Doorgedraaid

Lees ik nu echt dat PETA wil dat het draaimolenpaard verboden gaat worden? En de andere dieren uit de caroussel?  Ik geloof het haast niet en lees het nieuwsbericht nog eens. Het is echt zo. Met als motivatie dat kinderen op deze manier leren dat een dier er voor vermaak en exploitatie is. 
Werkelijk, ik ben er stil van. Zijn de mensen van PETA zelf geen kind geweest? 

Wie mij kent weet dat ik veel van dieren houdt, er respect voor heb, en zou willen dat niet één dier meer lijdt door het toedoen van mensen. Maar dit? Hier kan ik totaal niets bij voelen. Ja, ergernis en frustratie. Omdat ik bang ben dat er wordt geluisterd naar deze schreeuwers en er dus aanpassingen gemaakt gaan worden. 
Een kind is geen volwassene. Heeft een andere belevingswereld, die het onderweg naar de volwassenheid helaas kwijt raakt. Nogmaals, zijn de mensen van PETA geen kind geweest?

Kan je je niet meer herinneren hoe magisch het was, als je op een draaimolenpaard rondreed? Een sprookje was het, je kon je verbeelden dat je samen met je paardje avonturen beleefde. Jouw paardje en jij waren de beste vrienden en je wilde dat je hem mee naar huis mocht nemen en altijd voor hem mocht zorgen en hij voor jou.
Het woord exploitatie kende je niet, het begrip al helemaal niet. Je was juist enorm trots dat het paardje je wilde dragen, dat je samen dit geluk beleefde.  

Die motivatie van PETA, ik vind het ziek. Het maakt de kinderwereld kapot. Het heeft totaal niets te maken met dierenleed, maar met het vernielen van fantasie. Er is geen kind dat denkt: yes nu heb ik macht over dat paard, die dolfijn, die leeuw. Een kind is juist onder de indruk, dat deze magische dieren met jou op avontuur willen gaan. 

Het mag toch niet zo zijn dat dit nu verdwijnt. Dat kinderen alleen nog maar rond mogen rijden op mechanische auto’s en raketten, in plaats van de magie van dieren te ervaren. ZONDER dat er ook maar één dier voor gekrenkt wordt.
En als we dan toch doordraven, hoe zit het dan met díe dingen? Leert een kind dan niet dat het okë is om die vervuilende vervoersmiddelen te gebruiken, alleen voor plezier? 

Terug naar de dieren. Mogen kinderen straks ook niet meer met  knuffels spelen? Geen schaapje meer in bed, geen beertje? Kunnen we in vredesnaam ophouden met dit buiten alle context gehaalde gedoe?  Hier wordt enorm veel schade mee aangericht, terwijl het niets, maar dan ook niets met dierenleed te maken heeft. De fantasie en de magie wordt vermoord. Dat is zo erg, dat ik er geen woorden voor heb. Eigenlijk alleen tranen.

Interview (2)

  

In de categorie ‘Hoe is het toch met….’  spreken we vandaag nog eens met Annelies van Bloois. In de vorige aflevering van ‘Door de bank genomen’ heeft u haar tergende ervaring met de Triodosbank kunnen horen. Mevrouw van Bloois, fijn dat u er weer bent. Is alles in orde gekomen?

      Nee

Niet? Maar we sloten het vorige interview af met een hoopvolle conclusie. Was dat niet terecht?

      Nee

Heeft u uw pasje nog niet ontvangen?

      Nee

En heeft de bank daar een reden voor opgegeven? 

     Nee

U heeft niet veel variatie in uw antwoorden

     Nee

Dus u kunt nog steeds niet pinnen of contant geld halen?

     Nee

Mevrouw, sorry dat ik het vraag, maar kunt u nog iets anders zeggen dan ‘nee’?  

     O jawel, maar dan was het geen antwoord op uw vraag

Is er dan helemaal niets gebeurd ondertussen?  

     De passen zijn op 19 januari aangemaakt. Dat weet ik omdat ik afgelopen week al weer een paar keer contact gezocht heb met de bank

En het is nu 29 januari, heeft u ze nog steeds niet?

     Sorry dat ik het woord weer gebruik maar: nee.
We kregen halverwege vorige week wel pincodes, per brief. Maar daar bleef het bij. 

Wat zegt de bank daarvan?  

     Dat de passen aangemaakt zijn en de pincodes snel gekoppeld kunnen worden, maar dat de passen vervolgens gedrukt moeten worden en dat kost tijd.  

Zou dat echt zo zijn? 

     Als ik het grof mag zeggen:  ik vind het een PIEPsmoes.  Donderdagavond hebben wij, dus ná sluitingstijd van de kantoren, een bankrekening geopend bij de ASN bank. Drie keer raden wat er zaterdagochtend op de mat lag. 

Uw nieuwe passen?  

     Inderdaad. Dus die hebben ze vrijdag aangemaakt en verstuurd, zaterdag lagen ze op de mat.  Volgens de Triodos duurt het na het aanmaken 5 tot 10 werkdagen. Dus, vandaag dag 21 zonder pas. Krankzinnig, een ander woord heb ik er niet voor.  Morgen of overmorgen komen de pincodes van de nieuwe bank. 

En dan, wat gaat u dan doen?  

     Als de sodemieter de hele boel overhevelen naar de nieuwe bank en een officiële klacht opstellen voor de Triodosbank. 

Vorige keer was u nogal geëmotioneerd, ik merk dat u nu in een andere gemoedstoestand zit.

     Dat heeft u heel goed gemerkt. Ik ben nu alleen nog maar erg kwaad. De paniek en de frustatie voorbij. Ik wil nu  graag een heleboel lelijke woorden zeggen, mag dat?  

Kijk eens mevrouw, u kunt een poosje in dat hokje gaan zitten. Dat is volkomen geluiddicht en dan kunt u alles wat u maar wilt hardop roepen. Dan danken wij u voor nu ,dat u nog even wilde langskomen en draaien wij voor de luisteraars: ‘I will survive’ van Gloria Gaynor

     O dan zing ik nog even mee! 

At first I was afraid, I was petrified

Kept thinking I could never live without you by my side

But then I spent so many nights thinking how you did me wrong

And I grew strong

And I learned how to get along…..

lalalalalla…… I will survive….. hey hey!

Dag Toby

Toby is er niet meer. Vanmorgen vond Bert hem buiten. Toby had aangevoeld dat hij ging sterven. Anders was hij niet in de gierende storm naar buiten gegaan. Het was zijn tijd.

Hij had geen leuke start in zijn leven, bijna 9 jaar geleden. 
Zijn vader was een wild konijn, dus niet in beeld. Zijn moeder was tam, maar ze had hem verstoten. Hij is in de opvang in Zwolle terecht gekomen en daar met liefde grootgebracht. Maar als halfwildje had hij het zo moeilijk. De drang naar vrijheid, het niet aangeraakt en verzorgd willen worden, maar ook niet kunnen overleven in het wild, dit bij elkaar maakte dat hij een gespannen en ongelukkig konijntje was.
Toen wij, na de dood van onze Vlaamse Reus Leffe, een nieuwe grote vriend zochten voor de twee dames die we toen hadden, hadden we Toby wel voorbij zien komen op de site van Flappus, de dierenopvang in Zwolle. Maar hij was niet wat we zochten, we kozen voor een jong, heel groot konijn die we de naam Rhosgobel gaven. Hij matchte prima met onze konijntjes Sunny en Joy en iedereen was happy.

Nee, ik niet. Die foto van dat kleine halfwilde konijn, evenals het bijbehorende verhaal, liet me maar niet los. Dat kleine, angstige kereltje, dat niemand wilde hebben, zelfs zijn eigen moeder niet. Wij hadden toch wel ruimte? Dit diertje verdiende toch een kans?

Goed, lang verhaal kort: wij zijn hem later alsnog gaan halen. Want hij zat er nog steeds. Bassie heette hij in de opvang, maar dat deed me veel teveel aan die irritante clown denken, dus hij kreeg de naam Toby.
Hij was inmiddels een maand of 8 en nooit was er iemand voor hem gekomen. 
Nu mocht hij met ons mee naar huis

In de jaren die volgden heeft Toby een goed leven gehad. Hij had de ruimte, maar ook de bescherming van een veilige omgeving, iedere dag goed en voldoende eten en het belangrijkste: soortgenoten. 

Hij paste moeiteloos bij  Rhos, Joy en Sunny en was een geliefd konijn in de groep.
Helaas heeft hij een aantal keer afscheid moeten nemen, de andere konijnen stierven op den duur van ouderdom. Een uitzondering hierop was Kira, nog een halfwildje wat we een paar jaar  later opgehaald hebben, zij is maar vier jaar geworden.
Ja, konijnen kunnen rouwen. We merkten duidelijk verschil in gedrag, als er een groepsgenootje was overleden.

Toby doorstond het allemaal, hij leefde rustig door. Totdat er twee jonge konijnen bijkwamen, hij had er geen zin meer in, die drukte aan zijn kop. Dat liet hij duidelijk merken, en we hebben de jongen apart gezet in de aangrenzende grote ren. 
Hij had nu alleen nog maar gezelschap van Jarvis, een nog niet zo oud maar enorm kalm en goedgehumeurd hangoorkonijn. Ze hadden het prima samen, deze mannen, met de gezelligheid van jonge buren, maar niet de lasten.
De anderen hadden inmiddels een (onbedoeld) nest gekregen, we hebben die jongen allemaal gehouden. Ons wel eens afgevraagd of die genoeg ruimte hadden met z’n allen, maar ze zaten (en nog) toch altijd bij elkaar op een kluitje, one happy family.
En Toby had recht op een rustige oude dag. 

Daar heeft hij van kunnen genieten, daar ben ik van overtuigd. Deze zomer had hij het zwaar, toen het een poosje heel erg warm was. Ik dacht dat hij er niet door zou komen. Maar zodra de hitte voorbij was, werd hij weer actiever. En heeft daarna dus nog een half jaar doorgeleefd.
Nu was het op. Zijn leven was klaar. Lieve, lieve Toby, dank je wel dat je me zoveel plezier en geluksgevoel hebt gegeven. Ren nu maar rond op de velden van Inlé, samen met je geliefde Kira, en alle anderen van wie je gehouden hebt. Jij bent gegaan zoals Richard Adams in de laatste alinea van de Waterschapsheuvel schreef: 

Het scheen Hazelaar toe dat hij zijn lichaam niet langer nodig zou hebben en dus liet hij het aan de rand van de greppel liggen, maar bleef een ogenblik staan om naar zijn konijnen te kijken en te proberen te wennen aan het bijzondere gevoel dat kracht en snelheid onuitputtelijk uit hem in hun slanke jonge lichamen en gezonde zintuigen stroomden. “Je hoeft je over hen geen zorgen te maken”, zei zijn metgezel. “Zij komen er wel, en duizenden van ze. Als je meegaat zal ik je laten zien wat ik bedoel”  Hij bereikte met een enkele krachtige sprong de top van de berm. Hazelaar volgde hem en samen glipten ze weg, moeiteloos door het bos rennend waar de eerste pioenrozen begonnen te bloeien”

Nu zit Jarvis alleen. Hij kent de andere konijnen goed,is al vaker in hun gezelschap geweest. Eentje is zijn zoon, de anderen zijn kleinkinderen.
We gaan de rennen met elkaar verbinden. Dubbele ruimte voor deze familie. Zo kan iedereen gezelschap zoeken , maar zich ook terugtrekken als hij/zij dat wil.
Acht konijnen. En toch is het leeg, want Toby is er niet meer.

Interview

   Goedemorgen, welkom bij het programma ‘Door de bank genomen.’  Bij ons aan tafel zit Annelies van Bloois.  Mevrouw van Bloois, hoe gaat het met u?  

Heel vriendelijk dat u dat vraagt, dank u wel. Het gaat inmiddels weer aardig goed. Ik heb vannacht weer kunnen slapen, mijn migraine is flink afgenomen en de eetlust komt ook weer terug. 

   Dat is fijn om te horen. Want u hebt het een en ander meegemaakt met uw bank, is het niet? Kunt u er iets over vertellen?

Laat ik bij het begin beginnen. Al jarenlang bankieren mijn man en ik bij de Triodosbank. Die vonden we destijds het best bij onze principes passen. Het was ook altijd wel naar tevredenheid, al werd dat de laatste jaren iets minder. We hadden het idee dat ze niet snel genoeg meegingen met nieuwe ontwikkelingen, zoals met je pas betalen in het OV bijvoorbeeld, en de bankkosten waren ook nogal hoog. 

   Maar dat was voor u geen reden om daar weg te gaan, begrijp ik.

Nee, dat vonden we niet nodig. We dachten wel wat kosten te besparen, door onze twee betaalrekeningen van en/of rekeningen, dus met twee namen, te wijzigen in rekeningen met één naam. Dat zou ons €72 per jaar schelen, dus dat vonden we even de moeite. 

   Nou, dat is nogal wat inderdaad. En lukte het wijzigen? 

Ik vulde formulieren in, die vrij vlot werden verwerkt. Binnen een week waren de rekeningen op één naam gezet. 

   Dat is prima in orde dan, zou ik zeggen?

Nee, helemaal niet, want de verkeerde namen waren er af gehaald. Ik had nu ineens de rekening van mijn man en hij die van mij. En dat is natuurlijk enorm lastig en helemaal niet de bedoeling. 

   Hoe kan dat, had u het niet goed ingevuld?

Dat kon ik me haast niet voorstellen, maar ik nam zo’n formulier er nog eens bij. Blijkbaar had ik de regel ‘Gegevens te wijzigen rekeninghouder’ anders opgevat dan de bankmedewerker.

   En wat deed u toen u dat merkte?

Ik nam op 9 januari telefonisch contact op met de bank en kreeg uiteindelijk, er was nogal een wachtrij, een vriendelijke medewerker aan de lijn. Ik deed mijn verhaal en hij zei: Het liefst zou ik nu zeggen dat ik het met een druk op de knop ongedaan kan maken, maar zo werkt het niet. Wat u moet doen is het volgende:  U vult vier formulieren in. Twee om de rekeningen weer te wijzigen naar en/of rekeningen en twee om die rekeningen nog een keer te wijzigen maar dan naar de goede naam. Doet u er even een begeleidende brief bij met wat we nu besproken hebben.’

   Tjonge, dat was best omslachtig, u moest dus nog weer vier formulieren van ieder….hoeveel zijn het… drie pagina’s zie ik, uitprinten en invullen. Dus dat waren twaalf bladzijden. 

Vijftien, want er moesten nogmaals kopieën van onze paspoorten bijgevoegd worden, plus de brief. Ik maakte het pakket dezelfde dag nog in orde en deed het op de bus. 
Toen ging ik boodschappen doen, want volgens de bank was mijn pas gekoppeld aan het IBAN nummer, dus die moest gewoon nog werken

   En was dat zo?

Mijn pas werd geweigerd door de pinautomaat. Ik had geen contant geld bij me, dus moest ik de boodschappen laten staan. Ik dacht: dan haal ik geld op bij de Geldmaat en betaal straks alsnog contant.
De Geldmaat slikte mijn pas in en op het scherm verscheen de mededeling dat om veiligheidsredenen de pas ingenomen was en ik contact op moest nemen met de bank. 

   Dus u belde de bank

Ja, dat deed ik direct. Het was toen een paar minuten over vijf. En de bank sloot om vijf uur dus ik kreeg geen gehoor. 

   Uiteindelijk had u dus geen boodschappen, geen geld en geen pas.

Nee precies. Maar wel lieve familieleden die me contant geld gaven om alsnog boodschappen te kunnen doen. Ik kon gelukkig wel geld overmaken dus hoefde niet te lenen. 

   Hoe ging het verder, werd het snel opgelost?

De volgende ochtend belde ik direct de bank. Uiteraard weer een wachtrij. Uiteindelijk kreeg ik iemand te pakken, legde mijn situatie uit en vroeg of de wijzigingsformulieren binnen waren. 

   Was dat dan niet dezelfde meneer, die u de dag tevoren had gesproken?

Nee, ik vroeg daarnaar maar die medewerker kon ik niet aan de lijn krijgen. Dus dit was een ander, en hij kon de formulieren niet vinden. Misschien had de post het nog niet bezorgd. 

   Dus u moest geduld hebben begrijp ik

Ja, daar kwam het op neer, ze konden niets voor mij doen nu.

   Wij gaan er nu even tussenuit voor een plaatje, want er komt nog een heel verhaal heb ik begrepen.  Hier is ‘Money, money, money’ van Abba!

   Welkom terug. Mevrouw van Bloois, hoe ging het verder?

Ik denk dat ik nu het beste een samenvatting kan geven van wat er vervolgens allemaal gebeurde. Het werd namelijk een gebed zonder einde.
Vanaf donderdag 11  januari tot en met donderdag 18 januari heb ik, met uitzondering van het weekend, iedere dag contact gezocht met de bank. 

   En hoe deed u dat?

Op alle manieren die maar mogelijk waren. Eindeloos in de wachtrijen gehangen met de telefoon, mijn rekening zal deze maand wel astronomisch hoog zijn. Ook via chat zocht ik herhaaldelijk contact. Ook hier lange wachttijden.
Iedere keer kreeg ik weer een andere medewerker, dus ik heb talloze keren de situatie uitgelegd.
Ik heb de reactie:  ‘Ai, dat is vervelend’ werkelijk in alle varianten gehoord. En vervolgens kreeg ik nooit een echt antwoord op mijn vragen over de wijzigingen, de formulieren, de passen, de pincodes, he-le -maal niets.
Eén medewerker bestond het zelfs te zeggen dat het hem te chaotisch was, en toen ik het hem nog een keer wilde uitleggen, onderbrak hij me met de mededeling dat er het erg druk was, er een lange wachtrij was en hij mij niet langer te woord kon staan.

   Dus toen werd u er gewoon uitgeknikkerd? 

Ja, dat was precies wat er gebeurde

   Maar u was toch ook gewoon een klant, die gewacht had en geholpen moest worden?

Nou, dat dacht ik ook, maar tot mijn frustratie kwam ik dus geen stap verder en ik kreeg geen antwoorden

   Hier kon u niets tegen doen?

Nee, dan moest ik weer bellen met tien of twaalf wachtenden voor me. De chat was ineens ‘niet meer beschikbaar’  Ik wilde niet meer bellen want het werd me veel te duur en het kostte al met al enorm veel tijd en energie. Ik heb er de hele week letterlijk uren aan besteed.
Ten einde raad stuurde ik afgelopen woensdag een mail, waarin ik nogmaals het hele verhaal uitlegde en heel duidelijk de gewenste oplossing aangaf, met hoofdletters erbij dat het DRINGEND was.

   Nou, goed idee. Had dat effect?

Ik kreeg een automatisch antwoord. Ik zou binnen tien werkdagen, dat is dus twee weken een reactie mogen verwachten. 

  Heeft de bank geen bezoekadres?

Jawel, in Driebergen, dus dat is nu niet direct naast de deur als je in Noord Groningen woont

   Nee u heeft gelijk.  We gaan er nog even uit, luistert u naar
Soft Cell met ‘Frustration’! 

  En we zijn weer terug. Mevrouw van Bloois, wat gebeurde er gister? 

Ik opende de bankapp om te kijken of er al iets veranderd was. Tot mijn afgrijzen zag ik dat de betaalrekening nu helemaal verdwenen was, alleen de spaarrekening stond er nog maar.
Ik belde snel mijn man, of hij wilde kijken hoe het op zijn bankapp was, en dat was hetzelfde.

   Wat dacht u toen?

Eerlijk gezegd raakte ik in paniek. We hadden deze week door kunnen komen omdat we nog wel geld konden overmaken aan de mensen die ons contant geld wilden verstrekken.  Maar nu hadden we ineens niets meer. Nee, ook aan de spaarrekening hadden we niets, want die is gekoppeld aan de betaalrekeningen, als je daar wat van over wilt maken. En die rekeningen waren nu compleet verdwenen.

   Wat deed u? Och mevrouw toch…. Kijk eens, hier staat een doos tissues, pakt u gerust.  Zo, gaat het weer?

Ik heb huilend achter de laptop een chatbericht getypt, dat ik nu ècht geholpen moest worden, omdat ik niet meer wist hoe het nu verder moest. 

   Hielp dat?

Ik moest weer lang wachten op een reactie. Maar toen kreeg ik een bericht van medewerkster Nienke. Ik vermeld expres haar naam, want dat verdient ze.
Zij zei ook weer: ‘Ai, dat is vervelend.’  Maar vervolgens: ‘als u me even de tijd geeft ga ik het voor u uitzoeken’ 

   En gebeurde dat? Zocht ze het ook daadwerkelijk uit?

Ja, dat deed ze. Ze heeft mijn hele contactgeschiedenis gelezen, en nogmaals gezegd dat het echt ontzettend naar was hoe alles verlopen was. Vervolgens heeft ze het doorgezet naar haar leidinggevende met de mededeling dat het die middag nog opgelost moest worden. Ze is ook persoonlijk achter de computermedewerkers aangegaan om te zorgen dat onze rekeningen weer in de app kwamen.
Bovendien kwam ze uit zichzelf met een antwoord over onze passen, ik had het daar met haar nog niet eens over gehad. Ze had dus echt alle info gelezen. 

   Hoe is het afgelopen? 

Het is dat het via de chat was, anders had ik haar omhelst. In iets meer dan een half uur had ze opgelost waar ik met andere medewerkers een hele week zonder resultaat mee bezig geweest ben. 

  Dus nu kunt u weer bij uw rekening allebei?

JA! En de rekeningen staan ook nog op de goede naam. De passen kunnen we een dezer dagen verwachten. 

  U was zeker wel opgelucht? 

Ik had knallende hoofdpijn en ging even douchen. Toen ik terugkwam in de kamer zag ik dat ik een telefoontje van de bank had gemist. Ik belde terug, het was deze keer een ander nummer, zonder wachtrij.
Het was Nienke om te zeggen dat de app weer werkte en te vragen of ze verder nog ergens mee kon helpen.
Ik heb haar heel hartelijk bedankt en gezegd dat zij de enige was bij wie ik me gehoord voelde. 

   Nou, mooi dat het dan uiteindelijk in orde is gekomen. Wilt u nog wat zeggen tegen de Triodosbank misschien? 

Het is pas januari, maar maak Nienke alvast maar Medwerkster van het Jaar. Zij is de enige door wie ik me gehoord voelde, terwijl ik met talloze mensen contact heb gehad.
En ondanks dat zij het uiteindelijk in orde heeft gemaakt, hebben wij besloten om over te stappen naar een andere bank. Zo’n stressvolle periode omdat we niet bij ons eigen geld kunnen komen wil ik niet nog eens doormaken. En als er in de hele klantenservice maar één medewerker is die mij serieus neemt en haar best doet om de dingen op te lossen, dan hebben we het wel bekeken. 

   Dank u wel voor dit interview. Maar, met alle respect, zouden sommige luisteraars zich nu niet afvragen of u het hele verhaal een beetje hebt aangedikt?

Ik kan u verzekeren dat het woord voor woord waar is. Twijfelt iemand eraan: ik heb screenshots bewaard van de chatgesprekken en natuurlijk een kopie van de brief en de mail. 

   Dat is een prachtige afsluiting, dank u wel, mevrouw van Bloois. En veel succes bij uw nieuwe bank.

   Dan hebben we nu nog net tijd voor  ‘Go your own way’ van Fleetwood Mac. 
Bedankt voor het luisteren en tot een volgende keer!

Excuus

Vanmorgen belde ik mijn tandartsafspraak af. Voor de tweede keer al, want ik zou eigenlijk op 28 november gaan.
Maar toen was ik net oma geworden en nog fysieke en morele bijstand aan het geven aan het gezin van mijn dochter. (En uiteraard aan het genieten van die prachtige, lieve, inimini, nieuwe kleinzoon💙)
De tandartsassistente vond het een goede en leuke reden en verplaatste de afspraak naar 2 januari. Vandaag dus.
Niet echt het leukste om het nieuwe jaar mee te beginnen, maar wat moet dat moet en dan moet wat moet dan ook maar gewoon gelijk. Is het gelukt deze zin te lezen zonder hakkelen? Chapeau!

Maar helaas, deze vochtige winter is niet zo bevorderlijk voor de toch al niet zo stabiele conditie van mijn longen en sinds een paar dagen hoest ik weer flink. Leek me niet handig voor zowel mezelf als ik in die stoel met open mond lig, als voor de tandarts, de assistente en de preventieassistente die over me heen hangen.
Dus nu zelf uit preventie belde ik af.
‘Och vervelend!’ zei de assistente aan de telefoon. ‘Maar voor ons maakt het niet uit hoor, we dragen mondkapjes.’
Toen ik vertelde dat hetgeen ik momenteel ophoest bijna zelfstandig wegloopt, herzag ze haar mening. En plande een afspraak in februari in. Dan wil ik ook echt, ook al wil ik niet, want het is gewoon belangrijk om je gebit goed te onderhouden natuurlijk.

Toen ik de verbinding had verbroken vroeg ik me af hoeveel soorten excuses een tandartsassistente te horen krijgt, als patiënten afbellen.
Ik heb het vermoeden dat mensen de meest vreemde dingen bedenken, waarbij oma worden en een half ecosysteem ophoesten heel normaal lijken.
Want, is het een excuus of een smoes?

Toen ik voor de klas stond en een stagiaire zou krijgen, verscheen ze op de afgesproken dag niet. In de pauze belde ik naar haar school (was nog voor de mobiele telefoon tijd) en vroeg of ze ziek was. De leraar zou het uitzoeken. Toen ik teruggebeld werd, was ze het zelf. Ze was vandaag maar niet gekomen, want het regende zo.
Ik sta niet snel met mijn mond vol tanden, maar toen echt wel. Gaf haar nog wel een herkansing als ze diezelfde dag nog kwam, maar het was uiteraard een valse start en niet echt bevorderlijk voor een goede beoordeling. Het enige was dat ze wel eerlijk was, ze had geen smoesje verzonnen. 

Ben ik zelf een heilige wat dat betreft? Nee, dat ben ik niet.
Ik hou er niet van om te liegen, dus echte smoezen verzin ik niet. Maar een beetje inspelen op hoe mensen dingen opvatten, dat kan ik wel.
Toen ik met mijn toen nog jonge dochter naar een concert zou gaan, dus laat thuis en dat op een doordeweekse dag, kreeg ze de dag tevoren een briefje mee naar school.
‘Irene is morgen de eerste twee uur niet op school. Ze moet naar de podoloog.’
Hier was geen woord van gelogen. Ze zou de eerste twee uur niet op school komen, omdat het nachtwerk zou worden voor ze in bed lag. Ze moest naar de podoloog. Om 5 uur ‘s middags. To much information. Twee zinnen was genoeg. De interpretatie liet ik aan de lezer over.
Ja, ik weet het, sneaky. Als je dat niet van mij had gedacht: sorry. Ik realiseer me dat ik best een risico neem met deze bekentenis. Straks vertrouw je me niet meer.
Gelukkig is het zelden nodig om creatief te zijn met excuses. Hint: als bij mij het woordje ‘want’ ontbreekt, moet je misschien even twee keer nadenken over mijn reden.

Gister hoorde ik er eentje met ‘want’ waar mijn mond van openviel. Van verbazing en van het lachen.
Een uitnodiging voor een feestje werd afgezegd: ‘Ik kan niet komen, want ik ben vandaag in de overgang gekomen.’
Werkelijk. Ik zat met andere vrouwen van mijn leeftijd en we hebben elkaar gierend uitgevraagd over op welke datum ieders overgang was begonnen, welk tijdstip en wat we op dat moment aan het doen waren.
Misschien bedoelde de arme vrouw wie het betrof dat ze niet lekker was ofzo, maar dit….
Het scheen wel de kroon op de excuses te zijn, ik denk zelf ook dat ze dit niet meer gaat overtreffen. 

Aangezien ik het  niet aan de tandartsassistente ga vragen, vraag ik het aan jullie:
Wat is het gekste excuus of de onwaarschijnlijkste smoes die je ooit gehoord, of misschien zelfs gemaakt heb? 
Schroom niet, ik ben heel benieuwd!

Voor Ronald

Al sinds ik gehoord heb van je plotselinge dood wil ik iets schrijven. Maar steeds weet ik niet zo goed wat. Misschien moet ik gewoon beginnen.
Toen ik je leerde kennen was je 9 jaar. Toen je overleed was je 53. Jong om te sterven. En zo onverwacht. Ik leef zo mee met je familie. Helaas weet ik maar al te goed hoe het is om midden in de nacht telefoon te krijgen met een vreselijk bericht.
Ruim 20 jaar ben je mijn zwager(tje) geweest. En in de ruim 20 jaar daarna hielden we een soort van contact.
Op een vreemde manier. Want jij was jij en ik was ik. We hadden nooit een hechte band, maar we lieten elkaar ook nooit los. Ergens was er iets wat ons bond. En dat ‘iets’ maakt dat ik behoefte heb om te schrijven, nu je zo plotseling weg bent.
Wat was het iets? Ik denk eigenlijk iets heel eenvoudigs: we waren in staat om van elkaar te zien wie de ander was en dat te respecteren en te waarderen. Hoe verschillend ook, hoe lastig soms, hoe irritant we soms zelfs voor elkaar waren, het contact bleef. Want we mochten elkaar, op onze eigen speciale manier.
Ik ga je missen. Het is echt vreemd dat jij er niet meer bent om dit stukje te lezen. Je zou waarschijnlijk in prachtig geconstrueerde zinnen met galgenhumor je reactie geven.
Je was een trouwe lezer van Daagse Dingen en had er een hoge pet van op. Ik lees op jouw facebook zelfs een recensie:

Alleen daarom al verdien je hier een stukje wat aan jou gewijd is.
Een week voor je overleed heb ik nog met je gechat. Gelukkig.
Rust in vrede man. Je verdient het.



Droom

Gistermiddag keek ik naar Escape to the Country. Een vrij jong echtpaar was op zoek naar een leuk huis in ‘rural Scotland’. 
Ze kregen vier huizen te zien maar eentje deed mij werkelijk naar adem happen. Een prachtige wit met blauwe cottage, de grote tuin grensde aan de rivier Tweed en het geheel straalde de sfeer van het werk van Beatrix Potter uit. Toen ze het huis bezichtigden en in de keuken stonden, zat er een eekhoorntje op de vensterbank naar binnen te gluren. Ik zat letterlijk te piepen.
Die keuken was natuurlijk prachtig, met een ouderwetse Aga en genoeg ruimte voor een eettafel.  De huiskamer was knus met een open haard, boven hadden de slaapkamers vensterbanken waar je in kon zitten. Alles aan dat huisje riep: MIJN DROOMWENS. Het kneep gewoon een beetje van binnen, omdat ik weet dat ik zoiets nooit zal kunnen verwezenlijken. Ik deed de tv uit en dacht: misschien moet ik gewoon maar niet kijken naar zulke programma’s. Jaloezie is geen prettige emotie. 


Vannacht droomde ik dat ik ging verhuizen. Naar Nieuwegein (vraag me niet waarom) en we zouden op huizenjacht. Ik hield me heel dapper maar in mijn hart vond ik het vreselijk. Ik wilde niet verhuizen. Mijn lieve fijne huis hier achterlaten en ergens anders naartoe? Ik voelde me heel verdrietig als ik dacht aan alles wat ik dan zou missen. En dat was heel wat, al woon ik dan niet in een Beatrix Potter cottage aan de rivier.
Toen ik wakker werd was het kwart over 5 en ik voelde me nog steeds heel verdrietig. Ik kon ook zo snel niet weer in slaap komen.
Toch maakte die droom me wel wat duidelijk. Denk je nou echt, zelfs als ik het geld had,  dat ik naar Schotland zou vertrekken en de mensen en dingen waar ik zo van houd achterlaten? Natuurlijk niet. Raar, dat een op zich simpele droom alles zo in perspectief kan zetten. En ik was niet meer verdrietig.


Jaren geleden heb ik immers al die Escape to the Country gemaakt. Ik blijf gewoon lekker hier wonen, in een klein onaanzienlijk dorp in het uiterste noorden van Groningen. In dat weidse landschap waar het altijd waait, maar ook altijd mooi is.
In het huis waar ik zo van hou en wat inmiddels zo eigen is. Terwijl ik zit te typen aan de grote tafel kijk ik in de keuken die ik na bijna 20 jaar nog steeds heel gezellig vind. We hebben dan geen eekhoorntje voor het raam, er is wel steeds dezelfde merel en er wonen maar liefst negen konijnen in onze tuin.
In de achterkamer is de vensterbank die Bert voor me gemaakt heeft, waar ik heerlijk kan zitten in de kussens. We hebben inmiddels andere ramen , de grote ‘etalage’ is vervangen door een kruis van vier ramen en daar ben ik zo blij mee. Het maakt het zoveel knusser.
Volgens de buitenlandse programma’s is het voor ons behelpen met maar één badkamer. Dat vinden ze maar, ik ben heel blij met hoe mooi die geworden is het afgelopen jaar. Onze slaapkamer heeft een dakkapel maar het bed staat onder de balken van het schuine dak. Ook dat vind ik heel gezellig. Kortom, forget the cottage, ik bin blied mit mien hoeske.
En dat is wel een prettige emotie! Dus die houd ik vast.

Babypraat

Anderhalve week geleden ben ik weer oma geworden. We kregen er een prachtige kleinzoon bij. 
Deze keer heb ik het van heel dichtbij mee mogen maken. Dochter had namelijk gevraagd of wij wilden komen als de bevalling zich aandiende, om op onze oudste kleinzoon te passen.
En of ik na de bevalling een paar dagen zou willen blijven.
Dat deed ik letterlijk met alle liefde. 

Het bijzondere van een kleinkind krijgen vind ik, is dat het enerzijds heel vertrouwd is omdat het een kind van je kind is en je daarmee een schat aan herinneringen bovenhaalt aan de tijd dat ze zelf geboren werd. Anderzijds zie je dat je kind verandert in een moeder en dat gevoel vind ik onbeschrijflijk. 
En als je dan zo’n klein babylijfje in je armen houdt wat nog maar een paar uur geleden is geboren, dan is de verwondering en de liefde niet te bevatten. Het is volkomen nieuw en toch volkomen vertrouwd.
Dat was 35 jaar geleden zo en dat is nu zo. Zulke dingen veranderen blijkbaar niet. 

Wat wel verandert is de prenatale en postnatale zorg.
Toen ik het babyboek van mijn dochter erbij nam, om te vergelijken of haar pasgeboren zoontje lijkt op haar toen ze baby was, zag ik ook de dingen die ik er bij ingeplakt had.
Het inschrijvingsbewijs voor kraamzorg, het boekje met adviezen. 

Wat is er dan enorm veel veranderd in die tijd! Zowel in fysieke omstandigheden als in inzichten. 

Die laatste regel! Zo was het en dat was heel normaal. 

Toen mijn dochter zwanger was, moest ze bepaalde soorten eten en drinken laten staan.
Zelfs nu met de tweede was het alweer anders als met de eerste. Alles voor de veiligheid.
Wat op zich natuurlijk wel heel erg verstandig is.
Toen ik zwanger was? Kijk dan bij punt 8:

Dat is toch niet te geloven in deze tijd! 

Ik had 36 wasbare luiers  en dan was mijn kraamverzorgster nog zo vooruitstrevend om de luiers met schilderstape vast te plakken in plaats van met die akelige veilgheidsspelden dicht te maken. Wat een gedoetje was het met emmers koud water en warm water om de vieze luiers te weken en nog meer te weken voordat die dingen in de wasmachine gingen.


We moesten overslaghemdjes en navelbandjes kopen, truitjes met koordsluiting ( best eng achteraf!), en alles wit want je wist niet of je een jongen of meisje kreeg.
Het wiegje had een dekbedje, je kindje moest op de zij liggen en je moest dan bijhouden dat het ‘t ene dutje op de linkerzij lag en het andere dutje op de rechterzij.
Je kindje mocht tijdens de voeding bij je, de rest van de tijd op het eigen kamertje.
Geen co-sleeper of wiegje op je slaapkamer, moeder had rust nodig en de baby werd ergens anders neergelegd.
Ik vond dat toen al vreselijk, ik zou juist veel meer rust gehad hebben als het bedje van mijn baby vlak naast me stond, of dat ik mijn kindje veel vaker bij me op de arm mocht hebben.
Ik moest verplicht in bed blijven de eerste dagen, ook al voelde ik me prima.
Alles natuurlijk met de beste bedoelingen, maar ik denk ook wel veel uit traditie.
Het Rust Reinheid Regelmaat principe werd erg ver doorgetrokken, waarbij de natuurlijke behoeften van moeder en kind nog wel eens een beetje op de achtergrond raakten.
Natuurlijk hebben we het op een zo goed mogelijke manier gedaan in die tijd. Maar als ik zie hoe sommige dingen nu gaan, denk ik toch dat het beter, natuurlijker is. 

Ook al zijn we nu ‘moderner’, meer afhankelijk van techniek en electronica, juist deze basis is natuurlijker geworden. Baby veel bij mama en papa, huid-op-huid contact, inspelen op behoeftes in plaats van op schema’s.
Ik vind dat mooi.
Maar het allermooiste is natuurlijk dat dit kindje zo gaaf en gezond geboren is, in een liefdevol gezin, met een familie die stapelgek op  hem is, in een omgeving die hem alles kan geven wat hij nodig heeft. 

Een goede start van een nieuw leven, een nieuw stukje wereld. Een nieuwe toekomst.
Daar kan ik als oma over juichen, en zielsdankbaar voor zijn. Wat een rijkdom. 

Wilg

Na de storm Ciarán was ik verdrietig. Echt verdrietig. De oude wilgenboom waar ik zo van hield, had het natuurgeweld niet doorstaan. Finaal doormidden gebroken. De machtige stam lag in het natte gras en ik kreeg natte wangen. 

Altijd als ik er langs liep, genoot ik van deze boom. In ieder jaargetijde. Vaak vroeg ik me af wat deze boom allemaal ‘gezien’ had in zijn lange leven. In ieder geval had hij het geluk om op een landgoed te staan. Hij hoefde niet te wijken voor autowegen, woonwijken of bedrijventerreinen. 

De stam was ruw, de schors gebarsten en langs een inkeping groeiden er elfenbankjes, als traptreden naar een verborgen deurtje. Ik stelde me graag voor dat die treden gebruikt werden door magische voetjes, van degene die in de boom woonde.
Ja natuurlijk is dat fantasie, maar het was echt een sprookjesboom voor mij. 

Maar ook gewoon als boom, als stukje natuur, vond ik hem heel bijzonder. Ooit, waarschijnlijk lang voor mijn geboorte, begonnen als kiempje uit een wilgenkatje. In tientallen jaren uitgegroeid tot een majestueuze boom. Toevlucht voor vogels en insecten, schuilplaats voor muisjes en egeltjes. Schaduw onder de bladeren in de zomer, beschutting tussen de wortels in de winter. Een stukje stabiliteit in het veranderende landschap en de veranderende wereld.
Vroeger misschien wel op de foto gezet door een heer in kostuum, met een vierkante camera op een houten statief.
Nu door een vrouw in een spijkerbroek, die haar iPhone uit haar binnenzak haalt om een foto te maken. 

Ik weet niet wat het beleid is van de beheerders van het landgoed. Ik hoop heel erg dat ze de boom zo laten liggen als hij ligt. Dat het gedeelte wat nog overeind staat, verder leeft.  Dat het stuk wat gebroken op de grond ligt, dient als voedsel en schuilplaats voor dieren, planten en paddenstoelen. Dat deze boom dus het respect krijgt wat hij volgens mij verdiend heeft en niet eindigt in de shredder. 

Toen ik er van de week weer langs liep, lag alles er nog zoals ik het een paar weken geleden aantrof, na de storm. Dus tot nu toe is er nog niet ingegrepen.
Ik heb een stukje schors en een stukje hout meegenomen, van de stukken die verspreid om de boom heenlagen. Als herinnering, mocht het zo zijn dat ze ‘mijn’ lieve boom toch weghalen. Ik heb namelijk niet zo heel veel vertrouwen meer in de mensheid wat dat betreft.

Vanmorgen las ik de uitslag van de ‘Herfstkukai’ , een kleine Haiku-wedstrijd waar ik aan mee had gedaan. Tot mijn plezier zag ik dat van de 75 inzendingen mijn haiku op de tweede plaats is geëindigd.
Het thema van de wedstrijd was ‘Storm’.  Een mooie gelegenheid voor een eerbetoon aan mijn lievelingsboom. 

oude wilgenboom
toont in zijn gebroken kern
onverwacht blank hout

Nederlandse les

Eens in de week geef ik Nederlandse les aan mensen uit Oekraïne.
Afgelopen februari zag ik op een website dat er vrijwilligers hiervoor gevraagd werden en dit leek me echt iets voor mij.
Ik was dan ook best teleurgesteld dat na contact met de organisatie bleek dat ze al in augustus waren begonnen, maar vergeten de oproep van de site te halen.
Nou ja, het zij zo. Er kwam vast nog wel iets anders op mijn pad wat goed bij mij zou passen.
Maar nog geen week later werd ik gebeld. Er waren een paar oudere mensen die ook graag Nederlands zouden leren en zou ik daarmee een lesgroepje willen starten?
Ja, dat wilde ik heel graag.
Dus zo geschiedde.

Iedere week komen we bij elkaar en ik heb zoveel bewondering voor mijn cursisten.
Ik geef het je te doen, als je in de zestig en zelfs in de zeventig bent, om naar een volkomen vreemd land te vluchten en daar te proberen een nieuw leven op te bouwen.
Wat laten deze mensen ontzettend veel achter. En helaas is het inmiddels zo dat een paar ook niets meer hebben om naar terug te gaan. Hun huis bestaat niet meer. 

Als ik naar mezelf kijk, merk ik dat ik veel minder makkelijk nieuwe dingen leer als toen ik jonger was. Uiteraard zullen deze mensen dat ook hebben.
Hoe knap is het dan dat ze Nederlands leren. Niet alleen de taal is anders, maar het alfabet ook. Dus dubbelop leren.
Nederlands is ook niet de meest logische taal. Een oog, twee ogen. En niet oogen. Hèt oog, hèt oor, maar dé neus.  En die rare tweeklanken:  eu, ie, ij, ei, au, ou, oe, voor ons zo makkelijk maar er is voor hen niks eenvoudigs aan.

In de andere groep zitten alleen jongeren en een aantal spreekt Engels. Dat is heel makkelijk soms, als je dan niet duidelijk kan maken wat een woord betekent, dan zeg je het ook even in het Engels.
Maar ‘mijn’ mensen spreken geen woord Engels. Dus moet ik soms alle creatieve zeilen bijzetten om duidelijk te maken wat ik bedoel.
Natuurlijk is er wel een vertaalapp, maar die gebruiken we zo weinig mogelijk.
En als we hem gebruiken klopt er vaak niks van. Hilariteit aan beide kanten.
Want als iemand vraagt, tijdens de les over het menselijk lichaam, waar je strijkijzer zit, dan kan ik echt mijn gezicht niet in de plooi houden. Hoeft ook niet, andersom is het soms ook zo, dus we lachen heel wat af samen. 

Typisch Nederlands is natuurlijk ook onze harde G-klank. Eén man, laten we hem om privacyredenen Olec noemen, doet zo vreselijk zijn best dat ik soms bang ben dat hij er in blijft hangen.
Een woord als ‘graag’  wordt gggggggggraaggggggggggggggg en hij schraapt daarbij zo lang en hard zijn keel dat ik niet gek zou opkijken als zijn huig nog een keer op tafel belandt.
Tweeklanken zijn ook lastig zei ik al, dus een woord als ‘schrijven’ is haast martelend. Sjggggggggriiiiiiiiiiiiijeven. 
En dan heeft hij het onder de knie, kom ik met een woord als ‘vinger’ en moet hij nog leren dat het niet vin-gggggggger is, maar dat we dan ineens een ng-klank hebben.

Ik was blij dat Olec er weer was vandaag. Hij was voor een kort bezoek teruggegaan naar Oekraïne maar toen hij weer naar Nederland wilde waren er blokkades bij de Poolse grens. En kon hij niet terug naar wat nu zijn huis is.
Anderhalve week later dan gepland kon hij pas door. Ik kan me niet goed indenken hoe stressvol dat geweest moet zijn voor hem, en voor zijn gezin dat hier gebleven was.

Maar gelukkig, hij was vanmiddag weer op de les.
Zijn tas ging open en er kwam een zakje bonbons uit. ‘Oekraïense sjnoooeeep!’ zei hij en drukte het mij in de handen.
‘O wat lekker, die nemen we straks met elkaar in de pauze bij de thee!’ zei ik. (We pauzeren altijd met beide groepen tegelijk)
‘Nee nee nee nee!’ riepen Olec en zijn buurvrouw tegelijk.
Ik was even beduusd, bang dat ik het verkeerd begrepen had. Ik zette de bonbons op de tafel.
Druk gesprek in het Oekraiens tussen Olec en buurvrouw. Dus onverstaanbaar voor mij.
Daarna zei buurvrouw, die iets verder is met Nederlands spreken:  ‘Deze zijn voor jou en je gezin. Niet voor hier.’

Nah, daar was ik werkelijk even ontroerd van. Dan ga je terug naar je thuisland waar zo’n beetje alles kapot is gegaan, sta je anderhalve week vast aan de grens, maar heb je er toch om gedacht om chocolade mee te nemen voor die Nederlandse vrouw die je twee uur per week lesgeeft. 

Aan het eind van de les pakte ik toch het zakje nog eens en probeerde uit te delen. Maar iedereen zei vastbesloten: ‘Nee! Voor jou. Voor thuis.’ 

Ik stopte de bonbons in mijn tas. En nam ze mee naar huis. Mijn huis staat er namelijk gewoon. En mijn man kwam gewoon thuis en ik hoefde niet anderhalve week in de zenuwen te zitten of hij ooit nog thuis kon komen.
Ik heb de bonbons op mijn mooiste schaaltje gezet. En vanavond nemen we er een. Op Olec en al die andere dappere mensen.