Maandelijks archief: januari 2026

Liedje van verlangen

Nu we al een hele poos iedere dag sneeuw inclusief code geel hebben hier in het Noorden, komt onvermijdelijk onder mensen van mijn generatie de winter van 1979 ter sprake.
‘Toen hadden we pas sneeuw!’ zeggen we dan. Ik heb wel eens het idee dat de verhalen hoe langer hoe sterker worden, maar hoe het ook zij, het was een strenge en bijzondere winter.
Leens, waar ik nu woon, was destijds echt ingesneeuwd, net als dorpen in de omtrek. Mensen konden hun huis niet uit, vanmorgen hoorde ik nog van een jongen dat zijn moeder, destijds nog een meisje natuurlijk, uit het raam op de bovenverdieping het huis uit ging , omdat de deuren niet open konden.
Het leger is zelfs ingezet om met tanks voorzien van sneeuwschuivers de straten vrij te maken.

Ik woonde in 1979 in Hilversum en daar sneeuwden we niet in. Maar het was wel een heel bijzondere winter, waarin we konden schaatsen op de hei en ik eveneens op de schaats over straat naar mijn stageschool ging.
We gingen met de trein naar de verjaardag van een schoolvriendin in Breukelen, maar door de zoveelste sneeuwbui konden we niet meer naar huis omdat de treinen niet meer reden en de hele club meiden bleef slapen daar op zolder. Dat kon allemaal zomaar daar, er werden uit alle hoeken en gaten matrassen, slaapzakken en dekens tevoorschijn gehaald. En ‘s morgens was er een ontbijt met thee en brood en eitjes voor iedereen, het was me een gekakel daar in de keuken.  Mooie herinneringen.
Als ik verder over die winter nadenk: ik maakte er totaal geen probleem van, dat het een winter was waarin dingen niet doorgingen, je eindeloos dezelfde dikke truien droeg en nooit normale schoenen meer aanhad. Het had iets speciaals, iets gezelligs bijna en het zorgde voor een hoop saamhorigheid. 
Wat ben ik dan een zeurkous geworden, denk ik nu weleens. Ik ben dit weer spuugzat, ik ben voortdurend ongerust over iedereen die de weg opmoet, als ik ‘s morgen zie dat het alwéér code geel of erger, oranje is. Ik wil de zon zo graag weer eens zien, ik wil weer mooie wandelingen kunnen maken zonder dat ik bang ben te vallen en dan geheid weer wat te breken. Ik wil dat die eeuwige gure noordoostenwind eindelijk eens gaat liggen, ik wil…Ja ,ik kan wel van alles willen maar daar wordt niet naar gevraagd. Misschien moet ik het gewoon eens wat makkelijker ondergaan.
Het is januari, het is winter ja. En hier is het al de hele maand code geel ja.
Maar de winkels hebben genoeg in de schappen en ik kan er nog steeds komen, thuis brandt de haard en is de douche warm. Ik heb een dikke winterjas en laarzen met zonodig spikes eronder, ik heb warme truien en een behaaglijke sjaal. Ik heb mooie zelfgehaakte dekens extra op bed en een warmwaterkruik aan mijn voeten.
Er is geen noodsituatie, er zijn geen corona maatregelen, we kunnen het ons gewoon comfortabel maken.
Januari is al bijna voorbij. Het wordt ‘s middags weer langer licht, heel af en toe hoor ik alweer een koolmeesje. Die zeurt niet, die zingt gewoon zijn eenvoudige liedje omdat hij weet dat het voorjaar er aan zal komen.
Misschien moet ik daar maar eens een voorbeeld aan nemen. Ik ga alvast een liedje bedenken. 

Vakantiegevoel

Er zijn mensen die een half jaar gaan backpacken in Australië.
Er zijn mensen die drie, vier weken rondreizen door Indonesië of Vietnam
En er zijn mensen die van een bezoekje aan een Jumbo in een andere plaats een vakantiegevoel krijgen.
Ik behoor tot de laatstgenoemde categorie.
Snel tevreden? Misschien, het is maar hoe je het bekijkt. 

Backpacken in Australië, ik zou en zal het van mijn levensdagen niet doen.
Ik moet niks hebben van kamperen, en niks van ‘we zien wel waar we terecht komen’.
En een half jaar? Ik moet er niet aan denken, ik kan niet langer dan twee weken van huis, want heimwee.

Een verre reis naar Indonesië of Vietnam is ook al niks voor mij. Ik voel me ontheemd en onzeker, en daardoor gespannen. En drie, vier weken? Nee, zoals ik al zei: heimwee.

Dus het is prima dat ik een vakantiegevoel krijg van ergens anders boodschappen doen. De Jumbo waar ik vandaag was deed me denken aan die in Limburg waar we deze zomer waren. Heerlijk toch.
Ik ga heus wel van huis, en heus wel naar het buitenland. Maar niet lang.
Niet kamperen. Nooit. Een eenvoudig huisje is prima, maar ik wil perse een eigen douche, toilet en een normaal bed. Dus eigenlijk ben ik misschien wel een zeikerd. 


Toch heb ik inmiddels wel een stukje van de wereld gezien. Als ik het opsom, ben ik in Oostenrijk, België, Duitsland, Frankrijk, Wales, Cornwall, Schotland, Denemarken, Zweden, Noorwegen, Polen,Tsjechië, Joegoslavië, Griekenland, Turkije en Tunesië geweest. En stedentripjes naar Rome, Londen, Parijs, en Dublin.
Dus niet altijd vlak bij huis. Maar toch ben ik diep van binnen geen reizer en ik heb me ook niet altijd helemaal happy gevoeld als ik ver weg was. Hoe mooi de omgeving ook was, hoe aardig sommige mensen, want daar lag het niet aan.
Waar het dan wel aan lag is moeilijk onder woorden te brengen. Een sfeer, een echo van een roerige geschiedenis, een soort drukkend gevoel op mijn stemming, een ‘ik ben hier niet op mijn plaats’ gevoel.
Er zijn plekken waar ik graag nog weleens  naar terug zou gaan, maar ook waar ik niet meer heen wil. 

Heimwee is trouwens iets vervelends, waar ik mijn leven lang al last van heb. Ik herinner me dat ik als kleuter met ons gezin in een vakantiehuisje was, iedereen was gewoon bij me. En toch had ik heimwee naar huis.
Zestig jaar later heb ik dat nog steeds. Ik wil dus ook niet langer dan twee weken van huis en neem altijd iets vertrouwds mee, zoals mijn lievelingsboek (dat ik zo’n beetje uit mijn hoofd ken) en mijn eigen geurtje doucheschuim.
Misschien zie je het als een beperking voor mij, dat ik dus kansen mis om meer plekken van de wereld te zien, meer indrukken op te doen, meer te genieten.
Maar zo voel ik het zelf niet. Ik geniet volop.
Anders werd ik niet zo blij van een Jumbo die me doet denken aan die in Limburg, waar we deze zomer op vakantie waren. 

Over en uit

Zojuist heb ik mijn Instagram account verwijderd. Lekker belangrijk, denk je nu misschien. Maar voor mij is dat toch wel zo.
In ieder geval was ik de laatste tijd al te vaak en teveel aan het scrollen. Het werd een soort ‘wanhopig’ zoeken naar iets interessants of leuks of moois. En ik vond vrijwel niets.
Het algoritme werkt daar hard aan mee. 


Ik kijk één keer naar een kritisch item over Trump, daarna wordt mijn tijdlijn voor 90 % gevuld met kritische, maar ook kinderachtig afzeikende filmpjes over Trump.
En ook al heb ik helemaal niks op met Trump, ik hoef dat soort shitzooi niet te zien, het is van een niveau waar ik me niet toe wil verlagen.
Ik kijk een item over Stranger Things en vervolgens is alles ineens over Stranger Things, volkomen inhoudsloos, over wat Millie Bobby Brown een keer tegen een fotograaf zei en allerlei AI filmpjes over hoe de hoofdrolspelers door de jaren heen volwassen geworden zijn. O werkelijk? Wat een bijzonder gegeven dat een twaalfjarige tien jaar later volwassen is geworden. 

De AI filmpjes vind ik sowieso een plaag op Instagram. Dieren doen de meest bijzondere dingen, er worden ineens allemaal nieuwe spectaculaire ontdekkingen gedaan en mensen komen in bizarre situaties terecht.
Voorbeeld: een konijn zoogt een kitten tussen haar eigen kleintjes, zogenaamd gefilmd met een nachtcamera in een hol. Direct zie ik al dat het onecht is, want een konijnenmoeder gaat over haar kleintjes, die op hun rugjes liggen, heen staan om ze te zogen. En ze ligt niet als een kat of hond op haar zij. In de reacties een heleboel ochs en achs en hartjes en ‘cuteness overload’ en ‘hoe is het mogelijk’ en ‘dieren zijn beter dan mensen’. Ook een ‘Dit is AI’.  Reacties daarop: ‘O, nou ja. Wat maakt dat nou uit, het is toch schattig?’
Nou, ik vind het dus wèl uitmaken. Volgens mij is het gevaarlijk als je niet kan onderscheiden of iets wel of niet echt is.

Maar dat brengt me op de grootste reden dat ik Instagram verwijderd heb. De reacties. De ongelooflijke negativiteit naar elkaar. Het schelden, het afmaken van een ander omdat hij/zij een andere mening heeft. Dan is zelfs een profielfoto een middel om iemand de grond in te trappen, als er maar flink en smerig gescholden kan worden.
Vanmorgen een nieuwsitem over de vondst van 400 cobra’s in een schuur van een 17-jarige. De reacties daarop hebben me het laatste zetje gegeven om te stoppen met Instagram.
Want de haat die daar gespuid werd, was verschrikkelijk.
Blijkbaar mag je iemand verbaal schoppen en slaan als die een andere mening heeft dan jij.
Meningen hierbij samengevat waren:
-De ouders letten niet op
-Het is de schuld van de overheid met het vuurwerkverbod
-Kinderen hebben teveel geld en hoeven nergens moeite voor te doen
-Nederland is een zielig land met teveel regeltjes.
Oké, mensen mogen van mening verschillen. Maar welke mening een reageerder ook had, de anderen moesten verrot gescholden worden.
Het is niet nieuw, maar het lijkt mij dat het steeds erger wordt. En ik wil er geen getuige meer van zijn.
Sterker nog, ik wil me ervan distantiëren. Haat en nijd, afgewisseld met onechte filmpjes, waarom zou ik blijven? 


Voor mijn eigen account hoef ik het niet te doen, ik ben niet ‘actief’ genoeg. Ik weet niet wat ik moet plaatsen, als ik 3x mijn boek gepromoot heb ben ik er wel klaar mee. Daar zit toch ook niemand op te wachten verder? Ikzelf zou ook denken: jaha, dat weten we nu wel.
Ik reageer nergens op, want ik ben er niet van gediend om de volle laag te krijgen van mensen die ik niet ken en die mij niet kennen. Mijn wereld is de echte wereld, waar konijnen op de natuurlijke manier melk krijgen van hun mama en waarin mensen normaal met elkaar praten, ook al verschillen ze van mening.
Ik had geen goede voornemens voor het nieuwe jaar. Toch is er zomaar eentje opgepopt vanmorgen en die heb ik gelijk ten uitvoer gebracht.
Voelt goed!