Nu we al een hele poos iedere dag sneeuw inclusief code geel hebben hier in het Noorden, komt onvermijdelijk onder mensen van mijn generatie de winter van 1979 ter sprake.
‘Toen hadden we pas sneeuw!’ zeggen we dan. Ik heb wel eens het idee dat de verhalen hoe langer hoe sterker worden, maar hoe het ook zij, het was een strenge en bijzondere winter.
Leens, waar ik nu woon, was destijds echt ingesneeuwd, net als dorpen in de omtrek. Mensen konden hun huis niet uit, vanmorgen hoorde ik nog van een jongen dat zijn moeder, destijds nog een meisje natuurlijk, uit het raam op de bovenverdieping het huis uit ging , omdat de deuren niet open konden.
Het leger is zelfs ingezet om met tanks voorzien van sneeuwschuivers de straten vrij te maken.

Ik woonde in 1979 in Hilversum en daar sneeuwden we niet in. Maar het was wel een heel bijzondere winter, waarin we konden schaatsen op de hei en ik eveneens op de schaats over straat naar mijn stageschool ging.
We gingen met de trein naar de verjaardag van een schoolvriendin in Breukelen, maar door de zoveelste sneeuwbui konden we niet meer naar huis omdat de treinen niet meer reden en de hele club meiden bleef slapen daar op zolder. Dat kon allemaal zomaar daar, er werden uit alle hoeken en gaten matrassen, slaapzakken en dekens tevoorschijn gehaald. En ‘s morgens was er een ontbijt met thee en brood en eitjes voor iedereen, het was me een gekakel daar in de keuken. Mooie herinneringen.
Als ik verder over die winter nadenk: ik maakte er totaal geen probleem van, dat het een winter was waarin dingen niet doorgingen, je eindeloos dezelfde dikke truien droeg en nooit normale schoenen meer aanhad. Het had iets speciaals, iets gezelligs bijna en het zorgde voor een hoop saamhorigheid.
Wat ben ik dan een zeurkous geworden, denk ik nu weleens. Ik ben dit weer spuugzat, ik ben voortdurend ongerust over iedereen die de weg opmoet, als ik ‘s morgen zie dat het alwéér code geel of erger, oranje is. Ik wil de zon zo graag weer eens zien, ik wil weer mooie wandelingen kunnen maken zonder dat ik bang ben te vallen en dan geheid weer wat te breken. Ik wil dat die eeuwige gure noordoostenwind eindelijk eens gaat liggen, ik wil…Ja ,ik kan wel van alles willen maar daar wordt niet naar gevraagd. Misschien moet ik het gewoon eens wat makkelijker ondergaan.
Het is januari, het is winter ja. En hier is het al de hele maand code geel ja.
Maar de winkels hebben genoeg in de schappen en ik kan er nog steeds komen, thuis brandt de haard en is de douche warm. Ik heb een dikke winterjas en laarzen met zonodig spikes eronder, ik heb warme truien en een behaaglijke sjaal. Ik heb mooie zelfgehaakte dekens extra op bed en een warmwaterkruik aan mijn voeten.
Er is geen noodsituatie, er zijn geen corona maatregelen, we kunnen het ons gewoon comfortabel maken.
Januari is al bijna voorbij. Het wordt ‘s middags weer langer licht, heel af en toe hoor ik alweer een koolmeesje. Die zeurt niet, die zingt gewoon zijn eenvoudige liedje omdat hij weet dat het voorjaar er aan zal komen.
Misschien moet ik daar maar eens een voorbeeld aan nemen. Ik ga alvast een liedje bedenken.


