Vreemd

Deze ochtend is vreemd, surrealistisch.
Vannacht hebben we onze slaap onderbroken om via live-stream aanwezig te kunnen zijn bij de Memorial Service voor iemand die ik goed kende maar nog nooit ontmoet had. Maar met 15 jaar lang over en weer brieven schrijven was hij toch iemand die een plaats had in mijn leven.
Ik zag de urn, ik zag de bloemen die we gestuurd hadden, hoorde herinneringstoespraken en voelde me ondanks 7 uur tijdsverschil en duizenden kilometers afstand betrokken.
Om daarna weer verder te gaan slapen was vreemd. Het lukte wel, maar mijn dromen continueerden de sfeer van de uitvaart. Precies zoals dat was, alles beleven vanaf een afstand. Ik werd met een vreemd, onwerkelijk gevoel wakker toen de wekker ging.
We stonden normale tijd op, ontbeten, Bert vertrok en ik ging met de hond naar buiten.
Het was erg donker, het stormde en regende hard.
Er was niemand buiten. Helemaal niemand. Er reden zelfs geen auto’s. Veel huizen hadden nog geen licht aan, ook de zo gezellige kerstversieringen buiten niet. Alles was donker en doodstil.
Hoe vreemd was dat, het voelde alsof ik nog steeds droomde. Alsof ik een een soort spookomgeving liep.


De wind bulderde, regenvlagen sloegen tegen mijn grote stormparaplu. Ik moest hem met twee handen stevig vasthouden en voelde me alsof ik in een Tim Burton-versie van Mary Poppins terecht gekomen was. Het is bijna niet te omschrijven hoe vreemd en bijna eng het allemaal was vanmorgen.
Thuis was het ook stil.
Heel voorzichtig werd het een beetje licht, pas tegen half 9.


Dan eindelijk komt de wereld een beetje op gang. De vuilnisauto komt voorbij, de krant wordt gebracht.
Zometeen komen er kinderen om voor te zorgen, ik zie uit naar hun levendigheid.
Dan kan ik deze vreemde sfeer van me afschudden.
Hoop ik.

De kamer is gevuld met blije stemmetjes. De speelkeuken wordt druk gebruikt, ik krijg een smoothie van knoflook, sinaasappel en paprika. Ik doe alsof ik uit een lege beker drink, terwijl 2 paar oogjes mij verwachtingsvol aankijken.
“Heerlijk!” zeg ik. Gelukkig, dit is weer mijn sfeer. En eindelijk kan ik de lampen uitdoen, het is licht.


Wilde ganzen

Lint na lint trekt boven mijn hoofd door de grauwe lucht. Voor mij is de roep van vliegende ganzen het meest weemoedige geluid van de natuur.
Ik kijk omhoog en groet ze in gedachten: goede reis! De formaties vliegen in natuurlijke orde, schijnbaar moeiteloos lossen ze elkaar af in de voorhoede. En constant blijven ze hun geluid maken. Groep na groep verdwijnt aan de horizon.
Iets lager zwermt een groep kraaien over. Het is een grillige vlucht en hun geluid klinkt onheilspellend. Zij gaan niet weg, zoeken gewoon een andere plek voor vandaag.
De ganzen letten er niet op. Zoals ieder jaar volgen ze hun instinct, het is tijd om te gaan.
Ze hebben er geen weet van dat de mensenwereld op z’n kop staat. Ze doen hun ganzending, net als duizenden generaties voor hen.
Ze verheffen zich letterlijk boven alles en laten de wereld onder zich doorgaan.
Ik kijk ze na. Met mijn voeten in de klei en jagende wolken boven mijn hoofd.. Het is weer zo’n dag dat het niet echt licht wordt. Ik krijg tranen in mijn ogen als ik hun geluiden weg hoor sterven.
Goede reis…..

In de nacht lig ik wakker. Mijn hoofd maalt, over de wereld en over mijn persoonlijk leven. Ik zou een knop willen vinden om mijn hersens uit te schakelen. Of zelfs maar op stand-by te kunnen zetten. ’s Nachts is het donker en lijkt ook alles donkerder waar je over nadenkt.

Dan hoor ik het geluid van trekkende ganzen. En nu is voor mij hun roep het meest troostrijke geluid van de natuur. Wat er ook gebeurt, hoe donker het ook is, de ganzen vliegen. Niets verandert daar iets aan. Ik voel me rustig worden. Zij zijn ook wakker, maar ze malen niet. Ze hebben hun doel en daar gaan ze met z’n allen heen. Ze roepen naar elkaar en ik luister.
Goede reis, zeg ik in gedachten. Nu kan ik slapen.

Spruitjeslucht

Synoniem voor burgerlijkheid.
Spruitjes ruiken niet lekker als je ze kookt. Burgerlijkheid dus blijkbaar ook niet.
Beperkt en kortzichtig. Aardappelen, groente, vlees. Doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, dat soort dingen. Burgerlijkheid is huisje, boompje beestje. En het klinkt negatief.
Waarom eigenlijk, vraag ik me af. We hoeven toch niet allemaal groots en meeslepend te leven?
En mensen die zich willen onderscheiden van de massa zoeken elkaar ook vaak weer op, zodat je gewoon weer een andere massa erbij krijgt. En iedere massa kijkt misprijzend naar de andere massa. Blij dat ik daar niet bij hoor!

Subculturen zijn van alle tijden. In mijn jeugd de nozems, de hippies, de provo’s. In de jeugd van mijn kinderen de skaters, de gabbers, de gothic’s, de emo’s .
Nu hoor je over boomers en hipsters. Maar dat is inmiddels ook al weer oud en staat er een nieuwe generatie klaar om zich te onderscheiden. Met influencers en vloggers.
En de spruitjes worden nieuw leven ingeblazen met recepten op “de hippe vegetariër” , “okoko” en “smulweb”
Roerbakken, blakeren, grillen, op de pizza, gratineren, niks burgerlijkheid.


Maar ze ruiken nog steeds niet lekker. Ik kookte ze van de week. Wat erger was, ik liet ze aanbranden. Die lucht was echt niet te harden. En die bleef nog lang hangen. Dat komt ervan als je ze behandelt als vergeten groente. Zo werd ik voortdurend herinnerd aan mijn burgerlijkheid. En dat ik eigenlijk best heel tevreden ben met mijn huisje boompje beestje -leven.

(foto: google)

Stopwoord

Het nieuwe normaal, daar is het laatste woord nog niet over gesproken, want niemand weet hoe dat er uit gaat zien.

Wat ik wel zie (en vooral hoor) heeft niets met coronamaatregelen te maken maar wel met een nieuw soort normaal. En ik vind het echt verschrikkelijk.
Het is voor een, naar mijn idee, overgroot deel van de mensheid, normaal geworden om veelvuldig de uitdrukking ‘Mijn God’en vooral ‘Oh my God’ te gebruiken. Er is een hippe afkorting voor: OMG. Er zijn zelfs emoticons van. Een uitroep van ofwel groot enthousiasme ofwel afschuw. Maar echt, waarom moet dat? Ben je nou echt God aan het aanroepen als je ziet dat je vriendinnetje een nieuw shirtje heeft? Of wanneer je aannemer de keuken zo leuk verbouwd heeft?
Ik stoor me daar zo vreselijk aan! Aan het gedachteloos ‘God’ gebruiken als stopwoordje, of je nou gelovig bent of niet. En ik stoor me nog meer aan het feit dat het blijkbaar algemeen geaccepteerd is om voortdurend de naam van God te gebruiken.
Ik ben niet vroom. Maar ik vind het wel iedere keer pijnlijk om het te horen. Van meisjes van amper 5 jaar oud tot sportcommentatoren bij de F1.
Het is vloeken. Meer kan ik er niet van maken. En ik vind het verschrikkelijk dat het nu mode is.
Hou daar alsjeblieft mee op, heb respect en roep God alleen aan als je je bewust bent van wat je eigenlijk zegt.
Denk een beetje na en blaat niet gedachteloos alles na . Er is niemand die het in z’n hoofd haalt om voortdurend ‘O my Allah’ of ‘O my Boeddha’ te zeggen. Waarom is dit dan wel normaal?

Als een kind

Vier jaar geleden schreef ik de blog: In het legomuseum

Ik ben met Lego opgegroeid en ik ben altijd liefhebber geweest. Maar, gek genoeg, altijd met andermans Lego. Ik had zelf geen Lego, waar ik mee speelde was van mijn grote zus en broer.
En wat er later in mijn eigen huis was, was van mijn kinderen. Die Lego is hier weer tevoorschijn gekomen voor de opvangkinderen.
Als ik Lego kocht, was het om cadeau te geven, nu nog steeds want ook mijn volwassen kinderen vinden Lego ontzettend leuk. En kleinzoon speelt met Lego Duplo.
We zijn een keer naar Legoland in Denemarken geweest en ik heb mijn ogen uitgekeken. Ik heb documentaires op tv en Netflix over Lego gezien, ik heb de wedstrijdserie Brickmasters gevolgd, ik ben in de Lego-store in Utrecht geweest, ik heb een Lego-VIP pas.
Maar ik heb nooit ook maar één steentje zelf in bezit gehad.

Lego is duur. Het is het waard, want het is onverwoestbaar, enorm goed uitgedacht en je kan er alles mee maken wat je maar wilt ( “Van Lego kun je alles maken” zong het geaffecteerde kinderkoortje vroeger al in de reclame). Daarom is het superleuk om cadeau te geven. Maar voor mezelf kocht ik het nooit. Er was altijd wel iets wat voorging blijkbaar.
Ik koop heus wel dingen voor mezelf, garens voor handwerk, spullen voor tekenen, ik kan me er enorm op verheugen als er weer iets nieuws op stapel staat. Maar Lego was iets waarover ik me waarschijnlijk schuldig zou voelen als ik dat zomaar kocht. Ik kan het niet eens aan mezelf uitleggen als ik erover nadenk, maar het gebeurde gewoon niet.

En vorige week kwamen er ineens allemaal dingen bij elkaar. Ik had de 2e prijs in een bijzondere schrijfwedstrijd gewonnen en daar hoorde een geldbedrag bij.
Ik ben een heel grote fan van het werk van Jim Henson, heb vrijwel al zijn films en veel prachtige boeken.
En, zoals gezegd ben ik een Lego-VIP en blijf op de hoogte via een nieuwsbrief.
In mijn mailbox kwam een nieuwtje: Lego kwam met een grote set van Sesamstraat.
Ik begon direct al wat te wiebelen op mijn stoel toen ik de link aanklikte. Ik was alleen thuis maar ik zat hardop te roepen en te piepen bij de foto’s die ik zag: “O kijk nou!!!” Het zag er zo prachtig uit allemaal, ongelooflijk gedetailleerd, kleurig, mooi, en 100 % de sfeer van Jim Henson. Ik wou dat. Echt ik wou dat.
Kon ik dat zomaar doen, zo’n grote set voor mezelf kopen? Mijn familie zei direct: “Doen joh! Jij mag toch zelf bepalen wat je met je prijs doet?”
Serieus, ik had de kriebels in mijn buik toen ik de bestelling plaatste. Het voelde bijna ongehoord dat ik dit ging doen, helemaal alleen voor mezelf een grote Legodoos kopen omdat ik dit zo ontzettend graag wilde hebben en verder nergens om!
“Hebben” kan een lelijk woord zijn en dat was hetgeen wat me nog een beetje tegen hield.
Maar ik kon mezelf wel overhalen hoor. Ik had eerlijk die prijs gewonnen en ik had nu voor het eerst in mijn leven een Lego-set gezien die ik onwijs graag wilde hebben. Nu mocht het kind in mij de beslissing nemen en dat deed ze met veel enthousiasme.

Na een paar dagen plezierige spanning, serieus zoals het vroeger voelde voordat het pakjesavond was, werd de grote Legodoos bezorgd. Het was eind van de vrijdagmiddag, het werd al donker, dus ik stelde me tevreden met de doos te bekijken, me te verwonderen over de hoeveelheid zakjes met bouwsteentjes die erin zaten en hoe dik het boek met de bouwbeschrijving was. Ik was er zo blij mee en in mijn hart was ik blij dat ik nog steeds zo blij kon zijn (volgen we het nog?) Ik ben een oma maar ik vond dat enthousiaste kleine meisje weer terug en dat maakte me intens gelukkig.

Zaterdag kon het bouwen beginnen. Urenlang had ik plezier en zag het huis groeien. De kelder met een grote spin erin, de kamer van Elmo, de kamer van Bert en Ernie, de badkamer. Toen het donker werd stopte ik, mijn concentratie was op. Zondag weer verder, het koffie-tentje en de kamer van Koekiemonster, de speelhoek van Pino, de afvalhoek van Oscar en 1000 details. Die overigens soms heel moeilijk waren dus ik moest mijn volwassen hersens goed aan het werk zetten.

Een telefoon, een brandmelder, een ventilatiesysteem, speelgoed, een koffiemachine, kassa, videorecorder, allerlei lampen, bloembakken, het lijkt allemaal zo simpel maar ieder dingetje moest gebouwd worden.
Bewondering voor de ontwerpers, het was echt ongelooflijk hoe alles uitgedacht was, in elkaar paste en hoe perfect de uitstraling was.

En nu is het klaar. Staat het huis op de kast en kijk ik keer op keer weer in de kamertjes, naar de details van de gevel, verplaats de poppetjes, kijk vertederd naar die schattige brievenbus, krantenbak, brandspuit en speelgoedtrein.
Ik zet Bert op het dak bij z’n duifjes, laat Ernie op het bed springen. Elmo kijkt in een receptenboek, Koekiemonster zit voor de tv te schransen, Oscar kijkt met z’n boze hoofd uit de vuilnisbak. Pino komt aanwandelen, het rubbereendje van Ernie zit op de badrand, het visje van Elmo zwemt in de kom.


Ik heb nu 1367 stukjes Lego. En ik voel met superblij. Een blijdschap die verder gaat dan het gevoel van iets leuks hebben. Een blijdschap die ik dacht overgroeid te zijn, maar die Godzijdank nog in mij bleek te bestaan. De intensiteit van de blijdschap uit mijn kindertijd.

Toen was geluk heel gewoon

Toen was geluk heel gewoon…. iedereen van mijn leeftijd kan dat regeltje meezingen.
Nostalgie ten top, ten eerste is het liedje nu oud en ten tweede gaat de tekst over nog langer geleden.

Dat zinnetje “Toen was geluk heel gewoon” is een eigen leven gaan leiden. Want het wordt kwistig gebruikt in reacties op nostalgische foto’s en filmpjes op Facebook, door mensen die ‘de goede oude tijd’ idealiseren en voor de tegenwoordige tijd niet veel goede woorden over hebben. (Blijkbaar vergeten ze daarbij dat Facebook en filmpjes op internet delen niet bij vroeger hoort)


Ik ben ook nostalgisch aangelegd, vind het heerlijk om goede jeugdherinneringen op te halen en dingen tegen te komen die een blije “O ja!” reactie bij me uitlokken.
Want in mijn kindertijd was het zo anders als nu, we woonden met z’n vijven in een flat met maar 1 kachel, mama maakte onze kleren zelf, het avondeten kwam op tafel in dekschalen (“geen pannen op tafel!”) en we hadden geen vaatwasser. Eerst zelfs geen wasmachine, maar een lavet met een draaiende vin. En als die vin eruit was kon er een stop in het afvoergat en kon ik in het lavet in bad.
Dat, en nog 1000 andere dingen, brengt een warm gevoel bij me boven en ik moet glimlachen om de herinneringen. Maar was het allemaal beter dan nu?
Naar mijn idee wordt ‘vroeger’ door een grote groep mensen geïdealiseerd.
Alsof toen alles fijn en knus was, iedereen aardig voor elkaar en alle gezinnen een veilige en geborgen omgeving.
Maar dat was toch helemaal niet zo!
Het liedje is geschreven door van Kooten en de Bie en zij waren ook degenen die het in eerste instantie uitvoerden. Ze zingen over 1948, 3 jaar na de oorlog, vanuit het oogpunt van de kinderen van toen.


Het roept een gevoel van kwetsbaarheid op en hun liedje komt bij mij veel meer binnen dan de latere hituitvoering van Gerard Cox.
Waar het volgens mij om gaat is het gevoel van weemoed om de verloren naïviteit van de kindertijd. Je was gelukkig als je ouders van je hielden en dan waren alle dingen goed thuis. En dat is toch iets van alle tijden?


Ik kan glimlachen bij veel herinneringen, bijvoorbeeld dat er ’s morgens bij het opstaan ijsbloemen op de ramen zaten. En ik vond ze mooi hoor, als kind, maar ik ben toch echt wel blij dat ons huis warm genoeg is en ik niet zoals mijn moeder bij het opstaan bibberend van de kou hoef te proberen om het petroleumkacheltje in de keuken aan te steken, waarna mijn hele gezin zich bij die ene kraan in de keuken moet wassen, ik dus nauwelijks de ruimte heb om brood te smeren voor de broodtrommel van mijn man, de thermosfles met koffie moet vullen die ik eerst moet zetten in een filter, waarvoor ik eerst water in de fluitketel moet koken, koffiebonen moet malen, schepje Buisman toe moet voegen, melk moet koken in een steelpan en zorgen dat het niet overkookt of aanbakt, ondertussen de ontbijttafel ook nog dekken en nogmaals die fluitketel opzetten voor thee ….. terwijl ik dit opschrijf word ik al moe en gestrest want hoeveel tijd kost dat allemaal! Maar als kind ervaarde ik dat als veilig en geborgen. Ik kan niet meer vragen hoe mijn moeder het ervaarde, maar het is voor haar heus niet simpel en allemaal fijn geweest, want toen het kon kwamen er bij ons gevelkachels in iedere kamer, er kwam een koffiezetapparaat, het lavet ging eruit en er kwam een mooie douchecel.

Ik ga nog een stapje verder terug in de tijd. Mijn moeder vertelde graag over haar jeugd, die heeft ze ook als veilig en geborgen ervaren. Voor mijn grootouders was het allemaal nog veel minder simpel, het dagelijks leven was hard en zorgelijk. Mijn opa had drie (DRIE!) vakantiedagen in een jaar! Er was geen warm water, er was geen gas om op te koken, de was moest met de hand gedaan worden….. maar de herinneringen van mijn moeder aan haar kindertijd waren goed. Ook al was ze tussen twee wereldoorlogen in geboren en woonden ze met z’n zessen in een klein huisje.

Als ik kijk naar mijn eigen kinderen, hoop ik dat ik ze ook een gevoel van veiligheid en geborgenheid heb kunnen geven. Zij zijn opgegroeid in de jaren ’90. En ook zij halen herinneringen met elkaar op aan kleine dingen die voor hen als kind zo belangrijk waren: op zondagavond samen in het grote bed mogen slapen en dan op maandag toch weer in je eigen bed wakker worden, thuiskomen uit school en het raampje van de keuken open zien staan waar de geur van pannenkoeken uitkwam.
Dingen waar een kind blij van wordt, en herinneringen die je altijd met je meeneemt. Dat is goed, je wilt als ouder voor je kind een onbezorgde jeugd.
En dan is de zin “Toen was geluk heel gewoon” ineens in een andere context geplaatst.
Ieder kind verdient het om geluk te ervaren en zolang het kan naïviteit te bewaren. Of je nou in 1925, 1961, 1988 of 2019 geboren bent.

Afgelopen week werd ik geïnterviewd door 2 meisjes uit groep 7, over communicatie. Hoe dat vroeger ging. Ik vertelde over van alles en hun conclusie was: Dus nu is het eigenlijk allemaal veel makkelijker!
Dat verraste me. Zo had ik er nog niet over nagedacht. Ik maak me zorgen over de ontwikkelingen van internet en de invloed van Google- and -friends. Ik zie dat ieder kind een tablet en een mobiel heeft, dat er anders gespeeld wordt dan dat mijn kinderen deden. En vraag me af of het goed is.
Maar deze meisjes leven òòk in de geborgenheid van liefdevolle en veilige gezinnen, ook al verschilt hun kindertijd met die van mijn kinderen. Maar die zag er immers ook anders uit als mijn kindertijd en de mijne weer anders als die van mijn moeder?

En mijn kleinzoontje is gelukkig ook in een goed gezin geboren. Die gaat ook mooie herinneringen maken.
En dan is voor een kind geluk heel gewoon. Voor ieder kind van alle tijden.






Erkenning

De blogjes gaan altijd over persoonlijke dingen en zijn dan ook altijd in de ik-vorm geschreven. Die ‘ik’ ben ik dan ook echt zelf.
Hier onder de menuknop “UKV’s” staat boven de verhaaltjes: Belangrijk om te onthouden: is een verhaal in de ik-vorm geschreven, dan gaat dat niet over mij persoonlijk, maar is het geschreven vanuit de hoofdpersoon.
Dat even voor de duidelijkheid. Want een verhaaltje kan over van alles gaan en de personen kan ik volkomen uit mijn duim zuigen en toch ‘ik’ noemen.
Verhalen vragen veel meer creativiteit dan de blogjes en ik vind het heerlijk om het schrijven af te wisselen.
Lange verhalen zijn ook leuk om te bedenken en zo kan ik echt mijn ei kwijt door te schrijven!
Het is natuurlijk extra leuk als ik merk dat mensen mijn schrijfwerk lezen en vaak ook waarderen, en/of opbouwende kritiek hebben.
Wat is het ook leuk om te oefenen met expliciete schrijfopdrachten en zo te merken wat me aanspreekt en ook wat me totaal niet ligt.
Meedoen met schrijfwedstrijden doe ik ook, mits ik het idee heb dat ik ècht iets met het thema en de opdracht kan.

Ik ben totaal niet competitief, ik heb zelfs een soort faalangst op wedstrijdgebied. Nooit aan wedstrijdsport gedaan, nooit voor anderen viool willen spelen, nooit dressuurproeven willen rijden, altijd bang dat ik juist dan niet zou kunnen presteren en compleet gefrustreerd af zou gaan.
Maar voor schrijven ligt dat helemaal anders.
Het levert voor mezelf in ieder geval veel voldoening op, ook als mijn inzending niet als een winnaar uit de bus komt. Uiteraard ben ik dan heus wel teleurgesteld, zeker als ik voor mijn gevoel heel erg mijn best gedaan heb en ik stiekem vind dat het verhaal echt goed is. Maar toch denk ik dan: Jammer, maar ik heb iets gemaakt waar ik trots op ben, prijs of niet.

Maar als ik wel win…. dan ben ik superblij. Want als kundige mensen van een uitgeverij mijn verhaal hebben gelezen en als ‘goed’ hebben beoordeeld, voelt dat als erkenning. Heb ik dat nodig? Blijkbaar wel. Ik hoop niet dat het in wezen hetzelfde is als zoveel mogelijk ‘likes’ willen hebben op facebook. Hopelijk is het minder oppervlakkig, omdat het gaat om iets wat ik heb bedacht, gemaakt en waar ik mijn best voor gedaan heb, waar ik razend enthousiast over ben als het zo geworden is als hoe ik het voor ogen had. En dan ben ik, zonder arrogant te willen zijn, trots als ik bereik dat mijn verhaal en mijn naam in een echt, fysiek boek staan. Eentje die ik niet in eigen beheer heb uitgegeven zodat bijna alle verkochte exemplaren in het bezit zijn van lieve goedwillende familie, vrienden en bekenden, hoe blij ik daar ook mee was. (Echt waar!)

Dit voelt een stapje verder, juist vanwege die erkenning.
Zoals gezegd, lang niet al mijn wedstrijd-inzendingen worden gehonoreerd. Maar gister kreeg ik mail, dat er binnenkort drie Zeer Korte Verhalen van mij worden opgenomen in een te verschijnen bundel. Drie!
Straks dus nog een boekje in mijn boekenkast met een bijdrage van mij, naast deze die er al staan.


Daar ben ik blij mee!
Er staan nog drie wedstrijden uit waar ik voor ingezonden heb. Meedoen met schrijfwedstrijden vraagt geduld, heel veel geduld. Eerst tot de sluitingsdatum en daarna tot de uitslag, het kan maanden duren. In deze tijd helemaal, nu geplande jurysamenkomsten en prijsuitreikingen niet door kunnen gaan.
Geduld is niet mijn sterkste eigenschap, maar ik zal me daarin moeten oefenen.
Maar als er dan af en toe zo’n berichtje komt als gister, hou ik het wel vol!


Wandeling

We houden van wandelen, dat is geen nieuws. Ik ben dol op de bossen, dat is ook geen nieuws.
Na een wandeling mogen we graag ergens lekker een biertje gaan drinken, maar dat kan nu niet. Dat is wel nieuws. Hopelijk kan het over een poosje wel weer, want het is het kersje op de taart.
Gelukkig kan wandelen in de bossen nog wel. Dus ook vanmiddag. We hadden een leuke wandeling uitgekozen, 6 km in het Noordlaarderbos en 50 Bunder. Dat laatste klinkt of we een bezoek gingen brengen aan Winnie de Poe, maar het was gewoon in Groningen.


Normaal komen we af en toe iemand tegen op onze wandelingen. Maar nu leek heel Groningen verzameld op die 50 Bunder. Ja, het was goed weer, maar het zal ook komen omdat iedereen zich juist nu een beetje beperkt voelt in het gaan en staan.
Ten eerste hadden we al moeite om een parkeerplek te vinden. Dat benauwde me, ik zei zelfs tegen Bert dat ik net zo lief weer omkeerde, want het zou wel takkedruk (leuke woordspeling als je naar een bos gaat) zijn. Maar we hadden bijna 3 kwartier gereden en het was stom om zomaar weer naar huis te gaan. Dus hup, we stapten uit en zochten de start van de wandeling. Dat was niet zo moeilijk, gewoon de menigte volgen. En echt, ik vind veel mensen aardig maar ik hou niet van menigtes. En al helemaal niet in het bos. Maar iedereen had net zoveel recht om in het bos te wandelen als ik, dus ik moest niet zo zaniken vond ik zelf.
Ik moet echt zeggen dat iedereen netjes afstand hield, maar we liepen wel in een soort colonne. En daar had ik zo heel erg geen zin in….. Mijn hoop was dat veel mensen 6 km te lang vonden en dat we alsnog een stukje wat rustiger konden lopen. En mijn hoop werd vervuld. In het begin was het erg druk, maar in de loop van de wandeling (alweer een leuke woordspeling) werd het rustiger. En pas tegen het eind weer drukker.
Wat ik best leuk vind zijn de gezinnen: blije kinderen rennen door de herfstbladeren, juichen over paddenstoelen en zeggen “O, wat een lief hondje!” als ze Lenny zien.
Wat ik enorm irritant vind zijn de tweetallen, meest vrouwen, die alleen maar lopen te kakelen met het volume op 10 en totaal geen oog hebben voor waar ze lopen en geen oor voor de vogels die zelfs op een herfstdag nog willen zingen. Ik stel me zo voor dat ze normaal ergens tegenover elkaar in een restaurantje zitten met koffie en het onvermijdelijke appelgebak om even lekker bij te kletsen. En dat kan nu natuurlijk niet, dus dan maar ergens afspreken om te wandelen.
We troffen het op een gegeven moment dat we tussen 2 van die stellen inliepen. We hielden heus voldoende afstand, maar de schelle stemmen waren niet te missen. De dames liepen stug door naast elkaar, hoofd een beetje gebogen (stel je voor dat je iets zou zien van het bos!) en maar tetteren.
“Nou, toen heeft ie maar een auto gehuurd, want ik zei nog dat hij dat veel beter kon doen! Ik zei nog tegen hem, ik zeg…..” schalde mevrouw voor ons.
We hielden even in, konden we mooi de paddenstoelen bewonderen die eruit zagen als strandparasols.


“Maar als je nou die website wilt, dan moet je er wel een goed websitebouwer voor hebben, want….” kakelde mevrouw achter ons.
Dames….. HOU JE KWEK NOU EENS EEN KEER!
Dat had ik graag geroepen maar dat deed ik natuurlijk niet, het was tenslotte geen privé terrein.
Zoals gezegd, het middelste gedeelte van de wandeling hebben we gelukkig in de door ons zo gekoesterde rust kunnen afleggen.
Maar het geheel inspireerde mij tot een Haiku (knipoog naar pa), die je mag interpreteren zoals je wilt:

Op zondagmiddag
Geen stilte in de natuur
Een pad vol eikels

Thuis smaakte het biertje (een Westmalle Dubbel) trouwens ook prima, dat dan weer wel.

Frustratie Verzekerd

Een vervolg op het kapotte iPad-scherm verhaal.

( https://daagsedingen.com/2020/08/27/computer-says-no/ )

Niet alleen computer says no. Ook verzekeringsmaatschappijen zeggen NO.
Ik ben verplicht een bedrijfs-aansprakelijkheidsverzekering te hebben. Al 15 jaar betaal ik netjes maandelijks mijn premie en ik heb nog nooit een schadeclaim ingediend. Omdat mijn iPad op tafel lag, waar de kinderen ook tekenen en puzzelen etc, kon het heel goed zijn dat hij in een onbewaakt ogenblik van tafel is geschoven/gevallen. Ik weet het niet, ik heb niet gezien hoe de schade ontstaan is en ga niemand beschuldigen. Het enige wat ik zeker wist , was dat ik de bookcase van mijn iPad opende en zag dat het scherm gebarsten was.
Ik heb mijn tussenpersoon hierover gemaild en de situatie uitgelegd.
Geen enkele reactie, ik heb hem ruim een week gegeven, maar radiostilte. Daar scoort hij geen punten mee.
Dan maar rechtstreeks bij Avéro gemeld.
Na een paar dagen antwoord, wat zowel aan mij als aan mijn tussenpersoon is gestuurd:

“Toevallig”dezelfde dag een mailtje van de tussenpersoon.
Geen aanhef, geen referentie aan mijn mail, alleen de zin “Helaas is er geen dekking” Vr groet.
Nou, helaas valt die Vr groet niet onder mijn voorwaarden dus die claim accepteer ik niet.

Dan maar proberen bij de persoonlijke inboedelverzekering. We zijn verzekerd bij Promovendum, die pretendeert voor ” hoger opgeleiden” te zijn. Werkelijk geen idee wat dat te maken heeft met wat er verzekerd moet worden, maar destijds hadden ze de voordeligste verzekering.
En we hebben een “Extra Uitgebreide Dekking”. Dat moest dus goedkomen. Ook bij deze maatschappij nog nooit een claim ingediend. Nogmaals eerlijk de situatie uitgelegd.
Hiervan ook weer een zeer onbevredigend antwoord:

Kortom, als ik niet eerlijk was geweest maar gezegd had dat het scherm door vandalisme kapot was gegaan had ik het vergoed gekregen.
Maar omdat ik wel eerlijk was en aangegeven heb dat ik niet op het moment zelf gezien heb hoe en door wie de schade is ontstaan nemen ze de claim niet in behandeling.

Ik ben serieus zó teleurgesteld!
Moet ik dan een of ander lulverhaal verzinnen en dan met leugens wel geld krijgen?
De schade was € 281. Voor een verzekeraar een schijntje, voor mij een heel bedrag.
Maar blijkbaar vinden ze het belangrijker om met hun dikke krent op het geld te gaan zitten dan om een klant die allang meer dan het tienvoudige van €281 aan premie heeft betaald tegemoet te komen.
Ik ga op zoek naar een andere verzekeraar. Niet eentje voor hoger opgeleiden maar eentje voor zwaar teleurgestelde eerlijke mensen.

Cumarine

Ik wandel langs een weiland, het gemaaide gras wordt door een machine achter een trekker geschud. Er komt een sterke geur vanaf, die me ogenblikkelijk terug brengt naar mijn jeugd. Cumarine.


Er stond vroeger bij ons in de kelder een grote ton, daarin bewaarde mijn moeder alle restjes stof van haar naaiwerken. De ton had een karakteristieke geur, die mijn vader cumarine noemde. Ik vond het een prettige geur, associeerde het met het plezier van mooie stoffen, leuke lapjes, nieuwe kleren. Waar die ton ooit vandaan was gekomen weet ik niet, maar er had blijkbaar cumarine ingezeten, wat dat ook mocht zijn.


Mijn moeder maakte al onze kleren zelf. Toen ik klein was kreeg ik Mary Quant-achtige jurkjes, toen ik op de middelbare school zat droeg ik Holly Hobby stijl, met veel strookjes en lieve printjes.
Maar ook de stoerdere kleren maakte ze, spijkerjasjes, een trenchcoat, ze kon gewoon alles maken wat ik maar wilde.
Toen ik kind was gingen we altijd in het najaar één keer naar de winkel om een paar truien te kopen, want breien deed ze niet. Verder maakte ze alles zelf, en het was altijd mooi.
Op de lagere school had ik een prachtige houtje-touwtje jas, met nep-bontranden afgezet, wat toen enorm in de mode was. Dat deze jas gemaakt was uit een ouderwetse mantel van mijn tante wist niemand, want mijn moeder had zelfs het merk weer achter in de voering genaaid.
Toen ik klein was mocht ik wel met de restjes stof spelen en de knoopjes, terwijl zij achter de naaimachine zat. Heerlijk vond ik dat. Ik kan nog kriebeltjes in mijn buik krijgen als ik denk aan het geluid van de schaar die door een nieuwe lap stof ging, als mijn moeder zorgvuldig de patroondelen uitknipte op de grote tafel. Ook al was het niet eens voor mezelf, het betekende dat er wat moois gemaakt werd en ik vond het heerlijk om daar naar te kijken.
Nu ik er aan terugdenk was het een puur gevoel van huiselijkheid en veiligheid, bij mama aan de tafel.

Er is nog een herinnering verbonden met die ton met lapjes. Poppenkleren. Ik was een echt poppenkind en mijn grote zus Toos maakte kleertjes voor ze. Toos had zelf 2 poppen, Pietertje en Marette. Pietertje was een kale babypop. Marette kon staan en had stug, ingenaaid, rossig bruin haar. En slaapoogjes: als je de pop neerlegde gingen de oogjes dicht. Twee van mijn poppen hadden dat ook. Maar op een gegeven moment zag ik dat Marette een lui oogje had, eentje ging niet meer helemaal open als je haar rechtop zette. Dat irriteerde me en ik zou dat wel even fixen. Ik drukte op het oogje en “PLOP” daar schoten beide oogjes (die inwendig met elkaar verbonden waren) in het poppenhoofd en staarden 2 lege oogkassen mij aan. Als ik nou verstandig was geweest had ik het gewoon verteld en had de poppendokter het wel kunnen repareren. Maar ik was niet verstandig. Ik was zelfs heel stom, want ik pakte een stift en tekende een brilletje om de lege oogkassen. Alsof dat niet op zou vallen….
Om kort te gaan, Toos was, terecht, heel verdrietig en mijn moeder, terecht, heel boos dat ik mijn tengels niet thuis had kunnen houden. En ik moest het goed maken.
Bij het patronenblad Marion kon je een pop bestellen, met heel veel patroontjes voor hippe kleren. De pop zelf was een soort heel grote tienerpop, met buigbare benen en lang donker haar. Ze heette Bella geloof ik. Die pop moest ik voor Toos kopen van mijn zakgeld. Ze kostte 35 gulden en dat duurde even voordat ik dat met mijn 2 kwartjes zakgeld in de week plus wat rapportgeld bij elkaar gespaard had. Maar het lukte me en de pop werd besteld. Dat was al spannend want normaal gingen we naar de winkel als we iets wilden kopen, wij waren niet van de postorderbedrijven. De pop was prachtig en ik wou haar zelf ook wel! Dus nog weer heel lang sparen en ineens had ik het geld bij elkaar want de laatste 5 gulden kreeg ik van mijn oma.
De pop had buigbare knieën en dat was een unicum, je kon haar echt laten zitten! Ik noemde haar Marion, want ik vond Bella geen leuke naam. Toos maakte prachtige kleren van de lapjes uit de ton en ze was zo lief om de mooiste dingen (ik herinner me een ‘slangeleren’ jas, 2 x te maken, ook voor mijn pop dus. Ik probeerde toen ik wat groter werd ook het een en ander. Mama stak nog wel eens een helpende hand toe, want ik ben nooit een goede naaister geworden.

De ton die zo lekker rook is met lapjes en al verdwenen. Ik heb geen idee waar heen, helaas was mijn vader nogal opruimerig zonder met ons te overleggen.
Maar de poppen heb ik nog. Ik ging net op zolder kijken, ik kon Marion zo gauw niet vinden, die zit in een of andere doos ver weg en ik had geen zin om alles overhoop te halen. Ik heb wel een hippe foto op internet gevonden:

Mijn andere pop vond ik wel. Ze heet Hanneke en heeft deze zomer haar 55e verjaardag gevierd. Ze ruikt allang niet meer naar cumarine, maar naar oud plastic. Misschien moet ik haar stiekem een nachtje in het gemaaide weiland leggen, zodat ze weer de geur aanneemt uit mijn jeugd.

Cumarine:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Cumarine