Maandag na Rome

“What’s your favourite place in Rome?” vroeg Pietro met een zwaar Italiaans accent. Hij is de eigenaar van de B&B waar we verbleven. Ik moest even nadenken. “The Forum and the Palentine Hill” antwoordde ik. Hij keek verbaasd. “Not the Vatican?”
Ik schudde mijn hoofd. Het Vaticaan is prachtig maar maakte op mij niet zo’n indruk als de overblijfselen van het Romeinse Forum en de Palatijnse heuvel. Dat ademt een en al geschiedenis uit. Het Vaticaan is meer een museum. En bovendien voor mij veel te overdadig, al die kleuren, versierselen, ornamenten.. het duizelde me en ik kon geen detail meer opnemen op den duur. Als een klein stukje plafond er al zo uitziet, dan is het toch onmogelijk om alles te bekijken?
IMG_20190404_132930837.jpg

In het Forum kon ik rondwandelen, rustig informatie lezen en vooral heel veel mijmeren. Over alle mensen die er geleefd en gewerkt hebben. Met hun lief en hun leed, hun intriges en hun goede daden. Van hun huizen en gebouwen waren nog fragmenten over, rondom begroeid door de prachtigste bloemen en planten. Er waren veel bezoekers maar toch was de sfeer zo rustig. Terwijl het vroeger toch gegonst moet hebben van de activiteit. Ik vond het er geweldig en was diep onder de indruk.

 


Pietro begreep me niet helemaal, hij vond het Vaticaan veel meer spectaculair. Hij zal wel gedacht hebben: Rare jongens die Hollanders (met een knipoog naar Asterix)

Rome is een prachtige stad. Wat ik er zo bijzonder aan vind is dat gebouwen langzamerhand ruines zijn geworden. Verreweg de meeste historie is er niet vanwege archeologische opgravingen, maar zo ontstaan door de eeuwen. Vandaar misschien ook de uitdrukking: Rome is niet in 1 dag gebouwd.
Overal zie je overblijfselen van vroeger. Een stuk muur, een paar pilaren, een heidense tempel die door keizer Contstantijn is veranderd in een katholieke kerk.
Ik ben verder nooit in Italië geweest, dus ik kan niet met zekerheid zeggen of de straatjes typisch Italiaans zijn. Maar waar je ook liep, of waar je ook op een terrasje neerstreek, overal zag je stukjes geschiedenis tussen wat recentere gebouwen.
IMG_20190405_122826618_HDR.jpg
Wij zijn alleen in de binnenstad geweest maar je ziet niet, zoals in Londen, of wat dichter bij huis in Groningen, dat oude gebouwen plat gaan en dat er nieuwe moderne architectuur voor in de plaats komt. De gebouwen worden bewaard en ik vind dat prachtig. Zo’n rijke geschiedenis! Ook was de sfeer veel relaxter, niet zo gejaagd als in andere steden. Iedereen had de tijd en liet dat merken. Heerlijk.

Deze week heeft dus heel veel indruk op me gemaakt en het valt niet mee om thuis weer te acclimatiseren. Ik kan me niet herinneren dat ik dit eerder zo gevoeld heb. Ik heb altijd heimwee en ben dan ook weer blij om naar huis te gaan . Maar op de een of andere manier kan ik deze keer mijn draai helemaal niet vinden.
Het was ook zo lang: ‘We gaan over een poos naar Rome!’ En nu zijn we al weer terug, ik hou het als het ware niet goed bij deze keer.

Vanmorgen ging weer normaal de wekker. Opstaan, brood smeren, Bert uitzwaaien, kinderen ontvangen. Een gewone maandag. Maar ik voel mezelf nog niet gewoon.
Ik doe boodschappen maar kan niet bedenken wat we deze week zullen eten. Ik loop nogal doelloos door de winkel, dus het blijft bij een menu voor vandaag. Morgen misschien meer inspiratie.
Als het tijd is dat de kinderen uit school komen dek ik de tafel, zet thee en ga ik de deur uit om de jongste op te halen.
Ik wacht op het plein en als de kleuterklas naar buiten komt zie ik mijn jongetje enthousiast naar me zwaaien en hij komt direct op me toe rennen. “Ik was naar het circus” roept hij. Hij vertelt onderweg over een vuurspuwer en mevrouwen die over een touw liepen en ik geniet van zijn enthousiasme. Moet in mijn achterhoofd toch even aan het Collosseum denken, dat circus was toch wel ietsje anders vroeger.
Er komen nog 3 kinderen uit school en ik word deelgenoot gemaakt van een zieke opa, toekomstplannen voor een motor, en hoor over de verkeersles op school.
Dan zegt ineens mijn stoere 8- jarige: “Ik heb je gemist”
Ik voel me warm worden van binnen. “Ja, ik ook”, zegt zijn oudere broer. “Er is niks aan bij de overblijf”
“Het is hier veel gezelliger,”zegt het derde grote kind, een meisje van 9.
Ik glimlach naar hen. “Ik ben ook blij dat jullie er weer zijn”, zeg ik. En ik meen het.
“Was het mooi in Rome?” vraagt het meisje. “Zeker!” zeg ik en ik vertel er iets over.
Leuk is dit. Ik voel me hierdoor niet meer zo verdwaasd. Ik ben gewoon weer thuis, met mijn kinderen.  Maar een beetje rijker dan eerst.
Vol met prachtige herinneringen aan een bijzondere week, samen met Bert in Rome.

Logo’s

Toen ik ruim 10 jaar geleden zelfstandig ondernemer werd, vond ik éen van de leukste dingen het ontwerpen van een eigen logo.
Het moest de naam van mijn bedrijf hebben en een leuke afbeelding, bij mij en bij de doelgroep passen en duidelijk herkenbaar zijn.
Fijn dat er computers zijn, je kan zelf (in mijn geval eerlijk gezegd met hulp van zoon) je logo ontwerpen en maken.

logo
Ik ben nog steeds heel tevreden met het eindresultaat en ik ga ook niet beginnen met moderniseren of stileren. Dit logo hoort bij mijn kinderopvang en is inmiddels herkenbaar voor ouders en kinderen. En het blijft net zolang bestaan als mijn bedrijf.
Het valt me echt op dat momenteel heel veel logo’s zo fantasieloos en eenvormig zijn.
Alsof ze allemaal in Word Office ontworpen zijn door een en dezelfde persoon. Die zich nu in de handjes aan het wrijven is omdat zijn investering in de cursus “Omgaan met Paint” zich miljoenvoudig heeft terugbetaald, want zelfs grootste ondernemingen zijn klant geworden
Natuurlijk zijn er trends in marketing en wil een bedrijf daarop aansluiten. Maar waar is het onderscheid? Als ik vroeger bijvoorbeeld het logo van de RVS zag wist ik precies om welk bedrijf het ging.

rvs

Het was gewoon een leuk plaatje om naar te kijken. En dat is volgens mij de bedoeling van een logo. Nu lijken logo’s zoveel op elkaar dat ik eigenlijk niet precies weet bij welk bedrijf ze horen. Ik heb voor de aardigheid wat bij elkaar gezocht. Kijk dan:


Vind jij het inspirerend of lokkend? Ik niet. Allemaal eenheidsworst van cirkels of afgeronde driehoeken en dezelfde kleurkeuzes. Saai!
Tijd voor een nieuwe trend vind ik. Onderscheid! Misschien moet ik zelf een
ontwerpbureau beginnen.  Kan ik daar in ieder geval weer een onderscheidend logo voor ontwerpen 🙂

Lieveheersbeestje

We lopen naar school na de lunchpauze. Heerlijk in de zon, een verademing na alle grauwe regen-en-storm dagen. Koolmeesjes zingen, de sfeer is lente-achtig.
Twee van mijn meiden duiken ineens in een struik. “Ik heb een lieveheersbeestje” roept een van beiden dan triomfantelijk en ze komt hem laten zien. Het beestje zit stil op haar vinger.
“Mooi hè?” zeg ik. “Zet je ‘m wel weer ergens buiten, voor je de klas in gaat?”

Met lieveheersbeestjes heb ik altijd een dubbel gevoel. Ik vind het fijn dat het een populair beestje is, veel kinderen (en grote mensen!) vinden insecten eng en/of vies. En dat verdienen ze niet, want zonder insecten waren wij er ook niet.
Het lieveheersbeestje is een uitzondering op deze afkeer. Het heeft met z’n bolle rode schildje, de 6 korte pootjes en natuurlijk de zwarte stipjes iets schattigs. Wat wel bijzonder is, want die kleurcombinatie is in de natuur een waarschuwing en het lieveheersbeestje is ook nog eens een roofkevertje. Zijn prooi zal hem niet schattig noemen,en de vogel die de snavel vol bittere gele vloeistof krijgt als hij het kevertje pakt ook niet.
Wij mensen wel. En vooral kinderen. Alle kinderen houden van lieveheersbeestjes.
Zodra de zon gaat schijnen, de temperatuur iets hoger wordt en de lieveheersbeestjes wakker worden uit hun winterslaap, volgt er direct een onvermijdelijke jacht door kinderen. Met potjes en boterbakjes, al dan niet gevuld met blaadjes, hopelijk met gaatjes in het deksel, gaan kinderen lieveheersbeestjes zoeken. En eigenlijk vind ik dat zo zielig…. Ik moet het natuurlijk niet te menselijk zien, maar stel je nou eens voor dat je de hele koude en donkere winter verstopt hebt gezeten en nu eindelijk weer naar buiten komt. Zit je net een tel van de eerste zonnestraaltjes te genieten, wordt je direct opgepakt door een kleverige kinderhand en in een doosje of potje gestopt. Weg vrijheid. Je afweer met bittere gele vloeistof werkt niet, je gaat onheroepelijk achter glas en krijgt dan nog ongevraagd gezelschap van soortgenoten die dezelfde pech hebben. Je slaat je vleugeltjes uit maar je kan niet weg, potje zit dicht.
Daar zit je op je geplukte grasspriet die al aan het verdrogen is. Je krijgt nog een handvol blaadjes op je kop gegooid. Lief bedoeld van het kind, maar je eet helemaal geen blaadjes.

Maar ja, aan de andere kant juich ik het alleen maar toe als kinderen interesse hebben in de natuur en die willen onderzoeken. Dan is dit nog een vrij aardige manier, tenminste als ze de beestjes na een poosje weer vrijlaten, zodat ze niet doodgaan voordat ze ook maar iets van de lente hebben mogen meemaken.
Sinds mensenheugenis heeft het lieveheersbeestje al een uitzondering ten opzichte van andere insecten. De naam alleen al! Als ze ‘satansgebroed’ hadden geheten was er weinig schattigheid aan geweest.
Ik ben wel heel nieuwsgierig waar deze bijzonder naam vandaan komt, dus ik ga op onderzoek uit.
De naam blijkt nog niet zo oud als de liefde voor het beestje zelf. In de tijd van de Germanen had dit kevertje ook al een uitzonderingspositie en heeft het freyflugl geheten, naar de god Freyr. En na de (discutabele, want gedwongen) kerstening is die naam veranderd in lieveheersbeestje (OnzeLieveHeerbeestje) . Tjongejonge. Dit gaat voor mij wel ver hoor. Het verbaast me dat we nog steeds de namen van de week hebben zoals ze nu zijn. Die zijn er zeker een beetje bij in geschoten, toen men bezig was om insecten te herdopen.
In ieder geval, ik vind het alleen maar fijn als kinderen geïnteresseerd zijn. Als ze de beestjes die ze gevangen hebben maar niet eindeloos in hun kleffe vuistje houden (niet bevorderlijk voor de levensduur) of laten sterven in een potje. Wel na bestudering weer vrijlaten alsjeblieft.
En lieveheersbeestjes, misschien moeten jullie toch maar een beetje blij zijn met jullie uitzonderingspositie. Jullie worden niet zomaar expres vertrapt of doodgemept of platgespoten,  alleen om dat jullie er toevallig zijn.
Niet voor niets zijn jullie het symbool tegen zinloos geweld.
Dan beloof ik dat ik jullie niet te zielig zal vinden als jullie een poosje in een potje of in een vuistje zitten. Het is voor het goede doel.

lieveheersbeestje

Perfect

Laatst kwam ik de term ‘Wabi Sabi’ tegen. Ik dacht aan die scherpe specerij, maar dan klopte de context totaal niet. Dus maar even gegoogled wat het dan wel betekent.
Het blijkt een Japanse leefstijl te zijn, waarin je de schoonheid van het imperfecte ziet en omarmt.
Klinkt wel weer erg trendy, maar het bestaat al sinds de 14e eeuw.
Ik vind het wel wat hebben. Ben niet zo oriëntaal georiënteerd (mooie uitdrukking), maar er zijn dingen die mijn interesse hebben, omdat ze aanvullen wat ik in de Hollandse cultuur mis.
Dat je er hier nu over hoort, in het nuchtere Nederland, zegt ook wel wat. Een reactie op het feit dat alles perfect moet zijn. Je moet er perfect uitzien, de perfecte maat hebben en een perfecte huid. Je huis en je tuin moeten perfect zijn. Je baan moet perfect zijn, de school van je kinderen moet perfect zijn. Je relatie moet perfect zijn en je geluk moet perfect zijn.
Het is niet alleen een onrealistisch en onhaalbaar streven, het is een heel beperkt streven. Want, hoe tegenstrijdig het ook klinkt, het imperfecte kan juist perfect zijn, maar op een andere manier.
Doorleefd, met een ziel zo je wilt.
Denk niet te gauw: ‘Ach dat werkt hier toch helemaal niet, die Wabi Sabi’
Heel veel mensen doen er wat mee, terwijl ze zich hiervan misschien niet echt bewust zijn.
De steigerhouten meubels, de Xenosbordjes met verschillende lettertypes door elkaar, zelfs de gescheurde jeans, het zijn allemaal reacties op de zielloze perfectie.
Er is een mooie songtekst van John Legend, met daarin de regel : “all your perfect imperfections”
Dat bedoel ik nou precies, en ik denk dat het ook is wat Wabi Sabi inhoudt.
Als je je niet meer zo richt op perfectie, of wat je daarvoor aanziet, ben je veel gelukkiger. Je keurt dingen veel minder snel af, je ziet meer mogelijkheden, en vooral: je ziet hoe het echte leven is.
Niet wat je er kunstmatig van probeert te maken. Dat geldt voor zowel materialen als gevoelens.
Bijvoorbeeld: Als je iets wilt maken, en je focust alleen op het eindresultaat wat jij voor ogen hebt, dan voel je het als falen als het niet geworden is zoals je dacht. Een negatief gevoel.
Als je iets wilt maken en je focust op het plezier wat je daarin hebt, en je ziet uiteindelijk wel hoe of wat het wordt, dan ben je trots op het eindresultaat. Een positief gevoel.
Als je al je vooroordelen en ideeën loslaat over hoe iets of iemand moet zijn zodat jij dat of diegene perfect vindt, dan zie je veel en veel meer, en ben je veel gelukkiger. Omdat je beleeft in plaats van er aan voorbij gaat. En dat vind ik perfect.
IMG_20190318_090014610.jpg

“mien Hogelaand”

Het regent en het stormt al dagen lang. Overdag lijkt het niet echt licht te worden. Onze hond Lenny komt er wat bekaaid van af deze week, want het is echt geen wandelweer. Bert loopt ’s morgens en ’s avonds een rondje met hem en ’s middags mag hij in de tuin. Ik kan het de kleine peuters die hier overdag zijn, niet aandoen om met dit weer te gaan wandelen. Maar Lenny vindt er zelf ook niks aan, als ik ‘m in de tuin laat is hij in no time weer binnen.
Hondenweer is blijkbaar niet op hem van toepassing.
En dan eindelijk, vandaag op het eind van de middag, stopt het met regenen. We hebben een zwembad in de tuin na al die regendagen, de goten in de straat kunnen het niet aan, er liggen grote plassen op de stoepen. Maar het is droog! En als ik naar de lucht kijk, lijkt dat ook even zo te blijven. Het wordt zowaar licht!
Ik ben alleen thuis vanavond en heb vroeg gegeten. “Kom Lenny!” zeg ik terwijl ik mijn laarzen aantrek. “We gaan lekker even wandelen! We kunnen mooi even een rondje Stort doen voor het donker wordt!” Er stuitert een blije hond naar de gang, hij kan maar ternauwernood stilstaan zodat ik zijn tuigje om kan doen.
Toen ik hier pas woonde dacht ik dat Stort de plek was waar je je grofvuil kan brengen. Maar het is de naam van een heel klein streekje, met een handjevol huizen. Een prachtig plekje. Als je aan de ene kant Leens uitloopt kan je langs het kanaal via Stort lopen en dan aan de andere kant Leens weer in. Een mooi wandelingetje van 3 kwartier. Heel veel Leensters lopen rondjes Stort, je komt altijd wel mensen tegen. Maar vanavond niet hoor. En ik vraag me af of ik zelf ook niet beter een andere wandeling had moeten kiezen. Grote genade, het is dan wel droog, maar wat een storm! En zo koud, die wind! Het giert over het kanaal en de weilanden. Ik trek mijn jas zo hoog mogelijk dicht, zet mijn muts zo goed als kan vast en maak een filmpje om aan Bert, die lekker ergens binnen aan het karten is, te laten zien hoe dapper ik wel ben.

Ik sta eigenlijk te vertellen waar ik ben en dat ik dat beter niet had kunnen doen, maar je hoort echt niets van mijn stem door de bulderende wind. Ik sta door de storm schokkerige beweginkjes te maken alsof ik David Attenborough ben en ik begrijp ineens waarom de beste man altijd zo doet. Het is de natuur.
Lenny loopt aan de rolriem maar omdat het zo hard waait werkt die niet eens naar behoren, de lijn wappert in een grote boog in plaats van dat hij oprolt.
IMG_20190314_182038479_HDR-1.jpg

De wind is sterker. Ik voel me of ik ergens in de Highlands van Schotland vertoef in plaats van gewoon in Groningen op het Hogeland. .
Hé, Highlands en Hogeland, dat is toch eigenlijk hetzelfde woord. Dus zo raar is mijn gevoel niet.
Ik zie de lucht opentrekken en de ondergaande zon. En dat is wel ZO schitterend!!!

prachtig
Het zwarte geploegde land, het gouden zonlicht erboven, het groene gras met  glinsterende plassen…. ik ben onder de indruk. Dit is wel degelijk Groningen. Ineens heb ik helemaal geen spijt meer dat ik juist dìt stukje wilde wandelen.
Ik ben geen geboren Groninger, maar ik stem in met Ede Staal: Dit is mien laand, mien Hogelaand….
Prachtig.

De Timer Truc!

Je kent het vast wel: Je werkdag zit erop en je ploft neer met de gedachte: “Zo en nu even niks. Ik heb hard gewerkt en nou verdien ik het om even te lanterfanten.”
Je klooit wat op je mobiel of je tablet, je zappt wat doelloos langs tv zenders. Je denkt dat het ontspannend is maar eigenlijk levert het niks op want in je achterhoofd zit het onvermijdelijke plichtsgevoel dat je straks moet gaan koken, dat het nog een rommel in huis is, dat je de droger nog moet uitpakken, dat er een uitgebloeide bos bloemen op tafel staat die opgeruimd moet worden….. om maar niet te spreken van al die klusjes die ‘ooit’ nog moeten maar waar het nooit van komt,zoals een rommella opruimen of de oven schoonmaken. Maar je blijft stug facebooken, stomme spelletjes spelen, of op tv bij een reclameblok hangen omdat je wilt weten welk programma er eigenlijk voor is. Want je vertelt jezelf dat je dat verdient hebt en dat je niet altijd maar aan het werk kan zijn.
Uiteindelijk is het dan toch echt tijd dat je aan het eten moet gaan beginnen en sjok je naar de keuken. Tjongejonge, wat was het toch ontspannend, dat gehang omdat je even ‘lekker niks’ wil, maar niet heus. Het heeft je helemaal niks opgeleverd. Je voelt je helemaal niet opgeladen maar chagrijnig over alles ‘wat nog moet’ en je baalt van het gevoel dat er zoveel is waar je nooit aan toekomt.
Herkenbaar? Lees dan gauw verder, want het kan anders!
Mijn dochter Irene was helemaal klaar met bovenstaande situatie! En zij heeft dan ook iets bedacht wat dit negatieve gedoe omdraait in een positief gevoel, met als gevolg dat vrije tijd dan ook echt quality-time is, waar je van kan genieten.
Het principe is zo eenvoudig dat je kan denken: ‘Nou ja zeg, moet je daar nou een heel artikel aan wijden?’
Ze heeft het de Timer Truc genoemd en ik ben zo enthousiast dat ik denk dat dit een grote hit gaat worden.
Waar gaat het om? Juist om die momenten zoals die ik hierboven beschreef.
Irene’s idee (en het werkt in de praktijk echt fantastisch, ik spreek uit ervaring!) is als volgt: Ga als je klaar bent met je werkdag niet eerst zitten, maar pak een kookwekker. Stel die in op 30 minuten en zet die ergens neer waar je ‘m wel kan horen, maar niet zomaar ziet. Nu kijk je rond en pakt het eerste het beste aan wat je ziet dat moet gebeuren. Ligt er rommel in je kamer, begin met opruimen. Maar je kan natuurlijk ook beginnen met je aanrecht leegmaken door de vaatwasser in te ruimen, met dorre blaadjes uit je kamerplanten te knippen, gewoon het eerste waar je oog op valt wat moet gebeuren. Als je dat af hebt en je kookwekker is nog niet gegaan, pak je het volgende aan. Je zult verrast zijn hoeveel je kan doen in een half uur! Het is niet de bedoeling dat je tussendoor op het klokje gaat kijken hoelang je over iets gedaan hebt, of hoelang je nog hebt voordat de 30 minuten om zijn. Je gaat gewoon rustig door tot de wekker gaat. Na dat half uur heb je dan echt vrij. Maar dan zul je zien dat je niet doodmoe gaat hangen, maar dat je juist een positieve energie gekregen hebt om iets voor jezelf te doen wat je ECHT leuk vindt. Dan pak je wel even dat leuke boek, of zet een aflevering van die interessante serie op. En zonder wroeging geniet je daar dan van, want er is geen afleiding uit je ooghoeken van dat rommelige aanrecht, of die krantenzooi in huis, of die stoffige vensterbank, of wat die vervelende stemmetjes in je achterhoofd ook zoemen wat je eigenlijk zou moeten doen, maar waarvan je tegen jezelf zegt dat je er de puf niet voor hebt.
Als je deze Timer Truc consequent iedere dag doet, zul je verbaasd staan hoeveel je voor elkaar krijgt in een half uur per dag.
Een half uurtje mensen! Ik overdrijf niet als ik zeg dat deze Timer Truc voor een grote verandering zorgt. Want stukje bij beetje komt alles op orde in je huishouden en dan heb je op den duur ineens ook tijd voor die dingen waar je al 100 jaar niet aan toekwam. Die rommella uitzoeken, je kleding sorteren, je koelkast reorganiseren, noem het maar.
Sceptisch, als je dit leest? Niet nodig. Het werkt, gegarandeerd! Als je consequent de Timer Truc toepast, verandert je hele mindset.
Het wordt rustiger in je hoofd, omdat je weet dat alles aan de beurt komt zonder dat je gestressed bent omdat je niet zou weten waar je de tijd en energie vandaan moet halen. En daardoor wordt ontspanning ook weer ècht ontspanning.
Irene is inmiddels zover dat ze de Timer Truc ook op andere gebieden dan het huishouden toepast.
Maar daarover misschien een andere keer.
Echt, het is in al z’n eenvoud een briljant idee en het werkt. Ik zeg: DOEN!

IMG_20190311_184134308.jpg

Leeftijd

Leeftijd is een getal. Zeggen ze. Je bent zo jong als je je voelt, en dat soort dingen. Ja, kan best zo zijn, maar aan iedere leeftijd hangt wel een waarde. Als je heel jong ben tel je nóg niet mee, als je heel oud ben tel je niet méer mee. En daar tussen in is het ook nooit duidelijk wanneer je voor vol wordt aangezien, want wat is nou “vol” . Age-appropriate is zo’n mooi woord vind ik, daar is volgens mij niet echt een Nederlands woord voor. Doen wat bij je leeftijd past. Maar!
Al van jongs af aan wil je iemand anders zijn dan je op dat moment bent Een oudere versie van jezelf. Ieder kind wil immers groot zijn! Er is altijd rivaliteit in een groep wie de oudste is en, daarmee samenhangend, blijkbaar het belangrijkste.
Ik ken geen kind dat zegt: “Ik vind het heerlijk om 7 jaar te zijn!” Groot zijn is het doel.
Natuurlijk wilde ik ook groot zijn! En was dan ook zwaar geïrriteerd dat ik, als schrieltje, altijd jonger geschat werd. Ik kon alleen zegevieren over mijn hartsvriendinnetje, want ik was 2 maanden ouder dan zij. Nou, woehoe. ”Maar ik ben groter” kaatste zij dan terug.
Het is heel lang zo gebleven dat ik jonger ingeschat werd. En ik vond het NIET leuk!
Ik herinner me nog heel goed dat er een keer een weekendarts bij ons thuis kwam omdat ik een ernstige astma-aanval had. De man was echt heel vriendelijk, toen hij,om te bepalen welke medicatie ik mocht, vroeg: “Hoe oud ben je nu? 10?” Maar ik was zwaar beledigd. Ik was namelijk 14. En dat is op die leeftijd een heel groot verschil! Ik neem het de dokter nu niet meer kwalijk, ik zal er ook niet als een blozende puber uitgezien hebben .Klein en tenger kind in een nachtjaponnetje met kersjes erop in het grote bed van haar ouders, snakkend naar een beetje lucht. De man heeft me trouwens wel mijn eerste inhalatiemedicijn gegeven, en dat werkte zo wonderbaarlijk dat hij ter plekke alsnog mijn held werd, maar dat terzijde.
Voor mij hield jonger geschat worden in: niet voor vol aangezien worden. Maar wat is dan dat “vol”? Misschien iets dat past bij je werkelijke leeftijd?
Toen ik vakantiewerk deed in de Jaarbeurs in Utrecht werd een jongen verliefd op mij. Leuk hoor, maar hij was 15. En ik 18. Dus ik zag het alweer niet positief.
Later had ik mijn opleiding afgerond en ging ik aan het werk, als kleuterleidster. Sommige ouders vonden mij veel te jong. Het maakte niet uit dat ik 20 was, alle diploma’s op zak had, ik was gewoon een broekie. (Volgens mij is namelijk ‘rokkie’ geen Nederlandse uitdrukking)
Jaren daarna werkte ik op de Eemhof in de horeca, toen een mevrouw tegen mij zei, toen ik haar tafel afruimde: “De vakantie is bijna voorbij hè, dan zit je baantje er weer op zeker?” Op dat moment was ik 29 en moeder van een 2-jarige dochter.
Toen ik de 30 gepasseerd was, begon ik het wel een beetje leuk te vinden om jonger geschat te worden. Waarom dan, was ik bang voor ouder worden? Geen idee eigenlijk, ik was me daar in ieder geval niet bewust van. Maar toen begon het toch mijn ijdelheid te strelen. Alsof jongere vrouwen leuker zijn dan oudere, belachelijk.
Het was iets anders, serieus, toen ik Bert leerde kennen. Ik was toen 43. En hij dacht dat ik halverwege de 30 was. Als hij voor mij koos, kon het zomaar zo zijn dat hij zijn toekomstplannen moest bijstellen. Waar mannen geen biologische klok hebben, hebben vrouwen die immers wel…. Waar ik maar mee wil illustereren dat eruit zien als je leeftijd wel degelijk voordelen kan hebben.
Aan iedere leeftijd hangt een waarde, zei ik al. En je omgeving raakt in de war als je er jonger of ouder uitziet.
Ik ben nu 57. En ik vind het helemaal prima. Ik gebruik geen botox, want ik stoor me niet aan mijn rimpels. Ik kleur wel mijn haar. Niet speciaal om er jonger uit te willen zien, als ik mooi grijs was, liet ik het zo. Maar afgezien van een grijswitte lok aan de voorkant heb ik een onbestemde peper-en-zout kleur gekregen. Wat mijn gezicht er grauw en vermoeid uit laat zien. En daar heb ik dus geen zin in. Goedbedoelde vragen als: “Ben je wel in orde? Zou je niet een beetje meer rust nemen?” hebben mij doen besluiten om mijn haar te blijven kleuren en daarmee er zo gezond uit te blijven zien als ik ook daadwerkelijk ben. En wie wil er nou niet een beetje tevreden zijn als hij of zij in de spiegel kijkt?
Vanmorgen kreeg ik het idee dat als je nog weer ouder wordt dan ik nu ben, er weer een bepaalde rivalteit komt. Ik was op de sportschool en er zijn overdag nogal wat senioren aan het sporten. Harstikke goed, ik wil het ook zo lang volhouden als ik kan. Ik voel me overigens zelf nog  geen senior, maar ik weet niet waar de leeftijdsgrens precies ligt. In ieder geval, deze mensen vragen elkaar hoe oud ze zijn en als iemand een ander de loef af kan steken omdat hij 81 is en de ander 79, glimt hij van trots en kijkt de ander wat beteuterd.
Ik hoorde bijna een echo van vroeger: “Ik ben lekker ouder!”
“Ja, maar ik ben lekker groter!”
Leeftijd is geen getal. Ontleed het woord maar eens. Leef- tijd. De tijd dat je leeft. En dat houdt veel meer in dan een getal.

ikjes

Hoe dan?

’s Morgens komt de krant. Meesttijds lees ik ‘m niet. Bert is hier degene die de krant leest, het journaal volgt en tussendoor nieuws op zijn mobiel bekijkt. Ik lees meestal alleen de stripjes en soms doe ik aan ‘koppen snellen’
Het is zelfbescherming. Ik kan de eindeloze stroom van berichten niet aan. Zoveel negativiteit. Enge wereldleiders. Misbruik van macht door mensen met geld. Onrechtvaardigheid. Economische misstanden. Disrespect voor de natuur. Ongelukken. Overlijdensberichten. Iedere dag weer.
Ik zit ermee, eerlijk gezegd. Het is voor mij teveel om mee om te gaan, ik zou niet normaal kunnen functioneren als ik alles toeliet.
Maar hoever mag je gaan in zelfbescherming? Wanneer verandert dat in “mijn wereldje” waar geen plaats is voor de buitenwereld?
Onwetendheid kan een zegen zijn. Maar ook een vloek.
Hoe beladen is de uitdrukking “Wir haben es nicht gewußt”…..
Ik kan er geen balans in vinden. Ik kan wel bedenken dat vroeger de wereld niet zo groot was als nu. Door het internet krijg je echt alles van wat in de hele wereld gebeurt mee. Maar ik kan toch ook niet meer doen alsof dat niet bestaat.
Ik kan er niet afstandelijk naar kijken, met een bepaalde onverschilligheid. Onvermijdelijk ga ik me inleven. Ik maak me kwaad over onrechtvaardigheid. Raak gefrustreerd over zaken waar ik als  persoon niets aan kan veranderen. Huil om wat mensen en dieren wordt aangedaan of wat ze is overkomen. Maar dan is de wereld te groot voor mijn hoofd en mijn hart en het leed te zwaar voor mijn schouders, dus wil ik het nieuws niet meer volgen.
Aan de andere kant vind ik het erg belangrijk om een goed leven te leven en dat kan volgens mijn principes niet als ik me alleen maar met mijn eigen leefomgeving bezig hou.
Hoe kan ik nou een balans vinden in wat ik voor mezelf kan toelaten, zonder dat ik een struisvogel word of met oogkleppen loop? Zonder dat ik me aan mijn verantwoordelijkheid onttrek?
Hoe doen jullie dat, lieve lezers, dit is echt een serieuze vraag van mij.
Lang heb ik gedacht: ik doe wat mijn hand (of oog) vindt om te doen. Maar als iedereen dat zou doen, gebeurt er dan genoeg?
Ik ben dol op luchtige stukjes schrijven. Op flauwekul en zelfspot. Maar deze keer ben ik echt heel erg serieus en zou ik heel graag reacties krijgen waar ik over na kan denken en die me verder helpen.
Mag natuurlijk via de Facebook van Daagse Dingen, of als reactie onder de blog. Maar het mag ook persoonlijk op mijn emailadres: jonkvrouwvantesselschade@hotmail.com
Ik kijk er naar uit.

Artis_struisvogel_leest_krant_van_oppasser_-_Ostrich_reads_newspaper_of_caretaker_(3236806056)  (foto: Nationaal Archief)

De stilte spreekt

Ik had mij, samen met mijn vriendin, ingeschreven voor een bezinningsweekend in een klooster, omdat we daar behoefte aan hadden. Mijn plan was om achteraf hier een stukje over te schrijven. Een beschrijving van de dagorde en een bespreking van het programma, zoiets. Als informatie voor wie er misschien ook over denkt om eens een paar dagen in retraite te gaan. Lekker algemeen dus.
Maar nu ik daadwerkelijk geweest ben, merk ik dat dit echt niet gaat lukken op die manier. Ik kan geen afstandelijke beschrijving geven van iets wat zoveel met mij gedaan heeft. Het is geen informatief artikel geworden maar een impressie van mijn beleving.

Vijftien mensen zijn bij elkaar gekomen in de gastenrefter van de Abdij van Egmond. Ik ben er éen van. We staan aan het begin van een bezinningsweekend, wat grotendeels in het teken zal staan van stilte. Van vrijdagmiddag tot zondagmiddag zullen we meelopen in het ritme van de monniken en tussen de diensten door zijn er zowel opdrachten met een meditatief karakter als stiltetijd die je zelf mag invullen. “De stilte spreekt” is de titel van het programma.
Veertien deelnemers en een programmaleider (Frank), een groep zo divers als je je maar kunt voorstellen. Er is blijkbaar niet een bepaald type mens dat aan zo’n weekend mee doet .
Mannen en vrouwen, de jongste is 24 en de oudste 82 , de rest allerlei leeftijden daar tussen in. En iedereen komt uit zíjn of haar eigen achtergrond. Gezin, partner of alleenstaand, wel of geen werk, studie, verschillend in geloof en in doel, in het eenmalige korte kennismakingsrondje worden die dingen even kort genoemd. Verder gaan we niet met elkaar in gesprek. Alleen als iemand echt de behoefte heeft, kan die een gesprek vragen met Frank of een van de broeders. Maar verder zullen er geen uitwisselingen of confrontaties plaatsvinden, vertelt Frank. Echte stilte, want ook op de gangen en tijdens de maaltijden zullen we niet met elkaar praten. Dat lijkt in eerste instantie vreemd. Je bent met anderen, maar iedereen zwijgt. Wij zijn het niet gewend, stilte voelt vaak ongemakkelijk. Hoe bijzonder is het dan, dat de stilte nu goed voelt. Al heel snel verandert voor mij het “ik mag niet praten” in “ik hoef niet te praten” . Ook de mobiele telefoon gaat uit en blijft tot zondagmiddag op mijn kamer. Geen appjes naar mijn man of naar de kinderen. Ik ben offline. Letterlijk en figuurlijk. Ik ben hier gekomen met mijn vriendin. Maar ook wij praten niet met elkaar en we hebben ieder onze eigen kamer. We zijn samen gekomen, maar we zijn hier voor onszelf. Wel geven we elkaar soms een glimlach.
De Adelbert abdij is een Benedictijns klooster. Zes maal per dag komen de monniken in de kerk voor een dienst. Wij zijn vrij om wel of niet deel te nemen, maar ik neem mij voor om alle diensten aanwezig te zijn. Zelfs ’s morgens om 6 uur.

Het lijkt een andere wereld, als ik ’s zaterdags om half 6 opsta in mijn ‘cel’. Eenvoudige kamer, brandschoon en met alles wat ik nodig heb deze dagen. Mijn eigen plekje. Er ligt schrijfmateriaal op tafel en gister heb ik al wat opgeschreven. Wat steekwoorden over wat ik ervaar. “Sereniteit” “Onwennigheid met de stilte” “Ritme” Zomaar wat dingen die in de loop van het weekend meer duidelijkheid, meer omschrijving blijken te krijgen voor mezelf.
Als ik aan het ontbijt zit, ben ik al naar twee kerkdiensten geweest. Gisteravond ook naar twee. De stemmen van de monniken, die a-capella in beurtzang zingen, hebben een kalmerende uitwerking op mij. De diensten verlopen vlekkeloos, iedere broeder weet wat hij moet doen. Ieder lied wat in eerste instantie op het vorige lijkt, maar waar toch subtiele verschillen in zitten, wordt zonder hapering en zonder ook maar eén foute noot gezongen. Deze mannen zijn zo volkomen op elkaar ingespeeld, er gaat een enorme kalmte en geruststelling van uit. Kolkten er gister nog allemaal gedachten door mijn hoofd, vandaag komt er meer rust in en lees ik mee met de teksten van de psalmen die gezongen worden. Ik begin te begrijpen wanneer de broeders gaan staan en weer gaan zitten, wanneer ze buigen en wat hun houding is tijdens het bidden.
Ik bedenk dat het goed is dat ik niet mag praten, ook niet met hen. Het zou snel van mijn kant een gesprek om informatie worden, over hoe zij leven. En dat is niet de bedoeling van dit weekend. Ik moet met mezelf bezig zijn. Ik màg met mezelf bezig zijn. Zonder dat ik mij daarover schuldig hoef te voelen. Dit weekend is er voor mij alleen maar ‘ik’. Dat voelt vreemd. Ik ben het niet gewend, zoals, denk ik, de meeste mensen dat niet gewend zijn. Met jezelf bezig zijn zien we als egocentrisch, of zelfs egoistisch. Maar nu niet.
De enige die soms praat is Frank, hij legt af en toe kort uit wat de bedoeling van een opdracht is.
Gister zijn we al begonnen met de meditatieve oefeningen. De opbouw in dit weekend is dat je als het ware bij jezelf van buiten naar binnen gaat en daar, net zoals wij het klooster verkennen, je innerlijk gaat verkennen. Klinkt zweverig misschien, ik ben daar altijd wel wat sceptisch over. Maar dit blijkt voor mij zo reëel als maar kan. De metaforen die Frank aanreikt zijn heel duidelijk.
Bij de oefening “Kloostergang”, een loopmeditatie waarbij we letterlijk door de kloostergang dwalen, ben ik van plan om na te denken over iets wat me dwarszit, omdat ik nog niet goed uitgevonden heb hoe ermee te dealen. Maar waar ik niet op bedacht ben, is dat er iets heel anders bovenkomt. Iets waarvan ik niet in de gaten had dat het me zo blokkeert, maar wat me nu treft als een slag. Wat is dit, wat gebeurt er? Ik ben in de war en emotioneel. Als de meditatietijd voorbij is, ga ik terug naar mijn cel en schrijf. Dat geeft wat lucht, maar ik ben er nog lang niet klaar mee. In de kerk, bij de Middaggetijden, voel ik de rust en de vredigheid van de monniken, maar zelf ben ik onrustig.
De warme middagmaaltijd gebruiken we samen met de monniken in de refter van de abdij. Het voelt bijzonder om bij ze “aan te schuiven” Ook zij eten in stilte. Ik ben blij nu met de stilte, ik zou niet in staat zijn om tafelgesprekken te voeren.
Na het eten tik ik Frank op de mouw, ik moet nu praten. Hij neemt me mee naar een kleine kamer, waar we niet gestoord zullen worden en ik mag mijn verhaal doen. Hij luistert en vraagt soms wat. Dan doet hij mij ideeën aan de hand, die ik zelf niet heb kunnen bedenken en ik voel dat ik rustig wordt. Het voelt groot. Ik ben dit weekend  open ingegaan, ik zou wel zien wat het bracht. Ik was niet bewust op zoek naar iets.
Wat gebeurt er dan in de stilte van het klooster, dat er iets bovenkomt waarvan je zelf niet eens echt wist hoe dwars het je zat?
Na het gesprek ga ik buiten, in de vroege voorjaarszon, in de kloostertuin zitten. Ik heb mijn haakwerk meegenomen. Het garen zit in de knoop en ik glimlach terwijl ik het ontwar. Ook weer een metafoor: ik ontwar knopen en dan kan ik verder.

Ik blijf alle diensten in de kerk meemaken en krijg steeds meer rust in mijn hoofd en in mijn hart. Ik herken inmiddels de gezichten en de stemmen van de monniken. Ik luister naar de lezingen en neem in mijn hoofd het ritme van de psalmenzang over. Ze werken als een mantra, deze eenvoudige rituelen.
De broodmaaltijden eet ik met mijn groepsgenoten, ik voel me op mijn gemak. Het zijn, ondanks dat we nooit een woord met elkaar wisselen, vertrouwde gezichten geworden.
De meditatieve opdrachten blijken waardevol. Hiervoor had ik nog nooit gemediteerd. Weet ook niet of ik het op de juiste manier doe, maar voor mij voldoet het.

’s Zondags, na het middageten, hebben we een gezamenlijke afsluiting. We krijgen een tekst mee, ook voor “thuis”
Wie wil, kan nu even iets zeggen over wat het weekend gebracht heeft. Wie niet die behoefte heeft, doet dat niet. Ineens mogen we weer praten. En het gaat gelijk over praktische dingen. Heeft iedereen vervoer, hoe laten we onze kamers achter. We keren weer terug naar ons eigen leven. Maar als ik bedenk dat ik de dagelijkse draad weer op ga pakken, zijn er toch een paar dingen die ik voortaan anders wil doen. Die beter voor me zijn.
“De stilte spreekt”. Het is echt zo. Voor mij heeft de stilte gesproken.
kloostergang

Keukenprinses

Op zondagavond wil ik altijd iets extra lekkers eten.
Vandaag op het menu: Keftedes van lamsgehakt, gekruide tomatenrijst, tzaziki en een gemengde salade.
Klinkt goed toch? Dat dacht ik ook
Daar sta ik, met mijn leuke gele keukenschort voorgebonden, aan mijn prachtige, ruime kookeiland geoefend de kruiden, sjalotten en knoflook te snijden en te hakken. Het brood dat ik nodig heb voor het gehakt staat op een hoek van het eiland in een schaal te weken en ik kan de overige ingredienten in mijn keurig geordende koelkast moeiteloos pakken. Ik beweeg mij soepel door de keuken , roer zingend in de pannen die op mijn blinkende fornuis staan en heb na ruim een half uur een heerlijke maaltijd bereid. Ik zet stralend de schalen op de mooi gedekte tafel , doe zwierig mijn schort af en schuif samen met Bert aan om van het eten te genieten en een glaasje wijn te drinken.

Mooi beeld toch?
En dan nu de werkelijkheid: Ik heb inderdaad mijn leuke gele keukenschort voorgebonden.
Maar dat is dan ook zo’n beetje het enige.
In onze keuken staat helemaal geen kookeiland, geen ruimte voor, dus ik sta alles op een snijplank te hakken en te snijden . O ja, ik had brood moeten weken voor het gehakt. Brood zit nog in de vriezer. Ontdooien in de magnetron en de korsten eraf. Geen plek op de snijplank, want daar liggen de sjalotten en kruiden al gesneden te wachten. Aan de andere kant van het fornuis dan maar een plekje zoeken, maar dan moet die prachtige nieuwe zware braadpan die ik heb gekocht en waar ik nog geen plek voor heb gevonden in mijn pannenkast maar even verhuizen naar het fornuis.
Doe het gehakt in een kom. Ja, waar moet ik die dan weer neerzetten. Schuif nog meer spullen opzij. Gehakt, uitgeknepen brood en kruiden in de kom en kneden. O, er moet nog een ei in. Eieren staan in de koelkast. Handen wassen, eitje zoeken, waar is die doos dan toch. Achter de marmelade, en 2 kuipjes halvarine, logisch. Eitje erdoor. “Bert wil je alsjeblieft wat peper en zout komen malen, dat moet er ook door en ik heb vieze handen”. Nog meer kneden. Handen wassen, want de rijst moet opgezet. Water met tomaten en kruiden aan de kook brengen. Rijst afmeten in een kopje. Veel te veel rijst stroomt in het kopje. Rijst weer terugpielen in het pak, door dat kleine gaatje. Dan stroomt het ineens niet. Tomatenboel kookt inmiddels, rijst erbij en dan het gehakt afmaken. Verdorie, rijst koekt aan de bodem van de pan. Handenwassen, rijst losroeren..
F*ck ik zou zelf tzaziki maken! Recept kwijt. Laptop opstarten, duurt lang! Rijst bakt aan, losroeren! Yoghurt in een schaaltje, komkommer raspen.
Nee hè, schaaltje te klein, komkommer pas ter niet bij. Cavia’s kalmeren. Proberen plek te zoeken op het aanrecht voor een groter schaaltje. Citroensap! Halve citroen die nog in de koelkast ligt is beschimmeld. Ergens nog een flesje citroensap. Waar dan? Helemaal achterin natuurlijk, eerst allemaal potjes met restjes jam en zongedroogde tomaatjes en mosterd en ansjovis en eentje met nog 2 zilveruitjes erin opzij schuiven. Voornemen om binnenkort echt de koelkast op te ruimen. Eindelijk het vlees opzetten. Spettert als een malle, tegen mijn mooie nieuwe rode braadpan.
O ja! We zouden ook nog sla eten! Sla zit in een plastic bak. Verkeerde groentela open. Nogmaals cavia”s kalmeren. Slabak te haastig opentrekken,, helft van de sla ligt op de grond. Cavia’s blijmaken. Rijst is gaar. Afgieten en terug in de pan. Vlees omdraaien. Salade klaarmaken. Lege fles dressing in de koelkast. Op zn kop zetten, laatste druppels eruit persen.
Pffff klaar. Met een verhit hoofd de schalen op tafel.
Niet meer omkijken naar het slagveld in de keuken. Schort af.
De tafel is mooi gedekt en ik schuif met Bert aan om van het eten te genieten en een glaasje wijn te drinken.

Dat dan weer wel. En het eten was heerlijk!

IMG-20190217-WA0019.jpg

Update op maandagmorgen: Ik moet brood smeren en trek de koelkast open. Daar staat recht voor mijn neus het potje met heerlijke feta, dat ik zaterdag speciaal had gekocht voor de salade van zondag. Spijtig.
IMG_20190218_073839208.jpg