Lijstjesleed

Vandaag een gecombineerde blog, met als hoofdauteur mijn dochter Irene, die het eerste gedeelte geschreven heeft.

“Boodschappen doen. Een van de (huishoudelijke) taken die iedere keer weer terugkomt. Want al kom je met tassen vol thuis, de week erna is toch je koelkast weer errrg leeg.
Ik, of nou ja, laten we eerlijk zijn, wij, want meestal gaan we gezellig met z’n tweetjes na dansles, doen 1 keer per week boodschappen. Ik maak van te voren een lijstje wat ik die week allemaal wil eten (zoek al lekker receptjes op etc) en zorg dat alles in huis is. Brood kan in de vriezer, groenten goed bewaard blijft echt wel een week vers.
Het lijstje staat ook altijd op volgorde van de winkelindeling, want anders loop ik tachtig keer kriskras de winkel door en dat is irritant.En als er net niet is wat ik nodig heb, ga ik tussendoor nog even een keertje gauw naar de supermarkt om de hoek om dat te halen. Daar kom ik niet zo graag, want ik vind hem duur en onhandig ingericht, maar het is wel handig dat er eentje vlak bij zit.
Afijn!
Ik zei dus, ik maak een lijstje wat ik nodig heb. Maar gedurende de week loop ik heus wel tegen dingen aan die niet met avond eten te maken hebben maar die wel gekocht moeten worden. Jan en ik hebben een app, Todoist. Echt een walhalla voor mensen die van lijstjes houden . Wij dus. En trouwens, moeders is ook een lijstjes koningin.
( Klein zijstapje: Wij hebben tienduizend projecten in Todoist staan. Variërend van “boodschappen” tot “inpakken vakantie” tot “huisklusjes” tot “lekkere wijnen”, “films die we nog willen zien” noem maar op. En het ideale is, als ik er wat in zet wordt Jan zijn lijst ook automatisch geüpdatet)
Dit is natuurlijk ook ideaal voor boodschappen. Bijvoorbeeld:  ik sta te koken en maak  de bakboter bijna op. Hoef ik alleen maar te roepen naar Jan dat ie de bakboter even in de lijst moet zetten en hup het kan uit mijn hoofd. En ik zorg dat de volgende keer met boodschappen doen er dus bakboter mee komt. Voor we in de winkel zijn schuif ik alles even op volgorde van de paden, zodat het boodschappen doen lekker snel gaat.
Ideaal klinkt dat hè?
In principe wel ja! Maar dan loop je in de winkel en denk je ineens: OH WACHT volgens mij was dit of dat ook bijna op!
Wat dus eigenlijk niet kan, want dan had het wel in de lijst gestaan. Maar ik ben er dan van overtuigd dat we het ècht niet hebben, dus het moet ook mee.
Op een of andere rare manier gebeurt dit de laatste weken met eieren. Ik weet niet hoor, maar ergens is mijn hoofd panisch dat er een moment komt dat we geen eieren hebben denk ik. Een paar weken geleden appte ik moeder al met een foto. Ik ging de boodschappen opruimen, waaronder dus nieuwe eieren, zag ik dit:

img-20190412-wa00108052242137069378795.jpg

Nou, best ruim voor twee personen,  zou je zeggen.
Afgelopen maandag gingen we weer boodschappen doen. En vraag me niet hoe het kan hoor. Het lijstje werkten we netjes af. Maar mijn hoofd was weer all over the place: . “oh we moeten nog rozemarijn!!!” “oh tandenstokers!” en je voelt hem aankomen denk ik hè…. “oh we moeten nog eieren” En dus vloog ik ondanks onze mooie lijst nog van hot naar her door de Jumbo. (diepe zucht van Jan als gevolg, want ik mag niet meer zo rennen en vliegen van hem)
Maar ik deed het toch, want ik moest gewoon die dingen hebben die niet op het lijstje stonden, maar wel van levensbelang waren.
Dus……

 

Leuk hoor, lijstjes. Het werkt, echt! Maar alleen als je je er aan houdt 😉 ”

Ach, die Irene.  We zullen het maar op zwangerschapshormonen houden.  Nou ben ik zelf, zoals ze al noemde, inderdaad de koningin van de lijstjes. Maar ik heb nog wel eens de onhebbelijke gewoonte om mijn boodschappenlijstje ofwel thuis te laten liggen ofwel kwijt te maken (éen keertje heb ik het zelfs per ongeluk gepost met de kerstkaarten) en ik heb niet zo’n fancy app op mijn mobiel.  Twee redenen:  ik wil graag mijn handen vrij hebben bij het boodschappen doen, en mijn man heeft niks met lijstjes dus dat samen invullen is bij voorbaat al tot mislukken gedoemd.
Maar wat Irene hierboven beschrijft, doe ik ook. Al jaren.  Nog niet zo lang geleden heb ik het laatste busje kaneel van de Edah uit Zeewolde leeg gemaakt.  Er is 14 jaar geleden een idiote hoeveelheid kaneelbusjes meeverhuisd, omdat ik daar toen ook steeds in de winkel dacht: Oja , de kaneel is op.
Ik heb het gehad met azijn.  Op den duur had ik 6 flessen azijn in de kast staan. Nuttig wel ja, als de 3e wereldoorlog uitbrak, had ik tenminste een goede voorraad azijn.
Kappertjes, ook zoiets.  Iedere keer als ik pizza of fishpie wilde maken kocht ik weer een potje “want de kappertjes waren op” En ook iedere keer openmaken hè? Dus afgezien van de 4 potjes in het keukenkastje heb je dan zo’n  koelkast: img-20180119-wa00024322505583297517354.jpg
En dan word ik zo moe van mezelf…..
Ook omdat dingen die ècht op zijn dan niet gekocht worden, omdat ik die elke keer vergeet.  Knijpers bijvoorbeeld.
Al ben ik bang dat àls ik dan op den duur bedenk dat ik die moet kopen,  ik uiteindelijk een vakantiechalet kan gaan bouwen van de knijpers die ik dan inmiddels gekocht heb  vanwege “O ja. knijpers!”
Irene heeft een excuus vanwege haar zwangerschap, zeggen we.  Maar volgens mij is ze gewoon erfelijk belast.

 

Handwerkles

Men weet inmiddels vast wel dat ik van handwerken hou. Dat is niet altijd zo geweest, jaren geleden heb ik er nog eens een blog over geschreven: Zus en zo
Daar eindig ik met dat ik inmiddels heel veel gebreid heb. Maar de laatste jaren heb ik ook heel veel gehaakt. Ik heb al minstens 10 dekens gehaakt (heerlijk die grote projecten) en ook een heleboel klein spul. Knuffels, popjes, pannenlappen, armbanden, sleutelhangers, cactussen (of is het cacteeën) ,decoratie-dingetjes…., met haken kan je heerlijk je eigen creativiteit gebruiken.
De kinderen die hier in de opvang komen krijgen natuurlijk ook wel het een en ander mee van mijn hobby. Er staat altijd wel een mand met garen, er ligt werk in de vensterbank te slingeren en als ze aan het spelen zijn neem ik het er ook wel eens bij.
Vanmiddag pakte ik de twee dekens, die ik voor ons toekomstige kleinzoontje gehaakt heb, om ze in de wasmachine te doen, ze waren nu helemaal klaar.
“Zo mooi hè,” zei Fleur, die gezellig aan tafel zat. “Ik wil dat ook wel kunnen”.
“Ik ook wel”, zei Vera. Ze keken elkaar aan. “Wil je ons leren haken?” vroegen ze. Ik dacht even na. Ik heb niet zoveel haaknaalden en eigenlijk heb ik ze zelf allemaal nodig. Ik heb daarentegen wel een belachelijke hoeveelheid breinaalden, dus ik vroeg: “Willen jullie niet liever leren breien?”
“Ja!” riepen ze enthousiast. Ik pakte naalden en vroeg welke kleur wol ze wilden.
Ik heb namelijk een heerlijke voorraad garens boven, in zowat elk denkbare kleur.
Mijn schatkisten.
Fleur koos blauw en Vera roze .
“Mag ik ook?” klonk er ineens vanuit de huiskamer. Maurits zat daar te spelen op zijn Switch, maar hij legde hem gauw weg. Hij wilde ook leren breien, geweldig. Hij koos grijze wol.
Ik zette voor hen alledrie 20 steken op en deed langzaam voor hoe te breien. Insteken, omslaan, doorhalen, af laten glijden. In-Om-Door-Af. Geconcentreerd gingen ze aan de slag. Ik kwam handen te kort en mijn voeten waren niet snel genoeg om om de tafel heen te rennen van de een naar de ander, de hulpkreten waren niet van de lucht. Maar wat hadden we een lol met elkaar. Ik dacht terug aan mijn eigen brei-lessen. Ik had helemaal geen lol gehad. Ik wilde het ook niet leren, maar ik moest. En geen juf die er rekening mee hield dat ik linkshandig ben en dat ze het me rechtshandig aanleerden. ‘Stel je niet zo aan, je zult leren breien!’
Hier geen tranen van frustratie, alleen maar dikke pret als er iets raars gebeurde. De steken leken een eigen leven te leiden, ze gingen zelfstandig van de naald af, of weigerden juist om zich te verplaatsen. De breinaalden van de kinderen voelden op den duur hopeloos vertrouwd aan: kleverig en stroef, met steken die zo strak zaten dat er geen beweging in te krijgen was, of juist veel te grote lussen zodat ze met drie,vier tegelijk erafvielen en wegrafelden. Maar de kinderen waren alledrie zo vastbesloten om door te zetten! Fleur was de eerste die doorhad hoe het nou werkelijk moest.
Die hoefde ik niet meer te helpen, ze breide uiteindelijk zo zelf een toer uit. Dat wilden de andere twee ook natuurlijk, maar het systeem zat er nog niet zo in. Ik bleef geduldig uitleggen en toen nog eens op een andere manier…. en ineens kreeg Maurits het ook door.

Maar de arme jongen zat zo verkrampt te turen, dat ik zei dat hij even pauze moest nemen. Vera had er nog steeds geen kaas van gegeten, maar ze lachte zich tranen om de vergelijkingen die ik maakte met haar werk.
Fleur breide vlijtig door en verheugde zich al om dit aan oma te vertellen en te laten zien.
Toen ik haar met een gevallen steek hielp, telde ik inmiddels 30 steken op haar naald in plaats van de de 20 die ik opgezet had en ik had stiekem plezier omdat ik mezelf van vroeger terug zag. Ik hielp Maurits weer op gang en rende vervolgens weer naar Vera, het was topsport.
De kinderen breiden door tot hun moeders ze kwamen halen en ze waren alledrie apetrots op hun werk, geweldig.
Ik plofte op een stoel , hèhè. Het leven van een handwerkjuf viel nog niet mee, hoe leuk het ook was!
Ik kreeg een appje van Irene. Eén van de twee babydekens maakt zij ook, we zijn tegelijk begonnen, bij wijze van privé- Cal ( Cal= Crochet along) . Ze stuurde een foto dat ze bezig was de draadjes af te hechten, maar haar kat Puck zat er bovenop, dus dat ging niet handig.
Ik appte terug: ‘Prik haar even zachtjes…’ Prompt kreeg ik deze foto terug met het onderschrift: ‘Dit vindt ze van jouw opmerking’:img-20190507-wa0009~23442283069318356967..jpg

De blik……

Zo zou ik vroeger gekeken hebben als iemand tegen me had gezegd dat ik handwerken leuk zou gaan vinden.
Maar ik ben trots op mijn kinders. Goed resultaat voor de eerste poging, nietwaar!

img_20190507_1715282849185478127327595247.jpg

Fleur en Maurits wilden hun werk mee naar huis, vol plannen om thuis verder te breien en sjaaltjes en dekentjes voor hun knuffels te maken.
Vera liet het bij mij liggen, voor de volgende workshop, zoals ze zelf met een big smile zei.
Ik wist niet goed hoe ik dit verhaal moest eindigen. Maar Bert zei: “Brei er gewoon een eind aan”. Dus bij deze.

Open

Hoe zal ik dit stukje nou eens beginnen. Op school heb ik geleerd dat je een brief of een opstel nooit met het woord ‘ik’ mag beginnen en dat zit er zo ingebakken, dat ik me daar nog altijd aan hou.
Maar wat ik nu wil schrijven gaat wel over wat ik ervaar. Goed, ik ben nu drie regels verder, dus de volgende zin mag wel met ‘ik’ beginnen.
Ik probeer zoveel mogelijk open te staan voor wat er gebeurt in mijn leven, wat ik niet zou zien als ik niet open stond. Zo, lekker vaag dit. Maar hoe kan ik nou eigenlijk concreet omschrijven wat ik bedoel, als het meer een gevoel is, een wow-moment, een ‘ nou ja zeg, dit is exact wat ik nu nodig heb’ moment.
Al meerdere keren in mijn leven heb ik dingen ervaren waarvan ik zeg: dit is te toevallig.
Dit gebeurt nu omdat ik het nodig heb, of: dit is een antwoord.
Nu ik me daar bewust van ben, probeer ik ook zoveel mogelijk hiervoor open te staan. Te zien wat er gebeurt, op momenten dat ik ergens , al dan niet bewust, om vraag. En dan niet met mijn eigen van te voren bedachte oplossing, maar met een ‘open mind’ . En het werkt. Het werkt echt.
Ik zie dat niet alleen voor mezelf, maar ook voor degenen van wie ik hou. Daar kan ik echter niet over schrijven, dat is niet gepast, ik moet het bij mezelf houden.
Waarom nu vandaag dit stukje? Omdat ik vanmorgen weer zo’n moment had. En ik ben er nog steeds van onder de indruk en ik voel me nog steeds geëmotioneerd, maar blij.
We gingen wandelen. Na een lekker zondagsontbijtje de wandelschoenen aan, Lenny aangelijnd en naar buiten. Het waaide hard en de lucht was dreigend, maar we gingen er op uit.
We liepen langs de weilanden en kwamen bij een kanaal. Deze wandeling duurt ongeveer anderhalf uur en ik heb hem vroeger vaak gemaakt met onze Tess (voor lezers die haar niet kennen: onze grote zwarte hond, zij is ruim 7 jaar geleden overleden. Zij was heel erg speciaal voor mij.).
Bij dat kanaal is een steigertje en daar hield ik met haar altijd even pauze. Dan at ik mijn meegenomen appeltje en zij kon even heerlijk zwemmen, want dat deed ze zo graag. Het was ‘ons’ plekje.

img_20190505_1149530803041091718621166486.jpg
Vanmorgen liepen we er na een hele poos weer eens langs en ik zei tegen Bert: “Wacht even, ik moet even naar het steigertje, Tess haar plekje”
Omdat Lenny helemaal niet van zwemmen houdt, is dit nog steeds alleen het plekje van Tess.
Ik stond op de steiger en keek over het grauwe water en dacht aan haar, hoeveel ik van haar gehouden heb en hoe fijn we het hier hadden. Op hetzelfde moment zag ik een klein lichtje op het water schijnen, precies op de plek waar zij altijd rondplonste. Ik keek omhoog en zag een piepklein gaatje in het dikke wolkendek. Daar scheen een zonnestraaltje door, gericht op het water. “Dag, lieve Tess” zei ik in gedachte en de wolken sloten zich weer, het lichtje was weg. Ik had tranen in mijn ogen staan en voelde me erg blij.
Ik ben er van overtuigd dat ze er even was. Ja, het zal ongetwijfeld meteorologisch verklaarbaar zijn dat er een gaatje in de wolken kwam en dat de zon daardoorheen scheen. Maar het was te toevallig. Juist nu, juist daar.
Je bent vrij om ervan te vinden wat je wilt. Maar ik heb behoefte om het te delen. Om te zeggen: hou je ogen en je oren open voor alles wat er om je heen gebeurt en ga er niet aan voorbij, omdat het misschien niet is wat jij je precies voorgesteld had.
Jaren geleden hoorde ik een verhaal wat ik altijd heb onthouden en daarin gaat het precies over wat ik hier bedoel.
Er was een man, die heel gelovig was. Hij woonde in een dorp in het noorden, dicht bij de zee. Op een keer braken de dijken, waardoor het land en het dorp overstroomden. Al gauw stond het water bijna tot aan de ramen van zijn huis. De man ging in de vensterbank staan en zag een roeibootje voorbij komen. Zijn buren riepen: “Kom er gauw in, we vluchten!” De man schudde zijn hoofd. “Nee” riep hij, “Niet nodig! De Here redt mij wel!” De buren haalden hun schouders op en roeiden verder. Het water bleef stijgen en de man klom naar de tweede verdieping van zijn huis. Toen zag hij door het raam een motorbootje aankomen. “Hé!”riepen de inzittenden,”Doe het raam open en kom in de boot!”
Weer schudde de man zijn hoofd. “Niet nodig! De Here redt mij wel!” Het motorbootje ging verder. Het water steeg nog verder en de man klom uiteindelijk op het dak van zijn huis. Toen hoorde hij het geluid van een helikopter. Hij keek naar boven en zag de piloot gebaren dat hij het touw moest pakken wat van de helikopter naar beneden hing. “Nee” schudde de man weer zijn hoofd” “De Here redt mij wel!” De helikopter vloog verder.
Het water kwam nog hoger, en de man verdronk.
Hij kwam in de hemel en was verwonderd en boos. Hij zei tegen de Heer: “Nou dat is ook mooi! Ik ben vol vertrouwen, ik roep tegen iedereen: “De Here redt mij wel” en nu ben ik hier!
De Here keek hem aan en zei: “Maar ik heb je twee boten en een helikopter gestuurd……”

Voor mijn lieve vader

Vandaag is het 4 mei, dodenherdenking. Vandaag is het 4 mei, mijn vader zou jarig geweest zijn. Het was vaak een wat moeilijke combinatie. Je bent 2 minuten stil met je verjaardagsvisite of in een restaurant. Hij had er ook echt een hekel aan, dat het samenviel. Het is wel mijn verjaardag, zei hij dan. Het was erg moeilijk omdat hij zijn eigen herinneringen aan de oorlog had. Herinneringen die zo vreselijk waren dat hij er niet over kon praten. Het grootste gedeelte van z’n leven is hij gekweld door wat hij gezien en meegemaakt heeft, nadat hij vanuit Rotterdam weggevoerd was naar Nazi-Duitsland en daar als dwangarbeider te werk gesteld werd. Hij is levend terug gekomen maar het heeft hem voor zijn leven getekend. 25 jaar geleden heb ik op een avond een vraag gesteld waardoor hij brak. De hele beerput van zijn herinneringen, die hij toen al bijna 50 jaar bij zich droeg, ging open. Het was zo verschrikkelijk en tegelijkertijd zo goed voor hem. Maar daarna ging de deksel er weer op. Toch was hij er daarna iets rustiger onder. Veel later heeft hij eens tegen me gezegd dat hij sindsdien niet zoveel last meer had van nachtmerries. Dat hadden we dan toch gewonnen. Ik was namelijk ook enorm van streek over wat ik veroorzaakt had. Ik had het niet kunnen voorzien. Vanaf die tijd hang ik de vlag op 4 mei halfstok. Eerder deed ik dat niet, het was m’n vaders verjaardag! Maar hij was, ook al heeft hij het overleefd, ook een slachtoffer. Zijn jeugd is daar op een gruwelijke manier gestorven en hij was voor de rest van z’n leven gewond. Dus pa, vanavond drinken we een borrel op je verjaardag, zoals je bij leven ook zo graag samen deed. Maar de vlag gaat ook halfstok. Voor jou en alle anderen, de slachtoffers van een onbeschrijfelijke oorlog.

“geloof ik weleens ergens”

Met de kans dat je afhaakt, omdat dit je muziekstijl niet is, wil ik je toch dit nummer niet onthouden.
Ik zal niet zeggen dat ik dagelijks dit soort nummers draai, maar ik heb wel een zwak voor Bob Fosko. Hij maakt een hoop herrie, maar ik vind hem zo sympathiek. Niet dat ik hem ooit ontmoet heb, maar zo komt hij over op mij. Of hij nou lawaai maakt bij de Raggende Manne, of de stem inspreekt van het lieveheersbeestje in de film “een Luizenleven” of hier bij dit nummer van het Universumpje het refrein staat te schreeuwen, hij heeft iets ironisch en daardoor humoristisch, wat me erg aanspreekt.
De tekst van onderstaand lied vind ik geweldig. Het geeft precies weer hoe het gaat: we denken allemaal overal wat van af te weten. We kijken niet of het wel onderbouwd is, het staat op internet ( “t heb op facebook gestaan”) en we blaten het na.
We? Liever ‘men’ dan maar, want ik heb toch de indruk dat zowel jullie, mijn lezers, als ikzelf wel ietsje genuanceerder omgaan met kennis en feiten.
Zeg me alsjeblieft als het niet zo is (dat is volgens mij weer een ander liedje)

Ze zeggen dat het allemaal al eens gedaan is
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze niet weten waar het heen gaat
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je slaap niet in kunt halen
Dat heb ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je op den duur immuun wordt
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat gelukkig zijn een keuze is
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat je goed moet articulwuh
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze er niet op vastgepind willen worden
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen

Ze zeggen dat ze maar wat zeggen maar dat zeggen ze maar

Dat heb ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik geloof ik weleens ergens gelezen
Dat heb ik weleens aaah

https://www.youtube.com/watch?v=xFQD3B95gWQ

Met dank aan TheAphexTim, die me attendeerde op dit nummer nadat we een gesprek over dit onderwerp hadden

Idylle

Vanmorgen hoefde ik pas om 9 uur te beginnen met werken. Dan is de verleiding groot om nog een poosje lekker in bed te blijven. Maar ik kon ook de gewone tijd opstaan en dan iets doen waar ik anders niet aan toe kom vandaag.
Ik hou van mijn bed. Ik ben niet zo iemand die zegt: “Ik sta zaterdags vroeg op want dan heb ik een lekker lange dag!” Uitslapen is heerlijk, vind ik.
Maar vandaag was het anders. Ten eerste is het geen zaterdag maar woensdag en Bert moest wel op de gewone tijd naar het werk. En ten tweede was ik gisteravond vroeg naar bed gegaan en was ik nu eigenlijk wel “klaar met slapen” zoals mijn dochter dat vroeger zo schattig zei.
Dus ik ben wel gewoon tegelijk met Bert opgestaan en toen hij de deur uit was ben ik met Lenny gaan wandelen. En ik ben zo blij dat ik dat gedaan heb!
Het was fris buiten, een heel verschil met vorige week. Mijn winterjas had ik al opgeruimd en ik weiger koppig die weer tevoorschijn te halen, dus een extra vest onder mijn dunne jas dan maar.
Maar wat rook het lekker buiten en wat was het stil! Ik liep in een aardig tempo, dus ik werd al snel lekker warm.
Het is dan wel koud, maar het is toch echt lente. Ik heb zoveel moois gezien onderweg.
En zo genoten….
Een Groningse Blaarkop en haar kalfje volgden ons nauwlettend. Moeder koe hield mij en Lenny in de gaten of het wel veilig was, kalfje was nieuwsgierig maar bleef toch maar dicht bij mama.

IMG_20190501_080533725_HDR.jpg
Verderop liepen schapen met lammetjes in de boomgaard. Verschillende bomen hadden al  bloesem en het was een mooi plaatje. Schapen zijn nogal schichtig weet ik, dus we kwamen niet al te dichtbij.

IMG_20190501_081019346_HDR.jpg
De slootkanten zijn uitbundig begroeid met fluitekruid. Een leeg weiland staat vol met boterbloemen en rode zuring tussen het gras. Later zal dit worden gemaaid voor kruidenhooi.


En als kersje op de taart was er een ponyveulentje. Gister was die er nog niet, dus zo pril als het maar kan. Een prachtig stukje nieuw leven. Een klein paardenkind, veilig naast mama, in een groep die hem beschermt, in een weiland dat hem alle ruimte geeft.

IMG_20190501_082247808_HDR.jpg
Allemaal dingen die zo mooi zijn en zo kostbaar.
In mijn hoofd hoofd hoor ik al het cynische commentaar van bepaalde mensen:
“Ja, droom maar lekker verder. Dit is niet de echte wereld, weet je wat er allemaal gebeurt met dieren en met de natuur. Alles wordt uitgebuit en kapot gemaakt. “
Ik weet het, wat er allemaal gebeurt. Waarschijnlijk zelfs lang nog niet  alles, maar genoeg om er soms helemaal naar van te worden. Maar net zoals met mijn winterjas, weiger ik koppig. Ik wil niet zo fatalistisch zijn. Wat ik hier zie is óók de echte wereld. Mijn wereld, waar ik woon. Er zijn mensen die het belangrijk vinden dat de dieren het goed hebben. Dat de “boeren-natuur” in stand blijft. Die hun best doen om dat te realiseren . Omdat het zo verschrikkelijk waardevol is. Omdat ze respectvol en gewetensvol zijn.
Het is misschien maar een heel klein stukje van de wereld, maar het is net zo reëel als de andere stukken.
Daarom kan ik er van genieten. Naast alle ellende en destructie bestaat er een tegenbeweging.
En ik blijf hopen dat zulke kleine stukjes wereld als hier, uiteindelijk grote stukken worden.
Soms is het niet verkeerd om koppig te zijn.

Een paadje en gebroken potten

Een sommetje voor de lezers die Daagse Dingen al langer volgen:
Mooi weer + Anderhalve dag in de tuin werken = ?
Goed zo. Een nieuwe blog.
Want als ik in de tuin werk komt er altijd nieuwe schrijfstof te voorschijn. En zo ook deze keer.
Het is nu de avond van het Paasweekend. Afgelopen zaterdagmiddag en vandaag, 2e Paasdag de hele dag, heb ik hard gewerkt in onze tuin.
We hebben een grote tuin en je weet zo langzamerhand wel dat we die het liefst landelijk en natuurlijk hebben. Maar ook zo’n tuin heeft veel onderhoud nodig.
Als ik, zoals dit weekend, er een heleboel tijd voor heb, vind ik het heerlijk om er in te werken.
Ik kan mijn hoofd leegmaken van alle dingen die ik er in gestopt heb, of heb laten stoppen.
Eerlijk gezegd ging het vorige week niet zo heel goed met mij. Ik merkte dat ik de laatste tijd meer, vooral geestelijke, energie had verbruikt dan ik had. En dan kom je jezelf tegen, zoals dat zo mooi heet.
Ik was zo moe in mijn hoofd dat ik niks meer kon opnemen en dat ik fouten maakte waar dat echt niet mocht, en om het minste of geringste vloeiden tranen. Tijd voor een beetje rust, zonder geregel, gezorg en geplan. Mijn lieve gezin gaf me hiervoor alle ruimte en gooide de plannen voor het paasweekend om. Zodat ik nergens aan hoefde te denken en tot rust kon komen.
En wat is voor mij dan heerlijker dan in de tuin werken. Stukje bij beetje de boel netjes maken, bloemen planten, de moestuinbakken klaarmaken en ondertussen mijn gedachten de vrije loop laten.
Het werk in de tuin zorgt ervoor dat ik de dingen anders ga zien. Ik kan niet zo goed uitleggen hoe dat dan komt, maar het werkt therapeutisch.
De nooit eindigende levenscyclus van de natuur in de tuin is geruststellend en nodigt mij tegelijkertijd uit tot bespiegelingen.
Het paadje naar de tuinschuur wordt aan beide kanten begrensd door gras. Maar dat gras was zelf de grenzen aardig aan het verleggen en het paadje werd steeds smaller. Ik was met de steker bezig om de randen van het pad weer tevoorschijn te halen en zei tegen Bert: “Moet ik dat nou eigenlijk wel doen? Volgens Jezus moet je het brede pad laten voor wat het is en smalle pad kiezen. En nu ben ik bezig om het smalle paadje weer te verbreden”
Natuurlijk bedoelde ik het als een grapje, maar toch dacht ik er over na, terwijl ik ondertussen de grootste moeite had om het hardnekkige gras van de stenen te verwijderen. En toen zag ik het ineens anders.
Ik ben dol op metaforen. Die zorgen ervoor dat ik de dingen beter kan begrijpen. Toen ik de emmer met afgestoken gras zag, dacht ik: Dat paadje, dat ben ik vandaag. Ik heb me laten overwoekeren door van alles, zodat er steeds minder van mijzelf overbleef voor mijn gevoel. En nu haal ik alles wat niet bij mij moet zijn weg, en ben ik weer mezelf. Ik vind het gras nog steeds mooi maar ik laat me er niet meer door overnemen.”
Ik keek tevreden naar het paadje toen het klaar was, zo moest het eruit zien!


Op naar het volgende stuk van de tuin. De vogels floten, de zon scheen heerlijk, ik voelde me niet meer opgegejaagd en dacht : “Dank u Heer”. Dit is wat ik nodig had.
In de achtertuin hebben we een border en daar had ik zaterdag bloeiende planten voor gekocht.
Vorige winter waren er twee grote aardewerk bloempotten kapot gevroren. Ik had ze bewaard, ze hebben tijden op een hoekje van de oprit gestaan. Bert ging pas geleden naar de grofvuil-stort en zei toen: “Zal ik die kapotte potten nou ook maar eens meenemen ? “
“Nee!” riep ik, “die wil ik nog een keer gebruiken!”. Geen idee nog waarvoor, maar ze mochten niet weg.
Ik heb echt een heel lieve man. Hij dacht misschien wel zuchtend : ‘Mens, wat moet je nou toch met kapotte bloempotten, gooi die rotzooi toch gewoon weg!’
Maar dat zei hij niet hoor, hij zei: “Ok, dan laat ik die staan”
En nu wist ik wat ik met de gebroken potten wilde doen. Ik legde ze in de aarde en plantte de bloemen erin, en bij eentje ook nog in een gat er doorheen. Het staat leuk. De planten krijgen de gelegenheid om goed te wortelen en het decoratieve element wordt versterkt.

IMG_20190422_194537306.jpg
Ik was in mijn nopjes en de volgende metafoor diende zich aan.
Als iets bij je kapot is gegaan, is het niet per definitie over. Ook als er een beschadiging is, kan je iets moois betekenen, al is het misschien op een andere manier dan je eerst gewend was. Als je het (of misschien zelfs jezelf) maar een kans geeft en niet direct afschrijft.
Ben ik dan de hele tijd maar aan het bespiegelen en filosoferen terwijl ik in de tuin werk?
Welnee! Ik zeg een lelijk woord als ik mijn arm openhaal, ik gooi ongeveer 153 x Lenny’s speelgoedbeest door de tuin, zodat hij hem onvermoeibaar blij weer ophaalt, ik zeg tegen een hardnekkig zoem-insect dat ie nou maar eens ergens anders moet gaan zoemen dan vlak boven mijn hoofd, ik schiet vreselijk in de lach omdat de ezel die 300 m verderop bij DoeZoo staat een geluid laat horen als een misthoorn en ik vind om half 4 dat ik enorm aan een biertje toe ben.
En daar is niks metaforisch aan.
Maar therapeutisch is het wel, die tuin. Ik ben er echt heel dankbaar voor, dat wij die mogen hebben.

Ik begrijp er niks van

Er zijn een hoop TV- programma’s waar ik niet naar kijk omdat ze me niet interesseren. Meest is dat Reality-tv. Ik wil hiermee niemand veroordelen, het is gewoon mijn ding niet. Net zoals ik niet naar voetbalwedstrijden kijk. Een ander haalt z’n schouders op over Midsomer Murders of Per Seconde Wijzer, waar ik graag naar kijk.
Maar er zijn ook programma’s waar ik echt helemaal niets van snap. Ik begrijp niet hoe iemand het kan bedenken, maar al helemaal niet waarom mensen er aan meedoen!
Temptation Island bijvoorbeeld, waarom zou je als koppel daaraan meedoen en verdriet hebben omdat je partner de verleiding niet kan weerstaan? Of zelf de fout ingaan waar heel Nederland getuige van is en ook op hoopt blijkbaar?
Het loopt al wat seizoenen, het voldoet dus toch aan een behoefte.
Toch intrigeert het gegeven me op een bepaalde manier. Als ik in mijn omgeving kijk: familie, vrienden, kennissen, bekenden, dan kan ik me niet voorstellen dat ook maar iemand zich voor dit programma op zou geven. In welke omgeving dan wel, vraag ik me af. Ben ik wereldvreemd als ik me niet kan indenken dat  zulke mensen dus blijkbaar wel echt bestaan?
Vanmorgen had ik een rustig momentje en keek met een kopje koffie even naar TLC. Dat is van tijd tot tijd een ontspannend behangetje. Maar er zijn ook programma’s die me mateloos irriteren en dan zap ik weg. Zo ook vanmorgen en ik kwam 2 zenders verder op MTV terecht. Daar was bijna het programma ‘Just Tattoo of Us’ afgelopen. Ik zat met open mond van verbazing te kijken en zocht naderhand op internet informatie over wat ik nou toch eigenlijk gezien had. Dit kon toch niet echt bestaan? Jawel, het bestaat echt. Twee mensen die ofwel bevriend zijn ofwel een relatie hebben, ontwerpen een tatoeage voor elkaar, die de ander niet mag zien. Het is om elkaar een hak te zetten of een lolletje uit te halen.
Wraak of een grapje dus.  Met een tatoeage. Waar je de rest van je leven mee rondloopt. Echt waar??? Echt waar. Het is internationaal blijkbaar een groot succes, er is een VS versie, een Britse versie en ook een Benelux versie. Van de laatste zag ik dus vanmorgen een staartje.
Het was een stelletje, jongen en meisje, van wie de tatoeages onthuld werden.
Allebei stikzenuwachtig, ten eerste om wat ze zelf te zien zouden krijgen, ten tweede om de reactie van hun partner, om wat ze de ander aangedaan hadden. Ineens hadden ze zorgen over of ze elkaar misschien pijn gedaan hadden. Lekker op tijd mensen!
De twee presentatoren ( het leken wel twee karikaturen, zo nep vanwege de botoxlippen maar ook dat is een kwestie van smaak) kermden en jammerden, want die wisten al wat er onthuld ging worden. Het was een grote rare poppenkast.
De jongen bleek op zijn bovenbeen een grote tatoeage van een luiaard met een schortje en een stofzuiger te hebben. Om het niveau nog verder te verlagen vroeg de presentatrice aan het meisje naar “het verhaal erachter”. De jongen keek ongemakkelijk en zei dat hij de tatoeage op zich mooi gedaan vond.
Toen was het meisje aan de beurt. Op haar heup stond een wc-pot met het woord Zeikerd eronder.
Ze begon te huilen, terwijl de jongen wat onzeker lachte. “Hoe kan je dat nou doen?” snikte het meisje. “Dat je me zo te kakken zet!” De woordspeling ontging haarzelf blijkbaar maar ik moest daar ondanks mijn vertwijfeling toch om lachen.
Het eindigde met dat het meisje overstuur zei dat de jongen zijn moeder moest bellen omdat zìj hem niet meer in huis wilde hebben.
En de rare presentator kirde dat we de volgende keer weer moesten kijken naar een “heerlijk hysterische aflevering”.
Er zijn dus echt mensen die hieraan mee willen doen. Die hun vriendschap of relatie op het spel willen zetten, die het leuk vinden om de ander totaal voor gek te zetten en pijn te doen, die zelf voor gek gezet en pijn gedaan willen worden, en die de rest van hun leven hieraan permanent herinnerd willen worden.
Ik kan er niet bij. Met de beste wil van de wereld kan ik er niet bij. Misschien mis ik een verbinding in mijn hersenen, dat ik dit soort dingen niet begrijp. Het zij zo.
Laat mij maar lekker saai naar Per Seconde Wijzer kijken. Daar doe ik Bert en mezelf geen pijn mee.
tenor

 

Spel

Door de grotere kinderen hier wordt gegamed en gepraat over games. Ik ben er wel aan gewend, want toen mijn eigen zoon een groter kind werd, was het net zo.
Inmiddels is hij een volwassen man, maar de gamerij (ik lijk wel een Groninger) is nog steeds actueel. Alleen krijg ik het van hem nu veel minder mee, ik weet alleen dat er regelmatig game-sessies met zwager en neven zijn en er staat vaak een nieuwe game op de verjaardags-verlanglijst.
Ik heb hier een Wii met kindvriendelijke spelletjes als Mario Party. Dat mogen alle kinderen spelen, op een regenmiddag of in de vakantie.
Maar de grote jongens spelen thuis op de Playstation of de Switch en dan zijn de vechtspellen zoals Fortnite favoriet. De meiden hoor ik er eigenlijk niet over, die hebben blijkbaar toch een andere belangstelling.
Bij mijn eigen zoon en schoonzoon zijn het ook de battle-games ( ze praten zelf natuurlijk niet over ‘vechtspellen’ ) die het meest gespeeld worden.
Als ik het vroeger meekreeg omdat zoon het speelde, en nu via de gesprekken van de jongens hier, kon en kan ik maar niet wennen aan uitdrukkingen als: “Ik ben dood” en “Hoeveel kills heb jij gemaakt”
Ik weet wel dat het over de game, het spel, gaat maar het klinkt me zo naar in de oren. Dat lijkt niet bij een kindermond te horen.
Wat ik er van vind, daar heb ik al veel over nagedacht. En als ik dan heel eerlijk ben is er eigenlijk niet zoveel verschil met hoe wij vroeger speelden. Alleen speelden wij dan natuurlijk niet op een spelcomputer, maar fysiek.
We waren cowboys en indianen en schoten elkaar overhoop. We waren politie en boeven en bonden elkaar vast. We waren ridders en bevochten elkaar met zwaarden. We speelden oorlogje en bouwden forten van waaruit we onze geweren richtten op iedereen die langs kwam. “Pang pang, jij bent dood!”
Ben ik daar een agressief mens van geworden? Nee, ik heb juist een heel grote afkeer van geweld. Ik kan niet naar gewelddadige films kijken, ik kan geen oorlogsberichten in de krant lezen en zou zelf nooit een wapen kunnen hanteren. (zie ‘Airsoft‘)
De spelletjes die ik vroeger speelde waren fantasie. Ik heb nooit getwijfeld aan de grens tussen spel en werkelijkheid. In mijn spel was ik iemand anders, in het echt was ik gewoon mezelf.
Volgens mij is dat nu ook zo. Moet ik er niet te zwaar aan tillen dat er vechtspellen gespeeld worden. De grens tussen fantasie en werkelijk is er nog steeds. Alleen is het fysieke rollenspel veranderd in een digitaal rollenspel.
Ons spel was denk ik alleen gezonder omdat we buiten rondrenden in plaats van binnen zittend te spelen. Maar psychologisch moet ik me er denk ik minder druk over maken.
Wij waren ook meer uit het zicht van onze ouders als de kinderen van nu. Misschien zou mijn moeder ook wel gezegd hebben: “Moet dat nou,weet je wel waar je mee bezig bent?”, als ik als indiaan een cowboy scalpeerde. Maar ze zag het niet.
Wij zitten er nu gewoon veel meer bovenop, want de games worden thuis gespeeld. En dan lijkt het of het nu erger is als vroeger. Maar kinderen van alle tijden spelen machts- en vechtspelletjes.
Er zal ongetwijfeld een hele serie psychologische en pedagogische onderzoeken over bestaan, want blijkbaar hebben kinderen het nodig.
En dan zie ik het toch als positief dat we in ieder geval nu weten waar de kinderen mee bezig zijn. Als het ons te ver gaat, kunnen we er met hen over praten.
Konden we dat met de echte oorlogvoerders ook maar.

cowboy

 

Maandag na Rome

“What’s your favourite place in Rome?” vroeg Pietro met een zwaar Italiaans accent. Hij is de eigenaar van de B&B waar we verbleven. Ik moest even nadenken. “The Forum and the Palentine Hill” antwoordde ik. Hij keek verbaasd. “Not the Vatican?”
Ik schudde mijn hoofd. Het Vaticaan is prachtig maar maakte op mij niet zo’n indruk als de overblijfselen van het Romeinse Forum en de Palatijnse heuvel. Dat ademt een en al geschiedenis uit. Het Vaticaan is meer een museum. En bovendien voor mij veel te overdadig, al die kleuren, versierselen, ornamenten.. het duizelde me en ik kon geen detail meer opnemen op den duur. Als een klein stukje plafond er al zo uitziet, dan is het toch onmogelijk om alles te bekijken?
IMG_20190404_132930837.jpg

In het Forum kon ik rondwandelen, rustig informatie lezen en vooral heel veel mijmeren. Over alle mensen die er geleefd en gewerkt hebben. Met hun lief en hun leed, hun intriges en hun goede daden. Van hun huizen en gebouwen waren nog fragmenten over, rondom begroeid door de prachtigste bloemen en planten. Er waren veel bezoekers maar toch was de sfeer zo rustig. Terwijl het vroeger toch gegonst moet hebben van de activiteit. Ik vond het er geweldig en was diep onder de indruk.

 


Pietro begreep me niet helemaal, hij vond het Vaticaan veel meer spectaculair. Hij zal wel gedacht hebben: Rare jongens die Hollanders (met een knipoog naar Asterix)

Rome is een prachtige stad. Wat ik er zo bijzonder aan vind is dat gebouwen langzamerhand ruines zijn geworden. Verreweg de meeste historie is er niet vanwege archeologische opgravingen, maar zo ontstaan door de eeuwen. Vandaar misschien ook de uitdrukking: Rome is niet in 1 dag gebouwd.
Overal zie je overblijfselen van vroeger. Een stuk muur, een paar pilaren, een heidense tempel die door keizer Contstantijn is veranderd in een katholieke kerk.
Ik ben verder nooit in Italië geweest, dus ik kan niet met zekerheid zeggen of de straatjes typisch Italiaans zijn. Maar waar je ook liep, of waar je ook op een terrasje neerstreek, overal zag je stukjes geschiedenis tussen wat recentere gebouwen.
IMG_20190405_122826618_HDR.jpg
Wij zijn alleen in de binnenstad geweest maar je ziet niet, zoals in Londen, of wat dichter bij huis in Groningen, dat oude gebouwen plat gaan en dat er nieuwe moderne architectuur voor in de plaats komt. De gebouwen worden bewaard en ik vind dat prachtig. Zo’n rijke geschiedenis! Ook was de sfeer veel relaxter, niet zo gejaagd als in andere steden. Iedereen had de tijd en liet dat merken. Heerlijk.

Deze week heeft dus heel veel indruk op me gemaakt en het valt niet mee om thuis weer te acclimatiseren. Ik kan me niet herinneren dat ik dit eerder zo gevoeld heb. Ik heb altijd heimwee en ben dan ook weer blij om naar huis te gaan . Maar op de een of andere manier kan ik deze keer mijn draai helemaal niet vinden.
Het was ook zo lang: ‘We gaan over een poos naar Rome!’ En nu zijn we al weer terug, ik hou het als het ware niet goed bij deze keer.

Vanmorgen ging weer normaal de wekker. Opstaan, brood smeren, Bert uitzwaaien, kinderen ontvangen. Een gewone maandag. Maar ik voel mezelf nog niet gewoon.
Ik doe boodschappen maar kan niet bedenken wat we deze week zullen eten. Ik loop nogal doelloos door de winkel, dus het blijft bij een menu voor vandaag. Morgen misschien meer inspiratie.
Als het tijd is dat de kinderen uit school komen dek ik de tafel, zet thee en ga ik de deur uit om de jongste op te halen.
Ik wacht op het plein en als de kleuterklas naar buiten komt zie ik mijn jongetje enthousiast naar me zwaaien en hij komt direct op me toe rennen. “Ik was naar het circus” roept hij. Hij vertelt onderweg over een vuurspuwer en mevrouwen die over een touw liepen en ik geniet van zijn enthousiasme. Moet in mijn achterhoofd toch even aan het Collosseum denken, dat circus was toch wel ietsje anders vroeger.
Er komen nog 3 kinderen uit school en ik word deelgenoot gemaakt van een zieke opa, toekomstplannen voor een motor, en hoor over de verkeersles op school.
Dan zegt ineens mijn stoere 8- jarige: “Ik heb je gemist”
Ik voel me warm worden van binnen. “Ja, ik ook”, zegt zijn oudere broer. “Er is niks aan bij de overblijf”
“Het is hier veel gezelliger,”zegt het derde grote kind, een meisje van 9.
Ik glimlach naar hen. “Ik ben ook blij dat jullie er weer zijn”, zeg ik. En ik meen het.
“Was het mooi in Rome?” vraagt het meisje. “Zeker!” zeg ik en ik vertel er iets over.
Leuk is dit. Ik voel me hierdoor niet meer zo verdwaasd. Ik ben gewoon weer thuis, met mijn kinderen.  Maar een beetje rijker dan eerst.
Vol met prachtige herinneringen aan een bijzondere week, samen met Bert in Rome.