Ode aan de douche

“En dit”, zei de Amerikaanse makelaar op tv, “is de blokhut. De prijs valt binnen jullie budget en we gaan even binnen kijken.” Ik liep via de beelden met het gezin mee, ik zag de rustieke uitstraling van het kleine houten huis, ik zag de werkelijk schitterende omgeving: geen andere huizen, maar bos, veld, een meer….. als ik toch eens zo kon wonen!
“Er is hier alleen geen stromend water”, zei de makelaar. En ik stond gelijk weer met beide benen op de grond. Dat er geen mogelijkheid was voor een douche, betekende einde verlangen voor mij.
Ik ben teveel gesteld op mijn comfort. Wat overigens iets anders is als luxe.

Ik kan niet zonder douche. Echt niet. Want een douche betekent voor mij veel meer dan een manier om je te wassen. Een douche zorgt vaak voor het gevoel dat ik op dat moment echt nodig heb.
Voor mij niets heerlijker dan na een vermoeiende dag onder douche te gaan, en de dagelijkse drukte door het doucheputje weg te spoelen.
Als ik het heel koud heb en me niet lekker voel: even lekker onder de douche en daarna voel ik me stukken beter.
Na een vakantiedag in de zon, een douche nemen met heerlijk geurende douchegel, er van genieten dat het witte schuim zo mooi afsteekt tegen mijn bruine huid en daarna lekker opgefrist iets leuks aantrekken om uit eten te gaan.
Een lange dag achterop de motor, waardoor ik stram en kil ben geworden, en dan in een hotel een heerlijke douche nemen, me daarna in een grote dikke zachte handdoek wikkelen en volkomen gelukkig zijn met dat gevoel.|

Zo verdrietig zijn dat mijn hart een pijnlijke bonk in mijn borstkas is en dan onder de douche bevrijdend mijn tranen laten stromen, die niemand hoeft te zien, maar die zich vermengen met het douchewater.
Ziek op bed gelegen hebben en dan eindelijk weer de energie hebben om even een douche te nemen, en me daarna echt opgeknapt voelen.
Overvallen door een regenbui tot op mijn hemd nat zijn, zodat alles onaangenaam en koud aan mijn lijf plakt, en daarna lekker een warme douche en een droge handdoek zodat alles weer goed is.
Een hele zaterdag hard werken in de tuin zodat ik mezelf als een aardmannetje voel, dan voor het eten onder douche, het water stroomt over mijn haar en mijn lijf en ik voel me daarna frisser als ooit te voren.

Het gevoel van het stromende water, de geur en de zachtheid van een heerlijke douchegel, ik zou niet zonder willen. Dan maar geen blokhut in de natuur.

Versie 2021

IK ZOU LEKKER STOUT WILLEN ZIJN

Ik wil het weer, ik wil het weer!
Ik wil weer handjes geven
En ik wil roepen elke keer
Hallo mevrouw, hallo meneer
lekker heel overdreven
En overal met mijn handen aan
de fles met dettol laten staan

Ik wil geen staafje in mijn neus
als ik een keer moet niezen
Ik wil ontspannen, niet nerveus
op een terrasje, glorieus
een lekker biertje kiezen
Met mijn dochter de sauna bezoeken
en winkelen zonder een afspraak te boeken

Ik wil zo graag genieten
en ik wil bij mij thuis
Geen bezoeklimieten
maar heel veel visite
gezellig feestgedruis
ik wil alles wat niet mag
de hele dag, de hele dag!

Ik wil mijn mondkap aan de kant
mijn kinderen omarmen
knuffelen zonder die afstand
en naar een zonnig buitenland
om lekker op te warmen
Al wat ik wil, dat is dus dit!
En als dat niet mag zeg ik: shit


Perfect

‘Zullen we Goede Vrijdag komen dan?’ appt mijn dochter. Ik stuur een blij gezichtje en een duimpje terug.
Ook dit jaar mogen we nog niet met het hele gezin bij elkaar zijn met Pasen. Maar zij op vrijdag, zoon op zondag, dan heb ik ze in ieder geval weer gezien en ben ik niet zo sip als vorig jaar.
Ik maak gelijk plannen voor het eten. Niet dat dat heel moeilijk is, want de traditie wil dat we involtini (Italiaanse vlees/kaas/ham-rolletjes) eten met Pasen en ook dat is er voor hen vorig jaar bij ingeschoten, dus dan maak ik het dit jaar gewoon 2x.
En taart! Er moet natuurlijk taart komen. Zelfgebakken uiteraard, want ik heb niet voor niets een Kitchenaid. (zie: Koekje van eigen deeg )

Ik ben net tante Petunia van Harry Potter: ”I want everything to be perfect on this special day!” Ik maak een boodschappenlijst, zoek mooie ingrediënten uit, het is tenslotte Pasen en ik wil dat alles perfect wordt.
Op vrijdagochtend begin ik met de taart. Het wordt een abrikozen-yoghurtcake, wat ziet die er heerlijk uit op de foto bij het recept!
Een luchtig beslag met ‘whirls’ van abrikozenjam, prachtig. Helaas zie ik bij mij geen whirls verschijnen, ik heb klontjes jam die zich maar moeilijk over het beslag laten verdelen. Ze zakken er in weg en er is geen mooie spiraalvorm te herkennen, hoe goed ik ook mijn best doe met mijn mespunt zoals in het recept staat.
O wacht, hier staat nog iets: Roer de jam los in een schaaltje en verdeel het vervolgens…etc…
Ja daar heb je het al, ik heb alleen de ingrediëntenlijst gelezen: een paar lepels abrikozenjam. Niks losgeroerd. Nou, dan maar zo proberen, niets meer aan te doen.
De taart gaat in de oven. Het gaat heerlijk ruiken maar ik zie de cake niet rijzen.
Als hij klaar is, laat ik hem afkoelen, het is geen schoonheid geworden maar er moet strakjes nog lekkere ‘creamcheese-frosting’ op en een chocolade decoratie, komt vast goed.
Ondertussen bedenk ik dat ik het ledikantje moet verschonen, gister sliep er nog een opvangkindje in, vandaag moet mijn kleinzoon er in slapen. Snel naar boven, beddengoed eraf, in de wasmachine. Ik begin een lichte stress te voelen als ik op de klok kijk. Krijg ik het allemaal klaar voor ze komen, ik wil dat alles perfect is!
Man heeft ook vrij genomen vandaag, hij loopt met de hond, zorgt voor de andere dieren , en maakt de kamer netjes en gezellig. Dan kan ik me helemaal op de keuken concentreren. Maar alles zit tegen. Mijn zo zorgvuldig uitgekozen ham voor de involtini blijkt veel te dun gesneden, scheurt aan alle kanten zodat ik geen gesloten rolletjes kan maken en ik voorzie dat in de oven alle kaas eruit gaat lopen. Verre van perfect. Ik maak gehaast de saus en als die staat te pruttelen zie ik dat de gesnipperde ui, waar ik mee had moeten beginnen, nog gezellig op de snijplank naast het fornuis ligt. Sh**.


Ik fruit de ui in een apart pannetje en doe die dan alsnog in de saus. De ui dan, niet het pannetje.
De klok tikt door.
Het beddengoed moet nog in de droger, is die wasmachine nou eens klaar?
Frosting! De taart moet af! Boter op kamertemperatuur, roomkaas, poedersuiker, mixen!
Het wordt een rare korrelige substantie, hoelang ik de Kitchenaid ook laat draaien. Het ziet er onsmakelijk en geschift uit, zo kan ik dat niet presenteren.
En dan komen, onvermijdelijk bij mij, de tranen. Als alles tegenwerkt terwijl ik het perfect wil hebben kan ik daar niet tegen.
Mijn altijd rustige man gaat naar de winkel voor nieuwe ingrediënten. Ondertussen gooi ik de vieze frosting weg en probeer wat orde te scheppen in de keukenchaos.
Als man weer terug is doe ik een nieuwe poging voor de frosting, deze keer zonder de boter want die was volgens mij de boosdoener en nu komt er een mooie fluwelige creme uit de beslagkom. Ik smeer het op de taart, doe er chocoladebloemen op en denk: nou zo moet het maar. Ik ben lang niet tevreden, het strookt niet met mijn perfecte plannen.
Ik kleed me snel om, restaureer met make-up mijn roodaangelopen gezicht, en dan hoor ik de hond blaffen. Ze zijn er.
Als ik de voordeur opendoe zie ik een heel klein jongetje de oprit opstappen.
“Oma! Oma!” hoor ik zijn lieve stemmetje. Ik smelt. Dit is perfect. Helemaal perfect. En het enige wat er werkelijk toe doet.

Niemand

Er was eens een niemand. Hij was de enige in zijn soort, daarom werd hij ook door iedereen gewoon ‘niemand’ genoemd. Geen mens kende hem persoonlijk of wist hoe hij er uit zag en toch speelde hij een rol in ieders leven. En meestal was de situatie waarin hij erbij gehaald werd niet positief.
Zo was er een vrouw, die zich heel eenzaam voelde. Ze zat somber in haar stoel en klaagde, omdat niemand op bezoek kwam.
Een kind had met een bal in de kamer gespeeld en keek bang naar zijn moeder. “Wie heeft mijn mooie, dure vaas gebroken?” vroeg ze. “Niemand”, antwoordde het kind.
Er stonden familieleden rond het sterfbed van een oude man. Ze waren te laat gekomen en ze zeiden tegen elkaar dat niemand hier iets aan had kunnen doen.

Niemand merkte dat hij steeds vaker genoemd werd, in het hele land.
Steeds meer mensen begonnen hun eigen verantwoordelijkheid af te schuiven, ze vonden het gemakkelijker om niemand er voor op te laten draaien.

Bij een dorpje aan de oever van een groot meer werd een fabriek gebouwd. Na een poosje stierven de vissen en begon het water te stinken.
“Jullie lozen vervuild water!”, riepen de inwoners van het dorpje beschuldigend.
“Nee, dat doet niemand”, verdedigden de directeuren van de fabriek zich.
In de laatste stukjes ongebruikte natuur verrezen energiecentrales met nieuwe technieken. Ineens kregen mensen gezondheidsklachten en ze wezen naar de ingenieurs.
“Niemand weet dat”, reageerden die op de vraag of het allemaal wel veilig was.
In de grote stad raakten gezinnen in financiële problemen, omdat er fouten waren gemaakt in het belastingstelsel. De mensen vroegen naar de regels voor uitbetaling en de ambtenaren antwoordden : “Daar houdt niemand zich aan”.
Toen het hele land werd getroffen door een mysterieus virus werd er in aller ijl een medicijn ontwikkeld.
“Niemand heeft er voordeel van”, zeiden de farmaceuten die de torenhoge prijs bepaalden.

Op deze manier ging het niet goed met het land, alleen niemand leek het te zien.
Heel soms kwam er toch een waarschuwing, van een journalist, een dokter, een dominee, maar tevergeefs.
Niemand maakte zich grote zorgen, omdat de mensen niet wilde luisteren. Ze gingen gewoon door met waar ze mee bezig waren.

Op een gegeven moment leek het tij dan toch te keren. Een groep mensen verzamelde zich op een plein in de hoofdstad. Ze hadden spandoeken bij zich en schreeuwden leuzen: “Wij luisteren naar niemand!”
Ze dachten het verschil te gaan maken, maar in plaats daarvan kregen zij onderlinge meningsverschillen. Ze vonden namelijk allemaal op een andere manier dat ze niemand moesten volgen. En zo werd er niets bereikt en de groep viel uit elkaar.

Niemand had er verdriet om dat de inwoners van het land verkeerde beslissingen maakten, de mensen wilden het zelf niet zien. Ze vonden het wel zo prettig om niemand verantwoordelijk te houden voor alles wat niet goed was. En het duurde niet lang of andere landen gingen hun voorbeeld volgen. Ze zeiden dat niemand de regenwouden kapte, niemand schuldig was aan armoede en honger, niemand discrimineerde en niemand wapens verhandelde.
De schuld lag bij niemand, daar was iedereen het over eens. Het ging van kwaad tot erger.

En toen niemand uiteindelijk ingreep was het voor de mensheid inmiddels te laat.
Niemand leefde nog lang en gelukkig.

Slingeraar

Door het voortdurende geblaat van Baudet de afgelopen tijd zit ik steeds met het liedje van ‘Thierry de Slingeraar’ in mijn hoofd. Althans, met de variant daarop die we vroeger zongen.

Thierry la Fronde was een serie over een soort Robin Hood, maar dan in Frankrijk.
De pech was dat het op zondagavond uitgezonden werd en dan werd er bij ons thuis geen tv gekeken. De enige uitzondering hierop is de serie Floris geweest en tot op de dag van vandaag weet ik niet voor 100% zeker waarom Floris die speciale positie had. Ik denk toch eigenlijk omdat mijn vader het stiekem zelf zo’n leuke serie vond. Catweazle en Thierry de Slingeraar waren ook leuk, maar die kwamen niet aan in huize van Bloois.
Dat ik er toch wat van heb gezien komt omdat ik wel eens bij mijn vriendinnetje bleef eten op zondagavond of bij de buren was.
En zo kon ik toch wel eens een beetje meepraten op school ’s maandags. En meeblèren met het liedje:


Ik ben Thierry de Slingeraar,
Ik slinger de hele school in elkaar
Behalve mijn meisje ehehen ikzelf

Deze fraaie tekst is beslist niet de officiële, maar ik denk nu zelfs dat er eigenlijk helemaal geen tekst was! Ik kan echt niks vinden op YouTube en op Internet. Het intro van de serie is instrumentaal en volgens mij hebben we er dus zelf maar een tekst op verzonnen!
Weten jullie dat misschien, lezers van mijn generatie?

Floris was een leuke man om naar te kijken, blond en knap. Ja, ook kleine meisjes kunnen dromen hoor.
Rutger Hauer bleef acteren dus die zag ik, tegelijk met mezelf, steeds ouder worden. En eerlijk gezegd hield ik al heel gauw op met dromen, want ik was al snel niet meer zo van hem gecharmeerd.
Thierry was ook leuk om naar te kijken, donker en knap.

Maar die ben ik gewoon helemaal vergeten. En omdat het liedje maar steeds in mijn hoofd zat, was ik eigenlijk best benieuwd hoe die acteur er nu uit zou zien. Hij heet Jean-Claude Drouot, gelukkig mag ik het typen en hoef ik het niet proberen uit te spreken.
Jeetje die man heeft een karakterkop gekregen!

Dat vind ik nou echt mooi. Iemand die in z’n jonge jaren echt een stuk was (is vast nu een ouderwetse uitdrukking), waar menig meisje een poster van boven haar bed had hangen, en die nu zo’n doorleefd gezicht heeft dat het ook weer heel mooi is.
Ik heb de man totaal niet gevolgd, zoals gezegd: ik was hem helemaal vergeten.
Hij acteert nog steeds, vertelt IMDB, maar er zijn weinig tot geen Franse films en series hier op tv.

Maar toch heeft hij zich voor mij onsterfelijk gemaakt. Met een liedje wat niet eens bestaat.

Vrouwen

Gister was het wereldvrouwendag. Dan zijn vrouwen ineens heel solidair met andere vrouwen. Het zou best mooi zijn als dat op de andere 364 dagen van het jaar ook zo was.
Nee, dat is te kort door de bocht, dat weet ik zelf ook wel. En ik krijg mijn redenatie sowieso niet sluitend want ik heb commentaar op vrouwen die commentaar op vrouwen hebben. Dus ik maak me zelf ook schuldig aan hetgeen waar ik me zo aan kan ergeren.
Vrouwen komen voor elkaar op in moeilijke situaties en dat moet! Maar vrouwen kunnen elkaar ook zo vreselijk afkammen. Om uiterlijk, om gedrag.


Ik heb me er al vaak over verbaasd dat het in de mensenwereld zo anders is geregeld als in de dierenwereld. Bij de meeste diersoorten ziet de vrouw er onopvallend uit en is de man in uiterlijk nadrukkelijk aanwezig. Moet er een partner gevonden worden dan sloven de mannen zich enorm uit en kijken de vrouwen rustig toe en kiezen. Zonder zich van te voren opgetut te hebben, ze behagen de man blijkbaar zo ook al genoeg. Gewoon door hoe en wie ze zijn.
Maar mensenvrouwen…doen hun best om maar zo aantrekkelijk mogelijk te zijn en al hun seksegenoten te verslaan. Er zijn natuurlijk vrouwen die daar niet mee bezig zijn maar die worden dan door andere vrouwen met de nek aangekeken. Uitgemaakt voor grijze muis, saaie doos, noem het maar op allemaal. Vrouwen hebben meedogenloos commentaar op andere vrouwen. Is dat om zichzelf beter te kunnen voelen? Vrouwen zijn vaak helemaal niet aardig voor elkaar. Iedere vrouw vindt wel wat van een andere vrouw. Ja, ik ook want anders schreef ik dit stukje niet.


Vrouwen vinden onderling dat er regels zijn over wat wel kan en niet. Je moet er op een bepaalde leeftijd zo en zo uitzien en anders deugt het niet. Dan wil je te jong zijn of je bent te ouwelijk. Mannen hebben dat helemaal niet. Zowel een jongen als een man van 60 draagt een spijkerbroek en een t-shirt en dat vindt iedereen prima. Makkelijk hoor!
Er kwam op Facebook een advertentie voorbij van een kledingzaak. Een vrouw van rond de 60 showde een pakje. Stapels vrouwen reageerden afkeurend. “Ze ziet eruit als een opoe”. “Veel te ouwelijk, niet sexy”. Heel veel commentaar, er deugde allemaal niks van, de ene opmerking nog chagrijniger dan de andere.
Later van diezelfde winkel weer een advertentie, met hetzelfde model, nu in een korte jurk. Commentaar was niet van de lucht. “Veel te kort”. “Dat kan echt niet meer als je 60 bent”.
“Ze denkt zeker dat ze nog sexy kan zijn”.
Ik weet het niet hoor. Wat mag en moet je dan wel als je 60 bent? Daar bestaan toch geen regels voor! Je mag toch dragen waar je jezelf prettig in voelt? Of dat nou een kort jurkje en pumps zijn of een fleecetrui en wandelschoenen? Zonder dat je door andere vrouwen wordt bekeken en beoordeeld (= afgemaakt)?

Wereldvrouwendag gaat over de positie van vrouwen in het leven en in de maatschappij. Een heel belangrijk onderwerp want veel vrouwen hebben minder kansen dan mannen, of worden zelfs onderdrukt. Dat is verschrikkelijk onrechtvaardig en daar zouden vrouwen onderling zich druk over moeten maken. Niet over het uiterlijk. Want we roepen allemaal dat uiterlijk oppervlakkig is, maar toch hebben we allemaal een oordeel klaar, puur gebaseerd op hoe een vrouw er uit ziet. Ja, ikzelf ook. En daar ben ik niet trots op. Als we dat nou eens konden uitbannen, dan waren we een stuk verder in wat werkelijk belangrijk is.

Koekje van eigen deeg

Volgens mij heb ik hier nog niet verteld dat ik een KitchenAid gekregen heb. Ik was daarvoor aan het sparen maar tot mijn grote verrassing kreeg ik hem pas geleden van mijn man!
Ik was nooit zo’n bakker maar de laatste tijd ging ik het steeds leuker vinden en werden mijn baksels ook steeds beter, vandaar dat ik graag die machine wilde hebben.
Hij staat als hij niet aan het werk is te pronken op het aanrecht en ik ben er superblij mee.
En ik bak vrijdags of zaterdags wat lekkers. Wat was ik trots op wat er steeds uit de oven kwam, ik ging er bijna van naast mijn schoenen lopen.


En dan komt het moment dat je ontzettend de mist in gaat en je je plaats weer weet. Vandaag dus.
Ik ging namelijk sprits bakken! Op de voorkant van mijn bakboek uit 1983 (ik typte per ongeluk eerst 1893 maar zo oud is het nou ook weer niet) staat een mooie glazen stolp met goudgele sprits.
Ik heb dan niet zo’n glazen koekschaal maar die sprits die zou er komen. Het recept was namelijk heel niet moeilijk.


Ik deed precies wat er stond, de KitchenAid mixte een fluwelig deeg, ik deed het over in een spuitzak met een handigheidje zoals ik Rudolph van Veen had zien doen en was enorm in mijn nopjes met mezelf. Het opspuiten van het deeg op de bakplaat was niet geheel gelijkmatig maar ik vond dat ik het best goed gedaan had.


In gedachten zag ik Janny van Heel Holland Bakt al een goedkeurende blik van verstandhouding geven aan Robèrt.
Ik schoof de bakplaat in de oven, zette de kookwekker en ruimde de spullen op. Toen ging ik, net als op tv, voor de oven zitten kijken.

Maar ach, ik deed blijkbaar aan een heel ander programma mee: Heel Holland Kwakt.
“De signatuuropdracht van vandaag heeft het thema ‘film’. De jury denkt dat Annelies heeft gekozen voor een mix tussen ‘Flubber”en ‘the Mummy’, maar het blijkt een poging te zijn voor ‘The Blob’ en het is een niet onverdienstelijk resultaat’


Ik zat op mijn krukje voor de oven te gieren. De 2 rijen deeg kropen steeds verder naar elkaar toe tot ze contact maakten.

Misschien kreeg ik zo nog kleine spritsjes? Het zag er allemaal erg onsmakelijk uit en ik moest zo verschrikkelijk lachen dat ik het maar ternauwernood droog hield en zelfs een pufje nodig had (ik ben astmatisch)
Toen de kookwekker ging, haalde ik de bakplaat uit de oven. Het rook wel erg lekker trouwens.


Maar ik vond wel dat mijn boek een langere ondertitel had moeten hebben: “Wat u zelf bakt smaakt het lekkerst, maar ziet er niet uit”
Ik ging even mijn Meesterbakker Irene op de hoogte brengen. Die zei, toen ze uitgelachen was: “Heb je het deeg wel lang genoeg gewreven?” “Eh…..” Ik was even stil. Deeg gewreven? Gewreven? Hoe dan? En waarom?
“Nee, dat staat heel niet in het recept en ik weet niet eens hoe je dat doet”
Ze stuurde me gelijk een link van een ander sprits-recept waarin dus inderdaad staat dat je het deeg moet wrijven. En eerst met de hand moet mengen. Dat je daar dus helemaal geen KitchenAid voor nodig hebt! Daar heb je het al, een heel verkeerde keuze, die spritsen.


Ik sneed mijn koekplaat in stukken en liet ze afkoelen. En toen was het tijd om te proeven.
Janny: “De smaak is goed, de structuur is bros. Maar het uiterlijk valt me wat tegen”
Ja Janny, mij ook. Wrijf het me nog maar even in! Het is gewoon een misbaksel.

Ik mag de tent verlaten.

Vieze woorden

Aan Engelse woorden ontkomen we niet meer. Ik betrap mezelf er op dat ik ze ook vaker gebruik dan vroeger. Zal ongetwijfeld door TV en Internet komen. En ‘taal is beweging’ zeggen ze. (Nee ik ga me er nu niet in verdiepen wie ‘ze’ zijn)

Toch hou ik heel erg van het Nederlands, volgens mij is onze taal nog steeds toereikend genoeg om duidelijk te maken wat je wilt, wat je voelt en om bijvoorbeeld sfeer te beschrijven. En ben ik voor sommigen een irritante taalpurist (al heb ik het opgegeven om me als zodanig te profileren want je kan er donder op zeggen dat je ruzie krijgt, omdat een puur technisch gegeven wordt gezien als persoonlijke aanval) Maar soms vraag ik me wel eens af of Nederlands wel bestaat. Ik bedoel: het is überhaupt al een mix van talen (deze zin dus) en voor bijvoorbeeld leestekens zijn er niet eens Nederlandse namen! Een punt ja. Maar accent-grave en accent-aigu en accent-circonflex? Vertel mij maar wat daar Nederlands aan is. En dat hebben we ook al honderden jaren geaccepteerd dus ik ga me er niet druk over maken.
Toch vind ik het vreemd om op de Facebookpagina van Noorderland te lezen: ‘Check online waar de stinzenplanten bloeien’. Oud Nederlands en nieuw Engels gecombineerd in één zin. (Nu ik dit typ, zie ik trouwens dat Facebookpagina ook al een gecombineerd woord is )


Waar ik echt om moet lachen, zijn reclame- en/of producttermen waarin Engels en Nederlands gecombineerd worden. Het moet trendy (Engels woord!) maar ook Nederlands en dan krijg je bijvoorbeeld dit: De Garden Gourmet Sensational Braadworst!
Ik bedenk het niet zelf, het bestaat!


Weet je wat ik ook erg grappig vind? Nederlandse mensen die Engelse productnamen of programma’s aankondigen. Nederlandse tekst en een paar Engelse woorden met een dik Nederlands accent.
Dus moet ik lachen als er op TV een reclame is voor Elvive No Kut Herkriem of de aankondiging ”Alleen te zien op Diskofferie Plas”
Kinderachtig hè? Stiekem nog om vieze woorden grinniken. Grow up!



Je bent een rund als je met sprookjes stunt

Marketingbureau, vrijdagmiddag 15.53 u. “O ja, Henk, had jij nog aan die opdracht van die supermarktketen gedacht? Om die te kleine appeltjes een beetje leuk te kunnen verkopen?”
Henk roept: “Ja ik ben er mee bezig” en denkt: sh** helemaal vergeten! Maar ik wil wel om 4 uur stoppen, het is vrijdag en ik heb zin in een biertje.
“Maandagochtend 10 uur willen ze het hebben ok?”
“Geen probleem!” Henk denkt koortsachtig na. Wie wil er nou vredesnaam te kleine appeltjes kopen? Ouders! Voor kinderen! Ja dat is het, twee vliegen in één klap, we geven het een gezond imago, dan kan de supermarkt er direct anderhalf keer zoveel geld voor vragen. Wij een succes, zij een succes, win-win situatie.
Bier!

Maandagochtend 9.45 u. . Henk neemt z’n vierde kop koffie en graaft in zijn geheugen naar zijn appeltjesidee. O ja, voor kinderen, dat was het.
Wat vinden kinderen leuk? Disney. Sprookjes. Zie je wel, het is helemaal niet zo moeilijk.
Bestond er niet een sprookje over appels? Even googlen. ‘Sprookje met appel’…Sneeuwwitje! Daar heb ik nog wel een leuk plaatje van, copy, paste, done! 9.59u. : Verstuurd.

Supermarktketenbaas: Och wat leuk en aantrekkelijk zo, goed gedaan!
We plaatsen gelijk een grote order bij de plastic zakken fabriek. Dit gaat verkopen.

Klant loopt door de winkel, ziet de kinderappeltjes. Klant kent haar klassiekers en trekt de wenkbrauwen op.
Heeft dan niemand in deze productielijn het besef gehad dat Sneeuwwitje heel wat ellende heeft beleefd door die appel? Dat ze er aan dood ging en niet zo’n beetje ook? Dat dit dus de grootste anti-reclame is voor appeltjes die je maar kan bedenken?

Deze supermarkt heeft al niet zo’n best imago (wat ik over het algemeen niet terecht vind) maar dit krikt het nou niet echt op, zeg. Wat een dom gedoe.

Hartverwarmend koud

Het weer is veranderd en ineens lijkt alles een beetje leuker.
De zon schijnt, het ziet er buiten mooi uit met sneeuw en ijs, je ziet veel meer mensen en iedereen is vrolijker. Inclusief ikzelf. Ik kan de humor weer van dingen inzien, onze geestdodende sleur is onderbroken.
Zo ga ik de konijnen voeren en grinnik omdat mijn handschoenen direct aan de deur van de ren vastvriezen bij iedere beweging en ik me letterlijk los moet scheuren.
Heb ik plezier omdat die beestjes gezellig buiten zitten te genieten in het zonnetje, in plaats van verscholen voor het slechte en grauwe weer.
Wil ik met brute kracht het steelpannetje waar de kippen uit drinken lostrekken van de grond maar val achterover met alleen het steeltje in mijn handen. Ik lach in mijn eentje om de stompzinnigheid, terwijl 8 zwarte kraaloogjes naar me kijken en ik zachtjes “pòòòk” hoor. Ik stel me zo voor dat de dames strakjes als ik weg ben het eens uitgebreid over me gaan hebben.
Ik breng de voerschepjes weer terug in de schuur, wat niet meevalt want de bijkeuken staat bomvol met kinderwagen, wasmand, en een veel te volle oud-papier doos en daar moet ik eerst langs. En als ik dan zie dat ik een wikkel van haakgaren om mijn voet mee naar binnen stap vind ik dat ook weer grappig. Ringsteken voor beginners.


Bert is gaan schaatsen, eindelijk op natuurijs! Helaas wel gevallen, op zijn ribben. Daarom durft hij, inmiddels weer thuis, niet te niezen en klinken er idiote geluiden naast me, waar ik harteloos om ga zitten lachen.


Lenny heeft een sneeuwklontje tussen zijn voetkussentjes en piept en jankt alsof zijn poot geamputeerd wordt. Tuurlijk doet dat zeer, maar hij is ook wel een dramaqueen. Hij weigert nog een stap te zetten, maar ik mag er ook niet aankomen. En we zijn nog lang niet thuis. Dus hijs ik hem in mijn armen, (het is ook echt zo’n heerlijk formaat hond om te dragen) en sjouw met hem door de straat. Normaal haat hij het om opgepakt te worden, nu word ik overladen met onfrisse hondenkusjes tot op mijn bril aan toe. Ik moet lachen om het idiote van de situatie. Hij kalmeert ervan, ik zet hem neer en mag dan uiteindelijk het boosdoenertje verwijderen. Hij leert er wel van, want in de volgende dagen gebeurt het vaker en dan staat hij stil, tilt de zere voet op en kijkt mij aan. Zo zie ik het liever dan dat hij in de paniek schiet natuurlijk.


Mijn kaboutertje bij de voordeur was ingesneeuwd, er kwam alleen nog een puntmutsje een tevoorschijn boven de sneeuw. Dramatisch, dus ook weer grappig.

Dat ik deze kleine dingetjes grappig vind, geeft me moed. Het hoort bij mij dat ik plezier kan hebben in onbenulligheden en ik ben blij dat ik het terug heb.
En ook weer zin om verder te kijken. Dingen te maken en te verzinnen.
Ik zit in mijn vensterbank te mijmeren. Met thee, in de nieuwe beker die ik als verrassing deze week van mijn kinderen kreeg, met zelfs nog een hoop extra’s erbij. Ook iets om dankbaar en blij voor te zijn.
Ik zit in de zon achter het raam en zie vreemde sporen in de sneeuw onder de tuintafel. Wie zal daar gelopen hebben?

In mijn hoofd vormt zich een verhaaltje over een ijskonijn.
En ik ben blij dat ik mezelf weer word.



.