Saai

Vanmorgen stond ik weer als vrijwilliger in de Museumboerderij op Landgoed Verhildersum.
De boerderij staat aan de rand van het landgoed. De borg, het koetshuis, de tuin en het restaurant zijn in het midden.
Omdat de boerderij een beetje afgelegen is, krijg ik weleens de vraag: ‘Is dat niet stil en saai daar dan?’
Nou…… nee, lees gerust even verder. 😀

Om 10 uur was ik aanwezig om de boel op te starten. Het alarm bleek al afgezet, dat scheelde een spurt. Nu kon ik gelijk gaan koffiezetten.
Daar kwam de klusgroep. ‘Is er al koffie?’
‘Nee, komt er zo aan!’
Er bleek over een kwartiertje een vergadering van belangrijke mensen te beginnen, waar natuurlijk koffie en thee bij hoorde. En ik moest koffie hebben voor de bezoekers.
Kortom, ik jongleerde met koffiekannen, maatlepels, thermoskannen, waterkokers, koektrommels, melkcupjes en suikerstaafjes als een volleerde circusartiest.
De koffie voor de inmiddels aanwezige vergaderaars zette ik op de grote tafel en ik wilde controleren of er nog theezakjes genoeg in de doos zaten. Wat een leuk blik, die kende ik nog niet. Ik opende het en keek naar 6 bruine kadetten met kaas. Oh, ik had per ongeluk de lunchtrommel van iemand opengemaakt. Gauw weer dicht en de echte theedoos ophalen.
‘Is er nog meer koffie?’ vroeg alweer een klusman. Eigenlijk nog niet, maar er waren nog geen bezoekers dus ik bracht ze die koffie alvast maar.
Dat werd met een soort gejuich ontvangen, alsof ze zich de hele ochtend afgebeuld hadden en nu dringend aan koffie toe waren.
Nu alsnog koffie voor de bezoekers zetten, en dan nóg meer voor de vergaderaars.
Ondertussen moest ik nog het arbeidershuisje openen, dat ligt een stukje verderop en is een mini openluchtmuseumpje. Dus ik draafde erheen, bezorgde een oude tuinman die met zijn rug naar me toe stond zowat een hartverzakking omdat ik vriendelijk ‘Goedemorgen!’ riep, terwijl ik om het huisje heen rende om de deur van het slot te halen.
Binnen bleef ik heel even staan. Gewoon even de geur opsnuiven en genieten van al die heerlijke oude dingen in de kamertjes en het keukentje. Stiekem even helemaal van mij alleen. Toen toch maar de grendel van de andere deur eraf gehaald, naar buiten en weer terug gedraafd naar de boerderij. Ik moest de kassa nog opmaken. Snel het geld geteld terwijl het kassasysteem aan het opstarten was.
Om half 11 deed ik de schuifdeuren van het slot, de bezoekers mochten naar binnen! 

het arbeidershuisje

Bovenstaande was dus allemaal in een half uur hè.
De rest van de ochtend was het een gezellige soort van chaos en cambodja. Behalve de klusgroep en de vergaderaars verscheen ook nog een delegatie van de Historische Kring, die af en aan liep met steekkarretjes en dozen. Ze hoefden niet eens koffie. Ik was erg nieuwsgierig wat er in die dozen zat, maar ik bleef in het ongewisse.
Eigenlijk was ik nu zelf ook wel toe aan een kop thee en een broodje, het ontbijt was al een poos geleden. Net toen ik een hap van mijn boterham met pindakaas had genomen, kwamen er twee bezoekers binnen. Ik probeerde snel mijn mond leeg te eten, maar ja, pindakaas he, dan weet je het wel. Omdat ik niet met rare plak- en -klak geluiden wilde praten, nam ik snel een te hete slok thee, wat ook niet bevorderlijk was voor mijn articulatie.
Rustig nu. ‘Goedemorgen, welkom!’
‘In English please?’ vroeg mevrouw. Ik had dus best allerlei rare woorden kunnen zeggen.
In mijn beste Engels vertelde ik over de farming equipment from the nineteen hundreds, de antique hat collection en the old embroideryworks. Toen was de expositie van Ede Staal aan de beurt en twijfelde ik over de vertaling. Expositie is exhibition, toch? Maar gelijk kreeg ik een beeld van zo’n man in een regenjas die uit de bosjes springt, dus voor de zekerheid maakte ik er maar exposition van, ik weet eigenlijk niet of het goed was. Ik was helemaal trots over mijn uitleg dat onze regionale beroemdheid Ede Staal ‘a famous local singer-songwriter from the eighties’ was en de mensen vertrokken tevreden naar de expositieruimte.
Er kwam een mevrouw die gister ook geweest was, maar haar man had een ansichtkaart in een folder gedaan en toen de folder toch terug gezet en nu was ze die kaart kwijt.
‘Weet u nog wat voor folder?’ vroeg ik. We hebben namelijk een groot display met allerlei folders staan, zowel over Verhildersum als over andere toeristische attracties in de omgeving. Nee helaas, dat wist ze niet. Dus samen met mevrouw alle voorste en bovenste folders gepakt en uitgeschud, zonder resultaat. ‘Dan moet ik maar een nieuwe kopen,’ concludeerde ze. Ben benieuwd of man nog op z’n kop heeft gehad. En een nieuwe kaart van zijn eigen geld moest betalen.
Er klonken ondertussen timmer-, zaag- en vijlgeluiden, want een of andere klapdeur ging niet soepel genoeg. Degene die daarmee bezig was, stond op een stoel. Een stoel! Die klussers hebben allemaal van die echte werkkleren aan, met honderd zakken enzo, er is goed gereedschap, maar een trap is er blijkbaar niet. Of hij had geen zin om er een te halen, dat kan ook natuurlijk.
De volgende bezoekers verschenen. Ze waren een beetje teleurgesteld, ze hadden begrepen dat er een echt landhuis was en dit was een boerderij. Ik vouwde een plattegrond uit en liet zien waar ze nu waren en wat er allemaal verder te zien en te doen was. Nu waren ze gelukkig weer enthousiast. Ze hadden beiden een museumkaart en ik wilde zeggen dat ze die mochten scannen. Maar omdat ik zat te klungelen met de plattegrond en dacht: het lijkt verdorie wel een bijsluiter, die krijg je ook nooit weer goed opgevouwen, zei ik: ‘U mag hier uw bijsluiter scannen. Hè? Ach nee, uw museumkaart!’  Ik legde het maar even uit, voordat ze dachten dat ik ze niet allemaal op een rijtje had, en ze zagen de humor er wel van in. Toen ze naar de boerenschuur verdwenen, nam ik eindelijk nog een hap van mijn broodje. Net op tijd, want er kwamen weer nieuwe mensen, die graag koffie wilden. Prima, zoek een leuk plekje, ik kom het zo brengen. Manoeuvrerend tussen teveel grote klusmannen in een klein keukentje ( het was blijkbaar niet handig dat eentje alle kopjes terugbracht, maar wel om allemaal het eigen kopje te brengen), schonk koffie in de gezellige nostalgische kopjes die we hebben en bracht ze naar de gasten. Die wilden eigenlijk ook wel appeltaart. Natuurlijk, kom ik ook brengen! Daarna kon ik dan eindelijk het restant van mijn boterhammetje opeten.
Het echtpaar (tenminste, dat nam ik zomaar aan) kwam afrekenen, maar wilde gelijk graag bespreken dat ze die en die datum met een aantal mensen naar het landgoed wilden komen en dan hier lunchen. Zoiets had ik nog niet eerder bij de hand gehad, dus ik belde mijn leidinggevende maar even. Dat bleek een goede zet, want ik kan (en mag) zulke dingen helemaal niet regelen. De juiste contactgegevens doorgeven was in deze mijn taak.
De vergaderaars kwamen druppelsgewijs weer tevoorschijn en ik ruimde de gebruikte kopjes en thermoskannen op en at stiekem het laatste overgebleven koekje op. En toen was het alweer tijd voor de aflossing! 

De museumboerderij

Kortom, de ochtend vloog voorbij, ik heb me werkelijk geen minuut verveeld.
Saai en stil? Echt niet!

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.