Konijnenuitje

Kleine konijntjes worden groot. Als het goed is tenminste, want zoals ik al eerder had geschreven, redden ze het niet allemaal.
Maar de zes die het wel gered hebben zijn opgegroeid tot sterke, glanzend gezonde konijnen. Sommige zijn nog wat aan het twijfelen of ze hangoor zijn of toch niet, en het ziet er hilarisch uit. Van die grote flappers in de vliegtuigstand of met één oor staand en één oor hangend.



Maar groot worden betekent ook: volwassen worden. Met alle aandrang van dien. Dus stond er vandaag een afspraak bij de dierenarts gepland.
De hele familie gaat mee voor een check-up en zonodig castratie. 
Dat leverde wel wat logistiek gepuzzel op. 

Zoals: hoe ga ik ze meenemen? We hebben een reismandje waar twee kleine konijntjes in passen, maar zoals deze nu al zijn zou er maar eentje in kunnen. En hield ik er nog vijf over.
Verhuisdoos? Hm, de combinatie van karton, knaagtanden en konijnenplasjes… niet zo’n goed idee.
Boodschappenkrat? Te klein en open van boven. Ook geen optie.
Reismanden lenen dan maar? Dat viel te proberen, maar van wie dan. Ik had er minstens drie nodig.
Bij de Kringloop was er misschien wat. Ja, twee gammele, te vieze reismanden voor € 10 per stuk. Nope.
De schuurverkoop in het dorp, twee weken geleden, bracht uitkomst. Bij iemand kochten we voor een zacht prijsje een reisbench voor een kleine hond. Daar pasten vast onze zes konijnen in, dat probleem was alvast opgelost. 

Volgend vraagstuk: Hoe gaan we ze in die reiskrat krijgen? Graag met zo min mogelijk stress, het is allemaal al eng genoeg voor ze.
Om ze alvast een beetje te laten wennen heb ik gistermiddag de krat open in de ren gezet, met wat lekkers er in.
Effect: Totale verbijstering. Alsof er een ruimteschip geland was. Doodeng, maar oh zo aanlokkelijk. Want konijntjes zijn zo nieuwsgierig!
Er werd heel wat heen en weer gewiebeld met neusjes, stapjes vooruit en weer terug gezet, lijfjes tot spaghettivorm uitgerekt omdat de voorpoten naar de krat gingen en de achterpoten veilig bleven staan….
Uiteindelijk ging de meest drieste dichtbij kijken en vond het lekkers. Nog wat getwijfel of het veilig was en toen erin gehopt. Toen durfde een ander ook wel. Het was zo grappig om te zien, ik had de hele middag wel kunnen blijven kijken. 

Vanmorgen ging de wekker een kwartiertje vroeger, dan konden we samen proberen de hele familie in de krat te krijgen. In mijn eentje was dat geen doen.
Het was een beetje een gedoe, want de konijntjes zijn niet gewend om opgepakt te worden, maar uiteindelijk is het ons gelukt en zaten ze er alle zes in.
Eentje krijste bij het oppakken zo hartverscheurend dat ik er naar van werd. Zo schreeuwen ze als ze door een roofdier gepakt worden, wat een doodsangst. 
Maar nu eventjes wat tot rust komen, met z’n allen in de krat, in de bijkeuken. 

Zometeen het volgende avontuur: mee in de auto!
Ik voel me een beetje als de veerman die een wolf, een kool en een geit moest overroeien en er maar twee tegelijk in z’n bootje kon meenemen. Want er loopt hier ook nog een hond rond, die allang in de gaten heeft dat er konijnen binnen zijn. Dus de bijkeukendeur moet gesloten blijven,  dan de hond eerst in zijn eigen bench, voordat ik de konijnenbench door de huiskamer kan dragen, om in de auto te zetten.
De wolf gaat maar even zitten piepen, ik kan er niks aan doen nu hoor. Ik moet de kool en de geit sparen.

Wordt vervolgd. 

Weer (even) thuis. Zojuist de konijntjes achtergelaten bij de dierenarts. Ik kan ze over twee uur weer ophalen. Voel me als een moeder die voor het eerst haar kind naar de opvang brengt. Je weet dat het goed is, maar je voelt je toch schuldig.
De dierenarts zei: ‘Ik red me er wel mee.’
Ik niet. Daarom ben ik ook geen dierenarts geworden.
Zijn de twee uur al voorbij? 

Ja! Want we zijn weer thuis met z’n allen. Of haast liever gezegd met haar allen.
Het donkergrijze konijn is een jongen. Met vijf zussen, zo bleek!
Ze moeten hem maar goed vertroetelen want hij is de enige die geopereerd werd. Ook nog aan zijn oogje, omdat hij, ondanks herhaald zalven, daar last van bleef houden. Stakkertje. Maar hij redt zich wel tussen het vrouwvolk, hij heeft papa ook nog als bondgenoot.
Nu kunnen ze eindelijk een naam krijgen. Omdat we er zoveel tegelijk moesten bedenken, kozen we voor het Stranger Things thema.
Dus hebben we nu een (Jim) Hopper,  een roodblonde Max(ime), een donkerblonde Robyn, een grijsbruine Nancy, een zwarte El en een iets grotere zwarte Joyce.
We hebben niet de illusie dat ze naar hun naam gaan luisteren, ook al zijn de oren groot genoeg. Maar voor onszelf is het wel zo makkelijk, dan weten we over wie we het hebben. Een naam geeft wat extra identiteit. 

Iedereen is weer terug in de eigen ren.

Toen ik de krat openzette sprongen ze er één voor één uit. Ook Hopper met zijn geopereerde kop en kont, dapper kereltje.

 Nu weer even rust in de groep. En in mijn hoofd.
Alles is weer in orde!
Over tot de orde van de dag.

Plaats een reactie

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.