D & D

“Weet je wat mij opviel? Je schrijft blogs over alles wat je leuk vindt, maar je hebt nog nooit over D&D geschreven!”
Klopt helemaal, lieve schoonzoon, maar vandaag ga ik daar verandering in brengen.
Want ik vind D&D, Dungeons and Dragons, echt heel leuk.

Waarom schrijf ik er dan pas 2 jaar na de eerste kennismaking over?
Nou, om heel eerlijk te zijn, omdat ik het spel nog helemaal niet in de vingers dan wel onder de knie heb. Het voelt soms net als wanneer ik naar een documentaire over het heelal kijk: ik vind het schitterend en wil alles weten. Maar veel gaat finaal boven m’n pet en andere dingen snap ik bìjna. En sommige informatie lijk ik maar niet te kunnen onthouden, dus moet het eindeloos voor mij herhaald worden.
Nou vind ik dat zelf heel niet erg, zo blijft het spannend en boeiend. Maar een programma in je eentje kijken is wat anders dan deel uitmaken van een gezelschap, met mensen die allemaal hetzelfde avontuur spelen. Dan voel ik me best onzeker en wil niet dat de anderen me op sleeptouw moeten nemen. Het D&D gezelschap waar ik deel van uit maak bestaat uit louter aardige mensen die ‘nee’ zeggen als ik vraag of ik een blok aan hun been ben, die zeggen dat ze ook zo begonnen zijn.


Wat maakt het dan zo moeilijk? Voor mij een combinatie van dingen. Het is een spel, met dobbelstenen, maar het is ook een rollenspel. Je bent een personage, die heb je tevoren helemaal uitgewerkt volgens bepaalde regels, en je moet je in hem/haar inleven wil je goed kunnen spelen.
Nou ben ik erg van het verkleden etc, maar dat is nou weer niet nodig. Je zit dus gewoon als jezelf aan een tafel, maar je bent eigenlijk iemand anders die in een bos of een kasteel of een dorp loopt/zit/rent/ligt/vecht/eet (doorhalen wat niet gewenst is)
Je speelt via een vaste volgorde, dus je mag niet zomaar wat gaan doen als je nog niet aan de beurt ben, ook al zit je personage te popelen. Je bedenkt, al of niet in samenspraak met de anderen, dingen om te doen, (acties) maar hoe je die uitvoert hangt af van hoe je de dobbelstenen gooit.
Die dobbelstenen zijn niet de gewone van Mens- erger- je -niet, maar het zijn 6 verschillende soorten en de Dungeon Master (de spelleider) geeft aan welke je mag gooien. Tenminste, dat doet hij bij mij, ik kan me voorstellen dat meer ervaren spelers zelf wel weten welke dobbelsteen ze wanneer mogen gooien.
En het spel zit barstensvol termen, meest Engels, die bij mij maar zoooo moeizaam landen.
Wat ik vooral nog moet gaan zien is de logica van veel spel-elementen. Het is voor mij nog een voortdurende verrassing. Ook al zit ik met het, tevoren voor mijn personage ingevulde, character-sheet voor mijn neus, dan kan ik nog de onderdelen niet vinden en hou ik voor mijn gevoel voortdurend het spel op.

Maar wat niet is kan nog komen. Zo kreeg ik serieus pas vanmorgen een brainwave. De dobbelstenen hebben namen. D4, D6, D20. Die D staat natuurlijk voor Dice (of Dobbelsteen, dat mag ook vast) en het cijfer voor hoeveel vlakken die dobbelsteen heeft. Hoe simpel kan het zijn? Maar daar moet ik dus 2 jaar over doen. Kan je nagaan hoe het zit met termen als ‘Deception check’, ‘Proficiency Bonus’ of ‘Dexterity’ . Ik weet het gewoon niet! Als ik over alles ook nog 2 jaar doe begrijp ik het spel als ik een jaar of 143 ben.


Klinkt moedeloos hè? Waarom hou ik er dan niet mee op?
Nou, omdat ik het bovenal gewoon leuk vind! De sfeer, het verhaal (verteld door de Dungeon Master) , mijn personage, het gezelschap en de acties van de anderen, de onvoorspelbaarheid van het avontuur, de fantasy-elementen, alles bij elkaar zorgt voor een blij gevoel, ook al zijn er nog zoveel dingen die ik niet kan of weet.
Voor de corona-tijd kwamen we fysiek bij elkaar en zorgden we voor een passende setting. Mijn eerste kennismaking met D&D was hier in de tuin, ik deed toen nog niet mee, maar had een zijdelingse rol op me genomen, die van Callum de Cateraer. Wat had ik een plezier met een sfeer proberen te creeëren die paste bij het geheel.

En toen ik zag hoe er gespeeld werd, leek het me erg leuk om ook mee te gaan doen.
We hebben als gezin een aantal losse avonturen gespeeld, ik was daarin de High-elf Danaë.


Nu speel ik mee met een vervolgverhaal, ben een oude dwergenvrouw die een bard is en Knofje heet. Deze party is online, en we spelen om de week een avond vanuit Leens, Huis ter Heide en Almere.
Het is fijn dat we online kunnen spelen, maar ik heb er ook wel weer veel zin in om fysiek met elkaar om de tafel te spelen, met wat aankleding en een wat persoonlijkere interactie.Maar dat komt vast ook weer.

A.s. donderdag staat er weer een D&D afspraak gepland. Tevoren lees ik nog maar weer eens mijn charactersheet door, en het documentje wat Dungeon-Master Jan zo mooi voor mij gemaakt heeft. Als ik de titel alleen al lees , moet ik glimlachen. Het stelt me wel een beetje gerust, dat het blijkbaar niet onbegrijpelijk is dat ik me zo voel.

Toverspreuken uit mijn hoofd leren lukt ook nog niet zo goed, dus ik hou de papieren donderdag maar weer onder handbereik.

Als we dit avontuur hebben uitgespeeld, we weten nu nog niet hoeveel sessies daar nog over heengaan, staat er al weer een volgende op het programma.
In een heel nieuwe omgeving, Humblewood. De karakters zijn dan op dieren gebaseerd. Daar kan ik me ook weer enorm op verheugen en ben al druk aan het tekenen geslagen. Voor een afbeelding van mijn eerste karakter Danaë had ik op internet gezocht. Zij was een druïde en ik had daarom dobbelstenen met rune-achtige cijfers gekocht.
Voor Knofje leek het me leuk om zelf een tekening te maken. Zij was weer een heel ander karakter, dus er moesten nieuwe, passende dobbelstenen komen.
En voor Humblewood…. ik kan niet wachten! Bert zei:”Daar moeten zeker ook weer andere dobbelstenen voor komen?”
Ik heb nog geen duidelijk antwoord gegeven maar ik denk dat hij gelijk gaat krijgen.

Hetzelfde maar toch anders

Laatst vroeg mijn zoon: “Voel je je nu eigenlijk anders dan vroeger, nu je ouder wordt?” Dat was iets om even over na te denken. In eerste instantie zou ik zeggen:”Nee, ik voel me gewoon zoals ik me altijd gevoeld heb, gewoon mezelf.”
Maar dat is toch te kort door de bocht. Want het woord ‘levenservaring’ bestaat niet voor niets. Ik ben, en was altijd al, Annelies en in zoverre dezelfde. Maar het kind Annelies en later de jong-volwassene was in de basis wel dezelfde als de Annelies van nu, maar alles wat ik in mijn leven heb meegemaakt of juist niet heb meegemaakt, heeft me wel gevormd tot degene die ik nu ben.

Vorige week was ik jarig, volgens de kalender dus weer een jaar ouder. De laatste keer dat mijn leeftijd met een 5 begint. En dat vind ik nou best een raar idee. Want het lijkt zoveel sneller te gaan als vroeger. Het is voor mijn gevoel nog maar zo kort geleden dat ik Sara zag en nu ben ik zomaar 9 jaar verder. Nou ja… zomaar? Natuurlijk is dat niet zo. In die tijd heb ik van veel geliefde mensen afscheid moeten nemen, een aantal hebben de leeftijd die ik nu heb niet eens bereikt. In die tijd zijn er nieuwe mensjes bijgekomen, ik mocht een aantal keren oudtante worden ( het woord….) en als kroon ook nog grootmoeder. Ook dat is zo’n plechtig woord, dus ik noem mezelf liever oma in deze. Het is een eretitel.

Gedraag ik me ook anders dan vroeger? Vast wel. Maar niet speciaal om dat dat beter bij mijn leeftijd zou passen. Volgens mij moet je gewoon doen wat je leuk vindt en waar je je goed bij voelt. Alle oordelen en vooroordelen ten spijt. Weet je, misschien is dat nou juist het punt waarop ik veranderd ben. Het kan me veel minder schelen dan vroeger wat ‘men’ van mij denkt of hoe ‘men’ mij ziet. Men doet maar. Sowieso, wie is ‘men’ ? We vinden blijkbaar allemaal dat we iets van anderen moeten vinden. Dat we niet willen zijn zoals die-en-die, dat we er niet uit willen zien als dinges-je-weet-wel. Maar wat maakt het nou eigenlijk helemaal uit? Als iedereen nou doet waar zij/hij zich goed bij voelt, en het doet niemand kwaad, dan mag dat toch?
Als mensen het bijvoorbeeld leuk vinden om een ANWB- stelletje te zijn: prima! Ja, ik moet daar ook om glimlachen, en ik wil het niet zijn met Bert, maar ik lach ze niet uit. En als mensen het leuk vinden om hun hele lichaam te laten tatoeëren, dan doen ze dat toch! Ik hoef het niet mooi te vinden maar het is totaal niet belangrijk dat ik er een mening over heb. Wat belangrijk is, is dat ik een mening heb over mezelf en dat ik mezelf een beetje beval daarin. En misschien dat ik mijn naasten ook een beetje beval, want ik heb ze echt wel heel erg nodig in mijn leven. Ze mogen me best een beetje bijsturen als ik dingen zou doen die niet goed voor me zijn.

Maar wat mij betreft is er niet zoiets als je gedragen naar je leeftijd. Doe wat je leuk vindt, waar je blij van wordt!
Dan kan het zomaar gebeuren dat je in het weekend ’s nachts lichtelijk aangeschoten thuiskomt op de fiets omdat je zo gezellig uit geweest bent met je man, zodat het voelt alsof je verkering hebt en stilletjes het huis in moet sluipen om je ouders niet wakker te maken, en dat je de volgende dag met diezelfde man een van te voren uitgezette knooppuntenroute fietst en bij een bankje je broodtrommeltje uit de fietstas haalt om bezadigd je bolletjes op te kanen.
Ik vind het heerlijk zo. We doen wat we leuk vinden, hoe het op dat moment uitkomt. En vindt iemand dat ik me te jong of te oud gedraag, diegene doet maar, ik heb er serieus geen boodschap aan.
Om op de startvraag terug te komen: Voel ik me anders nu ik ouder wordt? Ja. Ik voel me stukken vrijer. En dat bevalt me goed

wp-15951755647362595354437093415719.jpg

Damsel in distress

Ik hou van de zaterdagochtend. Ik hou van mijn hond. Ik hou van wandelen. Ik hou van de omgeving waar ik woon. Laten deze 4 voorliefdes nu uitstekend te combineren zijn!

Het was heerlijk weer. Bert had andere prioriteiten, dus ik zei: “Ik ga lekker wandelen met Lenny hoor! Ik loop naar Wehe en dan via de Borg weer terug.
“Het kan een beetje gaan regenen”, zei Bert.
“Maakt niet uit, lekker fris na alle warmte. Daar krijgen Lenny en ik niks van”
Het was echt lekker om te lopen. Langs de weiden, onder het tunneltje door en dan langs het lange fietspad naar Wehe den Hoorn. Daar de provinciale weg oversteken en via landgoed Verhildersum weer terug naar huis. Een wandelingetje van 3 kwartier.
We waren nog niet zo lang van huis toen het wat begon te spetteren. Maar het was zo weinig dat we zo’n beetje tussen de druppels door konden lopen.
Ik hield de windrichting in de gaten en zag dat de lucht die eraan kwam licht was. Heerlijk.
In de zon liepen we naar Wehe en zowel Lenny als ik hadden het prima naar de zin.
Voordat we op het landgoed kwamen, liepen we eerst door een ministukje bos. Jeetje het was echt dicht begroeid zeg, want wat was het donker daar.
Maar eenmaal op het Ede Staal-pad bleek het niet veel lichter te zijn. In no-time was er een enorm dreigende lucht verschenen waar ik niet blij van werd. Ik hoorde gerommel in de verte.

dreigend

Nou ben ik best een flinke meid, maar ik ben al mijn hele leven bang van onweer. Het is te groots voor mij, een overweldigend natuurverschijnsel. En Lenny vindt onweer ook vreselijk. De honden die we vroeger hadden gaven er niks om, dus het is niet zo dat ik mijn angst op hem overbreng.
“Kom Lenny”, zei ik ongerust en we begonnen te draven. Ook al is de sportschool al maanden dicht, mijn conditie is nog aardig op peil gelukkig.
Het pad waar we langs moesten is open, en Verhildersum ligt hoog ten opzichte van de rest van de omgeving. Ik zag de bliksem flitsen en werd erg bang. We moesten ook nog een hoge brug over, die hebben we werkelijk in recordtijd genomen, Lenny en ik.
Toen kwamen we bij een bomenrij en begon het te stortregenen. Ik moest even uitpuffen van al het geren. Ondanks het dichte bladerdak was ik in een paar tellen nat tot op mijn huid en was mijn mooie hond veranderd in een armzalig nat wezentje met grote bange ogen.
De donder rolde en Lenny probeerde zo’n beetje in mijn broekzak te kruipen.
We waren nog lang niet thuis en wat moest ik nou doen, wat was wijsheid? Was het verstandig om te schuilen onder een boom of juist niet? Hoe zat het nou ook al weer met blikseminslag, ik wist het echt niet meer. Tranen prikten in mijn ogen en mijn heerlijke wandeling was veranderd in een nachtmerrie. Ik wou alleen nog maar naar huis!
We bleven doorlopen en ik probeerde alleen daar aan te denken. Aan de grens van het landgoed was het nog een klein stukje langs de wei naar de Wierde, als we die afliepen kwamen we bij onze eigen straat.
Een wierde is wat ze in Friesland een terp noemen, dus een hooggelegen stuk land. Ik durfde er eigenlijk niet op. Maar ik durfde ook niet te blijven staan. Ik raakte in paniek.
En juist op dat moment kwam er redding, de prins op het witte paard. Of in dit geval in een zwarte auto. Onze auto. Want het was mijn eigen prins. Hij was ongerust over ons, in het plotselinge noodweer. En hij weet hoe bang ik ben voor onweer en was ons gaan zoeken. Hoe vreselijk lief is dat. Ik rende naar de auto en vloog Bert om de nek, terwijl ik op de stoel plofte Alles, inclusief Bert, natuurlijk nat, maar dat maakte niemand wat uit. Lenny rolde zich direct op aan mijn voeten, ik kon zijn opluchting voelen.
Het was maar een klein eindje rijden naar huis, maar wat was ik ongelooflijk blij dat ik in de auto zat, met deze stortregen en het onweer.
Veilig thuis, de natte kleren afgestroopt, droge kleren aan en stiekem nog even nasnikken. Maar nu van opluchting.
Beneden stond er een kop koffie voor me klaar en ik heb me zelden zo beschermd en verzorgd gevoeld.
Overdreven? Voor een ander misschien wel. Maar voor mij was het feit dat Bert me was gaan zoeken iets om ongelooflijk blij mee te zijn en dat gevoel blijf ik lekker koesteren.

(Foto: Harrie Muis, werkaandemuur.nl )

Popcorn

 

Vanmorgen maakte de radiowekker me wakker met muziek van Jean- Michel Jarre.
Oxygene, part 4. Synthesizer muziek! Direct was ik terug in de tijd want mijn broer had de lp en draaide ‘m grijs . Ik hield er wel van.

Ik lag met m’n ogen dicht een beetje mee te neuriën en ineens viel het me op dat de melodie dezelfde was als die van het nummer Popcorn van Hot Butter waar ik vroeger mijn zakgeld nog eens aan uitgegeven heb. Alleen waren de klanken van Oxygene veel vloeiender dan de elektronische plopjes van Popcorn.
Maar ik was nieuwsgierig of het klopte wat ik net ontdekt meende te hebben. Dus toen de grote kinderen naar school waren en de kleinste even lekker een slaapje deed ging ik het uitzoeken.

Tot mijn plezier, want ik vind dat soort dingen leuk om te ontdekken, bleek het te kloppen en ik leerde nog veel meer.
“Popcorn” was al veel ouder, een nummer van ene meneer Gershon Kinsgley, uitgebracht in 1969. In Engeland was het toen al een hit, getuige dit filmpje van Top of the Pops

 

Als je dit beluistert hoor je dat het veel dichter in de buurt komt bij de stijl van Jean-Michel Jarre dan de latere hippe uitvoeringen van Hot Butter en de velen na hen.
Het was duidelijk nieuwe muziek, het publiek danst wat ongemakkelijk hierop en ik denk dat als ze het nu zelf terug zien, dat ze zich tranen lachen. Ik wel in ieder geval.

Toen Popcorn in 1972 hier een hit werd door Hot Butter was het nog niet veel beter. De dansers doen een leuke poging maar het heeft een hoog pinguïn- gehalte.

 

Oxygene van Jean Michel- Jarre kwam in 1976 uit. En wat lees ik tijdens mijn speurtocht op internet: Part 4 is een variatie op het motief uit Popcorn van Gershon Kingsley.
Yes. Altijd leuk om gelijk te hebben.

 

Popcorn is nog heel veel keer gecoverd. Wat mij betreft geen noemenswaardige uitvoeringen, met uitzondering van deze, die ik jullie niet wil onthouden:

 

Zo. Spelende Vrouw, wat hebben we nu geleerd? Och, niet zoveel maar ik vond het zelf heel leuk om even uit te zoeken. En wie weet is er een lezer die denkt: Nou fijn, nu weet ik het ook.
Dan ga ik nu maar eens even het hele album Oxygene beluisteren. Uit nostalgie. En ook omdat ik het gewoon heel mooie muziek vind.
O, toch niet. Kleintje wordt wakker hoor ik.  Vanavond dan maar, misschien wel weer met mijn ogen dicht.

Honds en kattig

Ik ben gek op huisdieren en ik kan me niet voorstellen dat ik geen dieren om me heen zou hebben. Om van te houden en voor te zorgen. En heel veel liefde terug te krijgen.
Er zijn veel mensen die er ook zo over denken en dat is fijn. Verreweg de meesten houden zich ook aan de sociale regels die het houden van huisdieren met zich mee brengt. Maar sommigen niet en dat geeft me zoveel ergernis! Nou heb ik niet de illusie dat de betreffende mensen mijn blog zullen lezen maar ik moet gewoon eventjes mijn frustratie kwijt.

 
Lekker aan de wandel, met twee kleintjes in de wagen en mijn aangelijnde hond naast me.

wp-15916075883841442259931855512001.jpg

We lopen langs de weilanden en akkers en het is met Lenny niet vertrouwd om hem daar los te laten, het jachtinstinct is te sterk en geen enkele boer zit erop te wachten dat mijn hond over zijn velden ragt. Dus blijft hij aan de lijn. Ik kom andere wandelaars met honden tegen, meesten kunnen wel los, maar hun eigenaars houden ze even netjes bij zich als we elkaar passeren. Fijn, zo hoort het ook. Maar dan is er toch ook iemand die dat niet nodig vindt. Hond komt in sluiphouding op ons af. Ik pak Lenny ietsje steviger vast en laat hem in de berm lopen. Man laat zijn hond z’n gang gaan. Ik roep: “Hou ‘m even bij ons vandaan alsjeblieft.”
Reactie: “Hij doet niks hoor”. En ooooo daar krijg je me zo kwaad mee! Dus omdat ie ‘niks doet’ mag hij zich opdringen aan mijn hond die daar niet van gediend is. En mij laten manouvreren met een duo-wagen met kindjes erin en een hond die ik in bedwang moet houden. Lenny is aangelijnd, dus die voelt zich, terecht, in het nadeel van de andere hond en ik moet streng tegen hem zijn, zodat hij niet laat zien dat hij best wel mans, dan wel honds is. De andere hond blijft zich opdringen, ik duw ‘m weg en roep “hou je hond bij je” en het enige wat de man doet is een onverschillige blik op mij werpen en doorlopen.
Ik kook! Dit is zo asociaal. Mijn hond “doet ook niks” . Maar daarom mag hij niet alles wat hem maar in z’n kop komt! En zeker niet ongevraagd mensen en/of andere honden benaderen.
Door zo’n kerel kan ik me voorstellen dat andere mensen een hekel aan honden hebben. Omdat de baas een onverschillige lul is, die vindt dat hij en zijn hond zich niet aan normale regels hoeven te houden, zodat ze zich beiden asociaal gedragen.

 

Een tweede punt wat ik echt heel erg vervelend vind, is dat een aantal mensen vindt dat katten alles maar moeten mogen. Ik vind katten leuk. Maar niet als ze poepen in mijn zandbak of op het grasveld en ook niet als ze mijn konijnen en kippen bedreigen en proberen in hun verblijven te komen. Het is mijn tuin en ik ben er niet van gediend dat daar huisdieren van een ander ongevraagd in komen en de boel verstoren en zelfs gevaar opleveren. Als ik mijn hond in z’n eentje los zou laten lopen en die ging bij iedereen in de tuin zitten kakken en konijnen verschrikken en kippen opjagen, dan zou het dorp te klein zijn. Maar katten moeten dat wel mogen vinden een aantal eigenaren. En ook dat vind ik asociaal.

Het is wel jammer dat je als eigenaar en liefhebber van huisdieren zo tegenover elkaar moet staan. Maar huisdieren zijn je eigendom en je moet zowel goed voor ze zijn, als zorgen dat anderen geen last van ze hebben.
Het zijn de bazen die zorgen voor het asociale aspect. En daar baal ik zo van

Trap

Mocht ik nog eens een carrière-switch overwegen, dan weet ik alvast wat het niet wordt: interieurschilder. Ik ben er de juiste persoon niet voor.
Wat ik wel kan, is bedenken hoe het worden moet. Ideeën voor de inrichting verzinnen, dingen bij elkaar zoeken, dat vind ik erg leuk.

Op dit moment zijn we het halletje aan het opknappen. Dat is nog niet eens zo lang geleden gedaan, maar de witte muren waren erg smoezelig geworden door kinderhandjes en hondenpoten en de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat we daar zelf ook wel aan meegewerkt  hebben met wandellaarzen, natte jassen etc.
De vorige keer hadden we de trap donkerbruin geschilderd en een niet zo kundige deskundige had ons toen aangeraden om daarvoor verf op waterbasis te gebruiken, want dat droogde zo fijn snel. Dat het ook fijn heel snel afbladderde had hij er niet bijverteld, zodat binnen no-time de bruine trap was bespikkeld met oranje, dat was de kleur die er onder zat. Had ooit roodbruin moeten zijn maar kleurenstalen en de werkelijkheid komen niet altijd overeen. Dat was destijds over rood geschilderd, die kleur zat er op toen Bert het huis kocht meer dan 20 jaar geleden (kan nooit onthouden wanneer dat was)
Nu zouden we het goed en grondig aanpakken:  ik zou in 1 dag de trap schuren en dan in 2 dagen schilderen want ik was nog wel zo slim om te bedenken dat de treden om en om moeten, om nog naar boven en beneden te kunnen gaan.
Dat in 1 dag schuren was een utopie, er bleken namelijk onder de rode verf nog een aantal lagen kleuren te zitten. En toen ik eenmaal met een trede begonnen was kon ik niet meer zomaar stoppen natuurlijk.

Het was eigenlijk best mooi wat er tevoorschijn kwam:

De reactie van verschillende mensen was dan ook: zo laten! Blanke lak erover en je hebt een unieke trap!
Het had wel wat. Maar ons huis is nog niet zo antiek dat zo’n verveloze trap mooi zou staan. Het had trouwens ook wel een beetje de sfeer van een strandhuis. We gingen erover nadenken om het halletje daarop in te richten: zandkleur op de muren, wat maritieme decoratie, het leek ons best leuk!
Maar toen realiseerden we ons dat we niet in Zoutelande wonen maar in Leens en dat het geheel best een geforceerde toestand zou worden. Ik kreeg zelf het idee van ‘kijk ons eens excentriek en boho zijn’ .
Gingen we niet doen, past niet bij ons, dus eerst de boel in de grondverf en daarna gewoon de geplande chocoladebruine kleur  en dan trapmatjes erop, van die halve maantjes.

Die chocoladebruine kleur is blijkbaar totaal uit de mode. Als variatie op een bekende boektitel waren er wel 50 tinten bruin, maar geen chocolade. Dus dat hebben we laten mengen en we kregen een bus mee met een leuke meneer erop die heel blij staat te verven.
Helaas zat de goede man niet in het blik dus moest ik het wel zelf doen.

wp-15898827986601118744773573447548.jpg
En ik vind het helemaal niet leuk! Het is zo’n geknoei en geklieder en gezeur, in ieder geval bij mij. Al die irritante richeltjes en hoekjes en die stomme ronde spijlen van de balustrade, het duurt 100 jaar voordat het geverfd is en dan moet het daarna nog een keer.
Want op wonderbaarlijke wijze pakt de verf niet direct goed op de traptreden, maar knoei je per ongeluk een spetter op iets wat niet chocoladebruin mag worden, dan dekt het ineens wel 100% en krijg je het er met geen mogelijkheid af.

Als je een trap verft heb je ook allemaal stukken die je niet ziet, als je van boven naar beneden werkt. Totdat je van beneden weer naar boven kijkt en dan valt ineens op dat er allemaal randjes aan de onderkant van de treden en bovenaan de stootborden nog niet bruin zijn. Grrrr.
Voorzichtig weer naar boven, netjes op de treden stappend die ik gister al geverfd had en waar ik voor de duidelijkheid een stukje tape op had geplakt. Met de kwast in mijn inmiddels niet meer gele huishoudhandschoenen alle randjes weggewerkt en achterwaarts tree voor tree weer naar beneden. Waarbij ik dus vergat naar de tape te kijken en duidelijk voelde dat ik met mijn blote voeten in de natte verf stond. Het glibberde.

wp-15898828002396945927439062928655.jpg

Sukkel. Een ander woord heb ik er niet voor. Op de grond direct op de krant gestapt maar die kleefde uiteraard direct aan mijn voeten, dus ik strompelde papierscheurend naar de terpentinefles om mijn voeten te poetsen.

wp-15898827997541545568470852110104.jpg

Het is allemaal zo onnodig.

Ondertussen zag ik dat door mijn krantengescheur een springspinnetje verstoord was, die paniekerig heen en weer schoot richting de geverfde trap.
“Neeeee!” riep ik. Maar ach, het beestje heeft wel 8 oogjes maar blijkbaar geen oortjes want het sprong in de natte verf.
Dat vond ik nou serieus heel sneu en ik heb m gauw uit zijn lijden verlost. Stakkertje, maar ik kon toch moeilijk zijn voetjes ook met terpentine boenen……

Toen toch nog maar even met de roller over de plaats des onheils want spinnetje had met z’n gedoe het gladde oppervlak wel verstoord. Ik had het natuurlijk als een in memoriam kunnen laten zitten maar dan word ik er ook steeds herinnerd aan dat het mijn schuld was en dat voelt niet fijn.

De trap is af. In ieder geval voor vandaag en ik hoop voor helemaal. En anders doe ik er geen halve maantjes maar hele op, ik ben er helemaal klaar mee.
Terwijl ik dit zit te typen schuif ik met mijn nog steeds blote voeten over de grond en voel iets plakken.

Een stukje tape. Dat zit dus niet meer op een trede die ik mag betreden.
Ik zeg maar even niets meer.

 

Kaboutersoap

Een klein verhaal vandaag. Want het gaat over kabouters.
We hebben een kaboutertuin. Het begon met een aantal zwerfkeitjes die Bert bij elkaar had geraapt toen we de oprit veranderden. Hij bouwde er een hunebedje van. Dat was uiteraard helemaal in mijn straatje, ik was dan ook al heel snel bezig om er kaboutertjes bij te zetten. In de loop van de tijd werd het een heel kabouterpark. Met een bezoekerscentrum, een kraampje met drankjes en snackjes, een terrasje om die te nuttigen en een speeltuin. En kabouters natuurlijk.
Ik begon met 2 kabouters, inmiddels zijn het er 21, ik ging ze even tellen net. O nee 22 zelfs, er zat er 1 op de wc (ja serieus!)
Grote en kleine, mannen , vrouwen en kinderen.
Die laatste 2 varianten zijn moeilijk te vinden, de standaard tuinkabouter heeft natuurlijk een baard. En meestal ook een stuk gereedschap en een paddenstoel bij zich. Joost mag weten waar dat goed voor is, dat gesjouw met paddo’s en hamers, maar het zij zo. Maar vanwege een beetje geduld en heel veel zoekwerk heb ik inmiddels een aardige afspiegeling van de kabouterbevolking in de tuin.
In de winter gaat het hele stel naar binnen, het is natuurlijk jammer als ze stukvriezen. En in het voorjaar bouw ik alles weer op. Dit jaar een beetje anders, want tot mijn ergernis daverde vorig jaar hond Lenny voortdurend door mijn speeltuintje als hij weer dacht dat de buren gingen barbecueën en trapte zo met z’n lompe poten alles ondersteboven. Huilende kabouterkindjes met gebroken armpjes en beentjes interesseerden hem totaal niet. Mij wel.
Nu heb ik het zo opgesteld dat hij er niet doorheen kan (hoop ik). En ik vond dat er best nog wat kaboutertjes bij mochten, dus ik was weer op zoek gegaan op internet. Je zal verbaasd staan hoeveel er verkrijgbaar is, en hoe raar! Een kabouterdominatrix. Een kabouter met een bebloed mes die een trol heeft onthoofd. Een kabouterpotloodventer. En nee, ik ben op dit gebied niet ruimdenkend, dus die komen er hier niet in.
En verder stapels en stapels kabouters met irritant opgewekte gezichtjes, veel te felle kleuren en de onvermijdelijke paddenstoeltjes. Die werden het ook niet.
Omdat ze een beetje bij elkaar moeten passen, mijn volwassen kabouters moeten zo tussen de 18 en 24 cm zijn, is de keuze soms een beetje beperkt, ik was dan ook heel blij dat ik zowel een gezellig vrouwtje vond als een mannetje met een fototoestel. Die had dan ook nog een solardingetje, leuk voor in het donker. Beide kaboutertjes besteld.

Ik kreeg mail: “Hartelijk dank voor uw bestelling, we gaan direct voor u aan de slag!” Je zou denken dat ze dat de kaboutertjes laten doen maar zo werkt het blijkbaar niet.
4 dagen later (ze waren toch direct voor me aan de slag gegaan?) weer mail. “Helaas is de bestelde kabouter met fototoestel niet op voorraad, zodra hij weer leverbaar is zullen wij hem versturen”
Prima, dan duurt het iets langer, geeft niet.
3 weken later weer mail: “Helaas is de kabouter niet meer te bestellen. Wilt u voor hetzelfde bedrag een alternatief bestellen?”
Och dat is jammer, maar niks aan te doen. Weer zoeken en de keus viel op een kabouter met een gieter. Ik had namelijk net een zonnebloem geplant en ik vond dat hij die wel kan verzorgen.“Hartelijk dank voor uw begrip en reactie, wij gaan direct voor u aan de slag”. Ja, dat had ik eerder gehoord.
2 dagen later mail: “Uw bestelling is verzonden, 1x kaboutervrouw met bloemen, 1x kabouterman met gieter”
Joepie. Gister kwam de postbode met een grote doos. Goeiendag, dat had wel een beetje minder gekund voor 2 kaboutertjes.

img-20200514-wa00114940416474722912872.jpeg

Ik pakte nieuwsgierig de doos uit. Meters pakpapier en 1 kaboutertje, het vrouwtje met de bloemen. Op de pakbon: 1x kaboutervrouw met bloemen, 1 x kabouterman met gieter.
Ik struinde voor de zekerheid nog door de enorme hoeveelheid pakpapier, maar geen kabouterman.
Klantenservice bellen!
“Hallo, waarmee kan ik u van dienst zijn?” Ik deed mijn hele verhaal over bestelling en alternatief en levering en het ontbreken van het alternatief terwijl hij wel op de pakbon staat.
“Dus die kabouter heeft u niet gekregen?”
“Nee”
“En die wilt u wel graag ontvangen?”
Werkelijk mens….. Nee hoor ik had zin om hem te bestellen maar ik hoef hem niet echt….
“Ja mevrouw, ik wil deze wel heel graag ontvangen.”
“O, ik begrijp het” ( dat waag ik te betwijfelen) “Ik ga hem weer ( weer?) voor u versturen.
“Dat zou fijn zijn”
“Heeft u verder nog vragen?”
Die had ik niet dus einde telefoongesprek.
Dezelfde middag mail: “Uw bestelling is zojuist verzonden”
Nogmaals joepie
Ik was benieuwd wat er verzonden was. Nog een keer de kaboutervrouw, of misschien toch nog de man met het fototoestel. Of alleen een gieter…. ik hield alle opties open.
Vandaag kwam de postbode, met een wat beschaafder formaat doos dan gister.
Bert pakte het pakketje aan en kwam met een blij ‘kijk eens?’ de kamer in. En liet vervolgens de doos uit z’n handen vallen.
Het zou toch niet waar zijn! Er rust blijkbaar geen zegen op deze kabouter.
Maar alles kwam goed! Er bleek bubbeltjesplastic om het ventje heengewikkeld te zijn zodat hij nog helemaal heel was èn het was degene met de gieter.
En nu staat hij mooi te wezen bij de zonnebloem.

img_20200515_154052287_hdr1344268555325874886.jpg

Einde van een uiteindelijk toch niet zo’n klein verhaal.
Beetje breedsprakig ben ik wel. Maar dat komt ervan als je graag over kaboutertjes vertelt.

Aardig

Vanmorgen ging ik de was strijken en vouwen. Ik kreeg ‘hulp’ van mijn opvangkindje van 15 maanden.
Als ik op een avond het strijkwerk had gedaan, was ik 4 x zo snel klaar geweest en had ik geen toverkunsten hoeven uithalen met het snoer van het strijkijzer. Maar dit was veel gezelliger.
En kindje was zo trots! Alle sokken die ik uit de mand had gezocht en op een stoel had gelegd om ze, als het strijkwerk klaar was, per paar te vouwen, deed hij één voor één weer in de mand.

img_20200512_1002470363859024072599058996.jpg

Met zo’n concentratie en zorgvuldigheid dat ik het hart niet had om te zeggen dat hij er af moest blijven, sterker nog, ik gaf hem een groot compliment. En zijn stralende koppie was toen weer een beloning voor mij.

Het is vaak helemaal niet zo moeilijk om aardig te zijn, zelfs als dat betekent dat je iets anders doet dan je voor jezelf gepland had. Als je een ander daarmee een goed gevoel geeft, dan word je daar zelf toch ook weer heel blij van?

Mijn oude vader stond een keer even na te denken in welke volgorde hij winkels zou bezoeken.
Tot zijn verrassing werd hij aangetikt door een meisje dat heel vriendelijk zei: “Kom maar meneer, ik zal u wel even helpen oversteken”. Ze hield hem stevig bij de arm en loodste hem door het drukke verkeer naar de overkant. “Dank je wel hoor, heel aardig van je”, zei mijn vader. “Graag gedaan hoor!” zei ze. Toen ze uit het zicht was stak mijn vader nogmaals over, weer terug naar zijn oude plek. Hij moest helemaal niet naar de overkant. “Maar”, vertelde hij, “dat kon ik toch niet tegen haar zeggen? Ze was zo lief! “

Mijn dochter Irene stond een keer met haar babyzoon in de draagzak onder de overkapping van de pui van de Hema , het regende pijpenstelen. Het zou nog 25 minuten duren voor de bus kwam, tijd genoeg om nog een broodje te kopen en even wat etalages te bekijken. Bij de broodjes stond een andere mevrouw die vroeg: “Waar moet u heen?” “Naar de bushalte, maar…”begon Irene maar ze kreeg de kans niet om haar zin af te maken. “Ik breng u en uw baby even naar de halte, komt maar onder de paraplu” . En daar gingen ze. Irene had zelf een paraplu in haar tas en wilde helemaal nog niet naar de halte maar ze vond het zo lief aangeboden dat ze braaf mee liep met mevrouw en haar vriendelijk bedankte. En pas weer terugging toen mevrouw in een andere bus was gestapt en weggereden.
Het was immers zo aardig geweest!

Het is leuk als mensen aardig tegen je zijn. Het geeft een fijn gevoel als ze je willen helpen, gewoon omdat ze dat sociaal vinden.
Je kan natuurlijk afwerend reageren en vertellen dat je het zelf allemaal wel kan. Maar is dat altijd ook echt nodig? Is het altijd erg dat je eigen plannen in de war raken? Welnee. Sociaal zijn is ook belangrijk! En dan kan je later je eigen plan wel weer oppakken. Met een blij gevoel ook nog eens.
Pa weer terug naar de overkant, Irene weer terug naar de Hema en ik?
Kindje ligt op bed en ik vouw rustig de sokken.

Het is de natuur

“Jij bent een echte natuurliefhebber”. Dat zeggen mensen wel eens tegen mij. En meestal hebben ze daar gelijk in. Ik geniet van heel veel in de natuur en probeer respect te hebben voor al het leven.
Maar soms…. vind ik het heel moeilijk.
Een teek bijvoorbeeld, doet alleen maar wat ze moet doen. Bloed van een ander levend wezen aftappen om zelf eitjes te kunnen leggen. Maar ik vind het nare beestjes. Uiteraard omdat ze akelige ziektes kunnen overbrengen. Als ik er eentje voel in Lenny’s vacht, haal ik haar eruit. Ik ben in de loop der jaren echt superhandig geworden in teken verwijderen, een snelle draai van mijn vingers en klaar. De hele teek komt er dan uit en dat moet, want als het kopje afbreekt gaat het bij Lenny ontsteken. Om te controleren of de teek compleet is, leg ik haar even op een papiertje. En dan ligt daar zo’n weerzinwekkend opgezwollen, grijs, volgezogen lijf, veel te groot voor de kop en pootjes. Maar die pootjes, die zie ik dan nog hulpeloos friemelen. En jeetje, dan krijg ik toch haast weer medelijden. Juist omdat die teek alleen maar doet waar ze voor gemaakt is. Maar ze gaat de groene container in. Gaat ze daar maar walgelijk liggen wezen. (Ja, platdrukken zodat ze dood gaat kan ik eigenlijk niet)
Muggen doodslaan kan ik dan weer wel. Ook al doet zo’n beest net zo goed wat ze niet laten kan. Mijn bloed zuigen, ook al weer om eitjes te kunnen leggen. Maar dat afgrijselijke piepende gezoem om je heen als je in bed ligt, en de hoogst irrtitante jeukende bulten (die bij mijn buitenproportionele bladders worden) als het gelukt is om te prikken…. dat is genoeg voor mij om het heft in eigen hand te nemen en te besluiten dat haar leven ten einde is.
Ik weet ook eigenlijk niet wat het nut van teken en muggen is, maar ik moet eerlijk zeggen dat ik me er ook niet in verdiept heb.

Ik stoor me wel eens aan het woord “beestachtig”. Tenminste als het gebruikt wordt voor een onmenselijke actie van een mens. Ik vind het vaak een belediging voor beesten, want die doden niet voor de lol, verkrachten niet, mishandelen niet bewust. Dat dacht ik tenminste. Want ik zag gister een natuurfilm op tv en ik vond het zo akelig dat ik een poosje weggekeken heb. Ik had ook mijn oren dicht moeten doen eigenlijk, zo kon ik nog teveel volgen.
De film ging over het Wad. Een prachtig ruig gebied, heel dichtbij waar ik zelf woon.
Daar leven grijze zeehonden. Ik wist wel dat het op zich roofdieren zijn, maar volgens mij hadden ze ook wel iets aandoenlijks. Hm. Blijkbaar is dat te menselijk gedacht.
De pups hebben prachtig wit bont en grote glanzende ogen.

zeehondpup

Je vraagt je af hoe zulke lieve knuffelbeesten kunnen uitgroeien tot een cilinder van een paar honderd kilo onsmakelijke blubber. De mannen tenminste, de vrouwen zien er iets apetijtelijker uit in mijn ogen.
Twee kerels waren aan het vechten. Er werd flink geslagen en gebeten. Moeten zij weten, als zij daar blij van worden doen ze dat maar hoor. Maar toen de ene had gewonnen, was de ander zo gefrustreerd dat hij zich wilde afreageren. Hij keek rond en hopste doelbewust op een kleine pup af die rustig in de zon lag. Hij greep de baby met z’n tanden en begon hem (of haar) aan de vin in het rond te slaan. Het beestje gilde hartverscheurend. Ik kon het niet aanzien, Bert vertelde het me toen de scène voorbij was. Ik zou een vreselijk slechte natuurfilmer zijn, ik zou voortdurend ingrijpen. De mooie witte bontvacht was bevlekt met bloed, maar het pupje leefde nog. Gelukkig kon het de moeder nog bereiken, die het troostte met melk. Zij had ook niks durven doen. Het was echt ernstige en bewuste kindermishandeling. Ook in de natuur dus. Die vrouwtjeszeehonden hebben het sowieso niet makkelijk. Ze kunnen maar 3 tot 4 weken voor hun pup zorgen, daarna moeten ze weg en hun kind in de steek laten. Zo is het blijkbaar geregeld. Een vrouwtje was zover dat ze wegging. Ze moest naar zee, ze keek voortdurend rond of ze kon gaan. Uiteindelijk waagde ze het erop. Maar het ging niet onopgemerkt, binnen no-time werd ze achterna gezeten door 3 of 4 kolossen van mannen. Ze was geen partij voor hen. Degene die haar het eerst te pakken kreeg hield haar tegen, hij overweldigde haar door z’n volledige blubberlijf op haar te gooien en ze werd verkracht. Niks hofmakerij of baltsdans wat we zo mooi bij de vogels en vissen zagen, zelfs geen wederzijdse instemming. Is dat de natuur? Dan ben ik even geen natuurliefhebber.

Soms snap ik de natuur ook niet. Heeft het volgens mij geen logica. Waarom is het zo moeilijk om onder de kastanjeboom gras te laten groeien en ziet het er daar dus ook altijd uit als een knollenveld, maar wordt het kleine stukje terras, wat eveneens onder de kastanjeboom ligt, dus dezelfde lichtinval en temperatuur heeft, hardnekkig overwoekerd door gras?
Waarom staat er in het wild een grote verscheidenheid aan planten en bloemen in de bermen en de weiden, maar neemt de paardebloem en enkel de paardebloem de tuin over?
Ik weet het niet! Het is niet logisch. Maar de natuur is waarschijnlijk niet logisch.

Mensen zijn in principe ook onderdeel van de natuur. Maar het komt nogal eens voor dat we juist lijnrecht tegenover de natuur staan.
Zelfs als we denken dat we natuurvriendelijk bezig zijn, richten we schade aan. Je kan met azijn en zout je voegen besproeien zodat er geen plantjes meer tussen de stenen groeien. Beter dan gif. Maar ook door zout en azijn wordt de grond vergiftigd, zodat er geen mieren, wormen en andere zo noodzakelijke beestjes kunnen leven.
Ik heb een moestuintje en ben in hoge mate geïrriteerd als er een slakkeninvasie komt die mijn kropjes sla en andijvie opeet. Ja het is de natuur, maar het is mijn tuintje. Blijf af. Wat doen we met die slakken? Geen korrels strooien, want dat is gif. Ook eco-korrels zijn gif.
Ik verzamel de slakken en gooi ze in het kippenhok. Is ook niet aardig van mij, maar ik hou mezelf voor dat ik ze nog een kans geef om weg te komen, de kippen eten niet alles op.
Maar misschien hoef ik ook niet altijd aardig te zijn.

De natuur is soms hard en soms mild en zorgzaam. Ik dan ook maar. Zolang ik het met m’n geweten kan verantwoorden.

Zo, ik ga paardebloemen uitsteken. En daarmee mijn konijntjes verwennen. Is dat een mooie balans?

(foto zeehond: Vroege Vogels)