Kozen en Hanijnen

Vroeger leerde ik samen met mijn lieve vriendin/schoonzus/collega Nel op de kleuterleidstersopleiding het liedje: 


Hip hip hip
zo hippen alle hazen
Ze hebben het zo druk
want strakjes is het Pasen. 

Nel zou Nel niet zijn als ze er geen eigen variant op verzon dus zongen wij:

Hip hip hip
zo hippen alle hesach
Ze hebben het zo druk
want strakjes is het Pesach

Ik moet er echt ieder jaar weer aandenken. (en zing het dan ook nog even zachtjes) 

Nu lijkt het mij dat er steeds minder hazen en meer konijntjes verschijnen in aanloop naar Pasen. Zou het zo zijn dat de Paashaas opzij moet voor de Easterbunny? 
Uiteraard is het een kolfje naar mijn hand om dat te gaan uitzoeken. Dus, lieve lezer,  ga maar even zitten voor een educatief moment. 

Hazen en konijnen. (ik krijg nu de ‘Ik hou mijn spreekbeurt over..” vibe) 

Wat zijn de verschillen? 
Een haas leeft solitair, krijgt 1x per jaar jongen die al helemaal ‘af’ zijn, maakt een ondiep kuiltje in het gras om te slapen, heeft enorme oren met zwarte punten, geelbruine ogen , een bruine vacht en loopt als hij zich rustig voortbeweegt op grote voeten met voetzooltjes.
Hij kan als hij rent een snelheid halen van 75 km per uur.

Een konijn leeft in een groep, krijgt meerdere nestjes jongen per jaar, die kaal en blind en hulpeloos zijn, woont in een hol-en-tunnelstelsel diep onder de grond, heeft flinke oren, zwarte ogen, een grijsbruine vacht en hopt als hij zich rustig voortbeweegt op behaarde voeten zonder zooltjes
Hij kan als hij rent een snelheid halen van 40 km per uur. 

Wat zijn de overeenkomsten?
Ze komen beiden uit de familie van de Leporidae en het zijn géén knaagdieren.
En ze lijken natuurlijk erg veel op elkaar!

Waarom hebben we hier de Paashaas en in Engelstalige landen de Easterbunny?

Zie het maar een beetje als Sinterklaas en Santaclaus. Verschillen genoeg om allebei te bestaan maar overeenkomsten genoeg om vergelijkbaar te zijn. 

“Paashaas” rijmt zo lekker in het Nederlands, blijft beter hangen als Paaskonijn.
“Easterhare” klinkt wat mij betreft niet, Easterbunny wel. Een bunny is trouwens een jong konijn. De Engelsen hebben een liever woordje bedacht dan de Nederlanders.
Hier heet een jong konijn een lamprei.  Rare benaming, gelukkig gebruikt niemand die verder. Maar ik dwaal af. 

De oorsprong van die Paasleporidae is nog niet zo makkelijk te verklaren, het is een mengelmoes van tradities, mythes en verzinsels.
Jongens, hoe meer ik aan het onderzoeken ben, hoe uitgebreider en ingewikkelder het wordt. Het educatief moment dreigt te verworden tot een cursus, dus ik probeer het een beetje samen te vatten.

Wij zeggen “Pasen”, de Engelsen ‘Easter’ en de Duitsers “Oster”
Die laatste twee woorden zijn verwant en een verwijzing naar de godin van de lente ‘Eostra’.
Er zijn verhalen dat ze een gewonde vogel veranderde in een haas om hem te laten overleven en dat ze hem toestond  om 1x per jaar eieren te leggen. Maar er bestaan ook afbeeldingen die Eostra zelf voorstellen in de gedaante van een witte haas of een wit konijn.  Allebei dus!

Het woord Pasen komt van Pesach, het Joodse paasfeest.
Eieren maken deel uit van de Pesach (of seider) maaltijd en traditioneel  wordt er een stuk brood verstopt. Die eieren dan weer niet trouwens.

Eieren zijn, over de hele wereld, symbool van vruchtbaarheid en nieuw leven.
En overal ,in alle tijden, op de hele wereld worden er eieren versierd.
Zowel in het oude Perzië en Egypte als in China en in Nederland.

Hazen, konijnen en eieren zijn dus gecombineerd om rond Pasen hun opwachting te maken.
Gelukkig gaat het voor wat de dieren betreft vooral om decoratie en vind ik het zelf een briljante uitvinding om de paaseieren van chocola te maken.  

Deze zijn toch leuk? Ik heb ze gehaakt, het zijn paashazen maar ze lijken broertjes van Pieter Konijn van Beatrix Potter. 

En die leuke servetten… ik zou niet durven zeggen of er een haasje of een konijntje op staat.
Dus wat maakt het uit! Ik neem lekker nog een chocolade-eitje. Voordat de pepernoten weer in de winkel liggen. 

Waarom?

Vanmorgen ging ik boodschappen doen. Er stond een vrouw omstandig haar winkelwagentje te ontsmetten. Al van een flinke afstand rook ik dat ze omhuld werd door een compacte geur van sigarettenrook. Het onlogische van deze situatie viel me op.
Zoals vaker. Tijd voor een lijstje (hou ik ook van) met onlogische zaken:

  • Twee pakken koffie, samen verpakt met onnodig extra plastic, zijn goedkoper dan twee losse pakken koffie die je zelf uit het schap pakt. Standaard, geen aanbieding. 
  • Mijn rechter veter gaat altijd los. Mijn linker niet. 
  • Een loodgieter giet geen lood.
  • Pas als je het uiteindelijk weggegooid hebt kom je er achter waar het gevonden dingetje van was en dat je het niet weg had moeten gooien.
  • Rode kool is duurder dan rode kool met appeltjes.
  • Gastouderopvang is kinderopvang
  • In een boeket rozen is er altijd 1 die gaat hangen, ook al heeft hij dezelfde behandeling gekregen als de andere, voordat hij in de vaas gezet werd. 
  • Er was in mijn vorige woonplaats een hond met een gecoupeerde staart, die Kwispel heette.
  • Mensen denken dat ze milieuvriendelijk bezig zijn als ze onkruid te lijf gaan met azijn .
  • Er is altijd wel een ding op mijn boodschappenlijstje wat ik niet koop, ook al lees ik 4x alles na voordat ik ga afrekenen.
  • Long Covid heeft niet met je longen te maken.
  • Een koolmees kan maar 2 tonen zingen en toch zingt ieder koolmeesje een ander liedje. 
  • Verkade doet de kleuren van de wikkels voor melk- en pure chocolade andersom.
  • Het woord ‘volledig’.
  • In kinderboeken hebben dieren met kleren aan dieren zonder kleren als huisdier.
  • Als het net een week lente is begint de zomertijd. 

En nu ben ik natuurlijk heel erg benieuwd naar jullie aanvullingen! Of misschien heb je die niet en ben ik de enige die energie verspilt aan zaken die er eigenlijk niet toe doen.

Kunst(ig)

Dit zette me echt even aan het denken vanmorgen.
Voor positiviteit verspreiden ben ik altijd te vinden. En ook om te laten zien wat ik maak, omdat ik er trots op ben. Maar ik zie mijn werk zelf niet als kunst.


Kunst kan je natuurlijk op verschillende manieren definiëren. Voor mij is kunst een uiting die volkomen vanuit jezelf komt, een eigen gedachte, een eigen gevoel. Als je die gedachte of dat gevoel dan een visuele of auditieve vorm kunt geven, dan ben je wat mij betreft een kunstenaar.
Ben ik dan een kunstenaar? Misschien heel sporadisch. Want ik maak wel heel veel ,maar kan dat zelf niet als kunst betitelen. Soms als kunstig maar dat is iets heel anders, dat heeft vooral met de techniek te maken. 

Toch maak ik die dingen omdat ik het fijn vind om creatief bezig te zijn. Om iets te maken, te scheppen zo je wilt.
Het pure plezier van het maken en de voldoening van het resultaat zijn dan genoeg, ik hoef er geen idee of emotie mee te uiten.
Haken en tekenen zijn daar de beste voorbeelden van. 

Haken vind ik heerlijk om te doen, om de rustgevende, repeterende beweging van mijn handen en daarbij het mooie en leuke wat ik maak gestaag te zien groeien. Het meest haak ik van patronen die iemand anders al bedacht heeft. Of ik combineer verschillende dingen. Soms kunstig, maar geen kunst. 

Er zijn tekeningen waar ik trots op ben, maar veel zijn dan gemaakt naar aanleiding van een tutorial of een idee van iemand anders. Dan kijk ik of ik dat ook kan, ben blij als het lukt en nog meer als ik er toch een beetje mijn eigen draai aan kan geven.
Volgens mij is er trouwens niets mis met een tutorial, of een cursus. Sommige technieken moet je gewoon eerst leren voordat je ze kan gebruiken, zo simpel is het. Het kan je helpen om juist die eigen ideeën vorm te gaan geven. Net zoals je moet leren lezen en schrijven voordat je een verhaal  op papier kan zetten.
Schrijven doe ik ook heel graag en misschien is dat nog wel hetgene waarin ik het meest mijn eigen ideeën ik kan verwerken en uiten.
Fictie en blogjes, daar kan ik wat mee. Maar ook hier heb ik vaak een zetje nodig: een schrijfwedstrijd met een thema, een onderwerp wat mijn aandacht heeft.
Ik schrijf dan ook geen poëzie. Dat is volgens mij bij uitstek een vorm van kunst en heeft alles te maken met gevoel en emotie. 

Muzikaal ben ik ook. Ik bespeel verschillende instrumenten, maar allemaal op bescheiden niveau. Ik heb een goed muzikaal gehoor, pak melodieën snel op en voel aan hoe muziek in elkaar zit. Maar ik heb nog nooit zelf een muziekstuk gecomponeerd. Dat zit er gewoon niet in. Dat doen de kunstenaars. 

Kortom, ik ben meer een maker dan een kunstenaar. Maar ik ben serieus vereerd dat iemand mij wel zo ziet, ik vind het een heel groot compliment.
Ik krijg het alleen niet voor elkaar om 10 volkomen eigen werken te laten zien, waar echt niemand iets aan bijgedragen heeft met een idee, een voorbeeld of een tutorial.
Dus ik moet deze nominatie toch aan me voorbij laten gaan.

Als afsluiting wil ik toch 2 dingen laten zien. Een tekening voor een nog niet bestaand karakter voor onze Dungeons&Dragons party, waar ik later een gehaakte versie van heb gemaakt. Het idee voor de pad en de uitwerking ervan kwamen helemaal uit mezelf. 


En nog een tekening. Een potloodtekening die ik vanuit de vrije hand maakte naar een beeld in mijn hoofd. Die keer was ook volkomen uniek omdat binnen een uur de hele tekening klaar was en exact zo geworden als hoe ik het in mijn hoofd zag.
Dat was misschien toch een vleugje kunst. 

Op stap

Een rondje Borg. De  eerste verliefde wandeling hand in hand met Bert, in 2004, rond Borg (landhuis) Verhildersum . In een vierkant om de Borg heen ligt een wandelpad, wat ideaal is voor een ommetje. Eigenlijk een vierkant rondje dus.
Echt in alle seizoenen mooi, het verveelt me nooit om daar te lopen. En in die bijna 18 jaar na de eerste keer heb ik daar dan ook talloze voetstappen gezet.
Met verschillende honden, met in de loop der jaren een stuk of 40 kinderen in alle leeftijden, met visite en een enkele keer gewoon lekker in m’n eentje.
Tot ik 5 maanden geleden ineens letterlijk geen stap meer kon verzetten.
Het gaat goed met mijn voet, in februari ging het gips eraf en de operatiewond is voldoende genezen. En toen moest ik weer leren lopen. Heel raar, je bent altijd een goede en enthousiaste wandelaar geweest en dan moet je ineens gaan nadenken hoe je moet lopen. Hoe zet ik mijn voet neer, hoe wikkel ik hem af, hoe beweeg ik mijn knie, mijn heup….niets gaat meer automatisch, terwijl ik vroeger gedachteloos overal heen liep, sjouwde, rende en huppelde.
Alles voelt bibberig en onzeker en het gaat langzaaaaaaam…..
Maar! Langzaam of niet, het gaat! En steeds beter ook.


Ik had het ontzettend gemist om met mijn hond Lenny te lopen, gelukkig voor hem waren mijn zwager en schoonzus al die maanden onvermoeibaar, en haalden hem iedere ( ja echt iedere!) dag op voor een wandeling. Echt zo lief!
Toen ik weer een beetje kon lopen, wilde ik zo graag met Lenny naar buiten, ik nam 1 kruk mee en met mijn andere hand hield ik hem aan de lijn. Wat een teleurstelling was dat. Hij was ongeduldig, hield totaal geen rekening met mijn beperkingen (terwijl het altijd zo’n gevoelig beest is), ik kon nauwelijks op de been blijven en ik raakte erg gefrustreerd. Het was gewoon nog te vroeg.
Dus ik ben verstandig geweest (ja dat kan ik wel als ik dat wil, maar ik wil het niet altijd) en heb geoefend zonder hond. En nu lukt het al best goed. Ik loop zonder krukken, zet mijn voet niet meer neer als Pipo de Clown, ik hang niet meer voorover alsof ik een denkbeeldige rollator duw, ik loop rustig in plaats van langzaaaaam…. kortom, ik ben niet meer gefrustreerd.
En deze week wilde ik dus graag weer een rondje Borg gaan lopen. Met Lenny.
Jongens, wat was het fijn! Heerlijk in de prille voorjaarszon, Lenny liep naast me als de liefste hond van de wereld en ik …. ik kon EINDELIJK weer mijn geliefde wandelingetje doen.


Nog even dubben bij een kruispuntje:  ga ik het hele rondje doen of misschien toch een halve?
Lenny wilde wel graag een hele natuurlijk en ik eigenlijk ook wel. 
Dus we hebben het gedaan en het is gewoon een mijlpaaltje! 

Lenny Leerde Liesje Lopen Langs de Lange Leenster Laan
en toen ze weer huiswaarts keerden, was Lies trots dat ze ‘t had gedaan!

Het hoogste lied

Mijn hele leven zing ik al kinderliedjes. Ik ken er nog wel een paar die we op de kleuterschool zongen, op de lagere school leerden we er ook een heleboel. Ik kan me eigenlijk niet herinneren dat we op de Mavo zongen, want op die leeftijd schaam je je daar blijkbaar ineens voor. Maar daarna ging ik naar de kleuterleidstersopleiding en uiteraard zongen we daar weer volop. Ik leerde zelfs over de theorie van het kinderlied, de term ‘kleuterdeun’ bijvoorbeeld, een melodie van 3 tonen die een klein kind makkelijk oppakt. Ik vond een heleboel kinderliedjes eigenlijk maar erg saai en onzinnig.  Arend Stokje en Un dun dip, het waren zeurderige melodietjes en de tekst sloeg meestal ook nergens op. Ik bedoel: “Un dun dip, inne kanne kip, inne kanne dobbelmanne, un dun dip” ? Dat is wat mij betreft nou geen tekstueel en muzikaal  hoogstandje, zelfs niet op kleuterniveau. De kern van de lessen was dat een kleuterlied eenvoudig moet zijn.  Een of andere muziekpedagoog uit die tijd had dat blijkbaar bepaald met een uitgebreide uitleg waarom dat zo moest. En iedereen volgde braaf. Ik vind het nogal betuttelig. Kinderen maken zelf uit welke muziek ze mooi vinden, begrijpen en oppakken. En daarom moet je wat mij betreft een ruim assortiment aanbieden en je niet beperken tot 3 noten.
Toen ik aan het werk ging als kleuterleidster was ik wat dat betreft dus een beetje opstandig. Want ik kende veel mooiere liedjes.  Die had ik geleerd van mijn vader en moeder, de liedjes die zíj als kind geleerd hadden.
Toegegeven, ze waren ook niet allemaal van hoog niveau ( “En in die bloempot zit een heertje, een heertje, een heertje, en in die bloempot zit een heertje, een heertje zonder hoed”)
maar er waren zulke mooie liedjes bij dat ik ze altijd heb onthouden en stiekem aan mijn kleuters leerde, naast de verplichte kost van een kleuterdeun als ‘li li lekkere li, zet een potje li”

Ik zong eerst voor, en al gauw mèt de kleuters (want ze pikten het snel op!) de liedjes van vroeger, van thuis.
“1, 2, 3, 4, 5, 6 , 7, Miertje is de dokter thuis?” Een liedje over een dierendokter die een muis moest helpen die van de trap gevallen was. Het was een verhaaltje wat je zong, in drie coupletten en niet alleen maar rare woorden die toevallig rijmden en het had een heel leuke melodie. De woorden waren soms wat ouderwets, maar 1x uitleggen en de kleuters begrepen het. 

“Er was eens een kleine kabouterman, die had een paar goudleren schoentjes aan” was ook een succes, het kaboutertje was prachtig mooi uitgedost en ijdel, tot hij in de modder viel. Ach wat sneu, maar zo’n leuk liedje. Ook wel moralistisch natuurlijk, maar dat lag er niet zo dik op.
“Een veldmuis vond in ‘t beukenbos een lege notendop” was ook zo’n leuke. Die muis maakte er wieltjes aan en sjeesde  de heuvel af. Ik zag het voor me en de kleuters ook, ik weet het zeker.

Vroeger thuis was het prachtige liedje “Maantje tuurt” onze favoriet, mijn moeder zong dat voor ons en we werden er als kinderen ontroerd door. Het is een bedtijd-liedje, dus niet zo geschikt voor in de klas. Maar ik kreeg zelf ook kinderen en die moesten natuurlijk ook naar bed en zij vonden het ook weer prachtig als ik het voor ze zong.  De tekst en de melodie geven zo’n prettig weemoedig gevoel: 

“Maantje tuurt, maantje gluurt
al door de vensterruiten
t Is alsof het je zeggen wil
‘t Is in de kamer zo stil, zo stil
Zijn de kindertjes al naar bed,
Of spelen ze nu nog buiten?

Zijn de kindertjes al naar bed,
Of spelen ze nu nog buiten?

Lieve maan, kijk eens aan
ze liggen al lang in de veren
‘Mooi’ zegt het maantje en lacht, en lacht
‘Ik wens jullie allemaal goede nacht,
morgen heb je weer nieuwe pret,
dan kun je weer spelen en leren,
morgen heb je weer nieuwe pret,

dan kun je weer spelen en leren.

Echt zo’n lief, geruststellend liedje. Voor kinderen van alle generaties.
MIjn moeder zong het voor mij, ik voor mijn dochter en zij zingt het weer voor haar kindje. 
Mooi dat sommige dingen doorgegeven worden en niet verloren gaan.

In mijn kinderopvang zong ik ook voor en met de kinderen. Oude en nieuwe liedjes. En zo ben ik altijd in de kinderliedjes gebleven. Heerlijk.

Mijn kleinzoon is gek op muziek en op liedjes zingen
Dus mag ik gewoon lekker door blijven zingen.
Wat hij momenteel heel mooi vindt, is ook weer zo’n oud liedje.
Ik leerde het van mijn moeder, zong het als juf met mijn kleuters, zong het voor en met mijn eigen kinderen en nu weer voor hem. Samen met zijn moeder, want zij heeft hem het liedje geleerd.
Toen we afgelopen weekend bij elkaar waren moesten mama en oma het samen zingen, vond hij en hij deed al heel goed mee met de tekst, drie coupletten met moeilijke woorden, op zijn eigen aandoenlijke peutermanier.
Mijn dochter zei later tegen me: je moet dat voor hem tekenen, dat mannetje uit het liedje.
Uiteraard heb ik dat met plezier gedaan. 

Dus bij deze!

Voor Finn:  

Ik droomde gister van een ventje
en zijn buikje was van koek
van sukade wa
s zijn neusje
en van chocola zijn broek

‘t ventje liep op witte klompjes
en die waren van fondant
en een wandelstok van suiker
hield hij in zijn rechterhand

Weet je wat zijn oogjes waren?
Kleine ronde stukjes drop!
en hij had zowaar een hoedje
van rozijnentulband op
droeg daarbij een aardig kieltje
en dat was van pannenkoek
en dat stond hem even netjes
als zijn chocoladebroek

Hij stak zijn armpjes in de hoogte
en hij riep: ‘nu ben ik een reus!’
En hij maakte met zijn handjes
voor de grap een lange neus
Even later ging hij dansen 
en hij zong van tralala
en tot slot nam hij een hapje van zijn broek van chocola! 

Op rozen

De man was een jaar of 15 jonger dan ik en keek mij aan. “Heel mooi, zei hij, “en zo slank!”  Ik zag alleen zijn ogen en ik….

Ok. Het was de dokter, hij had een mondkapje voor en hij had het over mijn voet. De voet die hij vorig jaar  had geopereerd en die hij nu terugzag.
Maar met dat compliment maakte hij wel mijn hele dag goed! Het betekent namelijk dat de voetbreuk-ellende voorbij is. Na 4 maanden mocht vandaag voorgoed het gips er af en heb ik voor het eerst weer 2 schoenen aan! De wond zag er prima uit, de röntgenfoto liet zien dat de breuk goed is genezen en ik heb geen zwellingen of verdikkingen, het is allemaal zoals het moet zijn. Ik ben zo dankbaar!

Het voelt erg onwennig, mijn voet zwabbert nog een beetje en het lopen gaat zo langzaam dat het lijkt of mijn spieren het verleerd zijn. Maar dat is een kwestie van oefenen. Ik ben zo blij! Het is een feestdag en ik liep op rozen naar de auto. ( let vooral even op het deel: ‘ik liep’!) 

En we hebben nog meer te vieren, want er is een nieuw huisgenootje. Eigenlijk een oud huisgenootje maar voor ons is hij nieuw.
Toen we klaar waren in het ziekenhuis zijn we doorgereden naar Stichting Flappus in Zwolle, we hadden daar afgesproken om een cavia op te halen.
Een vriend voor onze Pimpernel, die een paar weken geleden afscheid heeft moeten nemen van haar vriendin Rozemarijn, ze waren al 4 jaar samen. We hebben het even aangekeken maar ze kwijnde weg in haar eentje, hoeveel mensen-aandacht ze ook kreeg.
Bij Flappus zijn zoveel dieren in de opvang, en dit kereltje sprong eruit voor mij. Ook al flink op leeftijd, net als Pimpernel, dat leek een goede match. 

We hebben ze kennis laten maken op neutraal terrein, en het was echt liefde op het eerste gezicht.

Dus die twee kunnen samen van een mooie oude dag gaan genieten!

Er stond al een hele poos een fles Chardonnay Bubbels te wachten in de koelkast. We hadden die van de kinderen gekregen op onze trouwdag in September.
Bewaard voor een speciaal moment.
Vandaag dus! Want het voelt ECHT als een feestdag, alleen maar fijne dingen en klaar voor de toekomst. PROOST! 

Groepsgedoe

In iedere Facebookgroep zit er minstens één: iemand die het nodig vindt om vervelende opmerkingen te maken. Zo’n ‘Ik zeg waar het op staat’ type. Het is mij nog steeds niet duidelijk waar dat voor nodig is. Het gaat immers niet om de wereldpolitiek, de klimaatverandering of andere  discussieonderwerpen. Tenminste niet in de groepen waar ik lid van ben. Dat zijn groepen die met mijn liefhebberijen te maken hebben. Handwerken, schrijven, huisdieren. Maar blijkbaar zijn dat ook goede onderwerpen om ruzie over te zoeken. Puur gekat, iets anders kan ik er niet van maken. Het gaat voor diegene niet om opbouwende kritiek, niet om goede adviezen en blijkbaar al helemaal niet om het gezamenlijk plezier. Bevalt het me echt niet, dan stap ik uit de groep. Ik ben niet gediend van negatief oordeel als er om een advies gevraagd wordt, van lelijke opmerkingen als iemand trots is op wat hij/zij gemaakt heeft, van gesneer omdat iets diegene blijkbaar niet zint, om welke reden dan ook. Zo wordt de sfeer totaal verpest.


In het verleden heb ik me wel eens laten verleiden om daar een opmerking over te maken. Maar dan is het hek helemaal van de dam. En het is toch te gek dat een moderator moet ingrijpen omdat een groepslid zich niet kan beheersen? Ik wil met zulke mensen eigenlijk helemaal niks te maken hebben, het lukt ze namelijk aardig om mijn plezier te vergallen met hun negativiteit.
Van mij hoeven we echt niet allemaal gelijkgestemd te zijn. Ik hou van variatie en van eigenheid. Maar niet van gesneer. Facebook is op zich al erg genoeg, met zoveel mensen die een ongefundeerde mening de ether inslingeren, wat leidt tot gestook, polarisatie en negativiteit. 


Waarom ben ik dan toch lid van een aantal groepen? Omdat ik het leuk vind om te zien wat anderen maken, om inspiratie op te doen, om feedback te krijgen, om plezier te delen. Ik ben op zich helemaal geen groepsmens. Maar als ik altijd alles alleen zou doen, dan beperkte ik mezelf wel heel erg.
En gelukkig zijn er een heleboel mensen die wel normaal kunnen doen in een groep.
Maar ik accepteer niet alles. Ben dus geen lid meer van hondenrasgroepen en CAL-haakgroepen.  Spuugzat van oordelen en gezeik en zelfs persoonlijke aanvallen.
Nee, het is niet allemaal rozengeur en maneschijn in de wereld, maar als we  contact zoeken met mensen die onze hobby’s delen, is dat toch omdat we geïnspireerd willen worden en gezamenlijk kunnen genieten van waar we zo van houden?
Ik vraag me echt af wat de azijnpissers in de groepen willen bereiken en waarom ze zo vreselijk nadrukkelijk aanwezig zijn.  Haak je met meer plezier als je het werk van een ander afkraakt of een vraag belachelijk maakt? Schrijf je beter als je andermans verhaal de grond in trapt? Voel je je superieur als je rotopmerkingen maakt over de hond van iemand anders? En dat zijn alleen nog maar de groepen waar ik bekend mee ben. Ik weet eigenlijk zeker dat iedere groep zijn eigen negatievelingen heeft.
Misschien moet ik een nieuwe groep lanceren. De Sneue Sneerders.  Kunnen ze elkaar afbranden. En ikzelf stap er dan direct al uit. 

Mojo

Nu ik niet meer werk, en ook nog niet mobiel ben, heb ik alle tijd voor de dingen die ik zo leuk vind. Die dingen hebben met creativiteit te maken. Schrijven, tekenen, haken. Maar wat gebeurde er? Niet veel. Ik kon het niet, het lukte niet met die creativiteit. Het zat achter slot en grendel. Dat wilde ik in ieder geval liever geloven dan dat het opgedroogd was.


Het haken lukte wel, tenminste de dingen die ik van een bestaand patroon maakte. Hetgeen iemand anders zo mooi voor me bedacht had. De ideeën die ik zelf wilde uitwerken liepen op niets uit. En weg was het plezier, ik gooide de zo blij gekochte garentjes chagrijnig weer in de handwerkmand. Ik wilde iets maken. Zelf! Gewoon beginnen dan maar? Laptop open met een blanco scherm en dan komt er vanzelf wel iets. Niet dus. Wat ik schreef was inspiratieloos en ik vond er helemaal niks aan. Dan de iPad aan voor een mooie tekening, ik wist zelfs al wat het moest worden. Ik tekende, gumde, tekende, kleurde, gumde… het was allemaal niks. Ik hoorde gewoon Austin Powers in mijn hoofd: “You lost your mojo!”
Het was een naar, deprimerend gevoel, leeg. Januari werd saai en taai.


Toch wist ik eigenlijk wel wat er werkelijk aan de hand was. Er waren andere dingen die mijn energie vroegen. Afscheid nemen van iets wat ik zelf had opgebouwd en wat jarenlang een megagroot deel van mijn leven is geweest. Ik sta nog steeds achter mijn beslissing, maar het pakt me aan.
Het leeghalen en opruimen van de speelgoedkast. De brief van de Kamer van Koophandel dat mijn bedrijf was uitgeschreven. Het mooie naambord wat van de buitenmuur afgeschroefd werd. Het sluiten van mijn bedrijfsrekening. Allemaal handelingen die zeiden: het is definitief.
In december was het nog gaande: cadeautjes regelen, fotoboeken maken, alle kinderen en moeders op bezoek. Direct er achteraan een operatie, de kerstdagen, oud-en nieuw. Zoveel dingen om mee bezig te zijn en aandacht te geven, en allemaal gerelateerd aan mensen die veel voor me betekenen.
Nu is het stil. En waren de dingen die nog moesten puur zakelijk en viel ik blijkbaar in het spreekwoordelijke gat.  Gelukkig maar dat het spreekwoordelijk is, want ik ben wel even klaar met vallen.
En dan is er voor mij eigenlijk maar 1 antwoord: accepteer het maar even. Niet vechten en niet gefrustreerd raken. Dobber maar gewoon even een poosje, je drijft vanzelf wel ergens heen. 
Het helpt, die ‘overgave’.  Slapen, huilen, gewoon even niets doen. Een reset, terug naar de basisinstellingen.


En dan? Komt er voorzichtig weer wat mojo, wat dat ook mag zijn. Lees ik eens oude blogjes waarvan ik zonder bescheidenheid denk: die heb ik ik best heel leuk geschreven.
Kijk ik weer eens op Schrijverspunt of er misschien een leuke wedstrijd is. Lees ik in de schrijfgroep UltraKorte Verhalen wat anderen geschreven hebben en denk: ik weet nog een leuk onderwerp om zelf iets te maken.
Echt na weken weer een verhaaltje geschreven en geplaatst, en vanmorgen zag ik dat hij voor  de Uitgelichte Vijf van de week is gekozen. https://schrijvenonline.org/nieuws/ukvs-van-de-week-loper-slaat-paard-en-berichtjes
Dit maakt me blij. Natuurlijk voor de erkenning! Maar meer nog vanwege het gevoel: het was niet opgedroogd, het was gewoon even niet beschikbaar.
Het komt weer terug, strakjes ook de inspiratie voor een tekening of een eigen haakontwerp.
Ik dobber nog even ,maar tussendoor begin ik toch alweer wat zwemslagen te maken.
Yeah Baby! (om nog maar even bij Austin Powers te blijven) 

Kansspel

“Jongens, we gaan een spelletje doen. En iedereen mag meedoen! O nee, toch niet iedereen, alleen als je in een huis woont wat wij aangewezen hebben. En iedereen krijgt een prijs!”
“Ja maar ik wil ook meedoen, want ik zit in dezelfde situatie”
“Jammer, mag niet. Iedereen is alleen wie wij aangewezen hebben. Goed, zijn we er klaar voor? Maandagmorgen om 9 uur gaan we beginnen. Eerder niet. En dan mogen jullie allemaal tegelijk komen! Jeeeeej!”
“Allemaal tegelijk?”
“Ja hoor, want we maken een wachtkamer en daar kunnen er heeeeeel veel in. En dan zie je vanzelf wanneer je aan de beurt bent. Het is allemaal heel goed geregeld en we hebben voor iedereen een prijs. Nou ja eigenlijk niet voor iedereen. Jullie mogen wel allemaal aan het spelletje meedoen en je hebt allemaal recht op die prijs, maar het is maar de vraag of je die prijs krijgt. Misschien heb je wel pech en ben je te laat aan de beurt. En dan zijn de prijzen op.”
“Hoezo op? We hebben er toch recht op?”
“Ja, dat wel, maar op is op.”
“En als je dan niet aan de beurt komt, komt er een andere keer dan nog zo’n spelletje?”
“Nee joh, dat gaan we niet doen. Wie niet aan de beurt kan komen heeft gewoon pech”
“En als jullie dan de prijzen iets kleiner maken, zodat wèl iedereen aan de beurt kan komen?”
“Dat gaan we niet doen”
“Waarom niet dan, dat is toch eerlijk?”
“Dat gaan we niet doen” 


“Sjongejonge, het is wel druk zeg.  En dat allemaal in die wachtkamer. Dat wordt een lange zit! Maar ja, een prijs krijgen is wel de moeite waard dus we doen het maar.  


“Wat? Ik stond op plek 18.291 en nu ineens teruggezet naar 42.600? Hoe dan?”

“En ik dan? Na uren wachten kon ik eindelijk terecht, en kon ik om mee te doen inloggen  met DigiD. En toen werd ik gewoon van het speelveld afgeknikkerd en moest ik weer helemaal achteraan sluiten. Letterlijk tienduizenden wachtenden voor mij!” 

“Ik ga het even aan de spelleiding vragen, ze zeiden dat ze het zo goed hadden voorbereid. Hé wat gek, ze zeggen niks terug, terwijl ze er wel zijn”

“Weet je wat ook zo raar is?  Mijn wachtplek schuift naar beneden op maar de wachttijd naar boven.  Denk je dat  ik vandaag nog aan de beurt kom met het spel?” 

“Ik heb vrij genomen om mee te kunnen doen aan het spel maar ik ben bang dat het voor niks was.  Lang voordat ik aan de beurt kom zijn de prijzen toch al op. 

En zo verliep de maandag in Groningen. Een aantal mensen hebben de prijs gekregen.  Maar ook een heel groot aantal niet. Ik kom denk ik ook niet meer aan de beurt, terwijl ik keurig om 9 uur aan de start was verschenen. Er zijn nog meer dan 3500 wachtenden voor me zie ik.
Tja, dat is het risico van spelletjes waarmee je wat kan winnen.
O maar wacht even. Dit was eigenlijk geen spel! En ook niet iets wat je kon winnen! Het was een subsidieregeling waar iedereen in de aangewezen postcodegebieden recht op heeft. Ik herhaal: recht op heeft. 
Maar dat maakt blijkbaar niet uit bij de overheid. Ik zie ze al grijnzen: “We houden ze gewoon een Groninger worst voor.  Kijken of ze er op af komen! Kunnen we lachen.  Eerlijk? Hoezo eerlijk? Dat hoeft toch niet? We maken een ruimhartig gebaar met een subsidiepot, die Groningers moeten niet zo zeuren over eerlijk verdelen.  Ze zitten duidelijk niet in den Haag, hahahahaha.  Iene Miene Mutte, 10 pond Rutte, 10 pond kaas, wij zijn lekker toch de baas”

(foto: Hema)

Jaaroverzicht

In de aanloop naar 31 december krijg je het ene jaaroverzicht na het andere.  Muziek, sport, nieuws, er is weer veel gebeurd.  Ook van mensen persoonlijk zie je jaaroverzichten. Facebook maakte zich er dit jaar er makkelijk vanaf, ik kreeg een lijstje namen met wie ik het meest contact had gehad. Alsof ik dat zelf niet wist zeg. 
Spotify verblijdde me met de mededeling dat mijn muzieksmaak chagrijnig is. Chragrijnig!
Ze hebben het verkeerde woord uit de vertaalmachine gekozen. Mijn muziek was vaak moody, stemmig.  En niet moody, chagrijnig.  Het leverde me wel een grijns op.


En hoe zit het met mijn eigen jaaroverzicht? Nou, voor mij persoonlijk was het een raar, bijzonder, moeilijk, maar ook goed jaar.  Een turbulenter jaar dan gemiddeld. 

Het jaar van erop uit gaan met lekkers en drinken mee, in plaats van ‘we gaan wel even ergens een biertje drinken’.  Maar dat leverde ook heel leuke dagen op! Bijvoorbeeld de ontzettend leuke smulroute in Drenthe, waarbij je een rugzakje mee kreeg met een soort hightea in een doosje, waar we tijdens de wandeling van 10 km 2x heerlijk mee gepauzeerd hebben. 
Of samen ergens op een boomstam een kopje koffie uit de thermosfles drinken, op een picknickkleedje een broodje eten, op een bankje in de rugzak naar een reep grabbelen die natuurlijk helemaal onderin is gezakt. 
Ouderwetse genoegens in ere hersteld,

Het jaar van bezoek krijgen maar toch afstand bewaren voor de zekerheid.  Geen knuffel met mijn kinderen, wel een “proost!” op twee armlengten afstand. Een jaar van heel gelukkig zijn met mijn gezin en mijn familie, omdat het heerlijk was om bij elkaar te kunnen komen.

Het jaar van weer even juf zijn, omdat de opvangkinderen niet naar school konden en een aantal wel bij mij kwamen.  Fijn om weer even bezig te zijn met kleuterwerkbladen, maar ik had problemen met sommen uitleggen voor de grotere kinderen omdat de methodes zo veranderd zijn.  

Het jaar van een mooie vakantie in Toscane gepland, samen met de kinderen en kleinzoon, maar die helaas niet door kon gaan. Het bleef bij voorpret

Het jaar waarin ik mijn 60e verjaardag vierde op een stralende zomerdag in de tuin, een dag waarop ik enorm verwend ben en waarvan ik genoten heb. Mijn hele gezin weer bij elkaar, wat was ik daar dankbaar voor

Het jaar waarin ik na jaren weer eens mijn lieve vriendin van vroeger kon bezoeken, wat was het ontzettend gezellig en wat een bizar idee dat we elkaar al 55 jaar kennen

Het jaar waarin ik voelde dat ik mijn werk niet meer goed kon volhouden maar een beslissing daarover steeds voor me uitschoof. Ik wilde het niet toegeven, niet aan mezelf en niet aan mijn omgeving

Het jaar waarin ik afscheid moest nemen van ons oudste konijn, die met haar komst  zoveel vreugde heeft gebracht na alle verdriet destijds. Mijn eigen lieve Sunny, ik mis je nog steeds. 

Het jaar waarin ik uiteindelijk op een rare manier viel en mijn voet brak, daardoor letterlijk stil gezet ben en wel moest nadenken

Het jaar waarin ik corona kreeg en er gelukkig zo goed weer uitgekomen ben

Het jaar waarin ik uiteindelijk de moeilijke beslissing nam om met mijn werk te stoppen.
Kunnen loslaten wat ik in 16 jaar had opgebouwd, kunnen toegeven dat dit het beste was. De lieve reacties van de ouders, het goede afscheid van de kinderen. 

Het jaar van toch nog een operatie op de valreep en toch nog samen kerst kunnen vieren met glittergips

Het jaar van gewonnen schrijfwedstrijden, gehaakte dekens, tekeningen waar ik blij van werd om daarmee bezig te zijn

Het jaar van “oma Annejies is jief” 

Het jaar van mijn lieve gezin, familie, vrienden en belangstellenden. Het jaar waarin ik zo duidelijk zie en voel wie belangrijk voor me zijn en voor wie ik belangrijk ben

Het jaar waarin ik op de laatste dag zeg:  ‘de toekomst ligt helemaal open. Ik ben zo benieuwd!’

Lieve lezers: