, maar dat gaat in een soort sluipgang. We doen allemaal mee met de massa, want we kunnen niet anders. Je kan bijvoorbeeld wel bezwaar hebben dat alles elektronisch, digitaal en automatisch gaat maar er is geen alternatief. En daar kan ik me dan momenteel zorgen over maken. Niet de doodsangst uit de 80-er jaren, niet de paniek van rond het jaar 2000. Maar wel een zeer drukkend gevoel dat ik ergens naartoe geduwd wordt waar ik niet heen wil.
Ik hou mezelf voor dat ik me vaker onnodig te grote zorgen heb gemaakt. Hopelijk is dat deze keer ook zo.
Daarom wil ik blij zijn met het leven wat ik nu heb, mijn gezondheid, degenen die ik liefheb, de dingen die ik graag doe, de dingen die ik krijg. Dat is wat er echt toe doet.
Het is immers niet vanzelfsprekend. Misschien is dat juist wel magisch.

UKV

Deze blog is echt mijn uitlaatklep(je) voor allerlei, niet met elkaar verband houdende zaken waarover ik wat wil vertellen.
Schrijven is zo leuk en ik voel me er zo goed bij/door.
Degenen die mij nog kennen uit de prehistorie weten dat ik kleuterverhalen geschreven heb die geen uitgever wilde hebben, maar waar ik zelf wel trots op was (en nog steeds ben) zodat ik ze via printing on demand toch uitgegeven heb. (Zelfpromotie: Een jaar met Krieltje)

Maar ik wil meer! Meer leren, meer inspiratie, meer schrijven.
Daarom heb ik een abonnement op Schrijven Magazine, volg de site Schrijven Online en ben lid van het forum daar, ik doe af en toe mee aan schrijfwedstrijden. En ik ben lid van de facebookgroep Ultra Korte Verhalen, oftewel UKV’s.
In maximaal 99 woorden een heel verhaal vertellen is een grote uitdaging. (Dit stukje telt bijvoorbeeld al 137 woorden).
Het komt neer op schrappen, nog meer schrappen en met wat je overhoudt toch een verhaal met inhoud vertellen. Ik vind het heel erg leuk om me daarmee bezig te houden, al heb ik lang niet altijd een goed idee voor een UKV (dat rijmt maar het is ook net Sinterklaas geweest)
Soms hoor ik of lees ik ergens een zin en denk: Dat is de slotzin van mijn nieuwe UKV en dan ga ik er iets bij verzinnen.
Een andere keer zie ik iets of maak ik wat mee, waar ik een UKV van maak. En soms zuig ik alles gewoon uit mijn duim. Het kan grappig zijn, verdrietig, serieus of over de top, alles mag en alles kan! Nou ja, bijna alles, je mag er geen overdenking of betoog van maken, het moet echt een verhaal zijn.
Sinds juni heb ik 17 UKV’s geschreven en in de fb-groep geplaatst. Met enige trots kan ik vertellen dat inmiddels 4x een verhaal van mij op de site Schrijven Online ‘in de schijnwerpers’ is geplaatst.

Ik zal jullie niet belasten met 17 verhalen, maar een paar wil ik hier toch laten lezen. Gewoon omdat ik dat leuk vind. Klinkt arrogant, maar hey, het is mijn eigen blog hier!

Hondenfluisteraar
Cesar zegt dat hij zelf naar binnen moet lopen.”
“Dat zei je al drie keer,” zegt Mark. Hij opent het autoportier voor Saskia en de nieuwe pup.
“We moeten het toch direct goed doen,” verdedigt Saskia zich.
Ze zet het hondje op de oprit. “Kom maar, Millan ”
De pup blijft zitten.
“En wat zegt Cesar daarover?” vraagt Mark geamuseerd.
Saskia kijkt hem onzeker aan. “Eh, dat staat niet in het boek…,”
Ze kijkt naar het hondje. Dan voelt ze wat ze doen moet.
Ze tilt hem op, fluistert iets in zijn oortje en draagt hem naar binnen.


Schone Schijn

Weet je wat het is, Janny?” Trees boog zich naar voren, terwijl ik juist terugdeinsde om de rondsproeiende koekkruimels te ontwijken. Ik wist wat er nu ging komen.
Een tirade over de buren die niet ‘ons soort mensen’ waren.
Trees leek dat mens uit Keeping Up Appearences wel.
More tea, Hyancinth?” flapte ik er uit.
Hè?“ onderbrak Trees verbouwereerd haar verhaal.
Sorry, ik moest ineens aan Hyacinth Bucket denken“, zei ik.
Je moet ‘Boekee’ zeggen”, verbeterde Trees. “Wat een enig mens is dat hè? “
Ja, enig” ,beaamde ik en slikte de rest in met mijn thee.


Techniek
“Hou je er nou al mee op?” vroeg de linkersportschoen toen Emma hem uittrok.
“Van de week was je veel flinker, ” bemoeide de rechterschoen zich er mee.
“Ja, toen heb je een half uur gelopen, 20 minuten geroeid en óók nog krachttraining gedaan”, riep de linker nog, net voordat Emma hem geërgerd in haar tas gooide.
“En weet je nog dat…”. begon de rechter, maar Emma snoerde hem de mond door de rits van de tas dicht te trekken. “Irritant stelletje, ” mompelde ze. “Waardeloze uitvinding, memory-foam in de zool”.

 

Op het forum van Schrijven Online is er wekelijks een schrijfopdracht, je bepaalt zelf of je mee wilt doen. Je krijgt na plaatsing van je verhaal feedback van professionele- en medeschrijvers.
Deze week was de opdracht zelfs een UKV. : Schrijf een kerstverhaal met een strip- of sprookjesfiguur in de hoofdrol, gebruik maximaal 99 woorden.
Dat is nou echt een iets voor mij: Fantasie en UKV samen.

Neverland
Tinkerbell, Tinkerbell, Tinker all the way”, joelden de Lost Boys.
“Schei nou eens uit, ieder jaar datzelfde flauwe geintje.” Het elfje keek zo chagrijnig als een krokodil. “Oehhhh!”riepen de jongens, om haar frustratie nog wat te verhogen.
“Boys!” Klonk er vermanend vanuit de lucht. “Vrede op aarde, weet je wel?”
Peter Pan dook naar de grond.
“Bedankt”, zei Tinkerbell nuffig. “Altijd dat kinderachtige gedoe! Word eens volwassen zeg!”
Peter Pan werd groen. “Nooit!” riep hij, terwijl hij zich van de grond afzette en wegvloog.
Ze hoorden hem nog zingen voor het geluid wegstierf : Tinkerbell, Tinkerbell, Tinker all………

peter pan

 

Ik wens iedereen alvast heel mooie en fijne feestdagen! En natuurlijk ontzettend bedankt voor het zo trouw lezen van mijn blogs, daar ben ik echt heel blij mee. XXX

 

(foto: Pixabay)

 

 

Yoga

Vanmorgen pakte ik de vaatwasser uit. Net als iedere andere ochtend. Maar dit keer met veel ‘oef”s en ‘pfffff’s en andere kerm- en kreungeluiden, iedere keer als ik bukte, weer overeind kwam of een stap verzette.
Oorzaak: spierpijn. Overal. Pijn in spieren waarvan ik niet eens wist dat ik ze had.
Ik heb gister een proefles yoga gedaan. Ik vond het leuk en het is vast voor mij ook erg nuttig als ik mijn stramme spieren zo voel.

Al jaren denk ik erover om ‘iets’ aan yoga te gaan doen, maar verschillende bedenkingen hielden me tegen.
Na veel lezen heb ik gezien dat een aantal dingen vooroordelen waren en dat ik yoga prima zou kunnen inpassen in mijn eigen ideeën over spiritualiteit, geloof en gezondheid. Het is geen godsdienst, het is een middel.
Maar hoe te beginnen, ik vond dat ik niet op eigen houtje moest gaan klungelen en ik had er ook geen zin in om voor een cursus naar de stad te moeten ’s avonds.
Laat nu onze eigen sportschool om de hoek binnenkort een cursus starten! Nu was er niets meer dat me tegenhield om die proefles te gaan doen.
Sportkleren mee, gezellige badhanddoek uit Samos om op het yogamatje te leggen, flesje water, ik was er klaar voor.
Heel erg nieuwsgierig naar hoe het zou zijn. Mijn ervaring met yoga is kijken naar dit soort foto’s:

gymnast-3651094__340

en daarna denken: dat gaat ‘m niet worden.
Hier in Leens zijn er sowieso geen schitterende zonsondergangen op de top van een berg, over de houding van de persoon maar niet te spreken, ik zou binnen anderhalve seconde omvallen en van de berg rollen. Niet goed voor lichaam en geest.

De praktijk was toch echt anders gelukkig. Met een groep Groningers in een zaaltje van een omgebouwde oude boerderij en dit soort poses:

yoga collage

Veilig op ons matje, als je je evenwicht verloor rolde je niet verder dan 1 centimeter naar beneden.
We waren allemaal zo geconcentreerd op onszelf dat we amper naar anderen keken, soms ving ik even een glimp op in de spiegel. Het maakte dus ook helemaal niet uit dat iedereen een ander niveau had voor wat betreft lenigheid en balans.
Ik was stiekem erg trots dat ik de pose staande op 1 been (grootste plaatje in de collage) een poosje vol hield zonder te hinkelen. De eerlijkheid gebied te zeggen dat ik mijn linkerbeen minder diep gebogen had als op het plaatje.
Waar ik wel heel goed op moet letten is doorademen. Steeds zei de docente: ‘Blijven ademhalen” en iedere keer merkte ik dat ik dat niet deed. En dan kom je natuurlijk helemaal niet in een balans of een ontspannen gesteldheid. Nu was ik zo met de fysieke handelingen bezig dat het soms meer kunstjes werden dan oefeningen.
Maar hey, eerste les! Dat komt heus nog wel in orde.
We rekten en strekten, we bogen en knielden, we spanden en ontspanden van alles, mooie muziek op de achtergrond, het uur was echt in no -time voorbij.
Het leukste vond ik de Happy Baby. Ik moest gelijk aan mijn lieve, vrolijke kleinzoontje denken.
Je ligt op je rug, knieën opgetrokken en dan pak je met je handen je voeten beet en rolt een beetje heen en weer. Het was nog wel erg moeilijk en ik vroeg me af hoe baby’s dat zo makkelijk kunnen! Ikzelf zal het ook ongetwijfeld gedaan hebben 58 jaar geleden. Maar baby’s hebben in verhouding tot hun lichaam natuurlijk veel kortere armpjes en beentjes, die kunnen zelfs hun tenen in hun mond steken. Overigens is dat laatste iets wat we gisteravond niet gedaan hebben en ik denk ook dat het geen yoga onderdeel is.
Hoe het ook zij, door al dat gerek en gestrek zijn er spieren in beweging gekomen die dat hard nodig hadden. En dat laten ze vandaag goed merken.
Toch vind ik spierpijn altijd een beetje dubbel. Het is echt pijn en zeer ongemakkelijk. Maar aan de andere kant voelt het ook haast goed, een bewijs dat ik hard gewerkt heb.
Ik kopieer hier nog even een stukje van de website Happywithyoga.com. Daarin staat voor mij genoeg motivatie om inderdaad de cursus te gaan doen:

Meer flexibiliteit, kracht en balans:
De Yoga houdingen dagen je op fysiek gebied uit. Je wordt meer bewust van je lichaam en hoe het werkt. De houdingen zijn er voor bedoeld om je zowel je lichaam als geest te trainen en geven je meer kracht, maken je flexibeler en bevorderen je balans.
Hierdoor kan de energie beter door je lichaam stromen en zal je lichaam beter gaan functioneren.

Meer energie
Doordat de energie beter door je lichaam kan stromen krijg je ook meer energie.Het helpt dus goed voor als je je futloos en vermoeid voelt.Door op de juiste manier te ademen wordt ook het zuurstof gehalte in je lichaam hoger waardoor spieren en organen meer brandstof kunnen maken en kunnen krijgen.

Rug en nekklachten
Veel mensen worden door artsen naar Yoga verwezen als ze last hebben van rug- en nekklachten. Niet vreemd, want door Yoga kan er veel spanning in het lichaam worden losgelaten.
Het fysieke effect van gedraaide houdingen is bijvoorbeeld dat er ‘spanning uit het lichaam wordt gewrongen’.
De ademhaling creëert meer ruimte in de ruggengraat, waardoor de ruggenwervels minder op elkaar gedrukt worden.
Ook helpt het controleren van de ademhaling bij nekklachten. De ‘hulpademhalingsspieren’ zitten rondom de denk. Als je constant te snel en te hoog ademt, raken deze spieren overbelast en gaan ze zeer doen. Het controleren van de adem kan er dus voor zorgen dat deze spieren weer rust krijgen en kunnen ontspannen.

Ik ga het meemaken, wat het me gaat brengen straks. Ben er heel benieuwd naar en enthousiast over.
Maar vandaag toch maar even geen Happy Baby.
Oef. Pffff.

 

(foto’s: Pixabay)

Einde en Begin

Volgende week zondag begint Advent (de periode van 4 weken voor Kerstmis). Dat is officieel de eerste zondag van het kerkelijk jaar, de kerk heeft een andere kalender als de wereld.
Vandaag is dus de laatste zondag van het kerkelijk jaar.
Die wordt Gedachteniszondag of Eeuwigheidszondag genoemd. Het is eigenlijk het protestantse antwoord op het katholieke ‘Allerzielen’.
Het is een nogal ingewikkelde materie vind ik, waarom de kerkelijke kalender afwijkt van de wereldlijke kalender.
Het heeft alles te maken met de kerstening van de westerse wereld en de verandering van heidense feesten in christelijke feesten. Of dat is gebeurd om alles een beetje geleidelijk te laten verlopen of dat het juist is geweest om de heidense gewoonten per direct uit te bannen is me niet duidelijk.
Daar zou ik een hele studie van moeten maken, om daar iets zinnigs over te zeggen. Misschien doe ik dat nog eens.
Hoe het ook zij, vanmorgen ben ik naar de kerk geweest. Dat doe ik niet vaak meer. Niet omdat ik niet meer geloof, integendeel. Maar na een bezinningsproces van vele jaren ben ik tot inzicht gekomen dat ik niet pas in een vaste groep. Ik voel me opgesloten, te beperkt en, hoe raar het ook klinkt in een kerkgemeenschap, een eenling. Pas nadat ik een paar jaar geleden heb besloten om niet meer bij een bepaalde kerk te horen, heb ik het gevoel dat ik vrij ben om mijn geloof optimaal te beleven.
Dat is puur persoonlijk. Ik ga ook geen enkele gedachte of oordeel uitspreken over welke kerk dan ook.
Mijn eigen ouders hebben niet meer meegemaakt dat ik het lidmaatschap van de kerk opzegde. Mijn schoonmoeder wel. Ze had er, heel begrijpelijk, verdriet om. Ze was bang dat ik alles zou los laten. Toch begreep en zag ze op den duur wel dat het zo niet was, dat ik juist sterker wilde worden in mijn geloof.
Waarom vertel ik dit allemaal? Omdat ik voor haar vanmorgen in de kerk zat. Samen met Bert, en mijn zwagers en schoonzusjes. Op de Eeuwigheidszondag werd ook zij herdacht, omdat ze in het afgelopen kerkelijk jaar is overleden.
Het was goed om daar met elkaar te zijn, om aan haar te denken, om te zien dat haar zoons een kaars voor haar aanstaken, om te horen hoe haar naam genoemd werd.
Zoals in iedere kerkdienst werd er gebeden en gezongen. Ik schoot even vol bij het slotlied: “Eens als de bazuinen klinken”.
Dit lied hadden we ook gezongen in de uitvaartdienst voor mijn vader. Mijn moeder, toen al erg dement, zong uit volle borst mee en dat ontroerde me letterlijk tot in mijn ziel. De herinnering daaraan beroerde me nu opnieuw.
Na de dienst kregen we de kaars mee en we gingen als familie met elkaar naar ons huis om samen te lunchen. Het was erg gezellig en ook goed om niet direct weer elk onze eigen weg te gaan. Even blijven stilstaan bij wat ons verbindt, wat zo waardevol is.
Ik zette de kaars op het dressoir en stak hem weer aan.
Toen trof me het plaatje: De brandende kaars met haar naam eraan, met daarachter het geboortekaartje van mijn kleinzoon.
img_20191124_1504567386942462507816751687.jpg
De naam aan de kaars en de naam op het kaartje.
Einde en begin. De oeroude kringloop van het leven. 

Ook al is dat de meest natuurlijke gang van zaken,
ook al gaat het al sinds mensenheugenis zo,
ook al gaat het zo over de hele wereld,
het voelt bijzonder. Het voelt groots.
Zij is het verleden, hij is de toekomst.  En wij zijn de verbindende schakel.

 

Ga toch fietsen

Dames, hebben jullie wel eens het gevoel dat je relatie een beetje kabbelt? Je bent al lang bij elkaar, het vonkt niet meer zo en de tijd dat je verliefd was lijkt lang geleden.
Misschien heb ik de oplossing gevonden. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat.
Koop een E-bike! Koop twee E-bikes! Want echt, dan word je super gelukkig samen.
Je man kan z’n ogen niet van je afhouden (eigenlijk best gevaarlijk in het verkeer, maar je moet er wat voor over hebben) en zelf ga je stralen.
Echt waar, ik zag het allemaal in het E-bike Lifestyle Magazine.
In mijn onwetendheid dacht ik dat Bert een foldertje bij de fietsenboer gehaald had, maar ik bleek het zwaar onderschat te hebben.

img_20191113_151613399334255371952402701.jpg

Ja, dat is toch even heel andere koek, nietwaar?

Als ik het doorblader moet ik toch echt even zuchten. Dit is het. Je fietst door bos en veld, door leuke stadjes, langs het water, het is altijd mooi weer en je doet niets anders dan lachen samen.

incollage_20191113_1633596805474904680859838718.jpg

 

Jongens wat is dit mooi. Er zijn onderweg ook steeds mensen die je op de foto willen zetten, zodat je maar 1x een selfie hoeft te maken. En zelfs daar willen mensen een foto van maken.

Serieus, Bert heeft dit foldertje, o nee dit Lifestyle Magazine, achteloos op tafel laten liggen, maar er gaat echt een wereld voor me open.
Als hij straks thuiskomt zal ik hem eens even vertellen dat we ons huwelijk een flinke boost gaan geven.

Dan kom ik aan het eind van het boekje en zie een foto van echte mensen die geïnteresseerd zijn om misschien een E-bike aan te schaffen.

img_20191113_1606460602833342949383002148.jpg

Hm, dat ziet er toch heel anders uit. Waar is de stralende lach? Waar is de verliefde blik?
Worden we voor de gek gehouden?

Ach, daar stort mijn luchtkasteel in elkaar.
Ik heb pas geleden een bakfiets gekocht. Zonder trapondersteuning. Misschien is dat toch het echte leven.
En vanavond ga ik met mijn man een borreltje drinken. Want kabbelen kan o zo gezellig zijn.

National Lampoons Dwingeloo

Ken je ze, de National Lampoons Vacation films? Wij voelden ons dit weekend een beetje Clark en Ellen Griswold. Ik denk dat we een heel eind komen met een Nederlandse versie, scenarioschrijvers kunnen me bellen!

Een weekendje naar RCN de Noordster, lekker even er tussenuit. We zijn er al vaker geweest, dus ik had niet de moeite genomen om de mailtjes met titels als ‘Het aftellen begint’ en ‘Zijn de koffers al gepakt?’ goed door te lezen.
Had ik dat nou wel gedaan, dan had ik geweten dat de receptie sloot om 17.00 u. En wij kwamen aan om 17.08 u. Alles donker…. lichte paniek…. Ik zag ons al huilend weer terug naar huis rijden.
Maar blijkbaar zijn ze bij de Noordster wel gewend aan eigenwijze vakantiegangers, er was een jongen buiten die nog weer naar binnen ging, een lijst ophaalde, ons vertelde dat ons huisje open was en helemaal klaar voor ons. Onze dank was groot. Mijn opluchting nog groter.
Het voelde als een welkom: lampen waren aan, de verwarming ook, ik was weer blij.
Maar nu hadden we geen hout voor de kachel kunnen kopen bij de receptie, dat was wel erg jammer! Daar ging mijn visioen van een knusse avond bij het houtvuur.
Dus ging Bert er weer op uit en kocht bij een benzinestation een zak haardhout en een zak frustratiehoutjes. De naam aanmaakhoutjes verdienden die namelijk niet.
Want toen Bert ging eten koken en ik enthousiast een vuurtje ging bouwen, bleek dat alleen het bouwen lukte, het vuurtje niet. In 5 minuten had ik de nieuwe gasaansteker leeg en was er nog steeds niks anders dan een zwartgeblakerd houtpuntje met een miniem kringeltje rook. Ik probeerde het smeulende houtpuntje aan te blazen.
“Lukt het niet?” vroeg Bert vanachter het fornuis. “Het lukt prima”, hoestte ik kribbig omdat ik juist het sliertje rook inademde.
We gingen eerst maar eten. Daarna ging Bert met het vuur aan de gang, het lukte me niet. Toch weer iets vanuit de prehistorie denk ik, de man zorgt voor het vuur en de vrouw gaat besjes zoeken. Maar het was te donker om besjes te zoeken dus ik bleef met belangstelling volgen of het hem wel lukte. En natuurlijk lukte het hem wel. Niet zonder moeite, maar op den duur brandde er een mooi vuurtje. Hij deed het deurtje van de houtkachel dicht. En zagen we geen vuur meer. De ruit van de kachel was zo zwartgeblakerd dat die ondoorzichtig geworden was. Ach, dat was nou jammer.
Bert deed het deurtje weer open en onmiddellijk stond de kamer vol rook. Oef. Deurtje weer dicht, lukte niet, er zat iets tussen. Knop van het deurtje werd te heet om vast te houden, Bert werd een beetje paniekerig, ik zag ineens een pook liggen, griste die weg en gaf hem aan Bert, die daarmee op tijd het deurtje èn kon sluiten èn kon loslaten, zodat verdere ongelukken achterwege bleven. Pfff. We openden de ramen om de rook te laten ontsnappen, en gaven het voor nu verder maar op met de kachel.

Ik ging, met mijn superhippe RCN-app, broodjes bestellen voor de volgende ochtend. Zo gezellig, ze komen dan versgebakken broodjes bij je huisje bezorgen.
Alleen nu niet. De app werkte wel hoor. Maar de app en de informatiemap gaven heel tegenstrijdige berichten over tot wanneer je kon bestellen. Er kwam ook geen betaalverzoek dus ik had er een hard hoofd in. Nou dat weer, geen broodjes morgenochtend. Maar toen kwam er toch een smsje:

screenshot_20191111-071837~21126307321466696936..png

Hoe dan, want ik had helemaal geen bereik in het bos, ik moest om het te beantwoorden een heel eind richting de ingang van het park lopen. Maar hey, we zouden morgen toch broodjes kunnen eten.

Lenny moest nog even uit. In het donkere bos zag hij iets bewegen, waarschijnlijk een konijn. Omdat Bert daar niet op verdacht was, werd de rolriem uit z’n handen gerukt en zagen we de lampjes van Lenny’s halsband zich in een grillig patroon snel van ons verwijderen. We riepen dingen als “LENNY WACHTEN” en “HIER” en “HEY” maar het jachtinstinct was sterker. Toch ging hij niet ver weg. Hij kon niet, want de 5 meter lange rolriem was om alle boompjes en struiken gewikkeld waar hij doorheen was gezigzagd. In het pikkedonker moesten we zien hoe we die boel weer gingen ontwarren, het was chaos. We zijn erg lang weggeweest voor een korte wandeling.

We moesten onze bedden nog opmaken. Och heden, het waren seniorenbedden of zoiets, zo hoog dat de prinses op de erwt er met gemak op had kunnen slapen. Nou ja, we lopen tenslotte al tegen de 60 dus vooruit dan maar.
Ik ging douchen. Omdat het zo’n eenvoudig huisje was, was het echt een douchecel, geen plankjes voor toiletspullen en ik kon ook mijn bril niet neerleggen. Shampoo en doucheschuim maar op het richeltje bij het raam,maar dat durfde ik met mijn bril niet aan. Die stopte ik dus  in mijn pantoffel. Ik vond mezelf erg slim, totdat ik het weer vergat en na het afdrogen mijn pantoffel aan wou doen. Help er zat iets in. Sjongejonge. Gelukkig niet doorgeduwd anders had ik de rest van het weekend nog brilloos moeten doorbrengen ook.
We beklommen onze bedden. Ze lagen wel erg lekker.
Toen ik ’s nachts naar de wc moest was ik weer vergeten dat het zo’n hoog bed was, dus nadat ik mijn voeten over de rand had gezwaaid maakte ik een hele afdaling met mijn rug langs de rand van de matras voordat ik de grond raakte. O ja, dat was ook zo, het bed was hoog. En daarna weer een hele klauterpartij in het donker om weer in bed te geraken. Bert knoerde door, dat is dan weer het voordeel van twee losse bedden.

De volgende ochtend ging Bert om 10 uur de bestelde broodjes halen. Ik kookte ondertussen eitjes en vond dat ik erg handig was om de juslepel te gebruiken om het eitje in het kokende water te laten glijden. Maar er gleed helemaal niks. De juslepel was zo diep dat het eitje onderin bleef liggen en met geen mogelijkheid uit die lepel wilde komen. Ik moest in een anatomisch haast onmogelijke houding de lepel onderstboven houden voordat het eitje eruit kwam. Pats op de bodem, barst in de schaal. Potverdorie.
Bert bleef wel lang weg trouwens. De broodjes moesten dus nog gebakken worden, het was helemaal niet de bedoeling geweest dat we konden bestellen. Morgen moesten we dus iets anders bedenken.

Toen kreeg ik een appje:

screenshot_20191111-071819~2594179450356032908..png

We gingen naar buiten. Na een lekkere boswandeling waren we net op tijd thuis, want het begon te gieten. Voor de gezelligheid maakten we een kruiswoordpuzzel. Je kon daarmee een weekend weg winnen.
Het was echter zo’n rare puzzel dat we ons hele weekendje-weg eraan konden besteden om een weekendje-weg te kunnen winnen. Bijna ieder woord moesten we opzoeken. Ik bedoel: olim, argot, silex, nol en stoa zijn nou niet de woorden die in mijn toch wel ruime vocabulaire voorkomen. Wil je weten wat het is, zoek het maar lekker zelf op. Ik werd er tureluurs van, maar het was tijd om op te tutten, want we hadden een feestje van onze schoonzus die 65 was geworden.
Lenny moest mee, anders zou hij het hele vakantiepark bij elkaar janken. Maar hij bleek ineens een dubbelgevouwen oor te hebben, er zat iets vies en stekeligs in. Zo kon hij niet op visite. En ik had natuurlijk geen hondenborstel meegenomen. Dus met de vingers dit allemaal uit z’n oor gepeuterd:
img_20191109_1123478438099581371668569261.jpg
terwijl hij hypernerveus stond te bibberen. Het is zo’n watje.
Op naar het feest.

We kwamen ter plaatse. Afgezien van dat ik in de eerste minuut al een ladder in mijn feestpanty had gemaakt en iemand op Lenny’s staart ging staan zodat het beest zo’n gil liet horen dat de hele party even stil viel en de dader een hoofd als een tomaat kreeg ook al zeiden we dat er echt niets aan de hand was, hebben we ons keurig gedragen en echt genoten van het feestje.

Om half 10 ’s avonds waren we weer terug in ons huisje en we wilden nog een nieuwe houtkachel-poging doen. Bert had het voor elkaar gekregen om een stukje van de ruit doorzichtig te krijgen .
Ach wat een lustig vuurtje brandde er nu!
img_20191109_2205575668816323440607795872.jpg
Toen het wat minderde wilde Bert de boel een beetje oppoken en opende het deurtje. Onmiddellijk kolkten zuilen dikke donkergrijze rook de kamer in. Ik kon nog net met een astmatische piep: “Lenny kom!” uitbrengen voordat ik met hem de slaapkamer invluchtte en daarna de deur stijf gesloten hield. Voor de zekerheid zette ik het raam open. Vanuit de huiskamer klonk gestommel en gebonk, Bert probeerde de ramen en deuren te vinden om die tegen elkaar open te zetten en toen ik vroeg: “Kan ik al weer komen?” hoorde ik een gesmoord antwoord waaruit ik een ‘nee’ opmaakte.
Na een poosje klonk het wat helderder: “Kom maar” en durfde ik de slaapkamer uit. Het was inmiddels een stuk lichter in de kamer want alles stond tegen elkaar open. Stervenskoud, maar de kachel hebben we verder maar gelaten voor wat ie was. Dan maar ongezellig de cv aan.
Alles walmde naar rook, ik ging lekker douchen. Maar de douche hing, nadat Bert er gebruik van had gemaakt, te hoog. En wel zo hoog dat ik er ook niet bij kon om hem te verstellen. Ik stond in m’n blootje te kleumen en moest alweer Bert erbij halen. Daar kwam mijn redder, die met een ferme ruk de douchekop naar beneden trok en daarmee direct  de hele douchestang van de muur. Oei. Ding er weer aangeschroefd en eindelijk onder de douche. Ik was zo koud geworden dat ik het water flink heet liet worden. Dat hielp. Ik droogde me af, had deze keer mijn bril en pantoffels niet in de douchecel dus liep direct de gang in. Een overdovend PIEEEEEP PIEEEEP PIEEEEP! Ik schrok me wezenloos en sloeg m’n handen voor mijn oren, het deed gewoon pijn. Door de stoom die uit de douchecel kwam bij het openen van de deur ging de rookmelder af.
We hadden een poosje eerder een complete rookvergiftiging op kunnen lopen en dood neer kunnen vallen zonder alarm, maar na het volkomen onschuldige douchen was er ineens hysterie.
Mijn held kwam natuurlijk weer aanrennen om me uit de brand, die er niet was, te redden.

We bestegen onze bedden en Bert boog zich naar me over voor een nachtzoen. Helaas plantte hij zijn elleboog in de kier tussen de 2 matrassen, die verschoven daardoor en als in slow-motion zag ik mijn man wegzakken in de diepte. Ik keek hem na.
Luctor et emergo. Hij worstelde en kwam boven. .
Poging twee voor een nachtzoen lukte wel en we deden het licht uit. Hé wat raar, gister was het veel donkerder. “Nou zeg” mopperde ik, “Moeten de buren nou echt zo’n schijnwerper aan hebben. Moet je kijken hoe fel door het gordijn, zo kunnen we toch niet slapen”.
Bert daalde weer af naar de slaapkamervloer en gluurde door het gordijn.
De schijnwerper kwam uit onze eigen douchecel, door de PIEEEEP commotie was ik vergeten het licht uit te doen. Nu Bert toch al uit bed was kon hij de lamp direct wel even gaan uitdoen. Hij zat toch al in zijn heldenrol.

De volgende ochtend ging Bert douchen en ik alvast even met Lenny uit. Die stond in zijn enthousiasme met z’n staart tegen de douchedeur te kwispelen. Bert dacht dat er geklopt werd en galmde: “Ja, wat is er?”
En liet vervolgens zijn doucheschuim van het raamricheltje op de tegelvloer vallen zodat de dop barstte en niet meer dicht kon.  Ik heb maar even nergens op gereageerd.

We ontbeten met een omelet want we hadden geen brood maar wel eieren en ham, en daarna gingen we wandelen. Het was prachtig weer en we hadden een route van ruim twee uur uitgezocht met halverwege het Bezoekerscentrum Dwingelderveld.
Ik genoot in het bos en ik zag van alles. Was helemaal enthousiast toen ik reeënsporen ontdekte.
img_20191110_1256413088540560189875718076.jpg
“Jij bent toch eigenlijk wel mijn eigen Klukkluk hè?” zei Bert.
Klukkluk. Waarom nou niet Pocahontas of voor mijn part Winnetou?
Nee, Klukkluk, daar kon ik het mee doen.

In het bezoekerscentrum dronken we een sapje en kon ik ook even toiletteren. Er waren 2 damestoiletten met de deuren in een hoek van 90 graden tegenover elkaar. Toen ik mijn deur weer open deed had iemand de andere deur wijd open laten staan zodat ik het toilet uitliep maar het toilet weer in liep en vice versa,  ik kwam er niet uit omdat ik niet kon zien hoe dat nou zat met die deuren! Het is me uiteindelijk gelukt voordat Bert me ging zoeken, maar het was bizar.

Aan het eind van de wandeling belandden we in de Bospub, voor een biertje en een borrelhapje. Het was er zo gezellig, we konden hier net zo goed eten in plaats van nog ergens in Dwingeloo. Ik had niet zo’n grote trek en koos een salade met zalm.
De bestelling kwam en ik kreeg een bord ter grootte van de radiotelescoop van Dwingeloo vol met salade en zalm. Goeie genade.
Ik heb nog niet de helft opgegeten en, omdat ik het zo zonde vond dat het weggegooid zou worden, gevraagd of ik de rest mee kon nemen. Dat kon, ik kreeg een flinke plastic bak mee, waar eerder 2,5 liter frambozen-ijs in had gezeten. Niet bepaald een tupperware bakje dus, maar de salade ging mee!

Toen we klaar waren was het inmiddels donker, maar we konden wel door het bos naar huis, zei Bert. Als we de rode paaltjes volgden kwamen we zo weer op het park.
Alleen zijn rode paaltjes  in het donker niet rood hebben we gemerkt. Op een gegeven moment liep het pad dood en konden Bert, Lenny, de bak met zalmsalade en ik niet verder.
Verdwaald in het donkere bos.
Ineens een felle krijs zodat we allemaal, behalve de bak sla, opschrokken, maar dat was vast een uil, zeiden we dapper tegen elkaar.
“Jij hebt toch een lampje op je telefoon?” vroeg ik aan Bert.
“Mijn telefoon! Die ligt nog in de Bospub!” riep hij.
Dus Bert, Lenny, de zalmsalade en ik keerden weer terug op onze schreden. Inmiddels kreeg ik het lumineuze (letterlijk!) idee dat ik toch ook wel ergens een lampje op mijn telefoon moest hebben. Struikelend over boomwortels, glijdend door de blubber en ondertussen naarstig bij “instellingen” zoekend met de bak sla onder de arm geklemd, slaagde ik erin om het lampje aan te doen.
Bert kreeg zijn telefoon weer terug en we vingen nogmaals de donkere boswandeling aan. Lenny snapte er allemaal geen bal van, dat heen en weer gestrompel van ons.
Het was echt pikdonker, geen maan, geen sterren en ook nog wat mistig. Ik voelde me alsof ik in een verhaaltje van W.G. Van der Hulst liep. “Het was bitterkoud en donker en de arme kindertjes waren verdwaald in het bos” ,declameerde ik. “Gelukkig hebben we eten mee”,  zei Bert droogjes.
Uiteindelijk zagen we de lichtjes van het park. We hadden het gehaald!

In het huisje gingen we inpakken, we zouden naar huis. Hebben we alles?
“Ik ben m’n t-shirt kwijt” zei Bert. Maar er lag nergens meer wat.
De lieverd had het bij het beddengoed in de sloop gestopt die als waszak diende en inmiddels in het halletje stond.
“Ik snap het wel, het lijkt ook zoveel op een laken”, zei ik.
“Nou het is toch ook wit” ,verdedigde Bert zich.

We gingen! En we reden in 1x goed, we waren niks vergeten en we hoefden niet in bedden te klimmen en ook niet in afgronden te verdwijnen want we waren weer thuis.

Vanmorgen trok ik mijn trui zowel binnenstebuiten als achterstevoren aan.
Ik weet niet of het nog goed komt met ons.

 

Onder de boom

Mijn writersblock is nog niet voorbij.  Maar ik heb nog wel wat in de archieven.
Dit is een inzending voor een schrijfwedstrijd geweest.  Niks mee gewonnen maar je kan tenslotte niet altijd winnen.
Het thema was “Onder de boom” , de invulling vrij.  Mijn verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen.

“Henk”

Het was dat Henk zulke priemende oogjes had, anders zou je niet eens kunnen zien wat zijn voor- of achterkant was. Een klein mannetje, met een enorme hoeveelheid lang grijs haar: een verdeling tussen hoofdhaar en baard was niet te zien. Hij droeg immer dezelfde versleten kleren en zo te ruiken deed hij niets aan persoonlijke hygiëne. Een schilderachtige figuur, bekend in het hele dorp.
We mochten Henk wel, al had hij vreemde ideeën over mijn en dijn. We konden hem zomaar aantreffen op onze oprit terwijl hij trossen druiven van de pergola afknipte.
Hij sloopte een stuk draad uit een omheining van een willekeurig weiland, omdat hij mij daarmee wilde helpen toen ik mezelf buitengesloten had.
Hij kwam met een hogedrukspuit aan, toen we het terras aan het schoonmaken waren. Die had hij ‘ergens’ gevonden. Want behulpzaam was Henk, gevraagd of ongevraagd. Je kon er donder op zeggen dat, als je met een of andere klus bezig was, Henk eraan kwam kuieren ,alsof hij van iets of iemand een seintje had gekregen dat hij weer nodig was. Je rook hem haast al voor je hem zag, slenterend met zijn handen in de kapotte broekzakken en een brandende sigaar ergens ter hoogte van zijn mond tussen het haar gestopt. Hij mompelde dan, zonder de sigaar uit z’n mond te nemen, wat in zijn onverstaanbare dialect en na een paar minuten was hij bezig je te helpen. En als je niet uitkeek nam hij het over. Want eigenwijs was hij ook, hij wist hoe het allemaal moest.
Het allermeest hield hij van zagen. Als hij ook maar dàcht dat we met iets van hout bezig waren kwam hij eraan met de kettingzaag.
“Hoeft niet Henk, we redden het zo wel”, zeiden we vaak haastig. Toen we een keer een omheining hadden gemaakt met paaltjes en gaas, en de paaltjes niet van gelijke hoogte bleken te zijn, verscheen uit het niets Henk met z’n kettingzaag. Hij startte het knetterende ding en met zijn nietige lijf racete hij langs de omheining om de palen een kopje kleiner te maken, met bewegingen die een gitarist in een hardrockband niet zouden misstaan.
Er was één ding waar Henk niet aan mocht komen, in geen geval. Dat was onze kastanjeboom. Die was groot, heel groot, en Henk popelde om de boom te snoeien. Ik heb hem regelmatig echt verboden om zich met die boom te bemoeien en ben altijd bang geweest dat we op een keer thuis zouden komen om te zien dat Henk de boom te lijf was gegaan. Want Henk wist immers veel meer van bomen dan wij, vond hij zelf. En wat Henk wou, gebeurde. Tenminste, ook dat vond hij zelf.
Toch is onze kastanjeboom gespaard gebleven. Henk mocht een esdoorn omzagen en een andere esdoorn snoeien, we konden hem dus tevreden houden.
Hij was voor het hele dorp actief met zijn kettingzaag. Henk was alomtegenwoordig. Al bleef het een eng gezicht: klein harig mannetje, grote gevaarlijke kettingzaag.
Wat hij het liefst deed, is uiteindelijk ook zijn dood geworden. Met de kettingzaag was hij in een grote boom geklommen, natuurlijk zonder zekering want daar deed hij niet aan. Het waaide nogal, maar daar maalde Henk niet om. Maar een grote windvlaag liet een tak  zwiepen en Henk werd daardoor uit de boom geslagen. Toen hij de grond raakte brak hij zijn nek.
Daar lag hij, dood onder de boom. Alsof de boom had teruggevochten. Deze dood paste zoveel beter bij hem dan welke andere dan ook. Wij denken dat hij zijn einde niet anders gewild zou hebben.
Het is stil in het dorp, want Henk is er niet meer.
tree-1396271_960_720

Sorry

Ik heb geen inspiratie
ik heb een writersblock
alleen maar irritatie
ik heb een writersblock

Zit doelloos wat te typen
ik heb een writersblock
geen mening uit te diepen
ik heb een writersblock

Geen leuke anekdote
ik heb een writersblock
ik voel me best wel klote
ik heb een writersblock

Mijn hoofd voelt raar en leeg
ik heb een writersblock
‘k wou dat ik een brainwave kreeg
ik heb een writersblock

Ik weet niks meer te schrijven
ik heb een writersblock
hoop niet dat dit zal blijven
ik heb een writersblock

Ik zoek iets wat verlicht
ik heb een writersblock
en maak dit dom gedicht
ik heb een writersblock

Sorry

img_20191105_0847491182928674131470521984.jpg

Onbegrijpelijk

Deze week begon ik ’s morgens extra vroeg. En daarom hoorde ik het radiojournaal van 6 uur.
Gisterochtend was de berichtgeving zo bizar dat ik me afvroeg of ik het wel goed gehoord had.
Het begon zo positief: Het leek erop dat er een doorbraak was in de behandeling van Alzheimer.
Jeetje, echt waar? Dat zou fantastisch zijn!
Maar daarna kwam de zin: Dit zou jaarlijks miljoenen kunnen schelen in de zorg.
Huh? Was ik wel goed wakker? Ik keek naar Bert. Ja hij had het ook gehoord. Zo werd het echt gezegd.
Ik ben nog steeds van mijn stuk.
Een remedie tegen Alzheimer betekent dat heel veel mensen zichzelf kunnen blijven,dat heel veel families verdriet bespaard wordt. Dat is het gene waar het om draait.
Het draait om MENSEN!
Maar blijkbaar is dat ondergeschikt. Blijkbaar draait het om geld, om uitsparing van zorgkosten.
Het is om te huilen. Het is inmiddels anderhalve dag nadat ik het bericht hoorde maar ik kan er nog steeds niet over uit.
Wie haalt het toch in zijn of haar hoofd om zoiets te bedenken? Het wil er bij mij niet in dat ik te naief ben, omdat ik totaal niet aan geld besparen dacht, maar aan leed besparen.
Het is helaas wel de werkelijkheid, dat gezondheid gekocht moet worden.
Juist als een mens op z’n kwetsbaarst is moet er geld op tafel komen.
Ik snap ook wel dat alleen de zon voor niets opgaat.
Maar om blij te zijn met een doorbraak in de gezondheidszorg omdat het geld bespaart, daar begrijp ik echt helemaal niets van.
En zo geeft een op zich positief bericht mij een heel verdrietig gevoel.

download (2)

Kleine cadeautjes

Al vaak heb ik over mijn werk als gastouder geschreven. Het is een zeer afwisselende baan. In de 14 jaar dat ik dit nu doe heb ik 35 kinderen verwelkomd bij Kind aan Huis. Momenteel heb ik er 13 in de opvang. De jongste is 4 maanden , de oudste 11 jaar.
Er zijn heerlijke dagen bij, er zijn lastige dagen bij, maar over het algemeen geniet ik echt van mijn werk.  En behalve blogjes heeft het ook al 8 afleveringen van Prietpraat opgeleverd.

Vanmorgen zei een jongetje zomaar iets liefs tegen me. En toen bedacht ik dat ik nog geen blogje heb geschreven over de complimentjes die ik krijg.
Want die krijg ik en dat doet me altijd zo goed. Een blijk vanuit de kinderen zelf dat ze het naar hun zin hebben hier en zich vertrouwd voelen bij mij.
Het zijn kleine cadeautjes en ik word er èrg blij van.

“Jouw haar luikt zo jekker ” (3 jarige)

“Je bent een oma, maar je lijkt op een mama” (4 jarige)

“Mag ik nog wat langer bij je blijven spelen?”(8 jarige)

“Ik vind dat je er heel mooi uitziet” ( Met kerst, 9 jarige)

“Mijn knie doet niet meer zeer, jij hebt toverkusjes ”( 5 jarige)

“Jij bakt de lekkerste eitjes van de hele wereld” ( 8 jarige)

“Jeetje wat kan jij mooi tekenen” ( 9 jarige)

“Jij bent mijn beste vriend” (3 jarige)

“Ik ga straks naar mijn vriendje maar ik kom eerst bij jou theedrinken
want dat vind ik zo gezellig” ( 11 jarige)

“Ik wou wel bij jou eten en slapen, mag ik een keer logeren?” (7 jarige)

(fluisterend:)
“Als de anderen weg zijn, mag ik dan even bij jou op schoot?”( 6 jarige)

En behalve mondelinge complimentjes krijg ik ze soms ook fysiek. Iets speciaal voor mij gemaakt.
Een jongetje is lang bezig met een vierkant van strijkkralen en zegt: “Die is voor jou om je koffiebeker op te zetten”.
Een jongen maakt op school appelmoes en maakt er een lief cadeautje van voor mij.
Een meisje maakt in een werkboek een opdracht en ze denkt aan mij. (voor de duidelijkheid: wat ze getekend heeft is een flesje parfum)
Een jongetje heeft zowel voor mij als voor Bert een hart gevouwen.
Een meisje maakt een lieve tekening voor mij op het krijtbord.

Van zulke dingen word ik zo blij en vaak ook een beetje ontroerd.
Het zijn de kleine dingen die het doen.